Jaarstukken 2020 (versie raad 2021-06-10).pdf
Tekst van het document
-
Gemeentelijke woonlasten 5 meerpersoonshuishouden: x€1
3
825
829
839 (739)
834 (772)
-
*) wettelijke bronhouder 1 CBS 2 Basisregistratie adressen en gebouwen 3 COELO N/b
2019
= Gegevens niet beschikbaar / nog niet beschikbaar gesteld.
62
Jaarstukken 2020
Wat heeft het gekost? Bedragen x € 1.000 Baten / Lasten
Realisatie 2019
BegrotingBegroting na primitief wijziging
Realisatie 2020
Verschil
Programma Wonen Totaal lasten
559
531
530
493
37 V
Totaal baten
-190
-164
-164
-166
2 V
Totaal baten en lasten
369
367
366
327
39 V
Toevoeging aan reserves
0
0
0
0
0 V
Onttrekking uit reserves
-8
-127
-138
-73
-65 N
361
240
228
254
-26 N
Totaal Programma
Voor een totale analyse van het programmaresultaat verwijzen wij u naar het onderdeel 2.2.5 in de Jaarrekening ('Analyse op programmaniveau').
Rechtmatigheidsanalyse De werkelijke kosten zijn lager dan de begrote kosten. Hiermee voldoet dit programma aan de financiële rechtmatigheid. Het positieve verschil van ongeveer € 37k is met name het gevolg van onderuitputting kapitaallasten.
63
2.1. Jaarverslag
2.1.10. Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen Algemeen
Overzicht algemene dekkingsmiddelen Algemene Uitkering (incl. DU/IU)
Realisatie 2019
Begroting Begroting primitief na wijziging
Bedragen x € 1.000 Realisatie Verschil 2020
9.620
9.648
10.108
10.147
-39
1.610
1.572
1.895
1.863
32
- Toeristenbelasting
75
77
77
88
-11
- Forensenbelasting
24
28
28
29
-1
- Hondenbelasting
46
43
43
43
0
Dividend
457
439
247
254
-7
Saldo van de financieringsfunctie
25
63
63
18
45
Overige algemene dekkingsmiddelen
0
0
0
0
0
Totaal Algemene dekkingsmiddelen
11.858
11.870
12.461
12.442
19
Belastingen: - Onroerende zaakbelastingen
Toelichting uitkeringen uit het gemeentefonds Algemene uitkering / decentralisatie- en integratie-uitkeringen De algemene uitkering voor het jaar 2020 bedraagt € 9.260k. Naast de algemene uitkering ontvingen we in 2020 ook € 886k aan decentralisatie- en integratie-uitkeringen. In totaal hebben we over 2020 € 10.146k ontvangen. Over voorgaande jaren is € 1k ontvangen.
64
Jaarstukken 2020 Toelichting belastingen Vanaf 1 januari 2016 is de belastingheffing en -invordering uitbesteed aan de gemeente Nijmegen. In 2020 zijn in Mook en Middelaar de navolgende gemeentelijke belastingen geheven, als onderdeel van de algemene dekkingsmiddelen:
Onroerende zaakbelastingen van eigenaren van woningen en van niet-woningen; Onroerende zaakbelastingen van gebruikers van niet-woningen (gebruikers van woningen zijn wettelijk vrijgesteld van ozb); Toeristenbelastingen van land- en watertoeristen (nog te ontvangen); Leges; Forensenbelasting; Hondenbelasting.
Daarnaast worden in onze gemeente ook afvalstoffenheffing en rioolrechten geheven. Deze vallen echter niet onder de categorie van algemeen dekkingsmiddel omdat dit in feite vergoedingen zijn voor voorzieningen die de gemeente levert, zoals het verzamelen en verwerken van huishoudelijk afval en de aanleg en onderhoud van riolering. Voor meer informatie over de lokale heffingen en de opbrengsten daarvan, verwijzen wij u naar de 'Paragraaf lokale heffingen' verderop in deze jaarstukken. Voor de volledigheid wordt vermeld dat vanaf 2021 de belastingheffing en -invordering is uitbesteed aan de BsGW (Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen).
65
2.1. Jaarverslag
2.1.11. Overzicht van de kosten van overhead Met ingang van 2017 is voorgeschreven (artikel 8, lid 1 letter c BBV) dat in het programmaplan een apart overzicht opgenomen moet worden van de kosten van de overhead. De kosten die betrekking hebben op het primaire proces, zoals salariskosten, moeten, indien mogelijk, worden opgenomen in de programma's. Salariskosten die niet direct toewijsbaar zijn aan programma's, zoals kosten van het MT, financiën en juridische zaken, blijven staan op overhead. De commissie BBV heeft een notitie geschreven over hoe om te gaan met overhead. Overhead bestaat onder andere uit kosten van leidinggevenden primair proces, financiën, personeel en organisatie, inkoop, communicatie, juridische zaken, bestuurszaken, ICT, huisvesting en facilitaire zaken, DIV en managementondersteuning. In de praktijk wordt overhead meestal aangeduid met pijofach (of een variant hierop). Pijofach staat voor Personeel, Informatisering/Inkoop, Juridische Financiën/Facilitaire zaken, Automatisering, Communicatie en Huisvesting.
zaken,
Organisatie,
In onderstaande tabel vindt u de kosten van de overhead voor 2020.
Bedragen x € 1.000 Overhead
Realisatie 2019
Begroting Begroting primitief na wijziging
Realisatie 2020
Verschil
Personeel en Organisatie (excl. functioneel verantwoord)
2.675
2.859
2.972
2.514
458
Huisvesting en Facilitaire zaken
232
240
262
226
36
ICT en DIV
685
744
760
749
11
Financiën, Juridische zaken en Communicatie
120
131
152
125
27
Huisvesting buitendienst (werf)
546
542
519
485
34
4.259
4.516
4.665
4.098
567
Totaal Overhead
De Flexibele Schil maakt onderdeel uit van de rubriek Personeel en Organisatie. De Flexibele Schil heeft in 2020 een overschot van ruim € 205k. De kosten van inhuur voor 2020 konden opgevangen worden door onderuitputting salariskosten, vergoedingen ziektekosten en de budgetoverheveling uit 2019 (nog uit te voeren werkzaamheden). In beginsel worden personele budgetten, zoals de flexibele schil en opleidingskosten overgeheveld naar het volgende jaar (zie raadsvoorstel). Voor een analyse van het verschil verwijzen wij u naar onderdeel 2.2.5 Toelichting op het overzicht van baten en lasten.
66
Jaarstukken 2020
2.1.12. Bedrag voor de heffing van de vennootschapsbelasting Met ingang van 2016 zijn gemeenten Vennootschapsbelastingplichtig geworden. Vennootschapsbelasting (Vpb) is verschuldigd over fiscale winsten van ondernemersactiviteiten. Omdat de resultaten op fiscaal belaste activiteiten onderling worden verrekend en aangifte wordt gedaan over het totale (gesaldeerde) resultaat, moet de Vpb-heffing worden begroot en verantwoord als een centrale post in de begroting en in de jaarrekening. Jaarlijks worden de eventuele Vpb-plichtige ondernemersactiviteiten gemonitord en gekwantificeerd. Een aangifte over jaar t moet standaard in jaar t+1 worden ingediend. Omdat wij gebruik maken van de uitstelregeling van het fiscale adviesbureau, hoeven de Vpb-aangiften pas in jaar t+2 te worden ingediend. De Vpb-aangifte over 2017 is in september 2019 ingediend. De definitieve aanslag over 2017 (€ 0) is in februari 2020 ontvangen. De Vpb-aangifte over 2018 is in april 2020 ingediend. De voorlopige conclusie naar aanleiding van de fiscale monitoring over 2019 is dat de gemeente Mook en Middelaar geen Vpb-plichtige activiteiten heeft, dan wel dat er voor Vpb-plichtige activiteiten geen Vpb is verschuldigd omdat er geen fiscale winst wordt gemaakt of dat er sprake is van winsten uit gewone bedrijfsvoering en niet als belaste onderneming. Naar verwachting is ook de Vpb-aangifte over 2019 dan ook nihil.
