2021-363 Bijlage 4 BP Doorslagzone_Bijlagen toelichting.pdf
Tekst van het document
2021-363 Bijlage 4
bestemmingsplan Doorslagzone gemeente Nieuwegein vastgesteld NL.IMRO.0356.BPBI2021HER001- VA02 Bijlagen toelichting
bestemmingsplan Doorslagzone
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1
Verkeerskundig onderzoek Doorslagzone
3
Bijlage 2
Archeologisch onderzoek
28
Bijlage 3
Beknopte natuurtoets
123
Bijlage 4
Stikstofdepositie-onderzoek
140
Bijlage 5
Verkennend bodemonderzoek Doorslagzone
165
Bijlage 6
PFAS-onderzoek
239
Bijlage 7
Waterberging
270
Bijlage 8
Akoestisch onderzoek
272
Bijlage 9
Onderzoek windklimaat
331
Bijlage 10
Bezonningsstudie City
369
Bijlage 11
Bezonningsstudie Doorslagzone
414
Bijlage 12
M.e.r.-beoordeling
416
Bijlage 13
Participatie en communicatie
431
Bijlagen toelichting Bijlage 1 Verkeerskundig onderzoek Doorslagzone
3
Koopmans Projecten BV
Verkeerskundig onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
Koopmans Projecten BV
Verkeerskundig onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
Datum Kenmerk Eerste versie
www.goudappel.nl goudappel@goudappel.nl
17 januari 2021 008023.20201114.R1.02
Documentatiepagina
www.goudappel.nl
Opdrachtgever(s)
Koopmans Projecten BV
Titel rapport
Verkeerskundig onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
Kenmerk
008023.20201114.R1.02
Datum publicatie
17 januari 2021
Bron afbeelding voorpagina
Rijnboutt
Inhoud
www.goudappel.nl
Pagina
1
Inleiding
1
2
Duurzame mobiliteit
3
3 3.1 3.2 3.3
Parkeren Inleiding Programma Parkeernormenbeleid Nieuwegein
7 7 7 9
4 4.1 4.2
Verkeersgeneratie Inleiding Verkeersgeneratie per etmaal
13 13 13
5 5.1 5.2 5.3
Conclusie Parkeren Verkeersgeneratie Doorstroming
18 18 18 18
1 Inleiding
In het gebied tussen het Nieuwegeinse Stadhuis en de Stadsboulevard ligt de Doorslagzone. Deze ontwikkellocatie vormt de oostelijke entree naar het centrumgebied City Nieuwegein. Op deze locatie worden in 2021 452 appartementen en horeca gerealiseerd. Behalve huurwoningen in de vrije sector en koopwoningen worden er ook 94 sociale huurwoningen en 145 middenhuur appartementen gerealiseerd met een maximale huurprijs van € 991,-. Ook is er plek in het plan voor cafés of restaurants en is er veel ruimte voor groen opgenomen. De projectlocatie is weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1: Projectlocatie (ondergrond: Openstreetmap)
Toekomstige bewoners van de Doorslagzone kunnen hun auto parkeren in een nieuwe parkeergarage onder het project en een nog te bouwen parkeergarage bij het Sint Antoniusziekenhuis (P15). Ook komen er 27 elektrische deelauto’s in de parkeergarage Theater (P6). De visie op het gebied van parkeren voor de Doorslagzone is weergegeven in figuur 1.2.
www.goudappel.nl
Verkeerskundige onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
1
Figuur 1.2: Visie op het gebied van parkeren voor de Doorslagzone in Nieuwegein (ondergrond: Openstreetmap)
De ontwikkelende partij Koopmans Projecten B.V. is met de gemeente Nieuwegein in gesprek voor de bestemmingsplanprocedure. De gemeente heeft aangegeven graag een onderbouwing te ontvangen waarin wordt ingegaan op het parkeervraagstuk en de verkeersafwikkeling van de Doorslagzone. Koopmans Projecten B.V. heeft Goudappel Coffeng BV opdracht gegeven de verkeerskundige onderbouwing voor de bestemmingsplanprocedure aan te leveren.
www.goudappel.nl
Verkeerskundige onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
2
2 Duurzame mobiliteit
Koopmans Projecten B.V. heeft duurzaamheid hoog in het vaandel staan. Onderdeel daarvan is de ontwikkeling van een duurzaam mobiliteitsconcept voor de Doorslagzone. De mobiliteitsstrategie bedient de volgende doelen: ■ de mens centraal: bevorderen van sociale contacten en gezondheid; ■ realiseren van een aantrekkelijke openbare ruimte/verblijfsgebied; ■ bevorderen van duurzame mobiliteit; ■ aanbieden van goede verbindingen als voorwaarde voor een gezonde economie; ■ maakbaar en toekomstbestendig.
Figuur 2.1: Mobiliteitsstrategie
Verdichting van het stedelijk netwerk levert extra verkeersbewegingen op de bestaande infrastructuur op. Vanuit bereikbaarheids-, leefbaarheids- en gezondheidsdoelstellingen is het wenselijk de automobiliteit in stedelijk gebied zoveel mogelijk te beperken.
www.goudappel.nl
Verkeerskundige onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
3
Uitlaatgassen en geluid zetten de leefbaarheid onder druk. Ook vanuit de kwaliteit van de openbare ruimte is het gewenst kritisch te kijken naar autobezit en -gebruik: auto’s hebben namelijk veel meer ruimte nodig dan openbaar vervoer, fietsers en voetgangers (zie figuur 2.2). Juist in hoogstedelijk gebied is er behoefte aan openbaar groen en een prettig vormgegeven openbare ruimte. Daarom is het van belang kritisch te kijken naar autobezit en -gebruik.
Figuur 2.2: Ruimtegebruik mobiliteit per persoon
Zonder investeringen in duurzame mobiliteit ontstaat een steeds grotere vraag naar ruimte voor auto-infrastructuur in de toekomst (zie figuur 2.3) als gevolg van de ruimtelijke ontwikkelingen. Aangezien de ruimte schaar is, zeker in de Randstad, wordt het steeds lastiger om daar invulling aan te geven. Ook daarom is het nodig om alternatieve mobiliteit te stimuleren (zie figuur 2.4). Met het plan Doorslagzone van Koopmans Projecten B.V. wordt hier actief op ingezet. De Doorslagzone ligt binnen hoogstedelijk gebied en dat is gunstig voor de toekomstige bewoners: veel winkels en voorzieningen liggen namelijk op loopafstand van het plangebied en dat biedt alleen daarom al mogelijkheden voor het bevorderen van een actieve mobiliteit. Dat is gezond en goed voor de leefbaarheid van bestaande en nieuwe inwoners. Daarnaast is er sprake van een zeer goede bereikbaarheid per openbaar vervoer: de tramhalte Merwestein met frequente regionale verbindingen ligt op loopafstand van de Doorslagzone (circa 300 meter lopen). Ook het tram- en busstation Nieuwegein Stadscentrum is te voet goed bereikbaar (circa 500 meter lopen). Uit onderzoek blijkt mensen railverbindingen aantrekkelijker vinden dan een busverbinding. Met de nabijheid van de tramlijn is een reële kans dat bewoners en bezoekers de auto laten staan en het openbaar vervoer kiezen.
