CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2020 gemeente Montfoort definitief.pdf

Raadsvergadering 5 juli 2021, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel Jaarstukken 2020 Montfoort41.886 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Overige verschillen (inclusief afrondingsverschillen). Totale afwijking voor mutaties reserves Geen afwijkingen mutaties reserves Totale afwijking na mutaties reserves

47

17.000 -37.000 -118.000

-42.100

43.200

-500 -58.300

3.000 390.000

-58.300 390.000 (+ voordeel/- nadeel)

Programma’s

Overzicht VPB Financieel overzicht VPB

Bij de definitieve berekening en vaststelling van vpb-aangiften aangaande voorgaande jaren is een teruggave vastgesteld ad € 10.091.

Overzicht Onvoorzien Financieel overzicht onvoorzien

In de programmabegroting 2020 was € 50.000 begroot voor onvoorziene uitgaven. Er zijn geen onvoorziene uitgaven op deze post geboekt.

48

Paragrafen

3 Paragrafen

49

Paragrafen

Paragraaf Lokale heffingen Portefeuillehouder(s): H.J. van Wiggen Algemeen In deze paragraaf wordt een beeld gegeven van de realisatie op het gebied van de gemeentelijke belastingen. Na een samenvatting van de ontwikkeling van de lokale belastingdruk wordt vervolgens per belastingsoort een toelichting gegeven. De gemeente kent de volgende belastingsoorten: - Onroerendezaakbelastingen (OZB/RZB); - Hondenbelasting; - Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht; - Rioolheffingen; - Marktgelden; - Lijkbezorgingrechten; - Leges. Ontwikkeling lokale lastendruk In de tabel hieronder wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de belastingdruk voor een gemiddeld huishouden in Montfoort. Hierbij is aansluiting gezocht bij de berekeningen en rapportages die door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de faculteit Economische Wetenschappen Rijksuniversiteit Groningen jaarlijks worden gemaakt. In deze berekening zijn alleen de belastingen betrokken die voor iedereen van toepassing zijn en dus niet de heffingen van een specifieke belastingplicht. Wijzigingen t.o.v. 2019

Omschrijving 2019 389,85 248,00 228,00 865,85 740,00 117,01

Bedragen in euro's

OZB woningen Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishoudens) Rioolheffing Totaal Gemiddelde alle gemeenten Index belastingcapaciteit (kengetal BBV)

2020 390,55 274,00 241,00 905,55 776,00 116,69

Bedrag 0,70 26,00 13,00 39,70 n.v.t. n.v.t.

in% 0,2% 10,5% 5,7% 4,6% n.v.t. n.v.t.

Toelichting Het kengetal belastingcapaciteit, dat op grond van het gewijzigde BBV dient te worden berekend, geeft aan hoe de lasten van de voornaamste lokale belastingen zich ontwikkelen ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De lasten in het jaar worden afgezet tegen de gemiddelde landelijke lasten van het voorgaande jaar. Als een gemeente het landelijk gemiddelde volgt, dan is in dit kengetal de prijsontwikkeling zichtbaar. Het kengetal laat zien dat de gemeentelijke lasten iets toenemen ten opzichte van de landelijke lasten. Ontwikkeling lokale lasten: ranglijst COELO Door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de faculteit Economische Wetenschappen Rijksuniversiteit Groningen wordt jaarlijks de Atlas van de lokale lasten gepresenteerd. Over het jaar 2020 staat de gemeente Montfoort in deze atlas op plaats 328 van de 377 (deel)gemeenten, oplopend van lage belastingdruk naar hoog, meerpersoonshuishoudens. Woonlast

Bedrag

Bedragen in euro's

2019 866

Netto

2020 906

Rang

Verschil 40

2019 329 van 372

2020 328 van 377

Bron: COELO-rapportage Universiteit Groningen 2020

Uitvoering Wet WOZ en bezwaren De Wet Waardering Onroerende Zaken betreft de waardering van woningen en bedrijven. Behalve het periodiek waarderen, behelst dit ook het analyseren van gerealiseerde verkoopcijfers en huurgegevens, het bijhouden van mutaties in objecten ingevolge van bouwvergunningen en het afhandelen van bezwaar- en beroepschriften gericht tegen de WOZ-beschikkingen. 50

Paragrafen

Tegen de WOZ-beschikkingen zijn over 2020 in 185 bezwaarschriften ingediend. Dit betreft uitsluitend bezwaarschriften waarin de WOZ-waarde wordt betwist. WOZ tijdvak 2017 2018 2019 2020

Waardepeildatum WOZ-bezwaren 1-1-2016 131 1-1-2017 127 1-1-2018 171 1-1-2019 185

Aantal nog in behandeling 0 0 0 0

Aantal afgehandeld 131 127 171 185

Waarvan gegrond 88/67% 69/54% 91/53% 129/69%

Kwijtscheldingsbeleid Als een belastingschuldige als gevolg van financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan op verzoek gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. De normen voor het behandelen van kwijtscheldingsverzoeken worden bepaald door de rijksoverheid. Volgens de Rijksnormen wordt beoordeeld of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. Kwijtschelding wordt verleend met betrekking tot de volgende gemeentelijke belastingsoorten: Onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en de rioolheffingen. De kwijtscheldingen maken deel uit van het minimabeleid, dat onderdeel is van programma Inkomen, jeugd en Wmo. Kwijtscheldingen worden meegenomen bij het bepalen van de heffingen, omdat daar het uitgangspunt van volledige kostendekkendheid geldt. Bij de onroerendezaakbelastingen en de hondenbelasting spelen de lasten geen directe rol bij het bepalen van de tarieven. Het kwijtscheldingsbeleid wordt uitgevoerd door de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR). Zij maken voor het gebruik van de automatische kwijtscheldingen gebruik van het inlichtingenbureau van de VNG. Dit bureau geeft een advies of een huishouden in aanmerking komt voor kwijtschelding. Is het advies positief dan ontvangt dit huishouden automatisch kwijtschelding.

De huishoudens die niet voor automatische kwijtschelding in aanmerking komen, kunnen nog een afzonderlijk verzoek hiertoe indienen bij BSR. Overzicht van de kwijtscheldingen per heffing/belasting: Aantallen verzoeken om kwijtschelding Verzoeken om kwijtschelding

2017 210

2018 195

2019 217

2020 186

Verzoeken toegewezen Verzoeken afgewezen

156 52

154 37

166 40

139 13

Rekening 2019 27.576 28.525 408 56.509

Begroting 2020 24.805 31.570

Rekening 2020 33.115 35.350 339 68.804

Saldo

Kwijtschelding Bedragen in euro's

Totaal bedrag kwijtschelding afvalstoffenheffing Totaal bedrag kwijtschelding rioolheffing Totaal bedrag kwijtschelding extra containers Totaal bedrag

56.375

8.310 3.780 339 12.429

Heffingen en belastingen Onroerendezaakbelasting De grondslag voor de aanslagen onroerendezaakbelastingen is de vastgestelde waarde, (WOZ-waarde) van de onroerende zaak. Nadere informatie over de WOZ vind u hiervoor in het onderdeel “Uitvoering Wet WOZ”. Bij het bepalen van de tarieven die in december 2019 in de belastingverordening worden opgenomen, wordt gerekend met de meest recente verwachting van de waardeontwikkeling. In de begroting 2020 was het uitgangspunt dat de totale baten voor OZB bij gelijkblijvend areaal zouden toenemen met 1,5%. Ten opzichte van 2019 is opbrengststijging gerealiseerd van 2,22%. Dit heeft met uitbreiding van het areaal te maken. Tarieven onroerendezaakbelasting Bedragen in euro's

