Plantoelichting met aangepaste waterparagraaf 22-2-2024
Tekst van het document
De slaapkamers kunnen de benodigde spuiventilatie behalen via de noorden/of westgevel. Hiermee kan elke verblijfsruimte voorzien worden van een te openen deel en wordt voldaan aan de eisen voor spuiventilatie uit het Bouwbesluit. - Geluidbeperkende maatregelen zijn geen optie (zie paragraaf 3.1). Omdat de geluidbelasting op de westgevel ter plaatse van een gevel met te openen delen 51 dB is, moet er een hogere waarde van 51 dB worden aangevraagd bij de gemeente Montfoort. Hier zijn voorwaarden aan verbonden. - Er wordt voldaan aan de geluideisen van de gemeente Montfoort. Er is sprake van een geluidluwe gevel (noordgevel), geluidluwe buitenruimte grenzend aan de noordgevel van de woning, een slaapkamer die gelegen is aan de geluidluwe gevel en dat minimaal 30% van het vloeroppervlak van alle verblijfsgebieden tezamen wordt gesitueerd aan de geluidluwe gevel. In een vervolgonderzoek worden de geluidwerende voorzieningen afgestemd op de berekende geluidbelasting voor wettelijke aftrek. Op deze manier worden de bewoners optimaal beschermd tegen de geluidbelasting in de omgeving en wordt een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
34
Beoordelingskader geluidwering Volgens artikel 3.3 lid 1 van het Bouwbesluit 2012 moet een gevel van een nieuw te bouwen woonfunctie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht, een karakteristieke geluidwering hebben die niet lager is dan het verschil tussen de geluidbelasting op die gevel en 33 dB. De minimaal vereiste karakteristieke geluidwering bedraagt 20 dB. Een gevel van een verblijfsruimte moet een karakteristieke geluidwering hebben, die maximaal 2 dB lager ligt dan de karakteristieke geluidwering van het verblijfsgebied waarin die verblijfsruimte ligt. De eisen uit het Bouwbesluit 2012 zijn voor dit project gelijk aan de eisen die gelden vanuit de Wet geluidhinder die gelden voor een zogenoemde ‘dove gevel’. De zuidgevel en de oostgevel van de nieuwe woning moet uitgevoerd worden als een dove gevel, omdat de geluidbelasting hoger is dan de maximale ontheffingswaarde (zie akoestisch onderzoek wegverkeer). Een dove gevel is een gevel zonder te openen delen én een geluidwering waarbij een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd is. Ventilatie De ventilatie zal plaatsvinden door mechanische luchttoevoer en -afvoer. Daarom is geen rekening gehouden met de aanwezigheid van ventilatievoorzieningen in de gevels voor de ventilatie.
De minimaal toe te passen voorzieningen: - Beglazing De geluidisolatie RA,labwaarde voor wegverkeer van de beglazing in de gevels van alle verblijfsruimten moet ten minste 29 dB bedragen. Dit komt bij veel leveranciers overeen met standaard HR ++beglazing. - Kier- en naaddichting De geluidisolatie RA,labwaarde voor wegverkeer van de kierdichting rondom alle te openen ramen en deuren van de verblijfsruimten moet ten minste 35 dB bedragen. Hiervoor kan een enkele kierdichting met een V-profiel (indrukking 8 mm) worden aangebracht. De profielen moeten in de hoeken worden doorgelast. Alle draaiende delen moeten worden voorzien van een knevelende meerpuntssluiting, zodat deze gelijkmatig tegen de profielen worden aangedrukt. De aansluiting van de kozijnen op het binnen-spouwblad van de gevels moet uitgevoerd worden met behulp van een schuimband met semi-gesloten cellen. Wanneer er gekozen wordt voor de toepassing van een dubbele kierdichting, dan moet de aansluiting van de kozijnen op het binnenspouwblad van de gevels uitgevoerd worden met behulp van een schuimband met gesloten cellen en afgedicht te worden met elastisch blijvende kit. - Kozijnen Voor een voldoende geluidwering moeten kozijnen toegepast worden met een RA,labwaarde voor wegverkeer van ten minste 31 dB. Zowel houten, aluminium als kunststof kozijnen voldoen hieraan.
- Dichte geveldelen In de berekeningen hebben we rekening gehouden met een steenachtige wand van 200 kg/m 2 met een RA,labwaarde voor wegverkeer van 44 dB. Wanneer blijkt dat de toe te passen dichte geveldelen substantieel afwijken van de massa waarmee gerekend is (lagere massa) 1, dan wordt er niet zondermeer voldaan aan de karakteristieke geluidwering van de zuidgevel van de woning.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
35
Conclusie geluidwerende voorzieningen De berekende geluidbelasting op de geprojecteerde nieuwbouw aan de Heeswijk 109A vanwege de N228 is ten hoogste 62 dB. Ter plaatse van de slaapkamer op de eerste verdieping is de berekende geluidbelasting ten hoogste 62 dB. Om te voldoen aan de nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit 2012 moet de karakteristieke geluidwering van de gevel aan de voorgevel/zuidgevel ten minste 29 dB (slaapkamer) zijn en de geluidwering van de (dove) oostgevel 27dB. De achtergevel is geluidluw, dus hier volstaat een minimale geluidwering van 20 dB. Voor de woning kan met de in hoofdstuk 4 (zie rapportage LBP Insight) beschreven voorzieningen voldaan worden aan de nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit 2012.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
36
4.1.5
Bedrijven en milieuzonering De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat overheden bij het vaststellen van ruimtelijke plannen moeten aantonen dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening (Wet ruimtelijke ordening artikel 3.1 lid 1). Onderdeel hiervan is het zorgen voor een goede milieuzonering: de overheid moet erop toe zien dat er voldoende afstand in acht wordt genomen tussen enerzijds functies die hinder of gevaar veroorzaken (bijvoorbeeld bedrijven), en anderzijds functies die daar last van hebben (bijvoorbeeld woningen). Die afstand moet ook weer niet onnodig groot zijn, omwille van een efficiënt ruimte-gebruik. De VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ editie 2009 is een hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Met milieuzonering kan ervoor worden gezorgd dat nieuwe bedrijven op een verantwoorde afstand van gevoelige bestemmingen worden gesitueerd. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geur, stof, geluid en veiligheid. De publicatie hanteert een tweetal verschillende omgevingstypen voor de richtafstanden: het omgevingstype ‘gemengd gebied’ en het omgevingstype ‘rustige woonwijk/rustig buitengebied’. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging.
