Programmabegroting 2025 (versie raad 2024-11-07)
Tekst van het document
Omdat de forensenbelasting de lijn van de ozb volgt, is ook voorgesteld om de tarieven van de forensenbelasting in 2025 met 5% extra te verhogen. Dit betreft € 1k. Toeristen- en Watertoeristenbelasting (art. 224 Gw) Naast de ozb heft onze gemeente als vrij aanwendbare belasting de toeristenbelasting. De baten worden gebruikt voor dekking van kosten op het gebied van recreatie en toerisme. In het dekkingsplan is voorgesteld op de tarieven voor de toeristenbelasting te verhogen van € 1,50 naar € 2,00 per persoon per overnachting. Parkeerbelasting (art. 225 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft geen parkeerbelasting, maar hanteert 'blauwe zones' voor parkeerregulering waarbij op bepaalde plaatsen een beperkte tijd geparkeerd mag worden. Hondenbelasting (art. 226 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft hondenbelasting. De opbrengst van de hondenbelasting valt formeel onder de algemene dekkingsmiddelen. Dit betekent dat de hondenbelasting de inkomsten van de gemeente verhoogt. In Mook en Middelaar worden hier echter ook de kosten mee gedekt voor het voorkomen dan wel beperken van overlast door hondenpoep, zoals het aanleggen en onderhouden van hondenuitlaatplaatsen. De opbrengst wordt voor 2025 geïndexeerd met een inflatiepercentage van 2,83%. De hoogte van het uiteindelijke tarief is afhankelijk van enerzijds de geraamde opbrengst en anderzijds het (geraamde) aantal honden.
Voor kennelhouders geldt een afzonderlijk tarief. Reclamebelasting (art. 227 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft op dit moment geen reclamebelasting. Precariobelasting (art. 228 Gw) De gemeente Mook en Middelaar heft op dit moment geen precariobelasting.
33
Programmabegroting 2025-2028 Rioolheffing (art. 228a Gw) Rioolheffing wordt geheven, mede op basis van het door de Raad vastgestelde Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022-2026. In het GRP zijn de vervangingsinvesteringen opgenomen van het gemeentelijk rioleringsstelsel en de exploitatiekosten voor de aankomende jaren. Het systeem van rioolheffing is een gesloten systeem, waarbij de kosten en de baten aan elkaar gelijk zijn. De definitieve tarieven voor 2025 en de onderliggende onderbouwing daarvan worden ter vaststelling aan u voorgelegd in de raadsvergadering van november 2024. Uitgangspunten tariefstelling De opbrengst van de rioolheffing mag maximaal gelijk zijn aan de kosten van de riolering. Onder de kosten vallen ook de compensabele btw conform art. 228a, lid 3 Gw. en het aandeel overheadkosten. Bij de tariefbepaling wordt onderscheid gemaakt in (klein)gebruikers t/m 400 m3 waterverbruik en grootverbruikers (meer dan 400 m3 waterverbruik). Een huishouden heeft gemiddeld 100 m3 waterverbruik en valt onder de kleinverbruikers. Kostendekkendheid In de paragraaf lokale heffingen moet inzicht gegeven worden in de mate van kostendekkendheid per heffing. Hierbij mogen de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden voor wat betreft heffingen en rechten. Dit geldt voor de rioolheffing, de afvalstoffenheffing/reinigingsrecht en de leges.
Om dit inzicht te geven wordt gebruik gemaakt van een model van de commissie BBV. De extracomptabele btw in het kader van het btw-compensatiefonds wordt niet meegenomen in de berekening van de kostendekkendheid. De taakvelden betreffen de van toepassing zijnde wettelijke taakvelden zoals vermeld in onderdeel 2.16 van deze Programmabegroting. Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid rioolheffing
€
Kosten taakveld
505
Inkomsten taakveld
-55
Netto kosten taakveld
450
Toe te rekenen kosten
450
Aandeel kosten overhead
111
Btw in het kader van het Btw-compensatiefonds
n.v.t.
Totale kosten
561
Opbrengst heffingen
561
Dekkingspercentage
100%
Afvalstoffenheffing (art. 219 Gw jo. 15.33 Wet Milieubeheer) / Reinigingsrecht bedrijven (art. 229 Gw) Het afvalbeheer wordt uitgevoerd in samenwerking met DAR N.V. Evenals in voorgaande jaren het geval was, worden de kosten van het afvalbeheer, waaronder de afvalinzameling en afvalverwerking, doorberekend aan de inwoners. In Mook en Middelaar betalen de inwoners een vast tarief (vastrecht) en een variabel tarief per lediging of klepopening. Het ophalen van huishoudelijk afval bij particulieren is een wettelijke verplichting. Het systeem van afvalstoffenheffing is een gesloten systeem waarbij de kosten en de baten aan elkaar gelijk zijn. De definitieve tarieven voor 2025 en de onderliggende onderbouwing daarvan worden ter vaststelling aan u voorgelegd in de raadsvergadering van november 2024.
34
Programmabegroting 2025-2028 Uitgangspunten tariefstelling De opbrengst van de afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht mag maximaal gelijk zijn aan de kosten van afvalinzameling en -verwerking (inclusief milieustraat). Onder de kosten vallen ook de compensabele btw conform art. 229b, lid 2, letter b Gw en het aandeel in de kosten van overhead. Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid reinigingsheffingen
€
Kosten taakveld
979
Inkomsten taakveld
-126
Netto kosten taakveld
853
Toe te rekenen kosten
853
Aandeel kosten overhead
216
Btw in het kader van het Btw-compensatiefonds
n.v.t.
Totale kosten
1.069
Opbrengst heffingen
1.069
Dekkingspercentage
100%
Leges (art. 229 Gw) Leges zijn verschuldigd voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een te leveren dienst, bijvoorbeeld het verstrekken van een paspoort, rijbewijs of omgevingsvergunning. Je betaalt niet voor de vergunning zelf (want het is ook mogelijk dat iemand geen vergunning krijgt, terwijl er wel werkzaamheden zijn verricht). Leges worden jaarlijks met een inflatiepercentage gecorrigeerd (conform de beleidsuitgangspunten). Kostendekkendheid Overeenkomstig het beleid worden de legestarieven 2025 verhoogd met 2,83% wegens inflatiecorrectie. De opbrengst mag maximaal kostendekkend zijn. Wettelijke tarieven zijn hierop een uitzondering. De kostendekkendheid volgt later in 2024. Bedragen x € 1.000 Berekening kostendekkendheid leges
€
Kosten taakveld
p.m.
Inkomsten taakveld
p.m.
Netto kosten taakveld
p.m.
Toe te rekenen kosten
p.m.
Overhead
p.m.
Btw in het kader van het Btw-compensatiefonds
p.m.
Totale kosten
p.m.
Opbrengst heffingen
p.m.
Dekkingspercentage (maximaal)
100%
35
Programmabegroting 2025-2028 Uitgangspunten tariefstelling De opbrengst van de secretarieleges mag maximaal gelijk zijn aan de kosten van behandeling van de aanvragen. Onder de kosten valt ook de compensabele btw conform art. 229b, lid 2, letter b Gw en het aandeel in de kosten van overhead. Bij het vaststellen van de legesverordening in november 2024 wordt een voorstel gedaan voor het aanpassen van de tarieven. Aanduiding van de lokale belastingdruk Bij dit onderdeel van de lokale belastingdruk worden de voorlopige tarieven weergegeven, de voorlopige belastingdruk voor 2025 en de belastingdruk van buurgemeenten (over 2024) op basis van een jaarlijks onderzoek door COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden). Overzicht van tarieven In onderstaande tabel zijn nauwelijks voorlopige tarieven weergegeven voor 2025 omdat op dit moment nog niet alle informatie voorhanden is om de tarieven te berekenen. De tarieven zijn een afgeleide van de opbrengst gedeeld door de grondslag. De grondslag ontvangen wij van BsGW. n.t.b. = nog te bepalen / nog te berekenen n.v.t. = niet van toepassing (deze belasting heffen wij niet) Voorlopige tarieven 2025 (bij gelijke grondslag)
2025
2024
Algemene inflatiecorrectie
2,83%
3,43%
Ozb woningen eigenaren
% woz-waarde
n.t.b.
0,1182%
Ozb niet-woningen eigenaren
% woz-waarde
n.t.b.
0,2791%
Ozb niet-woningen gebruikers
% woz-waarde
n.t.b.
