Bijlage 1 - MER
Tekst van het document
Milieueffectrapportage Willemspolder fase 1
1
Milieueffectrapportage Willemspolder fase 1 Status Definitief Versie 1.0 Datum 29 januari 2021 Initiatiefnemer Dekker Grondstoffen B.V. Opstellers Fundamental Concepts | John Holtrust-Westerbeek Dekker Grondstoffen B.V. | Toon van Mierlo
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
2
WILLEMSPOLDER FASE 1
Inhoudsopgave SAMENVATTING
6
4. VOORKEURSALTERNATIEF
61
1. INLEIDING
15
5. EFFECTBEOORDELING
63
1.1 Achtergrond en inleiding
15
1.2 Gebiedsvisie Midden-Waal
15
5.1.1 Grondstromen
64
1.3 Willemspolder fase 1
16
5.1.2 Milieukwaliteit
66
1.3.1. Bestaande situatie
16
5.1.3 Taludstabiliteit
68
1.3.2. Referentiesituatie
17
5.1.4 Conclusie effectbeoordeling Bodem
69
1.4 Rol van de m.e.r. in de besluitvorming
19
1.5 Werkwijze en leeswijzer
21
5.1 Bodem
5.2 Water
63
69
5.2.1 Rivierkunde
69
5.2.2 Grondwater
72
2. VOORGENOMEN ACTIVITEITEN
22
5.2.3 Waterkering
74
2.1 Voornemen op hoofdlijnen
22
77
2.2 Projectdoelen
22
2.3 Projectkader
22
2.4 Basisalternatief
30
2.5 Werkwijze
31
2.5.1 Planning
31
5.3.4 Ecologische waterkwaliteit
88
33
5.3.5 Conclusie effectbeoordeling natuur
90
2.5.2 Voorgenomen wijze van realisatie 2.5.3 Eindinrichting
33
2.5.4 Beheer
33
3. OPTIMALISATIES EN VARIANTEN
34
3.1 Bouwgrondstoffenbehoefte
35
5.2.4 Conclusie effectbeoordeling Water
5.3 Natuur 5.3.1 Natura 2000 5.3.2 Natuurnetwerk Nederland 5.3.3 Beschermde soorten
5.4 Landschap 5.4.1 Landschap en cultuurhistorie
77 77 80 85
91 92
5.4.2 Archeologische waarden
97
5.4.3 Conclusie effectbeoordeling Landschap
98
5.5 Leefomgeving
98
3.1.1 Optimalisaties en beoordeling
35
5.5.1 Geluid
99
3.1.2. Variant Bouwgrondstoffen
37
5.5.2 Laagfrequent geluid en Trillingen
103
39
5.5.3 Luchtkwaliteit
104
3.2.1 Optimalisaties en beoordeling
39
5.5.3.1 Stikstofdioxide en fijnstof
104
3.2.2. Variant Hoogwaterveiligheid
41
5.5.3.2 Stikstofdepositie
104
43
5.5.4 Externe veiligheid
105
43
5.5.7 Conclusie effectbeoordeling
3.2 Hoogwaterveiligheid
3.3 Natuurontwikkeling 3.3.1 Optimalisaties en beoordeling 3.3.2. Variant Natuurontwikkeling
45
Leefomgeving
106
3.3.3. Effectbeoordeling Variant Natuurontwikkeling
46
3.4 Landschap en Recreatie
48
6.1 Conclusie
107
3.4.1 Optimalisaties en beoordeling
48
6.2 Aanbevelingen
111
3.4.2. Variant Landschap en Recreatie
51
6.2.1 Bestemmingsplan en
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
3.4.3. Effectbeoordeling Variant Landschap 52
en Recreatie 3.5 Duurzaamheid en Mobiliteit
vergunningsaanvragen
111
6.2.2 Monitoring en evaluatie
112
54
3.5.1 Optimalisaties en beoordeling
54
3.5.2. Variant Duurzaamheid en Mobiliteit
57
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
3
107
WILLEMSPOLDER FASE 1
Kaarten NR.
ONDERWERP KAART
1 Landschap
Verbeelding Basisalternatief
x
2 Landschap
Verbeelding Voorkeursalternatief
x
3 Grondgebruik
Grondgebruik Referentiesituatie Willemspolder fase 1
x
4 Grondgebruik
Grondgebruik Basisalternatief Willemspolder fase 1
x
5 Grondgebruik
Grondgebruik Voorkeursalternatief Willemspolder fase 1
x
6 Grondgebruik
Grondgebruik Huidige situatie Gebiedsvisie Midden-Waal / Willemspolder
x
7 Grondgebruik
Grondgebruik Huidige situatie Gebiedsvisie Midden-Waal / Gouverneurspolder x
8 Grondgebruik
Grondgebruik Nieuwe situatie Gebiedsvisie Midden-Waal Willemspolder
x
9 Grondgebruik
Grondgebruik Nieuwe situatie Gebiedsvisie Midden-Waal Willemspolder
x
10 Bouwgrondstoffen
Technisch ontwerp Basisalternatief
x
11 Bouwgrondstoffen
Technisch ontwerp Voorkeursalternatief
x
12 Natuurontwikkeling
Kaart Natuurontwikkeling Willemspolder fase 1
x
13 Recreatie
Kaart Beweeg & Beleefroute
x
14 Bodemhoogte
Bestaand maaiveld
x
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
PAGINA
4
WILLEMSPOLDER FASE 1
Bijlagen NR. MILIEUASPECT
BIJLAGEN / ONDERZOEKEN
1
Bodem, milieukwaliteit
(Water)bodemkwaliteitskaart (inclusief PFAS) Willemspolder 1, Sweco, kenmerk: 371959, d.d. 28 september 2020
2
Bodem, milieukwaliteit
Verkennend Waterbodemonderzoek Willemspolder fase 1 (verdachte locaties), Sweco, kenmerk 371959, d.d. 17 december 2020
3
Bodem, Taludstabiliteit
Oeverstabiliteit zandwinputten Willemspolder, Fugro, kenmerk: 1217-0056-001, d.d. 14 december 2020
4
Water, Rivierkunde
Willemspolder Fase 1 Rivierkundige effectbepaling, De Joode, AHA en Riquest, kenmerk: 079.07, d.d. 29 januari 2021
5
Water, Grondwater
Beschouwing geohydrologische invloed Ontwikkeling Willemspolder – Fase 1, Fugro, Kenmerk: 217-0056-001, d.d. 29 januari 2021
6
Water, Waterkering Effecten Primaire kering herinrichting Willemspolder Fase 1, Fugro, kenmerk: 1217-0056-001_35. R01 01, d.d. 19 Oktober 2020
7
Natuur, Natura 2000
Passende beoordeling Willemspolder fase 1, Sovon, kenmerk: 2020/34, d.d. 23 september 2020
8
Natuur, NNN
Beoordeling van de effecten van de herinrichting van Willemspolder fase 1 op de kernkwaliteiten van het GNN en de GO, Sovon, kenmerk: 2020/33, d.d. 13 oktober 2020
9
Natuur, Soorten
Beoordeling effecten Natuur op beschermde soorten herinrichting Willems polder Fase 1, Kurstjens Ecologisch Adviesbureau, d.d. 23 september 2020
10
Landschap, Landschapsplan
Onderbouwing ontwerpkeuzes Landschapsplan Willemspolder, Jan Bruyn Landschapsarchitectuur, d.d. december 2018
11
Landschap, Cultuurhistorie
Cultuurhistorische rapportage voor de herinrichting van de Oostelijke Willemspolder, RAAP, d.d. 23 februari 2007
12
Landschap, Archeologie
Herinrichting Willemspolder fase 1, Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend/karterend booronderzoek , ADC ArcheoProjecten, kenmerk 5339, d.d. 6 januari 2021
13
Leefomgeving, Onderzoek geluid, laagfrequent geluid en trillingen Willemspolder fase 1, Geluid en trillingen LBP|Sight, kenmerk: R087286aa.201GZQ4.rvw, d.d. 29 september 2020
14
Leefomgeving, Luchtkwaliteit
Onderzoek luchtkwaliteit Willemspolder fase 1 , LBP|Sight, kenmerk: R087286aa.20BSW9D.jdb, d.d. 28 september 2020
15
Leefomgeving, Stikstofdepositie
Stikstofdepositie Willemspolder fase 1, LBP|Sight, kenmerk: R087286aa.20AXCWA.jdb, d.d. 28 september 2020
16
Leefomgeving Externe veiligheid
Beoordeling externe veiligheid waterstof Herinrichting Willemspolder fase 1, LBP|Sight, kenmerk: V087286aa.20DENDD.jst, d.d. 7 oktober 2020
17
Leefomgeving Externe veiligheid
Analyse Externe Veiligheid windturbines Willemspolder, Pondera Consult, kenmerk: 720110, d.d. 15 oktober 2020
18
Leefomgeving, Windmolens
Willemspolder fase 1, Slagschaduw, LBP|Sight, kenmerk: R087286aa.2080ADF. dv, d.d. 9 juni 2020
19
Leefomgeving, Windmolens
Memo ondersteuning bij MER onderdeel windenergie, Pondera Consult, kenmerk: 720110, d.d. 1 oktober 2020
20
MER algemeen, NRD
Herinrichting Willemspolder Fase 1, Notitie over de inhoud van de MilieuEffectRapportage (NRD), Dekker Grondstoffen en Fundamental Concepts, december 2019
21
MER algemeen, Advies
Ontgronding en gebiedsontwikkeling Willemspolder fase 1, Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport, Commissie voor de MilieuEffectRapportage, d.d. 25 maart 2020
22
MER Algemeen, Procedures
Procedureschema MER Willemspolder fase 1
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
5
WILLEMSPOLDER FASE 1
Samenvatting Dekker Grondstoffen BV (hierna: Dekker) wil de uiterwaarden aan de noordzijde van de Waal, globaal tussen Dodewaard en het Amsterdam-Rijnkanaal, herinrichten. Over een lengte van 12 km veranderen de overwegend agrarisch gebruikte uiterwaarden in een waterrijk natuurgebied met nevengeulen en eilandjes, met ruimte voor hoogwater, natuurrecreatie en duurzame watergebonden bedrijvigheid. Dit alles wordt gefinancierd uit de winning van zand, grind en klei in het gebied. Hiervoor heeft het bedrijf de gebiedsvisie Midden-Waal opgesteld dat 3 projecten bevat. In dit MER staat de eerste fase van de Willemspolder centraal. Verschillende alternatieven voor de ontwikkeling zijn in het MER beoordeeld op effecten voor de bodem, het water, de natuur, het landschap en de leefomgeving. Op basis daarvan is het voorkeursalternatief bepaald. Dat is het plan dat het beste bijdraagt aan de projectdoelen en optimale milieueffecten heeft. Hierop worden het bestemmingsplan en de vergunningaanvragen gebaseerd. Het MER wordt in de procedures gebruikt om het milieubelang een voorwaardige plaats in de besluitvorming te geven.
