CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Jaarstukken 2021 gemeente Montfoort.pdf

Raadsvergadering 5 juli 2022, gemeente MontfoortBij agendapunt: Hamerstuk Jaarrekening 202141.875 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

7.01 Algemene dekkingsmiddelen B € 22.041.219 L € 202.625

7. Algemene dekkingsmiddelen B € 22.045.129 L € 202.625 7.02 Mutatie reserve B € 3.910

Overzicht Algemene dekkingsmiddelen In dit programma wordt een overzicht gegeven van de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente. De gemeentelijke uitgaven worden gedekt uit een tweetal soorten inkomsten: de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de eigen inkomsten van de gemeente.

Financieel overzicht algemene dekkingsmiddelen Totaal programma Algemene dekkingsmiddelen Totaal lasten Totaal baten Saldo voor bestemming Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo reserves Saldo na bestemming

Begroting 2021 primair na wijziging 282.602 293.545 20.538.199 21.593.025 -20.255.597 -21.299.480 0 0 3.910 3.910 -3.910 -20.259.507

44

-3.910 -21.303.390

Rekening 2021 202.625 22.041.219 -21.838.594 0 3.910 -3.910 -21.842.504

voordeel - nadeel v 90.920 v 448.194 v 539.114 n 0 n 0 n 0 v 539.114

Verschil

Jaarverslag programma’s

Algemene dekkingsmiddelen Lokale heffingen Ozb woningen Heffing en invordering gem. belastingen Roerende woon- en bedrijfsruimte belasting Subtotaal lokale heffingen Algemene uitkeringen Algemene uitkering gemeentefonds Sociaal deelfonds Subtotaal algemene uitkeringen Dividend Dividend Subtotaal dividend Treasury / financiering Financiering

Begroting 2021 primair

na wijziging

Rekening 2021

Verschil

voordeel - nadeel

-2.240.999 167.000 -1.452.604 -3.526.603

-2.362.614 92.000 -1.405.989 -3.676.603

-2.350.163 90.278 -1.388.174 -3.648.060

-12.451 1.722 -17.815 -28.543

n v n n

-15.969.580 -760.016 -16.729.596

-16.898.517 -735.905 -17.634.422

-17.410.049 -738.653 -18.148.702

511.532 2.748 514.280

v v v

-36.892 -36.892

-36.892 -36.892

-184 -184

-36.708 -36.708

n n n n

-80.995

-70.052

-52.918

-17.134

Subtotaal treasury / financiering -80.995 Overige baten en lasten Overige baten en lasten 118.489 Subtotaal overige baten en lasten 118.489 Totaal algemene dekkingsmiddelen (excl.reserves) -20.255.597 Mutaties reserves -3.910

-70.052

-52.918

-17.134

118.489 118.489 -21.299.480 -3.910

11.269 11.269 -21.838.594 -3.910

107.220 107.220 539.114 0

v v v

Totaal algemene dekkingsmiddelen (incl.reserves) -20.259.507

-21.303.390

-21.842.504

539.114

v

Toelichting verschillen Toelichting programma 7 Algemene dekkingsmiddelen Algemene uitkering (excl. deelfonds sociaal domein): : In de begroting is de raming van de algemene uitkering gebaseerd op de meicirculaire 2021 (€ 16.645.522). De septemberen decembercirculaire 2021 zijn niet in de begroting verwerkt. De raming van de algemene uitkering ná de decembercirculaire 2021 komt uit op € 17.358.634. Werkelijk is er € 17.410.000 ontvangen. Het verschil kan verklaard worden door verschillen in bijstelling van aantallen en correcties van de uitkering over eerdere jaren. Nutsbedrijven: Door een enorme investeringsopgave waarvoor Vitens de komende jaren staat o.a. door vervanging van verouderde waterleidingen is het dividend 2020 evenals 2019 niet uitgekeerd. Treasury: De toegerekende rente (kapitaallasten) aan investeringen is lager dan begroot. Met name de toerekening aan de nieuwbouw brandweerkazerne en investering in riolering. De dividend uitkering van de BNG Bank over 2019 en 2020 is in 2021 uitgekeerd. Maar lager dan begroot in verband met corona. De divident uitkering van de BNG Bank is in 2021 niet tot uitkering gekomen i.v.m. corona. De toegerekende rente aan grondexploitaties bedroeg in 2021 € 23.100. Algemene baten en lasten: Van de post overige lasten is in 2021 nagenoeg geen gebruik gemaakt.

De stelpost loon/prijscompensatie € 86.000 is aangewend ter dekking van de loonkosten i.v.m. CAO ontwikkeling. Overige verschillen (inclusief afrondingsverschillen): Totale afwijking voor mutaties reserves Geen afwijkingen mutaties reserves Totale afwijking na mutaties reserves

45

Verschil lasten

Verschil baten

511.500 -37.000

-21.800

4.600

106.600 6.120 90.920

-30.906 448.194

90.920 448.194 (+ voordeel/- nadeel)

Jaarverslag programma’s

Overzicht VPB Financieel overzicht VPB Overzicht baten en lasten Vpb Totaal lasten Totaal baten

Begroting 2021 primair na wijziging 0 0 0 0

Saldo voor bestemming Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo reserves Saldo na bestemming

0 0 0 0 0

0 0 0 0 0

Rekening 2021 -10.401 0 -10.401 0 0 0 -10.401

voordeel - nadeel v 10.401 n 0 v 10.401 n 0 n 0 n 0 v 10.401

Verschil

Bij de definitieve berekening en vaststelling van vpb-aangiften aangaande voorgaande jaren is een teruggave vastgesteld ad € 10.401.

Overzicht Onvoorzien Financieel overzicht onvoorzien Overzicht baten en lasten Onvoorzien Totaal lasten Totaal baten Saldo voor bestemming Toevoeging reserves Onttrekking reserves Saldo reserves Saldo na bestemming

Begroting 2021 primair na wijziging 50.000 50.000 0 0 50.000 50.000 0 0 0 0 0 50.000

0 50.000

Rekening 2021

voordeel - nadeel v 50.000 n 0 v 50.000 n 0 n 0 n 0 v 50.000

Verschil 0 0 0 0 0 0 0

In de programmabegroting 2021 was € 50.000 begroot voor onvoorziene uitgaven. De lasten voor het project “Verder verbeteren leefbaarheid” ad € 12.445 (collegebesluit van 2 maart 2021) zijn gedekt uit de post onvoorziene uitgaven. De lasten zijn verwerkt in programma 1.

46

Paragrafen

3 Paragrafen

47

Paragrafen

Paragraaf Lokale heffingen Portefeuillehouder(s): H.J. van Wiggen Algemeen In deze paragraaf wordt een beeld gegeven van de realisatie op het gebied van de gemeentelijke belastingen. Na een samenvatting van de ontwikkeling van de lokale belastingdruk wordt vervolgens per belastingsoort een toelichting gegeven. De gemeente kent de volgende belastingsoorten: - Onroerendezaakbelastingen (OZB/RZB); - Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht; - Rioolheffingen; - Marktgelden; - Lijkbezorgingrechten; - Leges. Ontwikkeling lokale lastendruk In de tabel hieronder wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de belastingdruk voor een gemiddeld huishouden in Montfoort. Hierbij is aansluiting gezocht bij de berekeningen en rapportages die door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de faculteit Economische Wetenschappen Rijksuniversiteit Groningen jaarlijks worden gemaakt. In deze berekening zijn alleen de belastingen betrokken die voor iedereen van toepassing zijn en dus niet de heffingen van een specifieke belastingplicht.

Wijzigingen t.o.v. 2020

Omschrijving 2020 390,55 274,00 241,00 905,55 776,00 116,69

Bedragen in euro's

OZB woningen Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishoudens) Rioolheffing Totaal Gemiddelde alle gemeenten Index belastingcapaciteit (kengetal BBV)

2021 422,00 335,00 255,00 1.012,00 811,00 124,78

Bedrag 31,45 61,00 14,00 106,45 n.v.t. n.v.t.

in% 8,1% 22,3% 5,8% 11,8% n.v.t. n.v.t.

