Bijlage 5: Toelichting van Ontwerpbestemmingsplan, ter inzage gelegd op 21-12-2023
Tekst van het document
Hart van Vrouwenakker 1 december 2023 ontwerp
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Planbeschrijving 1.4 Vigerend bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer
4 4 4 5 8 10
Hoofdstuk2 Beleidskader 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Regionaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid
11 11 16 20 21
Hoofdstuk3 Randvoorwaarden 3.1 Verkeer en parkeren 3.2 Water 3.3 Milieu 3.4 Ecologie 3.5 Stikstofdepositie 3.6 Archeologie en cultuurhistorie 3.7 Kabels en leidingen
25 25 26 29 39 40 41 41
Hoofdstuk4 Juridische aspecten 4.1 Planmethodiek 4.2 Toelichting op de planregels 4.3 Plansystematiek
42 42 42 45
Hoofdstuk5 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1 Vooroverleg 5.2 Ter inzage legging 5.3 Participatie
46 46 49 49
Hoofdstuk6
51
2
Economische uitvoerbaarheid
Inhoudsopgave (ontwerp)
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker
Toelichting
Toelichting (ontwerp)
3
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
In het plangebied achter het Nieuwveens Jaagpad en de weg Vrouwenakker komt een nieuwe groene woonwijk met 82 woningen voor starters, jongeren, jonge gezinnen en senioren. Ook komt er een Wonen met Zorg complex met 26 woon-zorgeenheden voor kwetsbare mensen die 24-uurs zorg nodig hebben. De nieuwe buurt ‘Hart van Vrouwenakker’ is groen opgezet met veel ruimte voor ontmoeten en bewegen. Het Hart van Vrouwenakker, een ontmoetingsplaats in de wijk, vormt het hart van de buurt. De aanleiding hiervoor is 'De visie op Wonen in Vrouwenakker-West 2025', die is vastgesteld door de gemeenteraad in februari 2022. Hierin zijn uitgangspunten en randvoorwaarden opgenomen voor de ontwikkeling van het voorliggende plangebied. Vervolgens is een aanbesteding gestart voor de selectie van een ontwikkelende partij. Hieruit is VORM Ontwikkeling geselecteerd. VORM Ontwikkeling heeft een ontwerp gemaakt dat aansluit op de uitgangspunten en randvoorwaarden. Momenteel is het gebied bestemd voor glastuinbouw. Een woonwijk past daarom niet binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan 'Noorden, Woerdense Verlaat en Vrouwenakker'. Om de nieuwe ontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk te maken is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Plangebied
Het plangebied is gelegen ten zuiden van het Nieuwveens Jaagpad en ten westen van de weg Vrouwenakker (N231). Aan de zuidwestzijde zijn kassencomplexen aanwezig evenals aan de noordzijde van het plangebied. Aan de oostzijde zijn er agrarische bedrijvigheid, een hoveniersbedrijf en woningen aanwezig. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan een watergang met aan de overzijde glastuinbouw en een NNN-verbindingszone. De navolgende afbeelding toont het plangebied en toont de ligging in de omgeving.
Afbeelding: plangebied indicatief aangegeven met een oranje kader (bron: kadastralekaart.com)
4
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker
1.3
Planbeschrijving
1.3.1
Ontstaansgeschiedenis
Wat Quackel, Quakel, later de Kwakel en nu De Kwakel heet is een dorp, gelegen aan de overzijde van de Amstel, dat deel uitmaakt van de gemeente Uithoorn. Voor De Kwakel gaat de geschiedenis terug tot de zestiende eeuw. De oudste bebouwing moet uit die tijd stammen en ontstond in het gebied dat nu bekend is als de Ruilverkaveling. Opmerkelijk is dat dit gebied Vrouwenakker heette, wat een verwijzing was naar de adellijke vrouwen die in De Kwakel een stukje land (akker) hadden. De Vrouwenakker begon bij Halfwegen (nu heet dat Halfweg). In 1884 werd de Drechtdijk in De Kwakel aangelegd en daarna werd een dubbele klapbrug geplaatst. Vanaf dat moment komt pas de naam Drechtdijk voor het eerst op de kaart, daarvóór heette het de Vrouwenakkersche weg. De Vrouwenakkersche weg was niet meer dan een klein landweggetje en liep van Halfwegen tot het Amstel Drechtkanaal. Vanaf de tweede helft van de 20e eeuw zijn er steeds meer kassencomplexen gebouwd rond Vrouwenakker en dan specifiek ook aan de zuidwestzijde van Vrouwenakker en binnen voorliggend plangebied. 1.3.2
Bestaande situatie
Aan beide zijden van de weg Vrouwenakker bevindt zich lintbebouwing. De lintbebouwing wordt benut door een mix van functies en bestemmingen, zoals wonen, bedrijvigheid, dienstverlening en detailhandel. Vaak zijn de functies gecombineerd met woningen c.q. woonruimte. Daarnaast zijn er woningen aanwezig aan zowel de Ruigekade als het Nieuwveens Jaagpad. Binnen het plangebied is momenteel sprake van braakliggende agrarische gronden die voornamelijk worden begraasd door vee. Op sommige plekken is sprake van hoogopgaande begroeiing en er zijn enkele kleine gebouwtjes aanwezig. Aan de noordwestzijde is nog sprake van verharding met beton. De agrarische 'landjes' worden gescheiden door voornamelijk oost-west lopende sloten. Aan de west- en oostzijde zijn sloten verbonden door noord-west lopende sloten. 1.3.3
Nieuwe situatie
In de nieuwe situatie wordt een buurt gerealiseerd waarin 82 woningen voor starters, jongeren, jonge gezinnen en senioren worden mogelijk gemaakt. Ook wordt een 'wonen met zorg' complex mogelijk gemaakt met 26 woon-zorgeenheden voor kwetsbare mensen die 24-uurs zorg nodig hebben. De woningverdeling is als volgt: 8 rug-aan-rug woningen (sociale koop 1) 6 tiny houses (sociale koop 1) 8 rijwoningen (sociale koop 2) 24 beneden-bovenwoningen: a. 8 benedenwoningen sociale huur b. 8 bovenwoningen sociale huur c. 8 bovenwoningen middeldure huur 26 rijwoningen (vrije sector) 10 woningen vrijstaand / twee onder één kap (vrije sector koop) Een wonen met zorgcomplex, bestaande uit 26 woonzorgeenheden (maatschappelijke functie) Zowel in de typologieën als prijssegmenten is rekening gehouden met een breed spectrum aan doelgroepen. De doelgroep bestaat uit jongeren, starters, senioren en gezinnen. De sociale component is een belangrijk uitgangspunt bij de voorliggende planontwikkeling. Jongeren moeten de kans krijgen om te kopen, ook in de toekomst. Dit wordt onder meer gedaan door de sociale koopwoningen te beperken in uitbreidingsmogelijkheden. Zo blijven de woningen ook in de toekomst betaalbaar. Ook de middeldure doelgroep wordt bediend en tevens wordt voor het hoge segment gebouwd.
