Begroting 2026-2029
Tekst van het document
31
Baten Inburgering en sociale basis € 1.192.000 lagere baten Voor 2026 zijn er €1.200.000 minder baten voor de regeling voor Oekraïners (maar ook minder lasten). De regeling wordt voortgezet maar we krijgen minder geld per dag per persoon dan in 2025. WMO € 89.000 minder baten Er zijn €96.000 minder inkomsten vanuit het Rijk voor de Wmo door het uitstel van de invoering van het abonnementstarief. Reserves Onttrekkingen €3.640.000 meer onttrokken • • • •
€ 3.888.000 meer onttrekkingen door het opheffen reserves en besluiten in de kadernota. € 910.000 minder onttrekkingen door de overheveling van 2024 naar 2025 (en dat hebben we voor 2026 nog niet gedaan). € 83.000 meer onttrekkingen besluiten van de begroting 2025. € 579.000 meer onttrokken uit de algemene reserve, om te voldoen aan de vastgestelde nota reserve en voorzieningen.
Stortingen € 403.000 minder gestort • • • • •
€ 3.843.000 meer gestort door het opheffen van de reserves (kadernota) € 4.114.0000 minder gestort (reserve zwembad die in 2025 begroot stond + jaarrekeningresultaat 2024) € 122.000 minder gestort Conform aangepaste dekking strategisch huisvestingplan 20212024 € 588.000 minder gestort Raadsbesluit aanpassing IKC 13 oktober 2022 (Nieuwveen) in 2025 € 579.000 meer gestort in de reserve onderwijshuisvesting, om te voldoen aan de vastgestelde nota reserve en voorzieningen.
Beleidsindicatoren
32
Naam indicator
Omschrijving
Eenheid
Nieuwkoop Nieuwkoop Gemeenten B2025 B2026 25.000 50.000 inwoners
Bron
Absoluut verzuim
Het aantal leer- of kwalificatie- Aantal per plichtige jongeren dat absoluut 1.000 verzuimer is (geweest) gedurende het schooljaar: de jongere is niet ingeschreven bij een onderwijsinstelling en beschikt niet over een vrijstelling. '2023' staat voor schooljaar '2022/2023'.
1,8 (2023)
3,3 (2024)
5,6 (2024)
Duo/Ingrado
Relatief verzuim
Het relatieve aantal leer- of kwalificatie-plichtige jongeren zonder vrijstelling dat langer dan 4 opeenvolgende weken niet ingeschreven was op school. '2023' staat voor schooljaar '2022/2023'.
Aantal per 1.000
30 (2023)
37 (2024)
25 (2024)
Duo/Ingrado
Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsvers)
sv’ers zijn jongeren van 12 tot 23 jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten. Een startkwalificatie is een havo of vwo diploma of minimaal een mbo-2 diploma. Het vsv-percentage staat voor het aantal vsv’ers als percentage van het aantal onderwijs-deelnemers die aan het begin van het schooljaar ingeschreven staan.
% 1,4 (2023) deelnemers aan het VO en MBO onderwijs
1,9% (2024)
2,0% (2024) Duo/Ingrado
Niet sporters
Het percentage niet-wekelijkse % sporters t.o.v. de bevolking van 19 jaar en ouder. Bevolking van 19 jaar en ouder dat niet minstens één keer per week aan sport doet.
42,2 (2022) 41,9% (2024)
44,7% (2024)
Banen
Onder een baan wordt een Per 1.000 vervulde positie verstaan. Dit inwoners betreffen zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten. De indicator betreft het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 74 jaar.
532,8 (2023)
633,3 (2023)
738,4 (2023) CBS Bevolkingsstatistiek / LISA - bewerking ABF Research
0% (2022)
0% (2023)
1% (2023)
CBS
Gezondheidsmonitor volwassenen (en ouderen), GGD’en, CBS en RIVM
* In 2022 werd nog gerekend met de leeftijdsgroep 15 t/m 64 jaar. Jongeren met een delict Het percentage jongeren (12 voor de rechter t/m 21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen.
%
Achterstand onder Jeugd - Kinderen in uitkeringsgezinnen
Percentage kinderen tot 18 jaar % die in een gezin leven dat van een bijstands-uitkering moet rondkomen. Bijstandshuishouden is een huishouden waarvan minimaal één lid een bijstandsuitkering ontvangt. Onder bijstand wordt hier uitkeringen aan huishoudens op grond van de Participatiewet (vanaf 2015) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) verstaan.
2 (2023)
3% (2023)
4% (2023)
CBS jeugd
Achterstand onder jongeren - werkloze jongeren
Personen van 16 t/m 22 jaar die % als werkzoekende staan ingeschreven bij het UWV WERKbedrijf en tegelijkertijd geen baan hebben als werknemer volgens de Polisadministratie.
1 (2023)
1% (2023)
1% (2023)
CBS jeugd
33
Naam indicator
Omschrijving
Eenheid
Nieuwkoop Nieuwkoop Gemeenten B2025 B2026 25.000 50.000 inwoners
Bron
Netto arbeidsparticipatie Het percentage van de % werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking.
76,3 (2023) 76,6% (2024)
73,5% (2024)
Personen met een bijstandsuitkering
134,0 (2023)
232,1 (2024) CBS - Participatiewet
Het aantal personen met een Aantal per uitkering op grond van de 10.000 Participatiewet (vanaf 2015). De inwoners uitkeringen (leefgeld) aan personen in een instelling, de elders verzorgden, zijn niet inbegrepen. Ook de uitkeringen aan dak- en thuislozen zijn niet inbegrepen.
Aantal reHet aantal reintegratievoorzien- Aantal per integratievoorzieningen ingen, per 10.000 inwoners in 10.000 de leeftijd van 15-64 jaar. inwoners
137,5 (2024)
48,7 (2023) 43,6 (2024) 207,1 (2024) CBS - Participatiewet
Jongeren met jeugdhulp
% van alle 12,7% jongeren tot (2023) 18 jaar
12% (2024) 13,9% (2024)
Jongeren met Jeugdbescherming
%
0,8% (2023)
0,8% (2024)
Jongeren met jeugdreclassering
%
-
-
Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo
Aantal per 10.000 inwoners in Aantal per de betreffende bevolkingsgroep. 10.000 Een maatwerkarrangement is inwoners een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. Voor de Wmogegevens geldt dat het referentie-gemiddelde gebaseerd is op 327 deelnemende gemeenten
CBS arbeidsdeelname
CBS Jeugd
1,0% (2024) CBS Jeugd
560 (2023) 550 (2024) 711 (2024)
geen data bekend CBS - Monitor Sociaal Domein WMO
34
Programma Bestuur en dienstverlening
35
Inleiding Wij staan voor een betrouwbaar bestuur: open en transparant, en in samenwerking met en voor partners en onze inwoners. Wij staan voor een klantgerichte, persoonlijke en toegankelijke dienstverlening waarbij we onze inwoners, bedrijven en overige organisaties betrouwbaar, duidelijk, snel en op maat bedienen. Bestuur Het bestuur van onze gemeente zet ook het komend jaar in op transparantie en wendbaarheid, met oog voor de behoeften en signalen vanuit de samenleving. Het versterken van integriteit, rechtmatigheid en doelmatigheid staat centraal in de uitvoering van beleid en dienstverlening. Deze principes vormen de leidraad voor een betrouwbaar en toekomstgericht gemeentebestuur. Burgerzaken Ook in 2026 staat team Burgerzaken in de frontlinie van de gemeentelijke dienstverlening. De aanhoudende paspoortpiek, mede veroorzaakt door de verlengde geldigheidsduur van reisdocumenten, vraagt nog steeds om extra inzet en flexibiliteit van onze medewerkers. We zetten ons maximaal in om de aanvraag- en afgifteprocessen soepel te laten verlopen, met oog voor kwaliteit én klantvriendelijkheid. Ook ligt er extra focus op het inschrijven van arbeidsmigranten en het doen van adresonderzoeken. We controleren een paar keer per jaar op woonomstandigheden. We kijken dan bijvoorbeeld of leegstaande panden toch bewoond worden.
