Bijlage 1 - TAM-omgevingsplan Boveneindsestraat
Tekst van het document
Bestemmingsplan
TAM-omgevingsplan Boveneindsestraat 4 Kesteren Gemeente Neder-Betuwe
Algemene gegevens Omschrijving Opdrachtgever Opsteller Teus' Advies Teus van Essen Ambon 10 3772 ZV Barneveld T 06-15658065 E teus@teusadvies.nl W www.teusadvies.nl Datum | status | versie 30 oktober 2025 | vastgesteld | 2.0 Identificatiecode NL.IMRO.1740.tamKEboveneindse4-vst1
Inhoudsopgave
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Hoofdstuk 2 Artikel 4 Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Hoofdstuk 4 Artikel 8 Artikel 9 Hoofdstuk 5 Artikel 10
5 Inleidende regels Toepassingsbereik Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Functies en activiteiten Wonen Algemene regels over functies Anti-dubbeltelregel Bestaande maatvoering Aanvraagvereisten Regels ter bescherming van waarden en objecten Waarde - Integraal ensemble: Rijnbandijk - Boveneindsestraat Waarde - Archeologie 2 Overgangsregels Overgangsrecht
6 6 7 11 12 12 16 16 17 18 19 19 22 24 24
Bijlagen bij de regels
25
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing Bijlage 2 Cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles Bijlage 3 Waardenkaart integraal ensemble Rijnbandijk Boveneindsestraat
26
Motivering
126
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1
Inleiding Aanleiding voor het plan Ligging en begrenzing Leeswijzer Beschrijving van het initiatief Huidige situatie Toekomstige situatie Beleid en regelgeving Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Veilige en gezonde leefomgeving Weging van het waterbelang
28 124
127 127 127 127 128 128 129 131 131 132 133 135 138 138 3
4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 Hoofdstuk 6 6.1 6.2
Activiteiten en milieuzonering Bodem Luchtkwaliteit Geur Geluid Omgevingsveiligheid Trilling M.e.r.-beoordeling Explosieven Conclusie veilige en gezonde leefomgeving Goede omgevingskwaliteit Zorgvuldig ruimtegebruik Archeologie, cultuurhistorie en landschap Ecologie Verkeer en parkeren Duurzaamheid en klimaatadaptatie Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid Participatie Kostenverhaal
138 139 140 140 141 141 142 143 143 143 145 145 145 146 147 148 149 149 149
Bijlagen bij motivering
151
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8
152 247 276 320 347 364 392 433
Bodemonderzoek Akoestisch onderzoek Natuurtoets Nader onderzoek huismus Nader onderzoek teunisbloempijlstaart Nader onderzoek vleermuis Stikstofdepositie-onderzoek Resultaat watertoets
Vaststellingsbesluit
439
4
Regels Dit TAM-omgevingsplan is gericht op de realisatie van nieuwe woningen aan de Boveneindsestraat 4 in Kesteren en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22k) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Neder-Betuwe. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het (voorheen geldende) Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in Standaard officiële publicaties en Toepassingsprofielen voor omgevingsdocumenten (STOP/TPOD) beschikbaar te stellen. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22k.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22k.' gelezen worden.
5
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Artikel 1 Toepassingsbereik 1.1
Omgevingsplan Neder-Betuwe
Dit plan wijzigt het omgevingsplan Neder-Betuwe in die zin dat na hoofdstuk 22 van het omgevingsplan Neder-Betuwe een nieuw hoofdstuk (hoofstuk 22k) wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan. De hoofdstukken in dit plan moeten gelezen worden als paragrafen van [hoofdstuk 22k] van het omgevingsplan Neder-Betuwe. In de artikelkop van de artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22k.] gelezen worden. In de kop van de bijlagen moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de biojlage '[22k.] gelezen worden. 1.2
Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in 1.4. 1.3
Tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat
De regels in afdeling 22.2 en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. 1.4
Verwijzing naar verbeelding
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Boveneindsestraat 4 [hoofdstuk 22k omgevingsplan], waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GMLbestand met identificatienummer NL.IMRO.1740.tamKEboveneindse4-vst1.
