Bijlage 1 - MER
Tekst van het document
Opbrengst 2 windturbines
3000 vollasturen x opbrengst 3 MW x 2
18.000 MWh
Opbrengst 6 ha zon op water
6 ha * opbrengst 725 MWh/ha
4.350 MWh
Opbrengst 5000m2 zon op dak
1500 panelen x 300 Wp = 0,45 MWp x opbrengst 930kWh/kWp
424 MWh
Totale energieproductie Eigen verbruik materieel
22.774 MWh Jaarlijks verbruik Emmy – Yvonne
Beschikbaar voor participatie Aantal huishoudens
2.130 MWh 20.644 MWh
3000 KWh/jaar/huishouden = 3 MWh 20.644 MWh / 3 MWh
6.881 huishoudens
Figuur 19 Energieopbrengst
Hiermee kan de maximale doelstelling om 6.735 huishoudens in de omgeving te laten participeren in de energieopbrengst worden behaald. Dit levert een significante bijdrage aan de ambitie van Regio Rivierenland en gemeente Neder-Betuwe om in 2021 met de RES 1.0 het concept bod te verdubbelen. Het bedrijfsterrein met haven kan zich tot Clean Energy Hub ontwikkelen door de inzet van duurzaam opgewekte energie voor elektrisch laden van binnenvaartschepen of door de productie van waterstof voor de inzet als scheepvaartbrandstof.
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
29
WILLEMSPOLDER FASE 1
2.4
Basisalternatief
De voornaamste kenmerken van het basisalternatief voor Willemspolder fase 1 zijn hieronder beschreven: In het basisalternatief is voorzien in een recreatieve route met wandel-, fiets en struinpaden en verschillende recreatieve voorzieningen (ligweide / strandje (2x), vliegerweide, visplekken, trekpontje, reconstructie van een redoute en stapstenen in geul). Het basisalternatief gaat uit van een klasseerinstallatie op land (6) voor de productie van industriezand en grind. Verder vindt op het land op- en overslag van bouwgrondstoffen plaats. De oude opstallen worden vervangen door een nieuwe loods voor ondersteunende bedrijfsactiviteiten (o.a. opslag van materieel). Door middel van twee windmolens wordt eigen duurzame energie opgewekt. Het basisalternatief gaat uit van een grote haven (7) voor transport van bouwgrondstoffen per schip. Om de haven te kunnen realiseren wordt de pyrietslakkenstort ontgraven en herschikt in een depot (2) op de voormalige stortplaats ten oosten van de bedrijfsbestemming. De zomerkade binnen het plangebied vervalt. Vanaf de Heersweg wordt een nieuwe zomerkade aangelegd (11) en aangesloten op het bestaande tracé.
2007
2015
2020
2021
2022
Opstellen plan en visie
Met klankbordgroep uitwerken tot concreet plan
Uitvoeren onderzoeken
Aanvragen vergunningen
Doorlopend
Figuur 20 Kenmerken Basisalternatief
1: Parkeerplaats (combi met dorpshuis) 2: Dwarsdam Nieuweweg (ongewijzigd) 3: Systeem van lagunes met vooroevers en ooibos 4: Dijkzone met hoogwatervluchtplaats en ooibos 5: Hoogwatergeul 6: Depot pyrietslakken met zachthoutooibos 7: Landgedeelte herontwikkeling bedrijfsterrein 8: Watergedeelte herontwikkeling bedrijfsterrein
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
30
9: Grazige vegetatie met extensief beheer 10: Stroomversnelling met stapstenen 11: Oeverwal met ooibos 12: Nieuwe tracé zomerkade
WILLEMSPOLDER FASE 1
2.5
Werkwijze
2.5.1 Planning Het landschapsplan voor Willemspolder fase 1 is al meer dan 10 jaar in voorbereiding. De inbreng van alle betrokken stakeholders en overheden zijn gedurende deze periode al verwerkt in het plan. Dat betekent dat de m.e.r. van start gaat met een al ver uitgewerkt basisalternatief. 2020 is gebruikt om het MER op te stellen en de benodigde procedures voor vergunningen en bestemmingsplan op te starten. 2021 is gereserveerd om deze procedures te doorlopen. Het doel is om in 2022 te starten met de realisatiefase die naar verwachting 10 jaar duurt.
MER
Uitvoering
Beheer Figuur 21 Planning op hoofdlijnen
F E
D C
B
H
I
G
A
Figuur 22 Vlakverdeling
Vak A B C D
Omschrijving uitwisselput west uitwisselput centraal uitwisselput oost zomerkade (deels tijdelijk)
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
31
WILLEMSPOLDER FASE 1
E F G H I
oostput restspecie oostput noordoever haven nieuw overslagterrein depot
Figuur 23 Globale planning en fasering Willemspolder fase 1 WERKZAAMHEDEN
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031
Inrichten vak F (noordoever oostplas ), vrijkomend materiaal gebruiken in nieuwe zomerkade Op diepte brengen aanwezige toegangsgeul Ontgraven C, vrijkomend materiaal toepassen in zomerkade of in depot voor reconstructie Bouwgrondstoffenwinning C Sanering Pyrietslakken: Verplaatsen van G naar 1 Ontgraven B en G, vrijkomend materiaal toepassen in reconstructie (of tijdelijk in depot) Bouwgrondstoffenwinning B en G Ontgraven A, vrijkomend materiaal toepassen in reconstructie (of tijdelijk in depot) Bouwgrondstoffenwinning A Opspuiten restmateriaal voor landschapsinrichting Landschapsinrichting afronden Kleurenverklaring Hydraulische graafmachine + 3 vrachtwagens + 1 wiellader + 1 bulldozer (allen diesel) 1 zandzuiger (elektrisch) + 1 klasseerinstallatie (elektrisch) + 2 schepen (diesel) + 1 vlet (diesel) 1 zandzuiger (elektrisch)
De drie deelprojecten van Gebiedsvisie Midden-Waal hebben ieder voor zich een doorlooptijd van ongeveer 10 jaar. Op basis daarvan kan de volgende planning worden afgeleid voor de realisatie. Fase 0
Gebiedsinrichting rond kantoor Dekker
Gereed
Fase 1
Willemspolder fase 1
2022 t/m 2031
Fase 2*
Gouverneurspolder
2031 t/m 2040
Fase 3*
Willemspolder fase 2
2041 t/m 2050
Figuur 24 Planning Gebiedsvisie Midden-Waal * Afhankelijk van de voortgang van de grondverwerving en de beleidsontwikkelingen kan gekozen worden voor Gouverneurspolder of Willemspolder fase 2 als opvolgende fase
Het gebied wordt gefaseerd opengesteld en in beheer genomen. Naar verwachting kan in het tweede jaar van de ontwikkeling het eerste gebiedsdeel (noordoever Oostplas tot aan dijk) worden gebruikt.
Figuur 25 Deelprojecten Gebiedsvisie Midden-Waal
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
32
WILLEMSPOLDER FASE 1
2.5.2 Voorgenomen wijze van realisatie Op hoofdlijnen verloopt de realisatiefase als volgt: 1. Verwijderen van de dekgrond en klei door grondverzetmachines; 2. Het winnen en klasseren van zand en grind met drijvend materieel en de afvoer van zand en grind met schepen; 3. Inrichtingswerkzaamheden van het gebied met een reconstructiezuiger en grondverzetmachines. Voor het droge grondverzet wordt gebruik gemaakt van een hydraulische graafmachine, 2-3 vrachtwagens rijdend in het werkgebied en een wiellader en een bulldozer bij het tijdelijke depot of bij de inrichtingswerkzaamheden in het gebied. Voor de winning van zand en grind wordt een drijvende zandzuiger ingezet. De zuiger zuigt het zand/grind/watermengsel op en perst dit door een leiding naar de drijvende verwerkingsinstallatie. In deze installatie wordt het mengsel gescheiden in verschillende fracties met een bepaalde korrelgrootte. Door de fracties volgens specificatie van de afnemer samen te voegen wordt industriezand geproduceerd. Dit industriezand wordt verladen naar schepen en naar de afnemer (meestal een betonfabriek) vervoerd. Zowel de zuiger als de drijvende verwerkingsinstallatie worden elektrisch aangedreven. De drijvende verwerkingsinstallatie ligt minimaal op 100 meter achter de zuiger in de plas.
Ook wordt nog een elektrische zuiger ingezet voor het verplaatsen en opspuiten van ophoogzand voor de inrichting van het gebied. Het project wordt gefaseerd uitgevoerd, waardoor het materieel voor het ontgronden en herinrichten zich als het ware als een ‘treintje’ door het gebied verplaatst. De werkzaamheden vinden alleen in de dag-periode tussen 07.00 - 19.00 uur plaats.
2.5.3 Eindinrichting Als een fase is ontgrond en heringericht wordt zo spoedig mogelijk daarna ook de eindinrichting aangebracht. Dat wil zeggen dat inrichtingselementen zoals duikers, hekwerken en recreatieve voorzieningen worden aangebracht. Deze werkzaamheden worden met gelijksoortig materieel uitgevoerd als voor het doge grondverzet het geval is. Incidenteel kan specialistisch hijs- en transportmaterieel nodig zijn voor het aanbrengen van voorzieningen. Het doel is om deelgebieden die zijn ingericht zo spoedig mogelijk open te stellen voor gebruik. Naar verwachting kan binnen twee jaar na aanvang gebruik worden gemaakt van het eerste deelgebied.
