CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-054 BP Veegplan-Bijlagen bij de toelichting.pdf

Raadsvergadering 6 april 2021, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Voorstel over vaststelling bestemmingsplan Veegplan 9 locaties Nieuwegein22.277 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

2021-054

INHOUDSOPGAVE

blz.

1. INLEIDING 1.1. Aanleiding tot herziening 1.2. Bij het plan behorende stukken 1.3. Ligging en begrenzing van het plangebied 1.4. Vigerende regelingen 1.5. Leeswijzer

1 1 1 1 2 2

2. DE BESTAANDE SITUATIE 2.1. Algemeen 2.2. Ruimtelijke en functionele hoofdstructuur 2.3. Bebouwingsstructuur en -typologieën 2.4. Verkeer, vervoer en parkeren 2.5. Waterhuishouding 2.6. Natuur en landschap (flora en fauna) 2.7. Cultuurhistorie en archeologie 2.8. Milieu 2.8.1. Geluid 2.8.2. Bedrijven en milieuzondering 2.8.3. Externe veiligheid 2.8.4. Luchtkwaliteit 2.8.5. Bodem 2.9. Belemmeringen 2.10. MER-plicht

3 3 3 4 4 4 5 6 7 7 8 9 11 12 13 14

3. BELEIDSKADER 3.1. Rijks-, provinciaal- en regionaal beleid 3.2. Gemeentelijk beleid

15 15 21

4. PLANBESCHRIJVING 4.1. Planuitgangspunten 4.2. Ruimtelijke hoofdopzet 4.3. Planaspecten 4.3.1. Functionele structuur 4.3.2. Verkeer, vervoer en parkeren 4.3.3. Waterhuishouding 4.3.4. Natuur en landschap (flora en fauna) 4.4. Milieu 4.4.1. Geluid 4.4.2. Externe veiligheid 4.4.3. Luchtkwaliteit 4.4.4. Bodem 4.4.5. Windklimaat

27 27 27 28 28 30 30 31 32 32 33 35 36 36

5. UITVOERBAARHEID 5.1. Economische uitvoerbaarheid 5.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2.1. Resultaten van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro 5.2.2. Resultaten van de inspraak

37 37 37 37 37

laatste bladzijde

37

BIJLAGEN I Verkeer en parkeren II Waterparagraaf III Akoestisch onderzoek IV Bedrijven en milieuzorg V Gegevens luchtkwaliteit VI Bodemonderzoeken VII Verantwoording groepsrisico VIII Verkennend bodemonderzoek IX Mobiliteitstoets X Reactienota inspraak

aantal blz. 4 4 26 4 2 68 4 113 6 5

DEEL 1

TOELICHTING

De toelichting dient een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten te geven. Met name een goede afstemming tussen de toelichting en de beide juridische onderdelen van het bestemmingsplan is van groot belang. De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: - hoofdstuk 1 Inleiding; - hoofdstuk 2 De bestaande situatie; - hoofdstuk 3 Beleidskader; - hoofdstuk 4 Planbeschrijving; - hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid.

1.

INLEIDING

1.1.

Aanleiding tot herziening NCB Projectrealisatie herontwikkelt in Nieuwegein een voormalige bedrijfslocatie aan de Hildo Kropstraat 35 tot een wooncomplex met 23 eenheden. Dit voornemen is strijdig het vigerende bestemmingsplan Jutphaas-Wijkersloot. Middels een nieuw bestemmingsplan beoogt de gemeente Nieuwegein het bouwplan planologisch in te passen.

1.2.

Bij het plan behorende stukken Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De toelichting van het bestemmingsplan geeft de aan het plan ten grondslag liggende gedachten weer. Bovendien zijn hierin de resultaten van het overleg met instanties en overheden en de uitkomsten van het overleg met de bevolking (de inspraak) opgenomen. De regels vormen samen met de verbeelding het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. In de voorschriften wordt beschreven welke functies zijn toegestaan (gebruik). Daarnaast wordt beschreven welke mogelijkheden er worden geboden voor het bouwen.

1.3.

Ligging en begrenzing van het plangebied Het plangebied Hildo Kropstraat 35 ligt centraal in de gemeente Nieuwegein. Het betreft een hoekperceel, gelegen op de kruising van de straten Kruyderlaan en Hildo Kropstraat. Ten oosten en zuiden liggen de bedrijven Nettorama en MoVer. Op afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied binnen een groter gebied weergegeven. De beheersgrenzen van het plangebied komen overeen met de perceelgrenzen, en zijn nauwkeurig weergegeven op de verbeelding die hoort bij dit bestemmingsplan. Afbeelding 1.1. Ligging plangebied

Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting

1

1.4.

Vigerende regelingen Voor het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan ‘Jutphaas-Wijkersloot’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad op 28 september 2006 en op 8 mei 2007 goedgekeurd door Provinciale Staten. In het bestemmingsplan heeft het perceel Hildo Kropstraat 35 de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’, met een nadere aanduiding ‘bedrijfswoning’ op de huidige woning en een aanduiding ‘metaalbewerking’ op de bedrijfshal. Het bouwplan voor 23 startersappartementen is strijdig met de vigerende bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ uit het bestemmingsplan ‘Jutphaas-Wijkersloot’. Medewerking aan het plan voor de Hildo Kropstraat is mogelijk met toepassing van een herziening van het bestemmingsplan volgens artikel 3.10 van de Wet ruimtelijke ordening of het verlenen van een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik.

1.5.

Leeswijzer Onderhavig document betreft de ruimtelijke onderbouwing voor de herontwikkeling van het perceel Hildo Kropstraat 35. Hierin wordt na de inleidende paragrafen van hoofdstuk 1, in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de bestaande situatie in al haar facetten. Hoofdstuk 3 geeft de relevante beleidskaders weer. In hoofdstuk 4 wordt een beschrijving van het plan gegeven en hoe het beleid ten aanzien van de verschillende facetten in het bestemmingsplan is vastgelegd. Ten slotte wordt in hoofdstuk 5 de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid verantwoord.

2

Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting

2.

DE BESTAANDE SITUATIE

2.1.

Algemeen Inleiding In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie van het plangebied beschreven. Dit hoofdstuk geeft een uitgebreid beeld van alle voor de herontwikkeling van de Hildo Kropstraat 35 relevante aspecten. De paragrafen gaan achtereenvolgens in op de ontstaansgeschiedenis van het gebied, de ruimtelijke structuur, maar ook op de aspecten verkeer, water, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en de verschillende milieuaspecten wordt ingegaan. Nieuwegein in groter verband1 De gemeente Nieuwegein ligt in het rivierkleigebied van de provincie Utrecht, tussen de gemeenten Utrecht, Houten, Vianen en IJsselstein. In sociaaleconomisch opzicht maakt Nieuwegein deel uit van de Utrechtse agglomeratie, die ruim een half miljoen inwoners telt. Qua landoppervlak is Nieuwegein relatief klein, maar het inwonertal van 60.992 op 1 april 2011 maakt het tot de vijfde gemeente van de provincie. Nieuwegein is een jonge gemeente, in 1971 ontstaan als groeikern na samenvoeging van Jutphaas en Vreeswijk. Het grondgebied van de huidige gemeente is voor het grootste deel ontstaan uit de gerechten Vreeswijk, Jutphaas en het Gein. Jutphaas is ontstaan als ontginnersdorp waarvan de kern zich later van het Kerkveld heeft verplaatst naar de Vaartse Rijn. Vreeswijk en het Gein hebben een andersoortige ontwikkeling gekend en zijn te kenschetsen als respectievelijk sluis- en tolhavendorp.

