CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-363 Bijlage 4 BP Doorslagzone_Bijlagen toelichting.pdf

Raadsvergadering 14 oktober 2021, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Voorstel over het vaststellen van het bestemmingsplan Doorslagzone27.852 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Bebouwde kom van Nieuwegein sterk uitgebreid, merendeels huidige situatie, ontwikkeling van terreinen ten behoeve van commerciële doeleinden (bouwen van kantoren).

e

Op basis van het beschikbare historische kaartmateriaal uit het begin van de 19 eeuw (zie figuur 5) was het plangebied vrijwel geheel in gebruik als grasland. Alleen door de zuidoostrand van de HN locatie liep een deel van een weg langs het kanaal van de Doorslag. Direct ten zuidwesten van de Doorslagzone was een (boeren)erf aanwezig. Verder ten noordoosten van het plangebied was bebouwing aanwezig langs de bestaande kanalen van de Vaartse Rijn en de Schalkwijkerwetering, waaronder het Schutshuis. De omgeving betrof verder voornamelijk agrarisch buitengebied met percelen grasland en bos (vermoedelijk hakhout). e

e

In de loop van de 19 eeuw en de eerste helft van de 20 eeuw vinden er binnen als in de omgeving van het plangebied eigenlijk geen noemenswaardige veranderingen plaats (zie figuren 6 en 7). Een enkele verandering betreft de omvorming van percelen grasland naar productiebos (hakhoutbos). Pas e in de jaren ’50 van de 20 eeuw vindt er een geleidelijke uitbreiding van industriële bebouwing plaats ten noordoosten van het plangebied (fabrieksterrein Doorslag). Tevens was er een schuur gebouwd tussen de twee terreindelen van het plangebied in. Verder werden enkele percelen hakhoutbos weer in gebruik genomen als grasland (zie figuur 8). e

In de jaren ’60 van de 20 eeuw was de zuidelijke helft van Doorslagzone in gebruik als akkerland. Verder vonden er de eerste ontwikkelingen van de bebouwde kom plaats ten noorden van het plangebied, oorspronkelijk behorend tot de plaats Jutphaas en betreft tegenwoordig de wijk Wijkersloot (zie figuur 9). e

Rond begin jaren ’80 van de 20 eeuw betrof de Doorslagzone grotendeels een braakliggend terrein, in voorbereiding op ontwikkelingen voor commerciële doeleinden (bouwen van kantoren). Er was een verharde weg aangelegd door zuidoostelijke grensdeel. De HN locatie was in gebruik genomen als park, waarbij een klein deel van de aangelegde vijverpartij ook binnen de begrenzing van de HN locatie lijkt door te lopen. Er was eveneens een verharde weg aangelegd door het zuidoostelijke grensdeel (zie figuur 10). De Noordstedeweg was aangelegd tussen de twee terreindelen van het plangebied. Tevens was het merendeel van het huidige wegenpatroon/de infrastructuur aangelegd ten behoeve van stedelijke ontwikkeling. Het woonerf aangrenzend ten zuiden van de Doorslagzone was niet meer aanwezig, evenals de schuur tussen de twee terreindelen van het plangebied.

Rapport 3005.003 versie 2

Pagina 6 van 40

Eind jaren ’80 was de bebouwde kom van Nieuwegein sterk uitgebreid, waarbij diverse terreinen waren ontwikkeld ten behoeve van commerciële doeleinden (bouwen van kantoren, merendeels huidige situatie). Er was een kleine vijver/waterpartij aangelegd in het centrale deel van de Doorslagzone en werd verder doorsneden door enkele smalle verharde wegen/voetpaden (zie figuur 11). Het kantoorpand in het uiterst noordelijke deel van het plangebied is pas in 1998 gebouwd en in 2013 gesloopt, waarna de Doorslagzone ook opnieuw is ingericht tot de huidige situatie. Indicatieve Kaart Militair Erfgoed en archeologische verwachtingskaart & bestaande elementen Tweede Wereldoorlog van de gemeente Nieuwegein Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plange6 bied aanwezig zijn, zijn de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) , de archeologische verwach7 tingskaart & bestaande elementen Tweede Wereldoorlog van de gemeente Nieuwegein en een aan8 tal publicaties geraadpleegd. Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) ligt het plangebied niet binnen een gebied waar resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed worden verwacht. Circa 400 meter ten noordoosten ligt de Hintere Wasserstellung. Dit is een Duitse verdedigingslinie, e lag ten oosten van de 1 of Vordere Wasserstellung en moest een invasie vanuit de kuststreek vertragen.

De Hintere Wasserstellung volgde het traject van de Oude Hollandse Waterlinie. Met de inrichting van deze linie werd begonnen vanaf juli 1942. Ook op de archeologische verwachtingskaart & bestaande elementen Tweede Wereldoorlog van de gemeente Nieuwegein (zie figuur 12) wordt aangegeven dat binnen als in de directe omgeving van het plangebied, geen archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in worden verwacht. Bouwhistorische gegevens en bodemverstoringen Bij de gemeente Nieuwegein is het archief van de Bouw- en Woningtoezicht geraadpleegd (contactpersoon mevrouw M. Wessels). Tabel II geeft een opsomming van de verleende bouwvergunningen voor de onderzoekslocatie. Tabel II.

Verleende bouwvergunningen

Jaartal 1994

Omschrijving Bouwen van een kantoorpand in het uiterst noordelijke deel van de Doorslagzone, voorzien van funderingsstroken tot circa 125 cm -mv en staand op heipalen. Centraal binnen het kantoorpand een liftschacht tot circa 140 cm –mv. Niet onderkelderd.

Van het recent gesloopte kantoorpand dat in het uiterst noordelijke deel van de Doorslagzone heeft gestaan, is bekend dat deze voorzien was van funderingsstroken tot circa 125 cm -mv en staand op heipalen. Centraal binnen het kantoorpand heeft een liftschacht gelegen tot een diepte van circa 140 cm -mv. Te verwachten is dat destijds, ten behoeve van de aanleg van deze bebouwing (uitgraven bouwput) en diverse nutsvoorzieningen, de bodem binnen het (voorheen) bebouwde oppervlak tot minimaal 125/140 cm -mv is geroerd/afgegraven. Verder zijn het overige deel van de Doorslagzone en de gehele HN locatie ingericht als openbaar groen en deels verhard (wandelpaden/fietspaden). Onder deze verhardingen zal wellicht ook een laag cunet-/stabilisatiezand hebben gelegen. In het centraal-zuidelijke deel van de HN locatie lijkt een deel van de vijverpartij te hebben gelegen die heden aangrenzend ten zuidwesten van het terrein aanwezig is. De aanleg hiervan en verdere inrichting hebben wellicht ook geleid tot een verstoring van het oorspronkelijke bodemprofiel. In welke mate is echter niet bekend. 6

www.ikme.nl Kloosterman et al., 2011 8 Amersfoort & Kamphuis, 1990/De Jong, 1969 - 1994/ikme.nl/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990 7

Rapport 3005.003 versie 2

Pagina 7 van 40

De archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Nieuwegein geeft aan dat het terrein van de Doorslagzone binnen een opgehoogd terrein ligt, met de verwachting dat dit ophogingspakket circa 1 tot 1,5 meter dik is. Wellicht zijn bovengenoemde verstoringen beperkt gebleven tot het antropogene ophogingspakket. 3.6

Aardwetenschappelijke gegevens

Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon van de mens. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel III.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Type gegevens Geologie

9

Gegevensomschrijving Komafzettingen van naar verwachting circa 2 meter dik met hieronder oeverwal/kronkelwaardafzettingen en in de zuidelijke helft van de Doorslagzone beddingafzettingen van de Formatie van Echteld, ingesneden in dekzandafzettingen van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. In de noordelijke helft van de Doorslagzone en de HN locatie worden onder de oeverwalafzettingen de oorspronkelijke top van de dekzandafzettingen verwacht.

