2024-243 Bijlage 1 Omgevingsprogramma Vergunningen Toezicht Handhaving
Tekst van het document
In de begroting zijn binnen het programma Ruimtelijke Ontwikkeling en Openbare Ruimte de financiële middelen gewaarborgd. De personele inzet is structureel geborgd voor de werkzaamheden binnen RD, OD en TVL. De daarbij behorende financiële lasten zijn begroot in het programma bedrijfsvoering. Dit programma wordt vormgeven binnen de huidige begroting en bezetting.
32
Inzet RD voor 2024 en verder Capaciteit
FTE vast
Uren vast
Flexibel
Totale uren
Omgevingsloket
2,69
3.657
3.657
Casemanagers/accounthouders
3,90
5.304
5.304
RO/accounthouders
4,67
6.347
6.347
Applicatiebeheer
1,90
2.584
2.584
Unit Wabo, inzet anders dan Wabo & langdurig verlof
-4,34
-5.904
-5.904
Inhuur casemanagers
1,84
2.508
Inhuur accounthouders
0,82
1.120
Inhuur applicatiebeheer
0,64
864
Adviseurs afdeling RD (RK, STB, milieu, EZ, Erfgoed)
2,73
3.710
3.710
Totaal
11,55
15,698
3,30
20.190
Capaciteit
FTE vast
Uren vast
Flexibel
Totale uren
Bouwtoezicht
6
8.160
3,86
13.410
Milieutoezicht
3,8
5.168
-
5.168
Toezicht en handhaving Alcoholwet
0,5
680
-
680
Stadstoezicht/Openbare Ruimte
18,76
25.514
-
25.514
Handhavingsjuristen
5,5
7.480
-
7.480
Beleidsadvisering
2
2.720
0,67
3.631
Administratieve ondersteuning
1,81
2.462
-
2.462
Totaal
38,37
52.184
4,53
58.345
Inzet TVL voor 2024 en verder
33
4.2 Uitvoeringsprogramma De prioriteiten en taken weergegeven in het Omgevingsprogramma VTH worden jaarlijks verwerkt in het uitvoeringsprogramma voor vergunning, toezicht en handhaving. Ons uitvoeringsprogramma bevat onder meer de geplande inzet van VTH-instrumenten. De inzet is vertaald naar in te zetten capaciteit door de medewerkers binnen onze organisatie. In het uitvoeringsprogramma wordt een onderscheid gemaakt in: •
Dienstverlenende taken: dit betreft onze klant-gestuurde taakuitvoering die is gebaseerd op vergunningaanvragen, meldingen, controles en landelijk voorgeschreven uitvoering.
•
Risico gestuurde taken: dit betreffen prioriteiten op basis van onze omgevingsanalyse zoals uitgewerkt in voorgaande paragraaf.
•
Landelijk gestuurde taken: dit betreft de inzet van VTH-instrumenten om uitvoering te geven aan vastgestelde landelijke of bestuurlijke prioriteiten.
Op basis van de activiteiten met hoge en gemiddelde prioriteit wordt de inzet bepaald van de teams. Dit wil echter niet zeggen dat er geen aandacht is voor de activiteiten die een lage prioriteit hebben. In het Omgevingswet MT bespreken we de prioriteiten en de inzet van het komende jaar. Ook bekijken we of de planning gehaald is. Hierbij is de input van de teams van belang om het beleid samen te brengen met de uitvoering (praktijk).
4.3 Monitoring en verslag De uitvoering leidt tot resultaten. In hoeverre deze resultaten bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen is onderwerp voor monitoring, evaluatie en verantwoording. Door het meten van prestaties en van indicatoren krijgen we inzicht in de mate waarin we onze prioriteiten en doelstellingen realiseren. Na vaststelling van dit Omgevingsprogramma werken we ons uitvoeringsprogramma uit. In het uitvoeringsprogramma (UVP) werken we toe naar de meetbare doelstellingen. Daarbij berekenen we of we onze taken binnen de huidige capaciteit kunnen uitvoeren. In het jaarverslag geven we aan hoe we onze doelstellingen bereikt hebben. Mocht dat niet zo zijn, dan is extra budget nodig van de gemeenteraad of moet een herprioritering plaatsvinden. De resultaten van de monitoring nemen we op in ons jaarverslag. Dit wordt vastgesteld door het college van B&W en ter kennisname aan de raad voorgelegd. Ook moeten we jaarlijks het jaarverslag en uitvoeringsprogramma tijdelijk aanleveren bij het IBT op basis van de Verordening systematische toezichtinformatie provincie Utrecht.
34
5. Kwaliteitsborging Vanuit landelijke eisen is er aandacht voor de organisatie en kwaliteit van gemeentelijke VTH-taken. Deze eisen komen overeen met ons uitgangspunt dat de inhoudelijke kennis en expertise op orde dient te zijn. Landelijk zijn hiervoor kwaliteitscriteria vastgesteld. Onze verordening bevat bepalingen over de kwaliteit van onze uitvoering en handhaving van het Omgevingsrecht. Onze kwaliteitsborging voor de VTH-taken is gevisualiseerd aan de hand van het Overheids Ontwikkel Model (OOM-model) met zes organisatiegebieden en vier resultaatsgebieden. Onderstaand is uitgewerkt wat we concreet doen.
Beleid en strategie: •
Benoemen van de risico’s, prioriteiten en doelen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving in het beleidsplan en jaarlijks uitvoeringsprogramma.
Management: •
Samenwerking met partners om gezamenlijk de benodigde capaciteit, deskundigheid en continuïteit van de taakuitvoering te garanderen.
•
Communiceren en inbedden (richting medewerkers) van doelen uit beleid en strategie.
•
Afstemmen van prioriteiten en werkwijzen van vergunningverlening enerzijds en toezicht anderzijds, zodat aandacht bij dezelfde aspecten ligt.
•
Verantwoorden op realisatie van doelstellingen uit beleid en strategie in ons jaarverslag.
Medewerkers: •
Borging van continuïteit en deskundigheid voor uitvoering van taken, waarbij de deskundigheidseisen uit de landelijke kwaliteitscriteria een basis vormen
•
Functiescheiding tussen vergunningverlener en toezichthouder.
•
Rouleren van medewerkers die gedurende lange tijd verbonden zijn aan bepaalde aanvragers, ontwikkelaars, bedrijven of gebieden/wijken
•
Bijhouden van functiebeschrijvingen waarin functie eisen zijn opgenomen.
35
•
Periodiek voeren van functionerings- en beoordelingsgesprekken, waar nodig rekening houdend met landelijke kwalificaties.
•
Scholing in relatie tot competenties, inhoudelijke opgaven/thema’s en opleidingsnormen.
Financiën (middelen): •
Vertalen van beleid en strategie in jaarlijks uitvoeringsprogramma met een concrete uitwerking van in te zetten VTH-instrumenten en capaciteit.
•
Borging benodigde middelen in begroting voor o.a. scholing, ICT, materiaal en materieel.
Informatie: •
Registreren van zaak- en procesgegevens in een registratiesysteem, gebaseerd op de werkprocessen.
•
Registreren van gegevens in een registratiesysteem met gebruik van authentieke gegevens uit basisregistraties.
•
Uitwisselen van gegevens tussen zaak- en procesregistratie, documentregistratie en objectregistratie.
Processen: •
Bijhouden van procesbeschrijvingen en werkinstructies die zijn gebaseerd op ons operationeel beleid.
•
Gebruik van standaard sjablonen die juridisch en communicatief zijn getoetst.
•
Bereikbaarheids- en beschikbaarheidsregeling in afstemming met RUD Utrecht en VRU.
•
Vier ogen principe: toets door collega van niet gestandaardiseerde besluiten.
Waardering en eindresultaten: Het verkrijgen van inzicht in de resultaatgebieden in de afbeelding van het OOM-model (waardering en eindresultaten) doen we op de volgende wijze: •
Jaarlijkse verslaglegging over realisatie van doelen en geplande prestaties via het jaarverslag VTH en de gemeentebrede Planning & Control cyclus.
•
Periodieke beoordeling of het werkproces en inhoudelijke beoordelingen plaatsvinden volgens afspraken door overleg tussen betrokken medewerkers over de opvolging van afspraken en uitdiepen van of casussen.