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
6
WILLEMSPOLDER FASE 1
Gebiedsvisie Midden-Waal De Gebiedsvisie Midden-Waal vormt het globale kader voor de ontwikkeling van het gebied tussen pakweg Dodewaard en het Amsterdam-Rijnkanaal bij Tiel. Dekker wil met deze gebiedsontwikkeling de volgende maatschappelijke doelen realiseren: 1. Bouwgrondstoffenbehoefte; 2. Hoogwaterveiligheid; 3. Natuurontwikkeling; 4. Landschapsinrichting en recreatie; 5. Duurzaamheid en mobiliteit. Dekker wil in lijn met Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) in dit gebied “toekomstbestendig grote wateren creëren, waar hoogwaardige natuur goed samengaat met een krachtige economie”. Dieper water waaruit bouwgrondstoffen zijn gehaald wordt in het gebied afgewisseld met ondiepere stromende geulen ter verbetering van de ecologische waterkwaliteit. De hoogwatergeulen sluiten qua omvang aan op de al aanwezige plassen in het gebied. Gezien de omvang van het project, gebeurt de ontwikkeling in 3 fasen van elk circa 10 jaar. 1. Willemspolder fase 1 2. Willemspolder fase 2* 3. Gouverneurspolder* *: volgorde wordt in de komende jaren nader bepaald Dit MER richt zich op project Willemspolder fase 1 en geeft daarbij een doorkijk naar de gehele Gebiedsvisie Midden-Waal.
Figuur 1 Bestaande situatie (de blauwe lijn is Willemspolder fase 1)
Figuur 2 Gebiedsvisie Midden-Waal
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
7
WILLEMSPOLDER FASE 1
Hoe ziet het plan (Voorkeursalternatief) eruit?
DOEL 1:
DOEL 2:
DOEL 3:
DOEL 4:
BOUWGRONDSTOFFFFEN
HOOGWATERVEILIGHEID
NATUURONTWIKKELING
LANDSCHAP & RECREATITIE
• Slimmer Winnen en Aanvullen • Netto meer Bouwgrondstoffen • Geen extern aanvulmateriaal
• Waterstandsdaling circa 1 cm • Ruimte inzetttten voor Natuurontwikkeling • Geen concrete doelstelling IRM
• Stikstofreductie (N2000): agrarisch wordt natuur • 70 hectare Natuurnetwerk Nederland erbij • 1,4 km stromende geul voor KRW
• Betere zonering en padenstructuur • Optitimale beleving door ‘Beweeg & Beleefroute’ • Passende recreatitieve bedrijvigheid
DOEL 5:
DUURZAAMHEID & MOBILITEIT
• Drijvende installatitie in kleinere haven • Zon en Windenergie voor RES 1.0 • Ruimte voor duurzame Startups
Figuur 3 Verbeelding voorkeursalternatief met meerwaarde per doelstelling
1. Bouwgrondstoffenbehoefte Door slimmer te winnen en aan te vullen kunnen netto meer bouwgrondstoffen voor de nationale bouwopgave worden ingezet. Waar in het landschapsplan water achterblijft wordt ook ophoogzand gewonnen en gebruikt als aanvulmateriaal binnen het project. Er is geen sprake van aanvoer van extern aanvulmateriaal. Deze keuze kan bij veranderde omstandigheden in de toekomst worden heroverwogen. Het voorkeursalternatief voldoet aan de doelstelling om circa 7 miljoen m3 industriezand in te zetten als bouwgrondstof. 2. Hoogwaterveiligheid Het plan kent hoofd- en nevengeulen voor een betere doorstroming bij hoogwater. Fase 1 genereert nu een bescheiden (circa 1 cm) waterstandsdaling bij hoogwater. Met de gecreëerde ruimte voor de rivier realiseren we meer natuur met ruige vegetatie en ooibos. Het volledige waterstand verlagend effect (circa 15 cm) kan in de volgende fase alsnog geactiveerd worden door het aanpassen van de Nieuweweg en realisatie van de volledige hoogwatergeul. Daarmee is de maatregel toekomstbestendig.
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
8
WILLEMSPOLDER FASE 1
3. Natuurontwikkeling Het plan levert een aanzienlijke natuurwinst op door omvorming van agrarisch gebied naar soortenrijke riviernatuur. De stikstofuitstoot door agrarisch gebruik vervalt. Ruim 70 hectare nieuwe natuur wordt aan het Gelders Natuurnetwerk toegevoegd. De leefomgeving van soorten als watersnip, wulp, scholekster, tureluur en kwartelkoning verbetert met de aanleg van kruidenen faunarijk grasland en droog schraalgrasland. Door een optimale inrichting van het plangebied is de herinrichting (inclusief bedrijfsactiviteiten) inpasbaar op basis van de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied. Stromende geul Dit plan sluit aan bij de overheidsdoelen van de Kaderrichtlijn Water en de Programmatische Aanpak Grote Wateren met de aanleg van een permanent stromende geul. Om de geul optimaal te laten stromen blijft de invaart naar de Waal open. De reconstructie van een historische uitkijktoren (redoute) komt daarmee op een eiland te liggen. Dat is een mogelijke broedplaats voor de Zeearend die al eerder in het gebied is waargenomen.
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
9
WILLEMSPOLDER FASE 1
Waartoe dient deze milieueffectrapportage? De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel voor besluitvorming. Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij de vaststelling van plannen en besluiten. Het rapport zelf heet MER. Dit MER wordt gebruikt ter onderbouwing voor besluitvorming van: •D e ontgrondingvergunning door de provincie Gelderland. De provincie toetst de voorgenomen ontgronding en herinrichting aan beleid, wet- en regelgeving. Gezien de omvang van de ontgronding vraagt de provincie een project-m.e.r. om tot een gedegen besluit te komen. •W ijziging bestemmingsplan door de gemeente Neder-Betuwe. Voor het wijzigen van de bestemmingen (agrarisch, natuur, water, bedrijf) in het gebied is aanpassing van het bestemmingplan nodig. De gemeente toetst daarbij aan een goede ruimte ordening. Daarvoor is een planm.e.r. nodig. Het project-m.e.r. is daarom gecombineerd met een plan-m.e.r.. •O verige benodigde besluiten zoals de omgevingsvergunning (milieu), de waterwetvergunning en de natuurvergunning/-ontheffing.
