2021-054 BP Veegplan-Bijlagen bij de toelichting.pdf
Tekst van het document
Het deelgebied Herenstraat-Kruyderlaan moet kwantitatief en kwalitatief bijdragen aan de verbetering van het woningaanbod in de wijk. Vanuit de gebiedsvisie bestaat de wens om veel ruimte te creëren voor combinaties voor wonen en werken, ook voor starters in woning- en arbeidsmarkt. Het bouwplan voor de Hildo Kropstraat past binnen deze visie, omdat deze voorziet in een woonfunctie binnen een gemengd gebied van wonen en werken. Notitie Kruyderlaan-Herenstraat (2007) Voor het gebied Herenstraat-Kruyderlaan heeft de gemeente de notitie ‘KruyderlaanHerenstraat, uitgangspunten bij particulier initiatief’ opgesteld. In het gebied zijn veel bedrijven gevestigd, die bezit zijn van particulieren. Het gebied heeft zich door de jaren heen ontwikkeld van een hoofdzakelijk industrieel gebied naar een gebied waar zich dienstverlenende bedrijven en (grootschalige) detailhandel vestigen. Daarnaast zijn er verschillende initiatieven om op deze locatie woningbouw te realiseren. De druk op het gebied voor herontwikkeling wordt daarmee steeds groter. Om ruimte te geven aan particuliere initiatieven die niet passen binnen het vigerend bestemmingsplan, heeft de gemeente deze notitie opgesteld, waarin de randvoorwaarden worden gekenschetst. De kernpunten van de gewenste ontwikkelingsrichting voor het gebied zijn: 1.
ontwikkelen van een typisch perifeer centrummilieu met een grote diversiteit in functie, bebouwing en programma en als ‘aanloopgebied’ geschikt voor startende ondernemingen en kleine bedrijfjes; 2. versterken van de ligging aan de ‘wateras’ als verbinding tussen Utrecht met de Lek;
22
Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting
3. 4. 5. 6. 7.
creëren van een stedelijk woonmilieu; aandacht voor de verkeerstructuur; behoud van waardevolle architectonische elementen; aandacht voor exploitatie en fasering van het gebied; ontwikkelen van een erfzone als groene zone tussen de kavels.
De start van de ontwikkeling is een eerste aanzet voor de herontwikkeling van de Hildo Kropstraat. Daarmee wordt ook een eerste aanzet gemaakt met de erfzone die gepland is in het midden van het totale terrein. De erfzone is een gebied dat wordt ingevuld voor langzaamverkeer en groen. In beperkte mate is parkeren mogelijk in deze zone. Het is een zone waarin een goede bereikbaarheid van de kavels kan worden gerealiseerd tussen de vaak lange smalle kavels. Dit hoekperceel, wordt straks onderdeel van de entree van de nieuwe straat. Deze zone moet daarom ook met kwaliteit worden ingevuld. Het deelgebied Hildo Kropstraat kan herontwikkeld worden tot een gemengd woon-, werken voorzieningengebied. De woningen boven de voorzieningen kunnen gebruikt worden als bovenwoning of appartement en zijn geschikt voor senioren, starters en andere huishoudens zonder kinderen. Het parkeren dient geheel per kavel (verdiept, inpandig of op achtererf) opgelost te worden. Het bouwplan voor het perceel aan de Hildo Kropstraat sluit goed op de ambities aan. Woonvisie (2005) De woonvisie 2005 is een middellang termijnvisie op het wonen in Nieuwegein en geeft aan hoe attractief Nieuwegein als woongemeente is en hoe deze attractiviteit behouden kan blijven en waar mogelijk verbeterd kan worden. De woonvisie wordt als input gebruikt bij meer integrale beleidsafweging.
Op basis van de woonvisie zijn de volgende beleidsuitgangspunten vanuit het wonen geformuleerd: 1. mogelijkheden voor aanvullende woningbouw zoveel mogelijk benutten en kansen creeren; 2. : ⋅ bij woningbouwontwikkelingen krijgt de realisering van groene woonmilieus voorrang. ⋅ daar waar voorzieningen aanwezig en bereikbaar zijn krijgt huisvesting voor senioren prioriteit. ⋅ er dient meer (goedkoop) aanbod te komen voor jongeren en starters door bevordering van de doorstroming en nieuwbouw op strategische locaties, bijvoorbeeld aan de randen van het centrum. ⋅ daarnaast blijft er aandacht voor huisvesting voor gezinnen, met name in het duurdere segment; 3. de realisering van woonservicewijken wordt ondersteund. Naast Lekboulevard, Jutphaas, Wijkersloot en Zuilenstein zal aan de hand van criteria gekeken worden naar kansrijke volgende wijken; 4. de mogelijkheid van de realisering van woningen in een landelijk dorps woonmilieu in een groene recreatieve en cultuurhistorische omgeving in het gebied ten oosten van de Laagravenseweg en ten zuiden van de Houtenseweg wordt nader onderzocht. Hierbij wordt het principe ‘rood voor groen’ toegepast; 5. het is wenselijk het (recreatieve) gebruik en de toegankelijkheid van het park Oudegein te verbeteren; 6.
het is wenselijk de mogelijke bebouwing langs de hoofdroutes met woningen of andere functies te onderzoeken, zonder dat de stroomfunctie van de S15 wordt aangetast;
Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting
23
7. het is wenselijk om het imago van Nieuwegein te verbeteren en meer in overeenstemming te brengen met de kwaliteiten die de stad als (woon)gemeente heeft. Bij nieuwbouw wordt dus ingezet op het vergroten van de differentiatie aan woningen en woonmilieus. Naast nieuwbouw is het realiseren van meer diversiteit ook mogelijk door in een bestemmingsplan een hoge mate van flexibiliteit toe te laten; dus om een woning uit te bouwen of bijgebouwen te plaatsen. Deze uit- en bijbouwmogelijkheden moeten zo maximaal mogelijk zijn. Differentiatie en flexibiliteit moeten ook in het gebruik van de woonruimte terugkomen. Dit houdt in dat een gedeelte van de woning voor andere functies ingezet moet kunnen worden, mits de woonfunctie de hoofdbestemming blijft. In dit verband wordt aangesloten op de Nota aan huis verbonden werkactiviteiten11 . Onderhavig project voorziet in nieuwe startersappartementen op korte afstand van het centrum van Nieuwegein. Het project is daarmee in lijn met de Woonvisie voor Nieuwegein. Duurzaam bouwen (2007) Het streven van de gemeente Nieuwegein is het realiseren van een milieuprestatie van 15 % of hoger ten opzichte van de op dat moment geldende gebruikelijke bouwstandaard in Nederland. Dit heeft de raad vastgesteld eind 2007 in de nota ‘Bouwen voor de toekomst; duurzaam bouwen beleid gemeente Nieuwegein’.
De gemeenteraad heeft daarnaast de volgende basis maatregelen vastgesteld: - alle woningen uitrusten met laag-temperatuur-verwarming systeem; - geen toepassing van uitlogende bouwmetalen; - alleen toepassing van gecertificeerd duurzaam geproduceerd hout (FSC-keur of gelijkwaardig); - geluidswering tussen woningen onderling 5db beter dan bouwbesluit; - opstellen van een handleiding voor bewoners en gebruikers; - voor nieuwbouw woningen moet een duurzaam gezond binnenmilieu worden gewaarborgd. De milieuprestatie wordt (bij grotere bouwplannen) gemeten met het duurzaam bouwen instrument GreenCalc+-score en weergegeven met een MIG-score (Milieu Index Gebouw). In dit instrument worden de prestaties op de milieuthema´s energie, materialen en water beoordeeld en gewogen. Per 2011 geldt voor appartementen in Nederland een gemiddelde MIG van 144 (per 2012: 147). Voor Nieuwegein dient de MIG dus minimaal 15 % hoger te zijn. De milieuprestatie kan bij kleinere bouwplannen (zoals hier) worden gemeten met het duurzaam bouwen instrument GPR-gebouw. Het instrument GPR-gebouw is gebruiksvriendelijker dan GreenCalc+ en gezien de schaalgrootte van dit bouwinitiatief hier meer gepast. In dit instrument worden de prestaties op de duurzaamheidsthema´s energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde beoordeeld en gewogen.