In een rustige woonwijk en in rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies voor. De richtafstanden gelden voor een gemiddeld nieuw bedrijf en gaan uit van een rustig woongebied. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden, zonder dat dit ten koste gaat van het leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd als sprake is van omgevingstype ‘gemengd gebied’. In de tabel 4.9 zijn de richtafstanden weergegeven. Tabel 4.9: Richtafstanden en omgevingstype VNG publicatie
Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2
Richtafstand tot omgevingstype ‘rustig woonwijk’ 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m
Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m
De bovengenoemde richtafstanden voor een rustige woonwijk en gemengd gebied gaan uit van het principe van functiescheiding. Binnen gebieden waar functiemenging is, bijvoorbeeld in een centrumgebied met veel winkels en voorzieningen, is er sprake van milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstanden van elkaar gesitueerd zijn. De richtafstanden uit tabel 4.9 zijn dan niet meer toepasbaar. In dat geval wordt er door categorieën aangegeven onder welke omstandigheden activiteiten inpasbaar zijn: - Categorie A activiteiten zijn toegestaan aanpandig aan woningen. - Categorie B activiteiten zijn toegestaan aanpandig aan woningen wanneer ze bouwkundig van elkaar afgescheiden zijn. - Categorie C activiteiten zijn alleen toegestaan wanneer ze gesitueerd zijn aan een hoofdweg. Planspecifiek - omgevingstype Op het perceel aan de Heeswijk 109A is er sprake van een 'gemengd gebied met wonen’, omdat er naast wonen zich in de directe omgeving ook gronden bevinden met de aanduiding ‘bedrijf’.
Planologische mogelijkheden – planlocatie De voor Wonen aangewezen gronden zijn, met inachtneming van het bepaalde in artikel 38.4 (bestemmingsplan ‘Buitengebied 2012’) Neven- en vervolgfuncties, bestemd voor: - wonen, met bijbehorende bijgebouwen, aanbouwen, uitbouwen van de woning en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; - parkeervoorzieningen en ontsluitingspaden; - tuinen en erven; - paardenbakken ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden met de bijbehorende voorzieningen in de vorm van longeercirkels en paardencarrousels; - het hobbymatig houden van dieren, waaronder paarden; - een caravanstalling, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'caravanstalling' en binnen bestaande bebouwing; Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
37
- een dierenpension met een maximaal oppervlakte van 140 m , uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - dierenpension'; - een dierenartsenpraktijk, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen dierenartsenpraktijk'; - een praktijkruimte, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'praktijkruimte'; - een kantoor, praktijkruimte en fotostudio, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kantoor'; - ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - theetuin': tevens voor een theetuin; - ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting': tevens voor een ontsluitingsweg; - opslag in gebouwen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - opslag 1'; - opslag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'opslag' en binnen bestaande bebouwing. 2
Bedrijfsactiviteiten in de omgeving De overige bedrijfsactiviteiten in de omgeving zorgen niet voor belemmeringen voor het plan: - Autex Chemie (opslag auto onderdelen) aan de Heeswijk 101-A behoort tot milieucategorie 2. De minimale richtafstand in ‘gemengd gebied’ betreft voor milieucategorie 2 bedraagt 10 meter. Met een afstand van ruim 28 meter vormt de bedrijfsactiviteit geen belemmering voor het plan. - Van Stok Kaashandel aan de Heeswijk 7 behoort tot milieucategorie 2. De minimale richtafstand in ‘gemengd gebied’ betreft voor milieucategorie 2 bedraagt 10 meter. Met een afstand van ruim 48 meter vormt de bedrijfsactiviteit geen belemmering voor het plan.
De richtafstanden uit de VNG-publicatie voor de omgevingstypen bij verschillende hindercategorieën zijn in tabel 4.9 en 4.10 vermeld. Bedrijf
Adres
Feitelijke afstand gemengd buitengebied 46 m.
Kargo B.V.
Heeswijk 135
Autex Chemie
Heeswijk 101A
28 m.
Van Stok kaashandel
Heeswijk 78
48 m.
Opmerking
gemeten tussen bouwblokgrens en geurgevoelig/geluidgevoelig object bestemming gemeten tussen bouwblokgrens en geurgevoelig/geluidgevoelig object bestemming gemeten tussen bouwblokgrens en geurgevoelig/geluidsgevoelig object bestemming
RO categorie
4.2 en 3.1
2
2
Tabel 4.10, hindercategorieën en afstanden bedrijven tot nieuwe bestemming wonen op Heeswijk 109A te Montfoort.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
38
1. Kargo B.V. , opslag en recycling autobanden, Heeswijk 135 RO- categorie: 4.2 en 3.1 Bestemming: bedrijven terrein Richtafstand ‘gemengd gebied’: 200m. en 30m. 2. Autex B.V., opslag, Heeswijk 101-A RO categorie: 3.1 Bestemming: bedrijf Richtafstand ‘gemengd gebied’: 10m. 3. Van Stok, kaashandel, Heeswijk 78 RO categorie: 2 Bestemming: bedrijf Richtafstand ‘gemengd gebied’: 10m. Richtafstanden Kargro B.V. ten opzichte van planlocatie Alle relevante bedrijfsactiviteiten in de directe omgeving van het plan aan de Heeswijk 109A zijn in kaart gebracht. Er kan worden geconcludeerd dat aan de vereiste richtafstanden wordt voldaan behalve aan de richtafstand tot Kargro B.V. op de Heeswijk 135. De feitelijke afstand van Heeswijk 109A tot Kargro B.V. bedraagt 46m. terwijl de gestelde richtafstand 200m. bedraagt. Eén van de activiteiten van Kargro is het herstellen van vrachtautobanden, waarbij geur ontstaat. LBP Insight heeft derhalve een ruimtelijk onderzoek uitgevoerd naar de geur blootstelling van Heeswijk 109A aan de bedrijfsactiviteiten van banden verwerkingsbedrijf Kargro B.V. Zie voor het volledige onderzoek, rapportage LBP Insight met kenmerk V074325ac.212C44T.djs_01_001_Beoordeling geur. Geurbronnen Kargro Bij Kargro worden als geurrelevante activiteit vrachtwagenbanden hersteld, waarbij het oude loopvlak van de banden worden verwijderd en voorzien van een nieuw loopvlak.
Daarvoor bestaat een koud en warm proces. In het bedrijfsonderdeel Bandenplan wordt het koude proces toegepast en in het bedrijfsonderdeel UBO het warme proces. Bij Bandenplan wordt de geurhoudende lucht afgezogen uit het proces en door een afvoerkanaal op een hoogte van 15 uitgestoten. De geurhoudend lucht uit het UBO proces wordt eerst door een actief koolfilter geleid en vervolgens op een hoogte van ca. 1,5 m uitgestoten.
Figuur 4.11, locatie geurbronnen Kargro B.V. (aangeduid door rode asterisk) – bandenplan en UBO.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
39
Tabel 4.12, Bronkenmerken Kargro B.V.
