CConstaterende datNeder-Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - TAM-omgevingsplan Boveneindsestraat

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente Neder-BetuweBij agendapunt: TAM-omgevingsplan ‘Kesteren, Boveneindsestraat 4’22.104 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

7

Cohen 2012 De Beaufort e.a. 1968: 295 9 Regionaal Archief Rivierenland, 1044 Archief v an de Dorps- en buitenpolders in de Neder-Betuwe, 1525-1971, inleiding 8

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[8]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

schoutambten. 10 Lede en Oudewaard daarentegen was een Stichtse heerlijkheid en tot in de 14e eeuw een leen van de Paulusabdij in Utrecht. 11 Het dorp Kesteren kon zich door de bijzondere landschappelijke situatie zowel binnen - als buiten de Rijnbandijk ontwikkelen. De kerk met woonbebouwing lag ‘binnendijks’, het resterende deel van het dorp ‘buitendijks’, tussen de Rijnbandijk en de Oude Rijn (die de grens met Lede en Oudewaard vormde). Het dorp als geheel was langgerekt en stond haaks op de dijk, en lag rond een brinkachtige structuur die zelf buiten de Rijnbandijk gesitueerd was.

Figuur 2. Kaart van de afwatering van de polder buiten de Rijnbandijk, 1610. Het noorden is beneden. Linksboven zien we de kerk van Kesteren tegen de bandijk (bron: Gelders Archief, 0124 Hof van Gelre en Zutphen, inventarisnummer 5040).

In het dorp bevonden zich boerderijen, maar ook huizen van de lokale bovenlaag, zoals in 1832 van burgemeester Cornelis van Riemsdijk van Ochten, van het ambtsbestuur en van kleine ambachtslieden, zoals de naaister Anne Geertrui Muller. Het in oorsprong zeker laatmiddeleeuwse nederzettingslint strekte zich vanuit het dorp voornamelijk naar het oosten uit, langs de Rijnbandijk en langs de Boveneindsestraat. Hier woonden in de 19e eeuw zowel landbouwers als arbeiders en winkeliers. Langs de Rijnbandijk westelijk van het dorp stonden in de vroege 19e eeuw nauwelijks huizen.

10 11

Regionaal Archief Rivierenland, 1044 Archief v an de Dorps- en buitenpolders in de Neder-Betuwe, 1525-1971, inleiding De Beaufort e.a. 1968: 296

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[9]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Figuur 3. Detail uit een kaart uit 1552, met linksonder de kern van Kesteren, toen al aan twee zijden van de dijk. Het noorden is boven (bron: Gelders Archief, 012 4 Hof van Gelre en Zutphen, inventarisnummer 4926).

Na de Tweede Wereldoorlog begon een proces van versnelde verstedelijking in Kesteren. De aanleg van de Rijnbrug voor wegverkeer leidde tot een veel intensiever gebruik van de Hoofdstraat, die tot de aanleg van de Cuneraweg de hoofdverbinding naar het zuiden zou blijven. Daarvoor werd het wegprofiel ook sterk verbreed. Na de aanleg van de Cuneraweg verdween weliswaar deze doorgaande functie, maar bleef het kruispunt – later rotonde – Hoofdstraat-Spoorstraat een belangrijke schakel door de eerder al aangelegde Betuwestraatweg. Dat leidde tot een belangrijke en blijvende ruimtelijke knip in de Rijnbandijk. Tegelijk breidde het dorp Kesteren zich in westelijke richting uit, eerst door de aanleg van kleine woonstraten (Van der Zandestraat), vervolgens kleine buurtjes (Gerard Doustraat e.o.) en daarna met steeds grotere wijken, zoals de Mesdagstraat e.o. en de Craaienhof e.o. De Rijnbandijk bleef hierbij als een grote ader door de kern bewaard, maar verloor zowel binnen- als buitendijks zijn landelijke context.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[10]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Aan de overzijde van de Cuneraweg gaat de Rijnbandijk in westelijke richting verder, waar hij bij Bontemorgen op de Marsdijk aansluit. In het oostelijk deel zijn drie aspecten van belang, namelijk allereerst de nieuwvestiging van bedrijven langs de zuidzijde van de Boveneindsestraat, de modernisering van de agrarische erven tussen Rijnbandijk en Boveneindsestraat en tot slot de invloed die de ontwikkeling van bedrijventerrein ’t Panhuis (gestart met enke le fabrieken nabij het station vóór 1966) op het landschap gehad heeft.

Figuur 4. De Oude Rijn ligt deels direct naast de Rijnbandijk (foto: RAAP, 22 september 2022).

Agrarisch cultuurlandschap Het kadastraal minuutplan uit 1832 geeft een waardevol beeld van de verkaveling en het landgebruik op dat moment. Die situatie geeft inzicht in de genese van de eeuwen ervoor. De stroomrug kende een strokenverkaveling, opgespannen tussen de Broekdijk en Oude Broekdijk in het zuiden en de Boveneindsestraat en Benedeneindsestraat in het noorden. Tussen de Boveneindsestraat en Benedeneindsestraat in het zuiden en de Rijnbandijk in het noorden was ook sprake van strookkavels, maar deze waren naast (vanzelfsprekend) korter ook breder dan de lange kavels in het zuiden. In deze zone lag in 1832 het merendeel van de bewoning langs zowel de Boveneindsestraat als de Rijnbandijk. De verkaveling direct rond het dorp was onregelmatiger van karakter. Buiten de Rijnbandijk was sprake van deels langgerekte kavels parallel aan de dijk en deels van blokvormige kavels. Het verschil is duidelijk: de omgeving van het dorp is organisch gegroeid, terwijl op de stroomrug sprake moet zijn

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[11]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

geweest van een systematische en geplande uitleg. De bewoningszone tussen Bovene indsestraat en Rijnbandijk neemt daarin een middenpositie in.

Figuur 5. De zone tussen de Rijnbandijk (onder) en de Oude Rijn (midden), met de erven aan de zuidzijde van de bandijk, en knotwilgen langs de Oude Rijn, 1552. Het noo rden is boven (bron: Gelders Archief, 0124 Hof van Gelre en Zutphen, inventarisnummer 4926).

Een groot deel van de strookkavels op de stroomrug werd in 1832 als bouwland gebruikt. Rondom het dorp en bij de erven tussen dijk en Boveneindsestraat lagen voora l (hoogstam)boomgaarden, waarvan een deel in 1832 uitliep in de strookkavels op de stroomrug. In de laagte langs de Oude Rijn werd het land vooral als weiland gebruikt, en plaatselijk lag langs de Oude Rijn en bij de kolken wilgenbos. Tot ver in de 20e eeuw bleef het 18e- en 19e-eeuwse landschapsbeeld van boomgaarden rond het dorp, tussen Rijnbandijk en Boveneindsestraat en hier en daar op de oeverwallen bestaan. In 1906 werden de eerste twee boerderijen ten zuiden van de Boveneindsestraat gebouwd, Bovenein dsestraat 20 en 22. Met de groei van de intensievere fruitteelt veranderde dit rond de Tweede Wereldoorlog, in ieder geval vóór 1958. Op dat moment was de oeverwal tot de spoorlijn en zelfs daarover in gebruik als boomgaard met grasland daaronder, hier en daar nog slechts een perceeltje akkerland. Rond de laatste eeuwwisseling volgde de omvorming van de relatief kleinschalige kavels met boomgaarden naar de laagstamteelt op grote samengevoegde percelen. Als gevolg van de opschaling van de bedrijven betekende dit voor een enkel erf, zoals Boveneindsestraat 22 en Rijnbandijk 46a, de schaalvergroting van bedrijfsgebouwen op het erf.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[12]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Figuur 6. Het integraal ensemble ‘Rijnbandijk – Boveneindsestraat’ in 1832 (bron: HisGIS Gelderland).

