2021-025e 01. Toelichting deel 3 BP Paradijsweg westzijde fase 1 - juni 2020 bijlagen deel 2.pdf
Tekst van het document
Steenmarter
vm
l
Er is geschikt biotoop aanwezig. De steenmarter komt vooral voor in parklandschap. Hij is vooral te vinden in de nabijheid van dorpen en boerderijen. Hij heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang, omdat de steenmarter daar zijn voedsel zoekt. Al deze elementen zijn aanwezig in het projectgebied. Steenmarters maken hun verblijfplaats in boomholtes, takkenhopen, dichte struwelen, zolders, kruipruimtes, maar ook in spouwmuren of ruimten onder de dakbedekkingen. De dichtsbijzijnde waarneming is op 10 km afstand, waardoor vestiging tijdens de duur van het project niet uitgesloten kan worden.
Waterspitsmuis*
m
l
Er is geschikt biotoop aanwezig, namelijk schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. De soort komt voor bij beken, rivieren, sloten, plassen en daar waar grondwater opwelt. Ook wordt de soort veelvuldig aangetroffen langs de binnenduinrand, natuurlijke duinmeren en kunstmatige infiltratiegebieden. De waterspitsmuis komt alleen daar voor waar bodembedekkende vegetatie aanwezig en waar binnen een straal van 500 meter water is te vinden. Bovendien moet er in de oevers voldoende schuilmogelijkheid zijn waar de waterspitsmuis zich kan terugtrekken om zijn prooien op te eten. Er zijn waarnemingen van waterspitsmuizen binnen 5 km van het projectgebied.
¹ a = beschermde functie aangetroffen, m = mogelijk beschermde functie aanwezig, vm = vestiging mogelijk. ² N = nestplaats. l = leefgebied, v = voortplantingsgebied, f = foerageergebied, p = paarverblijf, z = zomerverblijf *Deze soort wordt altijd behandeld en volgt niet noodzakelijkerwijs uit het literatuuronderzoek.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
41
BIJLAGE 9 - CHECKLIST VLEERMUIZEN Inschatten mogelijke aanwezigheid vleermuizen in een Wet
2. Opgaande gewassen
de spouwmuur, dakpannen, kelders, luiken aan de muur, gevel-
natuurbescherming vooronderzoek
Is op of grenzend aan het plangebied één (of zijn meerdere) dunne
bekleding, zolders, daklagen, kruipruimtes etc.)? (bouwtekening ter
bomen (doorsnede globaal. < 3 dm op borsthoogte) en/of struiken/
inzage vragen).
Inleiding
gewassen > 1,5 meter aanwezig?
Ja.
Ga eerst na welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten
Ja
b. Zijn er sporen van aanwezigheid, poepvlekken, keutels,
zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend ver-
a. Maken de struiken, gewassen, boom (bomen) deel uit van een
vraatresten, bruinverkleuring langs de rand van invliegopeningen en
spreidingsbeeld (binnen 20 km van het plangebied, denk daarbij
mogelijke route of verbinding (lijnelement)?
dergelijke?
indien nodig ook buiten de landsgrenzen). Daarna dient gekeken
Nee.
Nee.
te worden welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen.
b. Zijn er zichtbare holtes spleten, scheuren, losse bast in de boom
c. Mogelijk foerageergebied?
Hiervoor kan de onderstaande checklist of geheugensteun worden
(bomen)?
Nee.
gebruikt. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten
Nee.
d. Zijn er lange, mogelijk in het duister liggende, muren aanwezig?
die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden
c. Vormt het opgaand groen mogelijk foerageergebied of
Nee.
aangetast. De hieronder aangegeven soorten en/of soortgroepen
beschutting van een naastgelegen foerageergebied (let vooral op
e. bij hoogbouw is een aandachtpunt voor paarverblijfplaatsen voor
zijn niet dekkend. Hou rekening met het voorkomen van zeldzaam
kleinschalig gebied of parkachtige omgeving)?
tweekleurige vleermuis.
voorkomende soorten. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen
Ja, maar dit is geen essentieel foerageergebied.
Niet van toepassing.
soort ter plaatse. Dat blijkt vaak pas uit het (nader) onderzoek. De ant-
3. Open water
6. Grotten, groeves, kelders en andere objecten
woorden van de veldecoloog zijn in rood aangegeven achter de vraag.
Is er open water aanwezig?
Zijn er grotten en/of groeves en/of kelders, bruggen, tunnels en/of
Nee.
andere objecten met ruimten?
beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de
1. Dikke bomen
Nee.
Is in of grenzend aan het plangebied één (of meerdere) dikke boom
4. Open gebied
(doorsnede globaal > 3 dm op borsthoogte) aanwezig?
Is er open gebied (> 1 ha)?
7. Grootschalige landschapselementen
Nee.
Nee.
Zijn
a. Zijn holtes, spleten, scheuren, losse bast uit te sluiten?
er
grootschalige
lijnvormige
landschapselementen
zoals
kustzones, grootschalige dijken, duinenrijen, rivierdalen of water-
Ja.
5. Gebouwen
partijen die een verbindingsroute zouden kunnen vormen tussen
b. Maakt de boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of
Zijn er gebouwen aanwezig?
zomer- en winterleefgebieden (zie kaart bijlage 7 op werkblad 1.
verbinding?
Ja, maar de gebouwen blijven behouden.
aanwijzingen voor gebruik).
Nee.
a. Biedt het gebouw of bieden de gebouwen mogelijk winter-,
Nee.
c. Maakt de boom (bomen) deel uit of vormt deze mogelijk foer-
kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen voor vleermuizen (denk aan
ageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied? Nee.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
42
BIJLAGE 10 - PAS Wat is het PAS?
Relevante gebieden
Wanneer adviseren wij een aeriuscalculatie uit te voeren?
PAS staat voor het Programma Aanpak Stikstof (PAS). In dit pro-
In het PAS zijn alle Natura 2000-gebieden opgenomen waar ten
De afbakening van het te beschouwen gebied is veel gevallen
gramma werkt het PAS-bureau voor Rijk en provincies aan
minste één stikstofgevoelig habitat voorkomt dat te maken heeft
complex, vanwege het verschil in activiteit, uitstoothoogte, ligging
minder stikstof, sterkere natuur en economische ontwikkeling.
met overbelasting door stikstof. Dit is het geval voor 118 van de
van het projectgebied en eventuele maatregelen. Wij adviseren
Minder stikstof, sterkere natuur en economische ontwikkeling zijn
160 Natura 2000-gebieden. Deze gebieden zijn via deze pagina te
om bij projecten met een aanzienlijke stikstofuitstoot (zoals nieu-
de doelen van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Al jaren is er in
bekijken.
wbouw van meerdere woningen en grote uitvoeringsprojecten)
veel Natura 2000-gebieden een overschot aan stikstof (ammoniak
of ammoniakuitstoot (voornamelijk uitbreiding agrarische activi-
en stikstofoxiden). Dit is schadelijk voor de natuur. Het belemmert
Aerius
ook vergunningverlening voor economische activiteiten.
AERIUS
is
RIUS
ondersteunt
teiten) én ligging in de omgeving van een gevoelig Natura 2000van
het
PAS.
AE-
gebied een calculatie uit te voeren. Voor wegen wordt een afstand
vergunningverlening,
de
monitor-
van vijf kilometer gehanteerd. Op korte afstand van een Natura 2000-
Wettelijk kader
ing van het PAS en ruimtelijke planvorming in relatie tot
gebied is vrijwel elke activiteit relevant, terwijl op grotere afstand
De regelgeving in het kader van de PAS is vastgelegd in de Wet
stikstof.
van
een grotere uitstoot verwaarloosbaar kan zijn. Snelwegen en buiten-
natuurbescherming (Wnb). Deze wet is op 1 januari 2017 in werk-
stikstofuitstotende
emissies,
stedelijke wegen die op meer dan 5 km van een Natura 2000-gebied
ing getreden. Naast de wet zijn nog het Besluit natuurbescherming
verspreiding en depositie van stikstof. Door de depositiekaart te com-
of toetspunt liggen hebben conform de rekenmethode van AERIUS
(Bnb) en de Regeling natuurbescherming (Rnb) van belang. Zie deze
bineren met de habitatkaart van de stikstofgevoelige Natura 2000-
Calculator geen bijdrage op de genoemde locatie. Hoewel de
pagina voor meer informatie.
gebieden, ontstaat een beeld van de stikstofbelasting van de hab-
activiteit in onze quickscan vaak niet overeenkomt met verkeer,
itats.
nemen wij wel deze arbitraire grens als uitgangspunt, tenzij wij
Op
het
online
basis
rekeninstrument
de van
de
bronnen
locatie berekent
en
de
kenmerken
AERIUS
de
vermoeden dat de activiteit wel meldings- of vergunningsplichtig is.