2.5.4 Beheer Dekker is momenteel al eigenaar en beheerder van Willemspolder fase 1. Het beheer vindt nu voornamelijk plaats op basis van regulier agrarisch gebruik door pachters en gebruikers. Omdat het agrarisch gebied wordt omgevormd naar natuur veranderd ook het beheer. Om te zorgen dat het gebied tijdens en na realisatie optimaal functioneert blijft Dekker zelf eigenaar en beheerder van het gebied. Het beheer vindt plaats op basis van particulier / agrarisch natuurbeheer, onder ecologische begeleiding en met inzet van lokale partijen. Daarbij zoekt Dekker de samenwerking met landschapsbeheerder (zoals Agrarische Natuurvereniging Lingestreek) en overheidspartners zoals gemeente, provincie, waterschap en Rijkswaterstaat. De bedoeling is om een aparte rechtsvorm op te richting en het beheer en de daarvoor benodigde subsidies en fondsen daarin onder te brengen. De continuïteit van het beheer wordt zo voor de toekomst gewaarborgd.
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
33
WILLEMSPOLDER FASE 1
3. Optimalisaties en varianten Om het basisalternatief te verbeteren zijn er per doelstelling optimalisaties ontworpen. De optimalisaties zijn in expertmeetings beoordeeld op haalbaarheid en milieueffecten, waarna de beste optimalisaties zijn samengevat in een variant. Iedere doelstelling heeft op deze manier een variant.
EXPERTMEETING OPTIMALISATIEVARIANTEN
EXPERTS
SPECIALISME
Optimalisaties Doel 1 Bouwgrondstoffenbehoefte (13-5-2020, 8.30 – 10.30 uur)
Meet BV: Dick van Leeuwen Technisch ontwerp Fugro: Reinder Meinsma, Geologie Dekker: Willem Jongsma, Richard van den Berg, Pieter Mantel Bouwgrondstoffen
Optimalisaties Doel 2 Hoogwaterveiligheid (14-5-2020, 10.30 -12.30 uur)
Anneke de Joode Rivierkundig Advies: Anneke de Joode Agtersloot Hydraulisch Advies: Ron Agtersloot, RiQuest: Douwe Meijer Fugro: Reinder Meinsma
Rivierkunde Rivierkunde Rivierkunde Waterkering
Optimalisaties Doel 3 Natuur (13-5-2020, 13.30 -15.30 uur)
SOVON: Loes van den Bremer, Rob Vogel Kurstjens ecologisch adviesbureau: Gijs Kurstjens Bureau Hemmen: Henk van Ziel
Gebiedsbescherming Soortenbescherming Natuurbeheer
Optimalisaties Doel 4 Landschap en Recreatie (14-5-2020, 8.30 – 10.30 uur)
JANBRUYN landschapsarchitectuur: Jan Bruijn, Bureau Waalbrug: Angela Hinz Gijsbert Smit Beeldend Kunstenaar: Gijsbert Smit JOGG regisseur gemeente: Joris Maier
Landschap Landschap Landschap Recreatie
Optimalisaties Doel 5 Duurzaamheid en mobiliteit (14-5-2020,13.30 -15.30)
Meet BV: Dick van Leeuwen Buro Waalbrug: Jeroen Langbroek LBP/SIGHT: Roel van de Wetering Dekker: Richard van den Berg
Technisch ontwerp Ruimtelijke ordening Leefomgeving Bouwgrondstoffen
Figuur 26 Expertmeetings optimalisatievarianten
EXPERTMEETING VARIANTEN NAAR VKA
EXPERTS
SPECIALISME
Plenaire sessie: Beoordelen varianten per doelstelling (in onderlinge samenhang) en Bepalen Voorkeursalternatief (4-6-2020, 13.00 – 17.00 uur)
Meet BV: Dick van Leeuwen
Technisch ontwerp
Fugro: Reinder Meinsma
Geologie
Dekker: Willem Jongsma, Richard van den Berg
Bouwgrondstoffen
Agtersloot Hydraulisch Advies: Ron Agtersloot
Rivierkunde
JANBRUYN landschapsarchitectuur: Jan Bruyn
Landschap
SOVON: Rob Vogel
Gebiedsbescherming
Kurstjens ecologisch adviesbureau: Gijs Kurstjens
Soortenbescherming
LBP/Sight: Roel van de Wetering
Leefomgeving
Figuur 27 Expertmeetings varianten naar voorkeursalternatief
De expertmeetings werden procesmatig begeleid door John Holtrust-Westerbeek van Fundamental Concepts en Toon van Mierlo van Dekker. Zij droegen tevens zorg voor het verwerken van de resultaten in het MER.
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
34
WILLEMSPOLDER FASE 1
3.1 Bouwgrondstoffenbehoefte 3.1.1 Optimalisaties en beoordeling In de basisvariant is sprake van een groot tekort aan aanvulmateriaal om het uiteindelijke landschapsplan te kunnen realiseren. Zonder aanvoer van materiaal van buiten het project kan er circa 4 miljoen m3 industriezand worden afgevoerd. Er is binnen de maximale insteek van de ontgronding echter zo’n 14 miljoen m3 materiaal beschikbaar. 10 miljoen m3 bouwgrondstoffen blijft dan onbenut achter in het gebied. Hierdoor is de businesscase bedrijfsmatig gezien onvoordelig en komt het realiseren van maatschappelijke doelen in het gedrang. Geredeneerd vanuit het nationale belang van bouwgrondstoffen voor de bouwopgave is het wenselijk om bij herinrichting van een gebied de aanwezige bouwgrondstoffen in de bodem maximaal te benutten in harmonie met de overige gebiedsopgaven. De doelstelling is om minimaal de helft van de beschikbare bouwgrondstoffen in het gebied af te kunnen zetten op de markt (circa 7 miljoen m3).
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
35
WILLEMSPOLDER FASE 1
NR.
BESCHRIJVING OPTIMALISATIE BEOORDELING EXPERTS
VALT AF ONDERDEEL VARIANT
1.1 Winlocaties vergroten 1.1.a Ten noorden van de Waardweg verder winnen richting de dijk
Dichter naar de dijk is niet echt een optie gelet op de beschermingszones van de waterkering. Ook verruiming naar de rivierkant is geen optie gelet op de bescherming van Rijkswaterstaatswerken.
X
1.2 Af te voeren materiaal / materiaal voor herinrichten optimaliseren 1.2.a winnen waar niet aangevuld hoeft te worden
Door alleen te winnen waar er in het landschapsplan water resteert kunnen nog minder bouwgrondstoffen worden afgevoerd. Dit levert een onrendabel plan op.
1.2.b winnen waar de meest hoogwaardige grondstoffen zitten
In Vak A en B bouwgrondstoffen winning beperken tot 14 - 16 meter diep. Het fijne zand daaronder winnen op de plaatsen waar er in het landschapsplan water resteert en in het project als aanvulspecie gebruiken. In Vak C tot volledige diepte (20 m-NAP) industriezand winnen.
V
1.2.c
Verdieping van deze plas tot -45m-NAP met een talud van 1:3 zonder tussenberm is technisch maakbaar en stabiel. Dit is aanvaardbaar indien in het winningsplan aangegeven wordt hoe omgegaan wordt met bresvloeiing.
V
winning van herinrichtingsspecie in Oostplas optimaliseren
X
1.3 Minder aanvullen en/of kleinere eilanden creëren 1.3.a Landtongen ontgronden en geoptimaliseerd terugbrengen
Deze landtongen waren oorspronkelijk als scheiding tussen de winplassen bedoeld. Omdat de plassen aaneengeschakeld worden tot een hoogwatergeul is ontgronding en een betere vormgeving (iets korter en breder) positief. De land water verhouding blijft daarbij gelijk. Maaiveldhoogte wordt zo gekozen dat er weer ooibos op kan groeien. Oude gasleiding naar steenfabriek kan worden verwijderd.
V
1.3.b Optimalisatie van het oplevermodel
Door verschillende aanpassingen aan het oplevermodel zijn aanzienlijke besparingen op de hoeveelheid benodigd aanvulmateriaal mogelijk. Het gaat om kleine verschuivingen in de modelering en het opleverniveau van aanvullingen. Hierdoor wijzigt het landschappelijk aanzicht wijzigt niet merkbaar en de land-water verhouding blijft gelijk.
V
1.3.c
Dit is relevant met betrekking tot de doorkijk naar fase 2 en Visie Midden-Waal maar hier kan in fase 1 niet van worden uitgegaan (fase moet op zichzelf worden beschouwd).
Indien fase 2 wordt vergund: doorvaart langer open houden / tijdelijk talud tussen fase 1 en 2
X
1.3.d Herinrichtingstalud 1:4 in plaats Ervaringsgetal voor een stabiel herinrichtingstalud is tussen van 1:5 1:3 en 1:7. Stabiliteit hangt erg af van de korrelverdeling van het materiaal. Keuze voor 1:4 talud voor het aanvulmateriaal is reëel. Dat is in over de Maas ook vergund. Werken met een dam op de grens van de herinrichting waarachter met fijner materiaal kan worden aangevuld.