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[13]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Figuur 7. Kaartbeelden van ensemble 1, 1850-heden.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[14]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

2.2.4

Huidige landschapskarakteristiek

Waterstaat De belangrijkste waterstaatkundige structuur in het gebied is de hoge, smalle Rijnbandijk die het ensemble van zuidwest naar noordoost doorsnijdt. Alhoewel het tracé van de dijk door de verhoogde ligging van de Hoofdstraat nabij de rotonde met de Spoorstraat-Betuwestraatweg wat vertroebelt is, is de dijk nog over zijn volledige lengte aanwezig.

Figuur 8. De eendenvijver in de dorpskern van Kesteren, mogelijk een oude doorbraakkolk (foto: RAAP, 22 september 2022).

Nauw verbonden met de dijk zijn de twee doorbraakkolken tegen de Rijnbandijk, ter hoogte van Rijnbandijk 52 (buitendijks) en Rijnbandijk 159 (binnendijks). Beide doorbraakkolken zouden uit 1595 dateren. Over de oorsprong van de eendenvijver in Kesteren als doorbraakkolk is niet veel bekend. Het kadastraal minuutplan uit 1832 laat hier een ‘leeg’ dorpsplein zien, de Topografisch -Militaire Kaart uit 1850 geeft de vijver wél weer. Het is op basis van landschappelijke gronden, zoals de bocht in de bandijk, wel aannemelijk dat het hier om een oude doorbraakkolk gaat. Het derde cruciale onderdeel van de waterstaatskundige ontwikkeling is de Oude Rijn, de oude grens van het ambt Neder-Betuwe én van het hertogdom Gelre. Alleen het nog in landelijk gebied liggende deel ten oosten van de Hoofdstraat is – als brede, gebogen waterloop - onderdeel van het ensemble; het westelijke deel is onder meer door de bou w van het Van Lodenstein College aangetast.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[15]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Tot slot ligt langs de zuidzijde van het ensemble nog een historische waterloop, die ten westen van de Spoorstraat – buiten het ensemble – in de Schenkhofstraat zijn historische vervolg weerspiegelt ziet. Verder liggen er enkele structuurbepalende, kavelscheidende sloten in het oostelijke deel van het ensemble.

Figuur 9. Een doorbraakkolk langs de Rijnbandijk (foto: RAAP, 22 september 2022).

Infrastructuur Belangrijke cultuurhistorisch waardevolle hoofdstructuren van de infrastructuur zijn de licht slingerende Boveneindsestraat als parallelle route achter de bandijk , de Hogeveldseweg als haakse weg daarop, de Ambtsweg als aftakking van de bandijk, en in het dorp de Kerkstraat – Dorpsplein – Achterdorp, de Hoofdstraat en het Dorpsplein tussen die twee routes. De Boveneindsestraat ligt iets hoger dan de omgeving en heeft soms aan één of beide zijden een greppel of bermsloot. De Hogeveldseweg is een smalle landweg, aan één zijde met bomen beplant, die de verbinding met de Tielsestraat vormde en vormt. Het Dorpsplein is nog herkenbaar aan de rooilijnen van de omliggende gebouwen, de merendeels groene en relatief open inrichting en de oude eendenvijver (zie hiervoor) in de hoek van de bandijk. Op het plein staan meerdere markante bomen, waaronder een herdenkingsboom met hek. De Boveneindsestraat en de Kerkstraat – Dorpsplein – Achterdorp kennen nog een relatief smal, traditioneel profiel. De Hoofdstraat daarentegen is na de Tweede Wereldoorlog als hoofdroute door het dorp verbreed en in capaciteit opgeschaald.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[16]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

De meeste wegen zijn smal en hebben een asfaltverharding. In de bermen komt ook halfverharding voor. De bermen vormen een geleidelijke overgang naar de erven, en kennen hier en daar grepp els of bermsloten.

Figuur 10. Eén van beide afwegen ten noorden van de Rijnbandijk, met op de achtergrond het panorama op de Grebbeberg (foto: RAAP, 22 september 2022).

Grondgebruik en verkaveling De gebieden ten westen en ten oosten van de Hoofdstraat hebben een sterk van elkaar verschillend grondgebruik. In het westen is de bebouwing door de ontwikkeling van de kern Kesteren toegenomen en zijn de omliggende percelen als (sier)tuin in gebruik genomen of gebleven. De Rijnbandijk h eeft hier zijn historisch karakter behouden, maar is in een bebouwde omgeving komen te liggen. In het oosten is tussen Rijnbandijk en Boveneindsestraat sprake van een kleinschalig beeld van erven met bijgebouwen, tuinen en relicten van boomgaarden en een i n beplanting opgenomen doorbraakkolk. De erven worden hier afgewisseld met kleine weiden, soms met beplanting van (hoogstam)fruitbomen. Noordelijk van de Rijnbandijk is sprake van boomteelt tegen de Hoofdstraat en fruitteelt verder oostelijk, terwijl zuidelijk van de Boveneindsestraat – met uitzondering van een terrein nabij De Peel en percelen nabij de Hogeveldseweg – het gebied voor grootschalige fruitteelt gebruikt wordt. Het gebied wordt nog steeds gekenmerkt door zijn historische strokenverkaveling. Vo oral tussen Rijnbandijk en Boveneindsestraat, en in mindere mate ten zuiden van de Boveneindsestraat, is dit nog herkenbaar.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[17]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Figuur 11. Kavelgrenzen haaks op de Rijnbandijk en Boveneindsestraat zijn relicten van de strokenverkaveling die dit gebied kenmerkte (foto: RAAP, 22 september 2022).

Opgaand groen (langs wegen, op kavelgrenzen, op erven) Van substantiële wegbeplanting is in dit ensemble geen sprake. Deze is vooral gerelateerd aan erven en huispercelen (boomgaardjes, lei- en andere erfbomen, erfrandbeplanting), aan de aanwezige kolken en vijvers en aan de openbare ruimte van het Dorpsplein. Van historische kavelrandbeplanting is zeer beperkt sprake.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[18]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Figuur 12. Markante boomgroep aan de Rijnbandijk in de naoorlogse uitbreiding van Kesteren (foto: RAAP, 22 september 2022).

Reliëf De meest markante historisch waardevolle reliëfelementen in het gebied zijn de doorbraakkolken en de eendenvijver, de laagte van de Oude Rijn en de hoge, steile Rijnbandijk. Langs de doorbraakkolk direct oostelijk van de Hoofdstraat zijn enkele kleine perceeltjes met rabatstructuren aanwezig. Het reliëf van de grote agrarisch gebruikte percelen ten noorden van de Rijnbandijk en ten zuiden van de Boveneindsestraat lijkt nog gaaf te zijn. Onder een aantal erven liggen woerden: oude, opgehoogde woonheuvels. Deze werden aangelegd om in een onbedijkt landschap droge voeten te houden, zelfs op de stroomruggen. Landschapsbeeld (openheid, doorzichten, landmarks, panorama’s , etc.) Ten westen van de Hoofdstraat gaat het landschapsbeeld vooral over de ‘kleine doorzichten’. Het langste doorzicht is daar het zicht over de lengterichting van de Rijnbandijk , hier en daar geflankeerd door oude individuele bomen. In het dorp zijn de doorzichten veel beperkter, en ligt de essentie meer bij de beleving van het Dorpsplein als groene en onbebouwde ruimte tussen de flankerende huizen. Aan het zuidelijke uiteinde van dit Dorpsplein, over de dijk, staat het belangrijkste landmark van het ensemble: de oude kerk van Kesteren.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[19]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

In het oosten van het ensemble, oostelijk van de Hoofdstraat, gaat het om vergezichten vanaf de Rijnbandijk, die hier door het landschap slingert en waarbij in eerste instantie nog aan beide zijden, maar later alleen aan de zuidzijde bebouwing voorkomt. Vooral in het westen zijn de vergezichten beperkter door de erven en de beplanting rond de kolken, maar in het oosten van het oostelijk deel is het landschap rondom de dijk opener. Naar het noorden bestaat, over de fruitboo mgaarden heen, een ongehinderd zicht op Rhenen en de Grebbeberg, terwijl naar het zuiden het uitzicht afwisselend vergezichten en zicht op (achter)erven laat zien. Van een clustering van bebouwing is hier nauwelijks sprake. Alleen bij de uitmonding van de Boveneindsestraat op de Rijnbandijk worden vergezichten naar het zuiden gehinderd door een cluster van meerdere erven.

