Bijlage Begroting 2025 en meerjarenraming 2026 - 2028
Tekst van het document
Balans 2024
Balans 2025
Eigen vermogen
€ 2.609.000
€ 2.669.000
Vreemd vermogen
€ 25.354.000
€ 21.085.000
Het jaarresultaat over 2023 sluit met een positief saldo van € 288.000 exclusief mutaties in reserves. Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 1.537.750. De beschikbare weerstandscapaciteit is € 2.409.460. Daarmee is de verhouding (beschikbaar/nodig) 1,567. Hiermee zijn de genoemde risico’s financieel afdoende afgedekt.
Verplichte kengetallen weerstandsvermogen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
Rekening 2023 7,1%
Begroting Begroting 2024 2025 16,5% 13,4%
7,1%
16,5%
13,4%
Solvabiliteitsratio
12,5%
10,9%
11,2%
Kengetal structurele exploitatieruimte
0,0%
0,0%
0,0%
Veiligheidsregio Utrecht (VRU) Programma Openbare orde en veiligheid Vestigingsplaats Utrecht Doel Het doel van de veiligheidsregio is om de kwaliteit van de rampenbeheersing, crisisbeheersing en noodhulpverlening in de regio Utrecht te verbeteren. Door een intensieve samenwerking
Veiligheidsregio Utrecht (VRU) tussen gemeenten en de diverse hulpdiensten ontstaat een organisatie die bestuurlijk en operationeel gezien slagvaardig kan optreden bij crisisbeheersing en rampenbestrijding. Deelnemende Alle Utrechtse gemeenten ‘partijen’ Openbaar beAdequate rampen- en crisisbeheersing lang Ter behartiging van dit belang vervult de veiligheidsregio vier kerntaken: 1. Het ondersteunen en beheren van de regionale brandweerzorg, bevolkingszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (GHOR); 2. Het samen met de politie inrichten en in stand houden van een gemeenschappelijke meldkamer (GMU); 3. Het geven van adviezen over pro-actie en preventie aan de gemeentebesturen; 4. De voorbereiding van de crisisbeheersing en rampenbestrijding Bestuurlijk beHet algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht bestaat uit de burgemeesters van de lang Utrechtse gemeenten. Financieel beDe reguliere bijdrage voor 2025 is € 971.000. lang Evt. veranderinGeen. gen in een belang Verhouding eigen en vreemd Balans 2024 Balans 2025 vermogen Eigen vermogen € 28.319.000 € 22.976.000 Vreemd vermogen Resultaat
Financiële risico’s
€ 64.945.000
€ 73.919.000
Het jaar 2023 is afgesloten met een positief resultaat voor bestemming van € 4.500.000. Het resultaat is deels gestort in de ontwikkel- en egalisatiereserve als dekking voor activiteiten uit 2023 die doorlopen in 2024 en deels teruggestort naar de deelnemende gemeenten. Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit voor 2024 € 0,97 miljoen. Onze beschikbare weerstandscapaciteit is € 1,41 miljoen. Daarmee is de verhouding (beschikbaar/benodigd) per 1 januari 2024 groter dan 1 (1,5). Taakdifferentiatie brandweer (verplichtend of niet verplichtend karakter van de brandweer) Onderzocht is hoe de brandweervrijwilligers nadrukkelijk en fundamenteel zijn te onderscheiden van de beroepskrachten, zodat wordt voldaan aan de normen uit Europese en internationale regelgeving en jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. In de denkrichting wordt een taakdifferentiatie voorgesteld tussen vrijwilligers en beroepsmedewerkers, waarbij het systeem van vrijwilligheid behouden blijft. Uitgangspunt van de denkrichting is een werkbaar en fundamenteel onderscheid te maken tussen vrijwilligers en beroepsmedewerkers dat geen afbreuk doet aan het niveau en de kwaliteit van brandweerzorg. Er bestaat een reëel risico dat de kosten voor brandweerzorg als gevolg van de taakdifferentiatie significant stijgen.
De eventuele verschuiving van taken van vrijwilligers naar beroepskrachten kan leiden tot meer (parttime) beroepsaanstellingen en daarmee tot extra loonkosten voor de werkgever. Ook de kosten voor vakbekwaamheid kunnen toenemen als gevolg van een verschuiving van specialistische taken. Er is nog geen duidelijkheid over de omvang en fasering van de eventuele meerkosten als gevolg van de taakdifferentiatie. Uitgangspunt van het Veiligheidsberaad is dat eventuele financiële consequenties als gevolg van wijzigingen in het stelsel door het Rijk worden gecompenseerd.
Verplichte kengetallen weerstandsvermogen Netto schuldquote
Rekening 2023 28,6%
Begroting 2024
Begroting 2025
46,8%
51,7%
Veiligheidsregio Utrecht (VRU) Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
28,5%
46,8%
51,7%
30,4% -0,5%
23,7% 0,0%
24,6% 0,0%
Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard Programma Onderwijs, sport en cultuur VestigingsWoerden plaats Doel De gemeenschappelijke regeling heeft als doel het beheer van de in de archiefbewaarplaatsen berustende archieven en het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze niet naar een archiefbewaarplaats zijn overgebracht. Deelnemende Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Lopik, partijen Montfoort, Oudewater, Woerden en IJsselstein. Openbaar beOp grond van de Archiefwet 1995 moeten besturen van overheden er zorg voor dragen dat hun lang archieven in goede en geordende staat verkeren. De uitvoering van deze bepaling geschiedt via archiefdiensten. Op grond van diezelfde wet zijn alle overheidsarchieven van 20 jaar en ouder in principe openbaar en voor iedereen kosteloos te raadplegen. De gemeenten en het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden werken onderling samen met het doel het bepaalde in art. 32, lid 1 en 2, en artikel 37, lid 1 en 2 van de Archiefwet 1995 gezamenlijk te doen verrichten. Bestuurlijk be- Burgemeester van Hartskamp-de Jong is lid van de Archiefcommissie. lang Financieel beDe reguliere bijdrage voor 2025 bedraagt € 83.442 (hiervan is € 5.748 de door de gemeente te lang verrekenen BTW, via het BTW-compensatiefonds). Evt. verandeGeen.
ringen in een belang Verhouding ei- Het Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard heeft geen eigen of vreemd vergen en vreemd mogen. vermogen Resultaat De jaarrekening van 2023 kent een positief resultaat, dat terug is gevloeid naar de deelnemers. Risico’s De risico’s ten aanzien van deelname zijn beperkt. Het RHC levert in het algemeen de prestaties, die we van haar verwachten. Verplichte ken- Het Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard heeft geen balanspositie en dus getallen weergeen kengetallen. standsvermogen
Omgevingsdienst regio Utrecht (OdrU) Programma Wonen en ruimte Vestigingsplaats Utrecht Doel De Omgevingsdienst regio Utrecht (ODrU) is ontstaan uit de twee regionale milieudiensten en heeft zich ontwikkeld tot een shared service-organisatie op het gebied van milieuvergunningverlening, toezicht en handhaving, alsmede tot een kenniscentrum voor milieu. Deelnemende De eigenaar-gemeenten zijn: de gemeenten Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, ‘partijen’ Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden, IJsselstein en Zeist.
Omgevingsdienst regio Utrecht (OdrU) Openbaar belang Een goede en efficiënte uitvoering van de Omgevingswet op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving en advisering op het milieuaspecten en archeologie bij ruimtelijke ordening plannen en projecten. Bestuurlijk belang De gemeente Montfoort wordt in het algemeen bestuur vertegenwoordigd door wethouder Van Wikselaar. Financieel belang De totale bijdrage voor 2025 is begroot op € 683.019. Daarnaast zijn er incidenteel desintegratiekosten (met betrekking tot het terughalen van de bouwtaken in 2022) en structureel projecturen geraamd. Evt. veranderingen in een belang
De belangrijkste inhoudelijke ontwikkeling binnen het fysieke domein is inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Gemeenten en omgevingsdiensten hebben te maken met grote onzekerheid over de financiële impact van deze wet. De verwachting is dat de structurele bijdrage (voor het aantal te contracteren uren en/of producten) zal stijgen met ongeveer 13%. Een deel hiervan betreft nieuwe bodemtaken, waar gemeenten extra middelen voor ontvangen van het rijk. In de jaren 2024 en 2025 wordt gemonitord wat de uitvoering van de Omgevingswet in financiële zin betekent. Omdat er te weinig inzicht is in de budgetten die de omgevingsdiensten hebben voor het uitvoeren van VTH-taken, monitort het Rijk dit ook vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Vanaf 2024 is gestart met de voorbereiding voor de oprichting van een nieuwe omgevingsdienst in de provincie Utrecht per 1 januari 2026, waarin de twee huidige omgevingsdiensten, te weten de OdrU en de RUD opgaan.
