Plantoelichting met aangepaste waterparagraaf 22-2-2024
Tekst van het document
21005 Herbestemmen perceel Heeswijk 109A te Montfoort
BESTEMMINGSPLAN HEESWIJK 109A, MONTFOORT
Datum: 13-06-2023 Wijz. A 24-01-2024 waterparagraaf aangepast Wijz. B 22-02-2024 waterparagraaf aangepast Arco Architecten BNA Donkere Gaard 1-4 3421 AS Oudewater Tel: 0348-561607
Inhoudsopgave 1
INLEIDING 1.1 1.2 1.3 1.4
2
AANLEIDING LIGGING PLANGEBIED GELDENDE PLANOLOGISCHE SITUATIE LEESWIJZER
2 2 4 6
PLANBESCHRIJVING / INITIATIEF
7
2.1 2.2 2.3
3
BESCHRIJVING BESTAANDE TOESTAND BESCHRIJVING NIEUWE SITUATIE LANDSCHAPPELIJK INRICHTINGSPLAN
BELEIDSKADER 3.2 RIJKSBELEID 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Barro 3.3 PROVINCIAAL BELEID 3.3.1 Omgevingsvisie Provincie Utrecht 3.3.1 Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht 3.4 GEMEENTELIJK BELEID 3.4.1 Omgevingsvisie Montfoort 2021
4
OMGEVINGSASPECTEN 4.1 MILIEU 4.1.1 Milieueffectrapportage (m.e.r.) 4.1.2 Bodem 4.1.3 Luchtkwaliteit 4.1.4 Geluid 4.1.5 Bedrijven en milieuzonering 4.1.6 Externe veiligheid 4.2 WATER 4.3 VERKEER EN PARKEREN 4.4 ECOLOGIE 4.5 ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE 4.6 CULTUURHISTORISCHE WAARDEN 4.7 OVERIGE REALISERINGS- EN UITVOERINGSASPECTEN
5
2
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING 5.1 5.2 5.3
ALGEMEEN PLANSYSTEMATIEK TOELICHTING AFZONDERLIJKE BESTEMMINGEN
7 10 12
15 15 15 15 16 16 17 19 19
22 22 22 22 27 31 37 41 44 46 48 56 59 60
61 61 61 62
6
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
63
7
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
64
7.1 7.2 7.3
OVERLEG INSPRAAKREACTIES EN BURGERPARTICIPATIE CONCLUSIE
BIJLAGEN
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
64 64 64
65
1
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Op het perceel aan de Heeswijk 109A te Montfoort is de enkelbestemming ‘bedrijf’ aanwezig. De huidige bebouwing op het perceel bestaat uit een loods/schuur. Verder wordt het pand niet bestempeld als gemeentelijk of rijksmonument. De wens is ontstaan om de bestaande bebouwing te slopen en op het perceel een nieuwe woning met bijgebouw te realiseren op een bijbehorend bouwvlak. Het voorliggende bestemmingsplan heeft tot doel om deze bestemmingswijziging te motiveren.
1.2
Ligging plangebied De planlocatie ligt in het ‘1e Herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012’ (vastgesteld op 11-03-2013) aan de Heeswijk 109A te Montfoort. Het plangebied is aangegeven in figuur 1.1 en 1.2. In onderstaande plankaart (figuur 1.1) is het plangebied met een rode stip aangeduid.
Figuur 1.1: Luchtfoto plangebied met omgeving (bron Google Maps, 22-01-2021)
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
2
Figuur 1.2: Luchtfoto plangebied met omgeving (bron kadastrale kaart, 18-08-2020), in geel omkaderd perceel Heeswijk 109A Montfoort
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
3
1.3
Geldende planologische situatie Voor het plangebied geldt het volgende, door de gemeenteraad van Montfoort vastgestelde, bestemmingsplannen: Bestemmingsplan Raadsbesluit
: Bestemmingsplan Buitengebied 2012 : 11 maart 2013
Bestemmingsplan Raadsbesluit
: 1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 : 26 oktober 2016
Bestemmingsplan Raadsbesluit
: Paraplu bestemmingsplan Parkeernormen Montfoort : 29 oktober 2018
Bestemmingsplan Raadsbesluit
: Reparatie 1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 : 13 december 2021
Heeswijk 109A bevat het perceelnummer 1741. Op het perceel is de volgende bestemming van toepassing: de enkelbestemming ‘bedrijf’. Daarnaast wordt het perceel aangeduid met de gebiedsaanduiding ‘wro zone – wijzigingsgebied 3’, de dubbelbestemming ‘archeologisch waardevol gebied 4’ en betreft het de functieaanduidingen ‘bedrijf tot en met categorie 3.1’ en ‘wonen uitgesloten’. Aan de noordzijde van het perceel bevind zich een dubbelbestemming Waterstaat – Waterkering. Aan de zuidzijde van het perceel bevind zich de dubbelbestemming ‘Leiding – gas’. Aangeduide bestemming en functieaanduidingen op de verbeelding te wijzigen in de enkelbestemming ‘Woondoeleinden’ en ‘Tuinen’, mits bepaalde voorwaarden in artikel 42, paragraaf 42.19 ‘Wro-zone-wijzigingsgebied 3’ in acht worden genomen. De dubbelbestemming ‘Leiding – gas’ blijft gehandhaafd.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
4
Figuur 1.3: Uitsnede verbeelding ‘Bestemmingsplan Buitengebied 2012, in blauw omlijnd het desbetreffende perceel.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
5
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de ontstaansgeschiedenis van de desbetreffende locatie uiteengezet. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader verwoord. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 4 omvat de omgevingsaspecten, waaronder verschillende aspecten zoals milieu, water en archeologie. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. Hoofdstuk 5 is gewijd aan de uitvoerbaarheid. Hier wordt ingegaan op de uitkomsten van de inspraak. Hoofdstuk 6 geeft een motivatie van het voorgestelde plan voor de locatie.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
6
2
Planbeschrijving / Initiatief
2.1
Beschrijving bestaande toestand Het perceel waarop het plan betrekking heeft, staat kadastraal bekend als gemeente Linschoten, sectie G, nummer 1741 (figuur 2.1). De bebouwing op de percelen bestaat uit een bedrijfshal (bestemming: ‘bedrijf’) ten behoeve van opslag voor bouwbedrijf Hendrikx en Spruit B.V. Het bestaande bedrijfspand is gebouwd in 1992. Het vigerende bestemmingsplan schrijft voor de bestemming ‘bedrijf’, een maximum goot/bouw hoogte voor van maximaal negen meter. Het overige gedeelte van het terrein is bestraat met klinkers en wordt gebruikt als parkeerplaats. De planlocatie ligt aan de Provincialeweg N228, een bebouwingstrook aan de oostelijke entree van Montfoort. Deze bebouwingsstrook kenmerkt zich door zeer diverse bebouwing, zowel in functie, oriëntatie als omvang. Woningen met bijbehorende erfbebouwing in verschillende omvang en hoogte worden hier afgewisseld door kleine en grote bedrijfsgebouwen waarin uiteenlopende activiteiten plaatsvinden. Aan de noordzijde bevind zich de watergang de Hollandsche IJssel. De bebouwingstrook wordt ontsloten via de Provincialeweg N228.