Beide zijn nederzettingen aan rivierhavens geweest. De gemeentegrenzen zijn in de loop van de tijd onderhevig geweest aan veelvuldige veranderingen als gevolg van het expanderende Utrecht en aanpassingen aan de moderne infrastructuur. De huidige gemeente Nieuwegein omvat, naast de genoemde gerechten, delen van de voormalige gerechten Galecop, West- en Oostraven en Wulven. De bebouwing wordt vrijwel geheel ingesloten door moderne infrastructuur: de rijkswegen A2 en A12 in het westen en noorden en globaal de rijksweg A27 in het oosten en de Lek in het zuiden.

2.2.

Ruimtelijke en functionele hoofdstructuur Het perceel Hildo Kropstraat 35 ligt in de wijk Jutphaas-Wijkersloot. Jutphaas-Wijkersloot bestaat uit het oude dorp Jutphaas en de in de jaren ‘60 gebouwde woonwijk Wijkersloot. De wijk ligt centraal in Nieuwegein en grenst in het zuiden aan het stadscentrum. De Hildo Kropstraat en omgeving kenmerken zich als een ‘mixed-area’ binnen de gemeente, waarbij sprake is van menging van woningen en bedrijfsruimten. Gedurende de laatste decennia heeft dit gebied zich ontwikkeld van een hoofdzakelijk industrieel gebied naar een gebied waar zich dienstverlenende bedrijven en (grootschalige) detailhandel vestigen. Daarnaast zijn er verschillende initiatieven om in dit gebied woningbouw te realiseren. De druk op het gebied voor herontwikkeling wordt steeds groter. Het plangebied ligt op de hoek van de Kruyderlaan en de Hildo Kropstraat. Ten oosten van de locatie ligt de supermarkt Nettorama en ten zuiden het bedrijf Mover Industrial Systems B.V. Langs de oostzijde van de locatie is een door de gemeente toekomstige groenzone gepland.

Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting

3

2.3.

Bebouwingsstructuur en -typologieën De huidige bebouwing bestaat uit een bedrijfshal (1-laags) en een bijbehorende woning (twee lagen plus kap) uit de jaren ‘60. Beide zijn met hun voorgevel gericht op de Hildo Kropstraat.

2.4.

Verkeer, vervoer en parkeren Elke ruimtelijke ontwikkeling brengt een verandering van verkeersstromen met zich mee, dus ook de herontwikkeling van de Hildo Kropstraat 35. Hieronder wordt de bestaande verkeerskundige situatie van de directe omgeving van de planlocatie samenvattend beschreven. Een uitgebreide beschrijving van deze verkeerskundige analyse is opgenomen in bijlage 1. Autoverkeer Het plangebied is gelegen aan de Kruyderlaan en de Hildo Kropstraat. Beide wegen hebben een wijkontsluitende functie en kennen een snelheidsregime van 30 km/uur. Dit kruispunt kent een gelijkwaardig voorrangsregime. Het gebied wordt ontsloten via een aansluiting van de Hildo Kropstraat op de Sluyterslaan (50 km/uur). Op de Hildo Kropstraat zijn verschillende snelheidsremmende maatregelen in de vorm van drempels toegepast. Fietsverkeer In de Fietsnota Nieuwegein uit 2004 staat een categorisering van het fietsnetwerk in hoofdfietsroutes en een onderliggend fietsnetwerk. In de omgeving van het plangebied is de Herenstraat een hoofdfietsroute. De Hildo Kropstraat maakt onderdeel uit van het onderliggende fietsnetwerk. Zowel op de Hildo Kropstraat als Kruyderlaan zijn geen specifieke voorzieningen voor het fietsverkeer aanwezig. Het fietsverkeer rijdt dan ook op de rijbaan.

Openbaar vervoer Het openbaar vervoer in de omgeving van het plangebied bestaat uit twee buslijnen die beide stoppen op de Sluyterslaan. De dichtstbijzijnde bushalte ligt op circa 250 meter afstand van het plangebied en is lopend of per fiets goed bereikbaar. Parkeren In de huidige situatie zijn er in de directe omgeving van het plangebied verschillende mogelijkheden om te parkeren. Naast het parkeren op eigen terrein, wat van toepassing is bij een aantal woningen en bedrijven, wordt ook op de rijbaan geparkeerd.

2.5.

Waterhuishouding Plannen en projecten dienen rekening te houden met het waterbelang. In deze ruimtelijke onderbouwing is daarom een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding opgenomen. De waterparagraaf is tot stand gekomen in overleg met de waterbeheerders in het plangebied: het waterschap Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en de gemeente Nieuwegein. In bijlage II is de totale waterparagraaf opgenomen. In deze paragraaf wordt samenvattend de bestaande waterhuishoudkundige situatie beschreven. Grondwater en drainage Halverwege de Kruyderlaan worden sinds eind 2005 grondwaterstanden gemeten door de gemeente. De gemiddelde grondwaterstand tussen eind 2005 en juni 2007 bedraagt NAP + 0,48 m. De Kruyderlaan en de Hildo Kropstraat hebben een straatpeil van circa NAP + 1,15 m.

4

Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting

Dit betekent dat de ontwateringsdiepte2 tot aan straatpeil gemiddeld 0,67 m is. In de bestaande situatie liggen in de Kruyderlaan en in de Hildo Kropstraat gemeentelijke hoofddrains om de grondwaterstanden te beheersen. De drains dienen mede voor de ontvangst van het overtollige grondwater dat afkomstig is van particuliere drainage. Oppervlaktewater In het betrokken gebied is naast de singels langs de Sluyterslaan, de Werkmanlaan en de Noordstedeweg geen stedelijk oppervlaktewater aanwezig. De singels liggen op respectievelijk 150, 300 en 400 meter van het plangebied. De nabij gelegen Herenstraat fungeert als secundaire waterkering voor de regionale kanalen en heeft een hoogte van circa NAP + 1,50 m. Riolering In het gebied ligt een verbeterd gemengd rioolstelsel3. Het rioolgemaal ligt tegenover het plangebied aan de Hildo Kropstraat. Ruimtelijke functies Aan de hand van het Provinciaal Waterplan 2010-2015 is geconstateerd dat er geen sprake is van bijzondere ruimtelijke functies ter hoogte van het plangebied, zoals grondwaterbeschermingsgebieden of gebieden met een wateropgave. 2.6.

Natuur en landschap (flora en fauna) In het kader van een nieuw bestemmingsplan of de aanvraag van een omgevingsvergunning dienen ruimtelijke plannen getoetst te worden aan de vigerende natuurwet en regelgeving. In Nederland is de natuurbescherming opgesplitst in: - de bescherming van gebieden (Ecologische Hoofdstructuur en Natuurbeschermingswet 1998); - de bescherming van soorten (Flora- en faunawet). Aan de hand van literatuurbronnen is onderzocht welke beschermde gebieden en soorten in de directe nabijheid van het plangebied aanwezig zijn. Algemene beschrijving natuurwaarden plangebied Het plangebied bevindt zich in de stedelijke omgeving van Nieuwegein. In de directe omgeving van de planlocatie bevinden zich enkele woningen, bedrijfspanden en sportvelden. Langs de straten nabij de Hildo Kropstraat staan bomen niet ouder dan 50 jaar. Het sportveld tegenover de planlocatie is omzoomd door lage struiken. Het dichtstbijzijnde oppervlakte water bevindt zich op 150 meter van de planlocatie en betreft de Doorslag met beschoeide oevers. Daarnaast zijn er enkele singels langs de Sluyterslaan, de Werkmanlaan en langs Noordstedeweg, die op een afstand van respectievelijk 150, 300 en 400 meter van het plangebied liggen. Beschermde gebieden Er liggen geen Natura 2000-gebieden binnen een straal van drie km van het plangebied.