Utrecht Centraal is in circa 20 minuten te bereiken met de tram.
www.goudappel.nl
Verkeerskundige onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
4
Figuur 2.3: Prioriteit voor ruimte-efficiënte en duurzame mobiliteit
Figuur 2.4: Mobiliteitstransitie nodig om bereikbaarheids-, leefbaarheids- en gezondheidsdoelen te bereiken
Er zijn volop duurzame mobiliteitskansen voor de Doorslagzone: ■ De tramhalte Merwestein en het tram- en busstation Nieuwegein Stadscentrum liggen op loopafstand, zodat de combinatie lopen en openbaar vervoer erg krachtig kan werken. ■ De binnenstad van Utrecht ligt binnen 10 km, wat prima past bij de reikwijdte van ebikes. ■ City Nieuwegein ligt op loopafstand. Winkels en voorzieningen zijn beschikbaar binnen 250 meter. ■ Deelauto’s kunnen een volwaardig alternatief worden voor de traditionele tweede auto. Juist vanwege de goede fiets- en openbaar vervoer verbindingen is een (tweede) auto minder noodzakelijk en kostbaar. De deelauto is geschikt voor die
www.goudappel.nl
Verkeerskundige onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
5
ritten die per fiets of openbaar vervoer minder aantrekkelijk zijn. Koopmans Projecten gaat 27 elektrische deelauto’s aanbieden. ■ Elk gebouw heeft een eigen interne fietsenstalling op maaiveld. ■ Auto’s worden geparkeerd in gebouwde parkeervoorzieningen, die voor een deel op afstand liggen. Hiermee worden bewoners gestimuleerd om alternatieve vervoerwijzen te gebruiken. ■ Laadpalen voor elektrisch opladen worden gesitueerd op de meest gunstige parkeerplaatsen. ■ Tot slot liggen kansen in het voorkomen van mobiliteit door wijkvoorzieningen: binnen het eigen plangebied worden horecavoorziening aangeboden, het stadscentrum van Nieuwegein ligt op loopafstand en sport- en recreatieve voorzieningen liggen in de directe nabijheid, zodat mensen niet per se met de auto op reis hoeven voor dergelijke verplaatsingen.
www.goudappel.nl
Verkeerskundige onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
6
3 Parkeren
3.1
Inleiding
In dit hoofdstuk is de parkeerbehoefte van elk van de nieuwbouwontwikkeling bepaald. Onderzocht is of de parkeervraag en het aanbod van parkeerplaatsen met elkaar in evenwicht zijn.
3.2
Programma
Het plan voor de Doorslagzone is weergegeven in figuur 3.1.
Figuur 3.1: Plangebied Doorslagzone (bron: Rijnboutt)
www.goudappel.nl
Verkeerskundige onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
7
Het programma is weergegeven in tabel 3.1. De parkeerlocaties zijn weergegeven in figuur 3.2. gebouw A
gebouw B
gebouw C
gebouw D
totaal
103
-
73
-
176
88
-
57
-
145
-
37
-
-
37
vrije sector huur middeldure huur vrije sector koop sociale huur totaal
-
-
25
69
94
191
37
155
69
452
Tabel 3.1: Programma
Figuur 3.2: Parkeerlocaties (bron: gemeente Nieuwegein)
www.goudappel.nl
Verkeerskundige onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
8
3.3
Parkeernormenbeleid Nieuwegein
In het bestemmingsplan Binnenstad Nieuwegein wordt een verwijzing gemaakt naar de parkeernormen van Nieuwegein, welke zijn opgenomen in de Nota Parkeernormen Nieuwegein (vastgesteld op 23 februari 2011, versie 3). De Beleidsregels gaan uit van een gebiedsindeling. De projectlocatie bevindt zich in het gebied ‘centrum’ (zie figuur 3.3).
Figuur 3.3: Gebiedsindeling Nota Parkeernormen Nieuwegein
De parkeernormen zijn weergegeven in tabel 3.2. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de normale parkeernorm en een vrijstellingsnorm. De vrijstellingsnorm is van toepassing als uit een mobiliteitstoets blijkt dat die toelaatbaar zijn. Uit hoofdstuk 2 blijkt dat ingezet wordt op duurzame mobiliteit, onder meer door de inzet van deelauto’s. Om die reden wordt gebruik gemaakt van de vrijstellingsnorm.
www.goudappel.nl
Verkeerskundige onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
9
parkeernorm centrum
parkeernorm centrum vrijstellingsnorm
gestapelde woning groter dan 80 m² BVO met parkeren
1,6
1,35
parkeerplaats per woning
1,25
1,0
parkeerplaats per woning
1,4
1,2
parkeerplaats per woning
1,25
1,0
parkeerplaats per woning
1,2
1,0
parkeerplaats per woning
1,2
0,8
parkeerplaats per woning
horeca: café, bar, cafeteria
5,0
4,0
parkeerplaats per 100 m² BVO
horeca: restaurant
10,0
8,0
parkeerplaats per 100 m² BVO
op eigen terrein gestapelde woning groter dan 80 m² BVO zonder parkeren op eigen terrein gestapelde woning met een oppervlakte tussen de 60 m² en 80 m² BVO met parkeren op eigen terrein gestapelde woning met een oppervlakte tussen de 60 m² en 80 m² BVO zonder parkeren op eigen terrein gestapelde woning met een oppervlakte tot 60 m² BVO met parkeren op eigen terrein gestapelde woning met een oppervlakte tot 60 m² BVO zonder parkeren op eigen terrein
Tabel 3.2: Parkeernormen gemeente Nieuwegein
Er wordt gewerkt met een gemiddelde parkeernorm van 1,0 parkeerplaats voor alle woningen. Dit komt overeen met de vrijstellingsnorm. Het programma bestaat uit 27 elektrische deelauto’s. Elke deelauto vervangt een parkeerbehoefte van 5 parkeerplaatsen. Dit past binnen de range, die landelijk kennisinstituut CROW aangeeft in publicatie 381 (‘Toekomstbestendig parkeren’): 1 deelauto vervangt 4 tot 8 parkeerplaatsen. Goudappel Coffeng is van mening dat hier sprake is van een acceptabele reductie, gegeven de nabije ligging van de voorzieningen en (hoogwaardig) openbaar vervoer. Het commerciële programma betreft een uitbreiding van het bestaande City Nieuwegein voorzieningengebied en zal met name ondersteunend zijn daaraan en aan de nieuwe bewoners. Het parkeren ten behoeve van de commerciële voorzieningen vindt plaats in de bestaande parkeervoorzieningen van City Nieuwegein. De parkeerbehoefte is weergegeven in tabel 3.3. Hieruit blijkt dat voldaan wordt aan het parkeernormenbeleid van de gemeente Nieuwegein.
www.goudappel.nl
Verkeerskundige onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
10
parkeerbehoefte aantal vrije sector
parkeeraanbod deelauto-
parkeerplaatsen
parkeerplaatsen
op eigen terrein
P15
deelauto’s totaal
176
16
22
74
80
176
145
11
21
69
55
145
37
-
37
-
-
37
x5
huur middeldure huur vrije sector koop sociale huur
94
-
-
94
-
94
totaal
452
27
80
237
135
452
Tabel 3.3: Parkeerbehoefte en parkeeraanbod
Niet op alle momenten van de week is de parkeervraag van de verschillende gebruikers even hoog. Om die reden wordt gebruik gemaakt van de aanwezigheidspercentages. Dit geldt alleen voor de ‘zwerfplekken’, dit zijn parkeerplaatsen die met andere doelgroepen wordt gedeeld. Uitsluitend de sociale huurwoningen hebben een zwerfplek in parkeervoorziening P15. Het gaat dus om 94 parkeerplaatsen. In figuur 3.4 is de berekening van de parkeervraag geschematiseerd.
