2021-025e 01. Toelichting deel 3 BP Paradijsweg westzijde fase 1 - juni 2020 bijlagen deel 2.pdf
Tekst van het document
Bijlage 4
Verleende (omgevings)vergunningen gemeente Nieuwkoop
Overzicht vergunningen: M-2014-0007
W-2014-0094
W-2014-0208
W-2015-0001
W-2015-0073
W-2015-0166
W-2016-0014
W-2016-0078
M-2016-0057
Sloopmelding voor slopen schuur aan de Paradijsweg 100 omgevingsvergunning voor het realiseren van een aanbouw aan de woning en het nieuw bouwen van een schuur op het perceel Paradijsweg 16 te Ter Aar. Kadastraal bekend in de gemeente: Ter Aar, sectie: A, nummer: 5424. Melding voor de aanleg van een gesloten bodemenergiesysteem aan de Paradijsweg 102 omgevingsvergunning voor het bouwen van een recreatiewoning met berging op het perceel Paradijsweg 102A. Kadastraal bekend in de gemeente: Ter Aar, sectie: A, nummer: 8332. omgevingsvergunning voor het vernieuwen van het dak van een recreatiewoning op het perceel achter Paradijsweg 76 aan de Langeraarse plas. Kadastraal bekend in de gemeente: Ter Aar, sectie: A, nummer: 5508 en 5509. omgevingsvergunning voor het uitbreiden van het woonhuis op het perceel Paradijsweg 74 in Ter Aar. Kadastraal bekend in de gemeente: Ter Aar, sectie: A, nummer: 5510. omgevingsvergunning voor het vervangen van een schuur op het perceel Geerweg 28 te Ter Aar. Kadastraal bekend in de gemeente: Ter Aar, sectie: A, nummer: 6540. omgevingsvergunning voor: het laten zitten van de fundering van de schuur inclusief vloer op het perceel Paradijsweg 102 te Ter Aar. Sloopmelding voor het
W-2016-0118
W-2016-0182
M-2016-0090
M-2016-0092
M-2016-0096
M-2016-0102
M-2016-0149
W-2016-0352
W-2017-0020
M-2017-0016
W-2017-0078
M-2017-0021
verwijderen van asbest aan de Paradijsweg 80 een omgevingsvergunning voor: het bouwen van een nieuwe woning op het perceel Paradijsweg 80 te Ter Aar. Kadastraal bekend in de gemeente: Ter Aar, sectie A, nummer 5590. een omgevingsvergunning voor: het vervangen van twee bruggen op het perceel Paradijsweg ter hoogte van nrs. 48 en 68 te Ter Aar. Kadastraal bekend in de gemeente: Ter Aar, sectie A, nr. 8546. Sloopmelding voor het verwijderen van asbest aan de Paradijsweg 44 en 46 Sloopmelding voor het verwijderen van asbest aan de Geerweg 28 Sloopmelding voor het verwijderen van asbest aan de Paradijsweg 38 Sloopmelding voor het slopen van een woonhuis aan de Paradijsweg 80 Sloopmelding voor het vervangen van een asbesthoudende beschoeiing aan de Smidskade 9 Omgevingsvergunning voor het aanbrengen van een gestuurde boring op een ongenummerd perceel aan de Paradijsweg Omgevingsvergunning voor het brandveilig gebruiken van een zorgboerderij aan de Paradijsweg 4 Sloopmelding voor het verwijderen van asbesthoudende platen aan de Paradijsweg 26 een omgevingsvergunning voor: het bouwen van een agrarische bedrijfsruimte op het perceel Paradijsweg 68 te Ter Aar. Kadastraal bekend in de gemeente: Ter Aar, sectie: A, nummer: 7546. Sloopmelding voor het slopen
Gevraagde activiteit bleek na beoordeling vergunningsvrij.
M-2017-0041
W-2017-0205
W-2017-0289
W-2018-0055
W-2018-0169
W-2018-0231
van 2 bruggen aan de Paradijsweg nabij 48 en 68 Sloopmelding voor het verwijderen van asbesthoudende platen aan de Paradijsweg 4 een omgevingsvergunning voor het gebruiken van de woning met de bestemming recreatie als reguliere woning op het perceel Geerweg 16 te Ter Aar. Aanvraag omgevingsvergunning voor het tijdelijk bijplaatsen van een woonunit aan de Paradijsweg 4 Aanvraag wijzigen gevelindeling houten kozijnen wijziging. Smitskade 9A
Omgevingsvergunning voor het realiseren van een recreatiewoning aan de Paradijsweg 94A Vooroverlegplan voor het herinrichten van het erf aan de Smidskade 9A
Aanvraag is ingetrokken door aanvrager
Principestandpunt (negatief voor aanvrager) kenbaar gemaakt
Rapportage ecologische quickscan
Paradijsweg Ter Aar Gemeente Nieuwkoop
Projectleider
Kwaliteitscontrole
B. Brandt, BSc
P. van Dam, 22 augustus 2018
Rapportage
Paraaf
B. Wijnoltz MSc Rapport LAAR2018-1 In opdracht van
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport
Marly Beckfeld
(inclusief foto’s) is enkel toegestaan onder vermelding van de bron en na toestemming van de eigenaar (opdrachtgever).
Organisatie Gemeente Nieuwkoop
Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Habitus natuur & landschap geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten-
Contactpersoon quickscan
van dit onderzoek of door toepassing van de adviezen.
Amber Heitman MSc 06-45901203 amber@habitus.nl
Correspondentieadres: Tolnasingel 1 / 2411 PV / Bodegraven Kvk-nummer: 61229628 / Btw-nummer: NL854262301B01
Opleverdatum 23 augustus 2018
Rekeningnummer: NL14ABNA0494577894 www.quickscan-flora-en-fauna.nl
Quickscan is een onderdeel van Habitus natuur & landschap www.habitus.nl
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
2
INHOUDSOPGAVE
INLEIDING EN ONDERZOEK
2.
PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN
3.
RESULTATEN
4.
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN
8
10 17
21
BRONNENLIJST BIJLAGEN
4
1.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
22
3
1. INLEIDING & ONDERZOEK
1.1 Aanleiding
Dit rapport dient voor de initiatiefnemer als bewijs-
De deelnemers van de herontwikkeling kassen
stuk dat een ecologische quickscan is verricht.
zijn voornemens een gebied aan de Paradijsweg Ter Aar te herontwikkelen.
1.3 Criteria Op deze ecologische quickscan zijn de volgende
De quickscan wordt aangevraagd in het kader van een nieuw op te stellen bestemmingsplan. Daarom dient onderzocht te worden of met de voorgenomen
ruimtelijke
ontwikkeling
criteria van toepassing:
•
sprake
is van overtreding van de geldende natuurwet en regelgeving. Indien er geen overtredingen
Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de
•
Rijksdienst voor ondernemend Nederland. Het onderzoek is uitgevoerd door een on-
worden verwacht, kan de ontwikkeling vanuit de
afhankelijk adviesbureau. Habitus natuur
ecologie zonder beperkingen doorgang vinden.
& landschap verklaart hierbij geen enkel
Indien er vervolgonderzoek wordt geadviseerd,
belang te hebben bij de uitkomst van het
kan een voorgenomen ontwikkeling doorgaans
onderzoek. Ook heeft iedere vaste medew-
nog steeds doorgang vinden als een ontheffing
erker de ethische gedragscode ondertek-
of vergunning kan worden verkregen. 1.2 Doel en centrale vraag
•
end en beloofd hiernaar te handelen. De resultaten zijn op een efficiënte wijze verkregen, dat wil zeggen dat er een ade-
In deze ecologische quickscan wordt een voorge-
quate verhouding bestaat tussen kosten in
nomen ontwikkeling getoetst aan de Wet natu-
relatie tot de geleverde resultaten.
urbescherming. De centrale vraag luidt: Zijn de voorgenomen werkzaamheden in strijd met de becherming van houtopstanden, de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming (Wnb) of provinciaal beleid? En welke vervolgstappen dienen genomen te worden voor met de uitvoering gestart kan worden?
Toelichting op de afbeelding Impressie projectgebied: deelgebied 4, ter hoogte van perceel 40 en 38, zicht in noordoostelijke richting.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
4
• •
De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. De conclusie en aanbevelingen (inclusief vervolgstappen) van het onderzoek zijn duidelijk voor de opdrachtgever.