In de vergunde situatie is voor Kargro het acceptabele hinderniveau vastgesteld op 5 ou E/m3 als 98 percentiel. Dit betekent dat ter hoogte van geurgevoelige objecten bij de blootstelling aan geur de concentratie gedurende 98% van de tijd lager dan 5 ouE/m3 moet zijn. Verspreidingsberekeningen Om de blootstelling aan geur in de omgeving in kaart te brengen zijn verspreidingsberekeningen uitgevoerd met het rekenmodel Geomilieu v2020.0. Het model heeft als rekenhart het door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat goedgekeurde Stacks-G. De geurverspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd met een tienjarige periode voor meteorologische omstandigheden, de gehanteerde meteoperiode is standaard 1995-2004. De modelgegevens van het rekenmodel zijn opgenomen in bijlage I (zie volledige rapportage LBP Insight). De geurbronnen zijn worst case als continue bronnen (8.760 uur per jaar) gemodelleerd. Resultaten geurblootstelling Kargro Op basis van de verspreidingsberekeningen is de 98 percentielwaarden contourenkaart opgesteld, welke de geurblootstelling in de omgeving weergeeft. De contourenkaart is in bijlage II opgenomen. Uit bijlage II blijkt dat de geurblootstelling ter hoogte van het plangebied over lager is dan 5 ou E/m3 als 98 percentiel. Dit betekent dat er voor geurgevoelige objecten binnen het plangebied de geurblootstelling lager is dan het acceptabel hinderniveau.
Het is daardoor niet aannemelijk dat de activiteiten van Kargro een beperking oplegt aan de invulling van het plangebied, noch werkt het plan beperkend op de activiteiten van Kargro. Er kan daarom van uitgegaan worden dat ter plaatse, reeds sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt in theorie geen belemmeringen voor het plan. Conclusie Voor het plangebied Heeswijk 109A te Montfoort is beoordeeld of er in de omgeving van het plangebied geurbronnen voorkomen die bij het realiseren van geurgevoelige objecten in het plangebied tot een knelpunt kunnen leiden. Uit voorgaand onderzoek blijkt dat de geurblootstelling door het zuidelijk gelegen bedrijf Kargro geen beperking oplegt aan de invulling van het plangebied, noch werkt het plan beperkend op de activiteiten van Kargro. De afstand tot de dichtstbijzijnde veehouderijen is dermate groot dat ruimschoots voldaan wordt aan de minimumafstanden voor geurgevoelige objecten waarbij een acceptabel geurhinderniveau geborgd is. Voor zowel Kargro als de veehouderijen is geurwaarneming binnen het plangebied op enig moment wel mogelijk, maar de duur en mate waarin zal niet leiden tot onacceptabele geurhinder. In dat opzicht is er ten aanzien van het aspect geur sprake van een goed woon- en leefklimaat indien er binnen het plangebied geurgevoelige objecten gerealiseerd worden.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
40
4.1.6
Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over de beheersing van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Die activiteiten kunnen bestaan uit het opslaan, verwerken of transporteren van gevaarlijke stoffen. Deze activiteiten kunnen een risico veroorzaken voor de leefomgeving. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of dit plan is gelegen binnen het invloedgebied van een inrichting die valt onder het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI). Daarnaast wordt gekeken of het plan ligt binnen het invloedgebied van de transportroute (weg, spoor, water of buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen (o.a. LPG en benzine) worden vervoerd. Bebouwing is niet toegestaan binnen de zogenaamde 10-6 contour van de PR: Rond inrichtingen, waarin opslag/verwerking van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; Langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Risico’s verbonden aan het transport van gevaarlijke stoffen zijn in kaart gebracht in de diverse risicoatlassen. In het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) is opgenomen, dat voor iedere toename van het GR een verantwoordelijkheidsplicht geldt, ook als de verandering geen overschrijding van de norm veroorzaakt. Risicokaart Utrecht De risicokaart Utrecht geeft inzicht in de risico's in de woon- en werkomgeving.
Op de kaart staan meerdere soorten typen rampen, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Deze gegevens zijn afkomstig van gemeenten, waterschappen, provincie en de rijksoverheid. Op de Risicokaart is vermeld dat in de directe nabijheid van het plangebied geen risicovolle inrichtingen zijn gevestigd.
Figuur 4.13, Risico kaart Nederland met in rode omlijning, perceel Heeswijk 109A.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
41
Ontwikkeling in relatie tot de omgeving De bestaande loods wordt gesloopt aan de Heeswijk 109A te Montfoort. In plaats daarvan wordt een nieuw woonhuis gerealiseerd op de planlocatie. De populatiedichtheid van het plangebied zal door de sloop van de bedrijfsloods verkleinen. In de huidige situatie zullen in de loods met industriefunctie van circa 514 m2 vijf personen aanwezig zijn. In de woning zullen gemiddeld twee/vier personen aanwezig zijn. Dit kan op basis van kengetallen worden afgeleid. In totaal (over een etmaal beschouwd) is er netto geen sprake van toename van personen in het plangebied. Woningen zijn in het Besluit externe veiligheid inrichtingen als kwetsbaar object aangemerkt. Er moet daarom rekening gehouden worden bij de bouw van woningen met de grenswaarde voor het risico en risicoafstanden tot een risicovolle inrichting of transportroute van gevaarlijke stoffen. Ontwikkeling in relatie tot de omgeving Een woning is geen risicovolle inrichting. Ook wordt er geen transportroute voor gevaarlijke stoffen of een brandstofleiding mogelijk gemaakt. De ontwikkeling heeft daarom geen invloed op de veiligheid in het gebied. Risicovolle inrichtingen Binnen de 10-6 contour van een risicovolle inrichting mogen geen kwetsbare bestemmingen geplaatst worden. Het onderzoeksgebied (interessegebied) van de ontwikkeling is ongeveer 1 km rondom de locatie.
Op basis van dat onderzoeksgebied zijn de volgende relevante risicobronnen geïnventariseerd met behulp van de landelijke risicokaart. Er zijn in de directe nabijheid van het plangebied geen risicovolle bedrijven gevestigd. Groepsrisico In artikel 8, lid 1, van het Bevt is bepaald dat het groepsrisico verantwoord moet worden als een ontwikkeling geheel of gedeeltelijk binnen 200 meter van een transportroute ligt. In artikel 8, lid 2, van het Bevt is bepaald dat de groepsverantwoording achterwege kan blijven als: - het groepsrisico niet hoger is dan 10% van de oriëntatiewaarde, of - het groepsrisico niet met meer dan 10% toeneemt en de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. Transport gevaarlijke stoffen Op 1 april 2015 is de Wet basisnet in werking getreden. De Wet basisnet voorziet in een wijziging van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen ('Wvgs') ter verankering van een landelijk basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het basisnet is een samenstel van wegen, binnenwateren en hoofdspoorwegen waaraan een bepaalde risicoruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt toegekend. Als deze risicoruimte, de zogenaamde risicoplafonds, door een groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, moet de minister maatregelen nemen.