Gebruikers, niet woningen Eigenaren, woningen Eigenaren, niet woningen

2017 0,2845 0,1425 0,3405

51

Belastingjaar 2018 0,2885 0,1403 0,3453

2019 0,2927 0,1337 0,3497

2020 0,2943 0,1245 0,3510

Paragrafen Begroting en rekening baten Bedragen in euro's

OZB Baten woningen OZB Baten niet woningen Totaal opbrengst

Rekening 2019 2.143.709 1.425.197 3.568.906

Begroting 2020 2.201.180 1.426.796 3.627.976

Rekening 2020 2.175.556 1.472.658 3.648.214

Saldo -25.624 45.862 20.238

Onbenutte belastingcapaciteit OZB De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra middelen die gegenereerd kunnen worden door de tarieven van de gemeentelijke heffingen te verhogen tot het wettelijk toegestane maximum. De onbenutte belastingcapaciteit kan worden berekend door de maximaal toegestane belastingbaten / -tarieven te vergelijken met de belastingbaten / -tarieven in de gemeente. Voor de maximale tarieven wordt gebruik gemaakt van de normen van het zogeheten artikel 12 beleid. Een gemeente met een artikel 12 status is een Nederlandse gemeente die onder financiële curatele is gesteld door het Rijk vanwege een structureel slechte situatie. Deze gemeenten moeten hun tarieven verhogen tot een ‘redelijk peil eigen heffingen’, willen zij in aanmerkingen komen voor rijkssteun. In de meicirculaire is het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 voor 2020 vastgesteld op 0,1853. De berekening van de onbenutte belastingcapaciteit is als volgt: Onbenutte belastingcapaciteit 2020 Belastingcapaciteit in € per 1-1-2020 (specificatie juli '20 gemeentefonds) Maximale ozb-opbrengst (norm art.12: 1,1809% van de WOZ-waarde) Af: ozb opbrengst 2020 Onbenutte belastingcapaciteit

2.064.500.000 3.734.681 3.627.976 106.705

Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing wordt geheven van de bewoner van een eigendom, waarbij huishoudelijke afvalstoffen worden opgehaald. Er is sprake van een tariefdifferentiatie naar gezinsverhouding, wel is er sprake van een reinigingsrecht voor bedrijven. Voor beide heffingen is het uitgangspunt volledige kostendekking. De afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht zijn in 2020 in rekening gebracht door de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR). Met ingang van de programmabegroting 2017 zijn de vernieuwde regels van het BBV toegepast. Voor de lokale heffingen wordt informatie op hoofdlijnen opgenomen van kostendekkendheid. Ten laste van de heffingen mogen alleen die baten en lasten van overhead worden toegerekend die betrekking hebben op het taakveld van de betreffende heffing. Door de sterk stijgende afvalverwerkingskosten blijft de geïnde heffing ook in 2020 achter bij de daadwerkelijke uitgaven. Gevolg hiervan is dat de gerealiseerde kostendekkendheid aan het eind van 2020 uitkomt op 78%. belastingjaar

Afvalstoffenheffing Bedragen in euro's

Tarief eenpersoonshuishouding Tarief meerpersoonshuishouding

Afvalstoffenheffing Bedragen in euro's

Kosten taakveld Inkomsten taakveld, exclusief heffingen Netto kosten product Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW Onttrekking uit voorziening Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen dekkingspercentage

2017 134 218

2018 136 221

2019 152 248

2020 168 274

Wijzigingen t.o.v. 2019 Bedrag in % 16 10,5% 26 10,5%

Rekeniing 2019 1.281.156 -130.539 1.150.617

Begroting 2020 1.423.293 -155.000 1.268.293

Rekening 2020 1.369.951 -99.975 1.269.976

316.939 222.665

221.089 245.635

250.339 231.693

1.690.221

1.735.017

1.752.009

16.992

1.254.969 1.254.969 74%

1.397.088 1.397.088 81%

1.364.754 1.364.754 78%

-32.334

52

Saldo

Paragrafen

Reinigingsrechten Bij niet-huishoudens worden reinigingsrechten in rekening gebracht. Dat is een belasting die wordt geheven voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang. Er is een tarief voor het beschikbaar stellen van een container en een tarief voor elke extra container. Ook reinigingsrechten zijn bestemmingsheffingen, de opbrengsten mogen niet hoger zijn dan de kosten.

Reinigingsrechten Bedragen in euro's

Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen dekkingspercentage

Rekening 2019 29.339

Begroting 2020 34.467

Rekening 2020 28.955

7.258 5.062 41.659 28.093 67%

5.745 6.053 46.265 40.904 88%

5.291 4.964 39.210 29.086 74%

Saldo

-7.056 -11.818

Rioolheffing De rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op het gemeentelijke rioolstelsel. Er is geen sprake van een tariefdifferentiatie naar gezinsverhouding. De rioolheffing wordt in 2020 in rekening gebracht door de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR). Rioolheffing Bedragen in euro's

Tarief per huishouden

Belastingjaar 2018 228

2017 225

Rioolheffing

2019 228

2020 241

Rekening

Begroting

Rekening

Bedragen in euro's

2019

2020

2020

Kosten taakveld

1.032.410

1.155.887

1.175.798

Overhead en personeel inclusief rente

210.979

157.042

215.372

BTW

108.550

98.099

109.223

1.351.940

1.411.029

1.500.393

Wijzigingn t.o.v. 2019 Bedrag in% 13 5,5%

Saldo

Toe te rekenen kosten:

Uitgaven taakveld Onttrekking uit voorziening

-

Opbrengsten heffingen

1.351.939

1.411.028

1.500.393

Opbrengsten heffingen

1.351.939

1.411.028

1.500.393

100%

100%

100%

dekkingspercentage

89.364

89.365

Marktgelden Marktgelden worden geheven voor het huren van een kraam op de wekelijkse marktdag op vrijdag. De tarieven zijn met 1,5 % prijsinflatie verhoogd. Marktgelden Bedragen in euro's

2017

Belastingjaar 2018

2019

2020

Standplaats per dag of gedeelte daarvan per strekkende meter Vaste plaatsen Dagplaatsen Standwerkersplaatsen

2,80 3,36 4,19

2,84 3,41 4,25

2,91 3,49 4,35

2,95 3,54 4,42

Marktgelden Bedragen in euro's

Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen dekkingspercentage

Wijzigingen t.o.v. 2019 Bedrag in %

0,04 0,05 0,07

Rekening 2019 10.250

Begroting 2020 8.582

Rekening 2020 8.493

2.636 1.108 13.994 8.784 63%

1.430 724 10.736 6.327 59%

1.552 636 10.681 7.609 71%

53

1,5% 1,5% 1,5%

Saldo

-55 1.282

Paragrafen

Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten worden geheven voor vergunningen voor graven, bijzettingen en onderhoud van graven. Er is sprake van een uitgebreide tarieventabel. In deze paragraaf wordt volstaan met een opsomming van de meest bepalende tarieven. Met de programmabegroting 2020 zijn de baten met 1,5 % geïndexeerd. Hierbij zijn de tarieven vastgesteld zoals hieronder weergegeven. Lijkbezorgingsrechten Bedragen in euro's

Recht eigen graf 20 jaar Recht urngraf 20 jaar Recht kindergraf 20 jaar Begraafrecht Onderhoud per jaar

Begraafrechten/lijkbezorgingsrechten Bedragen in euro's

Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente Uitgaven taakveld Opbrengsten rechten Totaal opbrengst rechten dekkingspercentage

Belastingjaar 2018 2019 2.723,60 2.788,97 1.360,79 1.393,45 1.360,79 1.393,45 680,39 696,72 -

2017 2.886,00 1.342,00 1.342,00 671,00 79,00

2020 2.830,80 1.414,35 1.414,35 707,17

Rekening 2019 162.299

Begroting 2020 187.332

Rekening 2020 148.187

5.000 167.299 66.590 66.590 40%

31.224 218.556 83.883 83.883 38%

27.079 175.266 67.453 67.453 38%

Wijzigingen t.o.v. 2019 Bedrag in % 41,83 1,5% 20,90 1,5% 20,90 1,5% 10,45 1,5%

Saldo

-43.290 -16.430

Leges De leges worden geheven voor specifieke door de gemeente verstrekte individuele diensten. Voorbeelden hiervan zijn: het verstrekken van paspoorten, voltrekken van huwelijken en afgeven van bouwvergunningen. Er zijn meer dan honderd verschillende diensten en tarieven. Ook ten aanzien van de legestarieven is begroot om deze met het 1,5% prijsinflatiecorrectie te verhogen. Individuele legestarieven kunnen met meer dan 1,5% stijgen. Voorbeelden hiervan zijn de wettelijke vastgestelde tarieven en/of rijksleges, zoals paspoorten en rijbewijzen. De tarieven worden in december door de Raad vastgesteld. Leges Burgerzaken Bedragen in euro's

Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen dekkingspercentage Leges Omgevingsvergunning Bedragen in euro's

Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen dekkingspercentage

Rekenng 2019 454.287

Begroting 2020 466.934

Rekenng 2020 418.014

112.384 5.158 571.830 248.069 43%

80.780 4.633 552.347 252.842 46%

76.386 2.393 496.793 176.595 36%

Rekening 2019 578.128

Begroting 2020 549.257

Rekenng 2020 640.825

143.021 121.407 842.556 357.610 42%

91.949 115.344 756.550 402.302 53%

117.102 134.573 892.500 235.824 26%

54

Saldo

-55.554 -76.247

Saldo

135.949 -166.478

Paragrafen

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Portefeuillehouder(s): H.J. van Wiggen

Algemeen Het weerstandsvermogen van een gemeente is het vermogen om financiële risico’s op te kunnen vangen. Voor een beoordeling van het weerstandsvermogen zijn twee elementen van belang: • De beschikbare weerstandscapaciteit: dit zijn de middelen waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten te dekken die onverwachts en substantieel zijn; • De risico’s die de gemeente loopt, de kans dat deze risico’s zich voordoen en het mogelijke schadebedrag. Beide worden in de deze paragraaf uitgewerkt en dit wordt tweemaal per jaar, bij het opstellen van de begroting en jaarrekening, geactualiseerd. In deze paragraaf zijn ook de kengetallen opgenomen die op grond van het gewijzigde BBV voorgeschreven zijn. Doel van deze kengetallen is eenvoudig inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente. Weerstandscapaciteit We onderscheiden incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit: De incidentele weerstandscapaciteit is het (incidentele) vermogen om calamiteiten eenmalig op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken. Het valt samen met de (algemene) reservepositie. De gemeente heeft ook nog ‘stille’ reserves, in de vorm van vastgoed, gronden en aandelen. Deze zijn niet meegenomen in de omvang van de incidentele weerstandscapaciteit.

Het vastgoed en de gronden zijn over het algemeen in gebruik of verhuurd en kunnen niet snel worden ingezet in het geval zich risico’s voordoen en de gemeente het geld nodig heeft.

Incidentele weerstandscapaciteit per eind 2020 Saldo algemene reserve vóór jaarrekening 2020 Verwachte onttrekking resultaat 2020 (vóór bestemming) Totale incidentele weerstandscapaciteit

3.185.102 -1.347.157 1.837.945

De structurele weerstandscapaciteit: Dit zijn de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Dit is de (potentiële) financiële ruimte voor de gemeente. Zo is een stelpost onvoorzien in de begroting opgenomen. Tot slot kan (in theorie) gebruik gemaakt worden van de onbenutte belastingcapaciteit. De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra middelen die gegenereerd kunnen worden door de tarieven van de gemeentelijke heffingen te verhogen tot het wettelijk toegestane maximum. De onbenutte belastingcapaciteit kan worden berekend door de maximaal toegestane belastingbaten en -tarieven te vergelijken met de belastingbaten en -tarieven in de gemeente. Voor de maximale tarieven wordt gebruik gemaakt van de normen voor het zogeheten artikel 12 beleid. Een gemeente met een artikel 12 status is een Nederlandse gemeente die onder financiële curatele is gesteld door het Rijk vanwege een structureel slechte financiële situatie. Deze gemeenten moeten hun tarieven verhogen tot een ‘redelijk peil eigen heffingen’, willen zij in aanmerking kunnen komen voor rijkssteun. In de meicirculaire 2020 is het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 voor 2020 vastgesteld op 0,1809. Structurele weerstandscapaciteit (in €) Stelpost onvoorzien

50.000

Onbenutte belastingcapaciteit OZB

106.705

Totaal

156.705

55

Paragrafen

Risico’s De risico’s zijn geactualiseerd om een goede actuele inschatting te kunnen maken van de benodigde weerstandscapaciteit. In deze paragraaf wordt kort toegelicht wat het risico inhoudt. De risico’s die relevant zijn voor de paragraaf weerstandsvermogen moeten een financiële omvang hebben van € 20.000 of hoger. De gemeente Montfoort hanteert de volgende criteria voor een risico: - Er moet sprake zijn van oorzaak en gevolg; - De kans dat een gebeurtenis zich voordoet en de mate waarin het gevolg zich voordoet zijn onzeker; - Er moet sprake zijn van enige mate van voorkennis; - Het risico moet een bedreiging / belemmering vormen voor het bereiken van de beleidsdoelstellingen; - Het risico moet financieel kwantificeerbaar zijn. De risico-inschatting wordt per programma bekeken. Bij het signaleren van risico’s wordt gekeken of het risico nog bestaat en of er eventueel nieuwe risico’s gesignaleerd zijn. Wanneer een risico onderkend is wordt aan de hand van bovenstaande criteria gekeken of het risico wordt opgenomen in de risico-lijst. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt hoe groot de kans is dat het risico kan plaatsvinden; waar mogelijk wordt hierbij gekeken naar de ervaringen met het optreden van financiële effecten door het optreden van het benoemde risico in het verleden.

Er zijn tegenwoordig meer uitgebreide risicomanagement-theorieën waarbij analytischer gekeken kan worden naar mate van risico in relatie tot mate van impact. Er zal in de tweede helft van 2021 een start gemaakt worden met het verder uitwerken van het risicobeheersing binnen de organisatie. Eén en ander zal zijn beslag krijgen in de uitwerking van de Nota weerstandsvermogen en Risicomanagement (voorzien voor de raadsvergadering in december 2021). Impact van de corona-crisis De uitbraak van COVID-19 (Corona) eind februari 2020 heeft een enorme impact op ons allemaal. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden. Voor de aanpak van COVID-19 kijken wij wat we, aanvullend op de landelijk maatregelen van het Rijk, kunnen doen. Dit raakt veel beleidsterreinen van onze organisatie. De toekomstige effecten zijn nog moeilijk in te schatten: zo kan het een forse impact hebben binnen het Sociaal Domein. Zo kan gedacht worden aan mogelijke tijdelijke forse stijging van de bijstand door de lockdown of door groeiende zorgvraag bij zowel jongeren als ouderen ten gevolge van vereenzaming door de sociale inperkingen. Vooralsnog blijkt het erg lastig om de toekomstige effecten van deze corona-pandemie om te zetten in een te verwachten risico.

De totale compensatie voor 2020 vanuit het Rijk is nog niet bekend, maar lijkt de gemaakte kosten in redelijke mate te dekken (zie verder de extra paragraaf ‘corona’). Alle compensatiemaatregelen zijn vooralsnog zeer tijdelijk (grotendeels 2020 en een kleine compensatie voor kosten van 2021. De meer structurele compensatie om de langduriger effect en op te vangen zijn nog niet verder uitgewerkt. Om die reden is het zeer moeilijk om een berekening los te laten op het te verwachten financiële risico. We volstaan daarom met het noemen van het risico met daarachter de melding ‘pm’.

Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van kansen dat risico’s zich voordoen, maal het brutobedrag dat ermee gemoeid is. Deze zijn in onderstaande risicoanalyse weergegeven en toegelicht:

56

Paragrafen

Risico

Verstrekte garanties Er zijn diverse gemeentegaranties aan instellingen verstrekt (peildatum 31 december 2020). Het grootste deel hiervan zijn garanties voor woningbouwverenigingen waar de gemeente samen met het Rijk voor 50% een achtervang-positie inneemt. Planschadeclaim De Wet 'Ruimtelijke ordening' biedt burgers de mogelijkheid om planschade te claimen bij de gemeente (artikel 6.1). Eind 2017 is een aanvraagformulier met een claim voor tegemoetkoming planschade ontvangen naar aanleiding van de vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied. Bij de beoordeling van de claim wijzen we een onafhankelijk en deskundig adviseur aan.

