CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

3-1 Beroepschrift met bijlagen.pdf

Raadsvergadering 29 april 2021, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken33.595 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

306349/51359637.1

23/36

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

I

NOTARIAAT

het bouwvlak; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak;" Cliënten achten een en ander in strijd met een goede ruimtelijke ordening. 7.2

Maximale bouwhoogte ontbreekt voor Van Wijk

Niet alleen zou Van Wijk vrijwel het gehele bouwperceel kunnen bebouwen, het bestemmingsplan staat hem ook toe om dit tot elke gewenste hoogte te doen. In artikel 4.2.1 onder c van de planregels staat namelijk dat de bouwhoogte van gebouwen op voor 'Bedrijf' aangewezen gronden ten hoogste de ter plaatse aangegeven bouwhoogte bedraagt. Echter, voor het perceel van Van Wijk is peen bouwhoogte in de verbeelding opgenomen. Artikel 4.2.1 onder c van de planregels is daarmee zonder betekenis voor Van Wijk. Overigens geldt dit euvel ook voor de bedrijfswoning die ter plaatse wordt toegestaan. Het is evident dat dit in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Juist op het perceel het dichtst bij belangrijke structuren uit de NHW en het bijzondere gebied rond buitenplaats Heemstede is op geen enkele wijze paal en perk gesteld aan de oppervlakte en bouwhoogte van bedrijfsbebouwing. Dit lijkt een duidelijk misslag van het gemeentebestuur en cliënten verzoeken uw Afdeling om hun beroep reeds hierom gegrond te verklaren. 7.3

Gebruiksmogelijkheden voor Van Wijk zijn op onderdelen te ruim

Artikel 4.3 van de planregels bevat specifieke gebruiksregels voor gronden met de bestemming 'Bedrijf'. Sub c van artikel 4.3 bepaalt in dit kader dat de opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 meter op onbebouwde gronden niet is toegestaan. Dit is echter het enige artikel dat de opslag op het perceel reguleert. Cliënten vinden het nodig dat er een gebruiksregel wordt opgenomen die alle vormen van opslag op het perceel reguleert. Artikel 4.3, sub c, van de planregels ziet immers alleen op onbebouwde gronden. Nog los dat een definitie van dit begrip ontbreekt, is sowieso duidelijk dat deze planregel niet voorkomt dat er op een grotere hoogte dan 4 meter zou kunnen worden opgeslagen. Door de specifieke formulering is immers de opslag op bebouwde gronden niet aan regels gebonden. Dit is een omissie en de planregels hadden wel moeten verzekeren dat opslag in het algemeen niet boven een bepaalde hoogte mag uitkomen. 7.4

Ten onrechte geen groene strook langs ARK opgenomen en een voorwaardelijke verplichting over de instandhouding van de groenstrook ontbreekt

In het bestemmingsplan is een strook van 50 meter aan de noordwestzijde van de fase 4-uitbreiding van het bedrijventerrein aangewezen als groenstrook. Ook wel de 'Vuilcopsekanaaldijk 50m zone' genoemd. De gemeente geeft in de toelichting op het bestemmingsplan (paragraaf 5.2) aan de groenstrook te hebben opgenomen ter bescherming van de structuur van de NHW: "Het toekomstige bedrijvenpark fase 4 heeft de bestemming Bedrijventerrein. Om de toekomstige bedrijven ruimte voor de inrichting

306349/51359637.1

24/36

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

I

NOTARIAAT

te geven, is gekozen voor ruime bouwvlakken. In het noordelijk deel van het plangebied zijn enkele delen bestemd met Groen. Dit gaat om een langzaamverkeersroute die van oost naar west door het plangebied loopt en een groenstrook aan de oost- en westzijde waarmee de structuur van de Nieuwe Hollandse Waterlinie beschermd wordt" Het perceel van aannemersbedrijf Van Wijk ligt ook (vrijwel) volledig in inundatiegebied van de NHW. Het is dan ook onduidelijk waarom de gemeente de groenstrook niet heeft doorgetrokken langs het perceel van Van Wijk en het ARK teneinde de structuur van de NHW te beschermen. Aileen al omdat hetzelfde argument voor de groenstrook voor Van Wijk geldt, had de gemeente ook hier de groenstrook moeten doortrekken. Daarnaast is het ook — los van de NHW — vanuit een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk dat sprake is van een groene afscherming rond het bedrijf van Van Wijk, maar in het bijzonder in de richting van het ARK. Dat het bij Van Wijk gaat om bestaande bedrijvigheid doet namelijk niets af aan de noodzaak voor een goede landschappelijke inpassing. Daarbij dient de groene haag rond het bedrijf ook van voldoende hoogte te zijn om de bedrijvigheid af te schermen. Dit heeft het gemeentebestuur ten onrechte niet onderkend.

Nu hiervoor de noodzaak voor een groene afscherming is aangetoond, is het verder nodig dat in de planregels de aanleg en instandhouding van deze afscherming door middel van een voorwaardelijke verplichting wordt geborgd. Immers, het is vaste jurisprudentie van uw Afdeling dat alleen het opnemen van een groenbestemming ontoereikend is om te borgen dat er ook een bepaalde groene invulling wordt gegeven aan een plandeel (zie bijvoorbeeld uw uitspraak van 16 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3872). Nu dit niet is gedaan is het bestemmingsplan onzorgvuldig vastgesteld. 7.5

Gebreken in de planregeling voor de enkelbestemming wonen

Met betrekking tot de woonbestemming die in de punt van de Driehoek wordt mogelijk gemaakt geldt ook dat de toegestane bouwhoogte ontbreekt, waardoor de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan erg groot worden. Hoogbouw is daarmee niet uitgesloten. Hiermee verbonden is het gegeven dat het bestemmingsplan niet aangeeft hoeveel woningen ter plaatse zijn toegestaan. Daarmee lijkt het bestemmingsplan op de enkelbestemming wonen, meerdere woningen toe te staan. Nu ook de bouwhoogte niet is begrensd, lijkt het gemeentebestuur iets heel anders te hebben mogelijk gemaakt dan waarschijnlijk is bedoeld. Ook op dit punt is het bestemmingsplan dus onzorgvuldig vastgesteld. 8

MAXIMALE BOUWHOOGTE BEDRUVENTERREIN HET KLOOSTER TE HOOG

Hiervoor is reeds betoogd dat voor de gronden van Van Wijk überhaupt geen regulering van de bouwhoogte is opgenomen. Voor de gronden met de bestemming 'bedrijventerrein' is wel in een bouwhoogte voorzien. Cliënten kunnen zich hier echter niet mee verenigen om verschillende redenen: • • •

de gekozen bouwhoogte is in strijd met de NHW; de hoogte is in strijd met de PRV; er is geen sprake van een goede ruimtelijke inpassing;

306349/51359637.1

25/36

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

•

8.1

NOTARIAAT

de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid van artikel 6.3.1, sub a, van de planregels voldoet niet.

De bouwhoogte is in strijd met de NHW

De gemeente Nieuwegein geeft in de Notitie beantwoording zienswijzen aan dat zij de dubbelbestemming 'Waarde — Cultuurhistorie 1', in de zin van artikel 19.1 van de planregels, aan gronden toewijst om de cultuurhistorische waarde van de NHW te beschermen. Voorts geeft zij aan dat daarvoor juist openheid van het landschap van belang is (p. 16 Notitie beantwoording zienswijzen). In dat kader is het opmerkelijk te noemen dat op geen manier in het bestemmingsplan rekenschap wordt gegeven waarom een bouwhoogte op alle gronden van fase 4 van Het Klooster van 12 meter niet de kernkwaliteiten van de NHW aantast (eerder is reeds betoogd dat ten onrechte niet alle gronden binnen het plangebied als NHW zijn aangewezen). Volgens cliënten is het duidelijk dat een dergelijke bouwhoogte hoe dan ook de kernkwaliteit 'openheid' zal aantasten en daarmee niet door de beugel kan. Ook als men kijkt naar wat er in bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Het Klooster', is geregeld met betrekking tot de bouwhoogte voor gronden met de dubbelbestemming 'Waarde — Cultuurhistorie' (en die dus in het kader van de NHW worden beschermd) wordt duidelijk dat de bouwhoogte van 12 meter niet in stand kan blijven.