Via een exploitatieovereenkomst met de initiatiefnemer is vastgelegd dat er een zelfbewoningsplicht en antispeculatiebeding geldt. De zelfbewoningsplicht verplicht kopers van betaalbare nieuwbouwwoningen om er zelf te gaan wonen. Dit voorkomt dat beleggers de woningen opkopen om ze te verhuren. Het
Toelichting (ontwerp)
5
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker anti-speculatiebeding verbiedt de koper om een betaalbare nieuwbouwwoning binnen vijf jaar door te verkopen. Woningen kunnen daardoor niet meer worden gekocht om snel winst mee te maken door prijsstijgingen. Het zorgcomplex wordt gerealiseerd in de zuidwesthoek. De 26 woonzorgeenheden zijn onderdeel van een integraal zorgconcept met intramurale 24 uurszorg. Naast de zorgeenheden is er ruimte voor fitness/fysiotherapie. Vanuit het zorgcentrum kan de zorgaanbieder thuiszorg en hulp aanbieden bij calamiteiten in de directe omgeving. Ook kan er worden gedacht aan een bredere maatschappelijke vorm, zoals het aanbieden van groepsactiviteiten aan bewoners, familie en omwonenden. Denk aan een buurtdiner of een muziekuitvoering. De navolgende afbeelding toont de verdeling van de woningen binnen het plangebied.
Afbeelding: verdeling 82 woningen en maatschappelijke functie 'wonen met zorg'
De nieuwe buurt is groen opgezet met veel ruimte voor ontmoeten en bewegen. Dit komt voort uit de randvoorwaardelijk gestelde '4G's: Groen, Gezond, Geluid en Gezamenlijk'. De randen van het plangebied zijn groen en/of met water uitgevoerd om een landschappelijke inpassing te realiseren en rekening te houden met aangrenzende gronden. De zuidzijde van het plangebied is openbaar toegankelijk en groen ingericht met groene coulissen naar het aangrenzende landschap. Door het plan heen komt veel groen en water terug. Er wordt gekozen voor soorten die passen bij het lokale veenweidelandschap, de gewenste kwaliteit en bijdragen aan de lokale weerstand van de natuur. De westzijde is een groen gebied met wandelpaden, ruimte voor bewegen en ontmoeten. Zo is er een speeltuin voor jongere kinderen, een speelveld voor de jeugd en er komt een buitenfitness. Ook door de woonerven worden wandelpaden aangelegd die onderling zijn verbonden. Maar ook de overige delen van het plangebied worden groen. Langs het oost-west lopende slotenpatroon worden bomen geplant en ook parkeerplaatsen worden groen ingebed. Het historische slotenpatroon wordt noord-zuid uitgebreid aan de oostzijde om het water nog meer met elkaar in verbinding te brengen en om genoeg ruimte te geven aan waterberging. Daarnaast verhoogt water - dat rond iedere woning aanwezig is - de leefbaarheid en woonkwaliteit.
6
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker
Het geluid afkomstig van vliegverkeer is nadrukkelijk aanwezig binnen het plangebied. Het plan is daarom tot stand gekomen met het oog op het woon- en leefklimaat. Groene daken en de toepassing van zachte materialen en halfverharding zijn belangrijke uitgangspunten in verband met vliegtuiggeluid. De groene daken, de materiaalkeuzes voor de woningen en de inrichting van de buurt zorgen voor geluidsabsorptie en voorkomen geluidsreflectie. Aaneengesloten oppervlaktewater weerkaatst bovendien het vliegtuiggeluid zeer sterk. Door de historische gevormde slagenstructuur van slootjes te handhaven en geen groot water te realiseren wordt dit voorkomen. Verder wordt gekozen voor bomen en beplanting die maskerend geluid produceren. Denk aan riet of schietwilgen. Bovendien trekt groen ook (fluitende) vogels. Dit is een bijkomend voordeel van de groene daken en de groene inrichting van de openbare ruimte is de natuurinclusiviteit. Het vliegtuiggeluid kan op deze plek onmogelijk worden weggenomen. Echter, door in het Hart van Vrouwenakker een zeer groene en natuurlijke leefomgeving te realiseren worden de potentiële negatieve effecten van het vliegtuiggeluid gecompenseerd. De verschillende aspecten van een goed woon- en leefklimaat afwegende kan met dit plan worden geconcludeerd dat er ondanks vliegtuiggeluid een acceptabel woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd.
Centraal komt het 'Hart van Vrouwenakker': een ontmoetingsplaats voor de nieuwe bewoners van het plangebied, maar ook voor de huidige bewoners van Vrouwenakker. Dit sluit aan bij de bedoeling met het zorgcomplex waar naast zorg ook de mogelijkheid is om elkaar te ontmoeten. De ontsluitingsweg loopt van de zuidoosthoek van het plangebied naar de noodwesthoek en ligt vast. Aan de westzijde (naar het Nieuwveen Jaagpad) vindt de ontsluiting plaats van het gemotoriseerd verkeer. De zuidoosthoek van het plangebied bied alleen ontsluitingsmogelijkheid voor fietsers en is een calamiteitenroute. Ten oosten van de weg binnen het plangebied worden straten gerealiseerd waarmee de woningen en parkeerplaatsen bereikbaar zijn. Sommige woningen hebben parkeergelegenheid op eigen terrein en er worden op enkele plekken parkeerkoffers gerealiseerd. De afbeeldingen hierna geven impressies van de nieuwe situatie binnen het plangebied.
Afbeelding: nieuwe situatie in vogelvlucht vanuit noordwestelijke richting
Toelichting (ontwerp)
7
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker
Afbeelding: impressie nieuwe situatie
De nieuwe situatie binnen het plangebied biedt ook ruimte aan vergunde situaties. De ruimtelijke afweging inclusief onderbouwing van de ruimtelijke aanvaardbaarheid en goede ruimtelijke ordening heeft reeds plaatsgevonden in het kader van de verlening van de omgevingsvergunningen. Hier wordt daarom verder niet op ingegaan in het kader van voorliggend bestemmingsplan. Waar de realisatie van het Hart van Vrouwenakker invloed heeft op de vergunde situaties of vice versa wordt dit vanzelfsprekend wel gedaan. Nieuwveens Jaagpad 126 In de noordwesthoek van het plangebied is een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een woning aan het Nieuwveens Jaagpad 126. Het betreft het kadastrale perceel E 1322. De vergunde situatie is in voorliggend bestemmingsplan vastgelegd door het opnemen van een bouwvlak. Vrouwenakker 10A Daarnaast is een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een gebouw met omliggende gronden ten behoeve van een tuincentrum. Het betreft het kadastrale perceel E 1331. Dit eigendom krijgt een bestemming Agrarisch met een functieaanduiding 'tuincentrum'. Het vergunde gebouw krijgt een bouwvlak en het aanwezige water krijgt een bestemming Water. Tussen het eigendom E 1331 en de oostelijk aangrenzende percelen zijn eigendommen overgebleven waarvan het onlogisch is om de huidige bestemmingen te laten bestaan.
