3-1 Beroepschrift met bijlagen.pdf
Tekst van het document
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
I
NOTA
R IA AT
3-1 Bijlage
AANTEKENEN
mr. M.W. Holtkamp
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Postbus 20019 2500 EA DEN HAAG
Archimedeslaan 61
Advocaat Postbus 85005 3508 AA Utrecht T +31 30 2595521 F +31 30 2595505 M +31 6 3042951
Tevens per fax (zonder bijlagen): 070 365 13 80
E merelholtkamp©vbk.n1 www.vbk.n1
Utrecht, 29 maart 2021 Onze referentie:
306349/51359637.1
Betreft:
Bestemmingsplan Zuidoostelijke stadsrand
BEROEPSCHRIFT Gelieve het griffierecht af te schrijven van de rekening-courant Hoogedelgestreng College, Hierbij stel ik namens, • • • • • • • • • • •
Lisman en Lisman B.V. (hierna: 'Lisman'); Stichting Buitenplaats Heemstede Houten (hierna: 'Stichting Buitenplaats'); Erfgoedvereniging Bond Heemschut, vereniging tot bescherming en instandhouding van cultureel erfgoed in Nederland, (hierna: 'Erfgoedvereniging Heemschut'); Historische Kring Tussen Rijn en Lek (hierna: 'Vereniging Rijn en Lek'); Stichting Utrechtse Kastelen; Stichting Digitaal Portaal voor Nederlandse kastelen, historische Buitenplaatsen en landgoederen (hierna: 'sKBL'); Dhr. E. Wiegman, wonende aan de Heemsteedseweg 28, te Houten; Dhr. P. van Eijk, wonende aan de Heemsteedseweg 30, te Houten; Dhr. M.E. van den Burg, wonende aan de Heemsteedseweg 32, te Houten; Dhr. G. Peek, wonende aan de Heemsteedseweg 38, te Houten; Dhr. P. la Fleur, woonachtig aan de Heemsteedseweg 40, te Houten,
beroep in tegen het op 10 december 2020 door de gemeenteraad van Nieuwegein gewijzigd bestemmingsplan vastgestelde 'Zuidoostelijke stadsrand' (met kenmerk NUMR0.0356.BPKL2019HER001-VA03). Het bestemmingsplan ligt, blijkens de kennisgeving in de Staatscourant (Stcrt. 2021, 8114), met ingang van 16 februari 2021 ter inzage (bijlage 1)
Van Benthem & Keulen RV. is gevestigd te Utrecht en staat ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel onder nummer 30241317. Uitsluitend Van Benthem & Keulen B.V. geldt als opdrachtnemer. Op haar dienstverlening zijn algemene voorwaarden van toepassing, waarin onder meer een beperking van de aansprakelijkheid is opgenomen. De algemene voorwaarden zijn te raadplegen via www.vbk.n1 en worden op verzoek kosteloos toegezonden.
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
I
NOTARIAAT
Cliënten zijn van mening dat het bestemmingsplan niet had mogen worden vastgesteld en daarnaast dat de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan onvoldoende recht heeft gedaan aan de bezwaren die in de zienswijze van Lisman d.d. 1 juli 2019 naar voren zijn gebracht (bijlage 2). In dit beroepschrift schets ik eerst de achtergrond (hoofdstuk 1) en het juridisch kader (hoofdstuk 2). Hoofdstuk 3 bevat een opmerking vooraf omtrent de ontvankelijkheid van cliënten in beroep. Vervolgens zet ik uiteen om welke redenen het bestreden besluit niet in stand kan blijven (hoofdstukken 4 tot en met 14) en sluit ik af met een conclusie.
INHOUD 1
2
3
4
5 6
7
8
Achtergrond 4 1.1 Fase 4 Bedrijvenpark Het Klooster 4 1.2 Belangen kasteel Heemstede, Lisman en Stichting Buitenplaats 4 1.3 Belangen Erfgoedvereniging Heemschut 6 1.4 Belangen Vereniging Rijn en Lek 6 1.5 Belangen Stichting Utrechtse Kastelen 7 1.6 Belangen sKBL 7 1.7 Belangen bewoners Heemsteedseweg 7 Juridisch kader 7 2.1 Crisis- en herstelwet 7 2.2 Regelgeving omtrent NHW 7 2.3 Andere relevante artikelen uit de PRV 9 Opmerking vooraf: ontvankelijkheid beroep 11 3.1 Artikel 6:13 Awb kan niet worden tegengeworpen aan cliënten 11 3.2 Lisman en het belanghebbendebegrip 12 De NHW laat uitbreiding bedrijventerrein het klooster niet toe 13 4.1 Plangebied valt binnen de begrenzing van de NHW 13 4.2 Sprake van aantasting kernkwaliteiten NHW 16 4.3 Waarde- Cultuurhistorie 1 biedt onvoldoende bescherming 19 Het bestemmingsplan is vastgesteld in strijd met artikel 3.7 van de PRV 20 Het bestemmingsplan is in strijd met artikel 3.20 van de PRV 21 6.1 Samenhang herstructurering bestaand bedrijventerrein ontbreekt 21 6.2 Voorwaardelijke verplichtingen ontbreken 22 Gebreken ten aanzien van locatie aannemersbedrijf Van Wijk en naastgelegen woningen 23 7.1 Omvang bouwvlak Van Wijk is veel ruimer dan de bestaande situatie vereist 23 7.2 Maximale bouwhoogte ontbreekt voor Van Wijk 24 7.3 Gebruiksmogelijkheden voor Van Wijk zijn op onderdelen te ruim 24 7.4 Ten onrechte geen groene strook langs
ARK opgenomen en een voorwaardelijke verplichting over de instandhouding van de groenstrook ontbreekt 24 7.5 Gebreken in de planregeling voor de enkelbestemming wonen 25 Maximale bouwhoogte bedrijventerrein het klooster te hoog 25 8.1 De bouwhoogte is in strijd met de NHW 26 8.2 De bouwhoogte is in strijd met de PRV 26 8.3 Er is geen sprake van een goede ruimtelijke inpassing 26
306349/51359637.1
2/36
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
9 10 11
12
13 14 15
I
NOTARIAAT
8.4 De binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voldoet niet De Landschappelijke inpassing is gebrekkig Milieueffectrapportage gedateerd en onvolledig Gebreken in bestemmingsplan ten aanzien van geluid 11.1 Het staat niet vast dat sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat 11.2 Ten onrechte zijn geluidsnormen niet opgenomen in de planregels Stikstofdepositie-onderzoek onvolledig 12.1 Niet alle relevante Natura 2000-gebieden in onderzoek betrokken 12.2 Gebruiksfase en aanlegfase worden door elkaar gehaald 12.3 Onjuiste uitgangspunten in berekening mobiele werktuigen 12.4 Verkeerde uitstoothoogte in berekeningen gehanteerd De bestemming waterstaatkundige voorzieningen biedt teveel mogelijkheden Ten onrechte geen algemene gebruiksregels in bestemmingsplan opgenomen Conclusie
306349/51359637.1
27 29 30 31 31 31 32 32 32 33 33 33 35 35
3/36
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
1
NOTARIAAT
ACHTERGROND
In dit eerste hoofdstuk wordt kort stilgestaan bij het bestreden besluit en de redenen waarom cliënten zich hiermee niet kunnen verenigen. 1.1
Fase 4 Bedrijvenpark Het Klooster
Het bestreden besluit geeft een nieuwe planologische regeling voor een langgerekt gebied tussen en rond het Amsterdam-Rijnkanaal (hierna: 'het ARK'), de A27 en het Lekkanaal. In dit beroepschrift gaat het cliënten om de gronden in de noordelijke driehoek van het bestemmingsplan Zuidoostelijke stadsrand, in de uitsnede hiernaast met de rode cirkel aangegeven (hierna zal ook naar dit gebied worden verwezen als 'de Driehoek'). Voor de Driehoek was het voorheen vigerende kader het bestemmingsplan 'Het Klooster' uit 1983. Het gebied maakt deel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en het merendeel van de gronden in deze driehoek heeft een agrarische functie. Het betreft — met uitzondering van de gronden van het bedrijf Van Wijk aan de Vuilcop 3 te Nieuwegein en de naastgelegen woning — een open, agrarisch landschap. Het bestemmingsplan Zuidoostelijke stadsrand geeft aan deze gronden o.a. de 'Enkelbestemming Bedrijventerrein' en de 'Enkelbestemming Bedrijf' en bevat ruime bouw- en gebruiksmogelijkheden. Wanneer het bestemmingsplan in werking zou treden dan valt te verwachten dat op korte termijn een verdere 'verdozing' van dit landschap optreedt en dat het unieke karakter verloren gaat. 1.2
Belangen kasteel Heemstede, Stichting Buitenplaats
Lisman
en
Lisman is eigenaar van Kasteel Heemstede aan de Heemsteedseweg 26, te Houten. Het kasteel maakt onderdeel uit van buitenplaats Heemstede. Stichting Buitenplaats is een afzonderlijke stichting en heeft als doel om de historische buitenplaats Heemstede te beschermen en behouden. In de statuten van de Stichting is in dit kader ook opgenomen dat de Stichting Buitenplaats dit doel onder meer tracht te verwezenlijken door de ontwikkelingen op het gebied van ruimtelijke ordening met betrekking tot de buitenplaats en haar omgeving te bewaken. Als bijlage 3 treft u de statuten van de Stichting Buitenplaats aan.
