CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5: Toelichting van Ontwerpbestemmingsplan, ter inzage gelegd op 21-12-2023

Besluitvormende raadsvergadering 6 juni 2024, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Nota van Beantwoording ten behoeve van het bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker te Vrouwenakker en gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker te Vrouwenakker (2024-044)22.981 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Sterke dorpen: ondernemers, organisaties en verenigingen máken de dorpen! Samen met de ondernemers, organisaties en verenigingen werkt de gemeente aan toekomstbestendige kernen en plekken met een eigen karakter en een gevarieerd aanbod aan woningen, winkels en voorzieningen. Goed verbonden met de regio en met een mooie balans tussen levendigheid en rust en tussen vernieuwing en historie. 3. Groene toekomst: de gemeente is groen! De gemeente versterkt de waarden en de vitaliteit van het bijzondere landschap waarin landbouw, tuinbouw, natuur, het opwekken van energie en recreatie een sterk geheel vormen. Met verschillende partijen werkt de gemeente zo aan een duurzame, groene toekomst. Beoordeling Voorliggende planontwikkeling vindt aansluiting bij alle drie de ambities. De opzet van voorliggend plan

Toelichting (ontwerp)

21

bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker is om een groene en gezonde leefomgeving te creëren waar ruimte is voor ontmoeting. Dit laatste bevordert de sociale cohesie in Vrouwenakker. Diverse mensen kunnen een woning vinden; van jong tot oud. Dit is weer positief voor bedrijven en voorzieningen. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in lijn is met de gemeentelijke Omgevingsvisie.

2.4.2

Woonvisie 2016 - 2025

In de Woonvisie Nieuwkoop (vastgesteld 6 oktober 2016) wordt het wensbeeld van de gemeente Nieuwkoop anno 2025 beschreven als een hoogwaardig woon- en leefklimaat, dat door het groen, water, ruimte en geografische ligging in de Randstad een aantrekkelijke gemeente is om te wonen. Om de doelstelling van de visie te realiseren, zijn de opgaven thematisch onderverdeeld in: 1. Een aantrekkelijke gemeente door een vitale dorpenstructuur met een divers aanbod aan voorzieningen en gemengde bevolkingssamenstelling door het behouden en aantrekken van jongeren en gezinnen; 2. Een betaalbare en beschikbare voorraad door het focussen op de realisatie van sociale huurwoningen en woningen voor middeninkomens; 3. Wonen met zorg en welzijn door meer aandacht te besteden aan langer thuis wonen, beschikbare ondersteuning en levensloopbestendige woningen, zodat langer thuis blijven wonen mogelijk is. De woonvisie vraagt in het specifiek aandacht voor veranderingen in de bevolkingssamenstelling (kleinere huishoudens), de sociale huur, jongeren en starters, (jonge) gezinnen, middeninkomens, spoedzoekers en ouderen. Beoordeling Het voorliggende bestemmingsplan komt tegemoet aan de vraag naar woningen voor de doelgroepen waarvoor aandacht wordt gevraagd in de Woonvisie met woningen in de sociale en middeldure sector en wonen met zorg.

Dit zorgt voor een gemengde dorpssamenstelling in de kern Vrouwenakker en de gemeente Nieuwkoop. De planontwikkeling is in lijn met de Woonvisie.

2.4.3

Integraal woningbouwprogramma en doelgroepenverordening

Het Integraal woningbouwprogramma geeft richting aan de te bouwen woningen aan de hand van prijsklassen en doelgroepen. Om te zorgen dat de woningen die worden gerealiseerd voor specifieke doelgroepen ook op de lange termijn aan deze groepen kunnen worden toegewezen - dat wil zeggen ook als deze woningen op den duur voor nieuwe bewoners beschikbaar komen - heeft de gemeente Nieuwkoop een afzonderlijke Doelgroepenverordening opgesteld. De doelgroepenverordening is een sturingsinstrument waarmee de gemeente voor de categorieën sociale huur, middeldure huur, goedkope koop en particulier opdrachtgeverschap de maximum prijsgrenzen, de bijbehorende doelgroepen en de instandhoudingstermijnen kan bepalen. De doelgroepenverordening is ook een sturingsinstrument om programma’s in het bestemmingsplan te verankeren door bijvoorbeeld de definitie voor goedkope koopwoningen aan te sluiten bij de doelgroepenverordening. Met een doelgroepenverordening kan de gemeente uitvoering geven aan het woningbouwprogramma. Op 24 januari 2022 is de geactualiseerde doelgroepenverordening vastgesteld. Met deze geactualiseerde verordening wordt de prijsgrens van goedkope koopwoningen (sociale koopwoningen 1) verhoogd (tot € 255.000).

Daarnaast biedt de doelgroepenverordening ook een mogelijkheid om betaalbare koopwoningen (sociale koopwoningen 2) te realiseren met een V.O.N.-prijs tot de NHG-grens (€ 355.000). Beoordeling Binnen het plangebied van voorliggend bestemmingsplan worden 16 sociale huurwoningen gerealiseerd. Er worden 14 sociale koopwoningen 1 gerealiseerd en 8 sociale koopwoningen 2.

22

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker

2.4.4

Beleidsregel Wonen en vliegen

De gemeenteraad van Nieuwkoop heeft op 11 mei 2017 de beleidsregel Wonen & vliegen (nieuwbouw binnen 20 Ke contouren (LIB 5) en LIB 4) vastgesteld. De beleidsregel is op 26 mei 2017 in werking getreden. Met deze beleidsregel legt de gemeente vast op welke wijze zij afwegingen maakt omtrent vliegtuiglawaai in relatie tot bouwen in de 20 Ke-contour of LIB 4-contour van Schiphol. In de toelichting van een bestemmingsplan is extra aandacht bij de afweging van de belangen die met de beoogde woningbouw zijn gemoeid binnen 20 Ke contour. Er worden afwegingen gemaakt in de toelichting waarbij lokale leefbaarheid en vitaliteit een belangrijke rol spelen. Beoordeling In paragraaf 2.1.3 is reeds ingegaan op het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol en geconstateerd dat Vrouwenakker in zijn geheel in de LIB 5-contour is gelegen. Op basis van de geluidbelastingkaarten van Schiphol (2021) is voorliggend plangbied gelegen net buiten de 55 dB Lden-contour. Gezien het stiller worden van vliegtuigen en de voorgenomen krimp, dat ondanks het besluit tot opschorting nog steeds verwacht wordt, zal het vliegtuiglawaai naar verwachting in de toekomst afnemen. Zoals uit paragraaf 2.1.3, 2.2.3 en 2.3.1 blijkt is de woningbehoefte groot. Voorliggend plan realiseert ruim 50% woningen in de sociale en betaalbare sector. Er is daarin een gelijkmatige verdeling tussen koop en huur.