Deze eigendommen krijgen een bestemming die aansluit bij de oostelijk aangrenzende bestemmingen. Het betreft eigendommen E 1332, 1333 en 1334.
1.4
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied zijn twee bestemmingsplannen van toepassing: 'Noorden, Woerdense Verlaat en Vrouwenakker', inclusief 1e herziening en 'Glastuinbouw', inclusief 1e herziening. 1.4.1
Noorden, Woerdense Verlaat en Vrouwenakker
Het bestemmingsplan Noorden, Woerdense Verlaat en Vrouwenakker is door de gemeenteraad vastgesteld op 30 mei 2013. De 1e herziening is vastgesteld op 21 april 2016. Binnen dit bestemmingsplan heeft het plangebied de enkelbestemming 'Agrarisch' met voor het grootste
8
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker gedeelte de functieaanduiding 'glastuinbouw'. Deze gronden zijn bedoeld voor land- en tuinbouw op open grond met eveneens de mogelijkheid voor glastuinbouw ter plaatse waar dat is aangeduid. De bestemming Water is bedoeld voor het ontvangen, bergen en of afvoeren van water ten dienste van de waterhuishouding met de daarbij behorende werken en bouwwerken. Het zuidoostelijk deel heeft een dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering', bedoeld voor de bescherming van de aanwezige waterkering. Het gehele plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Deze dubbelbestemming beschermt eventueel in de grond aanwezige archeologische waarden. Geconcludeerd wordt dat de voorliggende ontwikkeling van de nieuwe woonbuurt niet passend is binnen het bestemmingsplan.
Afbeelding: uitsnede verbeelding bestemmingsplan Noorden, Woerdense Verlaat en Vrouwenakker, plangebied aangeduid met oranje kader
1.4.2
Glastuinbouw
Het bestemmingsplan Glastuinbouw is door de gemeenteraad vastgesteld op 28 maart 2013. De 1e herziening is vastgesteld op 1 december 2016. Binnen dit bestemmingsplan heeft het plangebied de enkelbestemming 'Wonen' en 'Tuin'. Deze bestemmingen zijn bedoeld voor woningen en bijbehorende tuinen. Omdat hier de ontsluitingsweg komt te liggen, is dit niet passend binnen het bestemmingsplan. Het gehele plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Deze dubbelbestemming beschermt eventueel in de grond aanwezige archeologische waarden. Tevens gelden de gebiedsaanduidingen 'Zone - transformatiegebied' en 'Luchtvaartverkeerzone - 20 KE'. De eerste regelt dat het beleid erop is gericht om glastuinbouw te transformeren naar andere agrarische functies. Het tweede regelt dat het vrijwaringsbeleid in de 20 KE-zone rond Schiphol. Dit betekent dat er geen nieuwe geluidgevoelige gebouwen en terreinen zijn toegestaan zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, met uitzondering van de woningen die kunnen worden gerealiseerd in het kader van de Ruimte voor ruimte regeling.
Geconcludeerd wordt dat er weliswaar geen woningen worden gerealiseerd (de te realiseren woning op eigendom E 1322 is planologisch reeds toegestaan, zie 1.3.3) en er dus geen strijd is met de gebiedsaanduiding over de luchtvaartverkeerzone, maar het nieuwe gebruik is niet ten behoeve van een agrarische functie een daarmee niet in lijn met het voorgestelde beleid voor het transformatiegebied. Een ontsluitingsweg ten behoeve van woningen is niet passend binnen het bestemmingsplan. Toelichting (ontwerp)
9
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker
Afbeelding: uitsnede verbeelding bestemmingsplan Glastuinbouw, plangebied aangeduid met oranje kader
1.4.3
Strijd met de bestemmingsplannen
De voorliggende ontwikkeling is niet toegestaan binnen zowel het bestemmingsplan Noorden, Woerdense Verlaat en Vrouwenakker als Glastuinbouw. Daarom wordt de ontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk gemaakt via een nieuw bestemmingsplan.
1.5
Leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan 'Hart van Vrouwenakker' is vervat in: de verbeelding, waarop de bestemmingen van de in het plan gelegen gronden en bijbehorende verklaringen zijn aangegeven; de planregels, waarin bepalingen zijn opgenomen over de inhoud van de bestemmingen en bepalingen omtrent het gebruik van gronden en de toelaatbaarheid van bebouwing. Het bestemmingsplan gaat verder vergezeld van deze toelichting, waarin de opzet van het bestemmingsplan wordt beschreven en verantwoord. Ook worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten vermeld, alsmede de resultaten van inventarisatie en onderzoek. Tot slot worden de resultaten van inspraak en overleg in deze toelichting opgenomen.
10
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker
Hoofdstuk 2
Beleidskader
2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we ‘nationale belangen’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voorbeelden van nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. Verbeteren en beschermen van biodiversiteit.
Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. De belangrijkste keuzes die worden gemaakt richten zich op het volgende. De opwekking van duurzame energie moet worden ingepast met oog op omgevingskwaliteit. Iedereen krijgt de komende jaren te maken met de overstap naar duurzame energie. Daarvoor zijn bijvoorbeeld meer windmolens en zonnepanelen nodig. Clustering is daarbij van belang en zonnepanelen worden in eerste instantie op en aan gebouwen gerealiseerd. Ook moet er ruimte zijn voor een overgang naar een circulaire economie. Hergebruiken van grondstoffen en materialen en benutten van duurzame energiebronnen wordt steeds belangrijker. De inrichting van de leefomgeving moet een aantrekkelijk vestigingsklimaat zoveel mogelijk bevorderen. Een aantrekkelijke omgevingskwaliteit vraagt goede inpassing van bedrijven, logistieke functies en datacentra. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren.
Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fietsen wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Het landgebruik moet in balans zijn met natuurlijke systemen. Bijvoorbeeld door kringlooplandbouw. Zo wordt een goede bodem- en waterkwaliteit en biodiversiteit bevorderd. Om te kunnen blijven genieten van het landschap moet behoud van de kwaliteit van het landschap sterker meewegen in de keuzes die worden gemaakt. Hetgeen hiervoor is beschreven vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming. Beoordeling Voorliggend plan komt tegemoet aan de behoefte aan woningen die er bestaat. Tegelijkertijd wordt de woonbuurt op een zorgvuldige wijze ingepast in het landschap. Er is daarom geen strijd met de NOVI.
