CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsplan bomen gemeente Nieuwkoop 2024-2033

Besluitvormende raadsvergadering 3 april 2025, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen 13e Verordening tot wijziging van de "Algemene plaatselijke verordening Nieuwkoop 2012" (2025-028)28.535 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

We hanteren de volgende normen om te bepalen of er sprake is van bovenmatige overlast en hoe we per beleidsklasse van een boom hiermee omgaan: • Bomen met beleidsklasse I ‘(toekomstig) monumentale bomen’ vervangen we nooit omwille van schaduwvorming. • Bij bomen met beleidsklasse II ‘structuurboom’ is het ‘gebrek aan bezonning’ in de woonkamer leidend. Gebrek aan bezonning in andere woongedeeltes, voor- of achtertuinen zijn uitgesloten. • Bij bomen met beleidsklasse III ‘overige boom’ is het ‘gebrek aan bezonning’ in de woonkamer of achtertuin leidend. Gebrek aan bezonning in andere woongedeeltes, en voortuinen zijn uitgesloten. 55

Beleidsplan bomen 2024-2033 •

Bij bomen met beleidsklasse IV ‘boom met verkorte omloop’ is het ‘gebrek aan bezonning’ in de woonkamer of achtertuin leidend. Gebrek aan bezonning in andere woongedeeltes, en voortuinen zijn uitgesloten.

In uitzonderlijke gevallen kan het snoeien van bomen een tijdelijke oplossing bieden. Wij snoeien bomen volgens de richtlijnen uit de meest recente versie van het Handboek Bomen (hoofdstuk ‘Snoeien van bomen’). Hierbij voeren we alleen snoeiwerkzaamheden uit die passen bij onderhoudssnoei regulier boombeeld en bij hoge uitzondering achterstallig boombeeld of specifieke snoei uitlichten kroonrand (niet innemen kroonrand). Werkzaamheden voeren we uit tijdens de reguliere ingeplande snoeironde.

5.3.3 Blad, takken, vruchten, insecten, vogels We verwijderen geen bomen voor hinder of overlast door blad, takken, vruchten, insecten of vogels. In uitzonderlijke gevallen kan er sprake zijn van een bovenmatige vorm van overlast. In dat geval kan het verantwoord zijn om toch tot vervanging van de betreffende boom of bomen over te gaan. Gaan we over tot het vervangen van bomen in groen- of laanstructuren dan streven we ernaar zoveel mogelijk van de bestaande bomen te behouden en alleen bomen te vervangen die de daadwerkelijke bovenmatige overlast veroorzaken. We hanteren de volgende normen om te bepalen of er sprake is van bovenmatige overlast en hoe we per beleidsklasse van een boom hiermee omgaan: • Bomen met beleidsklasse I ‘(toekomstig) monumentale bomen’ vervangen we nooit omwille van hinder of overlast door blad, takken, vruchten, insecten of vogels. • Bij bomen met beleidsklasse II ‘structuurboom’ vervangen we alleen als er een breder maatschappelijk belang is voor meerdere inwoners van een straat of wijkgedeelte en niet in verband met een individueel belang. Voorbeelden hiervan zijn beperkingen in het gebruik van parkeerplaatsen of situaties waarbij bomen te groot voor de standplaats zijn en het groeien over erfgrenzen als hinderlijk wordt ervaren. Vervanging vindt plaats in combinatie met een integrale wijk- of wegreconstructie.

• Bij bomen met beleidsklasse III ‘overige boom’ vervangen we alleen als er een breder maatschappelijk belang is voor meerdere inwoners van een straat of wijkgedeelte en niet in verband met een individueel belang. Voorbeelden hiervan zijn beperkingen in het gebruik van parkeerplaatsen, of situaties waarbij bomen te groot voor de standplaats zijn en het groeien over erfgrenzen als hinderlijk wordt ervaren. Vervanging kan ook plaatsvinden n.a.v. een aparte casus. Een combinatie met een integrale wijk- of wegreconstructie is niet nodig. • Bij bomen met beleidsklasse IV ‘boom met verkorte omloop’ vervangen we alleen als er een breder maatschappelijk belang is voor meerdere inwoners van een straat of wijkgedeelte en niet in verband met en individueel belang. Voorbeelden hiervan zijn beperkingen in het gebruik van parkeerplaatsen, of situaties waarbij bomen te groot voor de standplaats zijn en het groeien over erfgrenzen als hinderlijk wordt ervaren. Vervanging kan ook plaatsvinden n.a.v. een aparte casus. Een combinatie met een integrale wijk- of wegreconstructie is niet nodig. Bij het vervangen van bomen uit beleidsklasse I en II is er doorgaans sprake van grotere bomen. Ook zijn de eisen aan de inrichting van de groeiplaats en de wijze waarop we de aanplant compenseren hoger.

Daarom is het van belang het vervangen (en compenseren) van dit type bomen te combineren met een integrale wij- of wegreconstructie. Zo kunnen we “werk met werk” maken en sparen we kosten uit.

56

Beleidsplan bomen 2024-2033

5.3.4 Bomen en allergie We verwijderen geen bomen voor hinder of overlast in de vorm van (hooikoorts)allergie. Uiteraard kunnen individuele bomen en boomgroepen lokaal allergie veroorzaken. Echter stuifmeel (of pollen) is in groten getale in de lucht aanwezig afhankelijk van de tijd van het jaar en weersomstandigheden. Het actief verwijderen van bomen zal allergische reacties niet wegnemen. Bij nieuwe aanplant van bomen of het vervangen van bomen houden we binnen de bebouwde kom rekening hooikoortsallergie. Hiervoor passen we de richtlijnen uit het ‘Bomenkompas’* toe. Deze richtlijn is ontwikkeld door het Leids Universitair Medisch Centrum. De basis van deze richtlijn is: • Beperk aanplant van bomen die zeer sterk allergeen zijn (berk en ondersoorten hiervan). • Plant bomen die (zeer) sterk allergeen pollen produceren niet op drukbezochte plaatsen (winkelcentra, scholen). Dit zijn de berk, de els en de hazelaar (en ondersoorten hiervan). • Plant bomen die matig allergeen pollen produceren niet in grote aantallen bij elkaar. • Plant bij voorkeur bomen die niet of zwak allergeen pollen produceren, maar ook hierbij zijn grote aantallen onverstandig. De volledige richtlijn is opgenomen in bijlage 10 ‘Bomenkompas brochure’. Hierin zijn ook de bijbehorende boomsoorten en mate van allergeniciteit benoemd.

We maken bewust onderscheid tussen binnen en buiten de bebouwde kom en stellen dat we deze richtlijn binnen de bebouwde kom toepassen. De soorten die (zeer)sterk en matig allergeen zijn (o.a. berk, els, hazelaar, es, eik) zijn juist de boomsoorten die hier van nature veel voorkomen en inheems zijn. Ze komen voor in zowel in gemeentelijke (laan)beplantingen als natuurlijke beplantingen, particuliere bosschages, erven en tuinen. Het zou onrealistisch zijn deze soorten in het buitengebied strikt uit te bannen en niet meer aan te planten. Houden we deze richtlijn ook voor het buitengebied dan is de kans groot dat we andere doelstellingen, zoals biodiversiteit of het minder kwetsbaar maken van laanstructuren (5.2.1. ‘Kwaliteit boombestand’), niet behalen.

*Bron: https://www.lumc.nl/over-het-lumc/maatschappelijke-rol/bomenkompas/

57

Beleidsplan bomen 2024-2033

Beleidsafspraken : Zonnepanelen en bomen (5.3.1) • We vervangen geen bomen omwille van de opbrengst van zonnepanelen. • Bij het vervangen van bomen houden we el rekening met aanwezige zonnepanelen. • Bij de beoordeling van een melding is van vermeende hinder of overlast maken we een afweging op basis van de lijn ‘Nieuwbouwlocaties’ en ‘Bestaande situatie’. Schaduw van bomen (5.3.2) • We verwijderen geen bomen vanwege hinder of overlast door schaduwvorming tenzij er sprake is van bovenmatige overlast. • Om te bepalen wat bovenmatige overlast is hanteren we de ‘Lichte TNO norm’. • De beleidsklasse van een boom is bepalend voor welk deel van woning of erf de ‘Lichte TNO norm’ toepasbaar is. • Bij uitzondering snoeien we een boom als tijdelijke oplossing en voeren dit uit in de reguliere ingeplande snoeironde zoals omschreven in paragraaf 5.3.2. Blad, takken, vruchten, insecten en vogels (5.3.3) • We verwijderen geen bomen vanwege hinder of overlast door blad, vruchten, insecten of vogels tenzij er sprake is van bovenmatige overlast. • Of er sprake is van bovenmatige overlast wordt vooral bepaald of er sprake is van een breder maatschappelijk belang om de situatie op te lossen. • De beleidsklasse van een boom is bepalend hoe we hiermee omgaan. Hiervoor hanteren we de normen uit paragraaf 5.3.3.