•
Bij bezwaar- en beroepsprocedures, waarbij vakinhoudelijke en juridische aspecten getoetst worden en verbeterpunten kunnen worden benoemd.
•
Jaarlijkse controle op rechtmatigheid van de accountant.
•
Beoordeling van de interbestuurlijk toezichthouder (provincie) op wettelijke vereisten ten aanzien van beleid, organisatie en uitvoering van VTHtaken.
36
BIJLAGE A
Uitvoeringsstrategie voor de VTH-taken
De uitvoeringsstrategie voor de VTH-taken legt onze werkwijze vast. De strategie sluit aan op de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO, oktober 2022) die onderdeel uitmaakt van deze uitvoeringsstrategie en is aangevuld met onze gemeentelijke werkwijze.
1
Inleiding
1.1
Functie
Het vaststellen van een uitvoeringsstrategie is verplicht voor vergunningverlening en voor handhaving. In de artikelen 13.5 en 13.6 van het Omgevingsbesluit is vastgelegd dat het bevoegd gezag een uitvoerings- en handhavingsstrategie vaststelt met: •
De doelen die worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en de werkzaamheden die met het oog op die doelen worden verricht.
•
Afstemming van de handhavingsstrategie met instanties die zijn belast met strafrechtelijke handhaving.
•
Een analyse van problemen bij naleving van de wet.
•
Prioriteitstelling voor het verrichten van werkzaamheden en inzicht in de methode om te bepalen of de doelen worden bereikt.
•
Criteria voor het beoordelen van aanvragen omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen.
•
De werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen.
•
Afspraken tussen bestuursorganen onderling en met instanties die zijn belast met strafrechtelijke handhaving over samenwerking en afstemming.
•
De wijze waarop toezicht worden gehouden op naleving van de wet.
•
De wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving van de wet.
•
De wijze waarop bestuurlijke sancties en termijnen worden gehanteerd.
•
De wijze waarop wordt gehandeld na geconstateerde overtredingen door een bestuursorgaan of een door de overheid behorende instantie.
Deze strategie heeft twee functies. Ten eerste kan deze als motivering dienen voor besluiten. Ten tweede wordt vastgelegd hoe er met bevoegdheden wordt omgegaan. Met deze strategie legt de gemeente zichzelf verplichtingen op. De gemeente is in beginsel verplicht te handelen volgens haar eigen beleidsregels.
37
1.2
Opbouw
De onderdelen van deze uitvoeringsstrategie zijn in onderstaand figuur gevisualiseerd.
In hoofdstuk 2 is onze preventiestrategie uitgewerkt en in hoofdstuk 3 de vergunningenstrategie. De toezichtstrategie, sanctie- en gedoogstrategie staan in de hoofdstukken 4 en 5. Het laatste hoofdstuk gaat in op de kwaliteitsborging van de VTH-taken.
38
2
Preventie
2.1
Voorlichting
We zetten voorlichting in om te voorkomen dat overtredingen ontstaan uit een gebrek aan informatie en kennis. Burgers en bedrijven worden geïnformeerd over verandering van wet- en regelgeving, indieningsvereisten en mogelijkheden voor aanvragen: •
Informatieverstrekking over beleid, wetgeving, regels en indieningsvereisten via de gemeentelijke website, telefonisch, aan de balie en in gemeentelijke publicaties.
•
Benutten van het landelijk Digitale Stelsel Omgevingswet waar initiatiefnemers een vergunningcheck, vergunningaanvraag of melding kunnen doen en waar de regels voor een locatie worden getoond.
•
Als gemeente werken we zoveel mogelijk integraal samen op bepaalde thema’s om informatie te verschaffen vanuit verschillende ingangspunten. Denk aan preventie op alcoholgebruik vanuit gezondheid en toezicht op alcoholschenken bij met name para-commerciële instellingen.
•
Omgevingsoverleg (telefonisch, gesprek) over indieningsvereisten, globaal inzicht in kansrijkheid van initiatieven en informatie over de mogelijkheden voor indiening van aanvragen, op basis van een schets van een initiatief (conceptverzoek).
•
Informatieverstrekking tijdens toezicht. Sommige controles kondigen we aan waardoor voorzieningen toegankelijk en benodigde documenten beschikbaar zijn.
•
Toelichting tijdens bewonersbijeenkomsten of wijkplatformoverleg met uitleg over beleid zoals welstand of parkeren.
2.2 Conceptverzoek Een initiatiefnemer kan een conceptverzoek doen via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) om de haalbaarheid van een plan te onderzoeken. Onze werkwijze met betrekking tot conceptverzoeken leggen we vast in werkprocessen (zie figuur hieronder) en onze VTH-applicatie. Onder de Omgevingswet vindt beoordeling van conceptverzoeken plaats door het inwinnen van adviezen bij de vakspecialisten en in geval van complexe conceptverzoeken nodigen we de initiatiefnemer uit voor een dialoog over de uitkomsten in een omgevingstafel. Door de kortere besluitvormingstermijn voor aanvragen onder de Omgevingswet wordt de omgevingstafel vóór indiening van de aanvraag gevoerd. Indien nodig worden ketenpartners en andere overheden betrokken bij de complexere en omvangrijke initiatieven.
39
Het eindresultaat van een conceptverzoek betreft een indicatie van de haalbaarheid van een initiatief op maatgevende facetten. De aanvrager kan het initiatief zo nodig aanpassen en verder uitwerken ten behoeve van het formele indieningstraject.
Figuur: werkproces conceptverzoek en aanvraag vergunning
2.3
Participatie
De gemeenteraad heeft vastgesteld voor welke vergunningprocedures participatie verplicht is. Verder stimuleren we initiatiefnemers om een participatieproces te doorlopen. Dit doen we aan de hand van het participatiebeleid, dat is vastgelegd in de participatieleidraad. De initiatiefnemer kan met participatie zorgdragen voor bekendheid van het initiatief bij belanghebbenden en inbreng verkrijgen van die belanghebbenden. Dit nemen wij mee bij de beoordeling van de vergunningaanvraag. Wij kiezen voor een neutrale rol in het participatieproces; we stimuleren de initiatiefnemer tot een participatieproces en stellen op verzoek feitelijke kennis en informatie beschikbaar aan alle partijen. Voor evenementen stellen we als voorwaarde of stimuleren we – naast het publiceren van de vergunning/melding - dat de organisator(en) de direct betrokken inwoners informeert.
40
2.4 Actieve openbaarmaking Bij publicatie en actieve openbaarmaking van besluiten volgen we de Omgevingswet (artikel 10.2, 16.5 en 16.6), de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:41, 3:44 en 3:45), de Wet open overheid en de Wet elektronische publicaties: •
Bekendmaken van de vergunningaanvraag in een elektronische publicatie met een zakelijke weergave van de inhoud en de dag van ontvangst van de aanvraag.
•
Bekendmaken van het besluit op een vergunningaanvraag aan de aanvrager en de vergunninghouder.
•
Mededeling van het besluit aan degenen die zienswijzen hebben ingebracht en aan de adviseur als het besluit afwijkt van het advies.
•
Kennisgeving en ter inzagelegging in een door onze gemeente uitgegeven publicatie.
•
Kennisgeving van een melding Bal in een elektronische publicatie.
2.5 Samenwerking bij preventie Bij veranderende wetgeving of ontwikkelingen werken we samen met partners zoals het waterschap, veiligheidsregio, politie, RUD Utrecht bij het verstrekken van kennis en informatie. Dit doen we met die partners door informatie op te nemen op websites, organiseren van bijeenkomsten, publicatie in (lokale) nieuwsbladen of het gericht uitdoen van mailings.
