CConstaterende datMook en Middelaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Samenleving 22 februari 2022, gemeente Mook en Middelaar23.847 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Enquêtes onder inwoners uit gemeente Mook en Middelaar en Gennep In gemeenten Mook en Middelaar en Gennep zijn enquêtes onder inwoners afgenomen. De enquête is door 127 inwoners ingevuld. Uit de enquête komt naar voren dat ruim 30% van de inwoners niet achter de doelstelling staat om Nederland in 2050 aardgasvrij te verwarmen. Wij gaan graag met deze inwoners in gesprek om hun achterliggende reden te begrijpen en toelichting te geven. Op hoofdlijnen geven deze inwoners aan de warmtetransitie te duur, te dwingend en niet realistisch te vinden. Het verlenen van subsidies, geven van advies en organiseren van collectieve inkoopacties wordt het vaakst genoemd als manieren om inwoners te ondersteunen in de warmtetransitie. Webinar Concept Transitievisie Warmte In november heeft een webinar plaats gevonden voor inwoners waarin het concept van de transitievisie warmte is besproken. In totaal hebben 48 inwoners de informatieavond bijgewoond. Geïnteresseerden is de gelegenheid geboden om opnames later nog terug te kijken. Naast het concept is in deelsessies aandacht geweest voor de aardgasvrije warmtetechnieken, het verduurzamen van woningen en de rol van de gemeente in de warmtetransitie. Inwoners hebben in deze sessies onder andere aandachtspunten meegegeven voor de visie voor het onderdeel communicatie en afbakening van de visie. Deze punten zijn in de visie verwerkt.

Verder gaven de meeste deelnemers aan behoefte te hebben aan een concreet stappenplan. Dit punt zal opgepakt worden in de uitvoeringsstrategie van de visie na vaststelling.

3.2 Samen naar een aardgasvrije gemeente De gemeente is de regisseur van de warmtetransitie, maar voert de visie uit in samenwerking. Daarbij betrekken wij als gemeenten zoveel mogelijk onze inwoners en betrokken partijen. We gaan aan de slag met informatieavonden om bewustwording onder inwoners te vergroten. Daarnaast delen we ervaringen van gebouwen die geïsoleerd of aardgasvrij zijn gemaakt. We doen het samen Als gemeenten zijn we ons ervan bewust dat de realisatie van deze doelstellingen vooral achter de voordeur van onze inwoners moet plaatsvinden. De enige manier om deze transitie te laten slagen is door samen op te trekken. We betrekken daarom belanghebbenden en inwoners bij elke stap in het proces. Transitievisie Warmte | 10

Bewustwording bij onze inwoners We blijven als gemeenten informatieavonden organiseren, bij voorkeur per buurt of wijk. Door deze avonden komen inwoners niet voor verrassingen te staan en ontstaat er meer bewustwording. Naast de bewonersavonden communiceren we via diverse communicatiekanalen. De communicatiekanalen stemmen we af op verschillende doelgroepen; inwoners en bedrijven, specifieke buurten, jongeren en ouderen en bijvoorbeeld verenigingen. Voorbeelden van communicatiekanalen zijn de gemeentelijke websites en sociale mediakanalen maar ook de (lokale) kranten en door het sturen van brieven. Het delen van ervaringen Het delen van ervaring is belangrijk. Een goed voorbeeld leidt niet alleen tot bewustwording, maar ook tot actie. Nieuws over verduurzaming in de gemeente, maar ook verhalen en ervaringen van inwoners kunnen als voorbeeld dienen voor anderen. Dit wordt gedeeld via de gemeentelijke mediakanalen. Het versterken van lokale duurzaamheidsnetwerken De gemeenten stimuleren geïnteresseerde en georganiseerde inwoners om een lokaal duurzaam dorpsplatform op te richten, bijvoorbeeld via een werkgroep van dorpsbelangen of een energiecoöperatie. Dit platform kan dienen als klankbordgroep voor een (nog op te stellen) communicatieplan voor de warmtetransitie.

Verder kan het platform de warmtetransitie promoten bij hun medebewoners door het geven van voorlichting en advies en het delen van ervaringen. Een dergelijk dorpsplatform is lokaal en bestaat uit de inwoners zelf. Medebewoners kunnen zich hier mee identificeren. Dat maakt het laagdrempelig om vragen te stellen over de warmtetransitie. Aandachtspunten inwonerscommunicatie Uit het webinar kwamen de volgende aandachtspunten voor de uitwerking van de communicatie van het vervolg van de Transitievisie Warmte. 1. Heb aandacht voor (de theorie van) gedragsverandering bij inwoners. 2. Leg relatie met natuurlijke momenten bij inwoners – bedenk acties en middelen om inwoners te ondersteunen bij het verduurzamen van de woning o.a. bij het kopen van een huis, een verbouwing en gezinsuitbreiding. 3. Verbind de opgave van aardgasvrij met het opwekken van elektriciteit – voor inwoners is het stappenplan om integraal naar de energietransitie te kijken van belang. 4. Werk voorbeelden van tussenstations uit om de stap voor stap uitwerking te ondersteunen.

Transitievisie Warmte | 11

4 AARDGASVRIJE WARMTETECHNIEKEN In dit hoofdstuk leest u over de noodzaak van isoleren, de beschikbare warmtetechnieken en welke vervolgstappen nodig zijn om eventuele warmtebronnen beschikbaar te maken voor de toekomst. Een technische onderbouwing voor deze analyse is te vinden in Bijlage D.

4.1 Isoleren Om woningen en utiliteitsgebouwen aardgasvrij te verwarmen is het belangrijk om de warmtevraag te verminderen. Warmte die niet wordt verbruikt, hoeft immers ook niet te worden opgewekt. Op deze manier kunnen de beschikbare warmtebronnen optimaal worden benut. De eerste stap ligt dus bij het beter isoleren van gebouwen door bijvoorbeeld vloer-, dak- en spouwmuurisolatie of het vervangen van enkel glas door HR++ glas. Vanuit het Nationaal Isolatieprogramma komt landelijk subsidie beschikbaar voor isolatie. Wij kunnen als gemeenten hierin ondersteunen door collectieve inkoopacties en (financieel) advies op maat.

Hoe kunt u een woning isoleren? Isoleren is niet alleen goed ter voorbereiding van een aardgasvrije gebouwde omgeving. Het isoleren van uw woning zorgt voor minder tocht in uw huis en dus meer comfort, een lagere energierekening en minder CO2-uitstoot. Uit het onderzoek van Heat Puls in de gemeente Bergen is gebleken dat veel winst valt te behalen door één of meer onderdelen van een woning te isoleren. In de gemeente Bergen kan dat bij 29% van de woningen door beglazing te vervangen door HR++ glas. Andere bekende isolatiemaatregelen zijn het aanbrengen van tochtstrippen in uw raam, dakisolatie, spouwmuurisolatie, vloerisolatie, naden en kieren dichten en bodemisolatie. Landelijk wordt subsidie verleend voor het isoleren van uw woning. De investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) is een voorbeeld daarvan. U kunt subsidie krijgen als u twee isolatiemaatregelen neemt of een isolatiemaatregel combineert met bijvoorbeeld de aankoop van een warmtepomp. Aanvullend komen er meer subsidies beschikbaar vanuit het Nationaal isolatieprogramma.

4.2 Warmtetechnieken In de transitievisie warmte worden de meest volwassen technieken meegenomen: all-electric, midden temperatuur (MT) warmtenet, lage temperatuur (LT) warmtenet en groengas. In de eerste editie van de transitievisie warmte is waterstof nog niet meegenomen. De verwachting is waterstof niet grootschalig beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving. De uitgebreide omschrijving van deze warmtetechnieken is te vinden in Bijlage D.

Transitievisie Warmte | 12

All-electric Gebouwen zijn alleen aangesloten op het elektriciteitsnet. In veel gevallen voorziet een warmtepomp in ruimteverwarming en warm tapwater en wordt een elektrisch fornuis gebruikt voor koken. De benodigde elektriciteit wordt duurzaam opgewekt.

MT warmtenet Gebouwen ontvangen warm water via een leidingnetwerk onder de grond. De warmte komt van een bron en voorziet een gebouw van ruimteverwarming en eventueel warm tapwater. De warmte heeft een temperatuur van 55°C tot 70°C. Er wordt gekookt op een elektrisch fornuis.

LT warmtenet Gebouwen ontvangen warm water via een leidingnetwerk onder de grond. De warmte komt van een bron en voorziet een gebouw van ruimteverwarming en tapwater wordt separaat verwarmd. De warmte heeft een temperatuur tot 55°C. Er wordt gekookt op een elektrisch fornuis.