GPRgebouw geeft per thema een waardering op een schaal van 1 tot 10, waarbij een 6,0 staat voor de huidige bouwstandaard. Een GPR-score van 6,9 staat voor ‘mainstream duurzaam’ en komt overeen met de in Nieuwegein gewenste milieuprestatieverbetering van 15 % of hoger.
24
Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting
Klimaatprogramma 2009-2013 (2009) Volgens het in juni 2009 door het college vastgestelde gemeentelijke Klimaatprogramma 2009-2013 dient de energieprestatiecoëfficiënt (EPC) minimaal 10 % te worden aangescherpt ten opzichte van het Bouwbesluit en geldt bovendien een streven naar 10 % duurzame energie. Kansen om deze ambities te halen zijn er ook, bijvoorbeeld door naast maximale isolatie van de gebouwschil gebruik te maken van eventuele aansluiting op nabijgelegen stadsverwarming, warmte/koude-opslag in de bodem in combinatie met warmtepompen en eventueel van thermische zonne-energie en PV-zon. De combinatie van appartementen met andere gebouwfuncties biedt kansen met betrekking tot het beperken van het energieverbruik. In het Collegeprogramma 2010-2014 is aangegeven dat Nieuwegein streeft naar een klimaatneutrale duurzame stad in 2040. B. Beleidskader waterhuishouding Het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) en de gemeente Nieuwegein hebben een gezamenlijke Watervisie voor Nieuwegein opgesteld in 2004 met daaropvolgend een gezamenlijke Nota Waterplan 2006-2010. De Watervisie geeft een integrale beleidsvisie over de wijze waarop zij het waterbeheer in de meeste brede zin wil vormgeven. In de Nota Waterplan is het ingezette beleid uit de Watervisie uitgewerkt naar concrete voorstellen op het gebied van de waterkwaliteit en het waterbeheer.
Een belangrijk onderdeel van het waterbeeld voor de wijken Jutphaas en Wijkersloot is om met het afkoppelen van verhard oppervlak bij te dragen aan het terugdringen van de vuilemissie uit het rioolstelsel naar het oppervlaktewater. In het plan wordt hierop geanticipeerd door de regenwaterafvoer(en) apart aan te bieden op de perceelgrens (zie ook paragraaf 4.3.3). Verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2009-2013 In dit plan worden de gemeentelijke doelstellingen voor de riolering en het rioolbeheer beschreven en een strategie voor de planperiode uitgezet. In het stuk worden hoofdzakelijk technische en beheersaspecten behandeld. Binnen de planperiode wordt de zorgplicht voor afvloeiend hemelwater en grondwater nader ingevuld. C. Beleidskader cultuurhistorie en archeologie
Erfgoedverordening Nieuwegein (2010) Op 1 oktober 2010 is de Erfgoedverordening Nieuwegein vastgesteld en is de Monumentenverordening ingetrokken. Door te kiezen voor een erfgoedverordening in plaats van een monumentenverordening wordt de mogelijkheid geboden in de toekomst archeologiebeleid in de verordening op te nemen. De Erfgoedverordening heeft als doel: - het aanwijzen en instandhouden van gemeentelijke monumenten; - de instandhouding van rijksmonumenten; - de aanwijzing en instandhouding van gemeentelijke stads- of dorpsgezichten; - het opnemen van archeologiebeleid en het vastleggen van de omgang met archeologische terreinen en verwachtingsgebieden.
Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting
25
26
Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting
4.
PLANBESCHRIJVING
4.1.
Planuitgangspunten NCB Projectrealisatie herontwikkelt in Nieuwegein een voormalige bedrijfslocatie aan de Hildo Kropstraat 35. Deze straat heeft in het verleden een verloederd en vervallen karakter gekregen. De situatie is inmiddels verbeterd, het verder herstellen van de ruimtelijke kwaliteit van de bebouwing en van de openbare ruimte is echter nog steeds van groot belang. Er is behoefte aan een kwalitatief hoogwaardiger functieniveau, uitstraling en architectuur die recht doet aan de locatie.12 Van den Berg Kruisheer Elffers Architecten heeft naar aanleiding van een haalbaarheidsstudie naar de ontwikkelingsmogelijkheden op de locatie, een ontwerp gemaakt voor een woongebouw met zorggerelateerde plint. De notitie Kruyderlaan Herenstraat heeft als uitgangspunt en richtlijn gediend voor dit ontwerp. Zoals al in de inleiding is aangegeven, is het uitgangspunt het verkrijgen van een planologisch-juridisch kader voor dit bouwplan.
4.2.
Ruimtelijke hoofdopzet Het wooncomplex bestaat uit vier bouwlagen. De begane grond wordt gekenmerkt door een plint met ruimte voor zorggerelateerde functies, een gecombineerde berging voor de bewoners en parkeerplaatsen. De ruimte voor zorggerelateerde functies is georiënteerd op de Hildo Kropstraat, waarlangs meer werkgerelateerde functies zijn gelegen. De gecombineerde berging is gekoppeld aan de achtergelegen parkeerplaatsen. De parkeerplaatsen zijn bereikbaar vanaf de Kruyderlaan. Parkeren voor bewoners, gebruikers en bezoekers vindt deels plaats op eigen terrein en deels langs de straat. Boven de plint bevindt zich een noord-zuid georiënteerde galerij met links en rechts daarvan appartementen over drie bouwlagen. Aan de galerij op de eerste verdieping is een op het zuidoosten georiënteerd gemeenschappelijke terras gelegen, gerelateerd aan de aangrenzende groenzone. Afbeelding 4.1. Ontwerptekeningen
Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting
27
Afbeelding 4.2. Ontwerptekeningen
4.3.
Planaspecten
4.3.1.
Functionele structuur Het gebouw biedt onderdak aan een zorggerelateerde maatschappelijke functie in de vorm van een bijvoorbeeld een crèche of een praktijkruimte, gecombineerd met 23 startersappartementen van verschillende afmetingen. De appartementen beschikken over een eigen buitenruimte, een gemeenschappelijk zonneterras en een gecombineerde berging. De startersappartementen zijn allen voorzien van een vaste kern in het midden van de woning waarin de sanitaire ruimten, cv en eventuele bergingskast zijn ondergebracht. De overige ruimte is vrij indeelbaar naar wens van de bewoner(s). Dit sluit aan bij het programma uit de vastgestelde notitie Kruyderlaan Herenstraat van de gemeente Nieuwegein, dat voorziet in ruimte voor dienstverlening, maatschappelijke doeleinden en wonen en dat gericht is op senioren, starters en huishoudens zonder kinderen. Architectuur Het gebouw heeft een alzijdige uitstraling waarbij plastiek in de volumes onderdeel zijn van het geheel. Hierdoor vormt het gebouw een eenduidig accent op de kop van de groene Erfzone. Gekozen is voor een frame in het gevelbeeld. De balkons en galerijen zijn prefab betonplaten opgenomen in het frame. Het gebouw krijgt hierdoor een industrieel karakter, wat aansluit bij de uitgangspunten van de gemeente voor nieuwe ontwikkelingen in dit gebied.
Het frame volgt daarbij de achterliggende constructie en toont deze als het ware. Het frame is te lezen als de drager van het ontwerp waarbij balkons, galerijen, puien en dergelijke invulling zijn.
28
Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting
Op een aantal specifieke plekken in het gebouw is het frame opengelaten: bij de entree naar de parkeerplaatsen, ter plaatste van de groene erfzone aan de westzijde (over twee verdiepingen) en ter plaatse van de set-back aan de Kruyderlaan. Door deze afwijkingen ontstaat er in het uiterlijk een spel waarbij het industriële frame soms wordt versterkten soms wordt verzacht. Qua beeld is het frame dan ook te vergelijken met een vakwerk zoals dat in veel historische industriële panden (ook in de omgeving) is toegepast waarbij op speelse wijze het frame en de invulling een collage vormen en zich soms aan elkaar aanpassen. Groen Het zonneterras kan gezien worden als een beëindiging van de groene Erfzone, zoals deze is vastgelegd in de notitie Kruyderlaan Herenstraat. Dit wordt versterkt door het terras met veel groen in te richten, waarmee ook wordt aangesloten op de gemeentelijke vraag naar groene woonmilieus. Bezonning De appartementen zijn ten opzichte van de galerijen oost-west georiënteerd zodat ze of in de ochtend dan wel in de avond zon ontvangen. De positie van de individuele buitenruimten, die binnen de hoofdcontour van het gebouw zijn gelegen, zijn hierop afgestemd. Het complex bezit tevens een zogenaamd zonnedek. Dit is een terras op de eerste verdieping die voor collectief gebruik van de bewoners is ontworpen en voorzien kan worden van groen.