• •
gestelde soorten staan in bijlage 3. 1.4.2 Gebiedsbescherming en provinciaal beleid Voor gebiedsbescherming wordt getoetst aan de vol-
Het
• •
onderzoek en
voldoet
aan
kwaliteitseisen
de
interne
van
Habitus
gende onderdelen van de Wet natuurbescherming: Natura 2000-gebieden (artikel 2.7) Bijzondere nationale gebieden.
habitus.nl/EisenEcologischOnderzoek. Voor het opsporen, vangen (met toegestane vang-
Daarnaast wordt getoetst aan provinciaal beschermde
middelen) of bemachtigen van beschermde
gebieden, beschermd via de Wet Ruimtelijke Ordening.
dier- of plantensoorten is een geldige ontheffing aanwezig. Dit onderzoek is maximaal drie jaar geldig na de opleverdatum (zie colofon). 1.4 Reikwijdte Onderstaand is beschreven aan welke wetten, artikelen en aan welk beleid de voorgenomen werkzaamheden worden getoetst in deze quickscan. 1.4.1 Soortbescherming Er wordt getoetst aan de volgende verbodsbepaling uit de Wet natuurbescherming: •
Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1)
•
Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5)
•
Andere soorten (artikel 3.10)
•
Zorgplicht (artikel 1.11).
Vrijgestelde soorten zijn niet beoordeeld, want door de vrijstelling is er geen kans op het overtreden van de Wet natuurbescherming bij de geplande ruimtelijke ontToelichting op de afbeelding
bijlage 2 zijn de beschermde soorten te vinden. De vrij-
beoordeeld worden door het bevoegd gezag.
natuur & landschap. Bekijk deze op https://
•
In bijlage 1 zijn de verbodsartikelen opgenomen. In
De kwaliteit van het natuuronderzoek kan
proces-
•
met vrijgestelde soorten rekening te houden.
wikkeling. Wel worden maatregelen voorgesteld om
Het betreft gebieden die in de Verordening Ruimte zijn aangewezen, zoals:
• • •
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Belangrijke weidevogelgebieden/weidevogelleefgebied Strategische reservering natuur.
Indien uit de toetsing naar voren komt dat er mogelijk sprake is van een overtreding, dan is nader onderzoek vaak benodigd. Hierbij valt te denken aan een soortgericht
onderzoek
of
een
NNN-toetsing.
Deze
nadere onderzoeken maken geen onderdeel uit van dit vooronderzoek. Ook wordt er een vogeltoets uitgevoerd. Er wordt gekeken of er in de nieuwe situatie een toename in vogels kan ontstaan. Dit is nodig omdat het gebied vlakbij Schiphol ligt. Er wordt dan gekeken of er een fauna-effect studie nodig is. 1.4.3 Bescherming van houtopstanden
Impressie projectgebied: takkenbossen bieden schuilplekken voor diverse muizensoorten, reptielen en amfibieën.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
5
Indien er houtopstanden gekapt worden, wordt aangegeven of de Wnb wordt overtreden (artikel4.2). Daarbij wordt aangeven of een melding noodzakelijk is, of het wel/niet buiten de bebouwde kom valt, of er een herplantplicht geldt (artikel 4.3) of dat er een gemeentelijke kapvergunning moet worden aangevraagd en welke vervolgstappen hierbij noodzakelijk zijn. Wij vragen geen kapvergunning aan.
• • • •
verspreiding dispersie-afstand mate waarin een soort onderzocht is aanwezigheid van obstakels.
Obstakels kunnen het projectgebied mogelijk isoleren, zoals snelwegen en grote wateren. Het uitsluiting van soorten wordt altijd beargumenteerd in bijlage 8.
1.5 Werkwijze De ecologische quickscan bestaat uit een bureau-onderzoek, een veldonderzoek en een toetsing. Daarna volgen de conclusie en de aanbevelingen. Hieronder volgt per onderdeel een toelichting op de methode.
1.5.2 Gebiedsbescherming De begrenzingen van beschermde (beleids)gebieden worden via provinciale kaartmachines geraadpleegd,
1.5.1 Soortbescherming
dit is altijd de meest actuele stand van zaken. Via de website kunnen diverse provinciale kaartmachines vlot
Als eerste wordt het bureau-onderzoek uitgevoerd. Hieruit volgt een lijst met soorten die in de omgeving
geraadpleegd worden.
aanwezig zijn. Deze lijst is weergegeven in bijlage 8 en is een samenstelling van:
De effectbeoordeling voor Natura 2000-gebieden wordt verricht door de effectenindicator in te vullen. Eerst
• •
Soorten die naar voren komen uit een analyse van de NDFF. Er wordt standaard gekozen voor een
wordt de meest passende activiteit gekozen, daarna beoordeeld de ecoloog of de effecten compleet zijn
tijdreeks van vijf jaar en een afstand van vijf kilometer rond de grens van het projectgebied. Alle waar-
én of een effect relevant is voor de voorgenomen ontwikkeling. De informatie over de ontwikkeling wordt
nemingen van soorten met relevant gedrag worden bekeken en beoordeeld.
aangeleverd door de opdrachtgever (zie bijlage 5).
Soorten die niet uit te sluiten zijn op basis van verspreiding. Deze zijn weergegeven met een *. Dit
De effectbeoordeling voor Natuurnetwerk Nederland en andere relevante beleidsgebieden wordt uitgevoerd
betreft soorten die zeer mobiel zijn (zoals rivierrombout), vrij algemeen voorkomen (zoals de gewone
door de effecten op het beheertype en/of kenmerkende soorten te bepalen. Zo kan bepaald worden of de
dwergvleermuis) of soorten waarvan vestiging in de nabije toekomst verwacht wordt (zoals de bataafse
wezenlijke kenmerken en waarden aangetast worden. Hierbij wordt op basis van bronnen of expert judge-
stroommossel).
ment beoordeeld of een effect te verwachten is.
Na het bureau-onderzoek wordt een veldonderzoek uitgevoerd. Hierbij wordt door een deskundig ecoloog
1.5.3 Toetsing, conclusie en aanbevelingen
onderzocht of er geschikt biotoop aanwezig is voor beschermde soorten. Dit wordt onderzocht aan de hand
Nadat alle benodigde informatie over soorten en gebieden is verzameld, wordt getoetst aan de
van een lijst met alle beschermde soorten, dus niet alleen de soorten die uit het bureau-onderzoek komen. Er
natuurwet- en regelgeving zoals gespecificeerd in paragraaf 1.4. Dit wordt gedaan door de effect-
kunnen namelijk altijd soorten in het projectgebied aanwezig zijn, die niet uit het bureau-onderzoek komen.
en van de werkzaamheden (zie paragraaf 2.2) op de (mogelijk) aanwezige beschermde soorten
De beoordeling van de biotoop wordt uitgevoerd op basis van de kennis van de ecoloog, eventueel aangevuld
jke overtreding wordt geadviseerd hoe hiermee kan worden omgegaan. Het uitgangspunt hier-
met een literatuurstudie, welke wordt vermeld in de bronnenlijst. Daarnaast wordt gezocht naar individuen,
bij is dat een overtreding wordt voorkomen (door een aangepaste werkwijze) of pas kan worden
sporen of verblijfplaatsen van beschermde soorten, zoals (poot)afdrukken, holen, haren, braakballen, wissels
begaan na ontvangst van een ontheffing of vergunning. Als een soort mogelijk aanwezig is en over-
en uitwerpselen. Alle aangetroffen geschikte biotopen, individuen, sporen en verblijfplaatsen worden in het
treding op deze soort niet kan worden uitgesloten, dan wordt nader onderzoek geadviseerd. In een
veld geregistreerd met Waarneming Pro (WrnPro) en in het rapport weergegeven (zie Fig.4. in paragraaf 3.2).