Verhouding eigen en vreemd vermogen Resultaat Risico’s
1-1-2025 31-12-2025 Eigen vermogen 585.000 € 867.000 Vreemd vermogen € 6.160.300 € 6.442.300 Het resultaat van de jaarrekening 2023 bedraag € 643.800 nadelig. In de geactualiseerde notitie zijn de risico’s in kaart gebracht en gekwantificeerd op € 1.091.000. Hierin wordt aangesloten op de methodiek van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR). In deze methodiek wordt gewerkt met waarderingscijfers en bandbreedte in de ratio’s voor het weerstandsvermogen. Conform de systematiek wordt uitgegaan van waarderingscijfer C, wat een weerstandsvermogen betekent met een bandbreedte tussen 1,0 tot 1,4. Het huidige weerstandsvermogen van € 867.000. Het aanvullen van de algemene reserve kan plaatsvinden vanuit de bestemming van een eventueel positief rekeningresultaat of in het geval er geen positief rekeningresultaat is een incidentele bijdrage van gemeenten en zal uitsluitend plaatsvinden bij bestuursbesluit.
Verplichte kengetallen weerstandsvermogen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Ferm Werk Programma Vestigingsplaats Doel
Rekening 2023 -3,63%
Begroting 2024 -4,61%
Begroting 2025 -6,63%
-3,63% 8,20% 0,00%
-4,61% 9,48% 0,00%
-6,63% 12,87% 0,00%
Inkomen, jeugd en Wmo Woerden Ferm Werk is in de gemeenten Woerden, Oudewater, Montfoort en Bodegraven-Reeuwijk verantwoordelijk voor gemeentelijke taken op het gebied van participatie, werk en inkomen. Iedereen die wil en kan werken moet aan de slag kunnen. Ferm Werk richt zich op mensen die
Ferm Werk
Deelnemende ‘partijen’ Openbaar belang
Bestuurlijk belang
Financieel belang
onder de Participatiewet vallen en helpt hen ontwikkelen naar zo regulier mogelijk werk. Daarnaast voert Ferm Werk de regie over de Wet inburgering en voeren zij het minimabeleid uit. De gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Montfoort, Oudewater en Woerden. Ferm Werk kent vier programma’s, te weten: 1. Inkomensregelingen 2. Arbeidsparticipatie 3. Werkbedrijf en Nieuw Beschut (Begeleide participatie) 4. Aanvullende dienstverlening De eerste drie programma’s basisdienstverlening bevat de uitvoerende taken die door alle deelnemende gemeenten aan Ferm Werk zijn overgedragen, waaronder de Wet sociale werkvoorziening, de Participatiewet en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen. Het programma aanvullende dienstverlening bevat alle taken die gemeenten ieder voor zich kunnen besluiten te laten uitvoeren door Ferm Werk. Bijvoorbeeld taken rond de huisvesting van vergunninghouders en de uitvoering van de declaratieregeling. Het algemeen bestuur bestaat uit twee leden per deelnemer; een lid uit de gemeenteraad en een lid uit het college (portefeuillehouder met participatie, werk en inkomen en/of financiën). Namens het college zit wethouder van Dalen in het algemeen en dagelijks bestuur. Vanuit de gemeenteraad neemt de heer L. Hoogstraten deel in het algemeen bestuur. Het AB van Ferm Werk heeft in juli 2024 de begroting 2025 vastgesteld. De onderstaande cijfers zijn hieruit afkomstig.
De reguliere bruto bijdrage voor 2025 bedraagt € 4.043.000. Bijdrage verdeeld over de programma’s en netto bijdrage Montfoort: Programma Inkomensregelingen inclusief overhead Werkbedrijf en beschut werk inclusief overhead Arbeidsparticipatie inclusief overhead Aanvullende dienstverlening inclusief overhead Bruto bijdrage BUIG middelen Netto bijdrage
Evt. veranderingen in een belang Verhouding eigen en vreemd vermogen
Resultaat Risico’s
Bedrag 2025 € 2.598.786 € 578.287 € 683.521 € 182.406 € 4.043.000 € -1.929.923 € 2.113.077
Geen.
Per 1-1-2025
Per 31-12-2025
Eigen vermogen
€ 75.000
€ 75.000
Vreemd vermogen
€ 5.125.000
€ 5.125.000
De jaarrekening kent geen resultaat omdat alle tekorten of overschotten worden aangevuld door de gemeenten. Externe invloed op instroom In de eerste plaats is het aantal uitkeringsgerechtigden dat onvoorzien is, althans hoger dan begroot, een financieel risico. Per uitkeringshuishouden gaat het om een gemiddeld bedrag per jaar van ongeveer € 16.510. Zowel landelijke als mondiale economische ontwikkelingen zijn van invloed op het werkelijke aantal uitkeringsgerechtigden. Niet goed is te voorspellen welke impact die hebben op het aantal uitkeringsgerechtigden in het werkgebied van Ferm Werk. Voorts zijn ook ontwikkelingen als de huisvesting van vluchtelingen en ontheemden van invloed op het aantal uitkeringsgerechtigden.
Ferm Werk Financiële onrechtmatigheid Een tweede risico dat onderkend wordt is het verstrekken van uitkeringen of delen van uitkeringen aan niet rechthebbenden, de zogeheten financiële onrechtmatigheid. Hiervoor is een AO/IC ingericht die deze risico’s voorkomt dan wel verkleint. Het onderkennen, herstellen en reageren op risico’s in de bedrijfsvoering van Ferm Werk is vast onderdeel van periodieke monitoring en verantwoording aan directie en bestuur Ferm Werk. Verplichte kengetallen weerstandsvermogen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Rekening 2023 1,02%
Begroting 2024 5,50%
Begroting 2025 1,12%
1,02%
1,40%
1,12%
1,02% 0,0%
1,07% 0,00%
1,55% 0,00%
Stichting Inkoopbureau Midden Nederland (IBMN) Programma Bestuur, organisatie en dekkingsmiddelen VestigingsVianen plaats Doel Het behalen van financiële, kwalitatieve en procesmatige voordelen door professionalisering van de inkoop- en aanbestedingsfunctie. Deelnemende Bodegraven-Reeuwijk, Giessenlanden, Leusden, Montfoort, Scherpenzeel, Stichtse Vecht, Vijf‘partijen’ heerenlanden, Woudenberg, en IJsselstein. Openbaar beZie doel. lang Bestuurlijk beHet bestuur bestaat uit de gemeentesecretarissen of gedelegeerden van de samenwerkende gelang meenten. Financieel beDe kosten van de stichting worden gedekt door per deelnemer een vaste bijdrage vergoeding en lang een garantie omzet afname (aantal uur). Voor 2025: vaste bijdrage vergoeding aan de stichting € 10.295 + garantie afname uren 24.855 (intern doorbelast op de betreffende inkoopprojecten). Over aanvullende inzet boven de garantie uren maken de deelnemers ieder zelf afspraken met IBMN. Evt. veranderin- Geen. gen in een belang Resultaat De kosten worden gedekt door de deelnemersbijdragen (vaste bijdrage vergoeding en een garantie omzet afname). Per saldo is het resultaat € 0. Risico’s Geen verhoogd risico. Verhouding eigen en vreemd vermogen
Stichting Urgentieverlening West Utrecht Programma Wonen en ruimte Vestigingsplaats Woerden
Stichting Urgentieverlening West Utrecht Doel De stichting heeft tot doel om, namens de deelnemende gemeenten, werkzaamheden te verrichten in het kader van het urgent verklaren op grond van de geldende Huisvestingsverordening van in het register van woningzoekenden ingeschreven belanghebbenden, waartoe door de colleges van burgemeester en wethouders van deze gemeenten aan de stichting mandaat is verstrekt. Het verlenen of afwijzen van genoemde urgentieverklaringen. Ook de hieruit eventueel voortvloeiende bezwaar- en beroepszaken neemt de stichting voor haar rekening. Deelnemende De gemeenten De Ronde Venen, Montfoort, Lopik, Oudewater, Stichtse Vecht en Woerden. ‘partijen’ Openbaar beTransparant advies geven over het toepassen van de urgentieregeling op grond van de Huislang vestingsverordening. Bestuurlijk beHet algemeen bestuur van de stichting wordt gevormd door de portefeuillehouders van de lang deelnemende gemeenten. Wethouder C.L. Jonkers is lid van het algemeen bestuur. Financieel beDe bijdrage voor Montfoort voor 2025 wordt op € 1.875 geraamd (€ 1.815 + 3,2% prijscompenlang satie). Evt. veranderinGeen. gen in een belang Resultaat Risico’s Geen. Verhouding eiDe stichting heeft geen eigen of vreemd vermogen. gen en vreemd vermogen
NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Programma Bestuur, organisatie en dekkingsmiddelen Vestigingsplaats ’s-Gravenhage Doel De Bank Nederlandse Gemeenten is de bank voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde financiële dienstverlening draagt de Bank Nederlandse Gemeenten bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. De strategie van de bank is gericht op het behouden van substantiële marktaandelen in het Nederlands maatschappelijk domein en het handhaven van een excellente kredietwaardigheid (Triple A). De Bank Nederlandse Gemeenten keert dividend uit en levert daarmee een bijdrage aan de algemene middelen. Deelnemende De staat, gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. partijen Openbaar beBNG is de bank van en voor overheden in instellingen voor het maatschappelijk belang. De lang bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Bestuurlijk beDe gemeente heeft geen zetel in het bestuur, maar heeft als aandeelhouder wel stemrecht in lang de algemene vergadering van aandeelhouders NV Bank Nederlandse Gemeenten. Wethouder Van Wikselaar is lid van de algemene ledenvergadering. Financieel beDe staat is houder van de helft van de aandelen. De andere helft is in handen van gemeenten, lang provincies en een hoogheemraadschap.
