CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsplan bomen gemeente Nieuwkoop 2024-2033

Besluitvormende raadsvergadering 3 april 2025, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen 13e Verordening tot wijziging van de "Algemene plaatselijke verordening Nieuwkoop 2012" (2025-028)28.535 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

28

Beleidsplan bomen 2024-2033 •

We continueren de inzet van operatie steenbreek voor particuliere tuinen en verbinden dit waar mogelijk aan het grootonderhoud van openbare ruimte en nieuwbouwontwikkelingen (planning: 2022-2026).

Ontwikkeling: Algemene plaatselijke verordening (3.1.1) • Lijst beschermwaardige houtopstanden actualiseren. Beschermwaardige bosschages ook opnemen. Eventuele aanpassingen volgend uit dit beleidsplan verwerken. • De Algemene Plaatselijke Verordening aanscherpen om de bescherming van openbare houtopstanden te verbeteren. • Bomen indelen in een beleidsklasse en per beleidsklasse regels vastleggen en opnemen in het omgevingsplan. Conclusie: Beleids- en beheerplan Groen en Omgevingsvisie (3.2.2 en 3.2.3) • Het beleids- en beheerplan groen en de omgevingsvisie leggen de focus op een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving, een bijdrage aan klimaatadaptie en biodiversiteit en inpassing van dorpskernen en bedrijventerreinen in het landschap. Tegelijkertijd is de gemeente ‘zuinig’ op de waarde en het open karakter van het omliggende landschap. Waar mogelijk halen we dit landschap ‘naar binnen’. Beleidskader Duurzaamheid en Duurzaamheidsprogramma Nieuwkoop (3.3.4) • Het beleid op het gebied van duurzaamheid sluit aan bij de omgevingsvisie met een focus op een gezonde- en aantrekkelijke (groene) leefomgeving, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Daarbij ligt de nadruk op het voorkomen van wateroverlast en hittestress o.a. door de aanleg van groen zoals een Tiny Forest.

Bij het thema biodiversiteit ligt de nadruk op de aanleg van meer en diverser groen en het laten toenemen van het aantal- en de diversiteit van bomen Coalitieakkoord 2022-2026 en Collegeprogramma 2022-2026 (3.3.5 en 3.3.6) • In het college- en coalitieprogramma spelen groen en bomen ook een belangrijke rol. Er is de wens voor de aanplant van extra bomen en struiken in hittestress te verlagen, waaronder Tiny Forests. Groen en bomen spelen ook een rol om winkelgebieden aantrekkelijk te houden.

29

Beleidsplan bomen 2024-2033

4

Doel, visie en beleidsuitgangspunten

Voorgaande hoofdstukken geven inzicht in de staat van de huidige boombeplanting in de gemeente Nieuwkoop. Het hoofdstuk ‘Kaders en uitgangspunten’ geeft inzicht in welke wet- en regelgeving voor bomen het meest relevant is en wat er beleidsmatig over bomen is vastgelegd en verwerkt in gemeentelijk beleid (DNA). In dit hoofdstuk maken we de vertaalslag van dit ‘DNA van de Gemeente Nieuwkoop’ naar een doel, een visie, en de (beleids-)uitgangspunten die daaruit volgen. Op basis daarvan spreken we af welke afspraken we over onze boombeplanting maken en wat we gaan doen om dit waar te maken.

4.1 Doel

Linde centrum Langeraar nabij begraafplaats

Het doel van het boombeleid is het creëren van mogelijkheden voor de ontwikkeling en het behoud van een toekomstbestendig boombestand en uitbreiding van het boombestand op plekken waar dit gewenst is zodat bomen een positieve bijdrage leveren aan een aantrekkelijke- en gezonde leefomgeving, biodiversiteit en klimaatadaptatie in de gemeente Nieuwkoop. Met dit bomenbeleidsplan legt de gemeente de verbindende schakels tussen het beheer van bomen en het beleid gericht op duurzaamheid, klimaat en gezondheid en de Omgevingswet. Daarnaast kunnen we met dit beleidsdocument de voordelen en het belang van bomen in de (openbare) ruimte beter behartigen.

4.2 Visie Met welke visie we invulling aan dit doel geven wordt in ‘DNA Nieuwkoop’ en ‘Rentmeesterschap’ nader toegelicht.

4.2.1 DNA Nieuwkoop Bomen dragen bij aan een klimaatbestendige buitenruimte en aan het behoud en toename van biodiversiteit. Bomen helpen bij het aantrekkelijker en gezonder maken van de leefomgeving. Om dit waar te maken hebben we nu en in de toekomst gezonde en goed functionerende bomen nodig. De bomen zijn van diverse samenstelling en afgestemd op de standplaats. Dat zijn de bomen die ons ‘ecosysteemdiensten’ leveren. Waar nodig breiden we het aantal bomen en bosschages uit. Natuurlijk doen we dit met aandacht voor de omgeving en de mensen die daar al wonen, werken en recreëren. Want ook zij hebben wensen rondom bomen in hun leefomgeving en hier houden we rekening mee.

30

Beleidsplan bomen 2024-2033

4.2.2 Rentmeesterschap Wij beheren de bomen voor de toekomst en zijn verantwoordelijk voor de bomen die nodig zijn in de toekomst. Daarom hanteren we het principe van goed rentmeesterschap. Wat een rentmeester beheert is geleend en moet dus ongeschonden en liefst met toegevoegde waarde aan de eigenaar worden geretourneerd dan wel aan de toekomstige generatie worden overgedragen. Door de voordelen en het belang van bomen beter te behartigen in het beheer en de ontwikkeling van de openbare ruimte plukken we daar uiteindelijk de vruchten van en geven we invulling aan de visie ‘Rentmeesterschap’. Uitgangspunten die we formuleren zijn: • gericht op het behoud van kwaliteit en/of het areaal van onze bomen; en • gericht op de toename van kwaliteit en/of het areaal van onze bomen.

4.3 Beleidsuitgangspunten Om invulling te even aan het doel en de visie hanteren we onderstaande uitgangspunten, verdeeld in vijf vertakkingen, namelijk: 1. Kwaliteit boombestand; 2. Kwantiteit boombestand; 3. Bomen en overlast; 4. Regels voor bescherming van bomen; 5. Omgevingswet en bomen. 1. Kwaliteit boombestand • De bomen die ons de meeste 'ecosysteemdiensten' leveren zijn gezonde goed functionerende bomen van diverse samenstelling afgestemd op de standplaats. • Kwaliteit gaat boven kwantiteit. We maken een bewuste keuze hoe en waar we een nieuwe boom aanplanten, hoe lang we willen dat de boom kwalitatief goed kan groeien en welke boomsoort passend is bij de bodemgesteldheid. • Op basis hiervan bepalen we welke groeiplaatsinrichting daarbij hoort op basis van de richtlijnen uit het meest recente Handboek Bomen (Norminstituut bomen). • Bij keuze voor een nieuwe boom houden we rekening met klimaatadaptatie, gezonde- en aantrekkelijke leefomgeving en biodiversiteit en streven ernaar toekomstige overlastsituaties te voorkomen. • Om het boombestand minder gevoelig te maken voor ziekten en plagen passen we meerdere boomsoorten in laanstructuren toe. We streven naar een divers boombestand in heel de gemeente.

• Het onderhoud van bomen is gericht op behoud van de kwaliteit van de boom en een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving op basis van de richtlijnen uit het meest recente Handboek Bomen (Norminstituut bomen). • We voorkomen kwaliteitsverlies door schade aan bomen, zowel bovengronds als ondergronds. We hanteren voor werkzaamheden nabij bomen de richtlijnen uit het meest recente Handboek Bomen (Norminstituut bomen). Voor graafwerkzaamheden nabij bomen leggen we specifieke afspraken vast. 31

Beleidsplan bomen 2024-2033 2. Kwantiteit boombestand • We behouden bestaande bomen zoveel als mogelijk. Als een boom uitvalt of gedwongen weg moet vervangen we de boom of compenseren we de boom op een andere plek. • Waar dit voor doelstellingen uit gemeentelijk beleid noodzakelijk is planten we meer bomen of bosschages met bomen aan. • Voorafgaand aan de ontwikkeling van woon- en werklocaties leggen we vast welke bijdrage bomen leveren aan de aantrekkelijke leef- en woonomgeving, klimaatadaptatie en biodiversiteit. • We stimuleren onze inwoners om ook zelf bomen en bosschages aan te planten. 3. Bomen en overlast • Overlast van bomen is nooit geheel te voorkomen. We accepteren een zekere mate van overlast omdat het algemeen belang van bomen hiertegen opweegt. • Bij de aanplant van een nieuwe boom houden we rekening met het voorkomen van bovenmatige vormen van overlast. • In extreme overlastsituaties komen we inwoners tegemoet, afhankelijk van de mate van overlast, het (maatschappelijk) belang en de beleidsstatus van een boom. 4. Regels voor bescherming van bomen • Om de regels over bomen en houtopstanden duidelijk en overzichtelijk te houden streven we naar het beperkt houden van regelgeving en het verkleinen van de lijst beschermwaardige houtopstanden (structuurbomen).