enkel geval zal er voldoende informatie aanwezig zijn om direct een ontheffing of vergunning aan te
en gebieden te bepalen. Op basis van de toetsing worden aanbevelingen gedaan. Per mogeli-
vragen, dan zal uiteraard geen nader onderzoek geadviseerd worden. Als de ecoloog tijdens het veldonderzoek geschikt biotoop heeft gevonden voor een bepaalde soort, maar twijfelt of deze soort op de betreffende locatie voor kan komen, dan wordt vastgesteld of de soort wel of niet
Daarnaast worden bovenwettelijke maatregelen voorgesteld, die een bijdrage kunnen leveren aan de
in het projectgebied voor kan komen door te kijken naar:
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
6
biodiversiteit van de omgeving. Deze quickscan is opgesteld om aan de wettelijke eisen uit de geldende natuurwetgeving te voldoen. Echter, ook niet beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te behouden. Er zijn vaak ecologische kansen aanwezig voor een waardevolle verhoging van de plaatselijke biodiversiteit. Biodiversiteitsverhogende maatregelen zijn vaak eenvoudig te realiseren. Wij vinden het belangrijk om ook niet beschermde natuurwaarden en mogelijke ecologische kansen te benoemen. Er wordt altijd een duidelijk onderscheid gemaakt in wettelijke eisen en bovenwettelijke maatregelen.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
7
2. PROJECTGEBIED & WERKZAAMHEDEN 2.1 Huidige situatie
2.2 Werkzaamheden en planning
Het projectgebied ligt aan de Paradijsweg Ter Aar en is en is gelegen in de provincie Zuid-Holland. Het project-
In het projectgebied worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd:
gebied kan worden ingedeeld in zes deelgebieden. De begrenzing van de deelgebieden is weergegeven in
1. slopen van kassen en het omvormen van akkers met meerjarige teeltgewassen;
Figuur 1. In de huidige situatie bestaat het projectgebied uit woonhuizen met tuinen, moestuinen, kassen,
2. kappen van enkele bomen/beplanting rondom erven/tuinen om de woonkavels te
weilanden, sloten en bosschages. De omgeving van het projectgebied bestaat uit grasland, sloten, wegen en
realiseren.
bebouwing. De werkzaamheden bepereken zich tot het hele projectgebied (zwartomrand in onderstaande
3. bouwen van 40 tot 45 woonhuizen;
kaart).
4. verbreden van verbindingssloten en aanleggen natuurvriendelijke oevers; 5. aanleggen van recreatieve voorzieningen, zoals een zomertrainingsbaan voor de ijsvereniging, aanlegsteigers voor zeilen en surfen; 6. aanleggen van ontsluitingswegen; 7. ontwikkelen van nieuwe natuur met kruiden- en faunarijk grasland, bomen, struweel en riet. Een kaart van de toekomstige situatie is ook weergegeven op de afbeelding in Bijlage 4.Op basis van de aangeleverde informatie (zie Bijlage 5) wordt verwacht dat er sterke trillingen en harde geluiden plaats zullen vinden tijdens de sloop- en woningbouwwerkzaamheden. Er wordt in de uitvoerings- en realisatiefase geen extra verlichting geplaatst ten opzichte van de huidige situatie. Er wordt niet gewerkt tussen zonsondergang en zonsopgang. Er zal zo min mogelijk water onttrokken worden, in verband met de veenbodem. Er zal geen water worden opgespoten. Er wordt in het water of langs de oever gewerkt tijdens het verbreden van de sloten en het aanleggen van natuurvriendelijke oevers. Er zullen zanddepots ontstaan wanneer de wegen worden aangelegd.
Algemene opmerking: Indien er een wijziging plaatsvindt in het plan of de uitvoering, dient de effectbeoordeling opnieuw uitgevoerd te worden. Dit geldt in het bijzonder voor (extra) licht, geluid, trillingen of nachtelijke werkzaamheden. Dit geldt ook in gevallen waarbij het werkterrein groter wordt, werkroutes wijzigen of op andere plekken wordt gewerkt binnen het projectgebied, zoals een watergang, bosschage of oever.
Figuur 1: het projectgebied met bijbehorende deelgebieden (PDOK, 2016). Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
8
De deenemers aan de herontwikkeling zijn voornemens om in een periode van max. 10 jaar (de looptijd van het nieuwe bestemmingsplan) ca. 10 ha kassen te slopen en om te stoppen met de teelt van ca. 2,5 ha. met meerjarige gewassen. In de nieuwe situatie worden tussen de 40 en 45 woningen gebouwd met bouwpercelen van maximaal 1.500 m2 per kavel. In deelgebied 6 komt hooguit 1 woning en in deelgebieden 4&5 samen maximaal 5 woningen. De overige woningen worden gebouwd in deel 1,2 en 3 ten zuiden van het Kerkpad. Het vrijkomende terrein wordt verder ingericht met ontsluitingswegen en natuur / groen. Het natuurdoeltype wordt kruiden- en faunarijk grasland. Waar mogelijk worden enkele scheidingssloten verbreed en natuurvriendelijke oevers aangelegd. In deelgebied 6 komen meer recreatieve voorzieningen. Denk daarbij aan een zomertrainingsbaan voor een ijsvereniging en aanlegsteigers voor surfen en zeilen. In deelgebied 6 is ook ruimte voor de uitbreiding van een zorghotel en mogelijk een wat grotere bed- & breakfast. Deelgebied 4 en 5 (gedeeltelijk) liggen in een LIB (Luchthaven IndelingsBesluit) categorie 5. Deelgebied 5 (klein deel) en deelgebied 6 liggen in LIB 4, een zwaardere categorie. Daarom zijn daar bijna geen woningen gepland. Daar zijn alleen natuur en recreatieve ontwikkelingen voorzien.
Toelichting op de afbeelding Impressie projectgebied: in deelgebied 3 is een waarschijnlijk sperwernest aanwezig.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
9
3. RESULTATEN
3.1 Beschermde gebieden
Tabel 1: afstanden van het projectgebied tot beschermde gebieden
In de provincie Zuid-Holland zijn de volgende
Beschermd gebied
Afstand tot projectgebied (in meters)
Natura 2000-gebied 'Nieuwkoopse plassen & De Haeck'. Habitatsoorten: Zeggekorfslak, gestreepte waterroofkever, bittervoorn, rivierdonderpad, meervleermuis, noordse woelmuis, groenknolorchis, platte schijfhoren. (Niet-)broedvogelsoorten: roerdomp, purperreiger, zwartkopmeeuw, zwarte stern, snor, rietzanger, grote zilverreiger, kolgans, smient en krakeend.
5800
Natuurnetwerk Nederland Beheertype: N04.02 Zoete plas, N05.01 moeras, N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. N17.05 Wilgengriend
250
Ecologische verbindingszone Ambitieniveau: 3
0
gebied aangegeven ten opzichte van beschermde gebieden. Binnen het projectgebied bevinden
Belangrijk weidevogelgebied (of weidevogelleefgebied)
350
Strategische reservering natuur
13.000
beschermde gebieden relevant:
• • • •
Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Belangrijk weidevogelgebied of weidevogelleefgebied Strategische reservering natuur of nieuwe natuur.
In de figuren 2 en 3 is de ligging van het project-
zich geen gebieden behorend tot Natura 2000. Binnen het projectgebied bevinden zich ook geen
gebieden
behorend
tot
Natuurnetwerk
Nederland (NNN) of gebieden aangeduid als ‘Belangrijk weidevogelgebied’ of ‘Strategische reservering Natuur’.
Het projectgebied ligt wel in
een ecologische verbindingszone. In Tabel 1 zijn deze afstanden benoemd. Naast beschermde gebieden ligt het projectgebied ook in een karakteristiek landschap. Het ligt namelijk in een klein, oud veenweidelandschap. Het landschapspatroon van smalle, langgerekte kavels afgewisseld met slootjes langs de veenplas is hier goed zichtbaar (LOP, 2010)
Algemene opmerking: Een grote afstand tussen het projectgebied en een beschermd gebied betekent niet dat negatieve effecten per
definitie
uitgesloten
kunnen
worden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een negatief effect op soort die buiten een beschermd gebieden
Toelichting op de afbeelding Impressie projectgebied: deelgebied 2.
verblijft of van depositie. Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
10
Figuur 2: ligging projectgebied (rode ovaal) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (zalm,
Figuur 3: ligging projectgebied (rode ovaal) ten opzichte van NNN-gebieden (donkergroen en blauw), belangrijke
blauw en groen gearceerd) en gebieden gemarkeerd als strategische reservering natuur
weidevogel(leef )gebieden (lichtgroene kleur) en ecologische verbindingzones (roze op de kaart; Provincie Zuid
(bruin gearceerd;
Holland, 2018).