Gemeente Montfoort bezit 12.480 aandelen à € 2,50. Evt. veranderin- Geen. gen in een belang Resultaat Het jaar 2023 sluit met een positief resultaat van € 254 miljoen (2022: € 300 miljoen). Aan dividend is € 120 miljoen uitgekeerd. Dit betekent € 2,16 per aandeel aan dividend. Risico’s -
NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Verhouding eigen en vreemd Per 1-1-2023 vermogen Eigen vermogen € 4.615.000 Vreemd vermogen
Vitens Programma Vestigingsplaats Doel
Deelnemende partijen Openbaar belang Bestuurlijk belang Financieel belang Evt. veranderingen in een belang Resultaat
Risico’s / opmerking Verhouding eigen en vreemd vermogen
U-10 Programma Vestigingsplaats Doel
Deelnemende partijen
Openbaar belang
€ 107.459.000
Per 31-12-2023 € 4.721.000 € 110.819.000
Bestuur, organisatie en dekkingsmiddelen Arnhem De uitoefening van een publiek (drink)waterbedrijf, daaronder begrepen de winning, de productie, transport, verkoop en distributie van water, alsmede het verrichten van alles wat met de publieke watervoorziening verband houdt of daaraan bevorderlijk kan zijn. Alles in de ruimste zin des woords. De aandeelhouders van Vitens zijn 105 gemeenten en 5 provincies. De gemeente Montfoort is aandeelhouder en heeft als zodanig stemrecht. Wethouder Van Wikselaar is lid van de algemene ledenvergadering. De gemeente bezit 11.861 aandelen van € 1. Geen.
Het netto resultaat over het boekjaar 2023 bedroeg€ 27,2 miljoen (2022: € 8,2 miljoen). Voor 2023 is geen dividend uitgekeerd. Het bedrag is met het oog op de solvabiliteitsdoelstelling toegevoegd aan de reserves.
Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2023 € 649.500.000 € 1.446.600
31-12-2023 € 677.700.000 € 1.559.700
Bestuur, organisatie en dekkingsmiddelen Diversen U10 is de netwerkorganisatie waarin 16 gemeenten in de regio Utrecht samenwerken als antwoord op grote maatschappelijke thema’s en uitdagingen. Doel van de samenwerking is dat, via regionale aanpak, regio Utrecht een aantrekkelijke vestigingsplaats blijft voor inwoners en bedrijven en er gezond kan worden geleefd in deze regio. Daartoe wordt samengewerkt aan regionale aanpak van uitdagingen op het gebied van woningbouw, mobiliteit, economie, energietransitie, groen en landschap en gezond leven. De gemeentebesturen van Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist zijn lid van de U10. Het is een flexibele netwerksamenwerking waarbij de gemeenten niet allemaal even intensief deelnemen op alle thema’s. De U10 is een netwerksamenwerking die op basis van een breed gedragen perspectief en programma (REP, IRP) gemeenschappelijk de diverse vraagstukken van de regio Utrecht aanpakt, waaronder de verstedelijkings-, vergroenings- en mobiliteitsvraagstukken. De strategie van de U10 is hierbij om van de regio Utrecht een ontmoetingsplaats te maken voor gezond leven in een stedelijke regio.
U-10 Bestuurlijk belang
Financieel belang
De U10 kent geen dagelijks of algemeen bestuur. Het is een ‘lichte’ samenwerking op basis van een bestuursconvenant. Leden van het college nemen op basis van hun portefeuille deel aan de regionale bestuurstafels. Portefeuillehouders per bestuurstafel: •
Economie: wethouder Jonkers
•
Mobiliteit: wethouder Jonkers
•
Groen & Landschap: wethouder Van Wikselaar
•
Klimaat/energie: wethouder Van Wikselaar
• Wonen: wethouder Jonkers en wethouder Van de Poll (doelgroepen huisvesting) Het aantal inwoners van de gemeente Montfoort per 1-1-2024 bedroeg 13.868. Het bedrag per inwoner wordt vanwege de inflatie en de loonstijgingen volgend jaar met 4,3% verhoogd. De totale bijdrage aan het Samenwerkingsconvenant komt daarmee voor de gemeente Montfoort voor 2025 op een bedrag van € 19.195. De totale bijdrage aan het mobiliteitsconvenant bedraagt voor 2025 € 5.235. De financiële bijdrage voor de uitvoering van het Integraal Ruimtelijk Perspectief is voor 2025 geraamd op € 10.943.
Evt. veranderingen in een belang Resultaat
Risico’s / opmerking
K80 Programma Vestigingsplaats Doel
Gemeente Montfoort is onlosmakelijk onderdeel van de stedelijke regio Utrecht als het gaat om wonen, verplaatsen, werken en leven. Daarom is het in het belang van gemeente Montfoort om in regionaal verband te werken aan een gezonde, slimme en groene regio. Dat gebeurt aan bestuurstafels in het bestuurlijk netwerk U10. De U10 richt zich vanaf 2023 op het opstellen van een uitvoeringsplan Integraal Ruimtelijk programma, waaronder een aanpak voor vitale kernen, met een tijdshorizon tot aan 2040. In het programma worden doelstellingen en acties opgenomen voor de regionale uitdagingen op het gebied van wonen, werken, bereikbaarheid, klimaatneutraal (o.a. energietransitie), groen en landschap. De netwerksamenwerking drijft op de inzet van de deelnemers en de urgentie van de onderwerpen. Als de deelnemers zich niet inzetten (bijvoorbeeld omdat ze het belang er niet van inzien) is het rendement nihil.
Bestuur, organisatie en dekkingsmiddelen Diversen Het netwerk van de K80 heeft twee doelen. Ten eerste het bundelen van de belangen van kleine gemeenten in Nederland en deze voor het voetlicht te brengen bij andere partijen zoals de VNG en bij het ministerie van BZK. Voor de korte termijn is er met name aandacht voor de thema’s gemeentefinanciën en het breder bekend laten zijn van de kracht van kleine gemeenten op rijksniveau. Ten tweede biedt de K80 een platform voor kennis- en ervaringsuitwisseling, ontmoeting op bestuurlijk en ambtelijk niveau.