41
3
Samenwerkingspartners
3.1
Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht
De RUD Utrecht voert voor de gemeente Nieuwegein de landelijke verplichte basistaken uit voor milieubelastende activiteiten. Bij gecombineerde vergunningen (zoals bouwen en milieu) levert RUD Utrecht input en is Nieuwegein de procesverantwoordelijke casemanager. De RUD Utrecht adviseert vanuit hun milieuexpertise bij ruimtelijke initiatieven en bij omgevingsvergunningen waar milieuaspecten aan de orde zijn. De samenwerkingsafspraken tussen de RUD Utrecht en de gemeente Nieuwegein liggen vast in een dienstverleningsovereenkomst (DVO). De RUD Utrecht rapporteert ieder kwartaal en ook jaarlijks over de voortgang van de uitvoering van haar taken voor de gemeente. Ook stelt de RUD Utrecht jaarlijks een uitvoeringsplan op. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG) voert namens de provincie VTH-taken uit voor bijzonder risicovolle bedrijven. De activiteiten vallen onder de verantwoordelijkheid van de provincie Utrecht. Er zijn geen bedrijven in de gemeente Nieuwegein die onder deze provinciale bevoegdheid vallen.
3.2
Veiligheidsregio Utrecht (VRU)
De Veiligheidsregio Utrecht adviseert op de aanvragen omgevingsvergunning die qua brandveiligheid complex zijn of waar een beroep op gelijkwaardigheid wordt gedaan. Verder handelt de VRU meldingen brandveilig gebruik af onder mandaat. Bij grotere bouwprojecten is de VRU in de voorfase betrokken om de aandachtspunten in het ontwerp mee te kunnen nemen, zoals bereikbaarheid voor hulpdiensten, opstelplaatsen en openbare bluswatervoorzieningen. Daarnaast voert de VRU de controles uit tijdens de gebruiksfase (gebruiksmeldingen en controle op omgevingsvergunningen brandveilig gebruik). De verantwoordelijkheid voor de handhaving ligt bij de gemeente. De VRU is betrokken bij controles op de bestaande bouw en ze voeren gebruikscontroles uit. De VRU adviseert ook bij andere activiteiten, zoals bij evenementen, tijdens het maken van ruimtelijke plannen (bereikbaarheid en voorzieningen) en over veiligheidsnormen bij het werken met of transporteren van gevaarlijke stoffen en vuurwerk. Ook voert de VRU het toezicht uit. De samenwerkingsafspraken tussen de VRU en de gemeente Nieuwegein liggen vast in een DVO. De VRU rapporteert tweemaal per jaar over de uitgevoerde werkzaamheden en stelt jaarlijks in overleg met de gemeente Nieuwegein een jaarplan op.
42
3.3
Provincie Utrecht
De provincie Utrecht heeft de taak om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de VTH-taken te coördineren. In de provincie Utrecht is een breed samengesteld provinciale samenwerking VTH operationeel. Hiermee wordt invulling gegeven aan de formele eisen. Naast de overheden (gemeenten, provincie, waterschappen, politie, Openbaar Ministerie), landelijke inspectiediensten (NVWA, RWS, Belastingdienst, SZW, ILT) en de Veiligheidsregio, nemen ook een aantal beherende instanties (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Utrechts Landschap) en belangenorganisaties, zoals Utrechts Particulier Grondbezit, deel aan het overleg. Daarnaast nemen ook de ODRU en RUD Utrecht als adviseurs deel. Tevens is de Provincie Utrecht voor twee bedrijven in Nieuwegein bevoegd gezag. Het betreft Renewi aan de Grote Wade en de Eneco Warmtecentrale aan de Doorslag. Voor deze bedrijven is de provincie het bevoegd gezag voor het verlenen van omgevingsvergunningen voor alle BRIKS taken (bouwen, reclame, inritten, kap en sloop). De regionale samenwerkingsafspraken op basis van de Omgevingswet zijn van toepassing.
3.4
BOA-samenwerking Midden-Nederland
Op gebied van het toezicht in de openbare ruimte is er onder regie en coördinatie van de gemeente Utrecht een samenwerkingsovereenkomst aangegaan met andere gemeenten. Deze samenwerking is gericht op uitwisseling van kennis, expertise en capaciteit van de BOA’s.
3.5
Waterschappen
De samenwerking met het waterschap Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) heeft betrekking op het toezicht en handhaving van zaken die grondwater of oppervlaktewater gerelateerd zijn, zoals waterkwaliteit en -kwantiteit. In voorkomende gevallen vindt er signaaltoezicht plaats. Ook zijn er afspraken over de borging van de VTH-taken op het gebied van indirecte lozingen in het oppervlaktewater. Daarnaast produceert Waternet (waterschap Amstel, Gooi en Vecht) in Nieuwegein ruwwater met water uit het Lekkanaal. HDSR adviseert over de wateraspecten bij ruimtelijke procedures. Verder komt het voor dat voor een activiteit een watervergunning nodig is. Dan vindt afstemming plaats met de waterbeheerder. Meestal is dat HDSR en soms RWS. RWS is daarnaast adviseur en soms bevoegd gezag bij besluiten over objecten nabij de rijkswegen.
3.6. Openbaar Ministerie (OM) In het geval strafrechtelijk optreden is vereist, bijvoorbeeld bij de vervolging van milieuovertredingen, waarbij sprake is van economische delicten, vindt
43
afstemming plaats met het functioneel parket (FP). De vervolging van overtredingen openbare ruimte worden afgehandeld door het Openbaar Ministerie Midden-Nederland. Inzet van OM en politie is conform de landelijke handhavingsstrategie, die geborgd is in ons handhavingsbeleid. Samenwerkingsafspraken met OM en politie zijn vermeld in het Integraal Veiligheidsplan (IVP) van de gemeente Nieuwegein. Monitoren en verslaglegging vindt via het IVP en uitvoeringsprogramma IVP plaats. Ook zullen in de toekomst handhavingsarrangementen tussen politie en de gemeente omtrent de werkzaamheden van de BOA’s worden afgesloten. Om de samenwerking tussen OM, Politie, en de omgevingsdiensten (ODRU en RUD Utrecht) te verbeteren, is een samenwerkingsconvenant gesloten ten behoeve van het uitwisselen van informatie. Dit is geregeld in de regionale U&H-strategie.
3.7
Politie
Het Regionaal Milieu Team (hierna: RMT) van de politie Midden-Nederland valt voor wat betreft aansturing onder het FP Amsterdam. Op het gebied van milieu zijn de milieuagenten het eerste aanspreekpunt voor de gemeente. Daarnaast is het lokale office het vaste aanspreekpunt voor de gemeente en de RUD Utrecht. Afhankelijk van de positionering van de overtreding in de landelijke handhavingsstrategie matrix komt het RMT vroeg of op een later moment in beeld. Bij integrale acties in het kader ondermijning vindt afstemming plaats.
44
4.
Vergunningen
We verstaan onder vergunningverlening: •
verlenen, weigeren, revisie, wijzigen of (gedeeltelijk) intrekken van een vergunning of ontheffing;
•
behandelen van een melding1;
•
besluiten over maatwerk en/of gelijkwaardigheid;
•
afgeven van (bindende) adviezen bij buitenplanse afwijkingen;
•
besluit nemen over het al dan niet vereisen van een MER (m.e.r.-beoordeling).
4.1
Basiswerkwijze
De Omgevingswet leidt tot veranderingen in het vergunningenproces. Zo is de reguliere procedure met een termijn van 8 weken de standaard. Ook vervalt de vergunning van rechtswege als de termijn is verstreken. De gemeente neemt altijd een besluit op de vergunningaanvraag. Bij het overschrijden van de termijn kan de initiatiefnemer gebruik maken van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. Uitgangspunten bij vergunningverlening en het behandelen van meldingen zijn: •
Initiatiefnemers zijn zelf verantwoordelijk voor het indienen van goede en volledige aanvragen en meldingen conform landelijke en lokale indieningsvereisten.
•
We houden ons bij de taakuitvoering aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur: zorgvuldigheid, rechtszekerheid, gelijkheid;
•
Vergunningen zijn afgestemd op wet- en regelgeving (landelijk, provinciaal en lokaal) en op lokaal en provinciaal beleid;
•
Vergunningen zijn begrijpelijk geformuleerd, naleefbaar en beoordeeld op handhaafbaarheid;
•
Algemene inzichten vanuit de bezwaarschriftencommissie worden gedeeld met de vergunningverleners om de kwaliteit van de inhoud van vergunningen te verbeteren;
•
Besluiten op vergunningaanvragen worden tijdig genomen, conform de wettelijke termijnen of eigen streeftermijnen;
•
Er is afstemming met andere bestuurs- of adviesorganen indien een instemmings- of adviesplicht van kracht is.
