CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-243 Bijlage 1 Omgevingsprogramma Vergunningen Toezicht Handhaving

Raadsvergadering 7 november 2024, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Omgevingsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving27.217 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

5.3 Huisvestingsverordening In het vorige hoofdstuk is het toezicht op de huisvestingsverordening al opgenomen.

64

5.4 Bouwactiviteiten Net als bij het toetsen van bouwplannen in de vergunningenfase geldt ook dat tijdens de bouw- of realisatiefase keuzes moeten worden gemaakt wat we controleren en hoe dit wordt gecontroleerd. Voor deze fase hebben we het toezichtprotocol uitgewerkt. Het toezicht op bouwen verandert met de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Vergunningsvrije bouwwerken We controleren niet actief op de bouw van vergunningsvrije bouwwerken. In samenwerking met collega’s van Stadswinkel (BAG) en Financiën (Belastingen) wordt getracht zoveel mogelijk inzichtelijk te krijgen welke bouwwerken zonder vergunning zijn gebouwd. Bouwwerken onder GK1 (meldingsplichtige bouwwerken) Op de realisatie van bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 (GK1) van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen oefenen we geen bouwtechnisch toezicht uit, dit ligt bij de kwaliteitsborger. Onze beoordeling van het borgingsplan kan ertoe leiden dat we contact hebben opgenomen met de kwaliteitsborger om gezamenlijk toezicht uit te oefenen tijdens de realisatie. Zo kunnen we aanvullend toezicht uitoefenen op onderdelen waar we bevoegd voor zijn (Omgevingsplan, omgevingsveiligheid, bouwveiligheid, welstand). De kwaliteitsborger treedt niet handhavend op; deze taak blijft bij de gemeente.

Dit betekent dat de gemeente een signaal krijgt van de kwaliteitsborger als deze overtredingen constateert die de initiatiefnemer niet oplost. De gemeente vult haar handhavende rol in op signalen van de kwaliteitsborger. De wijze van opvolging is op basis van de ervaringen met het nieuwe stelsel; in beginsel zal de gemeente per geval beoordelen welke opvolging passend is. Daarbij volgen we de prioriteiten uit dit beleidsplan die vooral gericht zijn op: constructieve veiligheid, brandveiligheid, gezondheid, duurzaamheid. Uitblijven van de verklaring van de kwaliteitsborger betekent dat de gemeente in beginsel geen goedkeuring geeft aan de ingebruikname van het bouwwerk. Er is dan sprake van een verbod op ingebruikname en dan is controle vanuit toezicht noodzakelijk. Er zijn veel situaties denkbaar waarbij de gemeente een afweging dient te maken in haar handhavend optreden. Op basis van de handreiking van de VNG met handelingsperspectieven voor gemeenten bij toezicht en handhaving onder de Wkb is onze handhavingsstrategie Wkb opgesteld. De handhavingsstrategie zal steeds worden aangepast naarmate er ervaring wordt opgedaan met het nieuwe Wkb-stelsel en naarmate er nieuwe inzichten en nieuwe jurisprudentie beschikbaar komt.

Om die reden moet de handhavingsstrategie Wkb worden gezien als een voorlopig handelingskader, waarbij we ook de beginselen van behoorlijk bestuur en de interventiematrix uit de LHSO betrekken. 65

Bouwwerken GK2/3; vergunningplichtige bouwwerken Bij werken die niet onder GK1 van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen vallen, moeten tijdens de bouw- of realisatiefase keuzes gemaakt worden over de intensiteit van ons toezicht. Voor deze fase hebben we het toezichtprotocol uitgewerkt. Het landelijke toezichtprotocol © van de Vereniging BWT Nederland heeft als basis gediend voor het gemeentelijk protocol. Het toezichtprotocol is een matrix waarin per bouwfase en gebruiksfunctie is aangegeven hoe we controleren. Deze is opgenomen als link in bijlage A2. Daarbij onderscheiden we: S:

Steekproefsgewijze controle

1:

Visuele controle

2:

Beoordeling van hoofdlijnen en hoofdaspecten

3:

Beoordeling van hoofdlijnen en enkele kenmerkende details

4:

Integrale controle van alle onderdelen

Met het toezichtprotocol leggen we de diepgang en aandachtspunten vast van onze controles. Aan de hand van een voorbeeld met brandblussers hebben we hieronder uitgewerkt hoe de verdeling naar categorieën werkt:: S:

Controle op aanwezigheid brandblussers bij deel van te controleren panden.

1:

Visuele controle of er brandblussers zijn.

2:

Beoordeling of er voldoende brandblussers zijn.

3:

Controle van een brandblusser in detail (druk, datum, etc)

4:

Controle van alle aanwezig brandblussers in detail.

Uit de matrix blijkt dat het om verschillende fasen in het bouwproces gaat en dat op een groot aantal onderdelen is aangegeven met welke diepgang de controle plaatsvindt. Het verder uitwerken van het exacte controleniveau kan door middel van checklists. Daarin kan gedetailleerder worden benoemd waarop gecontroleerd dient te worden en per inspectie kan de inspecteur vastleggen waarop is gecontroleerd en met welke mate van diepgang.

66

Bij het toezicht ondervinden we in toenemende mate dat we aandacht moeten geven aan het inspecteren van bestaande panden op landelijke aandachtspunten. De afgelopen jaren zagen we onder meer landelijke eisen om te inspecteren op energielabel, breedplaatvloeren en brandveiligheid van gevels. Dergelijke landelijke eisen nemen we op in ons jaarlijks uitvoeringsprogramma. In onze handhavingsstrategie Wkb is vastgelegd hoe we situationeel de handhavende rol invullen. We monitoren onze rol en na 2 jaar na inwerkingtreding van de Wkb gaan we onze strategische richting evalueren. Duurzaam bouwen Bij het toezicht ondervinden we in toenemende mate dat we aandacht moeten geven aan de duurzaamheidseisen die de gemeente stelt aan nieuwbouw. Dit vraagt de nodige kennis van de toezichthouders. Dit geldt ook voor de installatie van nieuwe warmtesystemen, zoals warmtepompen.

5.5 Sloopactiviteiten Het toezicht op de sloopvergunning voor karakteristieke panden, monumenten en panden in stads- of dorpsgezicht vindt plaats aan de hand van verleende vergunningen met betrekking tot monumentale of beschermde aspecten. Dit toezicht ligt net zoals dat op de sloopmeldingen bij de gemeente. Het toezicht op de bedrijfsmatige sloop met asbesthoudend materiaal ligt bij de RUD Utrecht (basistaak, risicogericht). De RUD Utrecht heeft hierbij handhavingsbevoegdheid als het om bedrijfsmatige asbestsanering gaat. Asbestmeldingen Bij calamiteiten, of dumping in de openbare ruimte, wordt direct contact opgenomen met Bouwtoezicht. Vooral woningbouwverenigingen zijn actief met asbestsaneringen in hun woningenbestand.

5.6 BLVC De toezichthouders hebben een coördinerende en controlerende rol. Zij beoordelen het BLVC plan op basis van de gevraagde adviezen. De toezichthouder controleert of volgens het BLVC plan wordt gewerkt.

67

5.7 Brandveiligheid Het toezicht op bestaande bouwwerken en op meldingen voor brandveilig gebruik ligt bij de VRU. De VRU stelt een toezichtsplan op waarin zij aangeven hoe zij vorm en inhoud geven aan het brandveiligheidstoezicht. We hebben werkafspraken met de brandweer over hun bijdrage aan controles op brandveiligheidsaspecten in ons toezicht op bouwwerken. De brandweer heeft geen handhavingsbevoegdheid, overtredingen gaan naar de gemeente voor verdere afhandeling. De gemeente controleert nieuwbouw en bestaande bouw op de bouwtechnische aspecten die te maken hebben met brandveiligheid. Wat betreft toezicht worden alle inrichtingen brandveilig gebruik periodiek gecontroleerd door VRU. Daarnaast worden de eindcontroles op omgevingsvergunning activiteit bouwen, voor zover brandveiligheid een rol speelt, gezamenlijk uitgevoerd door toezichthouders van gemeente en VRU.

5.8 Monumenten en archeologie Nadat een omgevingsvergunning voor de activiteit bouw en monumenten (rijksmonumentenactiviteit dan wel gemeentelijke Omgevingsplanactiviteit) is afgegeven of een aanpassing aan een monument vergunningsvrij plaatsvindt, nemen we de monument-specifieke en cultuurhistorische aspecten mee in de reguliere bouwinspecties. De eigenaar is zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de onderhoudsverplichtingen voor monumenten of beschermde panden. We reageren op meldingen uit ons algemene vrije veld toezicht als dat aan de orde is. Bij bouwwerken in archeologisch waardevol gebied wordt toezicht gehouden door de gemeente op basis van de vergunningvoorschriften.