0,2060%
Rzb
-
n.v.t.
n.v.t.
Forensenbelasting
% woz-waarde
n.t.b.
0,2411%
Toeristenbelasting
p.p.p.n.
2,00
1,50
Parkeerbelasting
-
n.v.t.
n.v.t.
Eerste hond
per eerste hond
n.t.b.
64,68
Extra honden
per extra hond (150%)
n.t.b.
86,16
Kenneltarief
per kennel (700%)
n.t.b.
417,72
Reclamebelasting
-
n.v.t.
n.v.t.
Precariobelasting
-
n.v.t.
n.v.t.
Baatbelasting
bedrag per perceel
n.v.t.
divers
Rioolheffing
per perceel
n.t.b.
123,00
eerste 400 m3 waterverbruik
n.t.b.
19,58
vanaf 400m3 gestaffeld, per 400m3
n.t.b.
195,80
vastrecht per jaar
n.t.b.
216,36
bedrag per lediging (restafval)
n.t.b.
10,29
bedrag per klepopening
n.t.b.
2,29
divers
divers
Hondenbelasting
Afvalstoffenheffing
Leges
De definitieve tarieven voor 2025 worden door uw raad vastgesteld middels het vaststellen van de belastingverordeningen, die aangeboden worden voor de raadsvergadering van 7 november 2024 met een eventuele uitloop naar 12 december 2024. Hierbij worden de laatste ontwikkelingen meegenomen, zoals waardemutatie van de onroerende zaken.
36
Programmabegroting 2025-2028 Belastingdruk Mook en Middelaar In onderstaande tabel staat de lokale lastendruk per huishouding, waarbij als uitgangspunt is genomen: • Huurders betalen uitsluitend afvalstoffenheffing en gebruikersdeel rioolheffing; • Woningeigenaren betalen afvalstoffenheffing, ozb en rioolheffing. Bedragen in € Lastendruk
2025
2024
n.t.b.
298
- bij een woningwaarde van € 200k
n.t.b.
637
- bij een woningwaarde van € 300k
n.t.b.
756
- bij een woningwaarde van € 500k
n.t.b.
992
Huurder: Afvalstoffenheffing
Eigenaar / gebruiker: Onroerende zaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing
Belastingdruk andere gemeenten COELO onderzoekt jaarlijks de woonlasten per huishouden. In onderstaande tabel zijn van enkele buurgemeenten de woonlasten weergegeven. Omdat de woonlasten over het komende jaar 2025 nog niet bekend zijn, worden altijd de woonlasten van het lopende begrotingsjaar (2024) vermeld. Mook en Middelaar
Gennep
Heumen
Land van Cuijk
Gemidd. Limburg
Gemidd. Nederland
Eenpersoonshuishouden
961
802
888
817
897
867
Meerpersoonshuishouden
1.014
862
957
886
963
944
Rangnummer *)
262e
74e
190e
105e
Eenpersoonshuishouden
275
254
161
288
342
346
Meerpersoonshuishouden
328
314
230
356
406
436
Rangnummer *)
62e
54e
9e
90e
Lastendruk 2024 Eigenaar-bewoner
Huurder
Bron: COELO 'Atlas van de lokale lasten 2024' *) 1e is goedkoopste gemeente
Kwijtscheldingsbeleid Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid tot een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de geheven belasting. De mogelijkheid tot kwijtschelding wordt geregeld in de belastingverordeningen. Kwijtschelding is op basis van de huidige verordeningen (2024) alleen mogelijk voor rioolheffing en afvalstoffenheffing. Voor alle andere belastingen wordt op grond van de huidige belastingverordeningen geen kwijtschelding verleend. Het wel of geen kwijtschelding verlenen kan jaarlijks herzien worden bij het vaststellen van de belastingverordeningen. Voor 2025 gebeurt dit in de raadsvergadering van 7 november (met een eventuele uitloop naar 12 december 2024).
37
Programmabegroting 2025-2028
1.11. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Wettelijk kader Artikel 11 BBV. Algemeen Deze paragraaf geeft inzicht in het vermogen van de gemeente Mook en Middelaar om substantiële niet-begrote kosten te dekken die onverwachts kunnen optreden. Tevens wordt inzicht gegeven in de risico’s die per eind september 2024 bekend en van substantieel belang zijn voor de financiële positie. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is de hoeveelheid aan middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en waarvoor ook geen verzekering is afgesloten. De weerstandscapaciteit bedraagt € 2 miljoen in de vorm van de Algemene Reserve en € 10k als bedrag voor onvoorziene uitgaven. Inventarisatie van de risico’s Tegenover de weerstandscapaciteit staan risico’s, die substantieel van belang zijn, maar die niet of niet geheel financieel gedekt zijn. Risico's worden in beginsel aangemerkt als incidenteel. Als risico's structureel optreden, dan wordt dit financieel ook structureel meegenomen in de begroting. Optredende risico's worden primair gedekt door de Algemene reserve. De waarschijnlijkheid dat een risico zich voordoet wordt onderverdeeld in Zeer laag (10%), Laag (25%), Midden (50%), Hoog (75%) en Zeer hoog (90%). Maatregelen kunnen zijn: Accepteren, Overdragen (bijv.
verzekeren), Preventief (voorkomen), Reductie (bedrag of risico verkleinen). Voor 2025 zijn alle risico's opnieuw beoordeeld of deze nog van toepassing dan wel relevant zijn. Dit resulteert in zeven risico's voor de begroting van 2025.
KwantiRisicoficering inschatting Kans
Nr
Risico
1
Overschrijding van kosten binnen het Sociaal Domein
2
Omvang
400
Hoog
75%
300
Optreden van een ICT-veiligheidsprobleem (Cybersecurity)]
1.762
Gemiddeld
50%
881
3
Uitvoering Participatiewet (vangnetregeling)
99
Gemiddeld
50%
49
4
Niet realiseerbare bezuinigingen dekkingsplan
709
Laag
25%
177
5
Extra kosten bij verbonden partijen
697
Zeer laag
10%
70
6
Onvoorziene kosten als gevolg van juridische procedures
250
Zeer laag
10%
25
7
Aanspraak op achtervang als gevolg van niet aflossen leningen sociale woningbouw
4.779
Zeer laag
10%
478
8.695
1.980
Voor een nadere toelichting op de risico's verwijzen wij u naar bijlage 2 van deze programma-begroting.
38
Programmabegroting 2025-2028 Bedragen x € 1.000 Incidenteel Risico
Kwantificering
Zeer hoog (90%)
Structureel
Berekend bedrag
Kwantificering
Berekend bedrag
0
0
0
0
Hoog (75%)
400
300
0
0
Midden (50%)
1.861
930
0
0
Laag (25%)
709
177
0
0
Zeer laag (10%)
5.726
573
0
0
Totaal
8.695
1.980
0
0
Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's (weerstandsvermogen) Bepaling en betekenis weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt gedefinieerd als de relatie tussen de weerstandscapaciteit (beschikbare middelen) en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om mogelijke tegenvallers op te vangen zonder dat dit onmiddellijk invloed heeft op het beleid. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de gemeente. Ratio weerstandsvermogen De ratio, die uit de hiervoor gehanteerde berekening volgt, kan worden gewaardeerd. Wij hanteren onderstaande beoordelingstabel. Beoordelingstabel weerstandsvermogen Categorie
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
vanaf
tot
A
2
∞
Uitstekend
B
1,4
2
Ruim voldoende
C
1
1,4
Voldoende
D
0,8
1
Matig
E
0,6
0,8
Onvoldoende
F
-∞
0,6
Ruim onvoldoende
De gemeente Mook en Middelaar wenst minimaal een ratio te hebben in categorie C – voldoende. Dit betreft een ratio tussen de 1,0 en 1,4. Daarnaast wordt als structurele bovengrens een ratio van 3,0 gehanteerd. Als na drie achtereenvolgende jaren de ratio groter dan 3,0 is, wordt de Algemene reserve verlaagd. Overeenkomstig, als na drie achtereenvolgende jaren de ratio kleiner dan 1,0 is, wordt de Algemene reserve verhoogd. Als risico's zich daadwerkelijk voordoen, ondanks de genomen beheersmaatregelen, dan kan een beroep gedaan worden op de weerstandscapaciteit. Uitgangspunt hierbij is dat eerst wordt onderzocht of de gemeente ook andere mogelijkheden heeft om de gevolgen van risico’s op te vangen. Denk bijvoorbeeld aan het aanwenden van eventueel onbenutte budgetten, bezuinigingen of bijstellingen van bestaand beleid.