6
Artikel 2 Begripsbepalingen 2.1
Van toepassing verklaring
Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk van het omgevingsplan. 2.2
Aanvullende begrippen
In aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit hoofdstuk de begrippen als bedoeld in 2.3 tot en met 2.48 gehanteerd. 2.3
plan
Het TAM-omgevingsplan Boveneindsestraat 4 [hoofdstuk 22k omgevingsplan] met identificatienummer NL.IMRO.1740.tamKEboveneindse4-vst1 van de gemeente Neder-Betuwe bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten zoals vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1740.tamKEboveneindse4-vst1 met de in dit plan opgenomen regels en de daarbij behorende bijlagen. 2.4
locatievlak
een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een gebruiksdoel. 2.5
aanbouw
een aan een hoofdgebouw gebouwde zelfstandige ruimte, die daaraan ruimtelijk (door zijn constructie of afmetingen) ondergeschikt is - maximaal bestaande uit één bouwlaag al dan niet met kap en die vanuit het hoofdgebouw rechtstreeks toegankelijk is; 2.6
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 2.7
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 2.8
archeologische deskundige
een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige met een aantoonbare specifieke deskundigheid op het gebied van de archeologische monumentenzorg; 2.9
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in de bodem voorkomende overblijfselen uit oude tijden; 2.10
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 2.11
bebouwingspercentage
het percentage van gronden, nader bepaald in de regels, dat ten hoogste mag worden bebouwd; 2.12
bed & breakfast
een kleinschalige, aan de woonfunctie ondergeschikte, verblijfsvoorziening in een woning en/of aangebouwde bijbehorende bouwwerken, gericht op het aanbieden van logies en ontbijt. Onder een bed & breakfast voorziening wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur; 2.13
bestaand
bij bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van dit plan bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden krachtens een verleende bouwvergunning; 7
bij gebruik: gebruik dat op het tijdstip van het van kracht worden van dit hoofdstuk bestond; 2.14
bijgebouw
een vrijstaand of aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw, dat door zijn situering en/of afmetingen ondergeschikt is aan dat op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en die vanuit het hoofdgebouw niet rechtstreeks toegankelijk is; 2.15
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 2.16
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 2.17
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd; zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van kelder (ruimte onder peil) en zolder (ruimten onder de kap). De bouwhoogte van een bouwlaag bedraagt niet meer dan 4 m; 2.18
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 2.19
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel; 2.20
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 2.21
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 2.22
bouwwijze
de wijze van bouwen van een hoofdgebouw, waarbij wordt verstaan onder: vrijstaand: bebouwing waarbij het hoofdgebouw aan beide zijden niet in de perceelsgrens is gebouwd; 2.23
carport
een overdekte stallingsruimte die dient als stallingsplaats voor een motorvoertuig, die geen eigen wanden of deuren heeft en waarvan de begrenzing wordt gevormd door maximaal 3 wanden van gebouwen en/of ondersteuningen van het dak; 2.24
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit en waarbij een showroom en/of verkoopruimte ter plaatse aanwezig is; horeca-activiteiten zijn hieronder niet begrepen; 2.25
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 2.26
huishouden
één of meerdere personen die in vast verband samenleven (eventueel met (hun) kinderen) waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en van onderlinge verbondenheid; 2.27
internetverkoop
detailhandel zonder showroom en verkoopruimte, waarvan de handel via internet en andere media loopt;
8
2.28
kantoor
een verblijfsruimte die door haar aard, indeling en inrichting kennelijk is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijk administratieve aard zonder baliefunctie; 2.29
kamer
een onzelfstandige woonruimte in een woning en/of vrijstaand bijbehorend bouwwerk, die geen eigen adres heeft en waarbij de bewoner afhankelijk is van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die woonruimte; 2.30
kamerbewoning
bewoning van een kamer; 2.31
kap
een geheel of gedeeltelijke niet horizontale dakconstructie gevormd door ten minste twee schuin hellende dakschilden met een helling van elk ten minste 15° en ten hoogste 75°; 2.32
kelder
een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 1 m boven de gemiddelde, bestaande hoogte van het aan het gebouw grenzende terrein; 2.33
luifel
afdak of overkapping met een diepte van tenminste 1 m, aan of bij een gebouw, al of niet ondersteund; 2.34
niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit
een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn, en dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse; 2.35
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie; 2.36
ondergronds
onder peil; 2.37
ondergeschikte detailhandel
detailhandel die als activiteit in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt en gerelateerd is aan de hoofdfunctie en waarbij geen specifieke inrichting voor de detailhandelsfunctie is toegestaan; 2.38
overkapping
bouwwerken, geen gebouwen zijnde met één dakvlak en maximaal één gesloten wand; 2.39
permanente bewoning c.q. hoofdwoonverblijf
gebruik van een woning, recreatiewoning of andere woonruimte door eenzelfde persoon of eenzelfde huishouden op een wijze die ingevolge het bepaalde in de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens noopt tot inschrijving in het bevolkingsregister van de gemeente Neder-Betuwe; 2.40
publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit
een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak publieksgericht zijn en waarvan de omvang en uitstraling zodanig is, dat de activiteit past binnen de desbetreffende woonomgeving en derhalve in een woning en/of de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden toegestaan;
9
2.41
seksinrichting
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang als zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 2.42
uitbouw
een aan een hoofdgebouw gebouwde uitbreiding van een reeds bestaande ruimte van het hoofdgebouw, die daaraan ruimtelijk (door zijn constructie of afmetingen) ondergeschikt is - maximaal bestaande uit één bouwlaag al dan niet met kap; 2.43
voorgevel
de naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel(s) van een hoofdgebouw, (doorgaans) gekeerd naar de weg of het openbaar gebied; 2.44
voorgevelrooilijn
de lijn die gelijk loopt aan voorgevel(s) van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan. (Van een hoofdgebouw gelegen op de hoek van twee straten moeten beide gevels van het hoofdgebouw, gelegen aan de straatkant, gezien worden als voorgevel); 2.45
voortuin
het bij de woning behorende perceelsgedeelte dat is gelegen vóór de voorgevelrooilijn(en); 2.46
wonen
het houden van verblijf, het huren of het gehuisvest zijn in een woning als bedoeld in 2.47; 2.47
woning
een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden; 2.48
zijtuin
het bij de woning behorende perceelsgedeelte, dat is gelegen naast de zijgevel, tussen de voor- en achtergevelrooilijn, indien het perceelsgedeelte niet reeds is aangemerkt als voortuin.