Bomen en allergie (5.3.4) • We verwijderen geen bomen vanwege hinder of overlast door allergie. • Bij de aanplant van nieuwe bomen in de bebouwde kom passen we de richtlijnen van het Bomenkompas toe.

58

Beleidsplan bomen 2024-2033

5.4 Regels voor bescherming van bomen 5.4.1 Algemene Plaatselijke verordening Op dit moment is de bescherming van gemeentelijke bomen geregeld via de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Zoals in 3.3.1 ‘Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Nieuwkoop’ beschreven nemen we de volgende acties om de bescherming van bomen en houtopstanden te verbeteren: • De APV aanscherpen om de bescherming van alle openbare houtopstanden te verbeteren. • Lijst beschermwaardige houtopstanden actualiseren. • Naast individuele bomen ook beschermwaardige bosschages opnemen. Aanscherpen APV Om de bescherming beter te borgen nemen we de verschillende beleidsklassen van onze bomen in de APV op. De beleidsregels uit dit beheerplan zijn leidend in hoe we omgaan met deze bomen. Daarnaast blijft het bestaande beleid voor beschermwaardige houtopstanden ongewijzigd van kracht. In de huidige APV is alleen opgenomen dat het beschadigen, beplakken of snoeien van een openbare houtopstand niet is toegestaan. Om goede bescherming te bieden moeten we ook opnemen dat het beschadigen of inperken (zowel onder- als bovengronds) zonder toestemming van de boomeigenaar niet is toegestaan. Dit biedt ons de mogelijkheid om via een toestemming of vergunning voor werkzaamheden in de openbare ruimte hier specifieke vooraarden aan te verbinden.

Een voorbeeld hiervan is een graafmelding of vergunning voor het leggen van kabels een leidingen. De exacte inhoud van de aan te scherpen APV wordt tijdens het opstellen van dit beleidsplan nader uitgewerkt en is daarom nog niet opgenomen. De aanpassing wordt opgenomen in een wijziging van de APV. Het streven is om deze wijziging in het derde of vierde kwartaal 2024 aan de gemeenteraad aan te bieden. Mandaatbesluit Naast het aanscherpen van de APV is het ook noodzakelijk het mandaatbesluit te wijzigen. Doordat we naast beschermwaardige houtopstanden ook andere beleidsklassen gaan onderscheiden moeten we deze ook gaan registreren en vastleggen. Wie hiervoor bevoegd is leggen we vast in het mandaatbesluit. Het mandaat voor het vaststellen van de lijst beschermaardige houtopstanden blijft bij het college van burgemeesters en wethouders. Voor de overige beleidsklassen bomen leggen we via het mandaatbesluit vast dat de bevoegdheid komt te liggen bij de afdelingsmanager Beheer Openbare Ruimte en via een onder-mandaat bij het team beheer. Er zal geen ter inzage procedure zijn voor het vaststellen van de beleidsklasse van de overige gemeentelijke bomen. In praktische zin wordt in het operationele boombeheersysteem de beleidsklasse per boom geregistreerd. Via een openbaar toegankelijke kaart maken we de toekenning van een beleidsklasse per boom openbaar.

De beleidsregels uit dit beheerplan zijn leidend in hoe we omgaan met deze bomen. Het streven is om deze aanpassing op te nemen in de wijziging mandaatbesluit 2025. Het streven is deze wijziging in het vierde kwartaal 2024 aan de gemeenteraad aan te bieden.

59

Beleidsplan bomen 2024-2033

5.4.2 Lijst beschermwaardige houtopstanden actualiseren Zoals in paragraaf 2.1.5 ‘Ontwikkeling beschermwaardige bomen’ is beschreven, zijn een groot deel van de gemeentelijk beschermwaardige bomen structuurbomen. Deze bomen zijn niet direct monumentaal vanwege de hoge de leeftijd, bijzondere boomsoort of boomvorm. Ze zijn de dragers van de groene (hoofd)structuren. Niet de individuele boom is van belang, maar de structuur die de bomen gezamenlijk vormen. Om het beheer te vereenvoudigen en de regeldruk te verminderen gaan we dit type bomen uit de lijst beschermwaardige houtopstanden halen. De inschatting is dat het ca. 350 bomen betreft. Zij krijgen de beleidsklasse 'structuurboom’. Ook andere bomen gaan we aan deze beleidsklasse toevoegen. Bijzondere boomvormen, zoals lei- en vormbomen of bomen van hoge ouderdom (plantjaar voor 1970) opgenomen als structuurboom, halen we niet van de lijst beschermwaardige houtopstanden af. Zoals in 3.3.1 ‘Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Nieuwkoop’ beschreven nemen we in deze lijst ook beschermwaardige bosschages op. Ook hier stelt het college de lijst voorlopig vast waarna deze ter inzage wordt gelegd. Eigenaren worden aangeschreven en op de hoogte gebracht. Zij krijgen de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Na de behandeling van deze zienswijzen stelt het college de lijst definitief vast.

Het actualiseren van de lijst beschermwaardige houtopstanden plannen we na het doorvoeren van de wijzigingen van de APV. Op die manier zijn de gemeentelijke bomen die van de lijst afgaan en we als beleidsklasse structuurboom opnemen toch goed beschermd. Het streven is de nieuwe lijst beschermwaardige houtopstanden in het vierde kwartaal 2024 aan het college aan te bieden.

Werkplan : Algemene Plaatselijke verordening (5.4.1) • Aanbieden wijziging Algemene Plaatselijke Verordening aan gemeenteraad. (Q3 of Q4 2024). • Aanbieden wijziging mandaatbesluit 2025 aan gemeenteraad (Q3 of Q4 2024). • Actualiseren lijst beschermwaardige houtopstanden en aanbieden aan college (Q1 of Q2 2025).

60

Beleidsplan bomen 2024-2033

5.5 Omgevingswet en bomen 5.5.1 Omgevingsplan Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Bestaande gemeentelijke regelgeving over de fysieke leefomgeving wordt in eerste instantie overgenomen in een tijdelijk deel van het gemeentelijk Omgevingsplan. Tot 1 januari 2032 (overgangsperiode) hebben gemeenten te tijd om de regelgeving aan te passen aan de eisen van de Omgevingswet en op te nemen in het zogenaamde nieuwe deel van het Omgevingsplan. De aanscherping van de APV, zoals in paragraaf 5.4.1. omschreven is daarmee een onderdeel van het omgevingsplan (tijdelijk deel). Digitaal Stelsel Omgevingswet Zoals in paragraaf 3.1.1. ‘Omgevingswet is beschreven is het noodzakelijk de nieuwe regelgeving in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) te plaatsen. Dit is noodzakelijk om de regelgeving voor bomen goed en locatie gebonden te borgen. Dit doen we voor alle gemeentelijke beschermwaardige bomen, beschermwaardige bomen van andere eigenaren en alle andere gemeentelijke bomen ingedeeld in een beleidsklasse. Deze bomen komen op de digitale kaart van het DSO. We streven ernaar in het eerste kwartaal 2025 alle gemeentelijke bomen in een beleidsklasse in te delen. De locatiegegevens van bomen voor het DSO komen uit de Basiskaart Grootschalige Topografie (BGT). Dit is de meest nauwkeurige digitale kaart van de fysieke buitenruimte van ons land.