Figuur 3.4: Berekening parkeervraag
www.goudappel.nl
Verkeerskundige onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
11
De Nota Parkeernormen Nieuwegein verwijst naar de aanwezigheidspercentages uit publicatie 182 van landelijk kennisinstituut CROW. In tabel 3.4 zijn de aanwezigheidspercentages weergegeven. Het gebruik maken van de aanwezigheidspercentages leidt tot een efficiënt gebruik van de ruimte. aanwezigheidspercentages
wonen
werkdag
werkdag
werkdag
ochtend
middag
avond
50%
60%
100%
koopavond
90%
zaterdag
zaterdag
zondag
middag
avond
middag
60%
60%
70%
Tabel 3.4: Aanwezigheidspercentages (bron: publicatie 182 ‘Basis voor parkeernormering’, CROW)
De parkeerbehoefte per moment van de week voor de sociale huurwoningen in parkeervoorziening P15 is weergegeven in tabel 3.5. aanwezigheidspercentages
wonen
werkdag
werkdag
werkdag
ochtend
middag
avond
47
57
94
koopavond
85
zaterdag
zaterdag
zondag
middag
avond
middag
57
57
66
Tabel 3.5: Parkeerbehoefte per moment van de week voor de sociale huurwoningen in P15
Op basis van de parkeernormen zijn parkeerbehoefte en parkeeraanbod in balans. Geconcludeerd is dat er voldoende parkeercapaciteit voor het plan voor de Doorslagzone.
www.goudappel.nl
Verkeerskundige onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
12
4 Verkeersgeneratie
4.1
Inleiding
De verkeersgeneratie van het gemotoriseerde verkeer van de Doorslagzone bestaat uit vertrekkende en aankomende ritten. Voor de toekomstige situatie is een prognose van het aantal verkeersbewegingen gemaakt aan de hand van landelijke verkeersgeneratiekencijfer van CROW publicatie 381 (‘Toekomstbestendig parkeren’). In de publicatie wordt onderscheid gemaakt naar: ■ de stedelijkheidsgraad van de betreffende gemeente; ■ de ligging van het project binnen de bebouwde kom (centrum, schil centrum of rest bebouwde kom). De gemeente Nieuwegein heeft volgens CBS een omgevingsadressendichtheid (aantal adressen per km²), die overeenkomt met ‘sterk stedelijk’. Conform de Nota Parkeernormen ligt het plangebied in zone ‘centrum’.
4.2
Verkeersgeneratie per etmaal
De verkeersgeneratiekencijfers van CROW voor dit gebied zijn weergegeven in tabel 4.1. Dit betreft een gemiddeld verkeersgeneratiekencijfer voor alle dagen van de week. De verkeersgeneratie voor de werkdag wordt verkregen door deze kencijfers te vermenigvuldigen met 1,11 (conform methode van CROW).
www.goudappel.nl
Verkeerskundige onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
13
verkeersgeneratiekencijfer (aantal motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal per woning) koop, appartement, duur
5,4 – 6,2
koop, appartement, midden
3,7 – 4,5
koop, appartement, goedkoop
2,8 – 3,6
huur, appartement, duur
3,7 – 4,5
huur, appartement, midden/goedkoop (inclusief
1,8 – 2,6
sociale huur)
Tabel 4.1: Verkeersgeneratiekencijfers CROW publicatie 381 (‘sterk stedelijk – centrum’)
De vertaling van ‘duur, midden en goedkoop’ naar vrije sector, middelduur en sociale huur is als volgt: ■ vrije sector huur = huur, appartement, duur; ■ middeldure huur = huur, appartement, midden/goedkoop; ■ vrije sector koop = koop, appartement, duur; ■ sociale huur = huur, appartement, midden/goedkoop. Zoals uit tabel 4.1 blijkt, werkt CROW met een range binnen de verkeersgeneratie. Het verkeersgeneratiekencijfer is bepaald aan de hand van het personenautobezit in Nieuwegein. Dit is vergeleken met Nederlandse gemeenten met dezelfde stedelijkheidsgraad (‘sterk stedelijk’), zie tabel 4.2. Hieruit blijkt het aantal geregistreerde personenauto’s per huishouden 10,5% onder het gemiddelde ligt. Om die reden is het gemiddelde verkeersgeneratiekencijfer vermenigvuldigd met 89,5%. Aantal geregistreerde personenauto’s per huishouden Nieuwegein
1,02
Andere gemeenten met stedelijkheidsgraad
1,14
‘sterk stedelijk’
Tabel 4.2: Aantal geregistreerde personenauto’s per huishouden (CBS, 2019)
De verkeersgeneratie per weekdag is weergegeven in tabel 4.3. De vertaling naar werkdag is weergegeven in tabel 4.4. Op werkdagen worden 1.468 motorvoertuigbewegingen verwacht, verdeeld over 734 vertrekkende en 734 aankomende ritten.
www.goudappel.nl
Verkeerskundige onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
14
aantal
verkeersgeneratiekencijfer
totaal
vrije sector huur
176
3,7
651,2
middeldure huur
145
2,0
290
vrije sector koop
37
5,2
192,4
sociale huur
94
2,0
totaal
452
188 1.321,6 (1.322)
Tabel 4.3: Verkeersgeneratie per weekdag (etmaal)
aantal
verkeersgeneratiekencijfer
totaal
vrije sector huur
176
4,11
723,4
middeldure huur
145
2,22
321,9
vrije sector koop
37
5,77
213,5
sociale huur
94
2,22
208,9
totaal
452
1.467,7 (1.468)
Tabel 4.4: Verkeersgeneratie per werkdag (etmaal)
Voorts kan de verkeersgeneratie verdeeld worden naar parkeerlocatie (zie tabel 4.5): ■ eigen parkeergarage in plangebied; ■ parkeergebouw P6; ■ parkeergebouw P15. parkeergebouw P6 (aantal
parkeergebouw
parkeergarage deelauto’s x deelautofactor 5)
eigen
P15
vrije sector huur
22
16 x 5 = 80
74
middeldure huur
21
11 x 5 = 55
69
vrije sector koop
37
-
-
sociale huur
-
-
94
80 (18%)
135 (30%)
237 (52%)
totaal weekdag
238
397
687
werkdag
264
440
763
Tabel 4.5: Verdeling verkeersgeneratie per weekdag/werkdag per parkeervoorziening
Tot slot is een vertaling gemaakt naar drukste uren. In het geval van woningen zijn dat de ochtend- en avondspitsuren op werkdagen. De verkeersgeneratie uit tabel 4.5 is vertaald naar de drukste ochtend- en avondspitsuren conform rekenregels uit CROW publicatie 256 (‘Verkeersgeneratie woon- en werkgebieden’).
