Jaarstukken 2020 (versie raad 2021-06-10).pdf
Tekst van het document
Bedragen x € 1.000 Toerekening rente a
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
b
De externe rentebaten over de korte en lange financiering
52 -/-
Saldo rentelasten en rentebaten c1 c2 c3
5 48
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
-/-
0
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-/-
0
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
48
d1
Rente over eigen vermogen
0
d2
Rente over voorzieningen
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
48
e
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-/-
66
f
Renteresultaat op het taakveld Treasury
-/-
18
Rente wordt alleen toegerekend aan de taakvelden Riolering en Afval, waarbij kosten middels een heffing integraal worden verhaald. De investeringen op deze twee taakvelden worden op basis van een vast percentage van 3% annuïtair afgeschreven (€ 66k). Alle overige investeringen worden met 0% rente lineair afgeschreven. De rentebaat is met ingang van 2020 vervallen (rente 0% op BNG en SKB). De rentelast neemt jaarlijks af en is vanaf 2026 nihil.
93
2.1. Jaarverslag Liquide middelen Kasgeldlimiet (Fido) De kasgeldlimiet geeft een maximumbedrag aan dat de gemeente aan kort geld mag aantrekken. De omvang bedraagt een percentage van het totaal van de jaarbegroting. Dit percentage is wettelijk vastgesteld in de ‘Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden’ en bedraagt 8,5%.
Bedragen x € 1.000 Kasgeldlimiet Omvang primitieve begroting per 1 januari 2020 (= grondslag)
1.
2.
3.
Toegestane kasgeldlimiet - in procenten van de grondslag
8,50%
- in bedrag van de grondslag
1.583
Omvang vlottende korte schuld - opgenomen gelden korter dan 1 jaar
0
- schuld in rekening-courant
0
- gestorte gelden van derden korter dan 1 jaar
0
- overige geldleningen, niet zijnde vaste schuld
0
Totale omvang van de vlottende schuld
0
Vlottende middelen - contante gelden in kas
3
- tegoeden in rekening-courant (bank)
4.
18.620
217
- overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar (SKB)
4.919
Totale omvang van de vlottende middelen
5.139
Toets kasgeldlimiet - totaal netto vlottende schuld (2)-(3)
-5.139
- toegestane kasgeldlimiet (1)
1.583
Ruimte (+)/Overschrijving (-) = (1)-(4)
6.722
Dit betekent dat we nog voor ruim € 6,7 miljoen kort geld mogen aantrekken om binnen de kasgeldlimiet te blijven. Bovenstaand overzicht betreft de stand per 31 december 2020. De kasgeldlimiet wordt per kwartaal gemonitord, waarbij steeds wordt uitgegaan van de gemiddelde netto vlottende schuld van drie maanden.
94
Jaarstukken 2020
Bedragen x € 1.000 Liquiditeitspositie
1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
2020
2020
2020
2020
(a) Kasgeldlimiet
1.583
1.583
1.583
1.583
(b) Gemiddelde netto vlottende schuld
-5.118
-5.007
-4.837
-4.786
Ruimte onder de kasgeldlimiet (a)-(b)
6.701
6.590
6.420
6.369
Uit bovenstaand overzicht blijkt onder (b) dat Mook en Middelaar op dit moment overliquide is (negatieve schuld) en in 2020 geen kort geld aan heeft hoeven trekken. De overtollige liquide middelen worden (verplicht) aangehouden in ’s Rijks Schatkist. Daarnaast kan worden afgeleid dat Mook en Middelaar ruimschoots onder de kasgeldlimiet blijft en er dus ruimte is voor het aantrekken van kort geld. Liquiditeitenplanning Raming In de Programmabegroting wordt jaarlijks op begrotingsbasis een meerjarenliquiditeitenplanning opgenomen. De geraamde cijfers over 2020 bedragen:
Bedragen x € 1.000 Primitieve begroting 2020