3.1.1 Effecttoetsing beschermde gebieden De afstand tot depositiegevoelige Natura 2000-gebieden (inclusief habitatsoorten) is groter dan 5000
fecten is in het huidige project geen sprake aangezien het Natura 2000-gebied daarvoor op een
meter. De aard van de activiteit geeft reden om depositie-effecten van NOx of NH3 te verwachten, maar door
te grote afstand ligt. De effecten zullen zeker niet tot het Natura 2000-gebied reiken. Er is ges-
de afstand tussen het projectgebied en het dichtsbijzinde Natura-2000 gebied, worden depositie-effecten
chikt biotoop in het projectgebied aanwezig voor zowel habitatsoorten als (niet)broedvogels.
uitgesloten. De depositie zal in de nieuwe situatie minder worden, omdat er circa 10 hectare aan glas-
Vanwege de afstand tot het dichtsbijzijnde Natura-2000 gebied, worden effecten op de groen-
bouw en circa 2 hectare aan open grondteelt verdwijnt. Hiervoor komen wel tussen de 40-45 woningen
knolorchis,
terug, maar dit zijn gasloze woningen. Hierdoor ontstaat er een aanzienlijke vermindering van gasver-
Effecten op de anderige habitat- en (niet)broedvogelsoorten kunnen worden uitgesloten.
bruik.
Het dichtsbijzijnde NNN-gebied ligt op 250 meter. Er vindt geen ruimtebeslag plaats op een NNN-gebied. De
platte
schijfhoren,
zeggekorfslak
en
de
gestreepte
waterroofkever
niet
verwacht.
werkzaamheden zullen niet leiden tot externe werking op een NNN-gebied, noch zullen ze negatieve effecten De effectenindicator Natura 2000-gebieden (Ministerie van Economische Zaken, 2017; Bijlage 6) geeft aan
op kwalificerende soorten veroorzaken. Negatieve effecten kunnen daarom worden uitgesloten. Het project-
dat mogelijke effecten van ‘woningbouw’ op Natura 2000-gebied ‘Nieuwkoopse plassen & De Haeck’ worden
gebied ligt in een ecologische verbindingszone van ambitieniveau 3. Deze zone is nu nog niet aanwezig.
veroorzaakt
Door dit project zal deze verbindingszone worden gerealiseerd.
door
oppervlakteverlies;
versnippering;
verontreiniging;
verdroging;
verstoring
door
geluid, licht en trilling; optische verstoring en verstoring door mechanische effecten. Van deze ef-
Er vindt geen ruimtebeslag plaats op een belangrijk weidevogelgebied of strategische reservering
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
11
3.2 Beschermde soorten Het bureau-onderzoek is uitgevoerd op 2 augustus 2018, voorafgaand aan het veldonderzoek. Het veldonderzoek heeft eveneens op 2 augustus 2018 plaatsgevonden. Beide deelonderzoeken zijn verricht door een deskundige ecoloog, namelijk Richard Notenboom en Bianca Wijnoltz. In Bijlage 7 zijn de cv’s van de veldecoloog, projectleider en kwaliteitscontroleur opgenomen om deze deskundigheid aantoonbaar te maken. Tijdens het veldbezoek was het droog, circa 28 graden,zonnig en stond er een windkracht van circa 3 Bft vanuit de richting zuidoost. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek zijn niet van invloed op de potentiebepaling (zie ook par. 1.5). Wel kunnen de weersomstandigheden van invloed zijn op de aangetroffen soorten. De potentiebepaling blijft daarom leidend. Omdat ook de omgeving beïnvloed kan worden door de voorgenomen ontwikkeling, is deze ook meegenomen in de beoordeling tot zo ver de invloedssfeer van het project reikt.
Algemene opmerking: In de tabel op de volgende pagina staan enkel de soorten waarvoor een overtreding verwacht wordt of een effect niet uitgesloten kan worden. Hier hebben we voor gekozen om de leesbaarheid te vegroten. De soorten waarvoor geen effect verwacht wordt, zijn opgenomen in Bijlage 8. Daar is dus een nadere onderbouwing te vinden over waarom een soort uitgesloten is.
In Tabel 2 is te zien welke soorten (mogelijk) in het projectgebied voorkomen en welke functies er verwacht worden. Ook is weegegeven welke ecologische risico’s dit project met zich meebrengt met betrekking tot de Wet natuurbescherming (Wnb). De soorten genoemd in de tabel worden zowel op basis van het bureau- als veldonderzoek verwacht. Soorten die wel uit het bureauonderzoek komen maar op basis van het veldbezoek zijn uitgesloten, zijn te zien in Bijlage 8. Wij hechten grote waarde aan de controleerbaarheid van onze beoordeling. Daarom zijn na Tabel 2 de relevante waarnemingen van aanwezige soorten en/of de geschikte biotopen weergegeven in Figuur 6. In Bijlage 11 zijn relevante foto’s van het veldbezoek opgenomen.
Toelichting op de afbeelding Impressie projectgebied: takkenhopen bieden schuilgelegenheden voor reptielen zoals de ringslang en diverse muizen-
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
12
Tabel 2: relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Bijlage 8 voor een totaaloverzicht van de beoordeelde soorten. Zie Bijlage 11 voor relevante foto’s.
Toelichting op Tabel 2 Onderstaand
is
onderbouwd
waarom
bepaalde
werkzaamheden tot welke overtredingen van de Wet Natuurbescherming kunnen leiden. Er is kans dat er nesten van vogels met en zonder jaarrond beschermd nest aanwezig zijn in het projectge-
Resultaten
Toetsing aan de Wnb
Te verwachten soort op basis van bureauen veldonderzoek
a/m¹
Te verwachten functies²
Onderbouwing en locaties
Werkzaamheid³
Kans op overtreding Wnb4
Vogels zonder jaarrond beschermd nest
m
N
•
2 t/m 6
Artikel 3.1 lid 1,2 en 4 en
• •
bied. Wanneer er broedende vogels aanwezig zijn in het projectgebied ten tijde van deze werkzaamheden worden deze nesten mogelijk verstoord of vernietigd en raken er exemplaren gewond of worden gedood. Dit is een overtreding van artikel 3.1 en/of artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming.
• Boomvalk, buizerd, havik, wespendief en zwarte wouw*
m
Huismus
m
Ransuil
m
N
De
bomen hier blijven behouden, maar de werkzaam-
2
l
Binnen het projectgebied zijn geschikte gebouwen aanwezig, maar deze blijven behouden. Er worden geen dakgoten, dakpannen of daklijsten gesloopt. Er zijn meerdere (corniferen)hagen en andere groenblijvende struiken aanwezig in het projectgebied. Deze kunnen onderdeel uitmaken van de functionele leefomgeving. Het is nog onduidelijk of deze verwijderd worden.
2,5 en 6
N, R
Roestbomen van ransuil zijn vaak naaldbomen, deze zijn beperkt aanwezig. De ransuil is daarom niet uit te sluiten in dit gebied. Ook nesten worden niet uitgesloten.
2,5 en 6
heden kunnen wel zorgen voor een verstoring van de broedende sperwer. Ook dit is een overtreding van de Wet natuurbescherming. Het is onbekend of de corniferenhagen in het projectgebied worden verwijderd. Deze hagen maken deel uit van het leefgebied van de huismus. Als deze hagen verwijderd worden, dan is er kans dat het leefgebied van de huismus kleiner wordt. Dit kan dan het broedsucces
gebied. Bij werkzaamheden 3 tot en met 6 kunnen de amfibieën
aanwezig
werkzaamheden
zijn
kunnen
op
het
terrein.
individuen
verstoren,
verwonden
of
doden,
wat
een
overtreding
van
3.5
en/of
artikel
1.11
van
artikel
De
de
is Wet
Artikel 1.11 Artikel 3.1 lid 1,2 en 4 en Artikel 1.11
Rosse vleermuis, watervleermuis, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis
m
p,z
Verblijfplaatsen: Er zijn bomen met holtes, loszittend schors of bedekt met klimop aanwezig in het projectgebied.