Figuur 2.1: Bestaande situatie, bedrijfsloods. De gehele kavel betreft de enkelbestemming ‘bedrijf’ en de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 4’. Een evenwijdige strook van het perceel gelegen naast de N228 betreft de dubbelbestemming ‘leiding – gas’.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
7
Figuur 2.2: Foto bestaande situatie – Bron: Google streetview maart 2018
Figuur 2.3: Foto bestaande situatie – Bron: Google streetview maart 2018
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
8
Figuur 2.4: Bouwtekening bestaand bedrijfspand – bouwaanvraag 1992.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
9
2.2
Beschrijving nieuwe situatie De bestaande bedrijfshal op het perceel zal worden gesloopt en een nieuwe woning worden gerealiseerd. Hierbij wordt de bestaande fundering van de bedrijfshal gehandhaafd en de bestaande funderingspalen worden niet getrokken. In de nieuwe situatie zal er een woning worden gerealiseerd ter plaatse van de huidige bedrijfshal. Het nieuwe voorgestelde bestemmingsvlak wonen volgt de contour van de bedrijfshal. Er wordt een nieuwe woning gerealiseerd binnen deze contour. De bestaande begane grond vloer van de bedrijfshal zal worden gehandhaafd buiten de contour van de nieuw te bouwen woning. Het overige gedeelte van het perceel rondom het bouwvlak zal worden bestemd als ‘tuin’ (Heeswijk / zijde). De bedrijfsbestemming op het desbetreffende perceel zal te komen vervallen. De contour van het bestemmingsvlak ‘wonen’ voor Heeswijk 109A zal de contour volgen van de te slopen bebouwing. De dubbelbestemming ‘Leiding – gas’ aan de zuidzijde van het perceel blijft gehandhaafd. Daarnaast bevat het gehele perceel de dubbelbestemming WaardeArcheologie 3. Aan noord zijde van het perceel langs ‘De IJssel’ is een dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ zone aangegeven. Een gedeelte van de bestaande bebouwing valt in de deze waterkeringszone.
Het college B&W hebben in hun vergadering van 10 september 2019 besloten om medewerking te verlenen aan de omzetting van de bedrijfsbestemming naar een woonbestemming, mits een aantal voorwaarden wordt voldaan: a) er een maximum omvang van 800m3 geldt betreffende de woning; b) er een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld wordt en middels voorwaardelijke verplichting geborgd wordt; c) de kantoorfunctie ondergeschikt is aan de woonfunctie en voldoet aan de regels als opgenomen in art. 24 ‘1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012’; d) voor start formele procedure dient aantoonbaar overleg te hebben plaatsgevonden met alle direct aanwonenden. Bovenstaande voorwaarden zijn opgenomen in de planregels van het bestemmingsplan. Daarnaast wordt aangegeven dat een totaal van ten hoogste 50m2 aan bijbehorende bouwwerken mag worden gerealiseerd, het beoogde plan conformeert hieraan. Het bebouwd oppervlak wordt gereduceerd van 514m2 in de bestaande situatie naar 136m2 in de nieuwe situatie. Door het reduceren van het bebouwd oppervlak ontstaat een ruimtelijke kwaliteitswinst. Het college B&W (besluit 10 september 2019) heeft aangegeven om in het postzegelbestemmingplan, een maximale inhoud van 800m3 toe te kennen aan de te realiseren woning aan Heeswijk 109A te Montfoort.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
10
Figuur 2.5: Nieuwe situatie. Het perceel betreft aan de achterzijde de enkelbestemming ‘wonen’ met aanduiding kantoor en aan de voorzijde de bestemming ‘tuin’ en de dubbelbestemming leiding – gas.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
11
2.3
Landschappelijk inrichtingsplan De gemeente Montfoort heeft een positieve grondhouding ten aanzien nieuwe plan ontwikkeling van Heeswijk 109A, mits er ruimtelijke en landschappelijke verbetering ontstaat op de locatie. Voor de voorliggende bestemmingsplan wijziging heeft de gemeente Montfoort, de voorwaarde gesteld om een landschappelijk inrichtingsplan op te stellen en deze ook te waarborgen in het bestemmingsplan. Analyse De nieuw te realiseren woning is gelegen in een stedelijk gebied, zie ook themakaart 9.2 stedelijke functies in stedelijk gebied van de Provincie Utrecht. Het perceel van Heeswijk 109A bevind zich in een gemengd gebied waar woningen en bedrijven elkaar afwisselen. Gezien dit gegeven kan de nieuwe woning met bijbehorend perceel, niet beschouwd worden als typische erf inrichting voor lintbebouwing, gezien het karakter van het desbetreffende gebied. Desondanks kunnen wel bepaalde streekeigen kenmerken gebruikt worden om landschappelijke kwaliteiten te versterken. Doordat de woning verder terug ligt van de openbare weg en de rooilijn van de naastgelegen woning is er een duidelijk herkenbaar voorerf en achtererf aanwezig. Deze twee gebieden kunnen door middel van streekeigen beplanting worden geaccentueerd. Verder zal de bestaande begane grond vloer van de bedrijfshal behouden worden in verband met kostbare saneringskosten van de ondergrond.
Het oppervlak aan verharding wordt aanzienlijk verminderd en goed landschappelijk ingepast. Voor deze landschappelijke inpassing zijn randvoorwaarden opgesteld. Deze randvoorwaarden zijn verbeeld in de schets. Er is enige flexibiliteit in het ontwerp, zolang aan onderstaande randvoorwaarden wordt voldaan. Voorerf - Parkeren ten behoeve van woning realiseren achter nieuw te realiseren boomgaard - Boomgaard met streekeigen hoogstam fruitbomen, bij voorkeur oudhollandse rassen (appel, peer, pruim en kers) - Straatklinkers aanbrengen als verharding - Open formele uitstraling door aanbrengen van rechte inrit met open gazon Achtererf - Ter plaatse van de te behouden begane grond vloer aanbrengen van terrastegels - Op het terras worden bakken geplaatst met leilinden en hortensia’s - Besloten en meer informeel karakter door aanbrengen van groen - In het midden van het terras wordt een verplaatsbare bak geplaatst met een olijfboom - In de volle grond worden langs de erfgrens met de buren twee leilinden geplaatst - Langs de Hollandsche IJssel wordt er buiten de waterkering, een wilg geplaatst Erfafscheidingen - De erfafscheiding tussen Heeswijk 109A en Heeswijk 113 wordt ter plaatse van het voorerf uitgevoerd worden met een laurier haag (2m. hoog) - De erfafscheiding tussen Heeswijk 109A en Heeswijk 113 wordt ter plaatse van het achtererf uitgevoerd worden met een hedra (2m.
hoog) - Aan de westzijde van het perceel tussen Heeswijk 105 en 109A uitgevoerd worden met een schutting van gepotdekselde zwarte planken (2m. hoog). - De erfafscheiding loopt richting de Hollandsche IJssel in hoogte af vanwege open doorzicht langs Hollandsche IJssel.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
12
Figuur 2.6: Landschappelijk inrichtingsplan Heeswijk 109A te Montfoort – Arco Architecten
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
13
Figuur 2.7: erfafscheiding tussen Heeswijk 109A en Heeswijk 113, hedra haag en laurier haag reeds geplaatst.
Figuur 2.8: hortensia’s in bovengrondse bakken
Figuur 2.9: fruitboomgaard (appel, peer, kers en pruim)
Figuur 2.10: leilinden in bovengrondse bakken
Figuur 2.11: wilg
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
14
3
Beleidskader
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is vastgesteld op 11 september 2020 en biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting door middel van de volgende vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonden steden en regio’s en toekomstige ontwikkeling van het landelijk gebied. Daarnaast helpt het NOVI in keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie.
Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. Het NOVI benoemt naast vier prioriteiten, ook 21 nationale belangen waarop de nationale overheid zich op richt. Planspecifiek Het voorliggende bestemmingsplan sluit aan op de onderwerpen benoemd als nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om een perceel met de bestemming bedrijfsdoeleinden te wijzigen naar een perceel met de bestemming woondoeleinden en tuin. Deze passende vervolgfunctie sluit aan bij de bestaande lintbebouwing en is van een dusdanig schaalniveau dat hieruit geen concrete nationale belangen voortkomen. Het rijksbeleid staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
3.1.2
Barro De wetgever heeft in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. Het planinitiatief raakt geen nationale belangen als genoemd in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Vanuit rijksbeleid zijn er derhalve geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
15
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Provincie Utrecht De Omgevingsvisie Provincie Utrecht is op 10 maart 2021 vastgesteld door de Provinciale Staten en is op 1 april 2021 in werking getreden. De omgevingsvisie opgesteld om te zorgen voor een blijvend aantrekkelijke provincie. Via haar ruimtelijk beleid draagt de provincie bij aan een kwalitatief hoogwaardige fysieke leefomgeving, waarin het ook in de toekomst plezierig wonen, werken en recreëren is. De omgevingsvisie geeft de ruimtelijke ambities weer van de provincie Utrecht. Hierin staat welke doelstellingen de provincie van provinciaal belang acht, welk beleid bij deze doelstellingen hoort én hoe dit beleid uitgevoerd wordt. De Omgevingsvisie Provincie Utrecht valt onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op grond van de Wro heeft de Omgevingsvisie Provincie Utrecht alleen een zelfbindende werking. Het is bindend voor de provincie, niet voor andere partijen. De omgevingsvisie zorgt voor doorwerking van het beleid en is bindend voor de gemeenten. De gehele gemeente Montfoort is gelegen in het nationale Landschap het Groene Hart. Voor het Groene Hart wil de provincie Utrecht de volgende kernkwaliteiten behouden en versterken: -
openheid; (veen)weidekarakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.); landschappelijke diversiteit; rust & stilte.
In het ruimtelijke beleid van de provincie Utrecht heeft ruimtelijke kwaliteit een centrale plek. Volgens de provincie Utrecht heeft ruimtelijke kwaliteit betrekking op zowel het behoud van het bestaande als het creëren van nieuwe kwaliteit. De afweging of een ruimtelijke ontwikkeling een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit legt de provincie Utrecht bij de gemeenten. De provincie Utrecht heeft in haar beleid wel geprobeerd aan te geven wat het voor haar om gaat bij ruimtelijke kwaliteit. Ook in het landelijk gebied is kwaliteits(verbetering) een belangrijke opgave, zowel op themaniveau (landschap, landbouw, natuur, cultuurhistorie en recreatie), als op het niveau van ontwikkelingen hiervoor of hierin. In de navolgende opsomming hebben we aspecten opgenomen die een rol kunnen spelen in de drie soorten gebieden. Het is een niet-limitatieve opsomming, bedoeld als inspiratiebron. -
Behoud van landelijke kwaliteiten met aandacht voor landschap, landbouw, natuur, cultuurhistorie en recreatie. Verbeterde condities voor een vitaal economisch functioneren en ruimte voor innovatie. Een stevige en stabiele basis voor landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit. Robuuste eenheden natuur met een wateraanbod dat zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin aansluit bij het beoogde natuurdoeltype. Inrichting is afgestemd op het water- en bodemsysteem. Klimaatbestendige inrichting door bijvoorbeeld ruimte voor waterberging c.q. opslag op te nemen. Goede ontwikkelingsmogelijkheden voor de aan een gebied verbonden functie(s). Een op functie en gebied afgestemde inrichting en mate van openbare toegankelijkheid. Inspelen op de wensen van de bewoners van de stad (waaronder recreatie en regionale voedselproductie). Op passende landschappelijke schaal ruimte voor (het beleven van) dynamiek naast rust en ruimte. Aantrekkelijk voor gebruikers en bezoekers. Een landelijk landschap met goede combinaties van ‘oud’ en ’nieuw’ in landschappelijke structuren, cultuurhistorie, natuur, landbouw en recreatie.
Het instrument van de zogenoemde rode (bebouwings)contouren is neergelegd in paragraaf 4.4 Vitale steden en dorpen. Hierin is vastgelegd dat de verstedelijkingsambities moeten plaatsvinden binnen de rode contouren (stedelijk gebied). Het plangebied is gelegen binnen de rode contour van het ‘1e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012’, zie de aanduiding op figuur 3.1, en daarmee binnen het stedelijke gebied. Met het toevoegen van een woning verdicht lokaal het stedelijke gebied, hetgeen passend is binnen de rode contour en daarmee het realiseren van de binnenstedelijke ambities ondersteunt. Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
16
Figuur 3.1: Themakaart 9.2 Stedelijke functies in stedelijk gebied, Provincie Utrecht -– de project locatie wordt aangegeven met een gele punt en valt binnen stedelijk gebied.
3.3.1
Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht De Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht is op 10 maart 2021 vastgesteld door de Provinciale Staten en is op 1 april 2021 in werking getreden. De Interim Omgevingsverordening bevat algemene regels die gemeenten in acht moeten nemen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In deze verordening staan geen regels die direct doorwerken naar de burgers. Er zijn alleen de algemene regels opgenomen, die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de provinciale belangen. De verordening geeft soms harde ruimtelijke grenzen aan. Soms wordt volstaan met de verplichting om een ruimtelijke keuze voor een bepaald beleidsaspect goed te onderbouwen. Daarnaast bevat de Interim Omgevingsverordening ook regels die voortvloeien uit het Barro. Volgens de verordening bestaan voor kwaliteitsverhoging verschillende mogelijkheden. Binnen bestaande bouwkavels kan worden gedacht aan herstel van waardevolle bebouwing, afbraak van storende bebouwing, sanering van storende functies in samenhang met vestiging van gewenste functies. Op naastgelegen onbebouwde kavels kan worden gedacht aan herstel van waterlopen en landschapsstructuren, herstel van doorzichten en dergelijke. De grootte en verschijningsvorm van de nieuwbouw moet passen binnen het omringende landschap en de bestaande bebouwing.
Cultuurhistorische waarden mogen niet onevenredig aangetast worden en de inhoud van de woning moet aansluiten bij de omliggende bebouwing. Een landschap is geen statisch plaatje: landschap is altijd in ontwikkeling en dynamiek hoort daarin. In het werken met landschapskwaliteit wordt uitgegaan van een samenspel tussen beeld (wat zie je), functies (wat gebeurt er) en robuuste structuren (samenhang, relaties). Voor elke ontwikkeling in het stedelijk gebied moet aansluiting gevonden worden bij de kernkwaliteiten. Het locatie ligt binnen de rode contouren en maakt onderdeel uit van het Stedelijk gebied. In artikel 9.2 stedelijke functies in stedelijk is opgenomen dat een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘Stedelijk gebied’ bestemmingen en regels kan bevatten voor verstedelijking. Het veranderen van een perceel met de bestemming bedrijf naar wonen en tuin inclusief het toevoegen van een nieuwe woning ligt binnen de rode contour van het provinciaal beleid. Hier geldt geen provinciaal belang. Deze ontwikkeling levert een bijdrage aan het vitaal houden van de gemeente Montfoort. Dit is mogelijk door diversiteit in de woningvoorraad, een woningvoorraad die aansluit bij de huidige en op de toekomst gerichte woonwens, doorstroming op de woningmarkt en voldoende huisvesting voor doelgroepen.