Het dek schermt daarnaast zowel fysiek als visueel een aantal parkeerplaatsen af van het zicht vanaf de galerijen. Het appartementenblok is op de kop van de Groene Erfzone zo georiënteerd dat schaduw van het complex zelf geen hinder geeft voor belendende woningen. Voorzieningen Het appartementencomplex krijgt op het eigen terrein een fietsenstalling voor zowel de bewoners als de bezoekers. Daarnaast wordt bij voorkeur voorzien in ondergrondse afvalinzameling. Indien dit niet realiseerbaar is, geschiedt de afvalinzameling inpandig. Randvoorwaarden Het ontwerp voor het woongebouw met zorggerelateerde plint is getoetst aan de notitie Kruyderlaan Herenstraat. De visie stelt een maximale hoogte van drie lagen aan de Kruyderlaan waarbij de onderste laag voor onder andere maatschappelijke doeleinden/dienstverlening is berekend. Het bouwplan is vier lagen hoog geworden waarbij aan de Kruyderlaan de eerste laag parkeren is en de aan de Hildo Kropstraat de eerste laag maatschappelijke doeleinden is. Ruimtelijk past de nieuwbouw in de visie omdat hiermee de hoogte de hoek Hildo Kropstraat met de Kruyderlaan markeert en het gebouw als afronding van de straat daarmee het bouwblok een eenheid geeft. Het ontwerp voldoet aan de randvoorwaarden met betrekking tot afstand tot voorgevelrooilijn. De afstand van de Hildo Kropstraat tot aan bebouwing is vier meter.
De afstand van de Kruyderlaan tot aan de bebouwing is minimaal zeven meter. Tevens wordt een groene zone van minimaal zes meter gerealiseerd. Het doel van deze zone is het garanderen van voldoende groen en een langzaamverkeersontsluiting in het plangebied. Het groene gezamenlijke dakterras en de onderdoorgang/overkapping draagt bij aan de gewenste kwaliteit.
Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting
29
Om een goede doorgang van de erfzone te realiseren moet voor het transformatiehuisje dat nu op het achter terrein staat en straks in de erfzone een andere locatie worden gevonden. De gemeente is hiervoor in gesprek met Stedin, de eigenaar van het transformatiehuisje. Er is wel afgeweken van de voorgestelde bebouwingspercentages. Een dichtheid van 40 % op deze locatie is vanuit financieel oogpunt niet reëel gebleken. De gemeente is evenwel akkoord met de dichtheid van 70 % voor het nieuwe bouwplan. Al met al wordt met de commerciële en zorggerelateerde ruimte waarop woningen zijn geprojecteerd een levendige straat met gemengde woon en werkbebouwing nagestreefd. 4.3.2.
Verkeer, vervoer en parkeren Met de komst van 23 appartementen en een crèche nemen de verkeersproductie en attractie van het plangebied toe met circa 160 motorvoertuigenbewegingen. Op basis van de situering van het plangebied is het de verwachting dat nagenoeg al het gemotoriseerde verkeer via de Hildo Kropstraat van of naar de Sluyterslaan rijdt. De huidige weginrichting is toerijkend om het extra verkeer op een acceptabele manier af te kunnen wikkelen (zie ook de uitgebreide notitie over de gevolgen voor het verkeer in bijlage I). Het bouwplan voorziet in de realisatie van 31 nieuwe parkeerplaatsen. Dit aantal komt overeen met de totale vraag naar parkeerplaatsen voor de nieuwe appartementen en crèche en met de Nota Parkeernormen van de gemeente Nieuwegein. In bijlage 9 is de parkeeroplossing toegelicht.
4.3.3.
Waterhuishouding Het concrete toetsingskader van het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) voor de watertoets is gegeven in het Handboek Watertoets. De belangrijkste uitgangspunten zijn: - voor het versneld tot afvoer laten komen van hemelwater afkomstig van nieuw verhard oppervlak is geen vergunning vereist indien binnen de bebouwde kom minder dan 500 m² wordt bebouwd of verhard; - in lijn met (onder andere) de startovereenkomst waterbeleid 21e eeuw moet voor de inrichting van de waterhuishouding worden uitgegaan van de principes van ‘niet afwentelen’ en de ‘bergingstrits’ van water vasthouden, water bergen en water afvoeren; - in het kader van duurzaam waterbeheer wordt voor de waterkwaliteit de trits van preventie, scheiden en zuiveren gehanteerd; - in nieuw stedelijk gebied worden uitsluitend duurzame (niet-uitlogende) materialen toegepast; - bij herstructureringen in bestaand stedelijk gebied wordt in principe alle neerslag van schone verhardingen afgekoppeld naar open water of bodem, hiertoe wordt voor elk herstructureringsgebied een afkoppelplan opgesteld.
De gemeente Nieuwegein heeft daarnaast de volgende waterhuishoudkundige uitgangspunten benoemd: - het afvoerend oppervlak van de nieuwbouw kan worden aangesloten op het gemengde rioolstelsel; - de regenwaterafvoer(en) van de nieuwbouw moeten apart worden aangeboden op de perceelgrens (voor het geval het gemengde stelsel in de toekomst wordt omgebouwd tot een gescheiden stelsel);
30
Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting
-
met het oog op de bescherming van het watermilieu, mogen daken niet voorzien worden van uitlogende materialen. Voor de standpijpen/goten van het regenwater van de woningen mag geen zink of koper worden toegepast.
Bouwplan en waterberging Op basis van het bouwplan blijkt dat het verhard oppervlak niet toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. Een vergunning voor het versneld tot afvoer laten komen van hemelwater is dan ook niet vereist. Riolering Zoals aangegeven door de gemeente kan het afvoerend oppervlak van de nieuwbouw worden aangesloten op het gemengde rioolstelsel. Er is sprake van een herstructurering op kleine schaal, waardoor het niet doelmatig is om het afvloeiende hemelwater van enkel de te herontwikkelen percelen gescheiden af te voeren naar het oppervlaktewater. Ook infiltratie in de bodem is praktisch gezien niet doelmatig, vanwege de hoge grondwaterstanden in het gebied. Het is doelmatiger als afkoppeling plaatsvindt bij de aanleg van een gescheiden stelsel op wijkniveau. De regenwaterafvoer(en) van de te realiseren nieuwbouw moet daarom al wel apart worden aangeboden op de perceelgrens, zodat de afvoeren in de toekomst eventueel op een (verbeterd) gescheiden stelsel aangesloten kunnen worden. In de nadere planuitwerking zal hier rekening mee worden gehouden. Voor het aansluiten op het gemengde stelsel dient bovendien een aansluiting bij de afdeling beheer van de gemeente Nieuwegein te worden aangevraagd. Grondwater De gemeentelijke zorgplicht voor het grondwater geldt alleen voor het openbaar gemeentelijk gebied.
De particulier heeft dus zelf een verantwoordelijkheid voor het treffen van maatregelen om nadelige gevolgen van de grondwaterstand te voorkomen. Indien gekozen wordt voor drainage op het particuliere terrein, kunnen de drains worden aangesloten op de gemeentelijke drains in de Hildo Kropstraat. Hiervoor dient dan wel een aansluiting te worden aangevraagd bij de afdeling beheer van de gemeente Nieuwegein. Voorkomen van verontreinigingen Het is mogelijk dat de gemeente het afvloeiende hemelwater in de toekomst gescheiden af zal voeren naar het oppervlaktewater. Verontreiniging van afvloeiend hemelwater dient dan zoveel mogelijk voorkomen te worden op basis van de wettelijke voorkeursvolgorde voor het omgaan met afvalwaterstromen. Een belangrijke potentiële bron van verontreinigingen zijn uitlogende bouwmaterialen (zoals koper, zink en lood). Vandaar dat uitsluitend duurzame (niet-uitlogende) materialen mogen worden toegepast. In de nadere planuitwerking zal hier rekening mee worden gehouden. 4.3.4.