1
Zoals voor milieu, brandveilig gebruik, sloop en het lozen buiten inrichtingen. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het Activiteitenbesluit vervangen door het Bal.
45
De casemanager is het aanspreekpunt voor de aanvrager en belanghebbenden. De casemanager krijgt vanuit de betrokken disciplines adviezen of beoordelingen aangereikt en ziet toe op het integrale karakter van de behandeling van de aanvraag, het besluit en de vergunningvoorschriften. Ons hoofdproces voor het beslissen op een vergunningaanvraag en het beoordelen van een melding volgt onderstaande stappen. Daarbij volgen wij voor vergunningaanvragen de wettelijke reguliere of uitgebreide procedure zoals vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Omgevingswet. Hoofdproces: 1. Inboeken, registreren en digitaliseren van de aanvraag; 2. Sturen ontvangstbevestiging; 3. Vergunningverlener omgevingsvergunning beoordeelt: a.
Bevoegd gezag;
b.
Uitgebreide of reguliere procedure;
c.
Meervoudige of enkelvoudige aanvraag;
d.
Publiceren aanvragen en (concept)beschikkingen;
e.
Overzicht bewaken over lopende procedures en de voortgang.
4. De vergunningverlener is verantwoordelijk voor het afhandelen van de aanvraag: a.
Toets volledigheid en ontvankelijkheid op basis van indieningsvereisten en samenloop met andere vergunningen/meldingen;
b.
(Vak)inhoudelijke toets aan alle relevante beoordelingskaders;
c.
Beoordelen of een Bibob-beoordeling van toepassing is;
d.
Uitzetten bij interne- en externe adviseurs;
e.
Bewaken van de termijn;
f.
Aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager;
g.
Opstellen (concept)beschikking;
h.
Maken legesberekening ter voorbereiding op de legesfactuur (facturering door Financiën);
i.
Registratie (behandelstappen en documenten).
5. Archiveren beschikkingen (digitaal). Een afschrift van de beschikking/melding, wordt verstuurd aan alle adviserende externe adviseurs in verband met toezicht en handhaving op die beschikking. 6. Mogelijk zienswijze, bezwaar, beroep en hoger beroep, eventueel gecombineerd met een voorlopige voorziening. 46
Vergunningaanvragen worden digitaal behandeld. We sturen op digitale indiening. Aanvragen die op papier worden ingediend, worden door ons gedigitaliseerd. De werkprocessen en werkafspraken zijn vastgelegd in onze VTH-applicatie, waarbij de processtappen worden doorlopen en wordt aangegeven wie waarvoor verantwoordelijk is. De meest voorkomende correspondentie, beschikkingen, adviezen en vergunningvoorschriften zijn gestandaardiseerd. Bij ontvangst van meldingen – brandveilig gebruik, milieu of de Wet kwaliteitsborging bouwen – vindt een beoordeling plaats of de melding compleet is. Deze beoordeling ligt soms bij verbonden partijen zoals de RUD Utrecht of VRU. Er volgt op een melding geen besluit, er kan wel een afhandelingsbrief worden verstrekt. Indien nodig, wordt het toezichtproces gestart. Indien een concretere uitwerking van voorschriften nodig is voor het voorkomen van risico’s en/of voor een betere handhaafbaarheid, worden maatwerkvoorschriften opgelegd of een gelijkwaardigheidsbesluit genomen.
4.2
Ontvankelijkheid
De korte afhandelingstermijn voor (bijna alle) vergunningaanvragen maakt het noodzakelijk om aandacht te geven aan de toets op ontvankelijkheid. Een complete beoordeling van aanvragen is mogelijk als de vereiste stukken aanwezig zijn. De marges voor het toestaan van uitzonderingen zijn gering. Het consequent toetsen van een aanvraag op ontvankelijkheid op basis van de wettelijke vereisten voorkomt dat in het vervolg van het proces de toetsing niet (geheel) kan worden uitgevoerd. We verrichten een ontvankelijkheidstoets bij alle aanvragen voor een vergunning. Als richtlijn geldt dat binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag schriftelijk om aanvullende gegevens wordt verzocht. Een aanvrager krijgt een redelijke termijn om ontbrekende gegevens aan te leveren. Als de gevraagde stukken niet, niet op tijd of niet volledig worden aangeleverd, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. Dit wil zeggen dat de aanvrager een besluit krijgt dat zijn aanvraag om een omgevingsvergunning buiten behandeling blijft, waartegen bezwaar kan worden ingediend. Indien voor het verlenen van een vergunning een toestemming van een ander bestuursorgaan nodig is om een bepaalde activiteit uit te voeren en deze niet of onvolledig is ingediend, kan de aanvraag om een omgevingsvergunning niet in behandeling worden genomen.
Daarbij wordt gelegenheid gegeven om binnen een bepaalde termijn de aanvraag aan te vullen. In het kader van de Wet samenhangende besluiten bekijken wij, of voor het realiseren van de aangevraagde activiteit ook overige vergunningen of meldingen nodig zijn en informeren we de aanvrager.
47
4.3
Bibob-toets
We voeren een Bibob-toets uit conform ons “Bibob-beleid gemeente Nieuwegein” voor toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). In het beleid is vastgelegd bij welke vergunningaanvragen een Bibob-toets wordt toegepast. Daarnaast kan bij signalen in alle gevallen een Bibob-toets worden toegepast bij een aanvraag. Indien een Bibob-advies wordt gevraagd conform de Wet Bibob dan wordt de wettelijke behandeltermijn opgeschort. Er wordt een Bibob-toetsing uitgevoerd voor vergunningaanvragen: •
voor een seksinrichting of escortbedrijf;
•
voor een speelautomatenhal;
•
voor bepaalde openbare inrichting, zoals een shishalounge of een massagesalon;
•
Indien de aanvraag valt binnen een aangewezen risicobranche en/of aangewezen risicogebied, met uitzondering van eengezinswoningen voor eigen bewoning.
Er kan een Bibob-toetsing worden uitgevoerd indien er sprake is van één van de vastgestelde indicatoren in het kader van de volgende vergunningaanvragen: •
op basis van de Alcoholwet;
•
voor evenementen, horeca-exploitatie, standplaatsen of een snuffelmarkt;
•
voor exploitatie van een openbare inrichting die na 01.00 is geopend;
•
op basis van de Wet op de kansspelen;
•
op basis van de Huisvestingsverordening;
•
voor een omgevingsvergunning activiteit bouwen;
•
voor een omgevingsvergunning activiteit milieu;
•
voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
4.4 Inwerkingtreding vergunning In de Omgevingswet is vastgelegd dat bij een reguliere procedure de omgevingsvergunning van kracht is na de dag waarop het besluit bekend is gemaakt. De Omgevingswet geeft een mogelijkheid om gevallen aan te wijzen waarbij sprake is van uitgestelde inwerkingtreding van vier weken na de
48
dag van bekendmaking van het besluit. Dit is bedoeld voor activiteiten die kunnen leiden tot een wijziging die niet kan worden hersteld.
4.5 Intrekken vergunning Verleende vergunningen kunnen worden ingetrokken. Bijvoorbeeld voor vergunningen voor werken die niet zijn gestart of langer stilliggen. Daarmee wordt voorkomen dat activiteiten gerealiseerd worden volgens verouderde normen in wetgeving, dat werken voor langere tijd onnodig blootstaan aan de elementen en omdat belanghebbenden na lange tijd geen mogelijkheden meer hebben om tegen een onherroepelijk vergunning de gebruikelijke rechtsmiddelen aan te wenden. De Omgevingswet kent een termijn van minimaal een jaar waarna de gemeente de vergunning kan intrekken. In de volgende gevallen zal aan de vergunninghouder een nadere termijn worden gegund waarbinnen met de werkzaamheden een aanvang moet zijn gemaakt: a) de vergunninghouder de intentie tot realisatie kan aantonen (opdracht aan bedrijf, facturen); b) de vergunninghouder persoonlijke omstandigheden opvoert die tot uitstel leiden.