Objecten op deze kaart moeten voldoen aan landelijke eisen. Voor puntobjecten zoals bomen is de maximaal toegestane afwijking 0,3 m. De bomen in het boombeheersysteem zijn niet allemaal nauwkeurig genoeg op kaart gezet en mogen we nog niet in de BGT overnemen. Gelijktijdig aan het schrijven van dit beleidsplan maken we de data zoveel mogelijk geschikt voor de BGT. Daarnaast nemen we gegevens over boomhoogte, kroonoppervlakte en stamdiameter op zodat we dit kunnen toevoegen aan de informatie in het DSO. Neemt iemand een initiatief in de openbare ruimte dan is direct de invloedsfeer van deze gemeentelijke boom zichtbaar en verteld de toegewezen beleidsklasse de initiatiefnemer welke beleidsregels van toepassing zijn. We streven ernaar alle gemeentelijke bomen in het eerste of tweede kwartaal 2025 in de BGT op te nemen en aan het DSO toe te voegen. Gemeentelijke website Vaak is de gemeentelijke website de eerste ingang waar inwoners zoeken naar informatie over bomen. Daar verwacht men duidelijke informatie over wat wel en wat niet is toegestaan en welke beleidsregels er gelden. Het is van belang om de belangrijkste informatie van onze bomen hier digitaal op kaart te delen, uiteraard zonder eventuele. persoonsgegevens als het om particulier beschermwaardige bomen gaat.

Uiteindelijk combineren we informatie over beleidsregels, locatie van bomen waar deze regels van toepassing zijn en de verwijzing naar het DSO. Dit is overigens geen wettelijke verplichting vanuit de Omgevingswet.

5.5.2 Bebouwingscontour houtkap In paragraaf 3.1.3 ‘Besluit activiteiten leefomgeving’ is beschreven hoe de regelgeving van de voormalige Natuurbeschermingswet in de Omgevingswet is opgenomen. Deze regelgeving geldt alleen voor houtopstanden buiten de bebouwingscontour houtkap (voorheen grens bebouwde kom houtkap). De gemeente Nieuwkoop heeft deze begrenzing 61

Beleidsplan bomen 2024-2033 nooit vastgesteld. We streven ernaar in het vierde kwartaal 2024 de bebouwingscontour houtkap aan de gemeenteraad aan te bieden. Na vaststelling maakt deze bebouwingscontour deel uit van het omgevingsplan. Afstemming over deze grenzen vindt plaats met de betrokken omgevingsdienst (bevoegd gezag handhaving), de provincie ZuidHolland en Natuurmonumenten.

Werkplan : Omgevingswet en bomen (5.5.1) • Toekennen van een beleidsklasse aan alle gemeentelijke bomen (Q1 2025); • Gemeentelijke bomen en beschermwaardige bomen van overige eigenaren opnemen in het DSO (Q1 of Q2 2025). • Informatie over alle gemeentelijke bomen en beschermwaardige bomen delen via de gemeentelijke website (Q2 2025). Bebouwingscontour houtkap (5.5.2) • Aanbieden grenzen bebouwingscontour houtkap aan gemeenteraad (Q1 2025).

62

Beleidsplan bomen 2024-2033

Verklarende woordenlijst Areaal Boombeheersysteem

Biodiversiteit

BVC Duurzame instandhouding

Ecosysteemdiensten

Hittestress Inheems bomen Klimaatadaptatie

Norminstituut Bomen

Tiny forest

Totaal aantal stuks bomen. Een digitaal systeem op basis een Geografisch Informatie Systeem (GIS). Dit bestaat uit data gekoppeld aan een locatie op een digitale kaart. In dit systeem worden gegevens per boom geregistreerd. Deze data gebruiken we voor onderhoud, veiligheidscontrole (BVC) planning en budgettering. Het systeem maakt bij voorkeur uit van een integraal digitaal beheersysteem voor de openbare ruimte. Biodiversiteit, ofwel soortenrijkdom, is waaruit onze natuurlijke wereld bestaat. Het omvat alle soorten planten, dieren en micro-organismen, en zelfs genetische variaties daarin. Al deze soorten werken samen in een ecosysteem en zorgen zo voor evenwicht in de natuur. Boomveiligheidscontrole. Onderdeel van de zorgplicht, waarbij een boom regelmatig op uitwendige zichtbare gebreken wordt gecontroleerd. In dit plan heeft duurzaam betrekking op de levenscyclus van een boom. Bij duurzame instandhouding is het onderhoud van een boom, de bescherming tegen schade en de inrichting van een nieuwe plantplaats er op gericht de theoretisch geplande levenscyclus van een boom te doorlopen. De natuur levert allerlei diensten aan de mens. Diensten met maatschappelijke, economische en culturele waarden. Soms heel zichtbaar, zoals de productie van voedsel en hout.

Vaak ook minder zichtbaar, zoals de zuivering van oppervlaktewater door een rietmoeras en de bestrijding van plagen in de landbouw met natuurlijke vijanden. Deze diensten worden ecosysteemdiensten genoemd. In economische afwegingen telt het belang dat mensen hebben bij deze ecosysteemdiensten lang niet altijd volwaardig mee. Dat komt vooral omdat een prijskaartje vaak ontbreekt. Kan zo’n dienst wel van een prijs worden voorzien, dan krijgt deze dienst in het maatschappelijk verkeer ineens een heel andere betekenis. Een voorbeeld hiervan is een verhoogde woningwaarde voor woningen met in de directe omgeving relatief veel en kwalitatief groen en bomen in vergelijking tot dezelfde woningen waar dit ontbreekt. Een sterk verhoogde gevoelstemperatuur, die onaangenaam en zelfs schadelijk kan zijn voor mens en dier. Boomsoorten die van nature in Nederland voorkomen (en passend zijn bij de ondergrond en grondwaterstand in een bepaald gebied). Het aanpassen aan klimaatverandering. In de openbare ruimte betekent dit veelal het vergroten van de capaciteit waterbuffering en het dempen van hittestress bijvoorbeeld door het functioneel toepassen van groen. Norminstituut Bomen is een onafhankelijke stichting met als doel het verbeteren van de kwaliteitszorg rond bomen. Een belangrijk instrument van het Norminstituut bomen is het Handboek bomen.

Dit handboek omvat gestandaardiseerde kwaliteitseisen, richtlijnen en normen die van toepassing zijn bij de uitvoering van werkzaamheden in, rond en met bomen. Een tiny forest is een klein bosje met uitsluitend inheemse soorten, ongeveer ter grootte van een tennisbaan (circa 250 m²), waar in beginsel geen of zo weinig mogelijk ingrepen worden gedaan. Dit minibos voldoet aan een aantal strikte voorwaarden betreffende bodembewerking,

63

Beleidsplan bomen 2024-2033

Zorgplicht

hoeveelheid beplanting (bij aanleg 3 bomen per m²) en betrokkenheid van kinderen en van de buurt. De eigenaar van een boom is verantwoordelijk voor het beheer van de boom. Een boom moet regelmatig in het kader van veiligheid worden gecontroleerd. De controles moeten worden vastgelegd en maatregelen moeten indien nodig binnen de aangegeven tijd worden verholpen.

64

Beleidsplan bomen 2024-2033

Bijlagen 1 t/m 10 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Ecosysteemdiensten (functies van bomen) Provinciaal beleid, uitwerking groene speerpunten Gemeentelijk beleid, groene speerpunten omgevingsvisie en duurzaamheid Soortentabel Groen in de Stad Bodemgesteldheid en grondwater Analyse en advies samenstelling boombestand Tabel afweging behoud, verplanten of vervangen bomen in projecten en (bouw)ontwikkelingen 8. Tabel compensatie vervanging bomen in projecten en (bouw)ontwikkelingen 9. Potentiële locaties compenseren bomen 10. Bomenkompas voor allergeniciteit

65

Beleidsplan bomen 2024-2033

Bijlage 1 Ecosysteemdiensten (functies van bomen)

66

Beleidsplan bomen 2024-2033

Bijlage 2 Provinciaal beleid, uitwerking groene speerpunten 2.1 Klimaatbestendig Zuid-Holland De doelstelling is dat de fysieke leefomgeving de komende decennia zodanig ingericht wordt dat deze de gevolgen van klimaatverandering doelmatig kan opvangen, de zogenaamde klimaatadaptatie. Dit geldt voor zowel nieuwbouwontwikkelingen, als de fysieke leefomgeving van bestaand bebouwd gebied. Het werken aan klimaatadaptatie heeft de provincie Zuid-Holland uitgewerkt in de strategie ‘Weerkrachtig Zuid-Holland’. Het raakvlak met bomen en groen komt vooral terug in de thema’s ‘Toekomstbestendige bebouwing’ en ‘Groene leefomgeving’. Toekomstbestendige bebouwing Samen met onder meer partijen uit de bouwsector, waterschappen, gemeenten en natuurorganisaties is afgesproken dat klimaat adaptief bouwen de norm is in Zuid-Holland. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn toegerust op de gevolgen van klimaatverandering. Daartoe is een leidraad en programma van eisen klimaat adaptief bouwen opgesteld. Hierin is onder andere aandacht voor het voorkomen van wateroverlast en hittestress in de gebouwde omgeving. Ook bestaand bebouwd gebied zal klimaatbestendig ingericht moeten worden. Met behulp van de klimaatstresstesten en risicodialogen met stakeholders bereiden overheden maatregelen in de fysieke leefomgeving voor om de gevolgen van klimaatverandering zoveel als mogelijk op te kunnen vangen.

