CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-025e 01. Toelichting deel 3 BP Paradijsweg westzijde fase 1 - juni 2020 bijlagen deel 2.pdf

Besluitvormende raadsvergadering 18 maart 2021, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: GETEKENDE STUKKEN27.534 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

maken voor flora en fauna. Dit versterkt de algemene

voor deze vogels. Op de website van vogelwerkgroep ‘t Gooi is een handleiding voor de aanleg van broedwanden te vinden.

•

omgevingskwaliteit. Bekijk of het mogelijk is om de huizen te voorzien van groene/sedum daken.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

20

BRONVERMELDING Alle onderstaande bronnen zijn geraadpleegd op 2 augustus 2018.

Boeken en papers

Online documenten

•

Chinery, M. (2010). Nieuwe insecten gids (5e druk). Utrecht: Vbk Media.

•

Bij12 (2017a). Kennisdocument Buizerd Buteo buteo.

•

Siebel, H. & H. During (2006). Beknopte mosflora van Nederland en België. Utrecht: KNNV Uitgeverij.

•

Bij12 (2017b). Kennisdocument Rugstreeppad Bufo calamita.

•

Schotman, A. G. M., Jansman, H. A. H., Hammers, M., Baveco, J. M., & Melman, T. C. P. (2014). Toetsing

•

Rijksoverheid (2016). Covenant reduceren risico vogelaanvaringen schiphol 2016-2018

•

Cuppen, J.G.M. & Koese, B (2005). De gestreepte waterroofkever Graphoderus bilineatus in Nederland:

aannames populatiemodel Grauwe Gans: vergelijking aannames habitatgebruik en kuikenoverleving met feitelijke situatie (No. 2515). Alterra, Wageningen-UR. •

•

Kleijn, D., Baveco, J.M., Voslamber, B., de Lange, H.J. en T.C.P. Melman, 2011. Populatie-dynamisch model

•

een eerste inhaalslag.

voor Grauwe Ganzen; ontwikkeling model ten behoeve van evaluatie van aantalregulering. Wageningen,

•

Huijbrechts, H. (2002). Het vliegend hert - Een bureaustudie.

Alterra, Alterra-rapport 2234.

•

LOP (2010). Landschapsontwikkelingsplan Rijn- en Veenstreek

Koffijberg, K., Beekman, J., Cottaar, F., Ebbinge, B., van der Jeugd, H., Nienhuis, J., ... & van Winden, E.

•

Netwerk Groene Bureaus (2017). Vleermuisprotocol 2017.

(2010). Doortrekkende en overwinterende ganzen in Nederland. De Levende Natuur, 111(1), 3-9.

Internetpagina’s en apps •

BWLG (2007). Tonghaarmuts.

•

EIS Kenniscentrum Insecten (2012). Nieuwe vindplaatsen van de strikt beschermde vermiljoenkever.

•

EIS Kenniscentrum Insecten (2018). Beschermde vermiljoenkever duikt op in Gelderland.

•

IUCNredlist (2017). Tursiops truncatus.

•

IvL & RHB (2014-2016). Platte schijfhoren.

•

Ministerie van Economische Zaken (2017). Effectenindicator.

•

Ministerie van Economische Zaken (2015). Ecologie bataafse stroommossel.

•

NDFF-ecogrid (2017). Uitvoerportaal van de Nationale Databank Flora en Fauna.

•

Provincie Zuid-Holland (2018). Geodataviewer Natuurnetwerk Nederland.

•

Ravon (z.d.a). Amfibieën.

•

Ravon (z.d.b). Reptielen.

•

Ravon (z.d.c). Vissen.

•

Rivierkreeften.be (z.d.) Europese rivierkreeft (Astacus astacus).

•

Stichting Witte mus (2018). Pagina huismuskasten.

•

Ottburg, F.G.W.A. & Roessink, I. (2012). Europese rivierkreeften in Nederland.

•

Rijksoverheid (2018). Luchthavenindelingsbesluit Schiphol

•

RVO (2017). Natuurkalender voor broedvogels.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

21

BIJLAGE 1 - WET NATUURBESCHERMING Wet natuurbescherming

Verbodsartikel

Lid

Toelichting

3.1 Vogelrichtlijn

Lid 1

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.

In de Wnb zijn meerdere wetten samengevoegd. Relevant zijn de samenvoegingen van de Natuurbeschermingwet 1998 die over beschermde gebieden gaat, de

Lid 2

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

Boswet die over bescherming van houtopstanden gaat en de Flora- en faunawet die over de bescherming van soorten gaat. Al deze regels zijn al dan niet aangepast overgenomen in de Wnb. Wij toetsen een ingreep in een ecologische quickscan aan de Wnb en daardoor aan wat eerst drie wetten waren. Hiernaast wordt een korte samenvatting weergegeven van waar wij aan toetsen.

Lid 3

Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.

Lid 4

Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.

Lid 5

Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin

3.5 Habitatrichtlijn

Lid 1

opzettelijk te doden of te vangen.

en Bonn) zijn geïmplementeerd. Aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven, dat zijn de andere soorten. In de Wet natuurbescherming

zijn

de

beschermingsregimes

in

drie

aparte

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied

de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern

paragrafen

Lid 2

Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.

Lid 3

Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Lid 4

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen

neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. In de onderstaande tabel is weergegeven op welke beschermings-

of te vernielen.

regimes welke verboden van toepassing zijn. Lid 5

Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Artikel 3.10 andere soorten

Lid 1

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet: a: opzettelijk te doden of te vangen; b: de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, c: vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

De bron van de wet is hier te vinden: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2016-34.html

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

22

*Het verbod van het vernietigen of wegnemen van nesten geldt alleen tijdens het broedseizoen van de

Beschermde gebieden

soorten die elk jaar een nieuw nest maken. De soorten die jaarlijks terug komen op het zelfde nest zijn

In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-

jaarrond beschermd. Specifiek gaat dit om vogels van categorie 1t/m 4

gebieden. Deze gebieden zijn in de Wnb zwaar beschermd. Volgens de Wnb is het volgens artikel 2.7 lid 2

en de nesten van soorten in

categorie 5 als er onvoldoende alternatieven zijn.

verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als

instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of

vaste rust- en verblijfplaats.

de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen

Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honk-

hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.

vast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak

Dit geld ook voor projecten die fysiek buiten het Natura 2000-gebied gelegen zijn maar wel een effect

zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

kunnen hebben op het gebied (externe werking).

Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een

natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurge-

nest te bouwen.

bieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.

Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. De soorten die beschermd zijn staan in bijlage 2 weergegeven, hierbij wordt ook aangegeven welke vogels onder de categorieën vallen. Elke provincie heeft de mogelijkheid soorten die onder de andere soorten vallen vrij te stellen. De vrijgestelde soorten staan in bijlage 3 weergegeven.

In het Natuurnetwerk Nederland liggen:

• • • • •

bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.

Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen:

Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland. De ligging en

Artikel 1.11, lid 1: Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere

bescherming van de NNN is vastgelegd in de provinciale Structuurvisie, welke door de gemeentes wordt

nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Artikel 1.11, lid 2: De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

23

Natuurwaarden buiten het Natuurnetwerk Nederland Ook buiten het NNN zijn grote natuurwaarden aanwezig. Behoud, herstel en verdere ontwikkeling van deze natuurwaarden dragen substantieel bij aan de biodiversiteit. Aanvullend wordt ingezet op de volgende opgaven: het realiseren van een natuurmantel in de vorm van een groenblauwe dooradering rondom de natuurkernen in het NNN. Deze mantel wordt de ‘Strategische reservering natuur’ genoemd. het in stand houden van de belangrijke leefgebieden voor weidevogels in blijvend agrarisch gebied door agrarisch natuurbeheer. Weidevogelgebieden worden gerekend tot categorie 2 in het handelingskader ruimtelijke kwaliteit. Deze gebieden worden ‘Belangrijke weidevogelgebieden’ genoemd. Beschermde houtopstanden In de Wnb is het conform artikel 4.2 verboden houtopstanden te kappen buiten de bebouwde kom houtopstanden grenzen zonder hier vooraf een melding van te maken aan het bevoegd gezag. Deze regel geldt niet voor: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en12 3°.

eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

24

BIJLAGE 2 - BESCHERMDE SOORTEN Tabellen nieuwe wet Natuurbescherming Aan de indeling van de regels van de Wnb (bijlage 1) zitten verschillende soortenlijsten gekoppeld. Namelijk 3.1. vogelrichtlijnsoorten, 3.5 habitatrichtlijnsoorten en 3.10 andere soorten.

Nederlandse naam

Bescherming

Nederlandse naam

Bescherming

steenuil

Categorie 1

eidereend

Categorie 5

gierzwaluw

Categorie 2

ekster

Categorie 5

huismus

Categorie 2

gekraagde roodstaart

Categorie 5

roek

Categorie 2

glanskop

Categorie 5

grote gele kwikstaart

Categorie 3

grauwe vliegenvanger

Categorie 5

kerkuil

Categorie 3

groene specht

Categorie 5

Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten in

oehoe

Categorie 3

ijsvogel

Categorie 5

artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Deze worden hieronder niet allemaal specifiek ben-

ooievaar

Categorie 3

kleine bonte specht

Categorie 5

slechtvalk

Categorie 3

kleine vliegenvanger

Categorie 5

Artikel 3.1 Vogelrichtlijnsoorten.

oemd. Hieronder wordt alleen ingegaan op de uitzonderingen en dat zijn de vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten van de categorieën 1 t/m 4 en bij uitzondering categorie 5-vogels.

boomvalk

Categorie 4

koolmees

Categorie 5

buizerd

Categorie 4

kortsnavelboomkruiper

Categorie 5

havik

Categorie 4

oeverzwaluw

Categorie 5

ransuil

Categorie 4

pimpelmees

Categorie 5

sperwer

Categorie 4

raaf

Categorie 5

wespendief

Categorie 4

ruigpootuil

Categorie 5

zwarte wouw

Categorie 4

spreeuw

Categorie 5

blauwe reiger

Categorie 5

tapuit

Categorie 5

boerenzwaluw

Categorie 5

torenvalk

Categorie 5

bonte vliegenvanger

Categorie 5

zeearend

Categorie 5

boomklever

Categorie 5

zwarte kraai

Categorie 5

boomkruiper

Categorie 5

zwarte mees

Categorie 5

bosuil

Categorie 5

zwarte roodstaart

Categorie 5

brilduiker

Categorie 5

zwarte specht

Categorie 5

draaihals

Categorie 5

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

25

Artikel 3.5 Habitatrichtlijnsoorten:

De volgende soorten zijn strikt beschermd:

Onder artikel 3.5 vallen naast habitatrichtlijnsoorten ook soorten uit Bern I, Bern II en Bon I. Hieronder vallen ook vogels. Voor de vogels van Bern II gelden dezelfde regels als genoemd onder de vogelrichtlijn daarom worden deze soorten hieronder niet specifiek benoemd.

Soort

Soort

Soort

Soort

Soort

Apollovlinder

Gestreepte dolfijn

Heikikker

Noordse vinvis

Tijmblauwtje

Bataafse stroommossel

Gestreepte waterroofkever

Heldenbok

Noordse vleermuis

Tuimelaar

Bechsteins vleermuis

Gevlekte witsnuitlibel

Hille

Noordse winterjuffer

Tweekleurige vleermuis

Bever

Gewone baardvleermuis

Houting

Noordse woelmuis

Vale vleermuis

Boomkikker

Gewone dolfijn

Ingekorven vleermuis

Oostelijke witsnuitlibel

Vermiljoenkever

Bosvleermuis

Gewone dwergvleermuis

Juchtleerkever

Orca

Vroedmeesterpad

Boszandoog

Gewone grootoorvleermuis

Kamsalamander

Otter

Walrus

Brandts vleermuis

Gewone spitsdolfijn

Kemps’ zeeschildpad

Pimpernelblauwtje

Watervleermuis

Brede geelrandwaterroofkever

Gewone vinvis

Kleine dwergvleermuis*

Platte schijfhoren

Wilde kat*

Bronslibel

Gladde slang

Kleine hoefijzerneus

Poelkikker

Witflankdolfijn

Bruinvis

Griend

Kleine zwaardwalvis

Potvis

Witsnuitdolfijn

Bultrug

Grijze dolfin

Knoflookpad

Rivierrombout

Witte dolfijn

Dikkopschildpad

Grijze grootoorvleermuis

Kruipend moerasscherm

Rosse vleermuis

Wolf*

Donker pimpernelblauwtje

Groene glazenmaker

Laatvlieger

Rugstreeppad

Zandhagedis

Drijvende waterweegbree

Groenknolorchis

Lederschildpad

Ruige dwergvleermuis

Zilverstreephooibeestje

Dwergpotvis

Grote hoefijzerneus

Lynx

Sierlijke witsnuitlibel

Zomerschroeforchis

Dwergvinvis

Grote rosse vleermuis

Meervleermuis

Soepschildpad

Franjestaart

Grote vuurvlinder

Mopsvleermuis

Spitsdolfijn van Gray

Gaffellibel

Hamster

Muurhagedis

Steur

Geelbuikvuurpad

Hazelmuis

Narwal

Teunisbloempijlstaart

*= niet opgenomen in bijlage 2 Memorie van Toelichting, maar wel op lijst Habitatrichtlijn Bijlage IV.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

26

Artikel 3.10 Andere soorten. Hieronder vallen soorten genoemd in onderdeel A en onderdeel B bij de Wnb. Sommige van deze soorten zijn vrijgesteld bij ruimtelijke ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud. Dat verschilt per provincie. In bijlage 3 is hiervan een overzicht te vinden.

