CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-289 Verslag raadsvergadering dd 3 juni 2021.pdf

Raadsvergadering 3 juni 2021, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Sluiting24.350 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De voorzitter: dan geef ik eerst het woord aan de heer Stekelenburg. Fractie Groep Stekelenburg, de heer Stekelenburg: Ja dank u, voorzitter. Voorzitter, er valt genoeg af te dingen op de regionale beweging waar dit stuk een zienswijze op beoogd te zijn. Niet alles staat er naar mijn zin, echter het is een onderdeel van een lang proces en in de regio dienen we samen te werken. Op zichzelf kan ik dus wel instemmen met de zienswijze, maar voor mij blijft er wel 1 aandachtspunt; de A12-zone. Zoals duidelijk uiteengezet in het amendement A110 van GroenLinks dat ik mede indien, moet dat punt worden meegenomen in de zienswijze. Ik steun dan ook het betoog van mevrouw Feenstra van GroenLinks en sluit mij daarbij aan. Indien dit amendement wordt aangenomen, zal ik dan ook instemmen met de zienswijze. Wat betreft amendement A109 wacht ik even de discussie af. Ik dacht dat we hier al besluiten over genomen hadden, maar als het toch niet overbodig blijkt te zijn zal ik dit ook steunen, het gedachtegoed onderschrijf ik namelijk wel. Tot zover mijn termijn, voorzitter. De voorzitter: dank u wel, meneer Stekelenburg. Dan hoop ik dat dat genoeg tijd was voor de heer Verhoeve om het geluid te herstellen. Fractie D66, de heer Verhoeve: We gaan het gewoon proberen, voorzitter, ik hoop dat het zo beter gaat.

Laat ik opnieuw beginnen door de laatste alinea uit de zienswijze aan te halen en dat is dat de totstandkoming van het IRP een majeure operatie is en dat er met dit concept een stevige basis ligt. D66 onderschrijft die alinea dan ook volledig en op dit moment wil ik dan ook het college en de betrokken ambtenaren complimenteren met het geleverde werk. Het valt ons ten positieve op dat de door de Nieuwegeinse raad gestelde kaders keurig worden overgenomen in de stukken. Uiteraard zijn er zaken die we nauwlettend volgen zoals de ontwikkeling van het grote wiel met spaken, waarmee we ook de OV-mobiliteit en verbindingen ten zuiden en in het zuiden van het Nieuwegein willen verbeteren. Het is voor ons met de toezegging van wethouder Eggengoor tijdens de Avond van de Raad niet nodig om nu de zienswijze hier op aan te passen. In de laatste alinea wordt ook gesproken over witte vlekken die nog ingevuld moeten worden en de RES is zo’n witte vlek die nog ingekleurd moet worden en qua timing wordt dat best spannend zoals we ook tijdens de Avond van de Raad hebben geconstateerd. Ook de amendementen die vanavond zijn ingediend lijken ons vooral een gevolg van timing zoals de heer Stekelenburg zojuist eigenlijk ook al aangaf.

Volgens mij hebben we hele duidelijke kaders gesteld en vooralsnog gaat D66 er ook vanuit dat eerder aangenomen amendementen worden uitgevoerd, tenzij het college aangeeft dat het toch wel handig is om deze amendementen op dit moment aan te nemen want op zich zijn ze inhoudelijk prima, we hebben eerdere amendementen ook gesteund. Wel zijn we nog benieuwd hoe we de laatste 2 zinnen onder het kopje regionaal programmeren moeten lezen of misschien beter: hoe moeten onze buren, de gemeente Utrecht die over dit gebied gaat, deze zinnen duiden, gelet ook op de ontwikkeling van de ruimtelijke strategie Utrecht. Beantwoording wethouder Adriani: Dank, voorzitter. Ik sluit maar even aan bij de eerste zin van de heer Verhoeve die hij wel 4 keer poogde te herhalen in de opstart van zijn inleiding, aansluitend bij de laatste alinea van de zienswijze want wij hebben inderdaad met 16 gemeentes de afgelopen 3 jaar een enorm proces doorlopen, beginnend met de Ruimtelijke Economische Koers die in alle raden in 2017 is vastgesteld, waarin we echt met elkaar hebben gezocht naar de opgave die we voor ons zien als het gaat om de groei van het aantal inwoners en bijbehorend aantal werkplekken, de energie18/40 Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 3 juni 2021

opgave die we hebben, de natuur- en recreatieopgave ook in combinatie met klimaatadaptatie en dan ook nog een beetje bereikbaar als het kan. Ik ben er samen met de collega’s uit het college ook echt trots op dat we hier een integraal ruimtelijk regionaal perspectief hebben waar alle 16 colleges van hebben gezegd: dit is een beeld waarin wij ons herkennen en daarmee is het verhaal van Nieuwegein hetzelfde als het verhaal van Ronde Venen en hetzelfde als het verhaal van Zeist en dat is bijzonder omdat we als regio Utrecht niet echt te boek stonden, ook elders in het land en in Den Haag, als een regio die het met elkaar eens is over waar het naartoe moet, maar ook omdat we als enige regio in Nederland dat doen op een volstrekt democratisch gelegitimeerde wijze namelijk dat uiteindelijk de gemeenteraden aan zet zijn om dat vast te stellen. Wat dat betreft herken ik mij dus ook helemaal niet in het frame wat de heer Van den Heuvel van de SP opwerpt dat dit in achterkamertjes gebeurt door bestuurders die ingewikkelde afkortingen met elkaar uitwisselen. Juist het feit dat we hier stap voor stap iedere keer door gemeenteraden te consulteren en ook om richting te vragen welke kant we uit moeten, denk ik dat we hier een model hebben, een perspectief hebben, wat ongekend voor Nederland zou ik willen zeggen democratisch gelegitimeerd aan het worden is, want dit is de een na laatste stap.

De zienswijze, ook het concept en dan straks in september of oktober hopen we u het definitieve perspectief voor te kunnen leggen. Ik hoor zorgen in een aantal bijdragen van CDA, van GroenLinks, van de ChristenUnie over: bouwen we nou Nieuwegein niet helemaal vol en hoe zit dat nou met die stijgende woningaantallen en moet dat dan allemaal maar door anderen, door het ministerie, voorgeschreven binnen de gemeentegrenzen van Nieuwegein opgelost worden? Mijn antwoord daarop is nee en ik denk dat ik er goed aan doe om nog een keer uiteen te zetten dat het bestaande woningbouwprogramma wat we hebben, wat loopt tot 2030 op basis van de 67 locaties die we met elkaar hebben vastgesteld binnen de bestaande stad, een op zichzelf staand programma is ten zuiden van de Galecopperwetering, niet helemaal, maar u weet wat ik bedoel. Daarnaast, en dat hebben we ook weer in de Omgevingsvisie een keer met elkaar herbevestigd dat we aan de noordkant van Nieuwegein in de Galecopperzoom, in de Liesbosch en in Laagraven nog kansen zien om nog iets te doen. Dat betekent nadrukkelijk niet dat de vaststelling van het IRP ook nog gaat ingrijpen op dat woningbouwprogramma binnen de bestaande stad, wat we met elkaar hebben vastgesteld.

Dat betekent ook niet zeg ik richting mevrouw Feenstra, dat nieuwe prognoses en het verzoek van het ministerie om te overprogrammeren er automatisch en een-op-een toe leidt dat dat ook tot hogere getallen leidt binnen de Nieuwegeinse gemeentegrenzen. De getallen die we rondom het perspectief van de A12-zone hebben, zijn door die wijziging in prognoses niet veranderd. Waar dat wel wat in veranderd heeft, is in de vraag op welk moment moet je kijken naar nieuwe uitleggebieden omdat je in je verstedelijkingsstrategie rondom knooppunten binnenstedelijk eigenlijk uitgebouwd bent. Datzelfde geldt voor de relatie met amendement 194 die door een aantal van u is gelegd. Amendement 194 ziet echt op dat programma wat we tot 2030 hebben binnen de bestaande stad, in ieder geval daar focust die zich op.

