Bijlage 1 - Bestemmingsplan Park Rapijnen
Tekst van het document
13.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.3.1 Omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden binnen de bestemming zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning aanleg werken van het bevoegd gezag de navolgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, geen normale onderhoudswerkzaamheden zijnde, uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen groter dan 10 m²; b. het meer dan 0,5 m ophogen af afgraven van gronden, het egaliseren van gronden, anders dan noodzakelijk is in verband met het normale gebruik van de gronden; c. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transport-, energieof telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende installaties of apparatuur; d. het dempen of verleggen van waterlopen. 13.3.2 Adviesprocedure omgevingsvergunningen Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder van de waterkering.
Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling
28
Artikel 14 14.1
Waterstaat - Waterstaatkundige functie
Bestemmingsomschrijving
14.1.1 Algemeen De voor 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
waterberging; waterhuishouding; waterlopen en waterpartijen; duikers; taluds, oevers en onderhoudsstroken; kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden.
14.1.2 Regels vanwege samenvallende bestemmingen Al hetgeen in deze regels omtrent de ondergeschikte bestemmingen binnen het gebied met de bestemming 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' is toegestaan, is uitsluitend toelaatbaar indien en voor zover zulks, gehoord de beheerder van de waterloop, verenigbaar is met het belang van de waterloop.
14.2
Bouwregels
14.2.1 Algemeen In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming. 14.2.2 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
14.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.2 en toestaan dat in de andere bestemming gebouwen worden gebouwd, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de waterstaatsbelangen; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de waterloop.
Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling
29
Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 15
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling
30
Artikel 16 16.1
Algemene bouwregels
Toegestane overschrijding bouwgrenzen
De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingsgrenzen, aanduidingen en bestemmingsregels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt; b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt.
16.2
Voorwaardelijke verplichting mechanische ventilatie
a. Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, mag pas worden verleend indien in voldoende mate is aangetoond dat het gebouw wordt voorzien van een afsluitbare mechanische ventilatie, ter bescherming van de blootstelling aan toxische gassen bij calamiteiten. b. Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het aspect externe veiligheid, ter bescherming van de blootstelling aan toxische gassen, nadere eisen stellen aan de afsluitbaarheid van mechanische ventilatie.
16.3
Voorwaardelijke verplichting geluid
Het bouwen van woningen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – geluid’ is enkel toegestaan als is aangetoond dat: • ten minste 30% van het vloeroppervlak van alle verblijfsruimten, waaronder één slaapkamer, grenst aan een (deel van een) zijde waar per betreffende verblijfsruimte ten minste één spuivoorziening aanwezig is waar de geluidbelasting vanwege de M.A. Reinaldaweg en de Laan van Rapijnen niet hoger is dan 48 dB; • een buitenruimte aanwezig is waar het geluid vanwege de M.A. Reinaldaweg en de Laan van Rapijnen bij voorkeur niet hoger is dan 48 dB, maar zeker niet hoger dan 53 dB.
Bestemmingsplan ‘Park Rapijnen, Linschoten’ Regels Vaststelling