CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Toelichting op de actualisatie van de archeologische beleidskaart - Gemeente Montfoort (2025) verkleind

Raadsvergadering 15 december 2025, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel Actualisatie archeologische verwachtings- en beleidskaart38.802 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

33

De eerste generatie kaarten, voor de Atlas van Nederland in het Holoceen, is opgesteld op een schaal 1:100.000. Vos 2011

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

23

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

(en sterke variatie daarin) in het vlak te maken hebben, maar ook dat de hoeveelheid met de diepte afneemt. De bodemkaart die in het kader van de landelijke bodemkartering op schaal 1:50.000 is opgesteld, is nog gebaseerd op een gemiddelde dichtheid van 1 boring per hectare. Zodra we echter overschakelen naar de geologische gegevens uit het DINOloket, neemt de informatiedichtheid snel af. Voor het bereik tot 5 meter beneden NAP is er nog sprake van een gemiddelde dichtheid van 1 boring per 7,9 hectare. Wanneer we bij de 10 meter onder NAP zijn aanbeland, is de gemiddelde dichtheid reeds gezakt naar 1 boring per 52,3 hectare. Daarbij moet tevens worden opgemerkt dat er gebieden aan de westrand en in het zuiden van de gemeente zijn waar de gemiddelde dichtheid ongeacht dieptebereik zelfs maar 1 boring per 15 of zelfs 18 hectare is. Zouden we de (grotendeels niet ontsloten) boringen uit het archief van de Universiteit Utrecht in de berekening meenemen dan stijgt de dichtheid ongeacht dieptebereik naar een gemiddelde van 2,3 boringen per hectare. De dichtheid aan boorgegevens is gezien vanuit het perspectief van vereiste en benodigde dichtheden bij prospectief archeologisch onderzoek op landbodems dus nog altijd vrij laag.

Zelfs met deze aanvulling blijven er gebieden binnen de gemeente, met oppervlaktes van enkele tientallen tot wel honderd hectare, waar geen enkele boring beschikbaar is. De eenheden op die kaart kunnen dan ook geenszins het detailniveau benaderen dat voortvloeit uit gedetailleerde landschappelijke en archeologische karteringen op vindplaatsniveau. 3.1.2

Aanvullingen sinds 2009

Zoals uit het bovenstaande blijkt zijn de belangrijkste toevoegingen sinds het opstellen van de archeologische verwachtingskaart in 2009 de Paleogeografische kaart van Romeinse Limes34, en de update van de Stroomgordels van de Rijn en Maas-delta.35 Daarnaast is er een aanzienlijke toename in het beschikbare aantal boringen in DINO-loket, waardoor de GeoTOP en de hierboven genoemde onderzoeken een gedetailleerder beeld kunnen laten zien. De archeologische booronderzoeken die zijn uitgevoerd sinds 2009 hebben ook de nodige resultaten opgeleverd. Hierboven is reeds de kartering van De Bleek besproken, maar ook ter plaatse van Park Rapijnen (5434844100), ten behoeve van Tracé Drinkwaterleiding Benschop- Linschoten (5271483100) of langs de M.A. Reinaldaweg (2312430100) zijn grootschalige booronderzoeken uitgevoerd. De resultaten van deze booronderzoeken leiden tot aanpassingen van de archeologische verwachtingskaart, aangezien met deze onderzoeken de werkelijke aanwezigheid van een stroomgordel wordt aangetoond. Deze wijzingen zijn verwerkt in de archeologische verwachtingskaart (kaart 13).

3.2

Reconstructie van de landschappelijke ontwikkeling

Montfoort bevindt zich in het westelijke deel van het Rivierengebied, met de overgang naar het Westelijk 36 Veengebied niet ver van de westgrens van de gemeente. Het centrale deel van het gemeentelijk grondgebied wordt gedomineerd door de Hollandsche IJssel; daarnaast bepalen ook de Linschoten, en de Stuivenberg / Willeskop stroomgordels de onderverdeling van het huidige landschap – tevens te zien in het maaiveldhoogteverloop (zie Afbeelding 11). Buiten deze

Dinter 2013, Van Dinter 2017. Cohen et al. 2012. 36 Berendsen 1997. 34 35

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

24

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

stroomgordels wiggen de bijbehorende oeverwal- en kleiige komafzettingen uit in het achterliggende komgebied. Hoe verder van de hiervoor genoemde stroomgordels vandaan, hoe meer de bodem in dit komgebied reeds dicht onder maaiveld uit veen kan bestaan. De hoogstgelegen delen van de gemeente (buiten de opgehoogde terreindelen) bevinden zich op de oeverwallen van de Hollandse IJssel, tot ongeveer een meter boven NAP, terwijl de laagstgelegen gebieden zich in de (venige) komgebieden het noorden en zuiden van de gemeente bevinden, met een maaiveldhoogte van 1,4 tot 1,8 m beneden NAP.

Afbeelding 11 De gemeente Montfoort afgebeeld op het AHN4 50cm grid. Bron: ahn.nl / Rijkswaterstaat.

3.2.1

Pleistoceen

De top van het pleistocene pakket afzettingen in de ondergrond van Montfoort (Kaart 2) 37 bestaat voor een groot deel uit afzettingen die tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien, zijn gevormd. In deze laatste grote koude periode was er in Nederland geen ijskap aanwezig, maar zorgden koude poolwinden ervoor dat zand uit de droogliggende vlakten van de huidige Noordzee werd opgenomen en verplaatst totdat het tot afzetting kon komen in de vorm van een licht golvend zanddek. Dit zogenoemde dekzand wordt 38 gerekend tot het Laagpakket van Wierden uit de Formatie van Boxtel. In de gemeente Montfoort is de top van deze afzettingen aan te treffen vanaf een diepte van ongeveer 5 meter beneden NAP. Ook afzettingen die onder invloed van bijvoorbeeld sneeuwsmeltwater zijn gevormd worden gerekend tot de Formatie van Boxtel. Met name in het zuiden/zuidwesten van de gemeente komen deels onder dit dekzand en deels aan de top van het pleistocene pakket grofzandige rivierafzettingen voor die tijdens de laatste ijstijd, welke 10.000

37 38

Zie hiervoor tevens kaart 2 – top pleistoceen TNO-GDN 2025a, TNO-GDN 2025b

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

25

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

jaar geleden eindigde, door de Rijn zijn afgezet (grofzandige sedimenten, behorend tot de Formatie van Kreftenheye).39 De top van deze afzettingen bevindt zich in het zuidwesten van Montfoort op een diepte van 8 tot 12 meter beneden NAP, terwijl het – onder een (dun) dek van afzettingen van de Formatie van Boxtel in het noordoosten van de gemeente - al op een diepte van ongeveer 7 meter beneden NAP kan voorkomen.40 Grofweg vormt de lijn Montfoort-Gouda de noordgrens van het gebied waar de Formatie van Kreftenheye voorkomt. 3.2.2

Holoceen

Als gevolg van de klimaatsverbetering aan het begin van het jongste tijdvak, het Holoceen, verandert het open karakter van de vegetatie geleidelijk naar een dichter, gemengd loofbos in het Atlanticum (vanaf ca. 9000 jaar geleden).41 De opwarming zwengelt ook het afsmelten van de ijskappen in onder meer Scandinavië aan; de hieruit vrijgekomen watermassa’s dragen vervolgens bij aan een aanvankelijk snel stijgende zeespiegel. In het begin van het tijdvak bevindt de zeespiegel zich nog op een hoogte van ongeveer 45 meter beneden NAP, ongeveer 7000 jaar geleden heeft de zeespiegel aan de WestNederlandse kust de 8 meter beneden NAP-lijn bereikt (Afbeelding 12).42 Onder invloed van de zeespiegelstijging stijgt ook het grondwaterniveau; de laat-Pleistocene en ten dele vroeg-Holocene afzettingen raken afgedekt door veen. De bovenzijde van dit zogenaamde basisveen (Basisveen Laag, Formatie van Nieuwkoop43) bevindt zich in Montfoort op een diepte van iets minder dan 6 meter tot ongeveer 11 tot 12,5 meter beneden NAP.44 Onder invloed van veranderende verhanglijnen verlegden de grote rivieren hun loop gedurende het Holoceen. Omdat deze rivierverleggingen gedurende het grootste deel van het Holoceen plaatsvonden (vanaf ca. 8000 jaar voor heden tot de bedijking in de Middeleeuwen) is een aantal generaties van riviersystemen te herkennen die een wisselende ouderdom hebben.