Participatiewet uitkeringen (PW) De PW is een open-einde-regeling. Dat houdt in dat eventuele overschrijdingen op deze taak voor risico van de gemeente zijn. Het risico-bedrag is gebaseerd op het totaal aan uitkeringen aan de gemeente volgens de Participatiewet. Toename bijstandsuitkeringen door Corona. Door de Corona-uitbraak is de verwachting dat het aantal bijstandsuitkeringen met een factor 0,20 tot 1 (of meer) kan zal toenemen, door de t-2 vergoedingssystematiek. Vooraf aan Corona werden 103 bijstandsuitkeringen verstrekt. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) excl. decentralisatie De WMO is een open-einde-regeling. Dat houdt in dat eventuele overschrijdingen op deze taak voor risico van de gemeente zijn. Het gaat hierbij met name om huishoudelijke hulp, woon- en vervoersvoorzieningen. Door invoering van het abonnementstarief en loonontwikkeling bij huishoudelijke hulp is de kans groot dat de totale kosten zullen gaan stijgen. Zonder compensatie via de Rijksbijdrage komen deze meerkosten voor rekening van de gemeente. Jeugdzorg De jeugdzorg is een open-einde-regeling. Dat houdt in dat eventuele overschrijdingen op deze taak voor risico van de gemeente is. Het grootste risico’s betreft voornamelijk de complexe dure zorgtrajecten, waarbij incidentele zorgbehoeften tot forse extra uitgaven kunnen leiden.

Bovendien is de zorgvraag ad hoc en is er nog beperkt historisch inzicht in de kostenontwikkeling. Zonder compensatie via de Rijksbijdrage komen eventuele méérkosten voor rekening van de gemeente. Verstrekte leningen Uit hoofde van de publieke taak heeft de gemeente leningen verstrekt aan de Stichting Zwembad, Stichting Kunstgras Montfoort en een voetbalvereniging.

Ondernomen acties en risico inschatting

Beheersmaatregelen

Kans

Bruto

Netto (kans x bruto)

in %

in €

in €

Deze garanties zijn in eerste instantie gegarandeerd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).

In 2020 hebben zich geen problemen voorgedaan rondom de gemeentegaranties. Voor 2021 zijn de bedragen aangepast aan de nieuwe opgave WSW en blijft het risico-% gehandhaafd op 2%

2%

15.674.648

287.700

De beoordeling van deze claim is zeer complex, mede gezien de lange periode waarop deze zaak betrekking heeft. Om inzicht te krijgen wordt een conceptbeoordeling van de claim opgevraagd bij een onafhankelijk deskundige adviseur.

Er is bij een onafhankelijk deskundige adviseur een conceptbeoordeling aangevraagd en ontvangen. Hierin wordt het oordeel gegeven dat in deze casus de claim op planschade onterecht is. In 2019 is er geen uitspraak over de claim gedaan. Het risico schuift door naar 2020. Gezien dit advies is het risico-% laag ingeschat, en handhaven we het risico-% van 5%.

5%

356.345

17.800

Beheersing vindt plaats binnen de GR FermWerk Periodiek ontvangt de gemeente kwartaal- rapportages over realisatie van taken en middelen

Gezien de zeer beperkte gevraagde begrotings- aanpassing door Ferm Werk in 2020 (t.o.v. 2019) is de verwachting dat het gekozen risico percentage passend is.

5%

1.344.233

67.200

Daadwerkelijke trendcijfers worden periodiek gerapporteerd door FermWerk.

Trendrapporten zijn opgevraagd maar oplevering verloopt vertraagd door hoge werkdruk In het kader van Corona is de hoop gevestigd op extra steunvoorzieningen vanuit het Rijk

Toewijzing voor ondersteuning wordt binnen de grenzen van de wet individueel bepaald en gemonitord, waardoor de kosten beheersbaar blijven.

Toewijzing van ondersteuning wordt scherp gemonitord. Het berekende risicobedrag op mogelijke meerkosten voor abonnementen WMO en tariefstijging huishoudelijk hulp wordt voor 2021 geschat op 168.191.

Toewijzing voor ondersteuning wordt binnen de grenzen van de wet individueel bepaald en gemonitord, waardoor de kosten zo beheerst mogelijk blijven.

Het beleid is erop gericht om de leningenportefeuille zo beperkt mogelijk te houden.

57

pm

nntb

10%

1.681.909

168.191

De totale kosten voor jeugdzorg zijn binnen budget gerealiseerd. Toewijzing van ondersteuning wordt scherp gemonitord. De mogelijke meerkosten voor Jeugdzorg worden voor 2020 geschat op 204.764 (op basis van de geschatte gemiddelde kosten van een complexe jeugdzorgvraag).

10%

2.047.638

204.764

Het risicobedrag is gebaseerd op de omvang van de leningen, conform jaarrekening 2019. Gezien de stabiele trend en de beperkte omvang van de portefeuille blijft het percentage gehandhaafd

10%

209.616

21.000

Paragrafen Gemeenschappelijke regelingen De gemeente kan worden geconfronteerd met financiële tegenvallers van verbonden partijen. Door deelname verplicht de gemeente zich namelijk ook om bij te dragen in eventuele extra meerkosten. Op basis van de informatie uit de paragraaf verbonden partijen wordt per verbonden partij ingegaan op de stand van zaken (zie tabel hieronder). Doordat de gemeente steeds meer samenwerkt met andere gemeenten, kunnen de risico’s niet meer zelfstandig beheerst worden. Samenwerking hierin is dus van groot belang, maar ook lastig wanneer er verschillen van inzicht tussen gemeenten rondom de waargenomen risico's zijn. Gemeenschappelijke regelingen met een verschoven debiteurenbeheer, namens de gemeente, kunnen een post dubieuze debiteuren vormen. Conform recente jurisprudentie behoort het vormen van een voorziening ter dekking van dit risico niet bij de GR te worden gedaan, maar bij de opdrachtgever (de gemeente).

Ontvlechting ICT De ontvlechting van de ICT met IJsselstein is in vergevorderd stadium. Het gaat hierbij om de overheveling van de ICTondersteuning naar de nieuwe ICTdienstverlener en om de verrekeningen van de activa met de oude dienstverlener. Voor het laatste deel van deze ontvlechting zijn nog beperkte incidentele middelen noodzakelijk. Bij ICT projecten is de kans op budgetoverschrijding aanwezig.

Corona De financiële gevolgen van de Coronapandemie kunnen, naast incidenteel effect, ook een meer structureel effect hebben voor de gemeente. De omvang van het risico hangt erg af van de ontwikkelingen en resultaten die geboekt worden bij enerzijds de bestrijding van de pandemie en anderzijds de compensatie die geboden wordt door het Rijk om deze financiële effecten op te vangen.

We brengen de risico’s zo goed mogelijk in beeld door de verbonden partijen scherp te monitoren via het accounthouderschap. Het benodigde weerstandsvermogen is gebaseerd op de omvang van de totale bijdrage en niet per regeling bepaald. Toegezonden kadernota's van GR-en worden beoordeeld op de getoonde budgettaire ontwikkeling. Waar noodzakelijk wordt hierop gereageerd via zienswijze en/of afgestemd met de eigen vertegenwoordiger binnen het AB Voor de opdrachtgever is het zicht op de uitvoering van debiteuren-beheer en het beoordelen van risico’s niet inzichtelijk. Een evt. voorziening dubieuze debiteuren kan de gemeente daarom niet onderbouwen met documenten richting accountant ihkv rechtmatigheid

Het door een GR gevraagde extra budget wordt beoordeeld op de parameters voor kostenontwikkeling conform de septembercirculaire. Toegezonden kadernota's van GR-en zijn beoordeeld op de getoonde budgettaire ontwikkeling. Waar noodzakelijk is hierop gereageerd via zienswijze en/of afgestemd met de eigen vertegenwoordiger binnen het AB. De totale budgetmutatie tussen de primaire begroting en de werkelijk kosten bedroeg (6.129.546-/6.316.928=) 187.382 nadeel. Dit valt binnen het vastgestelde risicobudget.

