CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan Park Rapijnen

Raadsvergadering 22 april 2024, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Park Rapijnen, Linschoten35.016 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Afbeelding 4.12: Impressie parkeeroplossingen (d.d. 11 oktober 2023). Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

60 4.12.3 Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.13 Overige aspecten Naast de hiervoor beschreven milieuaspecten kunnen er nog andere belemmeringen in of nabij het plangebied aanwezig zijn die van invloed kunnen zijn op de planvorming. Het gaat bijvoorbeeld om de aanwezigheid van straalpaden, planologisch relevante kabels en leidingen (zoals waterleidingen, hoogspanningsverbindingen of rioleringsleidingen), beschermingszones en dergelijke. 4.13.1 Kabels en leidingen In bestemmingsplannen worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben en/of van belang zijn in het kader van beheer, externe veiligheid of gezondheidsrisico's. Het gaat dan altijd om de hoofdtransportstructuur. In voorliggend plangebied zijn een gas-, riool- en waterleiding aanwezig. Deze bevinden zich langs de Laan van Rapijnen en Nieuwe Zandweg aan de zuidwestkant, en vallen voor een klein deel binnen het plangebied. De beschermende dubbelbestemmingen uit het vigerende bestemmingsplan zijn hier onverminderd overgenomen. Binnen deze dubbelbestemmingen wordt geen nieuwe bebouwing opgericht. 4.13.2 Ontplofbare oorlogsresten Door onderzoeksbureau BeoBom is een vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 15 bij dit bestemmingsplan.

In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn geen feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het projectgebied aangetroffen. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling. 4.13.3 Antennemast In het noordelijke gedeelte van het plangebied, nabij de honk- en softbalvereniging, is een antennemast aanwezig. Elektromagnetische velden van antenne-installaties Elektromagnetische velden van antennes kunnen het lichaam opwarmen. Dat kan slecht zijn voor de gezondheid. Omdat antennes vaak in onze directe woonomgeving staan, gelden er blootstellingslimieten voor de elektromagnetische straling van antenne-installaties. Het gaat hier om blootstellingslimieten van de ICNIRP (International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection). Deze veiligheidslimieten zijn gebaseerd op informatie uit internationaal wetenschappelijk onderzoek. De blootstellingslimieten geven de maximale waarden aan waar een persoon continu aan mag worden blootgesteld. Die limiet is voor de zekerheid een factor 50 lager dan de grenswaarde. De grenswaarde voor schade aan de gezondheid is vastgesteld door internationale deskundigen. Meting elektromagnetische straling Nederland hanteert deze door de Europese Unie aanbevolen internationale ICNIRPblootstellingslimieten.

De strengste limiet is 2 W/m2 en geldt onder andere voor de frequenties waar de radio-omroepen op uitzenden. De optelsom van alle straling bij elkaar (2G, 3G, 4G, 5G, radio, wifi, smartphones, etc.) mag niet boven de limieten uitkomen. Antennes moeten altijd veilig zijn: omwonenden mogen nergens blootgesteld worden aan straling hoger dan de blootstellingslimieten, ongeacht of er dichtbij of recht onder een of meerdere antenne-installaties wordt gewoond. Op verschillende locaties in Nederland meet de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) of de elektromagnetische velden (EMV-meting) de blootstellingslimiet niet overschrijdt. De resultaten van deze metingen kan men vinden in het Antenneregister. Hierbij wordt zowel op locaties gemeten waar meerdere antenne-installaties staan als op locaties vlak onder antenne-installaties. Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

61 In Nederland liggen alle gemeten stralingswaarden van antennes voor mobiele communicatie, zoals 5G, onder de blootstellingslimiet. Er zijn geen sterke wetenschappelijke aanwijzingen dat de elektromagnetische velden van antenne-installaties ernstige effecten op de gezondheid hebben, zolang de voornoemde blootstellingslimieten niet worden overschreden. Deze blootstellinglimieten kunnen daarnaast worden vertaald in afstanden ten opzichte van de antenneinstallatie voor mobiele telecommunicatie. Dit zijn afstanden voor, onder en achter de antenne, waarbinnen de referentieniveaus kunnen worden overschreden. Het gebied binnen deze afstanden mag niet voor het publiek toegankelijk zijn. Voor GSM en UMTS-steunzenders geldt een VNG richtafstand van 10 meter ten opzichte van gevoelige bestemmingen (zoals woningen) vanwege gevaar en gelden de afstanden op basis van de blootstellingslimieten. Aan deze richtafstand ten opzichte van de bestaande én nieuwe woningen wordt voldaan. Conclusie De aanwezigheid van de antennemast vormt geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