Geologische-geomorfologische kaart van de Rijn-Maas delta10

De zuidelijke helft van de Doorslagzone ligt binnen de op de kaart aangegeven begrenzing van de meander/stroomgordel van Wiersch die actief was tussen omstreeks 5713-5670 en 47044615 v. Chr. en ligt op ongeveer 2.5 tot 4 meter onder het huidige maaiveld. De noordelijke helft van de Doorslagzone en de HN locatie liggen buiten de op de kaart weergegeven meandergordels/stroomgordels.

Landschappelijke eenhedenkaart van de gemeente Nieuwegein11

De zuidelijke helft van de Doorslagzone ligt binnen het Benschopsysteem en betreft feitelijk de meander/stroomgordel van Wiersch. De noordelijke helft van de Doorslagzone en de HN locatie worden gerekend tot de naastgelegen oeverwalzone.

Geomorfologie12

Niet gekarteerd, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom.

Bodemkunde13

Niet gekarteerd, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom. Direct buiten de bebouwde kom komen voornamelijk kalkloze poldervaaggronden voor, bestaande uit zware klei (Rn44C)

14

Geologie Het plangebied is gelegen in het rivierengebied en maakt onderdeel uit van de Holocene Rijn-Maas delta. De basis van het landschap binnen de gemeente Nieuwegein is gevormd gedurende de laatste ijstijd, het Weichselien (ca. 120.000 - 10.000 jaar geleden). Tijdens deze ijstijd bereikte het landijs Nederland niet. Toentertijd heerste er in Nederland wel een continentaal periglaciaal klimaat. Dit houdt in dat de omstandigheden erg koud en droog waren. Het landschap in Nederland bestond uit een poolwoestijn, waarin vrijwel geen vegetatie aanwezig was. Over een groot deel van Nederland werd een pakket dekzand afgezet.

9

De Mulder et al., 2003 Cohen et al., 2012 11 Kloosterman et al., 2011 12 Alterra, 2003 13 Stichting voor Bodemkartering, 1971 14 De Mulder et al., 2003 / Berendsen, 2008 / Cohen et al., 2009 / Kloosterman et al., 2011 10

Rapport 3005.003 versie 2

Pagina 8 van 40

De dekzanden zijn onderverdeeld in het Oude en Jonge Dekzand. Het Oude Dekzand betreft vaak matig gesorteerde zanden, welke onder zeer koude omstandigheden door water en wind (fluvioperiglaciaal of fluvio-eolisch) als een vlakke deken over het landschap zijn afgezet. Kenmerkend is dan ook dat het Oude Dekzand veelal horizontaal gelaagd is en dat er lemige banden in voorkomen. De fluvio-eolische afzettingen worden vaak aangezien voor verspoelde dekzanden. De term verspoeld dekzand is enigszins misleidend. Het gaat namelijk niet om eolische zanden die later zijn verspoeld, maar eerder om fluviatiele zanden die later deels zijn opgestoven. Het Jonge Dekzand is afgezet tijdens het Laat-Weichselien (Laat-Glaciaal) in de vorm van langgerekte, vaak ZW-NO georiënteerde ruggen. Gelaagdheid is in het Jonge Dekzand meestal niet aanwezig, er komen geen leemlagen in voor en het betreffen vaak goed gesorteerde, eolisch afgezette zanden (beter gesorteerd dan het Oude Dekzand). Zowel het Oude als het Jonge Dekzand behoort tot de Formatie van Boxtel. Op deze manier ontstond een golvend landschap van ondiepe dalen en ruggen van enkele meters hoog. De exacte diepteligging van de top van het Pleistocene oppervlak is niet bekend, maar bevindt zich in het zuidwestelijke deel van de provincie Utrecht tussen 2,5 en 7 m -NAP.

Naar verwachting zal het dekzand buiten de geulen van de voormalige rivierlopen nog goed intact zijn. Ten zuiden van het gebied van de gemeente Nieuwegein lagen de voorlopers van de rivieren de Rijn en de Maas. Deze hadden destijds een vlechtend karakter, in de vorm van ondiepe, brede en snel verleggende geulen en er werd voornamelijk grofzandig en grindrijk sediment afgezet in de vorm van banken en terrassen. Aan het einde van het Weichselien, tijdens het Laat-Glaciaal (13.000 tot 10.150 jaar geleden) waren er perioden dat het minder koud was. Het landschap raakte geleidelijk bedekt met een aaneengesloten vegetatie. Hierdoor verminderde de sedimentaanvoer vanuit het achterland (stroomgebied van de Rijn en Maas). Ook de waterafvoer werd regelmatiger. Hierdoor begonnen de Rijn en de Maas zich in te snijden en veranderd zijn geulpatroon van vlechtend naar meanderend, waarbij de afvoer zich concentreerde in één centrale, diepere en meanderende geul. Tijdens overstromingen door hoogwater werd op het hoger gelegen Laagterras een vrij stugge, sterk zandige kleilaag afgezet en staat bekend als de Laag van Wijchen (Wijchen I). Door de stijging van de zeespiegel schuift de terrassenkruising, het overgangspunt waar stroomopwaarts de rivier zich insnijdt en stroomafwaarts aggradeert (ophoogt), naar het oosten op.

Rond het begin van het Atlanticum (7.000 jaar gelegen) lag de terrassenkruising niet ver ten oosten van Nieuwegein, op de lijn Houten-Culemborg-Zaltbommel. Tijdens jaarlijkse overstromingen werd vooral het zandige materiaal dicht bij de rivierbedding afgezet, in de vorm van hoog gelegen oeverwallen of stroomruggen, de zogenaamde stroomgordelafzettingen. Het fijnere materiaal (vooral klei) werd verder van de rivierloop afgezet als komafzettingen, daar waar het water rustiger stroomde (de lager gelegen komgebieden). Deze afzettingen van de Rijn behoren tot de Formatie van Echteld. Daar waar geen sediment van de Rijn werd afgezet vond veenvorming plaats, aangeduid als de Basisveenlaag en behorend tot de Formatie van Nieuwkoop. Als gevolg van de nog steeds snel stijgende zeespiegel, de snelle verticale accumulatie van sediment en de erosiebestendigheid van de oever (klei en veen) krijg kreeg de Rijn aan het einde van het Atlanticum en het begin van het Subboreaal (ca. 6.000 jaar geleden, zie bijlage 1) binnen het centrale deel van de Rijn-Maas delta een meer anastomoserend karakter, gekenmerkt door smalle, diepe riviergeulen die zich nauwelijks verleggen en onderling met elkaar verbonden zijn. Omdat de oeverwallen langs de rivier niet overal even hoog waren was het mogelijk dat bij hoogwater het water over de laagste delen van de oeverwal stroomde.

Door erosie werd een diepe geul (soms enkele meters diep) door de oeverwal uitgesleten, een zogenaamde crevassegeul.

Rapport 3005.003 versie 2

Pagina 9 van 40

Crevassegeulen gedragen zich als een miniatuur rivierbedding, waarbij in en langs de geulen sedimentatie plaatsvindt, in de vorm van crevasse-afzettingen (vroeger ook wel beschreven als oevergronden of natuurlijke overslaggronden). Crevasse-afzettingen zijn minder dik dan stroomgordelafzettingen, smaller, en meestal slechts over enkele honderden meters, tot hoogstens enkele kilometers te volgen. Hun lithologische opbouw is vaak bijzonder complex; op korte afstand is de lithologische variatie zeer groot. Crevassecomplexen zijn, in relatief zeldzame gevallen, uitgegroeid tot een rivierverlegging (avulsie) in de tijd voordat de bedijking van de grote rivieren plaatsvond. Rond 4.000 jaar geleden begint de snelheid van de zeespiegelstijging af te nemen en ontstond er een gesloten kustlijn. De gevormde kustbarrière zorgde voor het ontstaan van een rustig en nat milieu landinwaarts. De Rijn krijgt tevens weer een meanderend karakter. Tussen de rivieren vond weer veel veenvorming plaats in de vorm van bos- en broekveen behorend tot het Hollandveen Laagpakket van de Formatie van Nieuwkoop. Ook oeverwaldoorbraken (crevasses) vonden nog steeds plaats, echter in mindere mate in vergelijking tot de voorgaande periode, waarbij de Rijn een anastomoserend karakter had. De vorming van crevasses werd destijds vooral beïnvloed door de getijdewerking vanuit zee op de rivierwaterstand.