4.6 Rechtsbescherming De Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van toepassing op besluiten en vergunningen onder de Omgevingswet. Voor belanghebbenden staan de mogelijkheden voor rechtsmiddelen open: Besluit
Zienswijze
Omgevingsvergunning regulier Omgevingsvergunning uitgebreid
Beroep rechtbank
Beroep Raad van State
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Maatwerkvoorschrift Handhavingsbesluit
Bezwaar
X (voornemen)
Bij een handhavingsbesluit en bij een afwijzing van een vergunningaanvraag wordt een voornemen verzonden waarop zienswijzen kunnen worden ingediend. De zienswijzen worden meegenomen in de belangenafweging voor het definitieve besluit.
49
4.7 Beoordelingskader Omgevingsplanactiviteit Omgevingsplan Het omgevingsplan bevat onze lokale regels voor de fysieke omgeving. Op de datum van inwerkingtreding beschikken we over een omgevingsplan van rechtswege. Vervolgens is er een transitieperiode tot 2032 om het omgevingsplan van rechtswege om te zetten naar het volwaardig omgevingsplan voor de hele gemeente. Beoordeling van activiteiten In combinatie met de landelijke regels blijkt: •
welke activiteiten in de fysieke omgeving zonder meer mogelijk zijn;
•
voor welke activiteiten een informatieplicht of meldingsplicht geldt;
•
welke activiteiten zijn toegestaan op basis van een vergunning;
•
welke activiteiten niet zijn toegestaan; er kan een vergunningaanvraag worden gedaan voor een buitenplanse Omgevingsplanactiviteit of een aanvraag voor wijziging Omgevingsplan.
Vergunningaanvragen worden getoetst aan het Omgevingsplan. Dit gebeurt op een grondige manier. Voor activiteiten wordt beoordeeld op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties en alle aspecten waarvoor regels zijn opgenomen in het Omgevingsplan. Als blijkt dat een activiteit niet voldoet dan beoordelen we of een buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) of wijziging Omgevingsplan voor die activiteit mogelijk is (zie onder ‘Afwijkingen’). Afwijkingen Initiatieven die niet zijn toegestaan volgens de regels in het Omgevingsplan kunnen gebruik maken van de vergunningprocedure voor een BOPA. Voor sommige ontwikkelingen is de procedure tot het wijzigen van het Omgevingsplan beter passend of noodzakelijk. De gemeenteraad neemt het besluit over een wijziging van het Omgevingsplan en heeft het delegatiebesluit vastgesteld waarin de onderdelen staan die zijn gedelegeerd aan het college. Voor de vergunningprocedure is het college bevoegd. De gemeenteraad heeft gevallen aangewezen waarvoor zij adviesrecht heeft en bindend advies geeft aan het college voordat een besluit op de vergunningaanvraag wordt genomen.
50
Uitvoeren van een werk Bij de beoordeling van aanvragen voor het uitvoeren van een werk zoals afgraven of ophogen ligt de prioriteit op archeologie, bodem, natuurwaarden, cultuurhistorie en landschappelijke waarden. Ons Omgevingsplan bevat de gebiedswaarden waarop we beoordelen. Parkeerbeleid Een van de beoordelingskaders voor ruimtelijke ontheffingen / plannen is de toetsing aan de parkeernormen op basis van het Koersdocument Parkeren 2020-2025. In dit koersdocument zijn per gebiedstype en per functie de normen voor parkeren opgenomen. Welstand Welstand is een belang dat wordt meegenomen in de ruimtelijke afweging. Concreet houdt dit in dat het (bouw)plan moet voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in de Welstandsnota of diens opvolger. Een aanvraag wordt getoetst aan redelijke eisen van welstand. De toetsing aan welstand gebeurt mede door de Commissie Omgevingskwaliteit Nieuwegein.
4.8 Huisvestingsverordening Woonfraude Woonfraude kent verschillende verschijningsvormen variërend van onrechtmatige inschrijving, onrechtmatige onder en doorverhuur en onrechtmatig gebruik. Het toezicht op de verschillende woonfraude varianten is in Nieuwegein integraal georganiseerd. Dit doen we voor behoud en bescherming van de woningvoorraad, de kwaliteit van woningen en voor behoud van een prettige leefomgeving in wijken. Het toezicht bestaat uit controle op de naleving van wet- en regelgeving (Woningwet, Besluit bouwwerken leefomgeving, Huisvestingswet, de Wet Basisregistratie Personen). Er zijn controles op verleende en afgewezen vergunningen. De controles vinden plaats aan de hand van meldingen van derden of waarnemingen van de toezichthoudende teams. BRP onderzoek In Nieuwegein wordt onderzocht of en door wie een adres wordt bewoond. Het doel van dit onderzoek is om te controleren of de gegevens zoals deze vastgelegd zijn in de BRP overeenkomen met de feitelijke situaties. Dit (BRP) onderzoek vindt bijvoorbeeld plaats bij adressen die langer dan zes maanden leeg staan (administratieve leegstand).
51
Omzetten Het is niet toegestaan zonder vergunning een zelfstandige woning in onzelfstandige woonruimten om te zetten of omgezet te houden. Een zelfstandige woning kan alleen zonder vergunning worden verhuurd aan 1 huishouden of aan max. 2 personen, geen huishouden vormend. Verder is het mogelijk om naast bewoning door de eigenaar max. 2 kamers aan 2 personen te verhuren. Verhuur aan meer personen of verhuur van meer kamers is vergunningplichting. Splitsen/woningvorming Met het splitsen (en woningvorming) van een woning wordt van een bestaande woning meerdere zelfstandige woningen gemaakt. Bij het splitsen is er sprake van kadastrale splitsing en verkoop. Bij woningvorming is er sprake van verhuur. Voor het vormen van meer woningen is een omgevingsvergunning nodig. De woningen moeten daarbij voldoen aan de eisen van het Bbl. Onttrekken Vanwege de krappe woningmarkt is het belangrijk dat woningen ook echt gebruikt worden om te wonen. Bij illegale onttrekken gaat het om het onttrekken van woonruimte aan de bestemming ‘wonen’, waardoor de woonruimte niet langer geschikt is voor bewoning. Als voorbeeld gaat het om een woning die volledig gebruikt wordt als kantoor of praktijkruimte.
Opkoopbescherming De Huisvestingswet maakt het per 1 januari 2022 mogelijk om in een gebied een opkoopbescherming in te voeren, zodat mensen die op zoek zijn naar een koopwoning om zelf in te wonen hierop meer kans maken. Vanaf mei 2022 is in Nieuwegein de opkoopbescherming voor betaalbare koopwoningen van kracht. Verhuur van koopwoningen die na die datum zijn aangekocht is alleen met een vergunning nodig. Dit verhuurverbod geldt in de eerste 4 jaar na aankoop. De wet goed Verhuurderschap Deze wet biedt betere bescherming aan huurders en woningzoekenden tegen ongewenst gedrag van verhuurders. Vanaf 1 juli 2023 geldt voor alle verhuurders een aantal verboden en geboden. Bijvoorbeeld verbod op (1) discriminatie; (2) intimidatie. Verder regelt de wet dat (3) een huurder maximaal 2 maanden borg mag vragen; (4) dat de huurovereenkomst op schrift moet worden vastgesteld; (5) dat huurders worden geïnformeerd over rechten en plichten, moment van terugbetalen van de borg en de hoogte van servicekosten; (6) dat er geen servicekosten in rekening gebracht mogen
52
worden gebracht anders dan in de wet staan; en (7) verhuurbemiddelaars mogen geen dubbele bemiddelingskosten in rekening brengen. De gemeente Nieuwegein heeft inmiddels een meldpunt ingericht waar huurders en anderen melding van ongewenst verhuurgedrag kunnen doorgeven. Misstanden huisvesting arbeidsmigranten Als het gaat om illegaal gebruik van een woning dan zien we (te) hoge huren, achterstallig onderhoud, huurcontracten met onwettige bepalingen, het onjuist gebruik bewust of onbewust faciliteren, en het niet hebben van een omzettingsvergunning. We zien met enige regelmaat dat juist kwetsbare aandachtsgroepen – zoals arbeidsmigranten – door malafide uitzendbureaus en huisjesmelkers gehuisvest worden. Dit zorgt in sommige gevallen voor druk op de leefbaarheid.