Figuur 13. Ter hoogte van de doorbraakkolken zijn de kleine doorzichten op Rhenen en de Grebbeberg heel markant, zoals hier vanaf de Rijnbandijk op de Cuneratoren in Rhenen (foto: RAAP, 22 september 2022).

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[20]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Figuur 14. Verder oostelijk wordt het landschap opener en is het brede panorama op de Grebbeberg over de laagstamboomgaarden niet te missen (foto: RAAP, 22 september 2022).

2.2.5

Bebouwingskarakteristiek

Stedenbouwkundige structuur Het dorp Kesteren heeft een langgerekte structuur die samenhangt met de aanleg van wegen en de stichting van agrarische erven op de relatief hooggelegen oe verwallen. Min of meer parallel aan de Rijnbandijk ligt een doorlopende wegstructuur met een relatief open bebouwingspatroon. Het gaat daarbij om de bebouwingslinten Boveneindsestraat en Nedereindsestraat, die zich van oudsher kenmerken door de aanwezigheid van boerderijen die veelal staan op kunstmatige verhogingen (‘woerden’). De naamgeving van beide wegen houdt verband met de ligging ten opzichte van de historische dorpskern. Door verdichting van het bebouwingslint en omliggende dorpsuitbreidingen is met name het ruimtelijk beeld van de Nedereindsestraat vanaf het derde kwart van de 20 e eeuw ingrijpend veranderd. De historisch-stedenbouwkundige karakteristieken van de Boveneindsestraat zijn daarentegen gaaf bewaard gebleven. De oude kern wordt gemarkeerd door de in oorsprong middeleeuwse dorpskerk, waarvan de toren behouden bleef, en enkele aan de bandijk grenzende voormalige boerderijen. De Kerkstraat en Achterdorp maken onderdeel uit van de stedenbouwkundige structuur van de historische dorpskern van Kesteren. Het stratenpatroon van het dorp kenmerkt zich door enkele korte en gebogen dwarswegen die de verbinding vormen tussen de Rijnbandijk en Boveneindsestraat -Nedereindsestraat.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[21]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Figuur 15. De beeldbepalende dorpskerk van Kesteren (foto: RAAP, 22 september 2022).

Ten noorden van deze dijk ligt het Dorpsplein. Rondom dit plein bevond zich aan het begin van de 19 e eeuw al een kleinschalige bebouwingsconcentratie. Binnen het integraal ensemble ‘Rijnbandijk – Boveneindsestraat’ vormt dit plein met aangelegen bebouwing een belangrijk onderdeel van de historische nederzettingsstructuur. Vanaf het Dorpsplein liepen de A chterdorp en Rhenenseweg in het verleden richting het kasteel Huis Ter Lede. De Hoofdstraat vormt samen met het trac é van de voormalige spoorlijn Nijmegen-Rhenen (Spoorstraat) een korte onderbreking binnen het integraal ensemble ‘Rijnbandijk – Boveneindsestraat’.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[22]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Figuur 16. De zuidoostelijke rand van het Dorpsplein, met rechts van het pad de herdenkingsboom met hek (foto: RAAP, 22 september 2022).

Architectuur Kenmerkend voor de bebouwingskarakteristiek zijn de op vrije erven geb ouwde woningen en boerderijen, die naar uitwendige kenmerken merendeels dateren uit de 18e en 19e eeuw. De bebouwing is traditioneel van karakter en varieert in omvang. Het bebouwingsbeeld van het het integraal ensemble wordt in belangrijke mate bepaald do or T-boerderijen met een tweelaags voorhuis, groot bedrijfsgedeelte en diverse schuren op het erf. Een deel van de boerderijen heeft een kap met rietdekking. Bij enkele boerderijen is het schilddak van het voorhuis voorzien van pannen, terwijl de deel een rietgedekt dak met wolfseinde heeft. Schild - en zadeldaken van de T-boerderijen worden bekroond door hoekschoorstenen. Verschillende boerderijen hebben een lijstgevel of gesneden versieringen aan de daklijst. Bij een deel van de bebouwing ontbreekt een dak goot. Sommige boerderijen hebben entreepartijen met hoofdgestel en consoles. Boven voordeuren komt een gietijzeren levensboom in het bovenlicht voor. De voorhuizen van enkele T -boerderijen hebben gemetselde of gestucte gevels, al dan niet met (hoek)lisenen of vlechtingen. In de achtergevels bevinden zich veelal flauw getoogde inrijpoorten, zijpoortjes en hooivensters. Verschillende panden bezitten nog vensters met schuiframen en luiken.

Naast forse T-boerderijen komen in het beschermd dorpsgezicht ook kleinere hallehuisboerderijen en woonhuizen van één bouwlaag met een kap voor. Over het algemeen heeft deze bebouwing een eenvoudig en sober karakter. Langs de

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[23]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Boveneindsestraat en Rijnbandijk staan enkele panden uit het begin van de 20e eeuw die zijn voorzien van een mansardedak.

Figuur 17. Eén van de kenmerkende T-boerderijen (foto: RAAP, 22 september 2022).

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[24]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Figuur 18. Een beeldondersteunende woning met mansardedak aan de Boveneindsestraat (foto: RAAP, 22 september 2022).

Met name langs het noordelijk deel van het beschermd dorpsgezicht staat de bebouwing lager tegen of nabij de dijk, waardoor dijkstoepen een kenmerkend onderdeel uitmaken van het ruimtelijk beeld. Waardevolle bebouwing In onderstaande tabel is de waardevolle bebouwing opgenomen die voorkomt binnen het integraal ensemble ‘Rijnbandijk – Boveneindsestraat’.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[25]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Waardevolle bebouwing

Rijnbandijk - Boveneindsestraat

Rijksmonumenten Boveneindsestraat 15

Boerderij De Hoorn

T-boerderij

Kerkstraat 4-6

Hervormde kerk

Inventaris deels beschermd

Kerkstraat 6

Toren Hervormde kerk Kesteren

Bakstenen kerktoren

Rijnbandijk 151

Landhuis De Poel

Tweelaags pand met schilddak

Gemeentelijke monumenten Achterdorp 3

Woonhuis

Dorpswoning met aangebouwde schuur

Boveneindsestraat 5

Boerderij

Boveneindsestraat 7

Boerderij

T-boerderij

Boveneindsestraat 14

Boerderij

T-boerderij

Boveneindsestraat 1818a

Boerderij De Hucht

T-boerderij

Boveneindsestraat 18b

Woonschuur bij De Hucht

Hallehuisvorm

Boveneindsestraat 20

Boerderij De Hazenhof

T-boerderij

Boveneindsestraat 22

Boerderij

T-boerderij

Boveneindsestraat 25

Boerderij De Oude Park

T-boerderij

Boveneindsestraat 27

Schuur bij De Oude Park

Dorpsplein 3

De Maat

Villa

Dorpsplein 4

Voorhuis boerderij

Voorhuis T-boerderij

Dorpsplein 6

Ambtshuis

Tweelaags pand met schilddak

Rijnbandijk 157

Boerderij (gedeelte)

T-boerderij

Rijnbandijk 157a

Boerderij (gedeelte)

T-boerderij

Rijnbandijk 159

Woonhuis

Dienstwoning

Rijnbandijk 161

Boerderij De Waai

T-boerderij

Rijnbandijk 167

Boerderij

T-boerderij

Rijnbandijk 169

Boerderij

Hallehuisboerderij

Rijnbandijk 187

Boerderij

T-boerderij

Potentiële gemeentelijke monumenten Boveneindsestraat zn

Toegangshek bij nr. 25-27

IJzeren hekwerk aan de dijk

Boveneindsestraat zn

Kazemat

Kolff-kazemat, onderdeel stolplijn

Boveneindsestraat zn

Kazemat

Kolff-kazemat, onderdeel stolplijn

Boveneindsestraat zn

Kazemat

Kolff-kazemat, onderdeel stolplijn

Beeldondersteunende panden Achterdorp 1

Woonhuis

Eenlaags pand met mansardedak

Achterdorp 5

Woonhuis

Eenlaags pand met mansardedak

Boveneindsestraat 1

Woonhuis

Eenlaags pand met mansardedak

Boveneindsestraat 4

Woonhuis

Eenlaags pand met afgewolfd mansardedak

Boveneindsestraat 9

Boerderij

Eenlaags pand met mansardedak,erker

Boveneindsestraat 17

Woonhuis

Eenlaags pand met mansardedak

Boveneindsestraat 19

Woonhuis

Eenlaags pand met mansardedak

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[26]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Boveneindsestraat 21