V
1.4 winlocatie aanvullen met extern aangevoerd materiaal Meer aanvulmateriaal betekent netto afvoer van bouwgrondstoffen. De ontgronding wordt daardoor beter benut. Als je een gebied aanpakt is het ook uit duurzaamheidsoogpunt negatief als je veel kostbaar materiaal laat zitten (wat in de toekomst dan misschien nog een keer moet worden gewonnen). Uit de extra opbrengsten kunnen extra optimalisaties worden bekostigd (gebiedsfonds). Er kan meer ondiep water worden gemaakt ten gunste van de Natuurdoelstelling. Ook kan de land-waterverhouding verder worden verbeterd ten gunste van het landschap. Het draagvlak voor aanvullen met extern materiaal is momenteel moeilijk in te schatten. In lijn met het NRD wordt deze optimalisatie niet in het voorkeursalternatief en de vergunningsaanvragen opgenomen. In een later stadium kan deze optimalisatie worden heroverwogen en alsnog worden benut. 1.4.a aanvullen met materiaal onder generiek beleid / lokale specie uiterwaardenprojecten
Materiaal van lokale (uiterwaarden)projecten kan wellicht op draagvlak rekenen. Milieukwaliteit t/m klasse B. Toepassing onder generiek beleid.
X
1.4.b aanvullen met bovenlokale specie
Dit kan waarschijnlijk op minder draagvlak rekenen. Hiervoor Nota bodembeheer opstellen met lokale maximale waarde.
X
1.4.c
Betreft ‘schoon’ materiaal, klasse achtergrondwaarde (Aw) dat vrij toepasbaar is. Dit zou qua milieukwaliteit op lokaal draagvlak moeten kunnen rekenen.
X
aanvullen met klasse Aw
Figuur 28 Beoordeling optimalisaties hoogwaterveiligheid
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
36
WILLEMSPOLDER FASE 1
3.1.2. Variant Bouwgrondstoffen
Figuur 29 Variant Bouwgrondstoffen
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
37
WILLEMSPOLDER FASE 1
1.2.b winnen waar de meest hoogwaardige grondstoffen zitten
++
0
0
0
+
+
+
EINDOORDEEL
++ + 0 --
+
Efficiëntere productie van bouwgrondstoffen. Daardoor minder ingreep in het landschap en de natuur en ook minder emissies (geluid / lucht). Gun++ stigere grondballans door winning van reconstructiemateriaal op plaatsen waar water resteert. Daardoor netto meer afvoer van bouwgrondstoffen.
0
+
Extra winning van reconstructiemateriaal betekent netto meer afvoer van bouwgrondstoffen. Geen invloed op rivierkunde, landschap en natuur. Grondwatereffecten zijn naar verwachting in lijn met basisvariant. Past nog binnen de geluiden emissieruimte van de basisvariant. Minder aanvulmateriaal nodig ten gunste van grondbalans en netto afvoer van grondstoffen. Land waterverhouding blijft gelijk. Iets lager aanvullen is positief voor rivierkunde en natuur. Landtongen kunnen deels begroeien met bos.
1.2.c winning van herinrichtingsspecie in Oostplas optimaliseren ++
0
0
0
0
0
0
1.3.a Landtongen weghalen en geoptimaliseerd terugbrengen
1.3.b Optimalisatie van het oplevermodel
Motivatie
Lucht / veiligheid
Geluid / Trillingen
Natuur
Landschap Archeologie Cultuur historie
NATUUR LANDSCHAP LEEFOMGEVING
Grondwater/ waterkering
WATER
Rivierkunde
BODEM
Milieukwaliteit/ Taludstabiliteit
BESCHRIJVING OPTIMALISATIES
Grondstromen
NR.
+
0
+
0
+
0
0
0
+
+
0
+
0
+
0
0
0
+
Idem als 1.3.a
1.3.d Herinrichtingstalud 1:4 in plaats van 1:5 ++
0
0
0
0
0
Figuur 30 Effectbeoordeling Variant Bouwgrondstoffen
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
38
WILLEMSPOLDER FASE 1
0
0
+
Positief effect op de grondballans en de netto afvoer van bouwgrondstoffen. Taluds worden op basis van ervaring stabiel geacht.
3.2 Hoogwaterveiligheid 3.2.1 Optimalisaties en beoordeling In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau was het nog onzeker of het project Willemspolder fase 1 een concrete rivierkundige taakstelling zou krijgen en hoeveel deze zou bedragen. Inmiddels is duidelijk geworden dat een concrete rivierkundige taakstelling vanuit het programma Integraal Riviermanagement nog geruime tijd (naar schatting 2 jaar) op zich laat wachten. Vergaande rivierkundige maatregelen hebben momenteel geen grondslag en zijn daarom ook niet opgenomen in de optimalisatievariant en het voorkeursalternatief.
NR.
BESCHRIJVING OPTIMALISATIE BEOORDELING EXPERTS
VALT AF ONDERDEEL VARIANT
2.1 Optimaal doorstromingsprofiel 2.1.a in de uiterwaard: profiel zomerkade dwars op de hoofdgeul aanpassen
Geometrie van het dwarse deel in de zomerkade aanpassen zodat deze bij hoogwater minder weerstand geeft.
V
2.1.b in de uiterwaard: hoogte zomerkade aanpassen
Zomerkade is in basisalternatief hoger ontworpen dan in de Keur van het waterschap is aangegeven: aanleggen op 8.30 m+NAP.
V
2.1.c
lagere aanvulniveaus in het landschapsplan zijn inpasbaar, o.a. bij de lobben aan de hoofdgeul en het maaiveld van het vochtig grasland tussen waardweg en dijk. Heeft een iets betere doorstroming van het gebied tot gevolg.
V
2.1.d in de hoofdgeul: aanpassen landtongen tussen plassen
Zinvolle maatregel. Aanpassing van de lobben geeft enkele millimeters rivierkundige winst, zonder ongewenste neveneffecten.
V
2.1.e in de nevengeulen: optimaliseren stromende geulen
Heeft met name een ecologische doelstelling. De rivierkundige (neven)effectenzijn naar verwachting aanvaardbaar indien minder dan 1% van de hoofdstroom op de Waal wordt afgetakt.
V
in de uiterwaard: lagere aanvulniveaus
2.2 Oplossen van hydraulische knelpunten 2.2.a door weghalen van dwarsdam (Nieuwe weg)
Dit is in fase 1, zonder concrete MHW-doelstelling niet realistisch. Omdat achter de verlaagde dam geen volledige hoogwatergeul is aangelegd (volgt pas in fase 2) wordt het water niet goed geleid. Dat geeft onaanvaardbare rivierkundige neveneffecten (dwarsstroming / morfologie). In fase 2 is dit wel een realistische maatregel. Dan kan het water geleid worden door een volwaardig geulensysteem. Fase 1 is een no regret maatregel waarbij het eerste deel van de hoogwatergeul al aangelegd wordt zonder dat de rivierkundige winst al volledig benut wordt.
X
2.2.b door weghalen van hoogwatervrij terrein (rond steenfabriek)
Het hoogwatervrij terrein is een vergund recht. Het weghalen van de dwarsdam en het hoogwatervrijterrein heeft vele centimeters waterstandsdaling ten gevolg, maar in fase 1 is er geen volledige hoogwatergeul om dit in goede banen te leiden. Idem als 2.2.a.
X
2.3
Rivierkundige inpassing bedrijfsbestemming
2.3.a Gestroomlijnde vormgeving bedrijfsterrein / inpassing met geluidswallen 2.4
Dit is met name een maatregel voor doelstelling 5. Inpassing met geluidswallen binnen de contour van het hoogwatervrije vlak heeft geen relevante rivierkundige effecten
V
Minimale opstuwing door vegetatie in de uiterwaard
2.4.a vegetatielegger met zo min mogelijk ruigte in de stroombaan
Er is rivierkundige ruimte binnen project Willemspolder fase 1 om natuurontwikkeling toe te staan. Plaatselijke ontwikkeling van ruigte en ooibos is mogelijk en hoeft niet minimaal te zijn.
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
39
WILLEMSPOLDER FASE 1
X
2.5 Inzetten van waterstandsdaling bij maatgevend hoogwater om dijkversterkingsopgave kosteneffectief te verminderen 2.5.a Gedeelte van de waterstandsdaling inzetten voor Dijkversterking
Uit overleg met WSRL is geen concrete behoefte gebleken. Het ligt meer voor de hand om de extra ruimte in te zetten voor vegetatie (beheerruimte) binnen het gebied. Remmende werking voor golfoploop minimaliseren door betere modelering van de zomerkade en andere inrichting van het voorland (flauwer talud / remmende vegetatie) is wel denkbaar.
X
2.6 Winlocaties optimaliseren om effecten op de veiligheid van de waterkering (o.a. stabiliteit / piping) te minimaliseren 2.6.a Samenwerking in aan te brengen pipingmaatregel WSRL (Echteld DT150)
Uit overleg met WSRL is geen concrete behoefte gebleken. Doordat het voorland binnen de ingreep wordt aangevuld met minder doorlatend materiaal neemt de kwel en het pipingrisico af.