Deze controles voeren we uit met partners zoals de brandweer, politie en omgevingsdienst. Daarnaast bereidt het team zich voor op een belangrijke democratische mijlpaal: de gemeenteraadsverkiezingen. Met zorg en toewijding werken we aan een transparant en goed georganiseerd verkiezingsproces, waarbij inwoners veilig en laagdrempelig hun stem kunnen uitbrengen. Om de dienstverlening op hoog niveau te houden, investeren we actief in de ontwikkeling van onze medewerkers. Trainingen, kennisuitwisseling en het versterken van digitale vaardigheden zijn speerpunten. Zo zorgen we ervoor dat elke inwoner van onze gemeente kan rekenen op professioneel en persoonlijk contact met Burgerzaken. Vandaag, morgen en in de toekomst. Veiligheid Toezicht en handhaving Evenementen en alcoholwet De regels rondom evenementen en alcohol zijn aangepast. Zo zijn er nu meer plekken waar evenementen georganiseerd mogen worden. Ook is het mogelijk om voor meerdere jaren een ontheffing te krijgen voor het schenken van zwak-alcoholhoudende dranken (volgens artikel 35 van de Alcoholwet). Verder is er een duidelijker verschil gemaakt tussen zwaar belastende evenementen en minder belastende evenementen. We hebben een maximum gesteld aan het aantal zwaar belastende evenementen per dorpskern. Wat willen we bereiken We hebben de regels rondom evenementen en alcohol aangepast en vereenvoudigd voor de aanvragers.
Deze regels handhaven we en zoeken de samenwerking op met organisatoren. Wat gaan we doen Bij zwaar belastende evenementen (maximaal vier per jaar) zetten we extra toezicht in. We letten dan goed op of aan de eisen van de vergunning wordt voldaan en of goedgekeurde materialen worden gebruikt. Dit doen we samen met de organisatoren, de brandweer en de GGD.
36
Tijdens evenementen controleren we ook of alcohol op de juiste manier wordt verstrekt. Denk hierbij aan naleving van de NIX18-regels, toegangscontrole en het gebruik van polsbandjes. Deze controles doen we in samenwerking met organisatoren, bureau Halt en de politie. Ondermijnende criminaliteit Onze gemeente ligt in een landelijk gebied. De rust en ruimte trekken niet alleen bewoners aan, maar helaas ook criminelen. Door minder politie-inzet en minder sociale controle is de kans op ondermijnende criminaliteit groter. Wat gaan we doen We doen mee aan een pilotproject: het Bestuurlijk Controle Team G (BCT-G). In dit project werken meerdere gemeenten samen om controles uit te voeren op kwetsbare plekken, zoals bedrijventerreinen, het buitengebied en opslagboxen. We willen zo vroeg mogelijk signalen van ondermijning oppikken, mensen bewust maken van de risico’s en kunnen optreden als dat nodig is. We organiseren, samen met de andere gemeenten, controle- dagen in de eerste fase van de pilot (vanaf oktober 2025), Hierdoor krijgen we: • • • •
Meer zichtbaarheid en effectiviteit van toezicht op ondermijning. Ten minste één controle met meetbare resultaten. Toezichthouders leren meer over bestuursrecht en krijgen praktijktrainingen. Sterkere samenwerking met andere gemeenten in de regio.
De pilot loopt van het vierde kwartaal van 2025 tot en met het vierde kwartaal van 2026. Weerbare samenleving Naast het hebben van een stevige crisisorganisatie en continuïteitsplannen voor de eigen kritische processen, hebben we een verbindende en signalerende taak bij het voorbereiden van de inwoners op ontwrichtende invloeden van buitenaf. Weerbaarheid gaat niet alleen over hoe we omgaan met noodsituaties, zoals een stroomstoring of uitval van water of internet. Het gaat ook over hoe inwoners zichzelf kunnen redden in moeilijke situaties en hoe we samen als gemeenschap sterk genoeg zijn om negatieve invloeden buiten de deur te houden. Maatschappelijke weerbaarheid is een noodzakelijke voorwaarde voor een stabiele, veilige en veerkrachtige gemeente waar inwoners en organisaties goed weten om te gaan met druk van buitenaf en waar desinformatie wordt herkend en bestreden. Grofweg loopt het verhogen van de weerbaarheid langs 5 paden: maatschappelijke weerbaarheid en participatie, digitale en informatie-weerbaarheid, weerbaarheid tegen ondermijning en criminaliteit, organisatorische en ambtelijke weerbaarheid en tenslotte bestuurlijke integriteit en bewustzijn. Wat willen we bereiken met de ontwikkeling Met deze ontwikkeling zetten we een volgende stap in het verhogen van de weerbaarheid.
We werken hier al op verschillende manieren aan, maar de opgave is te omvangrijk om in één keer volledig te realiseren. Door voort te bouwen op wat er al staat, kunnen we stap voor stap gerichter en duurzamer de weerbaarheid van onze samenleving versterken. Wat gaan we daarvoor doen De VNG heeft recent een handreiking voor weerbaarheid opgesteld. We gebruiken deze handreiking om in kaart te brengen wat er al aanwezig is en op welke onderdelen extra aandacht nodig is. Deze inventarisatie vormt de basis voor een Plan van aanpak, met duidelijke jaarschijven en prioriteiten.
37
Verbonden partijen Wij werken samen met andere overheden in een aantal gemeenschappelijke regelingen. Voor een overzicht en toelichting, zie paragraaf Verbonden partijen
Financieel overzicht Bedragen x €1.000 Exploitatie
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Lasten Bestuur
2.310
2.435
2.435
2.307
2.307
Burgerzaken
2.396
2.145
1.836
1.960
1.905
Veiligheid
3.564
3.564
3.351
3.361
3.359
Totaal Lasten
8.270
8.144
7.623
7.627
7.571
Baten Bestuur
-87
-89
-89
-89
-89
Burgerzaken
-388
-396
-396
-396
-396
Veiligheid
-19
-19
-19
-19
-19
Totaal Baten
-494
-504
-504
-504
-504
Totaal saldo van lasten en baten
7.776
7.640
7.119
7.124
7.068
-221
-151
-151
-151
0
Onttrekkingen Reserves Stortingen Reserves
17
0
0
0
0
Saldo mutaties reserve
-204
-151
-151
-151
0
Geraamd resultaat
7.572
7.490
6.968
6.973
7.068
Financiële toelichting Lasten Bestuur € 125.000 hogere lasten Met ingang van 2026 rekenen we volgens de nota Overhead gedeeltelijk de personele lasten van 'Bestuurlijke juridische zaken' toe aan het programma 'Bestuur en dienstverlening'. Burgerzaken € 251.000 lagere lasten Het verschil binnen deze taakveldgroep is een combinatie van lagere en hogere lasten. De lagere lasten in 2026 worden enerzijds veroorzaakt door hogere lasten in verband met gemeenteraadsverkiezingen in 2026 (€ 113.000) en door de bij de kadernota 2026 vastgestelde amendement kinderburgemeester (€ 55.000) (budget voor de Tweede Kamerverkiezing 2025 leggen we via de decemberwijziging aan de gemeenteraad voor). Daarnaast zijn lagere lasten in verband met lagere doorbelasting interne uren (€ 424.000).
38
Reserves Onttrekkingen, lagere onttrekkingen € 70.000 •
Lagere onttrekking algemene reserve (voormalige reserve egalisatie baten omgevingsvergunningen) € 70.000
Beleidsindicatoren
Naam indicator
Eenheid
Nieuwkoop B2025
Nieuwkoop B2026
Gemeenten 25.000 50.000 inwoners
Bron
Verwijzingen Halt
Aantal per 1.000 12 (2023) jongeren
9 (2024)
9 (2024)
Bureau Halt
Winkeldiefstallen
Aantal per 1.000 0,7 (2023) inwoners
0,7 (2024)
1,3( 2024)
CBS Diefstallen
Geweldsmisdrijven
Aantal per 1.000 2,2 (2023) inwoners
2,4 (2024)
3,1 (2024)
CBS Criminaliteit
Diefstallen uit woning/box/garage/schuur Aantal per 1.000 1,2 (2023) inwoners
1 (2024)
1,1 (2024)
CBS Diefstallen
Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte)
2,9 (2024)
4,1 (2024)
CBS Criminaliteit
Aantal per 1.000 3,4 (2023) inwoners
39
Overzicht overhead Inleiding In dit overzicht verantwoorden we het geheel van functies, gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces.
Financieel overzicht Bedragen x €1.000 Exploitatie
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Lasten Overhead
12.814
12.639
12.239
12.334
12.369
Baten Overhead
-223
-223
-223
-223
-223
Totaal saldo van lasten en baten
12.591
12.417
12.016
12.111
12.146
-1.270
-100
0
0
0
Onttrekkingen Reserves Stortingen Reserves
457
0
0
0
0
Saldo mutaties reserve
-813
-100
0
0
0
Geraamd resultaat
11.778
12.317
12.016
12.111
12.146
Financiële toelichting Lasten Overhead € 175.000 lagere lasten De lagere lasten ontstaan met name door de incidentele lasten van inhuur in 2025. Reserves Onttrekking reserves € 100.000 De onttrekking betreft de dekking van het budget voor doorontwikkeling van de ambtelijke organisatie in 2025.