De sedimenten van deze verschillende riviersystemen liggen zowel op andere plekken, als op verschillende diepten; de jongere afzettingen liggen immers boven de oudere. In het gebied van de gemeente Montfoort zijn grofweg vier riviersystemen te herkennen (Kaart 5)45: 1. Het Benschopse stroomstelsel. Dit riviersysteem is het oudste: de sedimenten van dit systeem liggen dus het diepste (op meer dan 3 m -mv). Het Benschopse stelsel vormde de hoofdafvoer van de Rijn gedurende de eerste helft van het Holoceen en stroomde in het gebied tussen Montfoort en Lopik. Het riviersysteem was actief tot ongeveer 6400 jaar voor heden. In Montfoort is de Willeskop (nummer 187 op kaart 5) de enige vertegenwoordiger van dit riviersysteem. De top van de afzettingen bevindt zich op een diepte van iets minder dan 3 meter tot ongeveer 6 meter beneden maaiveld. 2. Het Graafse stroomstelsel. Dit systeem bestond uit een aantal kleine riviertakken; het grootste deel van het Rijnwater werd inmiddels via de Oude Rijn afgevoerd. In de gemeente Montfoort komen de Blokland-Snelrewaard (nummer 23), de Buitenzorg (33), en de Polsbroekerdam (377) uit dit riviersysteem in de ondergrond voor, op een diepte van ca. 1,1-2,4 m -NAP (0,5 – 1,0 m beneden maaiveld). Het Graafse stelsel was actief van ongeveer 6400 tot 4000 jaar geleden. 3. Het Linschotense stroomstelsel.

Vanaf ongeveer 4000 jaar geleden, nadat de Bloklandse stroomgordel (uit het Graafse riviersysteem) was verland, ontstonden de Stuivenbergse (161), de

TNO-GDN 2025c Afgeleid uit GeoTOP v1.6, www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen 41 Zie ook bijlage 1 42 Westerhoff et al. 1987; Hijma/Cohen 2010 43 TNO-GDN 2025d, TNO-GDN 2025e 44 Zie bijvoorbeeld boring B30F0326, www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens 45 conform Berendsen 1982. 39

40

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

26

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

4.

IJsselveld-Schuurenburg (76) en de Linschotense (98) stroomgordel. Deels zijn restgeulen uit dit systeem nog aan maaiveld te herkennen als langgerekte laagtes in het landschap (met een tot enkele tientallen centimeters lagere ligging van het maaiveld dan de direct omliggende gronden). De naam van de Stuivenbergse stroomrug is zelfs te danken aan het feit dat het zand van de stroomgordel plaatselijk zo dicht aan het maaiveld kwam te liggen dat het in droge perioden op het daar aanwezige akkerland kon gaan verstuiven.46 Krimpense stroomstelsel. Dit systeem wordt gevormd door de huidige grote rivieren – die zich buiten de gemeente Montfoort bevinden - en de Hollandsche IJssel (nummers 68 en 362 op kaart 5). Ook de Meijerberg (106) behoort tot dit stelsel; voorheen werd het als aparte stroomgordel in het Linschotense stelsel genoemd (met gedeeltelijke activiteit in het Krimpense stelsel). 47 Verandering in het beeld van de ontstaanswijze van deze (of misschien beter dit stuk) stroomgordel heeft voor volledige overheveling naar het Krimpense stelsel gezorgd: het gaat hier om een (mogelijk natuurlijke) afsnijding van de Hollandse IJssel, kort voor de bedijking.48 Het zijn de jongste riviersystemen van het Holoceen; de afzettingen zijn vanaf het maaiveld te verwachten.

In het achterland van deze stroomgordels, de lager gelegen en nattere komgebieden, kon veenvorming optreden. Dit veen wordt ondergebracht in het Hollandveen Laagpakket 49 uit de Formatie van Nieuwkoop50.

Vink 1926; Berendsen/Cortenraad 1983. Berendsen 1982, 180-181. 48 Cohen et al. 2012, 109. 49 TNO-GDN 2025f 50 TNO-GDN 2025e 46 47

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

27

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

Afbeelding 12 Zeespiegelstijging tijdens het Holoceen, van 9000 jaar geleden tot nu. De curve van Roep/Beets 1988 geeft naast de gemiddelde zeespiegelstand (MSL) ook het gemiddeld laagwater (MLW) en hoogwater (MHW) aan. Naar Jelgersma 1979, v.d. Plassche 1982, Roep/Beets 1988.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

28

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

Afbeelding 13 Paleogeografische situaties vanaf het begin van het Holoceen; deel 1. Zie voor de legenda-eenheden Afbeelding 15. Naar: Vos et al, 2018, 2020.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

29

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

Afbeelding 14 Paleogeografische situaties vanaf het begin van het Holoceen; deel 2. Zie voor de legenda-eenheden Afbeelding 15. Naar: Vos et al, 2018, 2020.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

30

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

Afbeelding 15 Legenda bij de kaartbeelden van de paleogeografische situaties vanaf het begin van het Holoceen; delen 1 en 2.

3.3

Bodem

De geologische opbouw van de ondergrond heeft zijn weerslag op de bodemtypen die in de gemeente Montfoort voorkomen (Kaart 3). De gradiënt die zichtbaar is in het kaartbeeld van meer kleiige bodems in het centrale deel van de gemeente naar meer venige bodems in het noorden en zuiden, is gerelateerd aan de dikte van het kleidek dat door met name de Hollandsche IJssel en de Linschoten, maar ook de Oude Rijn (vanuit het noorden) en de Lek (vanuit het zuiden) is gevormd. Het dichtst tegen de Hollandsche IJssel en het zuidelijke deel van de Linschoten aan komen kalkhoudende poldervaaggronden voor. De bovengrond bestaat over het algemeen uit sterk siltige tot licht zandige klei, soms met zand tussen 80 en 120 cm -mv. Een deel van de gronden is afgegraven ten behoeve van de baksteen- en dakpannenindustrie.51 Buiten de zone met kalkhoudende vaaggronden komen op de hogere delen in het landschap vooral kalkloze poldervaaggronden voor (Rn47C, Rn67C en Rn44C).

Ten zuiden van de bebouwde kom van Montfoort is een deel van het gebied verder gekarteerd als Leek-/woudeerdgronden (pRn86) – hier hebben de gerijpte, kalkloze, kleigronden een donkere humeuze bovengrond die mede door het opbrengen van stadsafval/’stadscompost’ is ontstaan.52 Verder van de hoger gelegen delen van de stroomgordels vandaan komen, naast een relatief klein gebied met nesvaaggronden in het zuidoosten van de gemeente, vooral drechtvaaggronden voor. Drechtvaaggronden zijn kleigronden met een zwak ontwikkelde humushoudende bovengrond, en een

51 52

Stiboka 1970, 96. Stiboka 1970, 91.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

31

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

veenondergrond beginnend tussen 40 en 80 cm beneden maaiveld. De nesvaaggronden hebben ook een zwak ontwikkelde humushoudende bovengrond, maar daaronder komt nog een laag niet-gerijpte klei voor; de top van die klei bevindt zich ondieper dan 80 cm onder maaiveld. In de diepst gelegen delen van de komgebieden, daar waar het kleidek zeer dun of zelfs geheel afwezig is, komen Waardveengronden en Weideveengronden voor (respectievelijk kVb/kVr/kVk en pVb; de b ). In tegenstelling tot de waardveengronden heeft zich in het kleidek van de weideveengronden geen minerale eerdlaag ontwikkeld.53