• De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) passen we aan met als doel een betere bescherming voor alle bomen, niet alleen voor beschermwaardige bomen. • We erkennen de waarde van houtopstanden zoals windsingels, pestbosjes en landschappelijk waardevolle beplantingen. Waardevolle houtopstanden nemen we op in de lijst beschermwaardige houtopstanden. Zij worden beter beschermd. 5. Omgevingswet en bomen • Bomen maken onderdeel uit van het omgevingsplan van Nieuwkoop. We nemen onze bomen op in het Digitaal Stelsel Omgevingswet. • Bomen zijn ingedeeld in verschillende beleidsklassen waarbij duidelijk is welke regels er per beleidsklasse gelden. • Laanbeplantingen en grote houtopstanden in het buitengebied beschermen we door strategisch de bebouwingscontour houtkap (voorheen Wet Natuurbescherming) vast te stellen. In hoofdstuk 5 Boombeleid zijn deze beleidsuitgangspunten uitgewerkt. Het resultaat hiervan is er onderdeel openomen in beleidsafspraken en waar nodig in een werkplan.

32

Beleidsplan bomen 2024-2033

5

Boombeleid

In hoofdstuk 4 Visie, doel en beleidsuitgangspunten hebben we vastgesteld wat we belangrijk vinden bij nieuw boombeleid. In dit hoofdstuk werken we uit hoe we dit gaan bereiken. Dit doen we op basis van de vijf verschillende vertakkingen van de beleidsuitgangspunten, namelijk: 1. Kwaliteit boombestand (5.1) 2. Kwantiteit boombestand (5.2 3. Bomen en overlast (5.3) 4. Regels voor bescherming van bomen 5.4) 5. Omgevingswet en bomen (5.5) Platanen Albrechtshof Zevenhoven (structuurbomen)

Beleidsklasse bomen Om een goede invulling te geven aan de verschillende vertakkingen verdelen we alle bomen in verschillende beleidsklassen. Hierdoor kunnen we ook voor bomen die niet op de lijst beschermwaardige houtopstanden staan beleidsregels vast stellen en uiteindelijk opnemen in het omgevingsplan en Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Dit wordt verder uitgewerkt onder vertakking 5 ’Omgevingswet en bomen’. In tabel 6 is een uitleg te vinden van de verschillende beleidsklassen. Beleidsklasse boom I: (toekomstig) Monumentale boom

Beoogde omloop Vergelijkbaar met: 60-100 jaar • Beschermwaardige bomen met een monumentale status, inclusief toekomstig monumentale bomen. (Lijst beschermwaardige houtopstanden.)

II: Structuurboom 40-60 jaar

• Bomen in de grotere laanstructuren met name langs hoofd- en wijkontsluitingswegen. • Bomen in grotere parken en groengebieden met een functie voor wijk of kern, landschappelijk beplantingen rond bedrijventerreinen etc. • Belangrijke bomen in centrumgebieden en andere publiek belangrijke plaatsen zoals begraafplaatsen en parken, waaronder ook leibomen.

III: Overige boom 40 jaar

• Verspreide bomen veelal in de woonwijken en op industrieterreinen en grotere groenobjecten in wijken en op industrieterreinen. Ook verspreide bomen in plantsoenen, op meer centrale locaties in een wijk vallen onder overig boom. • Bomen in het buitengebied voor zover ze geen onderdeel uitmaken van grotere laanstructuren een prominente landschappelijke functie of een monumentale status hebben.

IV: Boom met 20 jaar verkorte omloop

• Veelal kleinere bomen als aankleding van een specifieke locatie zoals een parkeerplaats. • Knotwilgen, bol- en vormbomen.

Tabel 6, beleidsklasse bomen

33

Beleidsplan bomen 2024-2033

De indeling uit tabel 6 ‘beleidsklasse bomen’ is gebaseerd op de uitgave ‘Handreiking omgevingswet en bomen 2021’ van het Norminstituut Bomen* en aangescherpt naar de situatie in de Gemeente Nieuwkoop. Uiteraard is de beoogde omloop een streven waarbij de inzet is bomen langer ‘goed functionerend’ in stand te houden. Door een beoogde omlooptijd op te nemen kunnen we bij de verschillende richtlijnen op basis hiervan keuzes maken.

5.1 Kwaliteit boombestand Het verbeteren van de kwaliteit van ons boombestand past in de visie van het rentmeesterschap. De bomen die ons de meeste ‘ecosysteemdiensten’ leveren zijn gezonde goed functionerende bomen. Met name oudere en grotere bomen dragen meer bij. Dit maakt het van belang zorgvuldig om te gaan met het huidige areaal en in te zetten op de ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardig en toekomstbestendig areaal. Om de kwaliteit van het boombestand te verbeteren stellen we een aantal richtlijnen vast. Dit zijn richtlijnen gericht op: • de aanplant van bomen; • de soortkeuze van bomen; • gevarieerde aanplant; • het onderhoud van bomen; • het voorkomen van schade aan bomen.

Aanplant bomen Aarweide Ter Aar

Naar aanleiding van de evaluatie en ontwikkeling van het boombestand (hoofdstuk 2) is een aanpak in scenario’s opgesteld om de kwaliteit en toekomstverwachting van het huidige boombestand te verbeteren. Afhankelijk van het gekozen scenario in het bestuurlijk besluitvormingsproces wordt dit in een jaarlijks op te stellen jaarplan verder uitgewerkt. *Bron: Handreiking omgevingswet en bomen 2021, Norminstituut Bomen 2021

34

Beleidsplan bomen 2024-2033

5.1.1 Aanplant van bomen Kwaliteit gaat boven kwantiteit. We maken een bewuste keuze hoe en waar we een nieuwe boom aanplanten, hoe lang we willen dat de boom kwalitatief goed kan groeien en welke boomsoort bij de bodemgesteldheid passend is. Op basis hiervan bepalen we welke groeiplaatsinrichting daarbij hoort en richten deze in op basis van de richtlijnen uit het meest recente Handboek Bomen (Norminstituut bomen). Deze richtlijnen zijn door het Norminstituut Bomen verwerkt in het rekenprogramma Boommonitor. Dit programma gebruikt verschillende parameters, zoals de boomsoort en het type ondergrond, om te bepalen hoe de groeiplaats wordt ingericht. De omvang van de groeiplaats is ingedeeld in verschillende ambitieniveaus (optimaal, redelijk, marginaal) en afhankelijk van hoe lang de boom daar theoretisch kan groeien (beoogde omloop). Wij gebruiken de Boommonitor bij het bepalen van de grootte en inrichting van de groeiplaats. Voorafgaand bepalen we ook welke beleidsklasse een nieuwe boom krijgt. Het overzicht uit tabel 7 (‘Instellingen boommonitor per beleidsklasse boom’) hanteren we als uitgangspunt bij het bepalen van het gewenste ambitieniveau en omlooptijd van een boom en daarmee de grootte van de uiteindelijke groeiplaats.

Beleidsklasse Beoogde boom omloop I: (toekomstig) 60-100 jaar Monumentale boom II: Structuurboom 40-60 jaar III: Overige boom 40 jaar IV: Boom met 20 jaar verkorte omloop

Keuze inrichting groeiplaats Boommonitor Ambitieniveau: Optimaal Omloop: 60 jaar (minimaal) Ambitieniveau: Optimaal Omloop: 40 jaar Ambitieniveau: Redelijk Omloop: 40 jaar Ambitieniveau: Redelijk tot marginaal Omloop: 20 jaar

Tabel 7, instellingen Boommonitor per beleidsklasse boom

Ook bij (bouw)ontwikkelingen en projecten voor bijvoorbeeld de nieuwe inrichting van openbare ruimte bepalen we vooraf welke beleidsklasse toekomstige bomen krijgen. De bijpassende groeiplaatsinrichting volgens de Boommonitor zoals weergegeven in tabel 7, wordt meegenomen in de verdere planontwikkeling. Opmerking: Deze richtlijnen uit het Handboek Bomen gelden ook voor de al aanwezige bomen in een plangebied. Als uit onderzoek blijkt dat behoud mogelijk is en we kiezen hiervoor dan bepaalt de indeling in een beleidsklasse de hoeveelheid te reserveren ruimte voor de groeiplaats. Het aantal benodigde m3’s voor deze groeiplaats wordt ook opgewaardeerd tot een geschikte groeiplaats. Bij een verplanting van een boom bepaalt de beleidsklasse ook de eisen aan de nieuwe groeiplaats van de te verplanten boom.