5.9 Milieu Het toezicht op milieubelastende activiteiten ligt bij RUD Utrecht voor vergunningen en meldingsplichtige activiteiten die onder de landelijke basistaken vallen en waarover met de RUD afspraken zijn gemaakt over de taakverdeling. Voor de uitvoering van de basistaken heeft de RUD Utrecht samen met de regio een regionale U&H-strategie opgesteld. De RUD Utrecht is 24/7 bereikbaar en beschikbaar voor de afhandeling van milieu-incidenten en calamiteiten.

68

Energietoezicht Als onderdeel van de landelijke aandacht voor energietoezicht bij bedrijven en het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid is een project uitgevoerd om het toezicht te intensiveren de verplichtingen tot registraties en besparingsmaatregelen door bedrijven. Dit project is afgerond en vanaf 2024 valt het energietoezicht onder de reguliere werkzaamheden. MBA’s Voor milieubelastende activiteiten die niet onder basistaken vallen ligt het toezicht bij de gemeente. Op deze activiteiten houdt de gemeente periodiek toezicht. Dit betreft toezicht op de algemene regels uit het Bal en van toepassing zijnde milieuregels in ons Omgevingsplan. De prioritering van de periodieke controles gebeurt: •

planmatig op basis van het type milieubelastende activiteiten; we volgen hierbij het risicomodel uit de regionale U&H-strategie dat de RUD Utrecht hanteert voor hun werkzaamheden;

•

op basis van meldingen en klachten van overlast;

•

themagericht (energie, afval);

•

gebiedsgericht (wijktoezicht, bedrijventerreinen).

5.10 Aanleg weg, kap, reclame, inrit Voor de activiteit aanleg weg en inrit vindt toezicht plaats op basis van meldingen en handhavingsverzoeken. In dit kader gaan wij uit van de eigen verantwoordelijkheid van de uitvoerder van de werkzaamheden. Zo ligt het toezicht bij de aanleg van een weg bij de betreffende wegbeheerder. Daar waar bepaalde onderdelen speciale aandacht behoeven nemen we dit op in het uitvoeringsprogramma. Het toezicht op de kap van bomen en het voldoen aan de herplantplicht ligt bij de toezichthouder groen van de afdeling OD. Het toezicht op reclame in de openbare ruimte ligt bij Stadstoezicht en hinderlijke objecten worden direct verwijderd. Verder vind bouwtechnisch toezicht plaats bij het aanbrengen van reclame op of aan bouwwerken.

69

5.11 Evenementen In het evenemententeam maken we voorafgaand aan elk evenement een risicoanalyse en op basis van het risico zetten we passende vorm en intensiteit van toezicht in. We houden met name toezicht op de volgende aspecten: •

Brandveiligheid

•

Geluidproductie

•

Inzet van gecertificeerde beveiligers door organisatoren

•

Bouwkundige en constructieve veiligheid van tijdelijke constructies (podia, tribune, tenten, attracties)

•

Verkeersstromen en parkeren

De intensiteit en diepgang van de controles en onderlinge rolverdeling wordt in overleg met politie, brandweer en toezichthouders voorafgaand aan het evenement bepaald. Voor alle vergunningplichtige evenementen is er een schouw die voorafgaand aan het evenement plaatsvindt. Bij kleinschalige, reguliere en weinig risicovolle evenementen vindt toezicht in eerste instantie plaats door de toezichthouders op basis van klachten en meldingen of risico-inschatting.

5.12 Bodem, bouwstoffen en grond Dit toezicht is belegd bij de RUD Utrecht en wordt uitgevoerd op basis van de regionale U&H-strategie.

5.13 Natuurbescherming Het toezicht op de bescherming van natuur, flora en fauna vindt plaats naar aanleiding van klachten en meldingen die we zelf afhandelen in afstemming met de RUD Utrecht of doorzetten naar de provincie als bevoegd gezag.

70

5.14 Horeca Het toezicht op horeca-activiteiten ligt bij de gemeente voor naleving Alcoholwet, exploitatievergunning, milieu- en bouwkundige aspecten. De VRU voert toezicht op brandveiligheid. Er is gepland toezicht op de horeca met vaste controlefrequenties, er zijn controlerondes, er is themagericht toezicht (bijvoorbeeld op vetafscheiders) en er is toezicht na een verleende of gewijzigde vergunning. Er zijn relatief weinig cafés in Nieuwegein.

5.15 Overig APV Diverse overige bepalingen in de APV (zoals standplaatsen, terrassen, voorwerpen op of aan de weg) controleren we op basis van eventuele klachten/meldingen of als we zaken tegenkomen tijdens ons gebiedstoezicht.

5.16 Digitaal Opkoopregister Ten behoeve van de aanpak van de handel in goederen afkomstig van een misdrijf (heling) is in de APV opgenomen dat handelaren verplicht zijn om een gewaarmerkt verkoopregister bij te houden. In het vastgestelde ‘Handhavingsbeleid Digitaal Opkopers Register’ is vastgelegd welke bestuurlijke maatregelen worden genomen als er overtredingen worden geconstateerd. Team OOV heeft regie en Stadstoezicht doet de uitvoering.

5.17 Bestuurlijke sluiting panden Bij het constateren van bijvoorbeeld productie of opslag van drugs, illegale activiteiten of ernstig gevaar voor de openbare orde en veiligheid in en rondom een pand is de burgemeester bevoegd om het pand te sluiten. In dat geval gaan we over tot sluiting door het pand te verzegelen. Door controle van het pand gaan de toezichthouders na of de verzegeling wordt nageleefd.

71

5.18 Meldingen en handhavingsverzoeken Meldingen van burgers of bedrijven kunnen per telefoon, schriftelijk, e-mail /app of via de website van de gemeente binnenkomen. Allereerst wordt beoordeeld of er sprake is van een publiekrechtelijk grondslag en of de gemeente bevoegd is. Indien het privaatrechtelijk is dan zal er in principe geen behandeling plaatsvinden. Bij een melding van een burger of bedrijf wordt contact opgenomen. Vervolgens wordt bepaald wat de aanleiding en het doel van de melding is en wat verwacht wordt van de gemeente. De melding wordt na binnenkomst beoordeeld op prioriteit en op inhoud en afhankelijk daarvan al dan niet met spoed opgepakt. Dit kan betekenen dat een locatiebezoek plaatsvindt om inzicht te krijgen in de oorzaak van de melding. Van alle constateringen wordt een rapportage opgesteld. Bij meldingen wordt schriftelijk of per mail gecommuniceerd. Anonieme meldingen Bij anonieme meldingen wordt de impact ingeschat. Afhankelijk van deze inschatting wordt eventueel verdere actie ondernomen. Bij een anonieme melding is het logischerwijs niet mogelijk om te communiceren met de melder. Handhavingsverzoeken Een handhavingsverzoek heeft een wettelijke beslistermijn. Op basis van de Algemene wet bestuursrecht wordt een afhandeltermijn van 8 weken als redelijk beschouwd. In beginsel wordt dezelfde werkwijze als bij een melding gehanteerd.

Op een verzoek om handhaving wordt een besluit genomen dat vatbaar is voor bezwaar en beroep. Milieuklachten en meldingen Milieuklachten en verzoeken om handhaving milieu worden behandeld door de RUD Utrecht en de gemeente, ook in spoedeisende gevallen. Uitgangspunten afhandeling van meldingen De afhandeling van meldingen van burgers en bedrijven is volgens deze uitgangspunten: •

Geen behandeling bij een privaatrechtelijke grondslag.

•

Spoedig en met een locatiebezoek behandelen van urgente meldingen met directe risico’s op constructieve veiligheid, openbare orde, brandveiligheid. 72

•

Actieve afhandeling van anonieme meldingen die een hoog risico hebben en spoedeisend zijn.

•

Bij niet-urgente meldingen wordt besproken wat het belang en doel van het verzoek is en op basis daarvan besloten over de behandeling.

•

Geen actieve afhandeling op meldingen die niet te verifiëren zijn.

Veel meldingen van inwoners in Nieuwegein gaan over illegale afval en parkeren. Daarom zijn dit belangrijke aandachtspunten in het werk van Stadstoezicht. Daarnaast hebben de taken met betrekking tot veiligheid en gezondheid een hoge prioriteit. Het afhandelen van meldingen vraagt een groot deel van de werktijd voor de BOA’s. Specifieke wijkkennis en zichtbaarheid op straat is van groot belang. Door te weten wat er speelt in een wijk, kunnen veel problemen worden voorkomen. Daarnaast geeft het vertrouwen aan bewoners, die op hun beurt eerder geneigd zijn om bijvoorbeeld misstanden te melden.

5.19 Bereikbaarheid De gemeentelijke organisatie moet ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar en beschikbaar zijn voor de handhavingstaken. Denk daarbij aan afhandelen van incidenten of calamiteiten. Er zijn twee piketregelingen: het piket Omgevingsrecht en het piket Openbare Orde en Veiligheid. Met deze piketten is de gemeente bereikbaar bij dringende zaken, zoals brand- en/of asbestcalamiteiten.

