CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen beleidskader zonne-energie gemeente Nieuwkoop (GROOT DOCUMENT)

Besluitvormende raadsvergadering 6 juni 2024, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen beleidskader zonne-energie Gemeente Nieuwkoop (2024-056)28.952 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bijlage A Begrippenlijst Bruto oppervlakte: Totale oppervlakte van het zonneveld inclusief landschappelijke inpassing. Een vuistregel is dat 25% van het oppervlak onbedekt blijft. Bouwperceel: Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. Bouwvlak: Een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen, en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. Coöperatie: Een autonome organisatie van personen die zich vrijwillig verenigen om hun gemeenschappelijke economische, sociale en culturele behoeften en ambities te behartigen door middel van een onderneming waarvan ze samen eigenaar zijn en die ze democratisch controleren. Coöperaties hebben een collectief doel met een zakelijke basis. De leden bundelen hun krachten in de coöperatie om hun individuele en gezamenlijke doelen te bereiken en waarde te creëren voor de leden. Ecologisch maaibeheer: Ecologisch maaibeheer betekent dat bij het maaien rekening wordt gehouden met de aanwezige flora en fauna door bijvoorbeeld minder maaien, meer gefaseerd maaien en maaisel afvoeren. De maaier moet ervoor zorgen dat er een visueel aantrekkelijk en gevarieerd terrein met een hoge natuurwaarde ontstaat. De soortenrijkdom van planten en dieren wordt daardoor vergroot.

Energiegemeenschap: Is een entiteit die, zonder winstoogmerk, ten behoeve van haar leden of aandeelhouders activiteiten op de energiemarkt verricht met als hoofddoel het bieden van economische, sociale of milieuvoordelen voor haar leden, of aandeelhouders en/of omgeving waar ze werkzaam is. Financiële participatie: De mogelijkheid om financieel deel te nemen aan het project, of op een andere manier profijt te hebben door een tegemoetkoming. Bijvoorbeeld in de vorm van financiële obligaties, eigendomsparticipatie, een omgevingsfonds of combinatie hiervan. Gebiedsgerichte spoor: Een gebiedsgerichte aanpak voor grootschalige zonnevelden (trede 4 van de zonneladder), met relatief grote maatschappelijke impact, die onder bepaalde ruimtelijke en maatschappelijke voorwaarden en criteria in zoekgebieden gerealiseerd kunnen worden. Grondopstelling: Zonnepanelen in veldopstelling. Initiatiefnemer: Partij die een zonnestroominstallatie of zonneveld wil realiseren. Kleinschalig zonneveld: In dit beleidskader wordt hieronder opstellingen van zonnepanelen verstaan die kleiner zijn dan 500 m2 (gelijk aan 666 m2 inclusief landschappelijke inpassing zoals struweel en hagen. 1

Koppelkansen: Het combineren van meerdere opgaven in een gebied met bijvoorbeeld kringlooplandbouw, biodiversiteit, klimaatadaptatie en tegengaan van bodemdaling. kWp: Kilowattpiek is een eenheid voor geleverde energie van een zonnestroomsysteem. Met een instraling van 1.000 watt per vierkante meter betekent dit dat een zonnepaneel van 1 m² een vermogen heeft van 100 à 200 wattpiek. Om een PVinstallatie met een vermogen van 1 kWp (1.000 Wattpiek) te bouwen zijn dan 5 à 10 m² zonnepanelen nodig. Locatiespecifieke spoor: Het locatiespecifieke spoor omvat zonnevelden conform trede 2 en 3 van de zonneladder. De ontwikkeling van zonnevelden binnen dit spoor zijn mogelijk binnen de gehele gemeente Nieuwkoop en zijn enkel onderhevig aan toetsing aan de ruimtelijke voorwaarden binnen dit beleidskader. Lokaal eigendom: Inwoners en lokale ondernemers zijn collectief (mede) eigenaar van een project (zonneveld) en hebben zeggenschap over de ontwikkeling inclusief (een deel van) de opbrengsten. De entiteit van een collectief is coöperatief, meestal in de vorm van een energie-, wijk- of gebiedscoöperatie. Maatschappelijke tender: De procedure waarbij een opdrachtgever bekendmaakt dat hij een opdracht wil laten uitvoeren en geïnteresseerde partijen vraagt om een plan in te dienen. De plannen worden niet alleen beoordeeld op ruimtelijke, maar ook op maatschappelijke criteria.

Meervoudig ruimtegebruik/ multifunctionaliteit: Het benutten van bestaande en nieuwe bebouwing en functies die combinaties kunnen vormen met zonne-energie. Voorbeelden zijn: ➢ Zonnevelden in combinatie met bedrijventerreinen, glastuinbouw, bestaande infrastructuur als parkeerplaatsen, voormalige stortplaatsen etc. ➢ Zonnevelden die gecombineerd worden met – of een bijdrage leveren aan - opgaven voor het verbeteren van de waterhuishouding, het bieden van perspectieven voor agrarische bedrijven (landbouw) en het verhogen van de biodiversiteit (natuurwaarde) in een gebied. Omgevingsfonds: Een deel van de opbrengsten komt ten goede aan maatschappelijke doelen in de buurt. Omwonendenregeling: Direct omwonenden ontvangen voordeel, bijvoorbeeld in de vorm van verduurzaming van hun woning, korting op groene stroom of een vergoeding. Omwonende: Persoon wonend binnen een afstand van 350 meter van het object. De afstand wordt gemeten vanaf de dichtstbijzijnde rand van het object. Opbarsting: Dit is het ongecontroleerd omhoog komen van dieper grondwater. Opbarstrisico’s hangen samen met de veranderende druk van de deklaag als gevolg van vergraven of retourbemaling. Dit speelt dus alleen bij de aanleg of uitdiepen van watergangen of bemalingen met retourbemaling. 2

Opslagmogelijkheid: Een installatie die ter plaatse opgewekte energie kan opslaan. Dit kan in de vorm van batterijen of electrolysers. Oriëntatiegebied: Gebied waarbinnen mogelijkheden worden gezien om zonnevelden te plaatsen. Het is een gebied dat in de oriëntatiefase zit. Nadere uitwerking is nodig om te bepalen of een zonneveld in het gebied of deel van het gebied toegelaten kan worden. Op de zoekgebiedenkaart van RES 1.0 Holland Rijnland zijn zes oriëntatiegebieden gezet voor grootschalige zonnevelden binnen de gemeente Nieuwkoop. Deze gebieden zijn uitgewerkt tot zoekgebied. Proces participatie: Het actief betrekken van inwoners en lokale stakeholders, bijvoorbeeld via inspraakavonden of het inrichten van klankbordgroepen. Productieplafond: De tot 2030 gestelde maximum opwekcapaciteit binnen de gemeente Nieuwkoop, bedragend 0,08 TWh per jaar. Dit productieplafond is tevens een ambitie om naartoe te werken. Projectplan: Een basisdocument voor de uitvoering van een project, waarin alle fasen van het project zo concreet mogelijk worden beschreven. RES: Een regionale energiestrategie (RES) is het document van een regio waarin de afspraken over energiebesparing, warmte en duurzame energie staan. Nederland kent 30 energieregio’s met ieder een eigen RES. TWh: Een terawattuur is een eenheid voor energie die gelijk is aan 1.000.000.000.000 wattuur, weergegeven met het symbool TWh.

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat alle energieregio’s samen in 2030 ten minste 35 terawattuur aan grootschalige duurzame elektriciteit, met bestaande bewezen technieken, op land opwekken. Weidevogelrijk gebied: Een gebied waarin – volgens weidevogeltellingen (aanwezige nesten) - veel weidevogels voorkomen, en niet in een beschermingscategorie 2 gebied valt. Zoekgebied: Een gebied waarvoor – langs de weg van een Greendeal (in combinatie met een energiegemeenschap) of maatschappelijke tender – plannen kunnen worden gemaakt voor grootschalige zonnevelden (trede 4 zonneladder). In een zoekgebied wordt de grond primair gebruikt voor de productie van groene stroom en de inkomsten ervan vormt de hoofdactiviteit van de eigenaar van de installatie. Zonnestroominstallatie: Een installatie van zonnepanelen (in dit beleidskader vaak gebruikt voor kleine installaties hoofdzakelijk voor eigen gebruik). Zonneveld: Een veldopstelling van zonnepanelen voor het opwekken van zonneenergie (productie elektriciteit of warmte.