Bij vloed wordt het rivierwater opgestuwd in stroomopwaartse richting, waardoor bij hoogwater oeverwaldoorbraken in oostelijke richting plaatsvonden. Door de stijgende zeespiegel wordt de Rijn-Maas delta verder opgevuld met sediment en raakten de flanken van de rivierduinen, of vaak de gehele rivierduin, bedekt met veen of rivierafzettingen (zand en klei). De rivierduinen zijn echter voor lange tijd gunstige bewoningslocaties gebleven, en door bedekking met jonger sediment en veen zijn resten hiervan vaak goed bewaard gebleven. Na de bedijking (vanaf 1200 na Chr.) zijn als gevolg van dijkdoorbraken, door de kracht van het overstromende water, vele uitkolkingsgaten gevormd. Deze worden ook wel aangeduid als wiel of waai. Het materiaal dat ter plaatse van het wiel werd geërodeerd, werd als een waaier aan de stroomafwaartse zijde afgezet (overslagen). Geologische-geomorfologische kaart van de Rijn-Maas delta, Zandbanenkaart en geomorfogenetische kaart van de gemeente Vianen Volgens zowel de digitale geologische-geomorfologische kaart van de Rijn-Maas delta (2012) (zie figuur 13) als de landschappelijke eenhedenkaart van de gemeente Nieuwegein (zie figuur 14) ligt de zuidelijke helft van de Doorslagzone binnen de begrenzing van de meander/stroomgordel van Wiersch, en maakte deel uit van het Benschop-systeem.

Deze meandergordel/stroomgordel was actief tussen omstreeks 5713-5670 en 4704-4615 voor Chr. (Laat-Mesolithicum/Vroeg-Neolithicum), waarvan de top van het gesedimenteerde beddingzand zich bevindt op een diepte tussen circa 2,5 tot 15 4 meter onder het huidige maaiveld. Voor de zuidelijke helft van de Doorslagzone is de verwachting dat de oorspronkelijke top van de dekzandafzettingen zijn geërodeerd, waardoor er binnen dit deel van het plangebied geen archeologische verwachting meer zal gelden voor resten uit de perioden vóór het Laat-Mesolithicum. De verplaatsende meandergeulen binnen omvangrijke stroomgordels reiken in het centrale en oostelijke deel van de Rijn/Maasdelta in gevallen tot in de Pleistocene dekzandafzettingen dan wel de vlechtende rivierterrasafzettingen. Waarschijnlijk liggen de noordelijke helft van de Doorslagzone en de HN locatie op de naastgelegen oeverwalzone (noordelijk gelegen oeverwal ten opzichte van de oost-west georiënteerde stroomgordel/meandergordel).

15

Kloosterman et al., 2011

Rapport 3005.003 versie 2

Pagina 10 van 40

Het plangebied zal tijdens de perioden van het Laat-Mesolithicum en waarschijnlijk het gehele Neolithicum een gunstige ligging hebben gehad als bewoningslocatie binnen een oeverwal/kronkelwaard. Na de actieve fase van de meander/stroomgordel van Wiersch bleven de hoger gelegen stroomrug en oeverwallen nog voor langere tijd relatief hooggelegen terreindelen in het landschap en daarmee gunstige condities vormde voor bewoning. Waarschijnlijk aan het begin van de Bronstijd kreeg het plangebied, met de continuering van de opvulling van de Rijn-Maas delta, geleidelijk aan een ligging binnen een relatief laaggelegen en daarmee nat en drassig komgebied, waarbij komklei sedimenteerde tijdens perioden van hoogwater. Het plangebied behield deze ongunstige ligging als bewoningslocatie totdat het gebied werd ingepolderd tussen 1050 en 1060 na Chr. Op grond van de cultuurhistorische waardenkaart Middeleeuwen - Nieuwe tijd van de gemeente Nieuwegein (zie figuur 4) is er geen aanleiding om restanten van historische bebouwing (muurwerk/funderingsresten) binnen het plangebied te verwachten. 16

DINO Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. 17

In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd. Hieruit blijkt dat de ondergrond tot een diepte van circa 6,5 m -mv bestaat uit een afwisseling van (siltige) klei en (kleiig) veen. Alle klastische afzettingen behoren tot de formatie van Echteld. De veenlagen behoren in principe tot de Formatie van Nieuwkoop. Hieronder liggen zeer fijne zanden en betreft Pleistoceen dekzand dat behoort tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. De boringen laten geen zandige kleilagen of matig fijn tot matig grove zandlagen zien die zouden kunnen zijn gesedimenteerd tijdens de actieve fase van de meander/stroomgordel van Wiersch (oeverwal-/beddingafzettingen). Er dient wel vermeld te worden dat de opbouw van de ondergrond op relatief korte afstand kan verschillend door de verschillende meandergordels die het onderzoeksgebied doorkruisen. De bestudeerde boringen liggen dan ook waarschijnlijk buiten de zone van de meander/stroomgordel van Wiersch. Geomorfologie Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Nieuwegein bevindt, is de geomorfologie niet gekarteerd (zie figuur 15). Het plangebied ligt tevens op grote afstand van gebieden die wel gekarteerd zijn.

Op basis van de hierboven besproken paleogeografische ontwikkeling zal het plangebied landschappelijk gezien meest waarschijnlijk een ligging hebben binnen een rivierkomvlakte (1M23), dat geleidelijk aan ontstaan zal zijn vanaf het begin van de Bronstijd, toen het plangebied een ligging kreeg binnen een relatief laaggelegen/nat en drassig komgebied.

16 17

www.dinoloket.nl DINO boornummers B38F1548, B38F1550 en B38F1633

Rapport 3005.003 versie 2

Pagina 11 van 40

18

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Het oorspronkelijke hoogtebeeld wordt sterk vertroebeld vanwege de aanwezige bebouwing (bebouwde kom) van Nieuwegein (zie figuur 16). Daarnaast dient ook rekening te worden gehouden dat terreindelen kunstmatig zijn opgehoogd dan wel zijn afgegraven (afhankelijk van de gebruiksbestemming). De ligging van de meander/stroomgordel van Wiersch is niet op te maken uit het hoogtebeeld. Verder ten noorden van het plangebied (meer dan 500 meter) ligt wel een hoger gelegen gebied waar het jongere Lintschoten riviersysteem ligt. Bodemkunde Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Nieuwegein bevindt, is de bodemopbouw niet gekarteerd (zie figuur 15). Direct ten zuiden en oosten van het plangebied komen kalkloze poldervaaggronden voor, bestaande uit zware klei (Rn44C), zie figuur 17). Ter plaatse van het plangebied wordt dit oorspronkelijke bodemprofiel ook verwacht. Dit natuurlijk bodemprofiel wordt verwacht in de top van een relatief dik pakket afdekkende komafzettingen, waarvoor geldt dat de verwachting laag is hierin archeologische resten en/of sporen aan te zullen treffen.