Inkomsten en uitgaven Beginsaldo liquiditeiten (conform raming begroting)
5.952
Bij: Inkomsten volgens exploitatie
16.506
Mutatie werkkapitaal
200
Subtotaal
16.706
Af: Uitgaven volgens exploitatie
15.956
Uitgaven voor investeringen
2.454
Mutaties leningen
182
Aanwending voorzieningen
466
Subtotaal
19.058
Totaal (conform raming)
3.600
Realisatie In de Jaarstukken wordt op het eind in onderdeel 2.2.5 een kasstroomoverzicht vermeld, waarbij het stelsel van baten en lasten wordt omgezet in een stelsel van inkomsten en uitgaven. Een korte samenvatting van het werkelijke verloop van de liquiditeiten is aangegeven in onderstaand overzicht:
95
2.1. Jaarverslag
Bedragen x € 1.000 Realisatie 2020
Kasstroomoverzicht Beginsaldo liquiditeiten (inclusief uitzetting in ’s Rijks Schatkist)
6.168
Inkomsten -/- uitgaven op operatiebasis
1.558
Saldo investeringskasstroom
-/-
2.406
Saldo financieringskasstroom
-/-
180
Saldo 31 december
5.139
Er zijn in 2020 geen extra financieringsmiddelen aangetrokken en er is geen overschrijding geweest van de kredietlimiet. Overtollige financieringsmiddelen zijn ondergebracht bij ’s Rijks Schatkist in verband met het verplicht ‘schatkistbankieren’. EMU-Saldo Het EMU-saldo is het verschil van inkomsten en uitgaven van de overheid. Het EMU-saldo van een lokale overheid telt mee voor het EMU-saldo van de totale overheid. De berekening van het EMU-saldo is in de Programmabegroting in deze paragraaf opgenomen. Het EMU-saldo is niet van toepassing op de Jaarstukken.
96
Jaarstukken 2020
2.1.18. Paragraaf Bedrijfsvoering Portefeuillehouder Burgemeester Gradisen Wettelijk kader Begroting Deze paragraaf bevat op grond van artikel 14 BBV ten minste het inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. Daarnaast bevat deze paragraaf op grond van artikel 20 ‘Financiële verordening gemeente Mook en Middelaar 2019’: a) de budgetten voor de raad; b) de budgetten voor de griffie; c) de budgetten voor de rekenkamer(commissie); en d) de budgetten voor de accountant. Jaarverslag Op grond van artikel 26 BBV bevat deze paragraaf in het jaarverslag de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragraaf in de begroting is opgenomen.
Personeel en organisatiebeleid Doorontwikkeling organisatie Doorontwikkeling van de organisatie blijft een continu proces en wordt voortgezet naar gelang de ontwikkelingen en noodzaak daarop in te spelen. De ontwikkelingen op het gebied van samenwerkingsverbanden, duurzaamheid, zaakgericht werken, digitalisering, burgerparticipatie, wijkgerichte aanpak, dienstverleningsconcept en het denken en handelen ‘van buiten naar binnen’ zijn nog altijd van invloed op onze organisatie. Maar ook externe factoren als de continuering van de decentralisaties, onder andere op Sociaal Domein, en de invoering van de Omgevingswet en risico’s van ondermijning vragen voortdurende aandacht en aanpassing. De organisatiecultuur vraagt de nodige aandacht, waarbij voor de langere termijn de Toekomstvisie 2030 het vizier is. Realisering van deze visie vraagt aanpassing van de organisatie: resultaatgerichtheid, taakvolwassenheid, zelfstandigheid, zelfverzekerdheid, verantwoordelijkheid en zakelijkheid zijn hierbij belangrijke aspecten die in ontwikkeling zijn. Medewerkers dienen eigenaarschap te tonen door verantwoordelijkheid te nemen voor hun taken en hun eigen aandeel in de organisatie. De leidinggevende heeft hierin een faciliterende en sturende rol. Een medewerker is verantwoordelijk voor eigen prestaties, loopbaan, vitaliteit en ontwikkeling.