39
Programmabegroting 2025-2028 Ratio weerstandsvermogen De ratio voor het weerstandsvermogen bedraagt 1,0 (weerstandscapaciteit € 2.010k gedeeld door risico's € 1.980k). Deze ratio valt in klasse 'C Voldoende'. Dit is de minimaal gewenste categorie. Kengetallen Naast de ratio voor het weerstandsvermogen zijn gemeenten verplicht om onderstaande kengetallen te verstrekken. Deze kengetallen mogen alleen in gezamenlijkheid beoordeeld worden voor de beeldvorming met betrekking tot de financiële positie van de gemeente (zie ook de tabel onderaan deze paragraaf). Verloop van de kengetallen Kengetallen
W2023
B2024
B2025
B2026
B2027
B2028
Netto schuldquote
-19%
0%
7%
41%
56%
55%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-21%
-3%
4%
38%
53%
52%
Solvabiliteitsratio
42%
40%
40%
27%
23%
23%
Structurele exploitatieruimte
1%
-3%
0%
-4%
-4%
-3%
Grondexploitatie (n.v.t.)
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Belastingcapaciteit
104%
103%
103%
103%
103%
103%
1a Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast (vaste schuld en vlottende schulden) ten opzichte van de eigen middelen (vlottende activa). Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een negatieve schuldquote betekent dat er geen netto-schuld is, maar dat er een overschot is aan liquide middelen en vorderingen. Door investeringen, het benutten van de middelen in 's Rijks Schatkist en het toekomstig aantrekken van leningen voor financiering van investeringen, neemt de netto schuldquote toe. 1b Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit betreft hetzelfde kengetal als de netto schuldquote, maar nu wordt bij de eigen middelen niet alleen de vlottende activa meegenomen, maar ook de uitgezette leningen. Dit kengetal is altijd gelijk of lager dan de netto schuldquote. 2. Solvabiliteitsratio Het solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate wij in staat zijn om op de lange termijn aan de financiële verplichtingen te voldoen. Zoals uit de balans valt op te maken, bedraagt het eigen vermogen € 7,6 miljoen en het totaal vermogen € 19,2 miljoen. Dit betekent dat de omvang van het eigen vermogen 40% bedraagt ten opzichte van het totaal vermogen. De gangbare minimumnorm voor deze solvabiliteitsratio ligt bij niet-financiële ondernemingen tussen de 25% en 40%.
Hoe hoger de ratio hoe solvabeler de organisatie is. Met een ratio van 40% voldoet de gemeente Mook en Middelaar aan de gangbare norm. 3. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage is een structureel overschot. Bij de bepaling van het saldo worden de mutaties in reserves niet meegenomen. Het begrotingssaldo vóór mutaties reserves is voor 2025 licht negatief, maar bedraagt afgerond 0%.
40
Programmabegroting 2025-2028 4. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De gemeente Mook en Middelaar heeft geen actieve grondexploitaties (aankopen, bouw- en woonrijp maken en weer verkopen). Het kengetal bedraagt 0%. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit wordt berekend op basis van de woonlasten van een belastingplichtige (meerpersoonshuishouden met eigen woning) in Mook en Middelaar ten opzichte van het landelijk gemiddelde van het laatst bekende begrotingsjaar. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2025 is dat 2024. Omdat de (voorlopige) tarieven voor 2025 nog niet berekend kunnen worden en de woonlasten dus ook nog niet bekend zijn, is de belastingcapaciteit voorlopig gelijk gehouden aan de belastingcapaciteit van 2024, zijnde 103%. Bij het aanbieden van de effecten van septembercirculaire 2024 middels een eerste begrotingswijziging, zal ook de belastingcapaciteit voor 2025 vermeld worden. In de raadsvergadering van 7 november 2024 worden de nieuwe belastingverordeningen voor 2025 ter besluitvorming aan u voorgelegd. Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie De diverse kengetallen zijn onderling redelijk consistent en bevestigen het beeld van een gezonde financiële positie.
Mook en Middelaar heeft slechts één uitstaande geldlening van € 182k (per 1 januari 2025), die in 2025 geheel wordt afgelost. Aan de andere kant is er ongeveer € 8,8 miljoen aanwezig in ’s Rijks schatkist (voor aftrek van de betaling van alle restant kredieten). Qua exploitatie is er wel een aandachtspunt voor de meerjarenraming. De jaren 2026 tot en met 2028 zijn nog niet sluitend. Op basis van de categoriale indeling zit de gemeente Mook en Middelaar overwegend in de categorieën A en B (minst risicovol dan wel gemiddeld). De kengetallen moeten niet afzonderlijk beoordeeld worden, maar bepalen gezamenlijk het financiële beeld. Kengetal
Waarde M&M
Categorie A
Categorie B
Categorie C
Netto schuldquote zonder correctie
7%
< 90%
90 - 130%
> 130%
Netto schuldquote met correctie)
4%
< 90%
90 - 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
40%
> 50%
20 - 50%
< 20%
Structurele exploitatieruimte
0%
positief
neutraal
negatief
Grondexploitatie
0%
< 20%
20-35%
> 35%
Belastingcapaciteit
103%
< 95%
95 - 105%
> 105%
41
Programmabegroting 2025-2028
1.12. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Wettelijk kader Artikel 12 BBV. Onderstaande tabel bevat de actuele stand van zaken met betrekking tot de beheerprogramma's. Beheerplan
Omschrijving / Naam
Periode
Datum vaststelling Raad
Te herzien in
Looptijd
Wegen
Wegenbeheerplan Meerjarenplanning
2020-2025
12 december 2019
2024
5 jaar
Wegen/bruggen
Meerjaren onderhoudsplan bruggen
2018-2067
15 september 2016
2066
50 jaar
Riolering
Gemeentelijk Rioleringsplan Mook en Middelaar (GRP)
2022-2026
16 december 2021
2026
5 jaar
Water
geen onderhoudsplan
-
-
-
-
Groen
Groenbeheerplan/renovatieplan
2016-2019 2019-2022
*)
2024
4 jaar
Gebouwen
Meerjarig onderhoudsplan (MJOP)
2024-2027
1 februari 2024
2027
4 jaar
*) Besluitvorming door College van burgemeester en wethouders.
Wegen 1.
Wegen
Doel De gemeente is verantwoordelijk voor de instandhouding en het veilig gebruik van de verhardingen die zij in beheer heeft. Beleidskader Al jaren voert de gemeente structureel en planmatig onderhoud uit aan de verhardingen. Het gemeentelijke Wegenbeheerplan is hierbij richtinggevend. Het plan geeft inzicht in de kwaliteit en onderhoudsbehoefte van de gemeentelijke wegen/verhardingen en de financiële middelen die hiervoor nodig zijn. Het plan wordt voor een bepaalde tijd vastgesteld en het huidige plan liep in 2024 af. Er is een nieuw wegenbeheerplan opgesteld voor de periode van 2025-2029 Onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau van de wegen is vastgesteld op het niveau B van de landelijke CROWsystematiek. Dit komt min of meer overeen met het niveau van instandhouding van de verhardingen, voorkomen dat (technische) normen worden overschreden. Financiële consequenties beleidskader De meerjarenplanning voor het structureel en planmatig onderhoud bedraagt op basis van het nieuwe Wegenbeheerplan voor de jaren 2020 tot en met 2024 op jaarbasis een bedrag van gemiddeld ongeveer € 152k voor groot onderhoud, inclusief een toeslag van 6-10% voor de kosten van de voorbereiding, verkeersmaatregelen, administratie en toezicht op de werkzaamheden.
42
Programmabegroting 2025-2028 Financiële consequenties in de begroting Om de onderhoudsvoorziening voor het (groot) wegonderhoud op peil te houden werd er jaarlijks € 250k aan toegevoegd. Het verloop van de voorziening is als volgt: Bedragen x € 1.000 Voorziening groot onderhoud wegen Jaar
Stand per 1-1
Dotatie
Vrijval
Aanwending
Stand per 31-12
2024
562
250
0
140
671
2025
671
250
0
155
766
2026
766
250
0
250
766
2027
766
250
0
250
766
2028
766
250
0
250
766
Eind 2024 wordt het wegenbeheerplan herzien, waardoor in ieder geval de geraamde aanwending van de voorziening zal wijzigen. Voortgang van het geplande onderhoud De onderhoudswerkzaamheden worden overeenkomstig de planning van het Wegenbeheerplan uitgevoerd. Werkproces: voorbereiding (onderzoek), aanbesteding en uitvoering. Werkzaamheden worden zo veel mogelijk gecombineerd en afgestemd met gemeentelijke (bouw)ontwikkelingen. Streven naar integraal werken. Zo mogelijk wordt het onderhoud aan de wegen gecombineerd met andere ontwikkelingen en/of onderhoudswerkzaamheden (integraal werken). Omvang achterstallig onderhoud Bij het opstellen van het nieuwe wegenbeheerplan is de onderhoudstoestand van de wegen geactualiseerd. Hierbij zal duidelijk worden of er sprake is van achterstallig onderhoud. 2.