Soort

Soort

Soort

Soort

Soort

Soort

Aardbeivlinder

Bruine kikker

Gew. bosspitsmuis

Karthuizeranjer

Naaldenkervel

Veenbesblauwtje

Aardmuis

Bruinrode wespenorchis

Gewone bronlibel

Karwijselie

Ondergrondse woelmuis

Veenbesparelmoervlinder

Adder

Bunzing

Gewone pad

Kempense heidelibel

Pijlscheefkelk

Veenbloembies

Akkerboterbloem

Damhert

Gewone zeehond

Kleine ereprijs

Pimpernelblauwtje

Veenhooibeestje

Akkerdoornzaad

Das

Glad biggenkruid

Kleine heivlinder

Ree

Veldmuis

Akkerogentroost

Dennenorchis

Gladde zegge

Kleine ijsvogelvlinder

Ringslang

Veldparelmoervlinder

Alpenwatersalamander

Donker pimpernelblauwtje

Grijze zeehond

Kleine Schorseneer

Roggelelie

Veldspitsmuis

Beekdonderpad

Donkere waterjuffer

Groene nachtorchis

Kleine watersalamander

Rood peperboompje

Vinpootsalamander

Beekkrombout

Dreps

Groensteel

Kleine wolfsmelk

Rosse woelmuis

Vliegend hert

Beekprik

Duinparelmoervlinder

Groot spiegelklokje

Kluwenklokje

Rozenkransje

Vliegenorchis

Beklierde ogentroost

Dwergmuis

Grote bosaardbei

Knollathyrus

Ruw parelzaad

Vos

Berggamander

Dwergspitsmuis

Grote bosmuis

Knolspirea

Scherpkruid

Vroege ereprijs

Bergnachtorchis

Echte gamander

Grote leeuwenklauw

Kommavlinder

Schubvaren

Vuursalamander

Blaasvaren

Edelhert

Grote modderkruiper

Konijn

Schubzegge

Waterspitsmuis

Blauw guichelheil

Eekhoorn

Grote parelmoervlinder

Korensla

Sleedoornpage

Wezel

Bokkenorchis

Egel

Grote vos

Kranskarwij

Smalle raai

Wild zwijn

Boommarter

Eikelmuis

Grote vuurvlinder

Kruiptijm

Speerwaterjuffer

Wilde averuit

Bosbeekjuffer

Elrits

Grote weerschijnvlinder

Kwabaal

Spiegeldikkopje

Wilde ridderspoor

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

27

wet gelden de in dat lid opgenomen verboden

Drenthe

Overijssel

Gelderland

Utrecht

N-Holland

Z-Holland

Flevoland

Zeeland

N- Brabant

Limburg

Aardmuis

Groningen

In afwijking van artikel 3.10, eerste lid, van de

Soort/Provincie Friesland

BIJLAGE 3 - VRIJGESTELDE SOORTEN

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bosmuis

x

x

x

x

x

x

Bunzing

x

x

x

x

x

x

verband met:

Dwergmuis

x

x

x

x

x

x

Dwergspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

a. de uitvoering van werkzaamheden in het kader

Egel

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

niet voor de soorten hiernaast genoemd, mits het gaat om handelingen die worden verricht in

van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting; b. de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaar-

x

x

x

x

x

x

x x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Hermelijn

x

x

x

x

x

x

werken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen

x

x

x

x

x

x

of bermen, of in het kader van natuurbeheer;

Konijn

x

x

x

x

x

x

x

c. de uitvoering van werkzaamheden in het

Ondergrondse woelmuis

x

x

x

x

x

x

x

d. bestendig gebruik.

x x

Gewone bosspitsmuis

Huisspitsmuis

landbouw of bosbouw;

x x

Haas

wegen, watergangen, waterkeringen, waterstaats-

kader van bestendig beheer of onderhoud in de

x x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Ree

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Rosse woelmuis

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Steenmarter

x x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Tweekleurige bosspitsmuis

x

x

x

x

x

x

x

Veldmuis

x

x

x

x

x

x

x x

Vos

x

x

x

x

x

x

Wezel

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Wild zwijn

x x

x

Woelrat

x

x

x

Bastaardkikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Bruine kikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Gewone pad

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Kleine watersalamander

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Meerkikker

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

28

BIJLAGE 4 - KAART TOEKOMSTIGE

6

doet misschien mee

5

4 3

Fransen 0,6 woning

2

Legenda Begrenzing LIB-4 en LIB-5

Loswal (gecombineerd met zeilvereniging)

Bestaand perceel met woning en huisnummer van deelnemer. Bestaande percelen zijn zo mogelijk vergroot naar het maximum van 1.500 m2.

Vaarroute bestaand

Nieuw perceel met nieuwe woning (100-150 m2). Voor de perceelsgrootte is uitgegaan van het maximum van1.500 m2. In enkele gevallen zijn de percelen iets kleiner, tot 1.000 m2. Bij Paradijsweg 4 worden hier ook een groepsaccomodatie en B&B mee aangegeven.

Nieuw perceel met nieuwe woning (100-150 m2) waarvoor woonrechten moeten worden bijgekocht. Voor de perceelsgrootte is uitgegaan van het maximum van1.500 m2. In enkele gevallen zijn de percelen iets kleiner, tot 1.000 m2. Bij Paradijsweg 4 worden hier ook een groepsaccomodatie en B&B mee aangegeven.

Nieuwe LIB-woning (100-150 m2). Voor de perceelsgrootte is uitgegaan van het maximum van1.500 m2. Niet alle LIB-woningen zullen gerealiseerd worden.

Vaarroute nieuw

Doorzicht vanaf Paradijsweg

Parkeerplaats: halfverharding of grasbeton.

Te slopen woning (Paradijsweg 60A).

Herstel poldermolen (Amerikaanse windmolen).

Moeras (N05.01) en natuurvriendelijke oever | met elzensingel.

Aanlegplaats/ankerplaats.

(Elzen)bosje (bestaand en nieuw).

Zoete plas (N04.02) en overig water.

Kruiden- en faunarijk grasland (N12.02).

Kruiden- en faunarijk grasland (N12.02) met verspreide bomen.

Groepsaccomodatie.

Mogelijke locatie zeilvereniging.

Mogelijke locatie surfvereniging.

Mogelijke natuurijsbaan.

EHS Ambitiekaart (provincie).

Mogelijke landijsbaan met sintelbaan (zomertraining).

Recreatief groen: lig- of picknickweide

Gezamenlijk clubhuis en materialenloods voor ijs- zeil en surfvereniging.

Wandelpad.

Toegangsweg, 7,5 meter breed (incl. bermen) | gecombineerd met wandelpad. Maatvoering conform bestemmingsplan.

Steiger voor ijs-, zeil- en surfvereniging

Paradijsweg ‘Natte kant’

1

Uitzichtpunt.

Vogelkijkhut.

Bankje.

Figuur: kaart projectgebied zoals aangeleverd door de opdrachtgever Overzichtskaart visie

Inrichtingsvisie 23 mei 2018 Schaal: 1/1000 Formaat: 2721 x 2000 mm

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

29

BIJLAGE 5 - INGEVULDE GEGEVENS Hieronder is de ingevulde vragenlijst weergegeven die door de opdrachtgever is ingevuld.

Invulformulier bij een ecologische quickscan (quickscan flora en fauna) Vul het formulier zo uitgebreid mogelijk in. Gebruik gerust meer ruimte in het vak als dat nodig is voor een goede onderbouwing. De gegeven antwoorden worden in de rapportage opgenomen als bijlage.

Formulier ingevuld door: mw. M. Beckfeld en C.W. Laarman op datum: 26 juli 2018 De quickscan wordt aangevraagd voor een: /ruimtelijke ontwikkeling (doorhalen wat n.v.t. is): nieuw op te stellen bestemmingsplan 1.Waaruit bestaan de werkzaamheden precies? Graag volledig en zo specifiek als mogelijk benoemen. Antwoord: Er worden in een periode van max. 10 jaar (de looptijd van het nieuwe bestemmingsplan) ca. 10 ha kassen gesloopt en gestopt met ca. 2,5 ha. teelt van meerjarige gewassen. In de nieuwe situatie worden tussen de 40 en 45 woningen gebouwd met bouwpercelen van maximaal 1.500 m2 per kavel. Het vrijkomende terrein wordt verder ingericht met ontsluitingswegen en natuur / groen. Natuurdoeltype: Kruidenrijk en faunarijk grasland. Verdeling woningen: in deelgebied 6 hooguit 1 woning en deelgebied 4&5 samen maximaal 5 woningen. Overige woningen worden gebouwd in deel 1,2 en 3 ten zuiden van het Kerkpad. Met waar mogelijk worden enkele scheidingssloten verbreed en natuurvriendelijke oevers aangelegd. In deelgebied 6 komen meer recreatieve voorzieningen. Denk daarbij aan een zomertrainingsbaan voor een ijsvereniging en aanlegsteigers voor surfen en zeilen. In deelgebied 6 is ook ruimte voor de uitbreiding van een zorghotel en mogelijk een wat grotere bed- & breakfast.