Hiermee wordt gestuurd op een gezondere demografische opbouw en heterogeniteit van de bevolkingssamenstelling van Vrouwenakker. Dit is minimaal wenselijk zo niet noodzakelijk. Juist omdat dit in principe het laatste woningbouwproject van Vrouwenakker is. Woningbouw binnen dit plangebied draagt daarmee bij aan de leefbaarheid van Vrouwenakker. Het plangebied heeft een cultuurhistorische kwaliteit met historische slotenpatronen waarvan de herkenbaarheid met voorliggend plan kan worden versterkt en waarbij landschappelijk minder gewenste kassenbedrijven worden wegbestemd. Afstemming omtrent de planlocatie heeft plaatsgevonden met de provincie en het Ministerie van ILT. Verwezen wordt naar paragraaf 3.3.2, waarin bij de afweging omtrent het toelaten van woningen in relatie tot het geluidsaspect ook gecumuleerd is met het vliegtuiglawaai. Ook wordt in die paragraaf ingegaan op maatregelen om geluidhinder te verminderen. Het gaat onder meer om het toepassen van veel groen en zo min mogelijk verharding in de openbare ruimte en de verplichting om daken voor minimaal 75% groen uit te voeren. In de regels van voorliggend bestemmingsplan is vastgelegd dat (zorg)woningen een minimaal vereist binnenniveau moeten realiseren. Toekomstige bewoners zullen actief worden gewezen op het feit dat het een met vliegtuiggeluid belaste locatie is.

Gezien het voorgaande wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de beleidsregel Wonen en vliegen.

2.4.5

Beleidsregels antispeculatiebeding en zelfbewoningsplicht

De beleidsregels voor zelfbewoningsplicht en antispeculatiebeding zijn vastgesteld om ervoor te zorgen dat woningen beschikbaar komen en blijven voor de doelgroep waarvoor ze zijn bedoeld. De zelfbewoningsplicht verplicht kopers van betaalbare nieuwbouwwoningen om er zelf te gaan wonen. Dit voorkomt dat beleggers de woningen opkopen om ze te verhuren. Het anti-speculatiebeding verbiedt de koper om een betaalbare nieuwbouwwoning binnen vijf jaar door te verkopen. Woningen kunnen daardoor niet meer worden gekocht om snel winst mee te maken door prijsstijgingen. Beoordeling In de exploitatieovereenkomst die is gesloten met de initiatiefnemer zijn afspraken vastgelegd die voortkomen uit de beleidsregels.

Toelichting (ontwerp)

23

bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker

2.4.6 Beleidskader Duurzaamheid Gemeente Nieuwkoop en Duurzaamheidsprogramma Nieuwkoop 2021-2024 Met het Beleidskader Duurzaamheid Gemeente Nieuwkoop geeft de gemeente de ambities en doelstellingen weer die de gemeente op gebied van duurzaamheid wil realiseren. Daarnaast is het beleidskader een richtinggevend kader voor het duurzaamheidsprogramma. De gemeente Nieuwkoop geeft prioriteit aan de volgende zes opgaves: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Energietransitie Klimaatadaptatie Circulaire economie Biodiversiteit Mobiliteit Eigen organisatie

Deze opgaves hebben niet alleen wereldwijd, landelijk en provinciaal de hoogste aandacht, maar zijn juist op gemeentelijk niveau de thema’s waar de gemeente haar rol kan nemen. De opgaves staan niet los van elkaar; er zijn verschillende dwarsverbanden te leggen. In de dwarsverbanden kunnen vaak nieuwe kansen worden ontdekt die meerwaarde opleveren. Door terug te rekenen vanuit de ambitie voor de lange (30 jaar: 2050) en middellange termijn (10 jaar: 2030), beschrijft de gemeente doelstellingen die voor de korte termijn (4 jaar: 2023) gaan gelden. Deze doelstellingen geven een doorkijk naar het hoe; ze zijn concreter dan de ambities en ze bevinden zich meer op uitvoeringsniveau. Ook de rol en werkwijze van de gemeente wordt op dit niveau globaal beschreven in het Beleidskader Duurzaamheid Gemeente Nieuwkoop. De doelstellingen zijn vervolgens in het Duurzaamheidsprogramma 2020-2023 geconcretiseerd. Beoordeling Bij alle nieuwbouwprojecten wordt ingezet op zo veel mogelijk duurzame ontwikkelingen en duurzaam bouwen. Bij voorliggend plan wordt fors ingezet op een groene en waterrijke omgeving. Dit draagt bij aan klimaatadaptatie doordat groen en bomen verdamping en verkoeling bieden op warme dagen en er ruimte is voor infiltratie van (regen)water.

De groene daken zorgen voor verkoeling, vertraagde waterafvoer en dragen samen met het overige groen en water, bij aan de biodiversiteit. Bovendien spelen de groene daken een duidelijke rol in geluidsabsorptie, aansluitend bij de 4G's: geluidsadaptatie van vliegtuiggeluid. Daarnaast spelen groene daken een rol in de beleving van de leefomgevingskwaliteit. Bewezen is dat een groene omgeving een bijdrage levert aan de mentale gezondheid.

24

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker

Hoofdstuk 3

Randvoorwaarden

In dit hoofdstuk worden de verschillende relevante ruimtelijke- en milieuaspecten behandeld. Per aspect wordt beoordeeld of de voorliggende ontwikkeling die met het bestemmingsplan wordt beoogd ruimtelijk aanvaardbaar is.

3.1

Verkeer en parkeren

In het kader van een nieuwe ontwikkeling moet gekeken worden wat de verkeersgeneratie is, wat de parkeerbehoefte is en hoe de ontsluiting geregeld wordt van de nieuwe functie om voldoende parkeerplaatsen te waarborgen en ongewenste verkeerssituaties tegen te gaan. Verkeer Om te bepalen wat de verkeersgeneratie is wordt gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381: Toekomstbestendig parkeren. De navolgende tabel geeft de verkeersgeneratie weer voor de toekomstige situatie. Er wordt vanuit gegaan dat de locatie is te bestempelen als 'rest bebouwde kom' aangezien het aan de rand van Vrouwenakker is gelegen. De gemeente Nieuwkoop wordt gezien als 'weinig stedelijk'. Om een worst case situatie te beschouwen wordt er van uitgegaan dat er 24 vrije sector huurwoningen worden gerealiseerd (zonder sociale woningen), 10 vrijstaande koopwoningen (zonder twee-onder-een-kap) en de sociale koop wordt gezien als koophuis, tussen/hoek. Omdat er voor een verpleeg- en verzorgingstehuis geen verkeerscijfers bekend zijn wordt hiervoor uitgegaan van een serviceflat