Maar wat we uiteraard wel doen is kijken: als we dan een beeld hebben van hoe verhouden zich nou de voorzieningen in de stad en het groen in de stad zich tot dat woningbouwprogramma en daar zou uitkomen dat er voorzieningen bij moeten of bijvoorbeeld mobiliteit bij moet en ik kan u verklappen, het antwoord op die laatste vraag gaat ja zijn, dan kan het ook zo zijn dat juist door ook aan de noordkant in de A12-zone nog wat bij te ontwikkelen, het draagvlak voor dat soort nieuwe voorzieningen ook weer vergroot, dus enerzijds zitten we in de uitwerking met de A194 en kijken we vooral naar: wat betekent dat voor het bestaande woningbouwprogramma. De voorzitter: meneer Adriani, ik interrumpeer u even want u zegt steeds A194, maar het is A94, voordat er een groot misverstand gaat ontstaan.

19/40 Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 3 juni 2021

Wethouder Adriani: excuus, ik heb mij verschreven en ik zie een interruptie voorzitter, nu ik toch gestopt ben met mijn verhaal. Mevrouw Feenstra (GL): ja, dank u wel. Amendement 194 komen we misschien dit jaar nog wel aan toe, maar gelukkig zover is het nog niet. Ik heb een vraag aan wethouder Adriani want ik hoor hem zeggen dat als blijkt dat het beeld vanuit de verhouding van de voorzieningen en de mobiliteit dermate spanning oplevert dat er dan in ieder geval voorzieningen en mobiliteit bij kunnen komen. Mijn vraag is: kan het ook zijn dat als eruit komt dat het voorzieningenniveau en de mobiliteit groei niet aan kan, dat er dan ook woningen af kunnen? Is dat ook een optie of niet? Wethouder Adriani: volgens mij is dat en dan kom ik eigenlijk al automatisch aan uw amendement toe, wat we in het MIRT-gebiedsonderzoek met elkaar gaan onderzoeken hoe dat zit met welke functies waar in die A12-zone kunnen landen om enerzijds gezond stedelijk leven mogelijk te maken, want dat blijft wel het uitgangspunt wat we met elkaar hebben vastgelegd en anderzijds om te kijken: kunnen we hier een gebiedsontwikkeling creëren die ook rechtvaardigt dat er grootschalig in die mobiliteit geïnvesteerd word, want dat zijn de 2 krachtenvelden waarbinnen je moet laveren en dat precies waar dat MIRT-gebiedsonderzoek over gaat.

Wat dat betreft kan ik mij ook levendig voorstellen dat u als raad wilt zeggen: die informatie hebben wij ook wel nodig voordat we tot definitieve besluitvorming komen over de invulling van de A12zone op in ieder geval Nieuwegeins grondgebied, dus wat dat betreft kan ik mij ook alles voorstellen bij amendement 110 dat u mede namens anderen hebt ingediend. Dan vroeg mevrouw Feenstra ook over de bypass en over de formulering daarvan en zij gaf 2 formuleringen uit dezelfde zienswijze waarvan zij zei: de ene is wat straffer dan de andere. Ze staan er allebei in, dus wat mij betreft zijn ze allebei waar en zou je kunnen zeggen: de strengste geldt. Voor dit moment vinden wij als college en dat hebben wij u ook voorgesteld als raad om te zeggen: wij zien die bypass helemaal niet zitten. Tegelijkertijd kunnen we ook onze ogen niet sluiten voor het feit dat anderen die bypass wel zien zitten. Dan kun je 2 dingen doen. Je kunt zegge ‘wij zien het niet zitten dus studeer er maar lekker zelf op en dan zien we het inpassingsplan wel tegemoet’ of je kunt zeggen ‘wij zien dit niet zitten, maar laten we nou met elkaar ook nadenken over hoe we kunnen voorkomen dat die er moet komen’. Dat is de houding waarmee wij daar als college op dit moment inzitten en die we met deze formuleringen ook hebben geprobeerd helder te maken in de conceptzienswijze die we aan uw raad hebben voorgelegd.

De RES, daar vroeg GroenLinks en ook D66 naar en u constateert terecht net als wij gedaan hebben, dat de RES energieopgave eigenlijk nog onvoldoende concreet in dit concept IRP zit. U weet ook allemaal, collega Schouten heeft u daarover bijgepraat, dat het ook best even zoeken is geweest met de 16 collega’s energie hoe je daar tot goede inpassing voor komt, maar dat betekent niet dat ondertussen het onderzoekswerk stilgelegen heeft. Wat we inmiddels weten, ook nadat de verkenner de heer De Jong een bestuurlijk rondje heeft gedaan om te kijken hoe we hier weer een stap verder komen, weten we dat er ondertussen ook verkennende gebiedsonderzoeken gedaan zijn over waar kunnen nou die zoekgebieden landen die we nodig hebben om die RES 1.0 goed in te kunnen vullen. Op dit moment is het beeld dat dit niet of nauwelijks schuurt met de dingen die we in deze concept IRP al wel hebben vastliggen en dat maakt dat wij er vertrouwen in hebben dat conform de conceptzienswijze die we aan u voorleggen in het definitieve IRP, ook die zoekgebieden voor energie op een goede manier ingepast zullen zijn. Dan kom ik nog bij de bijdrage van de heer Van den Heuvel. Ja, meneer Van den Heuvel, ik denk dat we vanuit deze raadzaal en ook niet vanuit de bestuurskamers van de regio en zelfs niet vanuit het Kabinet de groei, de autonome groei van de bevolking van de regio Utrecht kunnen

20/40 Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 3 juni 2021

tegenhouden, tenzij je inderdaad zegt dat je stopt met die woningbouw, maar dan kun je in ieder geval de drang om in de regio Utrecht te komen wonen nog steeds niet bijsturen. De heer Van den Heuvel (SP): dank u wel, voorzitter. Wethouder, u zegt autonome groei, maar is die groei niet het gevolg van keuzes die gemaakt zijn zoals bijvoorbeeld een aantal jaren geleden de keuze om heel veel buitenlandse internationale studenten aan te trekken waardoor het veel moeilijker is geworden voor mensen om een kamer te vinden in Utrecht onder andere, maar ook nog allerlei andere neveneffecten heeft. Hoe autonoom is dat gebeuren? Is het niet gewoon een politieke keuze? Wethouder Adriani: ja, op het gevaar af dat wij heel erg gaan jij-bakken over beslissingen in het verleden en dat we het openstellen van onze universiteiten voor buitenlandse studenten, waar overigens ook heel veel voordelen aan te behalen zijn, en het gebrek van studentenkamers nu ook gaan projecteren op de trek naar de stad die er gewoon autonoom is, dat is overigens ook niets nieuws; dat is al eeuwen het geval.

Wat wij wel zien, even los van wie er verantwoordelijk was voor politieke keuzes, is dat het effect van de huidige situatie is dat de onderwijzers, de verplegers, de politieagenten in feite het zich niet meer kunnen veroorloven om in de stad Utrecht te wonen en als het zo doorgaat straks ook zich niet meer kunnen veroorloven in de omliggende gemeentes, zelfs niet in Nieuwegein, te kunnen wonen. Wat ik lastig vind van uw betoog is dat als je zegt ‘gooi alles maar op slot, alles moet blijven zoals het was’, dat betekent dat deze regio meer en meer alleen nog maar voor de happy few beschikbaar zal zijn en dat we juist de mensen die we in deze samenleving zo hard nodig hebben en die het zich ook nog het minst kunnen veroorloven om thuis te werken dan wel in de werkgeversspits te forenzen, dat we die ver buiten deze regio jagen. De heer Van den Heuvel (SP): nou ja, uw analyse wordt door meerdere mensen zo gemaakt, maar er zijn ook anderen die die analyse anders maken en dat gebeurt ook steeds meer. Het woningprobleem is niet zo groot als geprojecteerd wordt, maar zou kleiner kunnen zijn als je de volkshuisvesting beter beschermd had.