Deze nihilaangifte moet uiterlijk in mei 2021 worden ingediend. Ook over 2020 verwachten we een nihilaangifte. Inmiddels is een (definitief) standpunt door de fiscus ingenomen met betrekking tot opbrengsten van afvalstromen. De inzameling en verwerking van huishoudelijk afval is geen ondernemingsactiviteit, maar een wettelijke verplichting. Het ‘zich ontdoen van huishoudelijk afval tegen een positieve opbrengst’ vormt onder voorwaarden wel een onderneming. Na overleg met de belastingdienst zijn de positieve afvalresultaten over 2016 en 2017 verwerkt in de aangifte over 2018. De verschuldigde Vpb bedraagt € 143 over 2016 en 2017 en € 60 over 2018.
bedragen x € 1 Vennootschapsbelasting
Realisatie 2019
Begroting Begroting primitief na wijziging
Realisatie 2020
Verschil
Betaalde Vpb 2017 (ingediend 2019, def. 2020)
0
0
0
0
0
Te betalen Vennootschapsbelasting 2018 (in 2020)
0
0
0
203
-203
Verwachting te betalen Vennootschapsbelasting 2019
0
0
0
0
0
Verwachting te betalen Vennootschapsbelasting 2020
0
0
0
0
0
67
2.1. Jaarverslag
2.1.13. Bedrag voor onvoorzien Onvoorzien Jaarlijks wordt in de begroting een (klein) bedrag voor onvoorzien opgenomen. Voor 2020 betreft dit € 5k en dat betreft 0,02% van het begrotingstotaal). In 2020 is deze post niet benut.
68
Jaarstukken 2020
Paragrafen Wettelijk kader Art. 24, lid 2, letter b en art. 26 jo. art. 9 BBV. Toelichting In de paragrafen worden in de begroting de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten, alsmede tot de lokale heffingen. In dit jaarverslag vindt u de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragrafen in de begroting is opgenomen. De volgende paragrafen zijn wettelijk verplicht: Paragraaf lokale heffingen; Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing; Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen; Paragraaf financiering; Paragraaf bedrijfsvoering; Paragraaf verbonden partijen; Paragraaf grondbeleid. Naast de verplichte paragrafen op grond van het BBV zijn er twee aanvullende paragrafen in deze jaarstukken opgenomen. Deze facultatieve paragrafen betreffen: Paragraaf Informatieveiligheid; Paragraaf Verduurzamen.
69
2.1. Jaarverslag
2.1.14. Paragraaf Lokale heffingen Portefeuillehouder Wethouder Wienhoven Beleidskader Begroting Deze paragraaf bevat op grond van artikel 10 BBV (in de begroting) ten minste: de geraamde inkomsten; het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd; een aanduiding van de lokale lastendruk; een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. Op grond van artikel 16 ‘Financiële verordening gemeente Mook en Middelaar 2019’ bevat deze paragraaf geen andere verplichte gegevens. Jaarverslag Op grond van artikel 26 BBV bevat deze paragraaf in het jaarverslag de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragraaf in de begroting is opgenomen. Algemeen De paragraaf lokale heffingen heeft betrekking op zowel de heffingen waarvan de besteding is gebonden (en dus gerelateerd aan uitgaven), als op die waarvan de besteding ongebonden is (vrij aanwendbaar).
In deze paragraaf wordt ingegaan op de realisatie van hetgeen in de Programmabegroting 2020 aan onderwerpen is verwoord. Het gecombineerde aanslagbiljet is eind februari 2020 opgelegd. Hierna zijn periodiek aanvullende kohieren opgelegd. De woz-beschikking, onroerende-zaakbelastingen, rioolrechten en hondenbelasting zijn op één aanslagbiljet verzameld. De baatbelasting is afzonderlijk opgelegd. De afvalstoffenheffing wordt halfjaarlijks achteraf opgelegd. De toeristenbelastingen worden ook na afloop van het belastingjaar opgelegd.
Geraamde en gerealiseerde opbrengsten belastingheffing In onderstaand overzicht treft u de opbrengsten van de belastingen over de jaren 2018 t/m 2020 aan:
70
Jaarstukken 2020
Bedragen x € 1.000 Opbrengsten belastingen
W2018
W2019
B2020
W2020
%
1.320
1.314
1.539
1.506
44%
-ozb eigenaren niet-woningen
184
173
210
210
6%
-ozb gebruikers niet-woningen
132
123
146
147
4%
Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (n.v.t.)
0
0
0
0
0%
Forensenbelasting
28
24
28
29
1%
Toeristenbelasting
84
75
77
88
3%
Parkeerbelasting (n.v.t.)
0
0
0
0
0%
Hondenbelasting
42
46
43
43
1%
Reclamebelasting (n.v.t.)
0
0
0
0
0%
Precariobelasting (n.v.t.)
0
0
0
0
0%
1.789
1.756
2.043
2.023
59%
Baatbelasting (t/m 2023)
17
17
17
17
1%
Rioolheffing woningen en niet-woningen
883
893
604
624
18%
Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht
722
753
795
770
22%
Totaal bestedingsgebonden
1.622
1.663
1.416
1.411
41%
Totaal lokale heffingen
3.411
3.419
3.459
3.434
100%
-14
-27
-13
-20
-1%
3.397
3.392
3.446
3.415
99%
Niet-bestedingsgebonden lokale heffingen: Onroerende zaakbelastingen: -ozb eigenaren woningen
Totaal niet-bestedingsgebonden
Bestedingsgebonden lokale heffingen:
Kwijtscheldingen Totaal netto opbrengst belastingen
71
2.1. Jaarverslag De belangrijkste belastingen voor de gemeente, met een aandeel van 54% zijn de onroerende zaakbelastingen (ozb). Het rioolrecht en de afvalstoffenheffing worden kostendekkend belast. De opbrengst voor de toeristenbelasting, de forensenbelasting, de hondenbelasting en de baatbelasting bedraagt per belasting ongeveer 1% tot 3% van de totale belastingopbrengst.
Gerealiseerd beleid ten aanzien van de lokale heffingen Mede overeenkomstig de kaderbrief, de programmabegroting en de herziening van de belastingverordeningen zijn de volgende beleidsmatige uitgangspunten gehanteerd: a) Er is in 2020 een indexering toegepast van 1,53% (2019: 2,55%) op de tarieven van de algemene belastingen/heffingen. Deze is gebaseerd op de loon- en prijsstijgingen zoals vermeld in de meicirculaire 2019; b) De ozb is geheven op basis van de woz-waarde. Jaarlijks vindt een hertaxatie plaats. De daaruit voortvloeiende waardestijging of waardedaling wordt verdisconteerd in het definitieve tarief. Naast een indexering van 1,53% is voor 2020 rekening gehouden met een woz-waardestijging van 6,55% voor woningen en 3,23% voor niet-woningen. De tarieven zijn ter compensatie hierdoor met respectievelijk 6,55% en 3,23% verlaagd; c) In 2020 is een extra opbrengst van € 300k (dekkingsplan begroting 2020) verdisconteerd in de ozbtarieven; d) Het tarief voor rioolheffing is gebaseerd op het GRP.
De opbrengst is bestemd voor onderhoud en vervanging van de bestaande riolering; e) De afvalstoffenheffing is geheven ter dekking van de kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval; f) De tarieven Landtoeristenbelasting en watertoeristenbelasting zijn in 2020 geïndexeerd met 1,53% (2019: 2,55%); g) De gemeentelijke leges zijn berekend voor de door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. De leges zijn geïndexeerd met 1,53% (2019: 2,55%).
Overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen De mogelijkheid tot belastingheffing is verankerd in de Gemeentewet (Gw). Hieronder vindt u een opsomming van alle belastingen die geheven mogen worden, onderverdeeld in belastingen die in 2020 daadwerkelijk geheven zijn en belastingen die niet door Mook en Middelaar opgelegd worden. Van belastingen die geheven worden, is door de raad een belastingverordening vastgesteld. Een meer uitgebreide toelichting op de diverse belastingen vindt u terug in de Programmabegroting 2020. Belastingen/heffingen in Mook en Middelaar Onroerende-zaakbelastingen (art. 220 Gw); ozb eigenaren woningen; ozb eigenaren niet-woningen; ozb gebruikers niet-woningen; Baatbelasting (t/m 2023) (art. 222 Gw); Forensenbelasting (art. 223 Gw); Toeristenbelasting (art. 224 Gw);
72
Jaarstukken 2020
Landtoeristenbelasting; Watertoeristenbelasting; Hondenbelasting Precariobelasting Rioolheffing Leges Reinigingsrecht bedrijven Afvalstoffenheffing
(art. 226 Gw); (art. 228 Gw); (art. 228a Gw); (art. 229 Gw). (art. 229 Gw); (art. 15.33 Wet Milieubeheer)
Belastingen/heffingen die niet geheven worden Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (zoals woonboten) (art. 221 Gw) Parkeerbelasting (art. 225 Gw) Reclamebelasting (art. 227 Gw) Benchmark lokale lasten Tot en met 2019 gold een landelijke macronorm. Deze was bedoeld om een onevenredige stijging van de collectieve lastendruk te beperken dan wel te voorkomen. De macronorm was al langer onderwerp van discussie omdat deze weinig effectief bleek. Vanaf 2020 is de macronorm vervangen door de benchmark lokale lasten. Deze benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. De woonlasten zijn de som van de gemiddeld betaalde ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing minus een eventuele heffingskorting. Volgens de Coelo Atlas van de lokale gemeenten 2020 bedragen de gemiddelde woonlasten in Limburg voor een meerpersoonshuishouden en eigen woning € 799. De woonlasten voor Mook en Middelaar zitten hier met € 834 iets boven. Voor huurders zitten we echter onder de norm (zie verder hieronder).
Aanduiding van de lokale belastingdruk a. Tarieven In onderstaand overzicht treft u de tarieven aan inzake de belastingen over de jaren 2016 t/m 2019. De tarieven over 2019 zijn op 13 december 2018 door de raad vastgesteld. Belastingtarieven
2017
2018
2019
2020
Algemene inflatiecorrectie
1,15%
1,65%
2,55%
1,53%
- tarief woningen eigenaren
0,1349%
0,1327%
0,1264%
0,1409%
- tarief niet-woningen eigenaren
0,2142%
0,2210%
0,2145%
0,2476%
- tarief niet-woningen gebruikers
0,1713%
0,1767%
0,1715%
0,1980%
- klasse I (van € 0 tot € 50k)
136,00
138,00
141,00
143,00
- klasse II (van € 50k tot € 150k)
255,00
259,00
265,00
269,00
- klasse III (van € 150k tot € 250k)
510,00
518,00
531,00
539,00
- klasse IV (van € 250k tot € 350k)
768,00
780,00
799,00
811,00
Onroerende zaakbelastingen:
Forensenbelasting: - tarief van de woz-waarde (vanaf 2021)
73
2.1. Jaarverslag Belastingtarieven
2017
2018
2019
2020
- klasse V (van € 350k tot € 450k)
1.025,00
1.040,00
1.066,00
1.082,00
- klasse VI (vanaf € 450k)
1.280,00
1.300,00
1.333,00
1.353,00
1,01
1,03
1,05
1,05
- 1e hond
52,56
53,80
54,72
55,56
- extra honden per hond
75,56
76,80
78,72
79,92
- tarief kennel
366,24
372,24
381,72
387,60
Rioolheffing
232,40
234,73
237,07
162,00
- afvalstoffenheffing (vastrecht woningen)
158,08
147,84
143,00
143,00
- reinigingsrecht (vastrecht niet-woningen)
79,04
73,92
71,50
71,50
- variabel tarief pmd
0,00
0,00
0,00
0,00
- variabel tarief gft
0,06
0,07
0,09
0,09
- variabel tarief restafval
0,18
0,21
0,27
0,28
Toeristenbelasting
Hondenbelasting:
Reinigingsheffingen:
*) in 2016 is een eenmalige teruggave van € 10 per halfjaar in het tarief verdisconteerd. Belastingdruk Mook en Middelaar Lastendruk De belastingaanslagen voor onroerende-zaakbelastingen (ozb), rioolrechten en afvalstoffenheffing, vormen de lastendruk vanwege gemeentelijke heffingen. De gehanteerde kengetallen zijn:
Een gemiddelde woningwaarde van € 308k ten behoeve van de ozb (bron Waarderingskamer); Een gemiddeld voorlopig ingezameld/gestort gewicht van 142 kg GFT en 232 kg restafval per huishouding per jaar (totaal 374 kg); Eén rioolaansluiting.
De gemiddelde lastendruk over de jaren 2017-2020 bedroeg (bedragen in euro’s). Bedragen in € Lastendruk Gemiddelde woningwaarde
2017
2018
2019
2020
267.000
277.000
291.000
308.000
387 kg (143 kg gft en 244 kg rest)
388 kg (144 kg gft en 244 kg rest)
374 kg (142 kg gft en 232 kg rest)
374 kg (142 kg gft en 232 kg rest)
- Ozb
360
368
368
434
- Rioolheffing
232
235
237
162
Afval per huishouden
Eigenaar woning:
74
Jaarstukken 2020 Lastendruk
2017
2018
2019
2020
- Afvalstoffenheffing
211
209
218
221
Totaal
803
811
823
817
112%
113%
114%
113%
Afvalstoffenheffing
211
209
218
221
Totaal
211
209
218
221
107%
106%
111%
112%
Index (2011 = € 720 = 100%)
Huurder:
Index (2011 = € 198 = 100%)
Gemiddelde stijging per jaar tussen 2011 en 2020: 1,4% per jaar voor eigenaren en 1,3% voor huurders. Belastingdruk andere gemeenten COELO onderzoekt jaarlijks de woonlasten per huishouden. Naast de drie belastingen ozb, afvalstoffenheffing en rioolheffing houdt Coelo ook rekening met een eventuele heffingskorting. In onderstaande tabel zijn van een aantal buurgemeenten de woonlasten 2020 per gemeente weergegeven.
Bedragen x € 1 Mook en Middelaar
Gennep
Heumen
Cuijk
Gemidd. Limburg
Eenpersoonshuishouden
785
670
795
690
741
Meerpersoonshuishouden
834
729
860
700
799
Rangnummer *)
256e
84e
286e
50e
Eenpersoonshuishouden
192
211
152
237
293
Meerpersoonshuishouden
241
270
217
247
348
Rangnummer *)
34e
56e
19e
39e
Lastendruk 2020 Eigenaar-bewoner
Huurder
*) voor huurders alleen afvalstoffenheffing
Bron: Coelo (www.coelo.nl)
Kwijtscheldingsbeleid Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de geheven belasting. Kwijtschelding is alleen mogelijk voor afvalstoffenheffing. Kwijtschelding beïnvloedt de opbrengst van de afvalstoffenheffing in negatieve zin. Het is toegestaan
75
2.1. Jaarverslag om deze inkomstenderving als kostenpost op te nemen in de tariefberekening van de afvalstoffenheffing. Sedert 2010 gebeurt dat. De gemeente Mook en Middelaar hanteert een 100% kwijtscheldingsnorm. Voor de hondenbelasting kan geen kwijtschelding worden aangevraagd. In 2020 is voor € 20k kwijtschelding verleend, waarvan € 8k automatisch vooraf en € 12k na aanvraag (en toewijzing) achteraf. Stand van zaken inzake de Wet waardering onroerende zaken Algemeen De werkzaamheden rondom de woz (Wet waardering onroerende zaken) maken blijvend een wezenlijk onderdeel uit van de uitvoering van de belastingheffing, met name voor de ozb. Daarom zijn de activiteiten in dit kader opgenomen in deze paragraaf. Eind februari 2020 zijn de woz-waarden beschikt. De waardebeschikking is opgenomen op het aanslagbiljet Gemeentelijke Belastingen. Beschikkingen dienen binnen acht weken na aanvang van het belastingjaar te worden verzonden. Deze termijn is gehaald. Info inwoner De gemeentelijke website is ingericht met een digitaal belasting- en woz-loket. Het is een klantgerichte persoonlijke internetpagina, beveiligd met DigiD. Elke belastingplichtige inwoner kan hier terecht voor informatie over de gemeentelijke belastingen en de woz.