Type woning

Aantal

Norm (max, mvt/etmaal) Behoefte

Sociale koop

16

7,8

125

Tiny house

6

2,4

15

Soc./middeldure huur

24

7,8

188

Middeldure koop

26

7,8

203

Vrije sector koop

10

8,6

86

Wonen met zorg

26

3,0

78

Totaal

108

695

Uit de tabel volgt dat het plan een verkeersgeneratie heeft van 695 motorvoertuigen (mvt) per etmaal. Er is sprake van een ontsluitingsweg binnen het plangebied naar het Nieuwveens Jaagpad. Verdeeld over een etmaal genereert het plan gemiddeld 29 mvt per uur. Dit is 1 auto per 2 minuten. Deze hoeveelheid verkeer levert gezien de aard van de weg geen probleem op voor de afwikkeling op het omliggende wegennet. Bovendien wordt er in de bovenstaande tabel geen rekening gehouden met de planologisch toegestane verkeersgeneratie. Uitgaande van 17.000 m2 aan kassen dat binnen het plangebied mogelijk is en een bedrijvigheid dat conform de CROW is te scharen onder de noemer 'arbeidsintensief/bezoekersextensief' (10,9 mvt/etmaal/100 m2), levert dit een theoretische verkeersgeneratie op van 1.850 mvt per etmaal. Ten opzichte hiervan betekent de nieuwe situatie een vermindering van het aantal verkeersbewegingen. De ontsluiting op de N231 is alleen bestemd voor fiets- en bromverkeer en dient als calamiteitenroute. Parkeren De gemeente Nieuwkoop heeft parkeerbeleid vastgelegd in de 'Nota Parkeernormen gemeente

Toelichting (ontwerp)

25

bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker Nieuwkoop 2021'. Er moet in voldoende mate in parkeerplaatsen worden voorzien. In Bijlage 1 is een parkeerberekening opgenomen voor voorliggende ontwikkeling. Hierin is rekening gehouden met dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Uit de parkeerberekening blijkt dat er op het maatgevende moment (werkdagavond) een behoefte bestaat van 158 parkeerplaatsen. Binnen voorliggend bestemmingsplan kan in voldoende mate in parkeervoorzieningen worden voorzien. De parkeervoorziening van het plan is zo opgezet dat er telkens op loopafstand of op eigen terrein geparkeerd kan worden. Daarbij zijn de parkeerkoffers over het plangebied verdeeld zodat de kwaliteit van de openbare ruimte niet overheersen. De parkeerkoffers worden voorzien van elektrische laadpalen. Ook worden er twee mindervalideparkeerplekken gerealiseerd in de nabijheid van de woon-zorgvoorziening.

3.2

Water

3.2.1

Nationaal Waterprogramma 2022 - 2027

Nederland is een waterland. De opgaven op het terrein van water zijn omvangrijk en worden in de toekomst alleen maar groter. Dit komt door een aantal samenhangende uitdagingen: klimaatverandering, bodemdaling, milieuverontreinigingen en ruimtedruk. In de uitvoering ligt bovendien een grote opgave om infrastructuur zoals waterkeringen, bruggen en sluizen in stand te houden en waar nodig te vervangen of te renoveren. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen en ambities van het nationale waterbeleid voor de periode 2022-2027: waterveiligheid, waterkwaliteit en klimaatadaptatie. Het beschrijft tevens de uitvoering daarvan en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving zoals de energietransitie, de woningbouw en de transitie landelijk gebied is noodzakelijk. Voor een integrale aanpak van de opgaven wordt het water- en bodemsysteem meegenomen als leidend principe. In het NWP stelt het kabinet drie hoofdambities voor 2050 en verder: I. Een veilige en klimaatbestendige delta. II. Een concurrerende, duurzame en circulaire delta. III. Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur. Het kabinet heeft de afgelopen jaren het waterbeleid en de uitvoering daarvan verder versterkt en het NWP bouwt hier voor de periode 2022-2027 op verder.

Belangrijke relevante onderdelen van dit NWP zijn: Werken aan klimaatadaptatie en zoetwaterbeschikbaarheid met stresstesten en adaptatiestrategieën, de impulsregeling klimaatadaptatie en het maatregelpakket zoetwater, een voorkeursvolgorde voor waterbeheer, de strategie klimaatbestendige zoetwatervoorziening hoofdwatersysteem en actief grondwatervoorraadbeheer. Voortzetting van het beleid voor waterveiligheid en de uitvoering daarvan via onder andere het Hoogwaterbeschermingsprogramma en het Kennisprogramma Zeespiegelstijging en het verstromingsrisicobeheerplan. Water en bodem als leidend principe bij ruimtelijke planvorming. Een nationale watersysteemverkenning waarin lopende analyses op het gebied van waterveiligheid, zoetwatervoorziening, ruimtelijke adaptatie, waterkwaliteit en scheepvaart in samenhang worden bezien, met als doel om voor het nationale watersysteem als geheel integraal afgewogen, lange termijn besluiten voor te bereiden. 3.2.2

Regionaal Waterprogramma Zuid-Holland 2022 - 2027

Het Regionaal Waterprogramma (RWP) 2022 – 2027 Provincie Zuid-Holland is op 9 maart 2022 vastgesteld. In het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 zijn de opgaven van de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationaal Waterplan vertaald naar strategische doelstellingen voor Zuid- Holland. Het Waterplan heeft vijf hoofdopgaven:

26

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker 1. 2. 3. 4. 5.

waarborgen waterveiligheid; zorgen voor mooi en schoon water; beperken maatschappelijke kosten door bodemdaling; sport, recreatie, water en groenbeleving; goed functionerende provinciale infrastructuur.

In het plan zijn deze opgaven verder uitgewerkt in 18 thema’s én voor twee gebieden, in samenhang met economische, milieu- en maatschappelijke opgaven. Dit heeft geleid tot een integrale visie op de ontwikkeling van de Zuidwestelijke Delta en de Rijnmond-Drechtsteden. In de Omgevingsverordening is onder andere regelgeving opgenomen voor de regionale en primaire waterkeringen. Voor bestemmingsplannen c.q. wijzigingsplannen zijn randvoorwaarden opgenomen die een onbelemmerde werking, instandhouding en het onderhoud van de primaire en regionale waterkeringen mogelijk maken. Dit geldt voor de beschermingszone en de kernzone die hoort bij de waterkeringen zoals opgenomen in de vastgestelde leggers van de waterschappen.

3.2.3

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht

Op grond van de Waterwet is AGV als waterschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden. De Keur kent een flink aantal bepalingen die bedoeld zijn om het goed functioneren van de waterkeringen te beschermen. Ook de bepalingen die betrekking hebben op het beschermen van de aan- en afvoer van water zijn van belang om droge voeten te houden én van betekenis in tijden van waterschaarste. Maar ook de bescherming van de ecologische toestand van het watersysteem neemt een belangrijke plaats in. Het hoogheemraadschap streeft een goede ecologische toestand na van de watersystemen in zijn beheergebied, conform de Europese Kaderrichtlijn Water en conform nationaal en provinciaal beleid. Een goede ecologische toestand betekent dat water, oever en waterbodem voldoende leefmogelijkheden bieden aan de daar van nature thuis horende planten en dieren. De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. Wie bijvoorbeeld water wil lozen, moet een watervergunning aanvragen bij AGV. Vergunningaanvragen worden getoetst aan beleidsregels. In de uitvoeringsregels die bij de Keur horen is dit nader uitgewerkt.

Bij de nadere uitwerking van het civieltechnisch plan zullen doorsnedes van de bebouwing en fundering worden overlegd aan het Waterschap en zal in samenspraak met het Waterschap een onderzoek gedaan worden naar de invloed van de ophoging en voorbelasting op de waterkering.