Wanneer en voor wie relevant? Het PAS is relevant voor iedereen die uitstoot van stikstof veroor-
Vergunningvrij, melding maken of verguning aanvragen?
zaakt (initiatiefnemers), betrokken is bij het verlenen van vergun-
Als een activiteit stikstofdepositie veroorzaakt op een PAS-geb-
Grenswaarde verlaging
ningen (overheden) en bij natuurbeheer (eigenaren en beheerders
ied dient de initiatiefnemer van de activiteit te onderzoeken of de
Wanneer nog maar 5% van de hoeveelheid depositieruimte rest-
van natuurterreinen). Dit gebeurt bijvoorbeeld in landbouw, indus-
activiteit vergunningplichting is onder het PAS. Om te bepalen of
eert die voor dit Natura 2000-gebied hiervoor is vastgesteld wordt
trie, infrastructuur, woningbouw en recreatie.
een activiteit vergunningplichtig is, of de uitzondering op de ver-
de grenswaarde verlaagd van 1,0 mol/ha/jaar naar 0,05 mol/ha/
gunningplicht van toepassing is, moet een enkelvoudige bereken-
jaar. Voor diverse Natura 2000-gebieden is deze grenswaarde ver-
ing in AERIUS Calculator worden uitgevoerd door een initiatiefne-
laagd. Een actueel overzicht is te vinden via deze link.
mer. Alleen indien vergunningplicht of meldingsplicht aan de orde is wordt vervolgens een tweede berekening uitgevoerd in AERIUS Calculator om de hoeveelheid benodigde depositieruimte te bep-
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
43
BIJLAGE 11 - RELEVANTE FOTO’S
Figuur: stapel pellets en stenen biedt geschikt overwinterbiotoop voor rugstreeppadden.
Figuur: een hoop vergraafbaar zand is geschikt voor rugstreeppaden
Figuur: sloot is geschikt voor platte schijfhoren.
Figuur: een waarschijnlijk sperwernest.
Quickscan Wet natuurbescherming. Wij brengen ecologische risico’s in kaart en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
44
Over ons Quickscan is een onderdeel van Habitus natuur & landschap, een vooruitstrevend onderzoeks- en adviesbureau voor ecologie, natuur en landschap. Kwaliteit en klanttevredenheid staan bij ons hoog in het vaandel. U kunt van ons verwachten dat wij vlotte en klantgerichte service bieden en aantrekkelijke producten opleveren van het hoogste inhoudelijke niveau. Wij geloven in langdurige samenwerking met opdrachtgevers, partners en personeel op een wijze die wederzijds voordeel oplevert.
Kwaliteit Wij staan voor kwaliteit, dit begint voor ons bij onze ecologen, die specialistische kennis bezitten over de herkenning en ecologie van flora en fauna. Naast inhoudelijke expertise kan kwaliteit in sterke mate geborgd worden door het opstellen en beheren van processen, daarom hebben wij onze bedrijfsstructuur rond processen opgebouwd. Door de aanwezige inhoudelijke kennis en de toepassing van processen aan te vullen met een uitstekende communicatieve vaardigheden, zijn wij er van overtuigd dat elke dienst voldoet aan de strengste kwaliteitseisen.
Klanttevredenheid De klant staat bij ons centraal en dat zien wij ook terug in de cijfers. Zo wordt onze dienstverlening door klanten gemiddeld boven een acht beoordeeld. Regelmatig vragen wij u om een evaluatieformulier in te vullen. Met uw input kunnen we onze dienstverlening in de toekomst verder optimaliseren.
Over ons logo Libellen zijn prachtige insecten. Het is dan ook geen toeval dat we voor inspiratie voor ons logo geput hebben uit de fraaie en diverse vormen die de orde van libellen rijk is. Omdat de vleugelvorm het onderscheidende kenmerk is tussen libellen en juffers en elke soort unieke vleugelkenmerken heeft, hebben we dit onderdeel als basisvorm voor ons logo gekozen.
37
Rapportage soortgericht onderzoek
Paradijsweg te Ter Aar Gemeente Nieuwkoop
Projectleider Benjamin Brandt BSc Rapportage
Kwaliteitscontrole Benjamin Brandt BSc, 22 juli 2019 Paraaf
Diede Melsen MSc Projectcode LAAR2018-2 In opdracht van Gemeente Nieuwkoop Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport
Contactpersoon opdrachtgever Marly Beckfeld
(inclusief foto’s) is enkel toegestaan onder vermelding van de bron. Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Habitus natuur & landschap geen aansprakelijkheid voor
Contactpersoon Habitus Benjamin Brandt BSc
eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of door toepassing van adviezen.
0647163522 benjamin@habitus.nl
Correspondentieadres: Tolnasingel 1 /2411 PV / Bodegraven Kvk-nummer: 61229628 / Btw-nummer: NL854262301B01
Opleverdatum 23 juli 2019
Rekeningnummer: NL14ABNA0494577894 www.habitus.nl
Rapport soortgericht onderzoek
2
INHOUDSOPGAVE
Rapport soortgericht onderzoek
1.
INLEIDING
4
2.
METHODE
7
3.
RESULTATEN
11
4.
CONCLUSIE & AANBEVELINGEN
16
BRONVERMELDING
17
BIJLAGEN
18
3
1. INLEIDING
In dit hoofdstuk wordt de aanleiding van het onderzoek beschreven. Vervolgens wordt het projectgebied beschreven en wordt het onderzoek afgekaderd.
1.1 Aanleiding De opdrachtgever is voornemens een gebied aan de Paradijsweg te Ter Aar te herontwikkelen. Er is een ecologische quickscan uitgevoerd (Habitus natuur & landschap, 14 augustus 2018, LAAR2018-1-RAP1). Hieruit blijkt dat het projectgebied mogelijk gebruikt wordt door beschermde amfibieën, reptielen, vleermuizen, vogels, kleine grondgebonden zoogdieren en weekdieren. De specifieke verwachte en onderzochte soorten zijn weergegeven in hoofdstuk 2. De aanwezigheid van mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen is niet onderzocht omdat de bomen per definitie behouden blijven. Beschadigen of vernietigen van gebiedsfuncties van beschermde soorten is verboden onder de Wet natuurbescherming. Daarom is soortgericht onderzoek uitgevoerd om aan te tonen of uit te sluiten dat deze gebiedsfuncties aanwezig zijn. 1.2 Doel en centrale vraag Dit soortgericht onderzoek wordt uitgevoerd om te kunnen bepalen of de voorgenomen werkzaamheden in strijd zijn met de Wet natuurbescherming, zodat de opdrachtgever inzicht verkrijgt in eventuele aanvullende maatregelen die noodzakelijk zijn. De centrale vraag luidt dan ook: Is er bij uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden kans op overtreding van de Wet natuurbescherming voor de onderzochte soorten en functies? De onderzochte soorten en functies zijn beschreven in hoofdstuk 2.
Dit rapport geeft antwoord op bovenstaande vraag en biedt, indien mogelijk, maatregelen om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Is dit niet mogelijk, dan moet een ontheffing aangevraagd worden.
Rapport soortgericht onderzoek
4
1.3 Projectgebied
4. verbreden van verbindingssloten en aanleggen natuurvriendelijke oevers;
Het projectgebied ligt aan de Paradijsweg Ter Aar en is en is gelegen in de provincie Zuid-Holland.
5. aanleggen van recreatieve voorzieningen, zoals een zomertrainingsbaan voor de
Het projectgebied kan worden ingedeeld in zes deelgebieden. De begrenzing van de deelgebieden is
ijsvereniging, aanlegsteigers voor zeilen en surfen;
weergegeven in Figuur 1. In de huidige situatie bestaat het projectgebied uit woonhuizen met tuinen,
6. aanleggen van ontsluitingswegen;
moestuinen, kassen, weilanden, sloten en bosschages. De omgeving van het projectgebied bestaat
7. ontwikkelen van nieuwe natuur met kruiden- en faunarijk grasland, bomen, struweel en riet.
uit grasland, sloten, wegen en bebouwing. De werkzaamheden bepereken zich tot het projectgebied
Voor meer informatie over de voorgenomen werkzaamheden wordt verwezen naar de ecologische
(zwartomrand in onderstaande kaart).
quickscan (Habitus natuur & landschap, 14 augustus 2018, LAAR2018-1-RAP1). 1.5 Reikwijdte Dit soortgericht onderzoek heeft alleen betrekking op:
• • • •
de onderzochte soorten en functies, zoals beschreven in hoofdstuk 2; het projectgebied zoals beschreven in paragraaf 1.3; de onderzochte elementen binnen het projectgebied, zoals beschreven in hoofdstuk 2; de werkzaamheden zoals beschreven in paragraaf 1.4. Als de werkzaamheden op een andere manier of volgens een andere planning worden uitgevoerd, zijn de conclusies van dit onderzoek niet meer van toepassing en wordt geadviseerd een nieuwe toetsing uit te laten voeren om te bepalen of de
•
werkzaamheden volgens de Wet natuurbescherming kunnen worden uitgevoerd; de Wet natuurbescherming, niet op ander beleid of wetgeving.