Per GR een ander %

4.774.460

Het opnemen van een noodzakelijke voorziening wordt vervangen door het benoemen van dit punt in de risico-paragraaf Het financiële risico wordt opgevangen binnen het gevormde weerstandsvermogen ten behoeve van de gemeenschappelijke regeling (hierboven)

zie

hierboven

De overheveling wordt projectmatig vormgegeven. Er is hiervoor incidentele capaciteit beschikbaar gesteld, zodat dit niet ten koste gaat van ‘going concern’-taken. De voorbereiding heeft grotendeels al plaatsgevonden. De fysieke / daadwerkelijke migratie moet nog plaatsvinden. DE uitvoering wordt scherp gemonitord en loopt vooralsnog op schema

Voor 2021 wordt nog rekening gehouden met mogelijke onverwachte kosten bij de afronding van de migratie en het opstarten van de dienstverlening.

25%

138.308

34.577

De Corona-effecten zijn grotendeels niet beïnvloedbaar en daardoor moeilijk beheersbaar voor de gemeente. We zijn afhankelijk van het gevoerde Corona-beleid door het rijk en de financiële mogelijkheden die zij heeft om de meerkosten te compenseren.

Corona-gerelateerde uitgaven worden apart geregistreerd. Compensatie op basis van verminderde omzet wordt in eerste instantie als uitgestelde betaling toegekend en o.b.v. aangeleverde jaarcijfers (deels) toegekend en/of teruggevorderd. Ontvangen compensatie wordt geoormerkt ingezet

n.v.t.

n.v.t.

n.n.t.b.

Totaal becijferde risico’s excl. Grondexploitaties

378.986

1.180.218

Grondexploitaties Risico's op grondexploitaties worden grotendeels bepaald door marktontwikkelingen.

De risico’s op de grondexploitaties worden jaarlijks becijferd en verwerkt in het meerjarenprogramma grondbedrijfsfunctie (MPG).

Totaal becijferde risico’s incl. grondexploitaties

2 grexen staat nog open. In 2020 is Voorvliet onder voorbehoud verkocht. De opgenomen verliesvoorziening (210.000) valt vrij ivm dekkende verkoopprijs voor openstaande balanswaarde van de grex.

n.v.t.

n.v.t.

0

1.180.218

Toelichten risicobedrag Verbonden partijen Voor het bepalen van het risico, wat de gemeente loopt naar aanleiding van het deelnemen aan diverse verbonden partijen, wordt per gemeenschappelijke regeling een inschatting gemaakt van het risicobedrag en grootte van het risico in procenten. Hieronder treft u de berekening van dit bedrag aan, het totaal is opgenomen in de inventarisatie van risico’s in de tabel hierboven. 58

Paragrafen

Verbonden partij

Afvalverwijdering Utrecht (AVU) Belasting Samenwerking Rivierlanden (BSR) Gemeentelijke GezondheidsDienst regio Utrecht (GGDrU) Veiligheidsregio Utrecht (VRU) Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek/Lopikerwaard (RHC) Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) Ferm Werk (FW) Totaal

Totale bijdrage in 2020 in € 357.035 237.410 517.592 796.568 60.597 1.429.010 4.346.946 7.745.159

Correctie i.v.m. afzonderlijke geldstromen

Bijdrage t.b.v. risicoberekening in 2020 in €

0 0 0 0 0 0 2.970.699

357.035 237.410 517.592 796.568 60.597 1.429.010 1.376.247 4.774.460

Risico in Risicobedrag % in € 5% 5% 5% 5% 5% 10% 10%

17.852 11.871 25.880 39.828 3.030 142.901 137.625 378.986

Verhouding benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Bij het bepalen van het benodigde weerstandsvermogen wordt aangenomen dat de algemene reserve een minimale omvang van € 1 miljoen moet hebben om risico’s op te kunnen vangen. Dit bedrag is exclusief het risico op grondexploitaties, omdat hiervoor een aparte reserve wordt aangehouden. In bovenstaande tabel is het benodigde bedrag nader onderbouwd en op basis van de beschreven risico’s bepaald op € 1,18 miljoen excl. grondexploitaties. Daarnaast is gekeken naar het weerstandsvermogen als de risico’s en de reserve voor het grondbedrijf wél worden meegenomen. Conform ons financieel beleid moet de factor voor het weerstandsvermogen minimaal 1,5 zijn. Met 1,56 (exclusief grondexploitaties) wordt daar aan voldaan. Hierbij is op basis van de uitkomst van de najaarsrapportage rekening gehouden met een tekort op de jaarrekening 2020 dat, afhankelijk van de uiteindelijke uitkomst van de rekening en de resultaatsbestemming, ten laste van de algemene reserve komt. Exclusief grondexploitaties 1.837.945

Inclusief grondexploitaties 1.837.945

1.180.218

1.180.218

factor weerstandsvermogen

1,56

1,56

ruimte in weerstandscapaciteit

67.619

67.619

Ruimte in weerstandscapaciteit beschikbare weerstandscapaciteit benodigde weerstandscapaciteit

Het beleid omtrent de aanwending van de weerstandscapaciteit Wanneer risico’s zich voordoen kan dit leiden tot kosten voor de gemeente. In zo’n geval wordt mogelijk de financiële positie van de gemeente aangetast en moeten maatregelen worden getroffen om de gewenste situatie weer te bereiken. Het volgende is van toepassing met betrekking tot risicobeheer. 1. Allereerst worden tijdig beheersmaatregelen genomen, zoals het op orde krijgen van processen, de inzet van gekwalificeerd personeel en het verzekeren tegen bepaalde risico’s. 2. Indien beheersmaatregelen niet werken, dan wordt gekeken of de schade uit de daarvoor bedoelde programmabudgetten kan worden betaald, of uit de post onvoorzien. 3. Als dat niet mogelijk of bestuurlijk ongewenst is, dan worden de algemene reserves aangesproken; onderdeel van de algemene reserves is de benodigde weerstandscapaciteit. Hierbij wordt aangegeven op welke wijze gezorgd wordt dat de algemene reserve hoog genoeg blijft voor het opvangen van risico’s. 4. Indien de algemene reserves niet toereikend zijn, zal een beroep worden gedaan op de bestemmingsreserves. Ook in dit geval zal aangegeven worden op welke wijze de reserves worden aangevuld en wat de consequenties zijn voor het voorgenomen beleid. 5.

In het geval de algemene reserves en de bestemmingsreserves tekortschieten, zal de raad voorgesteld worden om de gemeentelijke belasting te verhogen of om te bezuinigen.

59

Paragrafen

Kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt dat gemeenten voortaan een basis set van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarrekening. Doel van deze kengetallen is u op eenvoudige wijze inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente. Het gaat om de volgende kengetallen: - Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. - Solvabiliteitsratio. - Grondexploitatie. - Structurele exploitatieruimte. - Belastingcapaciteit. Rekening 2018

Rekening 2019

Rekening 2020

Netto schuldquote

37,1%

46,0%

57,0%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

36,2%

45,2%

56,4%

Solvabiliteitsratio Grondexploitatie

26,0% 3,7%

19,9% 4,7%

15,1% 5,1%

Structurele exploitatieruimte

3,1%

-5,7%

0,4%

115,6%

117,0%

122,4%

Kengetal

Belastingcapaciteit

Toelichting: Netto schuldquote (inclusief verstrekte leningen en hiervoor gecorrigeerd) Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een normale netto schuldenlast ligt voor gemeenten tussen 0% en 90%. Als de netto schuldquote tussen 90% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog en dient deze niet verder toe te nemen. Een quote boven de 130% wordt algemeen beschouwd als te hoog. Voor Montfoort ligt dit cijfer dus ruim binnen de veilige marge. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer ligt bij gemeenten doorgaans rond de 30%. Voor Montfoort ligt dit kengetal lager dan de norm en laat een dalende trend zien. Dit geeft aan dat de financiële weerbaarheid van de gemeente onder druk staat en de gemeente verhoudingsgewijs te weinig eigen vermogen heeft ten opzichte van de hoeveelheid aangetrokken vreemd vermogen Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten.