3.2.4

Watertoets

De watertoets is een instrument om ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen, te toetsen op de mate waarin rekening wordt gehouden met waterhuishoudkundige aspecten. Het gaat daarbij onder meer om aspecten als waterkwaliteit (ruimte voor water) en waterkwantiteit en veiligheid (overstroming). In Bijlage 2 is een watertoets opgenomen voor dit bestemmingsplan. Hierna worden de belangrijkste aspecten weergegeven. Verhardingstoename Als gevolg van voorliggend bestemmingsplan ontstaat er een verhardingstoename (ten opzichte van de bestaande situatie) van 9.179 m2. Daarin is rekening gehouden met halfverharding, waterdoorlatende bestrating en groene daken. Bergingsopgave Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Hierom dient de toename in verharding gecompenseerd te worden. Voor de omgang met hemelwater wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten:

Toelichting (ontwerp)

27

bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker De toename in het verhard oppervlak dient gecompenseerd te worden in de vorm van open water. Het uitgangspunt is hierbij 10%, dus 10 m² verharding leidt tot 1 m² open water. Dempen mag dan alleen als de aanvrager een compenserende maatregel treft waarmee de bergingscapaciteit en doorstroming van het systeem tenminste gelijk blijft. Compenseren binnen watersysteem dat belast wordt. Compensatie op een andere locatie is mogelijk wanneer het totale positieve effect op de waterhuishouding daarmee groter is. De reeds aangelegde watergangen zijn onderdeel van deze ontwikkeling en zijn daardoor onderdeel van de bergingsopgave. Met toepassing van het compensatiepercentage van 10% is de bergingsopgave 918 m2. Realisatie water In het bijbehorende watersysteem wordt 512 m2 water gedempt in verband met de aanleg van wegen, dammen en woonpercelen. Tegelijk wordt er ook 1.459 m2 aan water gerealiseerd. Dit resulteert in een toename van 947 m2 aan water. De bergingsopgave wordt hiermee ruim gecompenseerd. Gezien de geohydrologische situatie met de bovenste bodemlaag bestaande uit veen, is het plangebied niet geschikt voor infiltratie. Extra bergingsmogelijkheden zijn daarmee niet mogelijk, maar ook niet nodig. Er zal voor aanvang van de werkzaamheden een 0- meting worden uitgevoerd om de breedte en diepte van de bestaande watergangen in kaart te brengen.

Na voltooiing van de werkzaamheden zal getoetst worden of de diepte en breedte van de watergangen niet is gewijzigd en zo nodig, waar dit een verslechtering betreft, weer in oude situatie hersteld worden.

Afbeelding: te dempen en te realiseren water

Ecologische waterkwaliteit Als gevolg van de ontwikkeling mag de waterkwaliteit (ecologie) van het aangrenzende watersysteem niet verslechteren. Dit volgt uit de Waterwet, zorgplicht uit de Keur 2019 en de KaderRichtlijn Water (KRW). Het waterschap zal nauw betrokken te worden bij de inrichting van het plangebied zodat een goede 28

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker waterkwaliteit op voorhand gewaarborgd kan worden. Hierbij kan direct gedacht worden aan: 1. Een zo groot mogelijk areaal aan natuurvriendelijke oevers met een talud van 1:3 binnen het plangebied. In het huidige plan is uitgegaan van circa 70% natuurlijke oevers met dit voorgeschreven talud. 2. Bomen zo ver als mogelijk van de watergangen te plaatsen zodat bladval in het water geminimaliseerd wordt. Bladval in water verstikt het water, in het definitieve groenplan zal hier zoveel mogelijk rekening mee worden gehouden. 3. Ter bevordering van de groei van waterplanten de lichtinval in watergangen zo hoog als mogelijk te maken. Hierbij kan gedacht worden aan objecten die de lichtinval blokkeren. In bomenrijen kunnen bijvoorbeeld gaten gemaakt worden. 4. Zoveel als mogelijk voorkomen dat een verhoogde toevoer aan nutriënten naar de watergangen plaatsvindt door afstromend hemelwater vanaf maaiveld, bij het onderdeel omgang met hemelwaterafvoer zullen een aantal voorstellen voor te onderzoeken maatregelen worden gedaan. Geadviseerd wordt gebruik te maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en het achterwege laten van uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie.

Waterkeringen Aan de noordzijde is de rivier de Amstel aanwezig. Deze is omringt door een secundair waterkerend dijklichaam en heeft een beschermingszone. Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen deze beschermingszone. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een andere primaire watergang (2610 1682). Deze watergang heeft een kern-, beschermings- en buitenbeschermingszone. Het plangebied ligt binnen de beschermings- en buitenbeschermingszone van deze watergang. In het bestemmingsplan zijn de bestaande beschermingszones (dubbelbestemmingen) opgenomen ter bescherming van de belangen van deze waterkeringen. Omgang met hemelwater en klimaatadaptieve inrichting In het openbaar gebied zullen op meerdere plaatsen Wadi's worden opgenomen. Door de ophoging met circa 40cm zand zorgen deze voor een vertraagde infiltratie van het hemelwater in de bodem. De groene daken van SamGroofing worden uitgevoerd met perliet en kennen een waterbergend vermogen van 30L per m2 als eerste buffer. Het hemelwater zal via de hwa in een infiltratieput in de tuin worden geloosd waarna het in de bodem kan infiltreren. Overige maatregelen waarbij aan gedacht kan worden is bijvoorbeeld een regenton bij elke woning in de vorm van een rainblock schutting.

Uit de later uit te voeren stresstest hemelwater, waarbij de berekening van de peilstijging en de afvoer van een piekbui wordt gemaakt, zal gekeken worden welke maatregelen noodzakelijk zijn. Van de oevers wordt 70% natuurvriendelijk uitgevoerd. Conclusie Er wordt binnen het plangebied voldoende water gerealiseerd. Het aspect water vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

3.3

Milieu

3.3.1

Bodemkwaliteit

De Wet bodembescherming (Wbb) voorziet in maatregelen indien sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de

Toelichting (ontwerp)

29

bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd. Onderzoek Door Waders Milieu BV zijn verkennende bodem- en asbestonderzoeken uitgevoerd welke zijn bijgevoegd bij deze toelichting. De onderzoeken zijn uitgevoerd volgens NEN 5740 en NEN 5707. Nieuwveens Jaagpad 127 Op het perceel Nieuwveens Jaagpad 127 (E 1236) is een onderzoek uitgevoerd waarvan de rapportage (21412601A, 10 september 2021) is bijgevoegd als Bijlage 3. Uit dit onderzoek blijkt dat er conform de Wet bodembescherming (Wbb) geen aanleiding bestaat voor de uitvoering van nader onderzoek of het nemen van saneringsmaatregelen. De aangetoonde licht verhoogde gehalten in grond en grondwater geven geen beperkingen ten aanzien van het gebruik van de locatie. In verband met een overschrijding van de restconcentratienorm voor asbest in de stabilisatielaag onder het asfalt bestaat er een saneringsplicht. De omvang is gering en is afgedekt door het asfalt en daarom zijn er geen veiligheidsrisico's. Bij verwijdering van het asfalt zijn saneringsmaatregelen nodig. Achter Nieuwveens Jaagpad 127 Op het perceel achter Nieuwveens Jaagpad 127 (E1238) is een onderzoek uitgevoerd waarvan de rapportage (21412501A, 16 september 2021) is bijgevoegd als Bijlage 4.