Bij een vaaggrond heeft (nog) weinig of geen bodemvorming plaatsgevonden. Deze gronden zijn wel geheel gerijpt. Bij poldervaaggronden bestaat het bodemprofiel meestal uit een dunne A-horizont (humeuze toplaag) met direct daaronder de C-horizont (oorspronkelijk moedermateriaal) waar gleyverschijnselen (roestvlekken) ondieper dan 50 cm -mv in voorkomen. De kalkloosheid is een aanwijzing dat er komafzettingen (zware klei) aan het maaiveld liggen. Komkleien zijn over het algemeen al synsedimentair ontkalkt (wegspoelen van kalk tijdens afzetting en periode daarna, omdat komgebied na overstromingen nog voor langere tijd onder water stonden). Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Tabel IV geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog.

Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen.

18

www.ahn.nl

Rapport 3005.003 versie 2

Pagina 12 van 40

19

Tabel IV.

Grondwatertrappenindeling

Grondwatertrap

I

II'

III'

IV

V'

VI

VII"

VIII

GHG (cm mv)

-

<40

<40

>40

<40

40-80

>80

> 140

GLG (cm mv)

<50

50-80

80-120

80-120

>120

>120

>120

-

') Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden ") Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld

Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI, VII en VIII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Tevens is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten, hoe beter de ontwatering hoe slechter de conservering. De kalkloze poldervaaggronden in de omgeving en waarschijnlijk ook ter plaatse van het plangebied hebben een grondwatertrap III. Dit zal voornamelijk gelden voor de perioden vanaf de Bronstijd, toen het plangebied een ligging binnen een relatief laaggelegen en daarmee nat en drassig komgebied kreeg, tot het moment dat het gebied ontgonnen e werd en binnendijks kwam te liggen (11 eeuw). Vanaf dat moment werden de grondwaterstanden (steeds beter) gereguleerd. 3.7

Archeologische waarden

Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 18. Tevens zijn in de figuur de indicatieve archeologische waarde en de in ARCHIS geregistreerde AMKterreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 1 kilometer weergegeven. 20

Archeologische beleidskaart Gemeente Nieuwegein Sinds 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg van kracht (WAMZ). Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De Archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures.

19 20

Locher & Bakker, 1990 Kloosterman et al., 2011

Rapport 3005.003 versie 2

Pagina 13 van 40

Volgens de archeologische verwachtingskaart Prehistorie - Romeinse tijd van de gemeente Nieuwegein ligt de zuidelijke helft van de Doorslagzone, gelegen binnen de begrenzing van de meander/stroomgordel van Wiersch, binnen een gebied met een middelhoge verwachting voor de periode van Laat Mesolithicum - Midden Neolithicum (zie figuur 19). De noordelijke helft van de Doorslagzone, binnen de naastgelegen oeverwalzone, liggen binnen een gebied aangeduid met een onbekende verwachting voor de periode van Paleolithicum - Midden Neolithicum. De oeverwalzone zal waarschijnlijk ook een geschikte bewoningslocatie zijn geweest, dus voor deze paleolandschappelijke ligging geldt ook een middelhoge verwachting voor de periode van Laat Mesolithicum - Midden Neolithicum. Tevens wordt aangegeven dat de Doorslagzone binnen een opgehoogd terrein ligt, verwacht wordt dat dit ophogingspakket circa 1 tot 1,5 meter dik is. De archeologische verwachtingskaart Middeleeuwen – Nieuwe tijd van de gemeente Nieuwegein geeft aan dat het gehele plangebied binnen een gebied met een lage archeologische verwachting ligt voor de periode van Middeleeuwen Nieuwe tijd (zie figuur 20). De weg die aangrenzend van de zuidoostzijde van het plangebied direct langs het kanaal van de Doorslag heeft gelopen, wordt aangegeven als een cultuurhistorisch element.

Op basis van deze twee archeologische verwachtingskaarten is er een archeologische beleidsadvieskaart opgesteld. Volgens deze kaart ligt de zuidelijke helft van de Doorslagzone in een Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied categorie 4 (zie figuur 21). In deze gebieden dient bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening, bij een onderzoekslocatie groter dan 2.500 m² en bodemingrepen dieper dan 300 cm -mv, vroegtijdig een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De noordelijke helft van de Doorslagzone en de HN locatie liggen in een Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied categorie 6. In deze gebieden dient bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening, bij een onderzoekslocatie groter dan 10.000 m² en bodemingrepen dieper dan 150 cm -mv, vroegtijdig een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van de oppervlakte geldt dat voor het gehele plangebied een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. 21

Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Utrecht De Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Utrecht geeft inzicht in de archeologische, historisch-stedenbouwkundige en de historisch-geografische waarden van de regio. Het raadplegen van de CHW heeft voor het plangebied geen aanvullende gegevens opgeleverd. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Binnen het plangebied liggen geen AMK-terreinen. Binnen het onderzoeksgebied liggen drie AMKterreinen (zie tabel V en figuur 18). Tabel V.

Overzicht AMK terreinen

AMK nr.

Situering t.o.v. plangebied

Datering

Waarde en omschrijving

11.507

650 meter ten zuiden

Middeleeuwen laat Nieuwe tijd

Toponiem: 'S Gravenhoutse Weg; Oudegein Complex: Borg/stins/versterkt huis Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Betreft een terrein met sporen van een versterkt huis. In de kelders van het huidige (land)huis bevinden zich de fundamenten van de oorspronkelijke woontoren. Deze was rechthoekig en 11.5 x 9.5 meter. Er zijn twee voorter-

21

https://webkaart.provincie-utrecht.nl/viewer/app/Webkaart?bookmark=beefb2b38f7643d3a659e8bbfeff6f41

Rapport 3005.003 versie 2

Pagina 14 van 40

reinen. Het Middeleeuwse ligt ten oosten van het hoofdgebouw en is nu e niet bebouwd. Het 17 -eeuwse ligt aan de zuidzijde. Daar staat de oorspronkelijke boerderij nog. De woontoren is waarschijnlijk rond 1200 gebouwd. In 1633 werd er aan de oostzijde een bouwdeel aan toegevoegd, waardoor het meer een landhuis werd. 924

1.000 meter ten noorden

IJzertijd laat, Middeleeuwen - Romeinse tijd, Middeleeuwen

Toponiem: Jutphaas; 'T Kerkveld Complex: Nederzetting, Kerk Waarde: Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd Het betreft een terrein waarin overblijfselen van een vroegmiddeleeuwse kerk, datering: 9e eeuw Zichtbare verhoging (mogelijk terp), die vroeger e e omgracht was. Hierop heeft een tufstenen kerk gestaan ( 12 -19 eeuw). In 2003 is een kruisraai over de heuvel uitgeboord. Door het gebruik als begraafplaats, hetgeen beperkingen ten aanzien van het boren met zich meebracht, moesten de plannen op onderdelen worden aangepast. De uitkomsten van dit onderzoek geven aan dat dit gedeelte van de Jutphase stroomrug bewoond is geraakt omstreeks het begin van de jaartelling. De bewoning moet een intensief karakter hebben gehad. Gedurende de gehele periode dat hier een kerk stond, zal het omliggende terrein zijn gebruikt als begraafplaats. Uit de boringen werd een aantal aardewerkscherven verzamelduit de Late IJzertijd/ Romeinse tijd. In het kader van het AMRproject is het monument op 16 juni 2003 bezocht. Voor nadere informatie zie Livelink en/of dossier. Er heeft een administratieve verkleining plaatsgevonden op dit monument, omdat een klein deel van het monument op een huizenblok lag. Dit heeft verder geen gevolgen voor de waardering van het monument. Op dit moment staat er nog een restant van een bakstenen toren van een opvolger daarvan.