Afzetting van zand en sediment De oeverwal langs de Waal wordt op een optimale maaiveldhoogte aangelegd zodat deze jaarlijks overstroomt en de ‘zandmotor’ functioneert. Het afzetten van zand en sediment stimuleert de ontwikkeling van volwaardige stroomdalgraslandflora. Door gelijktijdig ooibos op de oeverwal te ontwikkelen blijven rivierkundige neveneffecten aanvaardbaar.
Figuur 4 Kruiden- en faunarijk grasland
Zeldzaam hardhoutooibos Ooibosontwikkeling heeft grote meerwaarde voor de natuurdoelstelling. Naast zachthoutooibos (voornamelijk wilgen) kan zich in het voorkeursalternatief een groot hardhoutooibos (met soorten als eik, es en iep) ontwikkelen ten oosten van de bedrijfsbestemming. Dat is een zeldzaamheid in ons rivierengebied.
Figuur 5 Stromende geul
Beheer met lokale partijen Dekker is momenteel al beheerder van het gebied, voornamelijk op basis van regulier agrarisch gebruik door pachters en gebruikers. Om te zorgen dat het gebied tijdens en na realisatie optimaal blijft functioneren, gaat Dekker zelf het gebied beheren op basis van particulier en agrarisch natuurbeheer, onder ecologische begeleiding en in samenwerking met lokale partijen. 4. Landschap & Recreatie Het gebied wordt opengesteld voor natuurrecreatie door de inwoners van NederBetuwe Door een goed doordachte inrichting staat dit de natuurontwikkeling niet in de weg. De intensievere gebruiksfuncties zijn met name in het oostelijk deel, dichtbij IJzendoorn, te vinden. Met uitzondering van de bedrijfsbestemming is het hele gebied toegankelijk voor het publiek.
Figuur 6 Hardhoutooibos
Figuur 7 Dynamische oeverwal
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
10
WILLEMSPOLDER FASE 1
Figuur 8 Zone 1 avontuurlijk spelen
Wandelaars, ruiters en mountainbikers Via de Waardweg en de dijkzone zijn vanaf de parkeerplaats (gelegen aan de toegangsweg naar het kantoor van Dekker) kleine rondwandelingen te maken. Voor rustzoekers, natuurliefhebbers en struiners zijn langere routes mogelijk. De doorlopende route via de Waardweg, dijkzone en Heersweg wordt geschikt gemaakt voor wandelaars, ruiters en mountainbikers. Deze route wordt landschappelijk ingepast met lage begroeiing. Avontuurlijke beleving Langs de route is voor iedereen wat te doen, te zien en te beleven. Het trekpontje en de doorwaadbare plek met stapstenen zorgen voor een avontuurlijke beleving. De verschillende natuurlijke ‘beleefaanleidingen’ vertellen het verhaal van de natuur en cultuur in het gebied, ondersteund met QR-codes. Er komen twee watertappunten op de route.
Figuur 9 Zone 2 ommetje en avontuurlijk ontdekken
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
11
WILLEMSPOLDER FASE 1
Figuur 10 Zone 3 - struinen door de natuur
Beweeg- en Beleefroute In samenwerking met lokale natuurgidsen, bewegingsconsulenten en gebiedskenners is een ‘Beweegen Beleefroute’ ontwikkeld. Hieraan is een lesprogramma voor scholen uit de gemeente gekoppeld. Het koppelen van oefeningen aan natuurlijke ‘beweegaanleidingen’ past bij het gemeentelijke programma ‘Jongeren op gezond gewicht’ (JOGG). De recreatieve bedrijvigheid van HUMUS (ervaringsleren in outdoor omgeving) en Stichting BEWELL (voor kinderen en jongvolwassenen uit gemeente) worden ingepast. 5. Duurzaamheid & Mobiliteit Het plan voorziet in een duurzame invulling van het bedrijfsterrein, met een binnenhaven langs de Waal, een bouwgrondstoffencentrum, opwekking van groene energie en ruimte voor duurzame initiatieven. Rond het bedrijfsterrein komt een groene wal met bomen waardoor het terrein opgaat in het landschap. Dit werkt ook positief uit voor het milieu, met name voor geluid. Productie van bouwgrondstoffen Het produceren van industriezand gebeurt met een drijvende elektrische klasseerinstallatie in de haven. Op het land vindt de op- en overslag plaats. Aan- en afvoer vindt alleen plaats per schip. Dit sluit aan de landelijke en provinciale doelen om vervoer per schip te stimuleren. In de regio ontbreekt een dergelijke haven. De voormalige pyrietslakenstort binnen het bedrijfsterrein wordt afgedekt.
Deze saneringsvariant is in overleg met provincie Gelderland de meest geëigende methode gebleken. De oude bebouwing wordt vervangen door een nieuwe bedrijfshal voor opslag van materieel, ondersteunende werkzaamheden en biedt ruimte voor duurzame startups. De kantoorfunctie in de voormalige bedrijfswoning blijft bestaan. Opwekking groene stroom Er komen 2 windmolens op het bedrijventerrein en zonnepanelen op het dak van de bedrijfshal. Op maximaal een kwart van de oostelijke plas komt een drijvend zonnepark. Na aftrek voor eigen verbruik is energie beschikbaar om alle huishoudens in de omliggende woonkernen IJzendoorn, Echteld, Ochten, Beneden-Leeuwen en Boven-Leeuwen te laten deelnemen in de energieopbrengst. Op deze wijze levert Dekker een aandeel in de opgave vanuit de Regionale Energie Strategie (RES).
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
12
WILLEMSPOLDER FASE 1
Ruimte voor duurzame initiatieven De bedrijfsbestemming biedt ruimte aan startende innovatieve bedrijven op het vlak van duurzaamheid. Er zijn plannen voor: • De productie en opslag van waterstof in een veilige vloeibare vorm (lage druk) voor de verduurzaming van de scheepvaart. • De ontwikkeling van zonnepanelen voor op zee met het rivierengebied als testlocatie; • ‘IJzendoorn energieneutraal’: deelname van de lokale omgeving in duurzaam opgewekte energie en een warmtenet gekoppeld aan diepe plassen (aquathermie). Hoe is het voorkeursalternatief tot stand gekomen? De werkwijze van de milieueffectrapportage bestaat uit het toetsen van een aantal alternatieven op de thema’s Bodem, Water, Natuur, Landschap en Leefomgeving. De thema’s zijn onderverdeeld in milieuaspecten die zijn afgeleid van waardevolle kenmerken van het gebied, de wet- en regelgeving en het beleid. Het proces verloopt volgens de volgende stappen: 1. Gestart is om de Referentiesituatie in beeld te brengen. Dat is de huidige situatie en hoe deze zich zou ontwikkelen zonder de voorgenomen activiteiten. 2. Dekker is in overleg met alle stakeholders al jaren bezig met de planvorming. Hieruit is het Basisalternatief voortgekomen. 3. Per projectdoel zijn optimalisaties bedacht die het basisalternatief nog beter kunnen maken. Uit de beste optimalisaties is een variant per doelstelling gevormd.
Door deze varianten in samenhang te beoordelen is het Voorkeursalternatief (VKA) samengesteld.
Referentie situatie
Basis alternatief
Optima lisaties
Varianten
Voorkeurs alternatief
Tijdelijke situatie
Gebiedsvisie Midden-Waal
Figuur 11 Beoordeling van de verschillende situaties
De toetsing Om tot een optimale afweging te komen, zijn de milieueffecten van het voorkeursalternatief (het plan) vergeleken met de milieueffecten van de referentiesituatie, het basisalternatief, de tijdelijke situatie en de Gebiedsvisie Midden-Waal. Het resultaat van de toetsing is samengevat in de volgende tabel. De waardering van kan variëren tussen zeer positieve (++), positieve (+), neutrale (0), negatieve (-) en zeer negatieve (--) effecten.