www.goudappel.nl
Verkeerskundige onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
15
ochtendspitsuur Eigen
avondspitsuur
totaal
vertrek
aankomst
totaal
24
21
3
18
vertrek aankomst 6
12
40
36
4
31
11
20
69
61
8
53
19
34
133
118
15
102
36
66
parkeergarage Parkeergebouw P6 Parkeergebouw P15 totaal
Tabel 4.6: Verdeling verkeersgeneratie (planeffect) per ochtend- en avondspitsuur
Uit tabel 4.6 blijkt dat het aantal motorvoertuigbewegingen per uur per parkeerlocatie beperkt is, variërend van 1 auto per minuut of 2 minuten. Er spelen echter meerdere ontwikkelingen in City Nieuwegein (B2 west, Erfstede, Doorslagzone en HN locatie), die elk verkeer genereren. Om die reden is vanuit de totale ontwikkeling een mobiliteitstoets1 door Sweco uitgevoerd in 2017. In deze mobiliteitstoets heeft Sweco met een modelstudie de volledige ontwikkeling van Nieuwegein City geanalyseerd op de mate van verkeersdoorstroming op het omliggende wegennet. In deze studie is gebruik gemaakt van het toentertijd vigerende verkeersmodel van de Regio Utrecht (VRU versie 3.2). Sweco heeft voor de Doorslagzone gerekend met 2.500 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Dit is iets hoger dan de verkeersprognose uit tabel 4.4. Een actualisatie van het onderzoek van Sweco is daarmee niet aan de orde, omdat gerekend is met een ‘worst case’ situatie. Uit de studie van Sweco bleek dat er sprake zal zijn van een acceptabele verkeersdoorstroming. Ecorys heeft in 2020 een actualisatie van dit onderzoek uitgevoerd. Ecorys concludeert dat er sprake is van een lagere verkeersgeneratie. Ecorys merkt op dat de verkeersintensiteiten voor omliggende wegen hoger liggen dan gebruikt in het onderzoek van 2017. Dit leidt niet tot problemen op de Zuidstedeweg en de westzijde van de Noordstedeweg.
Ook de oostzijde van de Noordstedeweg kan de intensiteiten goed verwerken. De GMP+ streefwaarde wordt wel overschreden op deze weg. Ecorys heeft berekend dat de Noordestedeweg Oost als gevolg van het plan toeneemt met circa 660 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Een groot deel van het verkeer op de Noordestedeweg Oost heeft geen relatie met City, waardoor vanuit het plan er slechts een beperkte invloed is uit te oefenen op de verkeersdruk. 1
www.goudappel.nl
354978 Mobiliteitstoets City Nieuwegein 2017, SWECO, 18 december 2017.
Verkeerskundige onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
16
De gemeente denkt erover om de Doorslagzone gedeeltelijk niet op de Norodestedeweg aan te sluiten. Ecorys heeft berekend dat in dat geval de verkeersgeneratie door het programma vermindert van 660 naar 360 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De gemeente zet in haar beleid in op het bevorderen van langzaam verkeer en openbaar vervoer. Verschillende maatregelen moeten zorgen voor minder autoritten op korte afstand. Met dit beleid kan de verkeersdruk op onder meer de Noordestedeweg verminderen. De gemeente werkt dit verder uit in de Strategische Mobiliteitsvisie en het Mobiliteitsplan.
www.goudappel.nl
Verkeerskundige onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
17
5 Conclusie
5.1
Parkeren
Voor de Doorslagzone in City Nieuwegein (452 appartementen) is een parkeerbalans opgesteld. Er wordt uitgegaan van een parkeernorm van 1 parkeerplaats per woning conform de Nota Parkeernormen. Op eigen terrein worden 80 parkeerplaatsen en in parkeergebouw P15 worden 237 parkeerplaatsen aangeboden. Het resterende deel van de parkeerbehoefte (135 parkeerplaatsen) wordt ingevuld door de inzet van 27 deelauto’s. Deze worden gerealiseerd in parkeergebouw P6. Er is sprake van een acceptabele verkeerssituatie.
5.2
Verkeersgeneratie
Het planeffect voor de het plan is als volgt: ■ weekdag (etmaal): 1.322 motorvoertuigbewegingen; ■ werkdag (etmaal): 1.468 motorvoertuigbewegingen; ■ werkdag (ochtendspitsuur): 133 motorvoertuigbewegingen; ■ werkdag (avondspitsuur): 102 motorvoertuigbewegingen. Het verkeer zal zich over verschillende wegen verspreiden, mede als gevolg van het verspreiden van de parkeerbehoefte over drie locaties: eigen parkeervoorziening, parkeergebouw P6 en parkeergebouw P15.
5.3
Doorstroming
Uit een eerder uitgevoerde studie van Sweco blijkt dat als gevolg van meerdere ontwikkelingen in City Nieuwegein (B2 west, Erfstede, Doorslagzone en HN locatie) er sprake is van een acceptabele doorstroming op de kruispunten op het omliggende wegennet. Omdat Sweco gerekend heeft met een hogere verkeersgeneratie voor de Doorslagzone (2.500 motorvoertuigbewegingen per etmaal), staan deze conclusies nog
www.goudappel.nl
Verkeerskundige onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
18
steeds. Ecorys heeft in 2020 een actualisatie van de studie van Sweco uitgevoerd en komt tot dezelfde conclusies. Wel merkt Ecorys op dat in de basis hogere intensiteiten te verwachten zijn op omliggende wegen. In de Strategische Mobiliteitsvisie en het Mobiliteitsplan gaat de gemeente inzetten op het bevorderen van langzaam verkeer en openbaar vervoer, waarmee de intensiteiten op omliggende wegen kunnen verminderen.
Figuur 5.1: Doorslagzone (bron: Rijnboutt)
www.goudappel.nl
Verkeerskundige onderzoek Doorslagzone Nieuwegein
19
Vestiging Den Haag New Babylon Center Offices Anna van Buerenplein 46 2595 DA Den Haag T (070) 305 30 53 F (070) 389 66 32
www.goudappel.nl goudappel@goudappel.nl
bestemmingsplan Doorslagzone
Bijlage 2 Archeologisch onderzoek
28
ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK EN VERKENNEND BOORONDERZOEK DOORSLAGZONE EN HN LOCATIE TE NIEUWEGEIN GEMEENTE NIEUWEGEIN
Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Doorslagzone en HN locatie te Nieuwegein Opdrachtgever
Bügelhajema Adviseurs Postbus 2153 3800 CD Amersfoort
Rapportnummer 1
Versienummer
Datum
Vestiging
3005.003 2 29 mei 2017
Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 0314 - 365150
doetinchem@econsultancy.nl Opsteller
ir. E.M. ten Broeke (06-17808860)
Paraaf
Kwaliteitscontrole
drs. A.H. Schutte
Paraaf
© Econsultancy bv, Doetinchem Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van het bevoegd gezag is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeelt door het bevoegd gezag.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
3005.003
Toponiem
Doorslagzone en HN locatie
Opdrachtgever
Bügelhajema Adviseurs
Gemeente
Nieuwegein
Plaats
Nieuwegein
Provincie
Utrecht
Kadastrale gegevens
Doorslagzone: gemeente Jutphaas, sectie C, nummers 2400, 2441, 2442 en 3268 (ged.) HN locatie: gemeente Jutphaas, sectie B, nummer 8072 (ged.)