3

Bijlage B Vigerend beleid In deze bijlage worden de huidige ruimtelijke beleidskaders beschreven die van invloed zijn op de mogelijkheden voor grootschalige zonnevelden binnen de gemeente Nieuwkoop. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen beleid dat is vastgesteld door de rijksoverheid, de provincie, de gemeenten en afspraken die zijn vastgelegd in RES 1.0 Holland Rijnland.

B.1

Rijksbeleid Klimaatwet Om conform het Klimaatakkoord van Parijs de wereldwijde opwarming van de aarde en de verandering van het klimaat te beperken heeft Nederland op 2 juli 2019 de Klimaatwet vastgesteld. In de Klimaatwet staan drie doelen: 1. een vermindering van 49% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2030; 2. een vermindering van 95% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2050; 3. 100% broeikasgas-neutrale elektriciteit in 2050. Ter uitvoering van de Klimaatwet heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat op 1 april 2020 het Klimaatplan vastgesteld voor de komende 10 jaar (20212030). Het Klimaatplan, beschrijft de laatste wetenschappelijke inzichten over klimaatverandering, technologische ontwikkelingen, internationale beleidsontwikkelingen en de economische gevolgen. De inhoud van het Klimaatplan is voor een belangrijk deel bepaald door de hoofdlijnen van het Klimaatakkoord, dat in juni 2019 tot stand is gekomen met betrokkenheid van meer dan 100 maatschappelijke (publieke en private) partijen. In het Klimaatakkoord staan afspraken tussen de overheid en vijf betrokken sectoren (elektriciteit, industrie, bebouwde omgeving, landbouw en transport). Deze afspraken moeten er voor zorgen dat in 2050 de doelen, zoals opgenomen in de Klimaatwet, worden gehaald.

Afspraken over de opwek van duurzame energie, waaronder zonne-energie, zijn vastgelegd in het hoofdstuk ‘Elektriciteit’. Zo is afgesproken dat in 2030 70% van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen komt. Dat gebeurt met windturbines op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonnevelden. Voor wind en zon op land is afgesproken dat in 2030 minimaal 35 TWh geproduceerd moet worden.

Nationale Omgevingsvisie Op nationaal niveau is het vigerend ruimtelijk beleid vastgelegd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), vastgesteld in 2020. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het gaat daarbij om het uitzetten van een koers om opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw in goede banen te leiden. Het streven is daarbij de kwaliteit van de leefomgeving te behouden en zoveel mogelijk te versterken. Prioriteiten binnen de NOVI zijn: ➢ Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie.

➢ ➢ ➢

Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio’s. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Daarnaast stelt de Rijksoverheid enkele nationale belangen vast, waarvoor zij de systeemverantwoordelijkheid draagt. Eén van de nationale belangen is het realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening (die in 2050 CO₂-arm is) en de daarvoor benodigde hoofdinfrastructuur. In dit nationale belang worden de afspraken in zowel het Klimaatakkoord van Parijs als het nationale Klimaatakkoord (ontwerp 2018) herbevestigd. Dit betekent dat de transitie naar een CO2-arme energievoorziening in 2050 gerealiseerd moet zijn, door dan 95% minder uitstoot van broeikasgassen te realiseren ten opzichte van 1990. In de NOVI worden ook richtingen meegegeven die bij de inpassing van duurzame energie – in RES-verband – kunnen worden gebruikt.

Specifiek voor gemeente Nieuwkoop De afwegingprincipes van de NOVI leiden tot een voorkeur voor zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen. Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen, kan blijken dat ook locaties in het landelijk gebied nodig zijn. Ook in dat geval gaat de voorkeur uit naar het zoeken van slimme functiecombinaties. Hoewel natuur- en landbouwgebieden daarbij niet volledig worden uitgesloten, ligt de voorkeur bij gronden met een andere primaire functie dan landbouw of natuur, zoals waterzuiveringsinstallaties, vuilnisbelten, binnenwater en areaal in beheer van het Rijk (zoals Rijkswaterstaat, ProRail, Staatsbosbeheer), waaronder waar mogelijk bermen van spoor- en autowegen.

Zonnebrief In de Zonnebrief (d.d. 06-07-2023) schetst de minister van Economische Zaken en Klimaat de route naar duurzame groei. Zes onderwerpen worden aangeduid die in acht moeten worden genomen bij de ontwikkeling van zon-PV ➢ Ruimtelijke aspecten: schaarste ruimte zo efficiënt mogelijk benutten. Landbouw- en natuurgronden waar mogelijk ontzien en het gebruik van de zonneladder. ➢ Verantwoorde en kwalitatieve ontwikkeling van zon-PV met oog voor circulariteit. ➢ Netcapaciteit en systeeminpassing: Het blijft prioriteit van het kabinet om in samenwerking met de netbeheerders en betrokken partijen het elektriciteitsnet zo snel mogelijk uit te breiden, zodat het net de groei van de elektriciteitsvraag, en de CO2-vrije invulling daarvan middels onder andere hernieuwbare opwek uit zon en wind zoveel mogelijk kan faciliteren. ➢ Rechtvaardige verdeling van baten bij zon-PV. ➢ Vergroting productiecapaciteit van zon-PV in Nederland en Europa. ➢ Veilig werken en veilige installaties van zon-PV.

B.2

Provinciaal beleid Omgevingsvisie De provincie Zuid-Holland wil het gebruik van zonne-energie actief faciliteren en ondersteunen, omdat zonne-energie een groeiende bijdrage levert aan de productie van hernieuwbare energie. Voorop staat de voorkeur voor meervoudig ruimtegebruik, zoals het benutten van daken en overige geschikte functies. In een provincie waarin onbebouwde ruimte een schaars en waardevol goed is, is een terughoudende benadering van zonnevelden in die open ruimte op zijn plaats, in combinatie met een stimulerende benadering voor zonnepanelen en warmtecollectoren op dak. Het aantal initiatieven voor het opwekken van duurzame energie door middel van zonne- energie blijft toenemen. Ook in de RES’en 1.0 (juli 2021) wordt een belangrijk deel van de geformuleerde ambitie van de regio’s voor de opwek van duurzame elektriciteit ingevuld met zonne-energie. Zonnevelden buiten bestaand stads- en dorpsgebied hebben invloed op de kwaliteit van het landschap en de ruimte voor voedselproductie. In de provincie Zuid-Holland is onbebouwde ruimte een schaars en waardevol goed. Zorgvuldig omgaan met deze schaarse ruimte is daarom uitgangspunt van beleid. Het beleid voor zonne-energie is gebaseerd op de volgende principes: ➢ Meervoudig ruimtegebruik. Benut bestaande en nieuwe bebouwing en overige functies die combinaties kunnen vormen met zonne-energie.

(PV en warmtecollectoren); ➢ Bescherming van de schaarse open ruimte en landschapswaarden. Dit betekent dat de provincie terughoudend is met het toestaan van zonnevelden; ➢ Een goede ruimtelijke ordening, waarbij infrastructuur (energienetwerk) als leidend principe wordt gehanteerd. Wek energie op daar waar het gebruikt wordt (in of nabij de bebouwde omgeving) en waar aansluiting op het energienetwerk logisch is; ➢ Ruimtelijke kwaliteit, zorgvuldig omgaan met de bestaande functies en kwaliteiten van het gebied. Bij de locatiekeuze, omvang en inrichting van een zonneveld zijn de regels voor ruimtelijke kwaliteit uit de Omgevingsverordening altijd van toepassing. Uitgaande van deze principes maakt de provincie de realisatie van zonne-energie ruimtelijk mogelijk, binnen het bestaande stads- en dorpsgebied en onder voorwaarden op een aantal voorkeurslocaties en functies daar buiten (de provinciale uitwerking van de zonneladder): 1. Op daken en binnen bestaand stads- en dorpsgebied; 2. Locaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied – meervoudig ruimtegebruik; 3. Overige locaties buiten bestaand stads- en dorpsgebied.