X
2.7 Voldoende dynamiek / voorkomen ongewenste neveneffecten 2.7.a Oeverwal verlagen om piek bij 8000 m3 > 9 meter NAP op te vangen
De oeverwal ligt in de huidige situatie rond 8 m + NAP. Verlaging is geen effectieve maatregel. Het neveneffect is te gering om andere specifieke maatregelen voor te treffen.
X
2.7.b Dwarsstroming bij 10.000m3 bij invaart beperken door andere terreinmodellering
De vraag is of er bij een afvoer van 10.000m3/uur nog schepen varen (beoordelingskader gaat daar wel vanuit). Het effect is echter nu al aanvaardbaar. De richting van het effect is naar de uiterwaard en niet naar de rivier. Verdere mitigatie heeft niet zoveel zin.
X
2.7.c
Dekker heeft een vigerende vergunning voor de invaart en het onderhouden daarvan. Deze is niet opgenomen in de referentie. Beheerruimte invaart benutten (modeleren in overleg met RWS).
Morfologische effecten door aanpassen van de doorvaaropening beperken
Figuur 31 Beoordeling optimalisaties hoogwaterveiligheid
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
40
WILLEMSPOLDER FASE 1
V
3.2.2. Variant Hoogwaterveiligheid
Figuur 32 Variant Hoogwaterveiligheid
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
41
WILLEMSPOLDER FASE 1
EINDOORDEEL
++ + 0 --
2.1.a in de uiterwaard: profiel zomerkade dwars op de hoofdgeul aanpassen
2.1.b in de uiterwaard: hoogte zomerkade aanpassen
+
0
+
0
+
0
0
0
+
Lagere (8,30 m+NAP conform Keur) en beter gestroomlijnde kade is bij hoogwater beter overstroombaar en geeft minder weerstand. De kade is dan ook beter inpasbaar zonder de weg aan te passen. Voor riviernatuur is het ook wenselijk dat de kades lager worden.
+
0
+
0
+
0
0
0
+
Zie 2.1.a. Verder is minder materiaal nodig op de kade aan te leggen.
+
Heeft een iets betere doorstroming van het gebied tot gevolg. In fase 1 heeft dit weinig tot geen invloed. Wellicht kan iets meer beheerruimte voor de natuur worden vrijgemaakt. In fase 2 heeft de maatregel wel een significant positief effect als de Nieuwe weg wordt aangepast. Meenemen in doorkijk naar gebiedsvisie Midden-Waal.
+
Zie 1.3.a. Met deze maatregel kan een aantal mm rivierkundige winst worden behaald zonder relevante neveneffecten.
+
Is in feite een ecologische maatregel, zie 3.3.a. Door niet meer dan 1% van de hoofdstroom door stromende geulen te leiden worden significante neveneffecten voorkomen.
+
Inpassing met geluidswallen binnen de contour van het hoogwatervrije vlak heeft positieve effecten op landschap en geluid Zie 5.1.b) maar geen relevante rivierkundige effecten.
+
Beheerruimte invaart conform vigerende vergunning modeleren in de referentiesituatie (in overleg met RWS). Heeft behoudens een klein rivierkundig effect geen andere effecten.
2.1.c in de uiterwaard: lagere aanvulniveaus
+
2.1.d in de hoofdgeul: aanpassen landtongen tussen plassen 2.1.e in de nevengeulen: optimaliseren stromende geulen
2.3.a Gestroomlijnde vormgeving bedrijfsterrein / inpassing met geluidswallen
2.7.c Morfologische effecten door aanpassen van de doorvaaropening beperken
Motivatie
Lucht / veiligheid
Geluid / Trillingen
Natuur
LANDSCHAP LEEFOMGEVING Landschap Archeologie Cultuur historie
NATUUR
Grondwater/ waterkering
WATER
Rivierkunde
BODEM
Milieukwaliteit/ Taludstabiliteit
BESCHRIJVING OPTIMALISATIES
Grondstromen
NR.
+
0
0
0
0
0
0
0
0
+
+
0
0
+
0
0
0
+
0
++
0
0
0
0
0
0
0
+
0
Figuur 33 Effectbeoordeling variant Hoogwaterveiligheid
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
42
WILLEMSPOLDER FASE 1
0
0
0
+
0
0
0
0
0
0
3.3 Natuurontwikkeling 3.3.1 Optimalisaties en beoordeling Het plangebied is, met uitzondering van het bedrijfsterrein, onderdeel van Natura 2000 gebied Rijntakken. Ook zijn gedeelten van het gebied onderdeel het Natuur Netwerk Nederland / Gelders Natuurnetwerk (GNN en GO). Dit leidt ertoe dat het project zowel uit het oogpunt van natuurbehoud als van natuurontwikkeling wordt beschouwd. Kansen voor natuurontwikkeling liggen in het versterken van het Gelders Natuurnetwerk door uitbreiding van het areaal en kwaliteitsverbetering voor aangewezen soorten of natuurtypen. Daarnaast zijn er kansen voor de ‘natte natuur’ waar de Kaderrichtlijn Water en de Programmatische aanpak grote wateren doelen voor stellen. De voornaamste ontwikkelmogelijkheden en optimalisaties zijn volgens de betrokken experts met name gelegen in het reactiveren van de zandige oeverwal, het aanleggen van stromende geulen, het verwijderen van de zomerkade en de ontwikkeling van de natuurtypen stroomdalgrasland en hard/zachthoutooibos.
NR.
BESCHRIJVING OPTIMALISATIE BEOORDELING EXPERTS
VALT AF ONDERDEEL VARIANT
3.1 Mitigatie verlies aan foerageergebied Ganzen 3.1.a
Bouwland omzetten naar grasland in Gouverneurspolder
Uit de passende beoordeling blijkt dat dit niet noodzakelijk is. Daarom wordt deze ingrijpende en kostbare maatregel achterwege gelaten.
X
3.1.b
Bouwland omzetten naar grasland elders in Rijntakken
Uit de passende beoordeling blijkt dat dit niet noodzakelijk is. Daarom wordt deze ingrijpende en kostbare maatregel achterwege gelaten.
X
3.2 Leefgebied van overige Natura 2000 soorten versterken. 3.2.a
Kwartelkoning:
Kan meeliften met glanshaverhooiland of begraasd stroomdalgrasland op oeverwallen. De soort is qua voorkomen lastig voorspelbaar. Het is dus ook moeilijk om hiervoor specifieke maatregelen te treffen.
3.2.b
Porseleinhoen:
De soort is nog nooit in het gebied aangetroffen. Weinig kansrijk om hier maatregelen voor te treffen.
3.2.c
Wulp / Scholekster / Tureluur
De overgang van water naar grasland is belangrijk voor deze soorten. Er zijn nu veel zandige oevers. Geen typisch smient gebied. Voedselrijke toplaag weghalen tussen Waardweg en dijkzone is een goede maatregel. Daardoor ontstaat vochtiger grasland dat extensief wordt beheerd. Voor wulp, scholekster en tureluur is dat positief. Oeverwal is nu al biotoop voor Wulp. Deze biotoop verder versterken.
V
X V
3.3 Minder omvangrijk en minder diep water 3.3.a
Stromende nevengeul(en) ontwikkelen ten gunste van KRW-doelen (vissen en macrofauna)
Omvormen van lagunes met vooroevers tot stromende geul wordt beschouwd als no regret maatregel voor KRW-doelen (o.a. voor stroom minnende vissen). Zorgt voor dynamiek in het watersysteem. De ontwerpcriteria voor een goed werkende geul in verder uitwerken in overleg met KRW-programma RWS. Inlaatwerk maken door dam Nieuweweg (circa 1% van de hoofdstroom aftappen). Invaart moet open blijven om verhang op rivier optimaal te gebruiken voor stroming in de geul (doel is circa 30 cm/s). De redoute komt daardoor op een eiland te liggen. Dit heeft zeker ook natuurwaarde, o.a. als broedplaats (doelsoort zeearend) met minder druk van recreanten / predatoren (o.a. vos).
3.3.b
aanvoeren grond voor herinrichting om geulen verder op te vullen
Er is in de basisvariant een aanzienlijk tekort aan herinrichtingsmateriaal, waardoor maar een gedeelte van de winbare bouwgrondstoffen afgevoerd kan worden. Daardoor ligt het verder aanvullen van de geulen minder voor de hand. Ecologisch kan het zeker meerwaarde hebben. optimalisaties gericht op de nu al ondiepere delen bij de stromende nevengeulen hebben het meeste effect.
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
43
WILLEMSPOLDER FASE 1
V
X
3.4 Laag dynamische plassen beschermen 3.4.a
Gedeeltelijk in stand laten kade
Gebied met bestaande plassen tussen dijk en Waardweg is interessant voor Blauwborst en Dodaars. Het heeft is niet veel areaal maar heeft wel kwaliteit. Versterking van dit gebiedje en bescherming met een kade heeft meerwaarde.
V
3.4.b
Waardweg als kade benutten
De zomerkade kan weg. Huidige hoogte van Waardweg gebruiken als kade. Hiermee heb je naar verwachting de overstromingsfrequentie zoals die historisch voor deze uiterwaard was bedoeld.