Deelnemende partijen Openbaar belang Bestuurlijk belang
Een 50-tal gemeenten, die allen minder dan 25.000 inwoners hebben, nemen deel in het netwerk. Beter belangenbehartiging en kennisuitwisseling draagt bij aan het behouden van de kracht van kleine(re) gemeenschappen en onze kwaliteit van dienstverlening. Burgemeester Van Hartskamp-de Jong is lid van het algemeen bestuur van de K80.
K80 Financieel belang Evt. veranderingen in een belang Resultaat Risico’s / opmerking
De jaarlijkse bijdrage was in 2024 vastgesteld op € 2.200,-. Voor 2025 wordt uitgegaan van het bedrag van 2024 inclusief inflatie van 3,2%: € 2.270,-. n.v.t.
Een betere behartiging van de belangen van de kleinere gemeenten in Nederland. De K80 is begin 2022 opgericht, waardoor haar positie in het bestuurlijk speelveld binnen de VNG en bij het departement nog in ontwikkeling is.
Portefeuillehouder: W. van Wikselaar Eind 2023 is de nota “Actualisatie nota grondbeleid 2023” door de raad vastgesteld. Op grond van dat beleid wordt per geval en locatie - afhankelijk van de specifieke omstandigheden - de strategische keuze gemaakt of actief of faciliterend grondbeleid wordt gevoerd. Dit biedt voldoende ruimte voor maatwerk en afweging per locatie, zo wordt navolgend meer toegelicht.
Het grondbeleid van de gemeente Montfoort heeft tot doel de maatschappelijk gewenste ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken door middel van aankoop, exploitatie en uitgifte van gronden (actief), dan wel door medewerking te verlenen aan de ontwikkeling van plannen door private partijen (facilitair). Het grondbeleid levert daarmee een bijdrage aan doelen met een ruimtelijke dimensie en gewenste veranderingen voor verschillende functies zoals wonen, werken, groen, verkeer, enzovoorts. Daarbij zijn een goede prijs/kwaliteit, efficiency, tijdigheid en optimaal financieel economisch rendement mede doelstellingen van het grondbeleid, evenals het mogelijk genereren van extra inkomsten het uitgangspunt.
De gemeente kan binnen haar grondbeleid op de grondmarkt gebruik maken van de privaatrechtelijke instrumenten die elke rechtspersoon tot zijn beschikking heeft zoals aan- en verkoop, grondruil en erfpacht. Daarboven heeft de gemeente ook nog specifieke publiekrechtelijke instrumenten die zij kan inzetten op de grondmarkt. De meest bekende daarvan zijn onteigening en de vestiging van een voorkeursrecht (Wet voorkeursrecht gemeenten Wvg). Daarnaast kan de gemeente bij particuliere ontwikkelingen de kosten van onder andere gemeentelijke inzet, voorbereiding en openbare voorzieningen verhalen. De meest bekende daarvan zijn de anterieure en posterieure overeenkomst en het exploitatieplan.
Grondverkoop, onder toepassing van de grondprijsbrief, gebeurt onder de volgende basisprincipes: • Marktconformiteit: Bij grondverkoop streeft de gemeente naar een grondprijs die een goede afspiegeling vormt van de waardering vanuit de markt met inachtneming van de eigenschappen van het perceel en de omstandigheden van de transactie. • Consistentie: De handelswijze van de gemeente is consequent waarbij grondprijzen stelselmatig op eenzelfde wijze en volgens een gelijk principe worden vastgesteld. • Transparantie: Grondprijzen zijn afhankelijk van de locatie en eigenschappen van het perceel en worden vaak situationeel bepaald. Hierin hanteert de gemeente hierin een open en transparante handelswijze.
Het oppakken van het grondbeleid vindt plaats met instrumenten die kunnen worden ondergebracht onder actief grondbeleid of onder faciliterend grondbeleid. Met actief grondbeleid verwerft de gemeente zelf grond, maakt bouwrijp en geeft de gronden vervolgens weer uit. Met faciliterend grondbeleid reageert de gemeente op particuliere initiatieven zonder zelf de beschikkingsmacht over het onroerend goed (grond) te hebben. De gemeente beperkt zich hierbij tot het uitvoeren van haar taken die inherent zijn aan haar publiekrechtelijke positie, het realiseren van basisvoorzieningen zoals wegen en nutsvoorzieningen. De gemeente stelt voorwaarden aan de particuliere ontwikkelingen door het bestemmingsplan, een beeldkwaliteitsplan en bijvoorbeeld Woonvisie. De kosten van de verschillende openbare voorzieningen worden onder faciliterend grondbeleid in regel verhaald door middel van een te sluiten exploitatieovereenkomst.
De raad heeft in het vastgestelde beleid aangegeven niet uitsluitend te kiezen voor actief of faciliterend grondbeleid. Per geval wordt beoordeeld welke vorm van grondbeleid of welke samenwerkingsvorm wordt gekozen (“Regie voeren door te faciliteren waar het kan en te acteren waar het moet"). Overigens wordt vooralsnog, mede gelet op de beheersing van financiële risico’s, bewust voor gekozen om de bij actief grondbeleid behorende risico’s extern te beleggen. De Omgevingsvisie 2021, de woonvisie en de woningbouwagenda formuleren de grootste ruimtelijk ontwikkelingen voor gemeente Montfoort. Bij de realisatie daarvan wordt per situatie de vorm van samenwerking of grondbeleid bepaald. Het merendeel van de gronden waarop ontwikkeling is voorzien zijn geen gemeentelijk bezit en zal de gemeente vooral een faciliterende rol innemen. In het kader van realisatie van de woningbouwagenda is door de raad in 2021 op drie terreinen een voorkeursrecht gevestigd, deze zijn in 2024 verlopen.
Ten behoeve van de uitbreiding van bedrijventerrein Heeswijk en op het onderzoeksgebied voor windenergie is medio 2023 ook het voorkeursrecht gevestigd.
In 2025 zijn er enkele ontwikkellocaties in beeld, waarvan er één de potentie heeft om zich te gaan ontwikkelen tot een actieve grondexploitatie. Echter, dit hangt af van allerlei ontwikkelingen en dat maakt het enigszins onzeker. Daarnaast wordt voor het verloop van de projecten en de verwachting voor 2025 en verder verwezen naar het programma Wonen en ruimte.
In juli 2019 is door de commissie BBV een nieuwe Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2019) gepubliceerd. De notitie bevat voornamelijk verduidelijkingen en geen verzwaringen. Met deze notitie komen alle voorgaande notities die betrekking hebben op dit onderwerp te vervallen. De grondexploitaties van de gemeente Montfoort zijn en worden overeenkomstig deze nieuwe notitie opgesteld. Uitgangspunt bij tussentijdse winstneming De winsten uit de grondexploitaties worden genomen op het moment dat hierover voldoende zekerheid bestaat. Daarbij wordt de ‘percentage of completion’-methodiek gebruikt om te bepalen wat de te realiseren winstneming moet zijn. Risicobeheersing Bij projecten wordt in alle fasen actief gestuurd op de risico’s om deze zoveel mogelijk risico’s te vermijden/beheersbaar te houden. Er wordt een MPG opgesteld behorende bij de rekening. Er zijn verschillende vormen van risico’s die ook verschillend verwerkt worden. 1. Wanneer risico’s voorzienbaar zijn worden deze binnen de grondexploitaties opgenomen. 2. Wanneer een negatief resultaat voorzien wordt, moet dit 1 op 1 gereserveerd worden in een voorziening negatief resultaat. 3. Over alle projecten worden planrisico’s en conjuncturele risico’s berekend. Deze risico’s worden gereserveerd in de bestemmingsreserve grondbedrijfsfunctie. Op dit moment zijn er geen projecten in exploitatie.