Deelgebied 4 en 5 (gedeeltelijk) liggen in een LIB (Luchthaven IndelingsBesluit) categorie 5 Deelgebied 5 (klein deel) en deelgebied 6 liggen in LIB 4, een zwaardere categorie. Daarom zijn daar bijna geen woningen gepland. Daar zijn alleen natuur en recreatieve ontwikkelingen voorzien. 2.Wat is de planning van de voorgenomen ontwikkeling? Graag zo specifiek mogelijk benoemen, zoals: wanneer vinden welke werkzaamheden plaats, wanneer start de voorbereiding in het veld, waar vindt de eventuele opslag van materialen plaats, welke rij- en werkroutes zijn er? Antwoord: Het plan is nu nog niet concreet, van Visie naar bestemmingsplan. Met de eerste woningbouw wordt gestart na sloop van enkele kassen als het bestemmingsplan definitief is vastgesteld. Naar verwachting is het bestemmingsplan definitief tweede helft 2019. (zonder Raad van State procedures). Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

30

3.Ontstaan er trillingen tijdens het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling? Zo ja, zijn dit naar verwachting zware trillingen (>10 meter of trillingen buiten de grens van het projectgebied)? Antwoord: Bij woningbouw t.z.t alleen binnen het plangebied vanwege onderheien van woningen. 4.Wordt er gewerkt tussen zonsondergang en zonsopkomst? Denk hierbij ook aan de korte daglengte in de winter. Antwoord: nee 5.Wordt er (extra) licht geplaatst tijdens de uitvoeringsfase of in de gebruiksfase? Antwoord: nee, minder. Er zijn nu enkele grotere kassen met daglichtverlenging. Die worden naar verwachting gesloopt. 6.Worden er harde, lage of hoge geluiden verwacht tijdens het realiseren van de voorgenomen ontwikkeling? Antwoord: geluiden: alleen tijdens sloop kassen en bij voorziene woningbouw. 7.Wordt er (grond)water onttrokken of water opgespoten? Antwoord: Er is sprake van slappe veenbodem, zo min mogelijk water onttrekken. Zie toelichting op slappe veen- en kleibodems in Nota van Uitgangspunten. 8. Wordt er in het water gewerkt en/of in de oeverzone? Antwoord: ja, t.z.t bij aanleg van natuurvriendelijke oevers of bij verbreden van scheidingssloten. 9. Kunnen er zanddepots ontstaan tijdens de werkzaamheden? Antwoord: t.z.t. bij aanleg van wegen, inritten zijn max. 40 meter lang. Op enkele percelen zijn rondrij – situaties, daar komen meer woningen, dus ook meer zand nodig. 10.

Het projectgebied (inclusief gebouwen en stallen e.d.) moet geheel geïnspecteerd kunnen worden voor een correcte beoordeling. Moeten wij voorafgaand aan het veldbezoek contact opnemen voor toegang? Zo ja, met wie en op welk telefoonnummer? Antwoord: Met M. Beckfeld. Alle gronden zijn in particulier bezit, dus de gemeente zal de eigenaren benaderen. Marly mailt naar alle emailadressen die we hebben dat er een veldbezoek op 2 augustus a.s. is voorzien.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

31

11.Kunt u informatie bij ons aanleveren waaruit blijkt dat de stikstof- en ammoniakdepositie niet toeneemt? Zo nee: worden er bijvoorbeeld meerdere nieuwe woningen of bedrijven gerealiseerd, een nieuwe weg aangelegd, een nieuwe (vee)stal gebouwd of een groot onderhouds- of renovatieproject uitgevoerd? Zo ja? Dan is veelal een Aeriuscalculatie benodigd. Vul hiervoor Bijlage 1 in. Neem bij twijfel contact met ons op. Antwoord: contact via Marly Beckfeld. De omgevingsdienst West Holland kan deze calculaties maken. ( Bas van der Burg Omgevingsdienst West Holland is nu met vakantie). 12.Zijn er verder nog zaken waar wij rekening mee moeten houden? Denk bijvoorbeeld aan communicatie met de omgeving, gevaren in het projectgebied of de beoordeling van effecten die reiken tot buiten het projectgebied? Is de voorgenomen ontwikkeling openbaar bekend? Antwoord: Ontwikkeling is openbaar, besluitvorming gemeenteraad heeft op 12 juli 2018 plaatsgevonden. De gemeente Nieuwkoop heeft Transformatie Paradijsweg natte kant als een project op de website geplaatst. Alle stukken staan op de website: www.nieuwkoop.nl 13.Mogen wij het quickscanrapport na oplevering en goedkeuring openbaar maken? Bijvoorbeeld door het rapport op onze website te plaatsen? Antwoord: ja.

14.Is er een bouwtekening van het gebouw aanwezig (indien relevant)? En zijn er andere technische tekeningen die relevant zijn? Kunt u deze meesturen? Antwoord: de visietekeningen zijn opgestuurd. We beschikken ook over de bestanden die kunnen ingelezen in een formaat voor GIS. Deze zullen we ook sturen. Let op verschalen!!!

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

32

BIJLAGE 6 - EFFECTENINDICATOR

De effectenindicator (Ministerie van Economische Zaken, 2017) is ingevuld voor Natura 2000-gebied ‘Nieuwkoopse plassen & De Haeck’ en voor werkzaaamheid ‘woningbouw’.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

33

BIJLAGE 7 - CV’S BETROKKEN ECOLOGEN

Pieter van Dam, BSc

Richard Notenboom, BSc

Bianca Wijnoltz, MSc

Functie: kwaliteitscontroleur

Functie: veldecoloog

Functie: veldecoloog en projectleider in opleiding

Relevante opleidingen:

Relevante opleidingen:

Relevante opleidingen:

- hbo Bos- en natuurbeheer aan Van Hall Larenstein

- hbo Landscape & Environment management aan

- wo master Biology aan de Universiteit Wageningen, met

met specialisatie natuur- en landschapstechniek.

Inholland te Delft met specialisatie Natuur, Landschap en Recreatie.

specialisatie

- mbo-4 Bos- en natuurbeheer aan het Wellantcollege te Gouda.

conservation and systems ecology. Ervaring:

- wo bachelor Biologie aan de Rijksuniversiteit Groningen met

Ervaring:

Richard is sinds 2016 in dienst bij Habitus. Direct in het eerste

dubbele

Pieter is sinds 2014 in dienst bij Habitus. Hij voert al sinds 2009

jaar heeft hij bewezen over grote kennis te beschikken van plant-

specialisatie mariene biologie en ecologie & evolutie.

quickscans uit en heeft daardoor ruime ervaring opgedaan met

en en vogels, zijn persoonlijke aandachtsgroepen. In 2016 heeft

deze dienst. Ook verricht hij al sinds 2009 soortgerichte onder-

hij onder begeleiding quickscans én nadere soortgerichte onder-

Ervaring:

zoeken

zoeken naar planten, vissen, weekdieren, reptielen, vogels en

Bianca is sinds juni 2018 in opleiding bij Habitus. Sinds 2018 ver-

en fauna-inventarisaties. Zijn persoonlijke aandachtsgroepen

vleermuizen uitgevoerd. Vanaf 2017 voert hij deze onderzoeken

richt zij quickscans onder begeleiding van Amber Heitman.

zijn vogels, vlinders, libellen en vleermuizen. Van de

zelfstandig uit. Van de volgende soortgroepen heeft hij bewezen

Tijdens haar opleidingen heeft zij een brede kennis opgedaan

volgende soortgroepen heeft hij bewezen over voldoende kennis

over voldoende kennis te beschikken om een ecologische effect-

over ecologie en mariene biologie. Ook heeft ze ervaring met

te beschikken om een ecologische effectenbeoordeling uit

enbeoordeling uit te voeren: grondgebonden zoogdieren, vleer-

invasieve,

te voeren en deze van anderen te beoordelen: grondgebonden

muizen, kevers, amfibieën, reptielen, vlinders, libellen, kreeften,

terrestrische landplanten. Ze heeft interesse in zeezoogdieren

zoogdieren, zeezoogdieren, vleermuizen, amfibieën, reptielen,

vogels, mossen en vissen. Van zeezoogdieren is zijn kennis nog

en landzoogdieren.

vlinders, libellen, kreeften, vogels, mossen en vissen.

te gering en voert hij geen effectenbeoordeling uit. Ook voert hij geen kwaliteitscontroles uit. Naast zijn functie als veldecoloog is

Benieuwd naar de persoonlijke waarnemingen die Pieter doet?