Toelichting (ontwerp)
11
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker
2.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 zijn het Barro en Rarro (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening) in werking getreden. In het Barro zijn regels opgenomen met betrekking tot onderwerpen die een nationaal belang hebben. Het gaat hierbij onder meer om Rijksvaarwegen, de ecologische hoofdstructuur, primaire waterkeringen en erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Beoordeling Het voorliggende plangebied is aan de zuidoostzijde gelegen in de ecologische hoofdstructuur, tegenwoordig NNN-gebied. Door de groene invulling van het ontwerp aan deze zijde van het plangebied en het behoud van het aanwezige water wordt er voldoende rekening gehouden met het NNN-gebied. Overigens wordt in paragraaf 3.4 nader in gegaan op dit aspect. Geconcludeerd wordt dat er geen strijd is met het Barro.
Afbeelding: NNN-gebied in groen aangeduid (bron: Atlasleefomgeving)
2.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Artikel 3.1.6, lid 2, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat de onderbouwing van een ruimtelijk plan, waar een nieuwe stedelijke ontwikkeling mee mogelijk wordt gemaakt, aan de Ladder voor duurzame verstedelijking moet voldoen. Uit jurisprudentie blijkt dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wanneer sprake is van de realisatie van meer dan 11 woningen. In voorliggend geval is sprake van de realisatie van meer dan dit aantal en daarom is de ladder van toepassing. Behoefte De ladder bepaalt dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet voorzien in een behoefte. Volgens de provinciale Woningbehoefteraming 2021 is de woningbehoefte in de regio Holland Rijnland van 2021 tot met 2030 30.500 woningen. De provincie streeft naar een realistische programmering van 130% van de behoefte, dus een programmering van 39.650 woningen. Hiermee wordt rekening gehouden met planuitval. De planlijst 2021 bevat voor de periode 2021 t/m 2030 slechts 36.401 (119%) te aanvaarden woningen. Gelet op het plan kan worden gesteld dat het verzorgingsgebied met betrekking tot woningen zich primair richt op de gemeente Nieuwkoop en secundair op de directe buurgemeentes. Kwantitatieve behoefte In 2019 waren 44% van de verhuizingen in Nieuwkoop binnen de gemeente zelf en ongeveer 21% van de verhuisbewegingen was afkomstig uit de naastgelegen gemeente Alphen aan de Rijn.
Het voorliggende plan ziet toe op de toevoeging van diverse woningtypes, waarvan een dusdanige aantrekkingskracht uit
12
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker gaat, dat dit kopers vanuit de hele regio zal trekken. In paragraaf 2.2.3 wordt aangetoond dat ook vanuit de provinciale behoefteraming blijkt dat er een grote behoefte bestaat. In paragraaf 2.3.1 wordt dit gedaan vanuit de regionale behoefteraming. Gelet op de positieve huishoudensontwikkeling binnen de gemeente Nieuwkoop, het feit dat er sprake is van een grote kwantitatieve opgave en de plancapaciteit onvoldoende is om te kunnen voorzien in de kwantitatieve woonbehoefte, wordt geconcludeerd dat het plan past binnen de kwantitatieve woningbehoefte van het marktgebied. Kwalitatieve behoefte De ontwikkeling van het plangebied ten behoeve van woningbouw sluit aan op de woningbehoefte in de gemeente Nieuwkoop en anticipeert op de demografische ontwikkelingen. De Woonvisie Nieuwkoop heeft met name aandacht voor veranderingen in de bevolkingssamenstelling (kleinere huishoudens), sociale huur, jongeren en starters, (jonge) gezinnen, middeninkomens, spoedzoekers en ouderen. Met voorliggend plan wordt voorzien in een gevarieerd woningbouwprogramma, waardoor een brede doelgroep wordt aangesproken. De voorliggende ontwikkeling richt zich namelijk op starters, jongeren, jonge gezinnen en senioren.
De focus op deze groepen krijgt vorm door in te zetten op een suburbaan woonmilieu met bebo's, waarvan de begane grondlaag geschikt is voor ouderen en goedkope koopwoningen gericht op kleine huishoudensgroepen, aangevuld met enkele iets grotere grondgebonden woningen. Om een gedifferentieerde wijk te kunnen realiseren moet er ook ruimte zijn voor duurdere woningen. Dit bevordert ook de mogelijkheden om te kunnen investeren in een hoogwaardig woon- en leefklimaat. De realisatie van een relatief klein deel aan woningen in het hogere segment is daarom aanvaardbaar en in lijn met de Woonvisie Nieuwkoop. De wonen met zorgvoorziening voor kwetsbare ouderen (maar ook jongere kwetsbaren) speelt in op de behoefte die bestaat aan de steeds groter wordende groep ouderen die een plek nodig hebben. Op die manier draagt onderhavig plan bij aan de kwalitatieve behoefte. Schiphol Het plangebied ligt binnen de luchtvaartverkeerszone van Schiphol, de 20 Ke-contour.
Hiervoor gelden landelijke en provinciale regels, waaronder de volgende regel: “Voor zover een bestemmingsplan nieuwe woningen toestaat op de gronden binnen de 20 Ke-contour, wordt in de toelichting van dat plan rekenschap gegeven van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer en worden de redenen vermeld die ertoe hebben geleid om op de betreffende locatie nieuwe woningen te bestemmen” (Omgevingsverordening provincie Zuid-Holland artikel 6.14, lid 3). Bij het vertalen van het provinciale beleid in gemeentelijk beleid heeft de gemeente Nieuwkoop op 11 mei 2017 beleidsregels vastgesteld. Met deze beleidsregel heeft de gemeente aangegeven op welke wijze rekenschap wordt gegeven in bestemmingsplannen over (bijvoorbeeld) de geluidsbelasting van nieuwe woningen en indien nodig maatregelen om het geluidsniveau binnen de woning te verminderen. Hierna wordt ingegaan op de afweging van de belangen die met de beoogde woningbouw binnen 20 Ke-contour zijn gemoeid. Er wordt een afweging gemaakt waarbij de lokale leefbaarheid en vitaliteit een belangrijke rol spelen. Zoals blijkt uit het eerder in deze paragraaf beschrevene, bestaat er zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin een woningbouwopgave in de gemeente Nieuwkoop. De woningbouw wordt voorzien binnen de grenzen van de kern Vrouwenakker (welke als geheel binnen de 20 Ke-contour ligt).