2
Sperwer*
m
N
Binnen het projectgebied en de directe omgeving (50 meter) is waarschijnlijk een horst aangetroffen van sperwer. Deze is aangetroffen in deelgebied 3. De sperwer broedt meestal in een dicht, jong bos met naaldbomen (fijnspar, lariks), het liefst in halfopen landschappen. Soms ook in de stad of in tuinen, in open boerenland in windsingels in bosjes en op erven. De boom waar dit sperwernest in zit, blijft behouden.
2
Artikel 3.1 lid 1,2 en 4 en
Er zijn geen nesten van ekster aangetroffen, echter was het lastig om nesten te vinden in verband met het dichte bladerdak van bomen. Er zijn wel eksters in het gebied waargenomen. Nesten van eksters kunnen daarom niet worden uitgesloten.
2
Er is geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiep, stilstaand, enigszins zuur (pH 4 tot 5,5) voedselarm water met oevervegetatie. Verder is er geschikt terrestrisch biotoop aanwezig binnen 300 meter van geschikt voortplantingswater waar de heikikker tijdens de actieve fase verblijft, zoals veengebieden met struweel en kruidenvegetatie. Er is geschikt overwinteringsbiotoop aanwezig in de vorm van vorstvrije plekken op het land, zoals (afgetrapte) slootkanten of bosschages in de nabijheid (500 meter) van terrestrisch- of voortplantingsbiotoop.
3 t/m 6
Artikel 3.1 lid 1,2 en 4 en Artikel 1.11
van artikel 3.1. van de Wet natuurbescherming.
kikker en de rugstreeppad aanwezig zijn in het project-
Artikel 3.1 lid 1,2 en 4 en
Artikel 1.11
van de mussen verminderen, wat een overtreding is
Het is potentieel mogelijk dat er amfibieën, zoals de hei-
Artikel 1.11
Binnen het projectgebied en de directe omgeving (50 meter) zijn mogelijk horsten aanwezig van boomvalk, buizerd en havik. De boomvalk, buizerd en havik kunnen wel aanwezig zijn in het gebied en daarom zijn nesten hiervan niet uit te sluiten. De bomen zijn redelijk laag maar staan wel op rustige plekken. Omdat niet alle bomen tijdens de quickscan van dichtbij konden worden bekeken en doordat nesten in deze periode slecht zichtbaar zijn worden roofvogelnesten niet uitgesloten.
Er is een nest waargenomen in
deelgebied 3, welke mogelijk van een sperwer is.
Er zijn veel bomen en bosschages aanwezig. Hier kunnen soorten zoals houtduif, merel, zanglijster, fitis, groenling en putter broeden. In de oevervegetatie kunnen soorten zoals fuut, wilde eend, meerkoet, en knobbelzwaan broeden. Tussen de losse materialen (zoals houtstapels en afval) in het projectgebied kunnen soorten als witte kwikstaart en winterkoning broeden. De broedperiode voor bovenstaande vogels betreft: 1 februari t/m 31 december (RVO, 2017).
Categorie 5-broedvogels met zeer ongunstige trend: ekster*
m
Heikikker
m
N
l
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
Artikel 3.1 lid 1,2 en 4 en Artikel 1.11 Artikel 3.1 lid 1,2 en 4 en Artikel 1.11 Artikel 3.5 lid 1, 2 en 3 Artikel 1.11
13
natuurbescherming.
Rugstreeppad
m
v, l
De ringslang kan potentieel voorkomen in het projectgebied. Deze kan aanwezig zijn in de stapels takken, composthopen en stapels bladeren op het terrein. Bij werkzaamheden 2 tot en met 6 kunnen de reptielen aanwezig zijn op het terrein. De werkzaamheden kunnen individuen verstoren, verwonden of doden, wat een
v, l
Er is geschikt leef- of voortplantingsbiotoop aanwezig, zoals waterrijke biotopen op veengronden. Daarnaast is er veel struweel en bos aanwezig. Ook komt de ringslang voor in agrarisch gebied en het projectgebied ligt in een agrarisch gebied. Verder zijn er broeihopen, zoals bladhopen, composthopen en mestvaalten aanwezig.
2 t/m 6
Platte schijfhoren
m
l
Er is (helder) voedselrijk, stilstaand (of slechts zwakstromend) water aanwezig (ionenarm) met begroeiing van waterplanten, zoals bijvoorbeeld gele plomp en witte waterlelie. De soort wordt vaak in draadalg-vegetaties aangetroffen. Ook in andere vegetaties, zoals in wateren met krabbescheer. Daarnaast soms op de wortels van o.a. lisdodde en vergelijkbare oevergebonden planten. De soort leeft niet in verontreinigd of brak water (IvL & RHB, 2014, 2016). De soort wordt verwacht in de sloten bij deelgebied 4. Uitsluiten bij de sloten van de andere deelgebieden is lastig. Ten tijde van het veldbezoek waren deze sloten volgegroeid met algen. Dit kwam omdat het al meerdere weken circa 30 graden was. De sloten hebben waarschijnlijk wel een goede waterkwaliteit, want er groeide planten zoals de zwanenbloem, welke een indicatie zijn voor een goede waterkwaliteit.
4
Er is geschikt biotoop aanwezig, namelijk oeverzones met voldoende dekking en rust van allerlei soorten stromende wateren, zoals meren, plassen, rivieren, kanalen, beken en moerassen. Er zijn er dichte oevervegetaties (o.a. riet), struwelen en bosschages of kunstmatige holten aanwezig die kunnen dienen als dagrustplaats. Er zijn geen eetplekken, loopsporen, wissels, krabheuveltjes, ottergeil of spraints aangetroffen. De dichtsbijzijnde otterpopulatie zit in de Nieuwkoopse plassen. Het zou wel mogelijk kunnen zijn dat de soort binnen tien jaar tijd naar de Langeraarsche Plassen uitbreidt.
2
Er is geschikt biotoop aanwezig. De steenmarter komt vooral voor in parklandschap. Hij is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen en boerderijen. Hij heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang, omdat de steenmarter daar zijn voedsel zoekt. Al deze elementen zijn aanwezig in het projectgebied. Steenmarters maken hun verblijfplaats in boomholtes, takkenhopen, dichte struwelen, zolders, kruipruimtes, maar ook in spouwmuren of ruimten onder de dakbedekkingen. De dichtsbijzijnde waarneming is op 10 km afstand, waardoor vestiging tijdens de duur van het project niet uitgesloten kan worden.
2
Er is geschikt biotoop aanwezig, namelijk schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. De soort komt voor bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar grondwater opwelt. Ook wordt de soort veelvuldig aangetroffen langs de binnenduinrand, natuurlijke duinmeren en kunstmatige infiltratiegebieden. De waterspitsmuis komt alleen daar voor waar bodembedekkende vegetatie aanwezig en waar binnen een straal van 500 meter water is te vinden. Bovendien moet er in de oevers voldoende schuilmogelijkheid zijn waar de waterspitsmuis zich kan terugtrekken om zijn prooien op te eten. Er zijn waarnemingen van waterspitsmuizen binnen 5 km van het projectgebied.
2, 4 en 5
projectgebied. Bij het werken in de sloten, kan dit leiden tot het doden van individuen. Dit is een overtreding van artikel 3.5 en/of artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Otter*
vm
l
Er is kans dat de waterspitsmuis aanwezig is in het projectgebied. Bij werkzaamheden 2, 4 en 5 kunnen individuen verwond of gedood worden, wat een overbescherming.
Steenmarter
vm
l
Er is kans dat er verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in de bomen van het projectgebied. Wanneer de bomen gekapt worden, kunnen er mogelijk vleermuizen gewond of gedood worden. Dit is een overtreding van artikel
3.5 van de Wet
natuurbescherming. Omdat het project over een periode van 10 jaar plaatsvindt, is het mogelijk dat de otter zich in de Langeraarsche plassen gaat vestigen. De otter kan dan ook in het projectgebied voorkomen. Ook de steenmarter kan zich in het projectgebied gaan vestigen gedurende deze periode. Wanneer
Waterspitsmuis
m
l
Artikel 3.5 lid 1, 2 en 3 Artikel 1.11
m
Er is kans dat de platte schijfhoren aanwezig is in het
treding is van artikel 3.10 en/of 1.11 van de Wet natuur-
3 t/m 6
Ringslang
overtreding is van artikel 3.10 en/of artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming.