306349/51359637.1
4/36
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
I
NOTARIAAT
Naast het 17e-eeuwse kasteel met slotgracht en dubbele loopbrug bestaat de buitenplaats uit twee poortgebouwen, een oranjerie, een oprijlaan, een parkeerterrein met 112 parkeerplekken, een moestuin, een ommuurde historische tuin en omliggende gronden. Sinds 2002 bevindt zich op de benedenverdieping van het kasteel een restaurant, met terras aan de slotgracht. Op de eerste verdieping van het kasteel zijn verschillende ruimten ingericht voor private dining en vergaderingen. Sinds 1993 vormt Kasteel Heemstede een Rijksnnonumentcomplex.
In de omschrijving van het Rijksmonument staat het volgende over de waarde van het complex: "De cultuurhistorische waarde van het complex van de historische buitenplaats Heemstede ligt in haar hoedanigheid van een ten dele in aanleg en ten dele als historisch structurele elementen bewaard gebleven laat 17e-eeuwse classicistische formele tuin- en parkcompositie met het huis in een centrale positie, die in die tijd tot een der belangrijkste in het land behoorde." Buitenplaats Heemstede ligt in het gebied Laagraven: een uitgestrekt landelijk gebied tussen de steden Nieuwegein, Utrecht en Houten. Het gebied fungeert als 'groene long' tussen deze steden. Het is voor bewoners van de omringende steden mogelijk de stad per fiets of te voet te verlaten naar een landschappelijk en visueel aantrekkelijke omgeving. Daarnaast heeft het gebied een historisch karakter doordat het onderdeel is van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (hierna: 'NHW'). De NHW is een 85 kilometer lang rijksmonument: het grootste rijksmonument van Nederland. Tevens is de NHW door de Rijksoverheid bij het World Heritage Centre van UNESCO in Parijs aangedragen om in 2021 UNESCO-werelderfgoed te worden. De voorbereidingen hiervoor zijn sinds 2011, met de plaatsing van de NHW op de Voorlopige Lijst Werelderfgoed Nederland 2011 (hierna: de Voorlopige Lijst), in gang.
Het kasteel en het plangebied maken deel uit van (historisch gezien) hetzelfde inundatiegebied binnen de NHW.
306349/51359637.1
5/36
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
I
NOTARIAAT
Lisman en Stichting Buitenplaats maken zich al jaren hard voor het behoud van het historische kasteel en de buitenplaats. De bijzondere band van de (familie) Lisman met het kasteel blijkt ook uit het gegeven dat zij ervoor heeft gezorgd dat het kasteel nadat het eind jaren '80 vrijwel volledig afbrandde, werd beschermd zodat het uiteindelijk weer kon worden gerestaureerd. Ook heeft dhr. Anthony Lisman een tweetal boeken over het kasteel geschreven. De ambitie van familie Lisman is dit erfgoed en zijn entourage verder te herstellen en te behouden voor toekomstige generaties. De landelijke omgeving is voor de uitstraling en de uiteindelijke bescherming van dit erfgoed cruciaal. Kortom, het belang van Lisman en Stichting Buitenplaats is een passende omgeving rondom buitenplaats Heemstede. Nu de afstand van de buitenplaats tot het plangebied ongeveer 200 meter bedraagt, valt het plangebied binnen de directe omgeving van buitenplaats Heemstede. Vanuit het kasteel bestaat er bovendien direct zicht op toekomstige ontwikkelingen in fase 4 van Bedrijvenpark het Klooster. Het belang van Lisman en Stichting Buitenplaats valt daarnaast samen met het algemene belang om de hoge landschappelijke kwaliteit alsook de kwaliteit van de NHW in het gebied te behouden.
De groene long tussen de steden is een hoog dynamisch gebied en het wordt doorlopend bedreigd door initiatieven die deze schaarse grond willen bebouwen. Juist de bescherming die het gebied als onderdeel van de NHW toekomt, zorgt ervoor dat ook (de omgeving rond) kasteel Heemstede beschermd wordt. Lisman en Stichting Buitenplaats vrezen dat de uitbreiding van het bedrijventerrein binnen de Driehoek — zeker door het ontbreken van goede regels over de toegestane bouwhoogte en de landschappelijke inpassing — aanzienlijke schade aan Buitenplaats Heemstede en omgeving zal aanrichten. Ook het ontbreken van een goede planregeling voor het bedrijf Van Wijk en de woning naast Van Wijk kan grote gevolgen voor de omgeving hebben en daarmee voor de Buitenplaats. Ten slotte maken zij zich zorgen om de afmeervoorzieningen en kades die het bestemmingsplan mogelijk maakt langs het ARK. 1.3
Belangen Erfgoedvereniging Heemschut
Erfgoedvereniging Heemschut zet zich al meer dan 100 jaar in voor het behoud, de bescherming en instandhouding van de schoonheid en het historisch-ruimtelijk karakter van Nederland in het algemeen en van cultuurmonumenten in het bijzonder (zie bijlage 4). Heemschut rekent alle vormen van gebouwd, aangelegd en mobiel erfgoed in heel Nederland tot haar aandachtsgebied. In het (recente) verleden heeft Erfgoedvereniging Heemschut zich eerder de belangen van de NHW aangetrokken. Evenals Lisman en Stichting Buitenplaats maakt de Erfgoedvereniging Heemschut zich zorgen over de aantasting van dit unieke gebied door het bestemmingsplan Zuidoostelijke stadsrand en meer in het bijzonder ook de aantasting van de NHW. 1.4
Belangen Vereniging Rijn en Lek
Vereniging Rijn en Lek richt zich op het behoudt van cultureel en historisch erfgoed in het Kromme-Rijn gebied (zie bijlage 5). Vereniging Rijn en Lek tracht dit doel te bewerkstelligen door onder andere het actief en passief bewaken van het historisch-erfgoed, zowel wat betreft het landschap als roerende en onroerende zaken. Net als de andere stichtingen en verenigingen maakt Vereniging Rijn en Lek zich zorgen om de aantasting van het historisch waardevolle gebied.