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen structurele lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van leningen) te dekken. De structurele exploitatieruimte laat voor de gemeente Montfoort echter een licht positief kengetal zien. Dat betekent dat de gemeente minder structurele lasten dan baten heeft en daardoor niet inteert op het eigen vermogen. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen en of er ruimte is voor nieuw beleid. Een kengetal boven de 100% geeft aan dat de lasten van de gemeente boven het landelijk gemiddelde liggen. Voor de gemeente Montfoort komt het kengetal voor de belastingcapaciteit boven de 100% uit. Dit betekent dat de gemeente minder mogelijkheden

60

Paragrafen

over heeft om via belastingverhoging bij te sturen. Hiermee is de wendbaarheid van de gemeente om tegenvallers op te vangen beperkter dan gemiddeld. Duiding van de kengetallen De kengetallen geven , in hun samenhang, een beeld over hoe de financiële gezondheid van de gemeente ervoor staat. Uit de gepresenteerde kengetallen komt een beeld naar voren van een gemeente die in zwaar weer verkeert: De solvabiliteit neemt steeds verder af. Dit geeft aan dat de gemeente steeds moeilijker aan haar verplichtingen kan voldoen en de verwachting is dat zij steeds vaker vreemd vermogen aan zal moeten trekken om aan alle verplichtingen te voldoen. Dit wordt ook zichtbaar in het lage kengetal voor de structurele exploitatieruimte. Deze indicator geeft aan de er nog maar zeer weinig speelruimte is om (een stijging van) de structurele lasten op te vangen. Deze ontwikkeling wordt ook zichtbaar in het kengetal voor de schuldquote: Het aandeel vreemd vermogen ten opzichte van het totaal vermogen neemt steeds verder toe: in de laatste jaren met ongeveer 10% per jaar. Zorgwekkend voor de ontwikkeling van dit kengetal is dat er nog een groot aantal beleidsvoornemens in de begroting van 2021 zijn vastgesteld door de raad die in de komende jaren nog uitgevoerd zullen gaan worden.

Zo zullen bijvoorbeeld de overname van de openbare verlichting, de bouw van het nieuwe schoolgebouw, de aanleg van nieuwe kunstgrasvelden, herinrichting van de binnenstad, ontwikkeling scoutinggebouw en de voorfinanciering uitvoering woningbouw voor een groot deel niet gefinancierd kunnen worden uit eigen middelen. Hiervoor zal dan ook veel ‘vreemd’ vermogen aangetrokken moeten worden. De verwachting is dan ook dat de schuldquote versneld zal gaan toenemen. Naast toename van het benodigd vreemd vermogen zien we ook een afname van het eigen vermogen. De weerstandsratio (zie aan het begin van deze paragraaf) ) laat zien dat we nu nog voldoende eigen vermogen hebben om de voorziene risico’s af te dekken, maar ook deze indicator neemt snel af (van 4,13 in 2019, naar 1,77 in 2020). De buffer die nog aanwezig is bij de grondexploitatie zal in 2021 verdwijnen doordat dan de laatst aanwezige grondexploitatie zal worden afgesloten. Rest de vraag of de gemeente nog financieel kan bijsturen aan de batenkant: door het verhogen van de eigen inkomsten. Uit het kengetal van de belastingcapaciteit kan men concluderen dat de gemeente hier nauwelijks meer mogelijkheden heeft. Deze indicator staat al ver boven de 100% waaruit blijkt dat de belastingdruk voor de inwoners van de gemeente Montfoort al fors hoger is dan gemiddeld in Nederland.

De beperkte mogelijkheid tot sturing op de baten wordt mede onderbouwd door de zeer beperkte omvang van de nog aanwezige onbenutte belastingcapaciteit (voor 2020 bestaat deze post uit € 106.000 OZB + € 50.000 onvoorzien). Met het vaststellen van de Begroting 2021 is echter vastgesteld dat de OZB vanaf 2021 verder zal mogen/moeten stijgen naar 100% benutting van de beschikbare belastingcapaciteit. Hierdoor heeft de gemeente weinig mogelijkheden meer om via inkomstenkant financieel te kunnen sturen.

61

Paragrafen

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Portefeuillehouder(s): I.A.M. Ten Hagen Inleiding De gemeente heeft kapitaalgoederen zoals wegen, riolering, water, groen, gebouwen en civiele kunstwerken. In deze paragraaf worden de beleidsuitgangspunten (zoals beleidsvoornemens) en de systematiek van het onderhoud van deze kapitaalgoederen beschreven. Hierdoor ontstaat duidelijkheid over de kwaliteit van de diverse objecten, de benodigde financiën en de uitvoeringsplannen. 1. Wegbeheersplan 2017 -2021 2. Baggerplan 2013-2022 3. Beheerplan kunstwerken 2011 – 2021 4. Beheerplan tractie 2013 - 2022 5. Speelbeleidsplan 2013 – 2017 6. Boombeheerplan 2020– 2023 7. Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019 – 2023 8. Beschoeiingen 9. Meerjarenonderhoudsplan gebouwen (MJOP) Wegbeheersplan 2017 - 2021 Beleidskader Het gekozen ambitieniveau is: voldoende op basis van de richtlijnen van het CROW (kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur). In het beheerplan wegen wordt onderscheid gemaakt tussen klein onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen (reconstructie) van wegen. Activiteiten 2020 In 2020 is € 400.000 begroot voor groot onderhoud. Dit is bekostigd uit de reserve voor wegen en is overeenkomstig het beheerplan wegen. Straten, wegen en pleinen die in 2020 opgepakt en onderhouden zijn: Lage kade, Waardsedijk en Roelof de Roverlaan en de weg IJsselveld.

Het is gebruikelijk om de planning van onderhoud met potlood in te tekenen op basis van onafhankelijke, globale visuele weginspecties. Vervolgens stemt de wegbeheerder de uiteindelijke planning en te nemen maatregelen af met alle verschillende disciplines. Dit jaar zijn ook weer de globale visuele weginspecties uitgevoerd. Financiële consequenties Jaarlijks wordt € 300.000 gedoteerd aan de reserve voor wegen (volgens beheerplan). Elk jaar wordt in de begroting bepaald hoeveel de onttrekking uit de reserve in het volgende jaar moet zijn, bijstelling vindt plaats in voorjaars- en najaarsrapportage. Voor 2020 is een onttrekking van € 100.000 geraamd. Een onttrekking van € 300.000 stond al gepland. Dit kan gedekt uit de reserve wegen. Zodoende komt € 400.000 beschikbaar voor groot onderhoud. Baggerplan 2013 - 2022 Voor baggeren is in september 2013 een beheerplan vastgesteld. Ondanks de looptijd van het huidige Baggerplan is geconstateerd dat de inhoud niet actueel meer is en om die reden geactualiseerd moet worden. Beleidskader Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) is verantwoordelijk voor het gehele watersysteem in een groot deel van de provincie, zo ook in Montfoort. De gemeente heeft de verplichting om de gemeentelijke watergangen te onderhouden volgens het Keur van HDSR.

HDSR heeft een grootschalig monitoringprogramma en de gegevens uit het monitoringsprogramma vormen de input voor het beheerplan Baggeren.

62

Paragrafen

Activiteiten 2020 Vanuit HDSR zijn er, aan de hand van de schouwresultaten, diverse watergangen aangewezen die niet voldoen aan de vastgestelde diepgang. Doordat dit meer watergangen waren dan gebruikelijk is, is hier meer tijd en geld in gaan zitten. Het gevolg is dat de planning voor het op stellen van het Baggerplan naar achteren is verschoven. Financiële consequenties Er is geen reserve voor het bagger beschikbaar. Jaarlijks zit er een bedrag in de begroting om jaarlijks een aantal watergangen te schonen. Beheerplan kunstwerken 2011 - 2021 Beleidskader Voor kunstwerken is in september 2013 een beheerplan vastgesteld. In dit plan wordt onderscheid gemaakt tussen klein onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen (reconstructie) van kunstwerken. Activiteiten 2020 Naast regulier onderhoud aan verschillende kunstwerken zijn met het groot onderhoud de bewegingswerken (kaapstaanders) van de sluis vernieuwd. Ter voorbereiding op het vernieuwen en actualiseren van het huidige beheerplan heeft een externe partij de kunstwerken visueel geïnspecteerd. Bij een zestal kunstwerken is geadviseerd om een nader onderzoek uit te voeren naar de onderhoudstoestand. De resultaten van dit onderzoek volgen in het volgende jaar. Financiële consequenties Jaarlijks is er een budget beschikbaar voor onderhoud van de kunstwerken.