In dit verband geldt dat in het beeldkwaliteitsplan bij het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Het Klooster' (Bijlage 1 bij de toelichting op het bestemmingsplan), speciaal een aparte bouwhoogte voor de NHW-zone in dat deelgebied is opgenomen, namelijk: 8 meter met vrijstelling tot /2 meter (p. 14). Dit is ook als zodanig in de planregels van het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Het Klooster', vastgesteld 1 augustus 2016, opgenomen. Namelijk in artikel 4.2.1, onder d, in samenhang met 4.3.1 van de planregels. Niet valt in te zien waarom dit voor de Driehoek anders heeft te gelden. Er had dus — als uw Afdeling al tot het oordeel komt dat er geen aanleiding is voor een verdergaande vernietiging van het bestemmingsplan — in ieder geval bij een bouwhoogte van 8 meter moeten worden aangesloten. 8.2

De bouwhoogte is in strijd met de PRV

Hiervoor is in hoofdstuk 5 toegelicht dat het bestemmingsplan in strijd met artikel 3.7 van de PRV is vastgesteld omdat er niet aan de cumulatieve voorwaarden is voldaan om verstedelijking toe te staan in een kernrandzonegebied. Met betrekking tot de rechtstreeks (dan wel door middel van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid) toegestane bouwhoogte geldt ook dat het bestemmingsplan in strijd is met artikel 3.7 van de PRV. In het bijzonder wordt aan de landschappelijke inpassing en de zorgvuldige overgang tussen stedelijk gebied en het omliggende buitengebied niet voldaan. 8.3

Er is geen sprake van een goede ruimtelijke inpassing

Het gemeentebestuur betoogt in de Notitie beantwoording zienswijzen dat bedrijvenpark Het Klooster geen onderdeel uitmaakt van het groene gebied tussen de stedelijke kernen Nieuwegein en Houten, ten westen van de snelweg A27. Daardoor maakt de uitbreiding van het bedrijvenpark, volgens het gemeentebestuur, dan ook geen inbreuk op het aantrekkelijke, landelijke karakter van het groene gebied (waarin ook Kasteel Heemstede is gelegen). Deze argumentatie snijdt echter geen hout. Het gaat er

306349/51359637.1

26/36

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

1

NOTARIAAT

namelijk ten onrechte aan voorbij dat een gebied wel degelijk invloed heeft op (de beleving van) naastgelegen gebieden. Het is daarvoor niet nodig of de gebieden nu strikt genomen deel uitmaken van hetzelfde deelgebied. Immers, goede ruimtelijke ordening eindigt niet bij de gemeentegrenzen. 8.4

De binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voldoet niet

Artikel 6.3.1 van de planregels voorziet in een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Op grond van dat artikel kan het college van B&W omgevingsvergunning verlenen om tot een grotere hoogte te bouwen, namelijk 18 meter in plaats van 12 meter. Een afwijking van maar liefst 50% van de toegestane bouwhoogte. Cliënten hebben verschillende problemen met deze binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Ten onrechte is de ruimtelijke aanvaardbaarheid niet onderzocht bij vaststelling van het plan Het bestemmingsplan bevat geen inzicht in waarom een dergelijke binnenplanse afwijkingsmogelijkheid aanvaardbaar is. Daarmee schuift de gemeenteraad de beoordeling of een dergelijke afwijking aanvaardbaar zal zijn, door naar de toepassing van de afwijkingsbevoegdheid. Dat is volgens vaste jurisprudentie van uw Afdeling niet toegestaan. Het opnemen van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid in een bestemmingsplan houdt namelijk in dat het gebruik daarvan in beginsel in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening wordt geacht. Dat betekent dat de raad al bij vaststelling van het plan moet hebben afgewogen of dit het geval is. Op geen manier geeft het bestemmingsplan hier echter blijk van. Onvoldoende rekening gehouden met NHW Cliënten menen dat de voorziene bebouwing in de Driehoek sowieso zal zorgen voor aantasting van de kernkwaliteiten van de NHW.

Dit geldt dus zeker voor de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor nog hogere bebouwing. Zie in dit kader ook wat hiervoor onder 8.1 is opgenomen over de bouwhoogte die in de rest van Bedrijvenpark Het Klooster aanvaardbaar werd geacht (waaruit dus volgt dat de gekozen bouwhoogte in de Driehoek niet passend is). Gemeentebestuur bedient zich van salamitactiek In de onderstaande situatie is er ook alle aanleiding waarom de raad niet zomaar zonder afweging deze binnenplanse afwijkingsmogelijkheid had mogen opnemen. Uit de zienswijzen die tegen het voorontwerpbestemmingsplan waren ingediend volgt dat Albert Heijn BV (destijds) een optie had op een tweetal kavels van fase 4 van Bedrijvenpark Het Klooster en dat dit bedrijf ter plaatse een "gemechaniseerd vrieshuis" wil bouwen met een bouwhoogte tot maximaal 35 meter. De beantwoording van deze reactie door het gemeentebestuur spreekt boekdelen: "Zoals wij bij de beantwoording van 1.6 hebben aangegeven passen wij de situering van de hoogte niet aan. Wel willen wij met u het gesprek aangaan wanneer uw plan concrete vorm aanneemt over een voor beide partijen aanvaardbare inpassing. Op basis van een concreet plan wordt veel duidelijker of er sprake is van belemmeringen."

306349/51359637.1

27/36

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

I

NOTARIAAT

Door op deze manier de hete aardappel door te schuiven, maar al wel te voorzien in een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid die 50% hogere bebouwing mogelijk maakt, bedient het gemeentebestuur zich van een salamitactiek. Niet bij de concrete aanvraag voor omgevingsvergunning moet er voor dit gebied een afweging over de toegestane bouwhoogte worden gemaakt, maar dit had plaats moeten vinden in de bestemmingsplanprocedure. De voorwaarden van artikel 6.3.1, sub b, van de planreoels zijn onvoldoende In artikel 6.3.1, sub b, van de planregels is het volgende opgenomen: "omgevingsvergunning kan worden verleend met dien verstande dat: 1.de bouwhoogte in bedrijfsmatig opzicht noodzakelijk wordt geacht; 2. er geen stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren zijn; 3. er geen onevenredige hinder/overlast ontstaat op aangrenzende percelen; 4. dit niet ten koste gaat van de beeldkwaliteit van het bedrijvenpark en de Nieuwe Hollandse Waterlinie." De vier voorwaarden die in artikel 6.3.1, sub b, van de planregels zijn opgenomen, zijn onvoldoende om de binnenplanse mogelijkheid acceptabel te achten. Hiermee klemt temeer dat het gemeentebestuur zich niet bij de vaststelling van het plan heeft vergewist dat het gebruik in beginsel in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

In dit kader is namelijk van belang dat het beeldkwaliteitsplan bij het bestemmingsplan de bouw tot 12 meter met vrijstelling tot 18 meter expliciet toestaat (p. 14). Daarmee is de verwijzing in de voorwaarden van artikel 6.3.1, sub a, naar stedenbouwkundige bezwaren en de beeldkwaliteit van het bedrijvenpark een gelopen race. Hetzelfde geldt voor het voorschrift dat de bouwhoogte in bedrijfsmatig opzicht noodzakelijk wordt geacht: zoals in het geval van AH met het gemechaniseerde vrieshuis, dan zal deze voorwaarde hier geen strobreed aan in de weg kunnen leggen. Dan blijft slechts nog als voorschrift over dat de bouwhoogte niet ten koste mag gaan van de NHW. En over deze voorwaarde is hiervoor onder 8.1 al toegelicht dat dit gegeven sowieso had moeten leiden tot het niet opnemen van deze bouwmogelijkheden. Bovendien geldt dat volstrekt onduidelijk is wat het gemeentebestuur met deze toetsing voor ogen heeft. Los hiervan, geldt dat een hogere bouwhoogte van 12 meter naar 18 meter helemaal niet strookt met het doel van de bescherming van de NHW: met een dergelijke binnenplanse afwijkingsmogelijkheid in de bouwhoogte tot 18 meter wordt de openheid van het landschap teniet gedaan.

Ten slotte geldt dat ten onrechte niet is voorzien in een waarborg dat een omgevingsvergunning voor afwijking van de maximale bouwhoogte tot 18 meter slechts kan worden verleend wanneer sprake is van een goede inpassing. Cliënten denken in dit kader aan een voldoende dichte beplanting rondom het bedrijventerrein. Hiermee wordt het zicht op het bedrijventerrein vanaf het groene, recreatieve gebied Laagraven ontnomen en wordt daarmee de kwaliteit en het groene karakter van Laagraven behouden.