10
Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen 3.1
Meetbepalingen
In aanvulling op en indien van toepassing in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van dit omgevingsplan, gelden de volgende meetbepalingen: 3.2
bebouwingspercentage
een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel, bouwvlak of aanduidingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. De oppervlakte van zwembaden wordt niet meegerekend bij het bepalen van het bebouwingspercentage. 3.3
dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 3.4
goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 3.5
inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 3.6
bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 3.7
oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein; 3.8
peil
de hoogte gemeten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven. 3.9
toepassing van maten
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m. bedraagt
11
Hoofdstuk 2
Functies en activiteiten
Artikel 4 Wonen 4.1
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1740.tamKEboveneindse4-vst1 is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen. 4.2
Beschrijving gebruiksdoel
Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen heeft de volgende functies: a. b. c. d.
wonen; niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten conform het bepaalde in 4.3.1; nutsvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen;
een en ander met de daarbij behorende voorzieningen. 4.3
Gebruiksactiviteit - nadere regels
4.3.1
Niet-publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit
Voor het gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van een niet-publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis gelden de volgende voorwaarden: a. een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroep- of bedrijfsactiviteit is alleen toegestaan in een woning en/of de bijbehorende aangebouwde bouwwerken b. maximaal 50 m2 van het vloeroppervlak van de woning (begane grond + verdiepingen) met inbegrip van gerealiseerde bijbehorende bouwwerken, mag worden gebruikt voor een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; c. degene die de activiteiten in de woning of het daarbij behorende bijbehorende bouwwerken zal uitvoeren, is tevens de bewoner van de woning; d. activiteiten die vergunningplichtig zijn krachtens de Omgevingswet zijn niet toegestaan; e. detailhandel mag niet plaatsvinden. 4.4
Gebruiksactiviteit - verboden
4.4.1 Algemeen 1. Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 4.2 genoemde functies van de gronden. 2. Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in 4.3 opgenomen nadere regels over het gebruik van gronden en bouwwerken. 4.4.2
Kamerbewoning
Het is in ieder geval verboden om een woning te gebruiken of te laten gebruiken ten behoeve van kamerbewoning. 4.4.3
Zelfstandige bewoning bijbehorende bouwwerken
Het is in ieder geval verboden om vrijstaande bijbehorende bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken ten behoeve van zelfstandige bewoning en afhankelijke woonruimte. 4.4.4
Internetverkoop
Het is in ieder geval verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken voor internetverkoop, waarbij de te koop aangeboden goederen worden opgeslagen, tentoongesteld en/of kunnen worden afgehaald. 4.5
Gebruiksactiviteit - voorwaardelijke verplichting
4.5.1
Landschappelijke inpassing
Het gebruik van de als gronden overeenkomstig het bepaalde in 4.2 is uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing is aangelegd en in stand wordt gehouden conform Bijlage 1 Landschappelijke inpassing.
12
4.6
Gebruiksactiviteit - omgevingsplanactiviteit
4.6.1 Publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit. 2. De omgevingsvergunning bedoeld in lid 1 wordt alleen verleend indien: a. een publieksgerichte aan huis verbonden beroep- of bedrijfsactiviteit is alleen toegestaan in een woning en/of de bijbehorende aangebouwde bouwwerken b. maximaal 50 m2 van het vloeroppervlak van de woning (begane grond + verdiepingen) met inbegrip van aangebouwde bijbehorende bouwwerken, mag worden gebruikt voor aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; c. degene die de activiteiten in de woning of de aangebouwde bijbehorende bouwwerken zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; d. het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse. e. de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving; f. detailhandel mag niet plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en uitsluitend in verband met die activiteit. 4.6.2 Bed & Breakfast 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van een bed & breakfast. 2.
De omgevingsvergunning bedoeld in lid 1 wordt alleen verleend indien: a. de bed & breakfast wordt gerealiseerd in een woning en/of aangebouwde bijbehorende bouwwerken; b. het gebruik ten behoeve van de bed & breakfast is gekoppeld en ondergeschikt aan de woonfunctie van de woning; c. het vloeroppervlak van de bed & breakfast mag niet meer bedragen dan 25% van het vloeroppervlak van de woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 80 m2; d. er mag tegelijkertijd aan niet meer dan vier personen in maximaal 4 kamers bed & breakfast worden geboden; e. de bed & breakfastvoorziening mag door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet kunnen functioneren als een zelfstandige woning. Dit betekent in ieder geval dat een aparte kookgelegenheid bij de voorziening niet is toegestaan; f. als gevolg van de bed & breakfast mogen geen onevenredige nadelige gevolgen ontstaan voor het woon- en leefklimaat van omwonenden en de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven. 4.7
Bouwactiviteit - Algemeen
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in 4.2. 4.8
Bouwactiviteit - hoofdgebouwen
4.8.1
Beoordelingsregels
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. voor de bouwwijze van de woningen geldt het volgende: 1. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan; c. het aantal woningen mag ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' niet meer bedragen dan is aangegeven; d. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'; e. de karakteristieke geluidwering van de verblijfsgebieden bedraagt minimaal 24 dB. 4.9
Bouwactiviteit - bijbehorende bouwwerken
4.9.1
Bijbehorende bouwwerken voor de voorgevel
Bijbehorende bouwwerken voor de voorgevel zijn toegestaan in de vorm van erkers, mits voldaan wordt aan het volgende: a. de bouwdiepte, gemeten vanaf de gevel waar tegenaan wordt gebouwd, mag niet meer bedragen dan 1,5 m; b. de breedte mag niet meer bedragen dan 2/3 van de breedte van de gevel waar tegenaan wordt gebouwd, met dien verstande dat de breedte niet meer mag bedragen dan 4 m; c. indien de erker in de zijtuin wordt gebouwd, mag de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens niet minder bedragen dan 2 m; 13
d. de afstand tot het openbare gebied mag niet minder bedragen dan 3 m. 4.9.2
Bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel
Voor bijbehorende bouwwerken achter de voorgevel geldt in afwijking van het bepaalde in 22.36 en in aanvulling en indien van toepassing in afwijking van 22.27, het volgende: a. bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' en de aanduiding 'bijgebouwen'; b. ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' geldt voor de bebouwde oppervlakte van bijbehorende bouwwerken per bouwperceel het volgende: Oppervlakte bouwperceel
Toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken
< 200 m2
60 m2
200 - 400 m2
90 m2
400 - 600 m2
100 m2
600 - 800 m2
110 m2
> 800 m2
120 m2
c. in aanvulling op het bepaalde onder b geldt dat van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' niet meer dan 50% mag worden bebouwd; d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. Indien het hoofdgebouw bestaat uit één bouwlaag met kap, mag de goothoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet meer bedragen dan de goothoogte van het hoofdgebouw, maar nooit meer dan 5 m; e. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m. 4.9.3
Carport
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in de vorm van een carport gelden in afwijking van 4.9.1 en 4.9.2 de volgende regels: a. b. c. d. e.