Groengas Gebouwen worden verwarmd door het verbranden van groengas in een HR ketel of een hybride warmtepomp. Het gas is duurzaam en wordt geproduceerd uit mest, tuinafval, etc. Groengas wordt door bestaande leidingen getransporteerd.

4.3 Warmtebronnen voor warmtenetten Een warmtenet transporteert via ondergrondse leidingen warm water van een warmtebron naar de gebouwen. Warmtebronnen kunnen heel divers zijn. Voorbeelden zijn aquathermie, geothermie en (industriële) restwarmte. Aquathermie is het onttrekken van warmte uit oppervlaktewater, afvalwater of drinkwater. De capaciteit en temperatuur van warmtebronnen kan uiteenlopen. In Mook en Middelaar, Gennep en Bergen zijn mogelijk diverse warmtebronnen beschikbaar. Voorbeelden zijn aquathermie uit de Maas, Mookerplas en Niers, geothermie in gemeente Bergen en restwarmte bij de rioolwaterzuiveringsinstallatie in Gennep, diverse rioolgemalen en bedrijven. De warmtebronnen worden toegelicht en de kansrijkheid is in kaart gebracht. Aquathermie De Maas stroomt langs de gemeentegrenzen van Mook en Middelaar, Gennep en Bergen. Het debiet is ruim 200 m3 per seconde en biedt in theorie potentie om warmte uit te onttrekken. Het nadeel van de Maas is dat het waterpeil flink fluctueert door het jaar. Het is daarom eenvoudiger om warmte te onttrekken uit zijrivieren, zoals de Niers of aftakkingen van de Maas zoals de haven in Gennep. De potentie voor aquathermie uit Maaswater zal nader onderzocht moeten worden. Daarnaast zijn er in Mook en Middelaar en Bergen kansen voor aquathermie uit plassen en meren, zoals de Mookerplas, Leukermeer en Reindersmeer.

Bij de Mookerplas, Leukermeer en Reindersmeer zouden de mogelijkheden voor een warmtenet verder onderzocht kunnen worden.

Transitievisie Warmte | 13

Geothermie TNO heeft onderzoek gedaan naar de potentie van aardwarmte in Nederland. Kansrijke gebieden voor een geothermiebron zijn in kaart gebracht. Uit deze studie volgt dat in Wellerlooi in de gemeente Bergen kansen zijn voor geothermie. In de gemeente is een onderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat in de gemeente Bergen een breuklijn loopt. In combinatie met een geothermiebron zou de kans op aardbevingen mogelijk kunnen toenemen. De kansrijkheid om gebouwen in de gemeente met geothermie te verwarmen is daardoor significant afgenomen. Restwarmte In Mook en Middelaar, Gennep en Bergen zijn een beperkt aantal restwarmtebronnen beschikbaar. Het meest kansrijk is de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) in Gennep. Een RWZI zuivert het afvalwater van huishoudens en bedrijven. In een van de zuiveringsstappen van een RWZI wordt organisch materiaal in het afvalwater afgebroken door bacteriën toe te voegen. Om dit proces goed te laten verlopen, moet het water een relatief hoge temperatuur hebben. Het onttrekken van warmte bij een RWZI mag dit proces niet beïnvloeden. Het is daarom te adviseren om warmte te onttrekken nadat het water gezuiverd is. Het gezuiverde water, ook wel effluent genoemd, is nog warm en wordt geloosd in het oppervlaktewater. Voordat dit gezuiverde water in het oppervlaktewater komt, kan er restwarmte aan onttrokken worden.

De capaciteit en de temperatuur van de restwarmte zal nader onderzocht moeten worden. Het waterschap heeft in een overleg aangegeven open te staan voor warmtelevering uit het effluent van de RWZI. In onze gemeenten zijn diverse rioolgemalen. Gemalen zijn relatief klein en hebben daardoor een lagere restwarmtecapaciteit dan bijvoorbeeld een RWZI. Een dergelijke capaciteit kan interessant in combinatie met een andere beschikbare bronnen. Tot slot zijn we als gemeenten in gesprek gegaan met meerdere ondernemers om te inventariseren of restwarmte benut kan worden om gebouwen te verwarmen. Uit de gesprekken kwam naar voren dat deze bedrijven de restwarmte gebruiken om hun eigen bedrijfsvoering verder te verduurzamen. Daarnaast is bijvoorbeeld de afstand tussen de steenfabriek bij Afferden en de gebouwde omgeving relatief groot, waardoor de kans klein is om de uitkoppeling van restwarmte financieel haalbaar te krijgen.

4.4 Welke technieken zijn kansrijk? Onze gemeenten bestaan uit verschillende kernen en een groot buitengebied. De isolatie van gebouwen in de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen is over het algemeen aan de lage kant, met name in het buitengebied. Isoleren naar schillabel B is voor veel gebouwen een belangrijke eerste stap. In het buitengebied zijn veel woningen niet aangesloten op het gasnet. Deze woningen hebben een propaantank en kunnen mogelijk overstappen op een tank met groengas. All-electric zou ook een oplossing kunnen zijn indien er in voldoende mate geïsoleerd kan worden. In het stedelijk gebied zijn er mogelijk kansen voor een lage temperatuur warmtenet of een all-electric oplossing. Ook dat betekent dat de buurten eerst moeten isoleren naar schillabel B.

Transitievisie Warmte | 14

Algemeen advies: Aan alle inwoners wordt sterk aangeraden om te investeren in isolatiemaatregelen, met name wanneer all-electric als een kansrijke warmtetechniek wordt gezien.

Figuur 6: Mogelijke aardgasvrije warmtetechniek in Mook en Middelaar, Gennep en Bergen.

In Figuur 6 zijn de mogelijkheden per buurt weergegeven. In het buitengebied zijn met name kansen voor all-electric en groengas. Voor de buurten rondom de Mookerplas, Leukermeer en Reindersmeer en de rioolwaterzuiveringsinstallatie van Gennep is er kans op een laagtemperatuur warmtenet. Voor de meeste buurten ligt echter de focus eerst op het isoleren naar schillabel B. Helaas zijn er nog onzekerheden. Met name voor de lage temperatuur warmtenetten en groengas zijn vervolgstappen nodig voordat een besluit genomen kan worden. Daarom zal de eerste stap isoleren zijn. Isoleren is een spijtvrije maatregel. Het isoleren van een woning is bij alle toekomstige warmtetechnieken een goede keuze. Het aandachtspunt bij isoleren is dat ook aan ventilatie moet worden gedacht om een gezond binnenklimaat van de woning te realiseren.

4.5 Waar liggen mogelijke aanknopingspunten voor acties? Om te starten met de uitvoering van isolatie-acties en nader onderzoek naar alternatieve warmteoplossingen, is gekeken naar de samenstelling en ontwikkelingen in buurten voor mogelijke aanknopingspunten. Transitievisie Warmte | 15

Figuur 7 geeft een overzicht van de buurten waar veel kansen liggen om samen met andere organisaties verduurzamingsstappen te maken. Dit zijn kansen om bijvoorbeeld in samenwerking met actieve inwoners voorlichting te organiseren over isoleren, aan te sluiten bij mogelijke nieuwbouw met een nieuwe energievoorziening, en in samenwerking met de woningcorporatie onderzoek te doen naar een alternatieve warmtebronnen. Algemene onderzoeken: 1. Isoleren van woningen 2. Potentie aquathermie uit Maaswater 3. Beschikbaarheid groengas

Figuur 7: Kansen om met bepaalde buurten in Mook en Middelaar, Gennep en Bergen al voor 2030 aan de slag te gaan.

Ook is het van belang om onderzoek te blijven doen naar (toekomstige) koppelkansen. Denk daarbij aan grootschalig wegenonderhoud, rioolvervanging en klimaatadaptatie. De afvoer van regenwater is sinds de overstromingen in het zuiden van Limburg in juli 2021 heel actueel. Tot slot is ook de integratie van aardgasvrije technieken met duurzame elektriciteitsopwekking van belang voor deze transitievisie warmte. Met name omdat de kansen op all electric in de gemeenten groot zijn. Bij de uitwerking van de maatregelen naar de uitvoering zullen deze thema’s gecombineerd moeten gaan worden.

Transitievisie Warmte | 16

5 HOE NU VERDER? In deze transitievisie warmte is inzichtelijk gemaakt hoe we gezamenlijk willen toewerken naar een aardgasvrije gemeente en welke duurzame warmtetechnieken mogelijk zullen zijn. Het is de eerste visie en de eerste oefening in samenwerking voor de warmtetransitie met de inwoners en betrokken partijen. Wat zijn de volgende stappen voor de gemeente Mook en Middelaar, Gennep en Bergen? Dit wordt beschreven in dit hoofdstuk.