5.1.2 Soortkeuze van bomen Algemeen Bij de keuze voor een nieuwe boom houden we rekening met de functie die bomen kunnen vervullen op de thema’s klimaatadaptatie en biodiversiteit en een aantrekkelijke- en gezonde leefomgeving. Onder het laatste punt valt bijvoorbeeld ook ons streven toekomstige overlastsituaties te voorkomen die mogelijk vooraf zijn te voorzien.

35

Beleidsplan bomen 2024-2033 Niet elke boom past even goed bij een thema. Daarom is het van belang te bepalen welk thema de meeste aandacht krijgt. Dit is vooral afhankelijk van de locatie. In tabel 8 ‘Prioriteit thema per locatie’ is per type locatie de prioriteit voor een thema aangegeven, verdeeld in een eerste en een tweede prioriteit. We gebruiken deze tabel als afwegingskader bij de soortkeuze van nieuwe bomen. Opmerking: Ligt de prioriteit bijvoorbeeld bij aantrekkelijke woonomgeving dan kan de soortkeuze van een boom nog steeds bijdragen aan bijvoorbeeld biodiversiteit. Het één sluit het ander dus niet uit. In de praktijk zal dit elkaar eerder versterken dan tegenwerken. Locatie boom Woonstraat 1

Thema: prioriteit 1 aantrekkelijke leefomgeving

prioriteit 2 klimaatadaptatie

(Wijk)ontsluitingsweg gezonde leefomgeving binnen bebouwde kom2 Ontsluitingsweg biodiversiteit buiten bebouwde kom3 Dorpsentree aantrekkelijke leefomgeving

biodiversiteit

Speelplaats

biodiversiteit

klimaatadaptatie

aantrekkelijke leefomgeving* gezonde leefomgeving

Buurtpark en plantsoen klimaatadaptatie > 100 m2 Wijkpark gezonde leefomgeving

biodiversiteit

Winkelcentrum

aantrekkelijke leefomgeving

klimaatadaptatie

Begraafplaatsen

aantrekkelijke leefomgeving

biodiversiteit

Bedrijfsterreinen

klimaatadaptatie

biodiversiteit

Sportvelden

gezonde leefomgeving

biodiversiteit

Landschappelijke inpassing (o.a. bedrijfsterreinen)

biodiversiteit

aantrekkelijke leefomgeving*

biodiversiteit

Toelichting 1 bijvoorbeeld een erftoegangsweg binnen bebouwde kom 30 km en woonerf 2 bijvoorbeeld een gebiedsontsluitingsweg binnen bebouwde kom 50 km 3 bijvoorbeeld een erftoegangsweg buiten bebouwde kom 60 km en gebiedsontsluitingsweg buiten bebouwde kom 80 km. * met name gericht op de landschappelijke functie van beplantingen Tabel 8, prioriteit thema per locatie

Als het belangrijkste thema bekend is gebruiken we als leidraad bij de soortkeuze de soortentabel ‘Groen in de Stad’ (Jelle Hiemstra, Wageningen University). In deze tabel is op basis van wetenschappelijk onderzoek de bijdrage van verschillende boomsoorten aan deze thema’s weergegeven in de vorm van een score. De soortentabel met scores is in bijlage 4 ‘Soortentabel Groen in de Stad’ opgenomen. Daarnaast geeft de rekentool Boommonitor

36

Beleidsplan bomen 2024-2033 (Norminstituut Bomen) van elke beschikbare boomsoort in de database soortgelijke informatie op basis van hetzelfde onderzoek. In de soortentabel Groen in de Stad en de rekentool Boommonitor zijn de thema’s bij de volgende onderdelen weergegeven: • Thema klimaatadaptatie o beperken opwarmen o interceptie neerslag (afvangen en geleiden) • Thema gezonde leefomgeving o wegvangen van fijnstof o wegvangen van NOx/O3 o vastleggen van CO2 • Thema biodiversiteit o nectarbron en stuifmeelbron voor insecten o voedselbron voor vogels Hierbij is de score weergegeven in een aantal sterren. We streven ernaar een score van twee of meer sterren te behalen bij één van de onderdelen die bij het thema hoort. Daarbij heeft een onderdeel van thema ‘prioriteit 1’ bij voorkeur de hoogste score. Bij het thema ‘Gezonde leefomgeving’ gaat het ook om het uitnodigen tot sporten of bewegen. Dit is niet in de soortentabel opgenomen maar een algemeen ontwerpuitgangspunt. Een aantrekkelijke leefomgeving is niet direct meetbaar. Wel kunnen we stellen dat we in die gevallen kiezen voor de mooiste- of beste passende boom voor die locatie en dat daarbij overige baten van bomen niet direct doorslaggevend zijn. Op deze manier maken we een bewuste keuze voor een boomsoort en geven we concreet invulling aan onze doelstelling.

Ondergrond Bij de uiteindelijke soortkeuze speelt ook de ondergrond een rol. In de gemeente Nieuwkoop zijn verschillende ondergronden aanwezig. Dit wordt bepaald door zowel de grondwaterstand als het type bodem (bijvoorbeeld klei- of veengrond). In bijlage 5 ‘Bodemgesteldheid en grondwater’ is een verkorte analyse van de situatie in Nieuwkoop opgenomen. We hebben veelal te maken met ofwel zwaardere kleigronden of hogere grondwaterstanden in combinatie met voedselrijk veen. Dat vraagt een zorgvuldige groeiplaatsinrichting bij nieuwe aanplant en/of het afstemmen van de soortkeuze op deze specifieke standplaatsen. Wij houden bij de inrichting van de groeiplaats en de keuze van de boomsoort rekening met de plaatselijke omstandigheden van de ondergrond.

5.1.3 Gevarieerde aanplant Algehele boombestand We streven naar een divers boombestand in heel de gemeente. Deze doelstelling komt uit het Duurzaamheidsprogramma 2020-2024. Hierin is opgenomen dat we ons inzetten om het aantal en de diversiteit van bomen te laten toenemen met als doel om biodiversiteit te laten toenemen. Op dit moment zijn er 307 verschillende boomsoorten en cultivars van boomsoorten in het areaal te vinden. We streven er naar deze beleidsperiode (2024-2034) per jaar 5 nieuwe boomsoorten te introduceren (geen cultivars).

37

Beleidsplan bomen 2024-2033 Een meer divers boombestand heeft als voordeel dat het boombestand in totaliteit minder gevoelig is voor ziekten en plagen. Ook zijn er meer kansen voor een positieve bijdrage aan biodiversiteit. Een graadmeter om te toetsen voor diversiteit in het areaal bomen is de Santamour 10-20-30 regel. Toelichting: Een wetenschappelijk onderbouwde leidraad om diversiteit in het boombestand aan te brengen is de verdeling volgens Santamour*. Frank Santamour is een genetisch deskundige die richtlijnen heeft opgesteld voor gewenste genetische variatie bij bomen. Santamour geeft handvatten voor een gezonde soortendiversiteit met de ‘10-20-30 regel’. Dit houdt in dat het boombestand uiteindelijk bestaat uit maximaal: 10 % van 1 soort – 20% van 1 geslacht – 30% van 1 familie, bijvoorbeeld: • soort: 10 % zwarte els (of cultivars van zwarte els), • geslacht: 20% els (zoals witte els, zwarte els) • familie: 30 % berkenfamilie (berk en els) Dit kan per locatie of over een geheel boombestand gelden. *Santamour F (1990) Trees for urban planting: diversity, uniformity and common sense. In: Proceedings of the 7th Conference of the Metropolitan Tree Improvement Alliance 7: 57–65.

Figuur 4 geeft de drie meest voorkomende boomsoorten weer.