5.20 Surveillance Surveillance is de basis van het werk van de BOA’s; aanwezig zijn in de openbare ruimte. Tijdens de surveillance houden de BOA’s toezicht en houden zich bezig met overlastfeiten. Dit kan op eigen initiatief, door het opvolgen van meldingen of op aanwijzing van inwoners.

73

6. Sanctioneren en gedogen We volgen de sanctiestrategie uit dit hoofdstuk als we een overtreding constateren. Daarbij onderschrijven we de landelijke handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) die als onderdeel van dit Omgevingsprogramma wordt. Het doel van de sanctiestrategie is om uitvoering te geven aan: •

beginselplicht tot handhaven

•

passend interveniëren bij iedere bevinding

•

in vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes maken

•

interventies op vergelijkbare wijze kiezen en toepassen.

De organisatiefilosofie van de gemeente Nieuwegein kent een leidend principe namelijk: werken vanuit de bedoeling. De medewerkers van Stadstoezicht werken ook vanuit de bedoeling en zullen eerst het gesprek met de overtreders aangaan om vast te stellen of er al dan niet sprake is van moedwilligheid of onwetendheid, voordat zij een boete opleggen. Soms is die ruimte er niet, bijvoorbeeld als door verkeerd handelen intussen acute en/of onomkeerbare schade is aangericht. Ernst van de overtreding en de proportionaliteit van de sanctie wordt altijd tegen elkaar gewogen. Daarbij geldt: eerst het gesprek aangaan, informeren, waarschuwen als het echt niet anders kan een sanctie. In het laatste geval kan het toepassen van het juridisch instrumentarium (variërend van uitschrijven van een bestuurlijke boete tot het toepassen van (spoed) bestuursdwang) onvermijdelijk zijn. In die gevallen worden de toezichthouders en BOA’s ondersteund door de handhavingsjuristen van TVL.

6.1 Legaliseerbare overtreding Is sprake van een overtreding en is geen sprake van een gelijkwaardige oplossing, dan is een eerste afweging of het een vergunbare situatie betreft. Als dit het geval is, wordt in beginsel een vergunningprocedure gestart. Legalisatie moet binnen afzienbare termijn mogelijk zijn.

74

Vormen van toezicht We onderscheiden de volgende vormen van toezicht: •

Periodiek toezicht (ook wel: ‘routinematige bezoeken’). Volgens een vaste frequentie controleren van het object. Dit type controle komt voor in de gebruiksfase. Zowel de controles op milieuregelgeving als op brandveilig gebruik gebeurt aan de hand van vaste frequenties. Daarbij worden dan alle aspecten van die regelgeving in de controle betrokken.

•

Opleveringscontrole. In het VTH-systeem worden deze onder dit hoofdzaaktype de controles op bouw en sloop geregistreerd, gedurende de duur tot aan afronding bouw/sloop en ingebruikname van een nieuw of verbouwd pand. Daarmee zijn deze controles te onderscheiden van de periodieke controles. Hoe vaak wordt gecontroleerd is afhankelijk van de complexiteit en van het bekende naleefgedrag.

•

Aspectcontrole. Controle op één of enkele specifieke aspecten.

•

Integraal/gecoördineerd toezicht. Toezicht op meerdere typen regelgeving (bv. bouwen én milieu), hetzij door één persoon, hetzij door meerdere personen gelijktijdig.

•

Signaaltoezicht. De ene toezichthouder signaleert een mogelijke overtreding buiten zijn eigen toezichtsveld en geeft dit door aan de andere toezichthouder. Een milieutoezichthouder signaleert bijvoorbeeld een verbouwing die mogelijk illegaal is, en geeft dit door aan bouwtoezicht.

•

Gevelcontrole: alleen controle van de buitengevels met als doel vast te stellen of sprake is van een bedrijfswisseling.

•

Gebiedscontrole: een controle van alle objecten in een gebied, op één of meerdere thema’s (bv. opsporen illegale bouw, strijdig gebruik).

•

Projectmatige controles: controles op één branche en/of op één thema. Bijvoorbeeld controle van alle horeca in Nieuwegein op uitsluitend vetlozing of controles van bestaande bouwwerken waarbij specifiek op brandveiligheid en vluchtveiligheid wordt gecontroleerd.

•

Administratieve controle: Controle van tekeningen, berekeningen, keurings- of onderhoudsrapporten.

•

Ketentoezicht: in samenwerking met andere partners toezicht op grondstromen en afvalstromen.

•

Zelftoezicht. Bedrijven motiveren zichzelf te controleren aan de hand van een door de gemeente verstrekte checklist. De gemeente controleert dan nog steekproefsgewijs de bedrijven die een ingevulde checklist retourneren, naast de bedrijven die de checklist niet retourneren. Doel daarbij is om meer bewustwording bij bedrijven te creëren rond de regels die nageleefd moeten worden, en ze te belonen door minder toezicht.

•

Hercontrole. Bij hercontroles wordt alleen gecontroleerd of overtredingen ongedaan zijn gemaakt, die bij de initiële controle zijn geconstateerd. Indien alleen lichte overtredingen worden gecontroleerd kan mogelijk de hercontrolekaart worden ingezet. De ondernemer stuurt deze naar de gemeente zodra de overtreding ongedaan is gemaakt. De gemeente kan dan het aantal hercontroles mogelijk beperken tot steekproeven. Dit is een voorbeeld uit het landelijke programma “Minder regels, meer service”, waarvan we de komende beleidsperiode zullen onderzoeken of deze inzetbaar is.

75

•

Surveillances. Bij surveillances ligt de aandacht op illegale activiteiten met grond en illegaal bouwen of slopen.

Afhankelijk van de ernst van de overtreding (risico, schade) en het profiel van de overtreder zijn er de volgende opties, waarbij we meestal de middelste optie (vergunnen) volgen: •

Vergunnen met sanctionerende tik: Indien de illegale situatie is ontstaan uit calculerend / malafide gedrag en/of sprake is van recidive, wordt proces-verbaal opgemaakt (door de politie of andere partner).

•

Vergunnen: Indien bij een vergunbare situatie geen sprake is van calculerend/malafide gedrag en geen sprake van recidive, wordt afgezien van een sanctionerende tik. In sommige situaties is het denkbaar dat ondersteuning wordt geboden om de situatie te verbeteren. Bijvoorbeeld door het geven van voorlichting als wordt vastgesteld dat bepaalde (onnodige) overtreding systematisch voorkomt.

•

Vergunnen met bestuursrechtelijke handhaving: Als een situatie legaliseerbaar is, kunnen we bestuursrechtelijk handhavend optreden, zolang de illegale situatie voortduurt of de vergunningaanvraag niet is ingediend. Als een vergunningaanvraag is ingediend, kan handhavend optreden geboden zijn, bijvoorbeeld als belangen van derden dat vergen.

6.2 Sanctie instrumenten In deze paragraaf wordt stilgestaan bij de wijze waarop wordt opgetreden bij geconstateerde overtredingen. Hiervoor zijn bestuursrechtelijke en strafrechtelijke instrumenten in te zetten. Bestuursrechtelijk herstelsancties zijn: •

last onder dwangsom (LOD);

•

last onder bestuursdwang (LOB/BES);

•

schorsen of intrekken van de vergunning of ontheffing;

•

een bouwstop (tijdelijk stilleggen activiteiten);

•

verscherpt toezicht;

•

bestuurlijke boete.

76

De bestuurlijke boete is een nieuw instrument binnen het bestuursrecht. De gemeente kan dit als sanctiemiddel inzetten en direct een boete opleggen (artikel 5.4 Awb). Hiervoor dient de gemeente de bevoegdheid tot het opleggen van een boete wel aan te wijzen. In onze strategie hebben we opgenomen bij welk soort overtredingen de bestuurlijke boete een mogelijk instrument is om in te zetten. Strafrechtelijke instrumenten zijn: •

Proces verbaal (PV);

•

Bestuurlijke strafbeschikking (BSB).