Richard excursiegids bij Boswachter & Co.

Zie dan zijn account op waarneming.nl. Professionele waarnemin-

Benieuwd naar de persoonlijke waarnemingen die Richard doet? Zie dan zijn account op waarneming.nl. Professionele waarnemingen worden ingevoerd via WrnPro.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

34

BIJLAGE 8 - RESULTATEN BUREAU- EN VELDONDERZOEK

Te verwachten soort op basis van bureau-onderzoek

a/m¹

Te verwachten functies²

Alpenwatersalamander

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt land-/overwinteringsbiotoop aanwezig, namelijk in de buurt van bos en/of houtwallen in het zuiden en oosten van Nederland met een voorkeur voor zandige leemgronden. Er zijn ook waarnemingen van kleine aantallen dieren, die de hele winter in het water verblijven. Het voortplantingswater is hooguit matig stromend en visarm.

Boomkikker

N.v.t.

N.v.t.

De boomkikker heeft een voorkeur voor een kleinschalig landschap, waar hij zich ophoudt in de struweelzone van bosranden, houtwallen en moerasgebieden. Vooral de zuidkant van braamstruwelen heeft de voorkeur. Voor de voortplanting dienen wateren met een goed ontwikkelde oever- en watervegetatie vlakbij te zijn. Dit zijn meestal niet te diepe poelen met een open ligging, veel zoninstraling, en vrijwel geen stroming. De dichtsbijzijnde waarneming ligt in de duinen, op circa 20 km afstand van het projectgebied. Er zijn daarnaast ondoordringbare barieres aanwezig, zoals sterk verstedelijkt gebied en (snel)wegen. De soort wordt daarom op basis van afstand uitgesloten.

Heikikker*

m

l

Er is geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiep, stilstaand, enigszins zuur (pH 4 tot 5,5) voedselarm water met oevervegetatie. Verder is er geschikt terrestrisch biotoop aanwezig binnen 300 meter van geschikt voortplantingswater waar de heikikker tijdens de actieve fase verblijft, zoals veengebieden met struweel en kruidenvegetatie. Er is geschikt overwinteringsbiotoop aanwezig in de vorm van vorstvrije plekken op het land, zoals (afgetrapte) slootkanten of bosschages in de nabijheid (500 meter) van terrestrisch- of voortplantingsbiotoop.

Kamsalamander*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig, zoals matig voedselrijk tot voedselrijk stilstaand, onbeschaduwd water met een goed ontwikkelde onderwatervegetatie. Deze wateren zijn veelal beek- of rivierbegeleidend en permanent waterhoudend. Daarnaast bevatten deze wateren geen vissen. Er is geschikt overwinteringsbiotoop aanwezig, namelijk niet kleinschalige landschappen met essentiële biotoopelementen zoals bospercelen, heggen, struwelen en houtwallen. Doordat er echter geen geschikt water aanwezig is, kan de soort worden uitgesloten. De soort komt voor in het zuiden, midden en oosten van het land.

Knoflookpad

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig zoals een poel in combinatie met extensief bewerkte akkers (zoals rogge- en zaadteeltakkers).

Poelkikker*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geschikt biotoop aanwezig, namelijk zwak zuur, onbeschaduwde wateren met een goed begroeide oeverzone, zoals vennen, poelen, watergangen in hoogveengebied of uiterwaarden. Ook worden er landschapselementen verwijderd of aangetast, zoals bosschages, struweel of hoger gelegen verlandingsvegetaties, waarin de poelkikker kan overwinteren. Echter komt de Poelkikker niet in Zuid-Holland voor en de dichtsbijzijnde waarneming is op ongeveer 11 kilometer. De soort kan daarom worden uitgesloten op basis van afstand.

Rugstreeppad*

m

v, l

Er zijn waarnemingen van de rugstreeppad bekend binnen twee kilometer van het projectgebied. Tussen het projectgebied en de bekende waarneming(en) bestaan geen onoverbrugbare barrières. Er is geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiepe wateren niet zuurder dan pH 5, die snel opwarmen, zoals ondiepe slootjes. Er is geschikt terrestrisch biotoop aanwezig zoals (teelt)akkers, kassen, muizen- of konijnenholen, pallets en tegels die kunnen dienen als zomerverblijfplaats. Verder zijn er (vorstvrije) hopen vergraafbaar zand, bosschages en struwelen aanwezig boven het grondwater die kunnen dienen als winterverblijfplaats.

Vinpootsalamander*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk grotere bos- en heidegebieden in Drenthe, Noord-Brabant en Limburg. Aan de samenstelling van het bos worden weinig eisen gesteld. Ze planten zich voort in heidevennen, bosvijvers en poelen. Ze vertonen hierbij een vrij grote tolerantie voor zuur water (tot pH 4).

Onderbouwing en locaties ³

Amfibieën (Ravon, z.d.a)

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

35

Kevers Gestreepte waterroofkever*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk onbeschaduwde, stilstaande wateren of zeer langzaam stromende wateren op veen- of zandgrond van 40 tot 160 cm diep met een maximaal kroosbedekkingspercentage van 5%. Veelal zijn klein kroos en veelwortelig kroos wel aanwezig. De onderwateroever mag wel door hoogopgaande oevervegetatie beschaduwd worden, zoals riet en grote lisdodde (EIS, 2005).

Vermiljoenkever*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk recent gestorven bomen (zowel liggende als staande) in vochtige tot natte bossen. De vermiljoenkever leeft vrijwel permanent achter de schors van net gestorven bomen (EIS, 2012). Ook lijkt het goed mogelijk dat de soort al in de provincies Utrecht en Zuid-Holland aanwezig is (EIS, 2018).

Vliegend hert*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt leefgebied aanwezig, namelijk oude eikenhakhoutbossen op zuidhellingen van (of in de buurt van) stuwwalen of eindmorenes. Klei- en kalkgebieden worden gemeden. Ook ontbreekt het aan eikenstobben, holle knoteiken, opgaande eiken of doorgeschoten hakhout aangetast door witrot (of eikenrot) die larven van het vliegend hert zouden kunnen herbergen. Specifiek met soorten zoals doolhofzwam, roodgerande houtzwam, eikevuurzwam, biefstukzwam of zwavelzwammen. Ook zijn geen sapbomen aanwezig waarop de paring plaats kan vinden (Huijbrechts, 2002, Chinery, 2010).

N.v.t.

N.v.t.

Enkel bekend uit een poel in Warnsborn nabij Arnhem. De soort komt in zoet en redelijk koel, zuurstofrijk water voor en werd (tot 1986) vooral gevonden in onvervuilde beken, rivieren en meren in het zuiden en oosten van het land. Dit biotoop is niet aanwezig in of nabij het projectgebied (Rivierkreeften.be, z.d.).

Beekrombout*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt uitsluipbiotoop aanwezig, namelijk oevervegetatie, holle oevers, boomwortels of stenen, meestal binnen enkele meters van het water van grotere beken en kleine rivieren. Op en rond deze wateren zijn de imago's te vinden. De eieren worden op het wateroppervlak afgezet. De larven leven ingegraven in de beek- of rivierbodem, op ondiepe, traag stromende plaatsen waar veel slib of fijn zand is afgezet.

