Bijlage 5: Toelichting van Ontwerpbestemmingsplan, ter inzage gelegd op 21-12-2023
Tekst van het document
Broedvogels zijn niet uit te sluiten en daarom dient er rekening te worden gehouden met het broedseizoen. Dit houdt in dat wanneer er gewerkt wordt buiten het broedseizoen (circa 15 maart - 15 juli) er geen verdere maatregelen nodig zijn. Wanneer dit wel wordt gedaan dient voorafgaand een broedvogelcontrole te worden uitgevoerd. Grondgebonden zoogdieren in de vorm van wezel, hermelijn en bunzing worden gezien de aanwezige ruigte verwacht. Deze soorten zijn echter vrijgesteld in Zuid-Holland. Er is daarom geen nader onderzoek nodig. Foeragerende vleermuizen zijn niet uit te sluiten. Door werkzaamheden niet 's avonds of 's nachts uit te voeren en eventuele verlichting (op andere momenten) naar beneden te richten, kan worden rekening gehouden met deze dieren en is nader onderzoek of ontheffing niet noodzakelijk. De heikikker kan niet worden uitgesloten en daarom is nader onderzoek naar deze soort noodzakelijk. Dit onderzoek wordt uitgevoerd van 15 februari tot 31 oktober. Ook kan de grote modderkruiper niet worden uitgesloten. Nader onderzoek naar deze soort is nodig en loopt van 1 maart tot 31 juli of van 1 september tot 31 november. Onderzoek beschermde gebieden
Toelichting (ontwerp)
39
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker
De genoemde quick scan ecologie gaat ook in op beschermde gebieden. Natura 2000-gebieden Het plangebied bevindt zich op 7,1 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse plassen en De Haeck. Door de kenmerken van het projectgebied, de afstand tot het Natura 2000-gebied en de aard van het tussenliggende stedelijke gebied zijn geen negatieve effecten aan de orde als gevolg van de toekomstige inrichting van het projectgebied op het Natura 2000-gebied en de instandhoudingsdoelen. Een stikstofdepositieberekening is uitgevoerd waarop wordt ingegaan in paragraaf 3.5. Hieruit blijkt dat er geen depositie plaatsvindt hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. NNN-gebied Het projectgebied ligt op 0 meter van het dichtstbijzijnde NNN gebied. Gezien de werkzaamheden worden er geen negatieve effecten verwacht op de toekomstige inrichting van het NNN. Conclusie Er vindt als gevolg van de werkzaamheden geen aantasting van beschermde gebieden plaats. Naar twee soorten is nader ecologisch onderzoek nodig. Er heeft reeds eDNA onderzoek plaatsgevonden naar de soorten. Dit is een nieuwe methode om de aanwezigheid van soorten in een water aan te tonen. Er is in de watermonsters geen eDNA van grote modderkruiper en heikikker gedetecteerd. De verwachting op het voorkomen van de soorten is hiermee verlaagd.
Wanneer tijdens later vervolgonderzoek één van de, of beide soorten worden aangetroffen, is een ontheffing verleenbaar. Dit komt omdat de soorten in de omgeving op meerdere plekken voorkomen en het hier geen essentieel leefgebied betreft.
3.5
Stikstofdepositie
Stikstofdepositie bestaat in gereduceerde vorm (NH3, ammoniak) en geoxideerde vorm (stikstofoxide, NOx). Beide vormen van stikstof kunnen worden omgezet tot de nutriënten ammonium (NH4) en nitraat (NO3). De extra aanvoer van deze voedingsstoffen kan vooral bedreigend zijn voor voedselarme habitattypen. Door de verrijking kan de vegetatie verruigen en kunnen kenmerkende soorten van schrale milieus verdwijnen. Daarnaast kan depositie van stikstof en dan vooral depositie van ammoniak, leiden tot een daling van de bodem-pH. Door verzuring verdwijnen gevoelige soorten en neemt de soortenrijkdom en kwaliteit van zuurgevoelige habitattypen af. Voor de toetsing van de effecten is het van belang om vast te stellen of de kritische depositiewaarde (KDW) van de betreffende habitattypen wordt overschreden. De KDW is de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Een overschrijding van de KDW betekent niet direct dat dit leidt tot een daadwerkelijke verslechtering van de kwaliteit, dit is afhankelijk van lokale situatie, waarbij er sprake kan zijn van buffering ten aanzien verzuring of vermesting.