306349/51359637.1
6/36
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
1.5
I
NOTARIAAT
Belangen Stichting Utrechtse Kastelen
De Stichting Utrechtse Kastelen zet zich in voor het behoud van kastelen, buitenplaatsen en hun omringende cultuurlandschappen in de provincie Utrecht (zie bijlage 6). In dit kader heeft Stichting Utrechtse Kastelen ook ten doel het behoud van landschappelijke waarden en al hetgeen daar rechtstreeks of zijdelings mee verband houdt. Net als Lisman en Stichting Buitenplaats maakt de Stichting Utrechtse Kastelen zich zorgen om de aantasting van de (directe omgeving) rond buitenplaats Heemstede. 1.6
Belangen sKBL
De Stichting Digitaal Portaal voor Nederlandse kastelen, historische Buitenplaatsen en landgoederen zet zich in voor het behoud van kastelen, historische buitenplaatsen en landgoederen in Nederland (zie bijlage 7). Net als Lisman, Stichting Buitenplaats en de Stichting Utrechtse Kastelen maakt sKBL zich zorgen om de aantasting van de (directe omgeving) rond buitenplaats Heemstede. 1.7
Belangen bewoners Heemsteedseweg
Het beroepschrift is voorts ingediend namens diverse direct omwonenden: allen zijn woonachtig aan de Heemsteedseweg tegenover het plangebied de Driehoek (hierna tezamen: 'bewoners Heemsteedseweg'). De bewoners Heemsteedseweg wonen op een afstand van ongeveer 150 meter tot aan de Driehoek. Zij hebben vanuit hun woningen direct zicht op de Driehoek. Enkel het ARK (en de twee daarnaast liggende wegen) is tussen hen en het plangebied in gelegen. De bewoners aan de Heemsteedseweg vrezen dat het bestemmingsplan Zuidoostelijke stadsrand niet alleen leidt tot een aantasting van hun uitzicht op een landelijk, groen gebied, maar tevens hun woon- en leefklimaat zal aantasten. Zo bevat het plan bijvoorbeeld geen waarborgen tegen mogelijke geluidshinder door de voorziene bedrijfsgebouwen in de Driehoek, kunnen bedrijfsgebouwen te hoog worden en maken de bewoners zich zorgen om de afnneervoorzieningen en kades die het bestemmingsplan mogelijk maakt langs het ARK. 2
JURIDISCH KADER
2.1
Crisis- en herstelwet
Vooropgesteld geldt dat cliënten menen dat het bestemmingsplan kwalificeert als een plan onder de Crisis- en herstelwet (hierna: 'Chw'), ingevolge artikel 1.1, eerste lid, onder a jo. Bijlage I, onderdeel 3.1, van de Chw. Overigens is een en ander ten onrechte niet opgenomen in de officiële bekendmaking van het gemeentebestuur. 2.2
Regelgeving omtrent NHW
Werelderfdoedverdrad Het in 1972 opgestelde Werelderfgoedverdrag heeft ten doel cultureel en natuurlijk erfgoed, dat van uitzonderlijke universele waarde (ook wel: Outstanding Universal Value Cain is voor de mensheid, te beschermen en bewaren voor toekomstige generaties. Landen die het Werelderfgoedverdrag hebben ondertekend, waaronder Nederland, mogen nationale sites voordragen voor plaatsing op de
306349/51359637.1
7/36
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
I
NOTARIAAT
internationale lijst: de Werelderfgoedlijst. Om een internationale voordracht te kunnen doen, moet het land eerst een voorlopige lijst opstellen van potentieel werelderfgoed binnen de landsgrenzen. In 2011 is in Nederland de NHW op de Voorlopige Lijst van werelderfgoederen geplaatst. In 2019 is de NHW voorgedragen voor de UNESCO Werelderfgoed-status. Ook al heeft de NHW nog niet de definitieve Werelderfgoed-status, met de plaatsing op de Voorlopige Lijst geniet de NHW reeds op nationaal niveau bescherming (zie volgende alinea). Zou dit niet het geval zijn, dan zou het potentieel erfgoed vogelvrij zijn en bestaat het risico dat daaraan niet meer de Werelderfgoed-status wordt verleend. Besluit algemene repels ruimtelijke ordening De bescherming van de NHW is gelegen in titel 2.13 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: 'Barro'). Ingevolge artikel 2.13.2, eerste lid, onder a van het Barro is de NHW als 'erfgoed van uitzonderlijke universele waarde' aangewezen en ingevolge artikel 2.13.1, tweede lid, Barro heeft titel 2.13 van het Barro daarop betrekking. De kernkwaliteiten van de NHW zijn in Bijlage 8 bij het Barro in hoofdlijnen beschreven (artikel 2.13.3 jo. Bijlage 8 Barro).
De volgende kernkwaliteiten zijn voor de NHW vastgesteld: 1) Het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen negentiende en twintigste-eeuwse hydrologische en militairverdedigingssysteem, bestaande uit: • inundatiegebieden; • zone met verdedigingswerken als forten, batterijen, lunetten betonnen mitrailleurkazematten en groepsschuilplaatsen in hun samenhang met de omgeving; • voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied) rondom de forten; • waterwerken als waterlichamen, sluizen, inlaten, duikers, en dijken functionerend in samenhang met verdedigingswerken en inundatiegebieden; • overige elementen als beschutte wegen, (resten van) loopgraven en tankgrachten; • de landschappelijke inpassing en camouflage van de voormalige militaire objecten; • de historische vestingstructuur van de vestingsteden Muiden, Weesp, Naarden, Nieuwerslu is, Gorinchem en Woudrichem; 2) Grote openheid; 3) Groen en overwegend rustig karakter. De begrenzing van de NHW is indicatief vastgelegd in Bijlage 7 Barro (artikel 2.13.2, eerste lid, onder a jo. Bijlage 7 Barro). Het Barro bepaalt dat bij provinciale verordening zowel de exacte begrenzing als de kernkwaliteiten van het erfgoed nader worden uitgewerkt (artikel 2.13.2, tweede lid, respectievelijk artikel 2.13.4, eerste lid, Barro).
In artikel 2.13.4, tweede lid, Barro is verder bepaald dat bij provinciale verordening in het belang van de instandhouding en versterking van de kernkwaliteiten regels worden gesteld omtrent de inhoud van of de toelichting bij bestemmingsplannen. Het derde lid van artikel 2.13.4 Barro bepaalt vervolgens dat bij de verordening in ieder geval regels worden gesteld die bewerkstelligen dat een bestemmingsplan géén activiteiten mogelijk maakt, ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van de verordening
306349/51359637.1
8/36
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
1
NOTARIAAT
geldende bestemmingsplan, die de kernkwaliteiten van het erfgoed, zoals die zijn uitgewerkt in de provinciale verordening, aantasten. Provinciale Ruimtelijke Verordening Voor zover de NHW in de provincie Utrecht is gelegen, voorziet de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 van de provincie Utrecht (hierna: 'PRV') in de uitwerking van titel 2.13 Barro. Blijkens artikel 1.7, eerste lid, van de PRV in samenhang met de kaart van de Bijlage 'Cultuurhistorie' van de PRV valt de NHW onder de Cultuurhistorische hoofdstructuur (hierna: 'CHS') en heeft het de status van 'militair erfgoed'. Artikel 1.7, tweede tot en met zesde lid, PRV stelt regels aan (gemeentelijke) ruimtelijke besluiten ter bescherming van gronden die zijn aangewezen als CHS. De kernkwaliteiten van de NHW zijn uitgewerkt in Bijlage 'Cultuurhistorie' bij het PRV. Voor de NHW zijn de volgende kernkwaliteiten opgenomen: 1) samenhangend stelsel van forten, dijken, kanalen en inundatiekommen; 2) groen en overwegend rustig karakter; 3) openheid Voorts wordt in de Bijlage 'Cultuurhistorie' bij het PRV voor een verdere uitwerking van de kernkwaliteiten verwezen naar de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen, specifieker 'Kwaliteitsgids Gebiedskatern Waterlinies', d.d. 12 juli 2011. 2.3
Andere relevante artikelen uit de PRV
Artikel 3.2 PRV— Landelijk gebied Op grond van artikel 3.1 PRV kunnen gronden worden aangewezen als 'landelijk gebied'. Ingevolge artikel 3.2 PRV bevat een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als 'landelijk gebied' geen bestemmingen en regels voor verstedelijking, tenzij in de PRV anders is bepaald. Blijkens artikel 1.1 PRV valt onder 'verstedelijking' in ieder geval een bedrijventerrein en blijkens de toelichting op artikel 3.2 PRV vormen de artikelen 3.3 tot en met 3.20 PRV dergelijke uitzonderingen op het verstedelijkingsverbod uit artikel 3.2 PRV. Artikel 3.7 PRV — Kemrandzone De kernrandzone is, blijkens artikel 1.1 PRV, een zone gelegen in het landelijk gebied rondom en direct aansluitend op bebouwingskernen met een zogenoemde rode contour (stedelijk gebied). Uit de kaart bij artikel 3.7, eerste lid, PRV volgt welke gronden als 'Kernrandzone' zijn aangewezen. De aanwijzing van de kernrandzone is, anders dan de aanwijzing van de CHS in de zin van artikel 1.7 PRV, indicatief en kan variëren. Dit betekent, blijkens de toelichting bij artikel 3.7 PRV, dat het aan de gemeente is om aan te geven waar van artikel 3.7 PRV gebruik wordt gemaakt, 'op basis van een op deze zone gericht ruimtelijke beleid waarin samenhangen en beoogde kwaliteitsverbeteringen worden beschreven'.