Het meest nabije Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Lek’ ligt op meer dan acht km afstand. Het Nationaal Landschap de ‘Nieuwe Hollandse Waterlinie’ ligt op een kleine 300 meter afstand ten oosten van het plangebied aan de andere kant van het Merwedekanaal. Het Nationaal Landschap ‘Het Groene Hart’ begint op bijna drie km afstand ten westen van de Hildo Kropstraat. Het dichtstbijzijnde onderdeel van de Ecologische Verbindingszone (EVZ) ligt op ongeveer 150 meter ten oosten van de Hildo Kropstraat. Het betreft hier de groene zones aan de oostzijde van het Merwedekanaal en de Doorslag.

Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting

5

Beschermde soorten De soortgroepen die mogelijk leefgebied vinden in de nabijheid van het plangebied zijn vleermuizen, vogels, amfibieën en vissen. Uit verspreidingsgegevens van Telmee blijkt dat de zwaar beschermde gewone dwergvleermuis mogelijk op de planlocatie voorkomt. Hoewel er waarschijnlijk wel vogels broeden in de directe omgeving van de planlocatie, zijn er op de planlocatie zelf geen geschikte broedlocaties voor vogels aanwezig. De waterpartijen in de omgeving van het plangebied vormen een geschikt biotoop voor enkele licht beschermde amfibiesoorten en zwaar(der) beschermde vissoorten. Het gaat om de gewone pad, bruine kikker, meerkikker, kleine watersalamander (tabel 1-soorten), kleine modderkruiper (tabel 2-soort) en bittervoorn (tabel 3-soort). 2.7.

Cultuurhistorie en archeologie De Wet op de archeologische monumentenzorg beschrijft het beleid ter bescherming van archeologische en cultuurhistorische waarden. Als gevolg hiervan wordt in de ruimtelijke ordening het behoud van cultuurhistorische en archeologische waarden meegewogen. Voor de ligging van cultuurhistorische en archeologisch waardevolle plekken in het plangebied zijn de (concept) Archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Nieuwegein en de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Utrecht geraadpleegd. Cultuurhistorie De Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Utrecht laat zien dat er op de planlocatie zelf geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Wel zijn er aan de Herenstraat een aantal waardevolle gebouwen gesitueerd, die zijn beschermd als gemeentelijk of rijksmonument. Onderhavig bouwplan heeft geen (negatieve) invloed op deze cultuurhistorische waarden. Archeologie De gemeente Nieuwegein is momenteel bezig met het opstellen van gemeentelijk archeologiebeleid. Het plangebied heeft op de bijbehorende conceptkaarten (zie afbeelding 2.1) een lage archeologische verwachting voor de perioden Prehistorie - Romeinse Tijd en Middeleeuwen - Nieuwe Tijd.

Het beleidsadvies dat voor het plangebied gaat gelden is vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek bij bodemingrepen dieper dan 150 cm -mv en met een plangebied groter dan 10.000 m². Dit plangebied is (veel) kleiner, er hoeft daarom geen inventariserend onderzoek te worden uitgevoerd.

6

Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting

Afbeelding 2.1. Concept Archeologische beleidsadvieskaart, gemeente Nieuwegein

2.8.

Milieu

2.8.1.

Geluid De gemeente Nieuwegein vraagt bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen om een beschouwing van industrielawaai en wegverkeerslawaai. Om die reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is in bijlage III toegevoegd. Industriegeluid De planlocatie bevindt zich ver buiten de geluidzone van het industrieterrein Plettenburg De Wiers, zodat ruimschoots aan de voorkeursgrenswaarde zal worden voldaan. Voor dit industrieterrein is daarom geen nader onderzoek nodig. Op korte afstand tot de bouwlocatie bevinden zich de bedrijven Nettorama en MoVer. De maatgevende bron van beide bedrijven is het transport, waarvan een deel per vrachtwagen zal worden afgehandeld. Dit transport vormt een potentiële hinderbron voor de toekomstige woonbestemming en kan daarom een belemmering vormen voor de bedrijfsvoering van genoemde bedrijven. In paragraaf 4.4.1 wordt verder ingegaan op het onderzoek naar het geluid van deze transportbewegingen. Weg- en railverkeergeluid In de Wet geluidhinder (Wgh) zijn zones langs wegen aangegeven die worden beschouwd als aandachtsgebieden voor geluidhinder. De wettelijke zonebreedtes zijn zo bepaald dat buiten de zones over het algemeen geen geluidsniveaus voorkomen die hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Uitgesloten van zonering en toetsing zijn wegen met een maximumsnelheid tot 30 km/uur en (woon)erven.

Indien niet kan worden voldaan aan de genoemde voorkeursgrenswaarde dient inzichtelijk te worden gemaakt of door het toepassen van bron- en/of overdrachtsmaatregelen de berekende waarden tot de voorkeursgrenswaarde terug te dringen zijn.

Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting

7

Als dit niet mogelijk is en/of op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige of verkeerskundige aard, kunnen hogere waarden aangevraagd worden. In binnenstedelijk gebied dient de gemeente zich in beginsel te houden aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuw te bouwen woningen langs bestaande wegen. De planlocatie bevindt zich binnen de zone van de Sluyterlaan. Gezien de afstand van deze laan tot de planlocatie en de afscherming van hoge tussenliggende bebouwing, is het aannemelijk dat ruimschoots aan de voorkeursgrenswaarde zal worden voldaan. Verder onderzoek naar de geluidsbelasting vanwege de Sluyterlaan wordt daarom niet noodzakelijk geacht. De Hildo Kropstraat en de Kruyderlaan kennen een maximumsnelheid van 30 km/uur en hebben dus geen wettelijke zone. Voor een goede afweging in het kader van het woon- en leefmilieu wordt in paragraaf 4.4.1 de gevelbelasting ten gevolge van deze wegen wel inzichtelijk gemaakt. Trillingen De wegverharding van de Hildo Kropstraat en de Kruyderlaan bestaat uit klinkers met een zekere oneffenheid. In paragraaf 4.4.1 wordt bepaald of op grond van richtlijnen trillingshinder voor gebruikers is te verwachten. 2.8.2.

Bedrijven en milieuzondering Het perceel Hildo Kropstraat 35 bevindt zich te midden van verschillende bedrijven, die mogelijk bestaande milieurechten hebben die belemmerend kunnen zijn voor de planontwikkeling. Ook kan het zijn dat het bouwplan zelf van invloed is op bestaande omliggende functies. In dit kader is onderzocht of de milieucontouren van bedrijven in de omgeving van de planlocatie tot belemmeringen leiden. Onderstaande paragraaf geeft hiervan een samenvattende weergave. In bijlage IV is het volledige onderzoek toegevoegd. Tijdens het locatiebezoek zijn de volgende bedrijven rondom de planlocatie waargenomen: - Vinasia Foods; - Eetcafé Jutphaas; - Haarstudio R. Hidraoui; - Autoschadebedrijf Fariya; - Gold’s Gym health club; - Kapsalon, internetcafé Belhuis; - Nettorama; - W. Timmer autobedrijf; - Hi meubelen; - N.C. Eurocars; - Mover Industrial Systems b.v.; - Hessing Telecom B.V.; - Dagblad De Telegraaf; - KPN b.v. Vastgoed & Facilities. Er is in de analyse van uitgegaan dat deze inrichtingen onder de Wet milieubeheer vallen. Gezien de aard van de activiteiten van de bedrijven en de ligging van bestaande woningen, is het niet de verwachting dat de realisatie van de nieuwbouw gaat leiden tot aantasting van de rechten van deze bedrijven. Ook voor autospuiterij Fariya wordt ten behoeve van geur de minimale afstand van 25 meter4 behaald.

8

Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting

2.8.3.