3.4

Conclusie: Het huidige landschap: (Archeo)landschappelijke eenheden

Uit de actualisatie van de gegevens en interpretaties zijn de volgende landschappelijke eenheden van belang voor de archeologische verwachting. In hoofdstuk 9 worden deze eenheden gekoppeld aan de archeologische inventarisatie. 3.4.1

De top van het Pleistocene landschap

De top van het pleistocene landschap in de ondergrond van Montfoort bestaat, in intacte vorm, in het noordelijke deel van de gemeente vooral uit dekzand (Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel). Daar waar het dekzand langere tijd aan de top van het vroegere landschap heeft gelegen, heeft er ook bodemvorming kunnen plaatsvinden. Op verschillende plaatsen in de ondergrond is de oorspronkelijke top van het Pleistocene landschap later door natuurlijke erosie verdwenen; Hier vormen oudere afzettingen uit de periode voor de laatste ijstijd de top van het pleistocene pakket. Daar waar nog materiaal uit de Formatie van Boxtel aanwezig is, komt dit voor vanaf een diepte van 5 tot 6 meter beneden NAP in het noorden en noordoosten, tot ongeveer 10 meter beneden NAP in een enkele natuurlijke laagte en delen van de beekdalen. In het zuid(west)elijke deel van de gemeente vormt een deel van de vlechtende riviervlakte van de Rijn (en de Maas) de top van het Pleistocene landschap. Hier heeft zich vervolgens aan het begin van het Holoceen een nog insnijdend meanderend stelsel gevormd, waarbij de top van de pleistocene afzettingen (in dit geval uit de Formatie van Kreftenheye) is geërodeerd.

De overstromingsafzettingen van dit stelsel, die ondergebracht zijn in de Laag van Wijchen (tevens onderdeel van de Formatie van Kreftenheye) zijn nog wel in intacte vorm in de ondergrond van Montfoort aan te treffen. De afzettingen zijn over het algemeen gevormd in ondiep stagnerend water, maar in drogere intervallen heeft hier wel bodemvorming in kunnen plaatsvinden. De top van deze afzettingen bevindt zich, daar waar nog aanwezig, op een diepte van ongeveer 8 tot 10 meter beneden NAP.54 3.4.2

Holoceen

- Basisveen Laag (Formatie van Nieuwkoop) Het Basisveen bestaat veelal uit riet-/zeggeveen, maar kan ook houtresten bevatten. De dikte van het Basisveen kan variëren van een aantal decimeters tot wel 2 meter. Daar waar het basisveen nog aanwezig is, bevindt het zich op een diepte van ongeveer 6 tot 10 meter beneden NAP, direct op het pleistocene zand. In dat geval vormt de onderkant van het veen een indicatie voor een grotere kans op een daaronder nog intact laat-Pleistoceen landschap. De top van het veen kan tijdens de vorming van de latere holocene rivierafzettingen (Formatie van Echteld) nog geërodeerd zijn. -

53 54

Hollandveen Laagpakket (Formatie van Nieuwkoop)

Stiboka 1970, 62; Harbers 1981, 46. geoTOP, www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

32

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

Onder het Hollandveen verstaan we al het Holocene veen, met uitzondering van het veen dat zich direct op het Pleistocene materiaal bevindt en als aparte veenlaag te onderscheiden is. Dit laatste veen wordt dan tot de hiervoor beschreven Basisveen Laag gerekend. Het Hollandveen kan uit meerdere lagen bestaan, in afwisseling met afzettingen uit de Formatie van Echteld. Over de verbreiding van het Hollandveen in en rond Montfoort is in ieder geval bekend dat het in de komgebieden buiten de beddinggordel van de Hollandsche IJssel kan voorkomen. De dikte en diepteligging kunnen sterk uiteenlopen, maar de top kan zich deels binnen 50 cm onder het maaiveld bevinden.55 - Formatie van Echteld De holocene rivierafzettingen worden gerekend tot de Formatie van Echteld. Binnen deze formatie komen verschillende - naar ontstaanswijze onder te verdelen - afzettingen voor die in meer of mindere mate van archeologisch belang zijn. Een grove onderverdeling is te maken in de stroomgordels aan de ene kant en de komgebieden aan de andere kant. De stroomgordels bestaan uit de hieronder beschreven beddingafzettingen en oeverwalafzettingen; verder kunnen de crevasses ook in relatie tot de stroomgordels worden beschreven. In de komgebieden komt naast de komklei uit de Formatie van Echteld ook al het eerder beschreven veen uit de Formatie van Nieuwkoop voor.

Een specifieke landvorm met betrekking tot de stroomgordels zijn de stroomruggen. Deze vormen de hoogste delen in het natuurlijke landschap van de gemeente Montfoort. Met name het zand van de meandergordels, maar ook het minder grove materiaal van de oeverwallen, klinkt minder in dan de omringende kleiige afzettingen en veen, waardoor deze afzettingen in de loop van de tijd hogere plaatsen in het landschap zijn gaan vormen. Een stroomrug wordt gevormd door de erosie- afzettingsprocessen die samengaan met het meanderen van de rivier. Bij dit proces wordt zand in de binnenbocht van de rivier afgezet, terwijl de buitenbocht erodeert. De geul verplaatst zich zijwaarts, terwijl de bochten zich stroomafwaarts verplaatsen. Op deze manier ontstaat een zandlichaam dat breder is dan de geul van de rivier zelf (zie ook de doorsnede van Afbeelding 16).

Afbeelding 16 Blokdiagram (links) en doorsnede (rechts) van een meanderende laaglandrivier, met de verschillende afzettingen en morfologische eenheden. Naar Berendsen/Stouthamer 2001

55

In boring B31G0407 - in Polder Heeswijk, ten oosten van Montfoort - bevindt de top zich op 50 cm onder maaiveld; in boring B31G0897 - in Polder Rapijnen, ten noordoosten van Linschoten - vanaf 40 cm onder maaiveld, in één aaneengesloten pakket tot op het dekzand (op 470 cm onder maaiveld). Boring B31G0613 - in Polder Rapijnen, ten oosten van Linschoten - laat Hollandveen zien in drie intervallen, met de top van het bovenste interval op 35 cm onder maaiveld. www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

33

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

o Formatie van Echteld; Stroomgordels – beddingafzettingen Dit zandlichaam, zoals hierboven genoemd, is opgebouwd uit beddingafzettingen. Deze zijn onder water gevormd en zijn ook, waar zij een tijd lang de top van het landschap hebben gevormd, regelmatig overstroomd. o Formatie van Echteld; Stroomgordels – oeverwallen en crevasses Door overstromingen bij hoog water wordt zandige tot siltige klei dicht bij de geul afgezet, deels op de beddingafzettingen (Afbeelding 16). Op deze manier ontstaan de vruchtbare en hooggelegen oeverwallen langs de rivier. Hoe hoger zij opslibben, hoe langer en hoe meer (in oppervlak van) de oeverwal droog blijft; zo kan de oeverwal begroeid raken. Goed ontwikkelde oeverwalafzettingen vormen doorgaans in een overwegend nat landschap een gunstige bewoningslocatie vanwege de hogere en drogere ligging. Crevasses ontstaan doordat de oeverwal bij hoogwater op dezelfde plek herhaaldelijk doorbreekt. De afvoer van het hoogwater kan zich op deze plaatsen concentreren en zo diepere geulen uitsnijden in de oeverwal. De crevassegeulen kunnen tot enkele kilometers doorlopen in de kommen. Doordat de stroomsnelheden hier relatief hoog zijn, kan er meer en grover sediment worden meegevoerd dan bij hoogwater over een intacte oeverwal; het materiaal kan vervolgens tot diep in de kommen worden afgezet.