62

5

Uitvoerbaarheid

5.1

Economische uitvoerbaarheid

Exploitatieverplichting Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld dat tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is een anterieure overeenkomst gesloten. Het kostenverhaal is daarmee anderszins verzekerd, waardoor het opstellen van een exploitatieplan niet benodigd is. Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van 98 nieuwe woningen mogelijk. Daarmee wordt voorzien in een actuele woningbehoefte voor de gemeente Montfoort en de kern Linschoten. De ontwikkeling geeft invulling aan de kwantitatieve opgave zoals opgenomen in het provinciale woningbouwprogramma, en sluit qua programma aan bij de uitgangspunten van de gemeentelijke woonvisie. Tijdens de planvorming is daarnaast in een vroeg stadium het participatietraject opgestart. In een aantal interactieve participatiebijeenkomsten, waarbij gesproken is over randvoorwaarden, ambities en de concrete uitwerking is het niet alleen een plan geworden dat past in het gebied, maar ook een plan dat voor een groot deel aansluit bij de wensen van de omgeving. Het participatieverslag van dit traject is opgenomen als bijlage 20 bij deze toelichting. Conclusie Gezien het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling maatschappelijk uitvoerbaar is. Daarnaast is in de bestemmingsplanprocedure ook formeel de mogelijkheid geboden om zienswijzen (op het ontwerpbestemmingsplan) in te dienen, zie paragraaf 6.2.

5.3

Handhavingsaspecten

Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze daadwerkelijk aan het plan te worden gehouden. In dit bestemmingsplan is daarom gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de regels.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

63 Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. Hoe minder knellend de regels zijn, hoe kleiner de kans dat het met de regels wat minder nauw wordt genomen. In de bebouwingsregels zijn maten opgenomen die van toepassing zijn op gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Te realiseren gebouwen en andere bouwwerken moeten voldoen aan deze maatvoering, zo niet, dan kan het college van burgemeester en wethouders geen omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen. Gebruiksregels worden opgenomen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen uit te sluiten. Toetsing aan de gebruiksregels is aan de orde bij functiewisseling of nieuwvestiging. De doelstellingen van het ruimtelijke beleid kunnen slechts verwezenlijkt worden, indien de regels van het bestemmingsplan worden nageleefd. De gemeente dient op de eerste plaats zelf haar regels na te leven en vervolgens dient de gemeente er zorg voor te dragen dat anderen deze regels naleven.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

64

6

Procedure

6.1

Overleg

Conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg wordt het voorontwerpbestemmingsplan voor advies toegezonden aan verschillende overleginstanties zoals bedoeld in artikel 3.1.1 van het Bro. De ontvangen overlegreacties worden te zijner tijd samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien.

6.2

Ontwerpfase

Na afronding van het vooroverleg is de formele bestemmingsplanprocedure gestart. Het ontwerpbestemmingsplan heeft zes weken ter inzage gelegen, van 19 december 2023 tot en met 29 januari 2024. Een ieder is in de gelegenheid gesteld om een zienswijze kenbaar te maken op het ontwerpbestemmingsplan. Binnen de gestelde termijn hebben 15 partijen zienswijzen ingediend op het ontwerpbestemmingsplan. Deze zienswijzen zijn in een Nota van Zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie. De Nota van Zienswijzen is opgenomen als bijlage 20 bij deze toelichting. Per reactie is in de conclusie aangegeven of de zienswijze aanleiding heeft gegeven om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen.

6.3

Vaststellingsfase

Na de termijn van terinzagelegging dient de gemeenteraad te beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot vergunningverlening kan worden overgegaan.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Toelichting Vaststelling

REGELS

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

INLEIDENDE REGELS Begrippen Wijze van meten

2 2 9

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14

BESTEMMINGSREGELS Groen Sport Verkeer - Woongebied Water Wonen Leiding - Gas Leiding - Riool Leiding - Water Waarde - Archeologie - 3 Waarde - Archeologie 5 Waterstaat - Waterkering Waterstaat - Waterstaatkundige functie

10 10 11 12 13 14 17 19 20 21 24 27 28

Hoofdstuk 3 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21

ALGEMENE REGELS Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

29 29 30 31 32 34 35 36

Hoofdstuk 4 Artikel 22 Artikel 23

OVERGANGS- EN SLOTREGELS Overgangsrecht Slotregel

37 37 38

Bijlage 1

Akoestisch onderzoek honk- en softbalvereniging 'Green Hearts' te Linschoten, KuiperCompagnons, 11 juli 2023