Toelichting Het kengetal belastingcapaciteit, dat op grond van het gewijzigde BBV dient te worden berekend, geeft aan hoe de lasten van de voornaamste lokale belastingen zich ontwikkelen ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De lasten in het jaar worden afgezet tegen de gemiddelde landelijke lasten van het voorgaande jaar. Als een gemeente het landelijk gemiddelde volgt, dan is in dit kengetal de prijsontwikkeling zichtbaar. Het kengetal laat zien dat de gemeentelijke lasten iets toenemen ten opzichte van de landelijke lasten. Ontwikkeling lokale lasten: ranglijst COELO Door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de faculteit Economische Wetenschappen Rijksuniversiteit Groningen wordt jaarlijks de Atlas van de lokale lasten gepresenteerd. Over het jaar 2021 staat de gemeente Montfoort in deze atlas op plaats 344 van de 370 (deel)gemeenten, oplopend van lage belastingdruk naar hoog, meerpersoonshuishoudens. Woonlast

Bedrag

Bedragen in euro's

2020 906

Netto

2021 1012

Verschil 106

Rang 2020 328 van 377

2021 344 van 370

Bron: COELO-Atlas van de lokale lasten 2021

Uitvoering Wet WOZ en bezwaren De Wet Waardering Onroerende Zaken betreft de waardering van woningen en bedrijven. Behalve het periodiek waarderen, behelst dit ook het analyseren van gerealiseerde verkoopcijfers en huurgegevens, het bijhouden van mutaties in objecten ingevolge van bouwvergunningen en het afhandelen van bezwaar- en beroepschriften gericht tegen de WOZ-beschikkingen. Tegen de WOZ-beschikkingen zijn over 2021 in 255 bezwaarschriften ingediend dit betreft uitsluitend bezwaarschriften waarin de WOZ-waarde wordt betwist.

48

Paragrafen WOZ tijdvak 2018 2019 2020 2021

Waardepeildatum WOZ-bezwaren 1-1-2017 124 1-1-2018 170 1-1-2019 192 1-1-2020 255

Aantal nog in behandeling 0 1 1 11

Aantal afgehandeld 124 169 191 244

Waarvan gegrond 62/50% 80/47% 124/65% 82/32%

Kwijtscheldingsbeleid Als een belastingschuldige als gevolg van financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan op verzoek gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. De normen voor het behandelen van kwijtscheldingsverzoeken worden bepaald door de rijksoverheid. Volgens de Rijksnormen wordt beoordeeld of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. Kwijtschelding wordt verleend met betrekking tot de volgende gemeentelijke belastingsoorten: Onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en de rioolheffingen. De kwijtscheldingen maken deel uit van het minimabeleid, dat onderdeel is van programma Inkomen, jeugd en Wmo. Kwijtscheldingen worden meegenomen bij het bepalen van de heffingen, omdat daar het uitgangspunt van volledige kostendekkendheid geldt. Bij de onroerendezaakbelastingen en de hondenbelasting spelen de lasten geen directe rol bij het bepalen van de tarieven. Het kwijtscheldingsbeleid wordt uitgevoerd door de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR). Zij maken voor het gebruik van de automatische kwijtscheldingen gebruik van het inlichtingenbureau van de VNG. Dit bureau geeft een advies of een huishouden in aanmerking komt voor kwijtschelding. Is het advies positief dan ontvangt dit huishouden automatisch kwijtschelding.

De huishoudens die niet voor automatische kwijtschelding in aanmerking komen, kunnen nog een afzonderlijk verzoek hiertoe indienen bij BSR. Overzicht van de kwijtscheldingen per heffing/belasting: Aantallen verzoeken om kwijtschelding Verzoeken om kwijtschelding

2018 198

2019 223

2020 200

2021 167

Verzoeken toegewezen (gedeeltelijk en volledig)

158

174

155

130

Verzoeken afgewezen/ingetrokken Verzoeken in behandeling

40 0

48 1

41 4

31 6

Over 2021 kunnen er nog verzoeken binnen komen. Zolang een aanslag niet betaald is kan men binnen vijf jaar nog kwijtschelding aanvragen. Wanneer de aanslag betaald is kan dit nog binnen 3 maanden. Kwijtschelding Bedragen in euro's

Totaal bedrag kwijtschelding afvalstoffenheffing Totaal bedrag kwijtschelding rioolheffing Totaal bedrag kwijtschelding extra containers Totaal bedrag

Rekening 2020 24.805 31.570

Begroting 2021 29.805 31.570

56.375

61.375

Rekening 2021 42.295 39.575 346 82.216

Saldo 12.490 8.005 346 20.841

Heffingen en belastingen Onroerendezaakbelasting De grondslag voor de aanslagen onroerendezaakbelastingen is de vastgestelde waarde, (WOZ-waarde) van de onroerende zaak. Nadere informatie over de WOZ vind u hiervoor in het onderdeel “Uitvoering Wet WOZ”. Bij het bepalen van de tarieven die in december 2020 in de belastingverordening zijn opgenomen, is gerekend met de meest recente verwachting van de waardeontwikkeling. Bij de aanvullende begrotingsvoorstellen 2021 liet de OZB-heffing een onbenutte belastingcapaciteit van € 300.000 zien. Voorgesteld is om de OZB-heffing in 2 jaar tijd te laten toenemen en daarmee de volledige onbenutte belastingcapaciteit te benutten. In 2021 is de OZB naast de reguliere prijsindexatie van 1,8% de opbrengst met 50% van de onbenutte belastingcapaciteit verhoogd. Tarieven onroerendezaakbelasting 2018 0,2885 0,1403 0,3453

Bedragen in euro's

Gebruikers, niet woningen Eigenaren, woningen Eigenaren, niet woningen

49

Belastingjaar 2019 0,2927 0,1337 0,3497

2020 0,2943 0,1245 0,3510

2021 0,3078 0,1254 0,3599

Paragrafen Begroting en rekening baten

Rekening 2020 2.175.556 1.472.658 3.648.214

Bedragen in euro's

OZB Baten woningen OZB Baten niet woningen Totaal opbrengst

Begroting 2021 2.373.614 1.487.989 3.861.603

Rekening 2021 2.359.374 1.467.822 3.827.195

Saldo -14.240 -20.167 -34.408

Onbenutte belastingcapaciteit OZB De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra middelen die gegenereerd kunnen worden door de tarieven van de gemeentelijke heffingen te verhogen tot het wettelijk toegestane maximum. De onbenutte belastingcapaciteit kan worden berekend door de maximaal toegestane belastingbaten / -tarieven te vergelijken met de belastingbaten / -tarieven in de gemeente. Voor de maximale tarieven wordt gebruik gemaakt van de normen van het zogeheten artikel 12 beleid. Een gemeente met een artikel 12 status is een Nederlandse gemeente die onder financiële curatele is gesteld door het Rijk vanwege een structureel slechte situatie. Deze gemeenten moeten hun tarieven verhogen tot een ‘redelijk peil eigen heffingen’, willen zij in aanmerkingen komen voor rijkssteun. In de meicirculaire is het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 voor 2021 vastgesteld op 0,1809. De berekening van de onbenutte belastingcapaciteit is als volgt: Omschrijving Belastingcapaciteit woningen en niet-woningen in € per 1-1-2021 Maximale OZB opbrengst (Norm art. 12: 0,1809% van de WOZ-waarde) Af: Werkelijke OZB opbrengst 2021 Onbenutte belastingcapaciteit

2021 2.221.500.000 4.018.694 3.827.195 191.499

Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing wordt geheven van de bewoner van een eigendom, waarbij huishoudelijke afvalstoffen worden opgehaald. Er is sprake van een tariefdifferentiatie naar gezinsverhouding, wel is er sprake van een reinigingsrecht voor bedrijven. Voor beide heffingen is het uitgangspunt volledige kostendekking. De afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht zijn in 2021 in rekening gebracht door de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR). Met ingang van de programmabegroting 2017 zijn de vernieuwde regels van het BBV toegepast. Voor de lokale heffingen wordt informatie op hoofdlijnen opgenomen van kostendekkendheid. Ten laste van de heffingen mogen alleen die baten en lasten van overhead worden toegerekend die betrekking hebben op het taakveld van de betreffende heffing. Door de sterk stijgende afvalverwerkingskosten is bij de aanvullende begrotingsvoorstellen 2021 besloten de afvalstoffenheffing in 2 jaar tijd te laten toenemen naar 100% kostendekkendheid. In 2021 is de afvalstoffenheffing naar 90% kostendekkendheid verhoogd. Bij de jaarrekening 2021 is € 46.000 uit de voorziening afvalstoffenheffing onttrokken om op een kostendekkendheid van 90% uit te komen.