Aangeboden diensten zijn de wozbeschikkingen, taxatieverslagen, aanslagbiljet, betalingen, openstaande posten, digitaal bezwaar aantekenen en andere interactieve diensten. De doelstelling het volledig “op maat” informeren van de belastingplichtigen is gerealiseerd. Taxaties De hertaxaties en permanente marktanalyse (PMA) zijn in 2020 uitgevoerd door de gemeente Nijmegen. De waardebepaling vindt modelmatig plaats. De getaxeerde waarden moeten aansluiten bij de transactieprijzen (gerealiseerde verkopen). Dit wordt gecontroleerd, onder andere door ratio-controles en veldcontroles, door de taxateur. De Waarderingskamer ziet toe op de correcte uitvoering van de woz. Op de internetpagina van de Waarderingskamer worden de bevindingen openbaar gemaakt. De Waarderingskamer kwalificeert de uitvoering en kwaliteit van de woz in Mook met “Voldoende” en heeft ingestemd met het bekendmaken aan belanghebbenden van de woz-waarde voor 2020 (wat in februari 2020 ook gebeurd is). De termijn voor het afhandelen van bezwaarschriften woz en belastingen is gesteld op de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanslag c.q. beschikking werd verzonden, met een minimum van zes weken. Deze termijn mag met zes weken verlengd worden.
BsGW Vanaf belastingjaar 2021 neemt de BsGW (Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen) de werkzaamheden met betrekking tot waarderen, heffen en invorderen van de gemeentelijke belastingen over van de gemeente Nijmegen. De voorbereidingen hiervoor waren in 2020 al gestart. Hiervoor is in 2020 een bedrag van € 120k betaald aan de BsGW voor eenmalige implementatiekosten. Geraamd was € 144k.
76
Jaarstukken 2020
2.1.15. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Portefeuillehouder Wethouder Wienhoven Wettelijk kader Begroting Deze paragraaf bevat op grond van artikel 11 BBV ten minste: een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico's; het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; een kengetal voor de: - netto schuldquote; - netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; - solvabiliteitsratio; - grondexploitatie; - structurele exploitatieruimte; - belastingcapaciteit. Op grond van artikel 18 ‘Financiële verordening gemeente Mook en Middelaar 2019’ hoeven er, naast de wettelijk verplichte onderdelen, geen aanvullende gegevens vermeld te worden in deze paragraaf. Jaarverslag Op grond van artikel 26 BBV bevat deze paragraaf in het jaarverslag de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragraaf in de begroting is opgenomen.
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is de hoeveelheid aan middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om onvoorziene kosten te dekken. In de gemeente Mook en Middelaar wordt de weerstandscapaciteit bepaald door de hoogte van de 'geblokkeerde' algemene reserve. De onvoorziene uitgaven, de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves worden buiten beschouwing gelaten. Bedragen x € 1.000 Rekening 2019
Begroting 2019
Rekening 2020
5
5
5
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
- rioolheffing
0
0
0
- afvalstoffenheffing
0
0
0
Totaal weerstandscapaciteit exploitatie
5
5
5
2.000
2.000
2.000
Weerstandscapaciteit Exploitatie: Onvoorziene uitgaven Onbenutte belastingcapaciteit - onroerende zaakbelastingen
Vermogen: - algemene reserve
77
2.1. Jaarverslag Rekening 2019
Begroting 2019
Rekening 2020
- vrij aanwendbaar deel Vrij Besteedbare Reserve
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
- stille reserves
p.m.
n.v.t.
n.v.t.
Weerstandscapaciteit
- gerealiseerd resultaat boekjaar (voorstel toe te voegen
n.v.t.
aan VBR) Totale weerstandscapaciteit vermogen
2.000
2.000
2.000
Totale weerstandscapaciteit
2.005
2.005
2.005
Algemene reserve De algemene reserve, zoals bedoeld in artikel 43, lid 1, letter a BBV, is onderverdeeld in twee afzonderlijke reserves: de (geblokkeerde) Algemene reserve en de Vrij Besteedbare Reserve. De (geblokkeerde) Algemene reserve wordt volledig aangemerkt voor het opvangen van financiële risico's; daarom wordt het volledig tot het weerstandsvermogen gerekend. De (geblokkeerde) Algemene reserve bedraagt sinds 2017 € 2 miljoen.
Risico's Tegenover de weerstandscapaciteit staan risico’s, die niet of niet geheel gedekt zijn en van substantieel belang (kunnen) zijn. De risico's betreffen risico's waarvoor geen (andere) maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Als een risico zich voordoet komen de financiële gevolgen niet ten laste van het rekeningresultaat, maar worden ze gecompenseerd door de Algemene reserve. De waarschijnlijkheid dat een risico zich voordoet wordt onderverdeeld in een van vijf categorieën: Zeer laag (10%), Laag (25%), Midden (50%), Hoog (75%), Zeer hoog (90%). De risico's worden op chronologische volgorde weergegeven. De Jaarstukken 2020 worden behandeld ná de Programmabegroting 2021. De risico's in de Jaarstukken 2020 worden afgeleid van de meest recente risico's zoals vermeld in de Programmabegroting 2021 en daar waar nodig aangepast aan de stand per eind 2020. De maatregelen kunnen zijn: accepteren, reduceren, elimineren of overdragen/verzekeren. Nr STR/INC
Categorie Toelichting risico Soort maatregel Kwantificering risico
1
Verbonden partijen
Toelichting maatregel RisicoKans% inschatting
MGR Uitgangspunt is dat de MGR zelf geen weerstandsvermogen opbouwt, maar dat deelnemende gemeenten hiermee
78
Berekende omvang risico
MGR Het ingeschatte weerstandsvermogen van de MGR wordt 'doorgeschoven' naar de deelnemende gemeenten.
Jaarstukken 2020
INC
2
Verbonden partijen
INC
3
Accepteren
Juridische zaken
INC
4
Accepteren
Archief
INC
5
Accepteren
Accepteren
Onderwijs
rekening houden. Voor de MGR bedraagt ons aandeel voor 2021 € 65k. € 65k Midden
50%
Aandelenkapitaal NV's en BV's Het risico en daarmee de aansprakelijkheid voor de aandeelhouders is beperkt tot de hoogte van het nominale aandelenkapitaal in de vennootschappen (art. 2:81 BW). € 439k
25%
Periodiek wordt beoordeeld of we blijven deelnemen in het aandelenkapitaal van de diverse vennootschappen.
Laag
Proceskosten Proceskosten komen incidenteel voor, maar kunnen leiden tot forse bedragen. € 200k
€ 32,5k
€ 109,75k
Door intern de juiste procedures te doorlopen, wordt de kans op processen verminderd, maar nooit helemaal weggenomen.
Zeer laag
10%
€ 20k
Archief / Informatiebeheer Archief / Informatiebeheer Het te bewaren (papieren) archief is op De ontwikkelingen worden blijvend huurbasis ondergebracht bij het Regionaal gemonitord en daar waar nodig financieel Archief Nijmegen. vertaald. De archieffunctie krijgt een nieuwe plaats in de digitale samenleving. Centraal staat wat er nodig is om digitale overheidsinformatie beter duurzaam toegankelijk te houden voor de samenleving en de overheden zelf. Ook raken de doelen en ambities van de archiefsector steeds meer verbonden met die van de I- en ICT-ontwikkelingen. We zijn bijvoorbeeld verplicht aan te sluiten op het e-depot (digitaal te bewaren archieven). Het koppelen van systemen en centraal beheren van informatie is de basis om informatie op een juiste manier te kunnen ontsluiten. Voor onze inwoners komt dit bijvoorbeeld tot uiting in de digitale dienstverlening via de website. De toekomst vraagt dat we ons informatielandschap weloverwogen inrichten mede in relatie tot informatiebeveiliging. Deze ontwikkelingen hebben budgettaire consequenties. € 150k Zeer hoog 90% € 135k
Het Kandinsky-college in Molenhoek is een permanente nevenvestiging onder bestuur van de Scholengroep Nijmegen.
79
De huisvesting van onderwijsgebouwen behoort tot de gemeentelijke zorgplicht. Er is nieuwe regelgeving op komst die
2.1. Jaarverslag De gemeente is op grond van de Wet Voortgezet Onderwijs verantwoordelijk voor (vervangende) nieuwbouw, herstel van constructiefouten, herstel van schade. Voor dit laatste is zij verzekerd.