De resultaten van het veldwerk zijn drie jaar geldig. Dit soortgericht onderzoek kan voor de initiatiefnemer als bewijsstuk dienen dat natuuronderzoek is verricht.
Figuur 1: projectgebied (Bron luchtfoto: PDOK, 2016). 1.4 Voorgenomen werkzaamheden In het projectgebied worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd: 1. slopen van kassen en het omvormen van akkers met meerjarige teeltgewassen; 2. kappen van enkele bomen/beplanting rondom erven/tuinen om de woonkavels te realiseren 3. bouwen van 40 tot 45 woonhuizen; Rapport soortgericht onderzoek
5
1.6 Criteria Het onderzoek en de onderhavige rapportage voldoen aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Habitus natuur & landschap1. Wij hebben onze eigen kwaliteitseisen opgesteld omdat voor ecologisch onderzoek niet altijd kwaliteitseisen beschikbaar zijn. Het doel van onderstaande eisen is om een kwalitatief onderzoek te bieden (kwaliteitseisen). Het betreffen eisen over het proces (beoordeling, interpretatie), onderzoek (protocollen, inzet deskundigheid) en leesbaarheid (rapportage). 1
De interne proces- en kwaliteitseisen betreffen het volgende:
•
Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens geldige onderzoeksprotocollen voor soortenonderzoek. In volgorde van prioritering zijn dit het Vleermuisprotocol 2017 (Netwerk Groene Bureaus), kennisdocumenten 2017 (BIJ12), Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming 2017 (Netwerk Groene Bureaus) en de NDFF-protocollen. Indien er
• • • • • • •
geen inventarisatieprotocol beschikbaar is voor een soort, dan zal een deskundige met expertkennis van de soort(groep) een werkwijze voorstellen. Het onderzoek sluit aan op de te verwachten soorten en functies uit een voorgaand onderzoek (ecologische quickscan). Het veldonderzoek wordt uitgevoerd door deskundigen op het gebied van de onderzochte soort(en). Een deskundige heeft aantoonbaar voldoende kennis en ervaring om relevante soorten te identificeren herkennen en relevant gedrag te beoordelen. Een deskundige voldoet aan de deskundigheidseisen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De projectadviseur heeft specifieke deskundigheid en meerdere jaren ervaring met soortgelijke onderzoeken of staat onder begeleiding van een ervaren adviseur. Iedere geleverde rapportage is door een andere deskundige (dan de schrijver) beoordeeld op inhoud en vorm op basis van vaste beoordelingscriteria. Geplaatste opmerkingen door de beoordelaar worden verwerkt of besproken tot de meningen in overeenstemming zijn met elkaar. De rapportage vermeldt welke deskundigen het veldwerk hebben uitgevoerd, volgens welke methode en met welke middelen. Bij vleermuisonderzoek wordt gebruik gemaakt van batdetectors die beschikken over opname- en vertragingsmogelijkheden, zodat sonogrammen geanalyseerd kunnen worden.
De onderzoeksresultaten en rapportage voldoen aan de volgende eisen: ecologisch en juridisch correct, degelijk onderbouwd, kort en bondig, leesbaar en begrijpbaar. Het rapport is volledig en controleerbaar, dit betekent: Waarnemingen van beschermde soorten die te relateren zijn aan een beschermde functie of verblijfplaats worden altijd direct in het veld geregistreerd. Daarnaast worden alle geregistreerde waarnemingen gecontroleerd op juistheid door een andere ecoloog met expertkennis van de betreffende soortgroep. Van iedere waarneming is in ieder geval de datum,
• • •
tijd, soort, aantal, gedrag en locatie (punt, vlak of lijn) weergegeven in het rapport. In het rapport is duidelijk te achterhalen hoe de interpretatie van de veldwaarnemingen leidt tot de vastgestelde functies voor soorten (zoals verblijfplaats of foerageergebied). Uit het rapport blijkt duidelijk welk effect de voorgenomen werkzaamheden op vastgestelde gebiedsfuncties hebben en welke verbodsbepalingen hierdoor overtreden worden. Hierbij worden alle mogelijke effecten van de werkzaamheden meegenomen, dus ook effecten buiten het werkgebied die gerelateerd zijn aan de getoetse ontwikkeling. De conclusie geeft antwoord op de vraag van de opdrachtgever.
Rapport soortgericht onderzoek
6
2. METHODE
In dit hoofdstuk wordt de onderzoeksmethodiek beschreven en wordt het onderzoek afgekaderd. Hier is beschreven op welke manier de gewenste informatie is verzameld. Kopgegevens van de uitgevoerde bezoeken zijn te vinden in Hoofdstuk 3. 2.1 Onderzochte soorten De onderzoeken zijn uitgevoerd voor de soorten functies omschreven in tabel 1 en in de locaties binnen het projectgebied zoals weergegeven in figuur 2. Tabel 1: mogelijk aanwezige soorten en functies op basis van vooronderzoek
Soort(en)
Functie(s)
Locatie(s) in het projectgebied (zie Figuur 2)
Vogels met jaarrond beschermd nest
Nest
Alle bomen in het projectgebied.
Ransuil
Nest en rustplaats
Naaldbomen in het projectgebied.
Huismus
Functionele leefomgeving
Al het groen in het projectgebied.
Ringslang
Voortplantings- en leefgebied
Sloten, struweel en bos, voornamelijk deelgebied 4.
Rugstreeppad
Voortplantings- en leefgebied
Sloten, stapels stenen en hout, voornamelijk deelgebied 4.
Heikikker
Voortplantings- en leefgebied
Sloten, (afgetrapte) slootkanten en bosschages, voornamelijk deelgebied 4.
Platte schijfhoren
Leefgebied
Alle sloten, maar voornamelijk sloten in deelgebied 4.
Waterspitsmuis
Leefgebied
Water met ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers in deelgebied 4 en 5.
Rapport soortgericht onderzoek
Figuur 2: kaart met het projectgebied en geschikte biotopen (Bron luchtfoto: PDOK, 2016).
7
2.2 Vogels met jaarrond beschermd nest Tijdens de uitvoering van de ecologische quickscan stonden de bomen in blad, hierdoor was het lastig om nesten waar te nemen. Tijdens dit onderzoek is er een check gedaan in een periode zonder blad aan de bomen om te bepalen of en waar er nesten aanwezig zijn. Het onderzoek is uitgevoerd door één vogeldeskundige met verrekijker (Bynolyt 10x42). Per aangetroffen nest dient nog nader soortgericht onderzoek gedaan moet worden om te bepalen welke soort gebruik maakt van het nest. Dit is alleen nodig indien werkzaamheden binnen 75 meter van het nest en in het broedseizoen worden uitgevoerd. Nader onderzoek kan worden voorkomen door de bomen te behouden en niet binnen 75 meter van de boom met nest te werken (in het broedseizoen). Op lange termijn wordt de situatie beter voor deze vogels doordat er sprake is van natuurontwikkeling. 2.3 Ransuil Nesten van de ransuil zijn tegelijkertijd gecontroleerd met de check naar jaarrond beschermde nesten. Daarnaast zijn alle coniferen en andere naaldbomen binnen het projectgebied gecontroleerd op de aanwezigheid van ransuilen, poepsporen en braakballen. Aanwezigheid van deze drie dingen duidt op een functie als roestboom. Het onderzoek is uitgevoerd door één vogeldeskundige met verrekijker (Bynolyt 10x42).