Externe veiligheid Het transport, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen brengen risico’s met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke lading vrij kan komen. Het begrip externe veiligheid geeft inzicht in het risico voor omwonenden. In deze paragraaf wordt de huidige stand van zaken van de externe veiligheid in de omgeving van het plangebied beschreven. Indien er risicobronnen aanwezig zijn in de nabijheid van risicogevoelige bestemmingen dient dat meegewogen te worden bij de voorbereiding van ruimtelijke ontwikkelingen, zoals een bestemmingsplan- of projectbesluitprocedure. Het externe veiligheidsbeleid stelt twee doelstellingen centraal: - de bescherming van individuen tegen de kans op verwonding of overlijden ten gevolge van een ongeval (plaatsgebonden risico, PR); - de bescherming van de samenleving tegen het ontwrichtende effect van een ramp met een groter aantal slachtoffers (groepsrisico, GR). Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich permanent en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt. Het groepsrisico is de kans per jaar dat in één keer een groep van een bepaalde grootte dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Externe veiligheid maakt onderscheid tussen risicobronnen en risico-ontvangers.

De risicobronnen zijn in twee groepen te verdelen: 1. transportassen: ⋅ het vervoer van gevaarlijke stoffen kent verschillende modaliteiten: vervoer over de weg, het spoor, over het water (zee en binnenwater) en door buisleidingen. Langs transportassen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, is de kans aanwezig dat een ongeluk met gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het externe veiligheidsbeleid kan beperkingen opleggen aan langs zo’n transportas geprojecteerde plannen en projecten. De Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen5 (Circulaire RNVGS) schrijft het beleid voor waarmee een afweging plaats kan vinden tussen de veiligheidsbelangen die een rol spelen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen en de ruimtelijke structuur van de omgeving. Deze circulaire is van toepassing op alle transportassen met uitzondering van buisleidingen. Voor buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); 2. inrichtingen waarin productie, gebruik, verstrekking en/of opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvindt: ⋅ in het Besluit externe veiligheid inrichtingen6 (hierna Bevi) zijn de risiconormen voor externe veiligheid rond inrichtingen waarin productie, gebruik of opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvindt vastgelegd.

Gemeenten en provincies moeten de normen uit het Bevi (en de daarbij horende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) naleven bij de vaststelling van ruimtelijke plannen. Hieronder wordt ingegaan in hoeverre het plangebied voldoet en hoe voldaan zal worden aan de normen van Bevi betreffende het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Gemeentelijke beleidsvisie Externe veiligheid Naast het feit dat vanuit de Rijksoverheid risiconormen zijn gesteld, laat de wet- en regelgeving ook ruimte aan gemeenten (en provincies) om eigen veiligheidsambities te formuleren. In de beleidsvisie externe veiligheid (raadsbesluit 2007-403) is aangegeven hoe Nieuwegein met deze beleidsvrijheid omgaat.

Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting

9

Zo is in de visie aangegeven op welke bedrijventerreinen in Nieuwegein nieuwe risicobedrijven zich mogen vestigen. Daarnaast is gemeentelijk beleid dat in principe voldaan moet zijn aan de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico. Dit plan maakt geen nieuwe risicobedrijven mogelijk en ook als gevolg van dit plan wordt ruim voldaan aan de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico als gevolg van Ecolab. Consequenties voor het plangebied Voor de inventarisatie naar aanwezige risicobronnen is gebruik gemaakt van de risicokaart van de provincie Utrecht. Tijdens de risicoinventarisatie zijn twee risicobronnen aangetroffen: - de opslag en verwerking van gevaarlijke stoffen bij Ecolab aan de Brugwal 11; - vervoer van gevaarlijke stoffen over het Merwedekanaal. Ecolab De 10-6-PR-contour van Ecolab ligt binnen de eigen terreingrenzen en overlapt niet met de planlocatie (zie afbeelding 2.2), waardoor de bouw van woningen hier momenteel is uitgesloten. Als gevolg van onderhavig plan neemt het groepsrisico niet tot nauwelijks toe (zie de paragraaf ‘Verantwoording groepsrisico’, 4.4.2. Vervoer van gevaarlijke stoffen Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg vormt geen belemmering in de voorgenomen planvorming.

Behalve de routes voor gevaarlijke stoffen over de rijkswegen A2, A12 en A27, loopt er vanaf de A12 een aangewezen route voor gevaarlijke stoffen door Nieuwegein over de Laagravenseweg, Plettenburgerbaan, Zuidstedeweg, Binnenwal en Brugwal naar Ecolab. Deze route ligt op ruime afstand van het plangebied en heeft hierop geen invloed. Ten oosten van het plangebied bevindt zich het Merwedekanaal. Op deze vaarweg is de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen 2010 van toepassing, welke deel gaat uitmaken van het Basisnet water. Het Merwedekanaal is in het Basisnet water een zogenaamde groene vaarweg. Bij groene vaarwegen is er geen 10-6-PR-contour voor het plaatsgebonden risico en dus geen veiligheidsafstand. Daarnaast zijn geen Plasbrandaandachtsgebieden aangewezen. Voorts is het groepsrisico bij groene vaarwegen lager dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde en hoeft niet verantwoord te worden. Onder of in de nabijheid van het plangebied liggen geen hogedruk aardgastransportleidingen.

10

Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting

Afbeelding 2.2. De planlocatie ligt buiten de 10-6-PR-contour van Ecolab

2.8.4.

Luchtkwaliteit Plannen en projecten mogen niet leiden tot een onaanvaardbare verslechtering van de luchtkwaliteit. Om die reden is in deze ruimtelijke onderbouwing verkend welke gevolgen de herontwikkeling van het perceel Hildo Kropstraat 35 heeft voor de luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer titel 5.2 (‘Wet luchtkwaliteit’) zijn luchtkwaliteitsgrenswaarden opgenomen voor verschillende verontreinigende stoffen in de buitenlucht. In onderhavige situatie worden alleen emissies van de, in de Wet luchtkwaliteit opgenomen, stoffen NO2 en PM10 verwacht. De grenswaarden voor NO2 en PM10 uit de Wet luchtkwaliteit zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1. Overzicht toetsingskader luchtkwalilteit stof

criterium

NO2

jaargemiddelde concentratie

3

grenswaarde (µg/m ) 60 (tot januari 2015) 40 (vanaf januari 2015)

uurgemiddelde concentratie (mag maximaal 18 keer per jaar worden overschreden) PM10

300 (tot januari 2015) 200 (vanaf januari 2015)

jaargemiddelde concentratie

48 (tot juni 2011) 40 (vanaf juni 2011)

etmaalgemiddelde concentratie (mag maximaal 35 keer per jaar worden overschreden)

a)

Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting

75 (tot juni 2011) 50 (vanaf juni 2011)

11

Een project kan doorgang vinden indien aannemelijk kan worden gemaakt dat: - het project, al dan niet in combinatie met de met het project verbonden maatregelen, niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit (maximaal 1,2 µg/m³) (Wm artikel 5.16.1.c), ofwel dat; - de luchtkwaliteit door het project, al dan niet in combinatie met de met het project verbonden maatregelen, per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft (Wm artikel 5.16.1.b.1°)7, ofwel dat; - bij een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit vanwege het project, de luchtkwaliteit in een gebied rondom het project per saldo verbetert (Wm artikel 5.16.1.b.2°). De verbetering en verslechtering zullen beide moeten gelden voor overschrijdingssituaties en dienen te worden betrokken op de concentraties van NO2 en/of PM10, ofwel dat; - er geen grenswaarden worden overschreden. Bestaande situatie De Wet luchtkwaliteit verplicht Nieuwegein om periodiek de luchtkwaliteit op het grondgebied vast te stellen. Sinds 2002 rapporteert Nieuwegein jaarlijks over de luchtkwaliteit van het voorafgaande jaar. Wanneer de luchtkwaliteitnormen (plandrempels)8 worden overschreden moet een plan van aanpak worden opgesteld om de luchtkwaliteit te verbeteren. In maart 2008 heeft de gemeenteraad het Luchtkwaliteitsplan Nieuwegein vastgesteld.

