Bijlage 1 Begroting 2026 (aangepast)
Tekst van het document
Gemeente Montfoort heeft op het gebied van verbonden partijen de volgende visie. De gemeente streeft naar het efficiënt uitvoeren van gemeentelijke taken op basis van samenwerking met een adequate regiefunctie, waarbij de sturingselementen zoals transparantie, kaderstelling, verantwoording en controle voldoende gewaarborgd zijn. Op het gebied van verbonden partijen hebben we de volgende beleidsvoornemens: 1. het waarborgen van de juiste besteding van de publieke gelden; 2. het afdekken c.q. vermijden van risico’s; 3. het uitvoeren van taken volgens de overeengekomen kwaliteitseisen.
Afvalverwijdering Utrecht (AVU) Programma Wonen en ruimte Vestigingsplaats Soest Doel Deze gemeenschappelijke regeling heeft tot doel om op een doelmatige en uit oogpunt van milieuhygiëne verantwoorde wijze sturing en uitvoering te geven aan het afvalstoffenbeleid in de provincie Utrecht. Deelnemende ‘partijen’
De gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, De Bilt, De Ronde Venen, Eemnes, Houten, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Stichtse Vecht, Soest, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Wijk bij Duurstede, Woerden, Woudenberg, IJsselstein en Zeist.
Openbaar belang
Het gaat om het zorgdragen voor een goede, reguliere en milieuverantwoorde verwerking van door de gemeenten ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen en de inzameling van glas, papier en karton, ofwel de inzameling, het overladen, het transport en de verwerking van huishoudelijke afvalstoffen. Daarnaast heeft de AVU een adviserende rol naar de deelnemende gemeenten, voor wat betreft nationale en internationale ontwikkelingen die zich op afvalgebied voordoen.
Bestuurlijk belang
Het algemeen bestuur bestaat uit één deelnemer per gemeente, benoemd door de betreffende gemeenteraden. De vertegenwoordiger van gemeente Montfoort in het algemeen bestuur is wethouder Van Wikselaar.
Financieel belang
De Afvalverwijdering Utrecht sluit contracten af met verwerkers voor het transport en de verwerking van diverse afvalstromen. Deze kosten worden op basis van de werkelijke aangeboden gewichten bij de deelnemende gemeenten in rekening gebracht samen met de opslag voor de apparaatskosten. Op basis van de begroting 2026 van de AVU bedragen de lasten voor de gemeente Montfoort € 692.472.
Evt. veranderingen in een belang Verhouding eigen en vreemd vermogen Resultaat
Geen
Risico’s
Het afval uit de gemeente wordt verwerkt door zelfstandige marktpartijen. Een mogelijke liquidatie van de partijen kan negatieve gevolgen hebben voor de gemeenten die aangesloten zijn bij de AVU. Veranderende wet- en regelgeving kan leiden tot wijziging van de bedrijfsvoering of hogere kosten voor de eindverwerking van het afval (voorbeeld: verbranding belasting). Door het ontbreken van reserves en voorzieningen heeft de AVU geen weerstandsvermogen. Alle in enig jaar gemaakte kosten worden aan de deelnemers doorberekend. Als gevolg hiervan kunnen schommelingen optreden in de jaarlijks te betalen bijdragen. In de praktijk is dit effect zeer beperkt gebleken.
In beginsel heeft de AVU geen eigen vermogen. De gerealiseerde overschotten/tekorten worden verrekend met de gemeenten. De AVU verrekent de voor- en nadelen met de deelnemers.
Daarnaast is er een risico dat de werkelijk ingezamelde tonnages afval afwijken van de ingeschatte hoeveelheden (hoger of lager). Ten behoeve van de begroting 2024 worden door de deelnemers meer dan een jaar van tevoren de verwachte tonnages ingeschat. De AVU rekent met de deelnemers altijd af op basis van de werkelijke tonnages. De prijsverschillen zijn (door de over het algemeen langlopende contracten) beperkt. Verplichte kengetallen Weerstandsvermogen
De AVU heeft geen eigen- en vreemd vermogen, alle kengetallen zijn 0.
Belasting Samenwerking Rivierenland (BSR) Programma Bestuur, organisatie en dekkingsmiddelen
Vestigingsplaats Doel
Tiel De gemeenschappelijke regeling heeft als doel het behalen van financiële, kwalitatieve en procesmatige voordelen door professionalisering van de belasting. Door de samenwerking bij de heffing en invordering van waterschapsbelasting, afvalstoffenheffing en gemeentelijke belastingen, alsmede de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken, het beheer en uitvoering van vastgoedinformatie en de uitvoering van de werkzaamheden Basisregistratie Adressen en Gebouwen.
Deelnemende ‘partijen’
De deelnemers zijn: de gemeenten Culemborg, Gorinchem, Maasdriel, Montfoort, Tiel en West Maas en Waal, West Betuwe, Wijk bij Duurstede, IJsselstein, het Waterschap Rivierenland en de gemeenschappelijke regeling Regio Rivierenland ten behoeve van de Afvalverwerking Rivierenland (AVRI).