Natuur en landschap (flora en fauna) Beschermde gebieden De ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is in paragraaf 2.6. inzichtelijk gemaakt. Het plangebied is dusdanig ver van deze beschermde gebieden verwijderd, dat zij geen negatieve effecten ondervinden van de realisatie van het bouwplan aan de Hildo Kropstraat 35. Beschermde soorten In de singels langs de Noordstedeweg, de Sluyterslaan en het Merwedekanaal komen mogelijk zwaar(der) beschermde vissoorten en licht beschermde amfibiesoorten voor.
Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting
31
Deze wateren vallen door de afstand tot het plangebied buiten de invloedsfeer van het plan. Deze soorten zullen dus geen negatieve effecten ondervinden van de realisatie van het bouwplan aan de Hildo Kropstraat 35. Mogelijk vinden gewone dwergvleermuizen een verblijfplaats in de voormalige bedrijfspanden op de planlocatie. Nader onderzoek dient hier uitsluitsel over te geven. Indien vleermuizen op de planlocatie verblijfplaatsen hebben, dient een plan met mitigerende maatregelen (een ecologisch werkprotocol) te voorkomen dat de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet overtreden worden. Wanneer volledige mitigatie niet mogelijk is, dient een ontheffing aangevraagd te worden voor het overtreden van deze verbodsbepalingen. Momenteel vindt een veldonderzoek plaats naar de aanwezigheid van vleermuizen. Na afloop van de inspraakprocedure zullen de resultaten van dit onderzoek hier beknopt worden beschreven, plus de wijze waarop met deze resultaten dient te worden omgegaan. 4.4.
Milieu
4.4.1.
Geluid In het kader van de te volgen procedure moet onderzoek verricht worden naar de omvang van het wegverkeers-, en industrielawaai (zie paragraaf 2.8.1). Het akoestisch onderzoek is in bijlage III toegevoegd. In deze paragraaf worden de belangrijkste conclusies hiervan beschreven. Industrielawaai De geluiduitstraling van verkeer van en naar inrichtingen (alhier Nettorama en MoVer) wordt beoordeeld conform de Circulaire ‘Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting’ van 29 februari 1996. De voorkeursgrenswaarde is 50 dB(A) etmaalwaarde, de maximale ontheffingswaarde bedraagt 65 dB(A). Met behulp van een overdrachtsmodel is de geluidsbelasting bepaald dat veroorzaakt wordt door het transport van de bedrijven Nettorama en Mover. De hoogst voorkomende waarde komt voor op de noordoostgevel van het bouwplan en bedraagt 53 dB(A). Deze waarde is vrijwel geheel toe te schrijven aan de bezoekers van de supermarkt Nettorama. De voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) wordt daarmee overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 65 dB(A) wordt niet overschreden. Het aanvragen van hogere grenswaarden is niet aan de orde, omdat de omliggende wegen vanwege een 30 km-regime niet gezoneerd zijn.
Wegverkeerslawaai Het geluid van het wegverkeer op de Hildo Kropstraat zal ondanks de 30 km/u zone een zekere geluidsbelasting teweegbrengen, aangezien deze straat een ontsluitende functie heeft voor het bedrijventerrein. Het verkeer op de Kruyderlaan is minder druk, maar is meegenomen in de berekening. Voor de beoordeling van het wegverkeerslawaai is gekeken naar de cumulatieve waarde van het bovenbeschreven industrielawaai enerzijds en het verwachte verkeersbeeld voor 2020 anderzijds. De cumulatieve waarde bedraagt 62 dB en komt voor op de noordoostgevel van het bouwplan. Dit is in stedelijk gebied een normale waarde voor een wijk met doorgaande verkeerswegen.
32
Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting
Trillingen Voor trillingen als gevolg van voorbijrijdend verkeer bestaat formeel geen wettelijk kader. Op grond van jurisprudentie wordt aangehaakt bij de SBR meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen. In de Hildo Kropstraat is een snelheidsverlagende maatregel toegepast in de vorm van een verkeersdrempel. De afstand van de gevel van het bouwplan tot de rijlijn ter plaatse van dit obstakel bedraagt vijf meter. Aan de hand van een indicatieve berekening is de mate van hinder vanwege over de verkeersdrempel rijdende voertuigen bepaald. De uitkomst luidt dat geen schade wordt verwacht. De trillingssterkten die worden verwacht zijn gering en liggen net boven de waarden die als ‘matige hinder’ worden aangeduid. Dit geeft geen aanleiding tot maatregelen om deze te reduceren. Conclusie De te realiseren appartementen en zorggerelateerde instanties aan de Hildo Kropstraat te Nieuwegein zullen een zekere mate van geluid en trillingshinder ondervinden. Dit is echter van dien aard dat geconcludeerd kan worden dat de realisatie van het bouwplan geen bezwaren wat betreft akoestiek oplevert. 4.4.2.
Externe veiligheid De invloed van aanwezige risicobronnen op het plangebied is besproken in paragraaf 2.8.3. Ecolab is daarbij als enige risicobron aangetroffen. De omvang van het groepsrisico moet - op basis van de huidige situatie - op 1 januari 2010 tot een aanvaardbaar niveau zijn beperkt. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt ervan uitgegaan dat dit met de aanstaande vaststelling van de risicoanalyse (QRA) van Ecolab het geval is. De vestiging van een woningencomplex op een beperkte afstand tot Ecolab leidt echter tot een kleine stijging van dat groepsrisico. Over deze geringe toename zal het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein in samenspraak met de regionale brandweer verantwoording afleggen (zie paragraaf 4.4.2.1). Verantwoording groepsrisico De verantwoording van het groepsrisico is in bijlage VII toegevoegd. Risicoberekening en hoogte groepsrisico Door DHV is een QRA opgesteld voor Ecolab. De (concept) QRA van mei 2011 (C815401.001) laat zien dat het groepsrisico 0,1 x de oriëntatiewaarde bedraagt. Als gevolg van onderhavig plan neemt het rekenkundige groepsrisico niet toe. De reden hiervoor is dat het plangebied aan de buitenkant van het invloedsgebied is gelegen. Hoe verder de blootgestelden zijn verwijderd van de risicobron des te kleiner is de bijdrage aan de hoogte van het groepsrisico.
In dit geval is de planlocatie zelfs buiten de PR 10-8 contour gelegen, waardoor er rekenkundig zelfs helemaal geen sprake is van een toename van het groepsrisico. Het plangebied bevindt zich buiten het zogenaamde ‘groepsrisico-relevante invloedsgebied’13. Dit is het gebied waarbinnen de aanwezigheid van personen nog invloed heeft op de hoogte van het groepsrisico (zie afbeelding 4.3). Ecolab heeft inmiddels een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd, en daarmee ook de definitieve QRA ingediend. De definitieve QRA wijkt niet af van de concept QRA, waardoor bovenstaande conclusies over het groepsrisico en de verantwoording daarvan gehandhaafd blijven.
Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting
33
Afbeelding 4.3. Bijdrage aan de omvang van het groepsrisico
Uit: Geerts en Heitink (2009). Dat Vermaledijde invloedsgebied.
Onderhavig plan leidt tot de toevoeging van 55 personen in schil III van het invloedsgebied (afbeelding 4.2). Hierdoor is er sprake van een niet te meten toename van de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. Mogelijke maatregelen Gezien de hoogte en toename van het groepsrisico is het nemen van extra maatregelen niet aan de orde. Maatgevend scenario De opgeslagen gevaarlijke stoffen van Ecolab hebben geen specifieke brandbevorderende, giftige of explosieve eigenschappen. Dit betekent dat in geval van een calamiteit er sprake is van een standaard brandverloop. Rampenbestrijding Voor de gemeente als geheel is op 21 juni 2005 het crisisbeheersingsplan gemeente Nieuwegein vastgesteld. Voor het plangebied of voor Ecolab is geen apart rampenbestrijdingsplan opgesteld. Wel beschikt Ecolab over een calamiteitenplan en bedrijfshulpverleners, en de brandweer over een bereikbaarheidskaart. In de loods met gevaarlijke stoffen is een brandmeldinstallatie die direct geschakeld is met de plaatselijke brandweer. Hierdoor is in geval van een calamiteit de brandweer binnen maximaal acht minuten aanwezig. Op het terrein van Ecolab zijn voldoende brandkranen (met voldoende capaciteit) en opstelplaatsen voor de blusauto´s. Ook het nabijgelegen kanaal zorgt voor voldoende bluswater.