De organisatie ondersteunt hierbij binnen de mogelijkheden. Duurzaamheid blijft een belangrijk thema om medewerkers zo vitaal mogelijk te houden en waar nodig aanpassingen te doen indien daaraan behoefte bestaat. Door de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd en vergrijzing, is hiervoor extra aandacht in de vorm van maatwerk. Ook opleiding en mobiliteit zijn belangrijke aspecten binnen de organisatie. Leren en ontwikkelen staan centraal en ontwikkeling kan (externe) mobiliteit bevorderen. Werkprocessen kunnen verder gestandaardiseerd worden met behoud van flexibiliteit om snel te schakelen en vlot en soepel op ontwikkelingen inspelen. De formatie dient hiervoor zodanig flexibel te zijn dat soepel kan worden gereageerd op de veranderende vraag. Hiervoor worden HR-instrumenten ingezet, waaronder Strategische Personeelsplanning ingezet om de juiste medewerker op de juiste plek te krijgen. Telkens wordt afgewogen of een taak binnen de organisatie uitgevoerd kan worden, indien dit niet mogelijk is komt de flexibele schil in beeld. Waarbij tijdelijke functies de voorkeur hebben boven
97
2.1. Jaarverslag inzet vanuit de flexibele schil. Bij werving en selectie wordt gezocht naar medewerkers die integraal en flexibel inzetbaar zijn en die passen bij de nieuwe manier van werken. Conclusie De doorontwikkeling vraagt om taakvolwassen medewerkers die resultaatgericht en flexibel zijn. Daarnaast moet de organisatie kwalitatief en kwantitatief op niveau zijn. Van belang is om hierin te blijven investeren. De conclusie luidt dat investering in kwaliteit (mens en middelen) noodzakelijk is. Huisvesting De gemeenteraad heeft in 2020 een nieuw Meerjarig Onderhouds Plan (MJOP) huisvesting 2020-2023 vastgesteld op basis van de conditiemeting NEN 2767. Het MJOP is de komende jaren het toetsingskader voor onderhoudsactiviteiten en mutaties in de voorziening gebouwenbeheer. Het onderzoek naar verduurzaming en verbetering van de functionaliteit van het gemeentehuis is aangehouden. Dat heeft de volgende redenen. Momenteel loopt het onderzoek huisvesting Maasvallei, waarin de optie van een gecombineerde huisvesting met onder andere een gemeentekantoor wordt onderzocht. Een andere reden is dat bestuur en ambtelijke organisatie gedurende de corona-crisis kennis hebben gemaakt met (bijna) 100% digitaal werken.
Deze periode is nog niet volledig beëindigd, maar het ligt voor de hand dat de opgedane ervaringen leiden tot een actualisatie van de gewenste functionaliteit van het gemeentehuis. Verder is het zaak dat uw raad financiële besluitvorming inzake nieuwe investeringen in huisvesting relateert aan de beschikbare financiële ruimte en de prioriteiten die voortkomen uit het ZBB-traject. Corona Als gevolg van de coronapandemie hebben medewerkers en bestuur hun werkzaamheden vanaf maart 2020 vooral vanuit thuis - digitaal - uitgevoerd. Wel bleek het noodzakelijk dat de teams DIV, KCC en bode, zij het in aangepaste bezetting, hun werkzaamheden in het gemeentehuis uitvoerden. Ook de buitendienst heeft deels in aangepaste bezetting gewerkt. Een ambtelijk crisisteam heeft wekelijks de meest urgente corona-gerelateerde onderwerpen behandeld en daarover gecommuniceerd middels nieuwsbrieven. De verwachting is dat de ervaringen, die we in 2020 opdeden en in 2021 nog opdoen, gevolgen hebben voor de manier waarop we kijken naar het faciliteren van onze medewerkers. Dat kan gaan over de werkplek, maar ook over de gewenste onderlinge communicatie, ontmoetingsmogelijkheden en de gevoelde verbinding.