Ook maken ze afspraken met private partijen om hun eigendommen/bebouwing klimaat adaptief te maken. Groene leefomgeving Zuid-Holland investeert in een gezonde, aantrekkelijke en veilige leefomgeving voor mens en natuur. Daarom zet de provincie in op kwalitatief hoogwaardig en bereikbaar groenblauw in en om de stad, ontwikkeling van nationale parken, diversiteit in landschappen en duurzame landbouw. Door klimaatverandering wint deze inzet aan urgentie: toevoegen van- en ruimte bieden aan meer groen en water zijn effectieve oplossingen in het tegengaan van wateroverlast en hittestress in met name stedelijk gebied. Vooral groepen zoals ouderen en zieken die extra kwetsbaar zijn voor hittestress kunnen daarvan profiteren. Klimaatverandering zorgt daarnaast voor nieuwe uitdagingen. Bijvoorbeeld de impact op de natuur . Andere soorten dieren en planten doen hun intrede. De biodiversiteit, bijvoorbeeld de insectendiversiteit of kwetsbare gewassen, staat nog meer onder druk door onder meer droogte en verzilting. Klimaatverandering kan het behoud van sommige voor Zuid-Holland kenmerken plant- en diersoorten (icoonsoorten) wellicht onhoudbaar maken. Landschappen veranderen doordat andere gewassen of landbouwfuncties worden gekozen ten gunste van waterpeilstijging in bodemdalingsgevoelige gebieden.

Het is de ambitie om in Zuid-Holland deze rijke groenblauwe leefomgeving maximaal te benutten in het tegengaan van en beschermen tegen de negatieve gevolgen van weersextremen.

69

Beleidsplan bomen 2024-2033

2.2 Gezonde en veilige leefomgeving De provincie wil zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving. Een omgeving die inwoners als prettig ervaren, uitnodigt tot gezond gedrag en beschermt tegen negatieve invloeden, zoals luchtvervuiling, bodemverontreiniging, veiligheidsrisico’s, geluid, wateroverlast en hittestress. Naast het beschermen willen wij een duidelijke verbetering van de huidige leefomgeving bevorderen door de leefomgeving ook op gezond gedrag in te richten. In al ons beleid geven we aandacht aan gezondheid en veiligheid. Wij verbinden daarbij het fysieke en sociale domein. • De provincie wil daarbij stress-gerelateerde ziektes voorkomen en verminderen door het aanbieden van verschillende soorten groen (bos, park en recreatieterreinen) voor sportieve en recreatieve inspanning en ontspanning. Samen met partners zetten we hiermee in op verhoging van de levensverwachting in verschillende wijken. • De provincie wil de ecosysteemdiensten, zoals verkoeling, versterken immuunsysteem en natuurlijke plaagregulatie, die de natuur ons biedt ten volle benutten voor onze gezondheid.

• Bij het beschermen tegen negatieve milieuaspecten zet de provincie vergunningverlening, toezicht en handhaving (de VTH-instrumenten) krachtig in om bestaande grenswaarden te bewaken, maar daarnaast streven wij naar een milieukwaliteit waarbij er een zo gering mogelijk negatief effect is op de gezondheid en veiligheid. • Bij de economische, ruimtelijke en mobiliteitsplannen van de provincie worden de aspecten gezond en veilig expliciet betrokken. Hiervoor ontwikkelt de provincie samen met gemeenten richtlijnen (o.a. voor planprocessen) en pakt een stimulerende en faciliterende rol naar gemeenten en maatschappelijke partijen. • Samen met de kennisinstellingen in Zuid-Holland en de reguliere gezondheidszorg via innovatie de positieve effecten van de leefomgeving op de gezondheid versterken en beter in beeld brengen. • Bij de aandacht voor gezondheid, extra aandacht voor kwetsbare groepen en wijken met een gezondheidsachterstand.

2.3 Bos- en bomenbeleid Het Rijk heeft in overleg met de provincies een nationale bossenstrategie ontwikkeld. Hierin is afgesproken dat de provincies, gezien hun wettelijke taken op het vlak van natuur, een actieve rol op zich nemen in de uitwerking. De provincie Zuid-Holland heeft dit vertaald in bos- en bomenbeleid met daarin drie belangrijke pijlers: 4. Bescherming 5. Uitbreiding bos en bomen 6. Vitaliteit bos en bomen Bron: https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/natuur-landschap/natuurrijk-zuid/bos-bomenbeleid/)

De pijler ‘Uitbreiding bos en bomen’ heeft de meeste raakvlakken met dit boombeleid. Hierin is er veel aandacht voor de Ruimtelijke strategie Bos en Bomen, opgesteld samen met diverse gemeenten en gebiedspartners.

70

Beleidsplan bomen 2024-2033 De Ruimtelijke strategie Bos en Bomen geeft per landschapstype de handvatten om uitbreiding van bos en bomen een plek te geven in de karakteristieke landschappen van Zuid-Holland. De provincie ziet mogelijkheden die gewenste uitbreiding te koppelen aan verschillende urgente maatschappelijke opgaven zoals stikstof, biodiversiteit, woningbouw, recreatie, waterkwaliteit, bodem en klimaat. In de ambities die gaan over de gemeente Nieuwkoop is opgenomen dat er vooral kansen liggen voor de ontwikkeling van groene linten en door open veenweidegebied (of droogmakerijen), de ontwikkeling van kleine bosschages die aansluiten op de huidige structuren gekoppeld aan de lintbebouwing (ontginningslinten) of de ontwikkeling van kleine landschapselementen zoals geriefbosjes (bosjes in het veld nabij boerderijen). Ook is er aandacht voor bos en bomen op de overgang stad-land. Hierin is zichtbaar dat men diverse kansen ziet voor de ontwikkeling van stads- en dorpsbossen en aantrekkelijke werklandschappen. Initiatieven vanuit Nieuwkoop die hierop aansluiten kunnen ondersteuning van de provincie verwachten. Daarnaast is er veel aandacht voor het stimuleren van nieuwe aanplant van bos en bomen. Daarom ondersteunt de provincie de projecten Plan Boom en Meer Bomen Nu.