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
13
WILLEMSPOLDER FASE 1
1
2
3
4
5
GEBIEDSVISIE MIDDEN WAAL
TIJDELIJKE SITUATIE
VOORKEURSALTERNATIEF
BASISALTERNATIEF
REFERENTIESITUATIE
MILIEUASPECTEN Bodem Grondstromen
0
+
++
0
++
Milieukwaliteit
0
+
+
0
+
Talud stabiliteit
0
0
0
0
0
Rivierkunde
0
+
+
+
++
Grondwater
0
0
0
-
0
Waterkering
0
0
0
0
0
Natura 2000
-
-
0
-
0
Natuurnetwerk Nederland
0
-
++
-
++
Beschermde soorten
0
0
+
-
++
Ecologische waterkwaliteit
0
+
++
+
++
Landschap en cultuurhistorie
0
+
+
-
++
Archeologie
0
-
-
-
-
Water
Natuur
Landschap
Leefomgeving Geluid
0
-
-
-
-
Laagfrequent geluid en Trillingen
0
0
0
0
0
Luchtkwaliteit
-
++
++
0
++
Externe veiligheid
0
0
0
0
0
Figuur 12 Toetsing op milieueffecten
De conclusies Het voorkeursalternatief blijkt het beste plan voor de herinrichting Willemspolder fase 1. Het plan biedt voor alle doelstellingen een beter alternatief dan de referentiesituatie en het basisalternatief. Het betekent ook een verbetering voor het totale plan (de Gebiedsvisie Midden-Waal) en levert geen belemmeringen op voor de realisatie van de volgende fasen (Willemspolder fase 2 en Gouverneurspolder). De effecten van Gebiedsvisie Midden-Waal zijn vergelijkbaar of positiever dan het voorkeursalternatief. Voor grondstromen, rivierkunde, Natuurnetwerk Nederland, beschermde soorten, ecologische waterkwaliteit, landschap en cultuurhistorie en luchtkwaliteit is sprake van zeer positieve effecten. Omdat de verschillende fases in elkaars verlengde liggen en vergelijkbare effecten hebben leidt de optelsom van effecten tot een grotere meerwaarde voor de doelstellingen in totaal. Tot slot blijkt uit de toetsing dat het voorkeursalternatief en de tijdelijke situatie, naar verwachting van de bij het MER betrokken experts, voldoen aan de wettelijk gestelde eisen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat, indien de vergunningaanvragen op dit plan worden gebaseerd, daar in principe positief op kan worden besloten. Voor een aantal aspecten is een nadere uitwerking in de vergunningaanvragen nodig (zie aanbevelingen in par. 6.2).
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
14
WILLEMSPOLDER FASE 1
1. Inleiding 1.1 Achtergrond en inleiding Voorliggende milieueffectrapport (hierna: de m.e.r. (procedure) / het MER (rapport)) ziet toe op de herinrichting van Willemspolder fase 1. Het project voorziet in de nationale bouwgrondstoffen-behoefte (aan zand, grind en klei) waarbij het gebied wordt ingericht ten behoeve van hoogwaterveiligheid, natuurontwikkeling, recreatie, landschapsinrichting, duurzaamheid en mobiliteit. In dit rapport wordt de planvorming uitgewerkt en worden de milieueffecten van het plan in beeld gebracht. De Willemspolder is een uiterwaard aan de noordzijde van de Waal. Samen met de Gouverneurspolder maakt de Willemspolder deel uit van de Midden-Waal.
1.2 Gebiedsvisie Midden-Waal Dekker Grondstoffen BV (hierna: Dekker) heeft een gebiedsvisie voor de inrichting van de Midden-Waal opgesteld. De visie komt voort uit de wens van Dekker om haar eigendommen in dit gebied in te zetten voor toekomstige projecten op het vlak van bouwgrondstoffenvoorziening in combinatie met de maatschappelijke opgaven in de Midden-Waal. Door een nieuw landschapsinrichting zullen uiterwaarden beter doorstromen bij hoogwater. De ambitie is het agrarisch areaal om te vormen tot riviernatuur zoals stroomdalgrasland en ooibos en de gebieden in te richten en open te stellen voor recreanten. Randvoorwaarden voor de ontwikkeling zijn aanvaardbare milieueffecten een positieve bijdrage aan de lokale leefomgeving. Het plan gaat uit van de aanleg van hoogwatergeulen die qua schaal in lijn zijn met de reeds aanwezige plassen in het gebied. Op deze plaatsen is sprake van dieper water ten gunste van de bouwgrondstoffenvoorziening. Daarnaast worden ondiepere stromende geulen aangelegd om de ecologische waterk waliteit te verbeteren. Doel is om in lijn met de programmatische aanpak grote wateren “toekomstbestendige grote wateren te creëren waar hoogwaardige natuur goed samengaat met een krachtige economie”.
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
15
WILLEMSPOLDER FASE 1
Figuur 13 Gebiedsvisie Midden-Waal
Het project Midden-Waal is gelegen in de uiterwaarden aan de noordzijde van de Waal in de gemeente Neder-Betuwe, tussen Dodewaard en Tiel. Aan de overzijde van de Waal ligt het dorp Beneden Leeuwen. Gelet op het grootschalige karakter van dit gebied ligt het voor de hand dat de Willemspolder en de Gouverneurspolders in afzonderlijke fases tot ontwikkeling worden gebracht. De realisatieduur per fase is naar verwachting 10 jaar.
1.3 Willemspolder fase 1 Willemspolder Fase 1 betreft het plangebied vanaf de Nieuweweg in IJzendoorn tot circa 500 meter voor de Prins Willem-Alexanderbrug in Echteld. Fase 2 en 3 betreffen de resterende Willemspolder tot aan het Amsterdam Rijn-kanaal en de Gouverneurspolder. Op korte termijn kiest Dekker ervoor om eerst Willemspolder fase 1 te realiseren. Afhankelijk van de ontwikkelingen op het vlak van beleid en grondverwerving wordt in de komende jaren een keuze gemaakt of daarna eerst de Gouverneurspolder of het resterende deel van de Willemspolder tot ontwikkeling wordt gebracht.
Figuur 14 Bestaande situatie (de blauwe lijn is Willemspolder fase 1)
1.3.1. Bestaande situatie Willemspolder fase 1 grenst direct aan het kantoor van Dekker aan de Waalbandijk 1 in IJzendoorn. De landschapsinrichting rond het kantoor en aangrenzend bedrijfsterrein is in de afgelopen jaren afgerond. De Nieuweweg vormt als het ware een scheidingsdam tussen de overnachtingshaven van Rijkswaterstaat en de voormalige zandwinplassen (Oostplas en Westplas). Deze plassen worden door twee landtongen verdeeld en staan door een open verbinding (invaart) met de Waal in contact. De Nieuweweg ontsluit het bedrijfsterrein aan de Waal, een voormalige steenfabriek met bedrijfswoning, kantoor en op- en
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
16
WILLEMSPOLDER FASE 1
Figuur 15 kenmerken bestaande situatie
1: Overnachtingshaven RWS 2: toegangsweg kantoor Dekker 3: Kantoor Dekker 4: Kern IJzendoorn 5: Nieuweweg 6: poelen 1e en 2e Run 7: Waardweg 8: Oostplas
9: Voormalige stortplaats 10: Bedrijfsterrein voormalige Steenfabriek 11: Landtongen 12: Pyrietslakkenstort 13: Westplas 14: Invaart 15: Dijkzone
16: Zomerkade 17: Koepelweg 18: Heersweg 19: plas ’t Spijker 20: Oeverwal 21: Waal 22: Waalbandijk 23: Prins Willem-Alexanderbrug
overslagfaciliteiten. Het terrein wordt door Dekker gebruikt als op- en overslagterrein en daarnaast verhuurd aan een handel in vrachtwagentrailers. Waterschap Rivierenland gebruikt de kantoorfaciliteiten op het terrein voor het project Dijkversterking Neder-Betuwe. Een deel van het bedrijfsterrein is rond 1975 opgehoogd met zogenaamde pyrietslakken. Aan de oostzijde van het bedrijfsterrein is in het verleden bouw- en sloopafval gedeponeerd. Deze deellocaties worden beschouwd als voormalige stortplaatsen. Naast de Waalbandijk, die de primaire waterkering vormt, is in het plangebied een zomerkade als secundaire waterkering aanwezig. Tussen de Waalbandijk en de Waardweg zijn twee poelen gelegen, genaamd 1e en 2e Run. Ter hoogte van de Heersweg en Koepelweg is een derde zandwinplas gelegen die ’t Spijker wordt genoemd. Tussen de Waal en de zomerkade een natuurlijke oeverwal gelegen. De Westelijke begrenzing van het plangebied op circa 500 meter van de Prins Willem-Alexanderbrug is gekozen op basis van de eigendomspositie van Dekker.
1.3.2. Referentiesituatie De referentiesituatie bestaat uit de feitelijke bestaande situatie (alle vergunde activiteiten die al zijn gerealiseerd) inclusief de autonome ontwikkeling (de toekomstige ontwikkeling van het milieu, zonder dat de voorgenomen activiteit of één van de alternatieven wordt gerealiseerd).