40
Overzicht Algemene dekkingsmiddelen Verbonden Partijen Wij werken samen met andere overheden in een aantal gemeenschappelijke regelingen. Voor een overzicht en toelichting, zie paragraaf Verbonden partijen.
Financieel overzicht Bedragen x €1.000 Exploitatie
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Lasten Onvoorzien
28
29
29
29
29
Belastingen
418
460
460
460
460
Dividend
457
702
1.425
2.196
1.225
Overige baten en lasten
259
265
265
265
267
Vennootschapsbelasting (VpB)
0
20
20
20
20
1.163
1.477
2.200
2.971
2.001
-10.938
-11.454
-11.454
-11.454
-11.454
Totaal Lasten Baten Belastingen Dividend
-940
-545
-345
-345
1.016
Uitkeringen gemeentefonds
-52.354
-53.260
-53.194
-52.410
-53.013
Totaal Baten
-64.231
-65.259
-64.993
-64.209
-63.451
Totaal saldo van lasten en baten
-63.068
-63.783
-62.793
-61.238
-61.450
-1.469
0
0
0
0
Reserves
4.827
2.000
1.200
0
0
Saldo mutaties reserve
3.358
2.000
1.200
0
0
-59.710
-61.783
-61.593
-61.238
-61.450
Onttrekkingen Reserves Stortingen
Geraamd resultaat
Financiële toelichting Lasten Belastingen, hogere lasten € 42.000 Het betreft een stijgende bijdrage voor het uitbesteden van de belastingheffing en invordering als gevolg van inflatie. Dividend (rente), hogere lasten € 54.000 De rentelasten voor de investeringsportefeuille stijgt door het verwachtte aantrekken van externe financieringen. Vennootschapsbelasting, hogere lasten € 20.000 Vanwege het afsluiten van verlieslatende grondexploitaties zal er winstbelasting verschuldigd zijn.
41
Baten Belastingen, hogere baten € 516.000 De belastingen in 2026 zijn gebaseerd op de raming van SVHW van juni 2025 en nemen toe als gevolg van een hoger areaal. Uitkeringen gemeentefonds, hogere baten € 906.000 De stand van de algemene uitkering gemeentefonds 2025 is gebaseerd op de decembercirculaire 2024 en de voorjaarsnota van het Rijk. De stand van 2026 en verder is gebaseerd op de meicirculaire 2025. Het verschil bestaat uit twee delen. Ten eerste het verschil over 2025 tussen de meicirculaire 2025 en de stand zoals hier genoemd staat. De mutaties van de meicirculaire 2025 worden voor 2025 in de decemberwijziging verwerkt. Deze mutaties zijn beschreven in de raadsinformatiebrief over de meicirculaire. Het tweede deel bestaat uit het verschil tussen het jaar 2025 en 2026 in de meicirculaire 2025. Reserves Storting reserve € 2.000.000 (2027: € 1.200.000) •
In de kadernota is besloten om in 2026: € 2.000.000 en 2027 € 1.200.000 van het saldo te storten in de algemene reserve.
42
Paragrafen Paragraaf Lokale heffingen Algemeen De paragraaf lokale heffingen bestaat uit de volgende onderdelen: 1. 2. 3. 4. 5.
Inkomsten uit lokale heffingen Beleid ten aanzien van lokale heffingen Kostendekkendheid Lokale lastendruk Kwijtscheldingsbeleid
We kiezen ervoor niet alle belastingen te heffen die van rechtswege geheven mogen worden. In de tabel hieronder geven we weer welke belastingen we wel en niet heffen.
In Nieuwkoop geheven belastingen
Wel
Onroerende zaakbelastingen
X
Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten
X
Afvalstoffenheffing
X
Rioolheffing
X
Forensenbelasting
X
Leges
X
Verblijfsbelasting
X
Niet
Precariobelasting
X
Baatbelasting
X
Niet-ingezetenen belasting
X
Parkeerbelasting
X
Hondenbelasting
X
Reclamebelasting
X
Inkomsten Het volgende overzicht geeft een totaalbeeld van de begrote opbrengsten belastingen en leges uit lokale heffingen in 2026, gespecificeerd per belastingsoort.
43
Geraamd 2026 (x € 1.000,--)
% van het totaal
OZB Eigenaren woningen:
-6.692
31,6%
OZB Eigenaren niet-woningen:
-2.666
12,6%
OZB Gebruikers niet-woningen:
-1.817
8,6%
RZB Roerende Zaakbelasting
-27
0,1%
Totaal OZB/RZB
-11.202
52,9%
Rioolheffing
-3.156
14,9%
Afvalstoffenheffing
-4.321
20,4%
Totaal overige woonlastennota
-7.477
35,3%
Verblijfsbelasting
-102
0,5%
Forensenbelasting
-118
0,6%
Totaal overige belastingen
-220
1,0%
Bouwleges
-862
4,1%
Wijziging bestemmingsplannen
-62
0,3%
Leges burgerzaken
-396
1,9%
Begraafplaatsrechten
-266
1,3%
Marktgelden en standplaatsvergoedingen
-43
0,2%
Leges kabels en leidingen
-551
2,6%
Leges overig
-11
0,1%
Vaarvergunningen
-76
0,4%
Totaal overige publiekrechtelijke heffingen
-2.267
10,7%
Totaal inkomsten
-21.166
100,0%
Omschrijving
Beleid Algemeen Uitgangspunten voor belastingen zijn: • •
Belastingtarieven worden met niet meer dan het inflatiepercentage verhoogd. Belastingtarieven waar individuele producten en diensten tegenover staan zijn niet hoger dan kostendekkend.
Verblijfsbelasting Het college verstrekte in het collegeprogramma 2022 – 2026 de opdracht om te onderzoeken of er andere inkomstenbronnen mogelijk zijn om een financieel gezonde gemeente te blijven. Na onderzoek is in dit licht door de gemeenteraad besloten om verblijfsbelasting te heffen vanaf 1 april 2025 over iedere overnachting tegen betaling door een niet-inwoner van onze gemeente. De verblijfsaanbieder is daarbij belastingplichtig. De intentie is om de opbrengst van deze heffing te gebruiken om voorzieningen op peil te houden die gerelateerd zijn aan de sector, zoals de continuïteit van Nieuwkoop Marketing, onderhoud van fiets- en wandelpaden, bewegwijzering etc. Het is echter geen baatbelasting, de gemeenteraad bepaalt in hoeverre de opbrengsten uit deze heffing terugvloeien naar de sector. Met de invoering van de verblijfsbelasting per 1 april 2025 verwachten wij een groot deel van de kosten die verband houden met toeristische en recreatieve doeleinden te dekken. Onroerendezaakbelasting De begroting van de onroerendezaakbelasting (OZB) gaat niet uit van een tarief, maar van een opbrengst. De uitwerking van de begrote opbrengst in een tarief volgt bij de jaarlijkse vaststelling van de belastingverordeningen en -tarieven. De gedachte hierachter is dat de totale OZB-opbrengst niet mag veranderen als gevolg van waardefluctuaties op de onroerendgoedmarkt (WOZ-waarde).
Algemeen uitgangspunt is een jaarlijkse indexering van de OZB-opbrengst met het inflatiepercentage (voor 2026: 2,1%).
44
Roerende zaakbelasting Wettelijk is bepaald dat de tarieven van de roerende zaakbelasting (RZB) gelijk moeten zijn aan die van de OZB. Voor de RZB tarieven geldt dan ook hetzelfde als voor de OZB tarieven. Rioolheffing Conform het algemene uitgangspunt stijgt de rioolheffing in 2026 met de inflatie (2,1%). Bij de rioolheffing wordt uitgegaan van een voorlopig tarief. Dit voorlopige tarief is gebaseerd op de huidige inzichten in de kosten voor beheer en onderhoud van het riool. De definitieve hoogte kan nog afwijken, omdat de gemeenteraad binnenkort besluit over het nieuwe Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). In dit plan wordt vastgelegd welke werkzaamheden en investeringen de komende jaren nodig zijn voor de riolering, en dat kan invloed hebben op de uiteindelijke hoogte van de rioolheffing. Afvalstoffenheffing Conform het algemene uitgangspunt stijgt de afvalstoffenheffing in 2026 met de inflatie (2,1%). Forensenbelasting Conform het algemene uitgangspunt stijgt de forensenbelasting in 2026 met de inflatie (2,1%). Leges Algemeen uitgangspunt bij de leges is de jaarlijkse indexering met het inflatiepercentage (2,1%). Uitzonderingen hierop zijn leges die gebonden zijn aan wettelijke tarieven en leges waarvoor uitdrukkelijk voor een ander beleid is gekozen.