De inbreiding binnen het 20 Ke-gebied is nodig voor het behoud van de leefbaarheid van Vrouwenakker. Er komen namelijk woningen die geschikt zijn voor starters en jongeren, waardoor deze groepen in de gemeente Nieuwkoop kunnen blijven wonen en niet genoodzaakt zijn te vertrekken naar elders. Deze twee groepen dragen bij aan het in stand kunnen houden van de voorzieningen binnen Vrouwenakker, wat uiteindelijk een positieve invloed heeft op de leefbaarheid voor alle inwoners van de kern. De ontwikkeling van dergelijke en deze hoeveelheid woningen is gewenst en binnen Vrouwenakker is geen andere c.q. betere locatie voorhanden. Door de realisatie in de hoek van het Nieuwveens Jaagpad en de N231, bestaat de mogelijkheid om aan te sluiten bij de 'kern' van Vrouwenakker. Aangezien de hele kern binnen de 20 Ke-contour ligt zou een andere locatie ook niet leiden tot een betere situatie met betrekking tot de 20 Ke-contour. Bestaand stedelijk gebied
Toelichting (ontwerp)
13
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker
Een volgende stap in de ladder is dat er moet worden aangetoond in hoeverre de woningbehoefte binnen het bestaand stedelijk gebied (BSG) van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Agrarische gronden die als zodanig worden gebruikt zijn geen onderdeel van BSG. In het voorgaande bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Mijdrecht 1983' had een deel van het voorliggende plangebied echter een bestemming dat een tuincentrum toeliet. In het voorgaande bestemmingsplan is de bestemming agrarisch geworden, maar deze gronden zijn nooit als zodanig gebruikt. Daarom is een motivering vereist waarom niet binnen BSG kan worden voorzien in deze ontwikkeling. Wanneer we kijken naar de kernen in de omgeving, is er nergens binnen de kernen sprake van gronden (aan te duiden als BSG) waar een actuele mogelijkheid is om de functie om te zetten naar woningbouw in deze omvang. Gronden die aanwezig zijn binnen BSG dragen in de kernen bij aan een goed woon- en leefklimaat en zijn daarom niet geschikt om te transformeren. De voorliggende locatie in Vrouwenakker biedt aansluitend aan de bestaande kern de mogelijkheid om in onbruik geraakte glastuinbouwgronden om te zetten naar een woonbuurt met een hoge leefbaarheid. De bestaande waterstructuur draagt daaraan bij. Er wordt voorts ook verwezen naar paragraaf 2.2.2.
Hierin is verwoord dat vanuit de provincie voorliggend plangebied is aangewezen als buitenstedelijke woningbouwlocatie. De conclusie is daarom dat er binnen BSG geen mogelijkheden zijn om de voorliggende ontwikkeling te realiseren. Daarmee wordt het plan als haalbaar geacht voor wat de betreft de Ladder voor duurzame verstedelijking.
2.1.4
Luchthavenindelingsbesluit Schiphol
Op 1 november 2002 heeft het kabinet milieu- en veiligheidsregels voor het vijfbanenstelsel op Schiphol vastgesteld. De regels zijn opgenomen in het Luchthavenindelingbesluit (LIB, geactualiseerd op 28 oktober 2021), waarin beperkingen worden gesteld aan het ruimtegebruik rond de luchthaven en het Luchthavenverkeerbesluit (LVB), dat is gericht op de beheersing van de belasting van het milieu door het luchtverkeer. Deze regels zijn op 20 februari 2003 in werking getreden, op het moment dat Schiphol de vijfde baan (Polderbaan) in gebruik had genomen. Deze regels moeten door gemeenten in acht worden genomen bij bestemmingsplannen en bij omgevingsvergunningen (o.a. de voormalige bouw- of aanlegvergunningen). In het Luchthavenindelingbesluit zijn twee gebieden vastgesteld: het luchthavengebied en het beperkingengebied. Het plangebied valt binnen het beperkingengebied als bedoeld in kaartbijlage 2 van het LIB. Binnen het beperkingengebied worden weer verschillende deelgebieden (zones) onderscheiden met specifieke regels, te weten LIB 1 t/m 5 kaartbijlage 3 van het LIB (beperking bebouwing). Het plangebied ligt in LIB 5: Afwegingsgebied geluid en externe veiligheid.
De bedoeling van het afwegingsgebied is om enerzijds op Rijksniveau het rijkskader (geen nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stedelijk gebied) in het LIB te verankeren en anderzijds de provincies de mogelijkheid te geven om daarbinnen (middels de provinciale Verordeningen) verdere regels te stellen om beperkt en onder voorwaarden woningen toe te staan. Risicoprofiel De Veiligheidsregio Hollands Midden is wettelijk verplicht eenmaal in de vier jaar een risicoprofiel vast te stellen. Een van de risico's waar de veiligheidsregio (en dus ook de gemeente Nieuwkoop) mee geconfronteerd kan worden is een vliegtuigongeval op haar grondgebied. De veiligheidsregio geeft aan dat er voor vliegtuigongevallen afspraken zijn gemaakt met de Veiligheidsregio Kennemerland waar Schiphol onder valt. De gevolgen van een vliegtuigongeval kunnen binnen het beschikbare potentieel van de Veiligheidsregio Hollands Midden samen met de Veiligheidsregio Kennemerland worden opgevangen. De raad van de gemeente Nieuwkoop heeft in zijn vergadering van 9 juli 2015 besloten het bestuur van de veiligheidsregio te verzoeken zich met name te focussen op het risico van luchtvaartongevallen. De Veiligheidsregio Hollands Midden heeft in 2019 een analyse opgesteld voor 10 kilometer zones in relatie tot luchtvaartongevallen. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 3.3.5. Provinciaal kader
14
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker
Zoals hiervoor is aangegeven is de bedoeling van het afwegingsgebied is om enerzijds op Rijksniveau het Rijkskader (geen nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stedelijk gebied) in het LIB te verankeren en anderzijds de provincies de mogelijkheid te geven om daarbinnen (middels de provinciale Verordeningen) verdere regels te stellen om beperkt en onder voorwaarden woningen toe te staan. De voorwaarden zoals vastgesteld door de provincie houden samengevat in dat woningbouw binnen de 20 Ke-contour is toegestaan binnen BSG. Dit volgt uit artikel 2.2.1d van het LIB. Zoals eerder gesteld ligt de voorliggende planlocatie niet volledig binnen BSG. Artikel 2.2.1e geeft uitzonderingen op het bepaalde in artikel 2.2.1d. Artikel 2.2.1e, lid 3 geeft aan dat onder BSG tevens wordt verstaan de toegevoegde woningbouwmogelijkheden binnen de voormalige 'rode contour' uit het Streekplan 2003. Bovendien is in de Provinciale Verordening 2016 opgenomen dat binnen de voorliggende planlocatie nog woningbouw mogelijk is tot 10 jaar na 2016, dus 2026. Gemeentelijk kader De gemeente heeft de provinciale regels aangevuld met gemeentelijke Beleidsregel wonen en vliegen (2017). Op grond van deze regels dient de (gecumuleerde) geluidssituatie inzichtelijk gemaakt te worden. In paragraaf 3.2.3 wordt ingegaan op de gecumuleerde geluidssituatie.