Onderzoek Om te bepalen wat de effecten van stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase en de gebruiksfase is op stikstofgevoelige gebieden, is een stikstofonderzoek uitgevoerd. De rapportage ervan is bijgevoegd als Bijlage 13. De berekening is uitgevoerd met de AERIUS Calculator versie 2023 die op 5 oktober 2023 beschikbaar is gekomen. Op basis van de berekeningen die zijn uitgevoerd met AERIUS Calculator 2023, blijkt dat er zowel tijdens de (tijdelijke) realisatiefase als tijdens de (permanente) gebruiksfase geen stikstofemissies plaatsvinden die leiden tot stikstofdeposities van meer dan 0,00 mol/ha/jr op (naderend) overbelaste stikstofgevoelige habitats in omliggende Natura 2000-gebieden. Derhalve kan geconcludeerd worden dat er geen sprake is van mogelijke significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
40
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker
3.6
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie Begin 1992 ondertekende Nederland het Verdrag van Valletta/Malta. Daarmee heeft de zorg voor het archeologische erfgoed een prominentere plaats gekregen in het proces van de ruimtelijke planvorming. Uitgangspunten van het verdrag zijn het vroegtijdig betrekken van archeologische belangen in de planvorming, het behoud van archeologische waarden in situ (ter plaatse) en de introductie van het zogenaamde 'veroorzakerprincipe'. Dit principe houdt in dat degene die de ingreep pleegt financieel verantwoordelijk is voor behoudsmaatregelen of een behoorlijk onderzoek van eventueel aanwezige archeologische waarden. Dit is vertaald in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Met name de Erfgoedwet is door de Wamz aangepast en gaat concreet in op de bescherming van archeologische waarden in bestemmingsplannen. Beoordeling In 2009 is reeds een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd waarvan de rapportage (NO3177_NKVA2, juni 2009) is bijgevoegd als Bijlage 14. In de rapportage komt naar voren dat het voorliggende plangebied onderdeel was van een grotendeels ondoordringbaar veengebied. Er was sprake van een rietmoeras totdat na WOII werd begonnen met de kassenbouw in het plangebied. Er zijn geen archeologische vindplaatsen of archeologische monumenten bekend.
Er bevindt zich volgens geraadpleegde historische kaarten geen bebouwing uit de Nieuwe Tijd binnen het plangebied. Uit het uitgevoerde veldonderzoek bleek dat er mariene sedimenten en bosveen zijn aangetroffen. Hieruit wordt geconcludeerd dat het plangebied te nat was voor bewoning. Oeverwallen zijn wel geschikt geweest voor bewoning, maar deze zijn niet aangetroffen binnen het plangebied. Er wordt geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen en daarom heeft het plangebied ook geen archeologische dubbelbestemming gekregen in het voorliggende bestemmingsplan. Cultuurhistorie Binnen het plangebied zijn geen bijzondere cultuurhistorische waarden aanwezig. Conclusie Er vindt geen aantasting plaats van archeologische- of cultuurhistorische waarden. Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
3.7
Kabels en leidingen
In een ruimtelijk plan moeten planologisch relevante leidingen worden opgenomen. Deze kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik in de omgeving. Planologisch relevant zijn hoofdnutsvoorzieningen, zoals leidingen voor het transport van giftige, brandbare en/of ontplofbare stoffen, aardgasleidingen, hoogspanningsleidingen of afvalwaterleidingen. Als dergelijke leidingen in het plangebied voorkomen worden deze als zodanig bestemd. Dit inclusief de afstand die vrijgehouden moet worden van bebouwing om de leiding te beschermen. In en rond het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen aanwezig waarmee in dit plan rekening moet worden gehouden.
Toelichting (ontwerp)
41
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker
Hoofdstuk 4 4.1
Juridische aspecten
Planmethodiek
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Op de verbeelding krijgen alle gronden binnen het plangebied een bestemming. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. De juridische betekenis van deze bestemmingen en aanduidingen zijn terug te vinden in de regels. Een gedeelte van de informatie op de analoge verbeelding heeft geen juridische betekenis, maar is slechts opgenomen om de leesbaarheid van en oriëntatie op de verbeelding te vergroten, zoals een kadastrale/BGT ondergrond. Alle letters, aanduidingen en lijnen worden verklaard in de legenda op de verbeelding. Bij eventuele verschillen tussen de digitale en analoge verbeelding is de digitale verbeelding juridisch bindend. De regels bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de bouw- en gebruiksmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan zijn opgebouwd conform de door het SVBP 2012 voorgeschreven systematiek en omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en ten slotte de overgangs- en slotregels.