Via Plan Boom kunnen inwoners van Zuid-Holland initiatieven voor het aanplanten van bomen indienen, tot maximaal 1 hectare. Plan Boom is een initiatief van de Natuur en Milieufederaties, mede mogelijk gemaakt door de Postcodeloterij. In Zuid-Holland wordt dit initiatief getrokken door Natuur- en Milieufederatie ZuidHolland, samen met o.a. de Groene Motor, het Rotterdams Milieucentrum, Duurzaam Den Haag en Trees For All. De provincie Zuid-Holland is medefinancier. (www.planboom.nl) Meer Bomen Nu heeft als doel het planten van 1 miljoen bomen voor klimaat en biodiversiteit. Met hulp van vrijwilligers oogst deze organisatie ongewenste jonge struiken en bomen uit natuurgebieden. Deze worden gratis aangeboden aan particulieren om op nieuwe plekken terug planten. Meer Bomen Nu is een samenwerking van Urgenda, Stichting MEERGroen en Caring Farmes. De provincie Zuid-Holland is medefinancier. (www.meerbomen.nu)

71

Beleidsplan bomen 2024-2033

Bijlage 3 Gemeentelijk beleid, groene speerpunten omgevingsvisie en duurzaamheid 3.1 Omgevingsvisie Gemeente Nieuwkoop In 2021 is de Omgevingsvisie Gemeente Nieuwkoop vastgesteld. Voor de totstandkoming van de Omgevingsvisie hebben veel Nieuwkopers meegewerkt en meegedacht. Verschillende inwoners, ondernemers, verenigingen, organisaties, belangengroepen, dorpsraden, ketenpartners en gemeentelijke afdelingen hebben op verschillende manieren hun input gegeven. Hieruit zijn zeven Nieuwkoopse drijfveren gekomen waaraan een kwalitatief hoogwaardige en groene openbare ruimte een belangrijke bijdrage levert.

Deze drijfveren zijn vertaald naar drie thema’s: • Gelukkige mensen • Sterke dorpen • Groene toekomst Bomen spelen een belangrijke rol bij het bereiken van de ambities per thema. Hieronder zijn de belangrijkste punten voor groen en bomen per thema opgenomen. Gelukkige mensen In deze ambitie zijn de volgende raakvlakken met groen en bomen weergegeven: • Een gezonde, sociale leefomgeving staat centraal bij het ontwikkelen van nieuwe woonwijken en het aanpassen van bestaande woonwijken. Dat betekent veel ruimte voor groen, voor ontmoeting en beweging; • Het meest genoemd bij de jongeren enquête: Groen, duurzaamheid, starterswoningen, meer winkels en horeca: Belangrijk voor onze toekomst! • Landelijk onderzoek toont aan dat mensen in een groene omgeving gelukkiger zijn. Daarnaast draagt groen bij aan onze gezondheid; • Warme dagen komen in de toekomst steeds vaker voor. Bomen en planten verminderden hittestress. Daarom behouden en versterken we ons groene, waterrijke karakter. Zowel in de tuinen als in het openbare gebied binnen de kernen. Sterke dorpen • Verspreid over alle dorpskernen voegen we ruim 2300 woningen toe. Bouwen we aan de randen van dorpen in het landschap dan gebeurt dit zorgvuldig en op een passende manier; • Ruimte voor groen en een gezonde leefomgeving blijft hierbij belangrijk. Groene toekomst • De karakteristieke geschiedenis van het landschap blijft voelbaar.

Hiervoor zijn behoud van de afwisseling en openheid van het landschap en cultuurhistorische elementen van belang;

72

Beleidsplan bomen 2024-2033 • • • •

•

Onze inwoners vinden groen belangrijk. Een groen omgeving verzacht de effecten van klimaatverandering, draagt bij aan biodiversiteit, zorgt dat menen zich prettig voelen en heeft nog andere gezondheidseffecten. Zo kan groen hittestress verlagen; In onze woongebieden houden we rekening met klimaatverandering. Wijken worden klimaatbestendig, klimaat adaptief en klimaatneutraal met veel groen en water; We zorgen voor meer en diverser groen in onze woongebieden, gaan natuurinclusief bouwen en stimuleren inwoners hun tuin te vergroenen; Groen speelt ook een rol om winkelgebieden aantrekkelijk te houden. We versterken de beleving van de centra door (waar mogelijk) de verbinding met het omliggende landschapen te maken en groen en water toe te voegen. Dit zorgt voor meer koelte op hete dagen. Ook bedrijventerreinen en kunnen bijdragen aan vergroening, klimaatadaptatie en inpassing in het landschap. Bij revitaliseren van bedrijventerreinen werken we aan meer groen, water en/of groene daken of gevels.

3.2 Beleidskader Duurzaamheid en Duurzaamheidsprogramma Nieuwkoop In 2019 is het Beleidskader Duurzaamheid Gemeente Nieuwkoop 2020 vastgesteld. Dit beleidskader bevat de duurzaamheidsambities van de gemeente op zes thema’s: Energietransitie, Klimaatadaptatie, Circulaire Economie, Biodiversiteit, Mobiliteit en Gemeentelijke Organisatie. Deze thema’s zijn nader uitgewerkt in opgaven per thema. Het raakvlak met bomen komt vooral naar voren in de thema’s Klimaatadaptatie en Biodiversiteit. Het Duurzaamheidsprogramma 2021-2024 is het uitvoeringsprogramma dat hoort bij het Beleidskader Duurzaamheid. Het bevat het overzicht van de projecten en activiteiten, waarmee de gemeente de komende jaren de beleidsdoelen wil bereiken. Het raakvlak met bomen komt vooral naar voren in de thema’s Klimaatadaptatie en Biodiversiteit. Klimaatadaptatie Voor de lange termijn (2030-2050) wil de gemeente zich adequaat voorbereiden op de effecten van klimaatverandering. Zij heeft de ambitie om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn ingericht. Inmiddels zijn de zogenaamde stresstesten, bijvoorbeeld op het gebied van wateroverlast of hittestress afgerond zodat steeds duidelijker wordt waar de aandachtsgebieden voor dit thema liggen. Het doel is dat klimaat adaptief handelen in de gemeentelijke werkwijze wordt verankerd en een strategie wordt vastgesteld.

Daarnaast zorgen nieuwe beheerplannen voor verankering van het thema in het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Belangrijke aandachtspunten waar bomen een bijdrage kunnen leveren zijn: • Mogelijkheden scheppen voor het vasthouden van regenwater om piekafvoeren te voorkoen en het afvoeren ervan naar oppervlakte- en grondwater in plaats van naar de riolering; • Meer vergroening en minder versteende inrichting in openbaar gebied, een inrichting die ook meehelpt aan biodiversiteit, aantrekkelijker en gezonder maken van de leefomgeving en waardoor de natuur zelf ook een rol kan spelen in waterberging tijdens piekbelasting. 73

Beleidsplan bomen 2024-2033

In het uitvoeringsprogramma, onderdeel ‘Klimaatadaptie’, zijn de volgende speerpunten opgenomen waar bomen een belangrijke bijdrage kunnen leveren: • De gemeente gebruikt meekoppelkansen bij groot onderhoud en projecten om in 20250 volledig klimaatbestendig te zijn. Omdat de capaciteit van riolering gelimiteerd is en riolering niet onbeperkt kan worden vergroot, zoekt de gemeente naar mogelijkheden om bovengrondse berging en/of afvoer te creëren naar nabij oppervlaktewater en/of groenvoorzieningen. Dit op basis van de recent uitgevoerde stresstesten; • Met onze inwoners zullen we de komende jaren optrekken om wateroverlast- en onderlast te beperken. We maken hiervoor gebruik van de tools van ‘Operatie Steenbreek’. Door meer groen in de buitenruimte toe te voegen zorgen we tevens voor aantrekkelijke flora en fauna en bieden we schaduwplekken in tijden van hitte. Biodiversiteit Voor de lange termijn (2030-2050) werkt de gemeente toe naar het behouden van de aanwezige biodiversiteit en, waar mogelijk, het verhogen ervan. Het beleid van de gemeente is gericht op de toename van het aantal en de diversiteit van soorten in zowel dorpen als het landelijk gebied.

Belangrijke aandachtspunten waar bomen een bijdrage kunnen leveren zijn: • In de openbare ruimte meer en diverser openbaar groen realiseren en inzetten op het laten toenemen van het aantal en de diversiteit van bomen; • Meer natuur mogelijk maken in de bebouwde omgeving door onder meer natuurinclusief bouwen en meer ruimte voor openbaar groen. In het beleidskader is het belang van integraal werken specifiek vastgelegd. Het beleidskader Duurzaamheid werkt door in gemeentelijke visies en plannen en wordt door deze gevoed. Dit geldt dus ook voor dit beleidsplan bomen. In het daadwerkelijke uitvoeringsplan onderdeel ‘Biodiversiteit’ zijn de volgende speerpunten opgenomen waar bomen een belangrijke bijdrage kunnen leveren: • De gemeente neemt biodiversiteit integraal mee in beleids- en beheerplannen; • De gemeente zet zich in om het aantal en de diversiteit van bomen te laten toenemen.