Kostendekkendheid
45
Kostendekkendheid van de rioolheffing Nr.
Omschrijving 1 Kosten aanleg, onderhoud en beheer gemeentelijke riolering
Begroting 2026 2.628
2 Toerekenbare BTW
316
3 Kosten van overhead
653
4 Toerekening rente
120
5 Perceptiekosten (heffing en invordering door SVHW)
26
6 Totaal kosten
3.743
7 Opbrengsten belastingen / leges
-3.156
8 Overige opbrengsten
-550
9 Totaal opbrengsten
-3.706
10 Verschil 11 Kostendekkendheid
37 99%
Kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing Nr.
Omschrijving 1 Kosten van inzameling en verwerking van afval
Begroting 2026 3.739
2 Toerekenbare BTW
525
3 Kosten van overhead
327
4 Toerekening rente
4
5 Perceptiekosten (heffing en invordering door SVHW)
49
6 Totaal kosten
4.644
7 Opbrengsten belastingen / leges
-4.321
8 Overige opbrengsten
-310
9 Totaal opbrengsten
-4.631
10 Verschil 11 Kostendekkendheid
13 100%
Kostendekkendheid van de begraafrechten Nr.
Omschrijving 1 Kosten taakveld begravingen
246
2 Kosten van overhead
129
3 Toerekening rente
0
4 Perceptiekosten (heffing en invordering door SVHW)
Kostendekkendheid van de Leges onder Titel 1: persoons- en reisdocumenten en commerciële vergunningen
Begroting 2026
0
5 Totaal kosten
375
6 Opbrengsten belastingen / leges
-266
7 Overige opbrengsten
0
8 Totaal opbrengsten
-266
9 Verschil
109
10 Kostendekkendheid
71%
46
Kostendekkendheid van de rioolheffing Nr.
Omschrijving 1 Kosten van de dienstverlening gericht op:
Begroting 2026 1.897
1.1. burgerlijke stand 1.2. reisdocumenten 1.3. rijbewijzen 1.4. verstrekkingen uit de Basisregistratie Personen 1.5. verstrekkingen uit het Kiezersregister 1.6. verstrekkingen op grond van Wet bescherming persoonsgegevens 1.7. bestuursstukken 1.8. vastgoedinformatie 1.9. overige publiekszaken 1.10. gemeentearchief 1.11. huisvestingswet 1.12. leegstandwet 1.13. gemeentegaranties 1.14. marktstandplaatsen 1.15. winkeltijdenwet 1.16. kansspelen 1.17. kinderopvang 1.18. telecommunicatie, kabels en leidingen 1.19. verkeer en vervoer 1.20. diversen 2 Kosten van overhead
634
3 Toerekening rente
0
4 Perceptiekosten (heffing en invordering door SVHW)
0
5 Totaal kosten
2.531
6 Opbrengsten belastingen / leges
-972
7 Overige opbrengsten
-500
8 Totaal opbrengsten
-1.472
9 Verschil
1.059
10 Kostendekkendheid
58%
Kostendekkendheid van de Leges onder titel 2: omgevingsvergunningen Nr.
Omschrijving 1 Kosten taakvelden titel 2
Begroting 2026 1.109
2 Kosten van overhead
650
3 Toerekening rente
0
4 Perceptiekosten (heffing en invordering door SVHW)
0
5 Totaal kosten
1.759
6 Opbrengsten belastingen / leges
-862
7 Overige opbrengsten
-21
8 Totaal opbrengsten
-883
9 Verschil
876
10 Kostendekkendheid
50%
47
Kostendekkendheid van de rioolheffing Kostendekkendheid van de Leges onder titel 3: dienstverlening Europese richtlijnen en APV Nr.
Omschrijving 1 Kosten taakvelden titel 3:
Begroting 2026 4
3.1 horeca 3.2 evenementen of markten 3.3 prostitutiebedrijven 3.4 smart-, head-, of growshops 3.5 huisvestingwet 2014 3.6 leefmilieuverordening 3.7 brandbeveiligingsverordening 3.8 standplaatsen en gebruik van de (openbare) weg 3.9 in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking 3.10 diversen 2 Kosten van overhead
86
3 Toerekening rente
0
4 Perceptiekosten (heffing en invordering door SVHW)
0
5 Totaal kosten
90
6 Opbrengsten belastingen / leges
-11
7 Overige opbrengsten
0
8 Totaal opbrengsten
-11
9 Verschil 10 Kostendekkendheid
79 12%
Lokale lastendruk Algemeen In de onderstaande tabel staat de ontwikkeling van de woonlasten voor een gemiddeld huishouden. Onder een gemiddeld huishouden verstaan wij het volgende: de gemiddelde WOZ-waarde van een koopwoning stellen we op € 489.000 (bron: Atlas lokale lasten - COELO).
• een gemiddeld huishouden bestaat uit drie personen
48
2025
2026
OZB
589
601
Rioolheffing
236
241
Afvalstoffenheffing
370
378
Totale woonlasten
1.195
1.220
Wijzigingen t.o.v. 2025
2,1%
Regionale vergelijking woonlastendruk In onderstaande tabel vergelijke we de woonlasten voor een gemiddeld huishouden in de gemeente Nieuwkoop met die van andere gemeenten in de Rijnstreek.
Tarieven 2025 van Nieuwkoop en omliggende gemeenten Bedragen (x € 1.000,--)
Percentage Bedrag Afvalstoffenheffing Rioolheffing OZB OZB
Gemiddelde Totaal waarde woonlasten koopwoning
Alphen a/d Rijn
0,0856%
399
330
302
466.000
1.031
Kaag en Braassem
0,0892%
496
374
322
556.000
1.191
Nieuwkoop
0,1079%
589
370
236
546.000
1.195
Bodegraven- Reeuwijk
0,1242%
660
406
368
532.000
1.434
Gemiddeld
0,1017%
536
370
307
525.000
1.213
Bron: Atlas lokale lasten - COELO Een gemiddeld huishouden bestaat uit drie personen.
Ontwikkeling van woonlasten De genoemde tarieven zijn een inschatting, de exacte tariefsverhoging berekenen we later dit jaar bij de vaststelling van de belastingverordeningen.
49
Kwijtscheldingsbeleid In de beleidsregels voor kwijtscheldingen van onze gemeente is onder andere geregeld dat: • • •
kwijtschelding van opgelegde heffingen kan worden verleend voor afvalstoffenheffing (regulier huishoudelijk afval) en rioolheffing; in afwijking van artikel 16, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan wordt vastgesteld op 100 procent; kwijtschelding ook kan worden verleend aan natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen.
Verder is in de beleidsregels de mogelijkheid opgenomen voor automatische kwijtschelding. We laten de geautomatiseerde kwijtscheldingstoets uitvoeren door het Inlichtingenbureau, dat diverse bestanden met elkaar combineert. Met de toets is eenvoudig vast te stellen of iemands inkomen en vermogen zijn veranderd ten opzichte van het voorgaande jaar. Nemen we geen verandering waar, dan kunnen we direct opnieuw kwijtschelding verlenen. De inwoner hoeft dan niet zelf opnieuw kwijtschelding aan te vragen, vandaar de term 'automatische kwijtschelding'. De uitvoering van het kwijtscheldingsbeleid is uitbesteed aan het SVHW en maakt onderdeel uit van de dienstverleningsovereenkomst (DVO). In de begroting 2026 houden we rekening met € 117.415.
50
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de mate waarin we in staat zijn om (grote) risico’s of samenloop van risico’s op te vangen. De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing bestaat uit drie onderdelen: 1. Een berekening van de beschikbare middelen om risico's op te vangen, de zogenaamde beschikbare weerstandscapaciteit. 2. Een inventarisatie van de financiële risico's die de gemeente loopt, de zogenaamde benodigde weerstandscapaciteit. 3. Een beeld van de financiële positie van de gemeente, weergegeven aan de hand van een verzameling ratio's. Er is meer aandacht besteed aan de inventarisatie van de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit. Bij de risico-inventarisatie moet aangetekend worden dat dit een doorlopend proces is waarbij onzekerheid een kernbegrip is. Het gaat om inschattingen van situaties die zich mogelijk in de toekomst kunnen voordoen. Naast een indicatie van de financiële omvang van die risico’s en onze mogelijkheden om die op te vangen is de inventarisatie ook van belang voor het versterken van het risico-bewustzijn van de organisatie. Actuele Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is het totaal aan middelen dat we kunnen inzetten om de financiële gevolgen van voorkomende risico’s op te vangen zodra die zich voordoen.