Kunstwerken (Bruggen)
Doel De gemeente is verantwoordelijk voor de instandhouding en het veilig gebruik van de verkeersbruggen binnen de gemeente. Het betreft twee bruggen, de brug Witteweg te Plasmolen en de brug Cuijksesteeg in Mook. Beleidskader Op 15 september 2016 heeft u het ‘Meerjaren onderhoudsplan bruggen' vastgesteld. Het plan voorziet in het structurele / planmatige onderhoud aan de bruggen. Dit geeft een doorkijk voor de komende vijftig jaar (planperiode 2018-2067). Onderhoud op basis van instandhouding van de huidige functionaliteit van de bruggen. Met het plan is dit gewaarborgd. In 2024 zijn diverse leuningen van beide bruggen vervangen worden. Onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau van de bruggen is vastgesteld op niveau in stand houden. Financiële consequenties beleidskader Voor de financiering van de onderhoudswerkzaamheden op de langere termijn (instandhouding) is er een voorziening groot onderhoud bruggen aanwezig. De jaarlijkse dotatie aan de voorziening bedraagt € 23k. Door de jaarlijkse dotatie is de voorziening gedurende een looptijd van 50 jaar nergens negatief.
43
Programmabegroting 2025-2028 Financiële consequenties in de begroting Het verloop van de voorziening is als volgt: Bedragen x € 1.000 Voorziening groot onderhoud kunstwerken (bruggen) Jaar
Stand per 1-1
Dotatie
Vrijval
Aanwending
Stand per 31-12
2024
164
23
0
108
80
2025
80
23
0
0
103
2026
103
23
0
10
116
2027
116
23
0
0
139
2028
139
23
0
136
26
Voortgang van het geplande onderhoud In 2025 zal conform het meerjarenonderhoudsplan een inspectie uitgevoerd worden aan de Brug Witteweg te Plasmolen. Het klein onderhoud dat uit deze planning komt zal ook conform het meerjarenplan uitgevoerd worden. Omvang achterstallig onderhoud Door invulling te geven aan het Meerjaren onderhoudsplan bruggen kan achterstallig onderhoud worden voorkomen. Voortgang van het geplande onderhoud Jaarlijks worden de geplande vervangingen uitgevoerd. Hierbij wordt er ook gekeken of zaken kunnen worden gecombineerd. Omvang achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Riolering Doel Invulling geven aan de gemeentelijke watertaken, dit op het gebied van afvalwater, regenwater en grondwater. Meer concreet het in stand houden en verbeteren van de gemeentelijke riolering en voorzieningen voor de opvang en verwerking van het regenwater. Dit alles om te komen tot een goed functionerend(e) waterketen en watersysteem en daarmee het terugdringen van de kans op wateroverlast. Beleidskader De invulling van de gemeentelijke watertaken, en de financiering ervan, is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan Mook en Middelaar (GRP), dat op 24 november 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. De planperiode van het GRP bestrijkt de jaren 2022 tot en met 2026. In het GRP is de vroegere specifieke zorg voor de riolering omgebogen naar de zorg voor het gemeentelijk waterbeheer. Dus niet specifiek het (stedelijk) afvalwater maar ook het regenwater en grondwater. In het GRP is er aandacht voor het onderhoud en het in stand houden van de (water)voorzieningen, het doen van metingen en onderzoek, het terugdringen van de vuiluitworp naar oppervlaktewater en het terugdringen van de kans op wateroverlast ten gevolge van hevige neerslag. De afgelopen jaren zijn hierin al vorderingen gemaakt, wel baart de toenemende extreme neerslag zorgen.
Hiervoor is blijvende aandacht in de vorm van generieke en specifieke maatregelen, zoals het afkoppelen van verhardingen en het creëren van berging. Hierbij worden ook de bewoners betrokken en gestimuleerd. Dit in de vorm 44
Programmabegroting 2025-2028 van voorlichting en advies en ook met de mogelijkheid van een geldelijke bijdrage (dit laatste in samenwerking met het waterschap Limburg). De mogelijkheid voor samenwerking met andere overheden en partijen is ook een blijvend aandachtspunt. Dit onder andere om de kosten voor de watertaken te verlagen. Hierbij is het streven om de wettelijke watertaken tegen de laagst mogelijke lasten uit te voeren. Onderhoudsniveau Het onderhoudsniveau van de riolering is vastgesteld op niveau instandhouding / functionaliteit. Financiële consequenties beleidskader De financiële gevolgen van de uitvoering van het GRP komen via de rioolheffing ten laste van belastingplichtige inwoners. Bij de behandeling van de belastingverordeningen worden ook de tarieven van de rioolheffing vastgesteld. Financiële consequenties in de begroting De dekking van de kosten voor het reguliere (dagelijks) onderhoud vindt plaats middels budgetten in de exploitatie. Nieuwe rioleringen worden geactiveerd en leiden tot kapitaallasten. De voorziening groot onderhoud riolering gedraagt zich meer als een tariefegalisatievoorziening, waarbij het saldo van de lasten en baten wordt geëgaliseerd. Riolering en rioolheffing is financieel een gesloten systeem.
Gezien de omvang van de voorziening wordt in ieder geval, evenals in 2024, voor de periode 2025 t/m 2028 een bedrag van € 50k uit de voorziening gehaald, waardoor de netto te verhalen lasten middels rioolheffing hierdoor iets gunstiger uitvalt. Het verloop van de voorziening is als volgt: Bedragen x € 1.000 Voorziening groot onderhoud riolering (tariefegalisatie) Jaar
Stand per 1-1
Dotatie
Vrijval
Aanwending
Stand per 31-12
2024
4.302
0
-50
0
4.252
2025
4.252
0
-50
0
4.202
2026
4.202
0
-50
0
4.152
2027
4.152
0
-50
0
4.102
2028
4.102
0
-50
0
4.052
Voortgang van het geplande onderhoud Het dagelijks onderhoud en de inspanningen en werkzaamheden die voortvloeien uit het GRP worden voorbereid en uitgevoerd. Hierbij is het streven naar integraal werken, synergie en doelmatigheid. Omvang achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Water Passantenhaven Doel Mook en Middelaar heeft op het gebied van ‘water’ enkel de verplichting om de passantenhaven bevaarbaar te houden en het in stand houden van de functionaliteit van de haven, als bouwkundige voorziening. Beleidskader 45
Programmabegroting 2025-2028 Inzicht hebben en houden in de diepgang en de staat van de passantenhaven als 'bouwwerk'. Onderhoudsniveau De metingen van de diepgang in de haven wijzen uit dat de haven bevaarbaar is. Met metingen wordt dit gevolgd. Tot op heden is er geen onderhoudsplan voor de passantenhaven zelf, de waterbouwkundige (constructieve) onderdelen. De haven dateert uit de jaren negentig van de vorige eeuw. Het is raadzaam om inzicht te krijgen in de staat van onderhoud en het benodigd toekomstig budget voor de instandhouding van de voorzieningen. Inzicht in de onderhoudsbehoefte, en het waarborgen daarvan, kan worden gekoppeld aan de wens van de ontwikkeling van het gebied Maaskade. Hierbij streven naar een integrale benadering en uitwerking, zowel ruimtelijk, functioneel als (onderhouds)technisch. Vanuit het oogpunt van onderhoud en beheer is deze inspanning niet vrijblijvend, ook niet in tijd. Als deze visie om welke redenen dan ook op zich laat wachten, is het wenselijk om los hiervan een onderhoudsplan op te stellen. Financiële consequenties beleidskader Indien het uitbaggeren van de passantenhaven noodzakelijk is, worden de kosten daarvan geschat op € 125k. Deze kosten zijn niet in de begroting opgenomen. Het dichtslibben is onder andere afhankelijk van het gebruik van de haven en zandverplaatsingen bij extreme hoogwaterstanden.