Omgevingsverordening De provincie biedt ruimtelijke mogelijkheden aan zonne-energie. Voor zover een bestemmingsplan van toepassing is op een nieuw zonneveld, laat het bestemmingsplan dit alleen toe op de volgende locaties:

agrarische bouwpercelen; gronden met een functie verkeersinfrastructuur of ten dienste daarvan; slibdepots, waterbassins, spaarbekkens, waterbergingsgebieden en voormalige stortplaatsen; ➢ glastuinbouwgebied mits er sprake is van meervoudig ruimtegebruik en aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied; ➢ gronden waar een stedelijke functie is toegekend, maar waar die functie nog niet is gerealiseerd; ➢ een windpark. ➢ ➢ ➢

In afwijking op deze locaties zijn in zoekgebieden voor zon uit de Regionale Energiestrategieën die door provinciale staten zijn vastgesteld ook buiten deze locaties kleine zonnevelden mogelijk, mits het zoekgebied verder is uitgewerkt en regionaal is afgestemd.

Specifiek voor gemeente Nieuwkoop Voor het locatiespecifieke spoor zijn voor de gemeente Nieuwkoop de volgende beleidscategorieën (type locaties) uit de handreiking van de provincie relevant: ➢ Infrastructuur. Nieuwkoop kenmerkt zich als een landelijke gemeente met veel open landschap (droogmakerijen), waar provinciale wegen doorheen lopen. Voor behoud van het open landschap is deze categorie minder geschikt. ➢ Voormalige stortplaatsen, slibdepots en spaarbekkens. De voormalige stortplaats in Woerdense Verlaat biedt kansen voor een zonneveld. De afdeklaag is arme grond en de opbrengst van het maaisel is gering. Door op de stort en tegen het talud aan zonnepanelen te plaatsen, krijgt dit gebied een nuttige bestemming. Bij kleinschalige spaarbekkens in relatie met de glastuinbouw zijn drijvende zonnepanelen kansrijk. ➢ In het glastuinbouwgebied (concentratiegebied en maatwerkgebieden) bestaan er – vanuit de POVI – mogelijkheden voor zonnevelden. Doordat de glastuinbouw een energiebehoeftige sector is, en verder kan verduurzamen naar een energieneutrale bedrijfsvoering, kan een koppeling met energielevering via zonnevelden de sector helpen om energieneutraal te worden. Dit betekent dat een initiatief voor een zonneveld in samenhang gezien moet worden met de energiehuishouding van glastuinbouwbedrijven in de directe omgeving van een dergelijk veld. ➢ Stads- en dorpsranden.

Uit het participatietraject met inwoners over de RES 1.0 Holland Rijnland blijkt dat er grote waarde wordt gehecht aan de directe woonomgeving en de landschappelijke en cultuurhistorische waarde van dorpsaangezichten. Gemeente Nieuwkoop zal terughoudend zijn als initiatieven zich op deze dorpsranden richten tenzij de omgevingsparticipatie een positieve houding oplevert ten aanzien van een dergelijk initiatief. In het geval dat het initiatief aansluit op een dorpsrand waar een bedrijventerrein ligt, geldt dat dit de houding van de gemeente positief beïnvloed.

RES 1.0 Holland Rijnland In de Klimaatwet is vastgelegd dat de Nederlandse emissies van broeikasgassen in 2030 gedaald moet zijn met 40% en in 2050 met 95% ten opzichte van het jaar 1990. In 2050 moet de volledige elektriciteitsproductie CO2-neutraal zijn. In 30

verschillende regio’s is een strategie opgesteld om invulling te geven aan deze doelstellingen. In het Klimaatakkoord is als doel gesteld dat de 30 regio’s samen 35 TWh aan duurzame energie op te wekken in 2030. Per Regionale Energiestrategie (RES) beschrijft elke regio de eigen keuzes en afwegingen. Een van die regio’s is de energieregio Holland Rijnland, waar de gemeente Nieuwkoop onder valt. Binnen deze regio Holland Rijnland werken 13 gemeenten, 2 waterschappen en provincie ZuidHolland. De RES 1.0 Holland Rijnland heeft de ambitie om in 2030 1,14 TWh aanvullende opwek van hernieuwbare elektriciteit gerealiseerd te hebben. Vanuit de landelijke opgave van 35 TWh wordt dit als een passende inzet voor de regio gezien. De inzet is een combinatie van zonnepanelen op grote daken (ca 0,25 TWh), zonnevelden en windturbines. Voor windturbines wordt gezocht naar passende locaties vanuit het elektriciteitsnetwerk in combinatie met ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijk draagvlak. Naast de opwek ambities zijn er ook doelen gesteld om energieverbruik te verminderen met 11% in 2030 (ten opzichte van 2014). Een vermindering van 11% betekent een besparing van 1,1 TWh. In 2050 is dit doel voor vermindering van het energieverbruik 30%. Om het buitengebied zoveel mogelijk te ontzien wordt sterk ingezet op zon op daken. Opwek van zonne-energie op grote daken ontwikkelt zich steeds sneller.

Echter is de verwachting dat deze toename ergens tussen nu en 2030 afvlakt, vanwege het dalend beschikbare (bruikbaar) dakoppervlak. De regionale inzet van 0,25 TWh wordt op basis van het groeiproces als realistisch gezien. De overige 0,89 TWh wordt opgewekt door middel van een combinatie zon en wind op land. Vanuit de RES 1.0 zijn hiervoor zoekgebieden voor wind en zon aangewezen. Voor de gemeente Nieuwkoop betreft dit enkel zoekgebieden voor opwek door middel van zonne-energie. De gemeenteraad heeft in juni 2021 de RES 1.0 vastgesteld voor een productieplafond van 0,08 TWh duurzame elektriciteit op land in 2030. Plaatsing van zonnevelden en windturbines is uitgesloten in Natura 2000 en Natuur Netwerk Nederland (NNN) gebieden en gemeente Nieuwkoop ziet vooralsnog geen mogelijkheden voor het plaatsen van grote en middelgrote windturbines.

Beperkingen windturbines in Nieuwkoop Voor twee derde van het grondgebied van de gemeente Nieuwkoop zijn hoogtebeperkingen van Schiphol (Luchtindelingsbesluit) van invloed op de plaatsingsmogelijkheden van windturbines. Volgens de kaarten van Nationaal Programma RES zouden windturbines met een vermogen van 3,6 MW kunnen volstaan. Echter gelden voor dat gebied hoogtebeperkingen van 120 tot 146 meter. Bij windturbines is de tiphoogte bepalend wat maakt dat ook 3,6 MW turbines (met tiphoogte tot circa 180 meter) te hoog zijn, terwijl kleinere windturbines (3 MW, masthoogte 91 meter, tiphoogte max 150 m) economisch voor energie-exploitanten minder interessant zijn. Inspectiedienst Leefomgeving & Transport (ILT) geeft aan dat er geen vrijstellingen verleend worden in die gebieden waar hoogtebeperkingen gelden die in het verlengde liggen van start -en landingsbanen. Het plaatsen van windturbines in de vogelrijke natuurgebieden heeft gemeente Nieuwkoop uitgesloten. De Natura 2000 en NatuurNetwerkNederland gebieden in

Nieuwkoop hebben een beschermde status. Verstoring van deze gebieden heeft haar doorwerking naar het omliggende landelijk gebied als foerageergebied en migratieroute voor diverse doelsoorten. Mede gelet op de stikstofcrisis, wat ook het Natura 2000 gebied raakt, staan Nieuwkoop en Provincie voor een grote natuurherstel opgave in het gebied (Europese instandhoudingsverplichtingen).

Oriëntatiegebieden zonnevelden Proces oriëntatie(zoek)gebieden zonnevelden Tijdens de eerste participatieronde rondom de RES 1.0 Holland Rijnland is bepaald welke gebieden mogelijkheden bieden voor het ontwikkelen van zonnevelden. Vanuit de ruimtelijke kwaliteit is gekeken welke gebieden interessant zijn. Er is onderzocht waar vraag en aanbod bij elkaar komt, of er koppelkansen aanwezig zijn en in hoeverre het elektriciteitsnet berekend is op energielevering. Tijdens de eerste participatieronde hebben inwoners gereageerd op de kansenkaarten zon en wind en alternatieven aangedragen die relatief ver van de dorpskernen afliggen. De ‘kansenkaart zon’ is daarop aangepast en omgezet in een oriëntatiekaart met oriëntatie(zoek)gebieden voor zonnevelden. Deze oriëntatiekaart (figuur 2 in paragraaf 3.2) maakt deel uit van de RES kaart uit de RES 1.0 Holland Rijnland. Figuur 1

Zoekgebieden grootschalige energieopwekking RES 1.0

B.3

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie gemeente Nieuwkoop De Omgevingsvisie is één van de instrumenten van de nieuwe Omgevingswet. De Omgevingsvisie is een plan op hoofdlijnen en geeft de ambities voor (ruimtelijke) plannen en projecten in de gemeente.