Portefeuillehouder: W. van Wikselaar
Gemeente Montfoort kent, volgens de subsidieverordening, incidentele en structurele subsidies. De ingediende structurele subsidieaanvragen worden opgenomen in een jaarlijks subsidieoverzicht. Het subsidieoverzicht bestaat uit het geheel van voorstellen dat het college uitbrengt aan de raad over de ingediende structurele subsidieaanvragen. Incidentele subsidieaanvragen kunnen worden toegekend tot aan het subsidieplafond. Op subsidies is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De wettelijke grondslag is uitgewerkt in de Algemene Subsidieverordening gemeente Montfoort 2016. Daarnaast heeft de raad het subsidiebeleid 2013-2017 vastgesteld. In het subsidiebeleid staat voor welke activiteiten de raad subsidie beschikbaar wil stellen binnen het beschikbare subsidieplafond. Het subsidieplafond is het bedrag dat gedurende een bepaalde periode ten hoogste beschikbaar is voor de toekenning van subsidies. De raad stelt eenmaal per jaar een subsidieplafond vast op voorstel van het college. De vaststelling van de subsidieplafonds voor de betreffende begrotingsprogramma’s vindt plaats in november met het vaststellen van de begroting voor het volgende kalenderjaar. Bijstelling van de plafonds kan via de voor- en najaarsrapportage lopen. Het voornemen voor 2025 is om het Subsidiebeleid- en verordening te herijken. Het rekenkameronderzoek van 2024 is mede input hiervoor.
De subsidieplafonds per programma voor 2025 zijn: Programma Bestuur en organisatie Openbare orde en veiligheid Wonen en ruimte Onderwijs, sport en cultuur Inkomen, jeugd en Wmo Totaal
Subsidieplafond 2025 €0 €0 € 255.205 € 395.115 € 2.292.408 2.942.728
De begroting 2025 met meerjarenraming 2026-2028 is opgesteld binnen de bestaande beleidsmatige en financiële kaders. Verder zijn voor de samenstelling de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Bestaand beleid begroting 2024 voor jaarschijf 2025 - 2028 inclusief wijzigingen t/m juli 2024; • Meicirculaire Gemeentefonds 2024; • Loonsom toegestane formatie per 1 mei 2024 / CAO; • Materiële budgetten zijn niet geïndexeerd.
Rekening 2023
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
1. Bestuur en organisatie
2.003.579
482.107
-1.521.471
2.030.656
571.351
-1.459.305
2.087.283
558.357
-1.528.926
2. Openbare orde en veiligheid
1.453.957
63.755
-1.390.202
1.544.758
53.800
-1.490.958
1.594.023
55.522
-1.538.501
3. Wonen en ruimte
9.359.912
5.127.607
-4.232.305
10.720.029
4.596.196
-6.123.833
9.949.667
4.775.439
-5.174.228
4. Onderwijs, sport en cultuur
2.549.292
674.555
-1.874.737
2.828.894
749.737
-2.079.157
3.361.627
705.222
-2.656.405
5. Inkomen, jeugd en Wmo
12.512.155
3.794.419
-8.717.736
13.156.948
1.936.515
-11.220.433
14.025.898
2.084.239
-11.941.659
Totaal
27.878.894
10.142.442
-17.736.452
30.281.285
7.907.599
-22.373.686
31.018.498
8.178.779
-22.839.719
554.802
26.474.566
25.919.764
125.615
27.486.719
27.361.104
-520.092
28.477.128
28.997.220
5.997.137
256.612
-5.740.525
5.888.688
366.330
-5.522.358
5.791.529
373.092
-5.418.437
Heffing vennootschapsbelasting
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Onvoorzien
0
0
0
50.000
0
-50.000
50.000
0
-50.000
34.430.832
36.873.620
2.442.788
36.345.588
35.760.648
-584.940
36.339.935
37.028.999
689.064
Programma's
Algemene dekkingsmiddelen Overhead
Resutaat voor toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Waarvan incidenteel
1.372.521
1.640.243
267.722
527.000
0
-527.000
-64.556
247.751
312.307
Waarvan structureel
33.058.311
35.233.377
2.175.065
35.818.588
35.760.648
-57.940
36.404.491
36.781.248
376.757
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma 1. Bestuur en organisatie 30.000 72.696
42.696
0
43.000
43.000
0
0
0
2. Openbare orde en veiligheid
0
0
0
0
0
491.260
503.575
571.064
67.489
3. Wonen en ruimte
0
30.927
30.927
622.412
858.436
236.024
893.989
1.385.249
686.667
4. Onderwijs, sport en cultuur
0
14.146
14.146
686.667
0
2.972
29.796
26.824
5. Inkomen, jeugd en WMO
0
318.921
318.921
699.273
699.273
0
0
0
6. Overhead
0
88.444
88.444
109.080
109.080
0
0
0
7. Algemene dekkingsmiddelen
0
0
0
0
0
0
0
Totaal
652.412
1.383.570
731.158
1.342.613
506.547
600.860
94.313
Waarvan incidenteel Waarvan structureel
512.712
512.712
0
-97.193
0
97.193
0
500.000
500.000
139.700
870.858
731.159
1.677.849
2.923.269
1.245.420
506.547
100.860
-405.687
Resutaat na toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
35.083.244
38.257.190
3.173.946
37.926.244
38.683.917
757.673
36.846.482
37.629.859
783.377
Structureel begrotingssaldo
33.198.011
36.104.235
2.906.224
37.496.437
38.683.917
1.187.480
36.911.038
36.882.108
-28.930
1.580.656
2.923.269
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
2.073.753
558.357
-1.515.396
2.068.721
558.357
-1.510.364
2.068.382
558.357
-1.510.025
1.592.776
55.522
-1.537.254
1.591.521
55.522
-1.535.999
1.590.265
55.522
-1.534.743
10.023.514
4.728.439
-5.295.075
10.232.650
4.631.660
-5.600.990
10.223.657
4.631.660
-5.591.997
3.298.323
700.736
-2.597.587
3.270.413
698.436
-2.571.977
3.256.564
703.396
-2.553.168
13.641.223
2.051.288
-11.589.935
13.513.500
1.950.724
-11.562.776
13.539.752
1.950.724
-11.589.028
30.629.589
8.094.342
-22.535.247
30.676.805
7.894.699
-22.782.106
30.678.620
7.899.659
-22.778.961
-637.981
27.054.454
27.692.435
-330.301
27.197.208
27.527.509
52.578 27.304.684
27.252.106
5.645.506
373.092
-5.272.414
5.603.343
373.092
-5.230.251
5.598.217
373.092
-5.225.125
0
0
0
0
0
0
0
0
0
50.000
0
-50.000
50.000
0
-50.000
50.000
0
-50.000
35.687.114
35.521.888
-165.226
35.999.847
35.464.999
-534.848
36.379.415 35.577.435
-801.980
-101.058
169.548
270.606
0
-23.632
-23.632
35.788.172
35.352.340
-435.832
35.999.847
35.488.631
-511.216
0
0
0
0
0
0
0
0
447.655
571.064
123.409
447.655
571.064
123.409
447.655
561.984
114.329
60.640
29.796
-30.844
64.803
29.796
-35.007
69.192
29.796
-39.396
0
-199.909
-199.909
36.379.415 35.777.344
-602.071
0 0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
508.295
600.860
92.565
512.458
600.860
88.402
516.847
591.780
74.933
0
0
0
0
0
0
0
0
0
508.295
600.860
92.565
512.458
600.860
88.402
516.847
591.780
74.933
36.195.409
36.122.748
-72.661
36.512.305
36.065.859
-446.446
36.896.262 36.169.215
-727.047
36.296.467
35.953.200
-343.267
36.512.305
36.089.491
-422.814
36.896.262 36.369.124
-527.138
ACTIVA Vaste activa Materiele activa Financiele activa Subtotaal vaste activa Vlottende activa Voorraden Subtotaal voorraden Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Subtotaal uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Liquide middelen Liquide middelen Subtotaal liquide middelen Overlopende vlottende activa Vlottende activa Subtotaal overlopende vlottende activa TOTAAL ACTIVA
PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen Algmene reserves Bestemmingsreserves Nog te bestemmen resultaat Subtotaal eigen vermogen Voorzieningen Voorzieningen Subtotaal voorzieningen Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar Subtotaal vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar Vlottende passiva Netto vlottende schulen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Subtotaal vlottende passiva Overlopende passiva Overlopende passiva Subtotaal overlopende passiva TOTAAL PASSIVA Gewaarborgde geldleningen (x € 1.000)
31-12-2024
31-12-2025
40.551 165
31-12-2026
51.670 165 40.716
0
53.829 189 51.835
0
7.760
0
7.760
108
7.760
108
2.100
0
7.760
7.760 108
108
2.100 50.684
53.203
0
7.760
108 2.100
54.018
0
7.760 108
53.014 189
0
0 7.760
31-12-2027
108 2.100
2.100 61.803
108 2.100
2.100 63.986
2.100 63.171
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
3.718 2.902 1.426
5.144 2.808 0
5.144 2.715 0
5.144 2.627 0
8.046 8.068
7.952 8.068
8.068 26.587
8.483 8.068
26.587 26.587
4.344
8.858
26.773
4.344
8.858 26.773
26.773 1.600
4.344 14.852
7.771
8.483
26.587
4.344 3.639
7.859
26.773 1.600
1.600 19.271
1.600 18.169
3.639 50.684
14.852 61.803
19.271 63.986
18.169 63.171
17.000
17.000
17.000
17.000
Onder deze arbeidsrechtelijke verplichtingen worden de aanspraken verstaan op toekomstige uitkeringen door het huidige dan wel voormalige personeel. Feitelijk heeft de gemeente een schuld aan hen. Oorspronkelijk was het de bedoeling om het verplicht te stellen voorzieningen te treffen voor deze arbeidskosten gerelateerde verplichtingen, zoals wachtgeldpremies en vakantiegeld. In het BBV is ervoor gekozen om het treffen van deze voorzieningen niet verplicht te stellen, omdat het geen nuttige toevoeging is en door het opnemen van deze verplichtingen in zowel de begroting, de meerjarenraming als op de balans, het inzicht voor de raad niet wordt vergroot. Daarnaast is het zo dat de onderhavige verplichtingen in de begroting en de meerjarenraming worden meegenomen. Dit biedt voldoende garantie omdat de lasten ieder jaar globaal vergelijkbaar zijn. Om uniformiteit te bereiken is het uiteindelijk niet toegestaan om de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume als voorziening op te nemen. Om wel het benodigde inzicht te verkrijgen, is de eis gesteld om deze verplichtingen in de toelichting op de financiële positie op te nemen. In dit onderdeel zullen de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden toegelicht.