De exacte kosten worden mede bepaald door het tijdstip waarop het baggeren noodzakelijk is en door de benodigde opslagcapaciteit voor het slib. Deze post is wel opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Financiële consequenties in de begroting De dekking van de kosten voor het onderhoud vindt plaats door middel van het reserveren van budgetten in de exploitatie. Er is hiervoor op dit moment geen budget en geen voorziening aanwezig. Voortgang van het geplande onderhoud Ten aanzien van het bevaarbaar houden van de haven zijn er geen bijzonderheden te melden en worden er geen acties voorzien. Omvang achterstallig onderhoud Op basis van huidig inzicht is er geen sprake van achterstallig onderhoud.
Groen Doel Het onderhouden en beheren van het gemeentelijk groen. Dit betreft plantsoenen, hagen, bomen, en het sportpark in Middelaar. Beleidskader Het beleidskader is vastgelegd in het Groenbeheerplan van 2015. Onderhoudsniveau In het Groenbeheerplan is het onderhoudsniveau van het openbaar groen vastgesteld conform de landelijke CROW-systematiek. Voor het groen in de woonkernen is dit niveau B; onderhoudsniveau basis met een sober/functioneel beeld. Op locaties waar het technisch mogelijk en verantwoord is, is gekozen voor een lager onderhoudsniveau- niveau C; extensief beheer. Veelal buiten de woonkernen.
46
Programmabegroting 2025-2028 Financiële consequenties beleidskader In de begroting zijn de kosten voor het reguliere beheer en onderhoud van het openbaar groen opgenomen. Financiële consequenties in de begroting Het groenonderhoud vindt geheel plaats door middel van het budgetteren in de exploitatie. Voortgang van het geplande onderhoud Het reguliere onderhoud van het openbaar groen wordt uitgevoerd door INTOS/Buitenwerk. Voor specifieke onderhoudstaken zoals het onderhoud van de sportvelden, snoeien van laan- en straatbomen, maaien van bermen, onderhoud hondenuitlaatstroken, onderhoud hagen en beheersen eikenprocessierups worden aannemers ingehuurd. Daarnaast voert de eigen dienst diverse onderhoudstaken uit zoals het snoeien van vormbomen en het maaien van gras- en sportvelden.
Gebouwen Doel Het college wil inzicht in de staat van het vastgoed en borgen dat het onderhoud plaatsvind zodat de technische staat van het gebouw en installaties gewaarborgd blijft en de veiligheid gegarandeerd. Hiervoor hanteert de gemeente het Meerjarig onderhoudsplan (MJOP) 2024-2027 voor onderstaande gebouwen: ▪ Het gemeentehuis; ▪ De brandweerkazerne/gemeentewerf, de zoutloods en het kca-depot (milieustraat); ▪ Sportaccommodatie De Heikant (Astrantia); ▪ Sportaccommodatie De Maasvallei (Eendracht ’30). Beleidskader Voor de gemeentelijke gebouwen hanteren we het MJOP 2024-2027 als leidraad en toetsingskader. Eind 2023 is MJOP opnieuw opgesteld en budgetten voor dagelijks en planmatig onderhoud voor de jaren 2024 geactualiseerd en werken we naar een actief gebouwenbeheer met bijbehorend onderhoudsniveau. Het onderhoud van de gemeentelijke gebouwen houdt in: - dat de objecten er verzorgd en voldoende representatief uitzien; - dat de waarde van de objecten in stand blijft; - dat de beleving van de gebruikers van de gebouwen/objecten goed is; - dat de technische voorzieningen in de gebouwen naar behoren functioneren - dat op een planmatige manier verduurzaming plaatsvindt.
Financiële consequenties beleidskader De gemeentelijke gebouwen worden conform het MJOP 2024-2027 onderhouden waarbij we altijd bezien of we doelmatig en efficiënt het onderhoud kunnen uitvoeren door schuiven in de tijd dan wel combineren van werkzaamheden. Financiële consequenties in de begroting Voor klein onderhoud is een budget in de exploitatie opgenomen. Voor groot onderhoud wordt jaarlijks € 140k gestort in de voorziening gebouwenbeheer.
47
Programmabegroting 2025-2028
Bedragen x € 1.000 Voorziening groot onderhoud gebouwen Jaar
Stand per 1-1
Dotatie
Vrijval
Aanwending
Stand per 31-12
2024
1.183
240
0
803
620
2025
620
140
0
65
695
2026
695
140
0
283
552
2027
552
140
0
114
578
2028
578
140
0
43
675
Voortgang van het geplande onderhoud In 2025 gaat het onderhoud plaatsvinden conform het MJOP beheerplan.
48
Programmabegroting 2025-2028
1.13. Paragraaf Financiering Wettelijk kader Artikel 13 BBV. Beleidsvoornemens t.a.v. het risicobeheer van de financieringsportefeuille Mook en Middelaar hanteert de volgende beleidsvoornemens: - Daar waar mogelijk zetten we eerst eigen financieringsmiddelen in, voordat we gaan lenen; - Tijdelijk overtollige liquide middelen stallen we in 's Rijks Schatkist (wettelijk verplicht); - De wettelijke kasgeldlimiet en renterisiconorm overschrijden we niet. Rentelasten Lening De Gemeente Mook en Middelaar heeft momenteel één langlopende lening. Dit betreft een lening met een looptijd tot en met 2025 en een vast rentepercentage van 5,58%. Voor 2025 betreffen de rentelasten € 2k. Op deze lening wordt lineair afgelost (€ 182k per jaar). Vooralsnog wordt er in 2025 geen nieuwe lening aangegaan. Bedragen x € 1.000 Langlopende lening (per 31-12)
2024
2025
2026
2027
2028
Lening BNG
182
0
0
0
0
Renterisiconorm De renterisiconorm geeft een norm voor het renterisico op de vaste schuld en heeft als doel het renterisico bij (her)financiering te beheersen. Deze norm is bij ministeriële regeling vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal (lasten exclusief toevoegingen aan reserves). Dit houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De minimale renterisiconorm bedraagt wettelijk € 2,5 miljoen. Jaar Bedragen x € 1.000 Renterisiconorm
2024
2025
2026
2027
2028
0
0
0
0
0
1
Renteherzieningen op leningen o/g
2
Betaalde aflossingen
182
182
0
200
300
3
Renterisico (1+2)
182
182
0
200
300
4
Renterisiconorm
6.015
5.011
4.304
4.310
4.275
5a
Ruimte onder renterisiconorm (4>3)
5.834
4.830
4.304
4.110
3.975
5b
Overschrijding renterisiconorm (4<3)
-
-
-
-
-
20%
20%
20%
20%
20%
Berekening 4a
Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage
4b
Begrotingstotaal
30.075
25.057
21.520
21.549
21.373
4
Renterisiconorm (4a x 4b)
6.015
5.011
4.304
4.310
4.275
De renterisiconorm bedraagt voor 2025 € 5 miljoen. Voor dit bedrag mogen aflossingen en renteherzieningen plaatsvinden.
49
Programmabegroting 2025-2028 Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft een maximumbedrag aan dat de betreffende gemeente aan korte financiering mag aantrekken. De omvang bedraagt een in de ‘Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden’ vastgelegd percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. Dit percentage is wettelijk vastgesteld op 8,5%. Bedragen x € 1.000 Kasgeldlimiet
2024
2025
2026
2027
2028
30.075
25.057
21.520
21.549
21.373
- In procenten van de grondslag
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
- In bedrag van de grondslag
2.556
2.130
1.829
1.832
1.817
- Opgenomen gelden < 1 jaar
0
0
0
0
0
- Schuld in rekening-courant
0
0
0
0
0
- Gestorte gelden van derden < 1 jaar
0
0
0
0
0
- Overige geldleningen, niet zijnde vaste schuld
0
0
0
0
0
- Totale omvang van de vlottende schuld
0
0
0
0
0
1
1
1
1
1
3.802
1.862
953
861
762
0
0
0
0
0
3.803
1.863
954
862
763
- Totaal netto vlottende schuld (2) -/- (3)
-3.803
-1.863
-954
-862
-763
- Toegestane kasgeldlimiet (1)
2.556
2.130
1.829
1.832
1.817
- Ruimte (+)/Overschrijving (-) (1) -/- (4)
6.359
3.993
2.783
2.693
2.580
Omvang primitieve begroting per 1 januari (= grondslag) 1.