In de Omgevingsvisie van gemeente Nieuwkoop, vastgesteld op 8 juli 2021, wordt gesteld op zoek te gaan naar locaties binnen het landschap die geschikt zijn voor zonnevelden. Bij plannen van initiatiefnemers voor energie-opwek wordt rekening gehouden met andere opgaven, zoals woningbouw, natuur en recreatie. Daarnaast dient ook rekening gehouden te worden met de milieueffecten die kunnen ontstaan als gevolg van duurzame energieopwek. Hierbij zijn beschermde natuurgebieden als Natura 2000-gebieden en Natuur Netwerk Nederland bij voorbaat uitgesloten voor de opwek van energie.

Omgevingsplannen Voor grootschalige zonnevelden (trede 4), binnen het gebiedsgerichte spoor, zal altijd afgeweken worden van het omgevingsplan. Omgevingsvergunning Voor een zonneveld is een omgevingsvergunning nodig.

Bijlage C Ruimtelijke ontwikkelingen C.1

Nationaal programma landelijk gebied In het Nationaal Programma Landelijk Gebied werkt het Rijk samen met de provincies aan een gebiedsgerichte aanpak om de grote opgaven voor onze leefomgeving zoals de bodem- en waterkwaliteit en de noodzakelijke stikstofreductie gezamenlijk aan te pakken. Het Nationaal Programma Landelijk gebied is aangekondigd in de Nationale Omgevingsvisie en is opgenomen in het coalitieakkoord 2021-2025 van het kabinet Rutte IV. Onder het landelijk gebied verstaan we heel Nederland zonder het stedelijk gebied en de grote wateren. De te behalen doelen op het gebied van natuur, stikstof, water, bodem en klimaat worden op deze manier gezamenlijk en in samenhang aangepakt. Het programma landelijk gebied wordt verwacht in het derde kwartaal van 2024. Met het oog op dit programma is in dit beleidskader van belang deze ontwikkelingen in beeld te hebben. Zuid – Hollands Programma Landelijk Gebied Provincie Zuid-Holland heeft een voorontwerp van het Provinciaal Programma Landelijk Gebied voorgelegd aan het Ministerie van LNV. Dat programma is opgesteld voor het vertalen van doelen naar het grondgebied van Zuid-Holland en het verkrijgen van financiering vanuit het Rijk. In het Provinciaal Programma zijn drie gebieden onderscheiden; Veenweiden, Kust en Duinen en Zuid-Hollandse Delta. De uitdagingen verschillen per gebied.

De gebiedsgerichte aanpak voor het veenweidegebied bevat enkele opgaven zoals het tegengaan van bodemdaling, vermindering van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats, verbetering van de waterkwaliteit, verbinden van kleine natuurgebieden en verbeteren van leefgebied voor weidevogels. Aan de ontwikkeling van zonnevelden moeten eisen worden gesteld waarmee invulling wordt gegeven aan de overige opgaven die gelden voor het landelijk gebied, volgend uit het Zuid-Hollandse Programma Landelijk Gebied. Bestuursovereenkomst Groene Hart Het Groene Hart is één van de 16 gebieden die zijn onderscheiden in het kader van de Nationale Omgevingsvisie Extra (NOVEX). Door alle overheidspartners in het gebied is een gezamenlijk ontwikkelperspectief opgesteld. De overeenkomst vormt de basis voor de ontwikkeling van het gebied, inclusief uitvoeringsafspraken en gezamenlijke investeringsbesluiten. Kernopgave bestaat uit het stabiliseren van veenbodems en het robuust inrichten van het watersysteem waarbij het landschap van het Groene Hart herkenbaar blijft en kwaliteit wordt toegevoegd. Uitgangspunt is dat alle ruimtelijke functies (wonen, werken, recreëren, energieopwekking) ontwikkeld kunnen worden mits dit passend is bij het bodem- en watersysteem van het Groene Hart en het de herkenbaarheid van het Groene Hart versterkt.

Met de tijdelijke functie van energieopwekking moet een bijdrage worden geleverd aan de opgaven zoals verwoord in het PPLG en bovengenoemde Bestuursovereenkomst.

1

C.2

Landbouw en glastuinbouw Landbouw Gemeente Nieuwkoop is een landelijke gemeente met dertien dorpskernen en een groot areaal aan landbouwgrond. Daarvan is grofweg driekwart droogmakerij en wisselend geschikt voor akkerbouw en veeteelt (met name melkveehouderij). Voor zonnevelden is grond nodig wat het beschikbare landbouwareaal onder druk zet. Daarmee kan productieve landbouwgrond verloren gaan die voorheen voor de voedselvoorziening werd gebruikt. Anderzijds kunnen de inkomsten van zonnevelden agrarische ondernemers perspectief bieden en helpen hun bedrijfsvoering te verduurzamen; zeker in combinatie met zonnepanelen op agrarische daken en kleine windmolens. De manier hoe in de toekomst landbouw wordt bedreven, is sterk afhankelijk van overheidsbeleid. Zo heeft de Europese Commissie de derogatie (uitzonderingspositie) op de nitraatrichtlijn voor Nederlandse agrariërs ingetrokken. Vanaf 2026 krijgen zij geen uitzondering meer om meer dan 170 kg mest per hectare uit te rijden. Het gevolg is dat veehouders meer grond nodig hebben om mest uit te rijden, hun veestapel verkleinen of andere maatregelen moeten treffen. Een andere grote impact op het boerenbedrijf zijn de strengere normen vanuit de Natuurherstelwet. Op 12 juli 2023 stemde het Europees Parlement voor een nieuwe Europese Natuurherstelwet die aangetaste natuur in Europa en Nederland moet helpen herstellen (zie C.3).

Glastuinbouw Naast akkerbouw en veeteelt is de glastuinbouw een belangrijke sector binnen de gemeente. Voor glastuinbouw is, afhankelijk van de teelt, over het algemeen veel warmte, licht en CO2 nodig. Het gas -en elektriciteitsverbruik in deze sector is fors hoger dan in de gebouwde omgeving (woningen en utiliteit). De glastuinbouw in Nieuwkoop is noordelijk in de gemeente te vinden. Daar waar glastuinbouw is, is een hoger aanbod van beschikbare energie nodig. Het overgrote deel van de tuinders heeft een WKK-installatie op aardgas draaien. De sterk stijgende kosten voor aardgas maakt de overstap naar duurzame alternatieven, zoals geothermie1, aantrekkelijker. De verduurzaming van deze sector vraagt tegelijkertijd – naast het huidige verbruik – om meer elektriciteit. Om deze duurzaam te produceren, zouden zonnevelden – op landbouwpercelen grenzend aan de kassen – uitkomst kunnen bieden.

1

Geothermie is het winnen van warmte uit diepere aardlagen.

2

C.3

Natuurontwikkeling Stikstof Uit onderzoek van de Wageningen Universiteit (augustus 2023) blijkt dat beschermde natuurgebieden te lijden hebben onder de depositie van stikstof in deze gebieden. De stikstofdepositie moet terug naar de kritische depositiewaarden (KDW2). De herziening van de kritische depositiewaarde (KDW) heeft geleid tot een gemiddelde verlaging van 19,0 kilogram stikstof per hectare per jaar naar 17,7 kilogram voor alle natuurtypen die stikstofgevoelig zijn. Voor sommige natuurtypen blijft de KDW onveranderd, terwijl deze voor andere natuur aanzienlijk daalt. Bij een gemiddelde depositiewaarde rond de 14 kg stikstof per ha per jaar (circa 1000 mol), zou een groot deel van de natuur redelijk rond de kritische depositiewaarden liggen. Er ligt een grote opgave om natuurgebieden veerkrachtiger en biodiverser te maken door de stikstofdepositie op deze gebieden te verlagen. Deze opgave speelt ook in Nieuwkoop. Nieuwkoop beschikt over een Natura 2000 gebied (Nieuwkoopse Plassen) en NatuurNetwerkNederland (NNN-) gebieden. De aanwezigheid van deze gebieden heeft een effect op zowel de landbouwactiviteiten in en rond deze gebieden als het beheer van de natuurgronden zelf. Mogelijk zorgt dit ervoor dat er elders meer grond nodig is ter compensatie voor (verloren gegane) agrarisch grond of ter extensivering van de landbouwactiviteit.