2.4 Huismus Het onderzoek naar de functionele leefomgeving van de huismus is uitgevoerd door in het najaar van 2018 en het voorjaar van 2019 de beplanting rondom de woning te controleren op de aanwezigheid van huismussen. Hierbij is gekeken of deze beplanting van essentieel belang is voor de huismus. Het onderzoek in het najaar is uitgevoerd door drie vogeldeskundigen met verrekijker (10x42) en zal in het voorjaar uitgevoerd worden door één vogeldeskundige met verrekijker. 2.5 Ringslang Het onderzoek naar het leefgebied is uitgevoerd volgens het NGB Soortinventarisatieprotocol 2017. Gedurende vier bezoeken is er langs structuurovergangen gelopen om te controleren op aanwezigheid van ringslangen. Daarnaast zijn er tijdens het eerste bezoek reptielplaten neergelegd welke tijdens deze overige bezoeken zijn gecontroleerd. De vier bezoeken zijn uitgevoerd gedurende augustus en september 2018 met een minimale spreiding van één maand tussen het eerste en het laatste bezoek. Vanwege de grootte van het projectgebied is elk bezoek met twee personen uitgevoerd. Tijdens sommige bezoeken was het niet mogelijk om het bezoek met twee personen uit te voeren. Deze bezoeken zijn dubbel uitgevoerd door één onderzoeker.
Rapport soortgericht onderzoek
8
2.6 Heikikker Het heikikkeronderzoek is deels uitgevoerd conform het NGB Soortinventarisatieprotocol (Netwerk Groene Bureaus, 2017) en deels volgens het Bij12 kennisdocument (Bij12, 2017b) voor de soort en functies omschreven in tabel 1. Er is van het protocol afgeweken omdat het projectgebied in een veenweidegebied gelegen is. Volgens het kennisdocument heikikker komen de heikikkers in veenweidegebied minder geconcentreerd voor, waardoor er minder sprake is van roepende koren. In het veenweidegebied ligt inventariseren van exemplaren meer voor de hand dan inventarisatie op basis van roepende koren. Daarnaast staat aangegeven in het kennisdocument dat op zonnige, onbewolkte voorjaarsdagen er vooral overdag geroepen wordt want in de avond en nacht koelt het dan vaak af en worden er geen heikikkers gehoord (Bij12, 2017b). Er is gekozen om een combinatie van de twee methodes uit te voeren: één luisterbezoek overdag op een zonnige, onbewolkte voorjaarsdag en twee bezoeken waarbij gezocht is naar eiklompen en larven. Indien er een voortplantings- of zomerbiotoop aanwezig is wordt er vanuit gegaan dat er ook een winterbiotoop aanwezig is omdat deze overlapt met het zomerbiotoop. 2.7 Rugstreeppad Het onderzoek naar zomerverblijven is uitgevoerd volgens de Soortenstandaard Rugstreeppad (RVO, 2014).
Gedurende drie bezoeken in september en oktober 2018 is er ‘s avonds op zoek gegaan naar rondtrekkende rugstreeppadden. Tijdens het eerste bezoek zijn op de meest kansrijke plekken binnen het gebied zogenoemde platen neergelegd. Rugstreeppadden verschuilen zich vaak onder oude boomstammen, stenen e.d. Het uitleggen van de platen geeft de mogelijkheid voor de rugstreeppadden om onder de platen te schuilen. Tijdens de bezoeken zijn de platen allemaal omgedraaid om vast te stellen of deze gebruikt worden als schuilplaats van de rugstreeppad. Daarnaast zijn bij elk bezoek oude boomstammen, stenen e.d. omgedraaid om de aanwezigheid van de rugstreeppad vast te stellen. Daarnaast is er tussen half april en begin mei 2019 onderzoek naar voorplantingsbiotoop gedaan door te luisteren naar roep/koor activiteit. Hierbij wordt de roep van rugstreeppad ook afgespeeld om roep-/kooractiviteit uit te lokken. 2.8 Platte schijfhoren Het onderzoek is uitgevoerd door steekproefsgewijs verschillende locaties te bemonsteren. De bemonstering is uitgevoerd vanaf de waterkant met behulp van een groot, fijnmazig schepnet. Op elke locatie is over een afstand van enkele meter geschept, door het net krachtig door de onderwatervegetatie en in het water hangende oevervegetatie te halen. De inhoud van het net is vervolgens gecontroleerd op de aanwezigheid van schijfhorens.
Elke sloot binnen het projectgebied is bemonsterd. Het bezoek heeft plaatsgevonden in september 2018. De maanden augustus/september zijn optimaal voor onderzoek naar platte schijfhoren omdat de populatie dan op zijn grootst is. Bij twijfel over de soort zijn enkele schijfhorens verzameld en op kantoor met een microscoop bekeken.
Rapport soortgericht onderzoek
9
2.9 Waterspitsmuis Het onderzoek naar het leefgebied is uitgevoerd volgens NDFF-protocol‘ 17.001 - Inventarisatie muizen met inloopvallen’(NDFF, jaartal onbekend) en IBN methode (Bergers, P.J.M & M. La haye (2000)). In september 2018 zijn Longworth-life-traps geplaatst gedurende drie nachten om het gebied op aanwezigheid van de waterspitsmuis te controleren. Op dinsdag 11 september 2018 zijn de vallen neergezet zonder deze op scherp te zetten, zodat de dieren hebben kunnen wennen aan de vallen (pre-bait periode). De vallen waren gevuld met hooi om warm te blijven, een stukje appel voor de hydratatie, kattenbrokjes om een geur te verspreiden en de kleine zoogdieren aan te trekken en meelwormen, welke passen in het dieet van de waterspitsmuis. De maandagochtend daarna op 17 september 2018, bijna één week na het plaatsen van de vallen, zijn de vallen op scherp gezet. Die maandagavond zijn de vallen voor het eerst gecontroleerd op aanwezigheid van kleine zoogdieren. Wanneer er een dier aanwezig was in de val is de soort genoteerd en daarna vrij gelaten. Daaropvolgend is de val opnieuw gevuld met voer. Daarna zijn gedurende de daaropvolgende dagen elke ochtend en avond de vallen gecontroleerd. Na zes vangrondes, op de donderdagochtend, zijn de vallen opgeruimd. De vallen zijn in tweetallen tussen de begroeiing en zo dicht mogelijk bij de waterlijn geplaatst.
De vallenparen zijn circa tien meter uit elkaar geplaatst. Binnen het gebied zijn alleen de sloten onderzocht welke aangegeven zijn als geschikt voor de waterspitsmuis in de ecologische quickscan. In totaal zijn er vijf raaien met circa 80 vallen geplaatst.
Rapport soortgericht onderzoek
10
3. RESULTATEN Onderstaand is per soort(groep) beschreven welke gebiedsfuncties zijn aangetroffen. Niet genoemde functies zijn uitgesloten. Het betreft een interpretatie van de waarnemingen uit het veld, welke zijn weergegeven in Bijlage 1 en 2. 3.1 Algemene soorten Tijdens de diverse onderzoeken zijn algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren als veldmuis, bosmuis en huisspitsmuis aangetroffen. Tevens zijn amfibieen als bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander waargenomen. Deze soorten zijn alleen in Nederland beschermd en staan op de zogenaamde ‘nationale lijst‘ (artikel 3.10 Wet natuurbescherming). Op grond van de provinciale Verordening uitvoering Wet natuurbescherming ZuidHolland van 9 november 2016, is voor deze soorten vrijstelling verleend ten behoeve van bestendig beheer of onderhoud en de ruimtelijke inrichtig of ontwikkeling van gebieden. 3.2 Vogels met jaarrond beschermd nest Het onderzoek is uitgevoerd volgens de gegevens in de onderstaande tabel. Tabel 2: gegevens veldbezoeken Nr.
Waarnemer(s)
Datum
Tijd van
Tijd tot
Temperatuur (°C)
Bewolking
Windrichting
Wind-
Neerslag
1
Diede Melsen
12-11-2018
11:12
15:11
11
Geheel bewolkt
Z
2
Motregen
Tijdens de quickscan is er een mogelijk sperwer-nest aangetroffen. Het perceel waar het mogelijke sperwer-nest was aangetroffen was tijdens dit bezoek niet controleerbaar omdat de perceeleigenaren niet mee doen aan het project en dus geen toegang verlenen tot hun perceel. Daarnaast zijn er twee nesten aangetroffen welke mogelijk gebruikt worden door vogels met een jaarrond beschermd nest. Tijdens het veldbezoek waren deze nesten niet in gebruik. Per aangetroffen nest dient nog nader soortgericht onderzoek gedaan moet worden om te bepalen welke soort gebruik maakt van het nest. De locaties van de aangetroffen nesten is te zien op een kaart in bijlage 1.