Informatisering / automatisering Digitalisering / informatievoorziening Digitalisering speelt een cruciale rol in de wijze waarop we in de nabije toekomst inspelen op de behoeften van onze inwoners en de wijze waarop we de dienstverlening aan onze inwoners vormgeven. Bijna alles hangt met digitalisering samen: processen kunnen efficiënter en effectiever verlopen en informatie kan sneller beschikbaar komen en gemakkelijker toegankelijk worden gemaakt. Daarnaast heeft het indirect effect op de werkdruk, het maakt ons als organisatie veel flexibeler vanwege de toegankelijkheid van informatie. Mobiel en veilig werken Vanaf het eerste kwartaal van 2020 werken bijna alle medewerkers met door iRvN verstrekte en beveiligde laptops. Hierdoor verliep de acute overgang naar verplicht thuiswerken vanwege COVID-19 behoorlijk soepel. Niet alleen de toegankelijkheid tot informatie is daardoor verbeterd, maar ook is, als gevolg van minder gegevens op papier, de vertrouwelijkheid van gegevens beter georganiseerd. En uiteraard is de duurzaamheid gediend met minder gebruik van papier. Het vele thuiswerken heeft ervoor gezorgd dat we de elektronische handtekening hebben ingevoerd. 98
Jaarstukken 2020 Vanwege Corona hebben we MS Teams - een complete toepassing voor videobellen - versneld geïmplementeerd. Digitaal vergaderen is ondertussen gemeengoed. Digitale dienstverlening We beschikken over een volledig vernieuwde website. Deze biedt meer mogelijkheden om de digitale dienstverlening naar onze burgers en organisaties te verbeteren. De eerste stappen zijn hierin in 2020 gezet en worden in 2021 in volle vaart verder uitgebreid. Het beheer van het zaaksysteem is in 2020 weer in eigen handen gekomen. Dit maakt dat we sneller en flexibeler kunnen acteren. Tevens verkrijgen onze beheerders daarmee een sterkere rol als aanjagers van de verbetering en uitbreiding van onze digitale dienstverlening.
Budgetten Overzicht budgetten raad Op grond van de financiële verordening 2019 worden de volgende budgetten in deze paragraaf vermeld: Bedragen x € 1.000 Overhead Raad (salarissen, vergoedingen, werkbudget enz.
Realisatie 2019
Begroting Begroting primitief na wijziging
Realisatie 2020
Verschil
213
-3
4
2
145
3
208
210
210
3
6
6
Griffie (salarissen, incl. ondersteuning griffie)
124
129
149
Controlekosten
52
62
60
63
-3
Totaal Overhead
386
407
425
425
0
Raadscommissies (vergoedingen)
99
2.1. Jaarverslag
2.1.19. Paragraaf Verbonden partijen Portefeuillehouder Burgemeester Gradisen, wethouders Wienhoven, Peters en Baneke. Wettelijk kader Begroting Deze paragraaf bevat op grond van artikel 15, lid 1 BBV ten minste: de visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen; de lijst van verbonden partijen, die wordt onderverdeeld in: - gemeenschappelijke regelingen; - vennootschappen en coöperaties; - stichtingen en verenigingen en; - overige verbonden partijen; de lijst van verbonden partijen. Op grond van artikel 15, lid 2 BBV bevat de hierboven vermelde lijst van verbonden partijen ten minste de volgende informatie: de wijze waarop de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt; het belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar; de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar; de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar; de eventuele risico’s, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b BBV, van de verbonden partij voor de financiële positie van de gemeente.
Dit betreffen risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Op grond van artikel 21 ‘Financiële verordening gemeente Mook en Middelaar 2019’ hoeven er, naast de wettelijk verplichte onderdelen, geen aanvullende gegevens vermeld te worden in deze paragraaf. Jaarverslag Op grond van artikel 26 BBV bevat deze paragraaf in het jaarverslag de verantwoording van hetgeen in de overeenkomstige paragraaf in de begroting is opgenomen.
Algemeen Deze paragraaf gaat in op de partijen waarmee de gemeente een bestuurlijke relatie onderhoudt en waarin zij een financieel belang heeft. Onder bestuurlijke relatie wordt verstaan een zetel in het bestuur van een participatie en/of het hebben van stemrecht. Van financieel belang is sprake wanneer de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld en die kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij en/of wanneer financiële problemen bij de verbonden partijen kunnen worden verhaald op de gemeente.
100