Dat kan haar weerslag hebben op de beschikbaarheid van grond voor zonnevelden. Instandhoudingsverplichtingen In de natuurgebieden zelf is er geen ruimte voor zonnevelden. De natuurdoelen in het Natura 2000 gebied en de NatuurNetwerkNederland gebieden (NNN gebieden) zijn namelijk op geen enkele wijze verenigbaar met het plaatsen van zonnevelden binnen de begrenzing van deze natuurgebieden. De aanleg ervan – bovengronds en ondergronds – als wel de winning van zonne-energie zorgt voor ernstige verstoring in deze gevoelige gebieden. Door verstoring verdwijnen kenmerkende diersoorten, mede als gevolg van wegvallende habitats. Dit is wettelijk niet toegestaan binnen de Natura 2000 verplichtingen. De verstoring heeft haar doorwerking naar het omliggende landelijk gebied (sprake van externe werking) als foerageergebied en migratieroute voor diverse doelsoorten en voor het functioneren en verbinden van de verspreide Natura 2000 gebieden binnen en buiten onze regio. Om zich te kunnen houden aan de Europese instandhoudingsverplichtingen (Vogel -en Habitatrichtlijn) en te voldoen aan allerlei wet- en regelgeving (o.a. Europese Natuurherstelwet, Wet stikstofreductie en natuurverbetering, Nitraatrichtlijn, Kaderrichtlijn Water) staan Nieuwkoop en Provincie voor een grote natuurherstel opgave in dit Natura 2000 gebied en de NNN-gebieden.

2

De kritische depositiewaarde (KDW) is de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie.

3

C.4

Klimaatadaptatie en bodemdaling Klimaatverandering heeft veel gevolgen voor de waterhuishouding. Droogte is – in het voorjaar en de zomer – een steeds bekender probleem als gevolg van stijgende temperaturen. Daarnaast zijn ook overstromingen en hevige regenval vaker te verwachten. Er is meer ruimte voor water nodig en ‘gebiedseigen’ water moet zoveel mogelijk vastgehouden kunnen worden. Het vasthouden of toevoegen van oppervlaktewater zorgt er tegelijkertijd voor dat bodemdaling in veenweidegebieden tegengegaan wordt. Ook biedt het nieuwe mogelijkheden voor natuurontwikkeling, wonen en recreatie. Een flexibel peilbeheer is nodig om ons aan te kunnen passen aan het veranderende klimaat. Het uitgangspunt is: ‘functie volgt peil’. Een verhoogd grondwaterpeil in veengebied zorgt er tevens voor dat minder CO2 vrij zal komen. Water speelt een hoofdrol in, en grenzend aan, de Natura 2000 en NNN-gebieden. Vanwege verlies van leefgebied en minder foerageermogelijkheden is de combinatie met zonnevelden in natuurgebieden ongewenst. In de overgangsgebieden (tussen natuur en andere gebieden met een andere functie) wordt ook kritisch naar de inpassing van zonnevelden gekeken. Deze gebieden leveren namelijk een bijdrage aan de gunstige staat van instandhouding voor behoud en herstel van de biodiversiteit in 22 Natura 2000 en NNN-gebieden.

De aanpak in deze gebieden is gericht op systeemherstel in samenhang met opgaven voor biodiversiteit, stikstof, klimaat, water en landbouw. In de overgangsgebieden maakt natuurherstel deel uit van de plannen voor zonnevelden. In de droogmakerijen liggen koppelkansen door de laaggelegen drooggemalen polders gedeeltelijk onder water te zetten en op het water drijvende zonnepanelen te plaatsen. Dit kan in bepaalde gevallen tegendruk geven waarmee voorkomen wordt dat een naastgelegen moerassig gebied leeg zal lopen. Anderzijds zijn grote delen van de polder opbarsting gevoelig en dient verzilting van de gronden voorkomen te worden.

C.5

Energietransitie Hoofdopgave beleidskader De hoofdopgave voor het beleidskader zonnevelden is de energietransitie, waarbij de nadruk ligt op duurzame energieopwekking. Nieuwkoop heeft als doel gesteld om in 2030 te komen tot een productie van maximaal 0,08 TWh groene stroom per jaar. Daarvan is 0,02 TWh gereserveerd voor zonnepanelen op grote daken en 0,06 TWh voor zonnepanelen in veldopstelling op land. Dit laatste komt ongeveer overeen met 60 hectare aan zonnevelden, afhankelijk van onder andere: de mate van verdichting van zonnepanelen, oriëntatie ten opzichte van de zon en het opwekrendement van de panelen. Netcapaciteit en netcongestie Een belangrijke opgave om te kunnen voldoen in de transitie naar duurzaam opgewekte energie ligt bij netbeheerders. Netbeheerder Liander gaat de komende jaren de elektriciteitsinfrastructuur in Holland Rijnland flink uitbreiden om de groeiende vraag naar elektriciteit in de regio aan te kunnen. De vraag naar elektriciteit groeit door de elektrificatie van vervoer en warmte en andere processen die voorheen 4

energie uit aardgas haalden. Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat het elektriciteitsnetwerk in Holland Rijnland de komende jaren met de helft zal moeten toenemen. Dit zal gerealiseerd worden door de bouw van nieuwe 150 kV en 50 kV stations (ook wel onderstations genoemd) en door uitbreiding van huidige onderstations. Het onderstation in Nieuwkoop heeft vooralsnog voldoende capaciteit en uitbreidingsmogelijkheden (o.a. door het inzetten van een reservetrafo voor inname van grootschalig opgewekte energie). Het onderstation gelegen in Leimuiden heeft daarentegen weinig tot geen capaciteit beschikbaar tot 2027. Van het aardgas af Naast de productie van groene stroom heeft de gemeente ook een opgave om alternatieven voor het fossiele aardgas te vinden. Eind 2021 heeft de gemeenteraad de Transitievisie Warmte vastgesteld en in het verlengde daarvan zijn wijkgerichte aanpakken opgestart. Naast een stimulans voor het verduurzamen van woningen en het aanleggen van warmtenetten kunnen hoge gasprijzen ertoe leiden dat grote afnemers van gas over willen stappen naar andere alternatieven. Deze alternatieven leiden veelvuldig tot een grote vraag naar elektriciteit.

Smart grids of energiehubs De Gebiedscoöperatie Nieuwkoop (GCN) heeft, in samenwerking met de ondernemersvereniging (VON), ondernemers geholpen om een energiegebiedssysteem te ontwikkelen voor het uitwisselen van warmte en elektriciteit tussen diverse telers in het gebied Bovenland/Papenveer. Een vergelijkbaar onderzoek is gestart voor het bedrijventerrein De Olm en omgeving. Het doel hiervan is te komen tot energienetwerken (smart grids of energiehubs) waarbinnen energie (in de vorm van warmte of elektriciteit) met verschillende bedrijven worden uitgewisseld. Binnen dergelijke netwerken zal ook opslag van energie nodig zijn om energie te kunnen gebruiken op die momenten dat het nodig is. Het effectiever gebruik van energie zorgt voor meer stabiliteit op het elektriciteitsnet. Voor de realisatie van zonnevelden zal het bij elkaar krijgen van vraag en aanbod en opslag van energie extra zwaar meewegen. Opslag Duurzame energie wordt volop opgewekt in Nederland, maar dit heeft wel tot effect dat er sterke schommelingen aan zowel de vraag- als aanbodkant plaatsvinden doordat elektriciteit uit wind en zon moeilijk te sturen is. Om deze reden is een goed functionerende energieopslag van belang. Energieopslag kan het energienetwerk in balans houden en dus file op het elektriciteitsnet, oftewel netcongestie, voorkomen.

Elektriciteit opslaan om flexibiliteit op het net te kunnen waarborgen en/of zelf op een later moment te verbruiken, is noodzakelijk. Bij het opslaan van energie is het belangrijk dat er op grotere schaal kan worden gewerkt en dat er zo min mogelijk energie in het proces verloren gaat. Opslag van elektriciteit in batterijen zorgt voor het minste conversieverlies en een chemische opslag van energie (in bijvoorbeeld waterstof, methaan of ammonia) kan vanwege de grote hoeveelheden energie voor een relatief gunstige prijs plaatsvinden. Beide vormen kunnen worden ontwikkeld.