Omvang plangebied
Doorslagzone: circa 11.260 m² HN locatie: circa 3.490 m²
Kaartblad
38 F (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X: 134.365 / Y: 448.868
Bevoegd gezag
Gemeente Nieuwegein Mevrouw E. Sleijpen Beleidsadviseur monumenten, cultuurhistorie en archeologie Postbus 1 3430 AA Nieuwegein 030-6071278 Email: e.sleijpen@nieuwegein.nl
ARCHIS3
Bureauonderzoek 4032603100
Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)
Booronderzoek 4032611100
Archeoregio NOaA
Utrechts-Gelders rivierengebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Doetinchem / Provinciaal Archeologisch Depot Utrecht
Uitvoerder
Econsultancy, Ir. E.M. ten Broeke
Kwaliteitszorg Econsultancy beschikt over een eigen opgravingsvergunning, afgegeven door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De opgravingsvergunning geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de RCE stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn.
Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Bügelhajema Adviseurs een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Noordstedeweg (de Doorslagzone en de HN locatie) te Nieuwegein in de gemeente Nieuwegein. (zie figuren 1 en 2). Het plangebied zal worden herontwikkeld, echter de toekomstige inrichting is nog niet bekend. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen wat de verwachtingswaarde is voor de aanwezigheid van archeologische waarden binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. De verplichting tot het uitvoeren van een archeologisch onderzoek (zie bijlage 3) komt voort uit het vigerende bestemmingsplan en/of het vigerend gemeentelijk beleid (archeologische beleidsadvieskaart 2011 van de gemeente Nieuwegein), voortvloeiend uit het Verdrag van Malta uit 1992. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling, alsmede een bestemmingsplanwijziging. Volgens de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Nieuwegein (zie figuur 21) ligt de zuidelijke helft van de Doorslagzone in een Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied categorie 4. In deze gebieden dient bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening, bij een onderzoekslocatie groter dan 2.500 m² en bodemingrepen dieper dan 300 cm -mv, vroegtijdig een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
De noordelijke helft van de Doorslagzone en de HN locatie liggen in een Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied categorie 6. In deze gebieden dient bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening, bij een onderzoekslocatie groter dan 10.000 m² en bodemingrepen dieper dan 150 cm -mv, vroegtijdig een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Op basis van de oppervlakte geldt dat voor het gehele plangebied een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge tot hoge trefkans op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden Laat-Mesolithicum t/m LaatNeolithicum. Verzamelde landschappelijke gegevens geven namelijk aan dat het plangebied vanaf het (Laat-)Paleolithicum t/m het Midden-Mesolithicum binnen het dekzandgebied lag en meest waarschijnlijk binnen een dekzandvlakte. De diepteligging hiervan ter plaatse als in de omgeving van het plangebied echter niet bekend. De archeologische verwachting voor de perioden vóór het Laat-Mesolithicum is laag. Met het ontstaan van de stroomgordel van Wiersch komt het plangebied binnen de meandergordel (zuidelijke helft van de Doorslagzone) dan wel de naastgelegen oeverwalzone te liggen (noordelijke helft van de Doorslagzone en de ten noorden hiervan gelegen HN locatie).
Deze stroomgordel was actief tussen omstreeks 5713-5670 en 4704-4615 voor Chr. (Laat-Mesolithicum/Vroeg-Neolithicum). Daarmee kreeg het plangebied een gunstigere ligging voor in eerste instantie tijdelijke bewoning door Jagers-Verzamelaars tijdens het Laat-Mesolithicum t/m het Midden-Neolithicum en tijdens het Laat-Neolithicum voor vaste bewoning door Landbouwers. De ligging op een oeverwal dan wel een kronkelwaardrug gaf de beschikking van voldoende areaal bouwland (akkergronden) en het houden van vee, en daarmee de ontwikkeling van een nederzetting((s)complex). Archeologische resten uit deze perioden zijn in de directe omgeving van het plangebied tot op heden niet aangetroffen in de top van de afzettingen behorend tot de stroomgordel van Wiersch. Wel is recentelijk is er op een afstand van circa 1,5 kilometer ten oosten van het plangebied tijdens een opgraving een grote Swifterbant vindplaats (Midden-Neolithicum) aangetroffen op de oeverwallen van de Wiersch stroomgordel. De resultaten van het onderzoek zijn nog niet beschikbaar. Het geeft echter wel aan dat gebieden binnen de begrenzing van de Wiersch stroomgordel een hoge verwachting hebben op de aanwezigheid van archeologische resten, zeker uit de periode van het Midden-Neolithicum.
Rapport 3005.003 versie 2
Na de actieve fase van de stroomgordel van Wiersch kreeg het plangebied geleidelijk aan steeds meer een ligging in een komachtig gebied. Zeker vanaf de Bronstijd zal het plangebied minder geschikt zo niet ongeschikt zijn geweest als bewoningslocatie. De archeologische verwachting voor de perioden Bronstijd t/m Late-Middeleeuwen is dan ook laag. Gegevens van de cultuurhistorische waardenkaart voor de perioden Middeleeuwen - Nieuwe tijd als geraadpleegd historisch kaartmateriaal geven verder geen aanleiding historische bebouwing binnen het plangebied te verwachting. Ook voor de periode Nieuwe tijd is de archeologische verwachting laag. Resultaten inventariserend veldonderzoek Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat de aangetroffen bodemopbouw redelijk goed overeen komt met de paleogeografische ontwikkeling van het plangebied vanaf het Vroeg-Holoceen, zoals beschreven in het bureauonderzoek. Binnen de boordiepte tot maximaal 5 m -mv is zowel binnen de Doorslagzone (zuidelijk gelegen terreindeel) als de HN locatie (noordelijk gelegen terreindeel) de top van het Basisveen aangetroffen tussen circa 310 en 380 cm -mv (vanaf circa 2,4 m -NAP). Hierboven komen (venige) komkleien voor van circa 0,5 meter tot 1 meter dikte (tussen circa 1,4 tot 2,4 m -NAP) die gesedimenteerd zijn voordat de stroomgordel van Wiersch ontstond.
In het zuidelijke deel van de Doorslagzone zijn het Basisveen en de bovenliggende komafzettingen geërodeerd door deze stroomgordel, waarna sedimentatie van bedding- en kronkelwaardafzettingen heeft plaatsgevonden. In het overige deel van de Doorslagzone zijn nonerosief de naast de stroomgordel gelegen oeverwalafzettingen gesedimenteerd. De oeverwalafzettingen vertonen een kenmerkende fining upward sequentie en neemt in noordelijke richting (verder weg van de stroomgordel) in dikte af van circa 2 meter (tussen 180 en 390 cm -mv, 1 en 3,1 m -NAP) naar circa 1 meter (tussen 170 en 270 cm -mv, 1 en 2 m -NAP). Er is in deze oeverwalafzettingen geen humeuze top aangetroffen, waardoor verstoringen/vergraving in ieder geval hebben plaatsgevonden tot voorbij het niveau waarin archeologische resten/sporen uit de perioden Laat-Mesolithicum en Neolithicum werden verwacht. Boven het nog aanwezige intacte deel van de oeverwal komen recent geroerde/verstoorde dan wel aan-/opgebrachte lagen voor met een dikte van minimaal 155 (tot 0,75 m NAP) en maximaal 220 cm -mv (tot 1,4 m -NAP) ten opzichte van het huidige maaiveld (circa 0,8 m +NAP). Deze verstoringen (en wellicht deels ophogingen) zullen zijn veroorzaakt tijdens het recente gebruik van het merendeel van de Doorslagzone als bouw- en opslagdepot, ten behoeve van de nieuwbouw van het winkelcentrum direct ten westen.