Er zijn waarnemingen van de rugstreeppad bekend binnen twee kilometer van het projectgebied. Tussen het projectgebied en de bekende waarneming(en) bestaan geen onoverbrugbare barrières. Er is geschikt voortplantingsbiotoop aanwezig in de vorm van ondiepe wateren niet zuurder dan pH 5, die snel opwarmen, zoals ondiepe slootjes. Er is geschikt terrestrisch biotoop aanwezig zoals (teelt)akkers, kassen, muizen- of konijnenholen, pallets en tegels die kunnen dienen als zomerverblijfplaats. Verder zijn er (vorstvrije) hopen vergraafbaar zand, bosschages en struwelen aanwezig boven het grondwater die kunnen dienen als winterverblijfplaats.
Artikel 3.10 lid 1 Artikel 1.11 Artikel 3.5 lid 1 t/m 4. Artikel 1.11
Artikel 3.5 lid 1 t/m 4. Artikel 1.11
Artikel 3.10 lid 1 Artikel 1.11
Artikel 3.10 lid 1 Artikel 1.11
¹ a = beschermde functie aanwezig, m = beschermde functie mogelijk aanwezig (inclusief vestiging), vm = vestiging mogelijk. ² N = nestplaats, l = leefgebied, v = voortplantingsgebied, f = foerageergebied ³ Zoals omschreven in paragraaf 2.2. ⁴ De beschermingsregimes zijn toegelicht in Bijlage 1. Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
14
vestiging voorkomen wordt, zal er geen overtreding van de Wet natuurbescherming zijn.
is geen natuurreservaat of vogelreservaat. Noch zijn het moerasgebieden groter dan 3 hectare. Vanwege deze
De soorten die onder de zorgplicht vallen, worden behandeld in paragraaf 3.5 Zorgplicht.
redenering is een vogeltoets niet nodig.
3.3. Houtopstanden
Echter zijn ze voornemens om de zone voor de vogeltoets uit te breiden (Rijksoverheid 2016). Volgens dit conv-
In en rond het projectgebied zijn diverse houtopstanden aanwezig. Deze worden gekapt. Vanuit de Wet natuur-
enant valt een klein deel van het projectgebied in zone C en D, de toekomstige uitbreiding. In zone C mogen er
bescherming moet er een melding worden gedaan van het kappen van bomen indien de houtopstand buiten
geen extramurale activiteiten (visteelt, voedselopslag, afvalverwerking) plaatsvinden. In zone D zijn er beperkingen
de ‘bebouwde kom Houtopstanden’ ligt en de houtopstand groter is dan 10 are of het gaat om bom-
voor wateren groter dan drie hectare. Doordat er geen extramurale activiteiten gaan plaatsvinden en doordat het
en in een rijbeplanting van 20 bomen of meer. Omdat er geen aangepaste grens voor de houtopstanden is,
water kleiner is dan drie hectare, hoeft er geen vogeltoets te worden uitgevoerd. Ons inziens is er geen vogeltoets
wordt de grens gehanteerd van de bebouwde kom verkeerswet. Het gebied valt grotendeels buiten de bebouwde kom. Een klein deel valt binnen de bebouwde kom. Echter is het zo dat de houtopstanden allemaal op erven of in tuinen staan. Hierdoor vallen ze buiten de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het niet nodig om het kappen te melden bij de provincie Zuid-Holland. Verder heeft de gemeente Nieuwkoop een lijst met beschermwaardige houtopstanden. De bomen op deze lijst mogen niet zomaar gekapt worden, tenzij hier een vergunning voor is gegeven. In het projectgebied staan alleen langs het kerkpad bomen die op de lijst met beschermwaardige houtopstanden staan. De bomen hier kunnen dus niet zomaar gekapt worden. Deze bomen worden zoals nu voorzien niet gekapt. De bomen langs de Paradijsweg en op de tuinen en erven staan niet op deze lijst en kunnen daarom zonder vergunning gekapt worden. 3.4. Vogeltoets Ganzen gebruiken foerageergebieden, zomer- en wintergebieden en slaap/rustgebieden. De slaap/rustgebieden liggen vaak op korte afstand van geschikt foerageergebied (Koffijberg, 2010). Zomer- en wintergebieden bevatten zowel foerageer- als rustplaatsen. Van belang voor de ganzen is dat het gras kort is als gevolg van maaien of beweiden. Dit korte gras is van belang als foerageergebied en als opgroeihabitat voor kuikens (Kleijn, 2011; Schotman, 2014).
Ganzen worden wel aangetrokken door rietkragen langs het water. De nesten zitten vaak dan in de rietkragen en de kuikens foerageren dan vaak in de graslanden nabij de rietkragen. Of het gebied meer geschikt wordt voor ganzen kan pas worden bepaald als er een definitief ontwerp bekend is. Volgens het Luchthavenindelingbesluit Schiphol is een vogeltoets alleen nodig als het binnen de zone van figuur 4 valt (Rijksoverheid, 2018). Ook is het zo dat in dit gebied geen van de volgende activiteiten mag plaatsvinden: a. industrie in de voedingssector met extramurale opslag of overslag;
Figuur 4: Bijlage 5 van het Luchthavenindelingsbesluit
Figuur 5: Zone C en D van het convenant reduceren
Schiphol. Het projectgebied ligt buiten deze zone (Rijks-
risico
overheid, 2018).
vogelaanvaringen schiphol. Het projectgebied is omcirkeld met een zwarte ovaal (Rijksoverheid 2016).
b. viskwekerijen met extramurale bassins; c. opslag of verwerking van afvalstoffen met extramurale opslag of verwerking; d. natuurreservaten en vogelreservaten; e. moerasgebieden en oppervlaktewateren groter dan drie hectare. Het gebied valt buiten de begrenzing van figuur 4. Daarnaast wordt in de nieuwe sitatie wel natuur gecreëerd, maar dit
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
15
Strategie zorgplicht: Om invulling te geven aan de zorgplicht wordt de volgende strategie gevolgd: 1.In eerste instantie worden alle vaste rust- of verblijfplaatsen waar mogelijk gespaard of worden de werkzaamheden verricht buiten de verstoringsafstand van de betreffende soorten. 2.Indien dit niet mogelijk is, vinden de werkzaamheden plaats buiten de kwetsbare perioden voor de betreffende soorten. In paragraaf 4.3 worden specifieke maatregelen genoemd die nadelige gevolgen op planten en/of dieren in het projectgebied kunnen voorkomen of beperken.
De volgende boomsoorten komen onder
De
andere voor op en rond het terrein:
onder andere voor op en rond het
volgende
struiksoorten
komen
terrein:
• • •
Figuur 6: kaart
met
het
projectgebied
en
relevante waarnemingen. In de sloten
zwarte els schietwilg es
• •
grauwe wilg braam
van het projectgebied kan de platte
schijfhoren aanwezig zijn. Amfibieën en ringslang kunnen ook in de oevervegetaties van de sloten an deelgebied 4 aanwezig zijn. Vogels zonder jaarrond beschermd nest kunnen in de bosschages, in de weilanden en in schuurtjes broe-
De volgende kruidachtige planten
De volgende grassen zijn waarge-
den.
komen onder andere voor op en rond het
nomen op de werklocaties:
In de takkenhopen en composthopen kunnen ringslangen aanwezig zijn. Rugstreeppadden kunnen overwinteren
tussen stapels stenen en
hout in de buurt van voortplantingswater zoals aanwezig in deelgebied 4. Waterspitsmuis kan
terrein:
aanwezig zijn in begroeide oevers welke in deelgebied 4 aanwezig is. 3.5 Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen (zie Bijlage 1). Uit de zorgplicht volgt dat nadelige gevolgen voor flora of fauna voorkomen wordt of dat noodzakelijke maatregelen getroffen worden. De volgende diersoorten kunnen onder andere aanwezig zijn en zijn relevant om rekening mee te houden bij de voorgenomen ontwikkeling: gewone pad, rosse woelmuis, bosmuis, dwergmuis, huisspitsmuis, egel, haas, konijn, bunzing, hermel-
• • • •
koninginnekruid harig wilgenroosje
• • •
engels raaigras, riet gestreepte witbol
gewone melkdistel kattestaart
ijn, bruine kikker, bastaardkikker, meerkikker en kleine watersalamander.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
16
4. CONCLUSIE & AANBEVELINGEN
Hoofdvraag
Algemene opmerking:
Zijn de voorgenomen werkzaamheden in strijd met de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet
Hiernaast is de conclusie weergegeven. Voor de volledigheid én om een verkeerde interpretatie
natuurbescherming (Wnb) of provinciaal beleid (NNN)? En welke vervolgstappen dienen genomen te
te voorkomen, dient het gehele rapport gelezen te worden. Zo geeft hoofdstuk 1 belangrijke
worden voor met de uitvoering gestart kan worden?
informatie over de opzet en afbakening van het onderzoek. In hoofdstuk 2 wordt informatie gegeven over de begrenzing van het projectgebied en welke werkzaamheden getoetst zijn. Hoofd-
4.1 Conclusie
stuk 3 geeft nadere informatie over de aanwezigheid van soorten en gebieden. Ook de bijlagen
De conclusie geeft antwoord op de hoofdvraag:
zijn onlosmakelijk met de inhoud verbonden, met name Bijlage 8.