In onze gemeente zijn BOA’s aangewezen om strafrechtelijk op te treden op het gebied van het Omgevingsrecht. Wij signaleren ook richting onze partners (zoals politie), waarna zij strafrechtelijk kunnen optreden. Bij strafrechtelijke handhaving is, naast het bereiken van de gewenste situatie, tevens het bestraffende element van belang. Bestuursrechtelijke handhaving is gericht op het bereiken van de gewenste situatie (herstelsanctie). Bij een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang krijgt de overtreder een hersteltermijn waarbinnen de overtreding moet zijn beëindigd. Als de overtreding na deze termijn niet is beëindigd, dan wordt de sanctie geëffectueerd. Op basis van twee variabelen bepalen we met welk instrumentarium gehandhaafd wordt bij een geconstateerde overtreding: 1. de gevolgen van de bevinding voor het milieu, veiligheid, gezondheid en/of maatschappelijke relevantie: a) vrijwel nihil; b) beperkt; c)

van belang - er is sprake van aanmerkelijk risico dat de bevinding maatschappelijke onrust geeft en/of doden of gewonden (mens en dier) tot gevolg heeft;

d) aanzienlijk en/of onomkeerbaar - onder andere het geval als de overtreding maatschappelijke onrust en/of doden of gewonden (mens en dier) tot gevolg heeft. 2. het gedrag van de overtreder. Daarbij nemen we het gedrag en de toezicht- en handhavinghistorie van de overtreder mee in beschouwing. a) goedwillend, pro-actief en geneigd om regels te volgen, de bevinding is het gevolg van onbedoeld handelen;

77

b) neemt het niet zo nauw met het algemeen belang, heeft een onverschillige houding, de bevinding en de gevolgen van zijn handelen laten hem koud; c)

opportunistisch en calculerend, bewust belemmeren van controlerenden, bewust risico nemend, recidive;

d) crimineel of maakt deel uit van een criminele organisatie, houdt zich bezig met fraude, oplichting of witwassen. Als we niet in staat zijn om het gedrag te typeren, dan is “goedwillend” het uitgangspunt. Beide variabelen bepalen of bestuursrechtelijk (lichte segmenten), strafrechtelijk (donkere segmenten) of in een combinatie van beide (middensegmenten) wordt opgetreden. Zie de interventiematrix die hieronder wordt weergegeven. Voor de donkere segmenten volgen we een 2-staps strategie. De waarschuwingsbrief wordt altijd voorzien van een voornemen voor het opleggen van een dwangsom, zodat in de volgende stap de dwangsom kan worden opgelegd. Bij de lichte segmenten volgen we een 3-staps strategie waarbij we eerst een redelijk termijn opnemen voor het beëindigen van de overtreding en een termijn voor het indienen van een eventuele zienswijze. Door verzwarende of verzachtende argumenten kan een verschuiving van het instrumentarium plaatsvinden. Bij verzachtende argumenten wordt de in de interventiematrix gepositioneerde bevinding één segment naar links en vervolgens één segment naar onder verplaatst en andersom bij verzwarende argumenten. In lijn met de landelijke handhavingsstrategie kunnen de volgende argumenten verzwarend werken: 1. De overtreder heeft door zijn handelen financieel voordeel behaald of het behalen van financieel voordeel was het doel. 2.

Een financiele sanctie heeft vermoedelijk geen effect. 3. De overtreder heeft ook andere relevante handelingen gepleegd ter verhulling van de feiten, zoals valsheid in geschrifte, corruptie of witwassen. 4. Het doel van de handhaving ligt bij het onder de aandacht brengen van het belang van een bepaalde norm bij de branche of een breder publiek (normbevestiging). 5. Door strafrechtelijk optreden met toepassing van opsporingsbevoegdheden kan meer toereikend zijn om de waarheid boven tafel te brengen.

78

In aanvulling op de landelijke handhavingsstrategie kunnen de volgende argumenten verzachtend zijn: 1. De overtreder heeft al een ander (dan gesanctioneerd) financieel nadeel behaald. Bij een herstelsanctie is dit punt geen afweging. 2. De overtreder heeft maatregelen genomen om dergelijke voorvallen te voorkomen. 3. Volledige legalisatie van de handeling is een redelijke mogelijkheid op de korte termijn. Na positionering van de overtreding in de interventiematrix kan de bijbehorende interventie worden bepaald. In onderstaande versie van de interventiematrix is per situatie de eerste insteek voor sanctioneren opgenomen. De toezichthouder kiest voor de minst zware van de opgenomen interventies, tenzij de toezichthouder motiveert dat een andere interventie passender is. Dit betekent dus dat de matrix behulpzaam is om op basis van de gevolgen (de verticale as) en het gedrag van de overtreder (de horizontale as) tot een kwadrant te komen. Binnen dat kwadrant kan gestart worden met het minst zware instrument en bij uitblijven van naleven kan dit worden verzwaard. De matrix werkt dus in principe “van beneden naar boven”. Het doel van de matrix is om weloverwogen tot de juiste stappen en beslissingen te komen en om deze transparant vast te leggen. De beginselplicht tot handhavend optreden bij overtredingen blijft overeind.

79

De interventie wordt ingezet totdat sprake is van naleving. Als naleving binnen de bepaalde termijn uitblijft dan zetten we een zwaardere interventie in uit hetzelfde segment van de interventiematrix, tenzij een zwaardere interventie uit een ander segment van de interventiematrix passender is. De interventiematrix is een hulpmiddel om gemotiveerd tot een afweging van instrumenten te komen en om de inzet van deze instrumenten – waar nodig – af te stemmen met handhavingspartners.

6.3 Passende reactie De toe te passen sanctie moet proportioneel zijn en dient zoveel mogelijk transparantie te bieden. Bij een last onder dwangsom geldt dit voor de lengte van begunstigingstermijnen en de hoogte van dwangsommen. De dwangsom dient prikkelend te werken, zodat de overtreder de overtreding zal beëindigen, beëindigd zal houden en wordt weerhouden om de overtreding (nogmaals) te begaan: •

Voor besluiten die niet gericht zijn op het voorkomen van herhaling kiezen we qua begunstigingstermijn voor een termijn waarbij de overtreder voldoende hersteltijd heeft én we langdurende overtredingssituaties voorkomen. Voor de onderbouwing van het besluit hanteren we een termijn die praktisch haalbaar moet zijn om aan de last te kunnen voldoen. Verder is de te stellen termijn afhankelijk van de aard van de overtreding (er kan in principe met geen of een korte termijn worden volstaan bij gedragsvoorschriften) en mag de termijn niet zodanig lang zijn, dat sprake is van (impliciet) gedogen van de overtreding.

•

De hoogte van een dwangsom moet op grond van de Algemene wet bestuursrecht in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van het opleggen van de dwangsom. We onderbouwen het besluit voor de hoogte van de dwangsom. We relateren de hoogte van de dwangsom onder andere aan de aard en ernst van de overtreding, de potentiële schade en de kosten die moeten worden gemaakt om de overtreding ongedaan te maken. In ieder geval moet het bedrag belangrijk hoger zijn dan het economisch voordeel dat met de overtreding wordt behaald. Het moet aantrekkelijker zijn de overtreding ongedaan te maken dan de dwangsom te betalen. In principe baseren we ons op de termijnen en bedragen uit de landelijke leidraad.

•

Het verbeuren van dwangsommen gebeurt van rechtswege.

•

Bij het opleggen van een last onder dwangsom wordt de overtreding, indien dit is toegestaan, opgenomen in de Basisregistratie Kadaster Publiekrechtelijke beperkingen.

•

Het bevoegd gezag kan in sommige gevallen de vergunning ook geheel of gedeeltelijk intrekken of schorsen als niet overeenkomstig de vergunning wordt gehandeld. Dit instrument wordt in onze gemeente in uitzonderlijke gevallen toegepast als andere maatregelen geen effect sorteren.

6.4 Overtredingen door de overheid De handhaving van overtredingen begaan door een andere overheid of een onderdeel van de eigen organisatie is voor ons niet anders dan handhaving van overtreding begaan door inwoners of ondernemers. Er wordt geen verschil gemaakt in prioriteitstelling en keuze van het handhavingsinstrument. Wel brengt een dergelijke overtreding een tweetal extra procedurestappen met zich mee voordat een sanctie wordt opgelegd: •

Wordt een overtreding van de gemeentelijke organisatie geconstateerd dan wordt deze aan het management en/of de burgemeester/ college van burgemeester & wethouders voorgelegd.

•

Het management en/of de burgemeester/ college van burgemeester & wethouders zorgen ervoor, dat passende maatregelen worden genomen om de overtreding te beëindigen, deze in de toekomst te voorkomen en zo nodig de schade te herstellen.

6.5 Afzien van handhaven In uitzonderlijke situaties kan de burgemeester / het college van B&W verklaren dat wordt afgezien van handhaving. Dit is aan een termijn gebonden en niet langer dan strikt genomen noodzakelijk. Daarbij onderschrijven we het landelijk beleidskader gedogen.2 We kunnen bij een overtreding afzien van handhaving als wordt voldaan aan één of – bij voorkeur – meerdere van de volgende voorwaarden: 1. De activiteit is verantwoord uit het oogpunt van bescherming van de fysieke leefomgeving; 2. Er bestaat concreet uitzicht op legalisatie van de activiteit; 3. Een ontvankelijke vergunningaanvraag is ingediend én een voorlopige inschatting is gemaakt waaruit blijkt dat de activiteit vergunbaar is; 4. Er dient sprake te zijn van bijzondere omstandigheden die afzien van handhaving in het concrete geval rechtvaardigen. In de volgende gevallen wordt niet afgezien van handhaven: •

indien bij de overtreder sprake is van recidiverend dan wel calculerend gedrag;

•

indien blijkt dat de activiteit strijdig is met enige andere bij of krachtens wettelijk voorschrift gestelde regel en het voor de handhaving van die regel bevoegde gezag kenbaar heeft gemaakt dat het met bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten tegen deze overtreding optreedt dan wel zal optreden;

• 2

bij bouwen zonder of in afwijking van een vergunning, tenzij er sprake kan zijn van een tijdelijk bouwwerk; ‘Grenzen aan gedogen’, Kabinetsstandpunt 1996 (TK 1996-1997, 25085)

82

•

als belangen van derden zich daartegen verzetten.