Boerderij

Wederopbouwboerderij met dwarsdeel

Dorpsplein 2

Boerderij

Woonhuis met schuur

Dorpsplein 6

Schuur naast Ambtshuis

Wit geverfde schuur van hallehuistype met afgewolfd zadeldak

Dorpsplein 7

Boerderij

T-boerderij, met werkplaats

Dorpsplein 9

Woonhuis

Eenlaags pand met zadeldak

Rijnbandijk 151

Schuur bij rijksmonument Landhuis De Poel

Bakstenen schuur met zadeldak

Rijnbandijk 171

Boerderij Rijnbanhof

Eenlaags pand met mansardedak

Overige bijzondere objecten n.v.t. Tabel 1. Waardevolle bouwkunst in ensemble 1.

2.2.6

Kernwaarden, inclusief kaartbeeld

Algemeen - De zeer goed herkenbare historisch-ruimtelijke relatie tussen stroomrug, restgeul, bedijking en nederzettingsstructuur; - Samenhangen op kleinere schaal, zoals tussen dijk, wielen en Boveneindestraat; Waterstaatkundige structuur - De Rijnbandijk als (grotendeels) doorgaande structuur, gekenmerkt door zijn huidige profiel en tracé (licht slingerend, met plaatselijk bochten vanwege de aanwezigheid van doorbraakkolken), voorzien van een wegdek en met gras op de taluds en aan de teen; - Aan de dijk gerelateerde doorbraakkolken, waarvan twee ten oosten van de Betuwestraatweg-Spoorstraat en één mogelijke kolk ten westen ervan (vijver op Dorpsplein); - De grotendeels intacte Oude Rijn als (fossiele) rivierloop waarlangs de Rijnbandijk is aangelegd; Infrastructuur - Het wegtracé over de Rijnbandijk; - De Boveneindsestraat als historische route achter de Rijnbandijk, met zijn smalle profiel; - De Hogeveldseweg en Ambtsweg als veldwegen; - De Kerkstraat-Dorpsplein-Achterdorp en de Hoofdstraat als historische wegenstructuur van de dorpskern; Bebouwing(sstructuur) - De waardevolle bebouwing (rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, potenti ële gemeentelijke monumenten en beeldondersteunende panden ); - De rooilijnen van de huizen rond het Dorpsplein als historische contouren van het Dorpsplein; - De oude kerk aan de Kerkstraat in Kesteren als ‘vrijliggende’ bouwmassa;

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[27]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

- De situering van de erven min of meer ‘gecentreerd’ tussen Rijnbandijk en Boveneindsestraat, met open ruimten tussen deze erven; - Het incidenteel voorkomen van kleinschalige woonbebouwing tege n de zuid- en noordzijde van de Rijnbandijk (zoals Rijnbandijk 159); - De terughoudende, op een agrarische voorgeschiedenis gestoelde inrichting van de erven tussen Rijnbandijk en Boveneindsestraat, met gebruikmaking van materialen als grond of gebakken straatklinkers als erfverharding of voor stoepen; - De kleine maat en schaal van boerderijen en andere landelijke bebouwing; - De voorkomende oude verhoogde woonheuvels of ‘woerden’; - Het eenvoudig en sober karakter van de historische bebouwing die bepaald wordt door de traditionele vormgeving, detaillering en materialisatie; Verkaveling - De relicten van de strokenverkaveling haaks op de Boveneindsestraat en de Rijnbandijk, zowel tussen die lijnelementen als ten zuiden van de Boveneindsestraat; Opgaand groen en landgebruik - (Relicten van) kleine hoogstamboomgaarden 12, al dan niet gekoppeld aan erven langs de Rijnbandijk, al dan niet met wilgenrijen erlangs; - De volumes aan ‘vochtminnend’ opgaand groen rond de twee doorbraakkolken ten oosten van de Betuwestraatweg-Spoorstraat en aan de oevers van de Oude Rijn (zoals wilgen, populieren en elzen, al dan niet op rabatten); - De groene, landschappelijke inbedding van de erven; -

Bescheiden erfbeplanting op de erven, met enkele waardevolle solitaire bomen, zoals de leilinden voor Boveneindsestraat 7 en 22, oude coniferen bij Boveneindsestraat 4 en 19, beuken bij Boveneindsestraat 11 en 20, notenbomen bij Rijnbandijk 167 en 169. Karakteristiek zijn ook enkele beuken- en ligusterhaagjes ter afbakening van erven. De tuinaanleg als geheel is van belang bij onder meer Boveneindsestraat 20, Boveneindsestraat 22, Rijnbandijk 151 (landhuis ‘De Poel’) en Rijnbandijk 157 -157a; - Het kleinschalige, aan erven gerelateerde landgebruik tussen Rijnbandijk en Boveneindsestraat (w.o. hoogstamboomgaarden, paardenweitjes); - De fraaie treurwilgen rond de eendenvijver in Kesteren; - De herdenkingsboom met hekwerk bij de eendenvijver in Kesteren; - De brede groene parkzone aan weerszijden van de Rijnbandijk binnen de bebouwde kom; - Korte eenzijdige bomenrijen langs de Boveneindsestraat en de Hogeveldseweg;

12

In deze context is de grootschalige laagstamfruitteelt ten zuiden van de Boveneindsestraat in zijn totaliteit noch een kernwaarde, noch storend, al was het maar vanwege de bufferende werking tegen de bebouwingsrand van bedrijventerrein ’t Panhuis.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[28]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Figuur 19. De waardevolle parkachtige zone rond de Rijnbandijk in de bebouwde kom van Kesteren (foto: RAAP, 22 september 2022).

Zichtrelaties - De ruimtewerking van het open Dorpsplein van Kesteren, beperkt door de opgaande beplanting rond de eendenvijver; - De coulissenwerking van erven en boomgaarden tussen Rijnbandijk en Boveneindsestraat; - De zichten over en langs de kolken aan weerszijden van de Rijnbandijk; - De wijdse zichten vanaf de Rijnbandijk (behoudens bij een doorbraakkolk) richting de Grebbeberg en Cuneratoren;

2.2.7

Storende aspecten - De onderbreking in de vanouds doorgaande Rijnbandijk door de aanwezigheid van de verkeerskundig ingerichte kruising Betuwestraatweg-Spoorstraat (als rotonde) en de ligging van de verbrede Hoofdstraat tegen de oostzijde van het oude dijktalud; - De ‘versteende context’ aan de noordzijde van de oude kerk in Kesteren; - Het gebruik van asfalt voor de verharding van de wegen in de dorpskern van Kesteren;

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[29]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

- De beperkte groene inkleding van de eendenvijver in Kesteren, vooral aan de oostzijde; - De verenging van de parkzone langs de Rijnbandijk door de bebouwing van de huizen aan de Tollenhof; - De bedrijfslocatie Rijnbandijk 171 in Kesteren, die door zijn situering afbreuk doet aan de groene context, met name door de oppervlakte aan verharding;

2.2.8

Conclusie

Het ensemble Rijnbandijk – Boveneindestraat omvat de landschappelijke en gebouwde context van de stroomrug waarop het dorp Kesteren en het bebouwingslint langs de Ri jnbandijk en Boveneindsestraat liggen. Als geheel geeft het een zeer goed beeld van landschap en bewoning op een bedijkte oeverwal langs een oude Rijngeul, zowel in de vorm van de dorpskern van Kesteren als van de lintbebouwing langs de dijk. Zowel de nederzettingsstructuur als de landschappelijke context zijn vooral ten oosten van de Betuwsestraatweg-Spoorstraat nog zeer goed bewaard gebleven. Hier is een fraaie afwisseling van kleinschalig (bij de kolken) naar grootschalig (ten oosten daarvan) landschap a anwezig. Ten westen van dit punt is de koppeling met het landschap door de ontwikkeling van de kern van Kesteren minder het geval, maar hier is juist de historische relatie tussen het gestrekte esdorp met dorpsplein, de middeleeuwse kerk en de hoge Rijnbandijk én de inpassing van de dijkzone in een parkzone in het naoorlogs stedelijk weefsel heel fraai te zien.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[30]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

2.3 De Spees – Rijnbandijk – Opheusdens Veer 2.3.1

Ligging en begrenzing

Figuur 20. Contour van het integraal ensemble ‘De Spees – Rijnbandijk – Opheusdens Veer’.