Bij het samenstellen van deze paragraaf is van de reserves, veruit de belangrijkste bron van de weerstandscapaciteit, opnieuw beoordeeld of deze als onderdeel van de weerstandscapaciteit benoemd moeten en kunnen worden.
Omschrijving (x € 1.000,--)
Begroting 2026
Algemene reserve vrij besteedbaar
14.977
Reserve weerstandsvermogen
3.000
Saldo meerjarenbegroting
319
Onvoorzien
29
Weerstandscapaciteit
18.325
Volgens de begroting 2026 heeft de gemeente Nieuwkoop op 31 december 2026 een weerstandscapaciteit van € 18.325 mln.
51
Risico inventarisatie De risico-inventarisatie bevat risico's die financieel gekwantificeerd kunnen worden. Om een beeld te geven van de aard en de omvang van de risico's zijn hieronder de grootste risico's kort omschreven. Het gaat om risico's die financiële gevolgen kunnen hebben van meer dan € 50.000.
Bij de risico-inventarisatie is een begin gemaakt met een meer gestructureerde wijze van kijken naar risico’s. Daarbij is ook meer aandacht voor beheersmaatregelen en de kans dat bepaalde risico’s zich gaan voordoen. Ook besteden we aandacht aan risico’s die niet primair financieel van aard zijn.
Risicobedrag 2026 (x € 1.000,-)
Gebeurtenis / Situatie
Programma
Verlies op grondexploitaties
1. Ruimtelijke ontwikkeling
894
Gevolgen voor grondexploitaties en projecten van aangescherpte rekenregels gecumuleerd geluid voor woningbouw. Ontwikkelingen zijn afhankelijk van de ministeriële keuzes die worden gemaakt met de Luchtvaartnota 2020-2050 en de aanvullingsregeling Geluid Omgevingswet.
1. Ruimtelijke ontwikkeling
447
Na het vervallen van het Programma Aanpak Stikstof (eind mei 2019) is sprake van onzekerheid door wisselend stikstofbeleid van Rijk en provincie. Dit vraagt om maatwerkoplossingen op projecten gebiedsniveau. Het stikstofbeleid is continu in beweging en dit onderwerp blijft een risicofactor met een grote kans op (extra) kosten. Vooralsnog zijn er geen gemeentelijke projecten afgevallen als gevolg van de stikstofproblematiek. Een en ander vraagt echter wel meer werk, meer (onderzoeks)kosten en het steeds waarborgen van de oorspronkelijke situatie zodat de bestaande uitstoot kan worden meegenomen ten behoeve van saldering.
1. Ruimtelijke ontwikkeling
447
De regionale jeugdhulp wordt vanaf 2025 afgerekend op basis van daadwerkelijke kosten in het lopende jaar (T=0) in plats van op basis van de werkelijke kosten van twee jaar terug (T=-2). De kosten kunnen daardoor sterker fluctueren . Het financiële risico neemt hierdoor toe.
3. Sociaal domein
525
Toename van de kosten van de Wmo door de vergrijzing en abonnementstarief.
3. Sociaal domein
90
Netcongestie Liander/Tennet kan voor forse vertraging aanvang bouw zorgen. Door later te starten met de bouw zullen we te maken krijgen met bouwkostenstijgingen (inflatie).
3. Sociaal domein
1.050
52
Niet in aanmerking komen voor compensatieregeling Participatiewet bij overschrijding boven de 7,5% van het Buigbudget. Daarnaast is het eigen risico voor een tekort op het buigbudget voor de helft afgeraamd.
3. Sociaal domein
252
Overtreding van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
Overhead
80
Microsoft wijzigt eenzijdig licentievoorwaarden, prijzen of functionaliteiten; cloud-only features; gedwongen bundeling (vendor lock-in).
Overhead
150
Uitval ICT-voorzieningen, zowel hardware (ICT-ruimtes, bekabeling, datalijnen) als softwarematig (internet).
Overhead
300
Informatiebeveiligingsincident, zoals bijvoorbeeld een hack waardoor digitale informatie onvoldoende toegankelijk, of digitale informatie wordt oneigenlijk gebruikt of verstrekt.
Overhead
2.500
Moeite met werven goed gekwalificeerde medewerkers door krapte op de arbeidsmarkt. Bij resterende financiële impact is een bedrag opgenomen voor de extra werving en selectiekosten die komen kijken bij de inzet van een searchbureau. Ook zullen bij het uitblijven van gekwalificeerde medewerkers projecten vertragen.
Overhead
100
Te ontvangen dividend Alliander.
Algemene dekkingsmiddelen
200
Hogere rente dan nu in de ramingen is opgenomen. Bij een rentestijging van 1% en een kans van 50% bedraagt het risico € 1 miljoen.
Algemene dekkingsmiddelen
700
Verlaging van uitkering gemeentefonds.
Algemene dekkingsmiddelen
420
Totaal
8.155
Weerstandsvermogen De ratio weerstandsvermogen, ook wel de weerstandsratio genoemd, wordt als volgt berekend: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van het voorgaande is de actuele weerstandsratio van onze gemeente: Ratio weerstandsvermogen = 18.325.000 / 8.155.000 = 2,25
53
Waarderingstabel weerstandsvermogen (bron: Nederlands Adviesbureau Risicomanagement) Waarderingscategorie
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 < x < 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 < x < 1,4
Voldoende
D
0,8 < x < 1,0
Matig
E
0,6 < x < 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Volgens de waarderingstabel plaatst een ratio van 2,25 de gemeente Nieuwkoop in de categorie A Uitstekend.
Beeld van de financiële positie Met de weerstandsratio is nog lang niet alles gezegd over de financiële positie in brede zin. Om daarvan een beeld te krijgen kunnen we een aantal andere ratio's raadplegen. Het BBV schrijft voor dat doel de volgende ratio's voor.
Begroting 2026
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Netto schuldquote
14,69%
13,97%
34,04%
56,68%
79,82%
89,11%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
5,76%
9,69%
24,27%
45,85%
68,44%
78,03%
Solvabiliteitsratio
53,16%
52,90%
50,37%
44,39%
39,31%
38,72%
Grondexploitatie
5,82%
-11,51%
-10,04%
-3,94%
5,61%
5,77%
Structurele exploitatieruimte
4,74%
2,36%
2,23%
1,90%
0,05%
-0,18%
Belastingcapaciteit
115,59%
120,20%
115,86%
115,86%
115,86%
115,86%
Het verloop van de ratio's ontwikkelt zich naarmate de gemeente zich financieel ontwikkelt. Ieder besluit met financiële gevolgen verandert iets aan de (toekomstige) financiële positie van de gemeente en dus ook aan een ratio die daar uitdrukking aan geeft. De ratio’s zijn berekend met het door de provincie beschikbaar gestelde Rekenmodel financiële kengetallen. Het BBV schrijft de hieronder beschreven ratio's voor.
54
Netto schuldquote De netto schuldquote zegt iets over de mate waarin het inkomen van de gemeente toereikend is om aan de schuldverplichtingen te voldoen. De netto schuldquote is een percentage dat tot stand komt door het totale vreemde vermogen te delen door de totale baten uit de gemeentelijke exploitatie. Bij een netto schuldquote hoger dan 130% is sprake van een hoge schuld. Onder de 100% is sprake van een gemiddelde tot lage schuld. De stijgende de schuldquote is een gevolg van de financieringsbehoefte / het investeringsprogramma o.a. vanuit het coalitie akkoord. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Bij de 'Netto Schuldquote Gecorrigeerd Voor Alle Verstrekte Leningen' wordt het vreemde vermogen verminderd met de doorgeleende gelden (leningen van de gemeente aan derden). De begrote netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen wijkt nauwelijks af van de netto schuldquote wanneer er sprake is van weinig doorgeleende gelden. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft weer in hoeverre het totaal van de activa is gefinancierd met eigen middelen. De ratio wordt berekend door het Eigen Vermogen te delen door het totale vermogen. De begrote solvabiliteitsratio aan het einde van 2026 bedraagt 50,37% en voldoet aan het bij de begroting 2016 door de raad genomen besluit dat deze meer dan 40% moet bedragen.