306349/51359637.1

28/36

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

I

NOTARIAAT

De beplanting dient in het bestemmingsplan te worden gewaarborgd door middel van het opnemen van een voorwaardelijke verplichting (o.a. ABRvS 3 september 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3260). Immers, de gemeente vindt zelf ook de uitbreiding van het bedrijvenpark alleen dan ruimtelijk aanvaardbaar is, als tegelijkertijd wordt voorzien in een goede ruimtelijke inpassing en sterke beeldkwaliteit. Bovendien schrijft artikel 3.20, tweede lid, onder e in samenhang met f PRV een voorwaardelijke verplichting voor ten behoeve van een goede kwaliteit van de nieuwe kernrandzone. 9

DE LANDSCHAPPELIJKE INPASSING IS GEBREKKIG

Hiervoor is (op verschillende plaatsen) beargumenteerd dat de NHW in de weg staat aan de in het bestreden besluit mogelijk gemaakte bebouwing. Voor het geval uw Afdeling onverhoopt van oordeel zou zijn dat niet reeds de strijdigheid met de NHW maakt dat het plan moet worden vernietigd, geldt het volgende. Los van de bezwaren rond de NHW maken cliënten zich zorgen over de landschappelijke inpassing van de nieuw mogelijk gemaakte bebouwing. De gronden die grenzen aan het ARK zijn namelijk ook te beschouwen als een zichtlocatie vanuit de A27. Het valt daarmee te verwachten dat bedrijven er veel belang bij hebben om juist geen beperkingen aan te brengen die zorgen voor een verminderd zicht vanuit de snelweg en er ook belang bij hebben om zo hoog mogelijk te bouwen. Maar dit belang staat diametraal tegenover het belang bij een goede inpassing van de omgeving en ook de belangen van de omwonenden bij een goed woon- en leefklimaat. Het bestemmingsplan zorgt er op dit moment op geen enkele manier voor dat bedrijven verplicht zijn om hun bedrijfsbebouwing op een goede manier in te passen in de omgeving. Volgens cliënten betekent een goede inpassing dat de bedrijven worden afgeschermd door een afscherming die permanent groen blijft.

Ook de huidige inrichting en afscherming van het bedrijf Van Wijk laat te wensen over en is naar mening van cliënten niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening (zie ook onderstaande uitsnede uit Google Maps).

306349/51359637.1

29/36

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

I

NOTARIAAT

Zeker omdat sprake is van een legalisering van bestaande activiteiten (en daarmee planologische nieuwvestiging) had het op de weg van het gemeentebestuur gelegen om ook voor dit bedrijf te zorgen voor een zorgvuldige landschappelijk inpassing. Ook in de zienswijze van Lisman is op bovenstaand belang gewezen. De reactie van het gemeentebestuur is opvallend: met een beroep op de NHW stelt het gemeentebestuur dat een voorwaardelijke verplichting die een groene en hoge beplanting aan de zijde van het ARK verplicht zou stellen, in strijd is met het belang van het openhouden van het landschap in het kader van de NHW. Het gemeentebestuur lijkt niet door te hebben dat het van tweeën één is: óf de openheid van het landschap als kernkwaliteit van de NHW mag niet worden aangetast (maar dan moet er een streep door de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt), óf er is geen sprake van deze kernkwaliteit, maar dan is het gemeentebestuur verplicht om te zorgen voor een deugdelijke inpassing in het kader van de norm van een goede ruimtelijke ordening. 10

MILIEUEFFECTRAPPORTAGE GEDATEERD EN ONVOLLEDIG

In 2001 is voor het bedrijventerrein Het Klooster een milieueffectrapport (MER) opgesteld ('Bedrijvenpark Het Klooster Milieueffectrapport 2001). In hetzelfde jaar is een aanvulling op het MER gekomen. Dit is natuurlijk bijna 20 jaar (!) geleden. Bovendien zijn uiteindelijk in die eerdere planologische procedure de gronden van de Driehoek niet meegenomen. Dit betekent dat er voor fase 4 van Het Klooster sprake is van planologische nieuwvestiging. De toelichting van het bestemmingsplan Zuidoostelijke stadsrand laat onbesproken of er voor de vaststelling van dit bestemmingsplan een beoordeling heeft plaatsgevonden van de milieueffecten. Het lijkt er sterk op alsof men de mening is toegedaan dat met het MER uit 2001 ook voor fase 4 van Bedrijvenpark Het Klooster een altijd geldend 'vinkje' is gezet bij het onderwerp MER en dat het daarom niet nodig is om te beoordelen of de uitkomsten van dit onderzoek nog steeds representatief zijn voor de ontwikkelingen nu. Nog los van de principiële vraag of het juridisch wel in overeenstemming is met artikel 7.2 Wet milieubeheer om 20 jaar later alsnog een soort 'omgekeerde salamitactiek' uit te voeren.

Toentertijd is er bij de vaststelling van het planologisch kader voor Het Klooster fase 1-3 voor gekozen om de gronden van de Driehoek buiten het besluit te laten, maar nu lijkt men dit weer aan elkaar te willen plakken voor toen uitgevoerde MER. Maar hangen deze besluiten nog wel met elkaar samen? En had er niet op grond van artikel 7.2 Wm een aparte, eigen beoordeling van Het Klooster fase 4 moeten plaatsvinden? Op een tweetal gebieden is in ieder geval pijnlijk duidelijk dat het MER onvolledig en gedateerd is. Allereerst geldt dat het MER tot stand is gekomen vóórdat er landelijke bescherming voor de NHW kwam (ook dit is al weer 10 jaar geleden). Deze landelijke bescherming kwam er nadat de NHW in 2011 op de Voorlopige Lijst van erfgoederen werd geplaatst. In het MER is derhalve geen rekening gehouden met de kernkwaliteiten van de NHW.

306349/51359637.1

30/36

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

I

NOTARIAAT

Bovendien wordt in het MER aan een tweetal alternatieve scenario's voor het gebied in de Driehoek getoetst, welke beiden van de baan zijn. In beide scenario's werd namelijk uitgegaan van een haven in het plangebied als fase 4-uitbreiding van bedrijventerrein Het Klooster. Thans is duidelijk dat in het plangebied bedrijfsgebouwen zijn gepland en geen haven meer. Dit is een behoorlijk wezenlijke wijziging, die maakt dat er nu een totaal ander plan voorligt. Het MER is dan ook sterk gedateerd. De actualisering waar de gemeente het in de toelichting op bestemmingsplan over heeft, betreft — voorzover duidelijk — de aanvulling op het MER, eveneens uit 2001. Gelet op de ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden sinds het MER is opgesteld, had het gemeentebestuur geen gebruik mogen maken van dit MER en had men een m.e.r.-beoordeling uit moeten voeren. Er is dan ook gehandeld in strijd met artikel 7.2 van de Wet milieubeheer. 11

GEBREKEN IN BESTEMMINGSPLAN TEN AANZIEN VAN GELUID

11.1

Het staat niet vast dat sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat

In de toelichting van het bestemmingsplan wordt in paragraaf 4.12 dat het bestemmingsplan geen relevante nadelige gevolgen voor de akoestische situatie ter plaatse van bestaande woningen zal geven. Het is echter onduidelijk op basis van welk onderzoek het gemeentebestuur deze conclusie trekt. Een geluidsonderzoek maakt geen deel uit van de stukken die ter inzage zijn gelegd. Bovendien is — onder verwijzing naar het gestelde in hoofdstuk 10 van dit beroepschrift — relevant dat sinds de vaststelling van de eerdere fases van Het Klooster het ruimtegebruik in de Driehoek is veranderd. Het is dus maar de vraag of er ooit is onderzocht wat er in het bestreden besluit wordt mogelijk gemaakt, Dat er ook alle aanleiding voor het gemeentebestuur bestond om een zorgvuldig onderzoek te doen naar de vraag of wel ter hoogte van de woningen aan de Heemsteedseweg en het kasteel Heemstede sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat, volgt eveneens uit paragraaf 4.12 van de toelichting. Hieruit volgt immers dat het gemeentebestuur specifiek benoemd dat de woningen aan de Heemsteedseweg 40 en 30 moeten worden beschermd. Nu cliënten geen inzicht hebben in dit onderzoek, is verder ook niet bekend of er niet ook een probleem is met de geluidimmissie voor de achterliggende woningen.