4.9 BLVC Het is voor initiatiefnemers verplicht om bij bouwplannen met een gemiddelde en hoge impact een BLVC-plan op te stellen. Dit staat voor Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie. Het plan bevat maatregelen om overlast van geluid, stof en trillingen bij bouwwerkzaamheden zoveel mogelijk tegen te gaan, om omleidingsroutes in te stellen en om buurtbewoners te informeren over de werkzaamheden. Het BLVC-plan wordt beoordeeld op alle onderdelen bij de aanvraag van de vergunning. Het resultaat is goedkeuring of voorwaarde dat er een definitief BLCV-plan aangeleverd moet worden. Voorwaarde bij de vergunning kan zijn dat de start van de werkzaamheden pas plaatsvindt na goedkeuring van het BLVC-plan.
4.10 Beoordelingskader bouwtechnische activiteit Voor bouwen is de preventieve toets een ‘aannemelijkheidstoets’: een vergunning voor de activiteit bouwen wordt verleend als voldoende aannemelijk is dat het bouwplan voldoet aan de technische voorschriften. Hiermee stelt de wetgever dat de gemeente bij het toetsen van de bouwaanvraag niet de verantwoordelijkheid overneemt van de vergunninghouder of bouwer. De toetsingsstrategie voor (bouw)aanvragen heeft tot doel te komen tot een uniforme manier van toetsen door een kwaliteitsniveau vast te leggen. Ongeacht de behandelend medewerker vindt een eenduidige toetsing plaats. Tevens wordt aan de hand van de toetsingsstrategie gekomen tot een zo efficiënt en effectief mogelijke inzet van de beschikbare middelen.
53
Bouwtechnische toetsing De bouwtechnische regels zijn opgenomen in het Bbl. De bouwtechnische toetsing die de gemeente uitvoert is voor bouwwerken die niet onder gevolgklasse 1 van de Wkb vallen. Het is praktisch onmogelijk om alle voorschriften uitputtend te toetsen. Hiervoor ontbreken middelen en capaciteit. Bovendien vraagt niet elk bouwwerk om deze toetsing. Voor de technische toetsing van aanvragen omgevingsvergunning bouwactiviteit is het noodzakelijk tot een lokaal, verantwoord kader te komen waarin we aannemelijk maken of aan de regelgeving wordt voldaan. Toetsingsniveaus De toetsing van een aanvraag met een bouwactiviteit baseren we op de landelijke toetsingsmatrix. Deze werkt met vier niveaus van toetsing. Per type bouwwerk is afhankelijk van het risico bepaald op welk niveau ieder van de aspecten getoetst wordt. De toetsingsniveaus beschrijven de diepgang van de beoordeling. Bij de keuze en omschrijving van de toetsingsniveaus is aangesloten bij definities uit het landelijk project Collectieve Kwaliteitsnorming Bouwvergunningen (CKB). Doel is om de toetsingskwaliteit van aanvragen te waarborgen: vastleggen van een toetsingsniveau waaraan wordt getoetst. Er zijn vier toetsingsniveaus waarbij de diepgang oploopt van 1 naar 4.
Er is voor gekozen om de toetsingsniveaus algemeen te beschrijven en niet voor elk individueel voorschrift te definiëren wat onder het toetsingsniveau moet worden verstaan. Cat
Werkniveau
Toetsniveau
1
Sneltoets
Toetsen op de compleetheid van de (technische) informatie: •
aanwezigheid tekeningen/berekeningen;
•
vereiste voorzieningen op tekening aangegeven en globale inschatting dat aan eisen worden voldaan
2
Globaal
Toetsen of uitgangspunten conform norm zijn: •
controle door na te gaan of uitgangspunten uit tekeningen/berekeningen zijn te halen door bijvoorbeeld: o
maten of meten
o
controle andere specificaties (bv. certificaat)
o
controle rekenmethode
54
3
Representatief
Toetsen of berekeningen correct zijn weergegeven: •
controle door aantal representatieve onderdelen (vooral de constructieve- en brandveiligheid) op tekening en/of in berekening rekenkundig te controleren.
4
Grondig
Toetsen op alle onderdelen: •
voorschrift integraal controleren;
•
berekeningen narekenen;
•
zo nodig complexe berekeningen (laten) beoordelen.
Toetsingsmatrix Het toetsingsprotocol is een matrix. Horizontaal, in de rijen, zijn de thema’s/aspecten aangegeven en verticaal de gebruiksfuncties. De matrix is opgenomen als link in bijlage A2. Het toetsingsprotocol Bouwbesluit wordt beleidsneutraal omgezet onder de Omgevingswet, we werken nu al volgens die gedachte. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Bij inwerkingtreding van de Wkb per 1 januari 2024 vervalt de toetsing en het toezicht op hoofdstuk 2 t/m 6 van het toenmalige Bouwbesluit (nu Bbl). Deze werkzaamheden worden uitgevoerd door onafhankelijke kwaliteitsborgers. De Wkb gaat in op 1 januari 2024 in voor nieuwbouw en een jaar later voor verbouw voor alle bouwwerken in gevolgklasse 1. Welke bouwwerken zijn gevolgklasse 1? Grondgebonden woningen en nevenfuncties (garage, kantoor aan huis) Woonboten Vakantiewoningen Bedrijfspanden van maximaal 2 bouwlagen, klein kantoor / kantine Aanbouwen van maximaal 2 bouwlagen Fiets- en voetgangersbruggen (niet over rijks- of provinciale wegen), maximaal 20 meter overspanning ▪ Bouwwerken geen gebouw zijnde tot 20 meter hoog (masten, antennes) ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
55
Onze toetsings- en toezichtstrategie geldt voor de bouwwerken die niet vallen onder gevolgklasse 1 (GK1) van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Bouwwerken die vallen onder GK1 worden door ons niet meer bouwtechnisch getoetst; wel blijft bij deze bouwwerken de toetsing aan ons Omgevingsplan via de vergunning voor de Omgevingsplanactiviteit.
Wat valt weg
• Bouwtechnische inhoudelijke beoordeling aanvraag • Toezicht op bouwtechnische uitvoering
Wat blijft onveranderd
Wat komt erbij
• Toetsing voor monumenten, welstand, omgevingsveiligheid, omgevingsplan • Toezicht en handhaving op gebruikersfase • Handhaving regels Besluit bouwwerken leefomgeving
• Check op toepassing juist kwaliteitsborgingsinstrument • Check op aanwezigheid juiste kwaliteitsborger • Check op verklaring bouwwerk conform Bouwbesluit • Check bevoegd gezag dossier
Van de GK1 bouwwerken ontvangen we voorafgaand aan de bouw een melding bouwactiviteit met borgingsplan, risicobeoordeling en gegevens over de kwaliteitsborger. Na afloop ontvangen we een melding met een verklaring van de kwaliteitsborger. We voeren in alle gevallen een administratieve check uit op de kwaliteitsborger en de te gebruiken instrumenten door die kwaliteitsborger. Deze check is om te beoordelen of de kwaliteitsborger en de instrumenten in het register zijn opgenomen van de landelijke Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw. De toezichthouder beoordeelt de melding op volledigheid: is er een borgingsplan met risicobeoordeling aangeleverd en is aangegeven wie de kwaliteitsborger is en welk instrument de kwaliteitsborger hanteert. Het borgingsplan wordt diepgaand beoordeelt als het een bouwwerk betreft met een hoger risicoprofiel (op constructie, brandveiligheid, duurzaamheid). Ook wordt nagegaan of lokale risico’s die zijn benoemd bij beoordeling van de aanvraag Omgevingsplanactiviteit ook relevant zijn voor de risicobeoordeling door de kwaliteitsborger. Als blijkt dat de melding onvolledig is, dan stuurt de toezichthouder de melder een brief met hierin aangegeven welke stukken er ontbreken en wordt de melding niet verder in behandeling genomen.