Tevens dient de behoefte aan woningen onderbouwd te worden, deze onderbouwing is opgenomen in paragraaf 2.1.3. Beoordeling Het voorliggende plangebied is gelegen in LIB 5 gebied. Daarnaast gelden hoogtebeperkingen: Maatgevende toetshoogte: maximaal 106 meter. Toetshoogte radar: maximaal 59 meter. Voor wat betreft de toetshoogte gelden er geen beperkingen: de maximale hoogte die met voorliggend bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt blijft ruim beneden de geldende hoogtebeperkingen. Op grond van artikel 2.2.1d en 2.2.1e van het LIB zijn op de gronden die met gebied LIB 5 zijn aangewezen woningbouwlocaties toegestaan binnen bestaand stedelijk gebied en gebieden die zijn aangeduid als binnen de rode contour in het Streekplan 2003. Het voorliggende plangebied valt grotendeels binnen de combinatie van BSG en de rode contour. Het westelijk deel van het plangebied valt niet binnen deze gebieden. Dit betekent dat een deel van de te realiseren woningen en alle woon-zorgeenheden buiten het gebied wordt gerealiseerd op grond waarvan het conform het LIB is toegestaan. Op 7 juli 2022 is een verzoek aan de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie (ILT) van I en W gedaan om een verklaring van geen bezwaar (vvgb) vanwege het bouwen van woningen buiten BSG.
Op 31 augustus 2022 heeft ILT laten weten dat een vvgb niet nodig is omdat gezien voorgaande bestemmingsplannen en het daarin vastgelegde en toegestane gebruik, er sprake is van BSG. Op grond van artikel 2.2.1d, lid 2 moet er onderbouwd worden op welke wijze rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen. In paragraaf 3.3.5 wordt nader ingegaan op de wijze waarop rekening wordt gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval. In de regionale afspraken ‘wonen en vliegen’ verbinden gemeenten zich aan een informatieplicht. Deze verplicht gemeenten om toekomstige en (potentiële) eigenaren, bewoners en gebruikers van woningen binnen het 20 Ke-gebied (thans LIB 5), alsmede partijen die voornemens (of doende) zijn die woningen te realiseren, actief en zo vroeg mogelijk te informeren over de geluidsbelasting als gevolg van Schiphol. In dit geval zullen de toekomstige bewoners worden geïnformeerd dat ze gaan wonen in de Schipholregio. Dit betekent dat zij mogelijk vliegtuiggeluid of -overlast kunnen ervaren in verband met de ligging van de woningen binnen de 20ke-contour. Het plangebied is ook gelegen binnen het gebied met beperkingen voor windturbines en lasers.
Windturbines passen niet binnen dit bestemmingsplan en het gebruik van lasers wordt niet in een bestemmingsplan geregeld. Het plangebied valt niet binnen de overige gebieden zoals ‘Beperking aantrekken vogels’. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met het Luchthavenindelingbesluit.
Toelichting (ontwerp)
15
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
De Omgevingsvisie is vastgesteld op 16 juni 2021. De herziening van 2021 is vastgesteld op 2 februari 2022 en in werking getreden op 11 maart 2022. De provincie Zuid-Holland wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. In de fysieke leefomgeving ziet de provincie zeven richtinggevende ambities, te weten: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van ZuidHolland. 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De provincie Zuid-Holland zet in de Omgevingsvisie onder andere in op ontwikkelingen met een passende ruimtelijke kwaliteit.
Ook wil de provincie de bebouwde ruimte beter benutten en de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte verbeteren. In het kader van een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving wenst de provincie woningbouw te realiseren in combinatie met onder meer natuurinclusieve maatregelen. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De gestelde ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Beoordeling Met voorliggend bestemmingsplan wordt bijgedragen aan de grote behoefte aan woningen met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. Ten opzichte van de bestaande (planologische) situatie die ruimte biedt voor glastuinbouw wordt een bijdrage geleverd aan een diverser en natuurinclusiever gebied. Er is meer ruimte voor water, infiltratie en groen. Met dit plan wordt aan deze ambitie bijgedragen door het realiseren van betaalbare appartementen in combinatie met natuurinclusieve maatregelen, zoals het realiseren van groene gevels en daken. De ruimtelijke kwaliteit gaat er daarmee op vooruit en door de realisatie van de ontmoetingsplek Hart van Vrouwenakker ten behoeve van geheel Vrouwenakker is de sociale component ook duidelijk aanwezig.
Het voornemen is in lijn met de Omgevingsvisie van Zuid-Holland.
2.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
De Omgevingsvisie Zuid-Holland beschrijft het strategische beleid van de provincie Zuid-Holland. De Omgevingsverordening is de vertaling van dit beleid in regels die doorwerking moeten krijgen in ruimtelijke besluiten. Op 2 februari 2022 is de laatste versie van de Omgevingsverordening vastgesteld, welke op 11 maart 2022 in werking is getreden. De Omgevingsverordening van de provincie is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften; en
16
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker c. zorgvuldig beheren, beschermen en ontwikkelen van de natuur, gelet op de intrinsieke waarde, dierenwelzijn, het behouden en herstellen van de biologische diversiteit, economische belangen, volksgezondheid en openbare veiligheid. Beoordeling De relevante artikelen uit de Omgevingsverordening worden hierna behandeld. Artikel 6.9 - ruimtelijke kwaliteit Artikel 6.9 gaat over de ruimtelijke kwaliteit van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen: 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. 2. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. 3. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. 4. Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze.
De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a. een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. 5. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en houdt rekening met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit.
Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. 6. Specifieke regels voor de gebiedstypen als opgenomen in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d, 6.9e, 6.9f en 6.9g, zijn van toepassing, tenzij een zwaarwegend openbaar belang aan de toepassing van die artikelen, uitgezonderd artikel 6.9e, in de weg staat. 7. Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit een combinatie van: a. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; b. wegnemen van verharding; c. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; d. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het plangebied van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is.
In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het plangebied worden betrokken in de motivering; indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast.
Toelichting (ontwerp)
17
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker 8. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 3, zijnde Buitengebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder noemer inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 6.9a. 9. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, zijnde Recreatiegebied, Belangrijk weidevogelgebied of Groene buffer, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan in beginsel slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen of aanpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9b, 6.9c of 6.9d. 10. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, zijnde Kroonjuweel cultureel erfgoed, Natuur Netwerk Nederland of Beschermd grasland in de Bollenstreek, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9e, 6.9f of 6.9g. 11. Transformatie is mogelijk in de beschermingscategorieën bedoeld in het negende en tiende lid voor de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur- en recreatiegebieden of van grote buitenstedelijke bouwlocaties bedoeld in artikel 6.10.