een carport mag uitsluitend worden gebouwd op het bouwperceel behorende bij een (bedrijfs)woning; de carport mag de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw niet overschrijden; de bouwhoogte van de carport mag niet meer bedragen dan 3 m; de bebouwde oppervlakte van de carport mag niet meer bedragen dan 20 m2; het aantal carports buiten de aanduidingen 'bouwvlak' en 'bijgebouwen' mag niet meer bedragen dan één.
4.10
Bouwactiviteit - bouwwerken, geen gebouwen zijnde
4.10.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen voor zover gelegen achter de voorgevelrooilijn van het dichtst bij de weg gesitueerde gebouw op het bouwperceel mag niet meer bedragen dan 2 m; b. de bouwhoogte van speeltoestellen mag niet meer bedragen dan 4 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. 4.10.2 Zwembad Voor het bouwen van een zwembad gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.
een zwembad is uitsluitend toegestaan bij een (bedrijfs)woning; het aantal zwembaden mag niet meer bedragen dan één per (bedrijfs)woning; een zwembad is uitsluitend toegestaan in het achtererfgebied; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 1,2 m; de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 3 m.
4.11
Bouwactiviteit - ondergronds bouwen
Voor het ondergronds bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. ondergrondse gebouwen (kelders) zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag. 4.12
Bouwactiviteit - voorwaardelijke verplichting
4.12.1 Parkeren 1. De omgevingsvergunning als bedoeld in 22.26 wordt alleen verleend, indien bij de aanvraag wordt 14
aangetoond dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein en/of in het openbaar gebied en veilig gesteld is dat deze parkeergelegenheid in stand wordt gehouden. 2. Van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de Nota Parkeernormen 2017-1 of de nadien gewijzigde beleidsregels met betrekking tot parkeren, zoals die gelden ten tijde van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in 22.26. 4.12.2 Vleermuisonderzoek De omgevingsvergunning als bedoeld in 22.26 wordt alleen verleend indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat de voorgenomen activiteiten geen negatieve effecten hebben op essentiële verblijfplaatsen of foerageergebieden van vleermuizen, dan wel een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit is verkregen en de voorgeschreven mitigerende maatregelen zijn getroffen.
15
Hoofdstuk 3
Algemene regels over functies
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
16
Artikel 6 Bestaande maatvoering Voor bouwwerken die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden krachtens een verleende omgevingsvergunning geldt dat indien de bestaande situering en/of maten afwijken van de ingevolge deze regels toegestane situering en/of maten, de bestaande situering tevens en/of bestaande maten als maximaal toegestaan worden beschouwd.
17
Artikel 7 Aanvraagvereisten 1. De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit plan. In het bijzonder geldt dat: a. het bepaalde in artikel 22.284 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit inhoudende een aanlegactiviteit in dit plan; en b. het bepaalde in 22.286 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit inhoudende een gebruiksactiviteit of een bouwactiviteit in dit plan. 2. In aanvulling op het bepaalde onder 1 worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning die gegevens en bescheiden overlegd die naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijk zijn voor een toets aan de aan de omgevingsvergunning verbonden beoordelingsregels.
18
Hoofdstuk 4 en objecten
Regels ter bescherming van waarden
Artikel 8 Waarde - Integraal ensemble: Rijnbandijk Boveneindsestraat 8.1
Voorrangsregeling
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in hoofdstuk 2 en 3. 8.2
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1740.tamKEboveneindse4-vst1 is aangewezen voor het gebruiksdoel Waarde - Integraal ensemble: Rijnbandijk - Boveneindsestraat. 8.3
Functieomschrijving
a. Algemeen Een locatie die is aangewezen als 'Waarde - Integraal ensemble: Rijnbandijk - Boveneindsestraat' heeft als functie de bescherming van het aan de gronden toegekende integraal ensemble. b. Nadere detaillering van de bestemming Het integraal ensemble als bedoeld in 8.3 onder a, betreft het gebied dat is opgenomen op de waardenkaart in Bijlage 3. Op deze kaart zijn de ensemblewaarden en de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en landschappelijke waarden en elementen aangegeven. De onderlinge samenhang van deze waarden en elementen vormt de beeldkwaliteit. Zowel de individuele waarden en elementen als de onderlinge samenhang (beeldkwaliteit) dienen behouden en waar mogelijk versterkt te worden. In paragraaf 2.2 Rijnbandijk – Boveneindsestraat van het rapport 'Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles' (Bijlage 2) is de waardering van dit integrale ensemble beschreven.