306349/51359637.1
9/36
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
1
NOTARIAAT
Ingevolge artikel 3.7, tweede lid, PRV kan een ruimtelijk besluit voor gronden die indicatief zijn aangewezen als 'Kernrandzone' ten behoeve van het versterken van de ruimtelijke kwaliteit in de kernrandzone bestemmingen en regels bevatten die verstedelijking toestaan, mits voldaan is aan een aantal opgesomde cumulatieve voorwaarden. Deze in het artikel opgesomde cumulatieve voorwaarden zijn de volgende: a.
de verstedelijking gaat gepaard met versterking van de ruimtelijke kwaliteit die in een redelijke verhouding staat tot de aard en de omvang van de verstedelijking, tenzij de verstedelijking betrekking heeft op kernrandactiviteiten, en
b.
de verstedelijking is ruimtelijk en landschappelijk goed inpasbaar en wordt in aansluiting op stedelijk gebied gerealiseerd, of in samenhang met overige verstedelijkte structuur, en
c.
tijdige en duurzame realisatie van de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit is geborgd, en
d.
omliggende functies worden niet onevenredig geschaad.
Blijkens het derde lid van artikel 3.7 PRV bevat de toelichting op een ruimtelijk besluit voor gronden waar toepassing wordt gegeven aan artikel 3.7 PRV een ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt op welk gebied deze toepassing betrekking heeft en dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Voorts bevat de ruimtelijke onderbouwing een beschrijving van de in het plangebied voorkomende ruimtelijke kwaliteit en de wijze waarop met het versterken daarvan is omgegaan. Hierbij wordt aangegeven hoe de verstedelijking aansluit op de ruimtelijke en landschappelijke structuur. Een beeldkwaliteitsparagraaf maakt onderdeel uit van de ruimtelijke onderbouwing. Blijkens de toelichting op dit artikellid valt bij de kwaliteitsversterking in de kernrandzone onder andere te denken aan een landschappelijk zorgvuldige overgang tussen stedelijk gebied en het omliggende buitengebied. Artikel 3.20 PRV — Toekomstiq bedrijventerrein Uit de kaart bij artikel 3.20, eerste lid, PRV volgt welke gebieden als 'Toekomstig bedrijventerrein' zijn aangewezen.
Artikel 3.20, tweede lid, PRV bepaald — in lijn met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: 'Bro') — dat een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als `Toekomstig bedrijventerrein' bestemmingen en regels bevatten voor nieuwvestiging van bedrijventerreinen of uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen zoals genoemd in de bijlage Bedrijventerreinen, onder het kopje uitbreiding, mits voldaan is aan een aantal in het artikel opgesomde cumulatieve voorwaarden. De in het artikellid opgesomde cumulatieve voorwaarden zijn de volgende: b.
de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen is verzekerd door middel van een herstructureringsplan, en
c.
de nieuwvestiging of uitbreiding plaatsvindt in aansluiting op het stedelijk gebied, tenzij de bestemmingen en regels betrekking hebben op het toekomstige bedrijventerrein voor de locatie Amstelhoek en dat bedrijventerrein verplaatsing van bedrijven gevestigd in De Ronde Venen mogelijk maakt, en
d.
de nieuwvestiging of uitbreiding wordt in samenhang ontwikkeld met de herstructurering van een bestaand bedrijventerrein waarbij de hoeveelheid nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein in evenredige verhouding staat tot omvang van de herstructurering van één of meerdere bestaande bedrijventerreinen, en
306349/51359637.1
10/36
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
1
NOTARIAAT
e.
de tijdige realisering van de herstructurering is verzekerd, en
f.
de nieuwvestiging of uitbreiding draagt bij aan een goede kwaliteit van de nieuwe kernrandzone en
g.
in de regels is door middel van een voorwaardelijke verplichting verzekerd dat de nieuwvestiging en uitbreiding pas kan plaatsvinden indien aan de voorwaarden a tot en met e is voldaan.
Blijkens het derde lid van artikel 3.20 PRV bevat de toelichting op een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als 'Toekomstig bedrijventerrein' onder meer een ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. 3
OPMERKING VOORAF: ONTVANKELIJKHEID BEROEP
3.1
Artikel 6:13 Awb kan niet worden tegengeworpen aan cliënten
Stichting Buitenplaats, Erfgoedvereniging Heemschut, Vereniging Rijn en Lek, de Stichting Utrechtse Kastelen, sKBL en bewoners Heemsteedseweg hebben geen zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan Zuidoostelijke stadsrand ingediend. Cliënten zijn echter van mening dat uit het arrest van het Hof van Justitie van 14 januari 2021 (ECLI:EU:C:2021:7, Varkens in Nood) volgt dat uw Afdeling in deze zaak artikel 6:13 van de Awb buiten toepassing moet laten en dat het beroep van Stichting Buitenplaats, Erfgoedvereniging Heemschut, Vereniging Rijn en Lek, Stichting Utrechtse Kastelen, sKBL en bewoners Heemsteedseweg ontvankelijk is. Voor deze conclusie is van belang dat het bestreden besluit onder het toepassingsbereik van het Verdrag van Aarhus valt en dat zij allen kwalificeren als 'betrokken publiek' als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van het Verdrag van Aarhus. In de volgende paragrafen wordt nog kort stilgestaan bij deze twee aspecten. Het bestreden besluit valt onder het toepassingsbereik van het Verdrag van Aarhus Het bestreden besluit valt onder het toepassingsbereik van het Verdrag van Aarhus. Het bedrijventerrein dat mogelijk wordt gemaakt voorziet bij recht dat er bedrijfsactiviteiten tot milieucategorie 4.1 zich ter plaatse kunnen vestigen zolang deze zijn opgenomen in de 'Staat van Bedrijfsactiviteiten bedrijventerrein'.
Diverse van deze bedrijfsactiviteiten zijn vervolgens opgenomen in bijlage I van het Verdrag van Aarhus. Zo is ter plaatse de vervaardiging van (papier)pulp toegestaan en dit correspondeert met onderdeel 7 van bijlage I van het Verdrag van Aarhus, maar ook een dakpannenfabriek is ter plaatse toegestaan en dat valt onder onderdeel 3 van bijlage I van het Verdrag van Aarhus. Dit zijn slechts een tweetal voorbeelden, er zijn nog meer overeenkomsten te noemen. Los van het hiervoor gestelde geldt dat ook op grond van onderdeel 20 van bijlage I bij het Verdrag van Aarhusl sprake is van een besluit dat onder het toepassingsbereik van het Verdrag van Aarhus valt. In onderdeel 20 van bijlage I bij het Verdrag van Aarhus is opgenomen:
1 Zie HvJ EU 8 november 2016, ECLI:EU:C:2016:838, r.o. 57 en conclusie A-G Widdershoven van 2 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3680, r.o. 57
306349/51359637.1
11/36
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
NOTARIAAT
"Activiteiten die niet vallen onder de voorgaande paragrafen 1 tot en met 19 wanneer in inspraak is voorzien ingevolge een procedure voor milieueffectbeoordeling in overeenstemming met nationale wetgeving." Voor het bedrijvenpark Het Klooster is een milieueffectrapportage opgesteld en blijkens de toelichting van het bestemmingsplan is fase 4 van het Klooster ook onderdeel van de activiteiten die in het MER zijn onderzocht. Gelet op het voorgaande valt het bestemmingsplan onder het toepassingsbereik van het Verdrag van Aarhus. Stichtinq Buitenplaats, Erfqoedvereniqinq Heemschut, Vereniqinq Rijn en Lek, de Stichtinq Utrechtse Kastelen, sKBL en bewoners Heemsteedseweq kwalificeren als 'betrokken publiek' als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van het Verdraq van Aarhus In de uitspraak van het Hof van Justitie van 14 januari 2021 (ECLI:EU:C:2021:7) waren de prejudiciële vragen toegespitst op non-gouvernementele organisaties. Los van het gegeven dat cliënten van mening zijn dat Stichting Buitenplaats, Erfgoedvereniging Heemschut, Vereniging Rijn en Lek, Stichting Utrechtse Kastelen, sKBL non-gouvernementele organisaties zijn, achten zij het van belang te wijzen op de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 25 februari 2021 (ECLI:NL:RBGEL:2021:938).