belastingjaar

Afvalstoffenheffing Bedragen in euro's

Tarief eenpersoonshuishouding Tarief meerpersoonshuishouding

2018 136 221

50

2019 152 248

2020 168 274

2021 205 335

Wijzigingen t.o.v. 2020 Bedrag in % 37 22,1% 61 22,2%

Paragrafen Afvalstoffenheffing Bedragen in euro's

Kosten taakveld Inkomsten taakveld, exclusief heffingen Netto kosten product Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW Onttrekking uit voorziening Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen dekkingspercentage

Rekeniing 2020 1.369.951 -99.975 1.269.976

Begroting 2021 1.491.578 -157.610 1.333.968

Rekening 2021 1.522.160 -193.260 1.328.900

Saldo

250.339 231.693

329.903 260.845

255.350 275.576

1.752.009

1.924.716

1.859.826

-64.890

1.364.754 1.364.754 78%

1.730.014 1.730.014 90%

1.673.475 1.673.475 90%

-56.539

Reinigingsrechten Bij niet-huishoudens worden reinigingsrechten in rekening gebracht. Dat is een belasting die wordt geheven voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang. Er is een tarief voor het beschikbaar stellen van een container en een tarief voor elke extra container. Ook reinigingsrechten zijn bestemmingsheffingen, de opbrengsten mogen niet hoger zijn dan de opbrengsten. Bij de aanvullende begrotingsvoorstellen 2021 is besloten de reinigingsrechten naar 100% kostendekkendheid te laten toenemen. Bij de jaarrekening 2021 is € 7.900 uit de voorziening afvalstoffenheffing onttrokken om op een kostendekkendheid van 100% uit te komen. Reinigingsrechten Bedragen in euro's

Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen dekkingspercentage

Rekening 2020 28.955

Begroting 2021 42.914

Rekening 2021 27.880

5.291 4.964 39.210 29.086 74%

9.492 7.615 60.021 60.021 100%

4.540 6.404 38.824 38.715 100%

Saldo

-21.197 -21.306

Rioolheffing De rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op het gemeentelijke rioolstelsel. Er is geen sprake van een tariefdifferentiatie naar gezinsverhouding. De rioolheffing wordt in 2021 in rekening gebracht door de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR). Rioolheffing Bedragen in euro's

Tarief per huishouden

Rioolheffing

Belastingjaar 2019 228

2018 228

2020 241

2021 255

Wijzigingn t.o.v. 2020 Bedrag in% 14 5,8%

Rekening

Begroting

Rekening

Bedragen in euro's

2020

2021

2021

Kosten taakveld

1.103.648

1.182.334

1.140.519

201.695

208.269

185.716

Saldo

Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW

109.223

102.266

104.636

1.414.566

1.492.869

1.430.871

Opbrengsten heffingen

1.414.566

1.492.869

1.430.838

Opbrengsten heffingen

1.414.566

1.492.869

1.430.838

100%

100%

100%

Uitgaven taakveld

-61.998

Onttrekking uit voorziening

dekkingspercentage

-62.031

Marktgelden Marktgelden worden geheven voor het huren van een kraam op de wekelijkse marktdag op vrijdag. De tarieven zijn met 1,8 % prijsinflatie verhoogd. Het aantal kramen is dermate beperkt dat het kostendekkend maken van de leges de kosten voor het huidige aantal marktkraamhouders onevenredig sterk verhoogt en een nihil aan extra opbrengst voor de exploitatie met zich meebrengt. 51

Paragrafen

Bedragen in euro's

Marktgelden 2018

Belastingjaar 2019

2020

2021

Standplaats per dag of gedeelte daarvan per strekkende meter Vaste plaatsen Dagplaatsen Standwerkersplaatsen

2,84 3,41 4,25

2,91 3,49 4,35

2,95 3,54 4,42

3,00 3,60 4,50

Marktgelden Bedragen in euro's

Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen dekkingspercentage

Wijzigingen t.o.v. 2020 Bedrag in %

0,05 0,06 0,08

Rekening 2020 8.493

Begroting 2021 8.661

Rekening 2021 8.833

1.552 636 10.681 7.609 71%

1.915 724 11.300 6.440 57%

1.438 652 10.923 2.937 27%

1,8% 1,8% 1,8%

Saldo

-377 -3.503

Bij de rekening 2020 en begroting 2021 zijn de opbrengsten voor standplaatsen inbegrepen. Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten worden geheven voor vergunningen voor graven, bijzettingen en onderhoud van graven. Er is sprake van een uitgebreide tarieventabel. In deze paragraaf wordt volstaan met een opsomming van de meest bepalende tarieven. Met de programmabegroting 2021 zijn de baten met 1,8% geïndexeerd. Hierbij zijn de tarieven vastgesteld zoals hieronder weergegeven. Lijkbezorgingsrechten Bedragen in euro's

Recht eigen graf 10 jaar Recht urngraf 20 jaar Recht kindergraf 20 jaar Begraafrecht

Begraafrechten/lijkbezorgingsrechten Bedragen in euro's

Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente Uitgaven taakveld Opbrengsten rechten Totaal opbrengst rechten dekkingspercentage

Belastingjaar 2019 1.394,45 1.393,45 1.393,45 697,20

2018 1.342,00 1.342,00 638,00

2020 1.414,35 1.414,35 1.414,35 707,70

2021 1.439,80 1.439,80 1.439,80 720,45

Wijzigingen t.o.v. 2019 Bedrag in % 25,45 1,8% 25,45 1,8% 25,45 1,8% 12,75 1,8%

Rekening 2020 148.187

Begroting 2021 172.150

Rekening 2021 173.635

27.079 175.266 67.453 67.453 38%

42.470 214.620 85.393 85.393 40%

28.274 201.909 80.336 80.336 40%

Saldo

-12.711 -5.058

Leges De leges worden geheven voor specifieke door de gemeente verstrekte individuele diensten. Voorbeelden hiervan zijn: het verstrekken van paspoorten, voltrekken van huwelijken en afgeven van bouwvergunningen. Er zijn meer dan honderd verschillende diensten en tarieven. Ook ten aanzien van de legestarieven is begroot om deze met het 1,8% prijsinflatiecorrectie te verhogen. Individuele legestarieven kunnen met meer dan 1,8% stijgen. Voorbeelden hiervan zijn de wettelijke vastgestelde tarieven en/of rijksleges, zoals paspoorten en rijbewijzen. De tarieven worden in december door de raad vastgesteld. Leges Bedragen in euro's

Secretarieleges KCC Leges omgevingsvergunningen Leges APV Totaal opbrengst Leges Burgerzaken en APV Bedragen in euro's

Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen dekkingspercentage

Rekening 2020 159.547 235.824 17.048 412.418

Begroting 2021 244.669 407.743 12.724 665.136

Rekening 2021 188.385 616.358 32.736 837.480

Rekenng 2020 418.014

Begroting 2021 447.730

Rekenng 2021 413.749

76.386 2.393 496.793 176.595 36%

99.028 4.633 551.391 257.393 47%

67.372 10.622 491.743 221.121 45%

52

Saldo -56.284 208.615 20.012 172.344 Saldo

-59.648 -36.272

Paragrafen

Leges Omgevingsvergunning Bedragen in euro's

Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen dekkingspercentage

Rekening 2020 640.825

Begroting 2021 549.257

Rekenng 2021 748.992

117.102 134.573 892.500 235.824 26%

91.949 115.344 756.550 402.302 53%

121.961 157.288 1.028.241 616.358 60%

53

Saldo

271.690 214.056

Paragrafen

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Portefeuillehouder(s): H.J. van Wiggen Algemeen Het weerstandsvermogen van een gemeente is het vermogen om financiële risico’s op te kunnen vangen. Voor een beoordeling van het weerstandsvermogen zijn twee elementen van belang:  De beschikbare weerstandscapaciteit: dit zijn de middelen waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten te dekken die onverwachts en substantieel zijn;  De risico’s die de gemeente loopt, de kans dat deze risico’s zich voordoen en het mogelijke schadebedrag. Beide worden in de deze paragraaf uitgewerkt en dit wordt tweemaal per jaar, bij het opstellen van de begroting en jaarrekening, geactualiseerd. In deze paragraaf zijn ook de kengetallen opgenomen die op grond van het gewijzigde BBV voorgeschreven zijn. Doel van deze kengetallen is eenvoudig inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente. Weerstandscapaciteit We onderscheiden incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit: De incidentele weerstandscapaciteit is het (incidentele) vermogen om calamiteiten eenmalig op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken. Het valt samen met de (algemene) reservepositie. De gemeente heeft ook nog ‘stille’ reserves, in de vorm van vastgoed, gronden en aandelen.