Figuur 4, de drie meest voorkomende boomsoorten

Naar de maatstaven van de Santamour is het aandeel gewone es (Fraxinus excelsior) te hoog (16% ipv 10%). Het aandeel zwarte els (Alnus glutinosa) is de afgelopen jaren sterk gestegen, maar nog niet boven de 10%. Het aandeel schietwilg (Salix alba) is ruim boven het streefpercentage van 10%, maar bestaat voor het grootste deel uit knotwilgen. We streven naar een verdeling van boomsoorten in de gemeente (familie, geslacht, soort) die past in de Santamour 10-20-30 regel. Dit doen we bij het vervangen van bomen of bij nieuwe aanplant op uitbreidingslocaties. We gaan hiervoor niet actief bomen vernieuwen.

38

Beleidsplan bomen 2024-2033 In bijlage 6 ‘Analyse en advies boombestand’ is een analyse van deze regel over de tien meest voorkomende bomen opgenomen. Op basis hiervan stellen we het volgende: • De meeste wilgen zijn knotwilgen (18,5 van de 21%). We kunnen vrij uitgroeiende wilgen planten, maar bij voorkeur op locaties waar geen tot weinig knotwilgen staan. • We zijn terughoudend met de aanplant van bomen uit het geslacht Fraxinus en met name de soort excelsior of cultivars daarvan. • We laten het aantal bomen van de soort zwarte els niet te veel toenemen. We kiezen vaker voor andere inheemse boomsoorten. Bij het opstellen van een nieuwe beleids- en beheerplan openbaar groen maken we een nieuwe analyse om de voortgang te kunnen monitoren. Laanstructuren Met name monotone laanstructuren zijn gevoelig voor ziekten en plagen, omdat deze makkelijk binnen een laanstructuur kunnen verspreiden (zie figuur 5 ‘laanstructuren’).

Figuur 5, grotere laanstructuren met monotone aanplant boomsoorten

De gevoeligheid voor plagen komt onder andere door het ontbreken van natuurlijke vijanden. Bekende voorbeelden hiervan zijn de verspreiding van de eikenprocessierups en de wilgenhoutrups. De gemeente Nieuwkoop heeft kenmerkende laanstructuren van met name essen, maar ook eiken, iepen en elzen. Momenteel vervangen we essen voor nieuwe essen wat de weerbaarheid tegen ziekten en plagen niet verbetert. Door andere boomsoorten in de rij terug te planten maken we de rij meer divers en minder kwetsbaar. Daarbij voegen we waarde voor biodiversiteit toe.

39

Beleidsplan bomen 2024-2033 Klimaat en leefomgeving als thema Op diverse locaties zijn klimaatadaptatie en een gezonde- of aantrekkelijke leefomgeving de thema’s met de hoogst prioriteit (zie tabel 8, ‘Prioriteit thema per locatie’). In veel gevallen planten we gelijktijdig met een reconstructie van de openbare ruimte nieuwe bomen. Het kan voorkomen dat een bepaalde boomsoort dominant is in een wijk of buurt. Zo zijn er in het verleden bijvoorbeeld veel essen aangeplant in woonwijken. We streven naar meer diversiteit bij de aanplant van nieuwe bomen in een wijk. Op locaties waar biodiversiteit één van de thema’s is, zoals (wijk)ontsluitingsweg binnen de bebouwde kom en beplanting met als functie landschappelijke inpassing, passen we bij aanplant meerdere boomsoorten toe (zie tabel 8, ‘Prioriteit thema per locatie’). Zo maken we het boombestand ter plaatse minder gevoelig voor ziekten en plagen en stimuleren we de waarde voor biodiversiteit. In beide situaties passen we echter niet de Santamour 10-20-30 regel toe. Dit omdat hier uiteindelijk de juiste boom op de juiste plaats het belangrijkste is (kwaliteit) en de prioriteit veelal op een aantrekkelijke woonomgeving ligt. Wel houden we het verhogen van de totale diversiteit van het algehele boombestand in het oog.

Biodiversiteit belangrijkste thema Op locaties waar biodiversiteit het belangrijkste thema is, namelijk ontsluitingsweg buiten de bebouwde kom en landschappelijke inpassing, hanteren we de Santamour 10-20-30 regel wel als leidraad voor het vervangen van bomen (zie tabel 8, ‘Prioriteit thema per locatie’). Dit houdt in dat we ernaar streven dat het boombestand in deze specifieke laanstructuur of beplanting uiteindelijk bestaat uit maximaal: 10 % van 1 soort – 20% van 1 geslacht – 30% van 1 familie. Dit doen we omdat in deze specifieke beplantingen de hoogste prioriteit biodiversiteit is. Om de functie voor biodiversiteit te versterken passen we op deze locaties bij voorkeur inheemse boomsoorten of cultivars van inheemse boomsoorten toe. Dit zijn boomsoorten die hier van nature voorkomen en zijn aangepast aan de omgeving. Naast aanpassing aan lokale groeiomstandigheden zijn met name inheemse boomsoorten ook aangepast aan de van nature voorkomende fauna. Een bijkomend voordeel op het gebied van biodiversiteit. In de normale cyclus van het inboeten van bomen zal dit proces langzaam verlopen (enkele bomen per keer). Vervangen we deze structuren en landschappelijke beplantingen of leggen we deze nieuw aan dan passen we bij de soortkeuze direct deze regel toe.

5.1.4 Onderhoud bomen Een boom is een levend organisme en in een stedelijke omgeving is onderhoud noodzakelijk om de boom duurzaam in stand te houden. Zo voorkomen we problemen na aanplant en tijdens de diverse levensfases van een boom. Een boom heeft na aanplant veelal hulp nodig in de vorm van verankering en watergeven. We snoeien bomen voor een evenwichtige kroonopbouw, een voldoende wettelijke takvrije ruimte voor voetgangers en verkeer en voorkomen letsel en schade door het verwijderen van dood hout. In het uiterste geval verwijderen we een boom als deze is afgestorven of om een andere reden een gevaar vormt voor de omgeving. We voldoen aan onze zorgplicht door bij elke boom minimaal een keer per drie jaar een BVCinspectie uit te voeren of vaker indien nodig en door de adviezen uit deze inspectie op te 40

Beleidsplan bomen 2024-2033 volgen. Bij deze inspectie nemen we ook het benodigd boomonderhoud op volgens de richtlijnen van het meest recente Handboek Bomen (Norminstituut bomen). We stellen hierbij de volgende doelen: • We onderhouden bomen gericht op behoud van kwaliteit van de boom, die aansluit bij de functie van de boom op basis van de richtlijnen uit het meest recente Handboek Bomen. • We voorkomen snoeiachterstanden. In het areaal vrij- en niet vrij uitgroeiende bomen komt en verwaarloosd boombeeld komt niet voor en blijft het percentage achterstallig boombeeld onder de 10%. Zoals in hoofdstuk 2 ‘Evaluatie en ontwikkeling huidig boombestand’ is aangegeven is het van belang uitgevoerde werkzaamheden in het boombeheersysteem te registreren om volledig aan de zorgplicht bomen te voldoen. Door ook het plantjaar van bomen te registreren ontstaat er een volledig beeld van de leeftijdsopbouw van het boombestand.

5.1.5 Voorkomen van schade aan bomen De openbare ruimte verandert continu. Het stellen van duidelijke richtlijnen en het toezicht hierop is van belang. We voorkomen kwaliteitsverlies door schade aan bomen, zowel bovengronds als ondergronds. Dit betekent niet dat er nabij bomen niet meer gewerkt of gebouwd kan worden of dat er nooit beperkt schade mag ontstaan. Dat zou een onrealistische doelstelling zijn. Maar werkzaamheden rond bomen wordt op verantwoorde wijze uitgevoerd. Voorbeelden van werken zijn: • Graafwerkzaamheden (bijvoorbeeld voor kabels en leidingen). • Het vervangen en mogelijk ophogen van wegen en paden (infrastructuur). • Overige werkzaamheden waarbij tijdelijk opstel- of opslagruimte nodig is voor de uitvoering. Voorbeelden van bouwen zijn: • Sloop en nieuwbouw van opstallen. • Verbouw van opstallen. • Aanleggen van nieuwe (openbare) ruimte. Het Norminstituut Bomen heeft richtlijnen opgesteld voor het verantwoord uitvoeren van werkzaamheden en bouwen nabij bomen. Om bomen goed te beschermen hanteren we de richtlijnen ‘Werken rond bomen’ uit het meest recente Handboek Bomen (Norminstituut bomen). Graven bij bomen Over het algemeen ontstaat de meeste schade aan bomen door graafwerkzaamheden. Daarom is het van belang om specifiek voor dit onderwerp aan te geven hoe we de richtlijnen uit het Handboek Bomen hanteren.