5.1 Acties tot 2030 Inwoners raadplegen De transitie naar een aardgasvrij Mook en Middelaar, Gennep en Bergen vraagt veel van onze inwoners. Het is daarom belangrijk om de inwoners tijdig te informeren en bewust te maken van de stappen die wij gaan zetten. We organiseren als gemeenten informatieavonden voor inwoners. We delen ervaringen van inwoners die hun woning hebben geïsoleerd of aardgasvrij hebben gemaakt en we ondersteunen lokale initiatieven van dorpen en verenigingen om de bewustwording over aardgasvrij wonen te stimuleren. Verdere toelichting is gegeven in hoofdstuk 3.1 en 3.2 Isoleren voor een lagere warmtevraag Isolatie is een essentiële stap in de warmtetransitie. De gebouwen in onze gemeenten zijn over het algemeen relatief slecht geïsoleerd. In alle drie de gemeenten is dus veel winst te behalen. Naast isoleren is het overstappen naar elektrisch koken een goede manier om minder aardgas te verbruiken. Het ontwikkelen van bewustwording en kennisdeling is belangrijk. De afgelopen jaren hebben woningcorporaties hun woningen al geïsoleerd. De gemeenten verzamelen de ervaringen en delen deze met haar inwoners. Dit geeft inzicht in de effectieve isolatiemaatregelen, de impact op het wooncomfort en de kosten die het met zich meebrengt. Daarnaast wordt ingezet op het benutten van natuurlijke momenten bij particuliere woningen zoals verhuizen en verbouwen.

Tot slot zullen deze acties ondersteund worden door subsidies uit het Nationaal Isolatieprogramma. Ook voor kantoren en utiliteit zal komende tijd op isolatie, energielabel verbetering en andere energiebesparingsmaatregelen worden ingezet. Met de verplichting om in 2023 alle kantoren in Nederland op een energielabel C te hebben, verwachten we dat kantoren ook met isolatie stappen gaan zetten. Ook de informatieplicht voor bedrijven zorgt voor extra aandacht voor energiebesparing. Tot slot is breed aandacht voor bedrijventerreinen vanuit de gemeenten en worden gesprekken gevoerd met ondernemers over samenwerking op verschillende thema’s waaronder de energietransitie. Hybride als tussenstap naar aardgasvrij Momenteel zijn de meeste woningen in onze gemeenten nog niet gereed om over te stappen op een warmtepomp of LT warmtenet. Dit komt omdat gebouwen nog onvoldoende geïsoleerd zijn. De ontwikkeling van hybride warmtepompen als tussenstap is een goede ontwikkeling om komende jaren op in te zetten. De inwoners kunnen op elk moment overstappen op een hybride warmtepomp, maar een natuurlijk moment is bijvoorbeeld wanneer uw CV-ketel aan vervanging toe is. Een hybride warmtepomp verwarmt uw woning deels door elektriciteit en deels door aardgas. De warmtepomp werkt op stroom en wordt gekoppeld aan de CV-ketel. De hybride warmtepomp kan een groot deel van uw huis verwarmen.

Mocht het in de wintermaanden erg koud zijn, dan springt de CV-ketel bij. Bij een hybride warmtepomp geldt dat uw CV-ketel minder vaak hoeft bij te springen naar mate uw woning beter is geïsoleerd. Een voordeel van een hybride warmtepomp is de relatief lage investering in vergelijking met een volledige all-electric oplossing. Ook komt er extra subsidie voor de aanschaf van een hybride Transitievisie Warmte | 17

warmtepomp vanuit de Rijksoverheid. Verder zijn weinig aanpassingen nodig. Aandachtspunt bij hybride warmtepompen is de mogelijke geluidsoverlast van de buitenunit. Er zijn echter nieuwe ontwikkelingen waar de buitenunit niet meer nodig is en ook mogelijkheden voor het isoleren van de buitenunit. Combinatie duurzame elektriciteit en aardgasvrij In de voorbereiding op de overstap naar aardgasvrije warmtetechnieken zal het verbruik van elektriciteit toenemen. Daarom is het van belang om een combinatie in de voorlichting en bewustwording te zoeken met de aanleg van zonnepanelen voor woningen en gebouwen. Uitvoering op maat Het Rijk heeft een leidraad gemaakt voor wijkuitvoeringsplannen. Omdat we in deze visie geen wijken of buurten aanwijzen die van het gas afgaan, maken we nog geen start met deze plannen. Wel willen we gaan onderzoeken of oplossingen op een kleiner schaalniveau zoals een straat of een groep woningen voor onze gemeenten het maatwerk is wat we nodig hebben voor de uitvoering van de warmtetransitie. Dit sluit beter aan op de kenmerken van onze gemeenten en de wens van inwoners om bijvoorbeeld duidelijk tussenstations te formuleren in de route naar 2050. Monitoring van de voortgang De gemeenten gaan aan de slag met de monitoring van de stappen richting aardgasvrij wonen.

Hiervoor onderzoeken we welke monitoringsinstrumenten de komende tijd gebruikt kunnen worden en welke instrumenten bijvoorbeeld de netbeheerder of het Rijk al beschikbaar heeft. Van belang is om bij de volgende visie in 2026 helder te hebben hoe het energieverbruik van de woningvoorraad in onze gemeenten zich heeft ontwikkeld. Randvoorwaarden van het Rijk De gemeenten hebben het Rijk nodig om aardgasvrij te worden in 2050. Allereerst op het vlak van financiering: van subsidies tot het organiseren van schaalvergroting voor kostenreductie van de benodigde maatregelen. Het moet in heel Nederland aantrekkelijk worden om van het aardgas af te gaan. Tegelijkertijd zal vanuit het Rijk de urgentie en helderheid gecreëerd moeten worden dat we niet alleen vandaag aan de slag gaan in de proeftuinen, maar in alle woningen en gebouwen in Nederland stappen moeten zetten op het gebied van isoleren en toepassen van hybride CV-ketels. We verwachten met de aankondiging van het Nationaal Isolatieprogramma dat de overheid een heldere routekaart uitzet voor de isolatie van de woningvoorraad in Nederland.

5.2 Voorbereidende acties voor ná 2030 De transitievisie warmte wordt elke vijf jaar bijgesteld, de eerstvolgende visie is in 2026. Desalniettemin is het verstandig om nu al vooruit te kijken naar de periode na 2030. Ontwikkeling van nieuwe technieken Tegen 2030 zijn zoveel mogelijk woningen in onze gemeente geïsoleerd. Verschillende warmtetechnieken zijn verder onderzocht en waar mogelijk stappen gezet richting uitvoering. De warmtetechnieken waar we na 2030 uitsluitsel over verwachten zijn bijvoorbeeld geothermie en groengas. De potentie van groengas is nu nog onzeker in de regio Noord- en Midden Limburg, waar wij als gemeenten onderdeel van zijn. De capaciteit en met name de verdeling over de 15 gemeenten en sectoren moet nog worden bepaald. Ook voor de positie van waterstof verwachten na 2030 uitsluitsel te hebben of dit een mogelijke oplossing kan zijn voor de gebouwde omgeving. Transitievisie Warmte | 18

De gemeente Mook en Middelaar, Gennep en Bergen blijven de komende jaren nauw betrokken bij bovenstaande ontwikkelingen, zodat na 2030 deze warmtechnieken zo goed mogelijk worden toegepast. Investeringen in het elektriciteitsnet Met all-electric als kansrijke mogelijke oplossing, zal de netbeheerder het elektriciteitsnet moeten uitbreiden, verzwaren of vervangen. Dit zijn lange termijn investeringen waar met de netbeheerder afspraken over worden afspraken gemaakt om te onderzoeken waar en wanneer dit zal plaatsvinden.