De voorliggende ontwikkeling levert een bijdrage aan het hechten en binden en daarmee de vitaliteit van de leefomgeving. De gevraagde woning houdt rekening met de door de provincie geformuleerde uitgangspunten en randvoorwaarden, zoals deze zijn vastgelegd in de (1e herziening) bestemmingsplan buitengebied 2012. Verder worden door de
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
17
realisatie van de woning de belangen van bestaande omringende functies niet onevenredig aangetast. Overstroombaar gebied Op grond van artikel 2.10 van de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht is het plangebied aangeduid als overstroombaar gebied, zie figuur 3.2. Daarbij wordt in artikel 2.10 gesteld dat er rekening gehouden moet worden met overstromingsrisico's. Binnendijks is dit van toepassing op kwetsbare en vitale objecten en woonwijken en bedrijventerreinen. Buitendijks geldt dit ook voor individuele woningen en bedrijven. Het plangebied ligt binnendijks waardoor dit artikel voor onderhavig plan niet van toepassing is.
Figuur 3.2, Overstroombaar gebied kaart, Heeswijk 109A (Interim Omgevingsvergunning Provincie Utrecht).
Landschap Groene Hart Grote delen van de provincie Utrecht liggen in overstroombare gebieden van Nederrijn, Lek en het Eemmeer. Het is belangrijk dat kwetsbare en vitale objecten en grootschalige woonwijken en bedrijventerreinen bestand zijn tegen overstromingen. Voor buitendijkse gebieden geldt dit ook voor kleinschalige woonwijken en bedrijventerreinen. Door een goed bedachte locatiekeuze en inrichting kunnen gevolgen van een overstroming aanzienlijk beperkt worden. In dit kader is de ‘Handreiking Overstromingsrobuust Inrichten’ opgesteld. Met betrekking tot deze gronden stelt artikel 7.9 lid 2 van de Omgevingsverordening dat een ruimtelijk besluit voor gronden bestemmingen en regels moet bevatten ter bescherming van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten. Artikel 7.9 lid 3 van de Omgevingsverordening stelt dat deze gronden geen nieuwe bestemmingen en regels mag bevatten die leiden tot een onevenredige aantasting van in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten. Voorliggend plan omvat alleen de realisatie van maar één woning. Daarnaast blijft het aanzicht van het plangebied grotendeels groen. Geconcludeerd wordt dat er geen kernkwaliteiten worden aangetast.
De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het gestelde in de Omgevingsverordening Binnenstedelijke woningbouw Daarnaast blijkt uit de navolgende afbeelding dat het plangebied in het gebied ligt wat is aangeduid als Stedelijk gebied. Met betrekking tot dit stedelijk gebied stelt artikel 9.15 lid 2 van de Omgevingsverordening dat verstedelijking, en dus woningbouw, mogelijk is. De voorgenomen ontwikkeling betreft het mogelijk maken van één vrijstaande woning. Hiermee is het initiatief passend binnen de Omgevingsverordening Het landschappelijk ontwerp van Heeswijk 109A houdt rekening met de richtlijnen zoals gesteld in de handreiking om zodoende wonen in gebieden met overstromingsrisico’s veiliger te maken. Er wordt een groot bebouwd oppervlak (bedrijfshal) gesloopt. Daarnaast wordt de nieuwe bebouwing verder van de waterkering af geplaatst. Gezien voorgaande is de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met het gestelde in de Interim Omgevingsverordening. Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
18
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Montfoort 2021 De Omgevingsvisie Montfoort is vastgesteld in december 2021. In de Omgevingswet wordt het oude instrument ‘structuurvisie’ vervangen door de ‘omgevingsvisie’. In de omgevingsvisie wordt, ten opzichte van een structuurvisie, met een integrale blik gekeken naar allerlei onderwerpen zoals bijvoorbeeld water, milieu, verkeer en vervoer. Maar ook naar sociaalmaatschappelijke aspecten. De Omgevingsvisie geeft de koers aan voor de ruimtelijke ontwikkeling op de korte en middellange termijn en op de lange termijn. Deze visie bied een ruimtelijk kader voor de gewenste gebiedsgerichte uitwerkingen op gemeentelijk schaalniveau. Lopende projecten worden met elkaar in verband gebracht en nieuwe projecten worden ingezet. De Omgevingsvisie heeft de volgende functies: - de visie biedt een integraal en samenhangend ontwikkelingskader voor de ruimtelijke en programmatische ontwikkeling van Montfoort; - het is een toetsingskader voor de ontwikkeling van deelprojecten; - het zorgt voor communicatie, overleg en afstemming van het beleid op verschillende schaalniveaus, tussen zowel rijk, provincie en de gemeente, als de communicatie tussen het gemeentebestuur en de bevolking.
Figuur 3.3, Deelgebieden gemeente Montfoort, Omgevingsvisie gemeente Montfoort 2021.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
19
Planspecifiek In de Omgevingsvisie Montfoort 2021 bevind zich Heeswijk 109A in de genoemde zone bedrijventerreinen en IJsselzone. Onder hoofdstuk vijf gebiedsprioriteiten wordt het gewenste gebruik van de IJsselzone als volgt omschreven. “In de gehele Hollandse IJsselzone wordt woningbouw in het kader van Ruimte voor Ruimte aangemoedigd. Een (klein) deel van de woningvraag kan worden opgevangen door de linten te intensiveren. We zien hierin ruimte voor functieverandering. Met een minimale impact op het landschap en hierdoor wordt er voortborduurt op de cultuurhistorische manier van uitbreiden in het polder- en rivierenlandschap.” In de Hollandse IJsselzone ligt dus de nadruk op het aantrekkelijker maken van het verblijfsklimaat voor bewoners en recreanten. Het streven is naar een betere landschappelijke inpassing bij verbeteringen aan bestaande bedrijfslocaties. Voor bedrijven met een aan recreatie of natuurontwikkeling gelieerde functie kan een uitzondering worden gemaakt. Het toevoegen van een woon bestemming, gepaard gaande met amovering van voormalige bedrijfsbebouwing en verhardingen voorziet in een verbetering van landschappelijke kwaliteiten. Daarnaast wordt er wonen toegevoegd binnen de rode contour, in lijn met de Omgevingsvisie Montfoort 2021. De planontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsvisie.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
20
3.4.2 Duurzaam bouwen De gemeente Montfoort heeft verklaard duurzaam bouwen als uitgangspunt te nemen bij nieuwbouwprojecten. De gemeente heeft zich aangesloten bij de systematiek van GPR gebouw. Met deze ambitie volgt Montfoort de landelijke ambities gericht op het beperken van de negatieve milieuaspecten in alle fasen van het bouwproces en op het vergroten van de ecologische kwaliteiten van het leefgebied. Het is onwenselijk om nog woningen te bouwen die niet kunnen voldoen aan de duurzaamheidsopgave. Er worden geen woningen meer gebouwd die niet aan de gestelde bouweisen in het duurzaamheidsbeleid voldoen. Er worden daarom slechts nog vergunning verstrekt voor de bouw van nieuwbouwwoningen die energie-neutraal zijn of dat met kleine aanpassingen kunnen worden. Dit houdt in dat tijdens het ontwerp en de bouw van woningen reeds rekening gehouden moet worden met de mogelijkheid tot plaatsing van duurzame oplossingen zoals zonnepanelen, een warmtepomp et cetera. Het doel hiervan is om voortaan slechts nog gasloze, nul-op-de-meter nieuwbouw te realiseren. Om dit te bereiken wordt een duurzaamheidstoets in de bouwvergunning opgenomen. Gasloze woningbouw wordt de norm. De te realiseren woning zal gasloos worden uitgevoerd door toepassing van een hoogwaardig geïsoleerde buitenschil en een duurzame energievoorziening.