4.2
Toelichting op de planregels
In het hoofdstuk 'Inleidende regels' is een aantal begrippen verklaard welke gebruikt wordt in de planregels. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is in het artikel "Wijze van meten" bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan geïnterpreteerd dient te worden. In het hoofdstuk 'Bestemmingsregels' zijn de in het plan opgenomen bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels er gelden. Tevens zijn, waar dat wenselijk is, flexibiliteitbepalingen opgenomen. Artikel 3 Agrarisch Binnen deze bestemming is een tuincentrum mogelijk met daarbij behorende voorzieningen, zoals wegen, paden, parkeervoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Bedrijfsbebouwing is alleen toegestaan ten behoeve van een tuincentrum en binnen het bouwvlak, met een goothoogte van maximaal 5 meter en een bouwhoogte van maximaal 8 meter. Artikel 4 Groen Deze bestemming is bedoeld voor groenvoorzieningen en ondersteunende openbare voorzieningen zoals wandel- en fietspaden, wegen, water, speel- en sportvoorzieningen en kunstwerken. Ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein' zijn maximaal 12 evenementen toegestaan. Wat onder een evenement wordt verstaan is gedefinieerd in artikel 1.32.
Ter plaatse van deze aanduiding is tevens een gebouw toegestaan waarvan minimaal één zijde open moet blijven, met een maximale bebouwingsoppervlakte van 40 m2 en een maximale hoogte van 5 meter. De exacte situering van dit gebouw is flexibel binnen het aanduidingsvlak. Deze bestemming heeft een belangrijke functie binnen het bestemmingsplan door het veelvuldige toepassen van groen ter bevordering van het woon- en leefklimaat in relatie tot de hoge geluidsbelasting als gevolg van vliegtuigverkeer. Het westelijk deel van het plangebied is ook bestemd als Groen. Hierdoor is er voor bewoners op korte afstand de mogelijkheid om een groene omgeving op te zoeken en elkaar te ontmoeten. Dit heeft een positief effect op de leefkwaliteit binnen het plangebied. Ten behoeve van een groene inpassing van woningen is een aanduiding ten behoeve van hagen opgenomen waarmee wordt geregeld dat hagen tot een hoogte van 1 meter worden gerealiseerd en in
42
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker stand worden gehouden. Artikel 5 Maatschappelijk De maatschappelijke bestemming is bedoeld voor de zorginstelling waarbinnen wonen met zorg mogelijk is voor maximaal 26 zorgwooneenheden. Dit zorggebouw biedt tevens ruimte voor ondergeschikte maatschappelijke voorzieningen tot maximaal 20% van het bruto vloeroppervlak. Hierbij kan gedacht worden aan voorzieningen voor de buurt zoals het aanbieden van groepsactiviteiten, thuiszorg of fitness/fysiotherapie. Het gebouw is toegestaan binnen een bouwvlak en mag in twee verschillende hoogtes worden gebouwd (maximaal 10 meter en 13 meter). Door middel van een voorwaardelijke verplichting is geborgd dat er een goed woon- en leefklimaat wordt gerealiseerd binnen de bebouwing. Artikel 6 Tuin De bestemming tuin is opgenomen bij de sociale koopwoningen en de beneden-bovenwoningen waar sociale- en middeldure huur mogelijk is. Binnen deze bestemming is geen bebouwing mogelijk, met uitzondering van de aanduiding 'bijgebouwen'. Dit is gedaan om te zorgen dat woningen niet uit kunnen breiden, om zo de koop- en huurprijs laag te houden. Op deze wijze moeten de woningen ook in de toekomst betaalbaar blijven. Ook vergunningsvrij zijn uitbreidingen met gebouwen niet mogelijk. Vanuit waterhuishoudkundig oogpunt is het van belang dat om te voorkomen dat tuinen volledig worden verhard.
Hierom is een verbod opgenomen om de bestemming 'tuin' zonder omgevingsvergunning voor meer dan 65% te verharden. Er kan een omgevingsvergunning worden verleend indien wordt aangetoond dat de waterhuishoudkundige belangen niet worden geschaad. Afstemming met de waterbeheerder is hierbij noodzakelijk. Ten behoeve van een groene inpassing van woningen zijn aanduidingen ten behoeve van hagen opgenomen waarmee wordt geregeld dat hagen tot een hoogte van 1 meter of 2 meter worden gerealiseerd en in stand worden gehouden. Artikel 7 Verkeer - Verblijfsgebied De hoofdwegen binnen het plangebied zijn bestemd als 'Verkeer – Verblijfsgebied'. Gebouwen zijn alleen toegestaan ten behoeve van algemeen nut en beperkt tot 3 meter hoogte en maximaal 15 m2 oppervlakte. Aan de oostzijde van het plangebied is een ontsluiting opgenomen op de N231 die alleen gebruikt kan worden als langzaam verkeersroute en als calamiteitenontsluiting. Dit is geregeld met de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer – calamiteitenroute'. Artikel 8 Water De watergangen binnen het plangebied zijn bestemd als 'water'. Ook zijn kunstwerken mogelijk, welke zijn gedefinieerd in artikel 1.39. Gebouwen zijn niet toegestaan en steigers bij woningen zijn beperkt in omvang. Artikel 9 Wonen Binnen de bestemming 'wonen' zijn woningen toegestaan inclusief beroepen aan huis. Woningen zijn toegestaan binnen de bouwvlakken.