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek 'V.V. Linschoten', KuiperCompagnons, 11 juli 2023

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek 'Polsstokclub Linschoten', KuiperCompagnons, 11 juli 2023

2

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan

het bestemmingsplan 'Park Rapijnen, Linschoten' NL.IMRO.0335.BPParkRapijnen-VG01 van de gemeente Montfoort; 1.2

met

identificatienummer

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels (en daarbij behorende bijlagen);

Verdere begrippen in alfabetische volgorde: 1.3

aanbouw

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6

aaneengebouwde woning:

een zelfstandig, grondgebonden gebouw dat enkel één woning omvat, maar deel uit maakt van een rij van drie of meer met de hoofdgebouwen aaneengebouwde woningen; 1.7

achtererf(gebied)

erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant, van het hoofdgebouw; 1.8

archeologische waarde

de aan een gebied toegerekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden; 1.9

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.10

begane grond

de bouwlaag van een gebouw waarvan de vloer zich op maaiveld, of nagenoeg op maaiveld, bevindt;

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

3

1.11

berging

een gebouw, bestemd voor de stalling van bromfietsen, motorfietsen, fietsen, afvalcontainers voor huishoudelijk vuil en overige huishoudelijke zaken; 1.12

bestaand

a. bestaand gebruik: het gebruik van de gronden en bouwwerken zoals aanwezig op moment van de ontwerpbestemmingsplan van het ontwerpbestemmingsplan of kan worden gebruikt krachtens een omgevingsvergunning voor het gebruik; daaronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; b. bestaande bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; 1. aanwezig zijn én bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn gebouwd; 2. nog kunnen worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen c. bestaande aantal: het aantal zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. 1.13

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak; 1.14

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15

bijgebouw

een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.16

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.17

bouwgrens

de grens van een bouwvlak; 1.18

bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, met inbegrip van de begane grond; hieronder wordt niet begrepen   

een onderbouw: een gedeelte van een gebouw dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven peil is gelegen; een vide, waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50% van de onderliggende laag; een onbenoemde ruimte, waarvan de oppervlakte, voor zover de hoogte groter is dan 1,50 m, niet meer bedraagt dan 50% van de oppervlakte van de onderliggende laag;

1.19

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

4

1.20

bouwperceelsgrens

een grens van een bouwperceel; 1.21

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.22

bouwwerk

elke constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.23

carport

een overkapte stallingsgelegenheid voor motorvoertuigen; 1.24

dakkapel

een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst; 1.25

daknok

hoogste punt van een schuin dak; 1.26

dakopbouw

de ophoging van de goothoogte en/of bouwhoogte en/of de dakhelling van een gebouw; 1.27

dakvoet

laagste punt van een schuin dak; 1.28

dove gevel

een bouwkundige constructie zoals omschreven in artikel 1b lid 4 sub a en b van de Wet geluidhinder; 1.29

erf

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.30

erfbebouwing

verzamelnaam voor bouwwerken op het erf, behorende bij een bestemming, die ten dienste staan van het hoofdgebouw en die door de ligging, constructie en afmetingen ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw, waarbij onderscheid te maken valt tussen: a. b. c. d.

een aanbouw, een uitbouw, een bijgebouw en een overkapping of carport;

1.31

erftoegangsweg

een weg bedoeld voor het toegankelijk maken van percelen; deze wegcategorie is in beginsel toegankelijk voor elke vervoerswijze;

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

5

1.32

erker

een hoek- of rondvormig uitgebouwd deel van een hoofdgebouw; bouwkundig bestaande uit een 'lichte' constructie met een overwegend transparante uitstraling; 1.33

etmaalwaarde

Hoogste waarde van Ldag; Lavond +5 dB; Lnacht +10 dB 1.34

garagebox

gebouwde parkeervoorziening voor gebruik als stalling voor motorvoertuigen en ondergeschikt medegebruik als huishoudelijke opslagruimte; 1.35

gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.36

geluidwerende voorziening

geluidsreducerende constructie of bouwwerk in de vorm van voorzieningen zoals geluidsschermen, geluidswallen of aan deze constructies gelijk te stellen bouwwerken of constructies; 1.37

gestapelde woningen

boven elkaar of nagenoeg boven elkaar gebouwde woningen; 1.38

hoofdgebouw

een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.39

kap

een gesloten en (gedeeltelijk) hellende bovenbeëindiging van een bouwwerk; 1.40

keerlus

een lus in een weg die voertuigen de gelegenheid geeft om te keren; 1.41

mantelzorg

zorg die op basis van vrijwilligheid en buiten organisatorisch verband wordt geboden aan een persoon uit het sociale netwerk die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak; 1.42