Dit is afhankelijk van de beleidsklasse van de betreffende boom. We hanteren bij het beoordelen en toestemming verlenen voor graafwerkzaamheden de uitgangspunten uit tabel 9 ‘Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden bij bomen’.

41

Beleidsplan bomen 2024-2033

Beleidsklasse bomen I: (toekomstig) Monumentale boom

Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden bij bomen

Werken binnen de kwetsbare boomzone is niet toegestaan tenzij er vooraf een Boom Effect Analyse is uitgevoerd en er een goedgekeurd werkplan conform deze Boom Effect Analyse is. Werkzaamheden worden onder toezicht en begeleiding van een European Tree Technician, II: Structuurboom Werken binnen de kwetsbare boomzone is niet toegestaan tenzij er vooraf een goedgekeurd werkplan is conform de richtlijnen uit het Handboek Bomen. Werkzaamheden worden onder toezicht en begeleiding van een European Tree Worker, III: Overige boom Werken binnen kwetsbare boomzone mag als er vooraf een goedgekeurd werkplan conform de richtlijnen uit het Handboek Bomen is. IV: Boom met Werken binnen kwetsbare boomzone mag, tot aan de minimale verkorte omloop graafafstand (op basis van stamdiameter). Algemeen: Voor alle graafwerkzaamheden geldt (ook buiten de kwetsbare boomzone): boomwortels dikker dan 2,5 cm doorsnede doorknippen of -zagen (haaks op de groeirichting) en niet stuktrekken. Boomwortels dikker van 5 cm doorsnede sparen. Tabel 9, beoordeling verzoek graafwerkzaamheden bij bomen per beleidsklasse

De kosten voor het uitvoeren van de benodigde onderzoeken, inhuur van benodigde expertise of het opstellen van een werkplan zijn voor de initiatiefnemer. Veel graafwerkzaamheden worden uitgevoerd door nuts- en telecompartijen. Zij vragen ons toestemming via een vergunning of melding. Deze voorwaarden zullen we hieraan verbinden. Om deze bedrijven te ontzorgen ontwikkelen wij een standaard werkplan dat bedrijven kunnen aanpassen aan de betreffende situatie. Ook onderzoeken we de mogelijkheden het uitvoeren van een Boom Effect Analyse en bijbehorend werkplan te stroomlijnen om onnodige obstructie van graafwerkzaamheden te voorkomen.

Voorbeeld destructief graafwerk bij een boom

42

Beleidsplan bomen 2024-2033

Beleidsafspraken : Aanplant van bomen (5.1.1) • We bepalen voorafgaand aan de aanplant van een boom welke beleidsklasse deze boom krijgt. • Ook bij projecten en (bouw)ontwikkelingen bepalen we vooraf welke beleidsklasse toekomstige bomen krijgen. • We gebruiken de Boommonitor bij het bepalen van de grootte en inrichting van de groeiplaats. • We hanteren het overzicht uit tabel 7 ‘Instellingen Boommonitor per beleidsklasse boom’ als uitgangspunt bij het bepalen van het gewenste ambitieniveau en omlooptijd van een boom en daarmee de grootte van de uiteindelijke groeiplaats. Soortkeuze bomen (5.1.2) • We hanteren het overzicht uit tabel 8 ‘prioriteit thema per locatie’ bij het bepalen van de belangrijkste thema’s voor de boomsoortkeuze. • We hanteren de score per thema uit soortentabel Groen in de Stad en de rekentool Boommonitor als leidraad bij de boomsoortkeuze. • Bij de inrichting van de groeiplaats en de keuze van de boomsoort houden we rekening met de plaatselijke omstandigheden van de ondergrond. Gevarieerde aanplant (5.1.3) • We streven er naar deze beleidsperiode (2024-2034) per jaar 5 nieuwe boomsoorten te introduceren (geen cultivars). • We streven naar een verdeling van boomsoorten in de gemeente (familie, geslacht, soort) die past in de Santamour 10-20-30 regel. Dit doen we bij het vervangen van bomen of bij nieuwe aanplant op uitbreidingslocaties.

We gaan hiervoor niet actief bomen vernieuwen. • We zijn terughoudend met de aanplant van bomen uit het geslacht Fraxinus en met name de soort excelsior (gewone es) en de soort Alnus glutinosa (zwarte els). • Op locaties waar biodiversiteit het belangrijkste thema is passen we de Santamour 10-20-30 regel toe. Onderhoud bomen (5.1.4) • We onderhouden bomen gericht op behoud van kwaliteit van de boom, die aansluit bij de functie van de boom op basis van de richtlijnen uit het meest recente Handboek Bomen. • We voorkomen snoeiachterstanden. In het areaal vrij- en niet vrij uitgroeiende bomen komt en verwaarloosd boombeeld komt niet voor en blijft het percentage achterstallig boombeeld onder de 10%. Voorkomen van schade aan bomen (5.1.4) • Bij werkzaamheden nabij bomen hanteren we de richtlijnen “Werken rond bomen” uit het meest recente Handboek Bomen. Bij werkzaamheden nabij bomen hanteren we de richtlijnen ‘Werken rond bomen’ uit het meest recente Handboek Bomen.

43

Beleidsplan bomen 2024-2033

vervolg… • Voor het beoordelen van graafwerkzaamheden nabij bomen hanteren we de uitgangspunten uit tabel 9 ‘Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden bij bomen’.

Werkplan: Algemeen • Opstellen werkplan verbetering kwaliteit en toekomstverwachting boombestand. (jaarlijks Q3) Aanplant van bomen (5.1.1) • We bepalen voorafgaand aan de aanplant van een boom welke beleidsklasse deze boom krijgt. (doorlopend) Gevarieerde aanplant (5.1.2) • Bij het opstellen van een nieuwe beleids- en beheerplan openbaar groen maken we een nieuwe analyse van de samenstelling van het boombestand om te monitoren of het aan de Santamour regel voldoet. (2025) Onderhoud bomen (5.1.3) • We registreren uitgevoerde werkzaamheden in het boombeheersysteem. (doorlopend) • We registreren het jaar van aanplant in het boombeheersysteem. (doorlopend) Voorkomen van schade aan bomen (5.1.4) • Om nuts- en telecompartijen te ontzorgen ontwikkelen we een standaard werkplan voor het graven nabij bomen en we onderzoeken de mogelijkheden om het uitvoeren van een e.v.t. benodigde Boom Effect Analyse te stroomlijnen. (Q4 2024)

44

Beleidsplan bomen 2024-2033

5.2 Kwantiteit boombestand We zijn zuinig op ons huidige boombestand en streven ernaar het huidig areaal bomen in onze gemeente te behouden en waar mogelijk zelfs uit te breiden. Daarbij gaat kwaliteit uiteindelijk voor kwantiteit (aantal). Dit past in de visie van het rentmeesterschap. De bomen die ons de meeste ‘ecosysteemdiensten’ leveren zijn gezonde goed functionerende bomen. Met name bomen die ouder en groter worden dragen meer bij.

Kennedylaan Nieuwkoop

Doelstellingen voor de kwantiteit van het boombestand leggen we in richtlijnen vast. Dit zijn richtlijnen gericht op: • behoud en compensatie bestaande bomen; • hoeveelheid aanplant, en kwaliteit aanplant bomen bij ontwikkeling nieuwe woonen werk locaties; • uitbreiden areaal bomen en bosschages.

5.2.1 Behoud en compensatie bestaande bomen Het behouden en compenseren van bomen bevat afspraken over: • het vervangen van bomen die uitvallen (inboet); • het inzetten op het behoud van bomen bij (bouw)ontwikkelingen en reconstructies; • afspraken over het compenseren van bomen als ze uiteindelijk toch moeten wijken. Vervangen van bomen die uitvallen Elk jaar vallen er bomen uit door schade, aantastingen (zieken of plagen) of ouderdom. Dit noemen we inboet. Afhankelijk van de mate van problemen in het boombestand is dit gemiddeld genomen ongeveer 1 á 2% per jaar. Dit zijn ongeveer 120-240 bomen per jaar. Om te voorkomen dat de waarde van het boomareaal afneemt herplanten we elke boom die uitvalt, met uitzondering van knotwilgen.