De voorwaarden als bedoeld in het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 12. Voor zover een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid een significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden, recreatiegebieden rond de stad, of karakteristieke landschapselementen, wordt deze aantasting gecompenseerd. Gedeputeerde staten leggen de vereisten betreffende de aard en omvang van de compensatie en het moment waarop de compensatie gerealiseerd moet zijn, vast in een beleidsregel over de compensatie bij nieuwe ontwikkelingen. De motivering bij het bestemmingsplan bevat een verantwoording over de wijze van compensatie. De locatiekeuze genoemd onder 4 is reeds eerder gemaakt. Zie hiervoor de aanwijzing als 'grote buitenstedelijke bouwlocatie'. De bestaande gebiedsidentiteit is dusdanig anders dan met dit bestemmingsplan wordt beoogd, dat er sprake is van transformeren. Het ontwerp dat aan voorliggend bestemmingsplan ten grondslag ligt heeft een hoge ruimtelijke kwaliteit en voorziet in een rustige overgang naar omliggende percelen. Dit blijkt uit het duurzaam saneren van (planologisch toegestane) kassen, verharding en het toevoegen van water en groen. Hiermee is er aansluiting bij lid 5, sub c. Voor de toets aan artikel 6.9a gaat het om een motivering op de volgende kwaliteiten: a. b. c. d.
de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap.
Voor wat betreft de openheid en structuur kan worden gesteld dat het vigerende bestemmingsplan het toelaat om bijna het volledige plangebied vol te bouwen met kassen. Ten opzichte van deze situatie vindt er geen verslechtering plaats van de openheid. De structuur van het gebied met watergangen wordt wel leesbaarder. Van vergezichten is in de bestaande en nieuwe situatie geen sprake. Het karakter van het plangebied wordt veel groener dan in de bestaande situatie en door het respecteren van de watergangen wordt de historie van het landschap benadrukt en leesbaarder voor de bewoners. Op een toets aan artikel 6.9e (NNN) wordt hierna ingegaan. Met betrekking tot lid 8 wordt gesteld dat sprake is van transformeren en dat zoals hiervoor is aangegeven, tevensovereenstemming is met artikel 6.9a. Voor het deel van voorliggend plangebied dat valt binnen NNN, is geen sprake van een transformatie. Het bestaande groene gebruik wordt voortgezet en de wezenlijke kenmerken worden in stand gelaten. Er is voor dit deel van het plangebied daarom sprake van inpassen (in plaats van transformeren) en zoals uit de toets aan artikel 6.9e blijkt (zie hierna) is er met dat artikel ook geen strijd. Aan lid 11 wordt voldaan omdat sprake is van een 'grote buitenstedelijke bouwlocatie' als bedoeld in artikel 6.10.
Artikel 6.9e - Beschermingscategorie 1 Natuurnetwerk Nederland Artikel 6.9e geeft aan dat een bestemmingsplan voor een locatie binnen het Natuurnetwerk Nederland, onderverdeeld in bestaande en nieuwe natuur, waternatuurgebied en ecologische verbinding, waarvan de
18
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 7 in bijlage II, geen bestemmingen aanwijst die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden. Voorliggend bestemmingsplan laat de bestaande waterbestemming in stand conform vigerend bestemmingsplan en voegt een groenbestemming toe op het punt waar het NNN-gebied het stuk land aan de zuidzijde van voorliggend plangebied raakt. Deze bestemming leidt niet tot een significante inperking van de wezenlijke kenmerken en waarden. Artikel 6.10 - stedelijke ontwikkelingen Van belang in dit geval is dat de voorliggende planlocatie is opgenomen in kaart 19 ('Grote buitenstedelijke bouwlocaties') van de omgevingsverordening. Hiermee is de planlocatie aangeduid als woningbouwlocatie. Artikel 6.10 geeft hierover aan: Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b.
Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X. In paragraaf 2.1.3 is een laddertoets gedaan en aangezien de voorliggende planlocatie is opgenomen als grote buitenstedelijke bouwlocatie, wordt voldaan aan artikel 6.10. Hiermee is ook direct de motivering voor het bouwen buiten BSG volledig rond. Artikel 6.14 - 20 Ke-contour Schiphol Dit artikel regelt dat binnen de 20 Ke-contour uitsluitend nieuwe woningen kunnen worden voorzien binnen bestaand stads- en dorpsgebied. Ook worden uitzonderingsmogelijkheden gegeven op het voorgaande. Artikel 6.14, lid 2, onder a, bepaalt dat woningbouw is toegestaan binnen de voormalige bebouwingscontour van de streekplannen uit 2003. Het grootste gedeelte van voorliggend plangebied is onderdeel van de voormalige rode contour uit het Streekplan uit 2003. Het westelijk deel valt hier buiten. Om voor dit deel te motiveren dat woningbouw hier mogelijk is wordt verwezen naar artikel 6.34 van de verordening.
Daarnaast is geregeld dat het realiseren van woningen moet worden gemotiveerd vanuit het aspect van geluid afkomstig van luchtverkeer. Hierop is reeds voldoende ingegaan in paragraaf 2.1.4. Artikel 6.22 - regionale waterkeringen Het voorliggende plangebied grenst aan een regionale waterkering, zowel aan de noordzijde als aan de zuidzijde. Artikel 6.22 regelt dat bestemmingsplannen een regionale waterkering en de beschermingszone ervan bestemmen in een bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan houdt rekening met de regionale waterkering door een dubbelbestemming op te nemen zoals dit ook is gedaan in het vigerende bestemmingsplan. Artikel 6.34 - afwijkingsmogelijkheid voor maatwerk Dit artikel bepaalt dat een bestemmingsplan kan voorzien in een bestemming waarbij in relatief beperkte mate wordt afgeweken van de regels in deze afdeling, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de doelstelling van de desbetreffende regels. Het is een maatwerkmogelijkheid voor de provincie. Er is sprake van een strijdigheid met artikel 6.14, lid 2, onder a. In voorliggend geval is sprake van een strak getrokken grens (lineaire lijn) tussen het deel dat binnen de rode contour uit het Streekplan van 2003 valt en het deel dat daarbuiten valt. Het grootste deel van de woningen die met voorliggend plan worden mogelijk gemaakt, worden gerealiseerd binnen de rode contour.
Het deel dat buiten de rode contour valt bestaat vooral uit een groen ingericht gebied en heeft een meanderende grens, veroorzaakt door het feitelijke en historische kavelpatroon. Dit geeft aanleiding om op dit punt toepassing te geven aan artikel 6.34. Er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de doelstelling van de betreffende regel (6.14, lid
Toelichting (ontwerp)
19
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker 2, onder a), want de strakgetrokken lijn doet geen recht aan het feitelijke kavelpatroon dat aanwezig is en cultuurhistorische waarde heeft. De conclusie is dat de ontwikkeling in lijn is met de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
2.2.3
Woningbehoefteraming Provincie Zuid-Holland 2021
In de provinciale omgevingsvisie is opgenomen dat de provincie samen met gemeenten en andere partijen op regionaal niveau voorziet in voldoende en passende woningen voor verschillende doelgroepen. Voor de provincie is de actuele Woningbehoefteverkenning Zuid-Holland uitgangspunt voor het gesprek over de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. De Woningbehoefteverkenning Zuid-Holland bestaat uit enerzijds een raming van de kwantitatieve woningbehoefte en anderzijds een verkenning van de kwalitatieve woningbehoefte. De toegestane woningvoorraadgroeicijfers worden op regionaal niveau vastgesteld omdat de provincie met de regio’s afspraken maakt over te bouwen woningen zoals is vastgelegd in het coalitieakkoord. Door de toegestane regionale woningvoorraadgroei per regio opnieuw als (richtinggevend) uitgangpunt vast te stellen heeft de provincie een actueel beoordelingskader voor de toetsing van bestemmings- of omgevingsplannen en de aanvaarding van regionale woonvisies en woningbouwprogramma’s in overeenstemming met het provinciale omgevingsbeleid. Uit de Monitor 2021 van de Regionale Woonagenda blijkt dat de druk op de woningmarkt onverminderd toeneemt en dat het aandeel sociale huurwoningen (12%) achterblijft bij het doel (25%). Ook is het aandeel woningen in het middensegment lager dan het doel (20%).