Vijftien minuten nadat de brandweer een aanvang met blussen heeft gemaakt zal de beslissing genomen worden of de omgeving geëvacueerd moet worden. De procedure en organisatie hiervoor is in het crisisbeheersingsplan opgenomen. De aanwezigheid van de bedrijfshulpverleners zorgt tevens voor deskundige personen die eventuele vragen van de brandweer kunnen beantwoorden. De rookluiken in de CPRruimte voorkomen hitteopbouw en zorgen voor drukontlasting waardoor de brand vertraagd wordt. De brandwerendheid van de opslagruimte met gevaarlijke stoffen voorkomt dat een brand overslaat naar andere gebouwen voordat deze onder controle is gebracht.
34
Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting
De verwachting is dat bij het brandscenario van de QRA in de praktijk de brand zich zodanig zal ontwikkelen dat de pluimstijging voorkomt dat de toxische verbrandingsproducten op leefniveau terecht komen. Er zijn echter weertypen mogelijk waarbij een pluimstijging negatief wordt beïnvloed. Zelfredzaamheid Onder zelfredzaamheid wordt de mogelijkheid verstaan om zichzelf in geval van een incident tijdig in veiligheid te kunnen brengen. Dat wil zeggen dat omwonenden en ook medewerkers zonder hulp van hulpdiensten op een plaats weten te komen waar zij de schadelijke effecten niet ondervinden. Aard en aantal van de ontsluitingswegen in het plangebied is voldoende te noemen. In het plangebied komen geen objecten met verminderde zelfredzaamheid voor. Daarnaast is de afstand om tot buiten het invloedsgebied te vluchten relatief kort (maximaal 30 meter). Conclusie Uit voorgaande blijkt dat de hoogte van het groepsrisico als gevolg van het plan niet toeneemt, noch dat de mogelijkheden tot zelfredzaamheid of rampenbestrijding nadelig beïnvloed worden. In die zin vormt externe veiligheid geen belemmering voor de herziening van het bestemmingsplan. 4.4.3.
Luchtkwaliteit In het kader van de te volgen procedure dient inzichtelijk te worden gemaakt of het plan voldoet aan geldende luchtkwaliteitseisen. In de Wet luchtkwaliteit worden ontwikkelingen, die zo klein zijn dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de lokale luchtverontreiniging (< 1,2 µg/m³), uitgesloten van een onderzoeksverplichting. Onderhavig plan betreft de realisatie van 23 starterappartementen in combinatie met een toename aan zorggerelateerde functies (crèche/kinderdagverblijf). Voor beide ontwikkelingen is nagegaan of deze NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit. Realisatie 23 appartementen In het Besluit ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën (kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die tot een bepaalde omvang niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Voor deze categorieën zijn geen berekeningen nodig. Voor woningbouw geldt, zo luidt voorschrift 3B.2 van de Regeling NIBM, dat een omvang van 1.500 woningen uitgaande van één ontsluitingweg NIBM-bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Onderhavig project betreft de realisatie van 23 appartementen en kan daarom als NIBM worden beschouwd.
Realisatie zorggerelateerde maatschappelijke functie Het oppervlakte aan gebruiksruimte voor zorggerelateerde functies, in de vorm van bijvoorbeeld een crèche neemt toe. Een crèche/kinderdagverblijf valt onder het Besluit gevoelige bestemmingen. Op basis van dit besluit mag een gevoelige bestemming niet worden gerealiseerd binnen de zones van respectievelijk 300 meter vanaf de rand van een rijksweg en 50 meter van een provinciale weg wanneer sprake is van een overschrijding van de grenswaarden. Het plangebied ligt echter niet binnen één van deze zones.
Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting
35
Daarnaast worden op basis van de luchtkwaliteitskaarten van de gemeente Nieuwegein ter hoogte van de planlocatie geen overschrijdingen van de NO2 en PM10 grenswaarden verwacht (zie bijlage V). De toename aan oppervlakte voor zorggerelateerde functies resulteert echter in een toename van het aantal verkeersbewegingen. De bijdrage van het toegenomen verkeer op de concentraties NO2 en PM10 is berekend met de NIBM-tool14 . In de berekening is uitgegaan van 53 voertuigbewegingen per dag, waarvan 1 % vrachtverkeer. Deze cijfers zijn gebaseerd op de methodiek CROW publicatie 182. De in- en uitvoergegevens van de berekening met de NIBM-tool zijn in bijlage V. weergegeven. Uit de berekening met de NIBM-tool volgt dat het extra verkeer dat de crèche/kinderdagverblijf met zich meebrengt niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties NO2 en PM10. Conclusie Uit het luchtkwaliteitonderzoek is gebleken dat de realisatie van 23 appartementen, de toename aan oppervlakte voor zorggerelateerde functies danwel een combinatie van beide ontwikkelingen een NIBM bijdrage levert aan de luchtkwaliteit. Op basis van de Wet milieubeheer (artikel 5.16.1.c) kan worden geconcludeerd dat voor beide ontwikkelingen geen uitgebreid luchtkwaliteitonderzoek middels berekeningen noodzakelijk is.
De beoogde ontwikkelingen zijn niet in strijd met de eisen die de Wet milieubeheer voor de luchtkwaliteit stelt. 4.4.4.
Bodem Voor alle bestemmingen waar zich in de toekomst een functiewijziging of herinrichting voordoet, dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch bodemonderzoek te worden verricht. Op basis van eventuele belemmeringen die in de bodemonderzoeken worden geconstateerd, kan worden nagegaan welke maatregelen minimaal genomen moeten worden om die belemmeringen weg te nemen (functiegericht saneren). Op basis van de resultaten van de verschillende bodemonderzoeken, zoals besproken in paragraaf 2.8.5, dienen er geen maatregelen getroffen te worden om de realisatie van het bouwplan aan de Hildo Kropstraat 35 mogelijk te maken. Op basis van het aanvullende verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de Hildo Kropstraat 35/35a (bijlage 8) kan geconcludeerd worden dat er ten aanzien van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmeringen zijn voor onderhavig plan. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
4.4.5.
Windklimaat In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient inzichtelijk te worden gemaakt of het plan leidt tot een verslechtering van het windklimaat. Op basis van NEN8100 windklimaat is middels een beslismodel van de gemeente Nieuwegein onderzocht of windklimaatonderzoek noodzakelijk is. Hieruit blijkt dat vanwege de beschutte ligging van het appartementencomplex en de bouwhoogte van 12,6 meter geen windklimaat onderzoek noodzakelijk is. Geconcludeerd kan worden dat de realisatie van het bouwplan geen bezwaren wat betreft windklimaat oplevert.
36
Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting
5.
UITVOERBAARHEID
5.1.
Economische uitvoerbaarheid De initiatiefnemer van het voorgenomen bouwplan (NCB Projectrealisatie) heeft op 8 juli 2010 een exploitatieovereenkomst afgesloten met de gemeente Nieuwegein. Hiermee is de financiële haalbaarheid van het plan aangetoond en verzekerd. De gemeenteraad stelt voor onderhavig plan daarom geen exploitatieplan op. Het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden is conform artikel 6.12 lid a Wet ruimtelijke ordening anderszins verzekerd.
5.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1.
Resultaten van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro Het voorontwerp van het bestemmingsplan is in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening toegezonden aan een aantal instanties, waaronder de Veiligheidsregio Utrecht (VRU). De VRU heeft ingestemd met een kwalitatieve onderbouwing van de externe veiligheid. Verder zijn er geen betrokken belangen van andere overheden.