Rapport soortgericht onderzoek
11
3.3 Ransuil Het onderzoek is uitgevoerd volgens de gegevens in de onderstaande tabel. Tabel 3: gegevens veldbezoeken Nr.
Waarnemer(s)
Datum
Tijd van
Tijd tot
Temperatuur (°C)
Bewolking
Windrichting
Windkracht (Bft)
Neerslag (mm)
1
Diede Melsen
12-11-2018
11:12
15:11
11
Geheel bewolkt
Z
2
Motregen
Nesten van de ransuil zijn tegelijkertijd gecontroleerd met de check naar jaarrond beschermde nesten. Er zijn twee nesten aangetroffen welke mogelijk gebruikt worden door vogels met een jaarrond beschermd nest. Hierbij is het dus ook mogelijk dat één van deze nesten door een ransuil gebruikt wordt. Tijdens het onderzoek zijn ook alle coniferen en andere naaldbomen gecontroleerd op de aanwezigheid van poepsporen, braakballen of ransuilen. Dit is niet aangetroffen in het projectgebied. 3.4 Huismus Het onderzoek is uitgevoerd volgens de gegevens in de onderstaande tabel. Tabel 4: gegevens veldbezoeken Nr.
Waarnemer(s)
Datum
Tijd van
Tijd tot
Temperatuur (°C)
Bewolking
Windrichting
Windkracht (Bft)
Neerslag (mm)
1
Benjamin Brandt, Ruth van den Herik en Diede Melsen
4-9-2018
11:06
13:06
20
Geheel bewolkt
NW
2
Motregen
2
Joost den Houdijker
8-4-2019
13:30
16:30
19
Onbekend
O
3
Geen
Tijdens het eerste bezoek zijn er een aantal locaties aangetroffen waarbij de beplanting rondom de woning gebruikt wordt als functionele leefomgeving van de huismus. Deze locaties zijn weergegeven op de kaart in bijlage 2.
Rapport soortgericht onderzoek
12
3.5 Ringslang Het onderzoek is uitgevoerd volgens de gegevens in de onderstaande tabel. Tabel 5: gegevens veldbezoeken Nr.
Waarnemer(s)
Datum
Tijd van
Tijd tot
Temperatuur
Bewolking
Windrichting
Winkracht
Neerslag
1
Benjamin Brandt, Ruth van den Herik en Diede Melsen
04-09-2018
13:00
16:00
23
7/8
NW
2
0
2
Pieter van Dam en Diede Melsen
18-09-2018
10:08
12:08
15
onbewolkt
ZO
3
0
3
Pieter van Dam en Diede Melsen
20-09-2018
10:06
12:06
17
geheel bewolkt
ZW
3
0
4a
Diede Melsen
25-09-2018
12:15
14:15
15
1/8
ZW
1
0
4b
Diede Melsen
04-10-2018
14:20
16:20
18
5/8
ZW
3
0
De data van de bezoeken zijn conform de optimale waarden volgens volgens het NGB Soortinventarisatieprotocol (Netwerk Groene Bureau’s, 2017) en voor de onderzochte soorten en functies zoals omschreven in hoofdstuk 2. De aanwezigheid van de ringslang kan uitgesloten worden. Tijdens alle bezoeken zijn er geen ringslangen waargenomen. De locaties van de geplaatste reptielenplaten is te zien in bijlage 3a. De waarnemingen van overige dieren is te zien in bijlage 3b. 3.6 Heikikker Het onderzoek is uitgevoerd volgens de gegevens in de onderstaande tabel. Tabel 6: gegevens veldbezoeken Nr.
Waarnemer(s)
Datum
Tijd van
Tijd tot
Temperatuur
Bewolking
Windrichting
Winkracht
Neerslag
1
Nick Kroese Richard Notenboom
28-03-2019
13:00
15:00
10
onbewolkt
ZO
2
0
2
Nick Kroese Diede Melsen
15-05-2019
12:00
14:00
15
onbewolkt
O
2
0
3
Nick Kroese Richard Notenboom
26-06-2019
21:25
23:52
18
4/8
NO
3
0
De data van de bezoeken zijn conform de optimale waarden volgens volgens het NGB Soortinventarisatieprotocol (Netwerk Groene Bureau’s, 2017) en voor de onderzochte soorten en functies zoals omschreven in hoofdstuk 2. De aanwezigheid van de heikikker kan uitgesloten worden. Tijdens alle bezoeken zijn er geen heikikkers waargenomen. De waarnemingen van overige dieren is te zien in bijlage 3b.
Rapport soortgericht onderzoek
13
3.7 Rugstreeppad Het onderzoek is uitgevoerd volgens de gegevens in de onderstaande tabel. Tabel 7: gegevens veldbezoeken Nr.
Waarnemer(s)
Datum
Tijd van
Tijd tot
Temperatuur (°C)
Bewolking
Windrichting
Windkracht (Bft)
Neerslag (mm)
1
Benjamin Brandt en Ruth van den Herik
17-09-2018
21:07
23:07
17
Onbekend
ZO
2
0
2
Benjamin Brandt en Ruth van den Herik
19-09-2018
21:01
23:01
15
1/8
Z
3
0
3
Richard Notenboom en Diede Melsen
10-10-2018
20:04
22:04
18
Onbewolkt
O
2
0
4
Nick Kroese
29-5-2019
22:40
00:40
16
7/8
N
3
0
5
Nick Kroese
26-6-2019
21:25
23:52
18
4/8
NO
3
0
De data van de bezoeken zijn conform de optimale waarden volgens volgens het Soortenstandaard Rugstreeppad (RVO, 2014) en voor de onderzochte soorten en functies zoals omschreven in hoofdstuk 2. Aanwezigheid van de rugstreeppad kan uitgesloten worden, tijdens alle bezoeken zijn er geen rugstreeppadden waargenomen. De waarnemingen van overige dieren is te zien in bijlage 3b. 3.8 Platte schijfhoren Het onderzoek is uitgevoerd volgens de gegevens in de onderstaande tabel. Tabel 8: gegevens veldbezoeken Nr.
Waarnemer(s)
Datum
Tijd van
Tijd tot
Temperatuur (°C)
Bewolking
Windrichting
Windkracht (Bft)
Neerslag (mm)
1
Richard Notenboom en Nick Kroese
25-09-2018
10:29
17:30
13
Onbekend
Z
1
0
Aanwezigheid van de platte schijfhoren kan uitgesloten worden, er zijn tijdens het bezoek geen platte schijfhorens aangetroffen. De waarnemingen van overige aangetroffen dieren is te zien in bijlage 4.
Rapport soortgericht onderzoek
14
3.9 Waterspitsmuis Het onderzoek is uitgevoerd volgens de gegevens in de onderstaande tabel. Tabel 9: gegevens veldbezoeken Nr.
Waarnemer(s)
Datum
Tijd van
Tijd tot
Temperatuur (°C)
Bewolking
Windrichting
Windkracht (Bft)
Neerslag (mm)
1
Pieter van Dam en Diede Melsen
11-09-2018
12:38
16:38
19
onbekend
ZW
3
0
2
Pieter van Dam en Diede Melsen
17-09-2018
07:01
10:01
14
onbekend
Z
2
0
3
Benjamin Brandt en Ruth van den Herik
17-09-2018
19:02
21:02
22
onbewolkt
Z
2
0
4
Pieter van Dam en Diede Melsen
18-09-2018
07:00
10:00
17
onbewolkt
ZW
3
0
5
Benjamin Brandt en Ruth van den Herik
18-09-2018
18:18
21:01
21
onbewolkt
ZW
4
0
6
Pieter van Dam en Diede Melsen
19-09-2018
07:04
10:04
15
1/8
Z
3
0
7
Benjamin Brandt en Ruth van den Herik
19-09-2018
19:00
21:00
21
onbekend
Z
3
0
8
Pieter van Dam en Diede Melsen
20-09-2018
07:05
10:05
17
geheel bewolkt
ZW
3
0
De data van de bezoeken zijn conform de optimale waarden volgens het NDFF-protocol‘ 17.001 - Inventarisatie muizen met inloopvallen’ (NDFF, jaartal onbekend) en IBN methode (Bergers, P.J.M & M. La haye, 2000) en voor de onderzochte soorten en functies zoals omschreven in hoofdstuk 2. De waterspitsmuis is aangetroffen in het projectgebied bij vallenraai 4. Bij de eerste en derde avondronde zijn twee waterspitsmuizen aangetroffen. Bij de tweede avond controleronde is er één waterspitsmuis aangetroffen in dezelfde val. Daarnaast is de waterspitsmuis één keer aangetroffen tijdens de ochtend controleronde. De locaties van de vallenraaien, alle waarnemingen van het waterspitsmuis onderzoek en foto’s zijn weergegeven in bijlage 5.