Deze zijn niet meegenomen in de omvang van de incidentele weerstandscapaciteit. Het vastgoed en de gronden zijn over het algemeen in gebruik of verhuurd en kunnen niet snel worden ingezet in het geval zich risico’s voordoen en de gemeente het geld nodig heeft. Incidentele weerstandscapaciteit per eind 2021 Saldo algemene reserve vóór jaarrekening 2021

1.808.314

Verwachte storting resultaat 2021 (vóór bestemming) Totale incidentele weerstandscapaciteit

705.864 2.514.178

De structurele weerstandscapaciteit: Dit zijn de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Dit is de (potentiële) financiële ruimte voor de gemeente. Zo is een stelpost onvoorzien in de begroting opgenomen. Tot slot kan (in theorie) gebruik gemaakt worden van de onbenutte belastingcapaciteit. De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra middelen die gegenereerd kunnen worden door de tarieven van de gemeentelijke heffingen te verhogen tot het wettelijk toegestane maximum. De onbenutte belastingcapaciteit kan worden berekend door de maximaal toegestane belastingbaten en -tarieven te vergelijken met de belastingbaten en -tarieven in de gemeente. Voor de maximale tarieven wordt gebruik gemaakt van de normen voor het zogeheten artikel 12 beleid. Een gemeente met een artikel 12 status is een Nederlandse gemeente die onder financiële curatele is gesteld door het rijk vanwege een structureel slechte financiële situatie. Deze gemeenten moeten hun tarieven verhogen tot een ‘redelijk peil eigen heffingen’, willen zij in aanmerking kunnen komen voor rijkssteun. In de meicirculaire 2020 is het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 voor 2021 vastgesteld op 0,1809. Structurele weerstandscapaciteit (in €) Stelpost onvoorzien

37.500

Onbenutte belastingcapaciteit OZB

191.499

Totale structurele weerstandscapaciteit

228.999

54

Paragrafen

Risico’s De risico’s zijn geactualiseerd om een goede actuele inschatting te kunnen maken van de benodigde weerstandscapaciteit. In deze paragraaf wordt kort toegelicht wat het risico inhoudt. De risico’s die relevant zijn voor de paragraaf weerstandsvermogen moeten een financiële omvang hebben van € 20.000 of hoger. De gemeente Montfoort hanteert de volgende criteria voor een risico: - Er moet sprake zijn van oorzaak en gevolg; - De kans dat een gebeurtenis zich voordoet en de mate waarin het gevolg zich voordoet zijn onzeker; - Er moet sprake zijn van enige mate van voorkennis; - Het risico moet een bedreiging / belemmering vormen voor het bereiken van de beleidsdoelstellingen; - Het risico moet financieel kwantificeerbaar zijn. De risico-inschatting wordt per programma bekeken. Bij het signaleren van risico’s wordt gekeken of het risico nog bestaat en of er eventueel nieuwe risico’s gesignaleerd zijn. Wanneer een risico onderkend is wordt aan de hand van bovenstaande criteria gekeken of het risico wordt opgenomen in de risico-lijst. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt hoe groot de kans is dat het risico kan plaatsvinden; waar mogelijk wordt hierbij gekeken naar de ervaringen met het optreden van financiële effecten door het optreden van het benoemde risico in het verleden.

Er zijn tegenwoordig meer uitgebreide risicomanagement-theorieën waarbij analytischer gekeken kan worden naar mate van risico in relatie tot mate van impact. In de tweede helft van 2021 is een start gemaakt met het verder uitwerken van het risicobeheersing binnen de organisatie. Dit heeft geresulteerd in de Nota weerstandsvermogen en Risicomanagement 2022 – 2025, waar het college in december 2021 mee heeft ingestemd en welke vervolgens ter vaststelling door is gestuurd naar de raadsvergadering van februari 2022. Impact van de corona-crisis De uitbraak van corona eind februari 2020 heeft een enorme impact op ons allemaal. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden. Voor de aanpak van corona kijken we wat we, aanvullend op de landelijk maatregelen van het rijk, kunnen doen. Door de gemeente zelf zijn in 2020 met enkele horeca-ondernemers afspraken gemaakt over een flexibele huurprijs (in het kader van compensatie voor de verwachte verminderde omzet) voor de periode 2020 tot en met 2024, omdat de horecasector door alle lockdowns het zwaarst lijkt te zijn getroffen. In eerste instantie wordt de korting op de huur als uitgestelde betaling toegekend en op basis van aangeleverde jaarcijfers (deels) toegekend en/of teruggevorderd. Het risico bestaat dat de uitgestelde betalingen over deze periode uiteindelijk niet wordt voldaan.

In 2021 bedraagt het totaal van dit risico van uitgestelde huur circa 43.000,-. Uiteraard heeft corona de nodige beleidsterreinen van onze organisatie geraakt. Vooralsnog blijkt het erg lastig om de toekomstige effecten van deze corona-pandemie om te zetten in een te verwachten risico. De totale compensatie voor 2021 vanuit het rijk is bekend, en lijkt de gemaakte kosten in redelijke mate te dekken (zie verder de extra paragraaf ‘corona’). Alle compensatiemaatregelen zijn vooralsnog tijdelijk.

Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van kansen dat risico’s zich voordoen, maal het brutobedrag dat ermee gemoeid is. Deze zijn in onderstaande risicoanalyse weergegeven en toegelicht: Risico

Ondernomen acties en risico inschatting

Beheersmaatregelen

Verstrekte garanties Er zijn diverse gemeentegaranties aan Deze garanties zijn in eerste In 2021 hebben zich geen instellingen verstrekt (peildatum 31 december instantie gegarandeerd door het problemen voorgedaan rondom de 2020). Het grootste deel hiervan zijn garanties Waarborgfonds Sociale gemeente- garanties. Voor 2021 zijn voor woningbouwverenigingen waar de Woningbouw (WSW). de bedragen aangepast aan de gemeente samen met het Rijk voor 50% een nieuwe opgave WSW en blijft het achtervang-positie inneemt. risico-% gehandhaafd op 2% Planschadeclaim De wet 'Ruimtelijke ordening' biedt burgers de De beoordeling van deze claim is Er is bij een onafhankelijk mogelijkheid voor om planschade te claimen zeer complex, mede gezien de deskundige adviseur een bij de gemeente (artikel 6.1). Eind 2017 is een lange periode waarop deze zaak conceptbeoordeling aangevraagd aanvraagformulier met een claim voor betrekking heeft. Om inzicht te en ontvangen. In 2021 vond de tegemoetkoming planschade ontvangen naar krijgen wordt een reparatie eerste herziening van het aanleiding van de vaststelling van het conceptbeoordeling van de claim bestemmingsplan Buitengebied bestemmingsplan Buitengebied. In de wet opgevraagd bij een onafhankelijk plaats. ruimtelijke ordening wordt voor de deskundige adviseur. beoordeling van de claim een onafhankelijk en deskundig adviseur aangewezen.

55

Kans

Bruto

Netto (kans x bruto)

in %

in €

in €

2%

15.674.648

313.493

5%

356.345

17.817

Paragrafen

56

Paragrafen Corona De financiële gevolgen van de coronapandemie kunnen, naast incidenteel effect, ook een meer structureel effect hebben. De omvang van het risico hangt erg af van de ontwikkelingen en resultaten die geboekt worden bij enerzijds de bestrijding ervan en anderzijds de compensatie die geboden wordt door het Rijk om financiele effecten op te vangen.

ICT Beveiliging Het risico van het optreden van een datalek

Het risico van het optreden van een cyberincident/hack.

De corona-effeten zijn Corona-gerelateerde uitgaven grotendeels niet beinvloedbaar worden apart geregistreerd. en daardoor moeilijk Compensatie op basis van beheersbaar voor de gemeente. verminderde omzet wordt in eerste De gemeente is afhankelijk van instantie als uitgestelde betaling het gevoerde (landelijke) corona- toegekend en op basis van beleid en de financiële aangeleverde jaarcijfers (deels) armreiking die het Rijk biedt. toegekend en/of teruggevorderd. In 2020 zijn met enkele horecaondernemers afspraken gemaakt over een flexibele huurprijs voor de periode 2020 tot en met 2024. Het risico bestaat dat de uitgestelde betaling uiteindelijk niet wordt voldaan. In 2021 gaat het om een bedrag van uitgestelde huur van € 43.408.