Indien wordt afgezien van handhaven gelden de volgende procesvoorschriften: •

afzien van handhaving gebeurt schriftelijk en uitdrukkelijk;

•

afzien van handhaving wordt zoveel mogelijk beperkt in omvang en/of in tijd;

•

er moet sprake zijn van een zorgvuldige kenbare belangenafweging;

•

afzien van handhaving is aan controle onderworpen.

6.6 Samenwerken bij het sanctioneren Afhankelijk van de overtreding en de overtreder vindt afstemming plaats met partners die strafrechtelijke sancties kunnen opleggen. Als richtlijn wordt de interventiematrix uit de LHSO gebruikt, zoals in dit hoofdstuk is opgenomen. In situaties waarbij een andere overheid ná of vóór ons college / burgemeester handhavingsbevoegd is, vindt afstemming plaats met de betreffende overheidsorganisatie.

83

BIJLAGE A1 Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht Als onderdeel van dit Omgevingsprogramma VTH wordt de “Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) – versie 12 oktober 2022” vastgesteld en gevolgd: https://vng.nl/sites/default/files/202211/Landelijke_Handhavingsstrategie_Omgevingsrecht_LHSO.pdf . De LHSO is onderdeel van de strategie voor de uitvoering van de VTH-taken. Hierop zijn onze dwangsombedragen en termijnen gebaseerd.

Principes handhavingskaders De algemene uitgangspunten van het handhavingskader uit het LHSO worden onderstaand op hoofdlijnen aangegeven: •

Hoe ernstiger de overtreding, des te korter het handhavingstraject. Indien het een ernstige overtreding betreft, dan is het wenselijk om sneller een maatregel te treffen. Hiermee wordt voorkomen dat de ernstige situatie en/of de overtreding langer blijft bestaan.

•

Hoe ernstiger de overtreding, des te zwaarder de sanctie. Daarbij kan de burgemeester bepaalde stappen uit dit Handhavingsprotocol overslaan om sneller te kunnen optreden.

De matrix is ook weergegeven in onderdeel 6.2 van bijlage A.

84

BIJLAGE A2 Protocol bouwwerken Toetsingsmatrix en toezichtmatrix bouwen voor gevolgklassen 2 en 3 Het toetsingsprotocol is een matrix. Horizontaal, in de rijen, zijn de thema’s/aspecten aangegeven en verticaal de gebruiksfuncties. Het toetsingsprotocol vormt nu de basis voor de vergunningaanvragen en beoordelingen onder de Omgevingswet. Het toetsingsprotocol wordt beleidsneutraal omgezet onder de Omgevingswet. Toezichtprotocol is de basis voor toezicht en handhaving onder de Omgevingswet. Onze strategie voor de Wkb hebben we beschreven in onze uitvoeringsstrategie VTH-taken (bijlage A) in onderdelen 4.10 (vergunningen) en 5.4 (toezicht en handhaving) TOETSPROTOCOL & TOEZICHTSPROTOCOL De actuele protocollen staan op Vergunningen, toezicht en handhaving | Meedenken in Nieuwegein (ikbennieuwegein.nl)

85

BIJLAGE B

Omgevingsanalyse

De omgevingsanalyse is de onderlegger voor de prioriteiten en doelen. Uitgangspunt is dat de prioriteit ligt bij de grootste risico’s en opgaven en dat we passende VTH-instrumenten en capaciteit inzetten om de risico’s en opgaven aan te pakken. Om zicht te hebben op de risico’s is een omgevingsanalyse gemaakt van het grondgebied en de activiteiten. De risicoanalyse is hieronder toegelicht.

Dit zijn de effecttypen waarop we de risicoscore invullen van 0 (geen risico) tot 5 (hoog risico)

Risicoanalyse 1 Activiteit 2 Activiteit

Hier komen alle activiteiten of ongewenst gedrag

V eilig

Gezond 3 3

Dit is de totaalscore voor het effect op een schaal van 0-5

Leefbaar Duurzaam 3 3

3 1

1 1

Natuur

Kans die we invullen van 1 (komt niet voor/zeer goed naleefgedrag) tot 5 (komt heel vaak voor/zeer slecht naleefgedrag)

Gemiddeld Effect

Cultuur Financieel Bestuur 0 3

0 0

3 3

Totaalscore is Effect x Kans. We kunnen ‘Effect’ en ‘Kans’ wegen, dat is nu gedaan als 2:1. Ervaring is dat ‘kans’ anders te grote invloed heeft

1 3

1,7 2,0

Risico

Kans score 2 4

Risico categorie

7 laag 16 gemiddeld

De eindscore

Per onderwerp komen alle scores terug in tabelvorm en vervolgens is een toelichting opgenomen.

86

Planologisch strijdig gebruik van een pand of perceel

Risicomodel Gemeente Nieuwegein

Veilig

Gezond

Leefbaar

Duurzaam

Natuur

Cultuur

1 1 1 1 1 3 3 1 3 3 3

5 3 1 3 3 5 3 1 3 1 3

1 1 1 1 1 3 3 1 1 1 1

1 1 1 3 1 3 3 3 1 1 1

1 1 0 3 1 1 1 1 1 1 1

Ruimtelijke Financieel Bestuurlijk kwaliteit

Gemiddeld Effect

Kans

2,3 1,5 1,0 1,9 1,6 2,8 2,8 1,7 2,8 1,2 2,6

2 3 2 1 1 3 2 5 3 2 3

Risico score

Planologisch strijdig gebruik van een pand of perceel Horeca activiteiten Detailhandel aan huis Detailhandel op bedrijventerrein Recreatiegebruik Maatschappelijke functies in woongebouwen Bedrijfsmatige activiteiten in woongebouwen Bedrijfsactiviteiten die niet zijn toegestaan Gebruik van gemeentegrond Gebruik van eigen (bedrijfs)perceel Bedrijfswoning Wonen in (bedrijfs)gebouw zonder woonfunctie

3 1 1 1 1 3 3 1 5 1 5

3 3 1 3 3 3 3 3 5 1 3

3 1 1 1 1 1 3 3 1 1 3

3 1 3 1 3 1 3 3 3 1 3

9 9 4 4 3 17 11 17 17 5 16

Gebruik van bestaande panden of percelen in strijd met de regels van het Omgevingsplan: •

Horeca activiteiten: Exploiteren van horeca in een pand waar dat niet is toegestaan.

•

Detailhandel; Exploiteren van detailhandel in een pand of op een locatie (tevens op bedrijventerreinen) waar dat niet is toegestaan.

•

Recreatie: Verhuur van een pand voor recreatie dat niet is toegestaan of het permanent bewonen van een recreatiewoning.

•

Maatschappelijke functies in woongebouwen: Uitoefenen van een maatschappelijke functie dat niet is toegestaan zoals kinderopvang.

•

Bedrijfsmatige activiteiten in woongebouwen: In het Omgevingsplan is vastgelegd in welke mate het is toegestaan om bedrijfsmatige en ondergeschikte nevenactiviteiten te verrichten (thuiskapper, webshop, administratiekantoor, klusbedrijf). Bij groei is het kostbaar voor de ondernemer om activiteiten ‘over te hevelen’ naar een (bedrijfs)pand. Strijdig gebruik gaat om bedrijfsmatige activiteiten die niet als nevenactiviteit in die omvang zijn toegestaan.

•

Bedrijfsactiviteiten: Dit gaat om bedrijfsmatige activiteiten die niet in het betreffende pand zijn toegestaan of waarvoor geen melding door de initiatiefnemer is gedaan.

•

Gebruik gemeentegrond: Dit betreft het gebruik van gemeentegrond als eigen perceel (bij tuin of bedrijfsperceel) of de opslag van goederen op gemeentegrond.

•

Gebruik van (bedrijfs)perceel: Dit betreft niet toegestaan gebruik van het eigen(bedrijfs)perceel, bijvoorbeeld gebruik van een tuin of perceel als stalling of parkeerplaats, plaatsen van containers op het perceel voor opslag, opslaan van goederen op eigen perceel dat niet is toegestaan.