45

Beleidsplan bomen 2024-2033 Er kan een knelpunt ontstaan bij het vervangen van bestaande bomen (inboet). De soortkeuze uit het verleden sluit in verschillende gevallen niet aan bij de beschikbare groeiruimte van een boom. Dat maakt het één op één vervangen van dezelfde boom op die locatie niet altijd mogelijk. Het streven is een passende boom van vergelijkbare grootte of groter op die locatie aan te planten met een bijpassende groeiplaatsinrichting die aansluit bij tabel 7, ‘instellingen Boommonitor per beleidsklasse boom’. Het kan voorkomen dat er onvoldoende ruimte beschikbaar is en er een kleinere boom moet worden aangeplant. In dat geval hanteren we bij het compenseren de volgende staffel: Te vervangen Compenseren met: optie 1 boom Boom van de Zelfde type boom eerste grootte Boom van de Zelfde type boom tweede grootte Boom van de Zelfde type boom derde grootte

optie 2 Twee bomen van de tweede grootte Boom van de eerste grootte

optie 3 Vier bomen van de derde grootte Twee bomen van de derde grootte

n.v.t.

n.v.t.

Opmerking:

Aanplant van een grotere boom is ook mogelijk als er voldoende ruimte beschikbaar is. Tabel 10, compenseren inboet bestaande boom

Het uitgangspunt is dat we de vervangende de boom of één van de kleinere vervangende bomen op dezelfde locatie terug planten. Het andere deel van de vervangende aanplant komt op een alternatieve locatie. Blijkt herplant in zijn geheel niet mogelijk dan planten we de vervangende boom of bomen op een alternatieve locatie. Bij het kiezen van een vervangende locatie hanteren we de volgende prioritering bij de locatiekeuze: Prioritering: 1

Waar? 2 Bebouwde In dezelfde straat In dezelfde (woon)wijk kom Wijkpark of Binnen een straal van In hetzelfde park of groengebied 25 meter groengebied

3 In dezelfde woonplaats (kern) In dezelfde woonplaats (kern)

Buitengebied Binnen een straal van Langs dezelfde weg 25 meter

In dezelfde woonplaats (kern)

Tabel 11, prioritering keuze alternatieve locatie inboet bestaande boom

Bij het vervangen van knotwilgen maken we een kritische afweging of het herplanten van een nieuw knotwilg noodzakelijk is. Het voornaamste doel is dat de rij knotwilgen als volwaardig landschappelijk element in stand blijft. Daarbij is bijvoorbeeld een vast ritme in plantafstand tussen bomen van belang, maar ook de mogelijkheid voor het kwalitatief goed uitgroeien van de knotwilg. Bij (wijk)reconstructies onderzoeken we of we ook andere bomen kunnen aanplanten in plaats van knotwilgen.

46

Beleidsplan bomen 2024-2033 Inzetten op het behoud van bomen

De gemeente Nieuwkoop is een dynamische gemeente. Er vinden veel bouwontwikkelingen plaats. Ook knapt de gemeente diverse wegen en woonwijken integraal op (reconstructies) of voert andere projecten in de openbare ruimte uit. Dit heeft vaak invloed op bestaande bomen. Alleen bomen met een beschermwaardige status zijn formeel beschermd en mogen alleen met een ontheffing worden verwijderd of verplant. Binnen deze ontheffingsprocedure zijn aanvullende voorwaarden opgenomen voor bescherming, verplanting of eventuele herplant van een nieuwe boom. Voor alle overige bomen kan dat niet en maken we alleen per project specifieke afspraken als die mogelijkheid er is. Hierdoor is het behoud van alle niet beschermwaardige bomen onvoldoende gewaarborgd. Waar de gemeente nog geen eigenaar is van de bomen is dit nog moeilijker. Er is dus verschil tussen bomen op openbaar gebied (eigendom gemeente) en bomen op toekomstig openbaar gebied (nog geen eigendom gemeente). Het is voor beiden noodzakelijk per type beleidsstatus van een boom vast te leggen welke afweging en keuzes we maken en dit via dit beleidsplan vast te leggen. Onze ‘basishouding’ daarbij is dat we inzetten op het behoud van bestaande bomen. Bomen op openbaar gebied Dit afwegingskader is opgenomen in bijlage 7 ‘Tabel afweging behoud, verplanten of vervangen bomen in projecten en (bouw)ontwikkelingen’.

Hierin is vastgelegd welke keuzes we maken bij welk type boom. Valt de uiteindelijke keuze op vervangen van de boom dan moet er sprake zijn van compensatie. Kwaliteit gaat voor kwantiteit. Nieuwe bomen planten we aan met een groeiplaats die is ingericht volgens de beleidsklasse die hoort bij de nieuwe boom (zie tabel 6 ‘beleidsklasse bomen’). We compenseren niet het aantal bomen, maar het verlies aan vierkante meter kroonvolume. Bij (toekomstig) monumentale bomen en structuurbomen moet dit kroonvolume in een periode van 20 jaar weer aanwezig zijn. Bij de overige bomen in het volgroeide stadium. Hiermee sturen we aan op de aanplant van kwalitatief beter groeiende bomen en waar mogelijk ook grotere bomen. Dat zijn bomen die ons uiteindelijk meer ‘ecosysteemdiensten’ gaan leveren. De wijze waarop compensatie plaatsvindt is opgenomen in bijlage 8 ‘Tabel compensatie vervanging bomen in projecten en (bouw)ontwikkelingen’). Bomen op toekomstig openbaar gebied Deze afspraken gelden normaal gesproken alleen voor bomen/gebieden die in gemeentelijk eigendom zijn. Er zijn echter ook bomen/gebieden die in een gebied komen te staan dat uiteindelijk in eigendom en beheer van de gemeente wordt overgedragen. Een voorbeeld hiervan zijn diverse bomen in Langeraar bij Integraal Kind Centrum de Poel.

Daar geven bestaande bomen een grote meerwaarde aan de uitstraling van het toekomstig openbaar gebied. Voorafgaand aan een project of (bouw)ontwikkeling brengt de gemeente of de initiatiefnemer de bestaande bomen in kaart en laat een boomeffectanalyse in het gebied uitvoeren. Met behulp van deze boomeffect analyse maakt de gemeente een afweging welke bomen behouden kunnen blijven en welke beleidsklasse deze bomen krijgen. Dit proces vindt plaats in de fase van voorlopig ontwerp (VO-fase). We passen bijlage 7 ‘Tabel afweging behoud, verplanten of vervangen’ toe om te bepalen of we inzetten op behoud, verplant of vervanging en hoe de toekomstige groeiplaats van deze bomen eruit komt te zien. Omdat de bomen nog niet in gemeentelijk beheer en eigendom zijn, is er geen sprake van verplichting tot compensatie van te verwijderen bomen zoals omschreven in bijlage 8 ‘Tabel compensatie vervanging bomen in projecten en (bouw)ontwikkelingen’, tenzij het een beschermwaardige boom betreft. 47

Beleidsplan bomen 2024-2033

Bestaande bomen ontwikkellocatie IKC de Poel Langeraar

Locatie compensatie bomen Na onderzoek en afweging kan nog steeds de conclusie zijn dat bomen toch moeten wijken. In bijlage 9 ‘Potentiële locaties compensatie bomen’ is een lijst opgenomen met potentiële plantlocaties voor het compenseren van bomen per woonkern. Afspraken over kosten Er kan een situatie ontstaan dat er gemeentelijke bomen moeten wijken voor een project of (bouw)ontwikkelingen. Het compenseren van deze bomen brengt kosten met zich mee. Dit geldt voor de (direct) aanwijsbare invloed van realisatie in de omgeving van de projectlocaties, maar ook in de invloedsfeer daar omheen. Een bekend voorbeeld is de aanleg van de benodigde extra kabels en leidingen in aangrenzend openbaar gebied die veelal noodzakelijk zijn voor de benodigde nuts- en telecomaansluitingen. Maar ook de aanleg van uitritten of een ontsluitingsweg kan invloed hebben op het behoud van bomen. Het is noodzakelijk om vooraf met de initiatiefnemer afspraken te maken over de verdeling van kosten voor mogelijke compensatie, ook in onvoorziene omstandigheden. Bij voorkeur leggen we deze afspraken vast in een anterieure overeenkomst.