Transitievisie Warmte | 19

COLOFON PROJECTNUMMER:

372959

REFERENTIENUMMER:

SWNL

DATUM:

30 september 2021

AUTEURS:

Mirjam Pronk Raoul Weegink Koen Ligthart Jina Bhagwandas

E-MAILADRES:

mirjam.pronk@sweco.nl

GECONTROLEERD DOOR:

Johan Seuren

HANDTEKENING:

GOEDGEKEURD DOOR:

Thijs van Brakel

HANDTEKENING:

CONTACT:

Sweco Nederland B.V. De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt T +31 88 811 66 00 Handelsregister 30129769 www.sweco.nl

Transitievisie Warmte | 20

BRONVERMELDING Bij het opstellen van de transitievisie warmte zijn meerdere bronnen geraadpleegd. In onderstaande overzicht is aangegeven welke informatie uit bronnen is gebruikt. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) Data uit 2018 over de bevolkingsdichtheid, buurtgrenzen en mate van collectief woningbezit. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) Informatie over subsidiemogelijkheden in 2021 voor de verduurzaming van gebouwen. Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) Data uit 2020 over woningtype, bouwjaar, schillabel en nationale kosten. TNO Data uit 2021 over eindgebruikerskosten. Expertisecentrum Warmte (ECW) Informatie over de startanalyse en de aardgasvrije warmtetechnieken. Enexis Data over de geschiktheid van het elektriciteitsnet in 2021. Destion, Mooiland en Woonzorg Nederland Data over het aantal corporatiewoningen in 2020 en verduurzamingsplannen. Heat Puls Resultaten van de warmtescan in 2021 in de gemeente Bergen. Onderzoeksbureau Opiniepeilers Resultaten van de interviews in 2021 met inwoners uit de gemeente Bergen.

Transitievisie Warmte | 21

BEGRIPPENLIJST Aardgasvrij Niet aangesloten op de fossiele brandstof aardgas. Dit betekent niet altijd gasloos. Er kan namelijk hernieuwbaar gas worden toegepast. All-electric Warmtetechniek waarbij een gebouw alleen is aangesloten op het elektriciteitsnet. In veel gevallen voorziet een warmtepomp in ruimteverwarming en warm tapwater en wordt een elektrisch fornuis gebruikt voor koken. Buurt Een gemeente is opgedeeld in wijken en wijken zijn weer opgedeeld in buurten. Buurten zijn op basis van historische of stedenbouwkundige kenmerken ingedeeld. Eindgebruikerskosten De transitie naar aardgasvrij Nederland brengt kosten met zich mee. Een deel van deze kosten komt terecht bij diegenen die een huis bezitten of een woning huren. Dit zijn de eindgebruikerskosten. Hernieuwbaar gas Gas dat afkomstig is uit een duurzame bron of is geproduceerd met duurzame energie. Voorbeelden zijn biogas en groene waterstof. Hoge temperatuur verwarming Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met 70°C of hoger wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater. Hybride warmteoplossing Warmtetechniek waarbij in veel gevallen een warmtepomp wordt gecombineerd met een HR-ketel op gas. Lage temperatuur verwarming Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 55°C of lager verwarmd wordt. Tapwater wordt separaat verwarmd.

Midden temperatuur verwarming Verwarmingssysteem waarbij een gebouw met een temperatuur van 55°C tot 70°C wordt verwarmd en voorzien van warm tapwater. Nationale kosten De nationale kosten zijn de kosten voor de Nederlandse samenleving als geheel. Het gaat om de totale kosten voor de warmtetransitie, dus zowel de kosten voor aanpassingen aan gebouwen, kosten voor infrastructuur en kosten voor de duurzame bron. De kosten bestaan niet alleen uit investeringen, maar ook kosten voor onderhoud en beheer en de kosten van de energierekening. Regionale Energiestrategie (RES) Nederland is opgedeeld in dertig energieregio’s. Elke regio onderzoekt hun vraag naar zowel warmte als elektriciteit en geven aan hoeveel duurzame warmte en elektriciteit zij in hun eigen regio kunnen realiseren. Restwarmte Warmte die vrijkomt bij een (industrieel) productieproces en gebruikt wordt als bron voor nieuwe of bestaande warmtenetten.

Transitievisie Warmte | 22

Transitievisie Warmte (TVW) Plan op gemeenteniveau waarin het globale tijdpad wordt bepaald waarin buurten aardgasvrij worden en met welke warmtetechniek. Warmtenet of stadsverwarming Infrastructuur die warm water via een leidingnetwerk onder de grond levert aan gebouwen voor ruimteverwarming en eventueel warm tapwater. Warmtepomp Een warmtepomp onttrekt warmte uit de buitenlucht, de bodem of het grondwater. Middels elektriciteit wordt de warmte verhoogd in temperatuur en afgegeven aan de binnenruimte. Wijkuitvoeringsplan (WUP) Gedetailleerd plan waarin de uitvoering van de transitievisie warmte concreet wordt gemaakt op wijkniveau. Dit gebeurt in samenwerking met betrokken partijen en inwoners.

Transitievisie Warmte | 23

VEELGESTELDE VRAGEN De warmtetransitie is complex en vraagt veel van onze inwoners. Grote kans dat u nog veel vragen hebt. Wij hebben als gemeenten de veelgestelde vragen verzameld. Deze hebben wij samen met de antwoorden op een rij gezet. Misschien staat uw vraag er ook tussen. Wanneer is duidelijk welke warmtetechniek in mijn huis of buurt wordt toegepast en op welk moment mijn huis of buurt van het aardgas af gaat? Alle gemeenten moeten uiterlijk eind 2021 een transitievisie warmte uitbrengen. In deze visie staat een globaal tijdspad waarin buurten aardgasvrij worden en met welke warmtetechniek. Voor veel buurten is er nog geen duidelijke voorkeur voor de warmtetechniek. Dit komt doordat nog veel zaken onzeker zijn. Komende jaren zullen de plannen steeds verder uitgewerkt worden. De focus ligt nu op de stappen die tot 2030 gezet worden. In deze visie is dus nog niet met zekerheid te stellen welke warmtetechniek in welk woning of buurt wordt toegepast en binnen welke termijn. Hoeveel kost het aardgasvrij maken van mijn woning? De kosten zijn sterk afhankelijk van uw situatie. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat inwoners in Nederland tot 2050 stap voor stap van het aardgas af gaan. Het uitgangspunt is dat dit voor inwoners woonlastenneutraal gebeurt. Het idee is dat u als inwoner per maand niet meer gaat betalen voor uw woonlasten dan dat u nu doet.

Iedere persoonlijke situatie is anders. Het kan daardoor niet met zekerheid worden gezegd dat de overstap op een alternatieve warmtebron voor iedereen woonlastenneutraal zal zijn. Hoe worden inwoners geholpen die de warmtetransitie niet kunnen betalen? Er zijn verschillende subsidies en financieringsmogelijkheden beschikbaar. Een overzicht van alle regelingen vindt u op de website van het Regionaal Energieloket of Energie Subsidiewijzer. Is het verstandig om nu al over te stappen op een alternatieve warmtetechniek? Dit hangt af van uw situatie. In veel gevallen is het verstandig om de CV ketel te combineren met een hybride warmtepomp. Met een hybride warmtepomp daalt uw aardgasverbruik, maar hoeft uw woning nog niet volledig geschikt te zijn voor lage temperatuur verwarming. Wanneer uw woning al goed geïsoleerd is, kunt u mogelijk al overstappen op een elektrische warmtepomp. Dit is dus afhankelijk van uw woning. De belangrijkste eerste stap is dat u energie bespaart. Door uw woning te isoleren, heeft u minder aardgas nodig om uw woning te verwarmen. Ook kunt u als uw gasfornuis aan vervanging toe is overstappen op elektrisch koken. Het is comfortabel en veilig. U kunt meer informatie vinden op de website van het Regionaal Energieloket of Milieu Centraal.

Kan waterstof of kernenergie worden ingezet in de warmtetransitie? Kernenergie wordt gebruikt om elektriciteit op te wekken. Deze elektriciteit kan worden gebruikt om een warmtepomp van stroom te voorzien. Kernenergie kan daardoor indirect bijdragen aan de warmtetransitie. Dit geldt ook voor zonnepanelen en windturbines. De kans dat er vóór 2030 nieuwe kerncentrales gebouwd gaan worden is klein. Waterstof kan wél een directe bijdrage leveren aan de warmtetransitie. Het gas is namelijk een directe vervanger van aardgas. Een voordeel is dat de huidige aardgasleidingen mogelijk gebruikt kunnen worden voor het transporteren van waterstof. Een nadeel van waterstof is dat het geen grondstof is en het geproduceerd moet worden. Op dit moment is waterstof niet op grote schaal beschikbaar. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft aangegeven dat waterstof mogelijk pas vanaf 2040 op grote schaal beschikbaar komt. Het is de verwachting dat een groot deel van het waterstof door de industrie gebruikt zal worden. Het is nog onzeker hoeveel waterstof er beschikbaar komt voor de

Transitievisie Warmte | 24

verwarming van woningen en gebouwen. Dit zal niet voldoende zijn om het aardgas volledig te vervangen door waterstof. Wat is de betrouwbaarheid van de alternatieven voor aardgas? De betrouwbaarheid van de alternatieven voor aardgas verschillen per warmtetechniek. Bij een warmtenet is dit bijvoorbeeld afhankelijk van de beschikbaarheid van de warmtebron. Voor alle warmtechnieken is het uitgangspunt dat gebouwen goed, veilig en comfortabel verwarmd kunnen worden. Dit komt onder meer door de aanwezigheid van back-up installaties bij bijvoorbeeld een warmtenet. Hoeveel invloed hebben inwoners op de keuze voor een nieuwe warmteoplossing? De gemeente is verantwoordelijk voor de overstap naar aardgasvrij wonen. De gemeente organiseert dit proces samen met verhuurders van huurwoningen, energieleveranciers en inwoners en andere relevante betrokken partijen. Inwoners kunnen op verschillende manieren geïnformeerd en betrokken worden bij de mogelijke oplossingen voor hun buurt. Bijvoorbeeld door het beantwoorden van vragen of door het bijwonen van een bewonersavond. Uiteindelijk mag iedere woningeigenaar zelf beslissen hoe en wanneer hij van het aardgas af gaat. De invloed van inwoners op de keuze voor een nieuwe warmteoplossing is daarmee groot.