5%

43.408

2.170

Er is een privacybeleid opgesteld Recent is er een privacybeleid wat uitgevoerd wordt opgesteld wat uitgevoerd wordt. Dit risico was bij de begroting 2021 nog niet geinventariseerd, daarom is deze nu als pm opgenomen Er is een Er vindt regelmatige actualisatie Informatiebeveiligingsbeleid van het waarbinnen een Informatiebeveiligingsbeleid Uitvoeringsprogramma is plaats. Dit risico was bij de opgenomen. Hierin staat begroting 2021 nog niet uitgewerkt welke maatregelen geinventariseerd, daarom is deze wij treffen (getroffen hebben) om nu als pm opgenomen een hack te voorkomen

pm

pm

0

pm

pm

0

Totaal becijferde risico’s excl. Grondexploitaties

1.095.445

Grondexploitaties Risico's op grondexploitaties worden grotendeels bepaald door marktontwikkelingen.

De risico’s op de grondexploitaties worden jaarlijks becijferd en verwerkt in het meerjarenprogramma grondbedrijfsfunctie (MPG).

In 2021 staat er nog 1 GREX open n.v.t. (Voorvliet). Door de verkoop van grond heeft dit geresulteerd in een tussentijdse winstneming. De dekkende verkoop wordt verrekend met de nog openstaande balanswaarde van de grex. De definitieve afronding vindt plaats in 2022

n.v.t.

0

Totaal becijferde risico’s incl. grondexploitaties

Verbonden partij

Afvalverwijdering Utrecht (AVU) Belasting Samenwerking Rivierlanden (BSR) Gemeentelijke GezondheidsDienst regio Utrecht (GGDrU) Veiligheidsregio Utrecht (VRU) Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek/Lopikerwaard (RHC) Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) Ferm Werk (FW) Totaal

1.095.445

Correctie i.v.m. Bijdrage afzonderlij t.b.v. risicoTotale bijdrage in 2021 in € ke berekening geldstrom in 2021 in € en 525.715 0 525.715 232.513 0 232.513 552.506 0 552.506 806.148 0 806.148 58.027 0 58.027 1.135.024 0 1.135.024 4.074.735 2.970.699 1.104.036 7.384.668 4.413.969

Risico in %

Risicobedrag in €

5% 5% 5% 5% 5% 10% 10%

Toelichten risicobedrag Verbonden partijen Voor het bepalen van het risico, wat de gemeente loopt naar aanleiding van het deelnemen aan diverse verbonden partijen, wordt per gemeenschappelijke regeling een inschatting gemaakt van het risicobedrag en grootte van het risico in procenten. Hieronder treft u de berekening van dit bedrag aan, het totaal is opgenomen in de inventarisatie van risico’s in de tabel hierboven.

Verhouding benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Bij het bepalen van het benodigde weerstandsvermogen wordt aangenomen dat de algemene reserve een minimale omvang van € 1 miljoen moet hebben om risico’s op te kunnen vangen. Dit bedrag is exclusief het risico op grondexploitaties, omdat hiervoor een aparte reserve wordt aangehouden. In bovenstaande tabel is het benodigde bedrag nader onderbouwd en op basis van de beschreven risico’s bepaald op 57

26.286 11.626 27.625 40.307 2.901 113.502 110.404 332.651

Paragrafen € 1,09 miljoen excl. grondexploitaties. Daarnaast is gekeken naar het weerstandsvermogen als de risico’s en de reserve voor het grondbedrijf wél worden meegenomen. Conform ons financieel beleid moet de factor voor het weerstandsvermogen minimaal 1,5 zijn. Met 2,30 (exclusief grondexploitaties) wordt daar aan voldaan. Hierbij is op basis van de uitkomst van de najaarsrapportage rekening gehouden met een tekort op de jaarrekening 2021 dat, afhankelijk van de uiteindelijke uitkomst van de rekening en de resultaatsbestemming, ten laste van de algemene reserve komt. Exclusief Inclusief grondexploitaties grondexploitaties

Omschrijving (bedragen in €) Beschikbare incidentele weerstandscapaciteit (a) Benodigde weerstandscapaciteit (zie totaal risico’s) (b) Ruimte in de weerstandscapaciteit o.b.v. 1,5 --> (a-(1,5 x b)) Factor weerstandsvermogen (a/b)

2.514.178 1.095.445 871.010 2,30

2.514.178 1.095.445 871.010 2,30

Het beleid omtrent de aanwending van de weerstandscapaciteit Wanneer risico’s zich voordoen kan dit leiden tot kosten voor de gemeente. In zo’n geval wordt mogelijk de financiële positie van de gemeente aangetast en moeten maatregelen worden getroffen om de gewenste situatie weer te bereiken. Het volgende is van toepassing met betrekking tot risicobeheer. 1. Allereerst worden tijdig beheersmaatregelen genomen, zoals het op orde krijgen van processen, de inzet van gekwalificeerd personeel en het verzekeren tegen bepaalde risico’s. 2. Indien beheersmaatregelen niet werken, dan wordt gekeken of de schade uit de daarvoor bedoelde programmabudgetten kan worden betaald, of uit de post onvoorzien. 3. Als dat niet mogelijk of bestuurlijk ongewenst is, dan worden de algemene reserves aangesproken; onderdeel van de algemene reserves is de benodigde weerstandscapaciteit. Hierbij wordt aangegeven op welke wijze gezorgd wordt dat de algemene reserve hoog genoeg blijft voor het opvangen van risico’s. 4. Indien de algemene reserves niet toereikend zijn, zal een beroep worden gedaan op de bestemmingsreserves. Ook in dit geval zal aangegeven worden op welke wijze de reserves worden aangevuld en wat de consequenties zijn voor het voorgenomen beleid. 5.

In het geval de algemene reserves en de bestemmingsreserves tekortschieten, zal de raad voorgesteld worden om de gemeentelijke belasting te verhogen of om te bezuinigen.

Kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bepaalt dat gemeenten voortaan een basis set van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarrekening. Doel van deze kengetallen is u op eenvoudige wijze inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente. Het gaat om de volgende kengetallen: - Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. - Solvabiliteitsratio. - Grondexploitatie. - Structurele exploitatieruimte. - Belastingcapaciteit. Rekening 2018

Rekening 2019

Rekening 2020

Rekening 2021

Netto schuldquote

37,1%

46,0%

55,5%

48,5%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

36,2%

45,2%

54,9%

48,0%

Solvabiliteitsratio

26,0%

19,9%

11,2%

11,3%

Grondexploitatie

3,7%

4,7%

5,1%

-0,2%

Structurele exploitatieruimte

3,1%

-5,7%

0,4%

0,8%

115,6%

117,0%

116,9%

124,7%

Kengetal

Belastingcapaciteit

Toelichting: Netto schuldquote (inclusief verstrekte leningen en hiervoor gecorrigeerd) Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een normale netto schuldenlast ligt voor gemeenten tussen 0% en 90%. Als de netto schuldquote tussen 90% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog en dient deze niet verder toe te nemen. Een quote 58

Paragrafen boven de 130% wordt algemeen beschouwd als te hoog. Voor Montfoort ligt dit cijfer dus ruim binnen de veilige marge. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer ligt bij gemeenten doorgaans rond de 30%. Voor Montfoort ligt dit kengetal lager dan de norm en lijkt na een dalende trend rond de 11% te blijven. Dit geeft aan dat de financiële weerbaarheid van de gemeente onder druk staat en de gemeente verhoudingsgewijs te weinig eigen vermogen heeft ten opzichte van de hoeveelheid aangetrokken vreemd vermogen. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. In de jaarrekening 2020 is per abuis vergeten de grondexploitatie Kop IJsselveld volledig af te sluiten, zodoende stond in 2021 een restant bedrag van € 16.700,- open. Dit restbedrag is in 2021 ten laste van de exploitatie gebracht ter afronding en afsluiting van deze grondexploitatie. In de andere grondexploitatie Voorvliet is sprake geweest, op basis van de PoC-berekening (percentage of completion), van tussentijdse winstneming ten bedrage van € 151.000,-. Naar verwachting wordt deze grondexploitatie in 2022 afgerond.