Als je bijvoorbeeld zoals in Amsterdam andere maatregelen uitprobeert, dan zouden er ook andere keuzes mogelijk zijn dus ik vraag me nog steeds af: kunt u ook buiten het plaatje van die autonome groei kijken en zien dat er ook andere keuzes te maken zijn? Wethouder Adriani: nee, er zijn ongetwijfeld andere keuzes te maken, maar we zijn stap voor stap in de afgelopen 4 jaar tot een consensus gekomen met elkaar. U zegt gelukkig terecht: er zijn veel mensen die deze analyse maken. Dat is ook niet voor niks, dat als je inderdaad dit een ongedeelde regio wilt laten zijn ook naar de toekomst toe en je wilt ook je groen en landschap beschermen en de modal shift maken van autogebruik naar OV- en fietsgebruik, dat dit dan een verstandige koers is en daarom durven we hem nu ook voor te leggen. Voorzitter, dan denk ik dat ik de meeste vragen gehad heb, behalve de laatste van de heer Verhoeve die ging over regionaal programmeren, maar op dat moment klapte mijn computer er even uit, dus die vraag heb ik net niet helemaal goed gehoord dus ik zou de heer Verhoeve willen vragen om mij of te interrumperen of dat in de tweede ronde nog een keer te doen. De voorzitter: maar als ik nou eens even vraag of de heer Verhoeve kort die vraag kan beantwoorden en dan kunt u daar wel op reageren. De heer Verhoeve. De heer Verhoeve (D66): dat wil ik zeker doen, voorzitter.

Onder het kopje regionaal programmeren is in de laatste 2 zinnen iets toegevoegd in de ‘strekt ter vervanging’ en wij vroegen ons af hoe we dat moeten lezen of misschien beter: hoe moeten onze buren, de 21/40 Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 3 juni 2021

gemeente Utrecht die over dat gebied gaat, dit lezen, ook gelet op de ontwikkeling van hun Ruimtelijke Strategie Utrecht. Wethouder Adriani: ja helder, nu heb ik hem luid en duidelijk verstaan en kan ik hem ook relateren aan wat wij daar tijdens de Avond van de Raad al over gewisseld hebben. Ja voorzitter, we hebben die laatste 2 zinnen toegevoegd naar aanleiding van de dialoogavond die we met elkaar hebben gehad op verzoek van fracties uit de raad. Hij is consistent en in lijn met moties die eerder in uw raad zijn aangenomen dat woningbouw in Rijnenburg wenselijk is, maar of hij erin moet blijven staan, dat laat ik echt aan het politieke debat binnen uw raad over. Dan als laatste voorzitter, heb ik nog amendement 109 van het CDA, vervoer over water. De heer Verhoeve (D66): ja exact, want ik snap dat u de keuze om hem erin te laten aan ons laat, maar dat was mijn vraag niet.

Mijn vraag was: hoe moeten onze buren, want daar is die zin wel degelijk op gericht, deze zin gaan lezen? Met andere woorden: als wij deze zienswijze indienen, met welke interpretatie dienen wij hem dan in? Wethouder Adriana: ja, dan moet ik daar een beetje over gaan filosoferen hè, want we hebben geprobeerd op te schrijven wat we in de dialoogavond ook uit uw raad hebben horen komen, maar als ik er wat over filosofeer, dan zeg ik: ook het college van Utrecht weet dat er discussie is over het moment en de snelheid waarmee je Rijnenburg moet ontwikkelen. Sterker nog, ook binnen de Utrechtse raad zijn daar zeer gevarieerde beelden over en u weet ook dat er in de Kamer af en toe eens een motie over wordt aangenomen, ook in uw raad wordt daar af en toe een motie over aangenomen. Wat het concept IRP nu zegt is: Rijnenburg komt na 2035 in beeld en wat we hier op basis van de discussie tijdens de dialoogavond hebben toegevoegd is: maak dat dat nou niet geharnast, maar ben adaptief genoeg dat als het eerder logisch is dat het eerder in beeld komt, dat we daar ook op kunnen acteren. Ik denk dat we daarmee een heel genuanceerde oproep doen in een behoorlijk gepolariseerde discussie binnen en buiten de gemeenteraad van Utrecht. De heer Verhoeve (D66): dank u wel. De voorzitter: dan amendement 109 nog.

Wethouder Adriani: inhoudelijk natuurlijk al eerder uit gedebatteerd bij de vaststelling van de Omgevingsvisie en daarmee een herkenbare lijn en wat mij betreft volstrekt begrijpelijk om die notie ook in de regio nog een keer luid en duidelijk uit te dragen Tweede termijn Fractie CDA, de heer Hack: Voorzitter, dank u wel. Ik heb eigenlijk geen toevoegingen, anders dan dat ik blij ben met het advies van de heer Adriani namens het college op ons amendement. Dank u wel. Fractie GroenLinks, mevrouw Feenstra: Ja, dank. Dank ook voor de antwoorden, wethouder. Het is inderdaad een ingewikkeld proces en fijn om te horen dat qua de bypass het strengste nu geldt en we tegelijkertijd ook blijven inzetten om aan tafel te zitten, dus het is ook mooi om dat te horen. Verder ook dank voor uw steun voor amendement 110. Ook wij onderschrijven natuurlijk gezond stedelijk leven. Wij zijn blij dat met het MIRT-onderzoek echt afgewacht gaat worden en dat dit ook echt een plekje gaat krijgen zoals in amendement 110 ook gevraagd wordt dus dank u wel daarvoor. 22/40 Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 3 juni 2021

Fractie Socialistische Partij, de heer Van den Heuvel: Dank u wel, voorzitter. Ik heb de wethouder niet echt een antwoord horen geven op mijn insteek over de klimaatverandering, behalve dan dat er voortdurend gediscussieerd wordt over Rijnenburg. Een van de redenen dat Rijnenburg op hold staat, is de onzekerheid over wanneer we dit gebied nodig zullen gaan hebben als overloopgebied en zo rond 2030/2035 hebben we daar beter zicht op en dat is de belangrijkste reden waarom er geen woningbouw komt. Daar mag iedereen het zijne van denken, maar dat is de informatie die ik heb. Met de amendementen denken wij niet dat het IRP te repareren valt, vandaar dat we daar ook geen moeite in gestoken hebben. Wij gaan het IRP niet steunen. We zullen wel amendement steunen omdat we die zorgen heel goed begrijpen en hopen dat het dan toch op een of andere manier meegenomen wordt. Amendement 109 lijkt ons al ruimschoots in andere besluiten meegenomen en dat lijkt ons voldoende. Dank u wel, voorzitter. Fractie D66, de heer Verhoeve: Dank u wel, voorzitter. Nog even terugkomend op wat de heer Adriani zei over het inpassen van de RES in het IRP en dat dat waarschijnlijk goed gaat. Dat zou een ontzettend krappe prestatie zijn, dus ik merk dat ik ontzettend nieuwsgierig wordt naar het daadwerkelijke IRP wat we dan na de zomer gaan behandelen met elkaar.

Ik ben ook tevreden met de uitleg/de interpretatie die de heer Adriani gaf over die 2 zinnen in de zienswijze, al baart het mij wel zorgen dat als zelfs deze wethouder moet gaan filosoferen over wat hij heeft opgeschreven, dat ik me dan wel afvraag hoe duidelijk de zienswijze is voor die bestuurlijke samenwerking, maar we gaan hem zoals het er nu voorligt gewoon steunen. Fractie Núwegein, mevrouw Bakhtali: Ja, dank u wel. Ons standpunt betreft de bouwobsessie van het college is bekend. Wij gaan dus voor alle zekerheid het voorstel niet steunen. Wij gaan wel de amendementen steunen. Het amendement van GroenLinks en CDA heb ik nog niet ontvangen en voor deze partijen is het vaak reden om dan tegen te stemmen maar goed, wij zijn niet zo kleinzerig dus wij gaan gewoon wel voor het amendement stemmen want wij gaan voor de inhoud en niet voor de vorm. Ook amendement 109 voor het vervoer over water gaan wij steunen, maar het voorstel zelf dus niet. Dank u wel. Fractie VVD, de heer Snoeren: Ja dank je wel, voorzitter. Er is al veel gezegd over het IRP en er is ook veel herhaald van de Avond van de Raad. Ik zal dat ook een heel klein stukje doen en dat gaat met name over het stukje Rijnenburg. Ik ben blij ook met de uitleg van de heer Adriani en ook dat het erin staat. Voor ons is het helder en dat heeft ook te maken met de verdichting en de verstedelijking.