In enkele gevallen kunnen grote crevassecomplexen ontstaan, die langere tijd hoge plaatsen vormen in de anders natte kommen. Een voorbeeld hiervan is aanwezig ten west(zuidwest)en van de Bleek/Benedenkerkweg in Montfoort, in polder Kort Heeswijk. Eén uitloper van dit crevassecomplex is zelfs meerdere kilometers in zuidwestelijke richting te volgen, deels vrijwel parallel aan de Willeskopse Tiendwegwetering, tot over de gemeentegrens met Oudewater. o Formatie van Echteld; kom(afzettingen) Verder weg van de geul bezinken de overgebleven fijnere deeltjes uit het overstromingswater. De kommen ontstaan, doordat de hier afgezette klei, onder invloed van tijdelijke verdroging of druk van bovenliggende sedimenten, sneller inklinkt dan de oeverwallen en stroomrug. De lagere ligging, nattere omstandigheden en slappere ondergrond maken ze minder geschikt voor bewoning dan de hiervoor besproken oeverwalafzettingen. o Formatie van Echteld; restgeul(afzettingen) Na een bovenstroomse stroomgordelverlegging wordt de hoeveelheid die door de rivier afgevoerd wordt kleiner. Hierdoor stokt het hiervoor genoemde meanderproces. Bij verdere vermindering van de afvoer zal de overgebleven stroomgeul verzanden en verlanden. Op deze manier ontstaan restgeulen, die soms nog eeuwen nadat de rivier afgesneden (of afgedamd) is zichtbaar blijven, in het landschap.

Een goed voorbeeld hiervan is de Hollandsche IJssel, die -na de afdamming in 1285 AD- nu nog steeds deels bevaarbaar is.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

34

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

4 4.1

Archeologische Inventarisatie Inleiding

Voor een actualisatie van de archeologische verwachtingen- en waardenkaart is gestart met het inventariseren van de archeologische onderzoeken, die zijn uitgevoerd na de peildatum (juli 2009) voor de opmaak van de verwachtingskaart uit 2010. De nieuwe peildatum voor deze inventarisatie in onderhavige rapportage is 9 augustus 2024. In deze periode zijn in totaal 139 onderzoeken uitgevoerd die in bijlage 3 en kaart 6 worden gepresenteerd. De analyse van deze gegevens is gebruikt om een beeld te krijgen van de status van de oude kaart en hoe deze aangepast dient te worden naar een nieuw kaartbeeld. Hierbij is gebruik gemaakt van de opgestelde handleiding voor het maken van de nieuwe generatie verwachtingskaarten (zie ook 2.4). Op basis van deze handleiding zijn uitgangspunten geformuleerd, die worden toegelicht in 4.2. In 4.3 worden de gebruikte bronnen behandeld. De resultaten en de voornaamste conclusies van de uitgevoerde inventarisatie en analyse van de verschillende gegevens worden in de paragrafen 4.4 gepresenteerd. 4.2

Uitgangspunten en methode

Voor de archeologische inventarisatie zijn gegevens uit verschillende bronnen geraadpleegd die hieronder nader worden toegelicht. Hieruit zijn archeologische vindplaatsen geïnventariseerd en in GIS weergegeven voor de ruimtelijke spreiding. Deze zijn geordend middels een aantal kaders die als eerste besproken zullen worden. 4.2.1

Perioden voor de actualisatie van de verwachtingskaart

Voor het opstellen van een archeologische inventarisatiekaart dienen vindplaatsen en archeologische resten geïnventariseerd te worden en beoordeeld te worden op hun kwaliteit en betrouwbaarheid. Daarnaast bestaat de wens vanuit de archeologische praktijk om een standaard te hanteren, zodat kaarten van verschillende gemeenten beter met elkaar te vergelijken zijn.56 Om een eenduidig kaartbeeld te verkrijgen, zijn de periode afbakening en complextypes gestandaardiseerd. De aanwezige bekende archeologische resten worden aan de hand van deze standaardisering beschreven. Ze zullen niet allen even van belang zijn voor de ondergrond van Montfoort, maar bieden wel het theoretisch kader achter de uitgevoerde inventarisatie. I Jagers-verzamelaars (9700 – 3700 v. Chr) Periode: het ABR gaat voor de eerste hoofdperiode uit van jagers-verzamelaars én de vroegste boeren, dus van het Paleolithicum tot en met het Midden-Neolithicum A. Bestaanswijze: deze periode wordt gekarakteriseerd door gemeenschappen die gespecialiseerd zijn in de seizoensmatige exploitatie van natuurlijke voedselbronnen. Dit betreft jagers/vissers en verzamelaars. Deze gemeenschappen hebben een sterk mobiel karakter; grotendeels bepaald door de seizoensmatige beschikbaarheid en aard van de voedselbronnen.

Archeologische verschijningsvorm: kleine tot grote vondststrooiingen (palimpsest) van vooral (vuur)steen, grote concentraties houtskool en in veel mindere mate verbrand dierlijk botmateriaal. Grondsporen (met name kuilen) zijn zeldzaam of slecht herkenbaar, met uitzondering van haardkuilen. Begravingen zijn schaars en crematies nog zeldzamer. Koppeling met Archeolandschappelijke eenheid: Top van het Pleistocene dekzand (Formatie van Boxtel) en Formatie van Kreftenheye

56

Breimer et al 2020.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

35

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

II Vroege landbouwers (3700 – 1500 v. Chr.) Periode: het ABR gaat voor deze hoofdperiode uit van het Midden-Neolithicum B (3400 voor Chr.) tot en met de Midden-Bronstijd A (1500 voor Chr.). Bestaanswijze: deze periode wordt gekenmerkt door boerengemeenschappen met grotendeels een sedentair bestaan en kleinschalige landbouw; een bestaan dat in het Neolithicum deels nog wordt aangevuld met seizoensmatig in de natuur gejaagde of verzamelde voedselbronnen. Nederzettingen worden periodiek verplaatst. In de loop van de Bronstijd verandert de bestaanswijze echter in een volledig ontwikkelde en geïntensiveerde agrarische levenswijze, met meer plaatsvaste nederzettingen, robuuste boerderijen en uitgestrekte ‘ingerichte’, verkavelde akkercomplexen. In deze periode ontstaan de zogenoemde ‘Familiar Landscapes’. Kortom, grote delen van het landschap worden door deze gemeenschappen ingericht. Archeologische verschijningsvorm: bewoningsresten uit de vroege (neolithische) periode worden gekenmerkt door geringe, slecht zichtbare grondsporen, ook van gebouwen en vondststrooiingen (vaak met een grotere tijdsdiepte); ook met aardewerk. Aardewerk krijgt een grote rol binnen het vondstenspectrum. Vuursteen is nog steeds dominant onder het neolithische vondstmateriaal, stenen bijlen en eerste gebruiksvoorwerpen van metaal (brons, goud). In de loop van de Bronstijd verandert de verschijningsvorm.

Nederzettingen worden gekarakteriseerd door resten van huizen, stallen, bijgebouwen, werkplaatsen, waterputten, etc. Nederzettingen zijn rijk aan vondsten en grondsporen, vondsten bevinden zich vaak geconcentreerd in (afval)kuilen. Gedurende deze periode wordt het grafgebruik archeologisch gezien beter traceerbaar: hunebedden, steenkisten, grafheuvels en vlakgraven. Infrastructuur, zowel lokaal als regionaal, wordt zichtbaarder in de vorm van bruggen, wegen, kanalen etc. Het dodenbestel wordt archeologisch zichtbaarder: grafheuvels, vlakgraven, urnenvelden, rijengrafvelden en hergebruik van oudere begraafplaatsen. In sommige gevallen is sprake van begravingen met een monumentaal karakter. Koppeling met Archeolandschappelijke eenheid: oeverwallen en crevassen van het Benschopse riviersysteem. III Late landbouwers (1500 v. Chr – 900 n. Chr) Periode: het ABR gaat voor deze hoofdperiode uit van de Midden-Bronstijd B (1500 v. Chr.) tot en met de Vroege Middeleeuwen C (900 n.Chr.). Bestaanswijze: volledig ontwikkelde en geïntensiveerde agrarische levenswijze, met meer plaatsvaste nederzettingen, robuuste boerderijen en uitgestrekte ‘ingerichte’, verkavelde akkercomplexen. In deze periode komen nog steeds de zogenoemde ‘Familiar Landscapes’ voor.