Gevlekte witsnuitlibel*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig, namelijk laagveenmoerassen, vegetatierijke vennen en duinplassen. De larven leven tussen waterplanten in de verlandingszone. Het uitsluipen vindt plaats tot enkele decimeters hoogte in de oevervegetatie.

Groene glazenmaker*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig: stilstaande wateren met dichte krabbenscheervelden; plassen, sloten en petgaten in laagveengebieden en sloten in veenweidegebieden. De eitjes overwinteren in krabbenscheerplanten. De larven leven tussen de bladen van krabbenscheerplanten, meestal in dichte krabbenscheervegetaties. Het uitsluipen gebeurt ook op krabbenscheerplanten.

Rivierrombout*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig. Een geschikt larvenbiotoop bestaat uit zandige substraten in ondiepe, onbegroeide, stromingsluwe riviertrajecten. Net uitgeslopen imago’s drogen op in of nabij ruigtevegetaties in de directe nabijheid van de rivier. Ook oudere imago’s zijn in de nabijheid van de rivier te vinden. Vanwege de grote afstand tot de rivier (> 1 kilometer) wordt aanwezigheid van de soort uitgesloten.

Tonghaarmuts*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk vochtige, jonge wilgenbossen of jonge aanplant van zomereik. De soort komt voor op de schors van deze bomen en vaak gaat het om een enkel polletje op een tak (BWLG, 2007). Er is gericht gezocht naar tonghaarmuts, maar de soort is niet aangetroffen tijdens het veldbezoek.

Geel schorpioenmos*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals kalkarme maar ijzerrijke moerassen, blauwgraslanden of beekdalen met veel kwel. Vegetaties uit het Knopbiesverbond (09BA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. wateraardbei, zwarte zegge, moeraswalstro en egelboterbloem (Siebel & During, 2006).

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals kalkrijke akkers, braakliggende grond, bermen (open plekken) en omgewerkte kleiige waterkanten met o.a. akkerdistel (100%, n=3), haagwinde en kruipende boterbloem. De soort kan voorkomen op matig voedselrijke gronden die droog tot vochtig zijn en waarvan de zuurgraad zwak zuur tot matig zuur is. De soort verdraagt geen sterke beschaduwing.

Kreeften Europese rivierkreeft* Libellen (Vlindernet z.d. a)

Mossen

Planten (Dijkstra, 2017) Brede wolfsmelk*

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

36

Dreps*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieus's, voornamelijk uit klasse 30 van de akkergemeenschappen (30BA, 30AA en 30 BB) met begeleidende soorten zoals grote windhalm, zwaluwtong, korenbloem en akkerviooltje. Groeiplaatsen zijn onder andere akkers (wintergraanakkers en speltakkers), spoorwegen (spoorwegterreinen), braakliggende grond, wegranden (open plekken, in bermen van grote verkeerswegen), ruigten, ruderale plaatsen en storttereinen.

Drijvende waterweegbree*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk natte pioniermilieu's, zoals vennen, vijvers, beken, pas gegraven of regelmatig geschoonde poelen en sloten, afwateringskanaaltjes, duinplassen en/of kanalen. Vegetaties uit het Overkruidverbond (06AA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. drijvend fonteinkruid, knolrus en mannagras.

Glad biggenkruid*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieu's (30BB - Verbond van vingergras en naaldaar) met onder andere schapenzuring, gewone spurrie, zwaluwtong en gewoon varkensgras.

Grote leeuwenklauw*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieus's of natte pioniermilieu's, zoals bermen langs onverharde wegen (in de strook vlak langs de rijweg), akkers (graanakkers), waterkanten (rivieroeverwallen en sloothellingen), braakliggende grond, bij veevoerkuilen, dijken, tuinen en langs spoorwegen. Begeleidende soorten zijn o.a. akkerviooltje, zwaluwtong, vogelmuur en gewoon varkensgras. Vegetaties uit het Windhalmverbond (30Ba) of Naaldenkervelverbond (30Aa) ontbreken op de projectlocatie.

Groenknolorchis*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk zeeduinen (duinvalleien), afgravingen (kalk-, zand- en grindgroeven), moerassen (trilvenen, kalkmoerassen, veenmosrietland en aan de rand van rietland), heide (op veenmoskussens in heidemoeras), opgespoten grond (zand), plekken waar turf gestoken is en grasland (beekdal-blauwgrasland). Vegetaties uit het Knopbiesverbond (09BA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. watermunt, gewone waternavel, riet en kruipwilg.

Kleine wolfsmelk*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk droge storingsmilieu's zoals kalkrijke, vaak kleiige omgewerkte grond (pioniervegetatie) met onder andere zwaluwtong, akkerdistel, vogelmuur en gewoon varkensgras. Vegetaties uit het naaldekervelverbond (30AA) en verbond van duivekervel en kroontjeskruid (30AB) ontbreken op de projectlocatie.

Kruipend moerasscherm*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk open plekken aan oevers van beken, zoete kreken en, ondiepe poelen langs sloten aan de rand van veengebieden, zeeduinen (langs drinkpoelen, in binnenduinweiland en duinvalleien), grasland (extensief begraasde weiland en oud grasland), ijsbanen en uiterwaarden (langs beken en kleine rivieren). Enkel op matig voedselrijke bodems, vooral in het zuiden en oosten van het land. Vegetaties uit het Dwergbiezenverbond (29AA) ontbreken op de projectlocatie. Begeleidende soorten zijn o.a. fioringras, zomprus, pinksterbloem en moeraswalstro.

Muurbloem*

N.v.t.

N.v.t.

Deze soort wordt uitgesloten op basis van het ontbreken van geschikt biotoop, namelijk droge storingsmilieu's zoals muren of andere kunstmatige kalkrijke plaatsen met begeleidende soorten zoals muurvaren, muurleeuwenbek, gewoon muursterretje of plat beemdgras. Vegetaties uit het Verbond van klein glaskruid (21AA) ontbreken op de projectlocatie.

Ruw parelzaad*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals zonnige, open plaatsen op braakliggende grond of op open plekken langs oeverwallen met begeleidende soorten zoals akkerdistel (trefkans > 85%; n=26), duist, grote klaproos en akkerwinde. Vegetaties uit het naaldekervelverbond (30AA) en Windhalmverbond (30BA) ontbreken op de projectlocatie.

Wolfskers*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk bossen (open plekken en langs bospaden, bosranden, kapvlakten, brandvlakten), stenige plaatsen, ruderale plaatsen en braakliggende grond. Over begeleidende soorten is weinig bekend. In twee gevallen kwam kropaar als begeleidende soort voor.

Hazelworm*

N.v.t.

N.v.t.

In het projectgebied bevindt zich geen geschikt biotoop voor de hazelworm, namelijk warme, beschutte, halfopen terreinen met vochthoudende bodem zoals bosranden, open plekken in bossen, ruige heidevelden, kalkgraslanden, vestingwerken, bermen van wegen en spoorwegen. De soort komt niet voor in veengebieden.

Levendbarende hagedis*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geschikt biotoop aanwezig, namelijk vochtige heide of structuurrijke bermen en ruigten. De dichtsbijzijnde waarneming is op circa 30 kilometer en er zijn veel ondoordringbare barieres aanwezig, zoals stedelijk gebied en (snel)wegen. Deze soort kan daarom worden uitgesloten.