Kunnen inwoners gedwongen worden van het aardgas af te gaan? Nee, de gemeente zal u niet verplichten om over te stappen op een aardgasvrije oplossing. Het is wel zo dat uiteindelijk iedereen in Nederland van het gas afgaat. Het is niet de bedoeling dat mensen vanaf 2050 in de kou komen te zitten. Om dit te voorkomen wil de gemeente al vroeg beginnen en alle inwoners van de gemeente zo goed mogelijk helpen bij dit proces. Het Rijk kan in een later stadium (richting 2050) wel via wetgeving verplichtingen op leggen. Hier zijn nu nog geen plannen voor. Wat is er mogelijk als inwoners nu al willen beginnen met verduurzamen? De eerste stap is uw woning isoleren. Als huiseigenaar kunt u maatregelen nemen door uw dak, vloer en muren te isoleren, kieren dichten en zonnepanelen te installeren. U kunt op veel verschillende manieren advies krijgen over wat bij uw huis past. U kunt bijvoorbeeld een onafhankelijke adviseur langs laten komen om te kijken wat er in uw huis allemaal nog moet gebeuren voor u van het gas af kunt. Ook het Regionaal Energieloket kan u helpen met informatie. Wat doen andere landen om duurzaam te verwarmen? Om de opwarming van de aarde tegen te gaan moet de landelijke CO2-uitstoot worden gereduceerd. In het Parijs Klimaatakkoord zijn hierover afspraken gemaakt. Elk land onderzoekt hoe ze het makkelijkst en snelst de CO2-uitstoot kunnen verminderen.

Neem bijvoorbeeld Denemarken. In Denemarken is al een grote meerderheid van de gebouwde omgeving aangesloten op een warmtenet. Om minder CO2 uit te stoten worden de bronnen van het warmtenet verduurzaamd. Dat doen ze onder andere door de inzet van hernieuwbare biomassa, geothermiecentrales, grootschalige zonnewarmteprojecten en benutting van warmte uit rioolwater, zeewater en datacenters met behulp van grote warmtepompen. In Duitsland wordt gekozen voor een andere route. Duitsland gebruikt namelijk op een beperkt aantal plekken nog kolen en stookolie. Die zijn vervuilender dan aardgas. Op deze plekken bespaart een overstap naar aardgas op korte termijn veel CO2-uitstoot. De overstap naar aardgas is daar een tussenstap naar een CO2 neutrale energievoorziening. Ook in Duitsland is het doel om uiteindelijk afscheid te nemen van aardgas. Duitsland wil in 2045 volledig klimaatneutraal zijn.

Transitievisie Warmte | 25

WIJKEN EN BUURTEN

Figuur 8: Wijken en buurten in Mook en Middelaar, Gennep en Bergen.

Transitievisie Warmte | 26

Om in de transitievisie warmte eenvoudig naar een bepaalde wijk of buurt te refereren, wordt gebruik gemaakt van verkorte wijk- en buurtcodes van het CBS. De code van een buurt bestaat uit een letter gevolgd door vier cijfers. De letter staat voor de gemeente, de eerste twee cijfers staan voor de wijk en de laatste twee cijfers staan voor de buurt. De code M00-00 verwijst bijvoorbeeld naar de buurt Molenhoek in de wijk Mook. Gemeente Mook en Middelaar (M) Mook (00) Molenhoek (00) Mook (01) Verspreide huizen Bisselt (09) Middelaar (01) Riethorst-Plasmolen (00) Middelaar Katerbosch en Heikant (01) Gemeente Gennep (G) Milsbeek (00) Milsbeek (00) Sprokkelveld (01) Bloemenstraat-Zwarteweg (09) Ottersum (01) Ottersum (00) Aaldonk-Violenberg (08) Looierheide (09) Ven-Zelderheide (02) Ven-Zelderheide (00) Langehorst-Zelder (09) Gennep (03) Oude Stadskern (00) Noord (01) Midden (02) Zuid (03) Panoven-Maaskemp (09) Heijen (04) Heijen (00) Heijensebos (08) Diekendaal-Nieuwerf (09)

Gemeente Bergen (B) Aijen (01) Aijen Kern (10) Aijen Buitengebied (11) Oud-Bergen (02) Oud-Bergen Kern (20) Oud-Bergen Buitengebied (21) Nieuw-Bergen (03) Nieuw-Bergen Kern (30) Nieuw-Bergen Buitengebied (31) Nieuw-Bergen De Flammert (32) Afferden (04) Afferden Kern (40) Afferden Buitengebied (41) Siebengewald (05) Siebengewald Kern (50) Siebengewald Buitengebied (51) Well (06) Well-Oost (60) Well-West (61) Well Buitengebied (62) Wellerlooi (07) Wellerlooi Kern (70) Wellerlooi Buitengebied (71)

In Figuur 9 is het aantal huishoudens per buurt in de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen weergegeven. In deze kaart zijn de dorpskernen en het buitengebied goed van elkaar te onderscheiden.

Transitievisie Warmte | 27

Buurtgrenzen zijn niet hard maar flexibel Voor de analyse in de transitievisie warmte wordt de buurtindeling aangehouden. Nederland kent 352 gemeenten. Elke gemeente is onderverdeeld in wijken. Een wijk kan tevens onderverdeeld zijn in meerdere buurten. Elke gemeente beheert haar eigen wijk- en buurtindeling en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) coördineert dit proces voor heel Nederland. In de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen zijn 14 wijken en 37 buurten. Veel instanties gebruiken de gemeente-, wijk- en buurtindeling om statistieken te publiceren. Het volgen van de buurtindeling in de technische analyse helpt om voldoende informatie in het onderzoek mee te kunnen nemen. De buurtindeling is echter niet altijd de meest logische keuze ten aanzien van de warmtetransitie. Als een warmtetechniek voor een bepaalde buurt als voorkeursoptie wordt aangegeven, betekent dit dus niet dat elk gebouw in die buurt met deze techniek wordt verwarmd. Binnen een buurt kunnen namelijk grote verschillen zijn in woningtype en bouwjaren. De transitievisie warmte focust op een buurtgerichte aanpak. In de wijkuitvoeringsplannen wordt meer aandacht besteed aan de verschillen binnen een buurt. Buurten kunnen ook sterke gelijkenissen vertonen. Een voorkeursoptie kan in zulke gevallen een buurtgrens overschrijden.

Voor de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen worden de buurten in het buitengebied veelal samengenomen. De buurtindeling helpt dus om richting te geven, maar is niet leidend.

Figuur 9: Aantal huishoudens per buurt in Mook en Middelaar, Gennep en Bergen.

Transitievisie Warmte | 28

Mook en Middelaar

1.367 (38%) rijwoningen

Rijwoning

620 (17%) twee-onder-één-kap

319

519 (14%) meergezinswoningen

1.048

Twee-onder-één-kap

70

Vrijstaande woning Meergezinswoning

1.137 (31%) vrijstaande woningen

550 4

1.133

195

324

Corporatiebezit

Particulier bezit

Figuur 10: Aantal woningen in Mook en Middelaar per woningtype waarbij onderscheid is gemaakt tussen woningen in bezit van een woningcorporatie en particuliere woningen.

voor 1946

1 163

1946 t/m 1964

50

1965 t/m 1974 1975 t/m 1991 1992 t/m 2005 2006 en later

558

129

658

240

884 128

526 40

Corporatiebezit

269

Particulier bezit

Figuur 11: Aantal woningen in Mook en Middelaar per bouwjaarperiode waarbij onderscheid is gemaakt tussen woningen in bezit van een woningcorporatie en particuliere woningen.