Hieronder vallen de volgende uitkeringen: Werkloosheidswet Als opvolger van de wachtgeldregeling is voor ambtenaren de Werkloosheidswet van toepassing geworden, waarbij de uitvoering geschiedt door het UWV. De door het UWV betaalde werkloosheidsuitkering wordt bij de gemeente in rekening gebracht. RVU (Regeling vervroegd uittreden) In de nieuwe CAO Gemeenten (2023) is opgenomen dat medewerkers die twee jaar eerder met pensioen gaan en aan de gestelde voorwaarden voldoen, een RVU ontvangen ten laste van de werkgever. Ons personeelsbestand overziend zullen er naar verwachting vanaf 2024 twee personeelsleden per jaar gebruik van maken. Hiervoor is structureel € 45.000 in de begroting opgenomen.
Het gaat hierbij om verplichtingen aan wethouders die ontslagen zijn, dan wel wethouders die aan het einde van hun ambtstermijn (nog) geen andere werkrelatie hebben. De wachtgeldregeling wordt door een derde uitgevoerd. De verplichtingen voor het betreffende jaar worden rechtstreeks ten laste van de exploitatie gebracht en werken door in de meerjarenraming (indien van toepassing). In de begroting 2025 is hiermee nog geen rekening gehouden.
Om de huidige en toekomstige verplichtingen ten aanzien van de wethouders pensioenen te waarborgen dienen we een voorziening in de begroting op te nemen. Vanuit deze voorziening worden de pensioenverplichtingen voldaan. In het verleden kon de gemeente een verzekering hiervoor afsluiten. Bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van een voormalig wethouder komt deze verzekering dan tot uitkering en wordt in de voorziening opgenomen. Het afsluiten van een verzekering voor nieuw aantredende wethouders is al een aantal jaren niet meer mogelijk maar de reeds afgesloten verzekeringen voor voormalig wethouders lopen nog steeds. De omvang van de voorziening is per 1 januari 2024 € 1.056.000 (afgerond). Jaarlijks wordt door een gespecialiseerde actuaris de benodigde omvang van de voorziening beoordeeld. Waar nodig wordt dan een voorstel gedaan voor aanvulling, dan wel valt er een bedrag vrij. In de begroting is opgenomen dat de dotatie in 2025 € 100.000 bedraagt.
Reserves
1-1-2025
1-1-2026
1-1-2027
1-1-2028
1-1-2029
Algemene reserve
5.144.125
5.144.125
5.144.125
5.144.125
5.144.125
Totaal Algemene reserve
5.144.125
5.144.125
5.144.125
5.144.125
5.144.125
Parkeerfonds
132.889
139.389
145.889
152.389
158.889
Volkshuisvesting
60.384
60.384
60.384
60.384
60.384
Sociaal domein
450.536
450.536
450.536
450.536
450.536
Groot onderhoud wegen
570.688
570.688
570.688
570.688
570.688
Groot onderhoud kunstwerken/bruggen
10.943
10.943
10.943
10.943
10.943
Bestemmings- en egalisatiereserves
Baggeren
0
0
0
0
0
Speelplaatsen/-terreinen
90.860
90.860
90.860
90.860
90.860
Bomen
14.578
14.578
14.578
14.578
14.578
Tractie
51.463
51.463
51.463
51.463
51.463
Buitensportaccommodaties
180.000
182.972
243.612
308.415
196.941
IJsselveld
250.000
185.230
120.460
55.690
-
6.486
6.486
6.486
6.486
6.486
Duurzaamheid en energie Mobiliteitsplan en uitvoeringsagenda binnenstad
39.987
39.987
39.987
39.987
39.987
Toekomstbestendig beheer
318.887
315.962
257.117
198.272
139.427
Dekking kapitaallasten
724.767
688.677
652.587
616.497
580.407
Totaal Bestemmings en egalisatiereserves
2.902.468
2.808.155
2.715.590
2.627.188
2.371.589
Totaal Reserves
8.046.592
7.952.279
7.859.714
7.771.312
7.515.713
Mutaties reserves begroting 2025
program
2025
2026
2027
2028
3
6.500
6.500
6.500
6.500
4
2.972
60.640
64.803
-111.474
3
-64.770
-64.770
-64.770
-55.690
3
-2.925
-58.845
-58.845
-58.845
Onttrekking tbv krediet parkeervakken Heeswijkerpoort, parkeervakken Julianalaan, hockeyaccommodatie 7 -36.090
-36.090
-36.090
-36.090
Parkeerfonds: Jaarlijkse storting Buitensportaccommodaties: Saldo buitensportaccommodaties IJsselveld: Onttrekking i.v.m. projectrente IJsselveld Toekomstbestendig beheer: Storting toekomstbestendig beheer Dekking kapitaallasten: Groot onderhoud wegen: Onttrekking ivm groot onderhoud wegen
3
-500.000
-500.000
-500.000
-500.000
Jaarlijkse storting conform beheerplan
3
500.000
500.000
500.000
500.000
-94.313
-92.565
-88.402
-255.599
Totaal mutaties reserves
Voorzieningen
1-1-2025
1-1-2026
1-1-2027
1-1-2028
1-1-2029
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Pensioenen voormalige bestuurders
1.155.920
1.255.920
1.355.920
1.455.920
1.555.920
Verlofsparen
57.000
57.000
57.000
57.000
57.000
Bovenwettelijk verlof
58.000
58.000
58.000
58.000
58.000
-
45.000
90.000
135.000
180.000
1.270.920
1.415.920
1.560.920
1.705.920
1.850.920
Groot onderhoud gemeentelijke gebouwen
0
32.830
25.163
26.053
0
Totaal Egalisatievoorzieningen
0
32.830
25.163
26.053
0
Regeling RVU Totaal Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Egalisatievoorzieningen
Van derden verk regen middelen die specifiek besteed moeten worden Graven
387.170
314.770
242.370
169.970
97.570
Riolering
6.086.115
6.396.115
6.706.115
7.016.115
7.326.115
Afval
239.021
239.021
239.021
239.021
239.021
Ondernemersfonds t.b.v. maatschappelijk vastgoed
85.199
85.199
85.199
85.199
85.199
Totaal Bestemmings en egalisatievoorzieningen
6.797.505
7.035.105
7.272.705
7.510.305
7.747.905
Totaal Voorzieningen
8.068.425
8.483.855
8.858.788
9.242.278
9.598.825
Reeds beschikbaar gesteld in begroting: Omschrijving Riolering vervangingen 2023 (GRP 2019) Speelplaatsen 3e tranche herinrichting Speelplaatsen 4e tranche herinrichting Korte Linschoten Westzijde Brug Strick van Linschotenstraat Brug Dorpsstraat Engherzandweg Brug Zwarte Dijkje Sluis IJsselkade Brug sportvelden en kasteelplein Brug Anne Franklaan Kasteel Montfoort vervangen lift Oude stadhuis vervangen lift Nieuwe investeringen Investering in kantoorinrichting Aanschaf electrische BOA auto Totaal