74

Beleidsplan bomen 2024-2033

Bijlage 4 Soortentabel Groen in de Stad

75

Toelichting soortentabel Groen in de stad Grootte

beperking van de opwarming van de stad is beoordeeld als hoog voor grote bomen met een brede en dichte kroon; als

 zeer grote boom: > 15 m (boom 1e grootte)

matig voor minder grote bomen of grote bomen met een open



grote boom: 10 - 15 m (boom 2e grootte)

of relatief smalle kroon; en als klein voor kleine boompjes



kleine boom: 6-10 m (boom 3e grootte)

of bomen met een zeer smalle zuilvormige kroon (Samson

struiken en zeer kleine boompjes: < 6 m

et al. 2017). Experimentele gegevens op dit terrein ontbreken

Soortentabel In deze soortentabel is de positieve bijdrage van ruim 100 boomsoorten aan klimaat, waterhuishouding, luchtkwaliteit

vrijwel volledig, daarom is uitgegaan van het geschatte effect Veel van de effecten van bomen zijn gerelateerd aan de

voor volwassen bomen met goede groeiomstandigheden. Het

grootte (omvang kroon, totale bladoppervlak). Daarnaast is

effect kan sterk afnemen wanneer de bomen te maken hebben

de ruimte in het stedelijk gebied vaak een beperkende factor

met waterstress.

en biodiversiteit in de stad in beeld gebracht. De tabel is onderdeel van een serie rondom de positieve effecten van groen in de stad. Vier aanvullende factsheets gaan dieper in op de onderwerpen klimaat, waterhuishouding,

bij de keuze van de te planten soorten. Daarom is in de eerste

luchtkwaliteit en biodiversiteit. De factsheets en de tabel zijn het resultaat van een project uitgevoerd door

kolom een globale aanduiding opgenomen van de grootte van de volwassen boom, aansluitend bij de in Nederland

Klimaat: Interceptie neerslag Wageningen University & Research met medewerking van studenten van Hogeschool Van Hall Larenstein in opdracht van

gebruikelijke indeling in bomen van de 1e, 2e en 3e grootte. Overigens zijn dit maximale maten onder optimale



groeiomstandigheden in het natuurlijke verspreidingsgebied.



matige interceptie

In de stad zijn de omstandigheden vaak niet optimaal en

geringe interceptie

sterke interceptie van neerslag

de Gemeente Den Haag, Stichting De Groene Stad en Royal FloraHolland met financiële ondersteuning van de topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen en bijdragen van Perennial Power, i-Bulb, Van den Berk Boomkwekerijen, Boot & Dart

blijven bomen meestal kleiner. Daarnaast is niet alleen de hoogte van belang, maar vooral ook de breedte van de kroon

Interceptie van neerslag door boomkronen (en andere

die per cultivar sterk kan verschillen. De vermelde gegevens

vegetatie) draagt bij aan het voorkomen van wateroverlast

zijn vooral gebaseerd op Roloff & Bärtels (2014), waar nodig

bij zware buien. Een deel van de neerslag blijft achter op blad,

aangevuld met gegevens uit andere bronnen.

takken en stam en kan vandaar weer verdampen. Hierdoor,

Boomkwekerijen, Boomkwekerij Ebben en Boomkwekerij M. van den Oever & Zonen. Tekst: Jelle Hiemstra (jelle.hiemstra@wur.nl). Foto’s: Bovengenoemde bedrijven en diverse bronnen uit het publiek domein.

en doordat het overige water vertraagd via de stam naar de grond vloeit (stemflow) of van het blad afdruipt (throughfall),

Groenblijvend ( )

Het project is onderdeel van het programma de Groene Agenda; meer informatie hierover en meer achtergrondinformatie

worden neerslag pieken afgevlakt. De mate waarin bomen water vasthouden is afhankelijk van omvang en dichtheid van

Groenblijvende bomen hebben het hele jaar door min of meer

de kroon, bladeigenschappen en schorstype. De capaciteit van

hetzelfde effect op luchtkwaliteit, waterberging en klimaat

bomen hiervoor is het hoogst voor grote bomen met een dichte

in de stad. Bladverliezende bomen hebben in de periode

altijd groene kroon en weinig stemflow (bijv. Picea abies),

zonder blad veel minder effect op de luchtkwaliteit (sterk

veel minder voor kleinere bomen of grote bomen met een

verminderde filterwerking voor fijnstof, geen filterwerking

relatief open kroon (bijv. Populus) en het geringst voor kleine

meer voor gasvormige verontreinigingen, geen productie

bomen en bomen met een relatief smalle of zuilvormige kroon

van VOS), waterberging (sterk verminderde interceptie van

en een gladde bast (bijv. Cercidiphyllum). De indeling in de

neerslag) en het klimaat in de stad (veel minder schaduw, geen

verschillende klassen is gebaseerd op een inschatting (expert

verdamping). Het gedurende de winter verminderde effect op

knowledge) en moet gezien worden als een indicatie (bron.

klimaat van bladverliezende bomen (beperken opwarming)

Samson et al. 2017) vanwege het ontbreken van experimentele

is onder Nederlandse omstandigheden niet erg belangrijk,

gegevens. De waardering verwijst naar het effect van

maar met name voor het verbeteren van de luchtkwaliteit en

volwassen bomen, jonge pas geplante bomen hebben een veel

waterhuishouding zijn groenblijvende bomen over het jaar

beperkter effect.

is te vinden in het kennisportaal Groen & Welzijn op www.groenkennisnet.nl of via de auteur.

heen effectiever dan bladverliezende bomen.

Waterberging: verdraagt zeer natte/droge periode Winterhardheid Gebruikte codes kolom ‘Verdraagt zeer natte periode' 



zeer winterhard; minstens winterhardheidzone 6



Echte moeras of oever plant

(verdraagt min. temp. -17.8 tot – 23.3 °C)

Tolereert zeer natte locaties/kan tijdelijk onder water staan

goed winterhard; winterhardheidzone 7 (verdraagt min. temp. – 12.3 tot -17.7 °C)

Gebruikte codes kolom ‘Verdraagt droge periode'

redelijk winterhard; winterhardheidzone 8



Verdraagt sterke droogte

(verdraagt min. temp. – 6.7 tot -12.2 °C)

Verdraagt gemiddelde droogte

In de stad is het gewoonlijk warmer dan in de gebieden

Het groen in de stedelijke omgeving wordt steeds vaker

daarbuiten, de extremen in de zomer liggen hoger en de

mede benut om bij piekneerslagen een deel van het water

minima in de winter zijn ook minder laag. Daarnaast stijgt in

tijdelijk te bergen (wadi’s, verlaagde delen voor waterberging,

Nederland de gemiddelde jaartemperatuur als gevolg van de

waterpleinen, etc.). Bomen die in dergelijke gebieden

klimaatverandering. Hierdoor lijken er meer mogelijkheden

worden gebruikt moeten enerzijds bestand zijn tegen korte

te komen voor soorten uit warmere streken. Echter de minima

(zeer) natte perioden en aan de andere kant veel drogere

in de winter blijven nog steeds ruim onder nul, ook in de stad.

omstandigheden in de periodes daartussen verdragen. Deze

Om die reden moeten stadsbomen nog steeds bestand zijn

kolommen geven voor een aantal voor deze situaties relevante

tegen lage wintertemperaturen. De mate van winterhardheid

bomen de mate weer waarin ze deze twee omstandigheden

verwijst naar de capaciteit van planten om periodes met lage

verdragen (Bron: Hoffman & Hop 2012).

temperaturen te doorstaan. Dit wordt gewoonlijk gerelateerd aan de klimaatzones waarbinnen een plant van nature groeit, samengevat in klimaatzones begrenst door lijnen met de

Luchtkwaliteit: Wegvangen fijnstof (PM)

plaatselijke jaarlijkse minimum temperaturen. Op basis van deze klimaatzones is in de tabel een indicatie gegeven van

 zeer grote wegvangcapaciteit

de winterhardheid van de opgenomen soorten. De vermelde



gegevens zijn gebaseerd op Roloff & Bärtels (2014).