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
17
WILLEMSPOLDER FASE 1
Figuur 16 Bestemmingsplan Buitengebied Dodewaard – Echteld uit 2013
Het vigerende bestemmingsplan betreft “bestemmingsplan Buitengebied Dodewaard – Echteld” uit 2013. In het plangebied zijn voornamelijk drie bestemmingen van toepassing: Natuur, Bedrijf – Haven en Agrarisch met waarden. Voor de gehele polder is de dubbelbestemming “Waterstaat-Waterstaatkundige werken” van toepassing. Het agrarisch gebruik en de aanwezigheid van water is dominant in het gebied. Rond de plassen zijn ooibosrestanten aanwezig. Verder zijn er weinig bestaande natuurwaarden. De bedrijfsbestemming aan de Nieuweweg is uitgezonderd in het bestemmingsplan Buitengebied Dodewaard – Echteld uit 2013. Hiervoor is bestemmingsplan Buitengebied Echteld 1975 van toepassing. In dit bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming ‘Baksteenfabriek’ (artikel 22). Voor dit terrein wordt in de referentiesituatie uitgegaan van het bestaande gebruik: de opslag van materieel en materiaal en kantoorfunctie. Daarnaast wordt in de referentiesituatie uitgegaan van het vergunde gebruik op basis van de Waterwet (voorheen rivierenwet) voor de instandhouding van het ‘hoogwatervrije terrein’ met kaden, beplantingen, kunstwerken, het recht om baggerwerktuigen en vaartuigen te verankeren en om een invaart naar de Waal te hebben en te onderhouden. Dekker heeft een milieuvergunning voor de bestaande inrichting aan de Waalbandijk 1.
Het betreft de milieuvergunning van Dekker aan de Waalbandijk 1, kenmerk MW 03.43025 van 1 oktober 2004 en de wijzigingsvergunning voor de werkplaats MPM1405/2008-004691 van 26 september 2008, beide vergunningen zijn afgegeven door de Gedeputeerde Staten van Gelderland. Rond de inrichting van Dekker aan de Waalbandijk ligt een geluidzone. De geluidzone is opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied Dodewaard en Echteld (NLIMRO1740.bpDOECbuitengebied-onh1). Het vergunde gebruik wordt tot de referentiesituatie gerekend.
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
18
WILLEMSPOLDER FASE 1
Daarnaast wordt de toekomstige ontwikkeling van het milieu mede bepaald door het weg- en scheepvaartverkeer in de omgeving: - het verkeer over de Prins Willem Alexanderweg (N323) en de Waalbandijk; - de varende schepen over de Waal; - de schepen in de overnachtingshaven IJzendoorn, nabij kilometerraai 874.500. Voor een gedetailleerde beschrijving wordt verwezen naar het geluidsrapport in de bijlagen. Over de projecten Dijkversterking Neder-Betuwe en Veerhaven Ochten zijn nog geen besluiten genomen. Deze projecten bevinden zich nog in de planfase en worden niet tot de autonome ontwikkeling gerekend. Ze worden beschouwd als raakvlakkenprojecten.
1.4 Rol van de m.e.r. in de besluitvorming M.e.r.-plichtige activiteiten Op basis van het Besluit milieueffectrapportage zijn de volgende activiteiten, plannen en besluiten van toepassing, ten aanzien waarvan het maken van een m.e.r. verplicht is: C 4 De aanleg, wijziging of uitbreiding van een haven voor de binnenscheepvaart, in gevallen waarin de aanleg betrekking heeft op een haven die bevaarbaar is voor schepen met een laadvermogen van 1.350 ton of meer (bestemmingsplan); C 16.1 De winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een terreinoppervlakte van meer dan 25 hectare (besluit Ontgrondingenwet). M.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten Op basis van het Besluit milieueffectrapportage moet voor de volgende activiteiten, plannen en besluiten beoordeeld worden of het maken van een m.e.r. verplicht is: D 3.2 De aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromingen, met inbegrip van primaire waterkeringen en rivierdijken (bestemmingsplan); D 9 Een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een functiewijziging met een oppervlakte van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie of landbouw (bestemmingsplan).
Dekker kiest ervoor om de m.e.r.-beoordeling over te slaan en voor deze activiteiten vrijwillig de procedure voor de milieueffectrapportage te doorlopen. Passende beoordeling Voor Willemspolder fase 1 is een passende beoordeling noodzakelijk in het kader van de Wet Natuurbescherming en de effecten op het Natura 2000 gebeid Rijntakken. Volgens art. 7.2a lid 1 Wm zijn plannen die volgens een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling verplicht zijn en waarvoor een passende beoordeling moet worden gemaakt m.e.r.-plichtig. Omdat zowel een m.e.r. nodig is voor het bestemmingsplan als voor het besluit op basis van de Ontgrondingenwet is gekozen voor een gecombineerd plan-me.r. en project-m.e.r.. Coördinatie van besluiten Omdat sprake is van een complexe gebiedsontwikkeling waarop meerdere hoofdbesluiten van toepassing zijn heeft Dekker provincie Gelderland verzocht om gecoördineerde voorbereiding (op grond van Artikel 10a Ow) van de volgende besluiten:
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
19
WILLEMSPOLDER FASE 1
WETSKADER
BESLUIT
BEVOEGD GEZAG
Ontgrondingenwet
Vergunning voor het ontgronden en herinrichten van het gebied
Provincie Gelderland
Wet ruimtelijke ordening
Bestemmingsplan voor de herinrichting van het gebied
Gemeente Neder-Betuwe
Waterwet
Vergunning voor de watergebonden aspecten (o.a. rivierkunde, waterkwantiteit, waterkwaltiteit en waterkering)
Rijkswaterstaat Oost Nederland Waterschap Rivierenland
Wet natuurbescherming
Vergunning / ontheffing voor effecten op het natura 2000-gebied en de effecten op beschermde soorten
Provincie Gelderland Ministerie van LNV
Figuur 17 Hoofdbesluiten
Dit wil zeggen dat de procedures van voornoemde besluiten door Provincie Gelderland worden gecoördineerd. Overige besluiten, zoals de vaststelling saneringsplan Wet Bodembescherming (maatregel pyrietslakkenstort), Omgevingsvergunning Milieu (winnen en klasseren van bouwgrondstoffen en de bedrijfsbestemming) en Omgevingsvergunning voor kappen en slopen, worden naar verwachting afzonderlijk aangevraagd. Het MER en de bijbehorende rapporten dienen ter ondersteuning van de besluitvorming en worden tezamen met de besluiten ter inzage gelegd. Zo krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in het besluitvormingsproces.
Initiatiefnemer: Dekker Grondstoffen B.V Postbus 6073 4000 HB Tiel Contactpersoon: Toon van Mierlo Mail: t.vanmierlo@dekkergroep.nl Bevoegd gezag m.e.r.-plichtig besluit Ontgrondingenwet: Het College van Gedeputeerde Staten van Gelderland Afdeling Vergunningverlening en Handhaving
Ter voorbereiding op de MER is een Notitie Reikwijdte en detail Niveau (NRD) opgesteld (zie bijlage 20). Deze NRD heeft begin 2020 ter inzage gelegen. De zienswijzen op deze NRD zijn verwerkt in het richtlijnenadvies van de commissie MER (zie bijlage 21). Om te komen tot de benodigde besluiten wordt het procedureschema in bijlage 22 gevolgd.
Postbus 9090 6800 GX Arnhem Bevoegd gezag m.e.r.-plichtig besluit Bestemmingsplan: De gemeenteraad van gemeente Neder-Betuwe Postbus 20 4043 ZG Opheusden Projectgroep Bevoegd Gezag Voor het project is een projectgeroep geformeerd waarin, naast gemeente en provincie en Dekker als initiatiefnemer, Rijkswaterstaat en Waterschap Rivierenland deelnemen als bevoegd gezag inzake de Waterwet.
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
20
WILLEMSPOLDER FASE 1
1.5 Werkwijze en leeswijzer De hoofdstukindeling volgt de gehanteerde onderzoeksystematiek. Het MER is als volgt opgebouwd: • H2: Basisalternatief De voorgenomen activiteit voor Willemspolder fase 1 wordt beschreven in Hoofdstuk 2. In de afgelopen jaren is in overleg met alle stakeholders een landschapsplan opgesteld. Dit is het basisalternatief dat in Hoofdstuk 2 uitvoerig uiteengezet wordt. • H3 Optimalisaties en varianten Het basisalternatief wordt geoptimaliseerd aan de hand van vijf maatschappelijke projectdoelstellingen. Per doelstelling zijn diverse optimalisaties geïnitieerd. De optimalisaties zijn in expertmeetings beoordeeld op haalbaarheid en milieueffecten, waarna de beste optimalisaties zijn samengevat in een variant. Iedere doelstelling heeft op deze manier een variant. • H4 Voorkeursalternatief Deze varianten zijn vervolgens in samenhang met elkaar beoordeeld in een expertmeeting. Daarbij zijn conflicterende belangen in beeld zijn gebracht. Vervolgens een samenstel van maatregelen gekozen die het milieubelang en de project-doelstellingen het beste dient. Hieruit is het voorkeursalternatief (VKA) gevormd dat in hoofdstuk 4 wordt beschreven. • H5 Effectbeoordeling Tenslotte wordt in hoofdstuk 5 de beoordeling op milieueffecten gedaan.