nutsvoorziening

voorziening ten behoeve van het openbaar nut, zoals ten behoeve van de levering van elektriciteit, gas, drinkwater en telecommunicatiediensten, alsmede ten behoeve van afvalinzameling, riolering en (warmte)energie; 1.43

overig bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

6

1.44

overkapping

een overig bouwwerk voorzien van een gesloten dak, zonder of met ten hoogste één tot de eigen constructie behorende wand of wanden; 1.45

overstek

bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel, met inbegrip van kolommen en draagconstructies; 1.46

pand

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.47

patiowoning

een woning met een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnenhof gevormd door de zijmuren van naburige dan wel op het eigen (bouw)perceel aanwezige gebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.48

peil

1. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van de weg; 2. in andere gevallen en voor bouwwerken: bovenkant vanaf het gemiddelde maaiveld van het aansluitend afgewerkt terrein. tenzij elders in deze regels anders bepaald; 1.49

recreatieve voorziening

[in de definitie is met opzet geen opsomming opgenomen. In de juridische toelichting kan nader worden ingegaan op wat voor voorzieningen zijn beoogd. Indien bepaalde vormen van recreatie per definitie niet gewenst zijn, dan kunnen ze in de definitie worden uitgesloten] voorzieningen op (dag)recreatief gebied; 1.50

Staat van Bedrijfsactiviteiten

lijst van bedrijfsactiviteiten ingedeeld naar toelaatbaarheid in relatie tot de afstand tot al dan niet milieugevoelige locaties of gebieden, zoals opgenomen in bijlage 'Staat van bedrijfsactiviteiten; 1.51

straatmeubilair

bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare (nuts-)voorzieningen, zoals: a. verkeersgeleiders, verkeersborden, lichtmasten, zitbanken en bloembakken; b. telefooncellen, abri's, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame; c. kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een inhoud van ten hoogste 50 m3 en een bouwhoogte van ten hoogste 3 m, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorziening en brandkranen; d. afvalinzamelsystemen, waaronder ondergrondse afvalcontainers. 1.52

tuin

gedeelte van het erf dat geheel of gedeeltelijk is ingericht met gazons, planten en/of bomen en bestrating;

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

7

1.53

twee-aaneengebouwde woning

een zelfstandig, grondgebonden gebouw dat enkel één woning omvat, maar deel uit maakt van twee met de hoofdgebouwen aaneengebouwde woningen; 1.54

uitbouw

een uitbreiding van een bestaande ruimte, welke is gebouwd aan een hoofdgebouw, die door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.55

verblijfsgebied

gedeelte van de openbare ruimte dat hoofdzakelijk is bestemd en is ingericht voor langzaam verkeer, doch in ondergeschikte mate tevens fungerend als erftoegangsweg; 1.56

vloeroppervlakte

het totaal van de binnen een gebouw beschikbare vloeroppervlakte van alle verdiepingen, inclusief kelders en souterrains; 1.57

voorerf(gebied)

erf dat geen onderdeel is van het achtererf(gebied); 1.58

voorgevel

de gevel of gevels, exclusief de aan- en uitbouwen aan deze gevel, die georiënteerd is of zijn op het openbaar toegankelijk gebied; 1.59

voorgevelbouwgrens

de naar het openbaar toegankelijk gebied gerichte bouwgrens; indien bij een hoofdgebouw meerdere voorgevelbouwgrenzen kunnen worden aangegeven, geldt als voorgevelbouwgrens de bouwgrens waar het hoofdgebouw hoofdzakelijk op is georiënteerd; 1.60

voorgevelrooilijn

de denkbeeldige lijn die buitenwerks strak loopt langs de voorgevel van een gebouw, tot aan de perceelsgrenzen; 1.61

vrijstaande woning

een zelfstandig, grondgebonden gebouw dat enkel één woning omvat, waarvan het hoofdgebouw niet aan het hoofdgebouw van een andere woning is gebouwd; 1.62

waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede water aan- en/of afvoer, waterberging en waterkwaliteit; 1.63

woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.64

zorgwoning

een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden, waar diverse vormen van zorgverlening geboden worden. Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

8

1.65

zijerf

gedeelte van het erf dat aan de zijkant van een al dan niet bestaand gebouw en langs het openbaar toegankelijk gebied is gelegen, en dat wordt begrensd door het verlengde van de voorgevel.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

9

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

afstand

de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3

de breedte, lengte en diepte van een bouwwerk

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.4

de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

10

Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 3.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

3.2

groenvoorzieningen; tuinen; bermen, vlonders, oevers, water en waterhuishoudkundige voorzieningen; paden en bruggen voor langzaam verkeer; speelvoorzieningen; straatmeubilair; calamiteitenroutes voor hulpdiensten; ongebouwde parkeervoorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen - parkeren’; een schuur en/of kas, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding schuur/kas'; bij deze bestemming behorende nutsvoorzieningen.