Rapport soortgericht onderzoek
15
4. CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN
Onderstaand is de vraag beantwoord of er bij uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden overtreding van
funtionele leefomgeving door de huismus. Verwijdering van deze structuren leidt tot een overtreding van
de Wet natuurbescherming plaatsvindt voor de onderzochte soorten en functies. Hierbij is toegelicht om welke
artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming voor de huismus doordat nestplaatsen ongeschikt worden. Dit
artikelen het dan gaat. Daarnaast zijn aanbevelingen gedaan voor het vervolgtraject.
kan voorkomen worden door de aangewezen structuren te behouden. Aanwezigheid van de ringslang, platte schijfhoren, rugstreeppad en heikikker kan uitgesloten worden.
4.1 Toetsing en conclusie Er zijn waterspitsmuizen aangetroffen in het projectgebied. Indien het biotoop van de waterspitsmuis door
4.3 Aanbevelingen
de werkzaamheden wordt verwijderd is dit een overtreding van artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming
Om overtreding van Artikel 3.10 lid 1 van de Wnb voor de waterspitsmuis te voorkomen dient er met de
voor de waterspitsmuis. Daarnaast is er tijdens de ecologische quickscan één mogelijke horst aangetroffen
werkzaamheden rekening gehouden te worden met het leefgebied van de waterspitsmuis. Dit kan mogelijk
en zijn er tijdens het onderzoek nog twee mogelijke horsten aangetroffen. In totaal zijn er dus drie
door een aangepaste werkwijze te volgen die wordt vastgelegd in een ecologisch werkprotocol. In het
mogelijke horsten aanwezig in het projectgebied. Om te bepalen welke soort(en) gebruik maken van de
ecologisch werkprotocol dient uitgewerkt te worden hoe overtreding voor de waterspitsmuis voorkomen
mogelijke horsten is soortgericht onderzoek nodig. Echter, soortgericht onderzoek naar de mogelijke
kan worden. Indien het doden van individuen of het aantasten van leefgebied niet voorkomen kan worden,
horsten kan voorkomen worden door buiten het broedseizoen en/of buiten de verstoringsafstand van
dient ontheffing aangevraagd te worden. Aanbevolen wordt om het leefgebied van de waterspitsmuis te
75 meter te werken en door het nest te behouden. Daarnaast zijn er bosschages aanwezig binnen
behouden.
het projectgebied welke gebruikt worden als functionele leefomgeving door de huismus. Indien deze structuren worden verwijderd dan zorgt dit ervoor dat de naastgelegen nestplaatsen ongeschikt zijn.
Om soortgericht onderzoek naar mogelijk jaarrond beschermde nesten te voorkomen dienen de bomen
Dit is een overtreding van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming voor de huismus en daar dient
met mogelijke horsten, zoals weergegeven in bijlage 1, behouden te blijven. Daarnaast dient er buiten het
ontheffing voor aangevraagd te worden. Als de beplanting aanwezig blijft is ontheffing niet nodig.
broedseizoen en/of buiten de verstoringafstand van 75 meter gewerkt te worden. Indien deze bomen niet behouden kunnen blijven, dient nader onderzoek uitgevoerd te worden.
Is er bij uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden kans op overtreding van de Wet natuurbescherming voor De bosschages welke gebruikt worden als functionele leefomgeving van de huismus, zoals weergegeven
de onderzochte soorten en functies?
in bijlage 2, dienen behouden te blijven. Indien dit niet mogelijk is dan zal er een ontheffing van de Wet Bij uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden wordt Artikel 3.10 lid 1 van de Wet natuurbescherming
natuurbescherming aangevraagd moeten worden.
voor de waterspitsmuis overtreden indien er gewerkt wordt in het leefgebied van de waterspitsmuis. Daarnaast zijn er drie mogelijke horsten aangetroffen, indien deze bomen gekapt dienen te worden is er eerst soorgericht onderzoek naar deze mogelijke horsten nodig. Dit onderzoek kan voorkomen worden door buiten het broedseizoen en/of buiten de verstoringsafstand van 75 meter te werken en door de nesten te behouden. Daarnaast zijn er bosschages aanwezig binnen het projectgebied welke gebruikt worden als
Rapport soortgericht onderzoek
16
BRONVERMELDING Alle bronnen zijn geraadpleegd op 15 juli 2019.
Literatuur Bergers, P.J. & M. La Haye (2000) Kleine zoogdieren betrouwbaarder en efficienter inventariseren BIJ12 (2017a). Kennisdocument huismus. BIJ12 (2017b). Kennisdocument heikikker. BIJ12 (2017c). Kennisdocument rugstreeppad. Netwerk Groene Bureau’s (2017). Soortinventarisatieprotocol 2017 NDFF (jaartal onbekend). 17.001Inventarisatie muizen met inloopvallen.
Geraadpleegde websites www.anemoon.org. Pagina: platte schijfhoren www.RVO.nl. Pagina: soortenstandaard rugstreeppad www.ravon.nl. Pagina: ringslang www.sovon.nl. Pagina: ransuil www.zoogdiervereniging.nl. Pagina: waterspitsmuis
Rapport soortgericht onderzoek
17
BIJLAGE 1 - Kaart mogelijk jaarrond beschermde nesten
Figuur 1: Locaties mogelijk jaarrond beschermde nesten.
Rapport soortgericht onderzoek
18
BIJLAGE 2 - Kaart functionele leefomgeving huismus
Figuur 1: Locaties van groen wat gebruikt wordt als functionele leefomgeving van de huismus. De figuren waarnaar verwezen wordt op de kaart zijn te zien op de volgende pagina.
Rapport soortgericht onderzoek
19
Figuur 2: Detailkaart van figuur 1 met daarop het groen aangegeven wat wordt gebruikt als functionele leefomgeving door de huismus.
Rapport soortgericht onderzoek
20
Figuur 3: Detailkaart van figuur 1 met daarop het groen aangegeven wat wordt gebruikt als functionele leefomgeving door de huismus. Het getekende vlak betreft een kale zand/kippen hok vlakte welke gebruikt wordt als functionele leefomgeving door de huismus. De overige twee lijnvormige vlakken betreffen twee hagen en het andere vlak betreft twee struiken aan de weerszijden van de sloot.
Rapport soortgericht onderzoek
21
BIJLAGE 3a - Kaart locaties reptielenplaten
Figuur 1: locaties van de uitgelegde reptielenplaten.
Rapport soortgericht onderzoek
22
BIJLAGE 3b - Kaart waarnemingen ringslang- , heikikker- en rugstreeppad onderzoek
Figuur 1: waarnemingen van overige dieren tijdens het ringslang-, heikikker- en rugstreeppad onderzoek. De waargenomen soorten zijn geen beschermde soorten onder de Wet natuurbescherming.
Rapport soortgericht onderzoek
23
BIJLAGE 4 - Kaart waarnemingen platte schijfhoren onderzoek
Figuur 1: waarnemingen van overige dieren tijdens het platte schijfhoren onderzoek. De waargenomen soorten zijn geen beschermde soorten onder de Wet natuurbescherming.
Rapport soortgericht onderzoek
24
BIJLAGE 5a - Kaart locaties vallenraaien waterspitsmuis onderzoek
Figuur 1: locaties van vallenraaien ten behoeve van het waterspitsmuisonderzoek
Rapport soortgericht onderzoek
25
BIJLAGE 5b - Tabel waarnemingen waterspitsmuis onderzoek Tabel: Alle waarnemingen zijn in de tabel opgenomen. Het betreft de waarnemingen van alle bezoeken. BM = bosmuis, VM = veldmuis, HSM = huisspitsmuis, WSM = waterspitsmuis
Rapport soortgericht onderzoek
26
BIJLAGE 5c - Foto’s waterspitsmuis onderzoek
Figuur 2: veldmuis
Figuur 1: waterspitsmuis
Figuur 3: huisspitsmuis
Figuur 4: bosmuis
Rapport soortgericht onderzoek
27
Over ons Habitus natuur & landschap is een vooruitstrevend onderzoeks- en adviesbureau voor ecologie, natuur en landschap. Kwaliteit en klanttevredenheid staan bij ons hoog in het vaandel. U kunt van ons verwachten dat wij vlotte en klantgerichte service bieden en aantrekkelijke producten opleveren van het hoogste inhoudelijke niveau. Wij geloven in langdurige samenwerking met opdrachtgevers, partners en personeel op een wijze die wederzijds voordeel oplevert.