87

•

Bedrijfswoningen: Het Omgevingsplan maakt onderscheid in de woning en bedrijfswoning. Een bedrijfswoning heeft een functionele binding met het bedrijf, mag niet door derden worden bewoond en kan een lager beschermingsniveau hebben dan een woning. Bij verkoop of beëindiging van het bedrijf kan het voorkomen dat de bedrijfswoning niet als zodanig wordt aangemerkt en als woning overgaat naar een nieuwe eigenaar of dat de bedrijfsbewoning geen binding meer heeft met het bedrijf. Dit veroorzaakt strijdigheid.

•

Wonen in gebouw zonder woonfunctie: Dit betreft wonen in een pand waar dat is niet is toegestaan, bijvoorbeeld in een bedrijfspand.

Illegale bewoning (huisvestingsverordening)

Risicomodel Gemeente Nieuwegein

Veilig

Gezond

Leefbaar

Duurzaam

Natuur

Cultuur

1 1 1 1 3 1 3

5 3 1 3 5 3 3

1 1 1 1 1 1 1

0 0 0 1 0 1 0

1 1 0 0 3 1 1

Ruimtelijke Financieel Bestuurlijk kwaliteit

Gemiddeld Effect

Kans

1,9 1,2 0,6 1,5 2,6 1,5 2,2

4 2 1 2 1 1 2

Risico score

illegale bewoning (huisvestingsverordening) Omzetten van woningen Splitsen / woningvorming Samenvoegen van woningen Ontrrekken van woonruimte Verwaarlozing van een (leegstaand) pand Opkoopbescherming Wet goed Verhuurderschap

1 1 1 1 3 1 3

3 1 0 3 3 1 3

5 3 1 3 3 3 3

3 1 1 1 3 3 3

16 5 1 6 5 3 9

Illegale bewoning of woonfraude gaat over onrechtmatige inschrijving, onrechtmatige onder- en doorverhuur en onrechtmatig gebruik. De aanpak is gericht op het behoud en bescherming van de woningvoorraad, de kwaliteit van woningen en voor behoud van een prettige leefomgeving in wijken. Er zijn verschillende vormen van illegale bewoning: •

Omzetten van woningen: het is niet toegestaan zonder vergunning een zelfstandige woning in onzelfstandige woonruimten om te zetten of omgezet te houden.

•

Splitsen/woningvorming: met het splitsen (en woningvorming) van een woning wordt van een bestaande woning meerdere zelfstandige woningen gemaakt. Bij het splitsen is er sprake van kadastrale splitsing en verkoop. Bij woningvorming is er sprake van verhuur. Voor het vormen van meer woningen is een omgevingsvergunning nodig.

•

Samenvoegen van woningen: dit zijn woningen die eerder uit 2 of meer woningen bestonden.

•

Onttrekken van woonruimte: vanwege de krappe woningmarkt is het belangrijk dat woningen ook echt gebruikt worden om te wonen. Bij illegale onttrekken gaat het om het onttrekken van woonruimte aan de bestemming ‘wonen’, waardoor de woonruimte niet langer geschikt is voor bewoning. Als voorbeeld gaat het om een woning die volledig gebruikt wordt als kantoor of praktijkruimte 88

•

Verwaarlozing van een (leegstaand) pand: dit gaat om langdurige leegstand of verwaarlozing van een pand zodat er gevaar dreigt voor instorting. We ontzeggen door middel van afzetting en bebording de toegang. Bij particulier eigendom trachten we met de eigenaar in contact te komen over de voorgenomen afzetting van de toegang.

•

Opkoopbescherming De Huisvestingswet maakt het mogelijk een opkoopbescherming in te voeren, zodat mensen die op zoek zijn naar een koopwoning om zelf in te wonen hierop meer kans maken. Vanaf mei 2022 is in Nieuwegein de opkoopbescherming voor betaalbare koopwoningen van kracht. Verhuur van koopwoningen die na die datum zijn aangekocht is alleen met een vergunning nodig. Dit verhuurverbod geldt in de eerste 4 jaar na aankoop.

•

Wet goed verhuurderschap: deze wet biedt betere bescherming aan huurders en woningzoekenden tegen ongewenst gedrag van verhuurders. Vanaf 1 juli 2023 geldt voor alle verhuurders een aantal verboden en geboden. De gemeente Nieuwegein heeft een meldpunt ingericht waar huurders en anderen melding van ongewenst verhuurgedrag kunnen doorgeven.

Beschermde gebieden

Risicomodel Gemeente Nieuwegein

Veilig

Gezond

Leefbaar

Duurzaam

Natuur

Cultuur

1 1 3 1 1 1

0 0 0 0 0 0

3 1 3 1 1 5

5 0 1 5 0 3

Ruimtelijke Financieel Bestuurlijk kwaliteit

Gemiddeld Effect

Kans

1,7 1,8 1,8 1,5 1,9 2,1

2 2 1 1 1 3

Risico score

Beschermde gebieden Activiteiten in archeologisch waardevol gebied

1 3 Activiteiten in gebied met waterstaatsdoeleinden 3 Activiteiten in molenbiotoop 1 Activiteiten in leidingsstroken 5 Activiteiten in ecologische waarden of natuurbestemming / verbindingszone 1 Activiteiten in waterwingebied / boringsvrije zones

0 5 1 0 3 1

1 1 1 3 1 3

3 3 1 1 3 3

3 3 3 1 3 3

7 7 4 3 4 12

Het Omgevingsplan bevat een aantal gebieden die specifiek beschermd zijn en waar activiteiten zijn uitgesloten of alleen na onderzoek mogen plaatsvinden om de bescherming te garanderen. Het gaat om gebieden die: •

Archeologisch waardevol zijn

•

Waar winning van drinkwater plaatsvindt

•

Met waterstaatsdoeleinden zoals dijken, kades of sluizen

•

De omgeving van molens (open ruimte, vrije zicht)

•

Gereserveerd zijn voor kabels en leidingen

•

Ecologisch waardevol zijn of een status hebben met betrekking tot natuurbescherming

89

Erfgoed

Risicomodel Gemeente Nieuwegein

Veilig

Gezond

Leefbaar

Duurzaam

Natuur

Cultuur

1 1 1 3 3

1 1 1 3 3

1 1 1 1 1

0 3 1 0 0

5 5 3 5 5

Ruimtelijke Financieel Bestuurlijk kwaliteit

Gemiddeld Effect

Kans

1,7 2,1 1,5 3,0 2,9

3 2 3 2 2

Risico score

Erfgoed Activiteiten in rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht Hollandse Waterlinie of bestemming Waarde-Cultuurhistorie Veranderen van karakteristieke objecten Geheel of gedeeltelijk slopen van monument Veranderen van een monument

1 1 1 3 3

3 3 3 5 5

1 1 1 3 3

3 3 1 5 3

10 8 9 12 12

Er zijn diverse vormen van beschermd cultureel erfgoed. Het aanpassen van beschermde panden is aan diverse regels gebonden. Het dorpsgezicht Vreeswijk is rijksbeschermd en de dorpskern Jutphaas is gemeentelijke beschermd. Verder loopt de Hollandse Waterlinie door de gemeente die expliciet is beschermd. Er zijn ruim 100 aangewezen rijksmonumenten en meer dan 40 aangewezen gemeentelijke monumenten: boerderijen, buitenplaatsen, kastelen/forten, sluizen, woonhuizen (voormalige) winkelpanden. Tot slot zijn er in het Omgevingsplan karakteristieke en beeldbepalende panden aangewezen.

90

Bouwen: nieuwbouw

Risicomodel Gemeente Nieuwegein

Veilig

Gezond

Leefbaar

Duurzaam

Natuur

Cultuur

1 1 1 1 1 1 3 1 3 3 1 3 1 1 1 1 3 3 3 1 1

3 3 5 5 3 3 3 3 3 3 5 3 3 5 3 3 5 5 5 1 1

5 3 1 1 3 3 1 3 1 3 1 5 3 1 3 3 3 3 3 3 3

5 1 3 3 1 1 1 1 1 3 3 3 1 3 1 1 3 3 3 1 1

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

Ruimtelijke Financieel Bestuurlijk kwaliteit

Gemiddeld Effect

Kans

2,5 1,8 2,8 2,8 1,8 1,8 1,8 1,8 1,8 2,3 2,4 2,9 1,8 2,4 1,8 1,8 2,5 2,5 2,5 1,2 1,2

4 3 2 0 2 2 2 2 3 2 1 4 2 3 2 2 1 2 2 4 4

Risico score

Bouwen en slopen Bouwen: nieuwbouw Realiseren woongebouw individueel Realiseren woongebouw seriematig Realiseren woongebouw hoger dan 20 meter Realiseren woongebouw hoger dan 70 meter Realiseren kinderopvang zonder bedgebied Realiseren kinderopvang met bedgebied Realiseren gebouw onderwijs Realiseren gebouw bijeenkomsten kleinschalig Realiseren gebouw bijeenkomst grootschalig Realiseren gebouw gezondheidszorg zonder bedgebied Realiseren gebouw gezondheidszorg met bedgebied Realiseren gebouw industrie Realiseren gebouw kantoor Realiseren gebouw logies Realiseren gebouw sport Realiseren gebouw winkel Realiseren parkeergarage met natuurlijke ventilatie Realiseren parkeergarage met mechanische ventilatie Realiseren bouwwerk geen gebouw zijnde (betonconstructie) Realiseren bijbehorend bouwwerk in het achtererfgebied Realiseren bijbehorend bouwwerk niet in het achtererfgebied