Beheerplan tractie 2013 - 2022 Voor de investeringen in tractie en machines loopt het beheerplan tot 2022. Hiermee hebben we inzicht in het planmatig vervangen van tractie en materieel bestemd voor het uitvoeren van werkzaamheden door de buitendienst. Doelstelling van het beheerplan is de tractie en materieel in een goede en veilige staat te houden en te vervangen indien noodzakelijk. Activiteiten 2020 Op basis van het tractieplan zijn er twee pick-ups aangeschaft. Daarnaast heeft de buitendienst een graafmachine aangeschaft voor het zelf kunnen delven van de graven. Financiële consequenties Voor het vervangen van de tractie geldt als uitgangspunt dat vervanging uitsluitend plaats vindt op basis van de theoretische levensduur. Daarnaast worden investeringen boven de € 15.000 geactiveerd en als zodanig in het meerjarig investeringsschema meegenomen. Speelbeleidsplan 2013 - 2017 Beleidskader Vanuit de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) worden eisen gesteld aan de veiligheid van speeltoestellen in de openbare ruimte en het onderhoud van deze speeltoestellen. In het nieuw op te stellen beheerplan wordt in een helder beheerproces ingericht welke efficiënt en realistisch en uiteraard voldoet aan de gestelde eisen. Activiteiten 2020 Dit jaar hebben we de focus gehad op het reguliere onderhoud van de speeltoestellen en de plekken.

Daarnaast zijn er enkele kleine speeltoestellen vervangen. Financiële consequenties Voor de speeltoestellen is een reserve aanwezig. Daarnaast is er budget beschikbaar voor het dagelijks onderhoud van de speeltoestellen.

63

Paragrafen

Boombeheerplan 2020 - 2030 Beleidskader In 2020 is het nieuwe Boombeheerplan opgeleverd. Het beheerplan gaat in op het behoud van de boomstructuren en de individuele en vrijstaande bomen. Het beheerplan geeft aan hoe de beheercyclus van de bomen is ingericht en vertaalt dit naar de kosten voor het onderhoud en vervanging. Via een RIB is het Boombeheerplan met uw raad gedeeld. Financiële consequenties De conclusie van de vertaling van de beheercyclus naar onderhoudskosten is dat er voldoende middelen in de begroting zitten om het klein en groot onderhoud uit te voeren. De vervanging van de bomen is met ingang van 2021 structureel geregeld in de begroting. Gemeentelijk rioleringsplan 2019 - 2023 Beleidskader In september 2019 is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023 vastgesteld. Het GRP is opgesteld in samenwerking met gemeente IJsselstein, Nieuwegein en het waterschap HDSR. In het GRP wordt invulling gegeven aan de planverplichting uit de Wet milieubeheer. Met de inhoud van dit plan wordt de basis gelegd voor de drie zorgplichten, waarvan sinds de intrede van de Wet afbakening en bekostiging gemeentelijke watertaken op 1 januari 2008 (inmiddels opgenomen in de Wet milieubeheer, de Gemeentewet en de Waterwet) sprake van is. Naast de zorgplicht voor afvalwater zijn er nu ook zorgplichten voor hemelwater en grondwater.

Doelen De algemene doelstelling van riolering is bescherming van de volksgezondheid en het waarborgen van de leefomgeving cab de inwoners. Uit de algemene doelen zijn de volgende doelen ontleend, waaraan het systeem moet voldoen: 1. Inzameling van stedelijk afvalwater 2. Transport van afvalwater; 3. Inzameling van hemelwater; 4. Verwerking van ingezameld hemelwater; 5. En zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet belemmerd. Daarnaast is duidelijk dat onderwerpen als klimaatadaptatie, omgevingswet en omgevingsvisie en hittestress invloed hebben op de inhoud en de doelstellingen van het GRP 2019 – 2023. Activiteiten 2020 De volgende acties vanuit het beheerplan zijn opgepakt: - Onderzoek naar wateroverlast op bedrijventerrein IJsselveld; - Groot onderhoud aan het rioolgebouw (gemaal) aan de Verlengde Hoogstraat; - En de aanschaf van een rioolaanhanger. Financiële consequenties De consequenties van het nieuwe GRP 2019- 2023 zijn reeds verwerkt in de begroting. Beschoeiingen Aan groot- en vervangingsonderhoud van de beschoeiingen wordt jaarlijks € 30.000 besteed. Gedurende de afgelopen jaren hebben we hiermee een groot areaal aan beschoeiing kunnen vervangen met duurzame materialen. Activiteiten 2020: De beschoeiing aan de jachthaven Julianalaan, de Engherzandweg, de Voorgracht en Raadhuisstraat is dit jaar vervangen.

Financiële consequenties Met het besluit van uw raad om de kade van de Lange Linschoten aan te pakken komt de bestemmingsreserve op nul te staan. 64

Paragrafen

Meerjarenonderhoudsplan gebouwen Het planmatig onderhoud dat voor 2020 gepland stond is uitgevoerd en er is een voorbereiding getroffen voor het onderhoud van 2021. Het gemeentelijk vastgoed is in kaart. Het MJOP 2017-2026 is niet herzien. Beleidskader In 2021 zal het MJOP 2017-2026 worden herzien. Er zal onderzocht worden of het zinvol is om het commercieel monumentaal vastgoed te verkopen. De Beleidsnotitie inzake de exploitatie, het onderhoud en beheer gemeentelijk vastgoed zal opgesteld worden en voorgelegd worden aan de raad. De nota grondprijsbeleid 2020 zal geïndexeerd worden.

65

Paragrafen

Paragraaf Financiering Portefeuillehouder(s): H.J. van Wiggen

Algemeen De paragraaf Financiering is op grond van de wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) en het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) een verplicht onderdeel van de gemeentebegroting en jaarrekening. De paragraaf is een weergave van de wijze waarop de financieringsfunctie (het stelsel van leningen, beleggingen en garanties) binnen de gemeente is ingericht. De uitvoering van de treasury vindt zijn weerslag in deze paragraaf. Treasury is een proces binnen een organisatie dat tot doel heeft het financieringsmanagement en het cashmanagement te optimaliseren en te waarborgen dat het bedrijf aan zijn verplichtingen tegenover schuldeisers kan voldoen. Het treasurybeleid wordt gevoerd vanuit de door de raad vastgestelde financiële verordening en het treasurystatuut, daarnaast op onderdelen door wetgeving van de centrale overheid. Financieringspositie en -resultaat Financieringspositie De financieringspositie wordt bepaald door de boekwaarde van de activa af te zetten tegen de beschikbare financieringsmiddelen in het eigen vermogen (reserves) en vreemd vermogen (langlopende geldleningen en voorzieningen). Als de waarde van de activa lager is dan de financieringsmiddelen spreken we van een financieringsoverschot, als de waarde hoger is van een financieringstekort.

In het volgende schema is het (verwachte) verloop van de financieringspositie van de gemeente Montfoort per jaar ultimo over 2019 en 2020 en het begrote financieringsresultaat over 2021 tot en met 2024 weergegeven. Financieringspositie 2019-2024 (bedragen x € 1.000.000) 2019

2020

2021

2022

2023

2024

Vaste activa Materieel Financieel Onderhanden werk Totaal vaste activa

22,5 0,4 1,3 24,2

24,8 0,4 1,4 26,6

31,0 0,4 0,0 31,4

33,7 0,3 0,0 34,0

33,0 0,3 0,0 33,3

32,2 0,3 0,0 32,5

Financieringsmiddelen Opgenomen leningen Voorzieningen Reserves Resultaat Totaal vaste passiva

14,3 6,3 7,0 -1,3 26,3

13,4 7,1 4,9 -1,1 24,3

16,0 6,9 4,0 0,0 26,9

15,0 7,4 4,3 0,0 26,7

13,9 7,9 4,6 0,0 26,4

12,9 8,4 4,9 0,0 26,2

Financieringspositie (ultimo) Financieringspositie (gem. in het jaar)

2,1 2,5

-2,3 -0,1

-4,5 -3,4

-7,3 -5,9

-6,9 -7,1

-6,3 -6,6

Naar de actuele inzichten ontstaat er in de loop van 2021 een financieringstekort. In 2021 is een vaste geldlening van € 3.500.000 opgenomen. Of dit afdoende zal zijn hangt onder meer af van het daadwerkelijk verloop van de verwachte investeringen en de renteverwachting. Financieringsresultaat Investeren kost geld. Aan investeringen wordt daarom een interne rente toegerekend. Voor financieel vaste activa geldt dat er een contractueel overeengekomen rente aan de debiteur wordt toegerekend. Als we de som van beiden verlagen met de rente die we moeten betalen over de opgenomen geldleningen weten we het effect van de financiering op de begroting (financieringsresultaat). In het volgende overzicht is het gerealiseerde financieringsresultaat over 2019 en 2020 en het begrote financieringsresultaat over 2021 tot en met 2024 weergegeven.