Programma 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 1 1
2019 2023 2023 2023 2023 2023 2023 2023 2023 2023 2023 2023 2023
1 2
-
Investering per boekjaar 2025 2026 2027 700.000 245.000 80000 225.000 50.000 157.000 426000 68750 88000 37500 37500 42018 30164
€
118.000 50.000 168.000 €
2028
Jaar gereed 2025 2026 2027 2025 2025 2025 2026 2026 2026 2026 2026 2026 2026
Kapitaallasten per boekjaar 2025 2026 2027 2028 € -24.500 € -24.290 € 24.080 € -15.925 € -15.741 € -5.200 € -14.625 € -14.456 € -14.288 € -1.750 € -1.735 € -1.720 € -5.495 € -5.448 € -5.401 € -27.690 € -27.371 € -3.781 € -3.740 € -3.080 € -3.054 € -2.063 € -2.040 € -2.063 € -2.040 € -3.431 € -3.389 € -2.463 € -2.433
2025 2025 -
€
-
€
-
€
-
€ € €
-9.637 € -5.750 € -15.387 €
-9.519 € -9.401 -5.675 € -5.600 -15.194 € -15.001
Nadere toelichting, in dit meerjarenoverzicht is onderscheid gemaakt in: de nieuwe investeringen voor 2025, die ter vaststelling zijn voorgelegd; de overige (bovenstaande) investeringen worden ook getoond, omdat die eveneens in 2025 en verder in beeld komen, om meerjarig inzicht te geven. Echter deze zijn reeds bij eerdere begrotingen vastgesteld (en zodoende niet van invloed op het begrotingssaldo 2025).
Indicator
Taakveld
Naam Indicator
1.
0. Bestuur en ondersteuning
Formatie
2.
0. Bestuur en ondersteuning
Bezetting
3.
0. Bestuur en ondersteuning
Apparaatskosten
4.
0. Bestuur en ondersteuning
Externe inhuur
5.
0. Bestuur en ondersteuning
Overhead
Indicator
Taakveld
Naam Indicator
6.
1. Veiligheid
Verwijzingen Halt
7.
1. Veiligheid
Harde kern jongeren
8.
1. Veiligheid
Winkeldiefstallen
9.
1. Veiligheid
Geweldsmisdrijven
10.
1. Veiligheid
Diefstallen uit woning
11.
1. Veiligheid
Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte)
Eenheid Fte per 1.000 inwoners Fte per 1.000 inwoners
Bron
Montfoort Nederland
Jaar
Eigen gegevens
6,23
- 2023
Eigen gegevens
6,40
- 2023
Kosten per inwoner Eigen gegevens
€ 680,52
- 2023
20,02%
- 2023
20,60%
- 2023
Kosten als % van totale loonsom + Eigen gegevens totale kosten inhuur externen % van totale lasten Eigen gegevens
Eenheid Aantal per 1.000 jongeren Aantal per 10.000 inwoners Aantal per 1.000 inwoners Aantal per 1.000 inwoners Aantal per 1.000 inwoners Aantal per 1.000 inwoners
Bron Bureau Halt
Montfoort Nederland 5
Jaar
9 2023
KLPD
vervallen
CBS
0,4
2,5 2023
CBS
2,2
4,3 2023
CBS
1,4
1,3 2023
CBS
3,2
5,8 2023
vervallen
Indicator
Taakveld
12.
2. Verkeer en vervoer
13.
2. Verkeer en vervoer
14.
3. Economie
Naam Indicator Ziekenhuisopname na verkeersongeval met een motorvoertuig Overige vervoersongevallen met een gewonde fietser Functiemenging
Eenheid
Bron
%
VeiligheidNL
vervallen
vervallen
%
VeiligheidNL
vervallen
vervallen
% Verhouding tussen 3. Economie Bruto Gemeentelijk Product verwacht en gemeten product Aantal per 1.000 inwoners in de 3. Economie Vestigingen (van bedrijven) leeftijd van 15 t/m 64 jaar Omvang huishoudelijk 7. Volksgezondheid en Milieu Kg/inwoner restafval
LISA
34.
7. Volksgezondheid en Milieu Hernieuwbare elektriciteit
35.
8. Vhrosv
15.
16.
33.
162
148 2022
%
RWS
39,2
41,3 2022
Gemiddelde WOZ waarde
Duizend euro
379 2024
1,7
9,1 2023
%
CBS Basisregistratie adressen en gebouwen CBS
455
Aantal per 1.000 woningen
78,9
70,4 2024
In Euro’s
COELO
1.118
n.b.
2024
In Euro’s
COELO
1.272
n.b.
2024
Montfoort Nederland
Jaar
8. Vhrosv
38.
8. Vhrosv
39.
8. Vhrosv
Demografische druk Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
18.
4. Onderwijs
19.
4. Onderwijs
20.
5. Sport, cultuur en recreatie
vervallen
CBS
37.
4. Onderwijs
vervallen
197,1 2023
Nieuw gebouwde woningen
17.
Atlas voor Gemeenten
54,2 2023
205,7
8. Vhrosv
Taakveld
54
Jaar
LISA
36.
Indicator
Montfoort Nederland
Naam Indicator
Eenheid
Aantal per 1.000 Absoluut verzuim leerlingen Aantal per 1.000 Relatief verzuim leerlingen Vroegtijdig schoolverlaters % deelnemers aan zonder startkwalificatie (vsv- het VO en MBO ers) onderwijs Niet sporters %
Bron DUO
0
4,2 2022
DUO
14
27 2023
Ingrado
1,2
2,4 2023
RIVM
43,9
46,4 2022
Indicator
Taakveld
21.
6. Sociaal domein
22.
6. Sociaal domein
23.
6. Sociaal domein
Naam Indicator
Eenheid
Bron
Aantal per 1.000 Banen inwoners in de LISA leeftijd 15 – 64 jaar Verwey Jonker Jongeren met een delict voor % 12 t/m 21 jarigen Instituut – Kinderen de rechter in Tel Verwey Jonker % kinderen tot 18 Kinderen in uitkeringsgezin Instituut – Kinderen jaar in Tel
24.
6. Sociaal domein
Netto arbeidsparticipatie
25.
6. Sociaal domein
Achterstandsleerlingen
26.
6. Sociaal domein
Werkloze jongeren
27.
6. Sociaal domein
Personen met een bijstandsuitkering
28.
6. Sociaal domein
Lopende reintegratievoorzieningen
29.
6. Sociaal domein
Jongeren met jeugdhulp
30.
6. Sociaal domein
31.
32.
% van de werkzame beroepsbevolking CBS ten opzichte van de beroepsbevolking Verwey Jonker % 4 t/m 12 jarigen Instituut – Kinderen in Tel Verwey Jonker % 16 t/m 22 jarigen Instituut – Kinderen in Tel Aantal per 10.000 CBS inwoners Aantal per 10.000 inwoners van 15 – CBS 64 jaar
Montfoort Nederland
Jaar
779,3
836,6 2023
1
1 2022
3
6 2022
77,6
73,1 2023
vervallen
vervallen
n.b.
1 2022
117,6
344,8 2023
160
191,5 2023
% van alle jongeren CBS tot 18 jaar
9,6
13,5 2023
Jongeren met jeugdbescherming
% van alle jongeren CBS tot 18 jaar
0,5
1,1 2023
6. Sociaal domein
Jongeren met jeugdreclassering
% van alle jongeren CBS van 12 tot 23 jaar
n.b.