Transitievisie Warmte | 29

Gennep

3.038 (41%) rijwoningen

Rijwoning

1.406 (19%) twee-onder-één-kap

2.103 (28%) vrijstaande woningen

1.077

907 (12%) meergezinswoningen

1.961

Twee-onder-één-kap

193

Vrijstaande woning

7

Meergezinswoning

526

1.213 2.096

381

Corporatiebezit

Particulier bezit

Figuur 12: Aantal woningen in Gennep per woningtype waarbij onderscheid is gemaakt tussen woningen in bezit van een woningcorporatie en particuliere woningen.

voor 1946

3

1946 t/m 1964

303

1965 t/m 1974 1975 t/m 1991

1.062

439

1.032

590

1.525

1992 t/m 2005 2006 en later

707

164 304

Corporatiebezit

660 665

Particulier bezit

Figuur 13: Aantal woningen in Gennep per bouwjaarperiode waarbij onderscheid is gemaakt tussen woningen in bezit van een woningcorporatie en particuliere woningen.

Transitievisie Warmte | 30

Bergen

1.512 (26%) rijwoningen

Rijwoning

1.677 (29%) twee-onder-één-kap

692

Twee-onder-één-kap

2.185 (38%) vrijstaande woningen

390 (7%) meergezinswoningen

820 389

1.288

Vrijstaande woning

8

Meergezinswoning

256 134

Corporatiebezit

2.177

Particulier bezit

Figuur 14: Aantal woningen in Bergen per woningtype waarbij onderscheid is gemaakt tussen woningen in bezit van een woningcorporatie en particuliere woningen.

voor 1946

0

1946 t/m 1964

150

1965 t/m 1974 1975 t/m 1991

662 988

403

997

443

1.009

1992 t/m 2005

163

2006 en later

186

Corporatiebezit

448 315

Particulier bezit

Figuur 15: Aantal woningen in Bergen per bouwjaarperiode waarbij onderscheid is gemaakt tussen woningen in bezit van een woningcorporatie en particuliere woningen.

Transitievisie Warmte | 31

Huidig gasverbruik in de gemeenten Tabel 1: Gasverbruik voor ruimteverwarming per gemeente (bron: PBL data van 1 januari 2019).

Mook en Middelaar

Gennep

Bergen

Totaal

Woningen

151,8 TJ/jaar

301,7 TJ/jaar

258,4 TJ/jaar

711,9 TJ/jaar

Utiliteit

36,8 TJ/jaar

109,3 TJ/jaar

61,7 TJ/jaar

207,8 TJ/jaar

Totaal

188,6 TJ/jaar

411,0 TJ/jaar

320,1 TJ/jaar

919,7 TJ/jaar

Woningen

4.796.209 m3

9.532.385 m3

8.164.297 m3

22.492.891 m3

Utiliteit

1.162.717 m3

3.453.397 m3

1.949.447 m3

6.565.561 m3

Totaal

5.958.926 m3

12.985.782 m3

10.113.744 m3

29.058.452 m3

Warmtevraag

Aardgasverbruik

Tabel 2: Gasverbruik voor tapwater per gemeente (bron: PBL data 1 januari 2019).

Mook en Middelaar

Gennep

Bergen

Totaal

Woningen

30,2 TJ/jaar

62 TJ/jaar

48,8 TJ/jaar

141 TJ/jaar

Utiliteit

1,4 TJ/jaar

5,1 TJ/jaar

1,7 TJ/jaar

8,2 TJ/jaar

Totaal

31,6 TJ/jaar

67,1 TJ/jaar

50,5 TJ/jaar

149,2 TJ/jaar

Woningen

954.186 m3

1.958.926 m3

1.541.864 m3

4.454.976 m3

Utiliteit

44.234 m3

161.137 m3

53.712 m3

259.084 m3

Totaal

998.420 m3

2.120.063 m3

1.595.577 m3

4.714.060 m3

Warmtevraag

Aardgasverbruik

Transitievisie Warmte | 32

TECHNISCHE ONDERBOUWING Voor het opstellen van de transitievisie warmte is een technische analyse uitgevoerd. Hierbij is gebruik gemaakt van een multicriteria-analyse. Een multicriteria-analyse is een veelgebruikte methode om een onderbouwde keuze te maken tussen diverse alternatieven op basis van meerdere criteria. In deze bijlage worden de aardgasvrije alternatieven uitgebreid omschreven en de criteria en de scoring daarvan toegelicht. Tot slot worden de belangrijkste resultaten van de analyse gedeeld.

Warmtetechnieken In Nederland worden de meeste gebouwen nog verwarmd met aardgas. Ook in de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen worden meer dan 90% van de woningen verwarmd op aardgas. In de transitievisie warmte worden de meest volwassen technieken meegenomen: all-electric, midden temperatuur (MT) warmtenet, lage temperatuur (LT) warmtenet en groengas. Waterstof is uiteraard ook een aardgasvrij alternatief. Het voordeel van waterstof is dat het huidige gasnetwerk waarschijnlijk gebruikt kan worden om waterstof te transporteren. De verwachting is echter dat waterstof pas na 2030 op grote schaal beschikbaar komt. Onduidelijk is hoeveel daarvan naar de gebouwde omgeving gaat. Waterstof speelt namelijk ook een belangrijke rol in de verduurzaming van de industrie. In de eerste editie van de transitievisie warmte is waterstof daarom nog niet meegenomen. De visie wordt elke vijf jaar bijgesteld. In een volgende editie wordt waterstof toegevoegd als alternatief. All-electric Een elektrische warmtepomp wordt gebruikt om de ruimtes in een gebouw te verwarmen. Daarnaast wordt de warmtepomp gebruikt voor warm tapwater voor bijvoorbeeld de douche. De warmtepomp onttrekt de warmte uit de bodem of lucht. Aangezien bij all-electric tevens op elektriciteit wordt gekookt, is er geen aansluiting op het gasnet nodig.

Een warmtepomp levert warmte met een lage temperatuur tot 55 graden Celsius. Het is daarom belangrijk om een gebouw eerst goed te isoleren. Daarnaast zijn er aanpassingen aan de installaties nodig. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het plaatsen van vloerverwarming en/of lage temperatuurradiatoren. Deze gebouwaanpassingen leiden tot hoge investeringen. Bovendien neemt een warmtepomp meer ruimte in beslag dan een CV-ketel. Een warmtepomp gebruikt veel elektriciteit. Het is mogelijk om een deel van deze elektriciteit zelf op te wekken met behulp van zonnepanelen. Bij grootschalige toepassing van warmtepompen in een wijk moet het elektriciteitsnet mogelijk worden verzwaard. Voordelen: + Individueel toepasbaar + Geen gasaansluiting nodig + CO2-neutraal mits de stroom duurzaam is opgewekt

Nadelen: − Minimaal isoleren tot label B − Hoge investeringen − Relatief groot ruimtebeslag − Verzwaring elektriciteitsnet

Transitievisie Warmte | 33

Midden temperatuur (MT) warmtenet Bij een warmtenet worden gebouwen verwarmd met warmte uit de omgeving. Het is een collectief systeem waarbij meerdere gebouwen op het warmtenet zijn aangesloten. De warmte wordt via leidingen van de warmtebron(nen) naar de gebouwen getransporteerd. Een warmtenet heeft een aanvoer- en retourleiding. In een gebouw wordt warmte uit de aanvoerleiding onttrokken en gebruikt voor ruimteverwarming en eventueel voor warm tapwater. Hiervoor is een afleverset nodig en deze vervangt de CV-ketel. Het afgekoelde water gaat vervolgens via de retourleiding terug naar de warmtebron. Een MT warmtenet heeft een aanvoertemperatuur tussen de 55 en 70 graden Celsius. Voorbeelden van warmtebronnen die deze temperatuur kunnen leveren zijn geothermie en restwarmte uit de industrie. Voor MT warmtenetten is isolatie van gebouwen minder belangrijk, omdat de temperatuur voldoende is om de gebouwen te verwarmen. Isolatie is echter altijd aan te raden, omdat de vraag naar warmte dan afneemt en de beschikbare warmtebronnen optimaal kunnen worden ingezet. Daarnaast moet worden overgestapt op elektrisch koken, zodat geen aansluiting op het gasnet nodig is. Een warmtenet is met name interessant wanneer de gebouwdichtheid en warmtevraag relatief hoog zijn. Wanneer meer gebouwen aansluiten op een warmtenet, dalen de kosten per aansluiting.