Er moet zo snel mogelijk gebouwd worden in Rijnenburg om te voorkomen dat wij ook als Nieuwegein gaan verdichten en dat de druk op de A12-zone enorm wordt, want die zal er zijn, die woningen zijn hard nodig. Daarom zijn we ook blij met de amendementen die GroenLinks heeft ingediend. Ik had het misschien zelfs nog wel iets scherper willen formuleren en zeker ook met de woorden die de wethouder Adriani gebruikte dat het een soort laadgebied zal worden, de A12-zone. Dan zullen we toch met elkaar, en blij ook met die toezegging als we dit onderzoek gaan doen, dat we moeten kijken waar leggen we nu prioriteit in de A12-zone, wat voor soort bebouwing willen we daar, wat willen we daar realiseren en wat voor mobiliteit hoort daarbij. We zullen dat amendement dus steunen en zo ook het IRP. Met betrekking tot het amendement van het CDA: we hebben natuurlijk eerder dit al besproken. Wij zullen er niet tegen zijn. We hebben wel altijd nog steeds vragen bij de uitvoerbaarheid van dit amendement en gezien het feit dat wil je echt over water gaan transporteren je toch enkele sluizen door moet en de vraag is of we niet hier iets vragen wat niet uitvoerbaar is. 23/40 Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 3 juni 2021

Al met al de woorden van de heer Verhoeve dat het een majeure opgave is en de woorden van de heer Adriani dat hij dit met trots heeft gepresenteerd, daar kan ik me helemaal in vinden. Het is een flinke opgave. Het is een complex document maar er staat nu wel iets waar we mee verder kunnen en ook in de Avond van de Raad was de heer Adriani heel duidelijk: dit zijn de contouren. Mochten we nou echt ergens tegenaan lopen wat niet past en dat zou zomaar kunnen gebeuren als toch die bypass komt of die A12-zone teveel als laadgebied wordt gebruikt, dat we als raad nog steeds aan het stuur zullen zitten. Met die woorden wil ik afsluiten voorzitter en zullen wij dus alle 3 de stukken, de 2 amendementen en het IRP steunen. De voorzitter: dank meneer Snoeren. Ik heb eigenlijk geen onderwerpen meer gehoord waar een reactie van het college nodig is, ik kijk even of de wethouder dat met mij eens is, meneer Adriani? Beantwoording wethouder Adriani: Volgens mij ben ik de heer Van den Heuvel nog een reflectie verschuldigd op de klimaatverandering en het feit dat Nieuwegein aan zee wordt. Dat is een somber scenario wat de heer Van den Heuvel daar uit, wat denk ik ook geen recht doet aan het programma van de Deltacommissaris die enorm hard bezig is om te zorgen dat ook het westen van Nederland gewoon droge voeten houdt.

Ik herinner me nog toen ik voor het eerst dat programma zag, dat is een programma waar voor de komende 100 jaar al activiteiten worden ingepland, dat ik dacht: dat heb ik nog nooit eerder gezien, maar we zijn als Nederland natuurlijk als geen ander land in staat om daar op een goede manier mee om te gaan. Volgens mij gebeurt dat ook en ik denk dat Nieuwegein echt de minste van alle problemen is als het sombere scenario van de heer Van den Heuvel uit zou komen. Daar zou ik maar niet op willen anticiperen is eigenlijk de slotconclusie. De voorzitter: dank u wel. Dan sluit ik de beraadslagingen en voordat ik schors, voordat we naar de stemming gaan aan u even de vraag: ik denk dat ik gehoord heb dat de beide amendementen unaniem door iedereen gesteund worden. Als dat niet zo is, dan zou ik dat dadelijk graag als we heropenen van u in de chat zien, anders kan ik dat zo concluderen voordat we tot stemming overgaan over het voorstel. Dan schors ik nu voor 2 minuten de vergadering, dat betekent dat we om 21.15 uur doorgaan. De voorzitter: ik heropen de vergadering en ga over tot de stemmingen. Stemverklaringen Fractie Socialistische Partij, de heer Van den Heuvel: Dank u wel, voorzitter. Na kort overleg in de fractie hebben wij besloten om ook voor A109 te stemmen, dus dat wordt tegen IRP en voor beide amendementen. Dank u.

Fractie Lokale Vernieuwing, de heer Verhaar: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben alle beraadslagingen gehoord en wij zijn voor het stuk en ook voor allebei de amendementen. Dit is een goed onderbouwd stuk op deze manier. Dank u wel. De voorzitter: dan wil ik het volgende concluderen, dat over amendement 109 geen stemming gewenst is en dat het daarmee unaniem aanvaard is. Dan stel ik vast dat over amendement 110 ook geen stemming gewenst is en dat het daarmee ook unaniem aanvaard is. -

Geamendeerde voorstel (2021-174) 24/40 Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 3 juni 2021

De heer Van den Heuvel (SP): tegen. De heer Holtermann (PvdA): voor. De heer Horst (CDA): voor. De heer Monrooij (CU): voor Mevrouw Peters (LV): voor. Mevrouw Van Schaik (D66): voor. De heer Schat (VVD): voor. Mevrouw Schenkhuizen (VVD): voor. Mevrouw Schiltkamp (CU): voor. De heer Van de Siepkamp (GL): voor. Mevrouw Van der Sluiszen (CDA): voor. De heer M. Snoeren (VVD): voor. De heer P. Snoeren (D66): voor. Mevrouw Spalburg (PvdA): voor. De heer Stekelenburg (GS): voor. De heer Verhaar (LV): voor. De heer Verhoeve (D66): voor. Mevrouw Vizee (VVD): voor. De heer Zondag (VSP): voor. Mevrouw Bakhtali (Nú): tegen. Mevrouw De Beer (GL): voor. De heer Beeuwkes (VSP): voor. Mevrouw Bijvoet (SP): tegen. De heer Diekstra (VVD): voor. De heer Elias (VVD): voor. De heer Van Esch (PvdA): voor. Mevrouw Feenstra (GL): voor. De heer Gadella (VVD): voor. De heer Hack (CDA): voor. Mevrouw Van den Heuvel (SP): tegen. De voorzitter: daarmee is het voorstel aanvaard met 26 stemmen voor en 4 stemmen tegen. 10.

Voorstel over zienswijze jaarrekening 2020 en ontwerpmeerjarenbegroting 2022 BghU (2021-185) De voorzitter: niemand heeft zich gemeld voor woordvoering op dit onderwerp. Mag ik daarmee constateren dat er ook geen stemming nodig is over dit voorstel? Als er geen stemming gewenst is, dan betekent dit dat het voorstel unaniem aanvaard is, waarvoor dank.

11.

Voorstel over zienswijze Bedrijfsplan 2022 WerkwIJSS (2021-182) De voorzitter: er zijn geen zorg- en aandachtspunten in de Avond van de Raad naar voren gebracht. Er is wel door 2 fracties nog woordvoering gevraagd. Ik neem aan dat dat korte statements kunnen zijn. Fractie Partij van de Arbeid, mevrouw Spalburg: Ja dank u wel, voorzitter. De Partij van de Arbeid wil graag aangeven dat er vanuit de positie voorheen van PAUW naar WerkwIJSS goede stappen zijn gezet tot daar waar we nu zijn. De motie tot behoud van het gebouw in IJsselstein was een goede zet. Ook de wijze waarop nu weer nieuwe wegen worden bewandeld om onze inwoners verder te helpen door WerkwIJSS en

25/40 Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 3 juni 2021

WIL en het lokale werkteam, daar zijn wij best wel trots op dus wij zijn trots op hoe het nu gaat en ga vooral zo door. De voorzitter: dank u wel voor de complimenten, zou ik bijna zeggen. Fractie GroenLinks, de heer Van de Siepkamp: Dank u wel, voorzitter. WerkwIJSS is een belangrijke voorziening voor mensen met een grote en soms onoverbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt. De GroenLinks-fractie zal instemmen met de voorgestelde zienswijze. Wij hebben nog wel 2 kanttekeningen. In de profilering van WerkwIJSS staat de doorstroming naar de arbeidsmarkt centraal en als dat niet gaat, kunnen mensen een mensen duurzame werkplek krijgen binnen de WerkwIJSSlocatie. Het gaat daarbij om een grote groep medewerkers: 85% van het totaal die niet aan het kerndoel van WerkwIJSS tegemoet lijken te komen. Natuurlijk zijn wij blij dat ook deze groep veel aandacht krijgt, maar het lijkt ons voor de mensen zelf niet erg motiverend om te horen dat je eigenlijk niet aan het doel van de organisatie voldoet. Dat blijkt uiteindelijk uit hoe in de profilering van WerkwIJSS meer het accent gaat worden gelegd op het bieden van een beschutte werkplek met de mogelijkheid door te groeien voor hen die dat in zich hebben en willen in plaats van de focus per se op het doorstromen te leggen. Een vraag aan de wethouder is of zij in het bestuur van WerkwIJSS zich hiervoor zou willen inzetten.