Gedurende deze periode ontstaan ook verschillende vormen van nijverheid en handel en zijn de gemeenschappen niet meer geheel zelfvoorzienend. Ontwikkeling van nederzettingen die zich focussen op handel en handwerk. In de loop van deze periode is sprake van centraal gestuurd regionaal of bovenregionaal gezag (Romeinse tijd/Frankische rijk in de Vroege Middeleeuwen). Zekere mate van sociale differentiatie en acculturatie (lokale elites Romanisatie, Frankisering) en uiteindelijk kerstening. Archeologische verschijningsvorm: nederzettingen worden gekarakteriseerd door resten van huizen (soms met steenbouw), stallen, bijgebouwen, werkplaatsen, waterputten, etc. Nederzettingen zijn rijk aan vondsten en grondsporen. Vondsten bevinden zich vaak geconcentreerd in (afval)kuilen. Naast handgevormd aardewerk doet ook gedraaid aardewerk zijn intrede. Aardewerk uit deze periode is vaak harder in vergelijking met het aardewerk uit de voorgaande periode. Metalen voorwerpen zijn steeds talrijker. Infrastructuur, zowel lokaal als regionaal, wordt zichtbaarder in de vorm van (monumentale) steenbouw zoals bruggen, wegen, kanalen, etc. Het dodenbestel wordt archeologisch zichtbaarder: grafheuvels, vlakgraven, urnenvelden, rijengrafvelden en hergebruik van oudere begraafplaatsen. In sommige gevallen is sprake van begravingen met een monumentaal karakter.

Daarnaast komen heiligdommen zoals tempels, eerste kerken, kapellen en kloosters.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

36

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

Koppeling met Archeolandschappelijke eenheid: Hollandveenpakket in de komgebieden, Oeverwallen van de oude stroomgordels van het Graafse riviersysteem. IV Staatssamenlevingen (900 – 1950 n. Chr) Periode: de Vroege Middeleeuwen D (900 n. Chr.) tot en met de Nieuwe Tijd (1950). Bestaanswijze: sterke uitbreiding van de bewoonde wereld: grootschalige georganiseerde ontginningen. Nederzettingen en eigendomsgrenzen komen definitief vast te liggen. Tot in de 13e eeuw domaniaal stelsel en daarna opkomst van de markteconomie. Verder toenemende sociale differentiatie en elitevorming. Opkomst markteconomie leidt tot specialisatie (agrarisch, ambachtelijk, nijverheid, etc.), bevolkingsgroei tot intensivering en productieverhoging. Rurale nederzettingen groeien vanaf de late Middeleeuwen uit tot dorpen. Grote, complexe nederzettingen ontstaan, met centrale functies: steden. Gespecialiseerde handelsnederzettingen langs rivieren. Bevolkingsgroei en specialisatie leidt tot afhankelijkheid. Economie: grootschalige winning van grind, zand, klei en veen. Binnenlandse en internationale handel over land, via rivieren, en over zee. Verschillende vormen van staatsvorming: graafschappen, gewestelijke territoria. Archeologische verschijningsvorm: resten uit deze periode worden gekenmerkt door dichte grondsporenclusters en steenbouw.

Ontwikkeling van ‘houtbouw’ naar ‘steenbouw’, veel eerder in de stad dan op het platteland. Na 1300 wordt houtbouw archeologisch grotendeels onzichtbaar. In steden zijn er ophogingspakketten en afvallagen aanwezig. Het gehele scala aan materiële cultuur (huisnijverheid tot en met industrie) is aanwezig; aardewerk, keramiek, glas, metalen, steen, etc. Voortschrijdende kerstening: kloosters, kerken, kapellen, kerkhoven, etc. Graven zonder bijgiften. Elites: ‘moated sites’, waaronder kastelen, later land- en buitenhuizen. Ambachtelijke specialisatie: o.a. molens, potten- en steenbakkerijen, brouwerijen, etc. Territorialiteit en conflict: o.a. landweren, linies, vestingwerken, slagvelden. Koppeling met Archeolandschappelijke eenheid: Hollandveen-pakket, oeverwallen van het Linschotenstelsel. 4.2.2

Complextypen

Vanuit de onderzoeken worden terreinen met vastgestelde archeologische waarden opgenomen als vindplaatsen (Kaart 8). Deze vindplaatsen worden gedefiniëerd in complextypen die aansluiten bij de handreiking57: Begraven, Wonen, Industrie/Ambacht, Economie, Verdedigen, Religie en Onbekend. Uiteindelijk worden deze complextypen gerelateerd aan de Cultuurhistorische Atlas van de Provincie Utrecht. Dit is terug te vinden in de verschillende catalogi en tabellen behorend bij de rapportage. 4.2.3

(Aanvullende) Bronnen en bronnengebruik

Archeologische maatregelenkaart Bij de evaluatie van de onderzoeken is uitgegaan van de bestanden van de oude maatregelenkaart met bijbehorende verwachting om te bepalen of de oude kaart aanpassing behoeft. In de catalogus (bijlage 3) is aanpassing of handhaving opgenomen in de kolom ‘Verwachtingskaart’. De uitgevoerde onderzoeken zijn geanalyseerd en op basis van de conclusies en adviezen uit de beschikbare archeologische rapporten volgens de volgende uitgangspunten: • Enkel onderzoeken met een ingreep in de bodem, zoals een verkennend booronderzoek, kunnen een archeologische verwachting toetsen. Een bureauonderzoek is zeer waardevol om te bepalen of een ingreep mogelijk archeologische waarden of verwachtingen schaadt, maar geeft enkel een verwachtingsmodel dat niet getoetst is met veldonderzoek.

57

Breimer et al 2020.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

37

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

•

•

• •

•

De eerste categorie is vindplaats, die wordt toegekend wanneer er daadwerkelijk sporen en vondsten zijn aangetroffen die nog in de ondergrond bewaard zijn gebleven; ook na archeologisch onderzoek zoals een archeologische begeleiding. Indien nodig, zijn de contouren aangepast aan de werkelijke omvang van de vindplaats. Bij een verhoogde archeologische verwachting, is de verwachting onderbouwd door ten minste booronderzoek, waarbij archeologische indicatoren of duidelijke archeologische niveaus zijn aangetroffen. Hierdoor neemt de kans op het aantreffen van een vindplaats toe. Handhaven verwachting is aangegeven, wanneer het uitgevoerde onderzoek de bestaande archeologische verwachting bevestigt en er sprake is van een intacte bodemopbouw. De categorie verwachting bijstellen wordt gebruikt, wanneer binnen het plangebied sprake is van verschillende archeologische verwachtingen, wat aanleiding geeft tot een herziening van de oorspronkelijke inschatting. Vrijgave is van toepassing, wanneer uit het archeologisch onderzoek blijkt dat er geen archeologische verwachting (meer) is. Dit kan het geval zijn als er geen archeologische niveaus of indicatoren aanwezig zijn, of wanneer het plangebied al volledig is verstoord of volledig is onderzocht d.m.v. een definitieve opgraving. Op 28 november 2024 heeft de gemeente een bestand aangeleverd met terreinen die reeds zijn vrijgegeven.

Dit bestand is aangevuld met de resultaten uit de analyse van de archeologische onderzoeken. Voor de gebieden die in aanmerking komen voor vrijgave is beoordeeld of dit voor het gehele gebied geldt of slechts gedeeltelijk. Op basis hiervan zijn de contouren aangepast aan de daadwerkelijk vrijgegeven gebieden, zoals weergegeven op de verstoringskaart (kaart 13).

Archis Voor de ontsluiting van de archeologische gegevens is als startpunt de in Archis beschikbare dataset aan onderzoeksmeldingen en vondstmeldingen/locaties genomen (peildatum 9 augustus 2024). Bij de meldingen zijn vervolgens zoveel mogelijk de betreffende bronnen gezocht zoals rapporten van de archeologische onderzoeken. Via Archis, Dans, RCE en andere portalen zoals NARCIS zijn rapporten, kronieken en andere informatie verzameld. Voor de vondstmeldingen/-locaties zijn de in Archis opgenomen omschrijvingen doorgenomen. Indien toegankelijke literatuur aangegeven was, is deze doorgenomen. Deze data is opgenomen in een GIS-bestand en naar aanleiding van de bijgesloten informatie en rapportages vertaald naar vindplaatsen. Archeologische Monumentenkaart De voormalige Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), opgevolgd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), heeft sinds de jaren zestig van de vorige eeuw een kaart bijgehouden met daarop de al dan niet beschermde archeologische monumenten. Sinds de jaren ’90 wordt deze kaart aangeduid als landelijke Archeologische Monumentenkaart (AMK). Inmiddels wordt deze kaart niet meer actueel gehouden, maar zijn de beschermde terreinen opgenomen als Archeologisch Rijksmonument en behoren de terreinen met (zeer)(hoge) archeologische waarde tot provinciaal beschermde terreinen.