Het integraal ensemble ‘De Spees – Rijnbandijk – Opheusdens Veer’ beslaat een grillig gevormd gebied aan de zuidoever van de Nederrijn, zowel buiten - als binnendijks. In het westen vallen fort De Spees met zijn kazematten en de aansluitende liniewal tot aan bedrijventerrein ’t Panhuis binnen het ensemble. Daaraan grenzend ligt het lint langs de Rijnbandijk. Buitendijks horen de uiterwaarden tot aan de grote zandwinningsplas bij Opheusden ertoe, binnendijks gaat het nabij De Spees nog om een aantal boomgaarden ten noorden van de Tielsestraat, maar verder oostelijk om alleen de achtererven van de historische bebouwing. Hier is door nieuwbouw achter de historische erven en verdichting met nieuwbouw de relatie met het historisch cultuurlandschap op veel plekken verstoord. Alleen nabij het

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[31]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

dorp is nog een deel van de achterliggende percelen bij het ensemble gevoegd, vanwege de intacte doorzichten daar.

2.3.2

Ondergrond

Dit integrale ensemble ligt merendeels op de stroomgordel van Herveld, die als Rijntak actief was tussen 4755 en 2200 jaar geleden. Het noordelijk deel is onderdeel van de huidige stroomgordel van de Rijn, beginnend 4.755 jaar geleden en nog altijd actief. Daartussen ligt nog de stroomgordel van Mars Oude Rijn, beginnend 1.915 jaar geleden en eindigend 326 jaar geleden. 13 Geomorfologisch wordt het gebied overwegend gekenmerkt door een stroomrug (code Geomorfologische Kaart van Nederland: 3B44), met in het zuidwesten bij de liniedijk de overgang naar vlakkere stroomrugglooiingen (code Geomorfologische Kaart van Nederland: 3H43). Ten oosten van de Tielsestraat staat haaks op de dijk een restgeul (code Geomorfologische Kaart van Nederland: 22R43). Het buitendijkse gebied is uit geomorfologisch oogpunt een ‘vlakte ontstaan door a fgraving of egalisatie’ (code Geomorfologische Kaart van Nederland: 2M93E). Hier heeft de mens het natuurlijke reliëf sterk veranderd. Bodemkundig bestaat de stroomrug van de Rijn hier grotendeels uit ooivaaggronden: kleigronden zonder duidelijke profielopbouw en zonder roest- en grijze vlekken in het profiel (bodemcode Rd90A). In het zuidwesten kwamen ook poldervaaggronden voor: kleigronden, eveneens zonder duidelijke profielopbouw, maar met roest- en grijze vlekken in het profiel (bodemcode Rn95C ).

2.3.3

Historische ontwikkeling

Waterstaat en bewoning Al in de Karolingische tijd, de periode na 750, zal er op de stroomrug van Opheusden zijn gewoond en gewerkt. In die periode kon men met redelijk droge voeten de stroomruggen nog bewonen en beakkeren, terwijl het rivierwater zijn weg naar de achterliggende komgebieden nog kon zoeken. Voor extra bescherming werden de erven op opgeworpen woonheuvels, woerden, aangel egd. Van een bedijking, zeker een doorgaande, was toen nog geen sprake. Vanaf de volle middeleeuwen, toen de bevolking steeds verder groeide, werd die noodzaak wel groter. Nadat vermoedelijk eerder al plaatselijke kades bestonden, moet vóór 1327 een aaneengesloten bandijk langs de Rijn zijn ontstaan, waardoor de Neder-Betuwe als één waterstaatkundig geheel tegen de impact van het rivierwater beschermd kon worden. Hierdoor was ook een intensiever, tussen aanhalingstekens vanuit ons huidige perspectief, gebruik van de komgronden mogelijk. De nederzetting Husnin 14, het latere Opheusden, ontwikkelde zich langs een waterloop ter plaatse van de huidige Dorpsstraat. 15 Langs de Rijnbandijk ontstond, zowel in westelijke als oostelijke richting, waarschijnlijk in de volle en/of late middeleeuwen, een bewoningslint dat met toenemende afstand tot de dorpskern steeds minder dicht werd. Ook langs het begin van de Tielsestraat zette dit lint zich al vóór de vroege 19e eeuw voort.

13

Cohen 2012 Schriftelijke vermelding rond 850 (www.etymologiebank.nl). 15 Mulder 2006 14

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[32]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

In de loop van de 19e en 20e eeuw verdichtte het dijklint zich. In de uiterwaarden bleef de bebouwing, buiten het veerhuis en het oude steenoventerrein, goeddeels achterwege.

Figuur 21. Zicht op de kerktoren van Opheusden vanaf de Rijnbandijk (foto: RAAP, 22 september 2022) .

Militaire geschiedenis De Grebbelinie ten noorden van de Rijn werd tussen 1742 en 1755 aangelegd in het kader van de dreiging van de Oostenrijkse Successieoorlog (1740 -1748). Al in de voorbereiding daarvoor was er sprake van een verlenging door de Betuwe, maar dat bleef lang bij plannen op papier. Toen de Fransen in 1793 het zuiden binnenvielen, werd opnieuw het gevaar van een omtrekkende beweging door de Betuwe gezien. In 1794 werd een plan gepresenteerd tot het maken van een waterlinie in de Betuwe, met een sluis in de Rijndijk bij Opheusden. Een dijk dwars door de Betuwe moest het water tegenhouden, met twee versterkingen aan de Rijn- en Waaldijk. Na het schaven aan de plannen werd in 1799 nog in alle haast, vanwege een dreiging, een linie aangelegd tus sen De Spees en Ochten. 16 Deze bestond in hoofdzaak uit het Werk aan De Spees bij de Rijn en het Werk bij Ochten aan de Waal, met daartussen een liniewal met gracht. Bij Ochten werd een aardwerk met gracht aangelegd dat de Waaldijk die hier een acces vormde moest beschermen. Bij de aanleg van het werk werd handig gebruik gemaakt van bestaande wielen, die hier als natuurlijke grachten gingen fungeren.