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. c. in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - schuur/kas' een schuur en/of kas toegestaan, met een maximale bouwhoogte van 3 m.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

11

Artikel 4 4.1

Sport

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sportvoorzieningen; b. bij deze voorzieningen behorende ondergeschikte horeca uit ten hoogste categorie 1 van de Staat van Horeca-activiteiten; c. ter plaatse van de aanduiding 'antennemast': tevens een zendontvangstinstallatie; d. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en (ontsluitings)wegen.

4.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 4.2.1

Gebouwen

Ten aanzien van de in lid 4.1 bedoelde gronden gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte. 4.2.2 a. b. c. d. e. f.

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 3 m; de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt ten hoogste 18 m; de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 6 m; de bouwhoogte van ballenvangers bedraagt ten hoogste 15 m; de bouwhoogte van een antennemast bedraagt ten hoogste 40 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

12

Artikel 5 5.1

Verkeer - Woongebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals straatmeubilair, bruggen, groen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen, reclame-uitingen en water.

5.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de verkeers- of wegaanduiding of de verlichting bedraagt ten hoogste 3 m.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

13

Artikel 6 6.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water ten behoeve van de waterhuishouding, waterberging, bruggen, duikers en het verkeer te water en bijbehorend groen.

6.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de verkeers- of wegaanduiding of de verlichting bedraagt ten hoogste 3 m.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

14

Artikel 7 7.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen daaronder begrepen aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen en water.

7.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 7.2.1

Hoofdgebouwen

a. hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' worden uitsluitend aaneengebouwde woningen gebouwd; c. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' worden uitsluitend gestapelde woningen gebouwd; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patiowoningen' worden uitsluitend patiowoningen gebouwd; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - vrijstaand en twee-aaneen' worden uitsluitend vrijstaande en twee-aaneengebouwde woningen gebouwd; f. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand en twee-aaneen' worden uitsluitend vrijstaande of tweeaaneengebouwde woningen gebouwd; g. het aantal woningen bedraagt maximaal het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal; h. de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; i. in afwijking van het genoemde onder h geldt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dakopbouw' een maximale bouwhoogte van 10 meter, onder voorwaarde dat deze bouwhoogte eenmalig per woning is toegestaan met een maximale oppervlakte van 40m2 per woning; j. de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)' aangegeven goothoogte. 7.2.2

Dakkapellen

Dakkapellen op het dakvlak aan de voorzijde van een hoofdgebouw zijn toegestaan, met dien verstande dat: a. b. c. d. e.

de dakkapel voorzien is van een plat dak; de hoogte niet meer bedraagt dan 1,75 m, gemeten vanaf de voet van de dakkapel; de onderzijde zich meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet bevindt; de bovenzijde zich meer dan 0,5 m onder de daknok bevindt; de zijkanten zich meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak bevinden.

7.2.3

Aan- en uitbouwen en bijgebouwen

a. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste: 1. 60 m² voor bouwpercelen kleiner of gelijk aan 250 m²; 2. 80 m² voor bouwpercelen groter dan 250 m² en kleiner of gelijk aan 500 m²; 3. 100 m² voor bouwpercelen groter dan 500 m² en kleiner of gelijk aan 1.000 m²; 4. 125 m² voor bouwpercelen groter dan 1.000 m²; Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

15

met dien verstande dat een bouwperceel tot ten hoogste 60% mag worden bebouwd; b. het gezamenlijk oppervlak van bijgebouwen, aanbouwen of uitbouwen van gestapelde woningen bedraagt per woning ten hoogste 10 m²; c. per woning mogen ten hoogste 2 vrijstaande bijgebouwen worden gebouwd; d. de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 m of de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,25 m; e. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 5 m. 7.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

a. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 1m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerk, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.