Voor de terreinen op Montfoorts grondgebied geldt dat er drie Archeologische Rijksmonumenten zijn en de overige terreinen zijn opgenomen als terreinen van Provinciaal belang, op de verschillende thema-kaarten en bij het thema ‘Archeologie’ als archeologische vindplaatsen van de Cultuur-historische atlas van Utrecht.58

58

https://utrecht.maps.arcgis.com/apps/MapAndAppGallery/index.html?appid=c25fa592c03d43358b672471ac9f023d.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

38

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

Cultuurhistorische atlas van Utrecht (CHAT) In 2005 verscheen de eerste druk van ‘Tastbare tijd. Cultuurhistorische atlas van de Provincie Utrecht’ met bijhorende kaarten en bestanden. In 2015 is een herziene druk uitgekomen: Tastbare tijd 2.0.59 Daarbij is ook de digitale Cultuurhistorische atlas gepubliceerd. 60 Voor Montfoort geldt dat de voormalige AMK-terreinen zijn opgenomen binnen CHAT op het gebied van archeologie. Verder zijn er geen archeologische aanvullingen binnen de gemeente. PAN (Portabel Antiquities Netherlands) PAN staat voor Portable Antiquities of the Netherlands en is een project van Stichting ArcheoHotspots. Het wordt medemogelijk gemaakt door het RMO en RCE. De doelstelling is om oudheidkundige vondsten in privébezit te documenteren en online te publiceren. Zodat de vondsten en hun locatie beschikbaar worden gesteld voor de wetenschap, musea en het grotere publiek. De locatie, aard en datering van de vondsten kunnen ons inzicht geven in mogelijk archeologische vindplaatsen. 61 Verschillende instanties zijn betrokken bij het project, waaronder universiteiten, depots, archeologische verenigingen, musea en enkele provincies. Het is tevens zelf onderdeel van EPFRN (European Public Finds Recording Network), wat zich inzet om archeologische vondsten op Europees niveau te registreren.

PAN heeft een nationale infrastructuur met vondst registratoren door heel het land en daarnaast ook vrijwilligers. DANSEASY archiveert PAN-data en stelt deze beschikbaar aan Ariadne.62 Voor de technische realisatie van het project spelen de VU en GEODIENST een belangrijke rol. Ten aanzien van de nauwkeurigheid van de gegevens in PAN moet rekening worden gehouden met de volgende punten: • Het gaat om toevalsvondsten of metaaldetector vondsten. • De informatie wordt in eerste instantie ingevoerd door de vinder. Pas achteraf worden gegevens door een registrator aangepast of aangevuld. Het gaat dan om velden als Datering, Object, Functie en Soort. • De locatie is niet altijd even nauwkeurig. Je hebt alleen X, Y vondsten en dus geen Z. Ofwel geen context stratigrafie. Soms is de locatie zonder GPS ingevoerd en op perceel of zelfs gemeenteniveau. Het proces rondom vondstregistratie bij PAN bepaalt in grote mate de betrouwbaarheid van de gegevens. Voornamelijk toevalsvondsten en vondsten met metaaldetector worden geregistreerd in de PAN app. Voor alle vondsten geldt dat de vinder alle informatie invoert. Dus de locatie, omschrijving, foto, benaming, beschrijving van functie, object en soort. Tevens kan de vinder een datering invullen. Deze gegevens worden door een vondstregistrator gecontroleerd. De nauwkeurigheid van de gegevens is in deze context erg variabel.

In eerste instantie is het zeer afhankelijk van de vinder hoe betrouwbaar de gegevens zijn. De ene persoon heeft simpelweg meer kennis of is bereid meer onderzoek te doen dan de ander. Ten tweede wordt bij de locatie bepaling alleen X, Y locatie bepaald en geen Z. De vondst zal dus wel aan een gebied kunnen worden gecorreleerd, maar niet aan een specifieke laag. Hoe een vondst op de locatie is terechtgekomen, is tevens niet te achterhalen. Nauwkeurigheid kan ook de vondsten zelf betreffen, in het geval van munten is een zeer nauwkeurige datering zeker mogelijk wanneer een munt expert hiernaar gekeken heeft. Voor wat betreft Montfoort geldt dat er 53 vondsten zijn geregistreerd, waarbij vrij gedetailleerde beschrijvingen en locaties beschikbaar zijn.

Blijdestijn, 2015. https://utrecht.maps.arcgis.com/apps/MapAndAppGallery/index.html?appid=c25fa592c03d43358b672471ac9f023d. 61 https://portable-antiquities.nl/pan/#/public/about 62 DansEasy is het e-depot waar onder andere archeologische rapporten en data opgedaan in Nederland worden gedeponeerd. Ariadne staat voor Advanced Research Infrastructure for Archaeological Dataset Networking en bevat Europees archeologisch onderzoek. 59

60

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

39

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

NUMIS Numis is een database waarin numismatische vondsten worden vastgelegd. 63 Deze database wordt voornamelijk opgesteld doordat de vinder een melding maakt van zijn vondst. Mogelijk bestaat er nu een overlap met PAN, aangezien daar ook muntvondsten in worden opgeslagen. Echter zal de beschrijving van desbetreffende munt in NUMIS beter zijn. In totaal zijn er ca. 37 munten geregistreerd met als vindplaats Montfoort of Linschoten. Helaas zijn van geen van de munten exacte locaties bekend in NUMIS. Overige bronnen In aanvulling op bovenstaande bronnen is gebruik gemaakt van lokale kennis. Op 16 januari 2025 is een bijeenkomst georganiseerd met kennishoudende partijen. Het doel van de bijeenkomst is om kenners die zich bezighouden met de geschiedenis en het archeologisch erfgoed binnen de gemeente Montfoort te bevragen. Hun kennis en kunde is gevraagd om aanvullingen te maken en hun wensen uit te spreken over de omgang met het erfgoed. De aanwezigen waren: • • • • • •

Aart Bloemheuvel (Vereniging oud Linschoten); Pim van ’t Woud (Vereniging oud Linschoten); Lex van Wijk (Vereniging oud Montfoort); Peter Versloot (o.a. Stichting Hugo Kotestein); Peter Gruters (o.a. Stichting Hugo Kotestein); Daan Ponsteen (AWN Regio Utrecht).

Na een presentatie van de eerst inventarisatieslag heeft in het tweede deel van de bijeenkomst een brainstorm plaatsgevonden. In 4.3.6 worden de aanvullingen van de gesproken partijen besproken en hun opname op de verschillende kaarten. 4.3

Archeologische inventarisatie ter actualisatie van de verwachtingen- en waardenkaart

Voor het actualiseren van de verwachtingen kaart is eerst een inventarisatie uitgevoerd van de mogelijke veranderingen en aanvullingen sinds 2009. Deze zijn per uitgevoerd type onderzoek weergegeven op een archeologische inventarisatie kaart. In onderstaande paragrafen wordt deze kaart (Kaart 6) en de behaalde resultaten uit de onderzoeken en bronnen toegelicht (Kaart 7). Als laatste zijn op de Vindplaatsenkaart (Kaart 8) de belangrijkste inzichten samengevat weergegeven. 4.3.1

Archeologische Rijksmonumenten

Binnen Montfoort liggen drie archeologische rijksmonumenten (donkerbruine terreinen op Kaart 8/ tabel 1). Het betreft het Kasteel van Montfoort (AMK-terrein 921/Rijksmonument 45831) en twee versterkte huizen, namelijk van Linschoten (AMK-terrein 922/Rijksmonument 45623) en Heulestein (AMK-terrein 923/Rijksmonument 45624). Deze Rijksmonumenten dateren vanaf de Volle Middeleeuwen (ca. 12e eeuw) en behoren daarmee tot de periode van de Staatssamenlevingen.