2.
3.
Toegestane kasgeldlimiet
Omvang vlottende korte schuld
Vlottende middelen - Contante gelden in kas - Tegoeden in rekening-courant - Overige uitstaande gelden < 1 jaar - Totale omvang van de vlottende middelen
4.
Toets kasgeldlimiet
Liquide middelen die niet per direct nodig zijn voor de bedrijfsvoering, moeten bij het rijk ondergebracht worden in ’s Rijks Schatkist, ook wel Schatkistbankieren genoemd. Mook en Middelaar heeft daar per medio september 2024 ongeveer € 8,8 miljoen uitstaan. Afhankelijk van het verloop van de investeringen zullen vanaf 2026 langlopende leningen aangetrokken moeten worden om de geraamde investeringen te kunnen betalen. Vooralsnog zijn er geen voornemens om een lening o/g aan te gaan in 2025. De kasgeldlimiet bedraagt voor 2025 ruim € 3,6 miljoen. Voor dit bedrag mogen we kortlopend (dag)geld aantrekken.
50
Programmabegroting 2025-2028 Renteresultaat Het renteresultaat is het saldo van de netto rentelasten en baten gecorrigeerd met doorbelastingen. bedragen x € 1.000 Renteresulta at
2025
a.
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
40
b.
De externe rentebaten over de korte en lange financiering
-39
c1. c2. c3.
Saldo rentelasten en rentebaten
1
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
-0
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-0 0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
1
d1.
Rente over eigen vermogen
0
d2.
Rente over voorzieningen
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
1
e.
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
0
f.
Renteresultaat op het taakveld Treasury
1
Financieringsbehoefte Hieronder vindt u de liquiditeitenplanning op hoofdlijnen. Deze planning is gebaseerd op de inkomsten en uitgaven van de exploitatie, de geraamde investeringen voor 2025 tot en met 2028, het eventueel aantrekken of aflossen van leningen en de aanwending van voorzieningen. Het geraamde beginsaldo van 2025 is gebaseerd op het uitgangspunt dat de doorgeschoven investeringen vanuit de vorige jaarstukken (2023) en vanuit de begroting 2024 nog niet allemaal voor 100% uitgegeven worden in 2024. In de jaarstukken wordt jaarlijks op basis van de realisatie een meer gedetailleerd kasstroomoverzicht vermeld. Bedragen x €1.000 Inkomsten en uitgaven
2024
2025
Beginsaldo liquiditeiten
7.877
3.502
29.051
Mutatie leningen Mutatie werkkapitaal
2026
2027
2028
1.562
653
561
24.924
20.550
20.535
20.535
0
0
6.000
3.000
0
0
0
0
682
728
29.051
24.924
26.550
24.216
21.263
Uitgaven volgens exploitatie
29.023
24.103
20.462
20.489
20.309
Uitgaven voor investeringen
747
229
4.150
3.183
250
Mutatie leningen
182
182
0
200
300
Aanwending voorziening
1.124
293
616
437
503
Mutatie werkkapitaal
2.351
2.058
2.231
0
0
Subtotaal af
33.426
26.864
27.459
24.309
21.362
Totaal
3.502
1.562
653
561
462
Bij: Inkomsten volgens exploitatie
Subtotaal bij Af:
51
Programmabegroting 2025-2028 Omdat Mook en Middelaar tijdelijk overliquide is (weggezet in 's Rijks Schatkist), is voor 2025 nog geen behoefte aan een aanvullende financiering. De rente bij 's Rijks Schatkist bedraagt ongeveer 3,6%. Afhankelijk van de doorlooptijd van het investeringsschema moet op termijn geleend worden om investeringen te financieren.
52
Programmabegroting 2025-2028
1.14. Paragraaf Bedrijfsvoering Wettelijk kader Artikel 14 BBV.
Algemeen De paragraaf Bedrijfsvoering geeft ten minste inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering.
Personeel en organisatiebeleid Scherp aan de wind Het veranderde financiële perspectief vereist dat we in 2025 alles in het werk stellen om óók ten aanzien van personeelskosten zo scherp mogelijk aan de wind te zeilen. De uitdaging is om het personeelsbudget te verlagen (met uitzondering van de te verwachten wettelijke CAO-stijging) en tegelijkertijd het huidige niveau van dienstverlening, productiviteit en medewerkerstevredenheid minimaal op peil te houden. In een tijd waarin de Rijksoverheid steeds meer taken bij gemeenten belegt, kan dat met recht een uitdaging genoemd worden. Formatie en inhuur Bij het opstellen van de begroting is uiterst kritisch gekeken naar de benodigde formatie. Waar mogelijk is de formatie verlaagd ten opzichte van het lopende boekjaar. Ook wordt in 2025 minder externe inhuur voorzien. Externe inhuur wordt zo veel als mogelijk beperkt, maar zal echter ook in 2025 noodzakelijk blijven om het gewenste dienstverleningsniveau op peil te houden, bijvoorbeeld op het moment dat personeel onvoorzien niet inzetbaar is of bij uitvoering van specialistische werkzaamheden waarvoor de inzet van vaste formatie niet mogelijk is. Personeels- en organisatiebeleid In 2025 wordt de koers voortgezet die de afgelopen jaren is ingezet. De organisatie is toegerust en voldoende in balans om uitvoering te geven aan hetgeen gevraagd wordt.
Met de Ondernemingsraad is sprake van een constructieve, prettige samenwerking. Het managementteam spant zich in om de slagkracht van de huidige organisatie op peil te houden én om de organisatie voldoende adaptief te houden, zodat kan worden blijven ingespeeld op maatschappelijke ontwikkelingen. Aanvullend hierop blijft nadrukkelijk aandacht voor het zo doelmatig mogelijk inrichten van werkprocessen, de administratieve organisatie en de verdeling van taken. Werving en duurzame inzetbaarheid We slagen er nog altijd in goed gekwalificeerde mensen aan te trekken bij vacatures. We hebben een actieve inspanning geleverd aan het werven en onboarden van nieuwe medewerkers en blijken een aantrekkelijke werkgever voor veel werkzoekenden. Ook voor zittende medewerkers is vanzelfsprekend passende aandacht, gericht op een optimale duurzame inzetbaarheid. Het scholings- en opleidingsaanbod voor hen is uitgebreid door samenwerking met de NijmegenSchool. Jonge medewerkers krijgen desgewenst specifieke begeleiding via het programma Mentorconnector. Daarnaast wordt ingezet op de vitaliteit van onze medewerkers. Voorbeelden hiervan zijn de inzet van de Vital Scan, Insights Discovery (inzicht in kwaliteiten en ontwikkeling van teams) en modernisering van de werkplekken.
Nadat in 2023 een medewerkersbelevingsonderzoek gehouden is, zijn in 2024 onder meer het agressieprotocol en het arbobeleid vernieuwd. Voor 2025 staan geen nieuwe onderzoeken of grote beleidswijzigingen op de rol.
53
Programmabegroting 2025-2028 Regionale samenwerking We werken actief samen met omliggende gemeenten op personeelsgebied. Medewerkers delen informatie en detacheringen vinden plaats om specialistische expertise te benutten. Binnen het bedrijfsvoeringsdomein wordt op onder meer het gebied van ICT en inkoop actief samengewerkt met regiogemeenten. Ook in 2025 blijven we alert op kansen om onze organisatie te versterken via samenwerking met naburige gemeenten.
Informatisering / automatisering Digitalisering Digitalisering speelt een cruciale rol in de wijze waarop we in de nabije toekomst inspelen op de behoeften van onze inwoners en de wijze waarop we de dienstverlening aan onze inwoners vormgeven. Bijna alles hangt met digitalisering samen: processen kunnen efficiënter en effectiever verlopen en informatie kan sneller beschikbaar komen en gemakkelijker toegankelijk worden gemaakt. Daarnaast heeft het indirect effect op de werkdruk, het maakt ons als organisatie flexibeler vanwege de toegankelijkheid van informatie. De digitale wereld verandert echter zo snel dat we continu aandacht moeten blijven besteden aan onze informatiesystemen. Het beheer vraagt om extra inspanning. Belangrijke componenten hierin zijn beveiliging, werken in de cloud en Microsoft 365. In 2025: • implementeren we Microsoft Office 365 als ons centrale platform, inclusief de telefooncentrale; • werkt Publiekszaken met een toonaangevende cloudoplossing waarbij de inwoner meer en gemakkelijker diensten digitaal kan afwikkelen; • werkt afdeling Ruimte effectiever met nieuwe en uitgebreidere cloudsystemen; en • maken we werk van verdere WOO (Wet Open Overheid) implementatie. informatiebeveiliging komt aan bod in paragraaf 1.17 Regionale samenwerking We blijven de vruchten plukken van de regionale ICT samenwerking.
iRvN ontwikkelt door, ook organisatorisch, en participeert in landelijke ontwikkelingen. Dit stelt ons in staat om bij te blijven in de stormachtige ontwikkelingen in de wereld van automatisering.