In deze uitspraak overweegt de rechtbank naar mening van cliënten terecht dat artikel 6:13 van de Awb ook ten aanzien van het beroep van andere belanghebbenden dan non-gouvernementele organisaties (in die zaak belanghebbende particulieren), niet langer aan hen kan worden tegengeworpen. Kortom, zowel Stichting Buitenplaats, Erfgoedvereniging Heemschut, Vereniging Rijn en Lek, Stichting Utrechtse Kastelen, sKBL, alsook bewoners Heennsteedseweg kwalificeren als leden van het betrokken publiek waarvoor krachtens artikel 9, tweede lid, van het Verdrag van Aarhus dient te worden geborgd dat zij toegang hebben tot de rechter. 3.2
Lisman en het belanghebbendebegrip
In paragraaf 1.2 van dit beroepschrift is toegelicht waarom Lisman als belanghebbende moet worden aangemerkt bij het bestreden besluit (o.a. korte afstand tot plangebied, ingrijpende bouwmogelijkheden door ontbreken adequate planregeling en aantasting karakter gebied). Lisman ondervindt met andere woorden gevolgen van enige betekenis door het bestreden besluit. Zou uw Afdeling dit al anders zien, dan is van belang te wijzen op rechtsoverwegingen 47-51 uit het Varkens in Nood-arrest van het Hof van Justitie. Kort gezegd maakt het Hof in deze overwegingen duidelijk dat als het nationale recht de besluitvormingsparticipatie voor 'eenieder' heeft opengesteld, dat dit gevolgen heeft voor het beroepsrecht bij de (bestuurs)rechter. Meer specifiek, artikel 9, derde lid, van het Verdrag van Aarhus verzet zich er volgens het Hof tegen dat leden van het publiek die eerder hebben deelgenomen aan de zienswijzeprocedure, de gang naar de rechter wordt ontzegd. Van een dergelijke situatie is in het onderhavige geval sprake: de bestennnningsplanprocedure van artikel 3.8, eerste lid, onder d van de Wro geeft aan eenieder het recht om een zienswijze over een ontwerpbestemmingsplan naar voren te brengen. Uit het arrest Varkens in Nood volgt vervolgens dat
306349/51359637.1
12/36
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
I
NOTARIAAT
het belanghebbendebegrip niet houdbaar is als toegangsbeperking in de richting van leden van het publiek die eerder een zienswijze op het ontwerpbesluit naar voren hebben gebracht. 4
DE NHW LAAT UITBREIDING BEDRIJVENTERREIN HET KLOOSTER NIET TOE
Zoals uit het juridisch kader blijkt (en ook uit de volgende paragraaf zal blijken) is het beschermingsniveau dat op grond van het Barro voor werelderfgoederen geldt, erg hoog. Het maakt daarbij niet uit dat de NHW op de Voorlopige Lijst van werelderfgoederen van UNESCO staat: het Barro maakt simpelweg geen onderscheid tussen definitief aangewezen werelderfgoederen en erfgoederen op de Voorlopige Lijst. In de toelichting van het bestemmingsplan neemt het gemeentebestuur allereerst het standpunt in dat de realisatie van fase 4 van Bedrijvenpark Het Klooster niet valt binnen de voorgenomen UNESCO aanwijzing en dat er daarmee geen bescherming nodig is. Vervolgens wordt (ten overvloede) nog gesteld dat er voldoende rekening wordt gehouden met de NHW. Beide stellingen zijn feitelijk onjuist. Dit wordt hierna toegelicht. 4.1
Plangebied valt binnen de begrenzing van de NHW
Op pagina 29 en 44 van de toelichting van het bestemmingsplan stelt het gemeentebestuur dat de Driehoek niet valt binnen de UNESCO begrenzing. Daarvoor verwijst men in figuur 3.9 op pagina 29 van de toelichting naar een uitsnede van een kaart uit de PRV. Anders dan het gemeentebestuur stelt, valt het plangebied wel degelijk onder de NHW. Uit artikel 1.7 eerste lid, PRV zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan2 in combinatie met de kaart bij Bijlage 'Cultuurhistorie' van het PRV volgt duidelijk dat het huidige gedeelte van Bedrijvenpark Het Klooster en het plangebied ook als 'militair erfgoed (CHS)' zijn aangewezen. rovinciale kuIDVeijKe ve;-(2,!-Jen,n2 jeconsolideerd 151c1 henjking 2016 r-nectie 2017 en 2e parliele herzierdng
iet
Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CH S) Agrarisch cultuurlandschap (CHS) Archeologie (CHS) Historische buitenplaatszone (CHS) Militair erfgoed (CHS)
2
te weten de geconsolideerde versie (inclusief herijking 2016, correctie 2017 en partiële herziening 2018)
306349/51359637.1
13/36
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
I
NOTARIAAT
Aanwiizing volgens nominatiedossier heeft geen juridische betekenis Voor zover het gemeentebestuur zich op het standpunt stelt dat de Driehoek (en ook de rest van Bedrijvenpark Het Klooster) buiten de UNESCO aanwijzing valt (en daarmee buiten de bescherming) en dat dit blijkt uit het Nominatiedossier van de NHW, geldt het volgende. De bescherming van de NHW is vertaald in regels die in het Barro en de PRV zijn opgenomen. Zowel uit de indicatieve begrenzing die is vastgelegd in Bijlage 7 van het Barro als de begrenzing in de PRV, volgt dat de Driehoek binnen de NHW valt. Dat aan de stelling van het gemeentebestuur over het nominatiedossier — wat hier verder ook van zij — ook geen verbindende kracht toekomt, volgt ook uit uw jurisprudentie. Zie in dit kader uw uitspraak van 11 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3452, r.o. 4.11, waaruit volgt dat het nominatiedossier geen bindende kracht heeft. De kaart in het Nominatiedossier (Kaart begrenzing Hollandse Waterlinies, d.d. 28-01-2019) is dan ook niet leidend voor de begrenzing van de NHW. Geen andere aanwijzing mogeliik Voor zover de gemeenteraad in het bestemmingsplan heeft willen anticiperen op de inwerkingtreding van de Interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht geldt het volgende.
De Interim Omgevingsverordening is ook op dit moment nog niet in werking getreden (het lijkt de bedoeling te zijn dat dit per 1 april 2021 zal gebeuren). Nu de Interim Omgevingsverordening geen geldend recht is, had het gemeentebestuur reeds hierom bij de vaststelling van het bestemmingsplan hier niet op mogen anticiperen. Bovendien vragen cliënten zich ten zeerste af of— op het moment dat de Interim Omgevingsverordening in werking zou treden en/of uw Afdeling met het gemeentebestuur van mening zou zijn dat de mogelijke wijziging van de PRV relevant is — de door de provincie alsdan gewijzigde begrenzing van de NHW niet in strijd is met het Barro en daarom buiten toepassing moet blijven. In dit kader geldt het volgende. In de ontwerpversie van de Interim Omgevingsverordening is een nadere onderverdeling gemaakt tussen gebieden binnen de NHW die zijn aangewezen als (voorlopige lijst) UNESCO werelderfgoed, en onderdelen van de NHW die alsdan (alleen) provinciale bescherming kennen als beschermd militair erfgoed. Cliënten menen dat het Barro in de weg staat aan een dergelijke aanpassing van de begrenzing van het UNESCO werelderfgoed.
Weliswaar zegt artikel 2.13.2, eerste lid, onder a van het Barro voor de NHW (en in tegenstelling tot de definitief aangewezen werelderfgoederen Stelling van Amsterdam en De Beemster) dat de plaats van het erfgoed "indicatief' is vastgelegd in de bijlage, echter, voor de rest maakt het Barro geen verschil tussen de aanwijzing van werelderfgoederen die definitief zijn aangewezen of op de Voorlopige Lijst staan. Vervolgens is het woord "indicatief' ook te verklaren als men de Nota van toelichting (Stb. 2011, 391, p. 80) erbij pakt. Op pagina 80 is namelijk als toelichting bij artikel 2.13.2 van het Barro het volgende opgenomen over de indicatief aangewezen gebieden: "Voor de overige gebieden, die op de voorlopige lijst staan om als werelderfgoed aangewezen te worden, zijn de begrenzingen van de
306349/51359637.1
14/36
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
t
NOTARIAAT
gebieden indicatief aangegeven. De desbetreffende provinciale staten zijn in medebewind geroepen om de begrenzing nauwkeuriger vast te stellen (tweede lid). Het gaat om een nadere begrenzing waarbij de indicatief vastgestelde begrenzing leidend is. De nadere begrenzing heeft tot doel te bewerkstelligen dat op lokaal niveau alle onderdelen van het gebied van cultuurhistorisch belang onder het erfgoed vallen. Voor kennis en overleg kunnen provinciale staten bij de begrenzing de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) betrekken. Indien provinciale staten de nadere begrenzing niet binnen één jaar na inwerkingtreding van deze titel vaststellen, leggen de Minister van lenM en de Minister van OCW de nadere begrenzing vast (derde lid)." Kortom, uit dit citaat uit de toelichting volgt dat er slechts een periode van één jaar werd voorzien waarin provinciale staten de nadere begrenzing konden vastleggen omdat anders het Rijk zou ingrijpen. Die termijn is reeds lange tijd verstreken. Het voorgaande betekent volgens cliënten dat het Barro nu (net als voor de definitief aangewezen werelderfgoederen) provinciale staten niet toestaat om op eigen houtje en naar believen de grenzen van het werelderfgoed te wijzigen omdat dit nu even beter uitkomt vanwege de wens een bedrijventerrein aan te leggen.