Onze beoordeling van de melding en/of het borgingsplan kan ertoe leiden dat we contact opnemen met de kwaliteitsborger om gezamenlijk toezicht uit te oefenen tijdens de realisatie. Daarbij kunnen we als gemeente de aspecten beoordelen die niet onder reikwijdte van de kwaliteitsborger vallen (omgevingsveiligheid, welstand, regels uit het Omgevingsplan)
56
4.11 Beoordelingskader sloop Voor slopen geldt bij karakteristieke panden (vastgelegd in Omgevingsplan), monumenten en panden gelegen in een stads- en dorpsgezicht een vergunningplicht. Voor overige panden geldt een meldingsplicht. De sloopvergunning wordt beoordeeld op ontvankelijkheid en inhoudelijk beoordeeld op basis van het Omgevingsplan en Bbl, met bijzondere aandacht voor monumentale waarden en asbest. Het team Bouwtoezicht pakt meldingen rondom asbest op. Via Inspectie SZW komen de startmeldingen binnen in een centrale mailbox waar alle toezichthouders Bouwen bij kunnen. Voor asbest- en sloopmeldingen geldt dat elke melding wordt gecontroleerd door de gemeentelijke gecertificeerde toezichthouders. De meldingen voor bedrijfsmatige verwijdering van asbest handelt de RUD Utrecht af (basistaak). Bij de verwijdering van asbest wordt de melding altijd beoordeelt door een deskundig toezichthouder asbest. Particuliere meldingen worden binnen vijf werkdagen behandeld, andere meldingen binnen vier weken. Bij mutaties is het streven de melding, mits volledig, binnen een week af te verwerken.
4.12 Beoordelingskader brandveiligheid Alle meldingen voor brandveilig gebruik worden door VRU getoetst aan de regels voor brandveilig gebruik. Ook aanvragen omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, voor zover brandveiligheid daarbij relevant is, worden inhoudelijk getoetst door de VRU. Voor niet-bouwwerken (tenten, podia, kermissen) wordt gewerkt volgens het “Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen” en het gemeentelijk beleid voor evenementen.
4.13 Beoordelingskader monumenten en archeologie Het Omgevingsplan legt de beschermingsgraad vast van erfgoed. Rijksmonumenten zijn aangewezen (en beschermd) op grond van de Erfgoedwet. De omgevingsvergunning voor monumenten en archeologie voorkomt onomkeerbare schade aan het erfgoed. Naast de beoordeling van de aanvraag voor monumenten over bouwhistorische onderdelen via de Commissie Omgevingskwaliteit Nieuwegein wordt bij de toetsing van aanvragen voor een vergunning voor monumenten aangesloten bij het beoordelingskader bouwen. Als ingrijpende wijzigingen, reconstructies, herbestemming en sloop plaatsvindt aan rijksmonumenten dan wordt advies aangevraagd bij Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). De gemeentelijke archeoloog geeft advies.
57
4.14 Beoordelingskader milieu De taken voor het behandelen van vergunningen of meldingen voor milieubelastende activiteiten zijn voor minimaal de basistaken opgedragen aan de RUD Utrecht. De RUD Utrecht draagt zorg voor behandeling van vergunningaanvragen, meldingen en ook het toezicht voor de basistaken. Binnen de provincie is regionale U&H strategie vastgesteld voor RUD Utrecht en ODRU; daar gaan we in deze strategie niet op in. De gemeente zorgt voor de ontvangst van meldingen en het toezicht voor de milieubelastende activiteiten die niet aan de RUD Utrecht zijn belegd. Voor de activiteit milieu is het bedrijf verantwoordelijk voor een milieuverantwoorde bedrijfsvoering, binnen de kaders die hiervoor door de overheid zijn gesteld. De gemeentelijke werkzaamheden bestaan uit het registreren en beoordelen van meldingen ingevolge het Bal. Het beoordelingskader voor meldingsplichtige activiteiten staat in het Bal en daarbij beoordeelt de gemeente of er maatwerkvoorschriften dienen te worden opgelegd. Met de bruidsschat komt de bevoegdheid van honderden rijksregels over naar gemeenten. Deze regels komen in het Omgevingsplan en leidt tot de keuze om de regels ongewijzigd te laten, aan te passen of te schrappen. Er zitten milieuregels in de bruidsschat. Dat betekent dat milieuregels deel gaan uitmaken van onze beoordeling van initiatieven met een Omgevingsplanactiviteit.
Advies Bij een omgevingsvergunning komen milieuaspecten aan bod. Bij een groot gedeelte van de aanvragen wordt een advies vanuit milieu gevraagd. Dergelijke onderzoeken worden in principe door de gemeente beoordeeld en de RUD Utrecht wordt ingeschakeld als hun kennis is vereist. Het gaat om onderzoeken en beoordelen op bijvoorbeeld bodem, geluid, externe veiligheid, wet natuurbescherming of stokstof. Bodem Met invoering van de Omgevingswet zijn de bodembevoegdheden van de gemeente verder uitgebreid. Er gaan diverse bodemtaken van de provincie over naar de gemeente. De gemeente wordt dan bevoegd gezag voor twee extra milieubelastende activiteiten die nu voornamelijk zijn geregeld in de Wet bodembescherming. Het gaat om graven (zonder saneringsdoelstelling) en saneren (om de bodemkwaliteit te verbeteren). Een deel van de extra taken wordt onderdeel van het basistakenpakket en is ondergebracht bij de RUD Utrecht.
58
Naast de adviezen komen er vragen binnen van burgers, bedrijven en andere organisaties. Deze vragen hebben betrekking op bodem, geluid, geur, externe veiligheid en andere aspecten die vallen onder het milieubeleid. Dit varieert van vragen over het bestaande beleid, advies vragen hoe ze zaken het beste kunnen aanpakken/oplossen tot informatie vanuit ons archief. De gemeente of de RUD Utrecht pakt deze vragen op. Het bodeminformatiesysteem en de bodeminformatiemodule zijn efficiënt in het gebruik. Er wordt een historische bodemrapportage en omgevingsrapportage aangemaakt met links naar de bijbehorende bodemrapporten en saneringsgegevens. Energie Vanaf 2021 moeten alle nieuwe gebouwen bijna energie neutrale gebouwen (hierna: BENG) zijn. Om klimaatneutraal te worden is het van belang de energievoorziening volledig te verduurzamen. Dit betekent een aardgas loze gebouwde omgeving, waarbij verwarmd wordt via een warmtenet (collectief) of via elektrische warmtepompen (individueel of collectief) of andere duurzame technieken. Label C Per 1 januari 2023 geldt voor kantoren met een oppervlakte van meer dan 100 m² de verplichting om met een geregistreerd energielabel aan te tonen dat het kantoorpand minimaal aan de eisen van energielabel C voldoet (energie index 1,3 of beter). Er zijn ook uitzonderingen op deze regel zoals bijvoorbeeld als een kantoor een monument is.
Als het kantoorgebouw op 1 januari 2023 niet voldoet aan deze plicht mag het pand niet meer als kantoor gebruikt worden. De verantwoordelijkheid om hieraan te voldoen ligt bij de verhuurder / eigenaar van het kantoorpand. Alle kantoorpanden zijn bezocht en deze voldoen aan de eisen. Informatie website Er staan voor burgers en bedrijven een aantal middelen ter beschikking om achter informatie te komen met betrekking tot milieu aspecten. Zo is er een bodeminformatiesysteem waarin geschiedenis van de bodem is terug te vinden. Het bodeminformatiesysteem dient iedere keer aangevuld te worden met de bodemonderzoeken die binnen komen bij de gemeente.
59
4.13 Beoordelingskader uitvoeren van een werk, weg, reclame en inrit Onze APV bevat bepalingen en regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving en is de grondslag voor onze toetsing en beoordeling. De bepalingen uit de APV op het fysieke domein gaan – op termijn – over naar het Omgevingsplan. Naast publiekrechtelijke toetsing, worden privaatrechtelijke afspraken gemaakt als activiteiten plaatsvinden op publieke gronden (bijvoorbeeld aanleg van inritten). Afstemming vindt plaats met de wegbeheerders. Binnen onze gemeente zijn dit de gemeente, het waterschap of de provincie. Verzoeken tot het plaatsen van tijdelijke reclames in de openbare ruimte worden getoetst aan de bepalingen in de APV. Verzoeken die niet passend zijn, worden afgewezen. Indien sprake is van een bouwwerk of een constructie aan een bouwwerk dan is sprake van een vergunningsituatie en wordt de vergunningaanvraag getoetst aan bouwkundige eisen en de Nota Ruimtelijke kwaliteit. In het boombeschermingsplan 2019 en de bomenverordening 2012 wordt omschreven in welke gevallen voor het kappen/vellen van bomen een vergunning nodig is en welke specifieke voorwaarden zijn opgenomen over herplant. In 2024 vindt de evaluatie en update plaats hiervan.