V
3.5 Systeem van lagunes met zandige vrij eroderende oevers creëren 3.5.a
Optimaliseren tot stromende geul door inlaatwerk in dwarsdam
Zie 3.3.a
V
Tussen Waardweg en dijk is dat kansrijk. Materiaal kan voor herinrichting worden gebruikt. Afstemmen met WSRL / Dijkversterking i.v.m. kwel / piping.
V
3.6 Vochtig extensief grasland aanleggen 3.6.a
Verwijderen voedselrijke bovengrond
3.7 Hoofdgeul met zandige vrij eroderende oevers creëren 3.7.a
natuurlijk eroderende oevertaluds
Erosie vindt vooral plaats in zomerbed. In de uiterwaard heeft sedimentatie de overhand. Er kunnen op kleinere schaal wel interessante steilranden ontstaan (voor oeverzwaluw / ijsvogel).
3.7.b
Aanleg van natuurlijke riffen door toevoeging van rivierhout.
In de stromende wateren en aan de oevers is dat positief voor de KRW doelen. Werk met werk maken: vrijkomende bomen toepassen. Met name koppelen aan stromende geul.
X
V
3.8 Extensief beheerd ooibos met hardhout (hogere kern) en zachthout (lagere randen) 3.8.a
Tussen Waardweg en dijk
Delen zijn geschikt, bijvoorbeeld hoogwatervluchtplaats in oksel bij Heersweg.
V
3.8.b
Rond de hoofgeul / plassen
Oeverwal zone is geschikt voor ooibosontwikkeling
V
3.8.c
Op het hoogwatervrij terrein bij bedrijfsterrein
Gebied oostelijk van het bedrijfsterrein en randen langs plassen / hoofdgeul zijn geschikt voor hardhoutooibos
V
3.9 Reactiveren van zandige oeverwallen (Zandmotor) 3.9.a
Oeverwal afgraven tot voor optimale rivierdynamiek
Botanische kwaliteit is nu laag. Aanleg op ongeveer 8 m+NAP is positief voor de ontwikkeling. Contour van de diepere ontzanding hier zoveel mogelijk van weghouden.
V
3.9.b
Goed ontwikkelde Habitats ontzien
Huidige natuurwaarde van het gebied is laag. Oeverwal zou in principe waardevol moeten zijn maar de Botanische kwaliteit is daar ook laag.
X
3.9.c
Percelen van RWS langs rivier meenemen in de ontwikkeling
Liggen buiten het eigendom van Dekker en worden nu niet meegenomen in de ontwikkeling. Het is wel een gedachte om dit in de toekomst mee te gaan nemen in het beheer.
X
3.10 Beheervarianten 3.10.a Specifiek beheer voor N2000 / KRW / GNN
De hoogste natuurwaarde creëer je door extensieve begrazing waarbij vanzelf een mozaïek gaat ontstaan van stroomdalgrasland met glanshaversoorten, struweel en (hardhout)ooibos. Maaibeheer is denkbaar in de dijkzone waar dit vanuit het oogpunt van veiligheid al wordt toegepast. Door het beheer al te starten tijdens de uitvoering wordt een beheerachterstand voorkomen.
3.10.b Gebied na inrichting verkopen aan landschapsbeheerder
Eigen beheer heeft de voorkeur. Dat is ook de wens van Dekker.
3.10.c Eigen beheer in samenwerking met agrarische natuurvereniging met inzet van lokale partijen
Dekker wil het gebied graag zelf beheren, haar eigen achtertuin als visitekaartje gebruiken en meer ervaring als gebiedsbeheerder opdoen. De gedachte is om een beheerorgaan op te richten en dit onder een (agrarische) natuurbeheervereniging te hangen. Inzet van lokale boeren onder ecologische aansturing kan heel goed werken.
Figuur 34 Beoordeling optimalisaties Natuurontwikkeling
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
44
WILLEMSPOLDER FASE 1
V
X V
3.3.2. Variant Natuurontwikkeling
Figuur 35 Variant Natuurontwikkeling
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
45
WILLEMSPOLDER FASE 1
3.3.3. Effectbeoordeling Variant Natuurontwikkeling
3.1.c Overlapping bedrijfsterrein met en overdraai windmolens over GNN voorkomen 3.1.d Verlies aan leefgebied Wulp mitigeren binnen plangebied
0
0
0
0
0
0
0
0
+
+
+
0
0
0
0
0
EINDOORDEEL
++ + 0 --
+
Voorkomen van overlapping bedrijfsterrein met GNN en overdraai van windmolens over GNN heeft een positief effect op natuurwaarden en Landschap
+
Mitigatie door ontwikkeling vochtig extensief beheerd grasland tussen de waardweg en de dijkzone. Recreatiedruk beperken (enkelzijdig struinpad langs de dijkzone). Op zuid westelijke deel van de oeverwal minder bos ontwikkelen. Openheid behouden voor leefgebied Wulp.
+
Kwartelkoning kan meeliften met ontwikkeling van natuurlijk grasland op oeverwallen. De soort is qua voorkomen lastig voorspelbaar. Dat maakt de effectiviteit van de maatregelen op voorhand ook lastig in te schatten. Mede gelet op de mitigatie van de effecten van N-depositie wordt de inrichting van leefgebied voor kwartelkoning (LG11 ) wel meegenomen in het VKA.
+
De overgang van water naar grasland zijn belangrijk voor deze soorten. Er zijn nu veel zandige oevers. Geen typisch Smient gebied. Oeverwal is nu al biotoop voor Wulp. Voedselrijke toplaag weghalen tussen Waardweg en dijkzone is een goede maatregel. Daardoor ontstaat vochtiger en natuurlijker grasland. Voor Scholekster, Tureluur, Watersnip en Wulp is dat positief.
+
De ontwikkeling een stromende nevengeul van circa 1,4 km heeft een grote positieve bijdrage aan ecologische waterkwaliteit. Draagt bij aan de doelen van KRW en PAGW (vissen en macrofauna). Met maatregelen kunnen negatieve rivierkundige neveneffecten worden tegengegaan.
+
Bestaande plassen tussen dijk en Waardweg zijn interessant voor o.a. Blauwborst en Dodaars. Het heeft is niet veel areaal maar heeft wel kwaliteit. Versterking van dit gebiedje heeft meerwaarde.
+
Betreft een gecombineerde maatregel 3.4.a / 3.4.b. Zomerkade kan weg. Hoogte van Waardweg gebruiken als kade. Hiermee heb je naar verwachting de overstromingsfrequentie zoals historisch voor deze uiterwaard bedoeld.
3.2.a Kwartelkoning: natuurlijk grasland op oeverwal 0
3.2.c Watersnip / Wulp / Scholekster / Tureluur: vochtig extensief beheerd grasland
3.3.a Stromende nevengeul(en) ontwikkelen ten gunste van KRW-doelen (vissen en macrofauna) 3.4.a Gedeeltelijk in stand laten zomerkade
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
+
0
+
0
++
0
+
0
0
0
0
0
0
0
0
0
3.4.b Waardweg als kade benutten 0
0
0
0
+
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
0
46
0
WILLEMSPOLDER FASE 1
0
Motivatie
Lucht / veiligheid
Geluid / Trillingen
Landschap Archeologie Cultuur historie
NATUUR LANDSCHAP LEEFOMGEVING
Natuur
Grondwater/ waterkering
WATER
Rivierkunde
BODEM
Milieukwaliteit/ Taludstabiliteit
BESCHRIJVING OPTIMALISATIES
Grondstromen
NR.
3.5.a Optimaliseren tot stromende geul door inlaatwerk in dwarsdam 3.5.b Invaart open houden ten behoeve van benutten verhang voor stroomsnelheid in stromende geul
3.6.a Verwijderen voedselrijke bovengrond tussen waardweg en dijk 3.7.b Aanleg van natuurlijke riffen door toevoeging van rivierhout. 3.8.a Ooibos tussen Waardweg en dijk
3.8.b Ooibos rond de hoofgeul / plassen
3.8.c Ooibos op het hoogwatervrij terrein bij bedrijfsterrein
Zie 3.3.a 0
0
+
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
+
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
++
0
++
-/0
+
0
+
0
+
+
+
+
++
+
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
3.10.a Specifiek beheer voor N2000 doelen / KRW doelen / GNN doelen
3.10.c Eigen beheer in samenwerking met agrarische natuurvereniging met inzet van lokale partijen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
++
0
+
+
+
+
0
0
0
Figuur 36 Effectbeoordeling variant Natuurontwikkeling
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
47
WILLEMSPOLDER FASE 1
+
+
Door de invaart open te houden wordt voorkomen dat water terug loopt door de 'stapstenengeul', waardoor verhang en stroomsnelheid verloren gaat. De locatie van de Redoute komt dan op een eiland te liggen. Dit is ecologisch waardevol omdat broedvogels e.d. beschermd worden tegen predatie en verstoring. Is positief voor het ontwikkelen van natuurlijk soortenrijk grasland. Vrijkomend materiaal kan voor herinrichting worden gebruikt.
+
In de stromende geul en aan de oevers van de plas is dat positief voor de KRW doelen. Werk met werk maken: vrijkomende bomen toepassen.