matige wegvangcapaciteit

een (vaak groot) deel van de omgezette CO2 voor langere tijd

overgevoeligheid oproepen als ze in contact komen met delen

geringe wegvangcapaciteit

vastleggen in hout. Alleen de CO2 in het overblijvende (houtige)

van die planten. Met name stuifmeel leidt vaak tot dit soort

deel van bomen en struiken is daarom relevant als het gaat

reacties (“hooikoorts”). De reactie wordt veroorzaakt door

Er zijn slechts weinig concrete (meet)gegevens beschikbaar

om CO2-vastlegging. Voor het inschatten van de hoeveelheid

eiwitten in de wand van de stuifmeelkorrels waarop gevoelige

van de wegvangcapaciteit van individuele soorten. Bovendien

vastgelegde CO2 is ervan uitgegaan dat hoe meer volume hout

personen reageren met allergische reacties. Bij sommige

Droogte tolerantie

grote wegvangcapaciteit



hoge tolerantie tegen droogte

zijn de actuele weggevangen hoeveelheden verontreiniging

een plant heeft, hoe meer CO2 is vastgelegd. Gebaseerd op de

soorten (bijv. Platanus) kunnen ook fijne haren afkomstig



matige tolerantie tegen droogte

afhankelijk van de mate van verontreiniging in de lucht

groeisnelheid en de capaciteit om CO2 vast te leggen in boven-

van het blad tot zulke reacties leiden. Deze kolom geeft de

lage tolerantie tegen droogte

en de plaatselijke meteorologische omstandigheden (m.n.

en ondergrondse delen is een inschatting gemaakt in vier

mate van allergeniteit van het stuifmeel van de verschillende

geen tolerantie tegen droogte

windsnelheid en –richting), de plaats van de boom (solitair

categorieën waarbij kleine bomen en struiken in de laagste

soorten gebaseerd op een systeem ontwikkeld door Cariñanos

of in een beplanting) en de toestand en omvang van de

categorie vallen en grote bomen met uitgebreide kronen

et al. (2016) waarbij het eindcijfer een combinatie is van drie

Droogtetolerantie verwijst naar de mate waarin een plant

boom. Hoe fijner vertakt de structuur in de boomkroon is,

en wortelstelsels in de hoogste categorie. De gegevens zijn

onderdelen; de wijze van verspreiding van het stuifmeel

perioden met verminderde beschikbaarheid van water kan

hoe effectiever fijnstof wordt afgevangen. Naaldbomen zijn

gebaseerd op Hoffman (2009) en waar nodig aangevuld.

(wind/insecten/beide), de lengte van de periode waarin het

doorstaan. In de stad waar de groeiomstandigheden, zeker

daardoor effectiever dan loofbomen en bij de loofbomen zijn

voor straatbomen, vaak suboptimaal zijn is deze eigenschap

de soorten met veel kleine blaadjes effectiever dan soorten

van groot belang. Over het algemeen is het zo dat bomen met

met groot blad. Verder zijn soorten met ruwe, kleverige of

kleine blaadjes en bomen met dik leerachtig blad of een dikke

harige bladeren effectiever dan soorten met gladde platte

waslaag beter bestand zijn tegen droogte dan bomen met groot

bladeren. Op basis van deze structuur kenmerken is een

 zeer hoge waarde

en dun blad. In de tabel is een indicatie weergeven van de

inschatting gemaakt van het relatieve potentiële effect van



mate waarin de soorten bestand zijn tegen droogte gebaseerd

de verschillende soorten. De waarderingen in deze kolom zijn



matige waarde



op de in de literatuur beschikbare informatie zoals die is

een synthese van op deze manier geproduceerde ranglijsten

geringe waarde



matige emissie van VOS

samengevat in Samson et al. 2017. Voor een aantal soorten is dit

in Hiemstra et al. 2008, Hoffman, 2009 en Samson et al. 2017.

geen waarde

lage emissie van VOS

aangevuld met praktijkinformatie zoals vermeld in vdBerk

Omdat de uiteindelijk weggevangen hoeveelheid afhankelijk

(2004). Overigens gelden de vermelde categorieën alleen voor

is van het volume van de kroon zijn bomen dus effectiever

Wereldwijd hebben bijen en andere insecten het moeilijk.

De relatie tussen planten, vluchtige organische stoffen

bomen die al enige jaren op hun plaats staan. Voor net geplante

dan struiken, al is het wel zo dat vele kleine bomen (struiken)

Vanwege hun belang als bestuivers en ook voor de

(VOS) en ozon is complex. VOS versterken, met name onder

bomen blijft het belangrijk om ze bij droogte van water te

hetzelfde effect kunnen hebben als één grote boom.

biodiversiteit in het algemeen is de aandacht voor bijen

warme omstandigheden, de vorming van ozon (O3). Bomen

en andere bestuivers sterk toegenomen. Deze insecten zijn

nemen zowel ozon als VOS op en verbeteren daardoor de

afhankelijk van voldoende stuifmeel en nectar in de omgeving.

luchtkwaliteit. Daar staat tegenover dat sommige bomen

Deze twee kolommen geven de waarde van de genoemde

zelf ook VOS produceren. Over het algemeen is de balans

boomsoorten voor bestuivers door middel van een waardering

op stadsniveau weliswaar gunstig (meer VOS weggevangen

van de mate van productie van nectar en stuifmeel. De

dan geproduceerd) maar het is verstandig om geen grote

voorzien, ook wanneer het om droogte resistente bomen gaat.

Strooizout tolerantie

Luchtkwaliteit: Wegvangen NOx/O3  zeer grote wegvangcapaciteit

stuifmeel vrij komt en de mate waarin dat stuifmeel allergeen is.

Biodiversiteit: Nectar- / Stuifmeelbron voor insecten Emissie van VOS

hoge waarde hoge emissie van VOS

Tolerant



grote wegvangcapaciteit

informatie is afkomstig van lijsten samengesteld door het

aantallen van soorten die VOS produceren bijeen te planten

Gevoelig



matige wegvangcapaciteit

Duitse GALK Arbeitskreis Stadtbäume (zie www.galk.de) en de

om de bevordering van de vorming van zomersmog

geringe wegvangcapaciteit

Belgische Imkersbond (van Hoorde et al., 2004). De waardering

te voorkomen. In deze kolom is de VOS-emissie van de

in de tabel is op soortniveau; cultivars binnen de soort kunnen

verschillende soorten weergegeven in 3 klassen, gebaseerd

In het stedelijk gebied krijgen bomen vaak te maken met strooizout. In deze kolom is daarom een indicatie gegeven

Gasvormige verontreinigingen worden via de huidmondjes

onderling verschillen in geschiktheid als nectar of pollen

op literatuurgegevens voor zover beschikbaar en interpolatie

voor de gevoeligheid voor strooizout, voor zover die

in het blad opgenomen en daar verwerkt door de

leverancier; met name dubbel- of gevuld bloemige cultivars

van die gegevens naar verwante soorten zoals samengevat in

informatie beschikbaar is. De gegevens in de literatuur

stofwisselingsprocessen in het blad. Loofbomen zijn door

dienen voor dit doel vermeden te worden omdat die meestal

Samson et al. (2017).

zijn incompleet, niet allemaal even “hard” en spreken

hun bladstructuur effectiever dan naaldbomen, en binnen

steriel zijn. Bovendien is de productie van nectar en stuifmeel

elkaar soms tegen zoals blijkt uit een overzicht van alle

de categorie van loofbomen zijn bomen met grote gladde

ook afhankelijk van de lokale omstandigheden en de groei

beschikbare wetenschappelijke publicaties en publicaties in

bladeren effectiever dan die met klein, ruw of behaard blad.

van de betreffende boom. De waarden moeten daarom gezien

vaktijdschriften (Hop, 2012). Daarom zijn in deze kolom de

Ook voor deze gasvormige vormen van luchtverontreiniging

worden als een indicatie van wat mogelijk is.

gegevens betreffende gevoelige soorten zoals vermeld door

geldt dat het totale afgevangen volume afhankelijk is van het

Hop aangevuld met de vermeldingen van tolerante soorten

kroonvolume en de totale bladoppervlakte. Op basis van deze

zoals vermeld door vdBerk (2004). Voor de soorten waarachter

structuurkenmerken is in deze kolom een indicatie gegeven

geen code is opgenomen ontbreken gegevens.

van het relatieve belang van de verschillende soorten. De

hoge bijdrage aan beperking opwarming



matige bijdrage aan beperking opwarming

lage bijdrage aan beperking opwarming

Cariñanos et al. (2016). Characterization of Allergen Emission Sources

gegevens zijn gebaseerd op Hoffman (2009) en waar nodig

Van de hogere diersoorten zijn met name de vogels aanwezig

aangevuld.

in het groen in de stad. Deze kolom geeft een aantal soorten

Hiemstra et al. (2008). Bomen een verademing voor de stad. Brochure

aan die van belang zijn voor vogels omdat ze voedsel bieden in

PPH/VHG 36 p.

de vorm van bessen, zaden en noten. Overigens is dit ook voor

Hoffman (2009). Planten en luchtkwaliteit. Dendroflora 46:25-49. Hoffman & Hop (2012). Planten voor natte locaties. Dendroflora 49:4-16. Hop (2012). Zoutgevoeligheid van boomkwekerijgewassen.