5.2.2.
Resultaten van de inspraak Het voorontwerp bestemmingsplan Hildo Kropstraat heeft ingevolge de inspraakverordening van de gemeente Nieuwegein ter inzage gelegen van 3 november 2011 tot en met 18 november 2011. Gedurende deze periode kon een ieder een inspraakreactie indienen. Daarnaast heeft op 10 november 2011 een inloopavond plaatsgevonden waarbij buurtbewoners en belanghebbenden zijn geïnformeerd over het bouwplan, het bestemmingsplan en de procedure. De inspraakreacties zijn samengevat en beantwoord in de Reactienota inspraak. Deze nota is opgenomen in bijlage 10.
5.2.3.
Resultaten van de terinzagelegging voor zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan met bijbehorende stukken heeft van 15 maart tot en met 25 april 2012 voor een ieder ter inzage gelegen voor zienswijzen. Er zijn geen zienswijzen ingebracht bij de gemeente Nieuwegein.
Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting
37
BIJLAGE I
VERKEER EN PARKEREN
Witteveen+Bos, bijlage I behorende bij rapport NGN125-2-P/niel2/005 d.d. 7 mei 2012
Witteveen+Bos, bijlage I behorende bij rapport NGN125-2-P/niel2/005 d.d. 7 mei 2012
2.2. Fietsverkeer In de Fietsnota Nieuwegein uit 2004 staat een categorisering van het fietsnetwerk. De categorisering is gebaseerd op de belangrijkste fietsersstromen en kent een onderverdeling in hoofdfietsroutes en een onderliggend fietsnetwerk. In de omgeving van het plangebied is de Herenstraat een hoofdfietsroute. De Hildo Kropstraat maakt onderdeel uit van het onderliggende fietsnetwerk. Zowel op de Hildo Kropstraat als Kruyderlaan zijn geen specifieke voorzieningen voor het fietsverkeer aanwezig. Het fietsverkeer rijdt dan ook op de rijbaan. 2.3. Openbaar vervoer Het openbaar vervoer in de omgeving van het plangebied bestaat uit twee buslijnen die halteren op de Sluyterslaan. De dichtstbijzijnde bushalte ligt op circa 250 meter afstand van het plangebied en is lopend of per fiets goed bereikbaar. De buslijnen 71 (Nieuwegein-Utrecht-Zeist-Driebergen) en 74 (Vianen-Nieuwegein-Utrecht-De Bilt-Zeist-Driebergen) halteren minimaal elk half uur op de Sluyterslaan. 2.4. Parkeren In de huidige situatie zijn er in de directe omgeving van het plangebied verschillende mogelijkheden om te parkeren. Naast het parkeren op eigen terrein, wat van toepassing is bij een aantal woningen en een bedrijven, wordt er ook op de rijbaan geparkeerd. Nabij het plangebied zijn er geen aanvullende bepalingen voor het parkeren zoals betaald parkeren of de toepassing van een blauwe zone.
Op het zuidelijke deel van de Kruyderlaan is betaald parkeren van toepassing. Dit gebied ligt in de centrumschil van Nieuwegein. 3. BELEIDSKADER 3.1. Nota Mobiliteit (2004) De Nota Mobiliteit is een nationaal verkeers- en vervoerplan op grond van de Planwet Verkeer en Vervoer (1998) en is de opvolger van het Structuurschema Verkeer en Vervoer (SVV-2). In de Nota Mobiliteit wordt het ruimtelijk beleid, zoals vastgelegd in de Nota Ruimte, verder uitgewerkt en wordt het verkeers- en vervoerbeleid beschreven. 3.2. Regionaal Verkeers- en Vervoerplan 2005-2015 (2004) Het BRU-beleid concentreert zich rond drie thema’s: bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid. Omdat mobiliteitsproblemen zich al lang niet meer alleen op de spits concentreren en grootschalige uitbreidingen van infrastructuur vanwege financiële én ruimtelijke beperkingen voorlopig niet aan de orde zijn, kiest het BRU voor ‘selectieve bereikbaarheid’ als centrale notitie. De bereikbaarheid van de ruimtelijk en economisch belangrijke kerngebieden krijgt daarbij de hoogste prioriteit. Deze bereikbaarheid heeft betrekking op alle vervoerswijzen: auto, fiets en openbaar vervoer. Voor de toekomst wordt in het Regionaal Verkeers- en Vervoerplan een forse extra groei van het autogebruik verwacht: 30 % meer autokilometers voor de periode 1998 tot 2015. Dit kan het wegennet niet verwerken.
De lengte van de files zal dan ook fors toenemen als er geen maatregelen worden genomen. Hoofdpunten van het BRU-beleid zijn: - het mobiliteitsbeleid is niet vraagvolgend; het autogebruik wordt door diverse maatregelen; - beïnvloed (onder andere gedragsbeïnvloeding); - oogmerk is de spitsen te ontlasten; - de verkeersveiligheid wordt verbeterd door het oplossen van knelpunten en het toepassen van het concept Duurzaam Veilig; - leefbaarheid vormt een randvoorwaarde voor de te nemen maatregelen; - prijsmaatregelen, onmisbaar als sturingsinstrument, worden voorbereid; - de nadruk komt te liggen op benuttingsmaatregelen; - de verbindingen in de Randstad (Deltametropool) worden verbeterd; - problemen worden opgelost door gebiedsgerichte samenwerking;
Witteveen+Bos NGN115-1 notitie uitwerking thema verkeer en parkeren concept 01 d.d. 12 januari 2011
2
-
nieuwe technologieën worden toegepast; integrale netwerkvisie is uitgangspunt.
4. PLANASPECTEN 4.1. Verkeersproductie en attractie Bij het vaststellen van de productie en attractie van verkeer van en naar het plangebied voor de huidige en toekomstige situatie zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: - huidige situatie plangebied: leegstaande woning inclusief bedrijfspand; - toekomstige situatie plangebied: 23 appartementen en crèche met 30 kinderen; - werkdagetmaalwaarde verkeersproductie en attractie: ⋅ 4,6 bew/woning (bron: CROW publicatie 256 - ‘Verkeersgeneratie woon- en werkgebieden’); ⋅ 1,77 bew/kindplaats (bron: CROW publicatie 272 - ‘Verkeersgeneratie voorzieningen’). In onderstaande tabel 4.1 is de verkeersproductie en attractie voor het plangebied inzichtelijk gemaakt. tabel 4.1. Verkeersproductie en attractie plangebied situatie
aantal
eenheid
werkdagetmaalwaarde
gemiddeld aantal motorvoertuigbewegingen per etmaal
huidig
-
n.v.t.
0
toekomst
23
n.v.t. appartementen
4,6
106
30
kindplaatsen
1,77
53
Het plangebied kent in de huidige situatie een verwaarloosbaar klein aantal motorvoertuigbewegingen. In deze toelichting wordt dan ook van nul motorvoertuigbewegingen/etmaal uitgegaan. De toekomstige verkeersproductie en attractie van het plangebied (met 23 appartementen en een crèche is gemiddeld 160 motorvoertuigbewegingen per etmaal op een werkdag. Per saldo neemt het aantal motorvoertuigbewegingen gemiddeld per etmaal daarom met 160 motorvoertuigbewegingen toe. 4.2. Verkeersafwikkeling Zoals bij de uitwerking van het thema ‘verkeersproductie en attractie’ is aangegeven brengt het plangebied in de huidige situatie geen motorvoertuigbewegingen met zich mee. Voor de toekomstige situatie geldt dat het aantal voertuigverplaatsingen gemiddeld met circa 160 bewegingen per etmaal toeneemt. Dit komt per etmaal neer op circa 80 voertuigen die van en 80 voertuigen die naar het plangebied rijden. Op basis van de situering van het plangebied is het de verwachting dat nagenoeg al het gemotoriseerde verkeer via de Hildo Kropstraat van of naar de Sluyterslaan rijdt. De verkeersprognose voor de Hildo Kropstraat voor 2020 is 1.300 motorvoertuigen/weekdag (bron: Voorwaarden bouwplan, gemeente Nieuwegein, 26 januari 2010). Een intensiteitstoename van 160 motorvoertuigen/etmaal betekent voor de Hildo Kropstraat een doorsnede-intensiteit van circa 1.460 motorvoertuigen/etmaal.