De risicoplafonds moeten daarnaast in acht worden genomen bij het toestaan van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes. Op deze manier kan de veiligheid langs de transportroutes voor gevaarlijke stoffen in toenemende mate worden gegarandeerd. Gelijktijdig met de Wet Basisnet zijn ook andere regelingen in werking getreden zoals de wijziging van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen (Bvgs), de Regeling basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is een aandachtsgebied gedefinieerd waarbinnen het groepsrisico verantwoord moet worden (200 m). Planspecifiek In het onderzoeksgebied bevindt zich geen transportroute voor gevaarlijke stoffen. Transport over water Er liggen in de directe omgeving van het plangebied geen vaarwegen met routes van gevaarlijke stoffen. Er zijn derhalve geen beperkingen voor de planlocatie. Transport over spoor Er liggen in de directe omgeving geen spoorbanen. Met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor geldt, dat het afwegingsgebied voor het stellen van randvoorwaarden in de ruimtelijke ordening in principe is gemaximaliseerd op 200 meter van het spoor (aan beide zijden). Er zijn derhalve geen beperkingen voor de planlocatie.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
42
Transport per buisleiding Voor zoneringsafstanden van hogedruk gasleidingen geldt vanaf 11 november 2014 het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen. Er dient te worden uitgegaan van de risicoafstanden zoals aangegeven in de AMvB. Er liggen in de nabijheid van de planlocatie geen buisleidingen. Aan de zuidzijde van het perceel is een hoge druk aardgasleiding gelegen van 8 bar. Een aardgasleiding met een druk van kleiner dan 16 bar valt niet onder de werking van het Bevb en vormt geen risico voor de veiligheid. Er zijn voor wat betreft het transport door buisleidingen derhalve geen beperkingen voor de planlocatie. Ten behoeve van de aardgasleiding zal een dubbelbestemming ‘Leiding – gas’ worden opgenomen in de planverbeelding van het nieuwe bestemmingsplan (inclusief bebouwingsvrije zone). Deze dubbelbestemming was tevens ook opgenomen in het bestaande bestemmingsplan. Elektromagnetische straling Er bevinden zich in de nabijheid van de planlocatie geen straalpaden. Er is hieruit volgend geen sprake van vrijkomende elektromagnetische straling, die een risico zouden kunnen vormen voor de volksgezondheid. Er zijn voor wat betreft elektromagnetische straling derhalve geen beperkingen voor de planlocatie. Conclusie Significant negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen worden uitgesloten.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
43
4.2
Water “Waterkoers!” Waterbeheerplan 2016-2021 Het waterbeheerplan beschrijft in hoofdlijnen de belangrijkste doelen en maatregelen die het waterschap de komende zes jaar wil bereiken en uitvoeren. In het plan staat hoe Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden zorgt voor een duurzaam, schoon en veilig watersysteem. In het waterbeheerplan zijn onder andere de maatregelen voor de KRW vastgelegd. Voor de maatregelen geldt een resultaatsverplichting voor eind 2021. De doelen die aan deze maatregelen ten grondslag liggen zijn vastgelegd in het Waterplan van de Provincie Utrecht. Voor ruimtelijke ontwikkelingen geldt het principe van Duurzaam waterbeheer Het uitgangspunt voor de planontwikkeling is dat het gebied hydrologisch neutraal moet worden ontwikkeld met als doel dat de planontwikkeling geen gevolgen heeft voor het grond- en oppervlaktewater en de waterkwaliteit. Daarmee wordt geborgd dat de ontwikkeling van het gebied met betrekking tot wateraspecten duurzaam is. Waterstructuurvisie (Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, 2002) Water speelt een steeds grotere rol in onze samenleving. Functies zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van water. Daarnaast verandert het klimaat. Daarom heeft water in de toekomst meer ruimte nodig. In de Waterstructuurvisie presenteert het waterschap zijn integrale visie op een duurzaam waterbeheer op de lange termijn.
Doelen hierbij zijn: - het gewenste veiligheidsniveau tegen overstroming en wateroverlast is gegarandeerd; - er is sprake van een goede waterkwaliteit; - de ecohydrologische variatie binnen het plangebied is hersteld; - de bodemdaling is verminderd of zo mogelijk stopgezet; - er zijn goede gebruiksmogelijkheden van het plangebied voor verschillende maatschappelijke functies; er is voldoende water van voldoende kwaliteit beschikbaar om dit mogelijk te maken; - de landschappelijke betekenis van water is behouden of versterkt. In de structuurvisie zijn gebied specifieke doelstellingen en maatregelen gedefinieerd. Ook staat het streefbeeld voor 2050 beschreven, gebaseerd op de volgende principes: - Vasthouden, bergen, afvoeren; - Voorkomen, scheiden of schoon maken van vuilemissies; - Vergroten zelfvoorzienendheid en duurzame inrichting; - Grondwater als ordenend principe. Het streefbeeld kan niet los worden gezien van het toekomstige grondgebruik binnen het beheergebied. Enerzijds vraagt het streefbeeld op een aantal plaatsen om meer ruimte voor water. Anderzijds kan het streefbeeld alleen worden bereikt indien het grondgebruik meer op de waterdoelstellingen wordt afgestemd. Voor de drie belangrijkste functies −wonen/werken, landbouw en natuur− is daarom in kaart gebracht of en hoe deze functies passen bij een duurzaam waterbeheer.
Dit is in combinatie met het streefbeeld vertaald naar een visie op het toekomstig gewenste grondgebruik in het werkgebied. Ruimtelijke ontwikkelingen Elke ruimtelijke ontwikkeling kan invloed hebben op water. Niet alleen bouwen nabij of op een waterkering, maar ook een toename van verhard oppervlak. Een ruimtelijke ontwikkeling moet minimaal voldoen aan de belangrijkste minimale voorwaarde: “het standstill beginsel”. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding mag ontstaan. In het kader van een watertoetsproces moeten de gemeente en het waterschap zoeken naar kansen om het watersysteem te verbeteren en duurzaam in te richten. Voor elke toename van verharding van meer dan 500 m2 in stedelijk gebied en meer dan 5000 m2 in 5 jaar in het landelijk gebied is een watercompensatie verplicht.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
44
Planspecifiek Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is verantwoordelijk voor schoon oppervlaktewater, veilige dijken en het waterpeil in het zuidelijke deel van de Provincie Utrecht en een klein deel van de Provincie Zuid-Holland. Onderhavige locatie ligt binnen het beheersgebied van dit waterschap. Het plangebied is in figuur 4.12 en 4.13 omkaderd.