Binnen de woonbestemming kan onderscheid worden gemaakt in type woningen. Rijwoningen, sociale koop 2: Het bouwvlak is strak om de bebouwing heen gelegd om te voorkomen dat woningen groter worden gebouwd en zo te borgen dat huizenprijzen te veel stijgen. Hiervoor is één blok aangewezen met een maximale goothoogte van 6,5 meter en een maximale bouwhoogte van 10,5 meter. Er zijn maximaal 8 woningen mogelijk. Beneden bovenwoningen: Hier is sociale huur en middeldure huur gepland. Ook hier is het bouwvlak strak om de bebouwing heen gelegd om dezelfde reden als bij de sociale koop. De maximale goothoogte is 6,5 meter en de maximale bouwhoogte 10,5 meter. Tiny houses, sociale koop 1: Er wordt de mogelijkheid geboden aan 6 tiny houses in twee blokken van 3 woningen. Ook hier is het bouwvlak strak om de woningen heen gelegd ter voorkoming van uitbreiding
Toelichting (ontwerp)
43
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker en dus behoud van betaalbaarheid. De maximale bouwhoogte is 3,5 meter. Om de tiny houses is een groenbestemming gelegd om te zorgen dat de gronden openbaar gebruikt kunnen worden, wat kenmerkend is bij tiny houses. Rug-aan-rugwoningen, sociale koop1: Ten oosten van de tiny houses is een blok van 8 rug-aan-rugwoningen mogelijk. Het bouwvlak is strak om de bebouwing gelegd en binnen de aanduiding bijgebouwen zijn bijgebouwen aan de voorzijde mogelijk, conform ontwerp. De bouwhoogte bedraagt maximaal 6 meter. (Middel)dure koop rijwoningen: Deze woningen hebben meer flexibiliteit gekregen in situering door het opnemen van een ruimer bouwvlak. In totaal zijn er 26 woningen mogelijk verdeeld over 4 bouwvlakken. De goothoogte is maximaal 6,5 en de bouwhoogte maximaal 10,5 meter. Voor de realisatie van bijgebouwen voor de voorgevel is een aanduiding 'bijgebouwen' opgenomen. Hier zijn bijgebouwen tot 3 meter mogelijk. Twee-aaneenwoningen en vrijstaande woningen: Deze woningen zijn mogelijk aan de zuidoostzijde van het plangebied en zijn aangeduid met 'twee-aaneen' en 'vrijstaand'. De woningen mogen vrij worden verdeeld binnen het bouwvlak met een maximum van 10 woningen. De maximale goothoogte bedraagt 6,5 meter en de maximale bouwhoogte 11,5 meter.
De reeds vergunde woning aan het Nieuwveens Jaagpad wordt mogelijk gemaakt met een bouwvlak waarbinnen één woning mogelijk is. Voor de woningen binnen het plangebied met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - groene daken' is een verplichting opgenomen om per woning minimaal 75% van het dakvlak groen uit te voeren en te houden. Dit houdt verband met het terugbrengen van de effecten van het vliegtuiglawaai afkomstig van Schiphol. De groen daken dempen en reduceren het geluid en zijn daarom van belang voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Ook is een verbod opgenomen om de gronden binnen een woonbestemming te verharden: c. voor meer dan 65% bij woonpercelen kleiner dan 350 m2, of; d. voor meer dan 50% bij woonpercelen groter dan 350 m2; Het hoofdgebouw wordt hierbij niet meegerekend en de oppervlakte van bijgebouwen wel. Er is een omgevingsvergunning mogelijk voor meer verharding, mits wordt aangetoond dat geen onevenredige aantasting van de waterhuishoudkundige belangen ontstaat. Alvorens toepassing te geven aan deze bepaling dient advies te worden ingewonnen bij de waterbeheerder. Ten behoeve van een groene inpassing van woningen zijn aanduidingen ten behoeve van hagen opgenomen waarmee wordt geregeld dat hagen tot een hoogte van 1 meter of 2 meter worden gerealiseerd en in stand worden gehouden.