Het gemeentebestuur heeft zich daarmee onvoldoende de belangen van cliënten aangetrokken en het bestreden besluit is in strijd met het motiveringsbeginsel tot stand gekomen. 11.2

Ten onrechte zijn geluidsnormen niet opgenomen in de planregels

Op pagina 76 van de toelichting van het bestemmingsplan stelt het gemeentebestuur dat er een geluidverdeling is gemaakt voor Het Klooster fase 4. De maximale emissiesterkte in de zin van geluid van de toekomstige bedrijven is per bouwkavel vastgesteld en weergegeven in figuur 4.18 in de toelichting, Dit is om, zo wordt vermeld in de toelichting, de gevoelige bestemmingen Groenendael 5 en de Heemsteedseweg 40 en 30 te beschermen. De eigenaren van deze laatste twee adressen bevinden zich onder cliënten (bewoners Heemsteedseweg).

306349/51359637.1

31/36

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

NOTARIAAT

Allereerst geldt dat het gemeentebestuur heeft verzuimd inzichtelijk te maken hoe deze geluidverdeling tot stand is gekomen. Het stuk is niet als bijlage bij de toelichting gevoegd. Voor het geval dat uw Afdeling pagina 74 van de toelichting zou interpreteren als dat het gemeentebestuur heeft willen verwijzen naar de 'Uitvoeringsnota Geluidbeleid Het Klooster (hierna: 'Uitvoeringsnota') van 10 november 2009 geldt het volgende. Cliënten hebben dit stuk opgevraagd bij de gemeente en hieruit volgt dat deze Uitvoeringsnota slechts betrekking heeft op fase 1-3 van het Klooster en dus niet op de onderhavige gronden. Reeds hierom geldt dat een eventuele verwijzing naar die Uitvoeringsnota dus geen niet gevolgd kan worden. Ten tweede geldt dat uit paragraaf 4.12 van de toelichting valt op te maken dat het gemeentebestuur dus een bepaalde maximale emissiesterkte voor bedrijven aanhoudt. De planregels van het bestemmingsplan bevatten echter ten onrechte geen regels waarin deze maximale emissiesterkte bindend is vastgelegd. Nu de maximale emissiesterktes niet zijn verdisconteerd in de planregels en slechts de verbeelding en de planregels het juridisch bindende deel van een bestemmingsplan vormen (o.a. ABRvS 1 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:936), komt aan de gevoelige bestemmingen niet de bescherming toe die het moet toekomen.

Nu het gemeentebestuur voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het bedrijventerrein het van belang acht dat een bepaalde geluidnorm niet wordt overschreden, had het op de weg van het gemeentebestuur gelegen om dit in de planregels te verzekeren. Kortom, het bestemmingsplan beschermt cliënten onvoldoende (lees: niet) tegen geluidshinder. Het bestemmingsplan bevat op dit punt dan ook een zorgvuldigheidsgebrek. 12

STIKSTOFDEPOSITIE-ONDERZOEK ONVOLLEDIG

12.1

Niet alle relevante Natura 2000-gebieden in onderzoek betrokken

Uit het stikstofdepositie-onderzoek, d.d. 5 augustus 2020, opgemaakt door Tauw (hierna: het stikstofrapport), blijkt niet ten aanzien van welke Natura 2000-gebieden, laat staan ten aanzien van welke stikstofgevoelige habitattypen, de stikstofberekeningen zijn gemaakt. Bovendien wordt op p. 4 van het stikstofrapport vermeld dat het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied het gebied 'Zouweboezem' is. Hierbij wordt voorbijgegaan aan het feit dat het Natura 2000-gebied 'Uiterwaarden Lek' eveneens een stikstofgevoelig Habitatrichtlijn-gebied is, welk gebied bovendien op een kortere afstand van het plangebied ligt. Dit wordt ook bevestigd in de toelichting op het plan (paragraaf 4.2). Nu niet alle relevante Natura 2000-gebieden in het onderzoek zijn meegenomen, is het stikstofdepositieonderzoek dan ook onvolledig. 12.2

Gebruiksfase en aanlegfase worden door elkaar gehaald

Op p. 6 van het stikstofrapport wordt aangegeven dat de stikstofberekeningen ten aanzien van de gebruiksfase zijn uitgevoerd. Vervolgens wordt vermeld dat het daarbij gaat om 1) stationaire bronnen ten behoeve van gasstook, 2) mobiele werktuigen in de aanlegfase en 3) verkeersbewegingen van en naar de locatie in de aanlegfase. Hieruit, en uit de berekeningen elders in het onderzoek, blijkt duidelijk dat de emissies in de aanlegfase ten onrechte worden betrokken in de berekeningen voor de gebruiksfase. Bovendien blijkt dat de toename van verkeer bij ingebruikname van het uitgebreide bedrijventerrein niet in de berekeningen is meegenomen. Blijkens de toelichting op het

306349/51359637.1

32/36

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

I

NOTARIAAT

bestemmingsplan (paragraaf 4.10) wordt wel een toename van verkeer verwacht. Een en ander zou kunnen zorgen voor een onderschatting van de stikstofuitstoot. 12.3

Onjuiste uitgangspunten in berekening mobiele werktuigen

In het onderzoek naar de stikstofuitstoot van mobiele werktuigen in de aanlegfase worden te optimistische uitgangspunten gehanteerd. Op p. 7 en 8 van het stikstofrapport is aangegeven dat er een verplaatsing plaatsvindt in het gebruik van Stage 111-werktuigen naar Stage IV-werktuigen en dat hiermee het emissiekengetal voor mobiele werktuigen in 2020 driemaal lager ligt dan dat voor het jaar 2015. Het is onduidelijk waaruit dit volgt. Voorts is in het stikstofrapport aangegeven (p. 8) dat waarschijnlijk 50% van de mobiele werktuigen die worden ingezet in de aanlegfase van de uitbreiding bedrijvenpark Het Klooster volledig elektrisch zijn aangedreven, zodat voor deze werktuigen in het geheel geen sprake is van NOx-emissies. In de berekeningen is met dit 50%-aandeel rekening gehouden. Ook dit uitgangspunt is te optimistisch. Uit de notitie "Notitie NOx-reductiedoel, -pad en beleidspakket bouwsector", d.d. 14 augustus 2020, van TNO aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken blijkt dat de gangbare mobiele werktuigen (met een gangbaar vermogen in kW) pas vanaf 2022 marktrijp beschikbaar zijn (p. 24). Het is dan ook niet aannemelijk en te voorbarig dat maar liefst de helft van de mobiele werktuigen bij de uitbreiding van bedrijventerrein Het Klooster volledig elektrisch zullen zijn aangedreven. 12.4

Verkeerde uitstoothoogte in berekeningen gehanteerd

De uitstoothoogte van een gebouw bepaalt mede de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000gebieden. Over het algemeen is bij een hogere uitstoothoogte minder stikstofdepositie te verwachten op nabijgelegen gebieden te verwachten. In de AERIUS-berekening is bij de maximale stikstofemissie voor stationaire bronnen uitgegaan van een uitstoothoogte van 9 meter. Dit is de maximale bouwhoogte van 18 meter voor de vier kavels met bestemming 'bedrijventerrein' gedeeld door twee. Echter, in het plangebied kan slechts worden gebouwd tot een hoogte van 18 meter wanneer door middel van een omgevingsvergunning van de planregels wordt afgeweken. Dit geeft aan dat niet standaard wordt gebouwd tot een hoogte van 18 meter. Om die reden, diende in de AERIUS-berekening dan ook van de toegestane maximale bouwhoogte van 12 meter uitgegaan te worden, hetgeen neerkomt op een uitstoothoogte van 6 meter. Vanwege bovenstaande punten is het stikstofdepositie-onderzoek onzorgvuldig en onvolledig uitgevoerd en dient het bestemmingsplan vernietigd te worden. 13

DE BESTEMMING MOGELIJKHEDEN

WATERSTAATKUNDIGE

VOORZIENINGEN

BIEDT

TEVEEL

In het bestemmingsplan heeft de oever van het ARK over de gehele lengte de enkelbestemming 'Waterstaatkundige voorzieningen' in de zin van artikel 15.1 van de planregels. Volgens de toelichting op het bestemmingsplan is de bestemming opgenomen voor de bescherming en het beheer van het ARK. Uit paragraaf 3.2 van de toelichting op het plan volgt:

306349/51359637.1

33/36

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

I

NOTARIAAT

"Om de waterstaatsdoeleinden in de vorm van de waterhuishouding, het verkeer te water en de afvoer van hoog oppervlaktewater, sediment en ijs in stand te houden is de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterstaatkundige functie' opgenomen." Blijkens artikel 15.1 van de planregels zijn gronden met een dergelijke bestemming bestemd voor: "a. b. c.

water en waterstaatkundige functies; verkeer te water; de aanleg en instandhouding van waterstaatkundige werken, zoals (regionale) waterkeringen, kades en dergelijke; d. afmeervoorzieninqen; e. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals borden, seinen en verlichting; alsmede: f. groenvoorzieningen; verkeersvoorzieningen in de vorm van ontsluitingswegen, g. bruggen en voet- en fietspaden." [onderstreping advocaat]

De precieze invulling van de bestemming blijft echter onduidelijk. Sterker nog, door deze planregel is een totaal andere invulling van de zone rond het ARK mogelijk ten opzichte van de bestaande situatie. 'Kades' en 'afmeervoorzieningen' zijn namelijk niet gedefinieerd en lijken daarmee ruime mogelijkheden te bevatten voor een ander gebruik van dit deel van het ARK. Op dit moment is er namelijk feitelijk geen sprake van een kade op deze plek, noch van afmeervoorzieningen. Dit brengt mee dat cliënten op dit moment eigenlijk niet te maken hebben met schepen die (langere tijd) op deze plek aanmeren (al dan niet met het doel hier te overnachten of zelfs een soort binnenhaven te creëren). Cliënten zijn voor deze mogelijkheden eens te meer beducht omdat er in het verleden (zie de MER) sprake was van de bedoeling om hier een haven te realiseren. Voor zover bij de omwonenden bekend is er afscheid genomen van deze invulling en heeft de gemeente Nieuwegein nu de bedoeling om een bedrijventerrein te realiseren. Maar hun vrees is dat (al dan niet bewust) er nu mogelijkheden rechtstreeks in het bestemmingsplan zijn opgenomen die maken dat de havenactiviteiten via de achterdeur of in een 'light-versie' worden mogelijk gemaakt, met alle gevolgen van dien voor de omgeving en de direct omwonenden.

Wellicht dat het gemeentebestuur zich niet bewust is van wat men met deze pennenstreek planologisch heeft mogelijk gemaakt. Zo ontbreekt elke toelichting en onderzoek naar wat een dergelijk gebruik zal betekenen voor de omgeving. Daarnaast maakt het bestemmingsplan ook niet duidelijk waarom alleen deze strook langs het ARK deze bestemming moet krijgen en andere stroken bij het ARK niet. Hoe dan ook geldt dat het gemeentebestuur ook op dit punt de maximale planologische mogelijkheden heeft onderschat en dat het plan daarom voor vernietiging in aanmerking komt.

306349/51359637.1

34/36

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

14

I

NOTARIAAT

TEN ONRECHTE GEEN ALGEMENE GEBRUIKSREGELS IN BESTEMMINGSPLAN OPGENOMEN

De Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (hierna: 'de SVBP 2012') bevat de normen die van toepassing zijn op de vormgeving en inrichting van onder andere bestemmingsplannen. In hoofdstuk 6 van de SVBP 2012 wordt voorgeschreven dat 'algemene gebruiksregels moeten worden opgenomen in bestemmingsplannen. Dergelijke algemene gebruiksregels ontbreken in hoofdstuk 3 van de planregels. Dit is opmerkelijk en in strijd met de SVBP 2012, maar ook in strijd met de rechtszekerheid. Deze algemene bepalingen worden namelijk niet voor niets in vrijwel alle bestemmingsplannen opgenomen. Voor het bestemmingsplan Zuidoostelijke stadsrand worden met name algemene regels over de toelaatbaarheid van de opslag van goederen gemist. Op dit punt vertoont het bestemmingsplan dan ook een zorgvuldigheidsgebrek. 15

CONCLUSIE

Gelet op het voorgaande verzoeken cliënten uw Afdeling het beroep ontvankelijk en gegrond te verklaren en het bestreden besluit te vernietigen. Tot slot verzoek ik u om de gemeenteraad te veroordelen in de proceskosten. Een afschrift van dit beroep stuur ik digitaal m.broersma@nieuwegein.n1 en griffie@nieuwegein.n1

toe

aan

de

gemeente

Nieuwegein

via

Hoogachtend,

306349/51359637.1

35/36

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

I

NOTARIAAT

BIJLAGENOVERZICHT 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Kennisgeving Staatscourant inzake bestemmingsplan 'Zuidoostelijke stadsrand' Zienswijze van Lisman en Lisman d.d. 1 juli 2019 Statuten Stichting Buitenplaats Heemstede Statuten Erfgoedvereniging Bond Heemschut Statuten Vereniging Rijn en Lek Statuten Stichting Utrechtse Kastelen Statuten Stichting Digitaal Portaal voor Nederlandse kastelen, historische Buitenplaatsen en landgoederen (sKBL) E-mail d.d. 26 maart 2021 van Omgevingsloket Nieuwegein dat er geen herstructureringsplan De Liesbosch bestaat

306349/51359637.1

36/36

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

NOTARIAAT

BIJLAGE 1

STAATSCOURANT

16 februari 2021

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814

Kennisgeving op grond van artikel 3.8 lid 4van de Wet ruimtelijke ordening: gewijzigd vastgesteld bestemmingsplan Zuidoostelijke stadsrand

Burgemeester en wethouders van Nieuwegein maken bekend dat de gemeenteraad in zijn vergadering van 10 december 2020 (2020-464) het bestemmingsplan "Zuidoostelijke stadsrand"— NLIMR0.0356.BPKL2019HER001-VA03 met bijbehorende stukken gewijzigd heeft vastgesteld. Wijzigingen:

I. naar aanleiding van de zienswijzen zijn de volgende wijzigingen aangebracht:

A. Toelichting: 1. In paragraaf 4.11 is het kopje 'Boringsvrije zone' toegevoegd. B. Regels: 1. Artikel 25.1 'Milieuzone — boringsvrije zone' (26.1 nieuw) is aangepast overeenkomstig het voorstel van Vitens.

II.

de volgende ambtshalve wijzigingen zijn aangebracht:

A. Toelichting: 1.In paragraaf 2.3 is het kopje Reparatie bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Het Klooster' toegevoegd. 2. Een nieuwe paragraaf 2.5 Tracébesluit A27 Houten — Hooipolder is ingevoegd. 3.In paragraaf 3.3 is een passage over de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen toegevoegd. 4. De tekst in paragraaf 4.3 onder 'Onderzoek archeologie' is aangepast. Figuur 4.1 b is toegevoegd. 5. In hoofdstuk 5 zijn de aanpassingen in de regels verwerkt. 6. Bijlage 3 Beeldkwaliteitsplan is aangepast en opnieuw als bijlage toegevoegd. In paragraaf 2.3 is de tekst over het hoogteaccent verwijderd. 7.Bijlage 5 AERIUS berekening is geactualiseerd en opnieuw als bijlage toegevoegd. In paragraaf 4.8 is de tekst hierop aangepast.

B. Regels: 1. In artikel 6 Bedrijventerrein wordt in lid 6.4 de volgende regel ingevoegd:

Staatscourant 2021 nr. 8114

16 februari 2021

I. de maximum emissie NOx kg/jaar per bedrijfsperceel bedraagt ten hoogste: Aanduiding

Maximum emissie NOx kg/jaar

Specifieke vorm van bedrijventerrein - emissie kavel Al

71

Specifieke vorm van bedrijventerrein — emissie kavel A2

106

Specifieke vorm van bedrijventerrein — emissie kavel B1

75

Specifieke vorm van bedrijventerrein — emissie kavel B2

159

2. In artikel 6 Bedrijventerrein wordt een nieuw lid 6.5.2 ingevoegd: 6.5.2 Afwijken van de maximum toegestane emissie NOx kg/jaar Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 6.4 onder i om een hogere maximum emissie NOx kg/jaar per bedrijfsperceel ter plaatse van de genoemde aanduiding toe te staan indien uit onderzoek blijkt dat significant negatieve effecten op stikstofgevoelige Natura 2000-habitats kunnen worden uitgesloten. 3. In artikel 11 Verkeer wordt in lid 11.1 een nieuw sub c ingevoegd: c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - 2x4 doorgaande rijstroken': een weg met maximaal 2x4 doorgaande rijstroken, exclusief opstelstroken en busstroken; De overige subleden worden vernummerd. 4. Een nieuw artikel 13 Verkeer Voorlopig Werkterrein wordt ingevoegd:

Artikel 13

Verkeer - Voorlopig Werkterrein

13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Voorlopig Werkterrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. werk- en transportgebied ten behoeve van de aanleg van een brug; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals bouwwegen, bouwkranen, keten park, projectkantoor, kleed- en schaftruimten en sanitaire voorzieningen; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals water, voorzieningen voor waterhuishouding en andere kunstwerken voor de waterhuishouding.