5

Bijlage D Zoekgebieden na 2030 In deze bijlage zijn de argumenten beschreven waarom bepaalde zoekgebieden niet vóór 2030 in aanmerking komen voor de ontwikkeling van grootschalige zonnevelden via het gebiedsgerichte spoor. Nieuwkoop Zuid (gebied 2b) Aangezien ontwikkelingen in het westelijke deel van het zoekgebied Nieuwkoop Zuid worden gecompliceerd doordat deze in een weidevogelgebied beschermingscategorie 2 valt, komt dit deel niet in beeld vóór 2030. Wel blijft dit deel als zoekgebied na 2030 op de kaart staan om te kunnen anticiperen op de toenemende vraag naar groene stroom. Afhankelijk van toekomstige ontwikkelingen en beleid kan dit gebied (na 2030) weer in beeld komen voor het opwekken van zonne-energie. Vierambachtspolder (gebied 4) Dit zoekgebied ligt in het buitengebied bij Langeraar. Het betreft een klassiek voorbeeld van een droogmakerij. De daarbij horende verkaveling is nog intact. Het gebied grenst aan de gemeente Kaag en Braassem. De polder is gaaf van karakter en grootschalig open waardoor de boezemkades rondom goed zichtbaar zijn. Een zo efficiënt mogelijk gebruik van de oppervlakte in het gebied is gewenst om landbouwgrond elders te blijven benutten voor agrarische functies in het gebied. Het efficiënt gebruik zorgt voor een hoge opbrengst aan elektriciteit per hectare.

Door het ontbreken van afnemers in en rond het gebied, zal geproduceerde elektriciteit primair geleverd worden aan het elektriciteitsnet. Het gebied ligt niet in een weidevogelgebied wat realisatie van zonnevelden vergemakkelijkt. Het Rijk en provincies stellen als voorwaarde dat er sprake is van multifunctioneel gebruik van land (meervoudig ruimtegebruik). De beperkte mogelijkheden van meervoudig ruimtegebruik (en multifunctionaliteit) bemoeilijkt het realiseren van een zonneveld in het gebied. Een andere complicerende factor is dat er directe afnemers rondom het zoekgebied ontbreken en dat het gebied op enige afstand van de onderstations is gesitueerd (meer dan 4,5 km). Dat betekent dat hier geen sprake is dat dit gebied betekenisvol bijdraagt aan de vermindering van de netcongestie of zorgt voor vergroting van een efficiënter netwerkgebruik in dit gebied. Aangezien het landbouwgebied niet als transitiegebied beschouwd kan worden, kan gesteld worden dat deze buiten de uitzonderingsmogelijkheden van trede 4 van de zonneladder valt. Om die reden komt dit gebied niet in aanmerking voor het opwekken van zonne-energie tot 2030. Na 2030 kan de energievraag veranderen. Richting 2050 is de verwachting dat er steeds meer elektriciteit nodig is om aan de energievraag te voldoen. Daar blijft grond voor nodig.

Daarbij kan het opwekken van zonne-energie perspectief bieden voor de landbouw in het gebied. Het kan een bijdrage leveren aan de continuïteit van agrarische bedrijven in het gebied. Om die reden is het van belang na te gaan hoe eventuele zonnevelden in de toekomst ingepast kunnen worden. De conclusie

hierin is dat een zonneveld alleen ingepast kan worden als deze verder van de dijk af ligt. Dit om recht te doen aan de cultuurhistorische waarde, behoud van de openheid van het landschap en de beleving die inwoners met de polder hebben. Van de 110 hectare oriëntatiegebied blijft er 40 hectare zoekgebied over voor zonnevelden. Deze 40 hectare staat als zoekgebied op de kaart, waarbij eventuele ontwikkeling van zonnevelden niet eerder dan vanaf 2030 plaatsvindt. Afhankelijk van toekomstige ontwikkelingen en beleid kan dit gebied (na 2030) weer in beeld komen voor het opwekken van zonneenergie. Als er sprake is van een zonneveld, dan is het te prefereren dat daarvoor zo min mogelijk vruchtbare akkerbouwgrond wordt aangewend Voor voorbeelduitwerkingen en toelichting op ruimtelijke criteria wordt verwezen naar het rapport landschappelijke inpassing zonnevelden Nieuwkoop (Bijlage E).

Noordrand (gebied 5) In het glastuinbouwgebied in de noordrand kan na 2030 de vraag naar elektriciteit toenemen als telers alternatieven kunnen vinden voor aardgas (zie Bijlage C). Met het oog op de verduurzaming van deze sector blijft het gebied als zoekgebied op de kaart van RES 1.0 Holland Rijnland staan.

Bijlage E Eindrapportage landschappelijke inpassing zonenvelden Nieuwkoop

Eindrapportage landschappelijke inpassing zonnevelden Nieuwkoop

FLORA EN FAUNA

Peter Verkade

LANDSCHAPSARCHITECT

Project:

Regionale Energiestrategie Nieuwkoop

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwkoop

Status/Onderdeel:

Eindrapportage landschappelijke inpassing

Datum:

20 september 2023

Inhoud 1. Algemeen 2 2. Deelgebieden 3

1: De Olm oost 3 2: Polder Nieuwkoop zuid 4 3: Polder Nieuwkoop noord 5 4: Polder Vierambacht 6 5: Noordrand 7 6: Woerdense Verlaat 8

Bijlage 1. Bouwstenen landschappelijke inpassing

10

Bijlage 2. Overzicht voorbeelduitwerkingen

21

- Levend maaiveld en open landschap 11 - Rietzomen 12 - Houtsingels 15 - Bossages 18

1: De Olm oost 22 2: Polder Nieuwkoop zuid 23 3: Polder Nieuwkoop noord 24 4: Polder Vierambacht 25 6: Woerdense Verlaat 26

Bijlage 3. Presentatie Polder Vierambacht 27 Presentatie bewonersavond Langeraar 20-03-2023.pdf

- pagina 28

Bijlage 4. Presentatie Noordrand 28 230515 ontwerpend onderzoek res vrouwenakker incl posters (...) definitief.pdf

- pagina 31 - pagina 34

Bijlage 5. Presentatie Woerdense Verlaat

30

230628 Gecombineerde presentatie bewonersavond Woerdense Verlaat.pdf

- pagina 34

Peter Verkade

LANDSCHAPSARCHITECT

Project:

Regionale Energiestrategie Nieuwkoop

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwkoop

Status/Onderdeel:

Eindrapportage landschappelijke inpassing

Datum:

20 september 2023

2

1. Algemeen Toelichting op oriëntatiegebieden

Toelichting algemene uitgangspunten

De Nieuwkoopse opgave is dat ca 60 ha aan zonnevelden op het land gerealiseerd moet worden. In het proces RES 1.0 zijn hiervoor vijf oriëntatiegebieden bepaald. Het totale areaal aan oriëntatiegebieden is ruim 700 ha groot.

Bij de landschappelijke inpassing van zonnevelden stelt de gemeente voor alle locaties enkele algemene uitgangspunten als randvoorwaarde. Deze algemene uitgangspunten hebben betrekking op de landschappelijke inpassing, de situering van de panelen en de bijdrage aan biodiversiteit.

Het oriëntatiegebied Polder Nieuwkoop is opgedeeld in noord en zuid. Voor het noordelijke deel is geen ‘toetsingskader landschappelijke inpassing’ opgesteld.

5

4

3 2

1

6

Inpassing De bestaande verkavelingsstructuur wordt behouden. Landschapspatronen worden niet gewijzigd. De realisatie van zonnevelden is ‘natuurinclusief’. Er wordt altijd ruimte gereserveerd voor flora en fauna. De begrenzing van de zonnevelden wordt gerealiseerd met natuurlijke elementen zoals struweel, hagen en / of watergangen. Wanneer hekwerken nodig zijn dan worden deze landschappelijk ingepast. Situering Een belangrijk uitgangspunt is dat een ‘levend maaiveld’ onder de zonnepanelen wordt gewaarborgd. De zonnepanelen hebben voldoende afstand ten opzichte van elkaar, zodat zonlicht de bodem kan bereiken. Het Nieuwkoopse landschap is zeer open van karakter. Om deze kernkwaliteit te behouden krijgen de zonnepanelen op het land een lage opstelling (onder ooghoogte). Op deze manier blijft de horizon beleefbaar. De panelen zijn zo veel mogelijk zuid-georiënteerd en volgen de richting van het landschap. Zo wordt voorkomen dat er rommelige restruimtes ontstaan. Bouwwerken voor nutsvoorzieningen op het terrein zelf worden uit het directe zicht geplaatst (dus niet langs belevingslijnen). Biodiversiteit Net als bij andere ontwikkelingen wil Nieuwkoop ook de ontwikkeling van zonnevelden aanpakken om de biodiversiteit te stimuleren. Zowel voor de inrichting als voor het beheer moet worden aangetoond hoe de natuurwaarden verhoogd worden.