Reptielen (Ravon, z.d. b)

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

37

Muurhagedis

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk oude muren, steile, stenige zuidhellingen en rotswanden. De eieren van de muurhagedis worden afgezet tussen stenen of in zand. De waarnemingen van de muurhagedis beperken zich in Nederland van nature uitsluitend tot Maastricht.

Ringslang*

m

v, l

Er is geschikt leef- of voorplantingsbiotoop aanwezig, zoals waterrijke biotopen op veengronden. Daarnaast is er veel struweel en bos aanwezig. Ook komt de ringslang voor in agrarisch gebied en het projectgebied ligt in een agrarisch gebied. Verder zijn er broeihopen, zoals bladhopen, composthopen en mestvaalten aanwezig.

Zandhagedis*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig zoals (droge) heide of structuurrijke bermen/ruigten met open plekken (kaal zand).

Beekprik*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk relatief natuurlijke beken met een goede waterkwaliteit. De soort is beperkt tot de provincies Gelderland, Overijssel, Noord-Brabant en Limburg. De soort paait in de periode februari-mei op grindrijke plaatsen met stromend water.

Elrits*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, namelijk snelstromende rivieren en beken in Zuid-Limburg en in Gelderland op de oostflank van de Veluwe.

Grote modderkruiper*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt leefbiotoop aanwezig, namelijk ondiepe wateren met een dikke modderlaag en een uitbundige waterplantengroei. Ook zijn geen drooggevallen wateren aanwezig, waarin de soort enige tijd ingegraven in de modder kan overleven. Er is wel geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiepere warme delen van het water met waterplanten, overhangende takken of andere vormen van structuur. Er is ook een geschikt opgroeibiotoop voor juveniele dieren, zoals ondiepe plantenrijke oeverzones. De dichtsbijzijnde waarneming van de soort is echter op 14 kilometer afstand en bovendien is er geen geschikt leefbiotoop aanwezig. Hierdoor wordt de soort uitgesloten.

Vissen (Ravon, z.d. c)

Vlinders (Vlinderstichting z.d.b) Bruine eikenpage*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk kleine eikenboompjes die in de schaduw van hogere bomen groeien of jonge eikenopslag. Vaak worden de eitjes aan de zuidoostkant van de boompjes afgezet op een stam, tak of twijg met een gladde bast zonder korstmossen op een halve tot anderhalve meter hoogte. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: zandgronden met eiken in het binnenland en in de duinen. In het binnenland vliegt de soort bij bosranden, jonge eikenaanplant en open loofbossen. De soort vliegt bij gedrongen eikenstruweel, bij vrijstaande eikjes, in open eikenbossen en kapvlakten.

Grote vos*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, zoals voornamelijk iep, maar ook zoete kers en sommige wilgensoorten. De eitjes worden afgezet op de bovenste takken van hoge, vrijstaande bomen. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. Ook moeten er geschikte plaatsen zijn om te overwinteren, zoals holle bomen of stapels hout.

Iepenpage*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk diverse soorten iep, zoals gladde iep, ruwe iep en sommige cultivars. Het eitje wordt meestal afgezet in de kruin van de boom. Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk bloeiende en vruchtdragende bomen of op relatief jonge iepen. Geschikte bomen worden doorgaans gevonden in (vochtige) bossen, bosranden, parken en grotere tuinen.

Sleedoornpage*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikte waardplanten aanwezig, namelijk sleedoorn en enkele andere gecultiveerde Prunus-soorten (o.a. pruim). Geen geschikt biotoop aanwezig namelijk: struwelen met sleedoorn (waardplant) langs bosranden, weg- en spoorbermen, holle wegen en akkers, in parken én vrijstaande pruimen in tuinen. De gebruikte sleedoorns moeten geregeld verjongd worden door begrazing of door ze regelmatig te snoeien.

Teunisbloempijlstaart*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geschikte waardplanten aanwezig, namelijk wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart. Er is ook een strooisellaag aanwezig waarin de soort als pop overwintert. Er is ook geschikt biotoop aanwezig namelijk warme open plaatsen.Ze komen voornamelijk in het zuiden en oosten van het land voor. De dichtsbijzijnde waarneming is echter in Den Bosch, waardoor de soort op basis van afstand kan worden uitgesloten.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

38

Vogels (Vogelbescherming Nederland, z.d.) Boomvalk, buizerd, havik, wespendief en zwarte wouw*

m

N

Binnen het projectgebied en de directe omgeving (50 meter) zijn mogelijk horsten aanwezig van boomvalk, buizerd en havik. Het projectgebied biedt niet de juiste biotoop voor wespendief of zwarte wouw. Deze komen meer in bosgebieden voor. De boomvalk, buizerd en havik kunnen wel aanwezig zijn in het gebied en daarom zijn nesten hiervan niet uit te sluiten.

Gierzwaluw*

N.v.t.

N.v.t.

Binnen het projectgebied zijn geschikte gebouwen aanwezig: vaak oudere stadswijken of grotere gebouwen en in mindere mate nieuwe gebouwen. De gebouwen blijven echter staan.

Grote gele kwikstaart

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig, zoals beken en rivieren omzoomd door loofbos. De soort nestelt graag vlakbij stromend water in een nis in muur of onder een brug of bij boomwortels in oevers. Ze maken ook gebruik van speciale nestkasten. (Vogelbescherming Nederland, z.d.).

Huismus*

m

l

Binnen het projectgebied zijn geschikte gebouwen aanwezig, maar deze blijven behouden. Er worden geen dakgoten, dakpannen of daklijsten gesloopt. Er zijn meerdere (corniferen)hagen aanwezig in het projectgebied. Deze kunnen onderdeel uitmaken van de functionele leefomgeving. Het is nog onduidelijk of deze verwijdert worden.

Kerkuil, ransuil, steenuil*

m

N

Er zijn geen geschikte nestplaatsen aanwezig voor de kerkuil en steenuil, zoals een nestkast of schuur. Er worden oude kassen gesloopt of knotbomen aangetast die door de steenuil gebruikt kunnen worden. De kassen zijn wel geschikt voor de steenuil, maar in de omgeving zitten geen steenuilnesten. Daarom worden deze kassen niet gebruikt door de steenuilen. Roestbomen van ransuil zijn vaak naaldbomen, deze zijn beperkt aanwezig. De ransuil is daarom niet uit te sluiten in dit gebied.

Oeverzwaluw*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt nestbiotoop aanwezig, namelijk een kale zandige of lemige steilwand met insecten in de omgeving. Er is geen kans op vestiging indien er tijdens de werkzaamheden steilwanden ontstaan in de periode april-juni in de vorm van zanddepots en afgravingen.

Ooievaar*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen nestvoorziening voor de ooievaar aanwezig (ooievaarspaal). Ook zijn geen elektriciteitspalen met een ooievaarsnest aanwezig.

Roek*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen roeken waargenomen. Ook zijn er geen nestbomen aangetroffen binnen het projectgebied of in de omgeving hiervan.

Slechtvalk*

N.v.t.

N.v.t.

Nestgelegenheid ontbreekt: hoge gebouwen zoals torens of hoogspanningsmasten zijn niet aanwezig.

Sperwer*

m

N

Binnen het projectgebied en de directe omgeving (50 meter) is waarschijnlijk een horst aangetroffen van sperwer. Deze is aangetroffen in deelgebied 3. De sperwer broedt meestal in een dicht, jong bos met naaldbomen (fijnspar, lariks), het liefst in halfopen landschappen. Soms ook in de stad of in tuinen, in open boerenland in windsingels in bosjes en op erven. De boom waar dit nest in zit, blijft behouden.