In het noordelijke deel van de Doorslagzone zullen de waargenomen bodemverstoringen vooral zijn veroorzaakt door de bouw van het recent gesloopte kantoorpand. Verstoringen reiken ter plaatse tot circa 250 cm -mv (circa 1 m -NAP). Ter plaatse van de HN locatie is het pakket (venige) komklei op Basisveen afdekt met kalkrijke afzettingen die echter wel een chaotische bodemopbouw hebben, waardoor het zeer waarschijnlijk crevasseafzettingen (apex-zone van een crevassecomplex) betreffen. Op basis van de verwachte ligging van het plangebied langs een buitenbocht van een meander van de stroomgordel van Wiersch, zoals weergegeven op de landschappelijke eenhedenkaart met bekende vindplaatsen van de gemeente Nieuwegein, is dit goed mogelijk. Ook hier geldt weer dat in de top van de natuurlijke bodemopbouw geen humeuze laag als potentieel niveau waarin archeologische resten- en/of sporen kunnen worden verwacht. Recente bodemverstorende ingrepen reiken ter plaatse van de HN locatie tot een diepte van minimaal 70 en maximaal 130 cm -mv (tot minimaal 0,7 m en maximaal 0 m +NAP) vanaf het huidige maaiveld (circa 1,3 m +NAP). In het uiterst zuidoostelijke deel van de HN locatie is sprake een geroerde/verstoorde bodemopbouw tot minimaal 300 cm -mv (circa 1,3 m -NAP) dan wel dieper.
Deze diepere bodemverstoringen zullen zeer waarschijnlijk zijn veroorzaakt tijdens de zijn veroorzaakt tijdens de aanleg van het nabijgelegen fietspad en diverse aanwezige nutsvoorzieningen en reiken in ieder geval tot ver in dan wel voorbij de naar verwachting voorheen aanwezig pakket crevasseafzettingen (op basis van de aangetroffen bodemopbouw in het merendeel van de HN locatie).
Rapport 3005.003 versie 2
Conclusie Op basis van de aangetroffen bodemopbouw wordt al geconcludeerd dat de middelhoge archeologische verwachting voor de perioden Laat-Mesolithicum t/m Laat-Neolithicum dient te worden bijgesteld naar een bijgesteld naar een lage verwachting. Voor de perioden vanaf de Bronstijd gold voor het plangebied al een lage archeologische verwachting en eventueel aanwezige archeologische resten uit deze perioden werden verwacht in een afdekkende laag komklei, echter de aanwezigheid van een dergelijke laag is niet meer te achterhalen op basis van de recente bodemverstoringen die hebben plaatsgevonden. Voor de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m het Midden-Mesolithicum blijft de archeologische verwachting onbekend. De top van de dekzandafzettingen bevinden zich dan ook op grotere diepte, in ieder geval dieper dan 5 m -mv. Het opgeboorde materiaal is verder geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren. In geen van de boringen zijn archeologisch relevante indicatoren waargenomen. Er is dan ook geen aanleiding om aanvullend onderzoek te laten uitvoeren. Advies Op grond van de resultaten van het archeologisch vooronderzoek adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden.
Er hebben recente bodemverstorende ingrepen plaatsgevonden tot voorbij het niveau waarvoor een hoge verwachting gold voor de perioden LaatMesolithicum t/m Laat-Neolithicum. Tevens zijn er in het opgeboorde materiaal geen relevante archeologische relevante indicatoren en/of lagen aangetroffen. Wel dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij Onze minister. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Nieuwegein (mevrouw E. Sleijpen, Beleidsadviseur monumenten, cultuurhistorie en archeologie) hiervan per direct in kennis te stellen.
Rapport 3005.003 versie 2
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
DOELSTELLING EN ONDERZOEKSVRAGEN ......................................................................... 1
3
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12
4
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 30 4.1 4.2 4.3
5
Methoden .......................................................................................................................... 2 Afbakening van het plangebied ........................................................................................ 3 Huidige situatie ................................................................................................................. 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 4 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 4 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 8 Archeologische waarden ................................................................................................ 13 Aanvullende informatie ................................................................................................... 23 Korte bewoningsgeschiedenis van het rivierengebied ................................................... 24 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 24 Aanbevolen onderzoeksmethode ...................................................................................
27 Beantwoording onderzoeksvragen bureauonderzoek .................................................... 27
Methoden ........................................................................................................................ 30 Resultaten ....................................................................................................................... 30 Beantwoording onderzoeksvragen veldonderzoek ........................................................ 33
CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 36 5.1 5.2
Conclusie ........................................................................................................................ 36 Advies ............................................................................................................................. 37
LITERATUUR ...................................................................................................................................... 39 BRONNEN .......................................................................................................................................... 40
Rapport 3005.003 versie 2
LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV. Tabel V. Tabel VI. Tabel VII. Tabel VIII. Tabel IX. Tabel X. Tabel XI.
Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Verleende bouwvergunningen Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Overzicht AMK terreinen Overzicht onderzoeksmeldingen Overzicht ARCHIS-vondsten Gespecificeerde archeologische verwachting Bodemopbouw zuidelijke deel van de Doorslagzone (boringen 12 en 13) Bodemopbouw overige van de Doorslagzone (boringen 5 t/m 11) Bodemopbouw HN locatie (boringen 1 t/m 4)
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13. Figuur 14. Figuur 15. Figuur 16. Figuur 17. Figuur 18. Figuur 19. Figuur 20. Figuur 21. Figuur 22.
Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de cultuurhistorische waardenkaart Middeleeuwen Nieuwe tijd van de gemeente Nieuwegein Situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart uit 1819-1821 (Minuutplan) Situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart uit 1882 (Minuutplan) Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1920 (Bonneblad) Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1959 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1969 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1981 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1989 Holocene stroomgordels en afgedekt Pleistoceen Situering van het plangebied binnen de landschappelijke eenhedenkaart met bekende vindplaatsen van de gemeente Nieuwegein Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart van Nederland Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart van Nederland Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Situering van het plangebied binnen de archeologische verwachtingskaart & bestaande elementen Tweede Wereldoorlog van de gemeente Nieuwegein Situering van het plangebied binnen de archeologische
verwachtingskaart Prehistorie Romeinse tijd van de gemeente Nieuwegein Situering van het plangebied binnen de archeologische verwachtingskaart Middeleeuwen - Nieuwe tijd van de gemeente Nieuwegein Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidsadvieskaart gemeente Nieuwegein Boorpuntenkaart van het plangebied
Rapport 3005.003 versie 2
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Overzichtsfoto’s plangebied en foto’s van de opgeboorde profielen Boorprofielen
Rapport 3005.003 versie 2
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van Bügelhajema Adviseurs een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Noordstedeweg (de Doorslagzone en de HN locatie) te Nieuwegein in de gemeente Nieuwegein. (zie figuren 1 en 2). Het plangebied zal worden herontwikkeld, echter de toekomstige inrichting is nog niet bekend. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen wat de verwachtingswaarde is voor de aanwezigheid van archeologische waarden binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. De verplichting tot het uitvoeren van een archeologisch onderzoek (zie bijlage 3) komt voort uit het vigerende bestemmingsplan en/of het vigerend gemeentelijk beleid (archeologische beleidsadvieskaart 2011 van de gemeente Nieuwegein), voortvloeiend uit het Verdrag van Malta uit 1992. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling, alsmede een bestemmingsplanwijziging. Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 3) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 4). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen nodig zijn en zo ja, in welke vorm (hoofdstuk 5).