Hierbij zal worden aangesloten bij de systematiek van GPR gebouw, waarbij de minimumdoelstellingen per thema (milieu, energie, toekomstwaarde, gebruikskwaliteit en gezondheid) van 7 wordt gehanteerd. De uitvoering volgt hiermee de duurzame ambities van Gemeente Montfoort.
3.4.3 Woonvisie gemeente Montfoort 2019-2030 Op 8 juli 2019 heeft de gemeenteraad de Woonvisie 2019-2030 vastgesteld. In de Woonvisie legt de gemeente Montfoort de prioriteiten van het lokale woonbeleid voor de komende jaren vast. De visie geeft inhoud en richting aan de ontwikkelingen op de woningmarkt. Daarbij wordt concreet ingezet op de komende vijf jaar, met een doorkijk naar de jaren daarna richting 2040, voor wat betreft de lange termijn ontwikkelingen die we in het oog willen houden. De gemeente zet zich in voor de vitaliteit van wonen en leven in Montfoort en Linschoten. Een passend woonaanbod vormt een onderdeel hiervan, binnen de integrale ruimtelijke ontwikkeling van de kernen. De gemeente werkt deze ambitie uit aan de hand van de volgende vijf pijlers: 1. voorzichtige extra groei van de kernen; 2. kernen verschillen in woonmilieus en leefstijlen; 3. voorkomen verdringen kwetsbare groepen op de woningmarkt; 4. toekomstbestendige kernen zijn duurzame en gezonde kernen; en 5. ruimte voor eigen initiatief en innovatie Planspecifiek Afhankelijk van het scenario wil de gemeente wil een voorzichtige extra groei in de kernen van ca. 130 woningen voor de lokale behoefte. Daarnaast wil de gemeente het eigen initiatief van inwoners honoreren. De gemeente biedt ruimte voor eigen initiatieven uit de kernen voor verbetering van de bestaande woningvoorraad.
Met de beoogde ontwikkeling wordt één woning gerealiseerd op bedrijfsgronden. Deze gronden zijn gelegen in het stedelijk gebied. De gemeente wil ook bouwen aan toekomstige bestendige kernen. Een van de doelstellingen is energieneutraal worden in 2050. De beoogde woningen worden gebouwd en zullen voldoen aan normen gesteld in de BENG en zullen gasloos worden gebouwd. Gezien het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de woonvisie van de gemeente Montfoort.
3.4.3 Parkeernota Gemeente Montfoort Op het plangebied zijn de Parkeernota gemeente Montfoort en het Paraplu bestemmingsplan Parkeernormen Montfoort van toepassing. Voor verdere toelichting paragraaf 4.3, verkeer en parkeren.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
21
4
Omgevingsaspecten De uitvoerbaarheid en de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een plan moet ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro) aangetoond worden. Daaronder valt zowel de onderzoekverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, ect.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.
4.1
Milieu
4.1.1
Milieueffectrapportage (m.e.r.) Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage oftewel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.‐ beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in eerste kolom van de zogenaamde D‐lijst van het Besluit milieueffectrapportage. Het realiseren van een woning kan worden aangemerkt als “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen (D11.2)”. De planontwikkeling zit qua omvang ruim onder de drempelwaarden van kolom 2 voor een m.e.r.beoordelingsplichtige activiteit. Op basis van de kenmerken genoemd in Bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particulier projecten' dient te worden gemotiveerd waarom geen m.e.r.‐beoordeling noodzakelijk is voor de beoogde ontwikkeling. Het plan is getoetst aan de volgende kenmerken. • Kenmerken van het project; • Plaats van het project; • Kenmerken van het potentiële effect.
In het kader van de voorliggende ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Per aspect is bepaald of de ontwikkeling gevolgen heeft voor de (milieu)aspecten bedrijven‐ en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodemgeschiktheid, flora‐ en fauna, water, archeologie, cultuurhistorie, verkeer en parkeren. Uit de afweging is gebleken dat de effecten niet van dien aard zijn dat een m.e.r.‐beoordeling aan de orde is. Op grond van het voorgaande zijn belangrijke nadelige milieueffecten uitgesloten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.‐beoordeling niet zinvol wordt geacht. Het besluit om op basis van deze vormvrije m.e.r.‐beoordeling geen verder onderzoek te doen in het kader van het Besluit m.e.r. is een afzonderlijk collegebesluit dat voorafgaand aan of gelijktijdig met de aanvraag omgevingsvergunning zal worden genomen.
4.1.2
Bodem In het kader van een bestemmingsplan moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet Bodembescherming. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij herinrichtingsituaties is doorgaans een bodemonderzoek noodzakelijk in het kader van de Woningwet. De huidige bestemming van het perceel 1741 betreft de bestemming bedrijf. De wens is ontstaan om de bestemming van het perceel te veranderen in de bestemming wonen en tuin. Het bouwvlak wonen zal worden gerealiseerd op de huidige bestemming bedrijf. De herinrichtingsituatie vraagt om een verkennend bodemonderzoek. Van Dijk Geo- en Milieutechniek heeft derhalve een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd en aanvullend bodemonderzoek, zie bijlagen opdrachtnummer 153010 (d.d. 22-07-2021) voor het gehele onderzoek.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
22
Vooronderzoek Het perceel maakt in het verleden uit van het buitenterrein van een steenfabriek. De locatie was gelegen in de meest west gelegen uithoek van het terrein en werd vermoedelijk alleen gebruikt als opslaglocatie. Omstreeks 1992 is het huidige bedrijfspand gerealiseerd. Voorts zijn over de locatie geen bijzonderheden (brandstoftanks, asbest, calamiteiten e.d.) naar voren zijn gekomen die kunnen wijzen op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Uit het historisch onderzoek blijkt dat, voor zover bekend, op of nabij de onderzoekslocatie geen verdachte locaties aanwezig of aanwezig geweest en zijn er geen potentieel bodem belastende activiteiten uitgevoerd. Voor de bestemmingsplan wijziging van het gehele perceel (oppervlakte circa 1.500m2). Op basis van het vooronderzoek wordt ter plaatse van de onderzoekslocatie geen bodemverontreiniging verwacht. Aangezien in 2020 (verkennend bodemonderzoek) enkel de nieuwbouwlocatie (centraal op het perceel) is onderzocht, dient ten behoeve van de bestemmingswijziging en de aanvraag omgevingsvergunning derhalve een aanvullend grondonderzoek (NEN-parameters en asbest) te worden verricht gericht op het gehele perceel. Ten behoeve van het bepalen van het aantal boringen en analyses is uitgegaan van de NEN 5740 (ONV-NL) en NEN 5707 (VED-HE).
Aangezien de kwaliteit van het grondwater in 2020 reeds is vastgelegd, wordt onderzoek hiernaar buiten beschouwing gelaten. Veldwerkzaamheden – verkennend bodemonderzoek Verspreid over de onderzoek locatie zijn in het verkennend bodemonderzoek totaal vier boringen (nr. 1 t/m 4) uitgevoerd. Boring 1 is tot een diepte van 3,0 m-mv verricht en afgewerkt met een peilfilter voor de bemonstering van het ondiepe grondwater. Boring 2 is tot een diepte van 2,0 m-mv uitgevoerd. De boringen 3 en 4 zijn tot 0,5 m-mv verricht, waarbij boring 4 op een diepte van 0,4 mmv is gestaakt op een ondoordringbare puinlaag (vermoedelijk een oude halfverharding). Dezelfde oude halfverharding is eveneens bij boorlocatie 1 aangetroffen op een diepte van 0,5 m-mv tot circa 1,0 m-mv. De boorlocaties zijn op schaal getekend, zie figuur 4.1. Veldwerkzaamheden – aanvullend bodemonderzoek Ten behoeve van het aanvullend bodemonderzoek zijn ter plaatse van het perceel (met uitzondering van het reeds in 2020 onderzochte centrale deel) met behulp van een edelmanboor (diameter 120 mm) in totaal negenboringen (nrs. 5 t/m 13) tot tenminste 10 cm in de onverdachte bodemlaag (tot circa 1,5 m-mv) geplaatst. De opgeboorde puinhoudende grond is naast het boorgat uitgespreid op folie en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van voor asbestverdacht materiaal (plaatjes, brokjes e.d.).