De waarden hebben betrekking op: de gebiedskenmerken, zoals het landgebruik, de groenstructuren en de verkaveling met bijbehorend slotenpatroon; de kenmerkende infra-, nederzettings- en waterstaatkundige structuren, die in samenhang ontstaan zijn; de karakteristieke hoofdvorm en karakteristieke elementen (zoals het gevelbeeld en materialisatie) van de bebouwing; de kenmerkende infra-, nederzettings- en waterstaatkundige structuren, die in samenhang ontstaan zijn; de zichtrelaties en beleving van het landschap, waaronder de kenmerkende doorzichten vanaf de dijk en de afwisseling tussen open en besloten landschap; de profilering van het dijklichaam. 8.4
Bouwactiviteit
Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen de in 8.3 bedoelde gronden gelden de volgende regels: a. bestaande kapvormen en dakhellingen mogen niet worden veranderd; b. bestaande goot- en bouwhoogten mogen niet worden veranderd; c. hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen niet worden veranderd of uitgebreid; d. de gevelindeling van gebouwen mag niet worden gewijzigd; e. het bouwen van dakkapellen en het veranderen van bestaande dakkapellen is niet toegestaan; f. luifels, zonneschermen, reclame aan de gevel, zonnepanelen op daken en losse reclame-elementen in de openbare ruimte, anders dan reeds bestaand, zijn niet toegestaan als die vanuit openbaar toegankelijk gebied zichtbaar zijn.
19
8.5
Omgevingsplanactiviteit voor het aan-, ver- of nieuwbouwen
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.4 ten behoeve van het aan-, ver- of nieuwbouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de beeldkwaliteit van het integraal ensemble, zoals genoemd in lid 8.3, wordt niet onevenredig aangetast dan wel herstel is verzekerd; b. alvorens te beslissen over de omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. 8.6
Aanlegactiviteit
8.6.1
Vergunningplicht
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten te verrichten: a. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of fietspaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; b. het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het vellen of rooien van beplanting en/of bomen ter plaatse van de landschappelijke eenheden en elementen zoals weergegeven op de waardenkaart in Bijlage 3; d. het ophogen, verlagen en/of afgraven van de bodem, of anderszins wijzigen in maaiveld- of weghoogte; e. werkzaamheden ter plaatse van de (steden)bouwkundige en landschappelijke eenheden en elementen, zoals aangegeven in Bijlage 2 en Bijlage 3. 8.6.2
Uitzonderingen vergunningplicht
Het verbod van 8.6.1 is niet van toepassing op: a. op normale onderhoudswerkzaamheden die noodzakelijk zijn in verband met het beheer of de voltooiing van werken die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan reeds bestaan of in uitvoering zijn genomen, alsmede werken en/of werkzaamheden die worden of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende of nog te verlenen omgevingsvergunning; b. indien de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de bestemming betreffen, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen, watergangen, vijvers en beplantingen binnen bestaande tracés; c. voor zover het werkzaamheden op de bodem betreft die te maken hebben met het plant- en zaaiklaar maken en oogsten, overeenkomstig het huidig gebruik ten behoeve van de laanboomteelt. 8.6.3
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning als bedoeld in 8.6.1 kan slechts worden verleend, indien door de uitvoering van de werken of werkzaamheden, hetzij direct hetzij indirect, geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de beeldkwaliteit van integraal ensemble. Deze beeldkwaliteit is beschreven in de redengevende beschrijvingen van de gebouwde monumenten, op de waardenkaart in Bijlage 3 en in paragraaf 2.2 Rijnbandijk – Boveneindsestraat van het rapport 'Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles' (Bijlage 2). 8.7
Omgevingsplanactiviteit voor het slopen van een bouwwerk
8.7.1
Vergunningplicht
Het is verboden op de in 8.3 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, geheel of gedeeltelijk te slopen. 8.7.2
Uitzonderingen vergunningplicht
Het verbod van 8.7.1 is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden: a. ingevolge een aanschrijving van het bevoegd gezag; b. die het normale onderhoud betreffen; c. die van ondergeschikte betekenis zijn. Het slopen is van ondergeschikte betekenis indien burgemeester en wethouders dit schriftelijk hebben verklaard; d. die ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren. 8.7.3
Toelaatbaarheid
De in 8.7.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien: a. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de beeldkwaliteit zoals aangegeven in 8.3, of b. de karakteristieke hoofdvorm van het bouwwerk niet te handhaven is, of; c. het slopen van een bouwwerk betrekking heeft op delen van een pand of bijbehorend bouwwerk die op 20
zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en de sloop van het betreffende gedeelte van het bouwwerk niet leidt tot een onevenredige aantasting van beeldkwaliteit zoals aangegeven in 8.3.