2
DOELSTELLING EN ONDERZOEKSVRAGEN
Het onderzoek heeft tot doel inzicht te krijgen in de archeologische waarden van het plangebied. Het bureauonderzoek heeft tot doel om een gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied op te stellen. De archeologische verwachting is gebaseerd op bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden in en om het plangebied. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld:
Wat is er bekend over bodemverstorende ingrepen binnen het plangebied uit het verleden? Is er bijvoorbeeld informatie bekend over vroegere ontgrondingen, bodemsaneringen, egalisaties, diepploegen of landinrichting? Ligt de locatie binnen een landschappelijke eenheid, welke vanuit archeologisch oogpunt een specifieke aandachtslocatie kan betreffen (zoals een oeverwal of een rivierduin)? Wat is de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied?
Het inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen, en is er op gericht om inzicht te krijgen in de geologische en bodemkundige opbouw binnen het plangebied. Tevens is het bedoeld om kansrijke zones te selecteren voor vervolgonderzoek en kansarme zones ervan uit te sluiten. Ook wordt gelet op het voorkomen van (diepe) verstoringen van het bodemprofiel. Indien de ondergrond tot grote diepte verstoord is, zullen eventueel aanwezige archeologische resten mogelijk verdwenen zijn. Het veldonderzoek dient antwoord te geven op de volgende vragen:
Wat is de bodemopbouw binnen het plangebied? Is het bodemprofiel binnen het plangebied intact of (geheel of gedeeltelijk) verstoord en indien verstoord, tot welke diepte gaat deze verstoring?
Rapport 3005.003 versie 2
Pagina 1 van 40
Wat zijn de gevolgen van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied.
Het bureauonderzoek is uitgevoerd op 26 en 27 januari 2017 door ir. E.M. ten Broeke (senior prospector). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd op 14 februari 2017 door ir. E.M. ten Broeke (senior prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA-archeoloog/kwaliteitscontroleur).
3 3.1
BUREAUONDERZOEK Methoden
Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.0, 07-06-2016), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en 2 LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:
afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:
2
het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); het bodemloket van de provincie Utrecht; literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de archeologische verwachtingskaarten en beleidsadvieskaart van de gemeente Nieuwegein; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging.
Beschikbaar via www.sikb.nl
Rapport 3005.003 versie 2
Pagina 2 van 40
3.2
Afbakening van het plangebied
Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 1 km rondom het plangebied. Het plangebied bestaat uit twee terreindelen. De Doorslagzone heeft een oppervlakte van circa 11.260 m² en ligt langs de zuidzijde van de Noordstedeweg. De HN locatie heeft een oppervlakte van circa 3.490 m² en ligt langs de noordzijde van de Noordstedeweg. Het totale plangebied ligt verder binnen de bebouwde kom van Nieuwegein (zie figuren 1 en 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) ligt het maaiveld van de Doorslagzone op een hoogte van circa 0,8 m +NAP en de HN locatie op een hoogte van circa 1,4 m +NAP. Het terrein van de Doorslagzone is kadastraal bekend als gemeente Jutphaas, sectie C, nummers 2400, 2441, 2442 en 3268 (ged.) en de HN locatie als gemeente Jutphaas, sectie B, nummer 8072 (ged.). 3.3
Huidige situatie
Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Het uiterst noordelijke deel van het terrein van de Doorslagzone was recentelijk nog bebouwd met een kantoorpand en het overige deel van het terrein was in gebruik als bouwterrein waar tijdelijk opslag van goederen en machines voor de bouw plaatsvond en als tijdelijk depot voor grond/bouwzand. Momenteel is de Doorslagzone in gebruik als grasveld met langs de randzone met tegels verharde stoepen en met klinkers verharde ontsluitingswegen. Langs de zuidoostrand loopt een met asfalt verhard fietspad. De HN locatie is grotendeels in gebruik als park. De zuidoostelijke randzone betreft een deel van een met asfalt verhard fietspad. Tussen de twee terreindelen ligt de Noordstedeweg en langs de zuidoostzijde loopt het aangelegde kanaal van de Doorslag. Verder wordt het plangebied voornamelijk omgeven andere door kantoorpanden en woonpercelen (zie figuur 3). Huidig milieuonderzoek Gelijktijdig met het archeologisch onderzoek is er voor het plangebied door Econsultancy een milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd (Econsultancy rapportnummers 3005.001 (Doorslagzone) en 3005.002 (HN locatie)).
Uit de resultaten van deze onderzoeken blijkt dat binnen de Doorslagzone de humeuze bovengrond ter plaatse van het vermoedelijke tracé van de gedempte sloten licht verontreinigd is met PCB en PAK. De ondergrond ter plaatse het vermoedelijke tracé van de gedempte sloten is niet verontreinigd. De bovengrond ter plaatse van het centraal en zuidelijk terreingedeelte is licht verontreinigd met minerale olie. De bovengrond ter plaatse van het centraal en noordwestelijk terreingedeelte is niet verontreinigd. De uit klei bestaande bovengrond ter plaatse van het centrale terreingedeelte is licht verontreinigd met PCB. Het grondwater is licht tot sterk verontreinigd met barium. Wegens het ontbreken van aanwijzingen voor een antropogene bron, wordt de bariumconcentratie in verband gebracht met van nature verhoogde bariumconcentraties in het grondwater. De overige onderzochte parameters in het grondwater zijn niet verhoogd aangetoond.
Rapport 3005.003 versie 2
Pagina 3 van 40
Binnen de HN locatie blijkt dat de zwak tot matig puinhoudende grond ter plaatse van het oostelijk terreindeel, ter plaatse van de voormalige doorgaande weg, licht verontreinigd is met kobalt, nikkel, minerale olie en PAK. De glas- en baksteenhoudende boven- en ondergrond ter plaatse van het vermoedelijke tracé van de westelijk gedempte sloot is licht verontreinigd met kwik, lood en zink. De zintuiglijk schone bovengrond ter plaatse van het centrale en noordwestelijke terreingedeelte is licht verontreinigd met PAK. De zintuiglijk schone ondergrond ter plaatse van de gehele HN locatie is licht verontreinigd met kwik en nikkel. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Wegens het ontbreken van aanwijzingen voor een antropogene bron, wordt de bariumconcentratie in verband gebracht met van nature verhoogde bariumconcentraties in het grondwater. De overige onderzochte parameters in het grondwater zijn niet verhoogd aangetoond. De antropogene bijmenging van puin, glas en baksteen ter plaatse van het oostelijk terreindeel van de HN locatie is een duidelijke aanwijzingen dat hier reeds recente bodemverstorende ingrepen hebben plaatsgevonden, en daarmee wellicht tot in het niveau waarop archeologische resten of sporen worden verwacht.