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen structurele lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van leningen) te dekken. De structurele exploitatieruimte laat voor de gemeente Montfoort echter een licht positief kengetal zien. Dat betekent dat de gemeente meer structurele baten heeft dan lasten en daardoor minimale ruimte heeft om eventuele lastenstijgingen op te vangen. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen en of er ruimte is voor nieuw beleid. Een kengetal boven de 100% geeft aan dat de lasten van de gemeente boven het landelijk gemiddelde liggen. Voor de gemeente Montfoort komt het kengetal voor de belastingcapaciteit boven de 100% uit. Dat betekent dat de gemeente minder mogelijkheden heeft om via belastingverhoging bij te sturen. Hiermee is de wendbaarheid van de gemeente om tegenvallers op te vangen beperkter dan gemiddeld.

Duiding van de kengetallen De kengetallen geven , in hun samenhang, een beeld over hoe de financiële gezondheid van de gemeente ervoor staat. Uit de gepresenteerde kengetallen komt een beeld naar voren van een gemeente die in redelijk zwaar weer verkeert: De solvabiliteit is afgenomen en lijkt te stabiliseren rond de 11%. Dit geeft aan dat het voor de gemeente lastiger kan worden om aan haar verplichtingen te voldoen en de verwachting is dat zij steeds vaker vreemd vermogen aan zal moeten trekken om aan alle verplichtingen te voldoen. Dit wordt ook zichtbaar in het lage kengetal voor de structurele exploitatieruimte. Deze indicator geeft aan de er nog maar weinig speelruimte is om (een stijging van) de structurele lasten op te vangen. Maar de ontwikkeling van de schuldquote lijkt positief te zijn, of dit structureel doorzet is afwachten. Het aandeel vreemd vermogen ten opzichte van het totaal vermogen is gedaald: in de laatste jaren met ongeveer 10% per jaar. In 2021 hebben een aantal grote investeringen plaatsgevonden, zoals bijvoorbeeld de overname van de openbare verlichting, de start van de bouw van het nieuwe schoolgebouw, de aanleg van nieuwe kunstgrasvelden, herinrichting van de binnenstad, ontwikkeling scoutinggebouw en de voorfinanciering uitvoering woningbouw. Deze investeringen worden voor een groot deel niet gefinancierd uit eigen middelen.

Hiervoor is dan ook ‘vreemd’ vermogen aangetrokken. Ondanks die investeringen blijft de schuldquote binnen de aanbevolen bandbreedte van de provincie. Daarnaast zien we ook een lichte toename van het eigen vermogen. De weerstandsratio (zie aan het begin van deze paragraaf) ) laat zien dat we nu nog voldoende eigen vermogen hebben om de voorziene risico’s af te dekken, maar ook deze indicator is toegenomen (van 1,77 in 2020, naar 2,30 in 2021). Rest de vraag of de gemeente nog financieel kan bijsturen aan de batenkant: door het verhogen van de eigen inkomsten. Uit het kengetal van de belastingcapaciteit kan men concluderen dat de gemeente hier nauwelijks meer mogelijkheden heeft. Deze indicator staat al ver boven de 100% waaruit blijkt dat de belastingdruk voor de inwoners van de gemeente Montfoort al fors hoger is dan gemiddeld in Nederland. De beperkte mogelijkheid tot sturing op de baten wordt mede onderbouwd door de beperkte omvang van de nog aanwezige onbenutte belastingcapaciteit, € 191.499,-. Met het vaststellen van de begroting 2021 is vastgesteld dat de OZB vanaf 2021 verder zal mogen stijgen naar 100% benutting van de beschikbare 59

Paragrafen belastingcapaciteit. Hierdoor heeft de gemeente nog enige mogelijkheden om via de inkomstenkant financieel te kunnen sturen.

60

Paragrafen

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Portefeuillehouder(s): I.A.M. Ten Hagen Intro De gemeente Montfoort heeft veel eigendommen in de openbare ruimte liggen. De paragraaf kapitaalgoederen gaat over het onderhoud van deze kapitaalgoederen. Met deze nieuwe opzet van de paragraaf Kapitaalgoederen voor de begroting 2021 is er ook een andere manier van verantwoording aan het eind van het jaar noodzakelijk. Dit is de eerste versie van de nieuwe verantwoording. Beheerplannen In 2019, na de ontvlechting van UW Samenwerking bleek dat er in Montfoort voor een aantal beheergroepen geen beheerplan aanwezig was of dat het betreffende beheerplan verlopen en/ of niet meer actueel was. Om die reden is er in 2021 hard gewerkt om de beheerplannen te actualiseren of op te stellen. Het resultaat is dat eind 2021 de meeste beheerplannen up-to-date zijn. Voor enkele beheerplannen geldt dat deze in 2022 worden geactualiseerd. In de onderstaande tabel staan de betreffende beheerplannen met de status en planperiode. Beheerplan

Looptijd van / tot Opstellen in 2021 2020-2023 2022-2030 2022-2025 2022-2026 2022-2032 2019/ 2025 2019/ 2023 Opstellen in 2021

Openbaar groen (niet aanwezig) Bomenbeheerplan Speelbeheerplan Beheerplan begraafplaatsen Wegenbeheerplan Beheerplan openbare verlichting Gladheidsbeheerplan Gemeentelijk rioleringsplan Beheerplan water (baggeren en duikers) Beheerplan oeverbescherming Programma zwerfafval Nota afvalstoffen 2020 Beheerplan kunstwerken

Opstellen in 2020 2020/ 2021 Nvt 2022-202

Tractieplan Gemeentelijk Vastgoed/gebouwen

2013-2024 2021-2030

Opmerking Doorgeschoven naar 2022* Beheerplan geactualiseerd Doorgeschoven naar 2022* Beheerplan geactualiseerd Beheerplan geactualiseerd

Doorgeschoven naar 2022* Doorgeschoven naar 2022*

Beheerplan geactualiseerd

Beheerplan geactualiseerd

* Uitleg/ toelichting op beheerplannen In 2021 stonden er veel beheerplannen op de planning om geactualiseerd te worden dan wel om helemaal nieuw opgesteld te worden. Omdat niet ieder beheerplan een even groot belang of (financieel-) risico heeft, is er besloten om in 2021 de focus te leggen bij de beheerplannen met de grootste impact en (financieel-) risico. Dat zijn/ waren de volgende beheerplannen: Wegen, speeltoestellen, verlichting en kunstwerken. De financiële gevolgen van deze beheerplannen zijn reeds in de meerjarenbegroting 2022 meegenomen. Kwaliteit In dit deel wordt een weergave gegeven van de raadskeuzes voor de onderhoudsniveaus van de verschillende elementen in de openbare ruimte. Voor ieder beheerplan zijn verschillende onderdelen opgenomen die aangeven welke kwaliteit is gekozen en hoe dit wordt gemonitord, zo is de frequentie, de normering/ methode en de uitvoering beschreven. De eerste tabel betreft de legenda voor de beeldkwaliteit. Legenda voor CROW-beeldkwaliteit: Kwaliteit Omschrijving A+ Zeer goed Ongeschonden, net nieuw aangelegd A Goed Mooi en comfortabel B Voldoende Functioneel C

Matig

Onrustig beeld, enige vorm van hinder, aanloop naar achterstallig onderhoud

D

Te slecht

Kapitaalvernietiging, uitlokking van vernieling, functieverlies, juridische aansprakelijkheid

61

Paragrafen

Ambitie en gerealiseerde beeldkwaliteit Ambitie Frequentie Onderdeel kwaliteit C Maandelijks Openbaar groen C ¼ per jaar Bomen A Maandelijks Bloemrijk Montf. N.v.t. Maandelijks Spelen A Maandelijks Begraafplaatsen C 1 x per 2 jaar Wegen Openbare N.v.t. Jaarlijks verlichting C Maandelijks Wegmeubilair N.v.t. Indien Gladheid noodzakelijk N.v.t. Inspectie jaarlijks Riolering 1/7 deel N.v.t. Duikers N.v.t. Jaarlijks Water C 1 x per 4 jaar Oeverbescherming C Maandelijks Zwerfafval N.v.t. Jaarlijks Afvalstoffen Marktkasten N.v.t. Jaarlijks N.v.t. 1 x per 4 jaar Sluis en bruggen N.v.t. Jaarlijks Tractie 3 Om de 4 jaar Gebouwen

Normering CROW-beeldkwal. CROW-beeldkwal. CROW-beeldkwal. Warenwet CROW-beeldkwal. CROW- nr. 146

CROW-beeldkwal. Geen normen beschikbaar CROW-normen

Waterkeur CROW CROW-beeldkwal. Scheidingsmeter Technische normen Technische normen APK-Keuring NEN 2767

Kwal. gerealiseerd in 2021 C C A N.v.t. A Meting in 2022 N.v.t. C N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. C B N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.