Openbaar belang Bestuurlijk belang
Een goede en efficiënte heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen. De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Regio Rivierenland wijzen uit hun midden elk één lid aan en het dagelijks bestuur van Waterschap Rivierenland wijst uit zijn midden twee leden aan. Wethouder Van Wikselaar vertegenwoordigt gemeente Montfoort in het algemeen bestuur.
Financieel belang
De reguliere bijdrage voor 2026 bedraagt € 326.000. (Hiervan is € 16.600 de door de gemeente te verrekenen BTW, via het BTW – compensatiefonds).
Evt. veranderingen in een belang Verhouding eigen en vreemd vermogen Resultaat
Geen.
Risico’s
Omdat de BSR een goed lopend en gezond bedrijf is, willen meer gemeenten en waterschappen deelnemen. Op zichzelf is dat een goede ontwikkeling. Er zit wel het risico aan vast, dat het bedrijf te groot wordt en daardoor niet meer in control. Daar zal het bestuur het goede evenwicht in moeten zien te bewaren.
In beginsel heeft de BSR geen eigen vermogen. De gerealiseerde overschotten worden verrekend met de gemeenten. De BSR mag volgens de gemeenschappelijke regeling geen eigen vermogen hebben en verrekent derhalve alle voor- en nadelen binnen het boekjaar met de deelnemers.
De incidentele weerstandscapaciteit van BSR is gelijk aan de in de begroting opgenomen post onvoorzien. In 2009 is besloten dat er geen algemene reserve bij BSR zal worden gevormd. BSR heeft daardoor geen structurele weerstandscapaciteit. Voor eventuele risico’s die niet in de begroting zijn opgenomen en niet gedragen kunnen worden uit de post onvoorzien, dienen deelnemers van BSR zelf een voorziening te treffen. Risico’s met betrekking tot de belastingopbrengsten behoren niet tot de bedrijfsrisico’s van BSR. Verplichte kengetallen weerstandsvermogen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Rekening 2024 2,1% -
Begroting 2025 5,1%
Begroting 2026 3,9%
3,2% 0%
1% 0%
0,4% 0%
Gemeentelijke Gezondheidsdienst regio Utrecht (GGDrU) Programma Inkomen, jeugd en Wmo Vestigingsplaats Zeist Doel De GGD-regio Utrecht heeft als doel om de taken uit te voeren, die bij of krachtens de Wet publieke gezondheid (Wpg) aan de colleges zijn opgedragen (Volksgezondheid basistaken). De GGD-regio Utrecht voert voor gemeente Montfoort ook taken uit binnen de Jeugdgezondheidszorg (maatwerktaken). Dat omvat onder andere de consultatiebureaus, de schoolartsen en het Meld- en Adviespunt Bezorgd.
Gemeentelijke Gezondheidsdienst regio Utrecht (GGDrU) Ten slotte voert de GGD-regio Utrecht enkele specifieke toezichtstaken uit; toezicht op uitvoering door Wmo-zorgaanbieders, en toezicht op grond van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (kinderopvang- en gastouderbedrijven). Deelnemende ‘partijen’
De gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, De Bilt, De Ronde Venen, Eemnes, Houten, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Soest, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Vijfheerenlanden, Woerden, Woudenberg, Wijk bij Duurstede, IJsselstein en Zeist.
Openbaar belang
De Wet publieke gezondheid maakt de gemeenten verantwoordelijk voor de bescherming en bevordering van de publieke gezondheid voor hun inwoners. Daarbij verplicht de wet gemeenten tot het instandhouden van een GGD om uitvoering te geven aan deze verantwoordelijkheden.
Bestuurlijk belang
Het college van iedere deelnemende gemeente benoemt uit zijn midden één lid voor het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur benoemt het dagelijks bestuur. Wethouder van Dalen is lid van het algemeen en dagelijks bestuur.
Financieel belang
De reguliere bijdrage voor 2026 is € 774.020. Hiervan is (exclusief huisvesting) € 42.010 maatwerk voor de gemeente Montfoort.
Evt. veranderingen in een belang Verhouding eigen en vreemd vermogen
Geen.
Resultaat Risico’s
Eigen vermogen
Balans 2025
Balans 2026
€ 2.738.000
€ 2.800.000
Vreemd vermogen € 29.734.000 € 27.464.000 Het jaarresultaat over 2024 sluit met een positief saldo van € 2.476.618 exclusief mutaties in reserves. Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 1.660.750. De beschikbare weerstandscapaciteit is € 2.486.275. Daarmee is de verhouding (beschikbaar/nodig) 1,497. Hiermee zijn de genoemde risico’s financieel afdoende afgedekt.