De huidige weginrichting is toerijkend om het extra verkeer op een acceptabele manier af te kunnen wikkelen. 4.3. Parkeren Het plangebied heeft in de huidige situatie geen vraag naar parkeerplaatsen. Bij het vaststellen van de vraag naar en het aanbod van parkeerplaatsen voor de toekomstige situatie is uitgegaan van het volgende uitgangspunten: - ruimteprogramma: ⋅ 23 appartementen; ⋅ crèche met 30 kinderen en twee werknemers;
Witteveen+Bos NGN115-1 notitie uitwerking thema verkeer en parkeren concept 01 d.d. 12 januari 2011
3
-
-
parkeernormen: ⋅ appartementen: 1,25 parkeerplaats/appartement (bron: Nota Parkeernormen 2011-2015); ⋅ crèche/kinderdagverblijf (KDV): 0,8 parkeerplaats/werknemer (bron: Nota Parkeernormen 20112015); ⋅ halen/brengen kinderen crèche/kinderdagverblijf (KDV K&R): 30 leerlingen x 0,6 x 0,25 x 0,75 = 3,3 (methodiek publicatie 182 CROW/ASVV1); alle parkeerplaatsen zijn openbaar toegankelijk.
In onderstaande tabel 4.2 is de vraag naar parkeerplaatsen voor het plangebied inzichtelijk gemaakt. tabel 4.2. Parkeerbehoefte conform Nota Parkeernormen 2011-2015
3,3
3,3
33,7
Om zo efficiënt mogelijk om te gaan met de parkeerruimte is gekeken in hoeverre dubbelgebruik van parkeerruimte mogelijk is. Doordat bewoners vaak nog thuis zijn op het moment dat kinderen naar de crèche gebracht (07.00-09.00 uur) of gehaald (16.00-18.00 uur) worden is dubbelgebruik beperkt mogelijk. De aanwezigheidspercentages zijn daarom in de bovenstaande tabel opgenomen. De maatgevende periode is de avond. De totale parkeerbehoefte is dan 29 parkeerplaatsen. De parkeercapaciteit is berekend op 31 parkeerplaatsen. Dit betekent dat er genoeg parkeerplaatsen zijn om de totale parkeerbehoefte in de maatgevende periode op te vangen. Het plan voorziet daarmee in het benodigd aantal parkeerplaatsen.
1
De formule van de methodiek is: aantal leerlingen x % leerlingen met de auto x 0,25 x 0,75. Het percentage leerlingen dat met de auto wordt gebracht wordt daarbij geschat op 60%.
Witteveen+Bos NGN115-1 notitie uitwerking thema verkeer en parkeren concept 01 d.d. 12 januari 2011
4
BIJLAGE II
WATERPARAGRAAF
Witteveen+Bos, bijlage II behorende bij rapport NGN125-2-P/niel2/005 d.d. 7 mei 2012
Witteveen+Bos, bijlage II behorende bij rapport NGN125-2-P/niel2/005 d.d. 7 mei 2012
2. BESTAANDE SITUATIE 2.1. Grondwater en drainage Halverwege de Kruyderlaan worden sinds eind 2005 grondwaterstanden gemeten door de gemeente. De hoogst gemeten waterstand bedraagt NAP +0,56 m, de laagste waterstand bedraagt NAP +0,28 m. De gemiddelde grondwaterstand tussen eind 2005 en juni 2007 bedraagt NAP +0,48 m [ref. 1.]. De Kruyderlaan en de Hildo Kropstraat hebben een straatpeil van circa NAP +1,15 m. Dit betekent dat de ontwateringsdiepte tot aan straatpeil gemiddeld 0,67 m is [ref. 1.]. In de bestaande situatie liggen in de Kruyderlaan en in de Hildo Kropstraat gemeentelijke hoofddrains om de grondwaterstanden te beheersen. De drains dienen mede voor de ontvangst van het overtollig grondwater afkomstig van particuliere drainage [ref. 1.]. 2.2. Oppervlaktewater In het betrokken gebied is naast de singel langs de Noordstedeweg/Sluyterslaan geen stedelijk oppervlaktewater aanwezig. De singel is op circa 150 m van het plangebied gelegen. Voor deze watergang geldt een streefpeil van NAP +0,20 m. De nabij gelegen Heerenstraat fungeert als secundaire waterkering voor de regionale kanalen en heeft een hoogte van circa NAP +1,50 m [ref. 1.]. 2.3. Riolering In het gebied ligt een verbeterd gemengd rioolstelsel. Het rioolgemaal ligt tegenover het plangebied aan de Hildo Kropstraat [ref. 1.]. 2.4.
Ruimtelijke functies Aan de hand van het Provinciaal Waterplan 2010-2015 is gecontroleerd of er sprake is van bijzondere ruimtelijke functies ter hoogte van het plangebied, zoals grondwaterbeschermingsgebieden of gebieden met een wateropgave. Dit blijkt niet het geval te zijn [ref. 2.]. 3. BELEIDSKADER 3.1. Waterbeheerder Het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) en de gemeente Nieuwegein hebben een gezamenlijke Watervisie voor Nieuwegein opgesteld in 2004 met daaropvolgend een gezamenlijke Nota Waterplan 2006-2010. Een belangrijk onderdeel van het waterbeeld voor de wijken Jutphaas en Wijkersloot is om met het afkoppelen van verhard oppervlak bij te dragen aan het terugdringen van de vuilemissie uit het rioolstelsel naar het oppervlaktewater [ref. 3.]. Het concrete toetsingskader van HDSR voor de watertoets is gegeven in het Handboek Watertoets [ref. 4.].
De belangrijkste uitgangspunten zijn hierbij als volgt: - voor het versneld tot afvoer laten komen van hemelwater afkomstig van nieuw verhard oppervlak is geen vergunning vereist indien binnen de bebouwde kom minder dan 500 m² wordt bebouwd of verhard; - in lijn met (onder andere) de startovereenkomst waterbeleid 21e eeuw moet voor de inrichting van de waterhuishouding worden uitgegaan van de principes van ‘niet afwentelen’ en de ‘bergingstrits’ van water vasthouden, water bergen en water afvoeren; - in het kader van duurzaam waterbeheer wordt voor de waterkwaliteit de trits van preventie, scheiden en zuiveren gehanteerd; - in nieuw stedelijk gebied worden uitsluitend duurzame (niet-uitlogende) materialen toegepast; - bij herstructureringen in bestaand stedelijk gebied wordt in principe alle neerslag van schone verhardingen afgekoppeld naar open water of bodem, hiertoe wordt voor elk herstructureringsgebied een afkoppelplan opgesteld.
Witteveen+Bos NGN115-1 notitie waterparagraaf definitief d.d. 24 mei 2011
2
3.2. Gemeente De gemeente Nieuwegein heeft in de notitie voorwaarden bouwplan de volgende waterhuishoudkundige uitgangspunten benoemd: - het afvoerend oppervlak van de nieuwbouw kan worden aangesloten op het gemengde rioolstelsel; - de regenwaterafvoer(en) van de nieuwbouw moeten apart worden aangeboden op de perceelgrens (voor het geval het gemengde stelsel in de toekomst wordt omgebouwd tot een gescheiden stelsel); - met het oog op de bescherming van het watermilieu, mogen daken niet voorzien worden van uitlogende materialen. Voor de standpijpen/goten van het regenwater van de woningen mag geen zink of koper worden toegepast. 4. PLANASPECTEN 4.1. Bouwplan en waterberging Op basis van het bouwplan blijkt dat het verhard oppervlak niet toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. Een vergunning voor het versneld tot afvoer laten komen van hemelwater is dan ook niet vereist. Desondanks, biedt het bouwplan wel goede kansen voor de toepassing van een vegetatiedak. Met een vegetatiedak wordt de afvoer van hemelwater naar de riolering op jaarbasis fors verminderd, waardoor het rioolstelsel en de rwzi ontlast wordt. Naast het feit dat een vegetatiedak een positief effect heeft op de waterhuishouding, zijn er ook positieve effecten ten aanzien van luchtkwaliteit, ecologie en de isolatie van het pand. 4.2.