Ja, de voorgenomen werkzaamheden zijn mogelijk in strijd met de Wet natuurbescherming, omdat er beschermde soorten mogelijk aanwezig zijn in het projectgebied. Bij werkzaamheden 1 t/m 6 (zie
4.3. Houtopstanden
paragraaf 2.2) kan overtreding plaatsvinden. Werkzaamheid 7 kan wel zonder overtreding plaatsvinden.
De Wet natuurbescherming voor houtopstanden wordt niet overtreden, omdat de houtopstanden
Effecten op beschermde gebieden zijn uitgesloten. In paragraaf 4.2 en 4.5 worden de vervolgstappen
allemaal onderdeel van erven/percelen zijn en daardoor onderdeel van de tuin uitmaken. Verder staan
en/of maatregelen benoemd.
alleen de bomen langs het Kerkpad op de lijst Beschermwaardige bomen van de gemeente Nieuwkoop. Hierdoor is er alleen voor deze bomen een kapvergunning nodig. Zoals nu voorzien worden deze bomen
4.2 Vervolgonderzoek
echter niet gekapt.
Voor alle soorten waarvoor de Wet Natuurbescherming en/of het natuurbeleid van de provincie (mogelijk) wordt overtreden, worden hieronder de vervolgstappen beschreven.
4.4. Vogeltoets Van belang voor de ganzen is dat het gras kort is als gevolg van maaien of beweiden. Dit korte gras is van
Let op: nader onderzoek is maar drie jaar geldig, er moet daarom een goede afstemming zijn tussen de
belang als foerageergebied en als opgroeihabitat voor kuikens (Kleijn, 2011; Schotman, 2014). Ganzen
initiatiefnemer en de ecoloog. Wij kunnen meedenken met een planning voor de vervolgonderzoeken
worden wel aangetrokken door rietkragen langs het water. De nesten zitten vaak dan in de rietkragen en
die de opdrachtgever het beste past.
de kuikens foerageren dan vaak in de graslanden nabij de rietkragen. Of het gebied meer geschikt wordt voor ganzen kan pas worden bepaald als er een definitief ontwerp bekend is. Volgens de beleidsstukken
4.2.1 Vervolgonderzoek is nodig voor de volgende soorten/gebieden
•
valt het projectgebied buiten de zone waarin een vogeltoets nodig is. Nader vervolgonderzoek is daarom
Vervolgonderzoek is nodig voor alle soorten genoemd in tabel 2. Voor de soorten waarvan vestig-
niet nodig.
ing in de toekomst niet uit te sluiten is (aangegeven met vm in de derde kolom van tabel 2), is op
• •
korte termijn nog geen nader onderzoek nodig. Na enkele jaren mogelijk wel. Dit kan een ecoloog
4.5 Maatregelen
ter zijner tijd beoordelen.
Hieronder volgen te nemen maatregelen om overtreding van wetsartikelen te voorkomen tijdens de uitvoering
Er is geen vervolgonderzoek nodig naar beschermde gebieden. Er kan een broedvogelinspectie benodigd zijn (zie paragraaf 4.5.2).
van werkzaamheden. De maatregelen zijn gesplitst in:
• •
4.3.1 Algemene maatregelen 4.3.2 Maatregelen beschermde soorten (artikelen 3.1, 3.5 en 3.10)
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
17
•
4.3.3 Zorgplichtmaatregelen (artikel 1.11). Rugstreeppad
4.5.1 Algemene maatregelen
Voorkom vestiging van rugstreeppad in voortplantingsbiotoop door in de periode april-september
Verricht geen werkzaamheden voordat de nadere onderzoeken zijn afgerond, maatregelen zijn ge-
ondiepe wateren (regenplassen, bandensporen) direct te dempen of leeg te pompen.
nomen en/of (indien aan de orde) ontheffing of vergunning is verkregen. Of treed voorafgaand aan de
vestiging van rugstreeppad in zomer- en overwinteringsbiotoop door in de periode september-novem-
werkzaamheden in overleg met een deskundig ecoloog over welke werkzaamheden wel mogelijk zijn.
ber hopen vergraafbaar zand, bouwmateriaal, hopen houtafval of stenen direct te verwijderen uit het
Afwijkingen dienen altijd schriftelijk vastgelegd te worden om aantoonbaar volgens de wet te werken
projectgebied.
Voorkom
(omgekeerde bewijslast). Zie ook paragraaf 4.4. Steenmarter en otter 4.5.2 Maatregelen voor beschermde soorten
De (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten in het projectgebied is op dit moment uitgesloten.
Hieronder worden per soort(groep) de maatregelen benoemd:
Geadviseerd wordt om het projectgebied ongeschikt te maken voor steenmarters en otters. Voor de steenmarter kan dit worden bereikt door geschikte bomen te verwijderen. Voor otters kan dit worden gedaan door bomen en struweel langs de waterkanten te verwijderen.
Broedvogels algemeen Voorkom verstoring van vestigende of broedende vogels. Verstoring kan enkel plaatsvinden als er daadwerkelijk broedgevallen aanwezig zijn op of rond de projectlocatie. In de bosschages en de bomen kun-
Heikikker en/of platte schijfhoren
nen soorten zoals de houtduif, merel, zanglijster, fitis, groenling en putter broeden. In de oevervegetatie
Op de projectlocatie wordt voortplanting van heikikker of platte schijfhoren vermoed. Alle werkzaam-
kunnen soorten zoals fuut, wilde eend, meerkoet, en knobbelzwaan broeden. Tussen de losse materi-
heden dienen daarom na 1 oktober uitgevoerd te worden. Of er wordt in overleg met een ecoloog
alen (zoals houtstapels en afval) in het projectgebied kunnen soorten als witte kwikstaart en winterkon-
gezorgd dat er voldoende maatregelen worden genomen om schade aan deze soorten te voorkomen.
ing broeden. De broedperiode voor bovenstaande vogels betreft: 1 februari t/m 31 december (RVO, 2017). Verricht de werkzaamheden buiten deze periode of laat voorafgaande aan de werkzaamheden
4.5.3 Zorgplichtmaatregelen
een broedvogelinspectie uitvoeren door een ecoloog.
Hieronder worden per soort(groep) de maatregelen benoemd:
Oeverzwaluw
Zoogdieren
Voorkom vestiging van oeverzwaluw door in de periode april-juni steilwanden (in de vorm van zandde-
• •
pots en afgravingen) te voorkomen. Of zorg voor geleidelijke overgangen met een minimaal verhouding van 1:3 of dek de zandhopen af met stevig zeil of doek. Het is aan te raden om een ecoloog dit te laten begeleiden in deze perioden.
De volgende maatregelen zijn essentieel om rekening te houden met flora en fauna: Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes.
Witte kwikstaart en zwarte roodstaart Vogelsoorten zoals witte kwikstaart en zwarte roodstaart zijn vaak aanwezig rond bouwterreinen en
Indien deze maatregelen niet mogelijk zijn, dient een nadere effectbeoordeling plaats te vinden op zoog-
broeden in hopen afval of bouwmateriaal. Voorkom vestiging van deze soorten door in de broedperiode
dieren (zoals vleermuizen en marters) en amfibieën.