5.2.2 Richtlijnen hoeveelheid aanplant, en kwaliteit aanplant bomen bij ontwikkeling nieuwe ontwikkellocaties De gemeente Nieuwkoop heeft in haar beleid opgenomen dat we in onze woon- en werkgebieden rekening houden met klimaatverandering. Zo worden wijken klimaatbestendig, klimaatadaptief en klimaatneutraal met veel groen en water. We zorgen voor meer en diverser groen in onze woongebieden, gaan natuurinclusief bouwen en stimuleren inwoners hun tuin te vergroenen (Omgevingsvisie, thema ‘Groene toekomst’). Inmiddels zetten we gerichte aanplant van groen en bomen ook in voor het beperken van geluidsoverlast (project Vrouwenakker West). Op die manier draagt dit ook bij aan de ambitie van het creëren van een aantrekkelijke- en gezonde leefomgeving. We zijn momenteel volop in ontwikkeling. 48

Beleidsplan bomen 2024-2033

Impressie nieuwe woonbuurt Hart van Vrouwenaker

Ontwikkelen groennorm Op dit moment ontbreekt er een norm voor de kwaliteit en hoeveelheid bomen en groen die nodig zijn op een ontwikkellocatie om de gewenste doelstellingen te bereiken. Door initiatieven binnen de organisatie ontstaan er gerichte uitvragen bij aanbestedingen van ontwikkellocaties. Door het ontbreken van een heldere (minimale) norm bestaat de kans dat de bijdrage aan de gemeentelijke ambities per ontwikkellocatie wisselend is. Ook het huidige Handboek Openbare Ruimte, waarin de technische eisen en randvoorwaarden zijn opgenomen bevat geen minimale norm voor de aanplant van bomen en de aanleg van groen. Het is van belang dit te concretiseren in een normering voor de hoeveelheid aan te planten bomen en groen. Zo voorkomen we dat er in de toekomst problemen met hittestress en/of wateroverlast ontstaan. In januari 2024 heeft Sweco in opdracht van Natuur en Milieu, Vogelbescherming Nederland, ANWB en Staatsbosbeheer een vergelijking gemaakt van tien bestaande groennormen en een financiële doorrekening van de drie best beoordeelde normen*. Deze normen variëren van algemene normen van de Europese Unie en de World Health Organisation (WHO) tot specifieke normen zoals vastgelegd in de norm ‘Groene stadslandschappen’.

Met de kennis van de rapportage van Sweco neemt de afdeling Beheer Openbare Ruimte het initiatief om samen met de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Grondgebied een passende groennorm te selecteren of te omschrijven. Dit nemen we op in een nieuwe versie van het Handboek Openbare Ruimte. Overige bepalingen Ondanks dat een éénduidige groennorm ontbreekt hanteren we bij het ontwikkelen van nieuwe woon- en werklocaties de volgende richtlijnen: • 5.2.1 ‘Kwaliteit boombestand’. • 5.2.2 ‘Kwantiteit boombestand’, onderdeel ‘Inzetten op het behoud van bomen’ (inclusief bijbehorende bijlagen). • We streven ernaar om in elke ontwikkellocatie minimaal één toekomstig monumentale boom aan te planten.

* Bron: Een praktische verkenning naar een Nederlandse Groennorm, Sweco Nederland b.v. 15-1-2024

49

Beleidsplan bomen 2024-2033

5.2.3 Uitbreiden areaal bomen en bosschages In paragraaf 3.2 Provinciaal beleid (Bos- en bomenbeleid) en paragraaf 3.3 ‘Gemeentelijke regelgeving en beleid’ is de ambitie opgenomen om het aandeel bomen en bosschages in onze gemeente toe te laten nemen met oog op biodiversiteit en klimaatadaptatie. Niet alleen binnen de bebouwde kom, maar ook in het buitengebied. De provincie ondersteunt met name aanplant door particulieren en bedrijven. Gemeentelijk beleid is op dit moment met name gericht op het eigen areaal. Initiatieven zijn te splitsen in een rol voor de gemeente of een rol voor particulieren. Rol gemeente Recent zijn er in het kader van ‘Operatie Steenbreek’ Tiny Forests in de gemeente aangelegd. Daarnaast is de aanleg van een perceel bos in de Noordse Buurt in voorbereiding. Dit draagt bij aan de ambitie om het aandeel bomen en bosschages toe te laten nemen. Een andere ambitie is de aanplant van meer bomen in de wijk met het oog op het verlagen van hittestress. Er is voor deze ambitie op dit moment geen extra budget vrijgemaakt. Dat heeft als gevolg dat we deze ambitie alleen vervullen als we een boom die uitvalt vervangen of bij een integrale reconstructie van een wijk, weg of straat. Extra bomen aanplanten bij een integrale reconstructie is wel mogelijk omdat we dure maatregelen voor het maken van een goede groeiplaats combineren met de civiele werkzaamheden.

Zo besparen we kosten. Bijkomend voordeel is dat we de aanplant van extra bomen direct meenemen in het participatieproces met betrokken bewoners. Om te bepalen waar de focus ligt voor extra aanplant van bomen gebruiken we de informatie uit de ‘Klimaatstresstest Gemeente Nieuwkoop’ die in opdracht van de Gemeente Nieuwkoop is uitgevoerd*. De stresstest is weergegeven in digitale kaarten met informatie over hittestress en wateroverlast, peildatum 2020 en in de toekomst (2050). We gebruiken de kaarten met de indicatie voor de toekomst (2050) om te bepalen waar extra bomen het meest nodig zijn. De afspraken die we vastleggen bij ‘Vervangen van bomen die uitvallen’ en ‘Inzetten op het behoud bomen’ hebben als gevolg dat het aantal bomen uiteindelijk zal toenemen (rentmeesterschap). De inzet bij het aanplanten van deze nieuwe bomen is dat ze niet altijd in de straat, maar juist ook nabij de woonstraten worden aangeplant, bijvoorbeeld in speelplaatsen, wijkparken en buurtparken. Op deze manier versterken de koele plekken in de woonwijken. We gebruiken de kaarten met afstand tot een koele plek om de vervangende aanplant te prioriteren*. Rol particulieren De provincie zet via de initiatieven Plan Boom en Meerbomen.nu in op particulier initiatief voor de aanplant van meer bomen en bosschages.

Ook de gemeente kan de aanplant van bomen en bosschages (houtopstanden) door particulieren (en bedrijven) stimuleren. Feitelijk is er geen verschil in voordelen op het gebied van leefomgeving, klimaatadaptatie en biodiversiteit of houtopstanden in gemeentelijk of particulier bezit zijn. Ook als er bijvoorbeeld een bepaalde mate van hittestress in woonwijken voorkomt dragen particuliere bomen en struiken bij aan het dempen hiervan. We gaan het belang van bomen en struiken bij particulieren onder de aandacht brengen en particulieren ook *Bron: https://www.duurzaam-nieuwkoop.nl/klimaatadaptatie (klimaatstresstest)

50

Beleidsplan bomen 2024-2033

stimuleren daadwerkelijk bomen en struiken aan te planten. In het buitengebied kan het bijvoorbeeld gaan om nieuwe windsingels of geriefbosjes. Hiervoor onderzoeken we de volgende mogelijkheden en initiatieven: • het uitdelen van een boom of struik voor nieuwe bewoners van een nieuwe woonwijk; • het stimuleren van het aanplanten van bomen en bosschages door particulieren. Toelichting De aanleg van nieuwe woonwijken is een uitgelezen moment om met de nieuwe bewoners in gesprek te gaan over de ambities op het gebied van leefomgeving, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Door geschikte bomen of struiken beschikbaar te stellen kunnen particulieren bijdragen en zorgt dit voor extra bewustwording. Dit kan een toevoeging zijn op de initiatieven richting particulieren die we op dit moment al nemen in het kader van ‘Operatie Steenbreek’. Op dit moment is hiervoor € 100.000,- per jaar beschikbaar vanuit riolering (klimaatadaptatie). Op dit moment neemt de gemeente nog niet actief deel aan de initiatieven Plan Boom en Meerbomen.nu. De organisatie Plan Boom kan de gemeente helpen met het stimuleren van particuliere initiatieven en zorgen voor plantmateriaal. De organisatie Meerbomen.nu richt zich met name op het oogsten van geschikt aanplantmateriaal dat op andere plekken ongewenst is. Door dit actief uit te delen kunnen particulieren gratis aan plantmateriaal komen.