+
Hoogwatervluchtplaats in de oksel van de Heersweg is geschikt voor hardhoutooibos. Rond 1e en 2e Run is lokaal ruimte voor ontwikkeling van zachthoutooibos
0
+
Oeverwal zone is geschikt voor ontwikkeling hard- en zachthoutooibos. Heeft ecologisch een landschappelijke meerwaarde. Rekening houden met leefgebied Wulp.
0
Gebied oostelijk van het bedrijfsterrein is geschikt voor een flink areaal hardhoutooibos. Heeft ecologisch ++ grote meerwaarde omdat dit een zeldzaam natuurtype is in het stroomgebied van de Rijntakken.
0
Door de oeverwal aan te legen op een optimale maaiveldhoogte rond 8 m+NAP overstroomt deze gemiddeld een week per jaar functioneert ‘de zandmotor’.. Het afzetten van zand en sediment stimuleert de ontwikkeling ++ van volwaardige stroomdalgraslandflora. Door gelijktijdig ooibos te ontwikkelen blijven rivierkundige neveneffecten aanvaardbaar. Contour van de diepere ontzanding beperken tot eigendomsgrens / huidige zomerkade.
0
+
De hoogste natuurwaarde creëer je door extensieve begrazing waarbij vanzelf een mozaïek gaat ontstaan van stroomdalgrasland, struweel en (hardhout)ooibos. Maaibeheer is denkbaar in de dijkzone waar dit vanuit het oogpunt van veiligheid al wordt toegepast. Door het beheer al te starten tijdens de uitvoering wordt een beheerachterstand voorkomen.
+
Dekker wil het gebied graag zelf beheren, haar eigen achtertuin als visitekaartje gebruiken en meer ervaring als gebiedsbeheerder opdoen. De gedachte is om een beheerorgaan op te richten en dit onder een agrarische natuurbeheer vereniging te hangen. Met de inzet van lokale boeren en onder ecologische aansturing kan het beheer heel goed werken.
0
0
3.9.a Oeverwal inrichten voor optimale rivierdynamiek : 'aanzetten zandmotor' 0
+
0
3.4 Landschap en Recreatie 3.4.1 Optimalisaties en beoordeling Het basisalternatief bevat al een ver uitgewerkt landschapsplan met inrichtingselementen (zoals een parkeervoorzieningen en een redoute) en een recreatieve route met voorzieningen (zoals wandel, fietsen struinpaden, trekpontje, stapstenen in de nevengeul, visplekken en ligstrandjes). De inbreng van stakeholders (sinds 2007) en klankbordgroep (sinds 2015) is al in het basisalternatief verwerkt. Landschappelijk gezien zou meer land ten opzichte van water wenselijk zijn. Gelet op het grote tekort aan materiaal om het landschapsplan te kunnen realiseren is dat niet haalbaar (zie doelstelling 1). Bij aanvoer van extern herinrichtingsmateriaal kan het percentage land ten opzichte van water eventueel wel toenemen. Extra opbrengsten kunnen deels gebruikt worden om een gebiedsfonds mee te vullen en dit inzetten voor extra (landschappelijke) optimalisaties. Vooralsnog wordt hier niet voor gekozen. De verbetermogelijkheden liggen vooral in een betere zonering en routering in het gebied en het optimaliseren van de recreatieve voorzieningen.
NR.
BESCHRIJVING OPTIMALISATIE BEOORDELING EXPERTS
VALT AF ONDERDEEL VARIANT
4.1 Passende ontsluitingsmogelijkheden en padenstructuur 4.1.a
Ontsluiting aanpassen op Gastvrije Waaldijk
Vanuit het programma Gastvrije Waaldijk zijn al wel bouwstenen maar nog geen concrete ontsluitingspunten bekend.
X
4.1.b
Ontsluiting aanpassen op parkeerplaats dorpshuis
Het is logisch dat de paden aansluiten op de parkeervoorziening. Dat is een logische start voor een bezoek aan het gebied.
V
4.1.c
Tweede ontsluiting via Heersweg
Deze ontsluiting is aantrekkelijk voor recreanten bij het strandje bij ‘t Spijker en voor Vissers. Een tweede lesprogramma zou vanuit hier kunnen starten richting stroomversnelling met stapstenen / redoute.
V
4.1.d
extra doorsteek voetgangers bij Zondagsestraatje
Kleinschalig houden, bijvoorbeeld overstapmogelijkheid en olifantenpaadje. Vragen aan WSRL om dit ook mee te nemen in de dijkversterkingsopgave en Programma Gastvrije Waaldijk.
V
4.1.e
Honden uitlaatroute / losloopgebied
Losloopgebied dichtbij kern IJzendoorn inrichten. In de rest van het gebied honden aan de lijn in verband met vogels en grote grazers.
V
4.1.f
Route voor ruiterrecreatie / mountainbikers
Is een wens van de Waalzoomruiters (ingekomen via de Klankbordgroep) en wens van wielervereniging Het Versnellertje (ingekomen via gemeenteraad). Het gaat om lokaal en minder intensief gebruik. Geen specifieke voorzieningen voor treffen. Niet in het hele gebied toelaten om verstoring van natuurwaarden te voorkomen. Paadje van ca. 50 cm in de berm langs de doorgaande route langs waardweg en dijkzone is inpasbaar.
V
4.2 Positionering en ontwerp parkeergelegenheid 4.2.a
Afgestemd op nieuw dorpshuis IJzendoorn
Dorpshuis wil graag een parkeerplaats aan de oostzijde van toegangsweg Dekker. Het is landschappelijk beter om dit gebied agrarisch en open te houden. Landschappelijk gezien is de westelijke kant van de weg beter om dat hier al sprake is van terreininrichting. Voorziening in goed overleg met dorpshuis positioneren in het gebied.
4.2.b
Afgestemd op Veerhaven Ochten
Veerhaven Ochten ligt te ver weg. Geen raakvlak met parkeren of gebiedsontsluiting. Het is niet de bedoeling dat Willemspolder fase 1 bovenlokale aantrekkingskracht heeft.
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
48
WILLEMSPOLDER FASE 1
V
X
4.3 Optimale plaatsing van voorzieningen in een logische routering 4.3.a
Trekpontje ter hoogte landtongen bij vm. steenfabriek
Trekpontje is een attractie. Dure voorziening dus goed benutten. Past op deze locatie het beste bij de zonering van het gebied. Maakt een rondwandeling van ongeveer een uur rond de Oostplas mogelijk. Op deze plaats is de doelgroep die de voorziening gebruikt het grootst.
4.3.b
Trekpontje ter hoogte van Redoute
Trekpontje bij de Redoute heeft voorkeur omdat deze voorziening een aantrekkende werking met belevingswaarde heeft. Dit had in het basisalternatief de voorkeur van de Klankbordgroep en Landschapsarchitecten. Dit sluit echter niet goed aan bij de zonering van het gebied met de meest intensieve functies rond de Oostplas. Conflicteert met optimalisatie stromende geul, zie 3.3.a.
4.3.c
Recreatieve route door gebied opwaarderen tot beweeg- en beleefroute, gekoppeld aan informatiepunten met QR-codes en lesprogramma voor lokale scholen.
Lokale projectgroep ‘Beweeg & Beleefroute’ heeft (als vooruitgeschoven post van de klankbordgroep) dit concept uitgewerkt in een kaart met inrichtingselementen / informatiepunten / lesprogramma.
V
4.3.d
Toevoegen van natuurlijke Beweeg-aanleidingen
Stimuleren van beweging in de buitenlucht is een belangrijk pluspunt. Het is laagdrempelig, kosteloos en voor een hele brede doelgroep. Naast beweegoefeningen ook kracht- en balansoefeningen aanbieden (volgens beweegnorm), naar aanleiding van natuurlijke elementen, zoals: boomstammen, klimboom, grote steen, speelheuvel, Mogelijkheid om hutten / vlotten te bouwen en veilig te spelen met zand en modder.
V
4.3.e
Toevoegen van natuurlijke Beleef-aanleidingen
Het inspelen van natuurlijk speelgedrag en creativiteit voor kinderen is heel positief. Dat kan met beleefaanleidingen, zoals: Plek om proefnemingen te doen (o.a. Stroomsnelheid meten), sloten om waterdiertjes te zoeken en slootje te springen, Land-art element “waterhoogtemeter” (maak waterstand beleefbaar), wilgenpoort (voorbeeld Stadswaard), vlechten met wilgen (met gebiedseigen materiaal). Aandacht voor bescherming ecologische waarden: Losloopgebied voor honden (i.v.m. weidevogels), Uilenkasten (bijvoorbeeld voor steenui�tjes), Rust- / slaapplaats voor Vleermuizen.
V
4.3.f
Historie gebied vertellen met gebiedseigen verhaalaanleidingen
Ook de cultuurgeschiedenis van het gebied levend maken met verhaalaanleidingen zoals: Delfstoffenwinning: anker / baggeremmers / smalspoor (klei) / Steenfabriek (paar historische elementen behouden) / Landart element: Huis IJzendoorn / Oude boot : Ontsnapping 15 Engelse Para’s over de Waal in WOII / App : info via QR codes.