16

Deys 2011: 143-149; Van Ingen e.a. 2000

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[33]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

In 1850 werd nog wel gepleit voor een herstel, maar daarvan is het nieuw gekomen . 17 Bij de aanleg van de spoorlijn Elst-Dordrecht in 1882 werd de liniedijk ter hoogte van de nieuwe spoorlijn versterkt met twee aardwerken. Na de Eerste Wereldoorlog verviel de linie. In 1926 kregen de burgemeesters van Echteld en Kesteren toestemming om de twee schansen af te grave n. Daardoor verdween die van Ochten wel, maar Kesteren niet. 18 Bij de mobilisatie had de stelling toch weer een rol. 19

Figuur 22. De wallen van het Fort De Spees (foto: RAAP, 22 september 2022).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd bij Ochten een batterij aangelegd, uitgerust met drie kanonnen. 20 In 1951 werd de Grebbelinie opgeheven. Bij de ruilverkaveling van de Neder -Betuwe in de jaren 1960 is de liniedijk voor het grootste deel geslecht. Het werk bij Ochten is geheel verdwenen. In 2000 werden plannen tot herstel van Fort De Spees uitgevoerd. Het overwoekerde hoornwerk werd daarbij vrijgelegd en toeristisch-recreatief ontsloten. 21 Agrarisch cultuurlandschap Alhoewel het ensemble zich maar beperkt uitstrekt tot het agrarisch gebruikte binnendijks gebied, geven we daarover als deel van de context van het ensemble toch een toelichting. Net als elders in het

17

Deys 2011: 152-153 Van den Hatert 2011: 218 19 Van den Hatert 2011: 219 20 www.forten.info 21 Boosten 2009: 15 18

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[34]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

rivierengebied kwam er in de late middeleeuwen al fruitteelt voor, die op zijn laatst in de 17e eeuw van bovenregionale betekenis was en zich daarna nog uitbreidde, ook elders op de oeverwallen . Van boomteelt van enigerlei betekenis daarentegen was in de 14e eeuw nog geen sprake. In de 17e eeuw kwam naast bouw- en weiland in Opheusden vooral hopland voor. Boomteelt was er rond 1650 nog maar in heel beperkte mate, als specifiek deel van het land dat voor de tuinbouw gebruikt werd. Er waren op dat moment tussen de zes en negen boomkwekers in Opheusden, veelal op kleine bedrijfjes, zoals ook voor de intensieve hop- en fruitteelt gold. 22 In de 18e eeuw kantelde dit beeld. De ooit belangrijke hopteelt liep terug, en maakte plaats voor boomteelt, fruitteelt en tabaksteelt. De boomteelt en tabaksteelt groeiden vooral in de tweede helft van die eeuw. In 1812 waren er inmiddels 63 boomkwekers in Opheusden, tegen 24 landbouwers, 19 tabaksplanters en een groter aantal arbeiders en andere beroepen. 23 Het kadastraal minuutplan van 1832 geeft een indruk van de ligging van de boomkwekerijen. Deze bevonden zich hoofdzakelijk direct achter de huizen aan de Rijnbandijk, Tielsestraat en Hamsestraat ten westen van het dorp en de Koningsstraat ten oosten van het dorp.

Dan komen we ook bij de verkaveling uit: we herkennen op het minuutplan een aantal perceelsblokken, nabij de plekken waar ook de bewoningslinten lagen, als complexen met in zeer kleine kavels onderverdeelde strookkavels. Uit een analyse van het grondgebruik in 1832 en ook de vergelijking met latere kaarten uit die eeuw blijkt dat dit de zones waren waar de boomteelt bedreven werd of spoedig zou gaan worden. Van hieruit breidde het boomteeltbedrijf zich over grote delen van de gemeente Neder -Betuwe uit. Een zwaartepunt van die groeispurt lag in de jaren 1878-1883, mogelijk als gevolg van de landbouwcrisis. Door nieuwe tolmaatregelen van Duitsland zette in 1906 een crisis in, die pas tegen 1918 gekeerd was door de hoge prijzen van fruit en de vraag naar vruchtbomen. Op deze vraag volgde de vraag naar laanbomen, tot in 1932 een nieuwe crisis aanbrak. Dat leidde tot de oprichting van de vereniging ‘Boomkwekersbelang’, waarna in 1933 en 1934 steunmaatregelen volgden. 24 Na de oorlog maakte het boomkwekersbedrijf opnieuw een forse groei door, uiteindelijk leidend tot de economische betekenis die het nu voor Opheusden heeft. Elke ontwikkelingsgolf ging ten kost e van bouwland, en tegenwoordig ook ten koste van de lagere gronden, in het verleden vooral als grasland gebruikt. Buitendijks was, vanwege de frequentie van overstromingen, vrijwel uitsluitend sprake van grasland.

Hier lagen in 1832 als bebouwing slechts het veerhuis van het Opheusdens Veer en de aangrenzende steenoven van H.B. van Gendt de Leeuw en consorten. Die zal zijn klei wel lokaal gewonnen hebben. Deze oven groeide nooit uit tot steenfabriek en was vóór de Tweede Wereldoorlog alweer verdwenen. Een verlande Rijntak liep vanaf de Maneswaard langs de bandijk naar De Spees, waar deze op de Rijn uitwaterde. Vermoedelijk ging deze sloot met een duiker onder de veerdam door. Tot ver in de 20e eeuw bleef het laat-19e-eeuwse landschapsbeeld van boomteelt rond het dorp en langs Tielsestraat en Rijnbandijk bestaan. Rond de laatste eeuwwisseling volgde de omvorming van de relatief kleinschalige kavels met boomteelt, afgewisseld met andere teelten, naar de aaneengesloten boomteelt. Wat bleef was de situering van deze boomteelt tussen de vele kleine erven met bebouwing die in de loop der tijd langs de verschillende wegen en de bandijk waren ontstaan. Boomteelt is zo (deels) een erfgebonden sector gebleven.

22

Doorenbos 1950: 39 e.v. Doorenbos 1950: 39 e.v. 24 Doorenbos 1950: 39 e.v. 23

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[35]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Figuur 23. Nieuwbouw op het voormalige steenfabrieksterrein, dat door zijn hogere ligging nog steeds herkenbaar is (foto: RAAP, 22 september 2022).

Buitendijks zorgde de steenoven voor een gedeeltelijke afticheling van het gebied. Behalve de omgeving van de steenoven lagen de uiterwaarden (sinds de 19e eeuw?) grotendeels binnen zomerkaden, die door middel van sluisjes ten westen van de steenoven en ten oosten van het veerhuis op de onbekade uiterwaard van steenoven en veerhuis konden uitwateren. De fossiele Rijnloop functioneerde in de 19e eeuw niet meer, want het benedenstroomse deel waterde naar het oosten af, niet meer naar het westen van de Rijn. Mogelijk was dat een gevolg van de aanleg van Fort De Spees. Het Opheusdens Veer, binnen het ensemble, was is via een veerdam met de dij k verbonden. Het veer functioneert nog steeds, waarbij het waardevolle veerhuis nog altijd de reizigers verwelkomt.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[36]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Figuur 24. Het integraal ensemble ‘De Spees – Rijnbandijk – Opheusdens Veer’ in 1832 (bron: HisGIS Gelderland).

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[37]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Figuur 25. Kaartbeelden van ensemble 2, 1850-heden.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[38]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

2.3.4

Huidige landschapskarakteristiek

Waterstaat Een voorname waterstaatkundige structuur in het ensemble is in de eerste plaats de Rijn zelf, waarvan we het Neder-Betuwse deel bewust binnen het ensemble hebben getrokken. Nauw met deze rivier verbonden is de Rijnbandijk, de andere waterstaatkundige hoofdstructuur in het ensemble. De dijk is als aaneengesloten structuur in het ensemble te volgen. Een derde relevante structuur is de veerdam, die ervoor moest zorgen dat passagiers de dijk c.q. het veer met droge voeten konden en kunnen bereiken.

Figuur 26. De met bomen beplante veerdam (foto: RAAP, 22 september 2022).

Verder liggen binnen het ensemble nog relicten van de zomerkades in de uiterwaarden en de watergangen binnen de omkade gebieden die deze terreinen ooit hebben ontwaterd. Met name in het westelijke gebied zijn deze nog herkenbaar; in het oosten is er door de grondstofwinning het nodige aan de structuur van het gebied gewijzigd. Infrastructuur De enige infrastructuur in het gebied wordt gevormd door de berijdbare dijk en veerdam , een weg over het fort, evenals de aansluitende delen van de Tielsestraat, In ’t Land en Vispad nabij de Rijnbandijk.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[39]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Figuur 27. Eén van de weggetjes die op de Rijnbandijk aansluit (foto: RAAP, 22 september 2022).