Daarbij worden voorkeursalternatief en basisalternatief met elkaar vergeleken en wordt ook een vergelijking gemaakt met de referentiesituatie, de tijdelijke situatie en de Gebiedsvisie Midden-Waal. • H6 Conclusie en aanbevelingen In hoofdstuk 6 wordt besloten met de conclusies van de m.e.r. en de aanbevelingen voor het vervolgtraject (procedures vergunningen en bestemmingsplan). Bij dit MER behoren 22 bijlagen met onderzoeken naar milieuaspecten. In hoofdstuk 5 wordt per milieuaspect een korte toelichting gegeven op de onderzoeken die van toepassing zijn en de wijze waarop de verschillende scenario’s zijn getoetst. In het MER worden de onderzoeksresultaten bondig samengevat omwille van de leesbaarheid. Voor een uitgebreide beschouwing wordt verwezen naar de onderzoeksrapporten in de bijlagen. In het onderstaande schema is een overzicht gegeven van de verschillende situaties, ofwel scenario’s, die in het MER zijn beoordeeld.
SCHEMA VAN DE SCENARIO’S
Referentiesituatie: Basis bestaande situatie + alternatief autonome ontwikkeling
Optimalisaties
Varianten
Bouwgrondstoffenbehoefte
Bouwgrondstoffenbehoefte
Hoogwaterveiligheid
Hoogwaterveiligheid
Natuurontwikkeling
Natuurontwikkeling
Landschapsinrichting Landschapsinrichting en en recreatie recreatie Duurzaamheid en mobiliteit
Duurzaamheid en mobiliteit
Figuur 18 Scenario’s MER
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
21
WILLEMSPOLDER FASE 1
Voorkeursalternatief (VKA)
Tijdelijke situatie
Gebiedsvisie Midden-Waal
2. Voorgenomen activiteiten 2.1 Voornemen op hoofdlijnen De voorgenomen activiteit bestaat op hoofdlijnen uit het door delfstoffenwinning en herinrichting komen tot een nieuwe landschapsinrichting voor Willemspolder fase 1. Daarbij wordt de doorstroming bij hoogwater geoptimaliseerd, wordt het agrarisch areaal omgevormd tot natuur, het gebied ingericht en opengesteld voor recreanten en krijgt het bedrijfsterrein aan de Nieuweweg een duurzame nieuwe invulling voor de watergebonden bedrijfsactiviteiten van Dekker.
2.2 Projectdoelen Project Willemspolder fase 1 dient een vijftal maatschappelijke doelstellingen: 1. Bouwgrondstoffenbehoefte; 2. Hoogwaterveiligheid; 3. Natuurontwikkeling; 4. Landschap en recreatie; 5. Duurzaamheid en mobiliteit.
2.3 Projectkader Hierna wordt per projectdoel het beleidskader toegelicht waaruit het doel voortkomt. Daarna wordt het projectdoel concreet gemaakt in de vorm van ontwerpuitgangspunten. Vervolgens wordt ingegaan op nut en noodzaak van de voorgenomen activiteit. Bouwgrondstoffenbehoefte Beleidskader In de Nationale omgevingsvisie (Novi) wordt de winning van (bouw)grondstoffen aangemerkt als onderdeel van het nationaal belang om een toekomstbestendige economie te realiseren. Het doel is optimaal gebruik en hergebruik van grondstoffen, met de hoogste waarde voor de economie en de minste schade voor het milieu. De Novi neemt de circulaire economie als uitgangspunt, gaat uit van verduurzaming van de nog noodzakelijke winning van (bouw)grondstoffen en stelt een ecologisch stabiel systeem met voldoende biodiversiteit als voorwaarde. Tussen 2019 en 2030 moeten ca. 1 miljoen woningen worden gebouwd dan wel via transformatie tot stand komen. Bouwen is niet alleen nodig om de achterstand op de woningmarkt in te lopen, maar ook als herstelmaatregel om uit de Coronacrisis te komen. Ook als maximaal wordt ingezet op duurzaamheid, hergebruik en circulariteit blijft een groot aandeel aan primaire bouwgrondstoffen nodig voor de nationale bouwopgave.
De Nederlandse behoefte aan bouwgrondstoffen zoals zand, grind en klei is volgens het Compendium voor de Leefomgeving ongeveer 150 miljoen ton per jaar. Naar verwachting kan maximaal 15% daarvan worden ingevuld door hergebruik van secundaire bouwgrondstoffen. De voorraden aan zand, grind en klei in de Nederlandse ondergrond zijn in potentie groot. Er worden echter maar sporadisch vergunningen verleend voor nieuwe bouwgrondstoffenprojecten. Schaarste aan bouwgrondstoffen heeft een vertragend en kosten opdrijvend effect. Om dat te voorkomen is het noodzakelijk om nieuwe projecten te vergunnen die de nationale bouwgrondstoffenvoorraad voor de nabije toekomst veilig stellen.
Ontwerpuitgangspunt Binnen de maximale ontgrondingscontour is ongeveer 14 miljoen m3 aan bouwgrondstoffen aanwezig. Een deel daarvan is ophoogzand maar het overgrote deel kan worden veredeld tot hoogwaardig industriezand en grind. Het streven is om minimaal de helft van de beschikbare bouwgrondstoffen – dat wil zeggen ongeveer 7
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
22
WILLEMSPOLDER FASE 1
miljoen m3 – af te voeren als hoogwaardig industriezand en grind. In de basisvariant is sprake van een groot tekort aan aanvulmateriaal om het uiteindelijke landschapsplan te kunnen realiseren. Zonder aanvoer van materiaal van buiten het project kan er ongeveer 4 miljoen m3 industriezand worden afgevoerd. Dit wordt beschouwd als de minimaal rendabele opgave.
Nut en noodzaak In project Willemspolder fase 1 is een grote hoeveelheid zand en grind in de bodem aanwezig waaruit hoogwaardig industriezand geproduceerd kan worden voor het maken van beton en betonproducten. Daarnaast is hoogwaardige klei aanwezig voor de aanleg van dijken en de productie van keramische producten zoals baksteen en dakpannen. Het project draagt bij aan de bouwgrondstoffenvoorziening voor de bouwopgave om de nationale woningvoorraad en economie op peil te houden. Hoogwaterveiligheid Beleidskader De Beleidslijn grote rivieren is erop gericht de veiligheid tegen overstromingen te waarborgen en de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. Doel is de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed en de mogelijkheid tot rivierverruiming te behouden. De beleidslijn is het afwegingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen en watervergunningen in het rivierbed. Het plangebied maakt deel uit van het stroom voerend regime. Het bedrijfsterrein en de aangrenzende hoge gebiedsdelen zijn in de Waterregeling aangewezen als drogere oevergebieden. Met het Deltaprogramma bereidt de overheid ons land voor op de gevolgen van klimaatverandering. De Rijn moet steeds grotere hoeveelheden water kunnen afvoeren. Om het risico op overstromingen klein te houden, krijgt de rivier meer ruimte én worden de dijken versterkt. In het kader van Deltaprogramma Rijn is de
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
23
WILLEMSPOLDER FASE 1
Verkenning Midden-Waal, incl. Gouverneurspolder en Grote Willemspolder als maatregel opgenomen. Medio 2018 is het Programma Integraal Rivier Management (IRM) van start gegaan. IRM biedt de kans om tot samenhangende oplossingen te komen voor waterveiligheid, waterkwaliteit, zoetwater, scheepvaart en natuur. Rijk en regio zijn aan de slag gegaan om tot een nieuw toekomstbeeld voor 2050 voor de rivieren te komen. Op basis van de Interactieve opgavenkaart Deltaprogramma Waal (concept, april 2019) en het Beeld op de Rivieren (2020) is de hoogwaterveiligheidsopgave – door het oplossen van hydraulische knelpunten in de Willempolder - gekoppeld aan delfstoffenwinning. Daarnaast speelt de Dijkversterking Neder-Betuwe als raakvlakproject. Op dit traject kan rivier- verruiming de noodzaak van dijkversterking niet wegnemen maar de opgave wel verlichten.