Op basis van de onderzoeksresultaten bestaat er conform de Wet bodembescherming (Wbb) aanleiding voor de uitvoering van nader en omvangbepalend onderzoek. Het sterk verhoogde gehalte aan zink in de baksteen- en glashoudende grondlaag (0,25-0,75 m-mv) plaatse van de dam, gesitueerd aan de zuidwestzijde van de locatie, dient nog horizontaal verder te worden afgeperkt. Op het overige deel van de locatie zijn in grond en grondwater geen of licht verhoogde gehalten vastgesteld voor de onderzochte stoffen. Deze licht verhoogde gehalten geven geen beperkingen ten aanzien van het gebruik van de locatie. De concentratie asbest is dermate laag dat er geen aanleiding is voor vervolgonderzoek. Naar aanleiding van de conclusie uit het hiervoor genoemde onderzoek is een nader bodemonderzoek verricht waarvan de rapportage (21412502B, 22 december 2021) is bijgevoegd als Bijlage 5. Op basis van de onderzoeksresultaten is de omvang van de sterke zinkverontreiniging in de grond ter plaatse van de dam, gesitueerd aan de zuidwestzijde van de locatie, ingeschat op circa 20 m3. Gezien deze beperkte omvang is conform de Wet bodembescherming geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Vervolgonderzoek wordt niet zinvol geacht. Aanbevolen wordt de aangetoonde sterke verontreiniging met zink te verwijderen voorafgaand aan de voorgenomen herinrichting van het terrein.

Achter Vrouwenakker 6a-16 Het overige deel van het plangebied is onderzocht in het onderzoek dat gaat over de gronden omschreven als 'Achter Vrouwenakker 6a-16, Vrouwenakker'. De rapportage (21427101A, 11 januari 2022) is bijgevoegd als Bijlage 6. De gronden van het te bestemmen tuincentrum aan de oostzijde van het plangebied zijn hierin niet meegenomen, maar zijn onderzocht in het kader van de procedure voor omgevingsvergunning. Uit deze rapportage volgt dat op enkele plekken is geconstateerd dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het gaat om verontreinigingen met koper, lood, zink en asbest in de bovengrond. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding voor nader bodemonderzoek. De gevallen van ernstige bodemverontreiniging dienen te worden gesaneerd. Waterbodemonderzoek De watergangen in het plangebied zijn onderzocht middels een verkennend kwalitatief en kwantitatief waterbodem en asbest in waterbodemonderzoek, waarvan de rapportage (21427001C, 23 december 2021) is bijgevoegd als Bijlage 7. Het doel van het waterbodemonderzoek is inzicht verkrijgen in de hoeveelheid baggerspecie en de kwaliteit van de baggerspecie in de watergangen. Dit in verband met het verwerken, nuttig toepassen en/of storten van de bij de (onderhouds)baggerwerkzaamheden

30

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker vrijkomende baggerspecie. Uit de rapportage volgt dat de watergangen in drie gedeeltes zijn onderzocht: noordelijk deel (MV101), middendeel (MV102) en het zuidelijk deel (MV103). De baggerspecie in monstervak MV103 is geclassificeerd als verspreidbaar over aangrenzende percelen. De baggerspecie in monstervakken MV101 en MV102 is geclassificeerd als niet verspreidbaar conform de msPAF toetsing. Wel is deze bagger eventueel toepasbaar in of op de landbodem of in oppervlaktewater. Voor elke toepassing geldt dat deze nuttig dient te zijn, zoals omschreven in het Besluit bodemkwaliteit. Voorafgaande toepassing dient getoetst te worden aan de kwaliteit van de ontvangende (water)bodem. Hierbij is het uitgangspunt dat de milieuhygiënische situatie niet mag verslechteren. Daarnaast dient voor toepassing op of in de landbodem aanvullend getoetst te worden aan de bodemfunctieklasse van de ontvangende bodem. Voor de baggerspecie in onderhavig werk geldt derhalve dat deze nuttig toegepast mag worden in een gebied met de bodemfunctieklasse Industrie en/of waar de bodemkwaliteit van de ontvangende bodem ook minimaal Industrie is. Conclusie Er zijn op enkele plekken binnen het plangebied verontreinigingen geconstateerd waarvan enkele ernstige verontreinigingen betreffen. Deze dienen te worden gesaneerd.

Gezien de aard omvang van de verontreinigingen in relatie tot de omvang van het plangebied vormt het aspect bodem geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

3.3.2

Geluid

Eén van de grondslagen voor de ruimtelijke afweging is de Wet geluidhinder (Wgh). De Wet geluidhinder bevat geluidnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. Op grond van de Wet geluidhinder gelden zones rond geluidbronnen met een grote geluiduitstraling, zoals (spoor)wegen en industrieterreinen. De belangrijkste bestaande geluidzones bevinden zich langs bestaande wegen en spoorwegen en rond grote bestaande industrieterreinen. Volgens de wet mag de geluidbelasting op de gevel van een nieuwe gevoelige bestemming binnen stedelijk gebied niet hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai. Op plaatsen waar door omstandigheden niet aan de hiervoor genoemde grenswaarde kan worden voldaan, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld met een maximum van 63 dB voor binnenstedelijke situaties (68 dB voor vervangende nieuwbouw). Op basis van de Wgh dient bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarde het effect van maatregelen te worden beschreven. Door het treffen van maatregelen kunnen de geluidsbelastingen worden gereduceerd. De systematiek in de Wgh is zodanig dat eerst moet worden beoordeeld of maatregelen aan de geluidsbron mogelijk zijn en daarna in het overdrachtsgebied tussen de bron en de woning.