Hierbij is in géén van de boorgaten asbestverdacht materiaal aangetroffen. Ter controle van de zintuiglijke waarnemingen zijn vervolgens in het veld een tweetal grondmengmonsters (code MMAG2; noordzijde [inspectiegaten G5 t/m G9]) en code MMAG3; zuidzijde [inspectiegaten G10 t/m G13]) samengesteld. Omvangsbepaling zware metalen Ten behoeve van de horizontale afperking van de sterke verontreiniging met zware metalen in de puinen sintelhoudende grond, zijn de negen boringen behorende bij het hierboven beschreven aanvullend grondonderzoek gebruikt. Bodemopbouw en zintuigelijke waarnemingen De bodem ter plaatse bestaat uit vanaf maaiveld tot 0,5 m-mv voornamelijk uit zand met daaronder op een diepte van 0,5 m-mv een oude halfverharding met een dikte van circa 0,4m. De oude halfverharding is vermoedelijk in het verleden toegepast toen het perceel onderdeel uitmaakte van het buitenterrein van de steenfabriek. Onder de oude halfverharding bevindt zich een kleilaag dat zich minimaal tot de geboorde diepte van 3,0 m-mv uitstrekt. De kleilaag bevat 0,6 m-mv tot 1,1 mmv een zwakke bijmenging met puin en sintels. Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn aanwijzingen voor de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen (geur, oliefilm, drijf-en of zaklaag) waargenomen.
Het mengmonster van de oudehalfverharding (MMAP1) en het grondmengmonster van de puin- en sintelhoudende kleilaag (MMAG1) zijn geanalyseerd op asbest.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
23
De bodemopbouw is nagenoeg overeenkomstig met de opbouw zoals deze is beschreven in voorgaand verkennend bodemonderzoek (2020). In afwijking hierop is echter op de uiterste noordzijde van het perceel (boorlocaties 8 en 9) sprake van een zwakke bijmenging met puin in de (sterk zandige) kleiige bovenlaag (de dieper gelegen puin- en sintelhoudende bodemlaag is hier niet aanwezig). De bodem is per in het veld te onderscheiden bodemlaag bemonsterd, waarbij in de bovenste twee meter een bemonsteringstraject is aangehouden van ten hoogste 0,5 meter. De per boring verkregen grondmonsters zijn aangegeven in de boorbeschrijvingen (zie volledige rapportage aanvullend bodemonderzoek).
Figuur 4.1, situatie met boorpunten van het verkennend en het aanvullend bodemonderzoek waarbij het volledige perceel is onderzocht.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
24
Grondwatermonsteropname Grondwatermonsteropname is uitgevoerd ter plaatse van het aangebrachte peilfilter. Het afpompen en de bemonstering van het grondwater is uitgevoerd conform NEN 5744:2011. Het betreft hier een goed (verlaging waterstand < 50 cm) toelopend filter, waarbij het filterdeel nog volledig vol met water staat. Derhalve heeft geen beluchting van het te bemonsteren water plaatsgevonden. In totaal is voorafgaand aan de bemonstering 4,5 liter water afgepompt. Het monster heeft als code het nummer van de betreffende boring, aangevuld met de letter A (freatisch grondwater). In het veld, zijn voorafgaand aan de bemonstering, de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid (EC), temperatuur en de troebelbaarheid (NTU), van het bemonsterde grondwater bepaald. In figuur 4.2 is voor het peilfilter naast de voornoemde parameters tevens de grondwaterstand voor afpompen weergegeven.
Figuur 4.2, tabel grondwaterstand
De gemeten zuurgraad (pH), elektrische geleidbaarheid (EC) en troebelbaarheid (< 10 NTU) zijn voor grondwater als normaal te beschouwen. Bespreking analyse uitkomsten grond(meng)monsters Aan de hand van de uitkomsten van de analyseresultaten kunnen de volgende opmerkingen worden gemaakt. In grondmengmonster MM.2 overschrijdt het gehalte aan minerale olie de achtergrondwaarde. Uit de bijbehorende oliechromatogram en oliefractieverdeling (zie bijlagen 5) blijkt dat het vastgestelde gehalte aan minerale olie voornamelijk wordt bepaald door een zwaardere oliesoort (bitumen). In grondmengmonster MM.2 overschrijdt het gehalte aan koper, lood en zink de betrokken interventiewaarde. Uit individuele analyse van de betrokken deelmonsters (1.2 en 2.2) blijkt dat in beide grondmonsters meerdere zware metalen de interventiewaarden overschrijven. Derhalve kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van het onderhavige perceel sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen in de grond. De exacte omvang is vooralsnog onbekend, maar is vermoedelijk ter plaatse van het gehele perceel aanwezig en mogelijk in oostelijk en westelijke richting perceel overschrijdend. In het mengmonster van de oude halfverharding (MMAP1) is sprake van een tussenwaardeoverschrijding voor de parameter nikkel.
In zowel de oude halfverharding als de onderliggende puin- en sintelhoudende kleilaag is analytisch géén asbest vastgesteld. Voor de somparameter PCB in grond (MM.1) en de somparameter dichloortheen in grondwater kan worden opgemerkt dat sprake is van een achtergrond-/streefwaarde overschrijding. Dit is het gevolg van het feit dat de concentratie van de afzonderlijke verbindingen onder detectielimiet liggen; conform de richtlijnen van de AS3000 dient hiertoe na sommatie van de afzonderlijke verbindingen het gehalte gecorrigeerd te worden met een factor 0,7 (zie AS3000, versie 2, paragraaf 2.5). Dit betreft dus een worst-case scenario; in de praktijk is er waarschijnlijk sprake van een lagere concentratie (<A- of S- waarde).
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
25
Conclusies en aanbevelingen Op basis van voorgaand (2020) en onderhavig onderzoek kan worden geconcludeerd dat de zintuiglijk schone zandige toplaag van de bodem ter plaatse van het perceel hooguit licht verontreinigd is met PAK en als gevolg van de AS3000-correctie licht verontreinigd met PCB. Voor een nadere toelichting inzake het licht verhoogde gehalte aan PCB wordt verwezen naar paragraaf 5.4 (zie rapportage aanvullend bodemonderzoek van Dijk Geo- en Mileutechniek). De onderliggende oude halfverharding (0,5-0,9 m-mv) is getoetst als zijnde grond matig verontreinigd met nikkel en licht met kobalt en koper. De zwak puin- en sintelhoudende bodemlaag (0,6-1,5 m-mv) is sterk verontreinigd met meerdere zware metalen en licht met minerale olie (bitumen), PAK en PCB. De diepere zintuiglijk schone kleilaag is licht verontreinigd met enkele zware metalen, minerale olie (PAK), PAK en PCB. Geconcludeerd kan worden dat, met uitzondering van de uiterste noordzijde, ter plaatse van het gehele perceel circa 1.360 m3 grond (de puin- en sintelhoudende bodemlaag van 0,6-1,5 m-mv) sterk verontreinigd is. Derhalve is in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) sprake een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen in de grond. Het geval is mogelijk in oostelijke en westelijke richting perceel overschrijdend.