3 3 5 5 3 3 3 3 3 3 3 5 3 3 3 3 3 3 3 1 1

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

1 1 3 3 1 1 1 1 1 1 3 1 1 3 1 1 1 1 1 1 1

1 1 5 5 1 1 1 1 1 1 5 1 1 5 1 1 1 1 1 1 1

20 11 11 0 7 7 7 7 11 9 5 23 7 14 7 7 5 10 10 10 10

Bij het realiseren van nieuwe bouwwerken zijn landelijke regels van toepassing en regels in het Omgevingsplan. Voor steeds meer bouwwerken hoeft geen vergunning meer aangevraagd te worden (vergunningsvrij). Initiatiefnemers realiseren soms hun bouwwerk zonder vergunning, terwijl tijdens of na de bouw blijkt dat een vergunning noodzakelijk was. Nieuwbouw is onderverdeeld in de verschillende gebouwtypen en gebouwfuncties die voorkomen. Zo ontstaat een fijnmazig inzicht in de risicoscores. De hogere risico’s liggen bij individuele woongebouwen (particuliere bouw), gebouwen met een industriële functie en gebouwen voor logies (voorbeeld hotel, kinderopvang).

91

Bouwen: verbouw

Risicomodel Gemeente Nieuwegein

Veilig

Gezond

Leefbaar

Duurzaam

Natuur

Cultuur

1 1 1 1 3 1 3 3 1 3 1 1 1 1

3 3 3 3 3 3 3 3 5 3 3 5 3 3

5 3 3 3 1 3 1 3 1 5 3 1 3 3

5 1 1 1 1 1 1 3 3 3 1 3 1 1

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

Ruimtelijke Financieel Bestuurlijk kwaliteit

Gemiddeld Effect

Kans

2,8 1,8 1,8 1,8 1,8 2,1 1,8 2,3 2,4 2,9 1,8 2,4 1,8 1,8

4 3 2 2 2 2 3 2 1 4 2 3 2 2

Risico score

Bouwen en slopen Bouwen: verbouw Verbouw woongebouw individueel Verbouw woongebouw seriematig Verbouw kinderopvang zonder bedgebied Verbouw kinderopvang met bedgebied Verbouw onderwijs Verbouw bijeenkomst kleinschalig Verbouw bijeenkomst grootschalig Realiseren gebouw gezondheidszorg zonder bedgebied Realiseren gebouw gezondheidszorg met bedgebied Verbouw industrie Verbouw kantoor Verbouw logies Verbouw sport Verbouw winkel

3 3 3 3 3 3 3 3 3 5 3 3 3 3

3 1 1 1 1 3 1 1 1 1 1 1 1 1

1 1 1 1 1 1 1 1 3 1 1 3 1 1

1 1 1 1 1 1 1 1 5 1 1 5 1 1

22 11 7 7 7 8 11 9 5 23 7 14 7 7

Bij verbouw gaat het om aanpassingen van bestaande bouwwerken, waarbij de risico’s liggen bij constructieve doorbraken met veiligheidsrisico en bepaalde eisen die onvoldoende worden meegenomen (ventilatie, daglicht, maximaal bouwvlak). De hogere risico’s zijn hetzelfde als bij nieuwbouw en liggen bij individuele woongebouwen (particulier), gebouwen met een industriële functie en gebouwen voor logies (voorbeeld hotel, kinderopvang).

92

Bouwen: bestaande bouw

Risicomodel Gemeente Nieuwegein

Veilig

Gezond

Leefbaar

Duurzaam

Natuur

Cultuur

1 5 5 3 3 3 3 1 3 3 1 3 3 3 1

1 1 3 3 3 3 3 1 1 3 1 3 3 1 1

1 1 1 5 5 3 3 1 1 5 5 3 3 1 1

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

Ruimtelijke Financieel Bestuurlijk kwaliteit

Gemiddeld Effect

Kans

1,6 2,5 2,8 2,8 2,9 2,2 2,6 1,4 2,1 2,6 1,8 2,5 2,6 1,6 1,0

1 3 3 4 4 3 2 3 2 3 4 3 3 3 2

Risico score

Bouwen en slopen Bouwen: bestaande bouw Bestaand parkeergarage met natuurlijke ventilatie bovengronds Bestaand parkeergarage met natuurlijke ventilatie halfverdiept Bestaand parkeergarage met mechanische ventilatie Bestaand woongebouw Bestaand onderwijs Bestaand bijeenkomsten kleinschalig Bestaand bijeenkomsten grootschalig bestaand gebouw gezondheidszorg zonder bedgebied bestaand gebouw gezondheidszorg met bedgebied Bestaand industrie Bestaand kantoor Bestaand logies Bestaand sport Bestaand winkel Bestaand bouwwerken geen gebouw zijnde

3 5 5 5 5 3 5 3 5 5 3 5 5 3 1

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

3 3 3 1 3 3 3 1 1 1 1 1 3 1 1

3 5 5 3 3 1 3 1 3 1 1 3 3 1 1

3 15 17 22 23 13 11 8 8 16 15 15 16 10 4

Bij bestaande bouwwerken zitten de risico’s met name in de veroudering van installaties, aanpassingen die in het verleden aan het bouwwerk zijn gedaan, verscherpte eisen waar de bouwwerken niet meer aan voldoen of veranderingen in het gebruik door de tijd heen (bijvoorbeeld brandgevaar accu’s elektrische auto’s of veranderende productieprocessen). In de bestaande bouw zijn bij een groot aantal gebouwtypen of gebouwfuncties hoge of gemiddelde risico’s benoemd.

93

Bouwen: overig

Risicomodel Gemeente Nieuwegein

Veilig

Gezond

Leefbaar

Duurzaam

Natuur

Cultuur

1 0 3 1 0 3 3

3 1 5 1 5 0 1

0 0 0 0 0 0 3

1 0 0 1 0 0 1

1 3 0 0 0 1 1

Ruimtelijke Financieel Bestuurlijk kwaliteit

Gemiddeld Effect

Kans

1,6 1,1 1,6 1,7 1,1 1,5 2,6

4 1 4 3 3 2 3

Risico score

Bouwen en slopen Bouwen: overig Strijdigheid met bestemmingsplan Strijdigheid met eisen van welstand Overlast geluid en trilling door installaties (warmte/koude/ventilatie) Realisatie en gebruik van tijdelijke bouwwwerken (podia, tent) Realisatie van objecten in de openbare ruimte Bouwen met gebruik van gelijkwaardigheid Realisatie van tijdelijke (woon)gebouwen en tiny houses

1 0 1 5 0 5 5

5 5 3 1 3 1 3

1 0 1 3 1 0 3

1 1 1 3 1 1 3

13 2 13 10 6 6 16

Het betreft activiteiten bij de realisatie van bouwwerken die nog niet aan de orde zijn geweest. Er is een gemiddeld risico voor tijdelijke gebouwen zoals cabins, opvang of wooncontainers. Verder speelt toenemende geluidoverlast door het gebruik van warmtepompen en airco’s. Tenslotte is de strijdigheid met het bestemmingsplan benoemd (nokhoogte, bouwoppervlaktes), strijdigheid met welstand, het realiseren van tijdelijke bouwwerken zoals podia of tenten bij evenementen, het realiseren van objecten in de openbare ruimte (zoals kunstwerken) en tenslotte het bouwen met een gelijkwaardige oplossing. Slopen

Risicomodel Gemeente Nieuwegein

Veilig

Gezond

Leefbaar

Duurzaam

Natuur

Cultuur

3 5 5

3 5 3

1 1 1

3 3 3

1 1 1

Ruimtelijke Financieel Bestuurlijk kwaliteit

Gemiddeld Effect

Kans

1,9 3,2 2,3

3 3 5

Risico score

Slopen Slopen zonder of in afwijking van de melding Calamiteiten met asbest Verwijderen van asbest zonder of in afwijking van de melding

3 5 3

0 0 0

1 5 1

1 5 3

12 19 23

Om verschillende redenen (kosten, tijdsduur) kan door particulieren worden overgegaan tot het slopen van een bouwwerk zonder of in afwijking van een ingediende sloopmelding. Indien er in het bouwwerk asbesthoudende materialen zijn toegepast, kan het uitvoeren van de sloopactiviteiten leiden tot verspreiding van asbesthoudende deeltjes. De veiligheid en gezondheid komt dan in het geding. Soms herkennen burgers niet goed waar asbest in zit of zijn de regels over de verwijdering niet goed bekend. Tenslotte brengt het kosten met zich mee om een asbestinventarisatierapport op te stellen.