Kwaliteit Wij staan voor kwaliteit, dit begint voor ons bij onze ecologen, die specialistische kennis bezitten over de herkenning en ecologie van flora en fauna. Naast inhoudelijke expertise kan kwaliteit in sterke mate geborgd worden door het opstellen en beheren van processen, daarom hebben wij onze bedrijfsstructuur rond processen opgebouwd. Door de aanwezige inhoudelijke kennis en de toepassing van processen aan te vullen met een uitstekende communicatieve vaardigheden, zijn wij er van overtuigd dat elke dienst voldoet aan de strengste kwaliteitseisen.
Klanttevredenheid De klant staat bij ons centraal en dat zien wij ook terug in de cijfers. Zo wordt onze dienstverlening door klanten gemiddeld met een acht beoordeeld. Regelmatig vragen wij u om een evaluatieformulier in te vullen. Met uw input kunnen we onze dienstverlening in de toekomst verder optimaliseren.
Over ons logo Libellen zijn prachtige insecten. Het is dan ook geen toeval dat we voor inspiratie voor ons logo geput hebben uit de fraaie en diverse vormen die de orde van libellen rijk is. Omdat de vleugelvorm het onderscheidende kenmerk is tussen libellen en juffers en elke soort unieke vleugelkenmerken heeft, hebben we dit onderdeel als basisvorm voor ons logo gekozen.
18
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Te saneren glastuinbouw en Verkeer nieuwe woningen Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl. Rzyha6K7DbBE (11 december 2019) pagina 1/24
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
mRO
Paradijsweg, 2461 Nieuwkoop
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Paradijsweg westzijde
Rzyha6K7DbBE
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
11 december 2019, 11:26
2019
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Situatie 1
Situatie 2
Verschil
NOx
7.572,90 kg/j
90,54 kg/j
-7.482,36 kg/j
NH3
-
6,30 kg/j
6,30 kg/j
Resultaten
Natuurgebied
Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)
Uw berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Toelichting
Vergelijking depositie te saneren glastuinbouw met depositie verkeer nieuwe woningen Paradijsweg westzijde
Resultaten
Te saneren glastuinbouw Verkeer nieuwe woningen
Rzyha6K7DbBE (11 december 2019) pagina 2/24
Resultaten
Locatie Te saneren glastuinbouw
Emissie Te saneren glastuinbouw
Resultaten
Bron Sector
Te saneren glastuinbouw Landbouw | Glastuinbouw
Te saneren glastuinbouw Verkeer nieuwe woningen
Emissie NH3
Emissie NOx
-
7.572,90 kg/j
Rzyha6K7DbBE (11 december 2019) pagina 3/24
Resultaten
Locatie Verkeer nieuwe woningen
Emissie Verkeer nieuwe woningen
Resultaten
Bron Sector
Verkeer nieuwe woningen Wegverkeer | Buitenwegen
Te saneren glastuinbouw Verkeer nieuwe woningen
Emissie NH3
Emissie NOx
6,30 kg/j
90,54 kg/j
Rzyha6K7DbBE (11 december 2019) pagina 4/24
Resultaten
Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden
Natuurgebied
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Noordhollands Duinreservaat
0,01
0,00
- 0,01
Veluwe
0,01
0,00
- 0,01
Ulvenhoutse Bos
0,01
0,00
- 0,01
Lingegebied & Diefdijk-Zuid
0,01
0,00
- 0,01
Duinen Den Helder-Callantsoog
0,01
0,00
- 0,01
Westduinpark & Wapendal
0,01
0,00
- 0,01
Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen
0,01
0,00
- 0,01
Kennemerland-Zuid
0,01
0,00
- 0,01
Rijntakken
0,01
0,00
- 0,01
Duinen Goeree & Kwade Hoek
0,01
0,00
- 0,01
Kampina & Oisterwijkse Vennen
0,01
0,00
- 0,01
Krammer-Volkerak
0,01
0,00
- 0,01
Voornes Duin
0,01
0,00
- 0,01
Solleveld & Kapittelduinen
0,01
0,00
- 0,01
Schoorlse Duinen
0,01
0,00
- 0,01
Grevelingen
0,01
0,00
- 0,01
Landgoederen Brummen
0,01
0,00
- 0,01
Binnenveld
0,01
0,00
- 0,01
Zwanenwater & Pettemerduinen
0,01
0,00
- 0,01
Uiterwaarden Lek
0,01
0,00
- 0,01
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
(mol/ha/j)
Resultaten
Te saneren glastuinbouw Verkeer nieuwe woningen
Rzyha6K7DbBE (11 december 2019) pagina 5/24
Resultaten
Natuurgebied
Zouweboezem
0,01
0,00
- 0,01
Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek
0,01
0,00
- 0,01
Langstraat
0,01
0,00
- 0,01
Biesbosch
0,01
0,00
- 0,01
Kolland & Overlangbroek
0,01
0,00
- 0,01
Meijendel & Berkheide
0,01
0,00
- 0,01
Coepelduynen
0,01
0,00
- 0,01
Eilandspolder
0,01
0,00
- 0,01
Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder
0,01
0,00
- 0,01
Polder Westzaan
0,01
0,00
- 0,01
Oostelijke Vechtplassen
0,01
0,00
- 0,01
Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske
0,01
0,00
- 0,01
Naardermeer
0,01
0,00
- 0,01
Botshol
0,02
0,00
- 0,02
Nieuwkoopse Plassen & De Haeck
0,02
0,00
- 0,02
*
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Te saneren glastuinbouw Verkeer nieuwe woningen
Rzyha6K7DbBE (11 december 2019) pagina 6/24
Resultaten
Resultaten per habitattype
Noordhollands Duinreservaat
(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat
Resultaten
Te saneren glastuinbouw Verkeer nieuwe woningen
Rzyha6K7DbBE (11 december 2019) pagina 7/24
Resultaten
Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H2120 Witte duinen
0,01
0,00
- 0,01
H2130A Grijze duinen (kalkrijk)
0,01
0,00
- 0,01
H2160 Duindoornstruwelen
0,01
0,00
- 0,01
H2130B Grijze duinen (kalkarm)
0,01
0,00
- 0,01
H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos
0,01
0,00
- 0,01
H2180C Duinbossen (binnenduinrand)
0,01
0,00
- 0,01
H2190A Vochtige duinvalleien (open water)
0,01
0,00
- 0,01
H2140B Duinheiden met kraaihei (droog)
0,01
0,00
- 0,01
H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)
0,01
0,00
- 0,01
H2130C Grijze duinen (heischraal)
0,01
0,00
- 0,01
H2170 Kruipwilgstruwelen
0,01
0,00
- 0,01
H2180B Duinbossen (vochtig)
0,01
0,00
- 0,01
H6410 Blauwgraslanden
0,01
0,00
- 0,01
H7210 Galigaanmoerassen
0,01
0,00
- 0,01
H2110 Embryonale duinen
0,01
0,00
- 0,01
H2140A Duinheiden met kraaihei (vochtig)
0,01
0,00
- 0,01
H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt)
0,01
0,00
- 0,01
H2150 Duinheiden met struikhei
0,01
0,00
- 0,01
ZGH2180C Duinbossen (binnenduinrand)
0,01
0,00
- 0,01
H6430C Ruigten en zomen (droge bosranden)
0,01
0,00
- 0,01
Te saneren glastuinbouw Verkeer nieuwe woningen
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Rzyha6K7DbBE (11 december 2019) pagina 8/24
Resultaten
Habitattype
ZGH2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos
Resultaten
Te saneren glastuinbouw Verkeer nieuwe woningen
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
0,01
0,00
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
- 0,01
Rzyha6K7DbBE (11 december 2019) pagina 9/24
Resultaten
Veluwe
Resultaten
Te saneren glastuinbouw Verkeer nieuwe woningen
Rzyha6K7DbBE (11 december 2019) pagina 10/24
Resultaten
Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,01
0,00
- 0,01
H2330 Zandverstuivingen
0,01
0,00
- 0,01
H4030 Droge heiden
0,01
0,00
- 0,01
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,01
0,00
- 0,01
L4030 Droge heiden
0,01
0,00
- 0,01
Lg09 Droog struisgrasland
0,01
0,00
- 0,01
Lg13 Bos van arme zandgronden
0,01
0,00
- 0,01
Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
0,01
0,00
- 0,01
H9190 Oude eikenbossen
0,01
0,00
- 0,01
H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm
0,01
0,00
- 0,01
ZGL4030 Droge heiden
0,01
0,00
- 0,01
ZGLg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
0,01
0,00
- 0,01
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,01
0,00
- 0,01
ZGLg13 Bos van arme zandgronden
0,01
0,00
- 0,01
Lg01 Permanente bron & Langzaam stromende bovenloop
0,01
0,00
- 0,01
H3160 Zure vennen
0,01
0,00
- 0,01
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,01
0,00
- 0,01
ZGLg01 Permanente bron & Langzaam stromende bovenloop
0,01
0,00
- 0,01
Te saneren glastuinbouw Verkeer nieuwe woningen
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Rzyha6K7DbBE (11 december 2019) pagina 11/24