7.3

Afwijken van de bouwregels

7.3.1

Woningen

Het college van burgemeester en wethouders kan bij een omgevingsvergunning afwijken: a. van het bepaalde in lid 7.2.1 sub b tot en met f voor het toestaan van de bouw van andere typen woningen; b. van het bepaalde in lid 7.2.1 sub g voor het toestaan van een hoger aantal woningen per aanduidingsvlak; c. een omgevingsvergunning als bedoeld in sub a, b en c wordt uitsluitend verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. het aantal parkeervoorzieningen; 5. de functionele en ruimtelijke structuur, zoals aansluiting op (structurele) groenelementen en waterelementen; 6. de bebouwingsmogelijkheden en/of gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; 7. het milieu. 7.3.2

Aan- en uitbouwen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken: a. van het bepaalde in lid 7.2.3 sub a voor de bouw van aan- en uitbouwen voor mindervaliden tot een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 100 m² mits het totale bouwperceel bebouwd wordt tot ten hoogste 60%; b. een vergunning als bedoeld in sub a wordt uitsluitend verleend indien de bebouwingskarakteristiek van de omgeving niet wordt aangetast en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

16

7.4

Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. de vloeroppervlakte ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten bedraagt ten hoogste 25% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 30 m²; b. behalve ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dakterras', is het verboden het dak van aan- en uitbouwen en bijgebouwen te gebruiken als terras dan wel het dak toegankelijk te maken.

7.5

Afwijken van de gebruiksregels

7.5.1

Afwijken aan-huis gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 7.4 sub a voor het toestaan van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten tot ten hoogste 50 m² van de vloeroppervlakte van de woning en bij deze woning behorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen met inachtneming van de volgende regels: a. het aan-huis-gebonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteit mag geen onevenredige vergroting van de parkeerdruk en/of de verkeersbelasting veroorzaken; b. het aan-huis-gebonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteit mag geen onevenredige hinder voor het woonmilieu veroorzaken; c. geen detailhandel is toegestaan, tenzij als ondergeschikte nevenactiviteit; d. er mogen geen reclameborden groter dan 0,2 m² bij of aan de woning worden geplaatst. 7.5.2

Afwijken ten behoeve van dakterrassen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 7.4 sub b voor het realiseren van een dakterras of het toegankelijk maken van het dak van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met dien verstande dat dit geen onevenredige aantasting van de privacy op de naburige percelen tot gevolg heeft.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

17

Artikel 8 8.1

Leiding - Gas

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor de aanleg en instandhouding van gasleidingen alsmede secundair voor de andere op deze gronden liggende bestemmingen, voor zover zij met de bestemming 'Leiding - Gas' samenvallen.

8.2

Bouwregels

8.2.1

Algemeen

Op de voor 'Leiding - Gas' bestemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de gasleiding worden gebouwd. 8.2.2

Overige bestemmingen

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2.1 voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemmingen indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf advies is gewonnen bij de betrokken leidingbeheerder. Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten.

8.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in 8.2 voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en gebouwen ten dienste van de voor deze gronden geldende hoofd- en/of dubbelbestemming, met dien verstande dat: a. de veiligheid van de gasleiding niet wordt geschaad en er geen kwetsbare objecten worden toegelaten; b. er vooraf schriftelijk advies wordt aangevraagd bij de leidingbeheerder. Het advies betreft de belangen in verband met de veilige ligging van de leiding en het voorkomen van schade aan de leiding.

8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden a. Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning aanleg werken de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren binnen de gronden als bedoeld in 8.1: 1. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting; 2. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; 3. het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; 4. diepploegen; 5. het aanbrengen van gesloten verhardingen; 6. het indrijven van voorwerpen in de bodem; 7. het permanent opslaan van goederen waaronder begrepen het opslaan van afvalstoffen; 8. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van waterlopen; Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

18

9. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair. b. het onder a 1 tot en met 9 vervatte verbod geldt niet voor: 1. werken en werkzaamheden van ondergeschikte betekenis binnen het op de bestemming gerichte normale onderhoud en beheer; 2. werken en werkzaamheden, die op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn. c. de werken en werkzaamheden als bedoeld onder a 1 tot en met 9 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachte gevolgen, geen onevenredige aantasting van de belangen van de watervoorziening ontstaat of kan ontstaan; d. alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld onder a wordt de beheerder gehoord.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

19

Artikel 9 9.1

Leiding - Riool

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor de aanleg en instandhouding van een rioolpersleiding alsmede secundair voor de andere op deze gronden liggende bestemmingen, voor zover zij met de bestemming 'Leiding - Riool' samenvallen.

9.2

Bouwregels

Binnen de aangeduide veiligheidszone mogen geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht.

9.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in 9.2 voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en gebouwen ten dienste van de voor deze gronden geldende hoofd- en/of dubbelbestemming, met dien verstande dat: a. er geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de belangen als bedoeld in 9.1; b. er vooraf advies wordt ingewonnen van de beheerder.