13.2

Bouwregels

13.2.1 Gebouwen De bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste 10 m.

13.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 10 m.

13.3

Geldigheidstermijn van de voorlopige bestemming

De termijn waarvoor de voorlopige bestemming geldt zoals bedoeld in 13.1, bedraagt 5 jaar, gerekend vanaf de dag van inwerkingtreding van het 'Zuidoostelijke Stadsrand'.

Staatscourant 2021 nr. 8114

16 februari 2021

13.4

Definitieve bestemming

Na afloop van de geldigheidstermijn zijn: a. ter plaatse van de aanduiding 'groen' de regels van artikel 7 van toepassing; b. ter plaatse van de aanduiding 'water' de regels van artikel 14 van toepassing; c. ter plaatse van de aanduiding 'waterstaat' de regels van artikel 15 van toepassing.

5. Bijlage 3 Bestaande fruitboomgaard is aangevuld met de percelen waarop ingevolge opmerking 2 (kopje verbeelding) de aanduiding specifieke bouwaanduiding — teeltondersteundende voorzieningen' is opgenomen.

C. Verbeelding: 1.De strook 'Natuur' langs de Waterliniedok uit het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Het Klooster' is toegevoegd aan het plangebied en bestemd voor 'Groen'. 2. Op de percelen naast en tegenover Achterweg 6 is de aanduiding en 'specifieke bouwaanduiding teeltondersteunende voorzieningen' toegevoegd. 3. De maximum bouwhoogte in de zuidoostelijke punt van het bedrijventerrein is gewijzigd van 35 meter naar 12 meter. 4. Ter plaatse van de 4 bestemmingsvlakken 'Bedrijventerrein' worden specifieke aanduidingen opgenomen met betrekking tot maximum emissie per kavel. Het betreft de aanduidingen: 'specifieke vorm van bedrijventerrein — emissie kavel Al', 'specifieke vorm van bedrijventerrein — emissie kavel A2', 'specifieke vorm van bedrijventerrein — emissie kavel B1' en 'specifieke vorm van bedrijventerrein — emissie kavel B2'. 5.Ter plaatse van de Houtensebrug wordt de Verkeersbestemming met de aanduiding 'brug' uitgebreid overeenkomstig het maatregelvlak van het Tracébesluit A27 Houten — Hooipolder. 6.Ter plaatse van de A27 wordt ter plaatse van de zuidelijke rijrichting (Breda) de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer — 2x3 doorgaande rijstroken' gewijzigd in 'specifieke vorm van verkeer —4 doorgaande rijstroken'. Dit overeenkomstig het Tracébesluit A27 Houten — Hooipolder'.

De naam van de aanduiding ter plaatse van de noordelijke rijrichting wordt gewijzigd in 'specifieke vorm van verkeer— 3 doorgaande rijstroken'. 7.De bestemming 'Agrarisch' wordt ter plaatse van het maatregelvlak van het Tracébesluit A27 Houten — Hooipolder' gewijzigd in de bestemming 'Verkeer'. Het betreft een strook aan de noordwestzijde van de Hagesteinsebrug. 8. Ter plaatse van de Houtensebrug wordt ter plaatse van het tijdelijke werkterrein nabij het maatregelvlak van het Tracébesluit A27 Houten — Hooipolder' de bestemming gewijzigd in 'Verkeer — Voorlopig Werkterrein' met de aanduidingen 'groen', 'water' en 'waterstaat'. 9. De dubbelbestemming 'Waarde — Archeologie 1' is verwijderd voor de delen die reeds onderzocht en vrijgegeven zijn. De aanduiding 'specifieke vorm van waarde - jf0' is toegevoegd aan de zuidoostelijke punt van het bedrijvenpark.

Staatscourant 2021 nr. 8114

16 februari 2021

Bestemmingsplan Dit bestemmingsplan maakt voor deelgebied 4 gelegen in het noordoosten van Het Klooster uitbreiding van bedrijvenpark Het Klooster mogelijk. Daarnaast is in dit bestemmingsplan het gebied ten zuiden en oosten van bedrijvenpark Het Klooster meegenomen om hiervoor een actueel planologisch kader te hebben. Het gaat hier met name om de bestaande (agrarische) percelen aan de Achterweg en de snelweg A27. Het bestemmingsplan is vanaf 17 februari 2021 te raadplegen op www.ruimtelijkeplannen.nlmet planid: NLIMR0.0356.613KL2019HER001-VA03 en op de gemeentelijke website https://ropubliceennieuwegein.n1 of analoog in te zien bij de receptiebalie op de eerste etage van het Stadshuis aan het Stadsplein 1 te Nieuwegein.

Beroep Tegen het bestemmingsplan kan door: - belanghebbenden die tijdig een zienswijze naar voren hebben gebracht; - een belanghebbende die aantoont dat hij redelijkerwijs niet in staat is geweest zijn zienswijze kenbaar te maken; - een belanghebbende tegen de wijzigingen die de gemeenteraad bij de vaststelling in het plan heeft aangebracht (dit is dus alleen voor bovenvermelde wijzigingen). beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. De beroepstermijn start op de dag nadat het bestemmingsplan ter inzage is gelegd en bedraagt 6 weken. Het beroepschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten: a. de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht; d. de gronden van het beroep (de motivering). Als binnen bovenvermelde termijn geen beroep wordt ingesteld, verkrijgt het bestemmingsplan onherroepelijke status. Tevens kan door diegene die beroep heeft ingesteld, binnen de beroepstermijn, een verzoek om voorlopige voorziening indienen bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Wanneer binnen de beroepstermijn, een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij voornoemde Afdeling, treedt het besluit niet in werking voordat op dat verzoek is beslist.

Burgemeester en wethouders van Nieuwegein, 16 februari 2021

Staatscourant 2021 nr. 8114

16 februari 2021

VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN

I

NOTARIAAT

BIJLAGE 2

LISMAN "LIMAN

BOUW b VASTGOED .Aangetekend

Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein Postbus 1 3430 AA 'NIEUWEGFIN

1 juli 2019 Tevens digitaal met het formulier "Zienswijzen ruimtelijke pan(nen)' ZIENSWIJZE inzake het ontwerpbestemmingsplan Zuidoostelijke stadsrand Nieuwegein Geacht college, Hierbij brengt de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Lisman en Lisman B.V., statutair gevestigd te Zeist, en adres 3700 AC Zeist, Postbus 143, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 30034877 (hierna te noemen: "Lisman") tijdig haar zienswijze naar voren. Deze zienswijze is gericht tegen het ontwerpbestemmingsplan Zuidoostelijke stadsrand, met kenmerk NI„IMR0.0356.BPK.1.2019HER001-0NO2 (het 'ontwerpbestemmingsplan"). Op 20 mei 2019 heeft u in het gemeenteblad van de gemeente Nieuwegein kennisgegeven van de tervisie legging van het ontwerpbestemmingsplan (zaaknummer: 2019-123219). Bet ontwerpbestemmingsplan is ter inzage gelegd van 21 mei 2019 tot en met 1 juli 2019. Deze zienswijze is als volgt opgebouwd:

SAMENVATTING 2.

ACHTERGROND

3.

ZIENSWIJZE

4.

CONCLUSIE

. .......

.

2

.

4 .

10

Laan van VoIienhove 2925 Zeist Lisman en Lisman BV Postbus 143 3700 AC Zeist BTW N10039.33 581.B01 IBAN NL87INGB0690921306 BIC iNGBNL2A Handelsrecister Utrecht 30034877 T +31 (0) 30 69 5 66 44 Secretariaat(aiisman.eu www :isman.eu

LIMAN EN Li

BOUW b VASTGOED

SAN1ENVATTLNG

1. •

De realisatie van de uitbreiding van bedrijvenpark het Klooster leidt, indien geen beschermende maatregelen worden getroffen, tot een ernstige en onnodige inbreuk op de landschappelijke kwaliteiten van het gebied Laagraven, aan de overzijde van het Amsterdam Rijnkanaal.