Los van bovengenoemd bevoegdheidsvraagstuk, geldt ook dat inhoudelijk de verandering niet door de beugel kan en een doelredenering lijkt te zijn van het provinciebestuur. Hiervoor verwijzen cliënten naar onderstaande uitsneden van de ontwerp interim omgevingsverordening. Op de eerste uitsnede is zichtbaar dat o.a. het gebied van de Driehoek doelbewust wordt 'uitgesneden' van UNESCO-Hollandse Waterlinies. borenen
Ontv,rel p irderun omgevingsverol ci
Carnpen Tiellandt Peonel I iet Rondeet
Boten 0 0. 4>e,
Bi
(Voorlopige lijst) UNESCO - Hollandse i VA Waterlinies
I:=1
(Voorlopige lijst) UNESCO - NederGermaanse Limes bufferzone
41
306349/51359637.1
15/36
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
1
NOTARIAAT
Terwijl uit de tweede uitsnede blijkt dat het provinciebestuur tegelijkertijd niet wil ontkennen dat het gebied hoort tot de Cultuurhistorische Hoofdstructuur voor militair erfgoed:
I let Rond'.
Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) i CHS - agrarisch cultuurlandschap CHS - archeologische waardevolle zone CHS - historische buitenplaatszone [=I CHS - historische infrastructuur fEE1 CHS - militair erfgoed Een en ander maakt eens te meer duidelijk dat er alle aanleiding is voor uw Afdeling om — mocht u van oordeel zijn dat de mogelijke wijziging van de PRV relevant is voor het bestreden besluit — de Interim Omgevingsverordening — exceptief toetsend — reeds in strijd te achten met hoger recht en algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 4.2
Sprake van aantasting kernkwaliteiten NHW
In paragraaf 4.1 is betoogd dat de Driehoek wel degelijk onder de bescherming van de NHW als opgedragen door het Barro valt. Vervolgens geldt dat de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt ook een aantasting van de kernkwaliteiten van de NHW vormt. Activiteiten mogen niet leiden tot aantasting NHW Krachtens artikel 2.13.4, derde lid, van het Barro moet bij provinciale verordening worden geregeld dat bestemmingsplannen géén activiteiten mogelijk maken die de kernkwaliteiten van het erfgoed aantasten. Op grond van artikel 1.7, derde lid, PRV mag een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als CHS geen nieuwe bestemmingen en regels bevatten die leiden tot een 'onevenredige aantasting' van in het plangebied voorkomende waarden van de CHS, zoals genoemd in Bijlage 'Cultuurhistorie'. Vooropgesteld: in tegenstelling tot de bewoordingen van artikel 1.7, derde lid, PRV, is niet vereist dat er sprake is van een onevenredige aantasting. Uit artikel 2.13.4, derde lid, Barro volgt dat alleen al een aantasting niet is geoorloofd. Kortom: bestemmingsplannen mogen géén activiteiten mogelijk maken die de kernkwaliteiten van een erfgoed aantasten.
306349/51359637.1
16/36
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
I
NOTARIAAT
Activiteiten in onderhavig bestemmingsplan leiden tot aantasting NHW Het hangt van de concrete omstandigheden af of een bepaalde ontwikkeling kwalificeert als een 'aantasting van werelderfgoed. In het onderhavige geval is sprake van een aantasting van de NHW door de in het bestemmingsplan voorziene activiteiten. -
De Driehoek is een inundatiegebied op een bijzondere plek: deze waarden verdwijnen
Belangrijke reden voor cliënten om op te komen tegen het bestreden besluit is dat de Driehoek in de huidige situatie een groen en open karakter heeft en ook dat het onderdeel uitmaakt van een inundatiegebied op een bijzondere plaats in de NHW: de bijzondere 'Plofsluis' is op korte afstand van het plangebied aanwezig, maar ook de liniedijk langs het Lekkanaal, een deel inundatiekade die vanuit het noorden het plangebied binnenkomt, een inundatiekanaal, diverse weteringen en de aanwezigheid van verschillende kazematten en meerdere palengroepen dichtbij het plangebied. De waarde van het inundatiegebied in de Driehoek is door deze samenhang groot. Deze samenhang wordt ook in de PRV erkend. Zo geeft de toelichting op artikel 1.7, tweede lid, PRV aan dat de "samenhang tussen de elementen van de linie van groot belang" is. Daarnaast is ook het inundatiegebied op zichzelf beschermenswaardig. Uit de toelichting op artikel 1.7, tweede lid, PRV blijkt dat volgens de provincie de cultuurhistorische waarde van de linies met name in de inundatiegebieden ligt. De Driehoek is thans (voornamelijk) onbebouwd en ook nooit bebouwd geweest, zodat het nog redelijk onaangetast inundatiegebied is (dit gegeven vindt ondersteuning in de Nota van Toelichting op het Barro (Stb. 2011, 391, p. 81)).
Bij ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van de linies is het behouden van de openheid van de voormalige inundatiegebieden en van de samenhang tussen de elementen van de linie van groot belang, zo volgt verder uit de toelichting op artikel 1.7, tweede lid, PRV. De linies zijn bepalend voor de ontwikkelingsrichting en vorm van verstedelijking en grootschalige infrastructuur. Het bestreden besluit houdt op geen manier met deze kernwaarden rekening. Overigens ontkent de toelichting van het bestemmingsplan ook niet dat er waarden van de NHW verloren gaan door Het Klooster fase 4. In dit kader staat op pagina 45 van de toelichting: "De cultuurhistorische waarden in Het Klooster fase 4 verdwijnen gedeeltelijk door de uitbreiding van het bedrijventerrein." Helaas onderkent het gemeentebestuur niet dat dit gegeven het reeds noodzakelijk maakte om de plannen aan te passen. Elke aantasting van de kernkwaliteiten van de NHW is immers verboden. Overigens verwachten cliënten nog een nadere onderbouwing van de aantasting van de kernkwaliteiten te kunnen inbrengen.
306349/51359637.1
17/36
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
-
I
NOTARIAAT
Uit de Heritage Impact Assessment Lekkanaal en Het Klooster volgt dat sprake is van een aantasting
Voor de ontwikkeling van bedrijventerrein Het Klooster is in het verleden een Heritage Impact Assessment Lekkanaal en Het Klooster (hierna: 'HIA 2013) opgesteld. Uit jurisprudentie van uw Afdeling volgt dat een zogenoemd Heritage Impact Assessment ('HIA') een hulpmiddel is bij de beoordeling of sprake is van een aantasting van de kernkwaliteiten van het erfgoed (o.a. ABRvS 13 mei 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1230). Alhoewel de fase 4-uitbreiding van het bedrijventerrein Het Klooster strikt genomen geen onderdeel uitmaakt van de HIA 2013, kunnen uit de HIA 2013 wel lessen worden getrokken voor dit gebied. Niet in de laatste plaats omdat er in de HIA 2013 wel degelijk verwijzingen zijn opgenomen naar de Driehoek. Zo volgt uit de HIA 2013 dat het plangebied in een inundatieveld ligt (p. 22 HIA 2013 en zie ook de uitsnede uit de HIA hiernaast). Voorts volgt uit de HIA 2013 dat de oplevering van bedrijvenpark Het Klooster het inundatieveld aanzienlijk aantast en er aanvullende (compenserende/mitigerende) maatregelen noodzakelijk zijn om het risico voor de nominatie van de NHW als UNESCO werelderfgoed te verkleinen. Bovendien geeft het HA 2013 specifiek wat betreft het plangebied het volgende aan (p. 50 HIA 2013): "Op dit moment zijn het noordelijke en zuidelijk deel van het inundatieveld niet bestemd als bedrijventerrein en is er nog sprake van een open gebied.