Blijken de maatregelen op zwaarwegende bezwaren te stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard dan is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente bevoegd tot het vaststellen van hogere waarden. Bij het ontwerpen van geluidreducerende maatregelen dienen achtereenvolgens de volgende aspecten onderzocht te worden: maatregelen aan de bron; maatregelen in de overdrachtsweg; maatregelen bij de ontvanger. Onderzoek Door Equipe Adviseurs is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai op grond van de Wet geluidhinder uitgevoerd waarvan de rapportage is bijgevoegd als Bijlage 8. In dit onderzoek is onderzoek gedaan naar de volgende wegen:

Toelichting (ontwerp)

31

bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker N231 Nieuwveens Jaagpad Ruigekade Vrouwenakkerbrug De toekomstige toegangsweg/ontsluitingsweg binenn het plangebied (niet gezoneerd) Uit het onderzoek volgt dat er alleen sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde (48 dB) ten gevolge van de N231. Het betreft de 5 meest zuidoostelijke woningen (4 x een twee-onder-een-kapwoning en 1 vrijstaande woning). De maximale gevelbelasting bedraagt maximaal 59 dB op de meest oostelijk gelegen woning. Omdat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden zijn hogere waarden benodigd voor de woningen waar de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. Maatregelenonderzoek Om hogere waarden te kunnen verlenen is het noodzakelijk om te onderzoeken of maatregelen om het geluidsniveau terug te dringen mogelijk zijn. Bronmaatregelen Het toepassen van een snelheidsverlaging op een provinciale weg heeft een te grote invloed op de doorstroming en staat daarmee niet in verhouding tot het doel van de verlaging. Het toepassen van stiller asfalt staat financieel niet in verhouding tot het te dienen doel; het betreft slechts enkele woningen. Overdrachtsmaatregelen Het plaatsen van een geluidsscherm langs de N231 staat financieel niet in verhouding tot het doel omdat het slechts enkele woningen betreft die een te hoge geluidsbelasting ervaren.

Bovendien heeft het een behoorlijke invloed op het landschap, aangezien het geluidsscherm een aanzienlijke lengte moet hebben om effect te hebben. Een geluidswal is simpelweg niet mogelijk omdat er geen ruimte voor is. Maatregelen bij de ontvanger Vanuit het geluidbeleid zijn voorwaarden gesteld voor het verlenen van een hogere waarde. Het nieuwbouwplan/de betreffende woningen voldoen onder andere aan de volgende criteria uit het geluidbeleid: Maatregelen tot het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde zijn onvoldoende doeltreffend. De woningen vullen een open plaats tussen aanwezige bebouwing op. Alle woningen beschikken over een geluidluwe zijde. In het planvoornemen is onder andere veel aandacht geschonken aan “groen” wat als akoestische compensatie kan worden gezien. Door de opzet van het plan wordt een goed woon-/leefklimaat gecreëerd. De maximale hogere waarde van 58 dB voor wegverkeerslawaai uit het geluidbeleid wordt op één gevel na, nergens overschreden. Het toestaan van een hogere waarde dan 58 dB is bij hoge uitzondering mogelijk op grond van het geluidbeleid. Deze uitzondering is gerechtvaardigd omdat het een zijgevel van de woning betreft en de woning over ten minste een geluidluwe zijde beschikt. De overschrijding vindt alleen plaats op de verdieping.

Cumulatie wegverkeerslawaai en luchtvaartlawaai In het onderzoek is in verband met de 20 Ke-zone het wegverkeerslawaai gecumuleerd met het luchtvaartlawaai. Dit is verplicht op grond van artikel 110a, jo. artikel 110f van de Wet geluidhinder. Hieruit volgt dat de gecumuleerde geluidsbelasting 67 dB bedraagt. Conform de methode Miedema kan de milieukwaliteit op het gebied van geluid worden gekwalificeerd als 'slecht'.

32

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker

Afbeelding: Lden classificering milieukwaliteit conform methode Miedema

Het aspect geluid is één van de aspecten die wordt afgewogen bij de beoordeling van het woon- en leefklimaat. Om woningen te kunnen bouwen in een geluidsklimaat dat als slecht gekwalificeerd wordt zijn in voorliggend geval maatregelen genomen het geluidsklimaat binnen het plangebied te verbeteren. Er worden groene daken toegepast waarbij het voorliggende bestemmingsplan een instandhoudingsverplichting kent van minimaal 75% groene daken bij de woningen inclusief bijgebouwen. Vrijstaande woningen en tweekappers krijgen een rieten kap. Ook is er een maximum verhardingspercentage bij de woonpercelen opgenomen. Ook de openbare ruimte wordt in grote mate van groen voorzien in de vorm van bomen, struiken en zo min mogelijk geluidreflecterende verharding door de toepassing van halfverhardingen. Groen heeft groen een geluidsabsorberend effect, dat van belang is op deze geluidsbelaste locatie. Van aanwezigheid van veel en divers groen is bovendien bewezen dat dit bijdraagt aan de gezondheid, woningen en/of omgevingen verkoelt en bijdraagt aan biodiversiteit en klimaatadaptiviteit. Ook worden geluidsproducerende installaties voor het verwarmen en koelen van woningen niet toegestaan in de buitenruimte van woonpercelen.

Ondanks dat het plangebied een hoge geluidsbelasting kent als gevolg van vliegtuiglawaai, kan door toepassing van diverse maatregelen worden afgewogen dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De hoge geluidsbelasting als gevolg van vliegtuigen is daarmee acceptabel. Conclusie Voor de geluidsbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai dienen hogere waarden te worden aangevraagd. Hierbij wordt voldaan aan vigerende geluidbeleid. Het plangebied heeft een hoge geluidsbelasting als gevolg van het vliegtuiglawaai. Door toepassing van diverse maatregelen wordt evengoed een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gerealiseerd en is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Bovendien is in de regels (artikel 5.5.1 en 9.5.1) geborgd dat het binnenniveau van woningen en gebruiksruimten voldoet aan maximaal 33 dB en 60 dB cumulatief. Hiermee wordt een goed woonen leefklimaat bevorderd. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

3.3.3

Luchtkwaliteit

In Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer, worden normen gesteld aan de luchtkwaliteit. Om te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarin de grenswaarden worden overschreden of bestaande overschrijdingen toenemen, moet bij het opstellen van ruimtelijke plannen getoetst worden aan de wettelijke grenswaarden. De gevolgen van een ruimtelijk besluit voor de luchtkwaliteit hangen direct samen met de eventuele verkeersaantrekkende werking van het plan ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan dan wel de bestaande toestand. Bij kruimelgevallen komt de toetsing van effecten op de luchtkwaliteit eigenlijk niet aan de orde, maar toch wordt er hierna op ingegaan. De Wet Luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Onder kleine projecten worden projecten verstaan die de luchtkwaliteit 'niet in betekende mate' verslechteren. Deze projecten worden niet meer beoordeeld op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Draagt een klein project niet of nauwelijks bij aan luchtverontreiniging, dan bestaat er geen belemmering voor. Het ministerie VROM heeft de definitie van 'in betekenende mate' vastgelegd in het Besluit NIBM. Projecten die de concentratie NOx, SO2 of fijn

Toelichting (ontwerp)

33

bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling. Verkeersbewegingen Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in de regeling NIBM omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld: woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen; kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen. Beoordeling Het voorliggende bestemmingsplan maakt een woningbouwontwikkeling mogelijk die ruim onder de grens van aantal woningen blijft als genoemd in de regeling NIBM. Ter zekerstelling is de NIBM-Tool ingevuld welke hierna is weergegeven. Het aantal verkeersbewegingen als gevolg van voorliggend bestemmingsplan is ingevuld. Bevestigd wordt dat het plan inderdaad NIBM is. Bovendien moet worden bedacht dat er in de bestaande planologisch mogelijke situatie meer verkeersbewegingen kunnen worden gegenereerd dan in de nieuwe situatie die wordt gerealiseerd met voorliggend bestemmingsplan. Zie hiervoor ook paragraaf 3.1.