Fig. 4.14, Legger oppervlakte water 2020 (Bron HDSR)
Fig. 4.15, Legger regionale waterkeringen 2020 (Bron HDSR)
Verharding: In de huidige situatie is het perceel 1049 m2 verhard. (perceelafmeting ca. 1370 m2 groot) In de nieuwe situatie wordt volgens het inrichtingsplan 848 m2 verhard, dit is 201m2 minder verharding (figuur 2.5: Nieuwe situatie en figuur 2.6 inrichtingsplan). Dit is een positieve Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
45
ontwikkeling, door afname van de verharding ontstaat een betere infiltratie van overtollig hemelwater in de bodem. Het plan voldoet aan het uitgangspunt dat het gebied hydrologisch neutraal moet worden ontwikkeld met als doel dat de planontwikkeling geen gevolgen heeft voor het grond- en oppervlaktewater en de waterkwaliteit. Het plangebied wordt in hoofdzaak begrensd door een primaire watergang aan de noordzijde van het perceel. Deze watergangen hebben een beschermingszone van type B. Het betreffende perceel ligt aan de primaire watergang ‘De IJssel’. Deze watergang met bijbehorende beschermingszone 1,25 ligt buiten het onderhavige plan. Voor het realiseren van een nieuwe vrijstaande woning dienteen watervergunning worden aangevraagd. Als uitvloeisel van onderhavig bestemmingsplan zal sprake zijn van een afname van afwaterend oppervlak door de sloop van de bestaande loods. Voorts worden geen watergangen gedempt. De hoeveelheid oppervlaktewater blijft in beginsel gelijk. Voor wat betreft het aspect waterkwaliteit zullen er uitsluitend niet uitlogende bouwmaterialen worden toegepast welke voldoen aan het Besluit bodemkwaliteit. Op deze wijze wordt diffuse verontreiniging van het oppervlaktewater voorkomen. Bouwen in waterkeringzone Een gedeelte van de bijbehorende bijgebouwen ten behoeve van de woning wordt gebouwd in de waterkeringszone.
In het kader van het wettelijk vooroverleg is advies ingewonnen bij het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Door het Hoogheemraadschap is aangegeven dat het in dit geval namelijk een significante verbetering betreft ten opzichte van de huidige situatie en daar komt bij dat de nieuwe bebouwing in lijn staat met de naastgelegen bebouwing. Hoogheemraadschap geeft akkoord ten aan zien van de ontwikkelingen. Gezien de ontwikkelingen behoeft er volgens het waterschap geen watercompensatie plaats te vinden. Wel is geadviseerd om hemelwater op eigen terrein te verwerken, hetgeen in de verdere planontwikkeling zal worden opgenomen. Vooroverleg Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden Er heeft overleg plaats gevonden ten aanzien van het plan met het waterschap Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden. In de reactie van het HDSR van 30 september 2021 geeft het waterschap in te stemmen met het plan. Later is er overleg geweest en een mail ontvangen van HDSR op 1-12-2023. In de mails is vermeld dat er nadere afstemming is geweest. De watertoetsing met verhard oppervlakte e.d. is opgenomen in dit paragraaf. Er is voor de kering een verplichting een vergunning aan te vragen bij HDSR zodat nadere afstemming kan plaats vinden. Omdat de nieuwe woning buiten de waterstaatswerkzone wordt gebouwd, alleen een klein gedeelte van de nieuwe bijgebouwen zal in de zone worden gebouwd.
Het nieuwe plan resulteert in een significante verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Het bebouwd oppervlak ter plaatse van deze zone wordt namelijk aanzienlijk gereduceerd. Geconcludeerd kan worden dat er ten aanzien van het aspect water geen zaken zijn die zich verzetten tegen dit plan.
4.3
Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. Op het plangebied zijn de Parkeernota gemeente Montfoort en het Paraplu bestemmingsplan Parkeernormen Montfoort van toepassing. Parkeren Voor de nieuwe woning dienen ten minste twee parkeervoorzieningen gerealiseerd te worden op eigen terrein volgens de ‘Parkeernota Parkeernormen Montfoort 2015’. Heeswijk 109A valt in de categorie: wonen – rest bebouwde kom. De grootte van de parkeerplekken wordt omschreven onder paragraaf 4.1 parkeergelegenheid van het Paraplu bestemmingsplan Parkeernormen gemeente Montfoort. De noodzakelijke parkeervraag kan volledig beantwoord worden op eigen terrein. De parkeervoorzieningen worden in het terreininrichtingsplan opgenomen. Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
46
Figuur 4.16, Parkeernota Montfoort 2015.
Verkeer Onderhavig plangebied heeft een eigen bestaande oprit ten behoeve van de nieuw te realiseren woning De bestaande inrit blijft behouden en dient niet te worden aangepast. Infrastructuur en verkeer situatie blijft het zelfde. De herbestemming van het perceel 1741 van bedrijfsdoeleinden ten behoeve van de bestemming wonen met aanduiding kantoor zal resulteren in een reductie van het aantal verkeersbewegingen op de Heeswijk (Provincialeweg N228). Aangezien de bestemming van het perceel veranderd van de bestemming bedrijf naar de bestemming wonen. Planspecifiek Dit aspect vormt derhalve geen belemmering en er is geen nader onderzoek nodig. vormt geen belemmering en er is geen nader onderzoek nodig.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
47
4.4
Ecologie Op 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Doelen van de Wet natuurbescherming zijn het beschermen en ontwikkelen van de natuur, het behouden en herstellen van biologische diversiteit en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur en het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen. De Wet Natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. In de wet blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden vrijwel hetzelfde. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is komen te vervallen. Wel kunnen provincies ervoor kiezen om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische hoofdstructuur (EHS) of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of landschap. Door de Watersnip Advies is er een onderzoek op locatie uitgevoerd en verwoord in een Quickscan zie bijlage, rapport met kenmerk 20A024, 26 maart 2021. Een beknopte weergave hiervan is hieronder weergegeven. Plan specifiek Het plangebied aan de Heeswijk 109A maakt geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied of een bijzonder provinciaal natuurmonument.
Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied, ‘Uiterwaarden Lek’, bevindt zich op een afstand van circa 8 km ten westen van het plangebied. Het Natura2000-gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & de Haeck’ bevindt zich op 13,8 km van het plangebied.
Figuur 4.17, Natura2000 kaart ten opzichte van plangebied (bron: www.natura2000.nl)
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
48
Stikstofdepositie Uit: Woningbouw en Natura 2000 Vuistregels bij het beoordelen van stikstofdepositie (J.T.B. Cardinaals, 2019). De realisatie van een bestemmingsplan voor woningbouw kan bijdragen aan de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Een te hoge stikstofdepositie kan gevolgen hebben voor de voor stikstof gevoelige natuur in Natura 2000-gebieden. Tot 29 mei 2019 vormde het PAS (Programma Aanpak Stikstof) het toetsingskader voor woningbouw en andere plannen of projecten. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State het PAS onverbindend verklaard. Hierdoor kan van dit instrument, niet langer gebruik worden gemaakt. Hierdoor is voor veel woningbouwplannen onduidelijkheid ontstaan omtrent de vergunningverlening en hoe om te gaan met de veelal beperkte bijdrage aan de stikstofdepositie als gevolg van deze plannen. Hoewel er bij de realisatie en het gebruik van nieuwe woningen sprake zal zijn van emissie van stikstof, hoeft dit niet altijd tot problemen voor natuur in Natura 2000-gebieden te leiden. De Directie Ruimtelijke Ordening van het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft gevraagd vuistregels op te stellen om in een vroegtijdig stadium van de planvorming een eerste indicatie te geven van de risico’s op effecten op Natura 2000-gebieden. Niet het hele PAS is onverbindend verklaard maar uitsluitend de passende beoordeling het programma.