De oude halfverharding alsmede de zwak puin- en sintelhoudende bodemlaag zijn niet asbesthoudend. In het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen in de grond. Derhalve zal de voorziene herontwikkeling gezien worden als saneringshandeling, waarvoor een saneringsplan (BUS-melding) dient te worden opgesteld. De te treffen saneringsmaatregel is afhankelijk van de exacte plannen en dient nader te worden afgestemd. Na goedkeuring van de BUS-melding door het bevoegd gezag kan onder milieukundige begeleiding met de werkzaamheden (door een gecertificeerde aannemer) worden aangevangen. Op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurde BUS-melding is er doorgaans geen bezwaar tegen afgifte van de Omgevingsvergunning (bouwvergunning). Financiële haalbaarheid en bouwmethode Voor het beoogde plan zal een nieuw bouwput worden uitgegraven op 900mm minus maaiveld, om de nieuwe fundering van de woning te realiseren ter plaatse van de te slopen bedrijfshal. De aanleg diepte van de funderingsbalken van de te slopen bedrijfshal bevindt zich namelijk op 800mm minus maaiveld. Verder wordt de nieuw te bouwen woning 200mm opgehoogd t.o.v. het bestaande maaiveld.
Het nieuwe bebouwd oppervlak betreft 136m2, het overige gedeelte van het vloeroppervlak (378m2) van de te slopen bedrijfshal zal hierbij worden gehandhaafd en dient daarom niet te worden gesaneerd. Voor de woning dient een gesloten betonvloer te worden aangebracht, deze bouwmethode is afdoende om de blootstellingsroutes af te snijden. Voor de bouwput zal er vervuilde grond vrijkomen voor het realiseren van de nieuwe funderingsbalken en de begane grond vloer. Een partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit (AP04) zal alleen van toepassing zijn op eventueel vrijkomende licht verontreinigde grond. De sterk verontreinigde grond komt niet in aanmerking voor hergebruik en dient afgevoerd te worden naar een erkende verwerker/reiniger. Naar verwachting zal de hoeveelheid vrijgekomen grond rond de 75m3 (112,5 ton) bedragen. De kosten voor het afvoeren van de vervuilde grond bedragen ongeveer 65 euro per ton (reinigbare grond). De totale kosten voor het afvoeren van de grond komen dan ongeveer uit op zo’n 7.312 euro. Qua kosten voor de bodemsanering dient tevens rekening te worden gehouden met bijkomende kosten voor de benodigde project- en milieukundige begeleiding alsmede de kosten voor de uitvoering van de bodemsanering door een BRL 7001 gecertificeerde aannemer.
De verwachte kosten volgend uit onderhavige ontwikkeling worden gefinancierd door initiatiefnemer en staan onderhavige ontwikkeling niet in de weg.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
26
4.1.3
Luchtkwaliteit In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen, uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens, rekening gehouden met de luchtkwaliteit. In de Wet Milieubeheer gaat paragraaf 5.2 over luchtkwaliteit. De Wet luchtkwaliteit introduceert het onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 % bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijnstof en stikstofdioxide (1,2 μg/m³) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). 'Kleine' projecten die minder dan 3 % bijdragen, zoals in onderhavig geval, kunnen doorgaan zonder toetsing. Deze kwantitatieve vertaling naar verschillende functies is neergelegd in de Regeling 'niet in betekenende mate bijdragen'. Plan specifiek Een plan voldoet in de regel aan het NIBM-criterium als het minder dan 1500 woningen betreft dan wel als er sprake is van een BVO van maximaal 100.000 m2.
Het onderhevige plan voldoet aan het NIBM-criterium omdat het slechts een woning betreft.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
27
Fijnstof (PM10) De fijnstof (PM10) waarden op de plan locatie bedragen 21-22 microgram/m3 (2018). Naar verwachting zullen PM10 waarden afnemen tot 19-20 microgram/m3 in 2030. De WHO hanteert advieswaarden voor fijn stof (PM10) van 20 microgram per kuub. De huidige fijnstof waarde heeft een hogere waarde dan de WHO advies waarde maar naar verwachting zal de waarde in 2030 dalen onder de gestelde norm. Men kan dan spreken over een goede toekomstige lucht kwaliteit ten behoeve van de te realiseren woning.
Figuur 4.3: Uitsnede Geoloket kaart - fijnstof PM10 2018 – 21-22microgram/m3.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
28
Zeer fijnstof (PM2,5) De zeer fijnstof (PM2,5) waarden op de plan locatie bedragen 13-13,5 microgram/m3 (2018). Naar verwachting zullen PM2,5 waarden afnemen tot 10,5-11 microgram/m3 in 2030. De WHO hanteert advieswaarden voor fijn stof (PM2,5) van 10 microgram per kuub. De huidige PM2,5 waarde overschrijd de advieswaarde van het WHO. Daarentegen is de prognose dat de PM2,5 waarde afnemen in 2030 tot de gestelde advieswaarde. Het is niet met zekerheid te zeggen of daling van PM2,5 waarde zich zal voortzetten na 2030. Er zal een verbetering plaats vinden van de toekomstige lucht kwaliteit maar het is niet met zekerheid te zeggen dat de WHO advies waarde van 10 microgram per kuub zal worden voldaan. Desalniettemin zou men kunnen spreken over een goede toekomstige lucht kwaliteit ten behoeve van te realiseren woningen.
Figuur 4.4: Uitsnede Geoloket kaart - fijnstof PM2,5 2018 – 13-13,5 microgram/m3.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
29
Stikstofdioxide (NO2) De stikstofdioxide (NO2) waarden op de plan locatie bedragen 18-20 microgram/m3 (2018). Naar verwachting zullen NO2 waarden afnemen tot 12-14 microgram/m3 in 2030. De WHO hanteert advieswaarden voor stikstofdioxide (NO2) van 40 microgram per kuub. De huidige NO2 waarde zit ruimschoots onder de advieswaarde van het WHO. Daarnaast is de prognose dat de NO2 waarde verder zal afnemen in 2030. Daarbij zou men kunnen spreken over een goede toekomstige lucht kwaliteit ten behoeve van te realiseren woningen. Zie paragraaf 4.4 ecologie, voor verdere toelichting ten aanzien van de stikstof depositie ten gevolgen van de plan ontwikkeling aan Heeswijk 109A.
Figuur 4.5: Uitsnede Geoloket kaart – stikstofdioxide NO2 2018 – 18-20 microgram/m3.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
30
4.1.4
Geluid De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd (artikel 1 Wgh | per 01-04-2012): - woningen; - geluidsgevoelige terreinen (bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen terrein dat vanwege de bestemming of het gebruik daarvan bijzondere bescherming tegen geluid behoeft); - andere geluidsgevoelige gebouwen (bij algemene maatregel van bestuur als zodanig aangewezen gebouw dat vanwege de bestemming of het gebruik daarvan bijzondere bescherming tegen geluid behoeft, niet zijnde een woning). Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Plan specifiek Een akoestisch onderzoek uitgevoerd door LBP Sight te Nieuwegein. Voor het volledige akoestische onderzoek wegverkeer zie rapportage met kenmerk R074325ad.215OFDJ.fwi d.d. 3 juni 2022. Daarnaast de rapportage voor de karakteristieke geluidwering van de gevel, zie kenmerk rapportage V074325ad.21EF.fwi d.d. 13 oktober 2021. De nieuwe woning past niet binnen de regels van het bestemmingsplan.
Voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor de activiteit “afwijken bestemmingsplan” heeft LBP Sight onderzoek verricht ten aanzien van de geluidbelasting op de gevels vanwege alle akoestisch relevante geluidbronnen. Dit betreft voor deze situatie alleen het wegverkeer op de N228. Het doel van het onderzoek is om te bepalen hoe deze woning met inachtneming van de Wet geluidhinder en het gemeentelijke geluidbeleid gerealiseerd kan worden. De kortste afstand van de nieuwe woning tot de N228 bedraagt circa 35 meter. De nieuwe woning ligt binnen de van toepassing zijnde geluidzone (zie bijlage I Wettelijk kader). Daarom moet de geluidbelasting bepaald worden. Gemeentelijk geluidbeleid Volgens het beleid van de Milieudienst Noordwest Utrecht van november 2010 kunnen hogere waarden worden toegekend wanneer, ondanks de hogere geluidbelasting, een aanvaardbaar akoestisch klimaat wordt gerealiseerd. Om dit doel te bereiken zijn gemeentelijke eisen geformuleerd. De eisen gelden voor alle geluidsoorten (weg/spoor/industrie). De gemeentelijke eisen hebben betrekking op de volgende aspecten: - Geluidluwe zijde De geluidbelasting op de gevel van een geluidluwe zijde bedraagt minder dan de ten hoogste toelaatbare waarden; 48 dB voor wegverkeer, 55 dB voor railverkeer en 50 dB(A) voor industrielawaai.
- Geluidluwe buitenruimte Een woning met één of meerdere buitenruimtes heeft ten minste één geluidluwe buitenruimte. Het geluidniveau in deze buitenruimte van de woning mag (wanneer gelegen aan de bronzijde) niet meer dan 5 dB hoger zijn dan de ten hoogste toelaatbare waarde of de als geluidluw aangemerkte gevel (als de geluidbelasting van deze hoger is dan de ten hoogste toelaatbare waarde). - Woningindeling en gebruik van de woning(en) Elke woning bevat ten minste één slaapkamer aan de geluidluwe zijde. Minimaal 30% van het vloeroppervlak van alle verblijfsgebieden tezamen wordt aan de geluidluwe gevel gesitueerd.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
31
- Afschermende werking Wanneer sprake is van de hoogste of op-één-na-hoogste geluidsklasse (‘Lawaaiig’ of ‘Zeer Onrustig’ uit tabel 2 in hoofdstuk 3), dan wordt de eerstelijns bebouwing ten opzichte van de bron zodanig gesitueerd dat zij bijdraagt aan de afscherming van het erachter gelegen gebied. Wet geluidhinder De berekeningen geven aan dat vanwege het wegverkeer op de N228 de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt ook overschreden. De hoogst, berekende geluidbelasting op de zuidgevel is 60 dB na wettelijke aftrek van 2 dB. De geluidbelasting op de oostgevel is 58 dB na wettelijke aftrek van 2 dB. De maximale ontheffingswaarde wordt op zowel de zuid- als de oostgevel overschreden. De hoogste geluidbelasting op de westgevel is 51 dB na wettelijke aftrek. De maximale ontheffingswaarde wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde wordt overschreden. In principe moeten de gevels waarop de geluidbelasting hoger is dan de maximale ontheffings-waarde doof worden uitgevoerd. Een dove gevel is een gevel met eventueel lichtopeningen die niet geopend kunnen worden. Hierdoor is deze gevel geen gevel volgens de Wet geluidhinder en hoeft de geluidbelasting niet getoetst te worden aan de geluideisen.
Figuur 4.6: Berekende geluidsbelasting vanwege N228 na wettelijke aftrek.
Planspecifiek Voor de nieuw te realiseren woning wordt voldaan aan de regels uit het beleid van de gemeente. Er is sprake van een geluidluwe gevel (noordgevel en de westgevel op de begane grond), aan de geluidluwe gevel grenst ten minste één slaapkamer, geluidluwe buitenruimte grenzend aan de noordgevel van de woning en dat minimaal 30% van het vloeroppervlak van alle verblijfsgebieden tezamen wordt gesitueerd aan de geluidluwe gevel.
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
32
Figuur 4.7: Plattegrond begane grond, dove gevel (rood) en geluidluwe gevel (groen)
Figuur 4.7 geeft binnen de blauwe cirkel in een plattegrond weer waar te openen delen aanwezig mogen/moeten zijn ter plaatse van de woonkamer/keuken. Hiermee kan er voldaan worden aan de vereiste spuiventilatie volgens de eis uit het Bouwbesluit. De zuidgevel die rood is aangeduid mag niet worden voorzien van een te openen delen. De noordgevel van de nieuwe woning is groen aangeduid. Hier is er sprake van een geluidluwe gevel.
Figuur 4.8: Plattegrond eerste verdieping, dove gevel (rood) en geluidluwe gevel (groen)
Bestemmingsplan - Heeswijk 109A te Montfoort
33
Figuur 4.8 geeft binnen de blauwe cirkel in een plattegrond weer waar te openen delen aanwezig mogen/moeten zijn ter plaatse van de slaapkamers. De ruimte “berging/kasten” betreft een niet geluidgevoelige ruimte. Beide slaapkamers hebben één rood aangegeven gevel. Dit betreft een dove gevel. De noordgevel van de nieuwe woning is groen aangeduid. Hier is er sprake van een geluidluwe gevel. Gemeentelijk geluidbeleid Voor de nieuw te realiseren woning wordt voldaan aan de regels uit het beleid van de gemeente. Er is sprake van een geluidluwe gevel (noordgevel en de westgevel op de begane grond), aan de geluidluwe gevel grenst ten minste één slaapkamer, geluidluwe buitenruimte grenzend aan de noordgevel van de woning en dat minimaal 30% van het vloeroppervlak van alle verblijfsgebieden tezamen wordt gesitueerd aan de geluidluwe gevel. Aanvraag hogere waarden De in paragraaf 3.1 (rapportage LBP Insight) genoemde maatregelen zijn onvoldoende doeltreffend en ontmoeten overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard. Bij de gemeente Montfoort wordt een zogenoemde 'hogere waarde' aangevraagd. De maximale ontheffingswaarde bedraagt 53 dB voor de N228. Voor de aanvraag van hogere waarden wordt uitgegaan van de geluidbelasting per weg na toepassing van de aftrek volgens artikel 110g uit de Wet geluidhinder.
Voor de woning geldt een aan te vragen hogere waarde van 51 dB. Deze geluidbelasting is berekend op de 1e verdieping aan de westgevel. Op de zuid- en de oostgevel wordt de maximale ontheffingswaarde overschreden waardoor deze gevel doof wordt uitgevoerd. Een dove gevel wordt niet getoetst aan de Wet geluidhinder. Conclusie – akoestisch wegverkeer Uit het onderzoek van LBP Insight blijkt het volgende: - De hoogst, berekende geluidbelasting vanwege de N228 is 60 dB na wettelijke aftrek van 2 dB en treedt op de zuidgevel op. Hiermee wordt zowel de voorkeursgrenswaarde van 48 dB na wettelijke aftrek als de maximale ontheffingswaarde van 53 dB na wettelijke aftrek overschreden. Ook op de oostgevel wordt de maximale ontheffingswaarde overschreden. Ter plaatse van de noordgevel en de begane grond aan de westgevel is de geluidbelasting lager dan 48 dB na wettelijke aftrek. - De zuidgevel en de oostgevel worden uitgevoerd als een zogenoemde dove gevel. In principe kan er geen voordeur aanwezig zijn in een dove gevel. De ‘entree’ is geen verblijfsruimte en wordt niet gezien als een geluidgevoelige ruimte. Delen die niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte kunnen, in overleg met bevoegd gezag, te openen zijn. - De woonkamer/keuken kan voldoen aan de minimale spuicapaciteit die via de noord- of westgevel kan worden gerealiseerd.