Een deel van de verhoging is in gebruik als begraafplaats. Midden bovenop liggen moderne graven. Deze reiken tot ca. 2,20 meter diep. Bij het aanleggen daarvan zijn fundamenten weggebroken. Aan de oostzijde liggen oudere graven, van in het verleden belangrijke families (Malapert, van Plettenburg e.a.). De westzijde is intact. Verder ligt op het terrein het noordelijke uiteinde van een inheems Romeinse nederzetting die bij nieuwbouw grotendeels is vernietigd. Het is niet duidelijk of de inheems Romeinse nederzetting aan de kerkterp te relateren is. Bij het aanleggen van graven zou vroegmiddeleeuws en Romeins aardewerk en een munt uit de negende eeuw tevoorschijn zijn gekomen. Dit terrein ligt op de Jutphase Stroomrug. Door het gebruik als begraafplaats lijkt het terrein redelijk verstoord, hoewel de mate van verstoring niet echt bekend is. De archeologische en landschappelijke context zijn, door nieuwbouwwerkzaamheden, nauwelijks intact. Het terrein zelf is behoorlijk zeldzaam. Beheersadvies: Huidig gebruik handhaven. Geen verdere bebouwing. Zo minmogelijk nieuwe graven aanleggen. Nieuw aan te leggen graven niet dieper maken dan de al bestaande. In1955 is bij het delven van een graf een steengoedkannetje (15e eeuw) en een tufstenen doodskist gevonden (datering Vroege-Middeleeuwen) In 1976 zijn bij graafwerkzaamheden fragmenten aardewerk aangetroffen.

2.952

1.000 meter ten oosten

Nieuwe tijd

Toponiem: Plettenburg; Zeelandhaven Complex: Borg/stins/versterkt huis Waarde: Terrein van archeologische waarde Betreft een terrein met sporen van een landhuis en de bijbehorende boerderij. Raap heeft hier in 1990 geboord en daarbij nauwelijks of geen antropogene sporen waargenomen. Helaas kon door de terreinomstandighedengeen weerstandsonderzoek gedaan worden. De werkgroep Nieuwegein heeft op de plek van de boerderij materiaal uit de 16e/17e eeuw en later gevonden. Het huis is in de loop van de 16e eeuw gebouwd en werd eind 19e eeuw gesloopt. 1990: RAAP 43, cat.nr. 69 (booronderzoek). Dit terrein is hernummerd. Voorheen 38F-018. Dit terrein stond tot 11/12/2006 geregistreerd als "terrein van archeologische betekenis". Op basis van de aangetroffen fundering (zie waarneming 34664) is het terrein opgewaardeerd tot "terrein van archeologische waarde". De "archeologische waarde" is toegekend op basis van de vastgestelde mate van verstoring.

Rapport 3005.003 versie 2

Pagina 15 van 40

In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal acht archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om zeven bureau- en/of booronderzoeken (prospectief onderzoek) en een proefsleuvenonderzoek (zie tabel VI en figuur 18). Deze onderzoeken hebben tot op heden niet geresulteerd in het aantreffen van archeologische waarden (resten en/of sporen) binnen dan wel in de directe omgeving van het plangebied, ook niet in de top van de afzettingen behorend tot de stroomgordel van Wiersch. Recentelijk is er op een afstand van circa 1,5 kilometer ten oosten van het plangebied tijdens een opgraving wel een grote Swifterbant vindplaats (Midden-Neolithicum) aangetroffen op de oeverwallen van de Wiersch stroomgordel en naastgelegen dekzandkoppen. De resultaten van het onderzoek zijn nog niet beschikbaar. Het geeft echter wel aan dat gebieden binnen de begrenzing van de Wiersch stroomgordel in plaats van een middelhoge verwachting eerder een hoge tot zeer hoge verwachting hebben op de aanwezigheid van archeologische resten, zeker uit de periode van het Laat-Neolithicum. Tabel VI.

Overzicht onderzoeksmeldingen

Zaakindentificatie (OMnummer)

Situering t.o.v. plangebied

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek

2403872100 (56521)

Aangrenzend ten zuidoosten van het plangebied, kade langs het kanaal van de Doorslag

Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Nieuwegein Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 18-03-2013 Resultaat: Bureauonderzoek in het kader van de kadewerken langs de Doorslagkade Oost te Nieuwegein. Geadviseerd is indien er ontgravingen langs de Doorslag kade Oost plaatsvinden, in het kader van de kadeverbetering, een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. - In het zuidelijk deel (rondom het Gein) heeft al een Inventariserend veldonderzoek met boringen plaatsgevonden en is op basis daarvan een proefsleuven onderzoek aanbevolen. - Voor de rest van het plangebied geldt dat de eerst volgende stap een archeologisch booronderzoek is (verkennend en/of karterend). Indien er geen graafwerkzaamheden plaatsvinden is het plangebied voldoende onderzocht.

2240932100 (34627)

Vrijwel aangrenzend ten zuidoosten van het plangebied, ter plaatse van het kanaal van de Doorslag

Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Bureauonderzoek Waterbodem Slotgracht Nieuwegein Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 15-04-2009 Resultaat: Betreft een Maritiem Bureauonderzoek: Op basis van de verzamelde historische, aardwetenschappelijke en archeologische gegevens kan het volgende archeologische verwachting worden opgesteld: De gracht om het slot en de voorburcht heen, alsmede de tocht richting de Hollandse IJssel, bestaan in ieder geval vanaf het begin van de 13e eeuw, en waarschijnlijk iets eerder. Het lijkt erop dat de indeling van dit geheel niet ingrijpend is veranderd vanaf de LateMiddeleeuwen. Gezien de activiteiten die op het terrein hebben plaatsgevonden, kunnen archeologische resten van categorie 1 t/m 3 (tabel 2) zich in de gracht bevinden. Recent archeologisch onderzoek naar vergelijkbare sites hebben vondsten uit categorie 2 en 3 aan het licht gebracht. In Vleuten zijn de inmiddels gedempte slotgrachten van het “Huis te Vleuten” in 2004 opgegraven. De grachten behoorden aan een vergelijkbare laatmiddeleeuwse kasteel, die aan het begin van de 13e eeuw wordt gedateerd en op de grens van een oude stroomgordel is gesitueerd. In deze grachten is afval aangetroffen die van 1350 tot ca 1800 is gedateerd. Het betreft metaalvondsten, aardewerk, hout en glas (categorie 2). Ook zijn restanten van drie bruggen en van vier beschoeiingen aangetroffen.

Deze zijn te dateren in verschillende fasen tussen 1325 en 1900. Bij het uitgraven van de gracht van slot ‘s-Heeraardsberg in Bergambacht in 2007 zijn veel puinresten aangetroffen, die bij de sloop van het slot rond 1575 in de gracht terecht zijn gekomen (categorie 2). Aan de randen van de slotgracht is een bakstenen keermuur daterend uit de 14e-15e eeuw aangetroffen (categorie 3). In de slotgracht kunnen zich tevens restanten van vaartuigen (categorie 1) bevinden, zoals die zijn aangetroffen bij Teylingen (Zuid-Holland). De verwachting voor scheepvaartgerelateerde vondsten is extra hoog, gezien de verbinding met de Hollandse IJssel. Het intensieve gebruik van dit terrein in de loop der eeuwen gekoppeld aan het feit dat de locatie in de tussentijd waarschijnlijk weinig is verstoord maakt dat dit deel van het plangebied een middelhoge tot hoge verwachting heeft voor archeologische resten van categorie 1 t/m 3 vanaf de Late-Middeleeuwen. De onduidelijk functie en

Rapport 3005.003 versie 2

Pagina 16 van 40

datering van de gracht aan de zuidkant van het plangebied, maakt dat dit een lage tot middelhoge verwachting heeft voor archeologische resten van categorie 1 t/m 3 vanaf de Late-Middeleeuwen of Nieuwe tijd. De mogelijke aanwezigheid van oeverafzettingen van de Wiersch stroomgordel die in het plangebied liggen, maakt dat er een middelhoge verwachting voor archeologische resten uit het Vroeg en Midden- Neolithicum in categorie 5, conform de IKAW. Deze liggen echter op een zodanige diepte dat ze hoogstwaarschijnlijk niet verstoord zullen worden. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek is het volgende geadviseerd: A. Aangezien het plangebied een hoge kans heeft voor het aantreffen van scheepvaartgerelateerde vondsten (categorie 1) en infrastructurele ingrepen (categorie 2) vanaf de Late-Middeleeuwen, adviseren we de uitvoerder en/of toezichthouder tijdens het baggerwerk te instrueren op de mogelijkheid van archeologische vondsten. Op het moment dat houten planken of balken worden aangetroffen, dienen de werkzaamheden ter plaatse te worden afgebroken. Ook wanneer op een baggerobstakel wordt gestuit, waarvan de aard onduidelijk is, moeten de werkzaamheden worden stilgelegd. Vervolgens zal een archeoloog ingeschakeld moeten worden om de situatie ter plaatse in te schatten. Het is aan te bevelen op voorhand afspraken te maken met een archeologisch bureau.