Conclusies De conclusie over de beeldkwaliteit van 2021 is dat op de onderdelen waar de beeldkwaliteit wordt toegepast en ook daadwerkelijk (regelmatig) is gemeten, dit overeenkomst met de door de raad gestelde ambitie. Voor de wegen wordt er eens in de 2 jaar een meting gedaan, deze is in 2020 uitgevoerd en zal in 2022 worden herhaald. Verder valt op dat de beeldkwaliteit van het zwerfafval beter is dan de ambitie aangeeft. De reden hiervoor ligt bij de zwerfafval acties van Duurzaam Montfoort.

62

Paragrafen

Paragraaf Financiering Portefeuillehouder(s): H.J. van Wiggen Algemeen De paragraaf Financiering is op grond van de wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) en het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) een verplicht onderdeel van de gemeentebegroting en jaarrekening. De paragraaf is een weergave van de wijze waarop de financieringsfunctie (het stelsel van leningen, beleggingen en garanties) binnen de gemeente is ingericht. De uitvoering van de treasury vindt zijn weerslag in deze paragraaf. Treasury is een proces binnen een organisatie dat tot doel heeft het financieringsmanagement en het cashmanagement te optimaliseren en te waarborgen dat het bedrijf aan zijn verplichtingen tegenover schuldeisers kan voldoen. Het treasurybeleid wordt gevoerd vanuit de door de raad vastgestelde financiële verordening en het treasurystatuut, daarnaast op onderdelen door wetgeving van de centrale overheid. Financieringspositie en -resultaat Financieringspositie De financieringspositie wordt bepaald door de boekwaarde van de activa af te zetten tegen de beschikbare financieringsmiddelen in het eigen vermogen (reserves) en vreemd vermogen (langlopende geldleningen en voorzieningen). Als de waarde van de activa lager is dan de financieringsmiddelen spreken we van een financieringsoverschot, als de waarde hoger is van een financieringstekort.

In het volgende schema is het (verwachte) verloop van de financieringspositie van de gemeente Montfoort per jaar ultimo over 2020 tot en met 2025 opgenomen. Financieringspositie 2020-2025 (bedragen x € 1.000.000) 2020

2021

2022

2023

2024

2025

Vaste activa Materieel Financieel Onderhanden werk Totaal vaste activa

24,8 0,4 1,4 26,6

26,3 0,2 0,0 26,5

40,7 0,3 0,0 41,0

39,4 0,3 0,0 39,7

38,2 0,3 0,0 38,5

36,2 0,3 0,0 36,5

Financieringsmiddelen Opgenomen leningen Voorzieningen Reserves Resultaat Totaal vaste passiva

13,4 7,1 4,9 -1,1 24,3

16,0 7,6 2,9 0,7 27,2

25,9 7,4 2,6 0,0 35,9

24,9 8,1 3,3 0,0 36,3

23,8 8,8 3,6 0,0 36,2

22,8 9,5 3,9 0,0 36,2

Financieringspositie (ultimo) Financieringspositie (gem. in het jaar)

-2,3 -0,1

0,7 -0,8

-5,1 -2,2

-3,4 -4,3

-2,3 -2,9

-0,3 -1,3

In 2021 is een vaste geldlening van € 3.500.000 opgenomen. Naar de actuele inzichten loopt het financieringstekort op en zal in de loop van 2022 wederom een beroep op de kapitaalmarkt moeten worden gedaan. Op welke wijze dit financieringstekort zal worden afgedekt hangt onder meer af van het daadwerkelijk verloop van de verwachte investeringen en de renteverwachting. Financieringsresultaat Investeren kost geld. Aan investeringen wordt daarom een interne rente toegerekend. Voor financieel vaste activa geldt dat er een contractueel overeengekomen rente aan de debiteur wordt toegerekend. Als we de som van beiden verlagen met de rente die we moeten betalen over de opgenomen geldleningen weten we het effect van de financiering op de begroting (financieringsresultaat). In het volgende overzicht is het gerealiseerde financieringsresultaat over 2021 en het begrote financieringsresultaat over 2020 tot en met 2025 weergegeven.

63

Paragrafen Financieringsresultaat 2020-2025 (bedragen × € 1.000.000) Rentebaten: Toegerekende rente aan investeringen Toegerekende rente aan grondexploitaties Ontvangen rente Totaal rentebaten Rentelasten: Betaalde rente van geldleningen Rente over financieringstekort Totaal rentelasten Berekend financieringsresultaat Financieringsresultaat volgens MJB Verschil

2020

2021

2022

2023

2024

2025

0,2 0,0 0,0 0,2

0,2 0,0 0,0 0,2

0,3 0,0 0,0 0,3

0,6 0,0 0,0 0,6

0,6 0,0 0,0 0,6

0,6 0,0 0,0 0,6

0,3 0,0 0,3

0,2 0,0 0,2

0,2 0,0 0,2

0,2 0,0 0,2

0,2 0,0 0,2

0,2 0,0 0,2

-0,1 0,2 -0,3

0,0 0,4 -0,4

0,1 0,4 -0,3

0,4 0,4 0,0

0,4 0,4 0,0

0,4 0,4 0,0

Rentetoerekening aan investeringen Bij de begroting 2021 is uitgegaan van een toegerekend rentepercentage aan investeringen van 1,0%. Conform de stellige uitspraken van de commissie BBV wordt een correctie verplicht gesteld indien de afwijking groter is dan 25%. Voor jaarrekening 2021 was dit niet het geval en is het rentepercentage gehandhaafd op 1,0%.

64

Paragrafen Schema rentetoerekening realisatie jaar 2021

a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering

245.590

b. De externe rentebaten (idem)

-/- €

Saldo rentelasten en rentebaten

-3.101

242.488

C1. De rente die aan de grondexploitatie wordt doorberekend

-/- €

23.094

C2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld wordt toegerekend

-/- €

-

C3. De rentebaten van doorverstrekte leningen waar een specifieke lening voor is aangetrokken, die aan het betreffende taakveld wordt toegerekend

+/+ €

23.094

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

€

d1. Rente over eigen vermogen

+/+ €

d2. Rente over voorzieningen

+/+ €

219.394

-

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

€

e. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-/- €

f. Renteresultaat op het taakveld Treasury

€

* De boekwaarde van de activa die integraal zijn gefinancierd per 1 januari bedragen De aan taakvelden toegerekende rente bedraagt 1,00% over 25.221.834 = (gemiddeld) Percentage afwijking tussen de werkelijke rentelasten en toegerekende rentelasten

219.394

-236.730 *

-17.335

25.221.834 236.730

8%

Wet FIDO en financiering De in de inleiding genoemde wet FIDO beoogt decentrale overheden een kader te geven om renterisico’s op leningen zo beperkt mogelijk te houden. Renterisico ontstaat door wijzigingen in rentepercentages van opgenomen leningen en kasgeldleningen. Er zijn twee verplichte richtlijnen in de wet FIDO om de renterisico’s te bewaken en beheersen; de kasgeldlimiet voor korte financiering en de renterisiconorm voor lange financiering. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een grens aan het bedrag dat met kort geld (korter dan één jaar) mag worden gefinancierd. Dit is een door de overheid vastgesteld percentage (momenteel 8,5%) van de begrote lasten per jaar. Indien de gemiddelde korte financiering de limiet overschrijdt zal er geconsolideerd moeten worden door middel van het afsluiten van een lange financiering. Kasgeldlimiet Montfoort 2021-2025 (bedragen × € 1.000) 2021 2022 2023 2024 2025 Begrote lasten 28.385 30.156 29.501 29.507 29.584 Kasgeld limiet (8,5%) 2.413 2.563 2.508 2.508 2.515