Artikel 10 Waterstaat - Waterkering Er zijn twee waterkeringen aanwezig binnen het plangebied: aan de noordwestzijde langs het Nieuwveens Jaagpad en aan de zuidzijde. Deze zijn beschermd middels een dubbelbestemming 'waterstaat-waterkering'. Hoofdstuk 3 Algemene regels In de algemene regels zijn regels opgenomen voor ondergronds bouwen, dakkapellen op woningen, hoe met ondergeschikte bouwonderdelen wordt omgegaan en hoe moet worden omgegaan met parkeren. Gerealiseerde parkeervoorzieningen mogen niet zomaar worden gewijzigd en bij nieuwbouw moet worden voldaan aan het 'Parkeerbeleid gemeente Nieuwkoop 2021', danwel de opvolger daarvan. In de algemene gebruiksregels is opgenomen wat onder strijdig gebruik wordt verstaan. In de algemene aanduidingsregels is een aanduiding 'luchtvaartverkeerszone – 20Ke' opgenomen die geldt voor het gehele plangebied. Deze aanduiding regelt wanneer nieuwe geluidgevoelige gebouwen (waaronder woningen) zijn toegestaan. Voorliggende woningbouwontwikkeling valt onder de uitzonderingsmogelijkheden. In de algemene afwijkingsregels is opgenomen binnen welke marges het bevoegd gezag (B&W) mag afwijken van in de regels gestelde maten en bepalingen. Er mag bijvoorbeeld worden afgeweken ten
44
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker behoeve van voorgeschreven maatvoering (zoals goot- en bouwhoogtes) tot maximaal 10%. De algemene wijzigingsregels geven B&W de mogelijkheid om bestemmingen te wijzigen wanneer dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein of bijvoorbeeld wanneer wettelijke regelingen wijzigen.
4.3
Plansystematiek
Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BGT-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor ondermeer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden (en in dit geval ook wateren) een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar.
Toelichting (ontwerp)
45
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker
Hoofdstuk 5 5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg
In het kader van het wettelijk verplichte vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro is het bestemmingsplan toegestuurd aan verschillende overleginstanties toegestuurd. Hierna is beschreven van welke instanties een reactie is ontvangen en hoe de reactie is verwerkt in voorliggend bestemmingsplan. Provincie Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland heeft aangegeven dat afstemming plaatsgevonden over de toepassing van maatwerk ex. art. 6.34 van de Omgevingsverordening in verband met het in beperkte mate afwijken van de regels voor de 20Ke-contour van Schiphol. Daarbij was nog wel het voorbehoud opgenomen, dat de provincie te zijner tijd, zodra het bestemmingsplan in procedure zou worden gebracht, het plan nog integraal moest worden beoordeeld. Daarover merkt de provincie het volgende op: I.
II.
Over de landschappelijke inpassing van het plan en de aansluiting van een calamiteitenroute naar de provinciale weg N231 heeft afgelopen zomer al voldoende afstemming plaatsgevonden. Voor wat betreft deze aspecten en het aspect toepassing van maatwerk geeft het voorontwerpbestemmingsplan geen aanleiding om daarover opmerkingen te maken. Het aandeel sociale huurwoningen is kleiner dan de provincie wenst (25%) op basis van de Omgevingsverordening. Ook is het niet in lijn met de Regionale Realisatieagenda's en de Regionale Woonagenda Holland Rijnland 2023 (65% betaalbaar, waarvan 30% sociale huur in het nieuwbouwprogramma). Ook merkt de provincie op dat de sociale huurwoningen in het bestemmingsplan (nog) niet zijn ondergebracht bij een woningcorporatie. De provincie geeft aan dat met het toevoegen van tenminste 6 extra sociale huurwoningen in ieder geval al voldaan kan worden aan minimaal 25% sociale huur in het bestemmingsplan (art 6.10, lid 2 Omgevingsverordening).
Reactie: In een separate reactie heeft de gemeente Nieuwkoop richting de provincie aangegeven dat het voorliggende programma is opgesteld op basis van een onderbouwde behoefte dat bestaat binnen Vrouwenakker. Dit is vastgelegd in de Visie op Wonen in Vrouwenakker-West 2025, die is vastgesteld door de gemeenteraad in februari 2022. In gesprekken die hebben plaatsgevonden met de provincie tussen november 2021 en oktober 2022 is het plan veelvuldig besproken. Ook is in de gesprekken gesproken over de 50/50 verdeling tussen huur en koop voor zowel de sociale als betaalbare categorie en de motivering vanuit de gemeente daarvoor. Na alle afstemming met de gemeenteraad, provincie, ILT en WDA (en andere ketenpartners) is de aanbestedingsleidraad afgerond. Hierin zijn alle eisen en wensen, onder de paraplu van alle vigerend beleid, standpunten van ketenpartners en aangevuld met extra sociale/maatschappelijke ambities verankerd in de aanbestedingsleidraad. De uitgangspunten in deze leidraad (35% sociaal (50/50 sociale koop1/sociale huur) en betaalbare koop (50/50 middenhuur en sociale koop2) sloten aan op het vigerend beleid. Het bestemmingsplan dat voorligt is gebaseerd op de aanbestedingsleidraad waar zoals is aangegeven een zorgvuldig proces aan vooraf is gegaan waar de provincie onderdeel van is geweest.