63

https://nnc.dnb.nl/dnb-nnc-ontsluiting-frontend/#/collectie/.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

40

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

AMK monumentnr 921

Waarde

Gemeente

Plaats

Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd

Montfoort

Montfoort

Complextype

Periode - begin

Periode - eind

Nederzetting, onbepaald

Middeleeuwen laat: 1050 - 1500 nC Middeleeuwen laat: 1050 - 1500 nC

Kasteel

Middeleeuwen laat: 1050 - 1500 nC Nieuwe tijd: 1500 - 1950

Stad

Middeleeuwen laat: 1050 - 1500 nC Nieuwe tijd: 1500 - 1950

Toelichting Terrein waarin de overblijfselen van het kasteel Montfoort, gelegen in rivierklei op een stroomrug. Het terrein omvat een voorburcht en een hoofdburcht. De voorburcht, die qua omvang veel groter is dan de hoofdburcht, werd omgeven door een muur met torens. Het hoofdgebouw had een ronde of veelhoekige opzet met gebouwen langs de buitenmuur rond een binnenplein. Volgens historische bronnen dateert het kasteel uit de 12de eeuw. Bij onderzoek naar de buitenmuur van de voorburcht wezen het baksteenformaat en de vondsten op een datering van einde 14de begin 15de eeuw. Hier is dus sprake van een herbouwfase. De 12de eeuwse voorganger is (nog) niet gevonden. Wel werd onder een dik kleipakket een bewoningslaag uit de 12de eeuw aangetroffen. Het kasteel is na 1297 overgegaan in het bezit van de heren van Montfoort. Kort na 1529 zijn er fortificaties omheen aangelegd. In 1672 werd het verwoest. Het kasteel van Montfoort is niet het enige dat door de bisschoppen van Utrecht, Hardbert (1139-1150) en Godfried (1156- 1178) van Rhenen is gebouwd. De andere zijn: Coevorden, Ter Horst, Vollenhove en Woerden. 1977-1979: Proefonderzoek J.G.N. Renaud (+NJBG); de loop van de muren van de voorburcht is gereconstrueerd 1990: Weerstandsmetingen (RAAP); funderingsresten van de hoofdburcht aangetroffen

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

41

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

AMK monumentnr 922

Waarde

Gemeente

Plaats

Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd

Montfoort

Linschoten

Complextype

Periode - begin

Periode - eind

Borg/stins/versterkt huis

Middeleeuwen laat: 1050 - 1500 nC Nieuwe tijd: 1500 - 1950

Toelichting Terrein met daarin de overblijfselen van het versterkte huis Linschoten, gelegen in poldervaaggronden en lichte rivierklei op een oude stroomrug. Waarschijnlijk dateert het huis uit de 12e eeuw. Bekend is dat het in 1438 een ruïne was. Wanneer het definitief is afgebroken is niet bekend, noch hoe het huis er heeft uitgezien. De plaats waar het huis gestaan heeft is alleen nog aan de percelering te herkennen. Er zijn bij onderzoek in het verleden funderingen van Huis Linschoten aangetroffen. Het terrein is nu bebouwd met een woonhuis en een loods. In 1970 is een gedeelte van de gracht dichtgestort. 1993: RAAP Weerstandsmetingen en boringen: het onderzoek leverde sterke aanwijzingen op voor de aanwezigheid van resten van een rondlopende buitenmuur. Booronderzoek leverde in het noordelijk deel van de door de buitenmuur gevormde cirkel resten op van wat vrijwel zeker een tegen de buitenmuur gesitueerd gebouw is geweest. De in het oosten aangetroffen, aan de buitenmuur parallel lopende binnenmuur, maakt waarschijnlijk onderdeel uit van een onder de huidige bebouwing gesitueerd gebouw. In het westelijk deel van het terrein lijkt de voortzetting van de huidige sloot te zijn aangetroffen. Het kasteel ‘Huys te Linschoten’ is vermoedelijk tussen 1131 en 1172 gebouwd en was rond van vorm. Het kasteel was eigendom van de familie ‘van Linschoten’.

Door verschillende (en langdurige) conflicten viel het kasteel terug in de handen van diens leenheer, Gijsbrecht van Abcaude, waarna het kasteel verschillende eigenaren door de jaren heen kent. In 1438 wordt aan toenmalig eigenaar Johan II (zoon van burggraaf Hendrik III) toestemming verleend (door graaf Filips van Bourgondië) om de stenen van het kasteel Linschoten te vervoeren naar Montfoort, wat erop kan duiden dat het kasteel toen al een ruïne was. In latere beleningen wordt het echter nog wel ‘kasteel ‘genoemd. Op de kadastrale minuut uit 1820 zijn twee naast elkaar gelegen stukken land, die beide rond tot ovaalvormige waren te zien. Van deze twee stukken land is alleen dat deel dat het dichtst bij de Linschoten ligt beschermd als archeologisch monument. In het begin van de 20e eeuw is op het terrein van het voormalig kasteel een dubbelwoonhuis gebouwd en in 1992 een grote loods. Hierbij is een sloot gedeeltelijk gedempt die onderdeel bleek te zijn van een oudere gracht. Op het terrein hebben meerdere archeologische onderzoeken plaatsgevonden waarbij funderingsresten en muurresten zijn blootgelegd, mogelijk te dateren in de 13e eeuw.64

64

https://utrecht.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=03e97a76cff941b49762c2e2d61fd67d. geraadpleegd op 09-042025; Zie voor meer informatie: https://www.kasteleninutrecht.eu/Linschoten.htm.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

42

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

AMK monumentnr 923

Waarde

Gemeente

Plaats

Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd

Montfoort

Montfoort

Complextype

Periode - begin

Periode - eind

Borg/stins/versterkt huis

Middeleeuwen laat: 1050 - 1500 nC Middeleeuwen laat: 1050 - 1500 nC

Toelichting Het betreft een terrein waarin de overblijfselen van het versterkte huis Heulestein met een datering in de 14e eeuw liggen. Het wettelijk beschermde terrein beslaat 6 percelen. Het monument bevindt zsteelterrein wordt tegenwoordig gebruikt als grasland. Het is niet bekend of er nog muurresten ondergronds aan te treffen zijn, aangezien er nog geen bodemonderzoek heeft plaatsgevonden. Bouwgeschiedenis: Heulestein is in 1319 door Roelof de Rover gebouwd. Vervolgens werd het kasteel in 1353 het doelwit van de troepen van de bisschop van Utrecht, die optrok tegen Montfoort. De verdedigers gaven zich over en Heulestein werd afgebroken. Het is daarna waarschijnlijk als snel weer opgebouwd. Tenslotte is dit kasteel in 1418 door Jan II van Montfoort afgebroken. Het is niet bekend hoe Heulestein eruit heeft gezien. Op een manuscriptkaart uit 1651 is het kasteelterrein zichtbaar met daarop een vierkant fundament. Mogelijk is Heulestein dus oorspronkelijk een woontoren geweest.ich op een stroomrug van de rivier de Kleine Linschoten. Een deel van het terrein is zwaar beschadigd door plaatselijke verlagingen en een gegraven gat. De gracht is nog grotendeels intact. Over hetuiterlijk van het huis is vrijwel niets bekend. Mogelijk was het een woontoren. Heulestein is in 1320 gebouwd. In 1418 is het grotendeels afgebroken.