9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden a. Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning aanleg werken de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren binnen de gronden als bedoeld in lid 9.1: 1. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting; 2. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; 3. het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; 4. diepploegen; 5. het aanbrengen van gesloten verhardingen; 6. het indrijven van voorwerpen in de bodem; 7. het permanent opslaan van goederen waaronder begrepen het opslaan van afvalstoffen; 8. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van waterlopen; 9. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair. b. Het onder a vervatte verbod geldt niet voor: 1. werken en werkzaamheden van ondergeschikte betekenis binnen het op de bestemming gerichte normale onderhoud en beheer; 2. werken en werkzaamheden, die op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn. c. De werken en werkzaamheden als bedoeld onder a.

zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachte gevolgen, geen onevenredige aantasting van de belangen van de watervoorziening ontstaat of kan ontstaan. d. Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld onder a. wordt de beheerder gehoord.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

20

Artikel 10 10.1

Leiding - Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor de aanleg en instandhouding van een waterleiding alsmede secundair voor de andere op deze gronden liggende bestemmingen, voor zover zij met de bestemming 'Leiding - Water' samenvallen.

10.2

Bouwregels

Binnen de aangeduide veiligheidszone mogen geen gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht.

10.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in 10.2 voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en gebouwen ten dienste van de voor deze gronden geldende hoofd- en/of dubbelbestemming, met dien verstande dat: a. er geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de belangen als bedoeld in 10.1; b. er vooraf advies wordt ingewonnen van de beheerder.

10.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden a. Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning aanleg werken de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren binnen de gronden als bedoeld in 10.1: 1. het anbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting; 2. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; 3. het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; 4. diepploegen; 5. het aanbrengen van gesloten verhardingen; 6. het indrijven van voorwerpen in de bodem; 7. het permanent opslaan van goederen waaronder begrepen het opslaan van afvalstoffen; 8. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van waterlopen; 9. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair. b. Het onder a vervatte verbod geldt niet voor: 1. werken en werkzaamheden van ondergeschikte betekenis binnen het op de bestemming gerichte normale onderhoud en beheer; 2. werken en werkzaamheden, die op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt in uitvoering zijn. c.

De werken en werkzaamheden als bedoeld onder a zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachte gevolgen, geen onevenredige aantasting van de belangen van de watervoorziening ontstaat of kan ontstaan. d. Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld onder a wordt de beheerder gehoord.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

21

Artikel 11 11.1

Waarde - Archeologie - 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie - 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische (verwachtings)waarden, alsmede secundair voor de andere op deze gronden liggende bestemmingen.

11.2

Bouwregels

Op de gronden die bestemd zijn als 'Waarde - Archeologie - 3' mogen slechts worden gebouwd bouwwerken krachtens de in 11.1 genoemde bestemmingen, mits de archeologische belangen zich daartegen niet verzetten. Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. Bij een vergunning van Burgemeester en Wethouders kan worden afgeweken van het bepaalde in 11.1 met inachtneming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. b. Vergunning als bedoeld in 11.2.1 sub a wordt verleend indien bij de aanvraag vergunning een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders blijkt dat: 1. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3. er geen archeologische waarden zijn. c. Aan de vergunning als bedoeld in 11.2.1 sub a kunnen Burgemeester en Wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2.

de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE). d. het bepaalde in dit lid onder b is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 200 m² dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

22

11.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.3.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie - 3' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 50 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd f. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; h. het verwijderen van ondergrondse fundamenten en het verwijderen en/of uittrekken van heipalen. 11.3.2 Uitzondering op het aanlegverbod Het verbod van lid 11.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. a. b. c. d. e. f.

noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 11.2 in acht is genomen; een oppervlakte beslaan van ten hoogste 200 m²; die in het kader van het normale beheer en onderhoud worden uitgevoerd; die worden uitgevoerd in bestaande weg- en/of leidingcunetten; die niet dieper reiken dan 50 cm beneden peil; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.

11.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning a. Bij een vergunning van Burgemeester en Wethouders kan worden afgeweken van het bepaalde in 11.1 met inachtneming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. b. Vergunning als bedoeld in 11.3.1 wordt verleend indien bij de aanvraag vergunning een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders blijkt dat: 1. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3. er geen archeologische waarden zijn. c. Aan de vergunning als bedoeld in 11.3.3 sub a kunnen Burgemeester en Wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3.

de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

23

goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).

11.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd betreffende de dubbelbestemming "Waarde Archeologie 3" de regels van het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na archeologisch onderzoek, daartoe aanleiding geeft.