Wel bestaan er ideeën om in het noordelijk deel voor als haven/bedrijventerrein te ontwikkelingen. Een eventuele haven kan de aantasting van de inundatie velden vergroten en daarmee zal het risico voor de nominatie toenemen. Om cumulatieve (negatieve) effecten te voorkomen is het advies om het noordelijke en zuidelijke deel planologisch veilig te stellen." Uit bovenstaand citaat volgt dat de HIA 2013 er vanuit gaat dat ook fase 4 van Bedrijvenpark Het Klooster de nog aanwezige kernkwaliteiten van de NHW zal aantasten. Immers, dit volgt uit het advies uit de HIA 2013 om juist het noordelijk deel (= de Driehoek) veilig te stellen.
306349/51359637.1
18/36
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
I
NOTARIAAT
Het argument dat de omgeving reeds is bebouwd en met de ontwikkeling van de fases 1-3 van het bedrijventerrein Het Klooster geen sprake meer is van een open landschap, werpt geen gewicht in de schaal. De ontwikkeling van bedrijventerrein Het Klooster in de fases 1-3 zorgde voor aantasting van de kernkwaliteiten van de NHW, blijkt uit de HIA 2013. En zoals volgt uit de HIA 2013 (p. 50) moeten cumulatieve negatieve effecten worden voorkomen. Indien hier nu geen gehoor aan zou worden gegeven, zou er sprake zijn van een onrechtmatige vorm van de welbekende 'salamitactiek'. Kortom, uit het gestelde in deze paragraaf vloeit voort dat sprake is van een aantasting van de kernkwaliteiten van de NHW. Reeds hierom dient uw Afdeling het bestreden besluit te vernietigen. 4.3
Waarde- Cultuurhistorie 1 biedt onvoldoende bescherming
Artikel 19.1 van de planregels bepaalt het volgende: "De voor 'Waarde - Cultuurhistorie 1' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) - tevens bestemd voor de bescherming de van de op deze gronden voorkomende cultuurhistorische waarden van: a. de Nieuwe Hollandse Waterlinie in de vorm van het samenhangend waterstaatkundig stelsel van watergangen, dijken, sluizen, dammen, fortificaties en inundatiekommen; b. de middeleeuwse verkavelingsstructuur met slotenpatroon, kades, weteringen en ontginningsassen." In artikel 19.2.3 is vervolgens opgenomen: "19.2.3 Voorwaarden van een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de landschappelijke kernkwaliteiten zoals omschreven in lid 19.1 en de daarbij behorende landschapselementen niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast." Zoals uit het voorgaande blijkt, ligt het plangebied in zijn geheel in inundatieveld (of inundatiekom) van de NHW. De Waarde-Cultuurhistorie 1 biedt onvoldoende bescherming. Aileen al omdat artikel 19.2.3 spreekt over een "onevenredige" aantasting. Hiervoor is toegelicht dat élke aantasting van de kernkwaliteiten van de NHW niet is toegestaan.
Bovendien kunnen cliënten zich niet verenigen met het gegeven dat de planregels alleen aan bepaalde elementen, te weten de Vuilcop, de Houtense Wetering en Hoonwetering een ander type bescherming geven. Te weten, deze gronden hebben de bestemming 'Waarde-Cultuurhistorie 2'. Overigens kleeft ook aan deze bestemming het gebrek dat alleen een "onevenredige" aantasting in de weg zou staan aan vergunningverlening, maar hier is wel voorzien dat een omgevingsvergunning pas kan worden verleend dan nadat advies is verkregen van een cultuurhistorisch deskundige. Deze eis had ook moeten worden opgenomen voor de Waarde-Cultuurhistorie 1.
306349/51359637.1
19/36
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
I
NOTARIAAT
Ook op dit punt dient uw Afdeling het bestemmingsplan te vernietigen. 5
HET BESTEMMINGSPLAN IS VASTGESTELD IN STRIJD MET ARTIKEL 3.7 VAN DE PRV
Het bestemmingsplan leidt tot een aantasting van het aantrekkelijke, landelijke karakter van dit bijzondere gebied tussen Nieuwegein, Houten en Utrecht. Zoals eerder gezegd fungeert het gebied als noodzakelijke groene long voor de inwoners van dit hoog stedelijke gebied. Reeds om deze reden is het in strijd met een goede ruimtelijke ordening om hier nu een bedrijventerrein mogelijk te maken. Daarbij komt dat de provincie in de PRV het bijzondere karakter van het gebied ook heeft onderkend. Het plangebied valt namelijk binnen het landelijk gebied en de kernrandzone volgens de PRV. Uit het tweede lid van artikel 3.7 PRV volgt dat een bestemmingsplan voor gronden die zijn aangewezen als 'kernrandzone' verstedelijking kan toestaan, mits daarbij voldaan is aan de viertal cumulatieve voorwaarden die in het artikel zijn opgesomd: versterking ruimtelijke kwaliteit, goede ruimtelijke en landschappelijke inpasbaarheid, tijdige en duurzame realisatie verhoging ruimtelijke kwaliteit en omliggende functies worden niet onevenredig geschaad.
Uit artikel 1.1 PRV volgt dat (slechts) voor kernrandactiviteiten (te denken valt aan functies zoals sportvelden, begraafplaatsen en volkstuincomplexen en andere functies waar de bebouwing ruimtelijk ondergeschikt is aan open of beplante gronden) geen tegenprestatie in de vorm kwaliteitsverbetering hoeft te worden gerealiseerd, alleen moet er altijd worden gezorgd voor een goede landschappelijke inpassing. Voor andere activiteiten moet ingevolge artikel 3.7 PRV zowel kwaliteitsverbetering van de kernrandzone als de goede landschappelijke inpassing worden geborgd. In de zienswijze heeft Lisman reeds naar voren gebracht dat het enkele gegeven dat fase 4 van Bedrijvenpark Het Klooster in de PRV (tevens) de aanduiding 'Toekomstig bedrijventerrein' heeft gekregen, het gemeentebestuur niet ontslaat van de verplichtingen van artikel 3.7 PRV. Daarvan zou immers alleen maar sprake kunnen zijn als de provincie in de PRV hiervoor een specifieke regeling had gegeven. Nu dat niet het geval is, dient het gemeentebestuur onverminderd te voldoen aan artikel 3.7 PRV. Daarnaast is in de zienswijze door Lisman naar voren gebracht dat het gemeentebestuur aan de hand van de 'Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen' de kwaliteiten van het gebied had moeten vaststellen.
Waarbij verder geldt dat voor het deelgebied Rivierenlandschap één van de belangrijkste kwaliteiten in ieder geval de openheid van het landschap is. De teloorgang door de extra verstedelijking wordt vervolgens ook op geen manier gecompenseerd en reeds daardoor is ook inhoudelijk sprake van strijd met artikel 3.7 PRV. Aan het voorgaande kan nog worden toegevoegd dat uit de toelichting op artikel 3.7, tweede lid, PRV het volgende volgt: "bij kwaliteitsversterking in de kernrandzone valt te denken aan (...) een landschappelijk zorgvuldige overgang tussen stedelijk gebied en het omliggende buitengebied."
306349/51359637.1
20/36
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
I
NOTARIAAT
Het gemeentebestuur geeft in de toelichting op het bestemmingsplan aan (paragraaf 3.3) dat de uitbreiding en landschappelijke inpassing van Het Klooster in lijn zal zijn met de kwaliteit van het reeds gerealiseerde deel van bedrijventerrein Het Klooster en dat hiermee wordt bijgedragen aan een goede kwaliteit van de nieuwe kernrandzone. De gemeente geeft echter verder geen toelichting waarom de landschappelijke inpassing in lijn zal zijn met de kwaliteit van het reeds gerealiseerde deel van het bedrijventerrein én waarom dit zal zorgen voor een zorgvuldige overgang tussen stedelijk gebied en het omliggende buitengebied. Daarnaast heeft het gemeentebestuur er ten onrechte van afgezien om een goede uitvoering van een en ander door middel van een voorwaardelijke verplichting in de planregels te borgen. Overduidelijk ligt de focus van de gemeente op het bedrijvenpark en wordt hiermee voorbijgegaan aan de landschappelijke inpasbaarheid van de uitbreiding ten opzichte van de bijzondere kwaliteiten in en rond het gebied. De reactie van het gemeentebestuur op de zienswijze is in dit kader onjuist. Eigenlijk reageert de gemeente op pagina 14 van de 'Notitie beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Zuidoostelijke stadsrand (hierna: Notitie beantwoording zienswijzen) met een enkele ontkenning die neerkomt op: 'Nietes, artikel 3.7 PRV geldt hier niet'.
