Bijlage Begroting 2025 en meerjarenraming 2026 - 2028
Tekst van het document
Beheersmaatregelen
Ondernomen acties en risico inschatting 2025
Verstrekte garanties Er zijn diverse gemeentegaranties aan instellingen verstrekt Deze garanties zijn in eerste instantie In 2024 heeft zich geen problemen voorgedaan (peildatum 31 december 2022). Het grootste deel hiervan zijn gegarandeerd door het rondom de gemeente- garanties. Voor 2025 zijn garanties voor woningbouwverenigingen waar de gemeente Waarborgfonds Sociale Woningbouw de bedragen aangepast en blijft het risico-% samen met het Rijk voor 50% een achtervang-positie inneemt. (WSW). gehandhaafd op 2% Planschadeclaim De wet 'Ruimtelijke ordening' biedt burgers de mogelijkheid voor De beoordeling van deze claim is zeer Er is bij een onafhankelijk deskundige adviseur om planschade te claimen bij de gemeente (artikel 6.1). Eind complex, mede gezien de lange periode een conceptbeoordeling aangevraagd en 2017 is een aanvraagformulier met een claim voor waarop deze zaak betrekking heeft. Om ontvangen. Hierin wordt het oordeel gegeven dat tegemoetkoming planschade ontvangen naar aanleiding van de inzicht te krijgen wordt een in deze casus de claim op planschade onterecht vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied. In de wet conceptbeoordeling van de claim is. Op 21 augustus 2023 is het bezwaarschrift ruimtelijke ordening wordt voor de beoordeling van de claim een opgevraagd bij een onafhankelijk hiertegen behandeld.
Bij besluit van 5 september onafhankelijk en deskundig adviseur aangewezen. deskundige adviseur. 2023 is het bezwaarschrift ongegrond verklaard conform advies. Momenteel staat nog de mogelijkheid van beroep open (tot en met 17 oktober). Gezien dit besluit en het advies is het risico-% laag ingeschat, en gezet op 2%. Er is een claim (met een bedrag) ingediend naar aanleiding van huurderving met betrekking tot parkeerplaatsen
De beoordeling van de claim ligt ter behandeling voor aan de rechterlijke macht.
Participatiewet uitkeringen (PW) De PW is een open-einde-regeling. Dat houdt in dat eventuele Beheersing vindt plaats binnen de GR overschrijdingen op deze taak voor risico van de gemeente is. FermWerk Het risico-bedrag is gebaseerd op het totaal aan uitkeringen aan de gemeente volgens de Participtiewet. Periodiek ontvangt de gemeente kwartaal- rapportages over realisatie van taken en middelen Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) excl. decentralisatie De WMO is een open-einde-regeling. Dat houdt in dat eventuele 1. Toewijzing voor ondersteuning overschrijdingen op deze taak voor risico van de gemeente is. worden binnen de grenzen van de wet Het gaat hierbij met name om huishoudelijke hulp, woon- en individueel bepaald en gemonitord, vervoersvoorzieningen (clientgebonden kosten). Door invoering waardoor de kosten zo beheerst van het abonnementstarief en loonontwikkeling bij mogelijk blijven. huishoudelijke hulp is de kans groot dat de totale kosten zullen 2. De ramingen zijn bijgesteld n.a.v. gaan stijgen. Zonder compensatie via de Rijksbijdrage komen de prognoses voor 2023. deze méérkosten voor rekening van de gemeente.
Kans
Kans
Bruto
Impact
Score
Netto (kans % x € bruto)
in %
cat 1 tm 5
in €
cat 1 tm 5
van 1 tm 25
in €
2%
1
16.172.000
5
5
323.440
2%
1
356.345
3
3
7.127
De claim wordt door de gemeente betwist en een rechterlijke uitspraak is gedaan. Er is echter hoger beroep aangetekend. Het is onbekend of en hoe de hoogte van de claim door de rechters wordt vastgesteld en wanneer dit juridische traject volledig afgerond wordt.
pm
pm
Vanwege de bekostigingssystematiek van de BUIG uitkering voor Montfoort is het gekozen risicoprofiel passend. Per kwartaal worden rapportages ontvangen. Daarnaast is er wekelijks contact over de ontwikkelingen binnen Ferm Werk.
5%
1
1.621.647
5
5
81.082
1. Toewijzing van ondersteuning wordt scherp gemonitord. De bijraming gedaan in 2025 lijkt voldoende binnen de component clientgebonden kosten Wmo. Ook is in de raming rekening gehouden met cao stijgingen en indexeringen. Risico kan zitten in een grote woningaanpassing of expotentieel stijgende clientaantallen. Van dat laatste, de aantallen, is op dit moment lastig in te schatten en te onzeker, hoe die zich in 2025 gaan ontwikkelen. Tevens is onzeker of en hoe het Rijk gemeenten in voldoende mate compenseren voor de prijsstijgingen en eventuele stijgingen in aantallen.
20%
1
1.891.398
5
5
378.280
Jeugdzorg De jeugdzorg is een open-einderegeling. Dat houdt in dat 1. Toewijzing voor ondersteuning eventuele overschrijdingen op deze taak voor risico van de worden binnen de grenzen van de wet gemeente is. Het grootste risico’s betreft voornamelijk de individueel bepaald en gemonitord, complexe dure zorgtrajecten, waarbij incidentele zorgbehoeften waardoor de kosten zo beheerst tot forse extra uitgaven kunnen leiden. Bovendien is de mogelijk blijven. zorgvraag ad hoc en is er nog beperkt historisch inzicht in de 2. De ramingen zijn bijgesteld n.a.v. kostenontwikkeling. Zonder compensatie via de Rijksbijdrage de prognoses voor 2023, omdat de komen eventuele méérkosten voor rekening van de gemeente. Het aantallen voor 2024 nog onzeker zijn nieuwe kabinet is voornemens om enkele tegemoetkomingen te in verband met de invoering van een doen, de provincie geeft aan dat er enkele baten verwacht mogen nieuw back-office systeem. worden, waarvoor de gemeente een stelpost mag opnemen. Dit is optioneel. Verstrekte leningen Uit hoofde van de publieke taak heeft de gemeente leningen verstrekt aan de Stichting Zwembad, Stichting Kunstgras Montfoort en een voetbalvereniging.
Het beleid is erop gericht om de leningenportefeuille zo beperkt mogelijk te houden.
De (bij)raming voor 2025 lijkt voorals nog net toereikend. Voor 2025 is de raming afhankelijk van de toepasing van het woonplaatbeginsel, van nieuwe contracten die worden afgesloten en prijsstijgingen. Dit heeft voor Montfoort een negatief effect van ca. € 320.000,-, De raming over 2025 is ook sterk afhankelijk van startende of stoppende zorgtrajecten. Voor 2024 en 2025 worden we vanuit het Rijk deels gecompenseerd en is er dus dekking. Vanaf 2026 komt deze dekking te vervallen en ontstaat er een gat.
10%
1
2.216.048
5
5
221.605
Het risicobedrag is gebaseerd op de omvang van de leningen, conform jaarrekening 2023. Gezien de stabiele trend en de beperkte omvang van de portefeuille blijft het percentage gehandhaafd
10%
2
189.000
3
6
18.900
5
15
312.197
3
6
0
Gemeenschappelijke regelingen De gemeente kan worden geconfronteerd met financiële We brengen de risico’s zo goed Het door een GR gevraagde extra budget wordt Per GR een tegenvallers van verbonden partijen. Door deelname verplicht de mogelijk in beeld door de verbonden beoordeeld op de parameters voor ander % gemeente zich namelijk ook om bij te dragen in eventuele extra partijen scherp te monitoren via het kostenontwikkeling conform de méérkosten. Op basis van de informatie uit de paragraaf accounthouderschap. Het benodigde septembercirculaire. Toegezonden kadernota's verbonden partijen wordt per verbonden partij ingegaan op de weerstands-vermogen is gebaseerd op van GR-en zijn beoordeeld op de getoonde stand van zaken (zie tabel hieronder). Doordat de gemeente de omvang van de totale bijdrage en budgettaire ontwikkeling. Waar noodzakelijk is steeds meer samenwerkt met andere gemeenten, kunnen de niet per regeling bepaald. hierop gereageerd via zienswijze en/of afgestemd risico’s niet meer zelfstandig beheerst worden. Samenwerking Toegezonden kadernota's van GR-en met de eigen vertegenwoordiger binnen AB. hierin is dus van groot belang, maar ook lastig wanneer er worden beoordeeld op de getoonde verschillen van inzicht tussen gemeenten rondom de budgettaire ontwikkeling. Waar waargenomen risico's zijn.
noodzakelijk wordt hierop gereageerd via zienswijze en/of afgestemd met de eigen vertegenwoordiger binnen AB Gemeenschappelijke regelingen met een verschoven debiteurenbeheer, namens de gemeente, kunnen een post dubieuze debiteuren vormen. Conform recente jurisprudentie behoort het vormen van een voorziening ter dekking van dit risico niet bij de GR te worden gedaan, maar bij de opdrachtgever (de gemeente).