De tweede kanttekening betreft de overcapaciteit aan werkplekken. In het werkplan wordt genoemd dat gekeken wordt of deze plekken met instroom van nieuwe doelgroepen ingevuld kunnen worden. Hierbij wordt gedacht aan mensen met een indicatie nieuw beschut werk of mensen die anderszins in het kader van de Participatiewet in beeld zijn. De vraag is of ook onderzocht zou kunnen worden of de plekken ingevuld kunnen worden op het niveau van de eerste stap van de participatieladder: de overgang van dagbesteding naar beschut werk. Mogelijk zijn er in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking mensen die de dagbesteding binnen de WLZ-voorziening ontgroeid zijn en die zouden kunnen floreren bij WerkwIJSS. Een vraag aan de wethouder is of het bijvoorbeeld mogelijk kan zijn dat vanuit WLZ-voorzieningen plaatsen hiervoor ingekocht worden bij WerkwIJSS. Dank u wel. Beantwoording wethouder Eggengoor: Ja dank u wel, voorzitter. Met dank voor de complimenten van de PvdA, die geef ik zeker ook verder aan de mensen die hier al een aantal jaren heel erg druk mee bezig zijn, die zullen daar ook heel erg blij mee zijn en ik herken ook wat u zegt.

Dan stelt meneer Van de Siepkamp 2 vragen; de eerste over het primaire doel van WerkwIJSS: doorstroming naar een betaalde baan en eigenlijk, we hebben het er in de Avond van de Raad ook over gehad, is de doelstelling van WerkwIJSS tweeledig, want we weten dat een groot gedeelte van de medewerkers die van PAUW naar WerkwIJSS zijn gegaan gewoon daar op de goede plek zitten en dat is ook het doel van een beschutte werkplek dat je daar op de goede plek zit. Maar inderdaad, we zijn bij WerkwIJSS, wetende dat de Sw-groep leegstroomt, ook aan het kijken hoe we die plekken zo goed mogelijk kunnen vullen met mensen waar dat een passende plek voor is en we kijken ook echt van: zit iedereen op de goede plek en welke mensen kunnen wel doorstromen en een stapje op de participatieladder zetten. We zien ook dat soms demotie nodig is, dat er namelijk net teveel van mensen wordt gevraagd dus wat dat betreft speelt WerkwIJSS echt wel die dubbele rol, maar ik neem uw signaal ter harte en ik kan u ook toezeggen dat ik dit in het bestuur van WerkwIJSS bespreekbaar zal maken. Ten tweede vraagt u of we binnen WerkwIJSS ook plek zien voor inwoners van Nieuwegein die bijvoorbeeld helemaal aan de onderkant van de participatieladder ook daar een stapje kunnen maken.

In principe ook het lokaal werkteam kijkt gewoon wat een passende oplossing is en we zijn ook wel met WerkwIJSS in gesprek welke mogelijkheden er zijn, want de groep die u nu voorstelt vraagt ook naar een specifieke ondersteuningsbehoefte en daar moeten we wel 26/40 Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 3 juni 2021

rekening mee houden dat die ondersteuningsbehoefte en dat de kwaliteit van die ondersteuning ook bij WerkwIJSS geleverd kan worden. Dat is de transitie waar WerkwIJSS nu ook inzit dus ik sluit het niet bij voorbaat uit, het is onderwerp van gesprek, maar laten we er wel voor zorgen dat mensen die we bij WerkwIJSS plaatsen wel de goede ondersteuning krijgen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: dank u wel, wethouder Eggengoor. Dan kijk ik of er nog behoefte is aan de tweede termijn, in het bijzonder even naar de heer Van de Siepkamp? De heer Van de Siepkamp (GL): nee, geen behoefte. Ik bedank de wethouder voor de antwoorden die zij gegeven heeft. De voorzitter: dank, dan sluit ik de beraadslagingen bij dit agendapunt en vraag ik of er stemming gewenst is? Ik zie geen reactie, dus ik ga ervan uit dat stemming niet gewenst is en dat ik daarmee kan vaststellen dat het voorstel unaniem aangenomen is. 12.

Voorstel over zienswijze diverse financiële stukken Veiligheidsregio Utrecht (VRU) (2021191) De voorzitter: er heeft niemand zich gemeld voor bespreking, ik kijk even of dat nog steeds zo is? Als dat zo is, dan denk ik dat de heer Schat zal zeggen dat hij zich geacht wordt onthouden te hebben van stemming? De heer Schat (VVD): heel scherp van u voorzitter. Dank u wel, dat is juist. De voorzitter: dan stel ik verder vast, als er geen stemming gewenst is, dat het voorstel unaniem aanvaard is.

13.

Voorstel over wijziging Algemene plaatselijke verordening (APV) (2021-184) De voorzitter: dit voorstel zit in mijn portefeuille en vergt iets meer discussie. Dit betekent dat er een voorzitterswisseling is en ik stel voor om u even de benen te kunnen laten strekken dat we voor een minuut of 10 schorsen en om 21.40 uur doorgaan. De heer Monrooij: dames en heren, ik heropen de gemeenteraadsvergadering. Wij gaan verder met agendapunt 13. Voor de mensen thuis of die dit later nakijken; mijn naam is Martin Monrooij, ik ben de plaatsvervangend voorzitter van de gemeenteraad en ik zit dit deel van de vergadering voor omdat de burgemeester, de heer Backhuijs, zelf ook portefeuillehouder is en het is wat lastig om tegelijkertijd de vragen te beantwoorden en ook de raadsvergadering voor te zitten, dus vandaar dat ik de raadsvergadering voorzit. De raad wordt gevraagd een besluit te nemen over de wijziging van de APV, de Algemeen Plaatselijke Verordening en vanuit het college is een ‘strekt ter vervanging’ van het voorstel gekomen. Het raadsvoorstel is besproken in de Avond van de Raad van 12 mei en zorg- en aandachtspunten waren het tijdstip van laden en lossen van vrachtwagens en de wijze waarop de vechtsport in de APV is opgenomen. Voor die onderwerpen zijn een amendement en een motie ingediend.

Amendement A111 zal worden ingediend ‘Een verantwoorde organisatie van alle soorten van evenementen’; die wordt door GroenLinks ingediend. En motie 251 over de transitiegebieden wordt door het CDA ingediend en ondersteund door Lokale Vernieuwing, VVD, VSP en D66. Er zijn voor de eerste termijn vooraf reeds 3 woordvoerders aangemeld en ik wou als eerste het woord geven aan de heer Horst van het CDA.

27/40 Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 3 juni 2021

Mevrouw Bakhtali (Nú): ik heb een punt van orde. Ja, ik wilde graag weten of we per punt gaan stemmen, want op sommige punten ben ik voorstander en sommige niet. Hoe zit dat? De plv. voorzitter: u overvalt me daar even mee want ik heb het raadsvoorstel zelf niet voor me liggen en mijn iPad ook niet, dus dan moet ik even het ‘strekt ter vervanging’ raadsbesluit erbij pakken. Het besluit bestaat zie ik uit 6 punten waarvan punt 3 nog een keer is onderverdeeld in verschillende letters en wat wilt u, mevrouw Bakhtali? Mevrouw Bakhtali (Nú): ik ben niet van alle punten voorstander, dus ik ben niet van plan om voor allemaal voor te stemmen. Gaan we dan punt voor punt stemmen? De plv. voorzitter: we kunnen punt voor punt, maar u kunt ook straks bij de stemming aangeven dat u bijvoorbeeld tegen punt 3 bent en voor de rest voorstemt, dan kan dat zo in de stemmingslijst worden opgenomen. Mevrouw Bakhtali (Nú): ja, ik vind dat lastig, want je kunt ook zeggen: ik stem tegen behalve voor die bepaalde punten. De plv. voorzitter: als u in uw stemverklaring duidelijk kunt aangeven voor welke punten u voor bent en welke punten u tegen bent, dan kan de griffier dat duidelijk op papier schrijven en komt dat ook zo in de besluitenlijst terug. Mevrouw Bakhtali (Nú): oké. De plv. voorzitter: ja? Oké, dank u wel. Dan ga ik nu wel over tot de behandeling en ik was bij de heer Horst van het CDA.