Het plan is opgesteld naar aanleiding van de geconstateerde overschrijdingen van plandrempelwaarden in de jaarlijkse rapportage Luchtkwaliteit Nieuwegein 2004. In het Luchtkwaliteitsplan zijn de maatregelen opgenomen die de luchtkwaliteit in Nieuwegein zullen verbeteren. De schadelijke invloed van de luchtverontreiniging verdwijnt niet als de concentraties onder de gestelde normen blijven. De insteek van het college gaat dan ook verder dan voldoen aan de normen. Per maatregel zijn in het Luchtkwaliteitsplan de effectiviteit, kosten en realisatietermijn beschreven. Als één van de weinige gemeenten in Nederland heeft Nieuwegein bovendien een interactieve luchtkwaliteitskaart. Hierop zijn zowel de berekende concentraties (in de vorm van contouren) als gemeten concentraties (in de vorm van punten) weergegeven, gebaseerd op de resultaten van de Luchtkwaliteitsrapportage 2008. In bijlage V is deze kaart, ingezoomd op de Hildo Kropstraat, toegevoegd. Aan de hand van deze kaart is geconstateerd dat de grenswaarden voor de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 binnen het plangebied niet zijn overschreden. 2.8.5.

Bodem Bij binnenstedelijke herontwikkeling speelt het aspect bodemkwaliteit vaak een voorname rol. De bodemgesteldheid moet op het moment dat de nieuwbouw wordt gestart in overeenstemming zijn met de eisen die zijn gesteld in het Besluit Bodemkwaliteit. Voorafgaand aan de vaststelling van een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik of bestemmingsplan moet ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, worden verricht op alle locaties waar bouwwerkzaamheden zijn voorzien. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op deze locaties sprake is (geweest) van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging, dan dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden verricht. De bodemkwaliteit op de ontwikkelingslocatie dient minimaal voldoende te zijn voor de nieuwe gebruiksfunctie.

12

Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting

Op basis van geconstateerde belemmeringen die in de bodemonderzoeken worden geconstateerd, kan worden nagegaan welke bodemsaneringsmaatregelen minimaal moeten worden genomen om die belemmeringen weg te nemen. Bovenstaande richtlijn wordt ook gevolgd bij toekomstige functiewijzigingen in het plangebied. Bodemonderzoeken In het plangebied zijn in de afgelopen jaren door de aanwezigheid van verschillende bedrijfsactiviteiten meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd, waarvan de meest recente uit 2008 en 2010 dateren. Op de locatie aan de Hildo Kropstraat 35 heeft van 1962 tot 2007 een gespecialiseerde machinefabriek gezeten. Later heeft zich hier een garagebedrijf gevestigd. Uit de zintuiglijke waarnemingen van 20089 komt plaatselijk de aanwezigheid van bodemvreemd materiaal, zoals puin, kolengruis en baksteen, in de grond van het plangebied naar voren. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van asbesthoudende materialen op het maaiveld en in de bodem. Verder is in de boven- en ondergrond het gehalte PCB licht verhoogd aangetroffen. De diepere ondergrond is licht verontreinigd met kobalt, nikkel, PAK en minerale olie. In het grondwater is daarnaast de concentratie van barium licht verhoogd aangetroffen. Ook in de rapportage van 201010 blijkt een zwakke olie/water reactie te zijn waargenomen.

Een op korte afstand uitgevoerde boring toonde echter aan dat het hier een verontreiniging met zeer geringe omvang betreft. Bovendien tonen de uitgevoerde chemische analyses aan dat de boven- en de ondergrond niet zijn verontreinigd met minerale olie. Aanvullend is een verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de Hildo Kropstraat 35/35a uitgevoerd. Dit onderzoek is in bijlage 8 toegevoegd. Uit dit onderzoek blijkt dat, gezien de mate van verontreiniging (ten hoogste lichte verontreinigingen) en mede gelet op de Wet bodembescherming, geen nader onderzoek noodzakelijk is. 2.9.

Belemmeringen Planologisch relevante leidingen dienen in het bestemmingsplan te worden bestemd. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: - gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; - aardgas, door leidingen met een diameter groter of gelijk aan 18’; - defensiebrandstoffen; - warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening door leidingen met een diameter groter of gelijk aan 18’. In dit kader is een KLIC-melding gedaan en is een overzicht verkregen met alle relevante kabels en leidingen in het plangebied Hildo Kropstraat 35. Er worden ten aanzien hiervan geen belemmeringen voorzien. Op de planlocatie is in de huidige situatie een trafohuisje aanwezig. Dit trafohuisje is particulier eigendom en zal door de eigenaar, Stedin, worden verplaatst naar een andere locatie. De gemeente Nieuwegein begeleidt dit proces.

Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting

13

2.10.

MER-plicht De activiteit van deze ruimtelijke ontwikkeling valt onder D 11.2 ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ uit bijlage D van het Besluit MER. De activiteit valt onder een van de genoemde gevallen in kolom 2 ‘Gevallen’ waarin de activiteit betrekking heeft op een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat. De grootte van de activiteit valt ver onder de indicatieve drempelwaarde van kolom 2 ‘Gevallen’ van bijlage D. Hiervoor moet worden nagegaan of de activiteit MER-plichtig is (vergewisplicht). Voor de voorgenomen activiteit is beoordeeld of er vanwege de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden. Bij deze beoordeling is met name gekeken naar de selectiecriteria zoals genoemd in bijlage III van de EU richtlijn m.e.r. De conclusie is dat gezien kenmerken en de plaats van de activiteit, en kenmerken van mogelijke potentiële effecten er gezien aard, omvang en ligging van de activiteit er geen belangrijke nadelige effecten worden verwacht. Op basis van bovenstaande is er voor de activiteit is dan ook geen MER-plicht.

14

Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting

3.

BELEIDSKADER

3.1.

Rijks-, provinciaal- en regionaal beleid A. Ruimtelijk beleidskader

Nota Ruimte (2005) Op 17 januari 2006 en 17 mei 2005 hebben respectievelijk de Eerste en Tweede Kamer de Nota Ruimte aangenomen. Deze tekst geldt als deel 4 van de planologische kernbeslissing (PKB-procedure) en is definitief. De rijksnota’s zijn over het algemeen van een hoger schaalniveau. Voor het onderhavige bestemmingsplan vormt het gegeven dat Nieuwegein deel uitmaakt van de Randstad met het stedelijk knooppunt Utrecht een belangrijk feit. Concentratie van activiteiten (wonen en bedrijvigheid met mogelijkheden voor recreatie en natuur) vormt de belangrijkste leidraad in het rijksbeleid. In de Nota Ruimte wordt afstand genomen van het stringente contourenbeleid. De gemeenten krijgen meer mogelijkheden voor het realiseren van onder meer woningbouw. Op deze wijze kan onder andere ook beter in de (boven)lokale woningbehoefte worden voorzien. De voorgenomen herontwikkeling op de planlocatie past goed binnen het rijksbeleid dat zich richt op de concentratie van activiteiten; de ruimte in het bestaande stedelijke gebied wordt door verdichting met nieuwe appartementen optimaal gebruikt. Streekplan Utrecht 2005-2015 (2004) Het Streekplan geeft de hoofdlijnen voor het ruimtelijk beleid voor de komende periode weer. Door de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het Streekplan in 2008 veranderd in de Structuurvisie.