Als opdrachtgever is het zicht op de Het opnemen van een noodzakelijke voorziening uitvoering van debiteuren-beheer en wordt vervangen door het benoemen van dit punt het beoordelen van risico’s niet in de risico-paragraaf en wordt het financiele inzichtelijk. Een evt. voorziening risico opgevangen binnen het gevormde dubieuze debiteuren kan de gemeente weerstands-vermogen ten behoeve van de daarom niet onderbouwen met gemeenschappelijke regeling (hierboven) documenten richting accountant/ ihkv rechtmatigheid De gemeente Montfoort heeft beperkte eigen ambities vastgesteld Het blijven monitoren van de De situatie is dat er in het Klimaatakkoord van en volgt in grote lijnen binnen de rijksambities. Er is buiten de ontwikkelingen op duurzaamheid en het Rijk afspraken gemaakt zijn, waaronder het rijksbijdrage geen (aanvullend) budget beschikbaar gesteld. Het CO2. reduceren van de CO2 in 2030. Vanuit het Rijk risico bestaat dat Montfoort niet aan de door het Rijk gestelde zijn hier enkele specifieke uitkeringen voor doelen (met name CO2) voor 20230 uit het Klimaatakkoord kan ingesteld, bijvoorbeeld de CDOKE tot en met voldoen. 2026. De gemeente Montfoort geeft met deze tijdelijke middelen uitvoering aan de klimaatdoelstellingen, hiervoor zijn circa 2 fte mee gemoeid.
Echter als deze tijdelijke middelen niet structureel worden gemaakt door het Rijk, dan valt de dekking voor deze fte's straks weg. Dat is een risico na 2026. Een inschatting van de raming van het risicobedrag is circa € 276.000,- . Implementatie Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet staat gepland op 1-1-2024. Voor het implementeren van deze wet moeten kosten worden gemaakt. Deze invoeringsdatum is al meerdere opgeschoven door het Rijk, omdat er vertragingen waren. Op het moment van het opstellen van de begroting 2024 is er op Rijksniveau wederom sprake van ontwikkelingen. Het risico bestaat dat de invoeringsdatum weer wordt doorgeschoven.
zie
3
2
5.385.947
hierboven
p.m.
Het intern voorbereiden van de implementatie en het blijven monitoren van de ontwikkelingen.
Ter voorbereiding wordt een inschatting van de kosten gemaakt. Na invoering van de wet wordt daarover in het eerstvolgend PC-document over gerapporteerd. Tevens worden de ontwikkelingen op Rijksniveau met de voet gevolgd.
p.m.
De risico’s op de grondexploitaties worden jaarlijks becijferd en verwerkt in het meerjarenprogramma grondbedrijfsfunctie (MPG).
In 2024 en 2025 worden enkele uitbreidingslocaties onderzocht. Het is dan ook nog niet bekend of deze later zullen leiden tot een grondexploitatie.
n.v.t.
p.m.
0
p.m.
0
€ 1.342.631
Totaal becijferde risico’s excl. Grondexploitaties Grondexploitaties Risico's op grondexploitaties worden grotendeels bepaald door marktontwikkelingen.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
€0
€ 1.342.631
Totaal becijferde risico’s incl. grondexploitaties
Voor het bepalen van het risico, wat de gemeente loopt naar aanleiding van het deelnemen aan diverse verbonden partijen, wordt per gemeenschappelijke regeling een inschatting gemaakt van het risicobedrag en grootte van het risico in procenten. Hieronder treft u de berekening van dit bedrag aan, het totaal is opgenomen in de inventarisatie van risico’s in de tabel hierboven. Correctie i.v.m. Bijdrage aan Op te nemen afzonderlijke Risico in % risico risicobedrag geldstromen Afvalverwijdering Utrecht (AVU) 651.000 0 651.000 5% 32.550 Belasting Samenwerking Rivierlanden (BSR) 327.000 0 327.000 5% 16.350 Gemeentelijke GezondheidsDienst regio Utrecht (GGDrU) 722.000 0 722.000 5% 36.100 Veiligheidsregio Utrecht (VRU) 971.000 0 971.000 5% 48.550 Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek/Lopikerwaard83.442 (RHC) 0 83.442 5% 4.172 Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) 858.000 0 858.000 10% 85.800 Ferm Werk (FW) 3.989.000 2.215.495 1.773.505 5% 88.675 Totaal 7.601.442 2.215.495 5.385.947 312.197
Verbonden partij
Totale bijdrage in 2025
Bij het bepalen van het benodigde weerstandsvermogen wordt aangenomen dat de algemene reserve een minimale omvang van € 2 miljoen moet hebben om risico’s op te kunnen vangen. Conform ons financieel beleid moet de factor voor het weerstandsvermogen minimaal 1,5 zijn. Met 3,96 wordt daaraan ruimschoots voldaan. Hierbij is uitgegaan van de stand van de algemene reserve en de benodigde weerstandscapaciteit per 1 januari 2025.
Ontwikkelingen weerstandsratio Totaal beschikbare weerstandscapaciteit (a) Berekend weerstandsrisico (zie totaal risico’s) (b) Benodigde weerstandscapaciteit ( c) (= 1,5x b) Vrije ruimte in de weerstandsvermogen --> (d) (= a-c) Weerstandsratio
2025
2026
2027
2028
5.318.281 1.342.631
4.944.125 1.342.631
5.727.502 1.342.631
5.654.841 1.342.631
2.013.947 3.304.334
2.013.947 2.930.179
2.013.947 3.713.556
2.013.947 3.640.895
3,96
3,68
4,27
4,21
In bovenstaande tabel, uitgaande van het meerjarig begrotingssaldo van 2026 tot en met 2028, is ook het meerjarig beeld van de weerstandsratio weergegeven.
Wanneer risico’s zich voordoen kan dit leiden tot kosten voor de gemeente. In zo’n geval wordt mogelijk de financiële positie van de gemeente aangetast en moeten maatregelen worden getroffen om de gewenste situatie weer te bereiken. Het volgende is van toepassing met betrekking tot risicobeheer. 1. Allereerst worden tijdig beheersmaatregelen genomen, zoals het op orde krijgen van processen, de inzet van gekwalificeerd personeel en het verzekeren tegen bepaalde risico’s. 2. Indien beheersmaatregelen niet werken, dan wordt gekeken of de schade uit de daarvoor bedoelde programmabudgetten kan worden betaald, of uit de post onvoorzien. 3. Als dat niet mogelijk of bestuurlijk ongewenst is, dan worden de algemene reserve aangesproken; onderdeel van de algemene reserve is de benodigde weerstandscapaciteit. Hierbij wordt aangegeven op welke wijze gezorgd wordt dat de algemene reserve hoog genoeg blijft voor het opvangen van risico’s. 4. Indien de algemene reserve niet toereikend is, zal een beroep worden gedaan op de bestemmingsreserves. Ook in dit geval zal aangegeven worden op welke wijze de reserves worden aangevuld en wat de consequenties zijn voor het voorgenomen beleid. 5. In het geval de algemene reserve en de bestemmingsreserves tekortschieten zal de raad voorgesteld worden om de belastingen te verhogen of om te bezuinigen.
Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) bepaalt dat gemeenten voortaan een basisset van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarrekening. Doel van deze kengetallen is op eenvoudige wijze inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente. Het gaat om de volgende kengetallen: - Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. - Solvabiliteitsratio. - Grondexploitatie. - Structurele exploitatieruimte. - Belastingcapaciteit. Kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Rekening Begroting Begroting 2023 2024 2025 73,3% 35,8% 49,1% 73,3%
35,5%
48,8%
21,1% 0,0% 5,9% 124,2%
13,8% 0,0% 2,4% 125,9%
17,4% 0,0% 1,0% 123,5%
Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een normale netto schuldenlast ligt voor gemeenten tussen 0% en 90%. Als de netto schuldquote tussen 90% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog en dient deze niet verder toe te nemen. Een quote boven de 130% wordt algemeen beschouwd als te hoog. Voor Montfoort ligt dit cijfer dus ruim binnen de veilige marge. In aanloop van het opstellen van deze begroting is de financieringsbehoefte voor 2025 en verder geactualiseerd. In de paragraaf financiering is dit nader toegelicht.