V
4.3.g
Watertappunt
Is zeer wenselijk voor de recreanten en past bij het gemeentelijke beleid om kinderen water te laten drinken en zwerfvuil te voorkomen. Bij kantoor en tweede mogelijkheid bij bedrijfsbestemming
V
4.3.h
Ooibos / knotwilgenrij / struinpad aan dijkteen
Steunberm in dijkzone aanbrengen waarop ooibosontwikkeling plaats mag vinden en plaats is voor een struinpad en knotwilgenrij / meidoornstruweel. In overleg met WSRL zijn hiervoor mogelijkheden buiten de kernzone van de dijk.
V
4.3.i
Botenhelling (jollen e.d.)
Varen op de plas is problematisch. Vissen vanuit een bootje is nu niet toegestaan om overlastsituaties te voorkomen. Het is lastig handhaven als er motorboten en jetski’s te water worden gelaten. Dat geeft overlast en conflicteert met de natuurdoelstelling. Er is een bestaande voorziening bij het steenfabrieksterrein. Deze handhaven en incidenteel gebruiken in georganiseerd verband. Dat is beheersbaar. Verder blijft varen verboden.
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
49
WILLEMSPOLDER FASE 1
V
X
X
4.4. Stroomversnelling met spannende doorwaadbare plek 4.4.a
Stapstenen op 5 m+NAP voor gebruik bij gemiddelde waterstand
De stapstenen liggen zo op veilige hoogte boven de jaargemiddelde afvoer van de Waal van 4,87 m+NAP en de zomerafvoer van 4,60 m+ NAP. Op deze wijze is de voorziening in het recreatieseizoen veilig te gebruiken.
V
4.4.b
Stapstenen op 4 m+NAP voor gebruik bij laagwater
Door alternatieve stapstenen aan te brengen die veilig te gebruiken zijn bij laagwater ervaar je toch de waterdynamiek. Gevaar voor een val in het water wordt zo beperkt.
V
4.4.c
Stapstenen buiten gebruik bij hoogwater
Afsluiting van de voorziening bij onveilige situaties zoals hoogwater. Waarschuwing op informatieborden in het gebied.
V
4.5 Historische locatie redoute markeren met uitzichtpunt 4.5.a
Vormgeving op historische grondslag / Kunstzinnige vormgeving
Plek komt overeen met de historische waardenkaart. Land-art en historie kan samengaan hier, dat is geen tegenstelling.
4.5.c
Combinatie met vogelkijkhut
De vraag is of dit een goede plek is en of dit aan de randvoorwaarden voldoet. Deze combinatie wordt niet wenselijk geacht.
V
X
4.6 Veilig gebruik voorzieningen (o.a. bij hoogwater) 4.6.a
Trekpontje
Voorziening in het hoogwaterseizoen weghalen. Of in een voorziening vastleggen en de kabel laten afzinken.
V
4.7 Ontwikkelsuggesties Gemeente Neder-Betuwe 4.7.a
Recreatie A: Hotel/ restaurant met Waalterras B: Badhuis en strandbad C: Jachthaventje
A: Hotel/restaurant is een bovenlokale voorziening met verkeer aantrekkende werking. De bereikbaarheid is problematisch (verkeer over de dijk en door IJzendoorn). Een bovenlokale aantrekkingskracht is nooit de bedoeling geweest van het plan Willemspolder. Wordt dan ook een concurrent van TOP Veerhaven Ochten. Dat is niet wenselijk. B: De aantrekkingskracht van een badhuis/strandbad is te hoog, waardoor de doelstelling voor lokale recreatie wordt verlaten. C: Er is geen recreatieve vaart op de Waal omdat deze daar niet voor geschikt is. De beroepsvaart is dominant op de Waal. Een jachthaventje is daarom niet wenselijk.
X
4.7.b
Bedrijvigheid /voorzieningen A: Nieuwe bebouwing B: Aanleg nieuwe natuur
Locatie is heel geschikt als grondstoffen HUB. Het betreft een kade-gebonden bedrijfsbestemming aan de Waal op ruimte afstand van woningen. Dat is zeldzaam en hoogwaardig. Het is niet in overeenstemming met het provinciale beleid om deze locatie af te waarderen voor niet watergebonden functies (creatieve /ambachtelijke bedrijvigheid of maatschappelijke voorzieningen) en natuur (het plan voorziet daar al in heel ruime mate in). Voor RWS zou de optie afgraven voor Hoogwaterveiligheid nog prevaleren boven bestemmen voor wonen / recreëren / niet watergebonden bedrijven.
X
4.7.c
Wonen A: Tiny houses B: Gezamenlijke (moes)tuin C: Windmolen
Tiny houses met tuin zijn landschappelijk de meest sympathieke suggestie om mee te nemen. Woonbestemmingen (buiten de bedrijfswoning) zijn echter moeilijk te verenigen met een zo waardevolle bedrijfslocatie. Gezien de hoogwaardigheid van deze bedrijfslocatie moet je deze ook optimaal benutten. De windmolen past wel bij de bedrijfsbestemming.
X
4.7.d
samengestelde variant uit ontwikkelsuggesties gemeente:
Passende recreatieve bedrijvigheid: zoals HUMUS / Stichting BEWELL met bijbehorende onderkomens: safaritenten / hutten / toiletvoorziening / evt. zelfbouw tiny houses
Figuur 37 Beoordeling optimalisaties Landschap en Recreatie
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
50
WILLEMSPOLDER FASE 1
V
3.4.2. Variant Landschap en Recreatie
Figuur 38 Variant Landschap en Recreatie
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
51
WILLEMSPOLDER FASE 1
3.4.3. Effectbeoordeling Variant Landschap en Recreatie
4.1.b Ontsluiting aanpassen op parkeerplaats dorpshuis 4.1.c Tweede ontsluiting via Heersweg
4.1.d Extra doorsteek bij Zondagsestraatje 4.1.e Hondenuitlaatroute / losloopgebied
4.1.f
0
0
0
0
0
+
0
0
EINDOORDEEL
++ + 0 -+
Het is landschappelijk logisch dat de paden aansluiten op de parkeervoorziening als startlocatie voor een bezoek aan het gebied.
0
0
0
0
0
+
0
0
+
Deze ontsluiting is aantrekkelijk voor recreanten bij het strandje bij 't Spijker en voor vissers. Een lesprogramma voor kinderen zou hier kunnen starten richting redoute en stroomversnelling.
0
0
0
0
0
+
0
0
+
Logische plek voor een kleinschalige extra toegang tot het gebied, bijvoorbeeld overstapmogelijkheid en olifantenpaadje.
+
Losloopgebied inrichten en in de rest van het gebied honden aan de lijn in verband met vogels en grote grazers. Dit heeft een positief effect ten opzichte van referentiesituatie. Is een wens van de Waalzoomruiters, ingekomen via de Klankbordgroep en wens van wielervereniging Het Versnellertje ingekomen via gemeenteraad. Het gaat om lokaal en minder intensief gebruik. Geen specifieke voorzieningen voor treffen en niet in het hele gebied toelaten. Paadje van ca. 50 cm in de berm langs de doorgaande route is denkbaar. Bij het extensief vochtig grasland geen rondje mogelijk maken. Dit geeft een te hoge druk op de natuur. Voorkeur heeft een pad langs de dijkzone i.s.m. WSRL.
0
0
0
0
+
+
0
0
Route voor ruiterrecreatie / mountainbikers
4.2.a P afgestemd op nieuw dorpshuis IJzendoorn
Motivatie
Lucht / veiligheid
Geluid / Trillingen
Landschap Archeologie Cultuur historie
NATUUR LANDSCHAP LEEFOMGEVING
Natuur
Grondwater/ waterkering
WATER
Rivierkunde
BODEM
Milieukwaliteit/ Taludstabiliteit
BESCHRIJVING OPTIMALISATIES
Grondstromen
NR.
0
0
0
0
-
+
0
0
0
0
0
0
0
0
+
0
0
+
4.3.a Trekpontje ter hoogte van landtongen bij vm. steenfabriek
0
0
0
0
+
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
0
52
0
WILLEMSPOLDER FASE 1
0
+
Voorziening in goed overleg met dorpshuis positioneren in het gebied. Trekpontje is een attractie. Dure voorziening dus goed benutten. Oostelijke optie past beter bij de zonering: intensieve functies in het oosten van gebied. Ook is het rondje en de af te leggen afstand met het trekpontje korter en daarmee toegankelijker voor een breder publiek. Gelet op het functioneren van de stromende geul uit optimalisatie 3.3.a is het gewenst dat de er een opening blijft ter hoogte van de huidige invaart. Vanuit ecologie is het positief dat er dan een eiland ontstaat. Landschappelijk betekent dit dat de redoute een Landmark wordt en minder gebruiksfunctie heeft.
4.3.c recreatieve route door gebied opwaarderen tot beweeg- en beleefroute, gekoppeld aan informatiepunten met QR-codes en lesprogramma voor lokale scholen.
0
0
0
0
0
++
0
0
Het inrichtingsvoorstel van de Projectgroep Beweeg en beleefroute heeft een grote meerwaarde op de beleving van het landschap. De informatieverstrekking via lesprogramma en QR-codes dragen daar aan bij. Bij uitwerking rekening houden ++ met zonering. Het landschap moet aanleidingen bieden tot het gebruik, dus vormen van gebruik niet te rigide aanwijzen. Plan brengt doelgroep van jong tot oud in beweging en sluit goed aan bij de gemeentelijke doelen en de lokale behoefte.