Klimaat: Beperking opwarming 

Bronnen Voedselbron voor vogels

Luchtkwaliteit: Vastleggen CO2

een aantal kleine zoogdieren een bron van voedsel.

http://edepot.wur.nl/199315.

 zeer veel vastlegging 

veel vastlegging

Deze kolom geeft een indicatie van de mate waarin de



matige vastlegging

betreffende soort kan bijdragen aan het beperken van de

geringe vastlegging

opwarming van de lucht in de stad. Dit verloopt via twee

in Urban Areas. J. Environ. Qual. 45:244–252.

Allergeniteit

Roloff & Bärtels (2014). Flora der Gehölzer. Ulmer Verlag. Samson et al. (2017). Species-Specific Information for Enhancing



hoog

Ecosystem Services. Blz. 111-144 in: Pearlmutter et al. (eds.), The Urban



matige

Forest, Future City 7, Springer International Publishing.

gering

Van Hoorde et al. (2004). Bijenplantengids. Koninklijke Vlaamse

mechanismen: opvangen van een deel van de inkomende

Alle planten leggen CO2 vast via de fotosynthese. Wanneer

stralingsenergie (schaduw) en afkoeling als gevolg van de

plantendelen afsterven en verteren (afgevallen blad, vruchten,

verdamping van water. Beide processen zijn gekoppeld aan

afgestorven wortels) komt die CO2 weer vrij. Alleen houtige

Allergeniteit verwijst naar de eigenschap dat sommige

Van den Berk Boomkwekerijen (2004). Van den Berk over Bomen. 2e

de hoeveelheid bladmassa van een boom. De bijdrage aan de

gewassen hebben een netto-effect op jaarbasis doordat zij

planten bij een deel van de bevolking symptomen van

herziene druk.

Imkersbond.

ALGEMENE KENMERKEN

GROOTTE

GROENBLIJVEND

WINTERHARDHEID

BIJDRAGE AAN ECOSYSTEEMDIENSTEN

TOLERANTIE DROOGTE

TOLERANTIE STROOIZOUT

BEPERKEN OPWARMING

INTERCEPTIE NEERSLAG

WETENSCHAPPELIJKE NAAM

VERDRAAGT ZEER NATTE PERIODE

VERDRAAGT DROGE PERIODE

NADELIGE EIGENSCHAPPEN STUIFMEELBRON INSECTEN

WEGVANGEN FIJNSTOF

WEGVANGEN NOX/O3

VASTLEGGEN CO2

NEKTARBRON INSECTEN



























VOEDSELBRON VOGELS

ALLERGENITEIT

EMISSIE VOS

Acer buergerianum







Acer campestre







Acer negundo













Acer platanoides

























Acer pseudoplatanus

























Acer rubrum

















 (afh. van cv)



Acer saccharinum





































Aesculus hippocastanum

















Aesculus x carnea















Acer tataricum ssp. Ginnala

 



 





















Alnus cordata



















Alnus glutinosa





















Alnus incana





















Alnus spaethii



















Amelanchier arborea













Amelanchier lamarckii



























Betula nigra





Betula papyrifera







Betula pendula











Betula pubescens









Betula utilis























































































  



Carpinus betulus









Castanea sativa

























Catalpa bignonioides





Cedrus atlantica = C. libani ssp. Atlantica







Cedrus deodara













Cedrus libani



















Celtis australis







Celtis occidentalis







Cercidiphyllum japonicum





Cercis canadensis





Cercis siliquastrum







Chamaecyparis lawsoniana Cornus mas Corylus colurna





























































 

















Crataegus x lavallei











Crataegus monogyna













Elaeagnus angustifolia















Crataegus coccinea

Fagus sylvatica



 







































 

Fraxinus angustifolia





















Fraxinus excelsior



















Fraxinus ornus



















Fraxinus pennsylvanica







Ginkgo biloba







Gleditsia triacanthos var. inermis







Gymnocladus dioicus





































































 

Ilex aquifolium













Juglans nigra

















Juglans regia















Larix decidua









Liquidambar styraciflua









Liriodendron tulipifera







Magnolia grandiflora







Koelreuteria paniculata







































  

  

  



  

  

  

Malus baccata









Malus tschonoskii





Malus cv's

  



Metasequoia glyptostroboides







Morus alba







Morus nigra







Parrotia persica









Paulownia tomentosa





Picea abies





Picea pungens



Pinus nigra



Pinus strobus



Pinus sylvestris



Platanus occidentalis





Magnolia spp.

















 









































































































Platanus orientalis











Platanus x acerifolia = P. x hispanica











Populus alba











Populus nigra











Populus tremula























 ( plant)























































 







 

 (afh. van cv)



 ( plant)









Populus x canadensis















Populus x canescens

















Prunus avium







































Prunus cerasifera





 ( rassen)















Prunus cerasus





Prunus maackii







Prunus padus















Prunus sargentii















Prunus serrulata











Prunus spinosa















Prunus virginiana 'Shubert'







Pyrus calleryana















Quercus cerris





















Quercus coccinea



















Quercus frainetto























Quercus ilex















Quercus palustris















Quercus petraea









Quercus robur











Quercus rubra







Robinia pseudoacacia









Salix alba































Sophora japonica (Styphnolobium jap.)







Sorbus aria









Sorbus aucuparia





Sorbus intermedia





Sorbus latifolia





Sorbus x thuringiaca





Tamarix gallica







Taxodium distichum











Taxus baccata









Salix babylonica Salix x sepulcralis Sambucus nigra





 





























































 ( plant)













 ( plant)











 ( plant)















 



























































































 ( plant)

 



Thuja occidentalis















Thuja plicata















Tilia americana





















Tilia cordata





















Tilia platyphyllos





















Tilia tomentosa























Tilia x europaea





































Ulmus cv's

  





  

Ulmus laevis









Ulmus pumila







Zelkova serrata









 





  























Beleidsplan bomen 2024-2033

Bijlage 5 Bodemgesteldheid en grondwater

Bodemkaart

Toelichting: • Groen: klei gronden van diverse samenstelling • Turquoise: ‘venige’ grond op klei • Blauw en paars: veengronden van diverse samenstelling Bron: https://bodemdata.nl/basiskaarten (WUR)

Op deze bodemkaart is zichtbaar dat het middelste deel van de gemeente is ontpolderd. De polder wordt omrand met door een kleidek op veen en zand. Meer aan de randen van de gemeente is veen aanwezig. Een kleibodem is een erg voedzame bodem, maar heeft als nadeel dat de grond erg compact is. Hierdoor is het voor boomwortels moeilijker om genoeg zuurstof te krijgen en zich een weg door de bodem te banen. Dit vraagt extra aandacht bij de inrichting van de groeiplaats en de soortkeuze van de boom. Met name in situaties waar de bestaande bodem onderdeel van de groeiplaats uitmaakt. Veengrond is zettingsgevoelig en heeft vaak hoge grondwaterstanden. Bomen kunnen hierdoor niet diep wortelen. Boomsoorten die op nattere en voedselrijkere bodems kunnen groeien zijn hier meer geschikt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=b239750b-7861-4452-b879-5592490a9bff