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer ligt bij gemeenten doorgaans rond de 30%. Voor Montfoort ligt dit kengetal lager dan de norm, maar er is wel een lichte opwaartse beweging zichtbaar. Deze stijgende lijn komt door het positieve jaarresultaat van de jaarrekening 2023 en de positieve saldi van deze begroting. De financiële weerbaarheid van de gemeente verbetert hierdoor iets, maar blijft onder druk staan. Er is verhoudingsgewijs te weinig eigen vermogen beschikbaar ten opzichte van de hoeveelheid aangetrokken vreemd vermogen.
Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voorgaande jaren zijn enkele grondexploitaties (o.a. Voorvliet) afgesloten. In 2025 en 2026 worden er enkele ontwikkellocaties onderzocht en eventueel enkele bouwlocaties gestart, waarvan nog bepaald gaat worden of deze tot een grondexploitatie zullen leiden.
Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen structurele lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van leningen) te dekken. De structurele exploitatieruimte laat voor de gemeente Montfoort een positief kengetal zien. Dat betekent dat de gemeente meer structurele baten dan lasten heeft.
Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Een kengetal boven de 100% geeft aan dat de lasten van de gemeente boven het landelijk gemiddelde liggen. Voor de gemeente Montfoort komt het kengetal voor de belastingcapaciteit boven de 100% uit. Dit betekent dat de gemeente minder mogelijkheden over heeft om via belastingverhoging bij te sturen. Hiermee is de wendbaarheid van de gemeente om tegenvallers op te vangen beperkter dan gemiddeld.
Portefeuillehouder(s): drs. C. van Dalen
De gemeente Montfoort heeft veel eigendommen in de openbare ruimte liggen. De paragraaf kapitaalgoederen gaat over het onderhoud van deze kapitaalgoederen. Om helder te hebben waar we over spreken wordt de openbare ruimte gedefinieerd als de buitenruimte, inclusief de ondergrondse infrastructuur, die in beheer en onderhoud van de gemeente is. De paragraaf heeft betrekking op de kapitaalgoederen die vallen onder de begrotingsproducten: • Wegen en verkeer • Openbare verlichting • Groen en speelplaatsen • Waterhuishouding • Civiele kunstwerken In cijfers betekent dit het volgende: Onderdeel
Eenheid
Areaal 2023
Openbaar groen
M2
Bomen Spelen
Areaal 2024
Toe-/ afname %
Toelichting
476.096 465.021
-2,33%
Combinatie van gras, heesters en vaste planten
St
7.788
8.166
4,85%
St
291
291
0,00%
Verharding
M2
660.703 664.659
0,60%
Openbare verlichting
St
2.755
2.755
0,00%
Weg- en straatmeubilair
St
275
275
0,00%
Riolering
M1
82.800
82.800
0,00%
Water
M2
20.628
20.630
0,01%
Oeverbescherming
M1
12.050
12.050
0,00%
Kunstwerken
St
36
36
0,00%
Gebouwen Gronden (met overeenkomst)
St
35
37
5,71%
St
16
16
0,00%
39 % asfalt, 60 % elementenverharding, 1 % half verharding
Gemeentelijk Rioleringsplan
Een korte uitleg over de grootste veranderingen: De beheergroep openbaar groen heeft door een aantal projecten en de wens naar meer parkeerplaatsen areaal moeten inleveren. Dat areaal heeft de beheergroep verharding er bij gekregen. De beheergroep bomen hebben een grote aanvulling gekregen in areaal, dit komt door het aanvullen van het beheersysteem met al bestaande bomen in het buitengebied. Er is dus is geen areaal uitbreiding in de openbare ruimte. Bij de gebouwen is het anders, hier zijn er twee bijgekomen, namelijk IJsselveld 20 en het gebouw aan de G. van Damstraat. Hiervoor zijn eerder al besluiten genomen door de raad.
In de onderstaande beleidsplannen en notities zijn keuzes gemaakt die invloed hebben op de kapitaalgoederen en de kwaliteit van het onderhoud. Daarnaast heeft ook ons financieel beleid invloed op kapitaalgoederen en de kosten. Het gaat om de volgende notities: Keuzes maken Montfoort 2014, de gehele openbare ruimte wordt op C-niveau onderhouden. Bloemrijk Montfoort 2016, omvorming van heestervakken naar bloemrijke vakken. Investering afgerond. Nota grondprijsbeleid Meerjarenonderhoudsplan gebouwen 2017-2026
In 2021 is regionaal beleid voor klimaatadaptatie vastgesteld. Dit beleid heeft gevolgen voor de inrichting van de huidige en toekomstige openbare ruimte en dus ook voor onze kapitaalgoederen. Dit beleid gaat in op de gevolgen door het veranderen van het klimaat, dit zijn vier onderdelen namelijk: droogte, hitte, wateroverlast en gevolgenbeperking. Vooral de eerste drie onderdelen hebben invloed op het uiterlijk van de openbare ruimte. In een eerste uitvoeringsplan zal de invloed van klimaatadaptatie op het uiterlijk van de openbare ruimte beperkt zijn en zich vooral richten op de locaties waar wateroverlast speelt. Daarnaast zijn er steeds meer uitdagingen en zeker ook mogelijkheden op het gebied van het verminderen van het gebruik van energie en de uitstoot van CO2 en het hergebruik van materialen en grondstoffen. In de (toekomstige) beheerplannen wordt aandacht gegeven aan deze onderwerpen en de mogelijkheden die er op dat moment zijn.
Vanuit de woonvisie is aangegeven dat Montfoort de ambitie heeft om woningen te bouwen. Van hieruit zijn er een heel aantal projecten gestart voor de realisatie van woningen. Deze projecten hebben tot gevolg dat te zijner tijd ook nieuwe openbare ruimte wordt toegevoegd aan deze paragraaf. In de begroting nemen we de ontwikkelingen mee en uiteindelijk ook de nieuwe arealen openbare ruimte. De projecten die nu lopen en zeker gevolgen hebben op het totaalareaal van onze openbare ruimte en dus ook de begroting zijn: Project
Toelichting
De Bleek fase 1
Nog in ontwerpfase
Park Rapijnen, Linschoten Zuid
Met dit project wordt circa 4,5 ha nieuwe openbare ruimte toegevoegd aan het beheer- areaal, dit is circa 5% van het totaal. Opgeleverd en met ingang van 2025 wordt het door gemeente onderhouden. Volgt in een volgende begroting Volgt in een volgende begroting
Scholencomplex G. van Damstraat Hofdijk / Lindeboomsweg
Gevolgen begrotingsjaar Volgt nog
Benodigd in euro
Verwachting 2027
Nog niet bekend
2025
Uit huidige begroting
-
Met uitzondering van het scholencomplex zijn de projecten nog volop in ontwikkeling, hierdoor zijn nu nog geen concrete cijfers te geven. Wanneer er, bij een volgende begroting, wel nieuwe (areaal) cijfers beschikbaar zijn, worden die opgenomen in dit overzicht.
In de onderstaande tabel staan de betreffende beheerplannen met de status en planperiode. Het beheer is een cyclisch proces en zo ook de beheerplannen. Per beheerplan is opgenomen of en hoe goed de middelen voor het onderhoud (klein- en grootonderhoud) en de vervanging zijn opgenomen in de begroting. Onder aan de tabel wordt een enkele nadere toelichting gegeven op de inhoud van de tabel en het eventuele achterstallige onderhoud. Beheerplan
Openbaar groen (niet aanwezig)
Bomenbeheerplan*1 Speelbeheerplan
Beheerplan begraafplaatsen Wegenbeheerplan*2
Looptijd van / tot
Financiële vertaOpmerkingen Achterstallig ling in begroonderhoud? ting? Vaststellen in Onderhoud: Ja; Het beheerplan wordt in 2024 geNee, door 2025 Vervanging: actualiseerd. Voor nu geldt dat verBloemrijk* deels vanging van groen voor 10% gebudgetteerd is in de exploitatie. 2020/ 2023 Onderhoud: Ja; Voor de vervanging is voldoende Nee Vervanging: ja gebudgetteerd in de begroting. 2022/ 2030 Onderhoud: Ja; Er zijn voldoende middelen voor Nee Vervanging: Ja onderhoud. Voor het vervangen is aanvullend krediet beschikbaar. 2022/ 2025 Onderhoud: Ja; Nee Vervanging: nvt 2022/ 2026 Onderhoud: Ja; Met groot onderhoud kan kwaliteit Ja Vervanging: Nee behouden blijven, vervanging is vaak niet nodig.