11.5

Advies

Indien sprake is van een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, wint de aanvrager vooraf archeologisch advies in bij de door Burgemeester en Wethouders aangewezen archeologisch deskundige.

11.6

Beoordeling

Alvorens de omgevingsvergunning als bedoeld in 11.2 en 11.3.3 te verlenen, vragen Burgemeester en Wethouders advies aan een archeologisch deskundige.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

24

Artikel 12 12.1

Waarde - Archeologie 5

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische (verwachtings)waarden, alsmede secundair voor de andere op deze gronden liggende bestemmingen.

12.2

Bouwregels

Op de gronden die bestemd zijn als 'Waarde - Archeologie 5' mogen slechts worden gebouwd bouwwerken krachtens de in 12.1 genoemde bestemmingen, mits de archeologische belangen zich daartegen niet verzetten. Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. Bij een vergunning van Burgemeester en Wethouders kan worden afgeweken van het bepaalde in 12.1 met inachtneming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. b. Bij een vergunning van Burgemeester en Wethouders kan worden afgeweken van het bepaalde dit lid onder sub a met inachtneming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels; c. Vergunning als bedoeld in dit lid onder sub b wordt verleend indien bij de aanvraag vergunning een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders blijkt dat: 1. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3. er geen archeologische waarden zijn. d. Aan de vergunning als bedoeld in dit lid onder sub b kunnen Burgemeester en Wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: 1.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3. de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE). e. het bepaalde in dit lid onder b is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. niet m.e.r.-plichtig is.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

25

12.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.3.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 30 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd f. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het graven, verbreden, verdiepen van watergangen en waterpartijen; h. het verwijderen van ondergrondse fundamenten en het verwijderen en/of uittrekken van heipalen. 12.3.2 Uitzondering op het aanlegverbod Het verbod van lid 12.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. a. b. c. d. e. f.

noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 12.2 in acht is genomen; niet onder een m.e.r.-plichtig project vallen; die in het kader van het normale beheer en onderhoud worden uitgevoerd; die worden uitgevoerd in bestaande weg- en/of leidingcunetten; die niet dieper reiken dan 30 cm beneden peil; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.

12.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning a. Bij een vergunning van Burgemeester en Wethouders kan worden afgeweken van het bepaalde in 11.1 met inachtneming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels. b. Vergunning als bedoeld in 12.3.1 wordt verleend indien bij de aanvraag vergunning een archeologisch rapport wordt overlegd waaruit naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders blijkt dat: 1. de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld; 2. archeologische waarden door het uitvoeren van bouwactiviteiten niet of niet onevenredig worden geschaad, dan wel afdoende maatregelen zijn getroffen tot behoud van die waarden; 3. er geen archeologische waarden zijn. c. Aan de vergunning als bedoeld in 12.3.3 sub a kunnen Burgemeester en Wethouders in ieder geval de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het laten doen van opgravingen door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE); 3.

de verplichting de uitvoering van de bouwwerkzaamheden die leiden tot bodemverstoring te laten begeleiden door een daartoe gecertificeerde instantie, volgens de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en een door Burgemeester en Wethouders Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

26

goedgekeurd archeologisch Programma van Eisen (PvE).

12.4

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd betreffende de dubbelbestemming "Waarde Archeologie 5" de regels van het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na archeologisch onderzoek, daartoe aanleiding geeft.

12.5

Advies

Indien sprake is van een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, wint de aanvrager vooraf archeologisch advies in bij de door Burgemeester en Wethouders aangewezen archeologisch deskundige.

12.6

Beoordeling

Alvorens de omgevingsvergunning als bedoeld in 12.2 en 12.3.3 te verlenen, vragen Burgemeester en Wethouders advies aan een archeologisch deskundige.

Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling

27

Artikel 13 13.1

Waterstaat - Waterkering

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor de aanleg en instandhouding van een waterkering, de waterbeheersing en waterlopen, alsmede secundair voor de andere op deze gronden liggende bestemmingen, voor zover zij met de bestemming waterstaatsdoeleinden secundaire waterkering (dubbelbestemming) samenvallen.

13.2

Bouwregels

Op de tot 'Waterstaat - Waterkering' bestemde gronden mogen slechts worden gebouwd bouwwerken krachtens de in lid 13.1 genoemde bestemmingen, mits de belangen van de waterkering zich daartegen niet verzetten, alsmede bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de waterkerende functie van deze gronden. Bouwen binnen de kernzone van de waterkering is niet toegestaan, tenzij het vervangen, vernieuwen en/of veranderen van bestaande bebouwing betreft waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=08bcb633-4ab3-47b7-8c12-33bcc21dfe9a