94

Brandveilig gebruik

Risicomodel Gemeente Nieuwegein

Veilig

Ruimtelijke Financieel Bestuurlijk kwaliteit

Gezond

Leefbaar

Duurzaam

Natuur

Cultuur

3 3 3

1 1 1

1 1 1

3 3 3

1 1 1

Gemiddeld Effect

Kans

2,6 2,6 2,6

3 3 3

Risico score

Brandveilig gebruik Brandveilig gebruik van gebouwen met zelfredzame personen Brandveilig gebruik van gebouwen met minder zelfredzame personen Brandveilig gebruik van gebouwen met veel gebruikers

5 5 5

1 1 1

5 5 5

5 5 5

16 16 16

De regels voor brandveilig gebruik zijn vastgelegd in het landelijke Besluit bouwwerken leefomgeving. Per gebruiksfunctie is vastgelegd vanaf welk aantal aanwezige personen een meldingsplicht geldt. In het Omgevingsplan kunnen we maatwerkregels stellen voor bijzondere gevallen. We maken onderscheid in gebouwen met: •

Zelfredzame personen: gebouwen waar mensen verblijven die zelfstandig kunnen vluchten bij brand zoals kantoren, winkels.

•

Niet-zelfredzame personen: kinderdagverblijf, verzorgingstehuis, ziekenhuis.

•

Veel bezoekers: horeca, bioscoop, theater

•

In gebouwen met niet-zelfredzame personen (ziekenhuis, scholen, kinderdagverblijven en verzorgingstehuizen) is het risico op slachtoffers bij uitbreken van brand groot. De niet-zelfredzame personen kunnen niet of zeer beperkt op eigen kracht het pand verlaten.

In gebouwen waar veel bezoekers komen (bioscopen, horeca, winkels) is het risico op slachtoffers bij het uitbreken van brand ook vrij groot. Bezoekers kunnen beperkt vluchten en zijn niet op de hoogte hoe te handelen in geval van brand. Het voorkomen van branden in deze panden is van groot belang, evenals brandsignalering, alarmering en doormelding, vluchtwegen, rook- en brandbeheersing en het voorkomen van brandoverslag. Bij brandveilig gebruik gaat het om het voldoen aan de bouwkundige vereisten van het gebouw. De benodigde voorzieningen en installaties dienen in voldoende mate aanwezig en onderhouden te zijn om het risico op (verspreiding van) brand te verminderen. Aanleg

Risicomodel Gemeente Nieuwegein

Veilig

Gezond

Leefbaar

Duurzaam

Natuur

Cultuur

1 3

1 1

1 1

3 3

1 1

Ruimtelijke Financieel Bestuurlijk kwaliteit

Gemiddeld Effect

Kans

1,5 2,1

2 4

Risico score

Aanleg Aanleg van een weg Aanleg van een werk

1 3

3 3

1 1

1 1

6 16

Ons Omgevingsplan bevat een verbod om zonder vergunning een weg aan te leggen of een werkzaamheid uit te voeren. Het komt nauwelijks voor dat dit zonder of in afwijking plaatsvindt. 95

Uitweg

Risicomodel Gemeente Nieuwegein

Veilig

Ruimtelijke Financieel Bestuurlijk kwaliteit

Gezond

Leefbaar

Duurzaam

Natuur

Cultuur

0 0

1 1

0 0

3 1

0 0

Gemiddeld Effect

Kans

1,5 0,9

3 2

Risico score

Uitweg Uitweg nieuw

3 1

Uitweg bestaand veranderen

3 3

1 1

1 1

9 4

Ons Omgevingsplan bevat een verbod om zonder vergunning een uitweg te maken of veranderingen aan te brengen in een bestaande uitweg. Stook

Risicomodel Gemeente Nieuwegein

Veilig

Ruimtelijke Financieel Bestuurlijk kwaliteit

Gezond

Leefbaar

Duurzaam

Natuur

Cultuur

5 5

3 5

1 1

1 3

0 0

Gemiddeld Effect

Kans

1,8 2,3

3 1

Risico score

Stook Overlast door stoken van haarden

1 3

Illegaal verbranden van afvalstoffen zonder ontheffing

3 0

1 1

1 1

11 5

Het (foutief) stoken van haarden leidt tot overlast van rook en geur en tot negatieve gezondheidseffecten. Het stoken van haarden is niet verboden. Optreden bij overlast is niet gemakkelijk en handhaving kan op basis van technische eisen voor het afvoerkanaal die zijn opgenomen in het Bbl of een (dure) meting naar de luchtkwaliteit. We krijgen regelmatig meldingen binnen van overlast. Afhankelijk van de omvang en ernst beoordelen we of we een rol hebben. Er staat een verbod op het stoken van afval in ons Omgevingsplan. In de praktijk komt het stoken van afvalstoffen zoals groenafval wel eens voor. Met name in de zomerperiode is er brandgevaar, naast geur- en rookoverlast. Kap

Risicomodel Gemeente Nieuwegein

Veilig

Gezond

Leefbaar

Duurzaam

Natuur

Cultuur

1

3

1

3

1

Ruimtelijke Financieel Bestuurlijk kwaliteit

Gemiddeld Effect

Kans

2,4

2

Risico score

Illegale kap of ontbreken herplant Illegale kap of ontbreken herplant

1

5

5

5

10

Een deel van de bomen binnen onze gemeente is beschermwaardig; zij krijgen het label monumentaal of waardevol. In het Omgevingsprogramma Bomen wordt dit verder uitgewerkt. Daarin en in de bomenverordening wordt omgeschreven wanneer een vergunningsprocedure nodig is voor het

96

kappen van beschermde bomen en/of het rooien van houtgewas. Naast het Omgevingsprogramma Bomen (totdat deze is vastgesteld nog Boombeschermingsplan 2019) en de Bomenverordening is te allen tijde ook de Omgevingswet medebepalend. In sommige gevallen moet een melden worden gedaan of vergunning worden aangevraagd bij de Provincie Utrecht. Het (illegaal) kappen van een boom of aantasten van groen is onomkeerbaar en leidt tot achteruitgang van onze leefomgeving. Reclame

Risicomodel Gemeente Nieuwegein

Veilig

Gezond

Leefbaar

Duurzaam

Natuur

Cultuur

3

3

1

1

1

Ruimtelijke Financieel Bestuurlijk kwaliteit

Gemiddeld Effect

Kans

1,8

2

Risico score

Illegale reclame: Illegale reclame uiting (te groot, positie, verlichting, wildplakken etc.)

1

3

3

1

7

In onze APV en welstandsnota zijn regels vastgelegd voor het plaatsen van lichtreclame en bebording. Er kan lichthinder ontstaan, reclame kan de openbare ruimte ontsieren en afleiden in het verkeer. Er zijn veel reclame-uitingen die niet aan de technische of welstandsvoorwaarden voldoen. Ondernemers krijgen veelal een vergoeding voor het plaatsen van reclame en we constateren regelmatig dat reclames worden aangebracht op bedrijfspanden, in de openbare ruimte of op percelen van bedrijfsgebouwen die niet zijn toegestaan. Afval

Risicomodel Gemeente Nieuwegein

Veilig

Gezond

Leefbaar

Duurzaam

Natuur

Cultuur

1 1 1 5

3 5 5 5

0 0 0 0

3 3 3 5

1 1 1 1

Ruimtelijke Financieel Bestuurlijk kwaliteit

Gemiddeld Effect

Kans

1,9 2,2 2,6 3,7

5 5 5 4

Risico score

Afval Zwerfafval Huisvuil Grofvuil Dumpingen (onder meer bedrijfsafval, asbest, drugs)

1 1 3 5

3 3 3 3

5 5 5 5

3 3 5 5

19 22 26 30

Zwerfafval ontstaat doordat diverse soorten verpakkingen, kunststoffen, blikjes en papier in de openbare ruimte terecht komen. Het is niet eenvoudig om goed in kaart te brengen waar sprake is van zwerfafval en hoe dit is te voorkomen doordat het een groot gebied betreft, het om persoonlijk gedrag gaat en er veel bronnen zijn waar het ontstaat. Binnen de gemeente is er geen concentratie van horeca of fastfood waar zwerfafval in ruime mate ontstaat.

97

Het dumpen van afval gaat over verschillende stromen: bouwafval, bedrijfsafval, huishoudelijk afval, huisraad, autobanden, drugsafval, etc. Ook het in grote hoeveelheden bijzetten van afval bij afvalcontainers. Onze buitendienst zorgt voor het opruimen van dit afval wat geld kost. Tevens zijn er negatieve gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid en verloedert het straatbeeld of de kwaliteit van het buitengebied. Voorwerpen op of aan een openbare plaats

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=69f5a4fc-e72f-425f-ab5f-81d0843b9c8f