•

Deze inbreuk is ook juridisch niet toelaatbaar, omdat de provinciale verordening ruimte voorschrijft dat bij een stedelijke ontwikkeling in de kernrandzone tegelijkertijd de ruimtelijke kwaliteit van het gebied wordt verbeterd en de verstedelijking ruimtelijk en landschappelijk goed inpasbaar is. Omliggende functies, zoals kasteel Heemstede, mogen niet onevenredig worden geschaad. Het argument dat het gebied Laagraven niet in de gemeente Nieuwegein ligt, snijdt natuurlijk geen hout: goede ruimtelijke ordening eindigt niet bij de gemeentegrenzen. Bovendien hebben de gemeenten Nieuwegein en Houten met de provincie ook afspraken gemaakt over het behoud van de landschappelijke kwaliteiten van het gebied Laagraven. Het is eenvoudig om de uitbreiding van het bedrijvenpark landschappelijk in te passen, door voor te schrijven dat het bedrijvenpark met een groenstrook visueel afgeschermd moet worden van het gebied Laagraven aan de overzijde van het kanaal. Het juridische instrument hiervoor is de voorwaardelijke verplichting. Met betrekking tot het hoogteaccent zullen geen afdoende beschermende maatregelen worden getroffen en dat is kennelijk ook niet de bedoeling.

•

Ter hoogte van het bedrijf van Van Wijk (noordwestpunt) is de bomenrij langs het kanaal onderbroken en wordt geen groene bufferzone voorzien. Dal is een gemiste kans. De uitbreiding van het bedrijvenpark het Klooster kan juist worden aangegrepen om de bomenrij op deze plaats te herstellen en de groene bufferzone door te trekken tot de noordwestpunt van het plangebied. Vervolgens kan ook hier met een voorwaardelijke verpliehting worden geborgd dat de benodigde afschermende beplantingen daadwerkelijk worden aangelegd.

2.

ACHTERGROND

2.1.

Het ontwerpbestemmingsplan

(1)

Met het ontwerpbestemmingsplan wordt het planologisch mogelijk gemaakt voor deelgebied 4, gelegen in het noordoosten van Het Klooster, om tot uitbreiding an het bedrijvenpark Het Klooster over te gaan. Daarnaast is in het ontwerpbestemmingsplan het gebied ten zuiden en oosten van bedrijvenpark Het Klooster meegenomen om hiervoor een actueel planologisch kader te hebben. Het gaat dan met name om de bestaande (agrarische) percelen aan de Achterweg en de snelweg A27. Deze zienswijze heeft voornamelijk betrekking op deelgebied 4, de noordelijke 'driehoek', van het ontwerpbestemmingsplan.

2.2.

Belang Lisman

(2)

Aan de Heemsteedsewee 20 te Houten is Kasteel Heemstede gelegen tussen de fruitbomen,

Laan van Vobenhove 2925 Zeist Postbus 143 3700 AC Zeist Lisman en Lsman Sy BTW N10039 33 581.B01 IBAN NL87IN0B0690921306 BIC INGBNL2A HandeIsregister Utrecht 30034877 WNW isman eu Secretariaatatlismarueu T +3 (0) 30 69 5 66 44

(2)

eren weilanden op de grens van de gemeente Houten en de gemeente Nieuwegein. Sinds 002 bevindt zich een (sterren)restaurant in de onderste laag van het kasteel, met terras aan de slotgracht. Op de eerste verdieping van het kasteel zijn verschillende ruimten ingericht voor private dining en vergaderingen. Op onderstaande afbeelding is het plangebied voor het noordelijk deel van het ontwerpbestemmingsplan uitgelicht. Kasteel Heemstede is op onderstaande afbeelding roodomrand.

Afbeelding I. Locatie relevant deel plangebied ten opzichte van Kasteel Heemstede (3)

Lisman is eigenaar van Kasteel Heemstede. Het is voor Lisman van groot belang dat de landelijke ambiance en uitstraling van Kasteel Heemstede voor bezoekers en gasten behouden blijft om de huidige bedrijfsvoering voort te kunnen zetten.

(4)

Het belang van Lisman valt samen met het algemene belang om de hoge landschappelijke kwaliteit ten noordoosten van het kanaal te behouden. Kasteel Heemstede ligt namelijk in een 'groene long' van de gemeente Utrecht die reikt tot de woonwijk Lunetten. Deze groene long scheidt het westelijk gelegen bedrijventerrein Laagraven en de stad Nieuwegein van de oostelijk gelegen, sterk gegroeide gemeente Houten en vormt zo een corridor vanuit Utrecht naar Houten Centrum en Zuid, Nieuwegein Zuid, Vianen en het ten zuiden daarvan gelegen landelijke gebied.

(5)

Deze groene long maakt het bewoners van Utrecht mogelijk om de stad te voet of per fiets in zuidelijke richting te verlaten in een landschappelijk en visueel aantrekkelijke omgeving:

Lisman en Lisman BV Postbus 143 3700 AC Zeist Laan van Vollenhove 2925 Zeist Handelsregister Utrecht 30034877 BTW NL0039,33.581.1301 IBAN NL87INGB0690921306 BIC INGBNL2A T +31 (0) 30 69 5 66 44 Secretariaatelisman.eu www.lisman.eu

(3)

Afbeelding 2: de ligging van Kasteel Heemstede in de 'groene long' Het voorliggende ontwerpbestemmingsplan leidt tot een inbreuk op het aantrekkelijke, landelijke karakter van de groene long. Bovendien respecteert het ontwerpplan daardoor niet de Integrale Landschapsvisie Laagraven Oost die voor dit gebied is opgesteld. Hierin wordt de gezamenlijke ambitie van de gemeente Houten en gemeente Nieuwegein voor dit gebied beschreven, namelijk het ontwikkelen van een landschapspark met een groene signatuur, In de ruimtelijke agenda van beide gemeenten staat ook vermeld dat de provinciale ambitie erop is gericht om tegemoet te komen aan de recreatiebehoefte vanuit de aangrenzende stedelijke gebieden. 3.

()/

ZIENSWIJZE

Postbus 143 3700 AC Zeist Laan van Vollenhove 2925 Zeist Lisman en Lisman BV Handelsregister Utrecht 30034877 BTW NL0039.33.581.801 IBAN NL879%1GB0690921306 BIC INGBNL2A T +31 (0) 30 69 566 44 Secretariaatelisman.eq www.lisman.eu

(4)

e

3.1.1. (7)

erpbestemmingsplan tast de landelijke omgeving aan

Landelijke omgeving

De groene percelen in het noordelijk deel van het plangebied verkrijgen in het ontwerpbestemmingsplan voor het grootste gedeelte de enkelbestemming "Bedrijventerrein". In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is voor de noordelijke 'driehoek beschreven dat de agrarische percelen deel gaan uitmaken van bedrijvenpark het Klooster. Er zullen vier grote bouwkavels voor logistieke bedrijven worden uitgegeven. Op de zuidoostelijke kavel is een hoogteaccent voorzien. Kasteel Heemstede is voor bezoekers geen doorsnee restaurant of vergaderlocatie, integendeel. De landelijke, rustige en groene uitstraling maakt Kasteel Heemstede uniek en exclusief. Met uitzicht op een bedrijvenpark wordt dit aanzien verstoord. Kasteel Heemstede is bereikbaar via afslag 29 (Houten) van de A27 tussen Utrecht en Vianen. Na het verlaten van de snelweg waant de bezoeker zich in een landelijke omgeving als via de rotonde wordt afgeslagen naar de Heemsteedseweg langs het Amsterdams Rijnkanaal (het "ARK").

Afbeelding 2. Aanrijroute Kasteel Heemstede

Lisman en Liman BV Postbus 143 3700 AC Zeist Laan van Vollenhove 2925 Zeist Handelsregister Utrecht 30034877 BTW N10039.33.581.801 IBAN N187INGB0690921306 BIC 1NGBNL2A T +31 (0) 30 69 5 66 44 Secretariaatelisrnan.eu wwvv.lisman.eu

(5)

-" -

Afbeelding 3 en 4. Huidig uitzicht op het plangebied vanaf de aanrijroute Kasteel Heemstede. (9)

Bovenstaande afbeeldingen geven een beeld van de aanrijroute en het bijbehorende huidige uitzicht in de richting van Kasteel Heemstede. Een groenrijke omgeving met een bomenrijlangs het ARK, die loopt tot aan het perceel van aannemersbedrijf Van Wijk b.v., gelegen in de noordwestelijke punt van de driehoek. 3.1.2.