Grondgebruik en verkaveling De uiterwaard wordt, zoals in de afgelopen eeuwen, vooral als grasland gebruikt. Van grootschalige vormen van natuurontwikkeling is hier geen sprake. De relicten van de oude watergangen markeren nog steeds de belangrijkste kavelgrenzen. Binnendijks zijn de delen van het cultuurland die binnen het ensemble liggen, in gebruik voor de boomteelt of als erf bij een huis. In het oosten kent het gebruik voor de boomteelt al een lange geschiedenis. Met name in het westen, tegen de (voormalige) liniedijk, dateert de uitbreiding van de boomteelt ten koste van akker- dan wel grasland uit het laatste kwart van de 20e eeuw. Binnen het ensemble hebben we langs de dijk vooral te maken met een strokenverkaveling haaks op de dijk, waarop de verschillende erven gepositioneerd zijn.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[40]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Figuur 28. Markante erfgebonden beplanting (foto: RAAP, 22 september 2022 ).

Opgaand groen (langs wegen, op kavelgrenzen, op erven) Wegbeplanting komt in dit ensemble uitsluitend voor langs de veerdam, en daar dan aan weerszijden. De belangrijkste beplanting is verder vooral erfgebonden. Op enkele plekken, onder meer bij Rijnbandijk 65-67, liggen nog relicten van hoogstamboomgaarden. Elders komen solitaire of groepsgewijs geplaatste bomen op erven voor, alsmede een enkele uitgebreidere tuinaanleg, zoals bij Rijnbandijk 103. Op het zuidelijke deel van Fort De Spees staat wilgenops lag van onbekende ouderdom. Het noordelijk deel is bij de restauratie in 2000 volledig vrijgemaakt van beplanting. Historische beplanting die onderdeel uitmaakte van de inrichting van het fort is hier niet bekend. Reliëf De belangrijkste structuren met reliëf in dit ensemble zijn de Rijnbandijk, de veerdam met hoogwatervrije terreinen van veerhuis en steenoven, en het herstelde Fort De Spees met zijn gracht. De liniedijk daarentegen is geslecht en slechts in heel geringe mate als reliëfelement herkenbaar. I n de uiterwaarden vinden we bovendien het reliëf van de zomerkaden, de afwateringssloten en de begreppelde terreinen binnen de omkadingen. In het oosten van het ensemble liggen winningsplassen die vanaf de jaren 60 ontstaan zijn en die cultuurhistorisch van minder betekenis zijn. Betekenisvol is wel dat de oude verkaveling nog in de structuur van de plassen te herkennen is.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[41]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Figuur 29. Rechts in beeld een zomerkade door de uiterwaard (foto: RAAP, 22 september 2022).

Landschapsbeeld (openheid, doorzichten, landmarks, panorama’s, etc.) Essentieel voor het huidige landschapsbeeld zijn de zichten vanaf de De Spees, Rijnbandijk en veerdam. Naar het noorden toe is het uitzicht wijds en open, met een zicht op de markante Grebbeberg. Soms worden doorzichten verengd of geblokkeerd door opslag in de watergangen langs de dijk. Naar het zuiden toe is sprake van een veel geslotener zicht op de erven aan de binnenzijde van de Rijnbandijk, waarbij soms tussen erven door en soms over lage bebouwing heen het achterliggende landschap beleefd kan worden (vgl. Rijnbandijk 53). De oude kerk van Opheusden is binnendijks een belangrijk landmark.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[42]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Figuur 30. Eén van de fraaiste panorama’s in de gemeente: het zicht op het einde van d e Grebbeberg (foto: RAAP, 22 september 2022).

2.3.5

Bebouwingskarakteristiek

Stedenbouwkundige structuur De stedenbouwkundige structuur van het integraal ensemble ‘De Spees – Rijnbandijk – Opheusdens Veer’ bestaat uit een relatief open bebouwingslint langs de e nigszins slingerende Rijnbandijk. Op een enkele uitzondering na staat de bebouwing tegenwoordig binnendijks, veelal tegen de dijkvoet. Uit het kadastraal minuutplan 1811-1832 blijkt dat in het verleden buitendijks meer bebouwing voorkwam. Die panden waren vaak gebouwd tegen het talud van de dijk. De panden Rijnbandijk 22 -26 zijn hiervan nog voorbeelden. Rijnbandijk 61 en 69 zijn binnendijks gelegen boerderijen waarvan de voortuin en de entree tot het onderkelderde voorhuis iets lager dan de kruin van de dij k liggen. Bij de historische boerderijen staan bijgebouwen, waaronder vee - en wagenschuren en een bakhuisje (bijv. Rijnbandijk 55). Deze gebouwen liggen in de meeste gevallen langs de stoep die leidt naar het achtererf en/of staan naast of schuin achter het bedrijfg edeelte van de boerderij. Tussen het woongedeelte van de boerderij en de dijk ligt veelal een voortuin, waarin zich hekwerken en markante erfbeplanting bevinden. Nabij een aantal agrarische erven komen (restanten van) boomgaarden voor. Behalve boerderijen staan binnendijks ook verschillende woonhuizen. Door hun kleinere schaal en maat is er sprake van een waardevol ruimtelijk contrast tussen deze eenlaags woonhuizen en de

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[43]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

agrarische bebouwing. De woningen zijn met hun nokrichting dwars op de dijk geori ënteerd. Bij sommige woningen staan schuren met een eenvoudig karakter.

Figuur 31. Beeldondersteunende bebouwing tegen de buitenzijde van de dijk (foto: RAAP, 22 september 2022).

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[44]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Figuur 32. Een markante boerderij aan de dijkvoet (foto: RAAP, 22 september 2022).

Tussen de historische erven (en de andere bebouwing) is er telkens zicht op restanten van het agrarisch cultuurlandschap, waaronder akkers, weiden en boomgaarden. Vanaf de deels bochtige dijk zijn er aantrekkelijke vergezichten over erven, boerderijen en landerijen. Het bebouwingslint vormt een markant contrast met de vrijwel onbebouwde uiterwaarden noordelijk van de dijk. Het Werk aan De Spees en de liniedijk ten zuiden van dit verdedigingswerk zijn d wars op de richting van de Rijnbandijk georiënteerd. Door de omgrachting en aarden wallichamen is sprake van een herkenbare overgang van het bebouwingslint naar het hoornwerk.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[45]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Figuur 33. De met opslag omgeven gracht rond het hoornwerk aan de binnendijkse zijde (foto: RAAP, 22 september 2022).

Architectuur Het bebouwingsbeeld van het integraal ensemble ‘De Spees – Rijnbandijk – Opheusdens Veer’ wordt in belangrijke mate bepaald door de erven met monumentale T-boerderijen en agrarische bijgebouwen. De boerderijen hebben één of twee bouwlagen met een onderverdieping en worden afgedekt door een schilddak. De dakbedekking bestaat uit gebakken pannen en in een enkel geval riet. Op het erf staan soms grote gemetselde schuren met bouwkundige elementen als dubbele baanderdeuren onder korfbogen en topgevels met hooiluiken. Bijzonder is de schuur met Gelderse klokgevel die staat bij de T-boerderij Rijnbandijk 59-61. De boerderij valt op door zijn detailleringen met geprofileerde vensteromlijstingen, entreepartij met hoofdgestel en consoles en gesneden versieringen aan de daklijst. Een andere historische boerderij die gaaf bewaard is gebleven vormt Rijnbandijk 69. Dit pand heeft onder meer nog de oorspronkelijke schuiframen en luiken. In de voortuin staan een eenvoudig gietijzeren hekwerk en een forse rode beuk. Rechtsachter op het erf staat een gave hallehuisvormige bijschuur met houten topgevel en een riet gedekte kap. De woonhuizen binnen het integraal ensemble ‘De Spees – Rijnbandijk – Opheusdens Veer’ dateren merendeels uit de 20e eeuw en zijn vormgegeven in verschillende bouwstijlen.

Behalve eenvoudige woonhuizen van één bouwlaag onder zadeldak komen onder meer een villa-achtig woonhuis uit 1910-1920 in overgangsarchitectuur (Rijnbandijk 51) en een woonwinkelpand in zakelijk-traditionele stijl met werkplaats uit 1900-1910 (Rijnbandijk 103) voor. Een markant gebouw binnen het integraal ensemble vormt het veerhuis annex boerderij aan de

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[46]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Veerweg 1. In de huidige vorm dateert dit pand grotend eels uit de 19e eeuw, echter de kern is ouder. Vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met het veer en de verhoogde ligging in de uiterwaarden heeft het veerhuis een zeer hoge stedenbouwkundige waarde.