Hierbij is het wel van belang dat de gebouwen dicht bij elkaar staan. In buitengebieden waar woningen verder uit elkaar staan, is een warmtenet kostbaar. Voordelen: + Minimaal isoleren tot label D + Beperkte aanpassingen aan de installaties nodig + Collectief systeem en daardoor minder zorgen + Geen gasaansluiting nodig

Nadelen: − Toepasbaarheid afhankelijk van beschikbare warmtebronnen − Kosten afhankelijk van aantal aansluitingen op warmtenet − Minder keuzevrijheid

Lage temperatuur (LT) warmtenet Een LT warmtenet is vergelijkbaar met een MT warmtenet. Een LT warmtenet heeft echter een aanvoertemperatuur tussen de 35 en 55 graden Celsius. Voorbeelden van warmtebronnen die deze temperatuur kunnen leveren zijn aquathermie waarbij warmte wordt onttrokken uit oppervlaktewater, of restwarmte uit rioolwaterzuiveringsinstallaties en datacenters. Voordat gebouwen worden aangesloten op een LT warmtenet, moeten de gebouwen eerst goed worden geïsoleerd. Wanneer dit niet gebeurt kan een gebouw onvoldoende worden verwarmd en dit gaat ten koste van het comfort. Daarnaast zijn aanpassingen aan de installaties nodig. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het plaatsen van vloerverwarming en/of lage temperatuurradiatoren. Aangezien de aanvoertemperatuur te laag is voor warm tapwater, is per gebouw tevens een boosterwarmtepomp nodig. Bij een LT warmtenet zijn de warmteverliezen in het warmtenet lager.

Transitievisie Warmte | 34

Voordelen: + Collectief systeem en daardoor minder zorgen + Lagere warmteverliezen in warmtenet + Geen gasaansluiting nodig

Nadelen: − Minimaal isoleren tot label B − Toepasbaarheid afhankelijk van beschikbare warmtebronnen − Tarief afhankelijk van aantal aansluitingen op warmtenet − Minder keuzevrijheid

Groengas Groengas is biogas dat is opgewaardeerd naar aardgaskwaliteit en is een duurzaam gas. Groengas wordt geproduceerd uit mest, tuinafval, resten van groente en fruit, maar ook afval op stortplaatsen en rioolslib. De productie van groengas is momenteel nog zeer beperkt. De bestaande aardgasleidingen kunnen worden gebruikt om het groengas naar de gebouwen te transporteren. Groengas kan zowel in een HR-ketel als in een hybride warmtepomp worden gebruikt. Een hybride warmtepomp is een elektrische warmtepomp gecombineerd met een HR-ketel. De warmtepomp levert de basislast van de warmtevraag. De HR-ketel springt bij op koude winterdagen of bij grote vraag naar warm tapwater. Bij groengas is de overstap naar elektrisch koken niet noodzakelijk. Voor groengas is isolatie van gebouwen minder belangrijk, omdat de temperatuur van de warmte bij de verbranding van groengas voldoende is om de gebouwen te verwarmen. Isolatie is echter altijd aan te raden, omdat de vraag naar warmte dan afneemt en het beschikbare groengas optimaal kan worden ingezet. Voordelen: + Minimaal isoleren tot label D + Huidige aardgasnet kan worden gebruikt + Geen aanpassingen aan technische installaties nodig + Elektrisch koken niet nodig

Nadelen: − Beschikbaarheid groengas onbekend − Kosten van groengas is onbekend

Besliscriteria Om een beeld te krijgen hoe kansrijk een warmtetechniek is voor een bepaalde buurt, zijn per buurt verschillende criteria beoordeeld. De score van de verschillende criteria zijn gecombineerd in een multicriteria-analyse. De criteria zijn hieronder toegelicht. Isolatieniveau Warmtetechnieken all-electric en LT warmtenet verwarmen gebouwen op een lage temperatuur. Dit is echter alleen mogelijk wanneer gebouwen voldoende zijn geïsoleerd. Het uitgangspunt is dat voor deze warmtetechnieken schillabel B nodig is. Warmtetechnieken MT warmtenet en groengas verwarmen gebouwen op een hogere temperatuur. Goed isoleren blijft het streven, omdat gebouwen die goed geïsoleerd zijn minder warmte nodig hebben. Kortom, de beschikbare warmtebronnen kunnen effectiever worden ingezet. Uitgangspunt is dat voor deze warmtetechnieken schillabel D nodig is.

Transitievisie Warmte | 35

Het isolatieniveau wordt bepaald door het gemiddelde schillabel van gebouwen in een bepaalde buurt te berekenen. Er wordt gebruik gemaakt van landelijke data van het Planbureau voor de Leefomgeving. Niet voor elk gebouw is data beschikbaar. Wanneer het schillabel voor een gebouw ontbreekt, is een grove inschatting gemaakt op basis van het bouwjaar en woningtype. Wanneer het gemiddelde schillabel van een buurt slecht is, betekent dit dat er relatief veel isolatiemaatregelen nodig zijn om deze buurt aardgasvrij te maken. Dit geldt met name voor de lage temperatuuroplossingen als all-electric en LT warmtenet. Doordat de buurt eerst aan de slag moet met isoleren, zal deze buurt pas op langere termijn aardgasvrij kunnen worden. Nationale kosten De nationale kosten zijn de kosten voor de Nederlandse samenleving als geheel. Het zijn de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn om op een bepaalde aardgasvrije warmtetechniek over te stappen. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten voor aanpassingen aan gebouwen als isolatie en een (hybride) warmtepomp, kosten voor infrastructuur als verzwaring van het elektriciteitsnet of aanleg van een warmtenet en kosten voor de duurzame bron. De nationale kosten worden uitgedrukt in euro per ton vermeden CO2-uitstoot.

Wanneer de nationale kosten hoog zijn, betekent dit dat het relatief duur is voor de samenleving om op deze warmtetechniek over te stappen. De nationale kosten zijn berekend met behulp van de startanalyse. De startanalyse is een technisch-economisch rekenmodel en is ontwikkeld door het Planbureau van de Leefomgeving. Collectief woningbezit Elk gebouw heeft een eigenaar. Dit kan een particulier zijn, maar bijvoorbeeld ook een woningcorporatie. Een woningcorporatie bezit meestal tientallen tot honderden woningen in een gemeente. In dit geval wordt gesproken over van collectief woningbezit. Wanneer het collectief woningbezit in een buurt relatief hoog is, is het eenvoudiger om gezamenlijke afspraken te maken over isolatiemaatregelen of de gewenste aardgasvrije warmtetechniek. In Mook en Middelaar, Gennep en Bergen zijn drie woningcorporaties actief: Destion, Mooiland en Woonzorg Nederland. De woningvoorraad van de corporaties in de gemeenten is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 3: Woningvoorraad van corporaties in Mook en Middelaar, Gennep en Bergen.

Woningcorporatie Destion Mooiland Woonzorg Nederland

Mook en Middelaar 536 2 54

Gennep 527 1.309 0

Bergen 1.250 0 0

Geschiktheid elektriciteitsnet Door gebouwen massaal aan te sluiten op een elektrische warmtepomp, neemt de vraag naar (duurzame) elektriciteit significant toe. Het is belangrijk dat het elektriciteitsnet daarvoor geschikt is. In sommige buurten zullen kabels moeten worden vervangen door dikkere kabels of moeten extra transformatorstations worden geplaatst. De geschiktheid van het stroomnet speelt een belangrijke rol bij de warmtetechnieken all-electric en eventueel bij groengas wanneer gekozen wordt voor een hybride oplossing. In Mook en Middelaar, Gennep en Bergen is Enexis de netbeheerder. Enexis heeft in kaart gebracht in welke buurten grote aanpassingen aan het elektriciteitsnet nodig zijn om gebouwen op grote schaal

Transitievisie Warmte | 36

over te laten stappen op een elektrische warmtepomp. All-electric is daardoor in deze buurten niet alleen duurder, maar vraagt ook om een langere doorlooptijd. Koppelkansen De warmtetransitie is een complexe opgave en heeft een grote impact op de omgeving. Op grote schaal moeten gebouwen worden geïsoleerd. Afhankelijk van de warmtetechniek moet het elektriciteitsnet mogelijk worden verzwaard of een warmtenet worden aangelegd. Deze opgaven hoeven niet op zichzelf te staan. Door werkzaamheden op elkaar af te stemmen kan overlast worden beperkt, kosten worden bespaard en neemt het draagvlak onder inwoners toe. Deze koppelkansen hoeven zich niet te beperken tot de warmtetransitie. Er kan ook worden gekeken naar de aanleg, renovatie of vervanging van de riolering of wegen, maar ook maatregelen voor klimaatadaptatie. Om koppelkansen te benutten is het belangrijk dat de gemeenten, provincie, woningcorporaties, netbeheerder en andere belangrijke betrokken partijen met elkaar in gesprek gaan.