(10)

Toegestane bouwhoogte en zichtbaarheid bedrijlenpark

In de planregels is in artikel 6 een bouwhoogte van 12 meter toegestaan voor de voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden, met een afwijkingsmogelijkheid tot 18 meter en in de zuidoostelijke kavel een hoogteaccent met een bouwhoogte van 35 meter. Volgens de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is dit ruimtelijk aanvaardbaar omdat de locatie de entree

Laan van Vollenhove 2925 Zeist Postbus 143 3700 AC Zeist Lisman en Lisman BV Handelsregister Utrecht 30034877 9:11/V NL0039.33.581.1301 !BAN NL87INGB0690921306 BIC INGBNL2A Secretariaat@lisman.eu www lisman.eu T +31 (0) 30 69 5 66 4.4

(6)

Avegein vormt vanaf de A27. Daaeriaast zal het hoogteaccent functioneren als landmark van het hele bedrijvenpark Het Klooster. Met deze hoogten biedt de huidige bomenrij langs het ARK onvoldoende beschutting om het te realiseren bedrijventerrein inclusief hoogteaccent visueel af te schermen van (de aanrijroute naar) Kasteel Heemstede en omeeving. ,

(Ii)

In de toelichting bij de planregels wordt verwezen naar het Beeldkwaliteitsplan, waarin de randvoorwaarden staan ten aanzien van de inrichting van het noordelijk deel van Bedrijvenpark het Klooster. Hierin is weergegeven dat her schaalverschil tussen 12 en 35 meter bouwhoogte goed zichtbaar zal zijn. Ook staat vermeld dat de zichtbaarheid wordt aangezet doordat een hoogteaccent tot 35 meter is toeeestaan nu deze gedeeltelijk wordt afgeschermd door de bomen langs het kanaal.

(12)

Het lijkt erop dat de bestaande bomenrij eerder als obstakel voor, dan ais afscherming van de zichtbaarheid van de uitbreiding van het bedrijventerrein wordt gezien. De focus lijkt met name te liggen op de beeldkwaliteit van het bedrijvenpark en niet op de ruimtelijke kwaliteit van het landschap. Juist aan de rand van het gebied wordt nu de mogelijkheid geboden de hoogte in te bouwen en hiermee de zichtbaarheid \ an het bedrijvenpark Het Klooster te vergroten. Dit strookt niet met het reeds bestaande deel van bedrijvenpark Het Klooster, waar sprake is van een gelijkmatige hoogte van bedrijfsgebouwen over he: gehele terrein, en de landschappelijke omgeving aan de overzijde an het ARK. 3.1.3.

Nieuwe Hollandse Waterlinie

(13)

Volgens de toelichting op het ontwerpbesternmingsplan verdwijnen de cultuurhistorische aarden in Het Klooster gedeeltelijk door de uitbreiding van het bedrijventerrein. De noordelijke 'driehoek heeft mede hierdoor de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie I gekregen. De groenstrook \ an 50 meter langs een deel van het ARK is dan ook niet in het ontwerpbestemmingspian neergelegd om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren, maar om de beleving van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (de "NITW") een plek te geven. Zelfs dan klemt de toegestane bebouw ing, nu deze direct de booze in schiet achter deze beperkende bufferzone. hen geleidelijke opbouw in bouwhoogte en een volwaardige beschutting zou de landschappelijke inpasbaarheid ten goede komen.

(14)

De groene bufferzone var. 50 meter langs het ARK, die overigens niet ter bescherming van de landschapskwaliteit en beeldvorming lijkt aangelegd, olstaat niet om de groene, landschappelijke omgeving aan de overkant van het ARK, de omgeving rondom Kasteel Heemstede. Niet alleen loopt deze bufferzone maar langs eer. deel van her plangebied langs het ARK, evenmin is geborgd dat de bufferzone daadwerkelijk voldoende afscherming biedt. 3.1.4.

(15)

Beperking hoogte en voorwaardelijke \ erplichtingen

Her is nicer moeilijk om de hier\oor geschetste problemen op te lossen. Om de landelijke uitstraling van het gebied te beschermen dient het plan de waarborg te bevatten van voldoende dichte beplanting in de vorm van struiken, hagen en bomen tot 18 meter hoog langs het ARK om de generieke bebouwing in de driehoek aan het zicht te onttrekken. Deze waarborg moet de vorm krijgen van een zogenaamde voorwaardelijke verplichting, inhoudende dat de voorziene ontwikkelingen slechts gerealiseerd en in stand gehouden mogen warden

Laan van Vollennove 2925 Zeist Postbus 143 3700 AC Zeist Lisman en Lisman BV BIW NL0039 33.581 B01 :BAN NL87iNGB0590921306 BIG INGBNL2A Handelsregister Utrecht 30054877 Secretariaat@nsman.et. www lisrnan T 431 (0) 30 69 566 44

(7)

LISIAAN "LF

ROLM Et VAS1MOED

as ceze landschappeiijke maatregelen worden getroffen. Loals hierna zal blijken kan ook de beeldkwaliteit van het perceel van Van WO; door zo'n voorwaardelijke verplichting worden verbeterd. Met betrekking tot het hoogteaccent zullen geen afdoende beschermende maatregelen worden getroffen en dat is kennelijk ook niet de bedoeling.

3.2.

Het provinciale beleid is niet goed verwerkt in bet ontwerpbesternmingspian 3.7.1.

Provinciale Ruimtelijke Verordening

(16)

In hoofdstuk 3 van de toelichting bij het ontwerpbesternmingsplan is beschreven dat de ontwikkeling is getoetst aan de relevante beleidsstukken op provinciaal niveau. Hier is één van de twee beleidsuitgangspunten het "behoud en versterking kwaliteit landelijk gebied". Lisman heeft op het voorontwerpbesluit een inspraakreactie ingediend en is ook toen a'. ingegaan op het ontbreken van de toetsing aan provinciaal beleid. In de `Notitie beantwoording inspraak voorontwerp bestemmingsplan Zuidoostelijke stadsrand' (de "Notitie") is hierop tweemaal door de gemeente geantwoord dat het plangebied waar het ontwerpbesternmingsplan betrekking op heck geen onderdeel uitmaakt van Laagraven (het gebied waarin Kasteel Heemstede zich bevindt). Daarmee miskent de gemeente dat de ontwikkeling van de driehoek tot bedrijventerrein inbreuk maakt op de landschappelijke kwaliteit van Laagraven en het provinciale beleid voor Laagraven dus wel degelijk een factor van betekenis is.

(17

Het plangebied valt binnen het landelijk gebied en de kernrandzone volgens de Provinciale Ruimtelijke Verordening (de "PRV"). In artikel 3.7 van de PR"v1 is bepaald dat gemeenten voor deze gebieden worden gestimuleerd beleid te ontwikkelen gericht op het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit als verstedelijking wordt toegestaan en aan welke voorwaarden dan meet worden voldaan. "Artikel 3.7 Kenirandzone Als `Kernrandzone' wordt aangewezen het gebied waarvan de geometrische plaatsbepaling is vastgelegd in het GL-bestand en is verbeeld or de kaart Landelijk gebied. 2. Een minnelijk besluit voor gronden die indicatief zijn aangewezen als `Kernrandzone' kan ten behoeve van het versterken van de ruirnteliike kwaliteit in de kernrandzone bestemmingen en regels bevatten die verstedelijking toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden: de verstedelijking gaat gepaard met versterking_ van de ruimtelijke kwaliteit die in een

redelijke verhouding staat tot de aard en de omvang van de verstedelijking, tenzij de verstedelijking betrekking heeft op kentrandactiviteiten, en b. de verstedeliiking is ruimtelijk en landschappeliik coed inpasbaar en wordt in aansluiting op stedelijk gebied gerealiseerd, of in samenhang met overige verstedelijkte structuur, en c. tijdige en duurzame realisatie van de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit is geborgd, en d.

3.

omliggende functies worden niet onevenredig geschaad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=0b66aa96-9a93-42ef-9a8b-c45a69505f7c