Beheerplan openbare verlichting Weg- en straatmeubilair (niet aanwezig)
2021/2031
Gladheidsbeheerplan
2019/ 2025
Gemeentelijk rioleringsplan
2020/ 2024
Beheerplan water*3 (baggeren en duikers) Beheerplan oeverbescherming
2013/2022
ntb
Opstellen in 2025
Nota afvalstoffen Beheerplan kunstwerken*4
2020 2021 - 2030
Tractieplan
Opstellen in 2023
Onderhoud: Ja; Vervanging: Ja Onderhoud: Ja; Vervanging: deels Onderhoud: Ja Vervanging: nvt Onderhoud: Ja Vervanging: Ja Onderhoud: Ja Vervanging: nvt Onderhoud: deels; Vervanging: Ja Via leges Onderhoud: Ja; Vervanging: Nee
Onderhoud: Ja; Vervanging: deels MJOP Gebouwen 2017-2026 ja * Zie de onderstaande toelichting op de tabel
* zie bij de onderstaande toelichting Vanuit de begroting worden elementen vervangen
Nee Nee
Nvt Met het vaststellen van het GRP in 2020 is het onderhoud en vervanging geregeld.
Nee
Nee Beschoeiing is vooral vervanging en zeer beperkt onderhoud.
In budget zitten middelen voor klein onderhoud, voor groot onderhoud is een krediet beschikbaar. Investeringen worden meegenomen in begroting, kleine reserve aanwezig.
Nee
Nvt Nee
Nee
Nee
*1 Bomenbeheerplan: In het beheerplan zijn de inspecties en de onderhoudsmaatregelen cylisch ingepland. Dit loopt gewoon door. In 2025 zal het plan geactualiseerd worden. *2 Wegen: De wegen zijn in 2024 geïnspecteerd en er is een grotere hoeveelheid van D-niveau geconstateerd dan in de voorgaande inspectieronde. Dit kan met verschillende parameters te maken hebben en is niet direct ernstig te noemen. Wel wordt met de nieuwe cijfers en de gevonden kwaliteiten het beheerplan Wegen geactualiseerd. De resultaten worden in 2025 beschikbaar. *3 Beheerplan Water: Zoals hierboven al is opgenomen wordt het onderhoud van de watergangen en de bijbehorende duikers opgenomen in het nieuwe Gemeentelijk Rioleringsplan. *4 Kunstwerken: Volgens het beheerplan kunstwerken staat de Graafbrug in 2024 op de planning voor groot onderhoud. Voorbereidend onderzoek heeft geleid naar een goede keuze, aanbesteding volgt eind 2024 begin 2025. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden is krediet beschikbaar. Zoals in het huidige beheerplan is opgenomen, zijn alle kunstwerken geïnspecteerd. De gevolgen voor het beheerplan worden in 2025 duidelijk.
In dit onderdeel van deze paragraaf wordt een weergave gegeven van de raadskeuzes voor de onderhoudsniveaus van de verschillende elementen in de openbare ruimte. Dit geldt overigens niet voor alle onderdelen, voor onder andere de speeltoestellen, de gebouwen, de bruggen en sluis, de tractie en het functioneren van de watergangen gelden externe normen. Veel onderdelen van de openbare ruimte kunnen volgens de beeldsystematiek en de normen van de CROW worden gemonitord. Bij gebouwen gebeurt het monitoren door middel van de NEN-normen. In de onderstaande tabel zijn voor ieder beheerplan verschillende onderdelen opgenomen die aangeven welke kwaliteit is gekozen en hoe dit wordt gemonitord, zo is de frequentie, de normering/ methode en de uitvoering beschreven. De eerste tabel betreft een legenda voor de beeldkwaliteit.
Legenda voor CROW-beeldkwaliteit: Kwaliteit A+ A B C
Zeer goed Goed Voldoende Matig
D
Te slecht
Onderdeel Openbaar groen Bomen Bloemrijk Montf. Spelen Begraafplaatsen Verharding Openbare verlichting Wegmeubilair
Omschrijving Ongeschonden, net nieuw aangelegd Mooi en comfortabel Functioneel Onrustig beeld, enige vorm van hinder, aanloop naar achterstallig onderhoud Kapitaalvernietiging, uitlokking van vernieling, functieverlies, juridische aansprakelijkheid
Vastgestelde ambitie C C A C A C C C Nvt
Gladheid Nvt Riolering Duikers Water Oeverbescherming Zwerfafval Afvalstoffen Marktkasten Sluis en bruggen Tractie Gebouwen
Frequentie
Normering
Uitgevoerd door
Maandelijks ¼ per jaar Maandelijks Maandelijks Maandelijks 1 x per 2 jaar Jaarlijks
CROW-beeldkwal. CROW-beeldkwal. CROW-beeldkwal. Warenwet CROW-beeldkwal. CROW- nr. 146 Scheefstand, schade, lamp CROW-beeldkwal. Geen normen beschikbaar CROW-normen
Intern Intern Intern Intern/ Extern Intern Extern Intern/ Extern
Waterkeur CROW CROW-beeldkwal. Scheidingsmeter Technische normen Technische normen APK-Keuring NEN 2767
Extern Intern Intern Extern Extern Extern Extern Extern
Maandelijks Indien noodzakelijk Inspectie 1/7 deel
Nvt Nvt C C Nvt Nvt Nvt Nvt 3
Jaarlijks Maandelijks Jaarlijks Jaarlijks 1 x per 4 jaar. Jaarlijks Om de 4 jaar
Intern Intern Extern
Om een goed en compleet overzicht te geven, is hieronder een tabel opgenomen met daarin de conclusies over de beheerplannen waarin de vraag wordt beantwoord welke goed in de begroting zijn vertaald. Als dit niet het geval is wat is dan het jaarlijks benodigde bedrag om geen achterstanden op te lopen en de openbare ruimte structureel te kunnen onderhouden. Relatie beheerplan en de risico’s
Beheerplan Algemeen Algemeen Openbaar groen
Financieel tekort / ruimte
Opmerking De kapitaalgoederen zijn goed in beeld en behalen de vastgestelde kwaliteit. Jaarlijks zijn enkele beheerplannen weer toe aan actualisatie. In 2025 komt een nieuw beheerplan beschikbaar.
Portefeuillehouder(s): W. van Wikselaar
De paragraaf Financiering is op grond van de Wet financiering decentrale overheden (wet FIDO) en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) een verplicht onderdeel van de gemeentebegroting en jaarrekening. De paragraaf is een weergave van de wijze waarop de financieringsfunctie (het stelsel van leningen, beleggingen en garanties) binnen de gemeente is ingericht. De uitvoering van de treasury vindt zijn weerslag in deze paragraaf. Treasury is een proces binnen een organisatie dat tot doel heeft het financierings- en het cashmanagement te optimaliseren en te waarborgen dat het bedrijf aan zijn verplichtingen tegenover schuldeisers kan voldoen. Het treasurybeleid wordt gevoerd vanuit de door de raad vastgestelde financiële verordening en het treasurystatuut, daarnaast op onderdelen op grond van wetgeving van de centrale overheid.