Afbeelding: ingevulde NIBM-tool

Voorts is ook gekeken of de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende is om een goed woon- en leefklimaat te bieden vanuit het aspect luchtkwaliteit. De tabel hierna toont de achtergrondwaarden in relatie tot de advieswaarden van de WHO en de wettelijke grenswaarden.

34

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker

Uit de tabel volgt dat de achtergrondwaarden net boven de advieswaarden van de WHO liggen, maar ruim onder de wettelijke grenswaarden. De luchtkwaliteit ter plaatse is dusdanig dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

3.3.4

Milieuzonering

Ten aanzien van de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met eventuele milieuhinder. Uitgangspunt hierbij is dat bedrijven niet onevenredig in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van een milieugevoelige functie, sprake is van een aanvaardbaar leef- en verblijfsklimaat. Voor de afstemming tussen milieugevoelige functies en bedrijven dient milieuzonering te worden toegepast. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. Het doel van de VNG-publicatie is het bieden van een handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk en de publicatie biedt mogelijkheden voor maatwerk en flexibiliteit bij het inpassen van bedrijvigheid in de fysieke omgeving en bij het inpassen van woningen en andere gevoelige functies nabij bedrijven. Beoordeling Door Equipe adviseurs is een notitie opgesteld met betrekking tot de omliggende bedrijfsmatige functies. De notitie (233371, 16 oktober 2023) is bijgevoegd als Bijlage 9. Beoordeeld is wat de afstand vanaf de gevoelige functies binnen voorliggend bestemmingsplan en de bedrijfsmatige functies is. Uit de notitie volgt dat omliggende bedrijven niet worden belemmerd in de bedrijfsvoering en dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat binnen het plangebied.

In de notitie is tevens rekening gehouden met het vergunde bedrijf op Vrouwenakker 10A, waarvan de verleende omgevingsvergunning is verwerkt in voorliggend bestemmingsplan. Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

3.3.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid, moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft. Ook dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden. Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen gemotiveerd toegestaan. Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour.

Groepsrisico Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Voor het bevoegd gezag geldt met betrekking tot het GR wel een verantwoordingsverplichting.

Toelichting (ontwerp)

35

bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker

Verantwoording groepsrisico Binnen het invloedsgebied geldt dat voor ieder ruimtelijk plan groepsrisicoverantwoording verplicht is. Een verantwoording is een kwalitatieve beschrijving over de waarde van het groepsrisico, maatregelen, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Het advies van de veiligheidsregio speelt hierbij een belangrijke rol. Bij complexe projecten ligt doorgaans een proces van overleg met veiligheidsdeskundigen ten grondslag. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) uit 2004 legt veiligheidsnormen op aan overheden die besluiten nemen over bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij (beperkt) kwetsbare objecten waaronder woningen, ziekenhuizen, scholen, winkels, horecagelegenheden en sporthallen. Hierdoor ontstaan risico's voor mensen die in de buurt ervan wonen of werken. Het besluit verplicht ook om gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen waar kwetsbare objecten worden mogelijk gemaakt, zoals woningen, rekening te houden met externe veiligheid.

Dit betekent bijvoorbeeld dat de woningen op een bepaalde afstand moeten staan van een risicovol bedrijf dat werkt met grote hoeveelheden aan gevaarlijke stoffen. Regelgeving transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen die gevaarlijke stoffen vervoeren onder hoge druk. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Daarmee zijn nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen) binnen de PR 10-6 contour niet toegestaan. Ook is geldt dat wanneer binnen het invloedsgebied van een buisleiding een nieuwe kwetsbare functie wordt mogelijk gemaakt, de verantwoordingsplicht van toepassing is. Het Bevb gaat uit van een belemmerde strook van 4 of 5 meter, afhankelijk van de druk in de leiding. Binnen deze strook mag er niet gebouwd worden. Er kan bij omgevingsvergunning van worden afgeweken voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden. Regelgeving transport van gevaarlijke stoffen over wegen, water en spoor Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden.

In het Bevt staan regels voor de ruimtelijke inrichting rond wegen, waterwegen en spoorwegen waar vervoer over plaatsvindt van gevaarlijke stoffen. Het Bevt hanteert een vaste grens van 200 meter, vanaf de buitenrand van de transportroute, waarbuiten in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Buiten de 200 meter is een verantwoording niet noodzakelijk als er een toename van het aantal mensen wordt toegestaan. Wel geldt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen die nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maken, buiten de 200 m, in de toelichting aandacht moet worden besteed aan de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid voor zover het binnen het invloedsgebied van de transportroute is gelegen. Ten aanzien van de verantwoordingsplicht groepsrisico wordt, net als bij het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), onderscheid gemaakt tussen een volledige verantwoording en een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Een volledige verantwoording kan achterwege blijven indien kan worden aangetoond dat: 1. het groepsrisico, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico, of; 2. het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen, met niet meer dan 10% toeneemt en; 3. de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen, niet wordt overschreden.

Indien sprake is van een volledige verantwoording dienen maatregelen ter beperking van het GR, alternatieve ruimtelijke ontwikkelingen met een lager GR en mogelijkheden en voorgenomen maatregelen ter beperking van de omvang van een calamiteit te worden overwogen. Een beperkte verantwoording houdt wel rekening met de effecten van een calamiteit en vindt alleen plaats als het

36

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker plangebied binnen het invloedsgebied (effectgebied) van transportassen is gelegen. In het Bevt zijn tevens plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Een PAG is een zone, waarbinnen bij het realiseren van nieuwe kwetsbare objecten aandacht besteed moet worden aan de effecten van een plasbrand. Het kan zijn dat er extra bouwkundige maatregelen nodig zijn om de zelfredzaamheid van de personen te verhogen. Beoordeling Door AVIV is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd waarvan de rapportage (235475, 11 september 2023) is bijgevoegd als Bijlage 10. De relevante bronnen betreffende externe veiligheid zijn de N231 en het afwegingsgebied van Schiphol. N231 Vastgesteld is dat de N231 geen PR 10-6 contour heeft en het plaatsgebonden risico daarmee geen belemmering vormt. Vanwege de afstand van de planlocatie tot de weg in combinatie met het aantal transporten met gevaarlijke stoffen over de N231 wordt gesteld dat 10% van de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. Conform artikel 8 van het Bevt kan verder verantwoording daarom achterwege blijven. Indien een ongeval met gevaarlijke stoffen langs de N231 zich voor doet is er via de ontsluitingsweg richting het Nieuwveens Jaagpad de mogelijkheid om weg te vluchten van het ongeval.