Deze ‘vuistregels’ zijn opgesteld voor kleinschalige woningbouwplannen, dat wil zeggen woningbouwplannen met een omvang van enkele tientallen woningen. De effectafstanden zijn berekend voor één tot 500 woningen. Het betreft plannen voor nieuwe woningen waarbij ‘gasloos bouwen’ het uitgangspunt is. Dit betekent dat bij het gebruik van de woning (verwarmen, koken etc.) geen emissie van stikstof optreedt, maar de emissie een gevolg is van het woon-werkverkeer en andere verkeersbewegingen, sfeerverwarming (bijvoorbeeld open haard en BBQ) en de aanwezigheid van mensen en huisdieren. Ook tijdens de bouwfase kan stikstof vrijkomen, door toepassing van machines met verbrandingsmotoren en door transport van bouwmaterialen en bouwafval. Woningbouwplannen kunnen allerlei typen van woningen omvatten, maar in de vuistregels is uitgegaan van vrijstaande woningen, rijtjeswoningen en appartementen. Aan deze categorieën is voor het gebruik een aantal verkeersbewegingen gekoppeld op basis van CROW-kentallen (CROW 2018). Als het aantal verkeersbewegingen bekend is, kunnen ook plannen met combinaties van deze categorieën worden beoordeeld. In onderstaande afbeelding is de minimale afstand tot een Natura 2000-gebied weergegeven voor de bouwfase van woningbouwplannen waarbij geen sprake is van depositie op het Natura 2000gebied.
Figuur 4.18, Effectafstanden waarbij de depositie in de bouwfase 0,00 mol N/ha/jr
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
49
Planspecifiek Het onderhavige plan geeft geen negatieve gevolgen aan het Natura 2000-gebied de ‘Uiterwaarden Lek’. Het Natura 2000-gebied ligt op 8,5 km ten zuiden van de planlocatie. Het initiatief is te vergelijken met 1 grondgebonden woning. De effectafstand ligt in de aanleg- en realisatiefase op respectievelijk 0,9 en 0,6km. Het initiatief ligt op 8,5km van het Natura 2000-gebied. De afstand van plan locatie tot het dichtstbijzijnde plangebied voldoet ruimschoots aan de genoemde minimale effect afstand. Het initiatief zal tijdens de realisatiefase in het Natura 2000-gebied niet leiden tot deposities boven 0,00mol/ha/jr. Gezien de geringe omvang van het project met een minimale stikstof depositie in combinatie met een grote afstand tot het dichtst bij zijnde Natura 2000-gebied, kan hiermee worden geconcludeerd dat er geen significante gevolgen voortkomen uit het voorliggende plan. Voor het initiatief is geen Aerius-berekening benodigd. Mocht er een bezwaar / zienswijze worden ingediend. Dient er alsnog een aerius-berekening te worden opgesteld om aan te tonen, dat er daadwerkelijk geen stikstof depositie optreed door het voorliggend plan.
Figuur 4.16: Vervoersbewegingen per dag
Figuur 4.19, Vervoersbewegingen per dag
Uitspraak Raad van State (ABRvS) Op 2 november 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak geoordeeld dat de bouwvrijstelling (ingang 1 juli 2021) stikstof niet voldoet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan daardoor niet anders dan constateren dat die bouwvrijstelling niet gebruikt mag worden bij bouwprojecten. De vrijstelling behelsde dat alleen de stikstof depositie tijdens de gebruiksfase een rol speelde. De stikstof depositie tijdens de bouwfase werd als tijdelijk beschouwd. Hoewel de bouwvrijstelling van tafel is, betekent dat niet dat er nu een algehele bouwstop geldt. Net als in de situatie vóórdat de bouwvrijstelling werd ingevoerd, moet per project onderzoek worden gedaan naar de mogelijke gevolgen van de uitstoot van stikstof. Ecologisch onderzoeksbureau Watersnip heeft onderzoek verricht ten aanzien van de stikstof depositie, die optreed tijdens de gebruiksfase en de aanlegfase van voor het realiseren van de woning aan Heeswijk 109A te Montfoort. Gezien de niet significante hoeveelheid stikstof depositie en de afstand tot de Natura 2000 voldoet onderhavig plan aan de gestelde normen ten aanzien van stikstofdepositie (artikel 3 Habitatrichtlijn). De uitspraak van de Raad van State doet geen afbreuk aan de bestaande stikstof normering en de manier van toetsen gesteld aan bouwprojecten in Nederland.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
50
Het Natuurnetwerk Nederland, in de wet benoemd als de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een netwerk van natuurgebieden in Nederland om de biodiversiteit te behouden en te versterken. Via dit netwerk kunnen planten en dieren zich verspreiden, waardoor de kans op uitsterven of inteelt verkleind wordt. De NNN bestaat uit: • Natura 2000 gebieden; • bestaande natuurgebieden, zoals de Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, die beheerd worden volgen agrarisch natuurbeheer en; • grote wateren, zoals meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en Waddenzee. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van 1990, en via de planologische kernbeslissing Nota Ruimte van de voormalige Ministeries van VROM, LNV, V&W en EZ (2006) voortgezet in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, opgesteld door het Ministerie van I&M (2012). In 1995 werden de doelsoorten en natuurdoeltypen gedefinieerd, die in 2000 werden doorgevoerd in de provinciale plannen. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de uitvoering van de NNN. De natuur in de NNN is beschermd middels een ‘nee, tenzij’-regime.
Binnen de NNN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Eventuele schade moet zoveel mogelijk worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Planspecifiek - Toetsing Natuurnetwerk Nederland (NNN) De planlocatie ligt in de bedrijfsmatige bebouwingsstrook langs de provinciale weg. De planlocatie maakt geen deel uit van een NNN-gebied. Ook zijn er geen bijzondere landschapselementen aanwezig in de planlocatie. De ruimtelijke ingrepen die verband houden met de sloop van de loods en de bouw van de woning zullen vanwege de ligging van de planlocatie geen schade veroorzaken aan de NNN.
Figuur 4.20, Bescherming leefgebieden, Natuurnetwerk Nederland en Groene contour (Utrecht, Ruimtelijke plannen.Provincie Utrecht, 2021).
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
51
Landschap Groene Hart Uit: (Landschap Groene Hart, 2021) Het Utrechtse deel van het Groene Hart heeft een zeer divers landschap met tegenstellingen. Rust en weidse open weidegebieden zijn de essentie, maar er zijn ook dynamische zones met economische dragers en transportassen. Vroeger waren dat vooral de rivieren en hun oevers, tegenwoordig zijn dat wegen, spoorlijnen en kanalen. Naast de openheid heeft de aanleg van buitenplaatsen geleid tot landschappen met monumentale bebouwing en oude parkbossen, die juist intiem en besloten zijn. In het Groene Hart vinden we verder naast groen ook boerderijlinten, dorpen en grotere steden als Woerden en Mijdrecht. Nationaal Landschap het Groene Hart vervult een belangrijke functie als recreatiegebied voor de steden die er omheenliggen en ontleent daar mede haar bestaansrecht aan. Deze recreatieve functie zorgt voor reuring. Kernkwaliteiten - openheid - (veen)weidekarakter, inclusief strokenverkaveling, lintbebouwing, etc. - landschappelijke diversiteit - rust en stilte Centraal staat het versterken van de diversiteit op het schaalniveau van de verschillende typen landschap. Daarbij worden de kernkwaliteiten gerespecteerd en benut om de contrasten tussen de verschillende typen landschap te behouden en versterken.