Financieringspositie De financieringspositie wordt bepaald door de boekwaarde van de activa af te zetten tegen de beschikbare financieringsmiddelen in het eigen vermogen (reserves) en vreemd vermogen (langlopende geldleningen en voorzieningen). Als de waarde van de activa lager is dan de financieringsmiddelen spreken we van een financieringsoverschot, als de waarde hoger is van een financieringstekort. In het volgende schema is het (verwachte) verloop van de financieringspositie van de gemeente Montfoort per jaar ultimo over 2023 tot en met 2028 opgenomen Financieringspositie ultimo 2023-2028 (bedragen x € 1.000.000) 2023 2024 2025 2026
2027
2028
53,1 0,1 0,0 53,2
50,7 0,1 0,0 50,8
48,4 0,1 0,0 48,5
23,8 8,5 8,0 0,8 41,1
22,3 8,9 7,9 -0,1 39,0
20,9 9,2 7,8 -0,4 37,5
20,9 9,6 7,5 -0,7 37,3
-13,0 -11,4
-14,2 -13,6
-13,3 -13,8
-11,2 -12,3
Vaste activa Im- en Materieel Financieel Onderhanden werk Totaal vaste activa
40,1 0,2 0,0 40,3
51,7 0,2 0,0 51,9
53,9 0,2 0,0 54,1
Financieringsmiddelen Opgenomen leningen Voorzieningen Reserves Resultaat Totaal vaste passiva
26,6 7,8 5,8 3,2 43,4
25,2 8,1 8,0 0,8 42,1
Financieringspositie (ultimo) Financieringspositie (gem. in het jaar)
3,1 8,4
-9,8 -3,4
Naar de actuele inzichten ontstaat er in eind 2024 een financieringstekort. Op welke wijze dit zal worden afgedekt hangt onder meer af van het daadwerkelijk verloop van de verwachte investeringen en de renteverwachting. Financieringsresultaat Investeren kost geld. Aan investeringen wordt daarom een interne rente toegerekend. Voor financieel vaste activa geldt dat er een contractueel overeengekomen rente aan de debiteur wordt toegerekend. Als we de som van beiden verlagen met de rente die we moeten betalen over de opgenomen geldleningen weten we het effect van de financiering op de begroting (financieringsresultaat). In het volgende overzicht is het gerealiseerde financieringsresultaat over 2023 en het begrote financieringsresultaat over 2024 tot en met 2028 weergegeven.
Financieringsresultaat 2023-2028 (bedragen × € 1.000.000) 2023 2024 2025 2026 Rentebaten: Toegerekende rente aan investeringen Toegerekende rente aan grondexploitaties Ontvangen rente Totaal rentebaten Rentelasten: Betaalde rente van geldleningen Rente over financieringstekort Totaal rentelasten Berekend financieringsresultaat
2027
2028
0,3 0,0 0,3 0,6
0,8 0,0 0,0 0,8
0,8 0,0 0,0 0,8
0,8 0,0 0,0 0,8
0,8 0,0 0,0 0,8
0,7 0,0 0,0 0,7
0,6 0,0 0,6
0,6 0,0 0,6
0,5 0,0 0,5
0,5 0,0 0,5
0,5 0,0 0,5
0,5 0,0 0,5
0,0
0,2
0,3
0,3
0,3
0,2
Renteschema begroting 2025 a. b.
De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem)
545.888 0 --------------------545.888
Saldo rentelasten en rentebaten c1. c2. c3.
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
0 0
0 ---------------------
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. d2.
rente over eigen vermogen rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
e.
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
f.
Renteresultaat op het taakveld Treasury (baat)
*
de boekwaarde van de activa die integraal zijn gefinancieerd per 1 januari bedragen de boekwaarde van de activa die project zijn gefinancieerd per 1 januari bedragen Rentepercentage van aan taakvelden toe te rekenen rente bedraagt 1,1% (afgerond 1,5%)
0 --------------------545.888 0 0 --------------------545.888 -775.997 ---------------------230.109
51.733.137 102.664
Wet FIDO en financiering De in de inleiding genoemde Wet FIDO beoogt decentrale overheden een kader te geven om renterisico’s op leningen zo beperkt mogelijk te houden. Renterisico ontstaat door wijzigingen in rentepercentages van opgenomen leningen en kasgeldleningen. Er zijn twee verplichte richtlijnen in de Wet FIDO om de renterisico’s te bewaken en te beheersen: de kasgeldlimiet voor korte financiering en de renterisiconorm voor lange financiering.
Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet stelt een grens aan het bedrag dat met kort geld (korter dan één jaar) mag worden gefinancierd. Dit is een door de rijksoverheid vastgesteld percentage (momenteel 8,5%) van de begrote lasten per jaar. Indien de gemiddelde korte financiering de limiet overschrijdt zal er geconsolideerd moeten worden door middel van het afsluiten van een lange financiering. Kasgeldlimiet Montfoort 2024-2028 (bedragen × € 1.000) 2024 2025 2026 2027 Begrote lasten 37.926 36.846 36.195 36.512 Kasgeld limiet (8,5%) 3.224 3.132 3.077 3.104
2028 36.896 3.136
Renterisiconorm Ook voor renterisico’s in de lange financiering is in de Wet FIDO een norm gesteld. Deze norm, de renterisiconorm, bedraagt 20% van de stand van de vaste schuld per 1 januari. De vaste schuld is hierbij gedefinieerd als de opgenomen leningen met een rentetypische looptijd groter of gelijk aan 1 jaar. Met andere woorden: de Wet FIDO acht het renterisico aanvaardbaar in de tijd gespreid indien in een bepaald jaar niet meer dan 20% van per 1 januari geldende restschuld van opgenomen leningen aan renteaanpassing onderhevig is. In het volgende overzicht staat de verwachte ontwikkeling van de renterisiconorm (in € 1.000) bij gemeente Montfoort vermeld. Renterisico 2024-2028 (bedragen x € 1.000) berekening 1-1-2024 1-1-2025
1-1-2026
1-1-2027
1-1-2028
Renteherziening vaste schuld og
a
0
0
0
0
0
Renteherziening vaste schuld ug
b
0
0
0
0
0
c=a-b
0
0
0
0
0
Nieuw aangetrokken schuld
d
0
0
0
0
0
Nieuw verstrekte leningen
e
0
0
0
0
0
f=d-e
0
0
0
0
0
Netto renteherziening
Netto nieuwe schuld Betaalde aflossingen
g
1.405
1.409
1.413
1.417
1.417
Herfinanciering
h=laagste f of g
0
0
0
0
0
Renterisico
i=c+h
0
0
0
0
0
Renterisiconorm Vaste schuld
j
26.571
25.166
23.757
22.344
22.344
Percentage vastgesteld
k l=jxk
20 5.314
20 5.033
20 4.751
20 4.469
20 4.469
Renterisiconorm
m=l
5.314
5.033
4.751
4.469
4.469
Renterisico vaste schuld
n=i
0
0
0
0
0
5.314
5.033
4.751
4.469
4.469
Renterisiconorm Toets renterisiconorm
Ruimte
o=m-n
Afgezien van de mogelijkheid om aan elkaar leningen te verstrekken, zijn decentrale overheden verplicht alle middelen die ze niet direct nodig hebben voor hun publieke taak in de schatkist aan te houden. Wel is er sprake van een bepaalde drempel. De drempel is per 1 juli 2021 gewijzigd en vastgesteld op 2,00% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 1,0 mln. Begrote drempelbedragen schatkistbankieren Montfoort 2025-2028 (bedragen × € 1.000) 2025 2026 2027 2028 Begrote lasten 36.846 36.195 36.512 36.896 Drempel schatkistbankieren (2,0%) Drempel minimum
737
724
730
738
1.000
1.000
1.000
1.000
Constant wordt in de gaten gehouden of het rendabel is leningen vervroegd af te lossen. In onderstaand schema worden de mutaties van de leningenportefeuille voor het begrotingsjaar weergegeven (in euro’s). Bank Percentage BNG Bank 1,749% BNG Bank 1,970% BNG Bank 1,530% BNG Bank 0,295% BNG Bank 3,040% Provincie Limburg 2,935% Totaal
Stand 1-1 Rentebedrag 3.166.667 48.745 5.602.210 108.189 1.121.778 15.585 2.975.000 8.343 6.300.000 188.926 6.000.000 176.100 25.165.654
545.888
Aflossing 666.667 112.684 104.669 175.000 350.000 0
Stand 31-12 2.500.000 5.489.525 1.017.109 2.800.000 5.950.000 6.000.000
1.409.020
23.756.634
Meerjarig laten de opgenomen leningen het volgende zien:
Stand per 1-1 Opname Aflossing Stand per 31-12
2025 25.165.654 0 1.409.020 23.756.634
2026 23.756.634 0 1.412.842 22.343.792
2027 22.343.792 0 1.416.731 20.927.061
2028 20.927.061 0 1.420.690 19.506.371
Tot deze portefeuille behoren vooral leningen die conform de besluiten van de gemeenteraad zijn verstrekt aan de Stichting Kunstgras Montfoort en de Stichting Zwembad Montfoort. Het saldo van de verstrekte geldleningen bedraagt per 1 januari 2024 afgerond € 115.000, zonder hypothecaire zekerheid.