Riolering Zoals aangegeven door de gemeente kan het afvoerend oppervlak van de nieuwbouw worden aangesloten op het gemengde rioolstelsel. Er is sprake van een herstructurering op kleine schaal, waardoor het niet doelmatig is om het afvloeiende hemelwater van enkel de te herontwikkelen percelen gescheiden af te voeren naar het oppervlaktewater. Ook infiltratie in de bodem is praktisch gezien niet doelmatig, vanwege de hoge grondwaterstanden in het gebied. Het is doelmatiger als afkoppeling plaatsvindt bij de aanleg van een gescheiden stelsel op wijkniveau. De regenwaterafvoer(en) van de nieuwbouw moeten daarom al wel apart worden aangeboden op de perceelgrens, zodat de afvoeren in de toekomst eventueel op een (verbeterd) gescheiden stelsel aangesloten kunnen worden. Voor het aansluiten op het gemengde stelsel dient een aansluiting bij de afdeling beheer van de gemeente Nieuwegein te worden aangevraagd. 4.3. Grondwater De gemeentelijke zorgplicht voor het grondwater geldt alleen voor het openbaar gemeentelijk gebied. De particulier heeft dus zelf een verantwoordelijkheid voor het treffen van maatregelen om nadelige gevolgen van de grondwaterstand te voorkomen. Indien gekozen voor drainage op het particuliere terrein kunnen de drains worden aangesloten op de gemeentelijke drains in de Hildo Kropstraat.
Hiervoor dient dan wel een aansluiting te worden aangevraagd bij de afdeling beheer van de gemeente Nieuwegein. 4.4. Voorkomen van verontreinigingen Het is mogelijk dat de gemeente het afvloeiende hemelwater in de toekomst gescheiden af zal voeren naar het oppervlaktewater. Verontreiniging van afvloeiend hemelwater dient dan zoveel mogelijk voorkomen te worden op basis van de wettelijke voorkeursvolgorde voor het omgaan met afvalwaterstromen. Een belangrijke potentiële bron van verontreinigingen zijn uitlogende bouwmaterialen (zoals koper, zink en lood). Vandaar dat uitsluitend duurzame (niet-uitlogende) materialen mogen worden toegepast.
Witteveen+Bos NGN115-1 notitie waterparagraaf definitief d.d. 24 mei 2011
3
5. AFSTEMMING MET HET HOOGHEEMRAADSCHAP Het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden heeft met de tussentijdse reactie ingestemd met de waterparagraaf. Hierbij is het volgende afgestemd: - waterbergingscompensatie is niet nodig, omdat er geen toename van verharding is; - het hemelwater dient apart te worden aangeboden aan de perceelsgrens en kan worden aangesloten op het gemengde stelsel. Er is een kans om een kleine verbetering te realiseren door de instroom van hemelwater naar de gemengde riolering in de nieuwe situatie te beperken door het toepassen van een vegetatiedak; - in het plangebied kunnen drains worden aangelegd en aangesloten worden op de gemeentelijke drain; - er mogen geen uitlogende bouwmaterialen worden toegepast, zodat het hemelwater in de toekomst rechtstreeks naar het oppervlaktewater kan worden afgevoerd. 6. REFERENTIES 1. Voorwaarden Bouwplan, Gemeente Nieuwegein, 26 januari 2010; 2. Provinciaal Waterplan 2010-2015, Provincie Utrecht, januari 2010; 3. Watervisie Nieuwegein, Gemeente Nieuwegein, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, 3 mei 2004; 4. Handboek Watertoets, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, 13 januari 2004.
Witteveen+Bos NGN115-1 notitie waterparagraaf definitief d.d. 24 mei 2011
4
BIJLAGE III
AKOESTISCH ONDERZOEK
Witteveen+Bos, bijlage III behorende bij rapport NGN125-2-P/niel2/005 d.d. 7 mei 2012
Witteveen+Bos, bijlage III behorende bij rapport NGN125-2-P/niel2/005 d.d. 7 mei 2012
Architectenbureau Van den Berg Kruisheer Elffers
akoestisch onderzoek bestemmingsplan Hildo Kropstraat
Witteveen+Bos Alexanderstraat 21 postbus 85948 2508 CP Den Haag telefoon 070 370 07 00 telefax 070 360 00 98
INHOUDSOPGAVE
blz.
1. INLEIDING 1.1. Algemeen 1.2. Industrielawaai 1.3. Wegverkeerslawaai 1.4. Trillingen 1.5. Opbouw rapportage en leeswijzer
1 1 1 1 1 2
2. BESTAANDE SITUATIE
3
3. BELEIDSKADER EN TOETSINGSKADER 3.1. Industrielawaai 3.1.1. Directe hinder 3.1.2. Indirecte hinder 3.2. Wegverkeerslawaai 3.3. Trillingen
4 4 4 4 4 5
4. PLANBESCHRIJVING EN RESULTATEN 4.1. Bouwplan 4.2. Modellering geluidsituaties 4.2.1. Industrielawaai 4.2.2. Wegverkeerslawaai 4.2.3. Trillingen
6 6 6 6 6 6
5. CONCLUSIE
8
laatste bladzijde
8
bijlagen I situatieoverzichten II invoergegevens rekenmodellen III trillingsrapportage IV resultaten
Witteveen+Bos NGN115-1 akoestisch onderzoek bestemmingsplan Hildo Kropstraat definitief d.d. 24 mei 2011
aantal bladzijden 2 4 3 2
1. INLEIDING 1.1. Algemeen NCB Projectrealisatie uit Harderwijk is voornemens om een locatie aan de Hildo Kropstraat in Nieuwegein te herstructureren. Na sloop van de huidige woning en bedrijfshal op de percelen 11418, 11088 en 1942, komen hier 23 startersappartementen in combinatie met enkele zorggerelateerde functies. Architectenbureau Van den Berg Kruisheer Elffers uit Rotterdam heeft in opdracht van NCB Projectrealisatie een ontwerp voor het te realiseren gebouwencomplex opgesteld. Daarnaast is Van den Berg Kruisheer Elffers belast met een deel van het projectmanagement met betrekking tot het bouwplan. De begane grond zal worden gekenmerkt door een plint met ruimte voor zorggerelateerde functies (onder andere een crèche), een gecombineerde berging voor de bewoners en parkeerplaatsen. Boven deze plint zijn drie bouwlagen met appartementen voorzien. Parkeren voor bewoners, gebruikers en bezoekers zal deels op eigen terrein, deels langs de straat plaatsvinden. De gemeente Nieuwegein vraagt bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen om een beschouwing van industrielawaai en wegverkeerslawaai. Onderhavig rapport doet hiervan verslag. Voorts wordt in deze rapportage een indicatief onderzoek naar trillingshinder beschreven. 1.2.
Industrielawaai De locatie bevindt zich ver buiten de geluidzone van het industrieterrein Plettenburg-De Wiers, zodat ruimschoots aan de voorkeursgrenswaarde zal worden voldaan. Voor dit industrieterrein is daarom geen nader onderzoek nodig. Op korte afstand tot de bouwlocatie bevinden zich de bedrijven Nettorama en MoVer. De maatgevende bron van beide bedrijven is het transport, waarvan een deel per vrachtwagen zal worden afgehandeld. De vrachtwagens rijden op relatief kleine afstand langs het nieuwe pand. Dit transport vormt een potentiële hinderbron voor de toekomstige woonbestemming en kan daarom een belemmering vormen voor de bedrijfsvoering van genoemde bedrijven. Onderhavig rapport beschrijft het indicatief onderzoek naar het geluid van transportbewegingen op basis van beschikbare kentallen en het aantal transportbewegingen dat de bedrijven in hun melding conform Wm 8.42 hebben opgegeven bij de gemeente Nieuwegein. 1.3. Wegverkeerslawaai Het geluid van het wegverkeer op de Hildo Kropstraat zal ondanks de 30 km/u zone een zekere geluidsbelasting teweegbrengen, aangezien deze straat een ontsluitende functie heeft voor het bedrijventerrein. Het verkeer op de Kruyderlaan is minder druk, maar zal worden meegenomen in de berekening.