De focus ligt op het behouden, benutten en versterken van de contrasten tussen: - openheid en intimiteit - rust en reuring - oude en nieuwe overgangen Met de sloop van de loods en bouw van een woning worden geen kernwaarden van het landschap Groene Hart aangetast. Bescherming houtopstanden (Wnb 2017) De planlocatie ligt buiten de bebouwde kom van de kern Montfoort in de gemeente Montfoort. Er is geen sprake van het kappen van houtopstanden. De herplantplicht (bomenkappen, 2021) in het kader van de Wet Natuurbescherming is daarom niet aan de orde.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
52
Veldonderzoek Watersnip Op 22 maart 2021 heeft een gekwalificeerde medewerker van Watersnip Advies een Flora en fauna-inventarisatie verricht in het plangebied. Hierbij werd met name gelet op het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Daarnaast zijn de verschillende biotopen binnen het plangebied beoordeeld met betrekking tot potentieel voorkomende beschermde soorten. Uitsluiting verblijfsplaatsen voor vleermuizen onder de gevelbeplating: De trespaplaten zijn strak tegen de gevel geplaatst. De platen lopen hoog door tot onder de daklijst en dakgoot. Tussen de platen, van boven naar beneden zit profiel waarop de platen zijn bevestigd. Tussen de platen is geen toegang naar de ruimte achter de panelen. De trespaplaten kennen flinke temperatuurswisselingen; vleermuizen verblijven niet op dergelijke locaties. Aan de buitenranden rondom is de overgang gevel – trespaplaat afgevuld met PUR schuim. Van onderaf is de PUR zichtbaar. Op diverse locaties komt de PUR onder de trespaplaat uit. De PUR zit er al enige tijd. Dit is zichtbaar door enige verwering. Langs de gevel en op de grond zijn geen resten aanwezig die duiden op recente toepassing van PUR. Het verblijf van vleermuizen achter de trespaplaten is uitgesloten. Uitsluiting verblijfsplaatsen voor vleermuizen onder de gevelbeplating: De trespaplaten zijn strak tegen de gevel geplaatst.
De platen lopen hoog door tot onder de daklijst en dakgoot. Tussen de platen, van boven naar beneden zit profiel waarop de platen zijn bevestigd. Tussen de platen is geen toegang naar de ruimte achter de panelen. De trespaplaten kennen flinke temperatuurswisselingen; vleermuizen verblijven niet op dergelijke locaties. Aan de buitenranden rondom is de overgang gevel – trespaplaat afgevuld met PUR schuim. Van onderaf is de PUR zichtbaar. Op diverse locaties komt de PUR onder de trespaplaat uit. De PUR zit er al enige tijd. Dit is zichtbaar door enige verwering. Langs de gevel en op de grond zijn geen resten aanwezig die duiden op recente toepassing van PUR. Het verblijf van vleermuizen achter de trespaplaten is uitgesloten. Conclusie flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. Er vinden geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot beschermde plantensoorten. Conclusie fauna
Figuur 4.21, categorieën soortbescherming en verbodsbepalingen
Conclusie vogels Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
53
Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. - Indien een nest in aanbouw of een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. - Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels. Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten of geschikte locaties voor jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Het dak is niet geschikt voor andere vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals roofvogels en uilensoorten. Jaarrond beschermde nesten worden daarom niet verwacht binnen het plangebied. Er vinden geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot vogels. Conclusie vissen Door het ontbreken van geschikt biotoop en het niet voorkomen van beschermde vissoorten, vinden er geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot vissen. Conclusie amfibieën Voor de algemene soort Bastaardkikker uit de categorie ‘Wnb-andere soorten’ geldt een algemene vrijstelling. De Heikikker komt niet voor vanwege het ontbreken van geschikt habitat. Het terrein wordt netjes onderhouden.
Een dergelijk terrein is niet aantrekkelijk voor de Rugstreeppad. Deze wordt derhalve hier niet verwacht. Er zal met betrekking tot amfibieën geen overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming plaatsvinden. Conclusie reptielen Er zijn binnen het plangebied geen beschermde reptielensoorten aangetroffen. Er is binnen het plangebied ook geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde reptielensoorten. Er vinden geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot beschermde reptielensoorten. Conclusie grondgebonden zoogdieren Voor de Bunzing, Egel en Haas geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de provincie Utrecht. Tijdens het veldbezoek zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen. Door het ontbreken van geschikt habitat en het niet voorkomen van beschermde grondgebonden zoogdieren, vinden er geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot grondgebonden zoogdieren. Conclusie vleermuizen Door het ontbreken van bomen op de planlocatie komen de boombewonende soorten Gewone grootoorvleermuis, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis en Watervleermuis niet voor in het plangebied.
Door het ontbreken van foerageergebied in de directe omgeving van de loods en door de bouwkundige staat van de loods die ongeschikt is voor gebouw bewonende vleermuizen komen ook de Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger en Tweekleurige vleermuis niet voor in het plangebied. Met de sloop van de loods en bouw van de woning zullen door het ontbreken van geschikt habitat geen verbodsovertredingen plaatsvinden in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot vleermuizen. Conclusie overige beschermde soorten Door het ontbreken van overige beschermde soorten en geschikt habitat, vinden er geen verbodsovertredingen plaats in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot overige beschermde soorten.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
54
Geen aanvullende maatregelen vereist Er zijn geen bomen en struiken in het plangebied. In de loods zijn geen nesten aangetroffen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Algemene zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Aanbevelingen Uit de bureaustudie is gebleken dat binnen een afstand van 1km vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde nesten zijn waargenomen. Bij de woning aan de westzijde zijn Huismussen aangetroffen. Het wordt aanbevolen om in de nieuwe woning verblijfsruimtes voor vleermuizen en huismussen in te bouwen. Indien een dakpannen dak wordt geplaatst, houd dan de onderste twee rijen bereikbaar voor broedende mussen.
Er zijn tegenwoordig vele interessante mogelijkheden voor het creëren van ruimtes voor vogels en vleermuizen op de markt. Er zijn diverse modellen kasten in omloop. Via de website vleermuiskasten.nl is een goed overzicht te verkrijgen. De plaatsing in de gevel is verschillend. Enkele aanbieders zijn: Faunaprojecten.nl, Veldshop.nl, Vivarapro.nl.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
55
4.5
Archeologie en cultuurhistorie Wettelijk kader archeologie In artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in de toelichting van een ruimtelijk plan ten minste een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Met deze wetswijziging wordt de huidige Monumentenwet 1988 opgesplitst: een gedeelte (dat ziet op de fysieke leefomgeving) zal opgaan in de Omgevingswet, het overige gedeelte is opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet. Daarbij is voorzien in overgangsrecht. De bedoeling is dat in de Erfgoedwet een betere integratie met verschillende soorten erfgoed komt. Daarnaast worden de procedures uniformer en daarmee overzichtelijker. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 met betrekking tot de fysieke leefomgeving, worden opgenomen in de Omgevingswet. De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, komen in de Omgevingswet terecht en zijn dus niet in de Erfgoedwet geregeld. Hierbij wordt wel als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet.