Door een archeoloog standby te hebben kan in geval van een vondst vlot gehandeld worden. Het betreft hier passieve archeologische begeleiding. B. Voor wat betreft de depositievondsten (categorie 2) die zich in de baggerspecie kunnen bevinden, wordt een actieve archeologische begeleiding geadviseerd. Op het moment dat de baggerspecie uit het water wordt gehaald, moet ruimte worden gecreëerd voor een archeoloog om de specie visueel te inspecteren en te onderzoeken met een metaaldetector. Ten behoeve van de passieve en actieve archeologische begeleiding adviseren we conform de KNA Waterbodems een programma van eisen (PvE) op te stellen. In het PvE kunnen nadere afspraken omtrent de invulling van de begeleiding worden vastgelegd. 2459933100 (63671)

700 meter ten noorden

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Nieuwegein Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 21-10-2014 Resultaat: De resultaten van het onderzoek worden niet vermeld in ARCHIS.

2466615100 (64540)

700 meter ten noorden

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Nijv Nieuwegein Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 06-01-2015 Resultaat: De resultaten van het onderzoek worden niet vermeld in ARCHIS.

2409697100 (57274)

800 meter ten noorden

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Niwh Nieuwegein Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 21-06-2013 Resultaat: De bodem kent van boven naar beneden over het algemeen de volgende opbouw: opgebrachte grond, voormalige bouwvoor, (intacte) oever- op beddingafzettingen van de Jutphaas stroomgordel. Geomorfologisch ligt het grootste deel van plangebied in de kronkelwaard (oever- op beddingafzettingen) in de binnenbocht van de Jutphaas stroomgordel. In het (zuid)oosten van het plangebied ligt de overgang naar de kom (oever- op komafzettingen). Op ten minste twee locaties (boringen 108 en 118) is een restgeul van de Jutphaas stroomgordel aangetroffen. In acht boringen zijn archeologische indicatoren aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van twee afzonderlijke vindplaatsen (nederzettingsterreinen) in deelgebied II en VI. Op basis van het aangetroffen materiaal en de stratigrafische ligging zijn er aanwijzingen voor twee vindplaatsen uit de (Late) IJzertijd - Romeinse tijd (gemiddelde diepte ca. 0,9 m -mv) en één oudere vindplaats, waarschijnlijk uit de Bronstijd - IJzertijd aangetroffen op > 1,2 m -mv. Op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek wordt verwacht dat de voorgenomen werkzaamheden de archeologische vindplaatsen in het plangebied zullen verstoren.

Er wordt daarom aanbevolen beschermende maatregelen te nemen ten aan zien van de archeologie. Deze maatregelen kunnen bestaan, vanuit het beleid van streven naar behoud van archeologische waarden in situ, uit het voorkomen van bodemingrepen tot in de archeologische relevante niveaus waarin de archeologische vindplaatsen zijn aangetroffen, conform gemeentelijk beleid. Concreter gezegd: planaanpassing heeft de voorkeur boven archeologisch onderzoek. De maximale verstoringdiepte ter hoogte van de archeologische zone bedraagt derhalve: Vindplaats deelgebied II: 0,6 m -mv Vindplaats deelgebied VI: 0,4 m -mv Indien de maatregelen niet mogelijk zijn en er ingrepen plaatsvinden die dieper reiken dan de hierboven genoemde maximale verstoringsdiepte, dan wordt aanbevolen voorafgaand aan de werkzaamheden nader archeologisch onderzoek uit

Rapport 3005.003 versie 2

Pagina 17 van 40

te laten voeren in deelgebied II en VI, met als doel nader inzicht te krijgen in de aard, datering en kwaliteit van de archeologische zone. Dit om tot een waardenstelling te komen en daarmee de behoudenswaardigheid van de vindplaatsen definitief vast te stellen. Dit onderzoek vindt idealiter plaats in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) met een mogelijke doorstart naar een archeologische opgraving. Voor de overige deelgebieden (I, III t/m V en VII t/m IX) geldt dat op basis van de resultaten van dit onderzoek wordt verwacht dat de voorgenomen werkzaamheden vermoedelijk geen archeologische waarden in het plangebied zullen verstoren. De beoogde bodemingrepen kunnen hier zonder verdere beperkingen ten aanzien van de archeologie worden uitgevoerd. Er wordt geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. 2421927100 (58840)

800 meter ten noorden

Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek, op basis van de resultaten van het eerder uitgevoerde bureau- en booronderzoek (zie Zaakindentificatie (OM-nummer 2409697100 (57274)) Toponiem: Niwh4 Nieuwegein Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 28-10-2013 Resultaat: De resultaten van het onderzoek worden niet vermeld in ARCHIS.

2282518100 (40399)

850 meter ten noordwesten

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Nieuwegein Uitvoerder: Archeopro Datum: 21-04-2010 Resultaat: Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied een middelhoge archeologische verwachting voor archeologische resten daterend uit het Neolithicum, de Bronstijd, de IJzertijd en de Romeinse tijd. Voor resten uit de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd geldt een lage verwachting. Binnen het plangebied zijn negen boringen gezet met behulp van een guts. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de bodem binnen het plangebied tot ongeveer een halve meter diepte uit recent opgebracht materiaal bestaat. Het gaat hier om een uit zandige klei bestaande laag tuinaarde die is opgebracht ten behoeve van de aanleg van tuinen en plantsoenen. Onder deze tuinlaag is een dik pakket klei aangetroffen dat geleidelijk is afgezet. Het betreft komklei die naar beneden toe overgaat in slappe, ongeoxideerde klei met zandlaagjes. Deze klei gaat via zand dat door kleilaagjes wordt onderbroken, over in grijs, matig grof zand. In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Vegetatielagen die samen kunnen hangen met bewoningslagen, ontbreken eveneens volledig.

Gezien de ligging van het plangebied in een komkleigebied en het volledig ontbreken van archeologische indicatoren, geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden.

2251219100 (36200)

950 meter ten zuidoosten

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Vreeswijksestraatweg 10 Nieuwegein Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 09-09-2009 Resultaat: Tijdens het veldonderzoek zijn geen indicatoren aangetroffen die wijzen op archeologische sporen in de bodem. Er is vastgesteld dat de komafzettingen tot 1 m -mv verstoord zijn. In de oeverafzettingen zijn rietresten aangetroffen, wat wijst op moerassige omstandigheden. Geadviseerd is om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. .

Vondsten en/of grondsporen binnen het onderzoeksgebied In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondsten en grondsporen geregistreerd. Binnen het plangebied staat 1 vondstnummer geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan 39 vondstnummers geregistreerd (zie tabel VII en figuur 18). Dit laat zien dat er in de omgeving van het plangebied wel diverse losse waarnemingen zijn gedaan van aangetroffen vondstmateriaal. Het betreft echter veelal eind laatmiddeleeuws en Nieuwe tijd materiaal, dat waarschijnlijk met het ophogen van het gebied, ten behoeve van de stedelijke ontwikkelingen, van elders is aangevoerd (geen duidelijke aanwijzingen dat het om in situ liggende resten gaat). Er is in de omgeving van het plangebied tot op heden geen laatneolithisch vondstmateriaal aangetroffen in afzettingen die gesedimenteerd zijn tijdens de actieve fase van de Wiersch stroomgordel.