Aanvullende informatie over beide initiatieven is opgenomen in bijlage 2 ‘Provinciaal beleid, uitwerking groene speerpunten’ (Bos- en bomenbeleid). Advertentie website www.meerbomen.nu

51

Beleidsplan bomen 2024-2033

Beleidsafspraken : Behoud en compensatie bestaande bomen (5.2.1) • Als een boom uitvalt planten we een nieuwe boom terug. • Als een knotboom uitvalt planten we die in principe terug, maar bekijken we kritisch of herplant noodzakelijk is voor het behoud van het landschapselement waar ze onderdeel van uitmaken. • We hanteren het overzicht uit tabel 7 ‘Instellingen Boommonitor per beleidsklasse boom’ als uitgangspunt bij het bepalen van de benodigde groeiruimte en groeiplaats van de vervangede boom. • Is het niet mogelijk een boom van de zelfde grootte te herplanten dan hanteren we het overzicht uit tabel 10 ‘compenseren inboet bestaande boom’ en tabel 11 ‘prioritering keuze alternatieve locatie inboet bestaande boom’. • Voorafgaand aan een project of (bouw)ontwikkeling brengen we de bestaande bomen in kaart en voeren we boom effect analyse in het gebied uit. In toekomstige openbaar gebied kennen we de bestaande bomen die we behouden een beleidsklasse toe. • Bij de afweging of we inzetten op het behoud van bomen bij projecten en (bouw)ontwikkelingen hanteren we het overzicht uit bijlage 7 ‘Tabel afweging behoud, verplanten of vervangen bomen in projecten en (bouw)ontwikkelingen’. • In bestaand openbaar gebied compenseren we niet het aantal bomen maar het verlies in kroonvolume (excl. Boom met verkorte omloop).

We hanteren hiervoor het overzicht uit bijlage 8 ‘Tabel compensatie bomen in projecten en (bouw)ontwikkelingen’. • Als bomen nog niet in gemeentelijk beheer en eigendom zijn zal er geen sprake zijn van verplichting tot compensatie, tenzij het een (toekomstig) beschermwaardige boom (Beleidsklasse 1) betreft. Richtlijnen hoeveelheid aanplant en kwaliteit aanplant bij nieuwe ontwikkellocaties (5.2.2) • We streven er naar om in elke ontwikkellocatie een (toekomstig) beschermwaardige boom aan te planten. Uitbreiden areaal bomen en bosschages (5.2.3) • We streven er naar bij het uitvoeren van projecten (reconstructies) extra bomen in de wijken aan te planten. • Bij een integrale reconstructie van wijk, weg of straat streven we naar de aanplant van extra bomen. We stellen prioriteiten op basis van de beschikbare gegevens uit de ‘Klimaatstresstest Gemeente Nieuwkoop’. • Te compenseren bomen kunnen we ook in groengebieden in een wijk aanplanten. Zo versterken we koele plekken in de wijk.

52

Beleidsplan bomen 2024-2033

Werkplan : Richtlijnen hoeveelheid aanplant en kwaliteit aanplant bij nieuwe ontwikkellocaties (5.2.2) • De afdeling Beheer Openbare Ruimte neemt het initiatief om samen met de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Grondgebied een passende groennorm te selecteren of te omschrijven. Dit nemen we op in een nieuwe versie van het Handboek Openbare ruimte. (Q4 2024) Uitbreiden areaal bomen en bosschages (5.2.3) • De inzet voor de aanleg van Tiny Forests zetten wij voort; • We onderzoeken de mogelijkheid om bij het in gebruik nemen van een nieuwe woonwijk een gratis boom of struik aan nieuwe bewoners beschikbaar te stellen. (Q1 2025) • We onderzoeken de mogelijkheid om actief aan te sluiten bij de initiatieven Meerbomen.nu en Plan Boom. (Q1 2025)

53

Beleidsplan bomen 2024-2033

5.3 Bomen en overlast Er is steeds meer bekend over de positieve bijdrage die bomen leveren, zogenaamde ecosysteemdiensten. Hierdoor ontstaat er over het algemeen ook meer draagvlak voor de aanwezigheid van bomen. Maar diverse inwoners ervaren nog steeds hinder of overlast van bomen en dat zal waarschijnlijk altijd zo blijven. Hinder en overlast is in te delen in de volgende onderwerpen: • Zonnepanelen en bomen. • Schaduw van bomen. • Blad, vruchten, insecten, vogels. • Bomen en allergie. Door richtlijnen vast te stellen hoe we omgaan met verschillende vormen van overlast ontstaat er duidelijkheid voor zowel inwoners als de gemeentelijke organisatie. Mochten we tot het besluit komen dat een boom vanwege een bovenmatige overlastsituatie toch moet wijken dan passen we de afspraken uit paragraaf 5.2.2 ‘Kwantiteit boombestand’, onderdeel ‘Inzetten op het behoud van bomen’ toe (inclusief bijbehorende bijlagen). Dit sluit aan bij het principe van het rentmeesterschap. We lossen de situatie op, maar met een uiteindelijke meerwaarde voor ons openbaar gebied. Bij alle onderwerpen houden we rekening met deze beleidslijn: • Overlast van bomen is nooit geheel te voorkomen. We accepteren een zekere mate van overlast omdat het algemeen belang van bomen hiertegen opweegt. • Bij de aanplant van een nieuwe boom houden we rekening met het voorkomen van bovenmatige vormen van overlast.

• In extreme overlastsituaties (bovenmatige overlast) kunnen we inwoners tegemoetkomen, afhankelijk van de mate van overlast, het (maatschappelijk) belang en de beleidsstatus van een boom. Hieronder zijn de onderwerpen verder uitwerkt rekening houdend met bovenstaande beleidslijn.

5.3.1 Zonnepanelen en bomen We hanteren verschillende uitgangspunten als het gaat om nieuwe en bestaande situaties. Als er een melding is van vermeende hinder of overlast maken we een afweging op basis van de lijn ‘Nieuwbouwlocaties’ en ‘Bestaande situatie’. In de afweging maken we geen onderscheid in de beleidsklasse van een boom. Nieuwbouwlocaties Op nieuwbouwlocaties streeft de gemeente naar een goede verhouding tussen groen en bebouwing. Bij de aanplant van bomen wordt rekening gehouden met de komst of aanwezigheid van zonnepanelen op woningen en overige panden. Als gekozen moet worden tussen aanplant van bomen en het rendement van zonnepanelen, dan heeft het belang van bomen voorrang. Wel kijken we of met kleine aanpassingen beide kunnen samengaan. Voor de bouw van nieuwe woningen of een nieuwe woning grenzend aan bestaand openbaar

54

Beleidsplan bomen 2024-2033 gebied vervangen we in dit bestaande openbare gebied geen bomen omwille van de opbrengst van zonnepalen. Bestaande situaties In bestaande situaties verwachten we dat inwoners en bedrijven bij plaatsing van zonnepanelen rekening houden met de bestaande bomen (en hun groei). Als blijkt dat door de bomen het rendement van zonnepanelen (in de toekomst) lager wordt, dient de initiatiefnemer zelf de afweging te maken of het plaatsen van zonnepanelen zinvol is. Men kan geen rechten laten gelden op een maximaal rendement als in de directe omgeving van het gebouw bomen staan. Ook snoeien we geen bomen met als reden het rendement van zonnepanelen te verhogen. Zonnepanelen bij herinrichting openbare ruimte Bij een herinrichting van de openbare ruimte waarbij het bestaande groen verandert, geldt het uitgangspunt ‘nieuwbouwlocaties’. Wanneer bij herinrichting de bestaande bomen worden behouden, geldt het uitgangspunt ‘bestaande situaties’.

5.3.2 Schaduw van bomen We verwijderen geen bomen voor hinder of overlast door schaduwvorming. In uitzonderlijke gevallen kan er sprake zijn van een bovenmatige vorm van overlast. In dat geval kan het verantwoord zijn om toch tot vervanging van de betreffende boom of bomen over te gaan. Om te bepalen wat bovenmatige overlast door bomen is, hanteren wij de ‘Lichte TNO’ norm. Dit houdt in dat het ‘gebrek aan bezonning’ hieraan wordt getoetst. De beleidsklasse van de boom is bepalend voor welke gedeelte van de woning of het erf hiervoor in aanmerking komen. Hierbij hanteren wij het principe de eiser bewijst. De eiser laat een bezonningsonderzoek uitvoeren op basis van deze norm. Als blijkt dat er sprake is van overschrijding van de ‘Lichte’ TNO-norm nemen wij de kosten voor het benodigde bezonningsonderzoek over. Toelichting: • 'Lichte' TNO-norm, (TNO, 1962) Voor voldoende bezonning in de woonkamer : Tenminste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 feb.- 21 okt. t.p.v. midden vensterbank binnenkant raam. • 'Strenge' TNO-norm, (TNO, 1 962) Voor goede bezonning in de woonkamer : Tenminste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 21 jan.- 22 nov. t.p.v. midden vensterbank binnenkant raam. Bron: TNO, publicatie Daglichttoetreding en bezonning in de woonomgeving (2005, Zonneveld L, Groot, E.H. de)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=b239750b-7861-4452-b879-5592490a9bff