De inwerkingtreding van de Omgevingswet staat gepland voor 2021. Voor de onderdelen die in de Omgevingswet zullen worden opgenomen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016 - 2021. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die naar de Omgevingswet over zullen gaan, blijven van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt. Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening moet worden gehouden. De gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afwegen ten opzichte van andere belangen, de belangen van de burger en van de gemeente. De gemeente Montfoort heeft een archeologiebeleid opgesteld. In de beleidsnota geeft de gemeente aan hoe zij invulling geeft aan haar rol van bevoegd gezag, de reikwijdte en ambities van het beleid en de uitvoering daarvan. Naast een beleidsnota is een beleidskaart opgesteld. Deze kaart bestaat uit een samenhangend pakket van kaarten en een toelichting, die tezamen de noodzakelijke informatie bevatten over hoe de gemeente bij besluitvorming over gebruik en inrichting van de ruimte omgaat met "bekende en te verwachten archeologische monumenten". Planspecifiek Het plangebied ligt ten oosten van Montfoort. Volgens de gemeentelijk archeologische verwachtingskaart is er een hoge trefkans te verwachten ten aanzien archeologische vondsten.
Zie ook figuur 4.22 voor de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart. De archeologische verwachtingskaart geeft aan dat een archeologisch onderzoek dient uitgevoerd te worden wanneer de bodemverstoring groter dan 200 m2 betreft en de bodem meer dan 50 cm diep wordt geroerd en heiwerkzaamheden worden verricht. Omdat de archeologische vrijstellingsgrenzen worden overschreden, dient de initiatiefnemer in het kader van de bestemmingsplanwijziging een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft ADC ArcheoProjecten, een bureauonderzoek (zie bijlage, rapport met kenmerk 5795, d.d. 18 mei 2021).
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
56
Figuur 4.22, Archeologische beleidskaart Montfoort 2010 (bron, Geoloket ODRU, projectlocatie binnen de blauwe contour wordt aangegeven met een hoge verwachting).
Bestaande situatie en positionering nieuwe woning Op het perceel bevind zich een bedrijfspand gebouwd in 1992. Volgens archieftekeningen van het bestaande bedrijfspand is de onderkant van de funderingsbalken gelegen op 800 mm minus vloerpeil Het bijbehorende palenplan geeft aan dat er in totaal 58 funderingspalen zijn aangebracht met een diepte variërend tussen de zeven en negen meter minus vloerpeil. De nieuwe woning zal worden gepositioneerd ter plaatse van het bestaande bedrijfspand, gelijk met de voorgevel van het bestaande bedrijfspand. Er zijn destijds een groot aantal funderingspalen aangebracht in de zone van de nieuwe te bouwen woning. De ondergrond ter plaatse van het bestaande bedrijfspand is hierbij in grote mate destijds geroerd en verstoord. Buiten de nieuw te bouwen woning zal het overige gedeelte van de begane grond vloer van te slopen bedrijfshal worden behouden en daarboven zal verharding worden aangebracht. Er zullen verder geen bestaande funderingspalen worden getrokken ten behoeve van de bouw van de nieuwe woning.
Figuur 4.23, Bestaande (links) en nieuwe situatie (rechts).
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
57
Conclusie De eerste, voor het bureauonderzoek opgestelde onderzoeksvraag “Zijn in het plangebied archeologische waarden aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting?” kan als volgt worden beantwoord: Het plangebied bevindt zich op de stroomgordel van de Hollandse IJssel. Deze stroomgordel is actief geweest vanaf 200 tot 1285 n. Chr. In het plangebied zijn ook twee oudere stroomgordels aanwezig, namelijk de Lampsin stroomgordel en de Jutphaas stroomgordel. Deze twee oudere stroomgordels zijn waarschijnlijk geërodeerd door de Hollandse IJssel. Indien de oeverafzettingen van de Hollandse IJssel intact zijn, kunnen hier archeologische resten uit de Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd worden verwacht. Echter in de boorstaten van het eerder uitgevoerde bodemonderzoek19 is gebleken dat op de locatie van de nieuw te bouwen woning zich recente ophogingspakketten bevinden. Daarnaast wordt de nieuwe woning ter plekke van het huidige bedrijfspand gebouwd, waarvan de fundering tot 80 cm -mv reikt. De geplande verstoringen (90 cm-mv). Op de oude kaarten is geen historische bebouwing aanwezig en is het plangebied gelegen in de uiterwaarde van de Hollandse IJssel. Een uiterwaarde staat periodiek onderwater. Hierdoor neemt de verwachting voor archeologische resten voor de Middeleeuwen en Nieuwe tijd af.
Naar verwachting zullen er geen archeologische relevante lagen verstoord. Daarom wordt geadviseerd om geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. De beantwoording van de tweede onderzoeksvraag “Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?” is als volgt: Ja, het plangebied is voldoende onderzocht. Het plangebied kan vrij gegeven worden voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. De melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Montfoort.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
58
4.6
Cultuurhistorische waarden Op 1 januari 2012 zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd in het kader van de Modernisering van de Monumentenzorg. Op basis hiervan dient in alle bestemmingsplannen die vanaf dat moment worden op- en vastgesteld in de toelichting een beschrijving opgenomen te worden van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden (art. 3.1.6 Bro *). In Oudewater zijn de archeologische waarden en verwachtingen geïnventariseerd en verwoord in het archeologiebeleid dat door de raad in maart 2011 werd vastgesteld. De archeologienota biedt hiermee de basis voor vertaling in de verschillende bestemmingsplannen. Naast archeologie dienen nu ook historische (stede)bouwkunde en historische geografie meegenomen te worden in de belangenafweging. Hierbij gaat het zowel om reeds beschermde als niet formeel beschermde, maar wel hoog gewaardeerde objecten en structuren. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is het dan ook belangrijk om in beeld te hebben welke cultuurhistorische waarden zich in het gebied bevinden en hoe de gemeente hier mee omgaat. In de toelichting moet een beschrijving worden opgenomen van de ruimtelijke structuur van het gebied en van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Daarnaast wordt een overzicht gegeven van de wijze waarop de selectie en waardering van de cultuurhistorie in het gebied is uitgevoerd.
Planspecifiek Hoewel het onderhavige plangebied is aangeduid als bewoningslint in de cultuur historische inventarisatie is het plangebied aan de Heeswijk 109A te Montfoort door het bestemmingsplan ‘1e herziening Buitengebied 2012’, niet aangeduid als beschermd stadsgezicht.