Categorie 5-broedvogels met zeer ongunstige trend: ekster, eidereend, brilduiker, draaihals, ruigpootuil, tapuit*

m

N

Er zijn geen nesten van ekster aangetroffen, echter was het lastig om nesten te vinden in verband met het dichte bladerdak van bomen. Er zijn wel eksters in het gebied waargenomen. Nesten van eksters kunnen daarom niet worden uitgesloten. Er zijn geen kustduinen aanwezig waar de eider kan broeden. Er zijn geen oude, bestaande holten van vooral de zwarte specht (in den en beuk) waar de ruigpootuil gebruik van kan maken. De brilduiker broedt voornamelijk in landgoedbossen in het IJsseldal (tussen Zwolle en Deventer), hier ligt het projectgebied niet in. In het projectgebied ontbreken oude berken (op de Veluwe) met holtes waar de draaihals gebruik van maakt. Er zijn geen schrale heide- of stuifzandgebieden of duinen aanwezig met konijnenholen waar de tapuit tot broeden kan komen.

Vogels zonder jaarrond beschermd nest*

m

N

• • • • •

Er zijn veel bomen en bosschages aanwezig. Hier kunnen soorten zoals houtduif, merel, zanglijster, fitis, groenling en putter broeden In de oevervegetatie kunnen soorten zoals fuut, wilde eend, meerkoet, en knobbelzwaan broeden. Tussen de losse materialen (zoals houtstapels en afval) in het projectgebied kunnen soorten als witte kwikstaart en winterkoning broeden. Een pioniersoort zoals de kleine plevier wordt niet verwacht. Het projectgebied is niet open genoeg voor deze soort. De broedperiode voor bovenstaande vogels betreft: 1 februari t/m 31 december (RVO, 2017).

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

39

Weekdieren Bataafse stroommossel*

N.v.t.

N.v.t.

Geen geschikt biotoop aanwezig, de bataafse stroommossel prefereert gestructureerde grofzandige sedimenten en is daardoor grotendeels gebonden aan stromende wateren zoals rivieren, beken of wateren die in verbinding staan met de rivier. Na een korte parasitaire fase in de kieuwen van vissen (waaronder bijvoorbeeld elrits, ruisvoorn, kopvoorn en rivierdonderpad) graven juvenielen zich namelijk in in ondiepe delen waar geen opslibbing of overzanding plaatsvindt (Ministerie van Economische Zaken, 2015).

Platte schijfhoren*

m

l

Er is (helder) voedselrijk, stilstaand (of slechts zwakstromend) water aanwezig (ionenarm) met begroeiing van waterplanten, zoals bijvoorbeeld gele plomp en witte waterlelie. De soort wordt vaak in draadalg-vegetaties aangetroffen. Ook in andere vegetaties, zoals in wateren met krabbescheer. Daarnaast soms op de wortels van o.a. lisdodde en vergelijkbare oevergebonden planten. De soort leeft niet in verontreinigd of brak water (IvL & RHB, 2014, 2016). De soort wordt verwacht in de sloten bij deelgebied 4. Uitsluiten bij de sloten van de andere deelgebieden is lastig. Ten tijde van het veldbezoek waren deze sloten volgegroeid met algen. Dit kwam omdat het al meerdere weken circa 30 graden was. De sloten hebben waarschijnlijk wel een goede waterkwaliteit, want er groeide planten zoals de zwanenbloem, welke een indicatie zijn voor een goede waterkwaliteit.

Gewone dwergvleermuis*, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis

m

f,

Verblijfplaatsen: er worden geen werkzaamheden aan gebouwen verricht (sloop/renovatie). Geen effect. Essentiële vliegroute: er worden geen lijnvormige houtige elementen gekapt, watergangen gedempt of geblokkeerd. Geen effect. Essentieel foerageergebied: er worden geen bosschages en bomen gekapt, die mogelijk onderdeel zijn van een essentieel foerageergebied. Zie ook de vleermuischecklist in Bijlage 9.

Rosse vleermuis, watervleermuis, franjestaart, tweekleurige vleermuis

m

p,z,

Verblijfplaatsen: Er zijn bomen met holtes, loszittend schors of bedekt met klimop aanwezig in het projectgebied. Verder zijn er geen ondergrondse ruimten zoals groeven, forten of ijskelders aanwezig die kunnen dienen als winterverblijfplaats voor bijv. franjestaart. Er zijn geen hoge gebouwen aanwezig die geschikt zijn voor de tweekleurige vleermuis. Essentiële vliegroute: er worden geen lijnvormige houtige elementen gekapt, watergangen gedempt of geblokkeerd. Essentieel foerageergebied: er worden geen bosschages en bomen gekapt, die mogelijk onderdeel zijn van een essentieel foerageergebied. Zie ook de vleermuischecklist in Bijlage 9.

Vleermuizen

Zoogdieren (Zoogdiervereniging, z.d.) Bever*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig voor de bever, zoals moerasgebied, rivieren of meren omzoomd door broekbossen. Ook zijn geen sporen, zoals recente afdrukken gevonden en is er geen beverburcht aanwezig.

Boommarter*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen konijnen-, vossen- of dassenholen aanwezig binnen het projectgebied of binnen 50 meter afstand. Verder zijn geen inrottingsgaten, spechtengaten, eekhoornholen of gebouwen aan de rand van het bos aanwezig om als voortplantingsplaats te kunnen gebruiken.

Das*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen sporen aangetroffen, zoals burchten, haren of prenten, waaruit mogelijke aanwezigheid blijkt. Ook wordt geen essentieel foerageergebied of wissel aangetast die het functioneren van een burcht negatief kunnen beïnvloeden.

Eekhoorn*

N.v.t.

N.v.t.

Er zijn geen eekhoornnesten (bolvormige nesten) waargenomen binnen het projectgebied en 50 meter daarbuiten. Ook zijn geen geschikte boomholtes of spechtengaten aangetroffen die in gebruik zijn of gebruikt kunnen worden.

Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.

40

Gewone zeehond*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geen geschikt biotoop aanwezig voor deze soort. De gewone zeehond leeft voornamelijk in getijdengebieden waar plekken aanwezig zijn die bij eb droogvallen. Deze plekken zijn vooral te vinden langs zandige kusten, maar ook op met wier bedekte riffen, kiezelsteenstranden, zandplaten en stenen. Ze hebben een sterke voorkeur voor rustige plekken, zonder menselijke aanwezigheid. Een enkele keer komt een gewone zeehond (tijdelijk) voor bij riviermondingen of zelfs in (zoete) binnenwateren. De gewone zeehond is zeer gevoelig voor geluid, licht en trilling. De gevoeligheid voor optische verstoring is onbekend.

Noordse woelmuis*

N.v.t.

N.v.t.

Er is geschikt biotoop aanwezig, zoals rietland, moeras, extensief gebruikt weiland, periodiek overstroomde terreinen of natte grazige vegetaties. In gebieden zonder andere woelmuizen komt de soort ook voor in drogere biotopen, zoals wegbermen en zelfs in droog naaldbos.Echter zijn er andere muizensoorten aanwezig, waardoor de noordse woelmuis niet voorkomt.

Otter*

vm

l

Er is geschikt biotoop aanwezig, namelijk oeverzones met voldoende dekking en rust van allerlei soorten stromende wateren, zoals meren, plassen, rivieren, kanalen, beken en moerassen. Ook zijn er dichte oevervegetaties (o.a. riet), struwelen en bosschages of kunstmatige holten aanwezig die kunnen dienen als dagrustplaats.Er zijn geen eetplekken, loopsporen, wissels, krabheuveltjes, ottergeil of spraints aangetroffen. De dichtsbijzijnde otterpopulatie zit in de Nieuwkoopse plassen. Het zou wel mogelijk kunnen zijn dat de soort binnen tien jaar tijd naar de Langeraarsche Plassen uitbreidt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=12e34287-3319-4b91-9953-e6978f81d832