Door het ambitieuze investeringsvolume komt de solvabiliteitsratio vanaf 2028 onder 40%. Grondexploitatie Deze indicator geeft de relatieve hoogte van de voorraad bouwgrond en het onderhanden werk (de grondpositie) in de grondexploitaties aan. De waarde van de grondpositie wordt gedeeld door de totale baten uit de gemeentelijke exploitatie. Hoe groter de grondpositie in verhouding tot de totale gemeentelijke baten, hoe groter het verhoudingsgewijze risico dat de gemeente loopt in de grexen. De begrote ratio grondexploitatie aan het einde van 2026 bedraagt -10,04% vanwege een negatieve waarde van grondexploitaties. Structurele exploitatieruimte Het financiële kengetal ’structurele exploitatieruimte’ geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is, afgezet tegen de inkomsten. Als norm voor gezond begrotingsevenwicht kan 0,6% van de algemene dekkingsmiddelen gehanteerd worden. Deze norm is gebaseerd op de vuistregel die bij art.12- gemeenten gehanteerd wordt voor de bepaling van de ruimte in de begroting om structurele tegenvallers op te vangen. We zetten de structurele ratio af tegen de hiervoor genoemde 0,6%. In 2026 bedraagt de begrote structurele exploitatieruimte 2,23%, maar daalt naar 0,18% in 2029. De dalende uitkering uit het gemeentefonds en de stijgende rentekosten zijn hiervan de belangrijkste oorzaken.
Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om de belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Tot de woonlasten behoren de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. De belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten van een meerpersoonshuishouden te vergelijken met het landelijk gemiddelde in het voorgaande jaar en de uitkomst uit te drukken in een percentage. Uit de berekening blijkt dat in 2026 de belastingcapaciteit 115,86% is. Dat betekent dat in Nieuwkoop de belastingdruk 15,86% boven het landelijk gemiddelde ligt. In de jaarrekening 2024 was dit 15,59%.
55
Kengetallen in samenhang De verschillende financiële indicatoren en kengetallen geven in samenhang een beeld van de financiële positie van onze gemeente. Ons beleid is erop gericht te voorkomen dat de financiële positie verslechtert en Nieuwkoop in een situatie komt waarin beleidsinhoudelijke concessies (bezuinigingen) noodzakelijk zijn. Dat beleid krijgt vorm in het streven naar voldoende structurele ruimte in de exploitatie, een gezonde schuldpositie en solvabiliteit, en een verstandige omgang met het eigen vermogen en de grondexploitaties. Op dit moment, zomer 2025, zien we binnen de termijn van de meerjarenbegroting een verslechtering van de solvabiliteit en ook andere kengetallen ontwikkelen zich negatief. Dit is deels het natuurlijke gevolg van (voorgenomen) investeringen die in het belang zijn van de Nieuwkoopse samenleving. Daarnaast ondervinden we de gevolgen van niet beïnvloedbare ontwikkelingen zoals de daling van de uitkering uit het gemeentefonds, de toegenomen inflatie en de gestegen rente.
56
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen
Algemeen Deze paragraaf geeft aan hoe kapitaalgoederen in gemeentelijk eigendom worden beheerd. In de Financiële verordening 2023 ex. artikel 212 van de Gemeentewet staat in Artikel 21 dat het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten opneemt bij de begroting en jaarstukken. De beheervisie openbare ruimte vormt het beleidskader voor het beheer en het beoogde onderhoudsniveau van de openbare ruimte. Uitvoering van dit beleidskader moet leiden tot een bestendige situatie waarin deze kapitaalgoederen worden onderhouden volgens de vastgestelde functionaliteit en kwaliteitsniveau (schoon, heel en veilig), waarbij de totale kosten in beeld worden gebracht. Het beleidskader voor de kapitaalgoederen bevat per kapitaalgoed: • De grootte van het areaal; • Het besloten onderhoudsniveau; • De huidige staat van onderhoud, zoals de technische beoordeling en schouw van de kwaliteit van het kapitaalgoed; • De werkzaamheden die we voor de instandhouding van het kapitaalgoed moeten doen; • Het scenario voor onderhoud van kapitaalgoederen; • De kosten van de instandhouding van het kapitaalgoed, zoals klein en groot onderhoud en vervangingskosten.
Beleidskader De openbare ruimte is het visitekaartje van onze gemeente. Het bepaalt mede of er sprake is van een aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat. Voor bedrijven en inwoners is de kwaliteit van de buitenruimte een reden om zich wel of niet ergens te vestigen. De kwaliteit van de woonomgeving beïnvloedt, bewust of onbewust, zelfs het gedrag van mensen. Bovendien is bekend dat de economische waarde van de gemeente mede afhankelijk is van de kwaliteit en uitstraling van het openbaar gebied. Al met al voldoende redenen om goed voor onze openbare ruimte te zorgen. Een zorg waarbij veel partijen betrokken zijn en waarmee nogal wat geld gemoeid is. Een zorg die vraagt om afstemming, doelmatige besteding van middelen en een planmatige aanpak. De dashboards vanuit 'waar staat je gemeente' dienen als sturingsmiddel voor het planmatig onderhoud. Waar mogelijk zetten we in op een integrale wijkaanpak, waarin we actuele thema’s zoals klimaatadaptatie, energietransitie en duurzaamheid kunnen meenemen. De beheerplannen zijn er op gericht om het vastgestelde onderhoudsniveau te houden. Dit is kwaliteitsniveau ‘sober en doelmatig‘, vergelijkbaar met niveau B volgens de CROW-richtlijnen. Bij winkelcentra en ouderencentra kwaliteitsniveau ‘goed‘, vergelijkbaar met niveau A. De onderhoudsmaatregelen zijn in hoofdlijnen gericht op veiligheid, toegankelijkheid en duurzame instandhouding.
De beheerplannen worden op elkaar afgestemd, zodat beheer en onderhoud van de openbare ruimte zo veel mogelijk integraal gebeuren. Dit in het kader van het Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR). Hiermee beogen we doelmatigheid, efficiëntie en minimale overlast voor onze inwoners en gebruikers van de openbare ruimte. Wat het kost Het onderhoud van kapitaalgoederen wordt onderverdeeld in regulier onderhoud, groot onderhoud en rehabilitatie/reconstructie. De huidige bedragen in de begroting zijn gebaseerd op de nu vastgestelde plannen inclusief eventuele mutaties. Bij de actualisatie of bij het opstellen van nieuwe beleids- en beheerplannen worden de financiële kaders opnieuw vastgesteld. Zodoende stemmen we de activiteiten en de middelen op elkaar af om de kapitaalgoederen in de openbare ruimte duurzaam te onderhouden.
57
Regulier onderhoud Regulier onderhoud zijn de werkzaamheden en maatregelen van kort cyclisch karakter, zoals het verhelpen van meldingen en schadeherstel. Goed, consequent uitgevoerd regulier onderhoud verlengt de levensduur van voorzieningen. Bovendien borgt het de veiligheid voor de gebruikers. De kosten dekken we uit de beheer- en onderhoudsbudgetten, die we jaarlijks in de begroting beschikbaar stellen. Groot onderhoud Onder groot onderhoud vallen de werkzaamheden die ervoor zorgen dat de kapitaalgoederen tijdens hun levensduur in goede staat blijven. De kosten voor deze werkzaamheden dekken we uit de verschillende voorzieningen. Deze voorziening voeden we jaarlijks met een dotatie uit de begroting, waarmee we pieken en dalen in de uitgaven egaliseren binnen die voorzieningen. Bij de actualisatie van de beheerplannen kan de omvang van de dotatie wijzigen. Rehabilitaties/reconstructies Rehabilitaties/reconstructies is het totaal van een kapitaalwerk aan het eind van de levensduur of het uitvoeren van maatregelen die de levensduur verlengen. Deze investeringen van maatschappelijk nut worden geactiveerd en in een aantal jaar afgeschreven. Het kapitaalwerk vervangen en herzien we, zodat dit voldoet aan de hedendaagse eisen en wensen. Op basis van het investeringsplan 2026 2029 hebben we de investeringsbedragen geraamd en de cumulatieve kapitaallasten berekend.