Fractie CDA, de heer Horst: Ja dank u wel, voorzitter. Voorzitter, zoals tijdens de recente Avond van de Raad aangegeven, kan het CDA instemmen met de voorgestelde wijzigingen op de Algemene Plaatselijke Verordening. Toch lazen we in de toelichting op het nieuwe artikel 4.5.a, dat gaat over geluidshinder door vrachtauto’s, een zin die bij ons tot zorgen leidt over de positie van bestaande bedrijven in de gemengde wijk Rijnhuizen. Helaas hebben de antwoorden op de vragen hierover tijdens de Avond van de Raad onze zorgen niet volledig weggenomen. Laat ik helder zijn. Het CDA is blij met het nieuwe artikel 4.5.a waar het gaat om het aanpakken van overlast door ladende en lossende vrachtauto’s bij winkelcentra in woonwijken. De afgelopen jaren hebben ons diverse keren klachten hierover bereikt zoals met betrekking tot de supermarkt Lidl aan de Kauwenhof in de Doorslag. Eerder deze week stond hierover nog weer een bericht in het AD, maar in de toelichting op het APV-artikel en in het raadsvoorstel lezen we dat dit ook voor de transitiewijk Rijnhuizen kan worden ingezet. In de wijk Rijnhuizen maken al enkele jaren bedrijven geleidelijk plaats voor woningen en ontstaat een gemengde wijk van wonen en bedrijvigheid.

Nieuwe bewoners van Rijnhuizen weten dus op voorhand dat ze in de omgeving van bestaande bedrijven komen te wonen en dat die bedrijven worden bevoorraad en er producten worden afgevoerd. Het CDA vindt samen met Lokale Vernieuwing, VVD, VSP en D66 dat de bestaande bedrijven in de gemengde wijk Rijnhuizen niet al te lichtvaardig in hun bedrijfsvoering mogen worden geknot. Wij vinden dat hierbij de wettelijke normen voor geluid, stank en anderszins de grens vormen. Het werken met venstertijden voor laden en lossen bij bestaande bedrijven in de gemengde wijk Rijnhuizen vinden wij in principe niet passend. Daarom dienen wij met genoemde partijen de motie M251 ‘Bescherming bedrijfsactiviteiten in transitiegebieden’ in. Dank u wel.

28/40 Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 3 juni 2021

Fractie GroenLinks, de heer Van de Siepkamp: Ja dank u wel, voorzitter. De GroenLinks-fractie heeft moeite met de bepaling met betrekking tot de vechtsportevenementen en met name het beoordelingscriterium met betrekking tot het levensgedrag van de aanvrager. We hebben in de Avond van de Raad heel goed de argumentatie van de burgemeester gehoord dat deze bepaling alleen betrekking heeft op de organisator van het evenement en niet op de beoefenaren van de vechtsport als zodanig, maar in de beeldvorming bij mensen werkt dat anders. Het uitsluitend hanteren van deze bepaling voor de organisatie van vechtsportevenementen kan wel degelijk een stigmatiserend effect hebben op de vechtsport als zodanig en op de mensen die dat beoefenen. Bovendien vinden wij dat niet alleen vechtsportevenementen, maar dat alle evenementen die in onze gemeente georganiseerd worden op een maatschappelijk verantwoorde wijze dienen plaats te vinden. Daarom pleiten wij ervoor dat het beoordelingscriterium met betrekking tot levensgedrag niet uitsluitend voor de vechtsportevenementen maar voor alle evenementen gehanteerd gaat worden en daarvoor dienen wij amendement A111 in. Nog een korte opmerking ten aanzien van het messenverbod; wij zijn het er mee eens dat dat komt. Ook goed dat er gesproken wordt over preventief beleid gericht op jongeren.

We willen daarbij wel oproepen dat dat preventief beleid niet teveel is vanuit de beheerskant en de negatieve kant over het naleven van het verbod, maar vooral gericht is op de positieve kant om jongeren te leren om op een geweldloze wijze conflicten op te lossen. Dank u wel, voorzitter. Fractie Partij van de Arbeid, mevrouw Spalburg: Ja, dank u wel. Ik kan me wel aansluiten bij wat meneer Van de Siepkamp vertelt. Ook de Partij van de Arbeid vindt dat evenementen goed en veilig georganiseerd moeten worden, maar dat niet alleen vechtsportevenementen maar alle evenementen in onze stad georganiseerd gaan worden door mensen met een goed levensgedrag. Hoewel het hier gaat om de aanvraag van een evenement is inderdaad de formulering in de APV stigmatiserend voor de vechtsport als zodanig. Voorzitter, kan de burgemeester aangeven of bij een algemene omschrijving in de APV zoals omschreven in het amendement van GroenLinks, waarbij de kan-formulering gehandhaafd blijft, of dit financiële consequenties ten gevolge heeft? Bij een algemene formulering voorkomen we ook dat beoefenaars van deze sport met de term slecht levensgedrag worden geconfronteerd. Tenslotte heeft Nieuwegein veel Nederlandse jeugdkampioenen voortgebracht. Vorig jaar nog heeft Rico Verhoeven de nationale sportweek afgetrapt in Nieuwegein.

We willen toch niet dat deze topsporters in het verdachtenbankje worden gezet dus de vraag: kunnen we de formulering algemeen houden? Fractie Lokale Vernieuwing, mevrouw Peters: Ja voorzitter, dank. Ik wou eigenlijk graag beginnen met het benoemen van een tweetal verboden die mede dankzij moties van mijn fractie in de APV terecht zijn gekomen, dan duid ik op het lachgasverbod en het messenverbod. Eigenlijk vind ik dit een mooi voorbeeld om te laten zien dat de APV een hele goede aanvulling kan zijn op wettelijke regelgeving, zeker nu meneer Grapperhaus heeft aangegeven voorlopig geen capaciteit in te kunnen en willen zetten voor handhaving van het lachgasverbod, dus ik denk dat wij dat als Nieuwegein op deze manier mooi en netjes hebben opgelost. Naast deze veer in eigen, ja hoe zeg ik het eigenlijk netjes, in mijn eigen vel zal ik het dan maar even noemen, wil ik aandacht besteden aan een tweetal andere punten die in het raadsvoorstel naar voren komen. Aandachtspunt nummer 1 is inderdaad de vechtsportevenementen waar mijn 2 voorgangers het ook over hebben gehad.

De pijn zit met name, zo heb ik uit de Avond van de Raad en de technische vragen begrepen, in het gebruik van slecht levensgedrag en in aanvulling op de vragen van mevrouw Spalburg zou ik graag van de burgemeester willen weten wat het probleem of wat het bezwaar is, misschien is dat een beter woord, tegen het verbod betrekking laten hebben op alle evenementen, dus niet specifiek op de vechtsportevenementen, maar op 29/40 Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 3 juni 2021

evenementen in zijn algemeenheid waarbij ik me zou kunnen voorstellen, dat is dan eigenlijk tevens een tweede vraag aan de burgemeester, of het zou helpen om het woordje ‘kunnen’ in amendement 111 te stoppen. Dat is dus om het nog makkelijker te maken ook impliciet een verzoek aan GroenLinks of die bereidheid er zou zijn, waardoor het verbod zou kunnen komen te vermelden als volgt: ‘een vergunning voor een evenement te kunnen weigeren als de aanvrager‘ etc. en dan volgt de rest van de riedel: ‘van slecht levensgedrag is’. Op deze manier kan de burgemeester deze bepaling betrekking laten hebben op ieder willekeurig evenement maar is daartoe geen verplichting en kan het dus, als de burgemeester dat passend vindt, ook op een wat beperktere groep evenementen worden toegepast maar sluit je op voorhand niemand uit. Ik zou dus graag vanuit de fractie van GroenLinks willen weten of dit een gewenste aanpassing van het amendement zou kunnen zijn en van de burgemeester hoor ik graag of dat voldoende tegemoet komt aan zijn eerder geuite bezwaren. Dan tot slot extra aandacht voor motie 251 die zojuist door het CDA is ingediend en waarvan Lokale Vernieuwing mede-indiener is. Technische vragen zijn er door mijn fractie gesteld over dit verbod.