De boombeschermingsplan krijgt daarmee direct een plaats in het omgevingsprogramma Bomen (een aanvullend omgevingsprogramma op het omgevingsprogramma Natuur in de stad 2023-2033). De bomenverordening zal tegelijk een update krijgen.
4.14 Beoordelingskader evenementen Er vinden jaarlijks enkele grote en talrijke kleinere evenementen plaats. De evenementen vragen ieder om een eigen aanpak. Op basis van de aanvraag wordt een risicoscan gedaan om het evenement in te delen in een risicoklasse. De klassen zijn gebaseerd op de richtlijnen van de veiligheidsregio: •
A: regulier evenement met weinig risico
•
B: regulier evenement met enig risico of aandacht
•
C: risicovol evenement
De lokale hulpdiensten geven advies voor evenementen B en C. De vergunningverlener coördineert de procedure en het uitzetten en verwerken van adviezen. Onze APV legt vast voor welke evenementen een vergunningplicht of meldingsplicht van toepassing is en bevat onze lokale regels voor evenementen.
60
4.15 Beoordelingskader bodem, bouwstoffen en grond Alle meldingen en vergunningen in het kader van bodem, bouwstoffen en grondstromen worden beoordeeld door de RUD Utrecht conform de regionale U&H strategie.
4.16 Beoordelingskader natuurbescherming en flora & fauna We vragen instemming aan het betreffende bevoegd gezag (ministerie of provincie) indien een vergunningaanvraag de activiteit handelen in een natuurbeschermingsgebied bevat, of de activiteit nadelige gevolgen kan veroorzaken voor de aanwezige flora en fauna. De inhoudelijke toetsing ten aanzien van natuurbescherming en/of flora en fauna vindt plaats door deze overheden. In het Omgevingsplan is vastgelegd dat er niet gebouwd mag worden binnen het Natuurnetwerk Nieuwegein en hierop beoordelen we verzoeken tot activiteiten. Voor het (ver)bouwen of renoveren van gebouwen stellen we prestatie-eisen op voor natuurinclusiviteit waarop we aanvragen beoordelen.
4.17 Alcoholwet en terrassen In onze APV is opgenomen dat er een exploitatievergunning is vereist voor het exploiteren van een horeca-inrichting. Op basis van de Alcoholwet dient de exploitant een alcoholvergunning aan te vragen om een horecabedrijf of slijtersbedrijf uit te oefenen. Dergelijke aanvragen toetsen we aan de bepalingen in onze APV en de Alcoholwet. In de APV is opgenomen dat een vergunning is vereist voor het exploiteren van een terras bij een horeca-inrichting.
4.18 Beoordelingskader openbare inrichting In onze APV is opgenomen dat er een vergunning is vereist voor het exploiteren van een openbare inrichting zoals die zijn vastgelegd in het beleid.
4.19 Beoordelingskader seksinrichting Hoofdstuk 3 van onze APV eist een vergunning voor het exploiteren van een seksinrichting. Daarbij is de exploitatievergunning voor een inrichting een schaarse vergunning die alleen voor bepaalde tijd kan worden afgegeven. Het beoordelingskader voor het verkrijgen van een vergunning en de
61
voorwaarden waaraan een seksinrichting moet voldoen zijn opgenomen in de APV en uitgebreid toegelicht in de Beleidsregel Sekswerk 2022.
4.20 Beoordelingskader kansspelen In onze APV is opgenomen dat een vergunning is vereist voor het exploiteren van een speelgelegenheid conform de Wet op de kansspelen. Tevens is opgenomen dat kansspelautomaten niet zijn toegestaan in laagdrempelige inrichtingen en dat er een maximaal aantal zijn toegestaan in hoogdrempelige inrichting waarvoor een vergunning wordt verstrekt met een maximale duur. het organiseren van een bingo is het doen van een melding nodig en voor het organiseren van een loterij is in bepaalde gevallen een loterijvergunning nodig.
62
5
Toezicht
We zetten onze toezichtcapaciteit zo effectief mogelijk in. Zo vindt toezicht plaats op basis van vooraf gemaakte keuzes. De planning is vastgelegd in een uitvoeringsprogramma. Niet alles is echter vooraf in te plannen. Ongewone voorvallen of klachten kunnen toezicht noodzakelijk maken. Onze toezichtstrategie is gericht op het op eenzelfde wijze uitvoeren van toezicht in overeenkomstige gevallen. De doelen hiervan zijn tweeledig: 1. transparantie, professionaliteit, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor diegenen waarop het toezicht zich richt. 2. voorzien in een hoge mate van effectiviteit, zodat zo hoog mogelijke maatschappelijke effecten tegen zo laag mogelijke inspanningen en kosten worden bereikt. Zodra een overtreding is geconstateerd, wordt overgegaan op een andere strategie: waarschuwen, sanctioneren of – in uitzonderlijke gevallen – gedogen.
5.1
Vormen van toezicht
Het houden van toezicht kent verschillende vormen. Vormen van toezicht zijn: •
administratief toezicht (bijvoorbeeld certificaten bij keuringen): controle van tekeningen, berekeningen, keurings- of onderhoudsrapporten;
•
opleveringscontrole: periodiek toezicht op vergunningen en meldingen; controles op bouw en sloop geregistreerd, gedurende de duur tot aan afronding bouw/sloop en ingebruikname van een nieuw of verbouwd pand;
•
ad hoc toezicht vanwege bijzondere omstandigheden;
•
aspect controles: controle op één of meerdere aspecten zoals energie;
•
projectmatige controles: controles op één branche en/of op één thema. Bijvoorbeeld controle van alle horeca in Nieuwegein op uitsluitend vetlozing of controles van bestaande bouwwerken waarbij specifiek op brandveiligheid en vluchtveiligheid wordt gecontroleerd;
•
gebiedsgerichte controles, bijvoorbeeld wijktoezicht;
•
hercontroles: aan de hand van een geconstateerde strijdigheid of overtreding;
•
meldingen en klachten, handhavingsverzoeken en ongewone voorvallen;
•
gevelcontrole: alleen controle van de buitengevels met als doel vast te stellen of sprake is van een bedrijfswisseling;
•
ketentoezicht: in samenwerking met andere partners toezicht op grondstromen en afvalstromen.
63
Het uitvoeren van toezicht is gericht op bescherming van de leefomgeving, veiligheid, gezondheid en leefbaarheid. Daarnaast is het toezicht van belang voor onze bedrijfsvoering doordat we de registratie actualiseren in de BRP en de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) waar onder andere de Waardering van onroerende zaken (WOZ) gebruik van maakt. Het actueel houden van deze registraties vanuit mutaties in de fysieke leefomgeving ligt bij de afdeling OD. Daar vindt het vergelijken van kaartmateriaal/luchtfoto’s plaats. Bij het uitvoeren van toezicht gaan we zorgvuldig om met de belangen van de rechthebbende(n). In beginsel worden de toezichtbevoegdheden uitgeoefend met medewerking ofwel toestemming van burger of bedrijf. Als toestemming wordt geweigerd wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheden van inspecteurs en toezichthouders volgens de Awb en/of Algemene wet op het binnentreden als dit voor de invulling van de taak nodig is. Op basis van een analyse van de situatie vooraf, wordt bepaald of de controle aangekondigd of onaangekondigd plaatsvindt.
5.2 Omgevingsplan Het toezicht op ruimtelijke aspecten vindt met name plaats naar aanleiding van een verleende vergunning, op basis van meldingen / klachten en signalen van partners. Daarnaast wordt bekeken of activiteiten plaatsvinden conform de regels van het Omgevingsplan. Verder houden we actief toezicht op specifieke bepalingen in de vergunning voor een Omgevingsplanactiviteit. Het toezicht op strijdig gebruik is vooral op activiteiten waar een hogere prioriteit aan is toegekend: •
Bedrijfsmatige activiteiten in woongebouwen
•
Gebruik van gemeentegrond
•
Gebruik van eigen (bedrijfs)perceel
•
Wonen in (bedrijf)gebouwen zonder woonfunctie
•
Bouwen of evenementen met effect op natuurwaarden of ecologische waarden