21
Artikel 9 Waarde - Archeologie 2 9.1
Voorrangsregeling
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in hoofdstuk 2 en 3. 9.2
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1740.tamKEboveneindse4-vst1 is aangewezen voor het gebruiksdoel Waarde - Archeologie 2. 9.3
Functieomschrijving
Een locatie die is aangewezen als Waarde - Archeologie 2 heeft als functie het behoud en de bescherming van waardevolle archeologische informatie in de bodem. 9.4
Bouwactiviteit
9.4.1 Aanvullende aanvraagvereisten 1. Bij de aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt naast de gegevens en bescheiden zoals genoemd in 22.35, een rapport overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 2. In afwijking van het gestelde onder 1 hoeft de aanvrager geen rapport als bedoeld onder 1 te overleggen, indien één van de volgende situaties van toepassing is: a. de aanvraag om omgevingsvergunning heeft betrekking op de vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; b. de aanvraag om omgevingsvergunning heeft betrekking op het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; c. het nieuw te bebouwen oppervlak is niet groter dan 1.000 m2; d. de aanvraag om omgevingsvergunning heeft betrekking op het bouwen in de bodem tot een diepte van 0,30 m onder het bestaande maaiveld; e. naar het oordeel van het bevoegd gezag is de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie voldoende vastgesteld. 9.4.2
Aanvullende vergunningvoorschriften
Indien uit het onder 1 van 9.4.1 genoemde rapport of uit de beschikbare informatie als bedoeld in 9.4.1 onder 2 sub e, blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouwof aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; of, c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 9.5
Aanlegactiviteit
9.5.1
Vergunningplicht
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten te verrichten: a. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; b. bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondings-vergunning is vereist; c. het verlagen van het waterpeil; d. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; e. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; f. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; g. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of fietspaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; 22
h. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 9.5.2
Uitzondering vergunningplicht
Het verbod van 9.5.1 geldt niet voor aanlegactiviteiten: a. voor de gronden met de gebiedsaanduiding 'overige zone - aangetast' voor zover het aanlegactiviteiten in de bodem betreft tot een diepte van 50 cm onder het bestaande maaiveld; b. voor zover het aanlegactiviteiten in de bodem betreft die te maken hebben met het plant- en zaaiklaar maken en oogsten, overeenkomstig het huidig gebruik ten behoeve van de laanboomteelt; c. in de bodem tot een diepte van 0,30 m onder het bestaande maaiveld; d. in de bodem over een maximale oppervlakte van 1000 m2; e. in de bodem binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; f. in de vorm van het plaatsen van palen om bomen of hagelnetten vast te zetten; g. die het gewone onderhoud betreffen, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen, het rooien van bestaande boomgaarden en vervanging door nieuwe bomen; h. die op het moment van de inwerkingtreding van dit artikel legaal in uitvoering zijn of legaal kunnen worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; i. in de bodem die direct samenhangen met een verleende omgevingsvergunning op grond van het bepaalde in artikel 9.4. 9.5.3 Aanvullende aanvraagvereisten 1.
Bij de aanvraag om omgevingsvergunning wordt een rapport overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 2. Een rapport als bedoeld onder 1 is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 9.5.4 Beoordelingsregels 1. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien door die aanlegactiviteiten, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, de archeologische waarden van de betreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. 2. Alvorens een besluit te nemen omtrent het verlenen van de omgevingsvergunning winnen burgemeester en wethouders advies in van een archeologisch deskundige over: a. het bepaalde in 1. en; b. of en zo ja welke voorwaarden er dienen te worden gesteld. 9.6
Vergunningvoorschriften
Burgemeester en wethouders kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouwof aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; of, c. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
23
Hoofdstuk 5 Artikel 10 10.1
Overgangsregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
10.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 10.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 10.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 10.1.1 met maximaal 10 %. 10.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 10.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen. 10.2
Overgangsrecht gebruik
10.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 10.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in 10.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 10.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 10.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 10.2.4 Uitzondering Het bepaalde in 10.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit artikel, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.
24
Bijlagen bij de regels
25
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing
26
vrijstaande woning goothoogte: 6 m. nokhoogte: 10 m. nieuwe bomen
1
haag
8
parkeerplaats langsparkeren bestaande bomen/heesters handhaven dse
s
62
II.
,00
ein
4,3
12 0
B
beukenhaag, hoogte ca. 1m
n ove
2
t traa
5 ,90
3,9
16 1.0
4
00
open tuininrichting 'Voortuin'
8,0 6,0
00
00
635 m2
nieuw te planten bomen 14 ,00 0
I.
laagstam fruitbomen
6,0
geschoren gemengde haag, hoogte ca. 1,8m (beuken, liguster, hulst of taxus)
10
00
29
0 ,00
Sp
1.172 m2
oo rs tra at
beheerstrook 1m
25
Architectenbureau Atelier 3
1331 26-08-2025
Landschappelijke inpassing Ontwikkeling Boveneindsestraat 4 Kesteren
Holevoetplein 303 Scherpenzeel 033 455 95 99 www.atelier3.nl
GSPublisherVersion 1483.94.94.100
Bijlage 2 Cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
28
RAAP-RAPPORT 5981
Het beste van Neder-Betuwe
Cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Colofon Opdrachtgever: Gemeente Neder-Betuwe Titel: Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles Versie: 06-02-2023 Auteur: ir. L.J. Keunen, drs. C.J.B.P. Frank & drs. J. de Jong Projectcode: NECU2 Bestandsnaam: RAAPrap_5981_NECU2_20230206
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp
Monumenten Advies Bureau
Telefoon: 024-378 67 42
Bredestraat 1
E-mail: info@monumentenadviesbureau.nl
6542 SN Nijmegen
Website: www.monumentenadviesbureau.nl
© RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2023 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Samenvatting Op 27 januari 2022 stelde de gemeenteraad van Neder-Betuwe het nieuwe erfgoedbeleid van de gemeente Neder-Betuwe vast: Een rijke erfenis voor de toekomst. Erfgoedbeleid van de gemeente Neder-Betuwe. 1 Onderdeel van dit beleid is een bescherming van de belangrijkste erfgoedwaarden in de gemeente, op basis van toegespitste omschrijvingen waarin de aanwezige waarden worden benoemd en voor iedereen helder zijn. Het gaat enerzijds om gebieden waar belangrijke landschapswaarden, belangrijke gebouwde waarden of belangrijke stedenbouwkundige waarden aanwezig zijn, en anderzijds om gebieden waar zoveel van deze waarden bij elkaar komen, dat we kunnen spreken van ‘integrale ensembles’. Deze integrale ensembles hebben vooruitlopend op de planologische bescherming een plek in de Omgevingsvisie van Neder-Betuwe gekregen. 2 De basis voor de integrale ensembles zoals die zijn onderscheiden is gelegd in de inventarisatie en waardering in het kader van de cultuurhistorische waardenkaart van Neder -Betuwe. 3 Daarin zijn de landschappelijke eenheden begrensd, getypeerd en gewaardeerd, de landschapselementen getypeerd en gewaardeerd, de (steden)bouwkundige ensembles begrensd, getypeerd en gewaardeerd en de waardevolle bouwkunst getypeerd en gewaardeerd.