Het is daarom niet wenselijk en vrijwel onmogelijk om nu het woningbouwprogramma te wijzigen. Woningcorporatie Woondiensten Aarwoude (WDA) is nauw betrokken geweest bij het proces vanaf december 2021. Tegelijkertijd met het tekenen van de overeenkomst tussen ontwikkelaar VORM (winnaar aanbesteding) en Gemeente Nieuwkoop is er ook een overeenkomst getekend tussen WDA en VORM waarmee is geborgd dat WDA de sociale huurwoningen aan hun portefeuille zal toevoegen. Inmiddels zijn VORM en WDA ook met elkaar in gesprek om te verkennen of de middenhuur bij WDA ondergebracht kan worden. Een vergelijkbaar proces loopt voor het Wonen met zorg gebouw.
Veiligheidregio Hollands Midden I.
Er heeft geen goede beoordeling van de bestrijdbaarheid van een gebouwbrand kunnen plaatsvinden. Dit komt vanwege de onduidelijkheid over de maatvoering/bochtstralen binnen het plangebied als ook de benodigde nadere uitwerking van de doodlopend eindconstructies. Geadviseerd wordt om de
46
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker ontbrekende gegevens aan te vullen en het plan aan te passen op basis van het beleidsdocument 'bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen' en de veiligheidsregio voor deze onderdelen om een aanvullend advies te vragen. De offensieve bluswatervoorziening (voor de bestrijding van kleine branden) is nog niet geprojecteerd in het plangebied. Graag ontvangt de veiligheidsregio te zijner tijd een voorstel met de projecteringstekeningen van de brandkranen. Dit volgt later in het traject van nieuwbouw door het drinkwaterleidingbedrijf en maakt onderdeel uit van hun standaard werkproces. Reactie: De ontbrekende gegevens zijn aangevuld in de ontwerptekening en er wordt aanvullend advies aangevraagd. II.
De nieuwe ontwikkeling van de zorglocatie voldoet niet aan de prognosetijden van de opkomsttijd van de brandweer. Het betreft hier een nieuwe locatie met het overheersende kenmerk ‘Gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen’ en is daarmee een aandachtsobject. Aangezien niet voldaan kan worden aan de opkomsttijden is het ook vanuit ruimtelijke ordeningsoogpunt benodigd om aanvullende locatie maatregelen voor te schrijven zodat de langere opkomsttijd van de brandweer hiermee kan worden overbrugd. Gedacht kan worden aan een watermistinstallatie (beperken brandomvang) en rookmelders in alle verblijfsruimten (versnellen alarmeringstijd en daarmee de vluchttijd vergroten). Daarnaast is de BHV-organisatie eveneens extra van belang aangezien zij een langere periode zelf de hulpverlening moeten vormgeven alvorens de brandweer komt assisteren.
Reactie: Bij de technische uitwerking van de plannen wordt rekening gehouden met aanvullende maatregelen. III. In het kader van externe veiligheid zijn er geen bijzonderheden. Het plangebied ligt nabij een provinciale weg maar deze weg maakt geen onderdeel uit van het Basisnet, het aantal transporten van gevaarlijke stoffen over deze weg is beperkt. Wel wordt geadviseerd de (mechanische) ventilatie eenvoudig afschakelbaar te maken mocht zich een brand in de omgeving (kassencomplex) of een toxische wolk zich voordoen. Reactie: Bij de technische uitwerking van de plannen wordt rekening gehouden met aanvullende maatregelen. IV. In het kader van waterveiligheid kan bij een overstroming vanuit een regionale kering een waterstand van meer dan een meter worden bereikt. Een nadere uitwerking is evenals voor de andere scenario’s in bijlage 1 opgenomen. Voor de nutsvoorzieningen is het wenselijk deze op hoogte aan te brengen zodat de wederopbouw na een overstroming sneller kan verlopen. Een realistische waterstand (reëel versus wordt-case scenario) kan door het waterschap worden bepaald. Reactie: Bij de realisatie van nutsvoorzieningen zal worden beoordeeld of een hogere plaatsing uitvoerbaar is. V. Er wordt aandacht gevraagd voor de brandveiligheid van groene daken in relatie tot de toepassing van zonnepanelen.
In een nadere uitwerking zal aannemelijk gemaakt moeten worden dat voorzorgsmaatregelen worden getroffen die het ontstaan van een (ongecontroleerde) brand kunnen voorkomen. Ditzelfde geldt ook voor het riet gedekte dak van het appartementencomplex en eventueel toe te passen groene gevels. Reactie: Bij de uitwerking van de bouwplannen zal aandacht worden besteed aan brandveiligheid in relatie tot groene daken.
Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht I.
Opgemerkt wordt dat bouwen binnen het profiel van vrije ruimte van de waterkering in geen geval is toegestaan. Vanwege de ophoging binnen het plangebied kan er zetting op de waterkering ontstaan. Er zal een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd moeten worden waarin aangetoond wordt dat de stabiliteit van de waterkeringen gewaarborgd blijft. Bovendien is Amstel, Gooi en Vecht
Toelichting (ontwerp)
47
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker (AGV) voornemens een dijkverbetering uit te voeren aan de noordelijke waterkering in 2024/2025. Afstemming met AGV is noodzakelijk om beide werkzaamheden goed aan te laten sluiten. Reactie gemeente: De opmerking omtrent het bouwen binnen het profiel van vrije ruimte wordt ter harte genomen. Er zal een geohydrologisch onderzoek worden uitgevoerd en worden overlegd aan AGV voordat werkzaamheden plaatsvinden om ook de gewenste afstemming te hebben. II.
AGV merkt op dat de waterkwaliteit van het aangrenzende watersysteem niet mag verslechteren. Het voorontwerpbestemmingsplan is op dit punt nog te kort door de bocht. In de waterparagraaf dient een kopje opgenomen te worden voor waterkwaliteit waar duidelijk beschreven wordt of, hoe en in welke mate de ontwikkeling een invloed heeft op de ecologische waterkwaliteit. Indien een verslechtering aannemelijk is dienen mitigerende maatregelen genomen te worden.
Reactie gemeente: in de toelichting is in de watertoets aangevuld. III. AGV geeft aan dat waterdempingen binnen het plangebied één op één moeten worden gecompenseerd in de vorm van open water. Duikers zijn nodig om te voorkomen dat watergangen worden afgesloten en om te zorgen dat water afgevoerd kan blijven worden. AGV vraagt zich af of de zuidoostelijke ontsluitingsweg ook wordt gerealiseerd met een demping van de watergang en zo ja, of deze demping is meegenomen in de watertoets. Reactie gemeente: Water wordt één op één gecompenseerd en duikers worden toegepast. De Zuidoostelijke demping is nog niet meegenomen in de watertoets, maar dit zal worden toegevoegd. Er zit voldoende ruimte in het overschot aan water dat wordt gerealiseerd, waardoor de demping geen problemen oplevert voor de watertoets. De dam zal worden uitgevoerd met een duiker waardoor de doorstroming gegarandeerd is. IV. Voor wat betreft het beheer en onderhoud van watergangen wijst AGV erop dat onderhoud van secundaire watergangen aan de eigenaren is en dat dit duidelijk gecommuniceerd moet worden. Ook moeten secundaire watergangen een schouwstrook hebben en daar wordt in het plan aan voldaan. AGV is verantwoordelijk voor het onderhoud van primaire watergangen, welke in het zuidoosten van het plangebied aanwezig zijn.
Aan de zuidkant lijkt het er voor AGV op dat er demping gaat plaatsvinden en dat varend onderhoud niet meer mogelijk is. Overleg hierover is nodig. Reactie gemeente: Communicatie met de nieuwe eigenaren zal plaatsvinden. Het is niet de bedoeling water van de primaire watergang te dempen. Graag treedt de ontwikkelende partij hierover in nader overleg. V. Als gevolg van de watercompensatie zullen nieuwe secundaire watergangen gegraven worden. Aangezien we binnen plangebied met een venige ondergrond te maken hebben en opbarsting van de waterbodem een risico vormt, eist AGV om de nieuwe watergangen niet dieper dan 60cm te graven. Tevens vraagt AGV om voor de nieuwe watergangen het opbarstrisico te berekenen en aan te tonen dat het risico verwaarloosbaar is. Dit ook in verband met de ophoging van de gronden. Gevraagd wordt om de ophoging niet in één keer uit te voeren om oppersing te voorkomen. Ook vraagt AGV om een t=0 meting, vóór het bouwrijp maken van het plangebied, van de breedte en diepte (profiel) van alle watergangen binnen het plangebied. Na realisering van het project zal een nieuwe schouw plaatsvinden. Reactie gemeente: Er zal voor aanvang van de werkzaamheden een 0- meting worden uitgevoerd om de breedte en diepte van de bestaande watergangen in kaart te brengen.