Uit de antwoorden op deze vragen bleek kortgezegd dat de venstertijden nog niet helemaal bepaald zijn en er ook nog niet op voorhand door het college duidelijkheid gegeven kan worden over de vraag welke bedrijven/welke ondernemingen of welke plekken voor een mogelijke uitzondering die op basis van lid 2 mogelijk is, in aanmerking zouden komen. Vandaar dat mijn fractie zich genoodzaakt heeft gevoeld om deze motie in te dienen zodat wij het college op voorhand kunnen meegeven dat het wat ons betreft te zwart/wit is om venstertijden op alle ondernemingen betrekking te laten hebben omdat er nu eenmaal ondernemingen zijn die eerder op een ‘simpel industriegebied’ zaten, die nu in een transitiegebied zitten en je dan niet kunt zeggen als het aan ons ligt: je hebt opeens een buurman en daarom kan er niet meer op dezelfde wijze gewerkt worden als je voorheen gewend ben. Wij denken dus dat het dan vanuit beide partijen zowel vanuit de inwoner als vanuit de onderneming heel nobel is en eigenlijk ook passend is om rekening te houden met elkaar en dat dat rekening houden met elkaar niet 1 kant op gaat, maar dat beiden dan een beetje water bij de wijn moeten doen. Voor zover mijn eerste termijn, voorzitter. Dank. Fractie Núwegein, mevrouw Bakhtali: Ja, dank u wel. Ik vind dit een heel moeilijk onderwerp omdat ja, we hebben ook gezien hoe moeizaam de discussie ging.

Ik hoop dat de burgemeester vanavond wel de juiste antwoorden heeft op de juiste vragen, want dat ging helemaal mis de vorige keer. Wat betreft het vechtsportevenement, het criterium van slecht levensgedrag is geïntroduceerd als uitzondering voor drank- en horecaondernemingen. Het wordt nu getransporteerd naar evenementen, eenmalige gebeurtenissen, en het voorstel is om het ook een criterium te laten zijn om een vergunning van een vechtsportevenement te weigeren. Wij hebben aangegeven in de voorbereidende bespreking dat wij vinden dat heel erg, ja het neigt naar willekeur. Het neigt naar persoonlijke beoordelingen. Wij zijn er niet achter kunnen komen wat de meerwaarde is ervan, dus wij vinden dat heel erg bezwaarlijk. De voorgaande sprekers vinden dat ook bezwaarlijk, maar wat doen zij? Wat stellen zij voor tot mijn afgrijzen? Zij stellen voor om het dan maar voor het gemak voor alle evenementen te laten gelden, dus van een heel precaire uitzonderingspositie. Waarom moeten wij dat doen? Wij zijn niet raadsleden om mensen beperkingen op te leggen. Wij zijn raadsleden om de mensen zo goed mogelijk te laten leven en zo veilig mogelijk. Het slaat nu gewoon de hele verkeerde kant op en ik wil daar graag dus een reactie over hebben van de burgemeester. Wij willen eigenlijk dat hele criterium niet laten gelden voor eenmalige situaties, wij vinden dat van de gekke.

Dan over de verboden criminele organisaties. Wij hebben ook technische vragen gesteld en wij hebben als reactie gekregen dat een kind van 15 jaar die met een of ander voorwerp loopt, die kan dan gewoon bekeurd worden en die kan dan in aanmerking komen voor 3 maanden

30/40 Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 3 juni 2021

hechtenis. Nou ja, misschien voor een jeugdige wat minder, of voor € 4.150 boete. Dat is gewoon bizar, dus graag uitleg van de burgemeester hierover. Het messenverbod. Ja, hoe ver wil je gaan met dingen verbieden? Gaat de volgende stap een nagelknijper zijn? Ik vind iemand met grote spierbundels in dronkenschap veel gevaarlijker dan iemand die met een zakmesje rondloopt om eventueel een appeltje te kunnen schillen als er daarvoor tijd is. Ik loop ook heel vaak met een aardappelmesje en fruit op zak, dus we hebben al genoeg regelingen die messen en gevaarlijke voorwerpen in bepaalde nachtelijke uren en dergelijke verbieden. Wij vinden dit te ver gaan, want nu kan gewoon iedereen die met een mes loopt en met een aardappelmesje voor een appeltje bekeurd worden. Graag de reactie van de burgemeester hierover en dan laat ik het voorlopig hierbij. Fractie Groep Stekelenburg, de heer Stekelenburg: Ja dank u, voorzitter. Ik kan me grotendeels vinden in de voorgestelde wijzigingen en ik onderschrijf op zichzelf ook het verbod op bepaalde organisaties als de rechter dat zo heeft uitgesproken. Echter, het dragen van bepaalde kleding om dat te verbieden vind ik wel echt een andere kwestie. Niet altijd wordt de bedoelde kleding gedragen door daadwerkelijke leden van die organisatie.

Soms zit er verder ook niets achter en dan vind ik überhaupt de regels hieromtrent een beetje te ver gaan en de boete vind ik ook absurd hoog. De APV kan wat mij betreft wel worden vastgesteld, maar ik wens alleen geacht te worden tegengestemd te hebben op besluitpunt 3.a en b en wat betreft het amendement en de motie wacht ik even de reactie van het college af. Dank. Fractie VVD, de heer Snoeren: Ja dank je wel, voorzitter. We hebben afgelopen week/2 weken geleden gesproken over de APV en ik hoor weer heel veel vragen die toen ook gesteld zijn en waar toen door de burgemeester goed op beantwoord is. Het is natuurlijk altijd het goed recht van een raadslid om die vragen te stellen en ik probeer in ieder geval niet in herhaling te vallen. Ik heb mijn zorgen geuit over bepaalde punten en daar blijf ik ook bij, dat gaat met name over de bendes. Daar is toen een goed antwoord op gekomen. Ik wil alleen nog benadrukken het feit wat de heer Horst aangeeft rondom de motie die wij samen met meerdere partijen indienen. Ik denk dat de heer Horst het prima verwoord heeft in zijn bijdrage dat het niet zo kan zijn dat wij gaandeweg de regels enigszins gaan veranderen ten gunste van een groep of ten nadele van een groep die daar altijd in die wijk hard heeft gewerkt en onze economie heeft draaiende gehouden.

Het zou zonde zijn als we op die manier met deze wijziging in de APV die beperking daarop gaan doen, vandaar ook zijn wij mede-indiener van deze motie. Verder heb ik natuurlijk de discussie gehoord rondom het levensgedrag. Ik heb in de Avond van de Raad daar niks over gezegd en ik zal nu kort daar op ingaan omdat ik denk dat het, zoals het nu verwoord is in het voorstel, het prima verwoordt zoals het ook daadwerkelijk is. Ik denk dat we moeten oppassen dat we het gaan generaliseren zoals mevrouw Peters voorstelt of dat we het op een manier gaan doen door alles eronder te laten vallen, alle evenementen. Wij steunen dus het voorstel zoals door het college is aangehouden en zullen het amendement niet steunen. Beantwoording burgemeester: Dank u wel. Laat ik beginnen met waar veel fracties wat over zeggen, het opnemen in de APV van slecht levensgedrag als een afwijzingsgrond voor een vergunning aan een organisator van een vechtsportevenement. Dat komt niet uit de lucht vallen. De meeste van de voorstellen die er nu liggen zijn ook voorstellen die we regionaal afspreken om allerlei waterbedeffecten te voorkomen en dat we de APV ook steeds meer, ook een beetje op het verzoek denk ik wel van een Kabinet, gebruiken om bestuursrechtelijk in te kunnen grijpen om de samenleving veilig te maken.

In de afgelopen jaren hebben we gezien dat we bepaalde typen organisatoren van 31/40 Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 3 juni 2021

bepaalde vechtevenementen soms de vergunning niet kunnen weigeren omdat ze aan alle vergunningsvoorwaarden die je kan stellen voldoen, maar we hebben wel te maken met iemand waar we het niet aan willen overlaten dat die verantwoordelijk is voor de veiligheid van zo’n evenement, want dat doe je in feite als je een vergunning geeft. Als je een vergunning geeft, dan geef je in feite opdracht aan de organisator om een veilig evenement te organiseren en als uit levensgedrag van zo’n organisator blijkt dat hij dat niet kan en dat het in het verleden misgegaan is, dan is dit een goede manier om dit op te nemen in de APV. Eigenlijk is het al een soort kanbepaling want dat gaan we niet bij alle vechtsportevenementen doen, dat heb ik in de Avond van de Raad ook al gezegd. Volgens mij is dat ook niet stigmatiserend, want ik ken ook een vechtsportorganisator van een evenement die dat het afgelopen jaar niet en het jaar ervoor geloof ik ook niet maar dat heeft misschien met corona te maken, maar de jaren ervoor ieder jaar dat organiseerden en daar kunnen we goede afspraken mee maken en die is ook in staat om een veilig evenement te organiseren, die houdt de mensen die hij niet binnen wil hebben, die de overlast gaan veroorzaken, ook buiten, hij laat ze ook niet via de achterdeur binnen.