Ontwerpuitgangspunt In de voorkeursstrategie (VKS) van het Deltaprogramma wordt voor de Midden-Waal een waterstandsdaling van 53 mm nagestreefd. Als de doelstelling wordt verdeeld over de 3 fasen van Gebiedsvisie MiddenWaal, dan zou de doelstelling voor Willemspolder fase 1 een waterstandsdaling van ongeveer 18 mm zijn. Ontwerpuitgangspunt is het stroomlijnen van hydraulische knelpunten door de aanleg van het eerste deel van een hoogwatergeul in de Willemspolder om dit doel te bereiken. De Nieuweweg en het vergunde hoogwatervrij terrein blijven daarbij intact. De ontwikkelingen moeten zich richten op rivier gebonden activiteiten en er moet aan het rivierkundig beoordelingskader van Rijkswaterstaat worden voldaan. Nut en noodzaak In het kader van IRM is gebleken dat het nog ongeveer 2 jaar duurt voordat een concreet hoogwaterveiligheidsdoel aan project Willemspolder fase 1 kan worden verbonden. Dat wil zeggen dat in deze fase geen waterstand verlagend effect wordt nagestreefd en enkel aan het rivierkundig beoordelingskader van Rijkswaterstaat wordt voldaan. De bergingscapaciteit van het rivierbed en de mogelijkheid tot rivierverruiming blijven behouden. De aanleg van het eerste deel van een hoogwatergeul maakt toekomstige rivierverruimende maatregelen eenvoudiger realiseerbaar (no-regret maatregel).
Natuurontwikkeling Beleidskader Willemspolder fase 1 maakt onderdeel uit van Natura 2000-gebied Rijntakken. Het gebied is aangewezen als vogelrichtlijngebied. Van de soorten broedvogels waarvoor het Natura 2000-gebied Rijntakken is aangewezen zijn in 2018 binnen de begrenzing van het projectgebied geen territoria vastgesteld. De 26 niet-broedvogelsoorten waarvoor Natura 2000-gebied Rijntakken is aangewezen betreffen voornamelijk watervogels als zwanen, ganzen, eenden en steltlopers. Van belang is de aanwijzing als foerageergebied voor overwinterende ganzen. Daarnaast zijn delen van het gebied aangewezen als Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone. Het betreft een perceel grasland in het zuidwesten van het projectgebied, de randen van de voormalige zandwinplassen en enkele plukjes ooibos rondom het terrein met de restanten van een voormalige steenfabriek. De voormalige zandwinplassen zelf behoren tot het Nationaal natuurnetwerk waar het Rijk verantwoordelijk voor is: de grote wateren. Van toepassing zijn het agrarisch beheertype A02.01 Botanisch waardevol grasland en de natuurbeheertypen N02.01 Rivier, N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland en N14.01 Rivier- en beek begeleidend bos. De natuurtypen, die zijn bedoeld als sturingsinstrument op landelijk en regionaal niveau, zijn tevens de natuurbeheertypen die we gebruiken voor de aansturing van het beheer.
In dit MER wordt hierna de term natuurbeheertypen gehanteerd. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) betekent voor Nederland een impuls om te komen tot een stevig, samenhangend en betaalbaar maatregelenpakket dat de waterkwaliteit flink zal verbeteren. Voor de Waal is met name de ecologische toestand voor macrofauna en vissen nog onder de maat. Uiterlijk in 2027 - zo
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
24
WILLEMSPOLDER FASE 1
is de voorzichtige inschatting nu - heeft tenminste 41% van de 261 waterlichamen een goede ecologische waterkwaliteit. Door klimaatverandering en een toenemend maatschappelijk gebruik neemt de druk op de grote wateren (zoals de Waal) toe. Zonder een aanvullende inspanning dreigen natuur en ecologische kwaliteit – ondanks de maatregelen vanuit KRW en Natura 2000 - alsnog te verslechteren. In het kader van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) werken Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland in opdracht van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) verder aan de verbetering van de ecologische waterkwaliteit. Het doel van PAGW is het creëren van “toekomstbestendige grote wateren waar hoogwaardige natuur goed samengaat met een krachtige economie”.
Ontwerpuitgangspunt Op basis van een landschapsecologische systeemanalyse van het gebied worden de volgende doelen als ontwerpuitgangspunt nagestreefd: • Natura 2000: mitigatie van nadelige effecten op soorten binnen het gebied en versterking van de leefgebieden van broedvogels (zoals Kwartelkoning, Watersnip en Oeverzwaluw) en niet-broedvogels (zoals Aalscholver, Kievit, Scholekster en Wulp); • GNN en GO: maximaal areaal aan botanisch waardevol / kruiden- en faunarijk grasland (o.a. stroomdalgrasland) en rivier- en beek begeleidend bos (hard- en zachthoutooibos). Daarbij kan de beschikbare rivierkundige ruimte worden ingezet om meer ruigte en bos toe te staan dan in de referentiesituatie mogelijk is op basis van de vegetatielegger 2020. • KRW en PAGW: toevoeging van stromende geul(en) ter versterking van de ecologische waterkwaliteit (o.a. stroom minnende vissen).
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
25
WILLEMSPOLDER FASE 1
De voornaamste ontwikkelmogelijkheden en optimalisaties zijn volgens de betrokken experts met name gelegen in het reactiveren van de zandige oeverwal, het aanleggen van stromende geulen, het terugbrengen van de rivierdynamiek door het verwijderen van de zomerkade en de ontwikkeling van vochtig soortenrijk grasland, stroomdalgrasland en hard/zachthoutooibos.
Nut en noodzaak Door de grootschalige omvorming van intensief agrarisch gebruik naar natuur wordt een aanzienlijke stikstofdepositie weggenomen en draagt Willemspolder Fase 1 bij aan de natuurdoelen van Natura 2000. De nieuwe inrichting van Willemspolder fase 1 kan de in de Natura 2000, GNN en GO aangewezen soorten, habitats en natuurtypen versterken en een fors areaal aan het netwerk toevoegen. Daarnaast kan de gebiedsinrichting bijdragen aan de ecologische waterkwaliteitsdoelen uit KRW en PAGW door de aanleg van natuurvriendelijke oevers en stromende geulen. Vooral als de ontwerpprincipes van Smart Rivers en de natuurvisie Ruimte voor Levende Rivieren (o.a. WNF en Stichting Ark) hierbij worden betrokken. Landschapsinrichting en recreatie Beleidskader In algemene zin geeft het Landschapsontwikkelingsplan (LOP 2009) van gemeente Neder-Betuwe richting aan de kansen en ontwikkelingen om het landschap begrijpelijker of aantrekkelijker maken. Voor de Waaluiterwaarden is de doelstelling om buitendijks een dynamisch ensemble van water, natuur, landbouw en recreatieve toegankelijkheid te ontwikkelen met oog voor cultuurhistorie en vergezichten. Met het project ‘De Schatkist van Neder-Betuwe’ heeft de gemeente kansen voor de toekomst in beeld gebracht aan de hand van historische plekken en verhalen waar inwoners het meest trots zijn.
Voor IJzendoorn is de locatie van het verdwenen Slot IJzendoorn in de nabijheid van het kantoor van Dekker als kans aangemerkt. In de Structuurvisie Neder-Betuwe 2018 wordt waterveiligheid, natuur en landschapsbeleving als ontwikkelingsrichting voor de uiterwaarden aangegeven. De toegankelijkheid, met name ommetjes wandelen, is een belangrijk thema waarvoor per locatie uitwerking in integraal perspectief nodig is. Gemeente Neder-Betuwe werkt momenteel aan een Omgevingsvisie waarin nadere doelstellingen ten aanzien van recreatie kunnen worden opgenomen. In overleg met de betrokken ambtenaren is vastgesteld dat de in ontwikkeling zijnde Omgevingsvisie geen beperkingen geeft voor de ontwikkeling. Daarnaast zijn de provinciale programma’s Gastvrije Waaldijk en Panorama Waal in ontwikkeling. Vanuit Gastvrije Waaldijk komt de herinrichting van de Waalbandijk als herkenbare en aantrekkelijke fietsroute naar voren met ‘balkons’ voor uitzicht over de Waal. Panorama Waal beschrijft een toekomstperspectief voor de Waal en geeft ontwerpcriteria om Waal-karakteristieken te versterken.
Ontwerpuitgangspunt In verschillende interactieve sessies met gemeente Neder-Betuwe zijn de wensen en ambities voor de landschapsinrichting en recreatie in het gebied verkend. Datzelfde is gedaan in een projectgroep bevoegd gezag waarin ook Rijkswaterstaat, provincie Gelderland, Waterschap Rivierenland waren vertegenwoordigd. Ook zijn in de afgelopen jaren de wensen en ambities vanuit de omgeving opgehaald in verschillende bijeenkomsten met de projectgroep bevoegd gezag, het Kwaliteitsteam groene ruimte / Adviesteam Ruimte van provincie Gelderland en de klankbordgroep. Deze inbreng is op basis van verschillende reviewrondes in het Basisalternatief verwerkt. Gebleken is dat Willemspolder fase 1 verder kan voorzien in de behoefte voor beweging en beleving aan de hand van in het landschap passende en zoveel mogelijk gebiedseigen en natuurlijke elementen. Deze behoefte wordt als ontwerpuitgangspunt genomen voor verdere optimalisaties. Daarbij wordt gestreefd naar optimalisatie van de zonering en routering van de recreatieve voorzieningen in het gebied. De doelgroep bestaat uit de inwoners van IJzendoorn en gemeente Neder-Betuwe. Bovenlokale aantrekkingskracht op recreanten wordt ongewenst geacht.