Score criteria per buurt De bovengenoemde criteria worden in principe gescoord van laag (1) naar hoog (5). Dit is echter alleen mogelijk als buurten op basis van kwantitatieve variabelen met elkaar kunnen worden vergeleken. Bij kwantitatieve variabele kunnen criteria tussenliggende waarden aannemen. Voorbeelden zijn afstand, kosten en leeftijd. Bij de criteria isolatieniveau, nationale kosten, collectief woningbezit en geschiktheid elektriciteitsnet is dit mogelijk. Bij het criterium koppelkansen kan dit niet. De vervanging van de riolering in één straat is niet kwantitatief te vergelijken met grootschalige renovatieplannen door een woningcorporatie. Dit criterium is daarom kwalitatief beoordeeld. Tabel 4: Beoordelingsmatrix besliscriteria technische analyse.

❶

❷

❸

❹

❺

All-electric en LT warmtenet

Gemiddeld schillabel E, F of G

Gemiddeld schillabel D

Gemiddeld schillabel C

n.v.t.

Gemiddeld schillabel A of B

MT warmtenet en groengas

Gemiddeld schillabel G

Gemiddeld schillabel F

Gemiddeld schillabel E

n.v.t.

Gemiddeld schillabel A, B, C of D

Nationale kosten

Meer dan 800 euro per ton CO2

Tussen 650 en 800 euro per ton CO2

Tussen 500 de 650 euro per ton CO2

Tussen 350 en 500 euro per ton CO2

Minder dan 350 euro per ton CO2

Collectief woningbezit

Minder dan 5%

Tussen 5% en 10%

Tussen 10% en 20%

Tussen 20% en 30%

Meer dan 30%

Geschiktheid elektriciteitsnet

Meer dan 4 km kabel vervangen

Tussen 2 en 4 km kabel vervangen

Tussen 0 en 2 km kabel vervangen

n.v.t.

Geen kabel vervanging nodig

Isolatieniveau

Transitievisie Warmte | 37

* Bij bepaalde criteria is een score van 4 niet mogelijk. De reden is om het verschil tussen wel en geen noodzakelijk aanpassingen extra te benadrukken.

Resultaten per criterium Voor de vier aardgasvrije warmtetechnieken all-electric, MT warmtenet, LT warmtenet en groengas zijn per buurt in de gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen de scores voor de verschillende criteria bepaald. De resultaten van de multicriteria-analyse worden per criterium toegelicht.

Isolatieniveau De resultaten van het criterium isolatieniveau zijn weergegeven in Figuur 16 voor de warmtetechnieken all-electric en LT warmtenet en in Figuur 17 voor de warmtetechnieken MT warmtenet en groengas. De kaart laat zien dat de gebouwen in Mook en Middelaar, Gennep en Bergen en met name in het buitengebied relatief slecht zijn geïsoleerd. Er zijn geen buurten met een gemiddeld schillabel A of B. Daarnaast hebben slechts 6 van de 37 buurten een gemiddeld schillabel C. De overige buurten hebben veelal gemiddeld schillabel D of E.

Figuur 16: Score van het isolatieniveau voor warmtetechnieken all-electric en LT warmtenet.

Transitievisie Warmte | 38

Figuur 17: Score van het isolatieniveau voor warmtetechnieken MT warmtenet en groengas.

Om over te stappen op all-electric of een LT warmtenet is het daarom belangrijk om eerst grootschalig in te zetten op isoleren. Wanneer de gebouwen onvoldoende worden geïsoleerd, is het gebouw niet geschikt met deze lage temperatuuroplossingen te kunnen verwarmen. Ongeveer de helft van de buurten in Mook en Middelaar, Gennep en Bergen is voldoende geïsoleerd om over te stappen op een MT warmtenet of groengas. Desalniettemin blijft isoleren in deze buurten zinvol.

Nationale kosten De resultaten van het criterium nationale kosten zijn per warmtetechniek weergegeven in Figuur 18 tot en met Figuur 21. De nationale kosten voor all-electric en een LT warmtenet zijn in veel buurten vrijwel gelijk. In verreweg de meeste buurten liggen deze kosten tussen de 500 en 650 euro per ton bespaarde CO2-uitstoot. De nationale kosten van een MT warmtenet liggen aanzienlijk hoger. Dit komt doordat geschikte warmtebronnen niet op grote schaal aanwezig zijn. De nationale kosten van groengas zijn over het algemeen het laagst. De beschikbaarheid en prijs van groengas is echter nog uiterst onzeker.

Transitievisie Warmte | 39

Figuur 18: Score van de nationale kosten voor warmtetechniek all-electric.

Warmtenet: brontemperatuur of leveringstemperatuur Bij een warmtenet worden gebouwen verwarmd met warmte uit de omgeving. De warmte wordt via leidingen van de warmtebron naar de gebouwen getransporteerd. Dit kan een warmtebron zijn met een lage, midden of hoge temperatuur. De brontemperatuur is niet altijd gelijk aan de temperatuur waarmee de warmte aan gebouwen wordt geleverd. Bij een lage brontemperatuur kan de warmte bij de warmtebron middels een collectieve warmtepomp in temperatuur worden verhoogd. Aangezien voor inwoners de leveringstemperatuur van belang is, wordt in deze visie bij een LT warmtenet en MT warmtenet altijd de leveringstemperatuur bedoeld. De enige uitzondering hierop is bij de berekening van de nationale kosten. De startanalyse gaat namelijk uit van de brontemperatuur. Wij hebben over de nationale kosten van een LT warmtenet daarom een verdiepingsslag uitgevoerd om deze resultaten juist te interpreteren.

Transitievisie Warmte | 40

Figuur 19: Score van de nationale kosten voor warmtetechniek MT warmtenet.

Uit Figuur 19 blijkt dat de nationale kosten van een MT warmtenet in de buurten Oude Stadskern in Gennep en Well-West relatief laag zijn. De reden daarvoor is dat bij Oude Stadskern mogelijk gebruik kan worden gemaakt van de restwarmte van de rioolwaterzuiveringsinstallatie van Gennep. Bij WellWest kan mogelijk gebruik worden gebruikt van aquathermie uit het Leukermeer en Reindersmeer. Er zijn vervolgonderzoeken nodig om de technische en financiële haalbaarheid verder te bepalen. In het buitengebied is een warmtenet financieel niet haalbaar omdat de gebouwdichtheid laag is. De kosten voor de aanleg van een warmtenet zijn dan relatief hoog per aansluiting.

Transitievisie Warmte | 41

Figuur 20: Score van de nationale kosten voor warmtetechniek LT warmtenet.

Uit Figuur 21 blijkt dat de nationale kosten van groengas in veel buurten onder de 350 euro per ton bespaarde CO2-uitstoot ligt. Dit betekent dat deze warmtetechniek in veel buurten de voorkeur heeft op basis van de nationale kosten. De reden van deze lage nationale kosten is dat groengas getransporteerd kan worden door het bestaande aardgasnet en er slechts beperkte aanpassingen aan gebouwen hoeven te worden gemaakt. Aangezien groengas momenteel beperkt beschikbaar is en de prijs van groengas hoger ligt dan aardgas, is het verstandig om gebouwen goed te isoleren. Dit zorgt ervoor dat de beschikbare hoeveelheid groengas gebruikt kan worden om zoveel mogelijk gebouwen te verwarmen. Daarnaast wordt bespaard op de jaarlijkse energierekening. De grootste uitdaging blijft de onzekerheid over de hoeveelheid groengas die beschikbaar komt. Het zal in elk geval niet voldoende zijn om alle gebouwen in Nederland van groengas te voorzien. In de technische analyse is daarom gekeken naar de waarde die groengas in een bepaalde buurt heeft. Het gaat dus over de meerkosten om op een alternatief anders dan groengas over te stappen. Wanneer deze meerkosten relatief hoog zijn, heeft groengas een hogere waarde. De beschikbare hoeveelheid groengas zal eerst worden ingezet in buurten waar de waarde van groengas relatief hoog is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=MookenMiddelaar&id=19a7740c-891e-4cdc-ac72-45616beb1af3