Op die manier probeer je dus het kaf van het koren te scheiden als het gaat over de organisatoren van bepaalde vechtevenementen. Ook landelijk via de VNG wordt geadviseerd om dat te doen, want als de ene gemeente het wel doet en de ander niet, dan zou je via het waterbedeffect zien dat zo’n organisator ergens opduikt. Bij al die andere evenementen is dit niet aan de orde. Daarom vind ik het amendement ook veel te ver gaan en is het ook niet nodig. Ik zou uw raad ook willen ontraden om het amendement aan te nemen, want u geeft mij dan een bevoegdheid om bij alle evenementen dat te doen. Het is niet nodig, je moet ook kunnen uitleggen als raad vind ik waarom je in de APV een bevoegdheid voor de burgemeester opneemt. Daar moet een concrete aanleiding voor zijn. Die is er bij bepaalde vechtsportevenementen wel en bij al die andere evenementen is dat er niet. Ik ben het er ook niet mee eens dat het stigmatiserend is over vechtsporten. Dat is het frame dat u hieraan geeft, maar het is een bepaling die op heel veel plekken in het land al gebeurt en ik heb nog nooit gemerkt dat daarmee vechtsporten geframed worden als zijnde dat je dan van slecht levensgedrag bent. Dat is er niet.

Sterker nog, de goede organisatoren en de goede organisaties zijn blij dat je op deze manier het kaf van het koren kan scheiden, dus ik pleit ervoor om dit amendement eigenlijk niet aan te nemen, want u geeft mij gewoon veel te veel bevoegdheden. Ik zou u daar op willen wijzen om dat niet te doen en alleen de bevoegdheid te geven voor die evenementen waar het echt nodig is en dat zijn de vechtsportevenementen. Het is ook niet zo dat het alleen een begrip is uit de Drank- en Horecawet. Ook al bij seksinrichtingen en bij de horecaexploitatievergunning wordt dit gehanteerd en overigens kan bij de rechter gevraagd worden of je dat op een goede manier invult. Er zullen nog beleidsregels moeten komen voor wat goed en slecht levensgedrag is, dat moet ook in relatie staan tot de activiteit waarvoor je dat gebruikt en dat kan ook nog een keer bij de rechter getoetst worden, dus ik zal daar zorgvuldig mee omgaan en gebruiken om iets tegen te houden wat tot een onveilige situatie kan leiden in Nieuwegein, die we liever niet zouden willen hebben, maar alle goede vechtsportevenementen kunnen gewoon vergunning krijgen. Dat over dit onderdeel. Dan het messenverbod. De heer Van de Siepkamp zegt daar wat over en daar sluit ik me bij aan. Het gaat niet alleen om het verbieden. Het gaat ook om het juist aangeven hoe kan je als jongeren veilig gedrag vertonen dus daar sluit ik me bij aan.

Dan heeft mevrouw Bakhtali nog een opmerking gemaakt over de colors van verboden clubs. Mevrouw Bakhtali (Nú): ja, het gaat nog steeds over het messenverbod. Er staat toch duidelijk dat het gaat om een messenverbod en niet om een opvoedingsmaatregel. U heeft het over dat we moeten de jongeren opvoeden; natuurlijk moeten we dat doen en dat moeten de ouders doen en dat gebeurt ook op scholen en eventueel bij bureau Halt als ze daar terechtkomen, maar hier gaat het om een messenverbod. Dat wil zeggen dat iemand gewoon een bekeuring kan krijgen

32/40 Verslag gemeenteraad Nieuwegein van 3 juni 2021

met een boete die ik net genoemd heb: 3 maanden hechtenis of € 4.150, dus iemand die een mes bij zich heeft om een appeltje te schillen, die kan gewoon bekeurd worden. Dat staat erin. De burgemeester: ik ga even terug naar waar u begon en dat ik reageer op de heer Van de Siepkamp die zegt: u heeft dat messenverbod en dat is 1 en hij zegt: je moet ook wat aan opvoeding doen. Daar ben ik het van harte mee eens, dat is wat ik zeg. Natuurlijk, het messenverbod staat er en de feiten en omstandigheden kunnen aangeven en die discussie hebben we ook gehad: als u een aardappelmesje in een tas hebt zitten omdat daar ook nog een appel bij zit, dan zijn de feiten en omstandigheden niet dusdanig dat dat daaronder valt. Uiteindelijk bepaalt de rechter de hoogte van de straf die daarbij hoort. Tegelijkertijd, gelukkig is het in Nieuwegein nog niet voorgekomen, maar we kennen wel jongeren die met messen op staat rondlopen en ze nog niet gebruikt hebben, voor die jongeren maar ook ouderen kan het zijn dat je wilt ingrijpen. Ja, het is een maatregel om de samenleving veiliger te maken mevrouw Bakhtali.

U denkt daar misschien anders over, maar ik sluit me wat dat betreft wel heel erg aan bij mevrouw Peters op dit punt en het wordt, dat heb ik bij de raad ook al gezegd, alles wat in de APV staat betekent niet dat we een heksenjacht gaan doen, dat iedereen die op straat ook wordt gecontroleerd of hij een mes bij zich heeft. Er moeten feiten en omstandigheden zijn om die controle uit te voeren en als het dan een mes is wat makkelijk gebruikt kan worden, ja, dan kan dat strafrechtelijk beboet worden. Mevrouw Bakhtali (Nú): een doorvraag. Maar u weet toch ook dat er al heel wat regelingen bestaan en verboden bestaan waarin steekwapens en messoorten en andere gevaarlijke dingen bijvoorbeeld in de nachtelijke uren en dergelijke worden verboden? Dat is een gedachte die ik kan volgen. Wat is de meerwaarde hiervan? Want anders is straks de volgende stap dat we nagelknijpers gaan verbieden want dat is ook scherp en daar kun je ook mensen mee verwonden. Ik hoef geen mes bij me te hebben om heel gevaarlijk te zijn hoor. Ik kan ook gewoon een bierflesje pakken en kapot slaan en dan heb ik een dodelijk wapen bij me, dus hoe ver gaat u hiermee? De burgemeester: ja, precies zover als het erin staat.

Het gaat om messen en steekwapens die niet onder de Wet wapens en munitie vallen, want daar kun je op een andere manier ingrijpen, maar het gaat om gevaarlijke messen en steekwapens die daar niet onder vallen, waar je wel wilt ingrijpen. Wij hebben helaas de voorbeelden gezien op allerlei plekken in het land met drillraps en jongeren en met messen die in principe niet verboden zijn volgens de Wet wapens en munitie, maar wel tot dodelijke slachtoffers geleid hebben. Het was een motie die uw raad heeft aangenomen en ik sta daarachter, om daar ook in Nieuwegein op te kunnen ingrijpen. U mag daar anders over denken, maar ik denk daar op deze manier over. Mevrouw Bakhtali zegt van: de colors en als dan een jongere zomaar en volgens mij zei de heer Stekelenburg daar ook iets over, als een jongere zomaar een hesje aan heeft van een verboden club, natuurlijk wordt er niet gelijk beboet. Als iemand het jasje uit doet en het is over, dan is dat ook een goede methode, maar er kan beboet worden. Ook daarvoor geldt dat de rechter uiteindelijk de strafmaat bepaalt. Overigens is het, volgens mij mag je die jasjes ook alleen maar aan als je toegelaten bent tot de club en anders mag je dat niet en loop je nog een bepaald risico ook, zo zit het helaas ook nog een keer in elkaar. En ik zeg er uitdrukkelijk bij: het gaat alleen over die kleding van die clubs die door de rechter verboden zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=f9fdae64-42a4-47f8-95c2-43380e6998e9