Wegen
Asfaltwegen
698.000 m2
Klinkerwegen
874.0000 m2
Cementbeton
8.500 m2
Half verharding
5.800 m2
Bermen (incl. bloemrijk in de wijk)
1.000.000 m2
Hondenbeleid Bebording/palen
210 stuks
Straatmeubilair Prullenbakken
374 stuks
Banken
296 stuks
Picknicktafels
65 stuks
Hekwerken
14 km
Verkeer Verkeersborden
4.100 stuks
58
Straatnaamborden
1.020 stuks
Bewegwijzering
545 stuks
Snelheidsdisplays
23 stuks
Verkeerstellers
3 stuks
Elektrische oplaadpalen (geen eigendom) waarvan;
141
Allego
58
ParknCharge
43
CityCharging
36
Ocharge
4
Gewenst kwaliteitsniveau Het beheerplan Wegen 2026 - 2030 is erop gericht de staat en de veiligheid van wegen op het vastgestelde onderhoudsniveau te behouden. Voor onkruidbestrijding op verharding zorgen we voor een adequate, functionele aanpak, waarbij we onkruid cyclisch bestrijden met heet water. Dit draagt bij aan een duurzame instandhouding van het wegareaal. De bermen maken onderdeel uit van de weg en kennen eveneens een onderhoudsregime. Het onderhoud van de bermen is gericht op de veiligheid van de weggebruikers. Daarnaast is het maaien van de bermen gericht op veiligheid en op het vergroten van de biodiversiteit door het maaisel af te ruimen. Hierdoor ‘verschraalt’ de bodem en kunnen bloemen en kruiden beter groeien en bloeien. Maatschappelijke doelstellingen Een kwalitatief goede infrastructuur draagt bij aan het welzijn, mobiliteit en veiligheid van inwoners. Een functionele en goed onderhouden infrastructuur is van groot economisch belang en draagt ertoe bij dat onze gemeente een aantrekkelijke plaats is om in te wonen, werken en recreëren. Voortgang in de realisatie van de doelstelling Het kwaliteitsniveau wordt vastgesteld in het beheerplan Wegen 2026 – 2030 en sluit aan op de maatschappelijke doelstelling. Met de vaststelling van dit beheerplan actualiseerden we ook het budget dat jaarlijks nodig is om de wegen op het vastgestelde niveau te onderhouden.
In de doorrekening van dit budget is extra rekening gehouden met beleidsuitgangspunten voor kwaliteit, geluidshinder en trillinghinder.
59
Beheerplan De raad stelt het beheerplan Wegen 2026 - 2030 vast in november 2025. Bij het opstellen van dit beheerplan gaven we invulling aan het levenscyclus beheer en staken we de projectplanning in op het borgen van integraliteit tussen de beheerdisciplines. Ook gaven we invulling aan het verhelpen van de knelpunten die uit het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) 2020 - 2030 naar voren kwamen. De belangrijkste beleidsuitgangspunten uit het beheerplan zijn: • •
•
•
•
• •
De wegen beheren we op kwaliteitsniveau; A: voor winkelgebieden en locaties met voorzieningen voor ouderen. B: voor alle overige wegen. Voor de beheerstrategie is er invulling gegeven door het levenscyclus beheer. Hierin is bepaald waar in de levenscyclus alle verhardingen zich bevinden. Ook is het toekomstig onderhoud geprojecteerd voor de komende 25 jaar. Hiermee wordt het uit te voeren onderhoud geoptimaliseerd en de voorziening verantwoord. Groot onderhoud en reconstructies plannen we zoveel mogelijk wijkgericht en integraal. Dit levert kansen op voor verschillende beheerdisciplines om elkaar te versterken in maatschappelijke uitdagingen, zoals klimaatadaptatie en duurzaamheid. Ook is de uitvoeringsplanning van het beheerplan integraal afgestemd met de waterschappen. Dit volgens de lijnen van het IBOR. Door de integrale afstemming tussen wegen en verkeer vergroten we de slagkracht van de aanpak van verkeersonveilige situaties. Daarnaast wordt het beleid doorgezet om de essentiële herkenbaarheidskenmerken van de snelheidsregimes te borgen binnen ons wegareaal. Het aantal grijze wegen waar niet geheel duidelijk is welk snelheidsregime van toepassing is, wordt hiermee verminderd. De wettelijke opgave om alle wegen binnen de bebouwde kom naar 30 km/u (GW030) te brengen is hierin leidend.
We geven invulling aan duurzaamheid door bij projecten maatwerk te leveren op het gebied van klimaatadaptatie en circulariteit. In het beheerplan is budget opgenomen voor onderzoeken om dit maatwerk te kunnen leveren. Vanuit het 'Programma van eisen openbare ruimte' wordt aangestuurd op toepassing van duurzame en circulaire materialen. We toetsen alle ontwerpen van het groot onderhoud en de reconstructies op toegankelijkheid, waardoor dit onderwerp beter geborgd binnen de projecten. Door de energietransitie verlengen we de levensduur van wegen die volgens de cyclus aan hun einde zijn met extra onderhoud. Zo blijft het veilig voor de weggebruiker. De nutsbedrijven ronden eerst hun werkzaamheden af. Hierna worden de reconstructiewerkzaamheden ingepland en uitgevoerd.
De uitgangspunten voor het beheer van de bermen zijn opgenomen in het nieuwe beleids- en beheerplan Openbaar Groen 2026-2030. Wat wij ervoor gaan doen Het beheerplan Wegen is in 2025 geactualiseerd voor de periode van 2026-2030 en hierin is een uitvoeringsparagraaf opgenomen. Hierin staat een overzicht van de projecten die binnen de betreffende planperiode worden uitgevoerd. Onderstaand een overzicht van de actuele projecten voor 2026. Er wordt onderscheid gemaakt in de voorbereiding en de uitvoering van projecten. Vaak vindt dit door onder ander de complexiteit, nutspartijen en participatie niet plaats in hetzelfde begrotingsjaar. Onderstaand groot- en planmatig klein onderhoud zijn gepland in 2026: • Parkpaden Argonnepark Reconstructies gepland in 2026: • Dijkversterking Nieuwveens Jaagpad - Ruigekade • Dijkversterking Noordeinde Zevenhoven
60
• • • • • • • •
Dijkversterking Hogendijk Nieuwveen Zuideinde Nieuwkoop Rietlanden Noord Leeuwerikstraat ’t Achterom Zouthuissluizermolenpad Simon van Capelweg Ursulapad
Groot onderhoud in 2026: • Jonge Zevenhovenseweg • Voorweg (trottoirs) • Achterweg • Churchilllaan • Simon van Capelweg • Noordenseweg BUBEKO
Financiële ontwikkeling Algemene opmerking: de opbrengsten uit vergunningen en/of instemmingsbesluiten vanuit kabels en leidingen worden bij het afsluiten van de jaarrekening naar de voorziening wegen geboekt ter compensatie van de gemaakte onderhoudskosten. Voorziening toereikend: ja Wat het kost Bedragen x € 1.000
Wegen
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Regulier onderhoud
361
361
361
Groot onderhoud/ rehabilitaties
1857
2086
880
778
Vervangingsinvesteringen
1318
2714
2930
2930
Kapitaalslasten
394
454
454
454
Openbare verlichting Masten
6.368 stuks
Armaturen
6.462 stuks
361
61
Gewenst kwaliteitsniveau Het beleid voor en daarmee het gewenste kwaliteitsniveau van de Openbare Verlichting (OV) is vastgelegd in het nieuwe beleids- en beheerplan Openbare Verlichting 2025 – 2029, die de raad op 17 oktober 2024 vaststelde. De milieudoelstellingen zijn vastgelegd in het Energieakkoord Holland Rijnland. De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor de instandhouding van het OV zijn: duurzaam en doelmatig verlichten en de installatiekwaliteit goed op peil te houden. In de kadernota 2024 is besloten om de hele gemeente te voorzien van LED-verlichting. Door het volledige areaal om te zetten naar LED besparen we jaarlijks op energie- en onderhoudskosten. Ook is besloten om te gaan werken met een telemanagementsysteem. Hierdoor dalen de energiekosten nog meer. In 2025 startten we met de vervanging en ombouw van de openbare verlichting. Maatschappelijke doelstellingen Functionele en goed onderhouden openbare verlichting draagt bij aan de uitstraling van de openbare ruimte en de sociale veiligheid. We verlichten waar nodig en zeker niet overal. In het buitengebied is het naast de veiligheid ook van belang dat we de flora en fauna zo min mogelijk verstoren vanwege lichtvervuiling en lichthinder. Voortgang in de realisatie van de doelstelling Bij het actualiseren van het beheerplan wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld waarbij het areaal inzichtelijk wordt gemaakt.