0,3 2023
6. Sociaal domein
Cliënten met een Aantal per 10.000 maatwerkarrangement Wmo inwoners
420
705 2023
GMSD
De incidentele baten en lasten bestaan uit posten die naar zijn aard geen terugkerend karakter hebben. Veruit de meeste begrotingsposten zijn structureel van aard. Dit geldt niet voor reserve mutaties, die zijn in beginsel incidenteel van aard. Uitzondering hierop vormen bestemmingsreserves die bedoeld zijn om kapitaallasten in de exploitatie te dekken. In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in welke incidentele middelen in de begroting zijn opgenomen. Om onnodige complexiteit te voorkomen wordt - in lijn met de richtlijnen van de commissie BBV - een grensbedrag gehanteerd van € 50.000. Overzicht incidentele baten en lasten 2025-2028 Omschrijving Incidentele lasten: Economische ontwikkeling Algemeen samenkracht en burgerparticipatie Hulpmiddelen Wmo Gezondheidszorg Riolering Milieubeheer Omgevingswet Totaal incidentele lasten Incidentele baten: mutaties reserves (totaal) Algemeen samenkracht en burgerparticipatie Gezondheidszorg Energietransitie Totaal incidentele baten Saldo incidentele lasten en baten
Jaar 2025
Progr. 3 5 5 5 3 3 3
div 5 5 3
2026
20.000 62.108 3.551 71.407 45.000 -276.000 9.378 -64.556
50.100 45.000 -276.000 9.378 -101.058
-29.543 62.108 71.407 143.779 247.751 -312.307
2027
2028
20.000 50.464
0 0
0
-27.795 50.464 50.100 96.779
-23.632
-199.909
169.548 -270.606
-23.632 23.632
-199.909 199.909
Nadere toelichting: - In raadsbesluit ‘vitale kernen’ is in totaal € 60.000,- aan incidenteel budget toegekend verdeeld over 3 jaar a € 20.000,-: 2024, 2025 en 2026; - In 2023 zijn er incidentele middelen ontvangen voor de Brede SPUK 2023 – 2026; - In de meicirculaire 2024 zijn incidentele middelen ontvangen voor Hulpmiddelen Wmo, dit betreft € 3.551,-; - In 2024 zijn er incidentele middelen ontvangen voor de SPUK Breed 2024 (gezondheidszorg) vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; - Voor de riolering vindt er, naast de reguliere inspecties, incidenteel in 2025 en 2026 een extra inspectie en onderzoek plaats, ten bedrage van € 45.000; - In 2024 zijn er incidentele middelen van het Rijk ontvangen voor uitvoering aan het klimaat – en energiebeleid (SPUK CDOKE). Het betreft een totaal bedrag van € 828.000,- voor de periode 2024 – 2026. Per jaar gaat het dan om € 276.000,-; - Voor de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouw is er incidenteel budget ontvangen vanuit de septembercirculaire 2022 van € 9.378 tot en met 2026; - Voor de Energietransitie zijn er in 2024 incidentele middelen ontvangen vanuit het Rijk: de subsidie Lokale Aanpak Isolatie en de subsidie Energiearmoede. De restanten van deze middelen worden, indien van toepassing, jaarlijks overgeheveld naar het volgende jaar.
Omschrijving
2024 x € 1000,-
2025 x € 1000,-
2026 x € 1000,-
Volgens realisatie tot en met sept. 2024, aangevuld met raming resterende periode
Volgens begroting 2025
Volgens meerjarenraming in begroting 2026
584
-689
165
11.600
2.200
-900
300
400
400
1.
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
2.
Mutatie (im)materiële vaste activa
3.
Mutatie voorzieningen
4.
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
0
0
0
5.
Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa
0
0
0
-10.716
-2.489
1.465
Berekend EMU-saldo
UITGAVEN INKOMSTEN Taakveld
Begroting 2025
Begroting 2025
SALDO Begroting 2025
Taakvelden
37.629.859
37.629.859
0
0.1 - Bestuur
1.397.096
0
1.397.096
0.10 - Mutaties reserves
506.547
600.860
0.11 - Resultaat van de rekening van baten en lasten
783.377
0.11 - Resultaat van de rekening van baten en lasten
783.377
0.2 - Burgerzaken
421.957
296.502
0.3 - Beheer overige gebouwen en gronden
-94.313 783.377 783.377 125.455
268.230
261.855
6.375
0.4 - Overhead
5.791.529
373.092
5.418.437
0.5 - Treasury
-174.637
60.000
-234.637
0.61 - OZB woningen
199.000
2.995.282
-2.796.282
0.62 - OZB niet-woningen 0.7 - Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
52.000
1.768.073
-1.716.073
-374.726
23.653.773
-24.028.499
0.8 - Overige baten en lasten
-171.729
-171.729
1.1 - Crisisbeheersing en brandweer
1.163.405
1.163.405
1.2 - Openbare orde en veiligheid 2.1 - Verkeer en vervoer
430.618
55.522
375.096
1.928.120
27.744
1.900.376
2.4 - Economische havens en waterwegen
142.382
142.382
2.4 - Economische havens en waterwegen
142.382
142.382
3.1 - Economische ontwikkeling
24.300
24.300
3.1 - Economische ontwikkeling
24.300
3.3 - Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
339.322
24.300 7.731
331.591
3.4 - Economische promotie
86.704
3.4 - Economische promotie
86.704
86.704
4.2 - Onderwijshuisvesting
964.920
96.033
868.887
4.3 - Onderwijsbeleid en leerlingzaken
771.628
156.277
615.351
5.1 - Sportbeleid en activering
288.748
99.312
189.436
5.2 - Sportaccommodaties
576.410
136.936
439.474
5.3 - Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
441.362
216.664
224.698
86.704
5.4 - Musea
1.628
5.4 - Musea
1.628
1.628
43.373
43.373
5.5 - Cultureel erfgoed
5.5 - Cultureel erfgoed 5.6 - Media
1.628
43.373
43.373
273.558
273.558
5.7 - Openbaar groen en (openlucht) recreatie
1.311.669
0
1.311.669
6.1 - Samenkracht en burgerparticipatie
1.161.786
62.108
1.099.678
6.2 - Toegang en eerstelijnsvoorzieningen
2.326.995
6.3 - Inkomensregelingen
3.088.322
6.4 - WSW en beschut werk
567.982
6.4 - WSW en beschut werk
567.982
567.982
6.5 - Arbeidsparticipatie
540.438
540.438
2.326.995 1.880.724
1.207.598 567.982
6.6 - Maatwerkvoorzieningen (WMO)
477.931
6.71A - Hulp bij het huishouden (WMO)
1.260.000
70.000
1.260.000
407.931
6.71A - Hulp bij het huishouden (WMO)
1.260.000
1.260.000
6.71B - Begeleiding (WMO)
444.061
444.061
6.71B - Begeleiding (WMO)
444.061
444.061
6.72A - Jeugdhulp begeleiding
111.204
111.204
6.72A - Jeugdhulp begeleiding
111.204
111.204
6.72B - Jeugdhulp behandeling
2.664.235
2.664.235
6.72B - Jeugdhulp behandeling
2.664.235
2.664.235
6.74B - Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf
185.000
185.000
6.74B - Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf
185.000
185.000
6.81A - Beschermd wonen (WMO)
29.047
29.047
6.81A - Beschermd wonen (WMO)
29.047
29.047
324.562
324.562
6.82A - Jeugdbescherming
6.82A - Jeugdbescherming
324.562
7.1 - Volksgezondheid
844.335
7.1 - Volksgezondheid
324.562 71.407
772.928
844.335
71.407
772.928
7.2 - Riolering
1.369.256
1.882.444
-513.188
7.3 - Afval
1.649.477
2.178.114
-528.637
7.4 - Milieubeheer
1.293
7.4 - Milieubeheer
1.293
7.5 - Begraafplaatsen en crematoria 8.1 - Ruimte en leefomgeving 8.3 - Wonen en bouwen TOTAAL
1.293 1.293
185.014
166.210
18.804
391.858
143.779
248.079
2.520.272
369.417
2.150.855
37.629.859
37.629.859
0