Beoordeling In de woningbehoefteraming is vastgesteld dat de toegestane woningvoorraadgroei in de woonregio Holland-Rijnland voor de periode 2021 tot en met 2030 30.500 woningen bedraagt. Het plan voegt 82 reguliere woningen en een woon-zorgcomplex met 26 woon-zorgeenheden toe aan de woningvoorraad in de regio Holland-Rijnland, waarmee het blijft binnen het kader gesteld door de raming. Bovendien worden er 16 sociale huurwoningen en 14 sociale koopwoningen (samen 36,5% sociaal) gerealiseerd. In het middensegment worden 8 huurwoningen en 8 koopwoningen (samen 19,5%) toegevoegd. Dit draagt bij aan de kwalitatieve doelen uit de Woningbehoefteverkenning.
2.3
Regionaal beleid
2.3.1
Regionale agenda Holland Rijnland 2019 - 2023
Nieuwkoop maakt onderdeel uit van de regio en samenwerkingsverband Holland Rijnland. Het is een regio die groeit en bloeit. Dit biedt kansen, maar stelt de regio ook voor uitdagingen. De regio zoekt ruimte voor woningbouw, bedrijvigheid, mobiliteit en duurzame energie waarbij de kenmerkende waarden van het landschap behouden moet blijven. Deze kenmerken en waarden maken de regio aantrekkelijk om er te leven, te recreëren en te bezoeken. Dit levert een ruimtelijk verdelingsvraagstuk op. In de Regionale Omgevingsagenda heeft de regio een eerste stap gezet in het vinden van de juiste balans. Tot voor kort werden veel van dit soort keuzes los van elkaar gemaakt; aparte afspraken voor bijvoorbeeld wonen, bedrijventerreinen of mobiliteit. In de integrale Regionale Omgevingsagenda is dit veranderd en maken ook de Regionale Strategie Mobiliteit en de Regionale Energiestrategie onderdeel van uit van de agenda. De drie opgeleverde producten komen voort uit de Regionale Agenda Holland Rijnland 2019 2023 en vormen samen een gedeelde ambitie voor de regio. De agenda bestaat uit een aantal verhaallijnen die in elkaar overlopen en elkaar versterken: een sterke kenniseconomie en complementaire bedrijvigheid; huisvesting; infrastructuur voor mobiliteit en energie; toekomstperspectief landschap.
Met betrekking tot huisvesting wil de regio woningen bieden aan diverse doelgroepen en voor diverse woonwensen. Daarbij wordt ingezet op verschillende woonmilieus in zowel grote als kleinere kernen,
20
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker met elk een eigen identiteit en woningaanbod. De uitdaging is om diverse woonmilieus in een compacte setting te realiseren met gezonde vergroening van de bebouwde omgeving als uitgangspunt. De regio kiest voor geconcentreerde verstedelijking om het landschap te sparen. De woningbehoefte is binnenstedelijk niet altijd meer op te lossen. Daar waar het binnenstedelijk niet meer past, wil de regio de kansen benutten die er liggen om de kwaliteit van de stadsranden te versterken via landschappelijke verstedelijking. Door middel van 'landschapsplannen' kunnen harde overgangen tussen stad en landschap verbeterd worden. Binnen een ecologisch raamwerk worden de functies wonen en werken gecombineerd met (nieuwe) natuur en water. Woningbouw levert zo een bijdrage aan biodiversiteit, klimaatbestendige inrichting en groene en gezonde steden. Tegelijk wordt er voor gezorgd dat de veelkleurige en vitale kernen buiten de verstedelijkingsas leefbaar blijven en niet op slot gaan. Beperkt woningen toevoegen in en direct langs de randen van de kernen blijft mogelijk, primair voor de eigen inwoners. Beoordeling De voorliggende planontwikkeling voorziet in een toevoeging van woningen waar een grote vraag naar is. Er is voor diverse doelgroepen een woningaanbod: voor jong en oud en van sociaal tot duur.
Vooral aan de sociale sector heeft het voorliggende plan een behoorlijke bijdrage. Het plan heeft een groen en klimaatadaptief karakter. Dit sluit zeer goed aan bij de gewenste combinatie van wonen, natuur en water. Dit alles binnen een groene setting met oog voor het sociale component: ontmoeten en beleven. Gezien de bestaande mogelijkheden van glastuinbouw betekent deze invulling een flinke ruimtelijke verbetering.
2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1
Omgevingsvisie Nieuwkoop
De omgevingsvisie Nieuwkoop is door de gemeenteraad op 8 juli 2021 vastgesteld. Het is het resultaat van een uitvoerig participatietraject dat samen met de Nieuwkoopse samenleving is doorlopen. De omgevingsvisie voorziet bij uitstek in een integrale, samenhangende visie op de toekomst van de gemeente Nieuwkoop. Deze geeft op basis van gezamenlijk geformuleerde waarden richting en ruimte aan opgaven en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Omgevingsvisie Nieuwkoop heeft zijn oorsprong in de Structuurvisie Nieuwkoop 2040: ondernemend, groen en duurzaam (2009). Halverwege 2016 is deze structuurvisie herijkt en vormde ook de input voor de omgevingsvisie. De omgevingsvisie Nieuwkoop zal zich de komende jaren blijven ontwikkelen. De omgevingsvisie helpt antwoord te geven op de belangrijkste opgaven, waar de gemeente de komende jaren mee te maken krijgt. De gemeente heeft drie ambities geformuleerd: 1. Gelukkige mensen: mensen wonen, werken en recreëren graag in de gemeente en dat wil de gemeente zo houden! Geluk, gezondheid en eigen initiatief staan in de visie daarom centraal. De gemeente wil met de bewoners werken aan een gezonde, sociale leefomgeving met kansen voor iedereen, bijvoorbeeld op een woning, goed onderwijs en genoeg ruimte om te bewegen en te ontmoeten. 2.