Het aandelenbezit (totaal € 43.161) is niet gebaseerd op winstoogmerk. Het risico van deze aandelen bij de Bank Nederlandse Gemeenten en Vitens is verwaarloosbaar. Aandelenportefeuille bestaat uit: BNG Bank Vitens Totaal
€ 31.200 € 11.861 € 43.061
In het kader van een publieke taak waarborgt de gemeente in sommige gevallen leningen voor investeringen die passen binnen de doelstellingen van de begroting. Het beleid ten aanzien van verstrekken van een garantie is vastgelegd in de Financiële Verordening en houdt in dat deze slechts in uitzonderlijke gevallen wordt afgegeven. De portefeuille van de gegarandeerde leningen bedraagt per 1-1-2024 ongeveer € 23,6 miljoen (saldo 31-12-2023 jaarrekening). waarvoor de gemeente indirect garant staat voor leningen van de woningcorporatie afgesloten via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en Hypotheekgarantie Eigen Woningen (vóór 1995) en de Gemeentelijke Verduurzamings Regeling.
Portefeuillehouders: mr. P.J. van Hartskamp-de Jong en C.L. Jonkers
Aan de ambtelijke capaciteit van onze organisatie zitten grenzen. Uit een benchmark van Berenschot (2021) bleek dat onze ambtelijke organisatie efficiënt haar taken uitvoert. De organisatie was op dat moment formatief slank maar vooralsnog passend voor onze opgaven en de basis voor zelfstandigheid. Mede gelet op de krappe arbeidsmarkt is balans tussen organisatiemogelijkheden en ambities van belang. Daarom is in 2024 weer een Benchmark uitgevoerd, waarvan de resultaten in oktober bekend gemaakt worden. De afgelopen jaren hebben we gezien dat gemeente Montfoort een positief imago en goede naam heeft als werkgever en daarmee een aantrekkelijk werkgever is. Vacatures worden tot op heden nog steeds ingevuld. We kunnen goed concurreren op de arbeidsmarkt, kennen fatsoenlijke secundaire arbeidsvoorwaarden, kennen een fijne werksfeer en hebben daardoor een goede naam opgebouwd als werkgever. In 2024 is een Medewerkerstevredenheidsonderzoek uitgevoerd onder het personeel. Vermeldenswaardig is onze Employee Net Promotor Score (dNPS). Dit laat zien in welke mate medewerkers de organisatie zouden aanbevelen, om voor te werken. Het zegt iets over de medewerkerstevredenheid maar ook over de ‘employer branding’. de reclame over en reputatie van een bedrijf op de arbeidsmarkt. De gemeente Montfoort scoort op de dNPS 49. In Nederland is de gemiddelde dNPS-score tussen de 4 en 8.
Wereldwijd is de score van de top 3 van de beste werkgevers gemiddeld 48. De gemeente Montfoort scoort dus buitengewoon goed. Het is van groot belang dit zo te houden en te investeren in goed werkgeverschap. Zo kunnen we onze organisatie blijven bemensen in relatie tot de uitbreiding en steeds complexere taken waar we als gemeente voor staan en deze medewerkers ook vasthouden. Om de kwaliteit en deskundigheid van de organisatie te behouden en bevorderen is het noodzakelijk te beschikken over goede mogelijkheden voor opleiding, vorming en training. Naast het bieden van mogelijkheden tot het volgen van vakinhoudelijke opleidingen en deelname aan de Groene Hart Academy gaan we in 2025 verder met de doorontwikkeling van de Montfoort Academy. Hierin bieden we opleidingen en trainingen op soft skills met als uitgangspunten de Montfoortse kernwaarden ‘Betrokken, Loyaal en Deskundig’ en met specifieke aandacht voor integriteit en weerbaarheid. Een goed bemenste organisatie met deskundige en efficiënte medewerkers is weerbaar en levert kwaliteit. Zowel als zelfstandige organisatie die productief moet kunnen samenwerken met een bestuur dat elke vier jaar weer wezenlijk anders kan zijn en opereren, als ook als robuuste samenwerkingspartner. Een partner die niet onderdoet bij de kracht van het getal maar de gemeenschap van onze gemeente sterk en zelfverzekerd vertegenwoordigt.
De resultaten van de Benchmarkt van 2021 hebben aan het licht gebracht dat de gemeente Montfoort een regiegemeente is. Voor diverse taken functioneert dit naar volle tevredenheid. Wel zien we dat, meer dan bij andere gemeenten, wij onze uitgaven minder kunnen beïnvloeden door vastgelegde verhoudingen in gemeenschappelijke regelingen. Door het principe van regiegemeente wat los te laten ontstaat de mogelijkheid om per uit te voeren taak, het terughalen daarvan naar de eigen ambtelijke organisatie te overwegen. Door middel van gebiedsmanagement is het mogelijk verbinding en samenwerking tot stand te laten komen tussen inwoners en de gemeente. Daarnaast kunnen burgerinitiatieven worden ondersteund. Zo kunnen we bouwen aan een krachtige gemeenschap. In 2025 zullen we voor de praktische uitvoering hiervan binnen de ambtelijke organisatie actief naar mogelijkheden zoeken, zowel wat betreft capaciteit als kunde. De financiële positie en de omvang van onze gemeente brengen enkele kwetsbaarheden met zich mee. Zo is er zeer beperkte ruimte om op onvoorziene gebeurtenissen en op projecten buiten ‘going concern’ te anticiperen. Ook hebben we relatief veel ‘één-pitters functies’, waardoor het bij verlof of ziekte een uitdaging is om taken op te vangen. Om de continuïteit en een stabiel personeelsbeleid te borgen voeren we een strategisch personeelsbeleid.
We kijken drie jaar vooruit, brengen toekomstige vacatures wegens pensionering of loopbaanontwikkeling in kaart en anticiperen daarop. Dit doen we door aanpassingen in de organisatie inrichting aan te brengen en door het tijdig invullen van vacatures zodat er nog sprake kan zijn van overdracht van kennis en kunde. Samengevat zijn onze belangrijkste aandachtspunten: • Behouden van een positief imago als werkgever om kwantitatief en kwalitatief voldoende medewerkers te kunnen aantrekken (op de huidige krappe arbeidsmarkt). • Borgen van, en blijven investeren in, goed werkgeverschap zowel in arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden, als in werksfeer. • Borgen van, en blijven investeren in, opleidingsmogelijkheden. Zowel vakinhoudelijk als organisatie breed (Montfoort Academy) en in samenwerking met buurgemeenten (Groene Hart Academy) • Er continu zorg voor dragen dat onze organisatie zo efficiënt, doelmatig en praktisch mogelijk is ingericht.
Deze punten vormen de basis voor ons personeelsbeleid en onze bedrijfsvoering.
De Network and Information Security directive, of NIS2-richtlijn is de opvolger van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO2). De planning is dat de NIS2 in oktober 2024 ingaat. De richtlijn is vastgesteld door de Europese Unie (EU) en bedoeld om de cyberbeveiliging en weerbaarheid van essentiële diensten in EU-lidstaten te verbeteren. Het grootste verschil tussen de NIS2 en de BIO2 is de ‘zorgplicht’. De zorgplicht maakt dat organisaties zelf verplicht een risicobeoordeling uitvoeren. Op basis van deze risicobeoordeling moeten passende maatregelen genomen worden om de continuïteit van de diensten zoveel mogelijk te waarborgen en de gebruikte informatie te beschermen. Voor de gemeentelijke overheid omvat de risicobeoordeling in elk geval de BIO2. Naast de bestaande meldplicht voor datalekken bij de Autoriteit Persoonsgegevens wordt er binnen de NIS2 ook een meldplicht geïntroduceerd voor grote beveiligingsincidenten. Deze richtlijn schrijft voor dat entiteiten, zoals een gemeentelijke organisatie, incidenten binnen 24 uur moeten melden bij de toezichthouder. Het gaat om incidenten die de continuïteit van dienstverlening van de essentiële entiteit aanzienlijk (kunnen) verstoren. Factoren die een incident meldingswaardig maken zijn bijvoorbeeld het aantal personen dat door de verstoring is geraakt, de tijdsduur van een verstoring en de mogelijke financiële verliezen.