0
Stimuleren van beweging in de buitenlucht is een belangrijk pluspunt. Het is laagdrempelig, kosteloos en voor een hele brede doelgroep. Naast bewee++ goefeningen ook kracht- en balansoefeningen aanbieden (volgens beweegnorm), naar aanleiding van natuurlijke elementen (zoals een boom, een steen of een industrieel relict).
0
Het inspelen van natuurlijk speelgedrag en creativiteit voor kinderen ++ is heel positief. Bevorderd ook de landschapsbeleving voor een bredere doelgroep.
4.3.d Toevoegen van natuurlijke Beweeg-aanleidingen 0
4.3.e Toevoegen van natuurlijke Beleef-aanleidingen 4.3.f
Historie gebied vertellen met gebiedseigen verhaalaanleidingen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
++
0
++
0
++
0
0
0
0
4.3.g Watertappunt 0 4.3.h Knotwilgenrij / meidoornstruweel / hakhoutgriend en struinpad langs dijkzone
0
0
0
0
0
0
0
0
++
0
+
0
0
Er is voor alle inwoners wat wils. Op deze wijze wordt de cultuurgeschie++ denis van het gebied levend gemaakt.
0
Is zeer wenselijk voor de recreanten en past bij het gemeentelijke beleid ++ om kinderen water te laten drinken en zwerfvuil te voorkomen.
0
Aanbrengen van hakhoutgriend, knotwilgenrij / meidoornstruweel als begeleiding van het struinpad in de dijkzone heeft landschappelijke meerwaarde. Buiten de kernzone zijn er in goed overleg met WSRL mogelijkheden.
+
Keuze voor gemiddeld laagwaterpeil zodat de voorziening in het recreatieseizoen veilig gebruikt kan worden.
4.4.a Stapstenen op 5 m+NAP voor gebruik bij gemiddelde waterstand
0
0
0
0
0
+
0
0
+
4.4.b Stapstenen op 4 m+NAP voor gebruik bij laagwater
0
0
0
0
0
+
0
0
+
alternatieve stapstenen aanbrengen die veilig te gebruiken zijn bij laagwater zorgt voor ervaring van waterdynamiek.
4.4.c Stapstenen buiten gebruik bij hoogwater 4.5.a Redoute historisch / kunstzinnig vormgeven
0
0
0
0
0
+
0
0
+
Afsluiting van de voorziening bij onveilige situaties zoals hoogwater. Waarschuwing op informatieborden in het gebied.
0
0
0
0
0
+
0
0
+
Plek komt overeen met de historische waardenkaart. Landart en historie kan samengaan hier, dat is geen tegenstelling.
0
0
0
0
0
+
0
0
0
Voorziening in het hoogwaterseizoen weghalen. Of in een voorziening vastleggen en de kabel laten afzinken.
+
Passende recreatieve bedrijvigheid: zoals HUMUS / Stichting BEWELL met bijbehorende onderkomens: safaritenten / hutten / toiletvoorziening / zelfbouw tiny houses
4.6.a Trekpontje
4.7.d samengestelde variant ontwikkelsuggesties gemeente
0
0
0
0
-
++
0
Figuur 39 Effectbeoordeling Variant Landschap en Recreatie
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
53
WILLEMSPOLDER FASE 1
0
3.5 Duurzaamheid en Mobiliteit 3.5.1 Optimalisaties en beoordeling Het basisalternatief gaat uit van revitalisering van de bedrijfsbestemming ten behoeve van de duurzame productie van bouwgrondstoffen (op-/overslag en bewerking) en de bevordering van mobiliteit door havenontwikkeling (geschikt voor groot Rijnschip Va / Vb) en scheepstransport. De optimalisaties richten zich met name op alternatieve activiteiten, positionering en inpassing
NR.
BESCHRIJVING OPTIMALISATIE
BEOORDELING EXPERTS
VALT AF
ONDERDEEL VARIANT
5.1 Revitalisering van de bedrijfsbestemming ten behoeve van de duurzame productie van bouwgrondstoffen (op-/overslag en bewerking) en de bevordering van mobiliteit door havenontwikkeling (geschikt voor groot Rijnschip Va / Vb) en scheepstransport 5.1.a
Drijvende klasseerinstallatie in haven in plaats van landinstallatie
Dekker heeft vooral drijvend materieel. Toepassing drijvende installatie vergt minder investering en geeft meer flexibiliteit in de praktijk ten opzichte van een vaste installatie. Er hoeft niet continue een installatie te liggen, deze kan ook elders op projecten worden ingezet. Landinstallatie heeft weinig lokaal draagvlak. Heeft vooral te maken met aanzicht en geluid. Drijvende klasseerinstallatie heeft vergunbare geluidsniveaus (vergelijkbaar met landinstallatie). Schepen lossen het materiaal onder water. Vervolgens met zuiger in de installatie brengen. Daarna verladen naar landopslag of schip. Drijvende installatie ligt lager in het landschap en is daardoor minder zichtbaar en heeft minder geluidsemissie naar de omgeving.
V
5.1.b
Landschappelijke inpassing met geluids-/zichtwal (met beplanting)
Geluid-/Zichtwallen op 15 m+NAP hebben visueel en akoestisch een positief effect. Aan zijde van de Waal rekening houden met zichtlijnen scheepvaart. Begrenzing GNN respecteren.
V
5.1.c
Alternatieve locatie bedrijfs bestemming
De Binnenwaard betreft een bedrijfsterrein dat door een bestaande laad/loskade (met een vigerende vergunning van RWS) is ontsloten voor scheepvaart. Ook is er een bestaande invaart ten behoeve van de ontwikkeling van een haven voorhanden. Op basis van artikel 2.11 van de Omgevingsverordening provincie Gelderland worden deze bedrijfskavels in een bestemmingsplan alleen bestemt voor bedrijvigheid die voor goederenoverslag of productieactiviteiten afhankelijk is van een vestigingslocatie direct aan vaarwater met een eigen kade of in de directe nabijheid van een openbare kade. De binnenwaard ligt logistiek op een voor Nederland bijzonder gunstige locatie, nabij het splitsingspunt tussen de Waal en het Amsterdam-Rijnkanaal. Vanaf deze locatie kunnen enerzijds kleine schepen met grondstoffen naar bestemmingen varen, waar grote schepen niet kunnen komen en waar aanvoer per as niet wenselijk is. Anderzijds kunnen grote schepen die vanuit Amsterdam of Rotterdam de Rijn opvaren naar havens in de buurt van bijvoorbeeld Basel, Straatsburg of Karlsruhe, hun retourvracht met grondstoffen op de Binnenwaard lossen. Hierdoor kan een optimale bezetting van de beschikbare scheepsruimte worden bereikt.
De Binnenwaard is ook geschikt om materiaal op te slaan in tijden van voldoende water in de (boven)Rijn, zodat in tijden van droogte, zoals die in de toekomst steeds meer verwacht worden, de grondstoffen toch beschikbaar blijven voor de industrie ten behoeve van de (woning)bouw in het westen van ons land. In het licht van de hoogwaterbeschermingsopgave is de binnenwaard ook heel geschikt om de langs de rivieren vrijkomende grondstoffen te verwerken / over te slaan. Hiertoe kan Dekker enerzijds haar groeves op de Boven-Rijn benutten en anderzijds haar eigen vloot inzetten welke geschikt is om tot in de haarvaten van Nederland te varen. Hiermee zal de Binnenwaard een waardevolle schakel worden voor duurzame scheepvaart c.q. duurzaam transport. Voor de toekomst wordt ook gedacht aan het benutten van deze locatie als laadstation voor duurzame energie (stroom, waterstof etc.). De locatie ligt op ruime afstand van omliggende woningen en andere gevoelige bestemmingen (op ca. een kilometer van IJzendoorn en Beneden-Leeuwen). Er zijn geen kadegebonden bedrijfsterreinen met vergelijkbare ontwikkelingsmogelijkheden in de nabijheid voorhanden. Daarmee ontbreken realistische alternatieve vestigingslocaties.
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
54
WILLEMSPOLDER FASE 1
X
5.2 Optimale positionering bij gelijke oppervlakte bedrijfsbestemming 5.2.a
Bedrijfsbestemming realiseren op pyrietslakkenstort kleinere oppervlakte haven
Minder bouwgrondstoffenwinning door aanleg van kleinere haven. Kleinere haven is nog wel functioneel. Afdekvariant sanering pyrietslakken is effectief (geen contactmogelijkheden), veel minder milieubelastend in de realisatiefase en aanzienlijk minder kostbaar. Uit overleg met provincie Gelderland blijkt dat herschikken van het ene op het andere geval van bodemverontreiniging niet mag. Juridisch gezien ontstaat er dan een nieuwe stortplaats en dat is niet toegestaan. Landschappelijk blijft er ontwikkelingsruimte voor ooibos over. Dat is zeldzaam en dus waardevol. Voor de milieuaspecten Geluid en lucht heeft het alternatief geen relevant verschil.