54
Programmabegroting 2025-2028
Budgetten Overzicht budgetten raad Naast de diverse bedrijfsvoeringsaspecten zijn er ook specifiek budgetten voor de raad. Ofschoon deze formeel geen onderdeel uitmaken van de bedrijfsvoering, worden deze hieronder volledigheidshalve wel vermeld. Bedragen x € 1.000 Wie
Toelichting
R2023
B2024
B2025
B2026
B2027
B2028
Raad
salarissen, vergoedingen, werkbudget enz.
246
258
245
255
245
245
Raadscommissies
vergoedingen
4
6
6
6
6
6
Griffie
salarissen, incl. ondersteuning griffie
130
142
139
139
139
139
Rekenkamer
budget voor rekenkamer(commissie)
0
15
15
15
15
15
Controlekosten
kosten accountant
68
75
75
75
75
75
55
Programmabegroting 2025-2028
1.15. Paragraaf Verbonden partijen Wettelijk kader Artikel 15 BBV Algemeen Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap over de verbonden partij, hetzij middels vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij middels stemrecht (bijvoorbeeld door het hebben van aandelen). Onder financieel belang wordt verstaan: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat, dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Als er alleen een bestuurlijk belang óf een financieel belang is, dan is er géén sprake van een verbonden partij zoals bedoeld in het BBV. Verbonden partijen kunnen onderverdeeld worden in: - gemeenschappelijke regelingen; - vennootschappen en coöperaties; - stichtingen en verenigingen; en - overige verbonden partijen. Hieronder zijn alle verbonden partijen opgesomd met het aandeel dat Mook en Middelaar in de desbetreffende verbonden partij heeft. In bijlage 3 treft u nadere informatie aan over elke verbonden partij.
Gemeenschappelijke regelingen Voor de gemeenschappelijke regelingen zijn in deze Programmabegroting de volgende verbonden partijen aanwezig: Bedragen x € 1.000 Begroting 2025 aanwezig
Belang
Sociaal Domein / Bestuur en organisatie
ja
3,00% (6/200e deel)
899
GR Groene Metropoolregio
Fysieke leefomgeving / Bestuur en organisatie
ja
5,56% (1/18e deel)
46
GR Euregio Rijn-Waal (Kleve)
Bestuur en organisatie
nee
1,20%
3
GR Milieusamenwerking Afvalverwerking Regio Nijmegen (MARN)
Toerisme, natuur en duurzaamheid
ja
4,76% (1/21e deel)
0
GR Veiligheidsregio LimburgNoord (VRLN)
Sociale leefomgeving
ja
6,67% (1/15e deel)
652
BVO Doelgroepenvervoer Regio Arnhem-Nijmegen
Sociale leefomgeving / Sociaal Domein
ja
5,26% (1/19e deel)
262
ja
6,25% (1/16e deel)
25
Naam
Relatie met programma
Modulaire GR Regio Rijk van Nijmegen
GR Regionale uitvoeringsdienst Sociale leefomgeving Limburg Noord (RUD)
56
Bijdrage 2025
Programmabegroting 2025-2028 Naam
Relatie met programma
GR Belastingsamenwerking Fysieke leefomgeving / Bestuur Gemeenten en Waterschappen en organisatie / Algemene (BsGW) dekkingsmiddelen
Begroting 2025 aanwezig
Belang
ja
0,50% (1/200e deel)
Bijdrage 2025
163
Vennootschappen en coöperaties Voor de Vennootschappen en coöperaties zijn in deze Programmabegroting de volgende verbonden partijen aanwezig: Bedragen x € 1.000 Begroting 2025 aanwezig
Belang
Bijdrage 2025
n.v.t. (algemene dekkingsmiddelen)
nee
0,22%
0
NV Waterleiding Maatschappij Toerisme, natuur en Limburg (WML) duurzaamheid
nee
0,60%
0
Enexis Holding N.V.
Toerisme, natuur en duurzaamheid
nee
0,09%
0
Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V.
Afgeleide van Enexis
nee
0,09%
0
CSV Amsterdam B.V.
Afgeleide van Enexis
nee
0,09%
0
Inkoopcentrum Zuid
n.v.t. (inkoop algemeen)
nee
p.m.
8
Leisurelands B.V.
Toerisme, natuur en duurzaamheid
nee
0,18%
0
DAR N.V.
Toerisme, natuur en duurzaamheid
nee
1,33%
0
Nazorg (bodemzorg) Limburg B.V.
Toerisme, natuur en duurzaamheid
nee
0,69%
0
Naam
Relatie met programma
BNG Bank N.V.
Stichtingen en verenigingen Voor de stichtingen en verenigingen zijn in deze Programmabegroting de volgende verbonden partijen aanwezig: Bedragen x € 1.000 Naam
Relatie met programma
Vereniging van Gemeenten Aandeelhouders in Limburg Afgeleide van Enexis binnen Essent N.V. (VEGAL)
Begroting 2025 aanwezig
Belang
nee
0,09%
Overige verbonden partijen In deze Programmabegroting zijn er geen overige verbonden partijen aanwezig.
57
Bijdrage 2025
Programmabegroting 2025-2028
1.16. Paragraaf Grondbeleid Wettelijk kader Artikel 16 BBV. Visie grondbeleid (in relatie tot de doelstellingen in de programma's) Grondbeleid is een gemeentelijk instrument in de ruimtelijke ordening waarmee een gemeente de gewenste ontwikkelingen kan bevorderen en ongewenste ontwikkelingen kan tegengaan. In de Nota Grondbeleid zijn de beleidskaders uitgezet waarmee wordt aangegeven welke ambitie de gemeente Mook en Middelaar heeft en hoe deze ambitie waargemaakt kan worden. De gemeente Mook en Middelaar voert geen actief grondbeleid in die zin dat actief gronden worden aangekocht en verkocht. Het grondbeleid van de gemeente Mook en Middelaar kan het beste worden getypeerd als Selectief Strategisch Grondbeleid. Uitvoering grondbeleid Er wordt, overeenkomstig de Nota Grondbeleid, een selectief strategisch grondbeleid gevoerd. Dit houdt in: aankoop en verkoop van gronden als er een duidelijk algemeen belang mee wordt gediend. Tevens wanneer daarmee de bestaande belangen worden behouden en zo mogelijk worden geoptimaliseerd en versterkt, rekening houdende met de bestaande groene buffers, landgoederen en het behoud van agrarische en archeologische waarden. Bij het aankopen en verkopen van gronden door de gemeente zal daarom altijd het behoud en beheer van strategisch gelegen gronden het uitgangspunt zijn.
Gelet op de aard van de ontwikkelingen (beperkte omvang en beperkte impact) in de gemeente, de schaalgrootte van de gemeente, het beschikken over relatief weinig onroerende zaken, de beperkte financiële middelen en de interne capaciteit, zal de gronduitgifte binnen de gemeente gering zijn. Aan- en verkopen van grond die het bedrag van € 200k overschrijden worden daarnaast overeenkomstig artikel 8 van de 'Financiële verordening Mook en Middelaar 2023' voorgelegd aan de raad. Actuele prognose te verwachten resultaten grondexploitaties De gemeente Mook en Middelaar heeft geen grondexploitaties. Wel heeft de gemeente diverse grondposities. Voor 2025 zijn de volgende grondposities van belang. Cuijksesteeg De gronden gelegen aan de Cuijksesteeg kunnen in de toekomst ingezet worden voor diverse ontwikkelingen. Een deel van de gronden, grenzend aan de Startsedijk, zijn ingezet ten behoeve van de verplaatsing van de volkstuinenvereniging Middelwaert. Rijksweg 156 te Plasmolen In 2018 heeft de gemeente Rijksweg 156 te Plasmolen aangekocht. De gemeente ziet mogelijkheden om dit perceel te herontwikkelen. Welke herontwikkeling, wordt onderzocht met het doel om het pand eind 2024/begin 2025 in de verkoop te kunnen zetten. Kerkplein Middelaar Aan het kerkplein in Middelaar liggen enkele bouwtitels (een appartementencomplex en een tweeonder-een-kap-woning).