INC
6
Dividend
INC
7
Accepteren
Dividend
INC
8
Reductie
Accepteren
Haven
€ 120k
In het investeringsplan 2020-2023 is een krediet opgenomen en is voorgesteld om daadwerkelijk kapitaallasten op te nemen in de exploitatie. Hiermee kan het toekomstige risico gereduceerd worden. Voor de omvang van het risico zijn wij uitgegaan van het bedrag dat hiervoor is opgenomen in de algemene uitkering. Dit is geen indicatie voor de werkelijke toekomstige kapitaallasten. Deze kunnen op dit moment nog niet voor 100% worden ingeschat. Na besluitvorming over definitieve nieuwbouw en het bekend zijn van de kapitaallasten, kan dit risico afgebouwd of verwijderd worden. Midden 50% € 60k
BNG Van de BNG ontvangen wij o.b.v. ons aandelenbezit jaarlijks dividend over het afgelopen jaar. Het beleid van de BNG is om 25% van de nettowinst uit te keren aan de aandeelhouders. De verwachte dividenduitkering à € 157k (conform begrotingsbrief provincie) is structureel opgenomen in de begroting, echter het is een risico of het geraamde bedrag aan inkomsten ook daadwerkelijk wordt ontvangen. € 157k
gemeenten daarin een nog bredere verantwoordelijkheid zal geven. Uit kwalitatieve onderzoeken is gebleken dat het Kandinsky-college slecht scoort. Mogelijk is het gewenst om vervangende nieuwbouw te plegen. Daartoe is een haalbaarheidsonderzoek in uitvoering.
Het te ramen bedrag voor de dividendopbrengst van de BNG wordt bepaald op hetgeen de Provincie in haar jaarlijkse begrotingsbrief vermeldt. Als hiervan wordt afgeweken, moet hiervoor een goede verklaring zijn. Het is altijd mogelijk dat (een deel van) de geraamde dividendbaten niet gerealiseerd worden. Dit risico wordt laag ingeschat en acceptabel bevonden.
Laag
25%
€ 39,25k
Wij zijn aandeelhouder van Enexis, dat de infrastructuur van de energievoorziening in bezit heeft. Daarnaast zijn wij aandeelhouder in enkele kleinere vennootschappen die zijn opgericht bij de verkoop van Essent. In de begroting is rekening gehouden met een dividendopbrengst van € 90k. € 90k
Het te ramen bedrag voor de dividendopbrengst van Enexis wordt bepaald op hetgeen de Provincie in haar jaarlijkse begrotingsbrief vermeldt. Als hiervan wordt afgeweken, moet hiervoor een goede verklaring zijn. Het is altijd mogelijk dat (een deel van) de geraamde dividendbaten niet gerealiseerd worden. Dit risico wordt laag ingeschat en acceptabel bevonden. Laag 25% € 22,5k
Dichtslibben haven mede als gevolg van extreme hoogwaterstanden. Geschatte kosten herstel €125k. De exacte kosten voor het opslaan van het slib worden
80
Wij hebben geen invloed op externe factoren, zoals waterstanden, stroomsnelheden en mate van eventueel
Jaarstukken 2020
INC
9
Haven (bouwkundig)
INC
10
Reductie
Sociale woningbouw
INC
11
Accepteren
Starterslening
INC 12
Accepteren
Accepteren UPW
bepaald door het tijdstip van baggeren en dichtslibben. Dit risico valt hierdoor onder de opslagcapaciteit. de categorie ‘Accepteren’. € 125k Midden 50% € 62,5k
Er is momenteel geen onderhoudsplan Het op te stellen onderhoudsplan aan de voor de bouwkundige staat van de haven. passantenhaven kan worden gekoppeld Er zijn ook geen middelen beschikbaar om aan de integrale visie voor de ontwikkeling eventueel onderhoud te plegen aan de en inrichting van het gebied Maasbouwkundige staat van de haven. Zie ook oever(zone), die naar verwachting de de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. komende jaren op het programma zal De kosten worden als stelpost geraamd op staan. Hierna kan het risico afgebouwd of € 500k. Nadat er een onderhoudsplan is verwijderd worden. opgesteld en de dotatie aan de voorziening voor groot onderhoud structureel in de begroting is opgenomen, kan dit risico verwijderd worden. € 500k Laag 25% € 125k
Woningbouwcorporaties sluiten voor het Per 31 december 2019 staat er voor de uitvoeren van hun taak veelal leningen af sociale woningbouw een bedrag aan waarbij de gemeente gevraagd wordt om leningen uit van ongeveer € 9,6 miljoen als achtervang te dienen. Hiermede wordt (restant schuld) op een hoofdsom van bereikt dat de geldgever met een lagere € 15,8 miljoen. Wij kwantificeren het risico rentevergoeding genoegen neemt omdat op 10% van de omvang van de leningen. de gemeente als achtervang een zekere Het risico dat er daadwerkelijk een beroep debiteur is. Sinds een aantal jaren is het gedaan wordt op de gemeente is minimaal. Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) in het leven geroepen, dat de functie van de gemeente overneemt en waardoor de woningbouwcorporaties met slechts één instituut te maken hebben en de zekerheid voor de gemeenten groter is. Bestaande leningen blijven tot aan het einde van de looptijd nog gewoon bij de gemeenten als achtervang-instituut. Door het WSW is de veiligheid nu nog beter geborgd. € 960k Zeer laag 10% € 96k
In de raad van april 2010 is de Verordening De gemeente dient in dit fonds maximaal starterslening vastgesteld. Hierbij is tevens € 130.000 te storten. De provincie Limburg een fonds in het leven geroepen waarop stort vervolgens maximaal een drievoudig starters op de woningmarkt een beroep bedrag in het fonds (dus aandeel gemeente kunnen doen voor het aantrekken van een 25%, aandeel provincie 75%). De lener lening. Deze lening wordt verstrekt onder dient vervolgens de lening volgens de bepaalde voorwaarden en tot een bepalingen uit de verordening af te lossen maximum bedrag tegen gunstige condities. aan de kredietverstrekkers. Bij het vaststellen van de Jaarstukken 2014 Startersleningen lopen via de SVn. is door de raad besloten om het plafond van de starterslening te verhogen naar € 130k. € 130k Laag 25% € 32,5k De gemeente heeft een zogenaamd getrapt eigen risico bij een tekort op de
81
Uitgangspunt is 100% kosten t.o.v. de ontvangen bijdragen van het Rijk. Het eigen
2.1. Jaarverslag
INC
13
Accepteren
Uitkering gemeentefonds
INC
Preventief
uitvoering van de UPW. De eerste schijf is risico onder de vangnetuitkering wordt 7,5% van het rijksbudget ad € 1,4 miljoen. geaccepteerd als risico. Jaarlijks wordt de Het eigen risico bedraagt dan 100%. Bij stand van zaken m.b.t. het eigen risico / een groter tekort ontvangt de gemeente mogelijke aanvraag voor de 50% van het tekort tot 12,5% van het vangnetuitkering, voorgelegd aan de raad. rijksbudget als vangnetuitkering. Boven de 12,5% tekort krijgt de gemeente 100% vergoed. Het totale eigen risico komt hiermee uit op maximaal € 140k. Door corona gerelateerde ontwikkelingen is de verwachting dat over 2020 de gemeente niet uitkomt met het Rijksbudget. Dit is ook de verwachting voor 2021. € 140k Midden 50% € 70k
Als gevolg van herijking van het We blijven de ontwikkelingen kritisch gemeentefonds treedt waarschijnlijk volgen. Een mogelijkheid is om de een nadeel op voor kleinere uitkeringen gemeentefonds voorzichtig gemeenten. Op dit moment is het te ramen dan wel te egaliseren tot nadeel geraamd op € 50 per inwoner. maximaal € 10,1 miljoen. € 400k Hoog 75% € 300k
Bedragen x € 1.000 Incidenteel
Risico
Kwantificering
Structureel
Berekend bedrag
Kwantificering
Berekend bedrag
Zeer laag
(10%)
1.160
116
0
0
Laag
(25%)
1.316
329
0
0
Midden
(50%)
450
225
0
0
Hoog
(75%)
400
300
0
0
Zeer hoog
(90%)
150
135
0
0
3.476
1.105
0
0
Totaal
Het totaal van het berekende risicobedrag komt daarmee uit op € 1.105k.