De provincie Utrecht bereidt momenteel een nieuwe provinciale ruimtelijke structuurvisie voor. De huidige structuurvisie is geldig tot 2015. De provincie hanteert in de huidige structuurvisie vijf hoofdbeleidslijnen, te weten: - voor ruimtelijke ontwikkelingen, zowel in het stedelijk als in het landelijk gebied is zorgvuldig ruimtegebruik een belangrijk uitgangspunt; - water vormt een ordenend principe. Bij nieuwe ruimtelijke afwegingen vormt water een vertrekpunt; - de beschikbaarheid van bestaande infrastructuur en (toekomstige) capaciteit van deze infrastructuur zijn mede bepalend bij de keuzes van nieuwe stedelijke gebieden; - gestreefd wordt naar een gedifferentieerd aanbod van wonen, werken en voorzieningen. Nieuwe woningbouw en bedrijventerreinen worden vooral gerealiseerd in de stadsgewesten Utrecht en Amersfoort. Daarnaast vormen Veenendaal en Woerden regionale opvangkernen voor het overige deel. Elders in de provincie wordt een terughoudend verstedelijkingsbeleid gevoerd; - er wordt een ruimtelijk ontwikkelingsbeleid gevoerd, gericht op versterking van zowel identiteit, landschappelijke diversiteit als de vitaliteit van het landschap. Voor Nieuwegein wordt uitgegaan van een woningbouwprogramma van circa 2.400 woningen. Het gaat daarbij deels om een restcapaciteit en deels om nieuw inbreiding.

De aandacht voor de gemeente Nieuwegein is, na het beëindigen van de opvangfunctie binnen het stadsgewest, namelijk vooral gericht op herstructurering van het bestaande stedelijk gebied. Het plangebied Hildo Kropstraat maakt onderdeel uit van dit stedelijk gebied. Onderhavig project betreft de herontwikkeling van een voormalige bedrijfslocatie in bestaand stedelijk gebied (inbreiding). Het project is daarmee in lijn met het Streekplan Utrecht.

Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting

15

Provinciale Ruimtelijke Verordening 2009 De Provinciale Ruimtelijke Verordening, Provincie Utrecht 2009 (PRV) is op 21 september 2009 vastgesteld door Provinciale Staten. De planlocatie Hildo Kropstraat staat aangewezen als stedelijk gebied, waarvoor een mobiliteitstoets geldt. Onderhavig project voorziet in nieuwe woningbouw. In paragraaf 4.3.2 wordt het aantal verplaatsingen die het project tot gevolg hebben beschreven. Het project is daarmee in lijn met de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2009. Regionaal structuurplan 2005-2015 (2005) Het Regionaal Structuurplan (RSP), dat op 21 december 2005 is vastgesteld, vormt een integraal afwegingskader, een toetsingskader voor planologische besluiten en een uitvoeringskader voor de periode 2005-2015. Ambities van het RSP zijn: invulling geven aan de positie van de regio in de Randstad, het versterken van de regionaal-economische structuur en het verbeteren van de bereikbaarheid.

Regionale kwaliteiten moeten gewaarborgd en verder uitgebouwd worden door: - het veiligstellen en tijdig ontwikkelen van landschappelijke en ecologische kwaliteiten; - het verbeteren van de kwaliteit van woon- en leefklimaat; - het versterken van de regionaal-economische structuur; - het streven naar een evenwichtige ontwikkeling van de regio Utrecht; - een bereikbare en leefbare regio voor iedereen; - het benutten van de cultuurhistorische kwaliteiten voor versterking van identiteit en kwaliteit van de leefomgeving; - het hanteren van water als ordenend principe. De regio Utrecht wil de groei van de bevolking in de regio zelf opvangen door tot 2015 nieuwe woningen te bouwen samen met de ontwikkeling van recreatieve voorzieningen en infrastructuur. Op de plankaart van het RSP is het plangebied aangewezen als Regionaal centrummilieu. Het betreft een gemengd milieu met functies zoals hoogstedelijk wonen, kantoren, baliefuncties en een ruim en zeer gevarieerd aanbod aan centrumvoorzieningen (detailhandel, dienstverlening, culturele instellingen) met een stedelijke uitstraling. Het gebruik van de gronden als appartementencomplex met een zorggerelateerde functie is daarom overeenkomstig de beleidsdoelen van het Regionaal Structuurplan. B. Beleidskader verkeer, vervoer en parkeren

Nota Mobiliteit (2004) De Nota Mobiliteit is een nationaal verkeers- en vervoersplan op grond van de Planwet Verkeer en Vervoer (1998) en is de opvolger van het Structuurschema Verkeer en Vervoer (SVV-2). In de Nota Mobiliteit wordt het ruimtelijk beleid, zoals vastgelegd in de Nota Ruimte, verder uitgewerkt en wordt het verkeers- en vervoerbeleid beschreven. In de Nota Mobiliteit zijn geen bepalingen opgenomen die van directe invloed zijn op het onderhavige bouwplan.

16

Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting

Regionaal Verkeers- en Vervoerplan 2005-2015 (2004) Het BRU-beleid concentreert zich rond drie thema’s: bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid. Omdat mobiliteitsproblemen zich al lang niet meer alleen op de spits concentreren en grootschalige uitbreidingen van infrastructuur vanwege financiële en ruimtelijke beperkingen voorlopig niet aan de orde zijn, kiest het BRU voor ‘selectieve bereikbaarheid’ als centrale notitie. De bereikbaarheid van de ruimtelijk en economisch belangrijke kerngebieden krijgt daarbij de hoogste prioriteit. Deze bereikbaarheid heeft betrekking op alle vervoerswijzen: auto, fiets en openbaar vervoer. Voor de toekomst wordt een forse extra groei van het autogebruik verwacht: 30 % meer autokilometers voor de periode 1998 tot 2015. Dit kan het wegennet niet verwerken. De lengte van de files zal dan ook fors toenemen als er geen maatregelen worden genomen. Hoofdpunten van het BRU-beleid zijn: - het mobiliteitsbeleid is niet vraagvolgend. Het autogebruik wordt door diverse maatregelen beïnvloed (onder andere gedragsbeïnvloeding).

Oogmerk is de spitsen te ontlasten; - de verkeersveiligheid wordt verbeterd door het oplossen van knelpunten en het toepassen van het concept Duurzaam Veilig; - leefbaarheid vormt een randvoorwaarde voor de te nemen maatregelen; - prijsmaatregelen, onmisbaar als sturingsinstrument, worden voorbereid; - de nadruk komt te liggen op benuttingsmaatregelen; - de verbindingen in de Randstad (Deltametropool) worden verbeterd; - problemen worden opgelost door gebiedsgerichte samenwerking; - nieuwe technologieën worden toegepast; - integrale netwerkvisie is uitgangspunt. De aanwezige infrastructuur wijzigt met de realisatie van het bouwplan niet en is toereikend om het aantal extra voertuigbewegingen te verwerken (zie paragraaf 4.3.2). Het nemen van maatregelen is niet noodzakelijk. Het project is kortom in lijn met het Regionaal Verkeersen Vervoerplan. C. Beleidskader waterhuishouding

Vierde Nota Waterhuishouding (1999) In de nota zijn doelstellingen verwoord voor het op orde brengen en houden van het watersysteem. Deze doelstellingen zijn nader geconcretiseerd in het Advies Waterbeheer 21e eeuw en het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het is belangrijk dat op tijd wordt ingespeeld op klimaatverandering, zeespiegelstijging, bodemdaling en toename van verhard oppervlak. De nota is richtinggevend voor het beleid van provincie en waterschappen. Middels het doorlopen van het watertoets-proces is de waterhuishouding vroegtijdig in het bouwplan meegenomen. Het project is daarmee in lijn met de Vierde Nota Waterhuishouding. Waterhuishoudingsplan provincie Utrecht (2004) In het derde waterhuishoudingsplan van de provincie Utrecht worden de hoofdlijnen weergegeven van het waterbeleid voor de periode 2005 tot en met 2010. Het hoofddoel voor dit derde provinciale waterhuishoudingsplan is een veilig en bewoonbaar land te hebben en in stand te houden. De provincie streeft naar gezonde en veerkrachtige watersystemen en duurzaam gebruik van water voor mens en natuur.

Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting

17

In het plan worden de recente ontwikkelingen in het waterbeheer geïntegreerd in het waterbeleid van de provincie. Het gaat hierbij vooral om: - waterbeheer in de 21e eeuw; - Europese Kaderrichtlijn Water; - het watertekort in de zomer van 2003; - de discussie over de veiligheid van regionale waterkeringen en het provinciale toezicht daarop, mede naar aanleiding van de kadebreuk in Wilnis in 2003. Nieuwegein ligt in het stroomgebied Amstelland en is ingedeeld in het dubgebied Klei en Bonk. Dit subgebied betreft het rivierkleigebied ten zuiden van de Kromme Rijn en Oude Rijn, van Wijk bij Duurstede tot Woerden, inclusief Vianen. Het beleid voor dit gebied is in hoofdzaak gericht op de landbouwfunctie en op het stedelijk gebied. Het waterbeheer moet hier meeliften met de ruimtelijke ontwikkelingen. Knelpunten in de waterhuishouding dienen opgelost te worden, zoals de wateroverlast. In onderhavig geval is vroegtijdig afstemming gezocht met de waterbeheer om mogelijk nadelige effecten te voorkomen. Het project is daarmee in lijn met het Waterhuishoudingsplan van de provincie Utrecht. Waterstructuurvisie Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (2002) In de Waterstructuurvisie (WSV) is een visie op duurzaam waterbeheer voor zowel de lange termijn (2050) als de middellange termijn (2015) uitgewerkt.

Hierbij is gebruik gemaakt van de aanbevelingen van de Commissie Waterbeheer 21ste eeuw. De WSV heeft als doelen om: - richting te geven aan het toekomstig waterbeheer van De Stichtse Rijnlanden; - duidelijk te maken welke uitgangspunten en doelstellingen uit oogpunt van duurzaam waterbeheer van belang zijn voor ruimtelijke plannen. De WSV heeft gediend als grondslag voor de stroomgebiedvisie Amstelland, die samen met de provincie Utrecht, hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht en Rijkswaterstaat is opgesteld. Voor Nieuwegein heeft het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) samen met de gemeente Nieuwegein een Watervisie opgesteld. In paragraaf 3.2 wordt hier verder op ingegaan. D. Beleidskader natuur en landschap (flora en fauna)

Ten aanzien van natuur dient bij ruimtelijke ingrepen rekening gehouden te worden met: - wettelijk beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden, Habitatrichtlijngebieden (HRgebieden) Vogelrichtlijngebieden (VR-gebieden) en Beschermde Natuurmonumenten); - beleidsmatig en planologisch beschermde gebieden (waaronder de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en Nationale Landschappen); - wettelijk beschermde soorten in het kader van de Flora- en faunawet. Beschermde gebieden Het wettelijk toetsingskader van gebiedsbescherming is verankerd in de Natuurbeschermingswet 1998. Voor de hieronder vallende Natura 2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld. Instandhoudingsdoelen beschrijven de doelen voor natuurlijke habitats of populaties van de in het wild levende dier- en plantensoorten om een gunstige staat van instandhouding te waarborgen.

18

Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting

De beleidsmatige en planologische bescherming van de EHS en Nationale landschappen is vastgelegd in de Nota Ruimte en op provinciaal en gemeentelijk niveau nader uitgewerkt. De provincie staat geen nieuwe functies in of nabij de EHS toe, tenzij is aangetoond dat ze niet schadelijk zijn voor de natuur. Bij ieder project in of nabij de EHS moet daarom onderzocht worden of sprake is van significante aantasting. Een project dat de natuur significant aantast, mag niet worden toegestaan in het bestemmingsplan. Tenzij het een groot openbaar belang dient of er geen alternatieven zijn buiten de natuur. De ontwerp-Structuurvisie voor de Nationale Landschappen Utrecht (2009) is deels een herziening van de (integrale) Regionale Structuurvisie 2005-2015 en vult het ruimtelijk beleid aan voor de Nationale Landschappen in Utrecht. De structuurvisie gaat over de begrenzing en kernkwaliteiten van het landschap. Beschermde soorten Het wettelijk toetsingskader van beschermde soorten is verankerd in de Flora- en faunawet. Deze wet bevat onder andere een aantal verbodsbepalingen met betrekking tot beschermde soorten, zoals het verbod op het verontrusten, vangen en doden van soorten en het beschadigen van hun nesten. Voor alle soorten geldt bovendien een zorgplicht.

De zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving. De beschermde dier- en plantensoorten, die zijn opgenomen in de Flora- en faunawet, zijn verdeeld in tabellen. Tabel 1 geeft de algemene soorten weer en zijn licht beschermd. Tabel 2 geeft de minder algemene, middelzwaar beschermde soorten weer. In tabel 3 staan soorten die worden genoemd in bijlage 1 van de AMvB Flora- en faunawet en soorten vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn en deze zijn zwaar beschermd. Daarnaast is de individuele soortbescherming van de HR- en de VR-gebieden ook in de Flora- en faunawet geïmplementeerd. E. Beleidskader cultuurhistorie en archeologie

Verdrag van Valetta (Verdrag van Malta, 1992) In het Verdrag van Malta zijn de Europese lidstaten overeengekomen dat het archeologisch erfgoed als bron van het Europees gemeenschappelijk geheugen en als middel voor geschiedkundige en wetenschappelijke studie beter beschermd dient te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang, beter nog het cultuurhistorische belang, vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Deze benadering ligt ook ten grondslag aan het rijks- en provinciaal beleid. Wet op de archeologische monumentenzorg (2007) De Monumentenwet omvat de implementatie in de Nederlandse wetgeving van het Verdrag van Valletta. De Monumentenwet verplicht overheden om in het kader van bestemmingsplannen rekening te houden met aanwezige, dan wel te verwachten archeologische waarden. In het geval belangrijke archeologische waarden als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen en hieruit voortvloeiende bodemverstoringen niet in de bodem behouden kunnen blijven, dienen deze te worden veiliggesteld. Dit houdt een onderzoeksverplichting in, die kan leiden tot een volledige, wetenschappelijke opgraving van de aanwezige resten. De normen waaraan archeologisch onderzoek dient te voldoen zijn vastgelegd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 3.1).

Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting

19

Provinciaal archeologiebeleid Het provinciale beleid voor de archeologische monumentenzorg is er in de eerste plaats op gericht waardevolle archeologische vindplaatsen te behouden in de bodem (in situ). Dit beleid is nader uitgewerkt en vastgelegd in de provinciale Cultuurnota en het Streekplan. Archeologisch onderzoek wordt in principe geadviseerd bij ruimtelijke plannen, indien bodem ingrepen plaats vinden in ongeroerde grond op plaatsen met een vastgestelde archeologische waarde volgens de Archeologische Monumentenkaart (AMK) of met een (middel)hoge verwachtingswaarde volgens de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW). Terreinen waarvan de archeologische waarde bekend is, staan aangegeven op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK). Het gaat zowel om terreinen waarop bij onderzoek archeologische vindplaatsen zijn aangetoond, als om terreinen waar historische bronnen wijzen op de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen (bijvoorbeeld stads- en dorpskernen). De archeologische waarden op AMK-terreinen dienen in principe te worden veiliggesteld door middel van een aanlegvergunningstelsel. Bij bodemverstorende plannen op AMK-terreinen wordt altijd archeologisch onderzoek geadviseerd.

Archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk, wanneer in het plan kan worden aangetoond dat de bodem bij realisatie van het plan niet wordt verstoord, dan wel reeds volledig is verstoord. Op de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) staat de zogenaamde verwachtingswaarde aangegeven. Deze waarde is bepaald aan de hand van de huidige kennis over de relatie tussen landschap en de ligging van archeologische vindplaatsen. Hoe hoger de waarde van een gebied, hoe groter de kans dat er archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Bij ruimtelijke ingrepen in gebieden met (middel)hoge waarde wordt door de provincie in principe altijd verkennend veldonderzoek geadviseerd met als doel te bepalen of de verwachte waarden ook daadwerkelijk aanwezig zijn. De IKAW is echter niet geschikt als basis voor gemeentelijk beleid. Voor de gemeente Nieuwegein wordt daarom momenteel een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart gemaakt, die een voor Nieuwegein gespecificeerde archeologische verwachting weergeeft. Op basis daarvan wordt het gemeentelijk beleid geformuleerd en vastgesteld. F. Beleidskader milieu

Geluid De Wet geluidhinder stelt eisen aan de geluidbelasting van geluidgevoelige objecten. Geluidgevoelige objecten zijn bijvoorbeeld woningen, scholen en ziekenhuizen. Bedrijven zijn niet gevoelig. In de Wet geluidhinder is regelgeving voor wegverkeer-, railverkeers- en industrielawaai opgenomen. De regelgeving geldt alleen voor wegen, spoorlijnen en bedrijventerreinen die een geluidzone hebben. Daarnaast geeft de Wet milieubeheer geluidvoorschriften voor bedrijven, ook voor bedrijven die niet op een gezoneerd bedrijventerrein zijn gelegen. Om deze reden is onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting van de vervangende nieuwbouw aan de Hildo Kropstraat 35 in Nieuwegein (zie paragraaf 4.4.1.). Luchtkwaliteit De Wet milieubeheer geeft de wettelijke kwaliteitsnormen voor verschillende verontreinigde stoffen in de buitenlucht. Bij de kwaliteitsnormen wordt onderscheid gemaakt tussen grenswaarden en plandrempels.

20

Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting

Grenswaarden gelden voor de toekomstige situatie. Plandrempels geven een huidig kwaliteitsniveau waarboven het maken van plannen ter verbetering van de luchtkwaliteit verplicht is. Indien een plandrempel niet wordt overschreden, maar de grenswaarde wel, voldoet de luchtkwaliteit (nog) niet aan de wettelijke norm. Er behoeven in dat geval echter geen plannen opgesteld te worden, aangezien wordt verwacht dat de luchtkwaliteit vanwege het schone-auto-beleid - zonder het treffen van aanvullende maatregelen - in de toekomst voldoet aan de grenswaarde. Om deze reden is onderzocht welke gevolgen het bouwplan heeft voor de luchtkwaliteit (zie paragraaf 4.4.3.). Bodem In 1997 is met de Beleidsvernieuwing bodemsanering (Bever) gekozen voor een belangrijke koerswijziging in het bodemsaneringsbeleid, waarbij de nadruk is komen te liggen op het functiegericht saneren. Deze nieuwe saneringsdoelstelling is opgenomen in de nieuwe Wet bodembescherming (Wbb), die per 1 januari 2006 van kracht is geworden. Naast de doelstelling om voortaan functiegericht te saneren zijn in de vernieuwde Wbb onder andere uniforme regels opgenomen voor eenvoudige bodemsaneringen (de AMvB BUS), is er meer wettelijke ruimte voor deelsaneringen en is er een wettelijke plicht opgenomen voor het bevoegd gezag om Wbb ook te beschikken op een saneringsverslag.

In de wet is verder verankerd dat voor spoedeisende saneringen een saneringsplicht geldt en wanneer de overheid hiervoor subsidie mag verstrekken. Een bodemsanering is volgens de Wbb spoedeisend als er ontoelaatbare risico’s zijn, die samenhangen met het (toekomstig) gebruik van de bodem. Hierdoor geldt voor een bodem met een woonfunctie een hoger beschermingsniveau dan de bodem van een bedrijventerrein. Op de planlocatie zijn verschillende bodemonderzoeken uitgevoerd. De resultaten van deze onderzoeken zijn getoetst aan de geldende wet- en regelgeving (zie paragraaf 2.8.5). Externe veiligheid Het huidige beleid met bijbehorende normstellingen op het gebied van externe veiligheid is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. In de huidige situatie en in nieuwe situaties dient voldaan te worden aan deze normen. Het bouwplan voor de Hildo Kropstraat 35 is daarom getoetst aan de geldende normen (zie paragraaf 2.8.3). 3.2.

Gemeentelijk beleid A. Ruimtelijk beleidskader

Structuurvisie Nieuwegein Verbindt 2030 (2010) Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn alle overheden verplicht om over een structuurvisie te beschikken. De structuurvisie Nieuwegein, vastgesteld d.d. januari 2010, geeft de ruimtelijke ontwikkelingen op hoofdlijnen tot 2030 weer. Nieuwegein heeft meerdere kernambities voor de ruimtelijke toekomst van de stad. Dit zijn: - ‘Nieuwegein Leeft’; inzetten op kwalitatief hoogwaardig wonen en werken in Nieuwegein met bijbehorende hoogwaardige voorzieningen voor jong en oud;

Witteveen+Bos, NGN125-2-P/niel2/005 definitief 03 d.d. 7 mei 2012, Bestemmingsplan Hildo Kropstraat 35 Toelichting

21

-

‘Mooi Nieuwegein’; revitaliseren en beleefbaar maken van ‘cultuurhistorische parels’ en inzetten op aansprekende nieuwe architectuur op cruciale plekken in de stad; ‘Nieuwegein Verbindt’; intensiveren en versterken van de verbindingen in de stad en met het buitengebied en verbeteren van de kwaliteit van de publieke ruimte; ‘Duurzaam Nieuwegein’; de stad neemt haar verantwoordelijkheid jegens omgeving en volgende generaties door deze niet onnodig te belasten met milieuknelpunten en waar mogelijk deze milieuknelpunten te verminderen.

De planlocatie Hildo Kropstraat vormt een onderdeel van het project Herenstraat/Kruyderlaan. Het project ligt bovendien aan de Wateras en in de centrumzone en is dus ook aan deze projecten gerelateerd. De overall opgaven en ambities voor de planlocatie zijn enerzijds het ontwikkelen van een centrum stedelijk milieu en anderzijds het gebied transformeren van bedrijfsterrein naar woningenbouw en voorzieningen. Het bouwplan voor de Hildo Kropstraat past daarmee binnen de structuurvisie van Nieuwegein. Gebiedsvisie Jutphaas-Wijkersloot (2009) De gemeente heeft samen met de woningcorporaties Mitros en Jutphaas Wonen een integrale gebiedsvisie opgesteld voor de wijk Jutphaas-Wijkersloot. De gebiedsvisie geeft de gewenste ontwikkelingsrichting van de wijk aan en fungeert als toetsingskader voor de verschillende projecten die voor de wijk ontwikkeld worden. De integrale aanpak richt zich op het benutten en waar nodig verbeteren van de kwaliteiten van de wijk om achteruitgang van de wijk te voorkomen. Het hoofdthema voor Jutphaas Wijkersloot is een goed gemengde wijk. Daarnaast bestaat de visie uit: - het ontwikkelen van een centrumfunctie in het midden van de wijk; - het verbeteren van het leefmilieu (voorzieningen, langzaam verkeerroutes); - het vergroten van het woningaanbod en de differentiatie daarvan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=5ed7167e-9219-47f4-b8b3-ded1892d195e