Er is enige jaren geleden een koopovereenkomst met woningcorporatie Destion gesloten voor de verkoop van bouwrijpe grond van de gemeente kopen voor sociale woningbouw. Het is waarschijnlijk dat het dijklichaam in de directe nabijheid van het plangebied wordt verhoogd. Dit in relatie met de Lob van Gennep. Het is belangrijk dat de ontwikkeling van het Kerkplein hierop anticipeert. Met het projectteam voor het Lob van Gennep wordt overlegd op welke wijze de planopzet, zoals is bepaald in het bestemmingsplan ´Kerkplein´, wordt aangepast en hoe er een passend (sociaal) woningbouwprogramma kan worden ontwikkeld.
58
Programmabegroting 2025-2028 Maastuin In de Maastuin heeft de gemeente de grondpositie (het voormalige volkstuinencomplex) in 2024 verkocht. Samen met drie ontwikkelaars die overige grondposities in het gebied hebben, is de gebiedsvisie opgesteld voor de ontwikkeling van een woonwijk van ongeveer 250 woningen en is een bestemmingsplan opgesteld. Uitgangspunt is een woonwijk te creëren met een gevarieerd woonprogramma in aansluiting op de uitgangspunten van de woondeal. De planning is dat de bouwwerkzaamheden in 2024 starten en doorlopen in 2025 en verdere jaren. Het volkstuinencomplex is al verplaatst naar een locatie bij de Cuijksesteeg/Startsedijk. Rijksweg 37 Mook De locatie Rijksweg 37 is enige jaren geleden aangekocht in verband met de aanleg van de spoorbrug De gemeente ziet mogelijkheden om dit perceel tot ontwikkeling te brengen. Er wordt onderzocht met het doel om het pand in 2024 in de verkoop te kunnen zetten. Wij zijn in gesprek met Destion om hier woonruimte in het goedkope segment te kunnen laten aanbieden. Onderbouwing geraamde winstneming Op basis van het gevoerde grondbeleid, de huidige markt, feiten en cijfers wordt er geen fiscale winstneming verwacht in 2025. Beleidsuitgangspunten reserves in relatie tot de risico’s Er zijn geen reserves of voorzieningen voor grondexploitaties. Grondaankopen worden geactiveerd op de balans.
Verkoopbaten hoger dan de boekwaarde komen via de exploitatie ten gunste van het begrotingssaldo en/of rekeningresultaat.
59
Programmabegroting 2025-2028
1.17. Paragraaf Informatieveiligheid Wettelijk kader Deze paragraaf is niet wettelijk verplicht op grond van het BBV, maar wordt opgenomen op grond van de resolutie 'Informatieveiligheid, randvoorwaarde voor de professionele gemeente'. Burgers en bedrijven verwachten een betrouwbare overheid die zorgvuldig met informatie omgaat. Gemeenten spelen hierin een belangrijke rol. Het gaat om beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van informatie, in de meest brede zin van het woord. Het waarborgen van de betrouwbaarheid van informatie zorgt voor een goede kwaliteit en continuïteit van de bedrijfsvoeringsen dienstverleningsprocessen. Iedere gemeente is zelf verantwoordelijk voor haar informatiebeveiliging. Omdat we op ICT-gebied nauw samenwerken met alle gemeenten van het Rijk van Nijmegen, stemmen we in gezamenlijkheid af met onze partnergemeenten. iRvN (ICT Rijk van Nijmegen) is de uitvoerende partij. Zij faciliteert de ICT hardware en beheert de technische infrastructuur. Ambtelijk zijn we er in drie gremia bij betrokken. Op reguliere basis vindt overleg plaats met alle betrokken organisaties onder regie van iRvN: hoofden bedrijfsvoering, informatiemanagers, CISO's.
Bestuurlijk is de burgemeester betrokken (portefeuillehouder ICT) in het PFO MGR ICT Het 'Strategisch gemeentelijk informatiebeveiligingsbeleid Mook en Middelaar 2020 t/m 2024' is in 2021 door het college vastgesteld, maar is ook nog van toepassing vanaf 2025. Halfjaarlijks brengen we het MT op de hoogte van de ontwikkelingen rond beveiliging en privacy. Ons streven is om zoveel mogelijk BIO compliant te zijn. Dat is een continu proces waarbij grosso modo enerzijds leveranciers en iRvN de technische maatregelen voor hun rekening nemen, anderzijds vult de gemeente de organisatorische maatregelen in en zijn we als opdrachtgever en verantwoordelijke nauw betrokken bij de totstandkoming van het technisch beleid. Vanuit het Rijk zijn we verplicht te verantwoorden middels ENSIA. Dit staat voor Eenduidige Normatiek Single Information Audit. ENSIA wordt door gemeenten, provincies, waterschappen en enkele onderdelen binnen de rijksoverheid gebruikt om zich te verantwoorden over de staat van informatiebeveiliging op basis van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) en het gebruik van de Geo-basisregistraties, inclusief de WOZ. Op het gebied van informatiebeveiliging maakt een externe audit onderdeel uit van ENSIA, specifiek gericht op de onderwerpen SUWInet en DigiD en is tot dusver ieder jaar succesvol verlopen. Het normenkader wordt doorlopend complexer en strenger.
Het vergt de gemeente dus in toenemende mate inspanning om te kunnen blijven voldoen. De EU heeft in 2024 de Network and Information Security directive (NIS2)-richtlijn vastgesteld. Deze wordt momenteel vertaald naar Nederlandse wetgeving. Het Rijk heeft NIS2 ook van toepassing verklaard op de lokale overheden.
60
Programmabegroting 2025-2028
1.18. Paragraaf Wet open overheid Wettelijk kader Artikel 3.5 Wet open overheid. Beleidsvoornemens uitvoering In 2025 maken we werk van een verdere implementatie van de Wet Open Overheid. De uitvoering blijft vooralsnog beperkt tot de wettelijk verplichte taken.
61
Programmabegroting 2025-2028
2. FINANCIËLE BEGROTING (INCLUSIEF MEERJARENRAMING)
62
Programmabegroting 2025-2028
Overzicht van baten en lasten en toelichting Wettelijk kader Artikel 19 BBV. Algemeen De toelichting op het overzicht van baten en lasten bestaat uit de volgende onderdelen: - Een overzicht met: • het gerealiseerde saldo van 2023 (laatst volledig gerealiseerd jaar); • de raming van 2024 (vergelijkend vorig jaar); • de raming van 2025 (begrotingsjaar); en • de ramingen van 2026 t/m 2028 (meerjarenraming). - De uitgangspunten en analyse van aanmerkelijke verschillen van de ramingen; - Een overzicht van incidentele baten en lasten; en - Een overzicht van structurele mutaties van reserves. Na het programma 'Bestuur en organisatie' is een 'programma Admo' opgenomen. Dit betreft de algemene dekkingsmiddelen, het bedrag voor overhead, het bedrag voor de Vpb en het bedrag voor onvoorzien. Deze onderdelen vallen op grond van het BBV buiten de programma's.
63
Programmabegroting 2025-2028
2.1. Overzicht van baten en lasten Het overzicht van baten en lasten over 2025 ziet er als volgt uit:
Bedragen x € 1.000 Programma
Lasten
Baten
Sociale leefomgeving
5.916
-3.841
2.076
-20
2.056
Sociaal domein
7.612
-1.458
6.155
0
6.155
Fysieke leefomgeving
2.258
-906
1.352
-32
1.320
Toerisme, natuur en duurzaamheid
1.891
-1.199
693
0
693
Bestuur en organisatie
1.462
-1
1.461
-5
1.456
Subtotaal
19.141
-7.404
11.737
-57
11.680
40
-17.570
-17.530
0
-17.530
5.866
0
5.866
-34
5.832
Vpb
0
0
0
0
0
Onvoorzien
10
0
10
0
10
25.057
-24.974
83
-91
-8
Algemene dekkingsmiddelen Overhead
Totaal
Subtotaal Mut. reserve
Saldo
Meerjarig ziet het beeld er als volgt uit:
Bedragen x € 1.000 Omschrijving
R2023
B2024
B2025
B2026
B2027
B2028
Totaal lasten
23.498
30.075
25.057
21.520
21.549
21.373
Totaal baten
-23.737
-29.101