Beleid omtrent weerstandscapaciteit en risico's Relatie weerstandsvermogen en risico's De ratio tussen de weerstandscapaciteit en de risico's is het weerstandsvermogen. De weerstandscapaciteit is de hoeveelheid aan middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. De risico's betreffen risico's waarvoor geen (andere) maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om mogelijke tegenvallers op te vangen zonder dat dit onmiddellijk invloed heeft op het beleid. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de gemeente. In Mook en Middelaar wordt de weerstandscapaciteit bepaald door de hoogte van een 'geblokkeerde' algemene reserve. De
82
Jaarstukken 2020 onvoorziene uitgaven, de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves worden buiten beschouwing gelaten. Weerstandsvermogen De weerstandscapaciteit bedraagt eind 2020 (afgerond) € 2 miljoen. Als de risico’s zoals deze hiervoor benoemd zijn, worden afgezet tegen de weerstandscapaciteit, kan worden geconcludeerd dat de gemeente Mook en Middelaar op dit moment meer dan voldoende capaciteit heeft om eventuele risico’s op te vangen. Soort risico
Berekende omvang
Huidige weerstands-
risico's
capaciteit
Huidig weerstandsvermogen dekking in %
overdekking
Incidentele risico's
1.105
2.000
181%
895
Structurele risico's
0
5
n.v.t.
5
1.105
2.005
181%
900
Totaal
Kengetallen
Kengetallen
R2019
B2020
R2020
1a)
netto schuldquote
-/-32%
-3%
-13%
1b)
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-/- 32%
-3%
-16%
2)
solvabiliteitsratio
42%
40%
32%
3)
structurele exploitatieruimte
0%
0%
-7%
4)
grondexploitatie (n.v.t.)
0%
0%
0%
5)
belastingcapaciteit
114%
113%
104%
*) betreft primitieve begroting **) herrekend t.o.v. vastgestelde jaarstukken 2018.
1a Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast (vaste schuld en vlottende passiva) ten opzichte van de eigen middelen (vlottende activa). Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een negatieve schuldquote betekent dat er geen netto-schuld is, maar dat er een overschot is aan liquide middelen en vorderingen. 1b Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit betreft hetzelfde kengetal als de netto schuldquote, maar nu wordt bij de eigen middelen niet alleen de vlottende activa meegenomen, maar ook de uitgezette leningen. Dit kengetal is altijd gelijk of lager dan de netto schuldquote. 2 Solvabiliteitsratio Het solvabiliteitsratio geeft aan in welke mate wij in staat zijn om op de lange termijn aan de financiële verplichtingen te voldoen. Zoals uit de balans valt op te maken, bedraagt het eigen vermogen € 6,3 miljoen en het totaal vermogen € 19,8 miljoen. Dit betekent dat de verhouding eigen vermogen/totaal vermogen 0,32 is. De gangbare minimumnorm voor deze solvabiliteitsratio ligt bij niet-financiële ondernemingen tussen de 0,25 en 0,40. Hoe hoger de ratio hoe solvabeler de organisatie is. Met een
83
2.1. Jaarverslag ratio van 0,32 voldoet de gemeente Mook en Middelaar meer dan voldoende aan de gangbare minimumnorm. 3 Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De gemeente Mook en Middelaar heeft geen actieve grondexploitaties (aankopen, bouw- en woonrijp maken en weer verkopen). Het kengetal bedraagt 0%. 4 Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. De structurele exploitatieruimte is gebaseerd op de structurele baten en lasten op grond van de gerealiseerde cijfers in 2020. Op basis hiervan is dit kengetal negatief; er is dus sprake van een structureel tekort in de Jaarstukken 2020. Dit laat echter ook een realisatie zien die achterhaald is of kan zijn door de huidige Programmabegroting 2021 en de nieuw op te stellen Programmabegroting 2022. Daarbij moet tevens rekening gehouden worden met de financiële uitkomsten van het ZBB-traject. 5 Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit wordt berekend op basis van de woonlasten van een belastingplichtige (meerpersoonshuishouden met eigen woning) in Mook en Middelaar ten opzichte van het landelijk gemiddelde van het laatst bekende begrotingsjaar. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2020 is dat 2019. Bij de Jaarstukken 2020 is dat 2020.
Omdat de woonlasten landelijk gestegen zijn in 2020 ten opzichte van 2019, is dit kengetal voor de realisatie gedaald.
Onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie De diverse kengetallen zijn onderling redelijk consistent en bevestigen het beeld van een gezonde financiële positie. Mook en Middelaar heeft slechts één uitstaande geldlening van € 0,7 miljoen (per 3112-2020, exclusief de kortlopende aflossingsverplichting), die jaarlijks met zo’n € 181,5k wordt afgelost. Aan de andere kant is er ruim € 4,9 miljoen aanwezig in ’s Rijks schatkist. Op basis van de categoriale indeling zit de gemeente Mook en Middelaar overwegend in categorie A (minst risicovol) en B. Alleen qua structurele exploitatieruimte is het kengetal negatief en valt hiermee in categorie C (meest risicovol). Kengetal
Waarde M&M
Categorie A
Categorie B
Categorie C
1a)
Netto schuldquote zonder correctie
-13%
< 90%
90 - 130%
> 130%
1b)
Netto schuldquote met correctie)
-16%
< 90%
90 - 130%
> 130%
2)
Solvabiliteitsratio
32%
> 50%
20 - 50%
< 20%
3)
Structurele exploitatieruimte
-7%
positief
neutraal
negatief
4)
Grondexploitatie
0%
< 20%
20-35%
> 35%
5)
Belastingcapaciteit
104%
< 95%
95 - 105%
> 105%
Overwegend kan gezegd worden dat Mook en Middelaar op basis van deze financiële kengetallen er financieel goed voor staat. De kanttekening die hierbij gemaakt moet worden is dat ook de Programmabegroting 2021 een tekort laat zien, dat ingevuld moet worden middels een Zero Based Budgeting-traject. De uitkomsten hiervan worden meegenomen in de Zomerrapportage 2021 en in de Programmabegroting 2022.
84
Jaarstukken 2020
Overige aandachtspunten Coronavirus Het Coronavirus heeft ons qua volksgezondheidsaspecten in 2020 redelijk bezig (en binnen) gehouden en enkele branches hebben het financieel moeilijk gehad (en nog steeds). Voor de gemeente lijken de financiële effecten echter mee te vallen. Er worden weliswaar extra kosten gemaakt en enkele inkomsten zijn lager; het rijk heeft ook diverse compensatiepakketten verstrekt. Deze hebben plaatsgevonden middels de uitkeringen uit het gemeentefonds, dan wel via specifieke uitkeringen (SiSa). De extra middelen die we van het rijk middels de uitkeringen gemeentefonds hebben ontvangen, hebben we ook als extra budget gereserveerd om hiermee de eventuele extra kosten en gederfde inkomsten te kunnen bekostigen. Middels de juni- en septembercirculaire 2020 hebben we voor € 127k compensatie ontvangen. De extra kosten die we gemaakt hebben bedragen € 113k voor onder andere extra inhuurkosten om alle Tozo-aanvragen te kunnen behandelen, kosten voor noodopvang, kosten voor toezicht door de boa’s en extra kosten voor jeugdzorg. Aan de batenkant zijn met name minder legesopbrengsten en minder eigen bijdragen ontvangen. Het deel dat aan Corona wordt toegeschreven, bedraagt € 19k. Het totale nadelige effect bedraagt hiermee € 5k. Het is echter nooit 100% zeker of verschillen tussen raming en realisatie volledig te wijten zijn aan Corona.
Naast de uitkeringen uit het gemeentefonds hebben we een specifieke uitkering van € 1.470k ontvangen voor ondersteuning van ondernemers middels de Tozo-regeling. Voor € 707k zijn reeds kosten gemaakt. Een bedrag van € 763k is als vooruitontvangen bedrag op de balans verantwoord. Hiermee worden nog uitkeringen in 2021 betaald. Een eventueel overschot moet terugbetaald worden aan het rijk. Eind 2020 zijn door het rijk afspraken gemaakt voor een aanvullend compensatiepakket. Een deel is reeds verwerkt in 2020, een groot deel nog niet. Dit betreft compensatie op het gebied van inkomstenderving, afvalinzameling, tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) en Perspectief Jeugd en jongeren. Deze wordt middels de uitkering gemeentefonds ontvangen in 2021. Daarnaast loopt de Tozo-regeling nog door tot in 2021.