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
26
WILLEMSPOLDER FASE 1
Nut en noodzaak De Willemspolder is geen maagdelijk gebied. Het land is door inpoldering en de aanleg van dijken en kades gewonnen op de rivier. Als restanten van historische delfstoffenwinning zijn een drietal plassen en twee poelen in het landschap zichtbaar. De invloed van de Waal als echte werkrivier is zichtbaar door de drukke scheepvaart, de overnachtingshaven en de steenfabriekslocatie. Dit beeld wordt versterkt door de aanwezige infrastructuur, zoals de Prins Willem-Alexanderbrug en het Amsterdam – Rijnkanaal. De forse ingrepen in het landschap vanuit het verleden vragen om een nieuwe landschappelijke invulling. Het landschapsontwerp van Jan Bruijn en Bureau Waalbrug speelt hierop in door de oude zandwinplassen op te lijnen tot een hoogwatergeul, omgeven door kleinere nevengeulen met ondieper water en eilanden. De ontwikkeling geeft invulling aan de doelstelling om buitendijks een dynamisch ensemble van water, natuur, landbouw en recreatieve toegankelijkheid te ontwikkelen met oog voor cultuurhistorie en vergezichten. Duurzaamheid en mobiliteit Beleidskader Onderdeel van de mobiliteitsopgave uit het Novi is het voorkomen en oplossen van de (voorziene) knelpunten op weg, spoor en water. Dit vergt onder andere het bieden van ruimte voor de ontwikkeling van havens voor transport, ontvangst, opslag en handling van goederen.
Op basis van haar Omgevingsvisie en Omgevingsverordening streeft de provincie naar het behouden en creëren van een kwalitatief hoogwaardig aanbod aan kadegebonden bedrijventerreinen in Gelderland. Daarom bepalen de Gelderse Omgevingsvisie en Omgevingsverordening dat bedrijfskavels die door een kade zijn ontsloten – zoals het geval is voor het bedrijfsterrein aan de Nieuweweg 2 – in bestemmingsplannen voor kadegebonden bedrijvigheid moeten worden bestemd. Het bedrijfsterrein heeft de bestemming Baksteenfabriek op basis van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied gemeente Echteld 1975. Voor het bedrijfsterrein zijn watervergunningen (voorheen rivierenwet) van kracht, onder andere voor kaden, beplantingen, kunstwerken, het verankeren van baggerwerktuigen en vaartuigen en de invaart naar de Waal. Op basis van de internationale klimaatafspraken (Parijs, 2015) en het nationale klimaatakkoord (2019) ontwikkelt Regio Rivierenland (fruitdeta) haar Regionale Energiestrategie. In het Gelders Energieakkoord is opgenomen dat de CO2-uitstoot in 2030 met 55% moet zijn verminderd ten opzichte van 1990. Als onderdeel daarvan wordt onderzocht waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. In het kader van het concept RES 0.1 kijkt gemeente Neder-Betuwe met name naar mogelijkheden voor wind langs de A15 en Betuwelijn.
Dit is echter een eerste stap richting de RES 1.0, die naar verwachting op 1 maart 2021 wordt aangeboden en waarin een minimaal een verdubbeling van het conceptbod wordt nagestreefd. Om de vervolgstap goed te kunnen zetten zijn regionale en lokale ruimteateliers georganiseerd. In ‘Een verhaal voor de RES Rivierenland’ van Feddes/Olthof Landschapsarchitecten worden de ontwikkelmogelijkheden beschreven. Voor gemeente Neder-Betuwe zijn worden kansen voor wind en zon langs de Waal en voor kleinschalige zonnevelden op de oeverwallen beschreven. Het gaat om enkele molens op specifieke plekken, zoals bijvoorbeeld bij de steenfabriek, hetgeen moet samengaan met investeringen in landschap. Daarnaast worden drijvende panelen op zandwinplassen, panelen op dijktaluds en bij de steenfabriek als mogelijkheid genoemd. Het plangebied is kansrijk omdat er voldoende ruimte en weinig bebouwing is. Wel dient rekening gehouden te worden met stevige kaders, zoals Natura 2000 en een hoge landschappelijke waardering. De Windvisie Gelderland (2014) sluit de beoogde locatie voor de windmolens niet uit. De provinciale Windvisie geeft er voorkeur aan om locaties te combineren met andere, intensieve functies in een gebied, zoals (hoofd)infrastructuur, regionale bedrijventerreinen en intensieve landbouwgebieden (o.a. glastuinbouw).
Analyse van de impact van het concept RES-scenario op het netwerk van Liander (situatie 2030) laat zien dat er in Neder-Betuwe voldoende capaciteit is.
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
27
WILLEMSPOLDER FASE 1
Op basis van de Afsprakenlijst Bestuurlijk Overleggen MIRT uit november 2018 hebben Rijkswaterstaat en Provincie Gelderland in 2019 een plan van aanpak gemaakt voor het ontwikkelen van een dekkend netwerk van duurzame energievulpunten: Clean Energy Hubs.
Ontwerpuitgangspunt Het ontwerpuitgangspunt voor revitalisering van het bedrijfsterrein is omvorming naar een duurzaam grondstoffencentrum met haven voor scheepvaartmobiliteit. De omvorming van het bedrijfsterrein vindt plaats in de realisatiefase van Willemspolder fase 1 en is permanent. Binnen het project staat de ontwikkeling van het duurzaam grondstoffencentrum los van de delfstoffenwinning in het gebied. Op basis van haar beleid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen behaalt Dekker in 2020 een CO2-reductie van maar liefst 80% ten opzichte van 2013. Dat is voornamelijk mogelijk gemaakt door energiezuiniger te werken en de win- en klasseerwerktuigen om te zetten van diesel naar 0% emissie op 100% groene stroom. De duurzaamheidsambitie wordt voortgezet door groene stroom niet alleen in te kopen maar ook zelf op te wekken. Als ontwerpuitgangspunt wordt gestreefd naar 2 windmolens, 6 hectare zon op water en 5000m2 zon op dak. De minimale doelstelling is te voorzien in het eigen energieverbruik en participatie mogelijk te maken voor alle huishoudens (421) in IJzendoorn. Het streefdoel is de huishoudens in alle omliggende woonkernen (IJzendoorn, Echteld, Ochten, Pottemsestraat en Groenestraat en omgeving: 2.835 huishoudens) te laten participeren in de energieopbrengst.
De maximale doelstelling is om daarnaast ook de huishoudens in Beneden-Leeuwen en Boven-Leeuwen (2.835 + 3.900 = 6.735 huishoudens) te laten participeren in de energieopbrengst.
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
28
WILLEMSPOLDER FASE 1
Nut en noodzaak Het kadegebonden bedrijfsterrein aan de Waal, in de directe nabijheid van het Amsterdam – Rijnkanaal en op geruime afstand van woningen (>750m) is een hoogwaardige bedrijfsbestemming. Deze wordt momenteel laagwaardig wordt gebruikt voor niet watergebonden bedrijvigheid. Een dergelijk bedrijfsterrein is een zeldzaamheid in de regio, er zijn dan ook geen alternatieve locaties in de markt voorhanden. Afwaardering van de watergebonden bedrijfsbestemming is in strijd met het provinciale ruimtelijke beleid. Op basis van artikel 2.11 van de Omgevingsverordening provincie Gelderland worden deze bedrijfskavels in een bestemmingsplan alleen bestemd voor bedrijvigheid die voor goederenoverslag of productieactiviteiten afhankelijk is van een vestigingslocatie direct aan vaarwater met een eigen kade of in de directe nabijheid van een openbare kade. Dekker heeft de ambitie om het terrein om te vormen naar een duurzaam centrum voor de op- overslag en bewerking van bouwgrondstoffen (hierna bouwgrondstoffen-HUB genoemd) met een haven. De bedrijfsbestemming is daardoor weer watergebonden in gebruik en geheel gericht op scheepvaartmobiliteit. Toepassing van modern emissiearm materieel en een goede landschappelijke inpassing voorkomt conflicten met de natuur- en recreatiedoelstellingen en de zorgplicht voor een goed leefklimaat in de omgeving.
Willemspolder fase 1 kan ruimte bieden aan 2 windmolens, een drijvend zonnepark van ongeveer 6 hectare en 5000 m2 zonnepanelen op het dak van de nieuwe bedrijfshal. Hieronder is de verwachte energieopbrengst afgezet tegen het eigen verbruik en het aantal huishoudens dat kan participeren.