65

Paragrafen Er is gedurende 2021 door gemeente Montfoort vier keer een kasgeldlening aangetrokken. Overschrijding van de kasgeldlimiet is derhalve niet aan de orde geweest. Renterisiconorm Ook voor renterisico’s in de lange financiering is in de Wet FIDO een norm gesteld. Deze norm, de renterisiconorm, bedraagt 20% van de stand van de vaste schuld per 1 januari. De vaste schuld is hierbij gedefinieerd als de opgenomen leningen met een rentetypische looptijd groter of gelijk aan 1 jaar. Met andere woorden: de Wet FIDO acht het renterisico aanvaardbaar in de tijd gespreid indien in een bepaald jaar niet meer dan 20% van per 1 januari geldende restschuld van opgenomen leningen aan renteaanpassing onderhevig is. In het volgende overzicht staat de verwachte ontwikkeling van de renterisiconorm (in € 1.000) bij gemeente Montfoort vermeld. Renterisico 2021-2025 (bedragen x € 1.000) 1-1-2021

1-1-2022

1-1-2023

1-1-2024

1-1-2025

Renteherziening vaste schuld og

berekening a

0

0

0

0

0

Renteherziening vaste schuld ug

b

0

0

0

0

0

c=a-b

0

0

0

0

0 0

Netto renteherziening Nieuw aangetrokken schuld

d

3.500

0

0

0

Nieuw verstrekte leningen

e

0

0

0

0

0

f=d-e

3.500

0

0

0

0

1048

1052

1055

1055

0

0

0

Netto nieuwe schuld Betaalde aflossingen Herfinanciering Renterisico

g

870

h=laagste f of g

0

i=c+h

0

0

0

0

0 23.866

Renterisiconorm Vaste schuld

j

13.390

16.020

25.972

24.921

Percentage vastgesteld

k

20

20

20

20

20

Renterisiconorm

l=jxk

2.678

3.204

5.194

4.984

4.773

Renterisiconorm

m=l

2.678

3.204

5.194

4.984

4.773

Renterisico vaste schuld

n=i

0

0

0

0

0

2.678

3.204

5.194

4.984

4.773

Toets renterisiconorm

Ruimte

o=m-n

Schatkistbankieren Afgezien van de mogelijkheid om aan elkaar leningen te verstrekken, zijn decentrale overheden verplicht alle middelen die ze niet direct nodig hebben voor hun publieke taak in de schatkist aan te houden. Wel is er sprake van een bepaalde drempel. De drempel is tot 1 juli 2021 vastgesteld op 0,75% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 0,25 mln. en een maximum van € 2,5 mln. Door een herziening van het verplicht schatkistbankieren is de drempel vanaf 1 juli 2021 vastgesteld op 2% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 1,0 mln. en een maximum van € 10 mln. Uit de tabel hieronder blijkt dus dat er gedurende het jaar 2021 per dag € 213.000 (tot 1 juli) en € 568.000 na 1 juli aan liquide middelen buiten de schatkist mocht worden gehouden. Aan dit vereiste is ruimschoots voldaan. Zie ook 5.3.2 Toelichting op de balans. Begrote drempelbedragen schatkistbankieren Montfoort 2021-2025 (bedragen × € 1.000) 2021 2021 2022 1e halfjaar 2e halfjaar Begrote lasten 28.385 28.385 30.156 Berekende Drempel schatkistbankieren tot 1 juli 0,75%: 213 568 603 na 1 juli 2021 2% Minimum drempelbedrag 250 1.000 1.000

2023

2024

2025

29.501

29.507

29.584

590

590

592

1.000

1.000

1.000

Leningenportefeuille opgenomen gelden Het is van belang zicht te hebben op de samenstelling, de grootte en de rentegevoeligheid van de opgenomen geldleningen. De (verwachte) wijzigingen als gevolg van nieuwe leningen, (vervroegde) aflossingen, renteconversies en dergelijke worden daarbij toegelicht. In onderstaand schema worden de mutaties van de leningenportefeuille voor het begrotingsjaar weergegeven( in euro’s).

66

Paragrafen Bank BNG Bank BNG Bank BNG Bank BNG Bank Totaal

Percentage 1,749% 1,970% 1,530% 0,295%

Stand 1-1 5.833.333 6.031.593 1.524.918 0 13.389.845

Opgenomen

3.500.000 3.500.000

Rentebedrag 95.385 118.305 22.951 8.656 245.298

Aflossing 666.667 104.225 98.501 869.394

Stand 31-12 5.166.666 5.927.368 1.426.417 3.500.000 16.020.451

Meerjarig laten de opgenomen leningen het volgende zien:

Stand per 1-1 Opname Aflossing Stand per 31-12

2021 13.389.845 3.500.000 869.394 16.020.451

2022 16.020.451 0 1.047.954 14.972.497

2023 14.972.497 0 1.051.577 13.920.920

2024 13.920.920 0 1.055.266 12.865.654

2025 12.865.654 0 1.059.020 11.806.634

Leningenportefeuille uitgezette gelden Tot deze portefeuille behoren vooral leningen die conform de besluiten van de gemeenteraad zijn verstrekt aan de Stichting Kunstgras Montfoort, Stichting Zwembad Montfoort en Vitens (in 2021 afgelost). Het saldo van de verstrekte geldleningen bedraagt per 31 december 2021 ruim € 147 duizend, zonder hypothecaire zekerheid. In de raad van 13 december 2021 is de verordening VROM Starterslening gemeente Montfoort 2010 ingetrokken. In 2010 was € 170.000 verstrekt aan het SVn fonds voor het uitgeven van startersleningen. Dit bedrag is nagenoeg terugbetaald. In 2021 is € 150.000 terugontvangen van het SVn fonds. Beleggingsportefeuille Het aandelenbezit (totaal € 43.161) is niet gebaseerd op winstoogmerk. Het risico van deze aandelen bij de Bank Nederlandse Gemeenten en Vitens is verwaarloosbaar. Aandelenportefeuille bestaat uit: BNG Bank Vitens Totaal

€ 31.200 € 11.861 € 43.061

De BNG Bank heeft in 2021 alsnog in verband met de coronapandemie in 2 delen het dividend over 2019 (2019: EUR 1,27 per aandeel) uitgekeerd en het dividend over 2020 (2020: EUR 1,81 per aandeel). Door een enorme investeringsopgave waarvoor Vitens de komende jaren staat o.a. door vervanging van verouderde waterleidingen is het dividend 2020 evenals 2019 niet uitgekeerd. Leningen met een gemeentegarantie In het kader van een publieke taak waarborgt de gemeente in sommige gevallen leningen voor investeringen die passen binnen de doelstellingen van de begroting. Het beleid ten aanzien van verstrekken van een garantie is vastgelegd in de Financiële Verordening en houdt in dat deze slechts in uitzonderlijke gevallen wordt afgegeven. De portefeuille van de gegarandeerde leningen bedraagt per 1-12021 ongeveer € 17,3 miljoen (saldo 31-12-2020 jaarrekening) waarvoor de gemeente indirect garant staat voor leningen van de woningcorporatie afgesloten via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en Hypotheekgarantie Eigen Woningen (voor 1995).

67

Paragrafen

Paragraaf Bedrijfsvoering Portefeuillehouder: mr. P.J. van Hartskamp-de Jong, I. ten Hagen Een eigen organisatie

Leidraad voor de inrichting van de organisatie was het Inrichtingsplan Montfoort Gewoon bijzonder, Bijzonder Gewoon 2018 met het bijbehorende functieboek. Dat is het nog steeds, zij het dat het Inrichtingsplan steeds wordt geactualiseerd naar de realiteit. We zijn een lerende organisatie die steeds op zoek is naar de beste wijze van functioneren en die flexibel blijft inspelen op de steeds veranderende omgeving. Het inrichtingsplan is om die reden niet in beton gegoten en ondergaat dan ook elk najaar een update, zo ook in 2021. De inrichting van de organisatie en daarmee het inrichtingsplan is in 2021 op twee onderdelen aangepast. 1. In het belang van een goede samenwerking met onze inwoners is er in 2021 een gebiedsmanager binnen de organisatie aangewezen die als linking pin tussen de gemeente en de Montfoortse gemeenschap het veranderproces van besturen met de gemeenschap en het optimaliseren van de samenwerking met onze uitvoeringspartners aanjaagt. 2. Aangekondigd is het per 1 januari 2022 invoegen van een team Wabo binnen de afdeling Ruimte. Naar aanleiding van de uitkomsten van een efficiencyonderzoek naar de aan de Omgevingsdienst regio Utrecht (OdrU) uitbestede taken, is in 2021 besloten de taken op het gebied van Omgevingsvergunningverlening en het toezicht en de handhaving hierop weer zelf uit te gaan voeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=9b42bc82-8d53-42b0-a106-11e80c9440f1