85
2.1. Jaarverslag
2.1.16. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Portefeuillehouder Wethouder Wienhoven Wettelijk kader Begroting Deze paragraaf bevat op grond van artikel 12, lid 1 BBV ten minste de volgende kapitaalgoederen: wegen; riolering; water; groen; gebouwen. Van deze kapitaalgoederen wordt op grond van artikel 12, lid 2 BBV aangegeven: het beleidskader; de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; de vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Daarnaast bevat deze paragraaf op grond van artikel 19 ‘Financiële verordening gemeente Mook en Middelaar 2019’: a) de voortgang van het geplande onderhoud; b) de omvang van het eventueel achterstallige onderhoud. Jaarverslag Op grond van artikel 26 BBV bevat deze paragraaf in het jaarverslag de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragraaf in de begroting is opgenomen. Algemeen De provincie besteedde in haar verdiepingsonderzoek van 2011 uitvoerig aandacht aan dit onderdeel van de begroting. Nu zijn er per voorziening visiedocumenten en afzonderlijke beheers- en onderhoudsplannen. Bij de raadsvoorstellen en -besluiten tot vaststelling van de diverse plannen zijn er uitspraken gedaan over de mate van het gewenste onderhouds- c.q. voorzieningenniveau. Bij de behandeling van de diverse onderdelen in deze paragraaf zullen wij hierop terugkomen.
Wegen 1.
Wegen
Beleid In de raadsvergadering van 12 december 2019 is door u het Wegenbeheerplan 2020-2024 vastgesteld. Door de vaststelling is het wegonderhoud voor de komende jaren gewaarborgd. Op basis van dit plan wordt binnen de gemeente het beheer en onderhoud van wegverhardingen structureel en planmatig uitgevoerd. Tevens is het uitvoeren van het niet planmatig ‘klein onderhoud’ als financieel onderdeel opgenomen in het plan. Voor het structurele onderhoud wordt jaarlijks een onderhoudsprogramma opgesteld. De onderhoudsmaatregelen worden vertaald in een bestek of werkbeschrijving en in concurrentie aanbesteed. Voor de bekostiging van het in stand houden en het onderhoud is al sinds jaren de voorziening Rationeel wegbeheer in het leven geroepen. In 2020 is er conform het beheerplan
86
Jaarstukken 2020 2020-2024 onderhoud uitgevoerd aan de wegen (verhardingen) binnen de gemeente. Dit in de vorm van plaatselijk herstel en structureel onderhoud. Financiële consequenties Voorziening Rationeel wegbeheer: Geraamde uitgaven € 316k, werkelijke kosten in 2020 € 128k. Voortgang onderhoud In 2020 zijn er plaatselijke herstelwerkzaamheden uitgevoerd en het structurele, planmatige onderhoud aan de verhardingen. Ook zijn er diverse centrumwegen in Mook aangepakt. Een combinatie tussen onderhoud en het aanpassen van de openbare ruimte in aansluiting op de (bouw)ontwikkelingen. Om een besparing te doen bij het aanbesteden van onze open verhardingen zijn we bezig om deze in een open posten bestek te verwerken. Daarmee voorkomen we dat we ieder jaar een bedrag kwijt zijn voor het schrijven van een bestek. Dat is de reden dat er afgelopen jaar nagenoeg nog geen onderhoud is geweest aan de open bestratingen. Hierbij is sprake van een geringe achterstand in het reguliere onderhoud. Deze zullen dit jaar in dit bestek opgepakt worden. Omvang achterstallig onderhoud Bij wegen is geen sprake van achterstallig onderhoud.
2. Kunstwerken (bruggen) Beleid In de raadsvergadering van 15 september 2016 is door u het Meerjaren onderhoudsplan bruggen vastgesteld. Hierbij gaat het om de (verkeers)bruggen Witteweg te Plasmolen en Cuijksesteeg te Mook. Het plan is een doorkijk naar de onderhoudsbehoefte van 2017 tot 2067. Dit alles gebaseerd op een 'bundeling' van gedane onderzoeken en inspecties. In navolging van de vaststelling van het plan, is de voorziening Groot onderhoud bruggen ingesteld. Financiële consequenties Voorziening Onderhoud bruggen: Geraamde uitgaven € 50k, werkelijke kosten in 2020 € 36k. Voortgang onderhoud Het Meerjaren onderhoudsplan bruggen wordt gevolgd, in 2020 geen bijzonderheden. Omvang achterstallig onderhoud Bij kunstwerken (bruggen) is geen sprake van achterstallig onderhoud.
3. Openbare verlichting Beleid Het dagelijks onderhoud aan de openbare verlichting is ondergebracht in een onderhoudsbestek dat gezamenlijk met de gemeenten Gennep en Bergen is aanbesteed. In 2021 zal er een nieuw plan geschreven worden voor het verduurzamen van onze openbare verlichting. Een plan om te komen tot een moderner en duurzamer areaal aan verlichting. De vervanging wordt gecommuniceerd met de bewoners en men is in de gelegenheid om zelf met voorstellen te komen. Financiële consequenties Vervangingsplan OVL: Krediet masten € 63k begroot, inclusief kredietoverheveling van vorig jaar (BGO), € 36k uitgegeven. 87
2.1. Jaarverslag Krediet armaturen € 56k begroot, inclusief BGO, € 30k uitgegeven. Exploitatie en onderhoud begroot € 31k, uitgegeven € 35k. Voortgang onderhoud Onderhoud overeenkomstig het onderhoudsbestek wordt uitgevoerd, zoals: ieder jaar groepsremplace van lampen en het verhelpen van storingen. Er is geen achterstallig onderhoud. Er is invulling gegeven aan het Vervangingsplan. Het plaatsen van de lichtmasten en armaturen in het centrum wordt in 2021 opgepakt en hoort nog bij de investeringen van 2020. Omvang achterstallig onderhoud Bij openbare verlichting is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Riolering Beleid De gemeente heeft watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. Deze taken hebben het karakter van zorgplichten. De gemeentelijke watertaken zijn verankerd in de Wet milieubeheer (afvalwater) en de Waterwet (hemelwater en grondwater). In navolging van deze taken is het opstellen en het operationeel hebben van een geldend Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) een wettelijke verplichting. Naast de technische en beleidsmatige aspecten maakt een financiële paragraaf onderdeel uit van het plan. In de raadsvergadering van 8 december 2016 is door de gemeenteraad een nieuw Gemeentelijk Rioleringsplan vastgesteld, met de planperiode, 2017-2021. Naast het in stand houden en verbeteren van het rioolstelsel wordt er in het plan nadrukkelijk rekening gehouden met het terugdringen van de kans op wateroverlast door hevige neerslag. Een van de maatregelen hierbij is het afkoppelen van verhardingen die op de riolering zijn aangesloten. Hierbij wordt ook ingezet op het informeren en betrekken van particulieren (inwoners, bedrijven en Destion). Dit om te komen tot bewustwording van de gevolgen van klimaatverandering en een gezamenlijke aanpak van de problematiek. In 2016 zijn hiervoor de 'eerste stappen' gezet in de vorm van bewonersbijeenkomsten.
In samenwerking met het Waterschap Limburg is er een subsidie ingesteld voor afkoppelen van verhardingen voor particulieren. Dit bleek een goede stimulans en hier is dan ook goed gebruik van gemaakt, waardoor het volledige subsidiebedrag is opgebruikt. In 2019 hebben we uit de DHZ gelden de subsidie voort kunnen zetten tot 2020. Dit heeft in 2020 geresulteerd in 29 afkoppelingen. In combinatie met herinrichtingswerkzaamheden in de openbare ruimte zijn er (weg)verhardingen afgekoppeld van het riool. Ook in 2021 kunnen we de afkoppelingen voortzetten, door het inzetten van de DHZ gelden. Het overleg met het kerkbestuur en het Bisdom over het gebruik van het terrein nabij de kerk in Molenhoek voor een infiltratievoorziening verloopt positief. Het bisdom werkt mee en als de notaris de benodigde papieren overhandigt kunnen we daarmee aan de slag. Op dit moment wordt het plan uitgewerkt. Financiële consequenties Het krediet Vervanging riool is begroot op € 946k, inclusief BGO. Er is € 517k uitgegeven. Gevraagd wordt € 427k via kredietoverheveling in 2021 uit te geven voor o.a. Kerkstraat. Het krediet Milieumaatregelen is begroot op € 409k, inclusief BGO. Werkelijke kosten -/- baten € 118k. In het bedrag is voor het afkoppelen van het riool € 30k subsidie verstrekt in 2020. Aan subsidies is er tot en met 2020 € 120k uitgekeerd.