Daarnaast bieden de vele woningen ook de mogelijkheid om te schuilen aan de westzijde van bebouwing, afgewend van het ongeval. Bovendien zijn de bewoners van de 82 woningen voldoende zelfredzaam. Voor wat betreft de bewoners van het woon-zorgcompex kan gesteld worden dat er 24 uurs zorg/begeleiding aanwezig is. Via een goede instructie bij een ramp kan er snel gehandeld worden. Aan de oostzijde van het plangebied is er een ontsluiting voor calamiteiten, waarmee het plangebied vanaf twee verschillende kanten bereikbaar is. Schiphol Het plangebied ligt buiten de PR 10-6 contour van Schiphol en vormt daarmee geen belemmering. Het plangebied ligt volledig binnen het afwegingsgebied geluid en externe veiligheid (LIB 5) van het Luchthavenindelingsbesluit. Conform art. 2.2.1d van het LIB gelden voor de gronden die met nummer 5 zijn aangewezen de volgende regels: 1. Buiten bestaand stedelijk gebied zijn geen nieuwe woningbouwlocaties toegestaan. 2. Gemeenten motiveren in de ruimtelijke onderbouwing van het plan de wijze waarop rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen. Op 7 juli 2022 is een verzoek aan de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie (ILT) van I en W gedaan om een verklaring van geen bezwaar (vvgb) vanwege het bouwen van woningen buiten BSG.

Op 31 augustus 2022 heeft ILT laten weten dat een vvgb niet nodig is omdat gezien voorgaande bestemmingsplannen en het daarin vastgelegde en toegestane gebruik, er sprake is van BSG. Aan het genoemde onder 1 wordt daarmee voldaan. Voor wat betreft de voorwaarde onder 2 kan worden gesteld dat het plangebied op twee plekken wordt ontsloten en dat er daarmee zowel aan de westzijde als de oostzijde een mogelijkheid bestaat om het plangebied te ontvluchten bij een vliegtuigongeval. Bovendien is er binnen het plangebied sprake van diverse veelzijdige woongebouwen waarmee de kans bestaat om te schuilen. Ook de aanwezigheid van water kan helpen bij het minimaliseren van de gevolgen van een vliegtuigongeval. Verder geldt hier ook het gestelde over de zelfredzaamheid zoals is verwoord onder het kopje over de N231. Aan de voorwaarden voor het bouwen van woningen binnen LIB 5 gebied kan worden voldaan.` Advies Veiligheidsregio Door de Veiligheidsregio Hollands Midden is in het kader van vooroverleg aangegeven dat er geen bijzonderheden zijn. Het plangebied ligt nabij een provinciale weg maar deze weg maakt geen onderdeel uit van het Basisnet, het aantal transporten van gevaarlijke stoffen over deze weg is beperkt. Wel wordt geadviseerd de (mechanische) ventilatie eenvoudig afschakelbaar te maken mocht zich een brand in de

Toelichting (ontwerp)

37

bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker omgeving (kassencomplex) of een toxische wolk zich voordoen. Hiermee zal rekening worden gehouden in de technische uitwerking van de woningen. Dit is geen onderdeel van voorliggend bestemmingsplan. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan vanuit het aspect externe veiligheid. 3.3.6

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de omgevingsvergunning. In de Wet geurhinder en veehouderij zijn grenswaarden opgenomen voor de geurbelasting die een veehouderijbedrijf op een geurgevoelig object mag veroorzaken. Tevens gelden er vaste afstanden tot woningen van derden. De afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, en een geurgevoelig object bedraagt ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Daarnaast bedraagt de afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf tot de buitenzijde van een geurgevoelig object ten minste 25 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Beoordeling In de omgeving van het plangebied zijn geen geurbelastende bedrijven aanwezig waarmee rekening dient te worden gehouden bij voorliggend bestemmingsplan. Het aspect geur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voornemen.

3.3.7

Besluit milieueffectrapportage

De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage. In het besluit wordt onderscheid gemaakt in m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten en m.e.r.-plichtige activiteiten. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Het voorliggende plan zou kunnen worden geschaard onder D11.2: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. In kolom 2 wordt onder andere genoemd dat het moet gaan om 2000 woningen of meer. Het voorliggende plan blijft onder de drempelwaarden. Echter, het bevoegd gezag dient op basis van artikel 7.19 van de Wet milieubeheer een expliciet vormvrij m.e.r. beoordelingsbesluit te nemen.

Dit voorbereidingsbesluit dient, gebaseerd op de laatste, meest recente stukken van en behorende bij het ontwerp-bestemmingsplan, gelijktijdig met het ontwerp ter visie te liggen. Het vormvrije m.e.r. beoordelingsbesluit kan worden genomen op basis van een 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Beoordeling In Bijlage 11 is een tabel opgenomen waarin de mogelijke milieueffecten worden behandeld. Dit is de genoemde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Eerst wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van de activiteit en de plaats van de activiteit. Vervolgens wordt ingegaan op de kenmerken van de gevolgen van de activiteit. Hierbij wordt gekeken of er mogelijk (belangrijke) nadelige milieugevolgen ontstaan en of er mitigerende maatregelen kunnen worden genomen om eventueel het milieueffect te verminderen of teniet te doen. Uit de tabel volgt dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten en dat een nadere beoordeling in de vorm van een planMER niet nodig is.

38

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker

3.4

Ecologie

Er is één wet van toepassing die de natuurwetgeving in Nederland regelt: de Wet natuurbescherming. De wet ligt in de lijn van Europese wetgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Wet natuurbescherming Via de Wet natuurbescherming wordt de soortenbescherming en gebiedsbescherming geregeld. De soortenbescherming heeft betrekking op alle, in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten en op een honderdtal vaatplanten. Gebiedsbescherming wordt geregeld middels de Natura 2000-gebieden. Daarnaast kan de provincie ervoor kiezen om een gebied aan te wijzen als bijzonder nationaal natuurgebied- of landschap of als Nationaal Natuurnetwerk (NNN). Welke soorten planten en dieren wettelijke bescherming genieten, is vastgelegd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Dat houdt in dat, bij planvorming, uitdrukkelijk rekening gehouden moet worden met gevolgen, die ruimtelijke ingrepen hebben, voor instandhouding van de beschermde soort. Nationaal Natuurnetwerk De term EHS werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. In 2013 veranderde de naam van Ecologische Hoofdstructuur naar Nationaal Natuurnetwerk (NNN).

NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. NNN is tevens opgenomen in de Omgevingsverordening van de provincie. Indien het projectgebied in of in de nabijheid van het NNN gelegen is, verlangt de provincie een 'nee-tenzij-toets'. Onderzoek beschermde soorten In verband met de sloop van de aanwezige opstallen is door Equipe Adviseurs een quick scan ecologie uitgevoerd. De rapportage is bijgevoegd als Bijlage 12. Op 29 juli 2023 is door een ecoloog een bezoek gebracht aan het plangebied. Ter plekke is beoordeeld of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, die schade kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Daarbij is gezocht naar sporen van dieren en is op basis van de begroeiing en de opbouw van het landschap, geschat of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn. De effecten worden beoordeeld als gevolg van de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Verder is geanalyseerd of de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de veranderingen te bereiken, een effect veroorzaken. Vogels met jaarrond beschermde nesten, reptielen, ongewervelden en beschermde planten en mossen zijn uit te sluiten. Hiervoor zijn geen vervolstappen nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=f5abd33d-0d12-4fca-8bf1-dc573e5da69b