Dit document bevat voor de integrale ensembles gedetailleerde beschrijvingen van de aanwezige ruimtelijke cultuurhistorische waarden. Bij het opstellen van de beschrijvingen is gebruik gemaakt van zowel de beschrijvingen in het toelichtende rapport op de cultuurhistorische waardenkaart als de bestaande redengevende omschrijving van de Boveneindsestraat. De bijbehorende waardenkaarten geven een overzicht van de waarden die in het gebied aanwezig zijn. Daarbij moet steeds rekening gehouden worden met het feit dat de terreinen niet in detail bezocht en gekarteerd zijn, met name op de achtererven. Het aangeduide groen, vooral ten aanzien van solitaire bomen, is daarom mogelijk niet uitputtend.
1
Keunen e.a. 2021b https://www.omgevingsvisienederbetuwe.nl/omgevingsvisie -nederbetuwe/home 3 Keunen e.a. 2021a 2
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[3]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 4 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 5 1.2 Beschrijvingen ..................................................................................................................................... 5 1.3 Leeswijzer ........................................................................................................................................... 5
2 Integrale ensembles ......................................................................................................................... 6 2.1 Inleiding .............................................................................................................................................. 6 2.2 Rijnbandijk – Boveneindsestraat ........................................................................................................... 7 2.3 De Spees – Rijnbandijk – Opheusdens Veer ........................................................................................ 31 2.4 Dijkzone Dodewaard & Hien ............................................................................................................... 55 2.5 Echteld .............................................................................................................................................. 75 2.6 Advies voor toetsing ........................................................................................................................... 88
Literatuur .......................................................................................................................................... 90 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ..................................................................... 92
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[4]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
1 Inleiding 1.1 Kader Op 27 januari 2022 stelde de gemeenteraad van Neder-Betuwe het nieuwe erfgoedbeleid van de gemeente Neder-Betuwe vast: Een rijke erfenis voor de toekomst. Erfgoedbeleid van de gemeente Neder-Betuwe. 4 Onderdeel van dit beleid is een bescherming van de belangrijkste erfgoedwaarden in de gemeente, op basis van toegespitste omschrijvingen waarin de aanwezige waarden worden benoemd en voor iedereen helder zijn. Het gaat enerzijds om gebieden waar belangrijke landschapswaarden, belangrijke gebouwde waarden of belangrijke stedenbouwkundige waarden aanwezig zijn, en anderzijds om gebieden waar zoveel van deze waarden bij elkaar komen, dat we kunnen spreken van ‘integrale ensembles’. Deze integrale ensembles hebben vooruitlopend op de planologische bescherming een plek in de Omgevingsvisie van Neder-Betuwe gekregen. 5
1.2 Beschrijvingen De basis voor de integrale ensembles zoals die zijn onderscheiden is gelegd in de inventarisatie en waardering in het kader van de cultuurhistorische waardenkaart van Neder -Betuwe. 6 Daarin zijn de landschappelijke eenheden begrensd, getypeerd en gewaardeerd, de landschapselementen getypeerd en gewaardeerd, de (steden)bouwkundige ensembles begrensd, getypeerd en gewaardeerd en de waardevolle bouwkunst getypeerd en gewaardeerd. Dit document bevat voor de integrale ensembles gedetailleerde beschrijvingen van de aanwezige ruimtelijke cultuurhistorische waarden. Bij het opstellen van de beschrijvingen is gebruik gemaakt van zowel de beschrijvingen in het toelichtende rapport op de cultuurhistorische waardenkaart als de bestaande redengevende omschrijving van de Boveneindsestraat. De bijbehorende waardenkaarten geven een overzicht van de waarden die in het gebied aanwezig zijn. Daarbij moet steeds rekening gehouden worden met het feit dat de terreinen niet in detail bezocht en gekarteerd zijn, met name op de achtererven. Het aangeduide groen, vooral ten aanzien van solitaire bomen, is daarom mogelijk niet uitputtend.
1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat uitgebreide beschrijvingen over de vier integrale ensembles die in de gemeente Neder-Betuwe in het kader van de cultuurhistorische waardenkaart zijn gedefinieerd. Op basis hiervan is ook bepaald welke kenmerken, structuren en objecten in de ensembles van waarde zijn en bijdragen aan de cultuurhistorische betekenis van de gebieden.
Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische en historische perioden.
4
Keunen e.a. 2021b https://www.omgevingsvisienederbetuwe.nl/omgevingsvisie -nederbetuwe/home 6 Keunen e.a. 2021a 5
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[5]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
2 Integrale ensembles 2.1 Inleiding Onder ‘integrale ensembles’ verstaan we gebieden die vanuit meerdere cultuurhistorische (deel)disciplines een hoge waarde toegedicht gekregen hebben. Concreet gaat het in deze gevallen om historisch landschap, historische bouwkunst en/of historische stedenbouw. De waarde schuilt vaak in de combinatie van de verschillende aspecten, die op elkaar inwerken. Bij elk integraal ensemble hoort een inventarisatiekaart. Die bevat de fysiek aanwezige elementen zoals die in algemene zin in de beschrijvingen worden genoemd. Omdat er vaak specifieke gebiedskenmerken zijn ingetekend, hebben we de cultuurlandschapstypering van de cultuurhistorische waardenkaart als ondergrond van deze integrale-ensemblekaarten weggelaten. Daarnaast wordt in de tekst nog aandacht besteed aan landgebruik en gebiedskenmerken, die soms lastiger in een kaartbeeld te vangen zijn. De combinatie van beide bepaalt de waardevolle kwaliteiten van elk integraal ensemble. De waarde van een integraal ensemble wordt dus bepaald op bas is van kenmerken en aanwezige objecten en structuren. Ook objecten en structuren die op zichzelf een wat lagere waardering hebben gekregen op de cultuurhistorische waardenkaart (of daar zelfs ontbreken), kunnen binnen de context van een integraal ensemble van belang zijn en in die context bescherming verdienen.