Eventuele verhardingen, bijvoorbeeld van onderhoudspaden, zijn waterdoorlatend en bieden kans voor gras om in te groeien.

Inpassing Bij het inpassen van de zonnepanelen is de bestaande verkavelingsstructuur uitgangspunt. Bij de realisatie van zonnevelden wordt er altijd ruimte gereserveerd voor flora en fauna. FLORA EN FAUNA

Begrenzing van de zonnevelden wordt gerealiseerd door natuurlijke elementen zoals struweel, hagen en of watergangen. Situering De zonnepanelen dienen voldoende afstand te hebben tot elkaar zodat zonlicht toetreding op het maaiveld mogelijk is. De orientatie van zonnepanelen volgen de richting van het landschap en zijn zoveel mogelijk zuid georiënteerd. Bouwwerken voor nutsvoorzieningen worden uit het directe zicht geplaatst.

Panelen worden niet hoger geplaatst dan de gemiddelde ooghoogte.

Biodiversiteit Bij elke ontwikkeling wordt er gewerkt aan de verbetering van de biodiversiteit, zoals het realiseren van gebiedseigen grasmengsel in combinatie met ecologisch beheer.

1. Oriëntatiegebied De Olm Oost 2. Oriëntatiegebied Polder Nieuwkoop Zuid 3. Oriëntatiegebied Polder Nieuwkoop Noord 4. Oriëntatiegebied Polder Vierambacht 5. Oriëntatiegebied Noordrand 6. Oriëntatiegebied Woerdense Verlaat

Eventuele verhardingen zijn waterdoorlatend en bieden kans voor gras om in te groeien. Het beheer wordt geoptimaliseerd voor de beoogde flora en fauna.

Peter Verkade

LANDSCHAPSARCHITECT

Project:

Regionale Energiestrategie Nieuwkoop

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwkoop

Status/Onderdeel:

Eindrapportage landschappelijke inpassing

Datum:

20 september 2023

3

2. Deelgebieden - 1: De Olm oost Ingebracht tijdens participatie

Toetsingskader landschappelijke inpassing

Het gesprek met bewoners en betrokkenen is aangegaan op basis van ontwerpend onderzoek met een landschapsanalyse, referentiebeelden, bouwstenen én voorbeelduitwerkingen voor een deel van het oriëntatiegebied.

Dit oriëntatiegebied is onderdeel van de Polder Nieuwkoop, een grootschalige droogmakerij met een rationele verkaveling en divers agrarisch grondgebruik (akkerbouw en veeteelt). Het oriëntatiegebied is ca 95 ha groot. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen de westzijde (grenzend aan het bedrijventerrein De Olm en de Nieuwveenseweg) en de oostzijde (onderdeel van de grootschalige open polder). Aan de zuidzijde wordt het oriëntatiegebied begrensd door het natuurgebied Ruygeborg 1.

Bouwstenen landschappelijke inpassing Inpassing Het aanplanten van riet. Met de mogelijkheid om overjarig riet te realiseren, die de zonnepanelen uit het zicht halen.

De algemene uitgangspunten voor de landschappelijke inpassing van zonnevelden, zoals omschreven onder 1, zijn van toepassing op deze locatie. Aanvullend is voor de locatie De Olm (oost) een aantal gebied specifieke uitgangspunten van toepassing. Deze worden hieronder beschreven.

Plangebied

Een lineaire groenstrook bestaande uit struweel en bomen van gebiedseigen soorten.

Aan de zijde van het bedrijventerrein worden houtsingels en bossages toegepast. Enerzijds om het bedrijventerrein in te passen in het open landschap. Anderzijds om de zonnevelden aan het zicht te onttrekken. In de open polder wordt het zonneveld omzoomd met brede rietzomen met overjarig riet. Watergangen binnen het zonneveld worden natuurvriendelijk ingericht. De zonnepanelen krijgen een lage opstelling. De combinatie van overjarig riet, natuurvriendelijke oevers en lage opstelling zorgt ervoor dat de zonnepanelen grotendeels aan het zicht worden onttrokken zonder dat dit ten koste gaat van de openheid van het landschap.

Voorbeelduitwerking 1

Oever met een flauw talud.

Een bossage bestaat uit struweel en bomen van gebiedseigen soorten

Situering

Ook aan het lint (de Nieuwveenseweg) worden houtsingels ingezet om het zonneveld aan het zicht te onttrekken. De houtsingels liggen in het verlengde van de erfbeplantingen. In de open polder worden rietzomen toegepast. Het zonneveld wordt achter de erven gesitueerd, op afstand van bestaande bebouwingen en / of doorgaande structuren. Hierdoor blijven doorkijken op het landschap gehandhaafd.

De zonnepanelen worden achter de bestaande bebouwing geplaatst. Hierdoor blijven doorkijken op het landschap gehandhaafd.

De zonnepanelen worden op afstand van bestaande bebouwing en of doorgaande structuren geplaatst.

Deze locatie grenst aan de natuurgebieden Ruygeborg 1 en 2. Met de ontwikkeling van het zonneveld worden natuurwaarden nagestreefd die een bijdrage leveren aan de natuurwaarden van het gebied als geheel. Het zonneveld biedt de kans om het recreatieve routenetwerk uit te breiden tussen Ruygeborg 1 en 2 en het bedrijventerrein en / of een verblijfsplek in de polder te realiseren.

Recreatie Het realiseren van een struinpad om zo een recreatieve verbinding mogelijk te maken. / Toevoegen van verblijfsvoorzieningen zoals een bank.

Voorbeelduitwerking 2

Peter Verkade

LANDSCHAPSARCHITECT

Project:

Regionale Energiestrategie Nieuwkoop

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwkoop

Status/Onderdeel:

Eindrapportage landschappelijke inpassing

Datum:

20 september 2023

4

2. Deelgebieden - 2: Polder Nieuwkoop zuid Ingebracht tijdens participatie

Toetsingskader landschappelijke inpassing

Het gesprek met bewoners en betrokkenen is aangegaan op basis van ontwerpend onderzoek met een landschapsanalyse, referentiebeelden, bouwstenen én voorbeelduitwerkingen voor een deel van het oriëntatiegebied.

Dit oriëntatiegebied is onderdeel van de Polder Nieuwkoop, een grootschalige droogmakerij met een rationele verkaveling en divers agrarisch grondgebruik (voornamelijk akkerbouw). Het oriëntatiegebied Polder Nieuwkoop is ca 295 ha groot; het zuidelijke deel is ca 215 ha groot.

Bouwstenen landschappelijke inpassing Inpassing Het aanplanten van riet. Met de mogelijkheid om overjarig riet te realiseren, die de zonnepanelen uit het zicht halen.

Er kan onderscheid gemaakt worden tussen de oostzijde (grenzend aan de Nieuwveenseweg) en de westzijde (onderdeel van de grootschalige open polder). Van noord naar zuid wordt het lint langs de Nieuwveenseweg steeds dichter en de doorzichten op het open polderlandschap steeds nauwer. De westrand van het oriëntatiegebied grenst aan een weidevogelgebied. Aan het lint

In de polder

Plangebied

De algemene uitgangspunten voor de landschappelijke inpassing van zonnevelden, zoals omschreven onder 1, zijn van toepassing op deze locatie. Aanvullend is voor de locatie Polder Nieuwkoop Zuid een aantal gebied specifieke uitgangspunten van toepassing. Deze worden hieronder beschreven. Aan het lint (de Nieuwveenseweg) worden houtsingels ingezet om het zonneveld aan het zicht te onttrekken. De houtsingels liggen in het verlengde van de erfbeplantingen. In de open polder wordt het zonneveld omzoomd met brede rietzomen met overjarig riet. Watergangen binnen het zonneveld worden natuurvriendelijk ingericht. De zonnepanelen krijgen een lage opstelling. De combinatie van houtsingels, overjarig riet, natuurvriendelijke oevers en lage opstelling zorgt ervoor dat de zonnepanelen grotendeels aan het zicht worden onttrokken. Door de houtsingels zal het lint enigszins verdichten. De polder zelf behoudt de kenmerkende openheid. Het zonneveld wordt achter de erven gesitueerd, op afstand van bestaande bebouwingen en / of doorgaande structuren. Hierdoor bijven doorkijken op het landschap gehandhaafd.