In het verleden eventueel aanwezige archeologische resten of sporen binnen het oostelijk terreindeel van de HN locatie zullen hierdoor wellicht niet meer aanwezig zijn of alleen nog in een verstoorde context voorkomen. 3.4
Toekomstige situatie
Het toekomstige gebruik van het plangebied kan bepalend zijn voor het vervolgtraject (behoud in-situ of behoud ex-situ van archeologische waarden). De manier waarop het plangebied wordt ingericht kan tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden (deels of geheel) onverstoord (kunnen) blijven. Ook kan besloten worden de inrichting zo aan te passen dat archeologische waarden alsnog onverstoord kunnen blijven liggen. Het plangebied zal worden herontwikkeld, echter de toekomstige inrichting is nog niet bekend. De toekomstige nieuwbouw dient aan te sluiten bij de kwalitatief hoogwaardige binnenstad van Nieuwegein. 3.5
Beschrijving van het historische gebruik
In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft e door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20 eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Voor de historische ontwikkeling is naast het historisch kaartmateriaal ook relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd. 3
Cultuurhistorische ontwikkeling van de omgeving van het plangebied Voor de gemeente Nieuwegein is een cultuurhistorische waardenkaart voor de perioden Middeleeuwen - Nieuwe tijd vervaardigd, waarin veel lokale gebiedskennis is opgenomen. Op deze kaart worden aangegeven dat het plangebied oorspronkelijk tot het agrarisch buitengebied heeft behoort en specifiek binnen de polder Nedereind die tussen 1050 en 1060 is ontgonnen (zie figuur 4). De ontginningsbasis van deze polder wordt gevormd door de ten noorden gelegen Jutphase wetering, waarop haaks de percelen in noordzuidelijke richting werden uitgezet. Men begon met de ontginning van het Nedereindse blok, waarvan het zuidelijke gedeelte gereed kwam tussen 1060 en 1076.
3
Kloosterman et al., 2011
Rapport 3005.003 versie 2
Pagina 4 van 40
In het oostwestelijke gedeelte van het Overeind werd een al eerder ontgonnen blok percelen vanuit Heemstede herverkaveld in het stramien van de Jutphase ontginning. Het dorp Jutphaas is in de vorm van lintbebouwing ontstaan langs de Jutphase wetering. Het dorp begon op bescheiden schaal in noordelijke en zuidelijke richting aan de westelijke zijde van de Vaartse Rijn uit te groeien. Het dorp was te karakteriseren als pleisterplaats voor de vaart vanuit Utrecht, en later Amsterdam, naar het e Duitse achterland (Keulen, Rijngebied). In de 17 eeuw vestigden enkele herbergiers, ambachtslieden en winkeliers zich hier, die de schippers en reizigers op de Vaartse Rijn tot doelgroep hadden. Het plangebied is doorsneden geweest met enkele sloten die met de ontginngen zijn aangelegd (slootpatroon uit de Late-Middeleeuwen). Het vrijwel direct ten zuidoosten aangrenzende en gegraven kanaal van de Doorslag, als verbinding tussen de Oude Hollandse IJssel en de Vaartse Rijn, is aangelegd in 1148, in de periode dat dit gebied grootschalig ontgonnen werd ten behoeve van agrarisch gebruik. De Doorslag staat in verbinding met de Gekanaliseerde Hollandse IJssel (Nieuwegein naar Gouda) en het Merwedekanaal. Nabij het plangebied heeft langs de oostzijde van het kanaal van de Doorslag een molen gestaan. 4 Op basis van informatie uit de Molendatabase betreft dit de ‘Oudegeinse molen’.
Deze molen werd in 1640 gebouwd voor de polder Oudegein en heeft geruime tijd elders in Nieuwegein gestaan. Mede hierdoor is de staat achteruit gegaan. In de jaren ‘80 besloot men de molen te onttakelen. In 2003 en 2006 is zijn er restauratiewerkzaamheden uitgevoerd. Circa 300 ten noordoosten van het plangebied stond van 1847 tot 1916 een oliemolen genaamd ‘Den Akker’. Oorspronkelijk stond de molen in Wormerveer. In de laatste jaren van de molen werd de olie geperst met een stoomaandrijving. Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Geraadpleegd historisch kaartmateriaal5
Tabel I. Bron
4 5
Periode
Kaartblad
Schaal
Omschrijving plangebied
Bijzonderheden/directe omgeving
Kadastrale kaart (Minuutplan)
18191921
Gemeente Jutphaas, sectie B, blad 03
1:2.500
Vrijwel geheel in agrarisch gebruik, grasland. Door de zuidoostrand van de HN locatie liep een weg langs het kanaal van de Doorslag
Direct ten zuidwesten van de Doorslagzone was een (boeren)erf aanwezig. Verder ten noordoosten bebouwing aanwezig langs bestaande kanalen, waaronder het Schutshuis. Verder voornamelijk agrarisch buitengebied met percelen grasland en bos (vermoedelijk hakhout).
Militaire topografische kaart (Bonneblad)
1882
485
1:2.500
Geen noemenswaardige veranderingen.
Geen noemenswaardige veranderingen.
Militaire topografische kaart (Bonneblad)
1920
485
1:50.000
Geen noemenswaardige veranderingen.
Diverse percelen grasland in gebruik genomen voor de productie van hakhoutbos.
Topografische kaart
1959
38 F
1:25.000
Geen noemenswaardige veranderingen.
Geleidelijke uitbreiding van industriele bebouwing ten noordoosten van het plangebied (fabrieksterrein Doorslag). Schuur gebouwd tussen de twee terreindelen van het plangebied in. Afname van percelen hakhoutbos, weer in gebruik genomen als grasland.
www.molendatabase.nl www.topotijdreis.nl / beeldbank.cultureelerfgoed.nl
Rapport 3005.003 versie 2
Pagina 5 van 40
Topografische kaart
1969
38 F
1:25.000
Zuidelijke helft van Doorslagzone in gebruik als akkerland.
Ontwikkeling van bebouwde kom ten noorden van het plangebied, oorspronkelijk behorend tot de plaats Jutphaas, betreft tegenwoordig de wijk Wijkersloot.
Topografische kaart
1981
38 F
1:25.000
Doorslagzone grotendeels braakliggend terrein, in voorbereiding op ontwikkeling voor commerciële doeleinden (bouwen van kantoren). Verharde weg aanwezig door zuidoostelijke grensdeel. HN locatie in gebruik als park, klein deel van vijverpartij lijkt ook binnen dit terreindeel te liggen. Eveneens verharde weg aanwezig door zuidoostelijke grensdeel.
Noordstedeweg aangelegd tussen de twee terreindelen. Aanleg van merendeel huidige wegenpatroon/infrastructuur ten behoeve van stedelijke ontwikkeling. Woonerf aangrenzend ten zuiden van de Doorslagzone niet meer aanwezig, evenals de schuur tussen de twee terreindelen van het plangebied.
Topografische kaart
1989
38 F
1:25.000
Kleine vijver/waterpartij aanwezig in het centrale deel van de Doorslagzone en doorsneden door enkele smalle verharde wegen/voetpaden.