Na voltooiing van de werkzaamheden zal getoetst worden of de diepte en breedte van de watergangen niet is gewijzigd en zo nodig, waar dit een verslechtering betreft, weer in oude situatie hersteld worden. VI. AGV gaat niet akkoord met het uitvoeren van watercompensatie in de nieuwe situatie: watercompensatie moet worden uitgevoerd voordat de nieuwe verharding wordt aangelegd. Daarnaast wordt aangegeven dat halfverharding in principe als 100% verharding wordt gezien, tenzij
48
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker wordt aangetoond dat hemelwater tot zekere hoogte kan infiltreren. Het aanbrengen van de groene daken geldt niet als watercompensatie. Reactie gemeente: Watercompensatie zal worden uitgevoerd voor aanbrengen nieuwe verharding. Uit het wateroverschot voor compensatie blijkt dat wanneer de daken en halfverharding als 100% worden berekend, nog steeds voldoende watercompensatie wordt gerealiseerd. Er is een extra toevoeging van 641 m2 aan water. Als de halfopen verharding en de daken beide voor 100% verhard mee worden genomen, zal dit een toename van 1840m2 zijn en dus leiden tot 184m2 extra watercompensatie. Er resteert dan nog een surplus van 457m2. Als het inrichtingsplan vast ligt zal er een nieuwe berekening worden gemaakt die bij het bestemmingsplan gevoegd zal worden. VII. AGV gaat er van uit dat bij deze nieuwbouw het hemelwater losgekoppeld wordt van het riool. Hemelwater dient binnen het plangebied zo veel als mogelijk te worden geborgen, geïnfiltreerd en vertraagt te worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Zodoende worden (te) grote peilstijgingen en verhoogde afvoer van water benedenstrooms deels voorkomen, en hiermee mogelijk wateroverlast. De halfopen verharding en kleine berging onder groene daken dragen iets bij, maar meer is mogelijk.
AGV begrijpt dat in de huidige situatie van veen en kleine drooglegging lastig is voor infiltratie. Maar daarnaast wordt het plangebied met 1m zand opgehoogd wat infiltratie vergroot. Met name de inrichting van maaiveld (wadi’s etc.) kan voor afstromend hemelwater (met nutriënten) nog mogelijkheden bieden. Hemelwaterafvoeren kunnen met aanpassingen ook niet direct maar vertraagd lozen op watergangen. AGV ziet graag nog in het bestemmingsplan een kopje ‘omgang hemelwater’ waar meer in detail verkend wordt wat de mogelijkheden zijn. Reactie gemeente: De toelichting is op dit punt aangevuld. VIII. Het concept ontwerp bestemmingsplan mist een goed beschreven kopje met betrekking tot klimaat adaptief inrichten voor hevige neerslag met betrekking tot het watersysteem. Het is namelijk in het kader van het deltaplan ruimtelijke adaptatie verplicht om bij nieuwe ontwikkelingen rekening te houden met het veranderende klimaat. De inrichting van het plangebied in de nieuwe situatie mag niet tot sterke peilstijgingen en verhoogde afvoer van water leiden. Hart van Vrouwenakker is een relatief kleine ontwikkeling, hier moet met een eenvoudige berekening worden aangetoond dat peilstijging en afvoer niet toeneemt als gevolg van de ontwikkeling. Reactie gemeente: De toelichting is op dit punt aangevuld.
5.2
Ter inzage legging
Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient de kennisgeving, als bedoeld in artikel 3:12 van de Awb, ook in de Staatscourant te worden geplaatst en via elektronische weg te geschieden. Tevens dient de kennisgeving te worden toegezonden aan die diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn, aan het waterschap en aan belanghebbende gemeenten. Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van DATUM tot en met DATUM. Gedurende deze periode kon eenieder zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan indienen. Er zijn WEL/GEEN zienswijzen binnen gekomen. PM
5.3
Participatie
Om de omgeving te betrekken bij de ontwikkeling die wordt mogelijk gemaakt met voorliggend bestemmingsplan, zijn op verschillende momenten informatiebijeenkomsten georganiseerd. Voordat de tender was uitgezet die heeft geleid tot de vastlegging van VORM als ontwikkelende partij,
Toelichting (ontwerp)
49
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker heeft VORM een bijeenkomst georganiseerd waarin de buurt werd geïnformeerd over de aanstaande ontwikkeling. Tijdens de tenderfase is er participatieavond georganiseerd waarin de buurt heeft kunnen meepraten over verkeersontsluiting en invulling van het openbaar gebied. Op 25 oktober 2023 wordt een vervolgavond georganiseerd op de avond die is georganiseerd tijdens de tenderfase. In november 2023 zullen de aanwezigen en andere omwonenden een terugkoppeling krijgen op wat VORM met de uitkomsten van de avond heeft gedaan.
50
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Hart van Vrouwenakker
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Exploitatieverplichting Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten PM
Conclusie Gezien hoofdstuk 2, 3, 4 en 5 van deze toelichting wordt het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar geacht.
Toelichting (ontwerp)
51