Figuur 34. Zicht op het veerhuis (midden achteraan) naast de veerdam (foto: RAAP, 22 september 2022).

Waardevolle bebouwing In onderstaande tabel is de waardevolle bebouwing opgenomen die voorkomt binnen het integraal ensemble ‘De Spees – Rijnbandijk – Opheusdens Veer’.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[47]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Waardevolle bebouwing

De Spees - Rijnbandijk – Opheusdens Veer

Rijksmonumenten Rijnbandijk zn

Linie Ochten-Spees

Werk met hoofdgracht, hoofdwal en strook terreplein

Rijnbandijk zn

Linie Ochten-Spees

Liniedijk

Veerweg 1

Veerhuis

Veerhuis annex boerderij

Gemeentelijke monumenten Rijnbandijk 57

Boerderij

T-boerderij

Rijnbandijk 59-61

Boerderij

T-boerderij met vrijstaande schuur

Rijnbandijk 69

Boerderij

T-boerderij met vrijstaande schuur

Rijnbandijk 71-73

Boerderij De Jegershof

T-boerderij

Rijnbandijk 107

Boerderij

T-boerderij

Potentiële gemeentelijke monumenten Marktstraat zn

Kazemat Linie Ochten-Spees

Kazemat

Rijnbandijk 36

Boerderij De Spees

Hallehuisvormige wederopbouwboerderij

Rijnbandijk 71-73

Vloedschuur

Hallehuistype

Rijnbandijk 103

Winkel met woning en schuur

Herenhuis met winkel, werkplaats

Rijnbandijk 131

Boerderij

Kop-rompboerderij

Rijnbandijk 151

Fruitbedrijf

Villa met landbouw-/fruitschuur

Beeldondersteunende panden Rijnbandijk 22-24

Dubbele dijkwoning

Eenlaags bakstenen dwarspand met afgewolfd dak, onderverdieping en wit gepleisterde voorgevel

Rijnbandijk 34

Dijkslag

Gepleisterd pand met rieten kap

Rijnbandijk 55

Boerderij

T-boerderij

Rijnbandijk 65

Woonhuis De Woert met schuur

Vrijstaand bakstenen woonhuis met zadeldak en hierachter een grote bakstenen schuur met zadeldak

Rijnbandijk 105

Boerderij

Gepleisterde T-boerderij met rieten kap

Rijnbandijk 115-117

Dubbel woonhuis

Eenlaags pand met dwarskap en dakhuis

Rijnbandijk 129-129a

Dubbel woonhuis

Eenlaags pand met dwarskap

Rijnbandijk 133

Boerderij

T-boerderij

Tielsestraat 2

Boerderij

Eenlaags pand met mansardedak en werkplaats

Overige bijzondere objecten Rijnbandijk zn

Sluisje ten noorden van Rijnbandijk 34

Gemetseld sluisje

Tabel 2. Waardevolle bouwkunst in ensemble 2.

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[48]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

2.3.6

Kernwaarden, inclusief kaartbeeld

Algemeen - De zeer goed herkenbare ruimtelijke relatie tussen de rivier, de uiterwaarden met veer, relicten van steenfabricage en historische afwateringen en de oeverwal met bandijk en daaraan gerelateerde nederzettingsstructuur; - Samenhangen op kleinere schaal, zoals tussen veerhuis, veerdam en veer over de Rijn; Waterstaatkundige structuur - De Rijn met dicht patroon van kribben langs de zuidoever; - De Rijnbandijk als doorgaande structuur, gekenmerkt door zijn brede profiel, grastaluds en wegdek en relatief rechte tracé; - Het patroon van zomerkaden rond twee delen van de uiterwaarden; - De relicten van historische afwatering van de uiterwaarden, ontwikkeld vanaf een fossiele rivierloop; - De relicten van een gemetseld sluisje in een doorgang van een watergang door een zomerkade;

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[49]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Figuur 35. Naast de meidoornstruik zien we de resten van een gemetseld sluisje in de zomerkade (foto: RAAP, 22 september 2022).

Infrastructuur - De bandijk en veerdam als berijdbare structuren met een eenvoudig smal profiel, waarop binnendijks meerdere wegen uitmonden (Tielsestraat, In ’t Land, Vispad), evenals een weg over het Fort De Spees;

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[50]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

Figuur 36. Vergezichten over de begaanbare dijkkruin (foto: RAAP, 22 september 2022).

Bebouwing(sstructuur) - De waardevolle bebouwing (rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, potenti ële gemeentelijke monumenten en beeldondersteunende panden ); - De rechte positionering van de huizen op de strookkavels, waardoor ze soms onder een hoek op de dijk staan; - De terughoudende, op een agrarische voorgeschiedenis gestoelde inrichting van de erven langs de Rijnbandijk, met gebruikmaking van materialen als grond of gebakken straatklinkers als erfverharding of voor stoepen, zoals bij Rijnbandijk 69; - De kleine maat en schaal van boerderijen en andere landelijke bebouwing; - De voorkomende oude verhoogde woonheuvels of ‘woerden’; - Het eenvoudig en sober karakter van de historische bebouwing die bepaald wordt door de traditionele vormgeving, detaillering en materialisatie; Verkaveling - Binnendijks de strokenverkaveling met erven haaks op de dijk;

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[51]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

- Buitendijks de relicten van de onregelmatige verkaveling van de agrarisch gebruikte uiterwaarden, deels ingegeven door de ligging van het afwateringspatroon;

Figuur 37. Bij kleine buitendijkse dijkwoningen is de hoeveelheid historisch groen juist gering (foto: RAAP, 22 september 2022).

Opgaand groen en landgebruik - De tweezijdige boombeplanting langs de veerdam; - ‘Vochtminnende’ opslag in de uiterwaarden, vooral langs oude kavelgrenzen, zoals achter Rijnbandijk 6-20; - De groene, landschappelijke inbedding van de erven; - (Relicten van) kleine hoogstamboomgaarden, gekoppeld aan erven la ngs de Rijnbandijk; - Bescheiden erfbeplanting op de erven, met enkele waardevolle solitaire bomen, zoals de rode beuken bij Rijnbandijk 69 en Rijnbandijk 103, de coniferen bij Tielsestraat 2 en Rijnbandijk 105 en de leilinden bij Tielsestraat 2; - De als grasland gebruikte uiterwaarden met hun kenmerkende reliëf en relicten van oude waterlopen, strijd tegen het water (bekading) en grondstofwinning; - Het gereconstrueerde Fort De Spees met zijn reliëf en grondgebruik (grasland), inclusief de gracht, zowel binnen- als buitendijks;

RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023

[52]

Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles

- De kavelvorm van de (met een recreatiepark bebouwde) liniewal en de kavelvorm en het grondgebruik (grasland) van de nog herkenbare maar afgegraven liniewal ten zuiden daarvan; Zichtrelaties - De coulissenwerking van erven en boomgaarden langs de zuidzijde van de Rijnbandijk, met door- en overzichten naar het cultuurlandschap daarachter; - Beleving van de kerktoren van Opheusden als landmark; - Vrij zicht vanaf Fort De Spees en de Rijnbandijk op de Grebbeberg, met alleen de veerdam (met laanbeplanting) en het veerhuis als visueel obstakel; - Het open landschap tussen de lintbebouwing en het dorp Opheusden in het oosten van het ensemble;

Figuur 38. Doorzicht op de uiterwaarden, oostelijk van de veerdam (foto: RAAP, 22 septe mber 2022).

2.3.7

Storende aspecten - Door bedrijfsbebouwing van forse volumes, soms evenwijdig aan de dijk geplaatst (Rijnbandijk 129, Rijnbandijk 119), evenals grote verharde terreinen bij de erven is de cultuurhistorische relatie tussen de dijklintzone en het a chterliggende land verstoord;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16275520/1