66

Paragrafen

Financieringsresultaat 2019-2024 (bedragen × € 1.000.000) Rentebaten: Toegerekende rente aan investeringen Toegerekende rente aan grondexploitaties Ontvangen rente Totaal rentebaten Rentelasten: Betaalde rente van geldleningen Rente over financieringstekort Totaal rentelasten Berekend financieringsresultaat Financieringsresultaat volgens MJB Verschil Schema rentetoerekening realisatie jaar 2020

2019

2020

2021

2022

2023

2024

0,4 0,0 0,0 0,4

0,2 0,0 0,0 0,2

0,3 0,0 0,1 0,4

0,4 0,0 0,1 0,5

0,4 0,0 0,1 0,5

0,4 0,0 0,1 0,5

0,4 0,0 0,4

0,3 0,0 0,3

0,2 0,0 0,2

0,2 0,0 0,2

0,2 0,0 0,2

0,2 0,0 0,2

0,0 0,2 -0,2

-0,1 0,2 -0,3

0,2 0,4 -0,2

0,3 0,4 -0,1

0,3 0,4 -0,1

0,3 0,4 -0,1

a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering

270.317

b. De externe rentebaten (idem)

-/- €

Saldo rentelasten en rentebaten

-67

270.250

C1. De rente die aan de grondexploitatie wordt doorberekend

-/- €

17.854

C2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld wordt toegerekend

-/- €

-

C3. De rentebaten van doorverstrekte leningen waar een specifieke lening voor is aangetrokken, die aan het betreffende taakveld wordt toegerekend

+/+ €

17.854

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

€

d1. Rente over eigen vermogen

+/+ €

d2. Rente over voorzieningen

+/+ €

252.396

-

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

€

e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-/- €

f. Renteresultaat op het taakveld Treasury

€

* De boekwaarde van de activa die integraal zijn gefinancierd per 1 januari bedragen De aan taakvelden toegerekende rente bedraagt 1,50% over 22.891.654 = (gemiddeld) Percentage afwijking tussen de werkelijke rentelasten en toegerekende rentelasten

252.396

-340.997 *

-88.601

22.891.654 340.997

35 %

Bij de begroting 2020 is uitgegaan van een toegerekend rentepercentage aan investeringen van 1,5%.

67

Paragrafen

Conform de stellige uitspraken van de commissie BBV wordt een correctie verplicht gesteld indien de afwijking groter is dan 25%. Voor 2020 was dit het geval en is het rentepercentage naar beneden bijgesteld tot 1,1%. Wet FIDO en financiering De in de inleiding genoemde wet FIDO beoogt decentrale overheden een kader te geven om renterisico’s op leningen zo beperkt mogelijk te houden. Renterisico ontstaat door wijzigingen in rentepercentages van opgenomen leningen en kasgeldleningen. Er zijn twee verplichte richtlijnen in de wet FIDO om de renterisico’s te bewaken en beheersen; de kasgeldlimiet voor korte financiering en de renterisiconorm voor lange financiering.

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een grens aan het bedrag dat met kort geld (korter dan één jaar) mag worden gefinancierd. Dit is een door de overheid vastgesteld percentage (momenteel 8,5%) van de begrote lasten per jaar. Indien de gemiddelde korte financiering de limiet overschrijdt zal er geconsolideerd moeten worden door middel van het afsluiten van een lange financiering. Kasgeldlimiet Montfoort 2020-2024 (bedragen × € 1.000) 2020 Begrote lasten 26.281 Kasgeld limiet (8,5%) 2.234

2021 27.607 2.347

2022 26.954 2.291

2023 26.765 2.275

2024 26.748 2.274

Er is gedurende 2020 door gemeente Montfoort één kasgeldlening aangetrokken. Overschrijding van de kasgeldlimiet is derhalve niet aan de orde geweest. Renterisiconorm Ook voor renterisico’s in de lange financiering is in de Wet FIDO een norm gesteld. Deze norm, de renterisiconorm, bedraagt 20% van de stand van de vaste schuld per 1 januari. De vaste schuld is hierbij gedefinieerd als de opgenomen leningen met een rentetypische looptijd groter of gelijk aan 1 jaar. Met andere woorden: de Wet FIDO acht het renterisico aanvaardbaar in de tijd gespreid indien in een bepaald jaar niet meer dan 20% van per 1 januari geldende restschuld van opgenomen leningen aan renteaanpassing onderhevig is. In het volgende overzicht staat de verwachte ontwikkeling van de renterisiconorm (in € 1.000) bij gemeente Montfoort vermeld. Renterisico 2020-2024 (bedragen x € 1.000) 1-1-2020

1-1-2021

1-1-2022

1-1-2023

1-1-2024

Renteherziening vaste schuld og

berekening a

0

0

0

0

0

Renteherziening vaste schuld ug

b

0

0

0

0

0

c=a-b

0

0

0

0

0

d

0

0

0

0

0 0

Netto renteherziening Nieuw aangetrokken schuld Nieuw verstrekte leningen

e

0

0

0

0

Netto nieuwe schuld

f=d-e

0

0

0

0

0

Betaalde aflossingen

g

866

869

1048

1052

1055

h=laagste f of g

0

0

0

0

i=c+h

0

0

0

0

0 13.921

Herfinanciering Renterisico Renterisiconorm Vaste schuld

j

14.255

13.389

16.020

14.972

Percentage vastgesteld

k

20

20

20

20

20

Renterisiconorm

l=jxk

2.851

2.678

3.204

2.994

2.784

Renterisiconorm

m=l

2.851

2.678

3.204

2.994

2.784

Renterisico vaste schuld

n=i

0

0

0

0

0

Ruimte

o=m-n

2.851

2.678

3.204

2.994

2.784

Toets renterisiconorm

Schatkistbankieren Afgezien van de mogelijkheid om aan elkaar leningen te verstrekken, zijn decentrale overheden verplicht alle middelen die ze niet direct nodig hebben voor hun publieke taak in de schatkist aan te houden. Wel is er sprake van een bepaalde drempel. De drempel is vastgesteld op 0,75% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 0,25 mln. en een maximum van € 2,5 mln. Uit de tabel hieronder blijkt dus dat er gedurende 2020 per dag 68

Paragrafen

€ 197k aan liquide middelen buiten de schatkist mocht worden aangehouden. Aan dit vereiste is ruimschoots voldaan. Zie ook 5.3.2 Toelichting op de balans. Begrote drempelbedragen schatkistbankieren Montfoort 2020-2024 (bedragen × € 1.000) 2020 2021 2022 Begrote lasten 26.281 27.607 26.954 Berekende Drempel 197 207 202 schatkistbankieren (0,75%) Minimum drempelbedrag 250 250 250

2023 26.765

2024 26.748

201

201

250

250

Leningenportefeuille opgenomen gelden Het is van belang zicht te hebben op de samenstelling, de grootte en de rentegevoeligheid van de opgenomen geldleningen. De (verwachte) wijzigingen als gevolg van nieuwe leningen, (vervroegde) aflossingen, renteconversies en dergelijke worden daarbij toegelicht. In onderstaand schema worden de mutaties van de leningenportefeuille voor het begrotingsjaar weergegeven( in euro’s). Bank BNG BNG BNG Totaal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=7bf3281a-1e84-463d-a99c-88f0d48fc11c