Verder schrijft de NIS2-richtlijn voor dat er een onafhankelijk toezicht is op de naleving van de verplichtingen uit de richtlijn, zoals de zorg- en meldplicht. Voor de overheid wordt de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) aangewezen als toezichthouder. De RDI maakt voor het toezicht op NIS2 voor de overheid gebruik van bestaande verantwoordingsstructuren en dus van de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA). Dit om mogelijke administratieve lasten van het toezicht tot een minimum te beperken. De aanpak van de gemeente Montfoort is dat 2025 wordt gebruikt om de BIO2 (onderdeel van de ENSIA) zo volledig mogelijk uit te voeren. Aanvullende en nieuwe onderdelen uit de NIS2 worden daarnaast door de organisatie in kaart gebracht. Hierbij kan gedacht worden aan: leveranciersmanagement, opleidingen voor het bestuur (verplicht onderdeel), bedrijfscontinuïteitsplannen en procesautomatisering (installaties voor verkeerlichten, bruggen, gemalen etc.).
Microsoft plaatst steeds meer kantoorautomatiseringstoepassingen in de Microsoft Cloud. Hierdoor moet ook de gemeente Montfoort een andere manier van werken gaan introduceren bij de medewerkers. Applicaties als Word, Excel, Teams, Outlook en OneDrive worden aan elkaar gekoppeld en geïntegreerd. Informatie en documenten worden in de Cloud opgeslagen en komen altijd en overal beschikbaar. In 2025 wordt in samenwerking met ICT Gouwe-IJssel gewerkt aan het uitwerken van de afspraken en inrichtingsvraagstukken rond archivering, de continuïteit (een afhankelijkheid van Microsoft kan ook nadelig zijn) en de veiligheid van informatie en gegevens.
We hebben sinds maart 2021 onze automatisering ondergebracht bij ICT Gouwe-IJssel. In 2025 wordt het laatste deel van het digitale archief van het zaaksysteem Mozard dat nu nog in beheer is bij de gemeente IJsselstein definitief teruggehaald naar gemeente Montfoort. Het contract rond de fysieke opslag van archieven bij gemeente IJsselstein is herzien. Gemeente Montfoort huurt voor de papieren archieven een deel van de kluisruimte bij de gemeente IJsselstein. Door de jaarlijkse vernietiging ontstaat er hierdoor ten aanzien van de fysieke opslag een sterfhuisconstructie.
De Wet open overheid (Woo) maakt overheden transparanter doordat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar en eenvoudiger te ontsluiten is. Voor deze wet zijn diverse aanpassingen doorgevoerd om de aanvrager en de behandelend ambtenaar te ondersteunen bij een soepele afhandeling van Woo-verzoeken. Werkprocessen zijn geïnventariseerd, anonimiseringssoftware is beschikbaar gekomen en is er veel afstemming geweest tussen Juridische Zaken en de afdelingen die Woo-informatie moeten aanleveren. Er wordt daarnaast in 2025 een gemeente brede zoekmachine ingericht die al onze informatiebronnen met een handeling kan doorzoeken. Gemeente Montfoort is aangemeld bij de Woo-index (het landelijke Woo-portaal voor overheden) en daarnaast wordt in 2025 gestart met een traject om eerder uitgewerkte Woo-verzoeken via de eigen website en via de Woo-index te ontsluiten. In november 2024 zal de gemeente Montfoort voldoen aan de eerste vier verplichtingen voldoen die het Rijk heeft aangewezen rond de actieve openbaarmaking, te weten met betrekking tot algemeen verbindende voorschriften en overige besluiten van algemene strekking, organisatie en werkwijze en bereikbaarheidsgegevens.
De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv), die naar verwachting op 1 januari 2025 in werking treedt, regelt dat burgers en bedrijven alle zaken die ze met de overheid moeten doen, digitaal kunnen afhandelen. Deze omvat onder andere het recht om officiële berichten, zoals aanvragen voor vergunningen en bezwaarschriften, elektronisch aan het bestuursorgaan te zenden. Daarnaast wordt de rechtspositie in het digitale contact met de overheid verbeterd. De mogelijkheid om per post met de overheid te communiceren blijft; de Algemene wet bestuursrecht geeft burgers en bedrijven de keuze tussen de papieren of de digitale weg en legt een zorgplicht op waarbij de gemeente moet zorgen voor een passende ondersteuning. Er is voor de Wmebv gestart met de procesinventarisatie bij het team Openbare Orde en Veiligheid (OOV) en bij Juridische Zaken. Voor de processen van deze teams komen in 2025 de ontvangstbevestiging, digitale formulieren, minimalisering van de gegevens, digitale afschrift van aanvraag, persoonlijke internetpagina (mijnmontfoort.nl), statusinformatie en doorlooptijden beschikbaar. Als de basis voor de processen bij OOV en JZ gereed is wordt deze inrichting ook doorgevoerd op de overige gemeentelijke processen waar de Wmebv van toepassing is.
Het proces en afspraken rond de zorgplicht en het langs een andere weg contact opnemen als een notificatie niet kan worden bezorgd zal in 2025 vormgegeven worden.
Sinds 25 mei 2018 geldt in de hele EU dezelfde privacywetgeving, de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Aanvullend op de AVG is op 1 januari 2019 Wet politiegegevens van kracht geworden, waarbij deze wet specifiek gaat over verwerking van persoonsgegevens in de strafrechtelijke keten. Vanaf 2025 wordt bij deze audits extra getoetst op de werking van de processen. Dit als voorbereiding op de introductie van de NIS2-richtlijn.
Portefeuillehouder(s): mr. P.J. van Hartskamp-de Jong, C.L. Jonkers, drs. C. van Dalen, W. van Wikselaar en A.P.M. van de Poll Let op: We rapporteren in deze paragraaf alleen over het eigenaarschap van de verbonden partijen. Hoe ze het beleid van de gemeente uitvoeren (opdrachtgeversgedeelte), eventuele ontwikkelingen daarvan en prestatie-indicatoren zijn in de programma’s opgenomen.
Deze paragraaf geeft conform de voorschriften van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht in ontwikkelingen en voornemens ten aanzien van verbonden partijen. Een gemeente kan in principe zelf bepalen hoe een bepaalde taak wordt uitgevoerd. De gemeente kan er bijvoorbeeld voor kiezen de taak zelf uit te voeren of de uitvoering te regelen met een aantal andere gemeenten gezamenlijk. Vanwege de bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en mogelijke risico’s is het gewenst dat in de begroting aandacht wordt besteed aan rechtspersonen waarmee de gemeente een band heeft. Verbonden partijen zijn die partijen waarmee de gemeente een bestuurlijke relatie heeft en waarin zij een financieel belang heeft. Van een financieel belang is sprake als er juridisch afdwingbare financiële verplichtingen bestaan. Het gaat dus om derde partijen, waarbij de gemeente zeggenschap heeft door vertegenwoordiging in het bestuur en/of stemrecht waaraan voor de gemeente een financieel risico is verbonden als bijgedragen moet worden in eventuele nadelige saldi, als die partij failliet gaat, haar verplichtingen niet nakomt, de samenstelling van partijen wijzigt, de gemeente niet langer wil deelnemen in de partij of als de partij ophoudt te bestaan.
Naast de publiekrechtelijke regelingen neemt gemeente Montfoort deel in NV’s (waterbedrijf Vitens en de Bank Nederlandse Gemeenten) en werkt zij samen in de Stichting Inkoopbureau Midden-Nederland en de Stichting Urgentieverlening West Utrecht. Daarnaast neemt de gemeente Montfoort deel aan de regionale netwerkorganisatie U10 en aan het platform voor kleine gemeenten K80. Deze paragraaf richt zich vooral op de publiekrechtelijke verbonden partijen, de gemeenschappelijke regelingen. Visie en beleidsvoornemens De gemeente Montfoort heeft op het gebied van verbonden partijen de volgende visie: De gemeente streeft naar het efficiënt uitvoeren van gemeentelijke taken op basis van samenwerking met een adequate regiefunctie, waarbij de sturingselementen zoals transparantie, kaderstelling, verantwoording en controle voldoende gewaarborgd zijn. Op het gebied van verbonden partijen hebben we de volgende beleidsvoornemens: 1. het waarborgen van de juiste besteding van de publieke gelden; 2. het afdekken c.q. vermijden van risico’s; 3. het uitvoeren van taken volgens de overeengekomen kwaliteitseisen.