Resultaten
Habitattype
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H5130 Jeneverbesstruwelen
0,01
0,00
- 0,01
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,01
0,00
- 0,01
H2320 Binnenlandse kraaiheibegroeiingen
0,01
0,00
- 0,01
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,01
0,00
- 0,01
ZGH9190 Oude eikenbossen
0,01
0,00
- 0,01
ZGH9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,01
0,00
- 0,01
H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)
0,01
0,00
- 0,01
ZGH2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,01
0,00
- 0,01
ZGH4030 Droge heiden
0,01
0,00
- 0,01
ZGLg09 Droog struisgrasland
0,01
0,00
- 0,01
H7230 Kalkmoerassen
0,01
0,00
- 0,01
H6410 Blauwgraslanden
0,01
0,00
- 0,01
ZGH4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,01
0,00
- 0,01
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Ulvenhoutse Bos Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,01
0,00
- 0,01
H9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)
0,01
0,00
- 0,01
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,01
0,00
- 0,01
Te saneren glastuinbouw Verkeer nieuwe woningen
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Rzyha6K7DbBE (11 december 2019) pagina 12/24
Resultaten
Lingegebied & Diefdijk-Zuid Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H91E0B Vochtige alluviale bossen (esseniepenbossen)
0,01
0,00
- 0,01
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,01
0,00
- 0,01
ZGH6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
0,01
0,00
- 0,01
H6510B Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart)
0,01
0,00
- 0,01
H9999:70 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische aangewezen type (H7230)
0,01
0,00
- 0,01
H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
0,01
0,00
- 0,01
Te saneren glastuinbouw Verkeer nieuwe woningen
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Rzyha6K7DbBE (11 december 2019) pagina 13/24
Resultaten
Duinen Den Helder-Callantsoog Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos
0,01
0,00
- 0,01
H2180B Duinbossen (vochtig)
0,01
0,00
- 0,01
H2180C Duinbossen (binnenduinrand)
0,01
0,00
- 0,01
H6230 Heischrale graslanden
0,01
0,00
- 0,01
H2130B Grijze duinen (kalkarm)
0,01
0,00
- 0,01
H2150 Duinheiden met struikhei
0,01
0,00
- 0,01
H6410 Blauwgraslanden
0,01
0,00
- 0,01
H7210 Galigaanmoerassen
0,01
0,00
- 0,01
H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)
0,01
0,00
- 0,01
Te saneren glastuinbouw Verkeer nieuwe woningen
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Rzyha6K7DbBE (11 december 2019) pagina 14/24
Resultaten
Westduinpark & Wapendal Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H2120 Witte duinen
0,01
0,00
- 0,01
H2130A Grijze duinen (kalkrijk)
0,01
0,00
- 0,01
H2160 Duindoornstruwelen
0,01
0,00
- 0,01
ZGH2130A Grijze duinen (kalkrijk)
0,01
0,00
- 0,01
H2180C Duinbossen (binnenduinrand)
0,01
0,00
- 0,01
H2130B Grijze duinen (kalkarm)
0,01
0,00
- 0,01
H2180Ao Duinbossen (droog), overig
0,01
0,00
- 0,01
H2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos
0,01
0,00
- 0,01
H2150 Duinheiden met struikhei
0,01
0,00
- 0,01
Te saneren glastuinbouw Verkeer nieuwe woningen
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Rzyha6K7DbBE (11 december 2019) pagina 15/24
Resultaten
Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H2330 Zandverstuivingen
0,01
0,00
- 0,01
H9190 Oude eikenbossen
0,01
0,00
- 0,01
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,01
0,00
- 0,01
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,01
0,00
- 0,01
H9160A Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden)
0,01
0,00
- 0,01
H2310 Stuifzandheiden met struikhei
0,01
0,00
- 0,01
H4030 Droge heiden
0,01
0,00
- 0,01
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,01
0,00
- 0,01
Te saneren glastuinbouw Verkeer nieuwe woningen
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Rzyha6K7DbBE (11 december 2019) pagina 16/24
Resultaten
Kennemerland-Zuid
Resultaten
Te saneren glastuinbouw Verkeer nieuwe woningen
Rzyha6K7DbBE (11 december 2019) pagina 17/24
Resultaten
Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
H2110 Embryonale duinen
0,01
0,00
- 0,01
H2190A Vochtige duinvalleien (open water)
0,01
0,00
- 0,01
H2120 Witte duinen
0,01
0,00
- 0,01
H2160 Duindoornstruwelen
0,01
0,00
- 0,01
H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)
0,01
0,00
- 0,01
H2130A Grijze duinen (kalkrijk)
0,01
0,00
- 0,01
H2170 Kruipwilgstruwelen
0,01
0,00
- 0,01
H2130B Grijze duinen (kalkarm)
0,01
0,00
- 0,01
ZGH2130A Grijze duinen (kalkrijk)
0,01
0,00
- 0,01
H2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos
0,01
0,00
- 0,01
H9999:88 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische aangewezen type (H2130C;H7140B;H2130B)
0,01
0,00
- 0,01
H2180B Duinbossen (vochtig)
0,01
0,00
- 0,01
H2190Aom Vochtige duinvalleien (open water), oligo- tot mesotrofe vormen
0,01
0,00
- 0,01
H2150 Duinheiden met struikhei
0,01
0,00
- 0,01
H2180C Duinbossen (binnenduinrand)
0,01
0,00
- 0,01
ZGH2170 Kruipwilgstruwelen
0,01
0,00
- 0,01
ZGH2120 Witte duinen
0,01
0,00
- 0,01
H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt)
0,01
0,00
- 0,01
H2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos
0,01
0,00
- 0,01
Te saneren glastuinbouw Verkeer nieuwe woningen
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Rzyha6K7DbBE (11 december 2019) pagina 18/24
Resultaten
Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
ZGH2190A Vochtige duinvalleien (open water)
0,01
0,00
- 0,01
ZGH2180A Duinbossen (droog), berken-eikenbos
0,01
0,00
- 0,01
H2130C Grijze duinen (heischraal)
0,01
0,00
- 0,01
H7210 Galigaanmoerassen
0,01
0,00
- 0,01
H2140B Duinheiden met kraaihei (droog)
0,01
0,00
- 0,01
ZGH2160 Duindoornstruwelen
0,01
0,00
- 0,01
ZGH2130B Grijze duinen (kalkarm)
0,01
0,00
- 0,01
ZGH2180C Duinbossen (binnenduinrand)
0,01
0,00
- 0,01
Te saneren glastuinbouw Verkeer nieuwe woningen
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Rzyha6K7DbBE (11 december 2019) pagina 19/24
Resultaten
Rijntakken Habitattype
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
ZGLg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied
0,01
0,00
- 0,01
H91E0B Vochtige alluviale bossen (esseniepenbossen)
0,01
0,00
- 0,01
ZGLg08 Nat, matig voedselrijk grasland
0,01
0,00
- 0,01
Lg07 Dotterbloemgrasland van veen en klei
0,01
0,00
- 0,01
Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland
0,01
0,00
- 0,01
Lg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied
0,01
0,00
- 0,01
ZGLg07 Dotterbloemgrasland van veen en klei
0,01
0,00
- 0,01
ZGLg02 Geïsoleerde meander en petgat
0,01
0,00
- 0,01
H6430C Ruigten en zomen (droge bosranden)
0,01
0,00
- 0,01
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,01
0,00
- 0,01
Lg02 Geïsoleerde meander en petgat
0,01
0,00
- 0,01
H91F0 Droge hardhoutooibossen
0,01
0,00
- 0,01
H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
0,01
0,00
- 0,01
Te saneren glastuinbouw Verkeer nieuwe woningen
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Rzyha6K7DbBE (11 december 2019) pagina 20/24
Resultaten
Duinen Goeree & Kwade Hoek Habitattype
H2130A Grijze duinen (kalkrijk)
0,01
0,00
- 0,01
H2160 Duindoornstruwelen
0,01
0,00
- 0,01
H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)
0,01
0,00
- 0,01
Lg12 Zoom, mantel en droog struweel van de duinen 0,01
0,00
- 0,01
H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks)
0,00
- 0,01
*
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
0,01
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Te saneren glastuinbouw Verkeer nieuwe woningen
Rzyha6K7DbBE (11 december 2019) pagina 21/24
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)