In 1659 is de nu nog bestaande boerderij naast hetkasteel- terrein gebouwd. Mogelijk zijn in WOII resten van de fundamenten opgegraven om te worden verkocht. Dit terrein moet onderzocht worden. In 2004 zijn 4 boringen gezet om (met name) de dikte van de bouwvoor te bepalen. In de boringen is duidelijk een rulle, losse bovenlaag zichtbaar die een gemiddelde dikte heeft van 5-10 cm. Archeologische indicatoren komen op perceel 676 voor vanaf een diepte van 10 cm. Op 25 cm diepte werd een dikke zwarte kleilaag aangeboord. In de andere percelen zijn geen archeologische sporen in de boor aangetroffen. INFORMATIE VAN DE STICHTING KASTELENLEXICON(SKLN): Locatie: Heulestein was gelegen ongeveer halverwege Linschoten en Montfoort, op een stroomrug. Etymologie: Heulestein ontleende zijn naam aan het stuk grond waar het kasteel op gebouwd was, dat Heulland genoemd werd. Typologie: compacte zaal (toren) kastelen; Het rechthoekige kasteelterrein is nog herkenbaar in het landschap, doordat de grachten nog aan drie zijden zichtbaar zijn. Op een anonieme manuscriptkaart uit 1651 is het terrein zichtbaar met een vrijwel vierkant gebouw erop. Mogelijk was Heulestein een compact zaaltorenkasteel. Toestand: terrein met grachtenrestant; Het kasteelterrein wordt tegenwoordig gebruikt als grasland.

Het is niet bekend of er nog muurresten ondergronds aan te treffen zijn, aangezien er nog geen bodemonderzoek heeft plaatsgevonden. Bouwgeschiedenis: Heulestein is in 1319 door Roelof de Rover gebouwd. Vervolgens werd het kasteel in 1353 het doelwit van de troepen van de bisschop van Utrecht, die optrok tegen Montfoort. De verdedigers gaven zich over en Heulestein werd afgebroken. Het is daarna waarschijnlijk als snel weer opgebouwd. Tenslotte is dit kasteel in 1418 door Jan II van Montfoort afgebroken. Het is niet bekend hoe Heulestein eruit heeft gezien. Op een manuscriptkaart uit 1651 is het kasteelterrein zichtbaar met daarop een vierkant fundament. Mogelijk is Heulestein dus oorspronkelijk een woontoren geweest. Tabel 1 Archeologische rijksmonumenten in gemeente Montfoort. Bron: Archis/RCE.

4.3.2

Gebieden met een hoge of zeer hoge bekende archeologische waarde

Naast de archeologische rijksmonumenten liggen er ook nog een zevental gebieden met een hoge of zeer hoge bekende archeologische waarde in de gemeente (voorheen bekend als AMK-terreinen). Deze terreinen zijn nu bekend als provinciaal beschermde terreinen (Tabel 2). Het overgrote deel van deze terreinen dateren uit de Late Middeleeuwen. Het gaat om twee versterkte huizen waaronder Huis te Polle (11387) en een huis zonder naam (1969), de historische kern van Montfoort en Linschoten (respectievelijk 11944 en 11943). Bij de historische kern van Linschoten behoort nog een terrein met een middeleeuwse terp, waarop een kerk verrezen is, waarvan nog resten aanwezig

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

43

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

zijn onder de huidige kerk (11938). Ten zuidwesten van Linschoten is een terrein met overblijfselen van een kasteel aanwezig. Dit betreft Huis te Nesse (1967). Aan de oostelijke grens van de gemeente is nog een terrein met sporen van bewoning uit de IJzertijd en Romeinse tijd aanwezig (1971). Dit terrein behoort vermoedelijk bij een Romeinse gracht welke hier is aangelegd als verbinding tussen de Oude Rijn en de oude loop van de Hollandsche IJssel. Bij het onderzoek naar de reconstructie van het landschap ten tijde van de Limes, is gebleken dat de Hollandsche IJssel noordelijker heeft gelegen dan de huidige loop, als onderdeel van het Linschotense stroomstelsel. Dit is tevens besproken in 3.2.2.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

44

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

AMK monumentnr 1967

Waarde Terrein van archeologische waarde

Gemeente Montfoort

Plaats Linschoten

Complextype Kasteel

Periode - begin Middeleeuwen laat: 1050 - 1500 nC

Periode - eind Nieuwe tijd: 1500 - 1950

Toelichting Terrein met sporen van een kasteel. Onderzoek heeft uitgewezen dat het huis een elfhoekige opzet heeft gehad. Mogelijk lag het zo ontstane binnenterrein op een verhoging. Het hoofd- en voorterrein waren omgeven door een buitengracht, terwijl het hoofdterrein binnen een aparte binnengracht lag. Rond 1337 is het gesticht. De oorspronkelijke elfhoekige opzet is in de loop van de tijd omgebouwd tot een rechthoekig gebouw in de 16de eeuw. Deze verbouwingen gingen mogelijk vooraf door meer of minder ernstige beschadigingen. In 1757 is het definitief en zeer efficiënt afgebroken. Huis te Nesse betreft een voormalig kasteel dat vermoedelijk rond 1337 is gebouwd. Door de jaren heen kent het kasteel verschillende eigenaren, wie het kasteel ook een militaire functie hebben willen geven. Aan het einde van de 15e eeuw is een concept-akte opgesteld om het kasteel over te dragen aan burggraaf Jan van Montfoort wie een belangrijk persoon was bij het Beleg van Montfoort (1490). Deze overdracht heeft echter nooit plaatsgevonden. Door de eeuwen heen heeft het kasteel vele eigenaren gekend tot het in 1757 wordt gesloopt en het omliggende terrein wordt afgegraven. Veel funderingen zijn hierbij verdwenen, echter is bij een onderzoek uit 1948 van Monumentenzorg vastgesteld dat het kasteel van oorsprong een elf-hoekige vorm had met een doorsnee van ca. 20 m.65 AMK monumentnr 1969

Waarde Terrein van archeologische waarde

Gemeente Montfoort

Plaats Achthoven

Complextype Borg/stins/versterkt huis

Periode - begin Middeleeuwen laat: 1050 - 1500 nC

Periode - eind Nieuwe tijd: 1500 - 1950

Toelichting Terrein met sporen van een versterkt huis. Over dit huis is vrijwel niets bekend. Recent onderzoek heeft geen duidelijke resultaten opgeleverd. Wel is in de bodem grachtvulling aangetroffen. Dit terrein ligt op de flank van de oeverwal van de Hollandsche IJssel. AMK monumentnr 1971

Waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde

Gemeente Utrecht

Plaats Nieuwegein

Complextype Nederzetting, onbepaald

Periode - begin IJzertijd laat: 250 - 12 vC

Periode - eind Romeinse tijd: 12 vC - 450 nC

Toelichting Terrein met sporen van bewoning. De resten liggen tussen 0.3 en 0.8 meter onder het maaiveld. Dit terrein ligt op een crevasserug.

65

https://utrecht.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=03e97a76cff941b49762c2e2d61fd67d. geraadpleegd op 09-042025; Zie voor meer informatie: https://www.kasteleninutrecht.eu/Nesse.htm.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2818, concept, versie 1.2 d.d. 27 oktober 2025

45

V24-5682: Actualisatie archeologische beleidskaart van de gemeente Montfoort (2025)

AMK monumentnr 11387

Waarde Terrein van hoge archeologische waarde

Gemeente Montfoort

Plaats Mastwijk

Complextype Borg/stins/versterkt huis

Periode - begin Middeleeuwen laat: 1050 - 1500 nC

Periode - eind Nieuwe tijd: 1500 - 1950

Toelichting Terrein met sporen van een versterkt huis. Omgracht terrein begroeid met bomen. Er bestaan aanwijzingen dat zich funderingsresten in de bodem bevinden. Mogelijk bestond het huis al in de 14de eeuw. Het terrein ligt op de Schuurenburgse stroomrug, ten zuiden van de restgeul. Het terrein lijkt intact. Huis de Polle is een voormalig kasteel, welke vermoedelijk rond het begin van de 14 e eeuw is gebouwd. Naar het kasteel is voornamelijk verwezen als ‘het goed van De Polle’, het kasteel of huis is niet expliciet genoemd. In het huidige landschap is het huis niet meer aanwezig. Funderingsresten kunnen nog aanwezig zijn in de bodem. 66 AMK monumentnr 11938

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=0ef06d1e-3093-414b-bb69-75268ad33874