Afvalverwijdering Utrecht (AVU) Programma Wonen en ruimte Vestigingsplaats Soest Doel Deze gemeenschappelijke regeling heeft tot doel om op een doelmatige en uit oogpunt van milieuhygiëne verantwoorde wijze sturing en uitvoering te geven aan het afvalstoffenbeleid in de provincie Utrecht. Deelnemende ‘par- De gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, De Bilt, De Ronde Venen, Eemnes, tijen’ Houten, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Soest, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Wijk bij Duurstede, Woerden, Woudenberg, IJsselstein en Zeist. Openbaar belang Het gaat om het zorgdragen voor een goede, reguliere en milieuverantwoorde verwerking van door de gemeenten ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen en de inzameling van glas, papier en karton, ofwel de inzameling, het overladen, het transport en de verwerking van huishoudelijke afvalstoffen. Daarnaast heeft de AVU een adviserende rol naar de deelnemende gemeenten, voor wat betreft nationale en internationale ontwikkelingen die zich op afvalgebied voordoen. Bestuurlijk belang Het Algemeen Bestuur bestaat uit één deelnemer per gemeente, benoemd door de betreffende gemeenteraden. De vertegenwoordiger van Montfoort in het algemeen bestuur is wethouder Van Wikselaar.
Financieel belang De Afvalverwijdering Utrecht sluit contracten af met verwerkers voor het transport en de verwerking van diverse afvalstromen. Deze kosten worden op basis van de werkelijke aangeboden gewichten bij de deelnemende gemeenten in rekening gebracht samen met de opslag voor de apparaatskosten. Op basis van de begroting 2025 van de AVU bedragen de lasten voor de gemeente Montfoort € 650.200. Evt. veranderingen Geen in een belang Verhouding eigen In beginsel heeft de AVU geen eigen vermogen. De gerealiseerde overschotten/tekorten woren vreemd verden verrekend met de gemeenten. mogen Resultaat De AVU verrekent de voor- en nadelen met de deelnemers. Risico’s Het afval uit de gemeente wordt verwerkt door zelfstandige marktpartijen. Een mogelijke liquidatie van de partijen kan negatieve gevolgen hebben voor de gemeenten die aangesloten zijn bij de AVU. Veranderende wet- en regelgeving kan leiden tot wijziging van de bedrijfsvoering of hogere kosten voor de eindverwerking van het afval (voorbeeld: verbranding belasting). Door het ontbreken van reserves en voorzieningen heeft de AVU geen weerstandsvermogen. Alle in enig jaar gemaakte kosten worden aan de deelnemers doorberekend. Als gevolg hiervan kunnen schommelingen optreden in de jaarlijks te betalen bijdragen. In de praktijk is dit effect zeer beperkt gebleken.
Verplichte kengetallen Weerstandsvermogen
Daarnaast is er een risico dat de werkelijk ingezamelde tonnages afval afwijken van de ingeschatte hoeveelheden (hoger of lager). Ten behoeve van de begroting 2024 worden door de deelnemers meer dan een jaar van tevoren de verwachte tonnages ingeschat. De AVU rekent met de deelnemers altijd af op basis van de werkelijke tonnages. De prijsverschillen zijn (door de over het algemeen langlopende contracten) beperkt. De AVU heeft geen eigen- en vreemd vermogen, alle kengetallen zijn 0.
Belasting Samenwerking Rivierenland (BSR) Programma Bestuur, organisatie en dekkingsmiddelen Vestigingsplaats Tiel Doel De gemeenschappelijke regeling heeft als doel het behalen van financiële, kwalitatieve en procesmatige voordelen door professionalisering van de belasting. Door de samenwerking bij de heffing en invordering van waterschapsbelasting, afvalstoffenheffing en gemeentelijke belastingen, alsmede de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken, het beheer en uitvoering van vastgoedinformatie en de uitvoering van de werkzaamheden Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Deelnemende De deelnemers zijn: de gemeenten Culemborg, Maasdriel, Montfoort, Tiel en West Maas en ‘partijen’ Waal, West Betuwe, Wijk bij Duurstede, IJsselstein, het Waterschap Rivierenland en de gemeenschappelijke regeling Regio Rivierenland ten behoeve van de Afvalverwerking Rivierenland (AVRI). Openbaar belang Een goede en efficiënte heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen. Bestuurlijk beDe colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en het dagelang lijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Regio Rivierenland wijzen uit hun midden elk één lid aan en het dagelijks bestuur van Waterschap Rivierenland wijst uit zijn midden twee leden aan. Wethouder Van Wikselaar vertegenwoordigt gemeente Montfoort in het algemeen bestuur.
Financieel belang De reguliere bijdrage voor 2024 bedraagt € 331.000. (Hiervan is € 18.000 de door de gemeente te verrekenen BTW, via het BTW – compensatiefonds). Evt. veranderinGeen. gen in een belang Verhouding eigen In beginsel heeft de BSR geen eigen vermogen. De gerealiseerde overschotten worden verreen vreemd verkend met de gemeenten. mogen Resultaat De BSR mag volgens de gemeenschappelijke regeling geen eigen vermogen hebben en verrekent derhalve alle voor- en nadelen binnen het boekjaar met de deelnemers. Risico’s Omdat de BSR een goed lopend en gezond bedrijf is, willen meer gemeenten en waterschappen deelnemen. Op zichzelf is dat een goede ontwikkeling. Er zit wel het risico aan vast, dat het bedrijf te groot wordt en daardoor niet meer in control. Daar zal het bestuur het goede evenwicht in moeten zien te bewaren. De incidentele weerstandscapaciteit van BSR is gelijk aan de in de begroting opgenomen post onvoorzien. In 2009 is besloten dat er geen algemene reserve bij BSR zal worden gevormd. BSR heeft daardoor geen structurele weerstandscapaciteit. Voor eventuele risico’s die niet in de begroting zijn opgenomen en niet gedragen kunnen worden uit de post onvoorzien, dienen deelnemers van BSR zelf een voorziening te treffen. Risico’s met betrekking tot de belastingopbrengsten behoren niet tot de bedrijfsrisico’s van BSR.
Verplichte kengetallen weerstandsvermogen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Rekening 2023 1,5% -
Begroting 2024 6,2%
Begroting 2025 5,1%
3,2% 0,0%
1,6% 0,0%
1,0% 0,0%
Gemeentelijke Gezondheidsdienst regio Utrecht (GGDrU) Programma Inkomen, jeugd en Wmo Vestigingsplaats Zeist Doel De GGD-regio Utrecht heeft als doel om de taken uit te voeren, die bij of krachtens de Wet publieke gezondheid (Wpg) aan de colleges zijn opgedragen (Volksgezondheid basistaken). De GGD-regio Utrecht voert voor Montfoort ook taken uit binnen de Jeugdgezondheidszorg (maatwerktaken). Dat omvat onder andere de consultatiebureaus, de schoolartsen en het Meld- en Adviespunt Bezorgd.
Deelnemende ‘partijen’
Openbaar belang Bestuurlijk belang Financieel belang Evt. veranderingen in een belang Verhouding eigen en vreemd vermogen
Resultaat Risico’s
Ten slotte voert de GGD-regio Utrecht enkele specifieke toezichtstaken uit; toezicht op uitvoering door Wmo-zorgaanbieders, en toezicht op grond van de Wet kinderopvang (kinderopvang- en gastouderbedrijven). De gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, de Bilt, Eemnes, Houten, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Ronde Venen, Stichtse Vecht, Soest, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfherenlanden, Woerden, Woudenberg, Wijk bij Duurstede, IJsselstein en Zeist. De Wet publieke gezondheid maakt de gemeenten verantwoordelijk voor de bescherming en bevordering van de publieke gezondheid voor hun inwoners. Daarbij verplicht de wet gemeenten tot het instandhouden van een GGD om uitvoering te geven aan deze verantwoordelijkheden. Het college van iedere deelnemende gemeente benoemt uit zijn midden één lid voor het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur benoemt het dagelijks bestuur. Wethouder van Dalen is lid van het algemeen en dagelijks bestuur. De reguliere bijdrage voor 2025 is € 767.345. Hiervan is (exclusief huisvesting) € 36.130 maatwerk voor de gemeente Montfoort. Geen.