In die zin gaat de gedetailleerdere studie in dit kader verder de diepte in en is vollediger, en daarom bij het bepalen van beschermenswaardige karakteristieken meer leidend dan de cultuurhistorische waardenkaart.
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[6]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
2.2 Rijnbandijk – Boveneindsestraat 2.2.1
Ligging en begrenzing
Figuur 1. Contour van het integraal ensemble ‘Rijnbandijk – Boveneindsestraat’.
Het integraal ensemble ‘Rijnbandijk – Boveneindsestraat’ omvat een zone langs de Rijnbandijk van de N233/Cuneraweg in het westen tot en met het erf De Poel in het oosten, net voorbij het punt waar de Boveneindsestraat en de Rijnbandijk bij elkaar komen. In het westen is de zone als gevolg van de uitbreiding van de bebouwde kom van Kesteren relatief smal, maar omvat naast de dijkzone wel de historische kern van Kesteren rond de Kerkstraat. Ten oosten van de Hoofdstraat – Spoorstraat bevat het integraal ensemble het deel van het gebied ten noorden van de Rijnbandijk (deels tot aan de Oude Rijn, deels tot aan de Ambtseweg), het gebied tussen Rijnbandijk en Boveneindsestraat en het gebied tussen Boveneindsestraat en het bedrijventerrein ’t Panhuis.
RAAP-rapport 5981 / versie 06-02-2023
[7]
Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles
2.2.2
Ondergrond
Het integrale ensemble ligt op een stroomrug van de Rijn. De Rijn, die in de geschiedenis meermalen zijn loop verlegde, zette grove deeltjes in zijn eigen bedding af, en bracht via overstromingen bovendien kleideeltjes op de aangrenzende oevers: de zogenaamd e oeverwallen. De volledige stroomrug functioneerde als de ‘stroom gordel van Herveld’ tussen 4.755-2.200 jaar geleden; het noordelijk deel is tevens gevormd als de ‘stroomgordel van Mars-Oude Rijn’ tussen 5.595326 jaar geleden. 7 Geomorfologisch bestaat het gebied uit een stroomrug (code Geomorfologische Kaart van Nederland: 3B44). Langs de noordrand van het gebied loopt een oude restgeul (code Geomorfologische Kaart van Nederland: 22R43). Op deze restgeul takken zowel vanuit het noorden als het zuiden enkele kronkelwaardgeulen aan (code Geomorfologische Kaart van Nederland: 23R45) , waarlangs kronkelwaardruggen liggen (code Geomorfologische Kaart van Nederland: 3B46) . Aan de zuidrand van het ensemble ligt de overgang van de stroomrug naar vlakkere stroomrug glooiingen (code Geomorfologische Kaart van Nederland: 3H43). De stroomrug van de Rijn bestaat uit zogenaamde ooivaaggronden: kleigronden zonder duidelijke profielopbouw en zonder roest - en grijze vlekken in het profiel (bodemcodes Rd10A en Rd90A).
2.2.3
Historische ontwikkeling
Waterstaat en bewoning Het dorp Kesteren is in aanleg een vroegmiddeleeuwse structuur. Een oorkonde uit omstreeks 850 maakt melding van onroerend goed in de villa Castra dat door Balderik aan het klooster Lorsch werd geschonken. 8 Het is aannemelijk dat er toen op de stroomrug al sprake was van een bewoningsconcentratie, die vermoedelijk zonder dijk - of kadestructuren droge voeten hield doordat het water nog vrij de rivierkom in kon stromen. In de late middeleeuwen kon het dorp als bewoningsconcentratie zich verder verdichten. Tegelijk werden in verband met de bevolkingsgroei de oeverwallen ontginnen en systematisch verkaveld. Wanneer de hoofdloop van de Rijn zich van de huidige Oude Rijn langs Kesteren naar de bestaande Rijnloop verplaatste is niet helemaal duidelijk. Cohen gaat uit van rivieractiviteit ten zuiden van de Rijnbandijk tot 2.200 jaar geleden en van het systeem van de Oude Rijn tot 326 jaar geleden. Aangezien hij de rivieractiviteit in de huidige stroomgordel al 2.500 jaar geleden laat beginnen, moeten beide stromen lange tijd naast elkaar bestaan hebben. De huidige bandijk werd op een nog onbekend moment vóór 1327 aangelegd langs de zuidoever van de Oude Rijn. Het gebied noordeli jk van de Oude Rijn, Lede en Oudewaard en de Marspolder, vormde tot 1953 een zelfstandige waterstaatkundige eenheid buiten de Neder-Betuwe.
9 Dat een polder vóór de bandijk geen garantie op het voorkomen van rampen was, blijkt wel uit het feit dat ten oosten van het dorp ook nu nog twee grote doorbraakkolken te vinden zijn. De Rijnbandijk vormde daarmee de noordgrens van de Neder -Betuwe. Dat was niet alleen een waterstaatkundige grens, maar ook een bestuurlijke: Neder -Betuwe was bij de geleidelijke ontwikkeling van Gelre als graafschap en later hertogdom een richterambt geworden, onderverdeeld in vier