Rapport 3005.003 versie 2

Pagina 18 van 40

Tabel VII.

Overzicht ARCHIS-vondsten

Vondstnummer (Waarnemingsnr.)

Locatie t.o.v. plangebied

Datering

3127404100 (34618)

Binnen het centraal noordelijke deel van de Doorslagzone

Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd: steengoed, roodbakkend geglazuurd aardewerk en handgevormd aardewerk. Complextype: complextype niet te bepalen. Modern aardewerk; steengoed; glaswerk en volksaardewerk. Gevonden aan de IJsselsteinseweg ter hoogte van de Standertmolen te Nieuwegein, waar een nieuwe riool werd ingegraven laag boven vo. : zwarte grond ; laag van vo.: zand/gr.klei afgewisseld door lossig rietveen; de diepte was 2.00 m - maaiveld.

2894369100 (34432)

Vrijwel direct ten zuidwesten van de Doorslagzone

Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd: roodbakkend geglazuurd aardewerk, kleipijpen, tegels en bakstenen. Complextype: complextype niet te bepalen. Hamerslag houdt het e e op de periodes 17 -19 eeuw; volksaardewerk; pijpenkoppen; bakstenen en plavuizen wsch. zo'n 32 stuks. Hamerslag verwijst naar " Pijpelogie " 1975 van Friederich, F.H.W..en geeft als diepte aan ca. 1 m - maaiveld. Vondsten gedaan bij wegenaanleg S15 T18 halverwege IJsselsteinseweg." Hier hebben 2 huisjes gestaan, waarvan een foto in mijn archief; na afbraak heb ik er niets bijzonder gevonden..." aldus Hamerslag in zijn “Opmerkingen” waarvan kopie bijgevoegd.

2923625100 (39099)

250 meter ten zuidwesten

Romeinse tijd - Nieuwe tijd: gedraaid aardewerk, handgevormd aardewerk, steengoed, roodbakkend geglazuurd aardewerk, roodbakkend geglazuurde borden/schotels en kleipijpen. Complextype: complextype niet te bepalen. Vindplaats no.52 en de vondsten zijn gedaan in polder Nedereind aan de Provincialeweg.

3170797100 (47506)

350 meter ten noordwesten

IJzertijd - Nieuwe tijd: objecten, botmateriaal, handgevormd aardewerk, terra nigra, staven en gedraaid aardewerk. Complextype: complextype niet te bepalen. Vondsten niet volledig ingevoerd, omdat ingevoerd is vanaf kopie. Naar aanleiding van grondwerkzaamheden aan de Claylaan (gedeeltelijk Mondriaanlaan): hoek Claylaan, Mende da Costalaan en de Mondriaanlaan. In verband met aanleg aansluitingen stadsverwarming. Het terrein ligt net ten oosten van het Kerkveld te Jutphaas, waar vondsten uit IJzertijd en inheems Romeinse tijd zijn gedaan. Zelfde soort grond als op het Kerkveld en het overige Nedereind, dus waarschijnlijk ook gelegen op de Houtense stroomrug. Vondsten: vooral inheems aardewerk en minder Romeins gedraaid aardewerk. Ook enkele scherven middeleeuws aardewerk. Daarnaast bot, nog niet determineerbaar ijzer en maalsteen van basaltlava.

2894669100 (34492)

400 meter ten zuidoosten

IJzertijd - Nieuwe tijd: afval, maalstenen, terra sigillata, steengoed en roodbakkend geglazuurd aardewerk. Complextype: complextype niet te bepalen. Hamerslag noemt als periode Voor-Romeins en de materialen ca 2e eeuw [ naar datering van Tent ] ; romeins-t.s.; volksaardewerk; schelpen; maalsteen en laat-steengoed. Hamerslag refereert naar eigen art. in Westerheem , zie lit. en geeft als diepte aan ca. 75 cm maaiveld. De vondsten komen van nabij kasteel OudeGein , waar de S15 de Lange laan snijdt; t.s. is gevonden in grond van tracé S15 ; rest om en nabij Lange Laan. ".....ter plekke geweest ; ik heb tussen het grind halverwege de Langelaan een stuk terra sigillata gevonden en weggegooid bij het cunet van de S15. Het is waarschijnlijk hetzelfde stuk...." aldus Hamerslag in zijn “opmerkingen” waarvan kopie bijgevoegd.

2894425100 (34449)

600 meter ten zuiden

IJzertijd - Romeinse tijd: afval. Complextype: complextype niet te bepalen. Hamerslag noteert als periode IJzertijd/Romeins; grondmonsters; grondmonsters met tenenmonsters; tenenmonsters; hout [takken] en schelpen. Als diepte wordt aangegeven 60 80 cm - maaiveld. Gevonden ten oosten van Randwijk , in wegcunet A18 ; Laag boven vo. : roestige bruin/grijze klei, Laag van vo. : bruin/grijze klei. Laag onder vo. : kleiig veen, terwijl diepte 60 - 80 cm - maaiveld.

2905035100 (36107)

650 meter ten oosten

Romeinse tijd: munten. Complextype: complextype niet te bepalen. Gevonden voor 1929, vinder onbekend :1x denarius van Antonius geslagen in het oosten voor het 21 e legioen; denarius van Galba. Deze munt is mogelijk dezelfde als vermeld in de vondst van voor 1847 in Jutphaas krt.bld. 31HZ/253/36029.

3127429100 (34626)

650 meter ten zuidwesten

Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd: handgevormd aardewerk, steengoed en roodbakkend geglazuurd aardewerk. Complextype: complextype niet te bepalen Hamerslag noemt als periode : 14e - 18e eeuw ; volksaardewerk ; blauwgrijs;steengoed laat en stukje bot. nb.: bij de Randdijk houdt de invloed van 't Gein op, verder naar Jutphaas aan geen vroege vondsten meer. Deze vondsten gedaan op de hoek Randdijk/IJsselsteinseweg i.v.m. kabel-werkzaamheden .Laag boven vo. is bovengrond ca. 10 cm; laag van vo. is roest br./gr.klei en laag onder vo. is roest grijze klei, terwijl de diepte ca 60 cm is.

3127153100 (34495)

700 meter ten westen

IJzertijd - Romeinse tijd: fibulae, botmateriaal en handgevormd aardewerk. Complex-

Rapport 3005.003 versie 2

Pagina 19 van 40

type: complextype niet te bepalen. Hamerslag noemt als periode IJzertijd en Romeins; bronzen fibula [niet compleet]; IJzertijd fragm. bot [dier] en bodemmonster. Romeins aardewerk en ook weer bot [dier] en bodemmonsters. Deze vondsten zijn van een opgraving ROB [v. Tent]; in uitgeworpen grond 2x Romeinse scherven en niet kompleet fibula. Bij beëindiging opgraving vondst uitgegroeid tot ca. 700 stuks aardewerk. Laag boven vo : zand / bruine stroomruggrond, laag vondst: roestige grijze klei, laag onder vo: donkere blauwgrijze klei, diepte; tot 200 cm - maaiveld. Let op: deze vondsten komen uit de verplaatste stort van de opgraving. De opgraving ligt enkele honderden meters ten westen van deze waarneming en wordt beschreven onder waarneming 26542 (133.080/449.150). 3131357100 (36480)