Voorbeelduitwerking 1

Oever met een flauw talud.

Aan de westzijde dient bij de inpassing van het zonneveld rekening gehouden te worden met het weidevogelgebied.

Een lineaire groenstrook bestaande uit struweel en bomen van gebiedseigen soorten.

Een bossage bestaat uit struweel en bomen van gebiedseigen soorten

Situering De zonnepanelen worden achter de bestaande bebouwing geplaatst. Hierdoor blijven doorkijken op het landschap gehandhaafd.

De zonnepanelen worden op afstand van bestaande bebouwing en of doorgaande structuren geplaatst.

Voorbeelduitwerking 2

Peter Verkade

LANDSCHAPSARCHITECT

Project:

Regionale Energiestrategie Nieuwkoop

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwkoop

Status/Onderdeel:

Eindrapportage landschappelijke inpassing

Datum:

20 september 2023

5

2. Deelgebieden - 3: Polder Nieuwkoop noord Ingebracht tijdens participatie

Toetsingskader landschappelijke inpassing

Het gesprek met bewoners en betrokkenen is aangegaan op basis van ontwerpend onderzoek met een landschapsanalyse, referentiebeelden, bouwstenen én voorbeelduitwerkingen voor een deel van het oriëntatiegebied.

Dit oriëntatiegebied is onderdeel van de Polder Nieuwkoop, een grootschalige droogmakerij met een rationele verkaveling en divers agrarisch grondgebruik (voornamelijk akkerbouw). Het oriëntatiegebied Polder Nieuwkoop is ca 295 ha groot; het noordelijke deel is ca 80 ha groot.

Aan het lint In de polder

Bouwstenen landschappelijke inpassing Inpassing Het aanplanten van riet. Met de mogelijkheid om overjarig riet te realiseren, die de zonnepanelen uit het zicht halen.

Er kan onderscheid gemaakt worden tussen de oostzijde (grenzend aan de Nieuwveenseweg) en de westzijde (onderdeel van de grootschalige open polder). Aan de noordzijde grenst het gebied aan het bedrijventerrein Schoterhoek. Aan de zuidzijde grenst het gebied aan de Zevenhovenseweg.

Oever met een flauw talud.

Langs dit deel van de Nieuwveenseweg ligt slechts één agrarisch erf. Vanaf de Nieuwveenseweg wordt de open polder zeer goed ervaren.

Plangebied

Een lineaire groenstrook bestaande uit struweel en bomen van gebiedseigen soorten.

De algemene uitgangspunten voor de landschappelijke inpassing van zonnevelden, zoals omschreven onder 1, zijn van toepassing op deze locatie. Aanvullend is voor de locatie Polder Nieuwkoop Zuid een aantal gebied specifieke uitgangspunten van toepassing. Deze worden hieronder beschreven.

Een bossage bestaat uit struweel en bomen van gebiedseigen soorten

Om de beleving van de polder zo puur mogelijk te houden wordt het zonneveld op afstand gesitueerd van de belevingslijnen Nieuwveenseweg en Zevenhovenseweg. En worden er kavels open gehouden.

Voorbeelduitwerking 1

In de open polder wordt het zonneveld omzoomd met brede rietzomen met overjarig riet. Watergangen binnen het zonneveld worden natuurvriendelijk ingericht. De zonnepanelen krijgen een lage opstelling. De combinatie van afstand tot de belevingslijnen, overjarig riet, natuurvriendelijke oevers en lage opstelling zorgt ervoor dat de zonnepanelen grotendeels aan het zicht onttrokken worden zonder dat dit ten koste gaat van de openheid van het landschap.

Situering De zonnepanelen worden achter de bestaande bebouwing geplaatst. Hierdoor blijven doorkijken op het landschap gehandhaafd.

De zonnepanelen worden op afstand van bestaande bebouwing en of doorgaande structuren geplaatst.

Nabij het bedrijventerrein Schoterhoek worden bossages en houtsingels toegepast. Enerzijds om de overgang tussen het bedrijventerrein en het open landschap te verzachten. Anderzijds om de zonnevelden aan het zicht te onttrekken en natuurwaarden toe te voegen. Het zonneveld biedt de kans om een recreatieve route en / of verblijfsplek te realiseren in de open polder.

Recreatie Het realiseren van een struinpad om zo een recreatieve verbinding mogelijk te maken. / Toevoegen van verblijfsvoorzieningen zoals een bank.

Voorbeelduitwerking 2

Peter Verkade

LANDSCHAPSARCHITECT

Project:

Regionale Energiestrategie Nieuwkoop

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwkoop

Status/Onderdeel:

Eindrapportage landschappelijke inpassing

Datum:

20 september 2023

6

2. Deelgebieden - 4: Polder Vierambacht Ingebracht tijdens participatie

Toetsingskader landschappelijke inpassing

Het gesprek met bewoners en betrokkenen is aangegaan op basis van ontwerpend onderzoek met een landschapsanalyse, referentiebeelden, bouwstenen én voorbeelduitwerkingen voor een deel van het oriëntatiegebied.

Dit oriëntatiegebied is onderdeel van de Polder Vierambacht, een grootschalige droogmakerij met een rationele verkaveling en divers agrarisch grondgebruik (voornamelijk akkerbouw). Het oriëntatiegebied is ca 110 ha groot. De polder is gaaf van karakter en grootschalig open waardoor de boezemkades rondom goed zichtbaar zijn.

Bouwstenen landschappelijke inpassing Inpassing Het aanplanten van riet. Met de mogelijkheid om overjarig riet te realiseren, die de zonnepanelen uit het zicht halen.

De algemene uitgangspunten voor de landschappelijke inpassing van zonnevelden, zoals omschreven onder 1, zijn van toepassing op deze locatie. Aanvullend is voor de locatie Vierambachtspolder een aantal gebied specifieke uitgangspunten van toepassing. Deze worden hieronder beschreven. Om de beleving van de polder zo puur mogelijk te houden wordt het zonneveld op flinke afstand van de belevingslijnen Woudsedijk en Langeraarseweg gesitueerd, in de kern van de polder.

Plangebied

In de open polder wordt het zonneveld omzoomd met brede rietzomen met overjarig riet. Watergangen binnen het zonneveld worden natuurvriendelijk ingericht. De zonnepanelen krijgen een lage opstelling. De combinatie van afstand tot de belevingslijnen, overjarig riet, natuurvriendelijke oevers en lage opstelling zorgt ervoor dat de zonnepanelen grotendeels aan het zicht onttrokken worden zonder dat dit ten koste gaat van de openheid van het landschap. Door de Vierambachtspolder loopt reeds een struinpad. Het zonneveld biedt de kans om het routenetwerk uit te breiden en / of een verblijfsplek in de polder te realiseren.

Oever met een flauw talud.

Situering De zonnepanelen worden op afstand van bestaande bebouwing en of doorgaande structuren geplaatst.

Recreatie Het realiseren van een struinpad om zo een recreatieve verbinding mogelijk te maken.

Toevoegen van verblijfsvoorzieningen zoals een bank.

Voorbeelduitwerking 1

Voorbeelduitwerking 2

Peter Verkade

LANDSCHAPSARCHITECT

Project:

Regionale Energiestrategie Nieuwkoop

Opdrachtgever:

Gemeente Nieuwkoop

Status/Onderdeel:

Eindrapportage landschappelijke inpassing

Datum:

20 september 2023

7

2. Deelgebieden - 5: Noordrand Ingebracht tijdens participatie

Toetsingskader landschappelijke inpassing

Het gesprek met bewoners en betrokkenen is aangegaan op basis van ontwerpend onderzoek met een landschapsanalyse, referentiebeelden, bouwstenen én voorbeelduitwerkingen voor een deel van het oriëntatiegebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=4b3110f4-2535-4dd7-aa45-e4ffe283ee9a