(globaal van 1 maart t/m 31 augustus) bouwmateriaal, hopen houtafval of stenen direct te verwijderen uit het projectgebied.
Amfibieën In het projectgebied kunnen soorten voorkomen zoals bruine kikker, bastaardkikker, meerkikker, gewone pad en kleine watersalamander. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
18
deze soorten:
• • •
vissen geldt: werk van een dood einde van een watergang naar een verbinding. Werkzaamheden in
boomstronkel met holtes.
watergangen tijdens de periode november- maart kunnen enkel plaatsvinden als zowel de water-
Verplaats individuen die aanwezig zijn binnen het werkterrein naar een vergelijkbare, veilige plek buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Werk bij vookeur in september of oktober in de oever of watergang. Werk bij voorkeur niet in de oever of het water bij temperaturen beneden de 10 graden. Neem contact op met een ecoloog om negatieve effecten te voorkomen als niet aan (één van) beide maatregelen voldaan kan worden.
als de luchttemperatuur boven de 10 graden is. Bij koudere temperaturen enkel na beoordeling
•
van een ecoloog vanwege de winterrust. Spaar bij het maaien van water- en oevervegetatie of het baggeren van de sloot delen van de vegetatie én de waterbodem (minimaal 25%, bij voorkeur 50%), door het werkgebied gefaseerd te schonen. Zo blijft de leefgebiedfunctie van relevante soorten behouden en kunnen vissen en amfibieën vluchten. Zet natuurvriendelijk materieel in of gebruik een andere sparende techniek.
Grondgebonden zoogdieren In het projectgebied kunnen soorten voorkomen zoals bosmuis, rosse woelmuis, dwergmuis, egel, haas, hermelijn, bunzing en/of konijn. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten:
• • •
amfibieën. Bovendien hebben in deze periode vrijwel alle water- en oeverplanten zaad gezet. Voor
Spaar rust- en schuilplekken, zoals takkenhopen, boomstammetjes, losliggende stenen en/of
Spaar rust- en schuilplekken, zoals holen (muizensoorten, egel en konijn) en legers (haas). Zorg dat er voldoende dekking van bosschages aanwezig blijft voor de egel en diverse muizensoorten. Plant bij voorkeur nieuwe beplanting aan, voordat de oude verwijderd wordt. Ondanks zorgvuldig handelen is verstoring van vooral fauna niet altijd te vermijden. Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een goede vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (muizen, egels) om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke locatie , zoals een woonwijk naar een rustige locatie, zoals het buitengebied. Werk ook op een langzaam tempo.
4.6 Wat te doen bij een wijziging van de ontwikkeling of bij het afwijken van het advies? De adviezen in deze ecologische quickscan zijn opgesteld om te werken volgens de geldende natuurwetgeving. Wij zijn hierbij uitgegaan van de geplande ontwikkeling zoals aangeleverd door de opdrachtgever. Indien de geplande ontwikkeling wijzigt, bijvoorbeeld doordat het projectgebied groter wordt of de werkzaamheden veranderen, dan is de kans aanwezig dat ook het voorliggende advies wijzigt. Neem in dat geval contact op met een ecoloog om te onderzoeken of er passende maatregelen zijn waarbij conform de geldende natuurwetgeving kan worden gewerkt. Ook kan het zijn dat wij maatregelen of vervolgstappen adviseren die niet goed in te passen zijn in de planning of uitvoering. Afwijken van het plan of advies is sommige gevallen mogelijk, maar altijd onder begeleiding van een deskundig ecoloog. Het is mogelijk dat in een vervolgtraject beschermde planten uitgestoken moeten worden of beschermde dieren gevangen moeten worden. Hiervoor is een ontheff-
Algemene waterfauna In het projectgebied kunnen algemene amfibieën en vissen voorkomen, zoals kleine watersalamander, gewone pad, bruine kikker, bastaardkikker, tiendoornige stekelbaars, zeelt en/of kleine modderkruiper. Ook waterfauna zoals grote spinnende watertor, tuimelaar (Cybister lateralimarginalis), zwanenmossel en/of poelslak kunnen aanwezig zijn.
ing benodigd en dit dient daarom altijd onder begeleiding plaats te vinden van een ecologisch deskundig persoon met kennis van de betreffende soorten. Indien er beschermde soorten worden aangetroffen die niet in deze quickscan benoemd zijn, dient direct contact opgenomen te worden met een ecoloog om te bepalen hoe gehandeld dient te worden.
De volgende maatregelen zijn nodig om schade aan individuen of populaties te voorkomen:
•
Bij het droogleggen van sloten dient ervoor gezorgd te worden dat geen vissen, amfibieën en andere waterfauna achterblijven. Dit kan door deze soorten weg te vangen en in een naburige
•
watergang uit te zetten. Dit dient altijd te gebeuren altijd onder begeleiding van een ecoloog. Werkzaamheden in de watergangen dienen zoveel als mogelijk uitgevoerd te worden in de maanden september-oktober. Dit is na de voortplantingsperiode en vóór de winterrust van vissen en
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
19
4.7 Bovenwettelijke maatregelen (niet verplicht, wel wenselijk) Deze ecologische quickscan is opgesteld om aan de wettelijke eisen uit de Wet natuurbescherming te voldoen. In het rapport wordt dus geen rekening gehouden met aanwezige natuurwaarden die niet wettelijk beschermd zijn. Maar ook niet beschermde natuurwaarden zijn waardevol om te behouden. Daarnaast zijn er vaak ecologische of landschappelijke kansen aanwezig die eenvoudig te realiseren zijn. Wij vinden het belangrijk om ook niet beschermde natuurwaarden en mogelijke ecologische kansen te benoemen. 4.7.1 Aanwezige niet beschermde natuur- en/of landschapswaarden Binnen het projectgebied zijn de volgende niet beschermde natuur- en landschapswaarden aangetroffen:
• •
Bomen langs de watergangen kunnen dienen als nestplaats voor vogels met of zonder jaarrond beschermd nest. Oeverzones: deze zones kunnen dienen als nestplaats voor verschillende soorten watervogels mits er voldoende begroeiïng aanwezig is. Ook zijn deze zones erg belangrijk voor waterfauna zoals amfibieën en vissen.
4.7.2 Ecologische en/of landschappelijke kansen Binnen het projectgebied zijn de volgende ecologische en/of landschappelijke kansen aanwezig:
•
In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van vleermuizen. Wij adviseren om in de nieuw te bouwen woning voorzieningen te treffen voor vleermuizen, zoals een toegankelijke (dubbele) spouw. Denk ook aan vleermuisvriendelijke verlichting en biotoopverbeterende maatrege-
4.7.3 Aanbevelingen bovenwettelijke maatregelen
len, zoals aanplant van inheemse struiken en bomen of een grote vijver. Op vleermuis.net is meer
•
Wij stellen voor om de volgende aanbevelingen uit te voeren:
informatie beschikbaar ter inspiratie. Denk aan de huismus en plaats een vogelschroot ter hoogte van de derde dakpan, dit biedt voldoende nestgelegenheid. Ook kunnen nestvoorzieningen geplaatst worden. Via Stichting de witte mus
•
Zorg dat de aanwezige natuur- en/of landschapswaarden niet verloren gaan. Herstel of opnieuw ontwikkelen van
Realiseer randen of plekken met ruigtekruiden langs de oeverzone. Door een plek met ruigtekruiden te
natuurwaarden is veelal lastiger dan een goede inpasbare
realiseren langs de oever en deze slechts éénmaal per twee jaar te maaien, ontstaat een overgang met ruigtekruiden. Deze rand is waardevol voor bijvoorbeeld planten, vlinders en kleine zoogdieren,
•
•
zijn tekeningen beschikbaar om zelf een nestkast te bouwen of plaats een goedwerkend model.
•
oplossing zoeken. Realiseer de aangegeven ecologische- en/of landschap-
maar ook watervogels kunnen hiervan profiteren voor hun nestplaats.
pelijke kansen om het projectgebied aantrekkelijker te
In de omgeving van de Langeraarsche Plassen komen ijsvogels voor. Leg daarom broedwanden aan