700 meter ten zuidoosten

Bronstijd - Nieuwe tijd: spijkers, hooivorken, gedraaid aardewerk, speelgoed, sleutels, kogelpotten, Andenne aardewerk, geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk, grijsbakkend gedraaid aardewerk, Paffrath aardewerk, roodbakkend geglazuurd aardewerk, steengoed geglazuurd, paardentuig en kleipijpen. Complextype: complextype niet te bepalen. Gevonden in augustus en september 1973 bij het graven van het talud en de rioleringssleuven voor de nieuwe weg noord/zuid door polder Oudegein: 1] meerdere randwand- en bodemfragmenten blauwgrijs wo. kom met verdikte rand; aw. met besenstrich versiering; met geknepen stand- lob; kogelp. met besenstrich vers. en oor van kan etc.XIII-XV..2] meerdere randwand- en bodemfragmenten kogelpotten wo. met besenstrich versiering; standlob; XII - XIII..3] 3x fragmenten paffrath tw.: 1x rand en 2x wand XIIA - XIII. 4] meerdere randwand-en bodemfragmenten al dan geglazuurd waarvan ook is versierd o.a. reliëf. 5] 2x wandfragment pingsdorf XII - XIII..6] 2x fragment andenne,1 wand,1 bodem/wand wv. bodem ged. geglaz.XII-xIII..7] 1x wandfragment rood aw. middeleeuwen of later. 8] 3x wandfragment volksaardewerk wv 2 van buiten gedeeltelijk vuil groen geglazuurd wsch. XIV - XV. 9] 1x wandfragment jacobakan met horizontale richeltje XV.1 0] 1x knikker van gebakken klei.11] 1x ijzeren sleutel. 12] 1x ijzeren spijker.13] 2x hoefijzers.14] 1x pijpenkop met hielmerk BVM ca.

1780.

3156865100 (401866)

700 meter ten zuidoosten

Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd: gedraaid aardewerk en geglazuurde steengoed kannen. Complextype: complextype niet te bepalen. Inv.nr: 1973/11.111.11;Wegaanleg polder Oudegein, losse vondsten aug/nov 1973, Ooy 38F42. 11.1/11.2/11.3: 4 wandscherven, onversierd Pingsdorf(-achtig) 2 fragm.Andenne aardewerk 3 fragm.Paffrath aardewerk. 11.4/11.6: 39 fragm. Kogelpotaardewerk 12 wandscherven Vroeg Steengoed(-achtig). 11.5/11.7/11.8: 42 fragm.Blauwgrijs aardewerk 6 wandscherven steengoed, waarvan 1 met oorrest 5 wandscherven Rood aardewerk. 11.9: 3 wandscherven steengoed met zoutglazuur.

2895819100 (34669)

750 meter ten zuidwesten

Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd: roodbakkend geglazuurd aardewerk. Complextype: complextype niet te bepalen. Vondsten gemerkt en genummerd 8/1 t/m 8/6. en gevonden door werkzaamheden kabels en gaspijp ingegraven ca. 80 tot 100 cm -mv.

2905887100 (36235)

750 meter ten oosten

IJzertijd - Nieuwe tijd: munten. Complextype: complextype niet te bepalen. Plettenburg werd gevonden 1x bronzen munt van Hadrianus; bron van vermelding Arch. Instituut en beschreven in Algem. Kunst en Letterkunde 1847 [Documentatie Arch.Inst.].

2844650100 (26555)

800 meter ten noorden

IJzertijd - Romeinse tijd: handgevormd aardewerk. Complextype: complextype niet te bepalen. Volgens vondstenfiche AWN werden de vondsten gedaan op een bouwterrein(perceel) van Hulst, Wonkelbachplantsoen 29, Jutphaas. Als beschrijving wordt opgegeven: "aardewerk scherven Romeins en IJzertijd".Scherven zijn opgestuurd naar L.P. Louwe Kooijmans, vandaar naar het RMO.

2905538100 (36179)

800 meter ten noorden

Romeinse tijd - Vroege Middeleeuwen: handgevormd aardewerk en Uslarien aardewerk. Complextype: complextype niet te bepalen. 1968, gevonden door Grapendaal, W. tijdens bebouwen van terrein: 1] 1x randfragment inheemse pot van donkergrijs aardewerk type Von Uslar III, I - III. 2] fragmenten van inheems aardewerk. 3] wandfragmenten van wsch. Romeins aardewerk. 4] tweeledig oor van Romeinse kruik van gelig ruwwandig aardewerk.

2906120100 (36278)

800 meter ten noorden

Romeinse tijd - Vroege Middeleeuwen: terra nigra kommen/schalen. Complextype: complextype niet te bepalen. Datum vondst 1969; Doornbos, G. bij graafwerkzaamheden en gedetermineerd door Isings, C.: 1x randfragment terra nigra-achtige kom, wsch [?] Romeins III.

3064110100 (60071)

800 meter ten noorden

IJzertijd - Nieuwe tijd: gedraaid aardewerk, handgevormd aardewerk en gladwandige kruiken. Complextype: complextype niet te bepalen. Inv. nr: 1968/0.4-0.6;Bebouwing v.h. terrein in 1968, Ooy 38F1. 0.4: 6 fragmenten Inheems,handgevormd aardewerk. 0.5: 1 oorrest ROM. gladwandig aardewerk. 0.6: 2 wandscherven KAROL.(?) gedraaid aardewerk.

Rapport 3005.003 versie 2

Pagina 20 van 40

2906137100 (36280)

850 meter ten noorden

Neolithicum - Nieuwe tijd: weefgewichten, maalstenen en kook/voorraadpotten. Complextype: complextype niet te bepalen. Datum vondsten: 1967; Doornbos, G. bij graafwerkzaamheden en gedetermineerd door Tent, W.J. van en Ooyevaar, R.J.: 1x driehoekig weefgewicht van gebakken klei met gaten door de zijkanten van de drie hoeken {er moet een kaartje van bestaan}. 1x randfragment grote inheemse pot [??] , met organische verschraling. 1x fragment van een maalsteen van basaltlava.

2907482100 (36494)

850 meter ten zuidoosten

Vroege Middeleeuwen - Late Middeleeuwen: kogelpotten en Andenne aardewerk. Complextype: complextype niet te bepalen. Gevonden op 17 en 18 september 1977 en ondergebracht met invent. nr.: 146. 1] meerdere fragmenten Andenne aardewerk XII - XIII. 2] meerdere fragment kogelpot XII - XIII.

3063585100 (59896)

850 meter ten zuidoosten

Late Middeleeuwen: kogelpotten, Andenne kannen, Paffrath aardewerk en geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk. Complextype: complextype niet te bepalen. Inv. nr: 1977/9.14-9.17; Aanleg singel, in de wand, 17 en 18 sept. 1977, Ooy 38F42-146. 9.14: 24 fragm. van kannen 9.15: 7 wandscherven Pingsdorf en -achtig aardewerk 9.16: 11 wandscherven Paffrath en -achtig aardewerk 9.17: 49 scherven handgevormde lokale kogelpot.

2906112100 (36277)

900 meter ten noorden

Vroege Middeleeuwen - Late Middeleeuwen: geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk. Complextype: complextype niet te bepalen. Datum vondst 1967; vinder Doornbos, G. bij afgraven singel en gedetermineerd door Bruyn, A. :1x randfragment met oor van beschilderd Pingsdorf aardewerk XIIIA.

2895795100 (34664)

950 meter ten oosten

Romeinse tijd - Nieuwe tijd: tegels, dakpannen, bouwmateriaal en bakstenen. Complextype: complextype niet te bepalen. Opgemeten rood handvorm baksteen form. 22/10/4 cm; oranje dakpan en oranje plavuis ongeglazuurd en fundering en deze lag ca 60/70 - maaiveld. Door verplaatsen van 2 bomen kwam de fundering "boven water" van een oud huisje. Er werd niets meegenomen!

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=4f596ba4-968a-4eb2-8adb-72f3890e73ce