Er is in 2019 € 30k uit de DHZ-gelden ter beschikking gesteld. Daarmee wordt in 2019 en 2020 50% van de uitgekeerde subsidie afgedekt. De overige 30k dekking is uit de investering gehaald worden. Gevraagd wordt € 166k via kredietoverheveling in 2021 uit te geven. De kredietoverheveling is om de projecten Kerkstraat en infiltratievoorziening kerk Stationsstraat die in het GRP staan nog uit te voeren. In de exploitatie is aan onderhoud riool € 58k begroot en € 67k uitgegeven.
88
Jaarstukken 2020 Voortgang onderhoud Het dagelijkse en planmatig onderhoud aan de riolering is inzichtelijk en uitgevoerd, zo ook zijn de mogelijkheden benut voor het afkoppelen van verhardingen die zijn aangesloten op de riolering. Momenteel is er alleen achterstand in het repareren van kolken die defect blijken uit de kolkenreiniging. Hierin werd voorheen voorzien vanuit de buitendienst, echter door personeelstekort is dit afgelopen jaar niet gerealiseerd. Omvang achterstallig onderhoud Bij riolering is alleen bij kolkenonderhoud sprake van achterstallig onderhoud.
Water (Oppervlakte)water Beleid De Maashaven in Mook is in beheer en onderhoud van de gemeente. Ook het op diepte houden van de haven maakt hier deel van uit. Hiervoor wordt periodiek de diepgang in de haven gemeten. Op basis van de resultaten hiervan zijn er tot op heden geen maatregelen nodig geweest om de haven bereikbaar en bevaarbaar te houden. Financiële consequenties In 2020 is € 0 aan havengelden binnengekomen door de werkzaamheden aan de Maas. Voortgang onderhoud De diepte van de haven wordt geregeld gemeten, geen bijzonderheden. Omvang achterstallig onderhoud Bij (oppervlakte)water is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Watergangen Beleid Het onderhouden van de watergangen waardoor de door- en afvoer van water is gewaarborgd. Financiële consequenties Nihil. Voortgang onderhoud Het onderhoud van de watergangen verloopt conform een jaarlijks onderhoudsschema. De watergangen zijn onderhouden. Geen bijzonderheden. Omvang achterstallig onderhoud Bij watergangen is geen sprake van achterstallig onderhoud.
89
2.1. Jaarverslag
Groen (parken, plantsoenen, bomen en sportvelden) Beleid De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het openbaar groen en de sportvelden op het sportpark in Middelaar. Financiële consequenties De uitgevoerde aanleg- en onderhoudswerkzaamheden zijn binnen de beschikbare budgetten uitgevoerd. Voortgang onderhoud Het reguliere groenonderhoud is uitgevoerd conform het Groenbeheerplan. Naast het reguliere onderhoud is een start gemaakt met de uitvoering van het Groenrenovatieplan. In 2020 zijn plantsoenen en bomen in de Singel en St. Antoniusstraat gerenoveerd en aangepast. De wensen van bewoners zijn meegenomen in de planuitwerking en uitvoering. Op basis van de uitgevoerde boomveiligheidsinspecties zijn de bomen gesnoeid. De bestrijding van de eikenprocessierups is uitgevoerd conform het in 2020 door het college vastgestelde bestrijdingsplan eikenprocessierups. Omvang achterstallig onderhoud Bij groen is sprake van enig achterstallig onderhoud. Om verloedering en verdere achterstanden te voorkomen is het wenselijk om de komende jaren een vervolg te geven aan de uitvoering van het Groenrenovatieplan.
Gebouwen Beleid De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en het bouwkundig en technisch onderhoud van de in haar bezit zijnde gebouwen. Het merendeel van de gebouwen valt onder het MJOP, andere gebouwen zijn strategisch of tijdelijk aangekocht. Zonnepanelen gemeentewerf/brandweerkazerne In 2020 zijn op het dak van de gemeentewerf/brandweergarage 238 zonnepalen aangebracht voor een installatie van 81 kWp die tenminste 856 kWh per kWp oplevert. Dat is een jaarlijkse energieproductie van tenminste 69.270 kWh. Er is voor deze installatie een SDE+-subsidie beschikbaar gesteld. Het nieuwe meerjarig onderhoudsplan voor de periode 2020-2023 vast te stellen op basis van de conditiemeting NEN 2767. MJOP 2020 - 2023 De raad heeft op 11 november 2020 een Meerjarig onderhoudsplan (MJOP) 2020 - 2023 voor gebouwenbeheer vastgesteld op basis van NEN 2767. De financiële gevolgen zijn in de Begroting 2021 verwerkt. Tevens zijn alle passiva m.b.t. gebouwenbeheer samengevoegd in één voorziening. De gebouwen die onderdeel uitmaken van het MJOP zijn: Gemeentehuis; Gemeentewerf annex brandweerkazerne; Zoutloods; KCA-depot bij de werkplaats; Sportaccommodaties.
90
Jaarstukken 2020 Voortgang onderhoud Aan het gemeentehuis is, met het oog op toekomstige aanpassingen in het kader van duurzaamheid, onderhoud gepleegd voor zover dit nodig was voor de veiligheid en de continuïteit van de werkprocessen. Het onderhoud aan de overige gebouwen is uitgevoerd conform planning. Omvang achterstallig onderhoud Er is geen achterstallig onderhoud. Financiële consequenties In 2020 zijn binnen de bestaande budgetten onderhouds- en reparatiewerkzaamheden uitgevoerd. Reserve onderhoud gemeentehuis: begroot € 102k, werkelijk € 43k uitgegeven. De reserve is weer omgezet in een voorziening. Voorziening Onderhoud gebouw gemeentewerken: begroot € 47k, werkelijk € 15k. Voorziening Onderhoud KCA-depot: begroot € 6k, geen uitgaven. Voorziening Onderhoud sportaccommodaties: begroot € 20k, werkelijk € 67k uitgegeven voor dakreparatie. Daarnaast is voor SPUK, een specifieke uitkering voor btw-compensatie, 13k voorschot ontvangen.
91
2.1. Jaarverslag
2.1.17. Paragraaf Financiering Portefeuillehouder Wethouder Wienhoven Wettelijk kader Begroting Deze paragraaf bevat op grond van artikel 13 BBV in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Daarnaast bevat deze paragraaf op grond van artikel 17 ‘Financiële verordening gemeente Mook en Middelaar 2019’ in ieder geval de liquiditeitenplanning en de financieringsbehoefte. Jaarverslag Op grond van artikel 26 BBV bevat deze paragraaf in het jaarverslag de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragraaf in de begroting is opgenomen. Algemeen De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) stelt kaders voor beheersing van de financiële risico's. Deze kaders zijn uitgewerkt in de Financiële verordening Mook en Middelaar 2019. Treasury is het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
Risicobeheer financieringsportefeuille Lening Op dit moment is er één langlopende lening afgesloten met een vast rentepercentage gedurende de gehele looptijd (tot en met 2025). Hierdoor is er nauwelijks tot geen renterisico. Renterisiconorm (Wet fido) De renterisiconorm geeft een norm voor het renterisico op de vaste schuld. Het heeft als doel het renterisico bij (her)financiering te beheersen. Deze norm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer dan 20% van het begrotingstotaal mogen bedragen. Bedragen x € 1.000 Renterisiconorm 1
Renteherzieningen op leningen o/g
2
2020
2019 0
0
Betaalde aflossingen
182
182
3
Renterisico (1+2)
182
182
4
Renterisiconorm
3.724
3.245
5a = 4 > 3
Ruimte onder renterisiconorm
3.543
3.063
92
Jaarstukken 2020 Renterisiconorm 5b = 4< 3
2020
Overschrijding renterisiconorm
2019 -
-
20%
20%
Berekening 4a
Het bij ministeriële regeling vastgesteld percentage
4b
Begrotingstotaal (lasten prim. begroting)
18.620
16.223
4
Renterisiconorm
3.724
3.245
Uit voorgaande tabel blijkt dat gemeente Mook en Middelaar ruim binnen de gestelde renterisiconorm blijft. Rentebeheer Rentelasten In deze jaarrekening is een rentelast opgenomen voor de langlopende lening o/g van de BNG. Dit betreft een lening met een vast rentepercentage van 5,58%. Er wordt geen (administratieve) rente meer over het eigen vermogen berekend. De rentelast over de langlopende lening bedraagt over 2020 € 52k. Renteresultaat en rentetoerekening Het renteresultaat is het saldo van de netto rentekosten en de rente die wordt doorberekend aan de producten.