In 2025 en 2026 vervangen we de conventionele verlichting door duurzamere LED-verlichting en waar mogelijk voorzien we de bestaande LED armaturen van smart lighting. Op deze manier is het areaal straks compleet LED, waardoor we (nog meer) op energie besparen, onze CO2-uitstoot beperken en bijdragen aan de milieudoelstellingen. Beheerplan Het huidige beleid- en beheerplan Openbare Verlichting 2025 – 2029 stelde de raad op 17 oktober 2024 vast, voor een periode van vijf jaar. De belangrijkste beleidsuitgangspunten zijn: • • • • •
Bij vervangingen worden energie-efficiënte LED-armaturen toegepast met een lichtkleur die de sociale- of verkeersveiligheid verbeteren. In de nachtelijke uren worden deze gedimd; Na 2026 hebben we alle lichtmasten vervangen door ledverlichting en zijn ze in technisch goede staat; We plannen de vervangingen van masten en armaturen in de toekomst op basis van de technische levensduur; Wij passen bij vervanging of nieuwbouw het verlichtingsniveau toe dat minimaal is benodigd volgens de NPR13201-1 richtlijn; We verlichten in het buitengebied alleen daar waar nodig is vanuit (verkeers)veiligheid. Waar mogelijk saneren we openbare verlichting bij vervanging om de flora en fauna te ontzien.
Voor openbare verlichting is er geen voorziening. Wat het kost Bedragen x € 1.000
Openbare verlichting
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Regulier onderhoud
48
48
48
48
Groot onderhoud
nvt
nvt
nvt
nvt
Vervangingsinvesteringen
2.333
0
0
0
Kapitaalslasten
61
316
316
316
62
Civiele kunstwerken
Grotere kunstwerken
84 stuks
Schutsluis (werkend)
1 stuks
Keerwand (oude schutsluis)
1 stuks
Tunnels/Aquaduct
2/1 stuks
Elektrisch/mechanisch beweegbare bruggen
4/7 stuks
Fiets- , voetgangersbruggen en betonduikers > 1mtr.
130 stuks
Gewenst kwaliteitsniveau Het beleid voor en daarmee het gewenste kwaliteitsniveau van de civiele kunstwerken staat beschreven en is vastgelegd in het beleids- en beheerplan Civiele kunstwerken 2026 – 2030 (CKW). Het beheerplan CKW is erop gericht de staat van civiele kunstwerken op het vastgesteld onderhoudsniveau te houden. De onderhoudsmaatregelen zijn in hoofdlijnen gericht op veiligheid en duurzame instandhouding. De maatregelen die voortkomen uit de diverse inspecties bepalen we op basis van dit kwaliteitsniveau. Dit is noodzakelijk om de functionaliteit, toegankelijkheid en veiligheid te garanderen. Maatschappelijke doelstellingen Kunstwerken zijn een essentieel onderdeel van de infrastructuur. Een kwalitatief goede infrastructuur draagt bij aan het welzijn, mobiliteit en de veiligheid van inwoners, bedrijven en bezoekers. Een functionele en goed onderhouden infrastructuur is van groot belang en draagt ertoe bij dat onze gemeente een aantrekkelijke plaats is om in te wonen, werken en recreëren. Voortgang in de realisatie van de doelstelling Bij het actualiseren van het beheerplan hebben we de wettelijk benodigde inspecties uitgevoerd, ook voor beweegbare bruggen. Naar aanleiding van de resultaten zijn de benodigde maatregelen geprioriteerd en in het beheerplan opgenomen.
Beheerplan De raad stelde op 25 september 2025 het huidige beleids-en beheerplan Civiele Kunstwerken 2026 2030 vast. Het belangrijkste beleidsuitgangspunt uit het beheerplan is het voldoen aan de wettelijke verplichtingen op het gebied van veiligheid, zodat we de civiele kunstwerken in de gemeente duurzaam in stand kunnen houden. Het beheerplan geeft hiervoor de volgende mogelijkheden: • • • •
een inventarisatie van de civiele kunstwerken en de kwaliteit ervan op basis van inspecties; een beheerstrategie; een overzicht van de te nemen maatregelen; een overzicht van de kosten.
63
Wat wij ervoor gaan doen Op basis van een aantal technische inspecties van alle kunstwerken (houten, stalen, betonnen en elektrisch/mechanische bruggen en duikers) hebben we het beheerplan geactualiseerd met een bijbehorend meerjarig onderhoudsplan. De werkzaamheden die hieruit voortkomen zijn opgenomen in het uitvoeringsplan 2026 - 2030. Voor 2026 staat de vervanging van de volgende bruggen op de planning: • • • • • • • • • • • • • • •
Vervangen bruggen in het wandelgebied Nieuwkoop dorp Vervangen twee draaibruggen Hogedijk/Zuideinde Vervangen brug Korteraarseweg Vervangen brug Slikhaak Vervangen brug Karhaak Vervangen brug Geitenkamp Vervangen brug Veenderij Vervangen brug Zuideinde (25) Vervangen brug Aambeeld Vervangen brug Simon van Capelweg Vervangen brug Liemeer Vervangen brug Zouthuissluizermolenpad Vervangen brug Teylersplein Vervangen brug Beverlanderhof Vervangen aandrijving/remmingswerk bij de Grote brug
Voorziening toereikend: Ja Wat het kost Bedragen x € 1.000
Civiele Kunstwerken
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Regulier onderhoud
55
55
55
55
Groot onderhoud
324
47
62
247
Vervangingsinvesteringen
1.414
141
401
473
Kapitaalslasten
40
67
70
78
Speelvoorzieningen Speelplekken
127 stuks
Aantal speel- en sporttoestellen
537 stuks
Skate voorzieningen
4 stuks
BMX parcours
1 stuks
64
Trapveldjes (voetbal)
24 stuks
Basketbal veldjes
11 stuks
Jeu de Boules banen
8 stuks
Sport & Beweegplekken
12 stuks
Tafeltennistafels
9 stuks
Gewenst kwaliteitsniveau Als gemeente vinden wij buitenspelen voor alle kinderen heel belangrijk. We willen een gezonde en actieve leefstijl stimuleren bij onze kleine en grote inwoners, in een veilige en aangename omgeving met voorzieningen die uitdagend en toegankelijk zijn voor iedereen. We houden hierbij rekening met kinderen die een beperking hebben. Het beleid- en beheerplan Spelen 2026-2030 heet dan ook ‘Een leven lang spelen en bewegen’. Dit doen we door de buitenruimte veilig, toegankelijk en uitnodigend in te richten. De speelplaatsen onderhouden we op het niveau A conform de CROW norm. Een onderhoudsniveau dat boven basisniveau ligt, betekent onder andere dat speelvoorzieningen er comfortabel en schoon uitzien en dat de technische kwaliteit in orde is.
Bij de uitvoering van beheermaatregelen volgen we een aantal uitgangspunten; • • • • • •
De speelplaatsen zijn schoon, heel en veilig; De speelplaatsen zijn aantrekkelijk en uitdagend; Waar mogelijk passen we meer groen toe op en rond de speelplaatsen; Inwoners denken, ontwerpen en beslissen mee als het gaat om hun eigen woonomgeving; We staan open voor inwonersinitiatieven; Waar mogelijk combineren we spelen en bewegen vanuit het vitaliteitsbeleid;
Maatschappelijke doelstellingen De ambitie: een leven lang spelen en bewegen. Kinderen en jong volwassenen spelen en bewegen veel minder buiten dan voorheen, terwijl het van groot belang is voor de ontwikkeling en gezondheid. Mensen die actief zijn, hebben minder kans op overgewicht en bewegen bevordert de lichaamsmotoriek en daarmee de gezondheid. We maken in de openbare ruimte voorzieningen die uitnodigen tot actief bewegen voor iedereen. Bijvoorbeeld uitdagende speel- en beweegplekken voor alle leeftijden en ook voor kinderen met een beperking als daarom gevraagd wordt. In het (door)ontwikkelen van onze omgeving zorgen wij voor voldoende aandacht voor het aspect van gezondheid en aanzetten tot een actieve leefstijl, spelen, sporten en bewegen. Hier komen speelbeleid, gezondheidsbeleid en de sportvisie samen.
Voortgang in de realisatie van de doelstelling In nieuwe woonwijken en op bestaande speellocaties binnen onze gemeente realiseren we speelvoorzieningen waar kinderen avontuurlijk kunnen spelen en die kinderen uitnodigen om buiten te spelen. Dit doen we in overleg met de omgeving. Ook (jong)volwassen dagen we uit om te bewegen in de openbare ruimte. Om kinderen meer te motiveren tot buitenspelen, kunnen kinderen meebeslissen over nieuwe speelvoorzieningen in hun buurt.