Vervolgens wordt verwezen naar de ontwerpversie van de Interim Omgevingsverordening. Ook op dit punt (en dus evenals voor het onderwerp van de NHW) wenst het gemeentebestuur dus te anticiperen op nog niet in werking getreden regelgeving. Opnieuw geldt dat ook voor dit onderwerp niet zeker is dat de verordening zo komt te luiden als het gemeentebestuur graag zou zien, nog los van het gegeven dat het gemeentebestuur zich gewoon op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan heeft te houden aan het dan geldend recht. Kortom, het bestemmingsplan is in strijd met artikel 3.7 van de PRV vastgesteld nu het gemeentebestuur niet heeft aangetoond dat aan de vier cumulatieve voorwaarden van het artikel is voldaan. 6
HET BESTEMMINGSPLAN IS IN STRIJD MET ARTIKEL 3.20 VAN DE PRV
Fase 4 van Bedrijvenpark Het Klooster betreft de nieuwvestiging van een bedrijventerrein. Hoewel de Driehoek in de PRV conform artikel 3.20, eerste lid, van de PRV is aangewezen als mogelijk 'toekomstig bedrijventerrein' is van belang dat in de leden 2 en 3 van artikel 3.20 van de PRV de nodige (cumulatieve) voorwaarden zijn vastgelegd waaraan een bestemmingsplan moet voldoen wil het gronden die de aanduiding 'toekomstig bedrijventerrein' hebben, transformeren tot bedrijventerrein. Aan deze voorwaarden wordt echter in het bestreden besluit niet voldaan, waardoor het bestemmingsplan geen regels voor nieuwvestiging van bedrijventerreinentuitbreiding van bestaande bedrijventerreinen mag bevatten. Dit wordt hierna toegelicht. 6.1
Samenhang herstructurering bestaand bedrijventerrein ontbreekt
Eén van de voorwaarden uit de PRV voor nieuwvestiging of uitbreiding van een bedrijventerrein is dat de nieuwvestiging of uitbreiding plaatsvindt in samenhang met de herstructurering van een bestaand bedrijventerrein, waarbij de hoeveelheid nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein in evenredige verhouding dient te staan tot de omvang van de herstructurering (artikel 3.20, tweede lid, sub c PRV). Bovendien is in de PRV dwingend vastgelegd dat die herstructurering van het bestaande bedrijventerrein moet zijn verzekerd door middel van een herstructureringsplan (artikel 3.20, tweede lid, sub a PRV).
306349/51359637.1
21/36
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
1
NOTARIAAT
In de toelichting op het bestemmingsplan is opgenomen dat een herstructurering van bedrijventerrein De Liesbosch heeft plaatsgevonden (paragraaf 3.3 toelichting plan). Zonder nadere toelichting is dit onvoldoende bewijs dat is voldaan aan artikel 3.20 PRV. Het is namelijk onduidelijk of de raad zich bij vaststelling van het bestemmingsplan heeft vergewist of er een herstructureringsplan voor bedrijventerrein De Liesbosch is opgesteld. Sterker nog, schriftelijke navraag bij de gemeente Nieuwegein leert dat er geen herstructureringsplan voor bedrijventerrein De Liesbosch en Laaggraven bestaat. Als bijlage 8 is de correspondentie met de gemeente bijgevoegd. Het bestreden besluit is dan ook in strijd met de PRV vastgesteld en dient om die reden vernietigd te worden. 6.2
Voorwaardelijke verplichtingen ontbreken
Naast het hiervoor gestelde, geldt dat het bestreden besluit ook om andere redenen in strijd is met de PRV. De cumulatieve voorwaarden uit artikel 3.20, tweede lid, onder a t/m e, PRV dienen namelijk in de planregels van het bestemmingsplan te worden verzekerd door middel van een voorwaardelijke verplichting (artikel 3.20, tweede lid, onder f). Een dergelijke voorwaardelijke verplichting ontbreekt in de planregels van het bestemmingsplan Zuidoostelijke stadsrand. In de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 3.3) stelt het gemeentebestuur het volgende: "Omdat het bestemmingsplan voor bedrijventerrein de Liesbosch reeds onherroepelijk is, is in dit plan afgezien van het opnemen van een voorwaardelijke verplichting. Deze herstructurering is immers al planologisch geregeld." De gemeente doelt hiermee op het bestemmingsplan 'Ravenswade e.o. uit 2018 (met kenmerk: NLIMR0.0356.BPLI2017HER001-VA03). Toch kan en mag de gemeente niet tot bovenstaand oordeel komen. Reeds omdat de vaststelling van bestemmingsplan Ravenswade e.o. niet hetzelfde is als dat is verzekerd dat sprake is van een herstructurering op dat bedrijventerrein. Een bestemmingsplan kan immers slechts de voorwaarden scheppen in de traditie van toelatingsplanologie.
Het gemeentebestuur handelt door het niet opnemen van voorwaardelijke verplichtingen in het onderhavige bestemmingsplan Zuidoostelijke stadsrand dan ook in strijd met artikel 3.20, tweede lid, onder f, PRV.
306349/51359637.1
22/36
VAN BENTHEM & KEULEN ADVOCATEN
7
I
NOTARIAAT
GEBREKEN TEN AANZIEN VAN LOCATIE AANNEMERSBEDRIJF VAN WIJK EN NAASTGELEGEN WONINGEN
Het perceel van aannemersbedrijf Van Wijk in de noordoostelijke hoek van de Driehoek heeft de bestemming 'Bedrijf' gekregen, en door de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 1 is ter plaatse een aannemersbedrijf uit ten hoogste categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten toegestaan. In de punt van de Driehoek is vervolgens een woonbestemming en een tuinbestemming opgenomen. Zie in dit kader ook de uitsnede van de verbeelding hiernaast. Al in de reactie op het voorontwerpbestemmingsplan heeft Lisman aangegeven de bestemmingsregeling voor het bedrijf Van Wijk onduidelijk te vinden. In het ter plaatse vigerende bestemmingsplan 'Het Klooster' uit 1983 is het bedrijf bestemd als agrarisch technisch hulpbedrijf. In de toelichting van het bestemmingsplan Zuidoostelijke stadsrand geeft het gemeentebestuur geen inzicht in de afweging die heeft plaatsgevonden om te komen tot de in het bestreden besluit voorgestelde planregeling van het bedrijf. Eigenlijk het enige wat hierover in de toelichting is terug te vinden, is de volgende passage op pagina 49: "De bedrijfsactiviteiten van Van Wijk vallen in categorie 3.2 (aannemersbedrijf met een oppervlakte > 2.000 m2).
Omdat deze activiteiten niet overal op het perceel passen binnen de milieuzonering zijn de activiteiten van Van Wijk met een specifieke aanduiding positief bestemd." Cliënten hebben verschillende bezwaren tegen de voorgestelde planregeling van het bedrijf en de naastgelegen woningen. Deze worden hierna toegelicht. 7.1
Omvang bouwvlak Van Wijk is veel ruimer dan de bestaande situatie vereist
Voor het aannemersbedrijf is een zeer ruim bouwvlak ingetekend. Dit bouwvlak is veel ruimer dan waar in de huidige situatie bebouwing aanwezig is en zeker veel ruimer dan het bouwvlak uit het voorheen vigerende bestemmingsplan. Het bestemmingsplan geeft geen inzicht waarom het gemeentebestuur dit in overeenstemming vond met een goede ruimtelijke ordening. Bovendien geldt dat voor het bouwvlak geen maximum bebouwingspercentage is opgenomen. Er is sprake van een erg groot bouwvlak, dat vrijwel het gehele perceel van Van Wijk beslaat. Nu geen bebouwingspercentage is opgenomen, zou in principe het gehele bouwvlak volgebouwd kunnen worden. Dit wordt ook als zodanig aangegeven in artikel 4.2.1, onder d, van de planregels: "d. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt per bouwperceel ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van