Verplichte kengetallen weerstandsvermogen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
Rekening 2024 4,8%
Begroting Begroting 2025 2026 13,4% 10,7%
4,8%
13,4%
10,7%
Solvabiliteitsratio
14,7%
11,2%
9,3%
Kengetal structurele exploitatieruimte
0,0%
0,0%
0,0%
Veiligheidsregio Utrecht (VRU) Programma Openbare orde en veiligheid Vestigingsplaats Utrecht Doel Het doel van de veiligheidsregio is om de kwaliteit van de rampenbeheersing, crisisbeheersing en noodhulpverlening in de regio Utrecht te verbeteren. Door een intensieve samenwerking tussen gemeenten en de diverse hulpdiensten ontstaat een organisatie die bestuurlijk en operationeel gezien slagvaardig kan optreden bij crisisbeheersing en rampenbestrijding. Deelnemende ‘partijen’ Openbaar belang
Alle Utrechtse gemeenten Adequate rampen- en crisisbeheersing Ter behartiging van dit belang vervult de veiligheidsregio vier kerntaken: 1. Het ondersteunen en beheren van de regionale brandweerzorg, bevolkingszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (GHOR);
Veiligheidsregio Utrecht (VRU) 2. Het samen met de politie inrichten en in stand houden van een gemeenschappelijke meldkamer (GMU); 3. Het geven van adviezen over pro-actie en preventie aan de gemeentebesturen; 4. De voorbereiding van de crisisbeheersing en rampenbestrijding. Bestuurlijk belang
Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht bestaat uit de burgemeesters van de Utrechtse gemeenten.
Financieel belang Evt. veranderingen in een belang Verhouding eigen en vreemd vermogen
De reguliere bijdrage voor 2026 is € 992.000. Geen.
Balans 2024
Balans 2025
Eigen vermogen
€ 35.291.000
€ 28.867.000
Vreemd vermogen
€ 70.240.000
€ 69.631.000
Resultaat
Het jaar 2024 is afgesloten met een positief resultaat voor bestemming van € 7.300.000. Het resultaat is deels gestort in reserves en deels teruggestort naar de deelnemende gemeenten.
Financiële risico’s
Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 2,64 miljoen. Onze beschikbare weerstandscapaciteit is € 2,64 miljoen. Korting BDuR Brede Doeluitkering Rampenbestrijding)-gelden Door het terugschroeven van de BDuR gelden vanuit het rijk, kampt de VRU met een structureel tekort van 14,9 miljoen (ca 10% van de totale begroting). Dit gat moet bekostigd worden door een verhoging van de gemeentelijk bijdragen, een bezuiniging vanuit de VRU, of een combinatie daarvan. Om de dienstverlening vanuit de VRU op peil te houden moet er zo’n 10 miljoen euro vanuit gemeenten bij komen. Voor gemeente Montfoort betekent dit een stijging van het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) van € 98.925 euro. Tenzij het rijk deze beslissing terugdraait, is de kans dat dit financiële risico zich voordoet zeer groot. Taakdifferentiatie brandweer (verplichtend of niet verplichtend karakter van de brandweer) Er wordt onderzocht of de bezetting van de posten vrijwillig of beroeps moet worden dan wel blijven. De kosten van een beroepspost zijn daarbij vele malen hoger dan die van een vrijwillige post, dit komt voornamelijk door de loonkosten.
Verplichte kengetallen weerstandsvermogen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Rekening 2024 20,4% 20,4%
Begroting 2025
Begroting 2026
31,4% 31,3%
35,7% 35,7%
33,4% -0,3%
29,3% 0,0%
28,2% 0,1%
Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard Programma Onderwijs, sport en cultuur VestigingsWoerden plaats Doel De gemeenschappelijke regeling heeft als doel het beheer van de in de archiefbewaarplaatsen berustende archieven en het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze niet naar een archiefbewaarplaats zijn overgebracht. Deelnemende partijen
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Lopik, Montfoort, Oudewater, Woerden en IJsselstein.
Openbaar belang
Op grond van de Archiefwet 1995 moeten besturen van overheden er zorg voor dragen dat hun archieven in goede en geordende staat verkeren. De uitvoering van deze bepaling geschiedt via archiefdiensten. Op grond van diezelfde wet zijn alle overheidsarchieven van 20 jaar en ouder in principe openbaar en voor iedereen kosteloos te raadplegen. De gemeenten en het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden werken onderling samen met het doel het bepaalde in art. 32, lid 1 en 2, en artikel 37, lid 1 en 2 van de Archiefwet 1995 gezamenlijk te doen verrichten.
Bestuurlijk belang Financieel belang
Burgemeester van Hartskamp-de Jong is lid van de Archiefcommissie.
Evt. veranderingen in een belang Verhouding eigen en vreemd vermogen Resultaat
Geen.
Risico’s
De risico’s ten aanzien van deelname zijn beperkt. Het RHC levert in het algemeen de prestaties, die we van haar verwachten.
Verplichte kengetallen weerstandsvermogen
Het Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard heeft geen balanspositie en dus geen kengetallen.
De reguliere bijdrage voor 2026 bedraagt € 86.302 (hiervan is € 6.091 de door de gemeente te verrekenen BTW, via het BTW-compensatiefonds).
Het Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard heeft geen eigen of vreemd vermogen. De jaarrekening van 2024 kent een positief resultaat, dat teruggevloeid is naar de deelnemers.
Omgevingsdienst Utrecht i.o. Programma Wonen en ruimte Vestigingsplaats Utrecht Doel Op 1 januari 2026 zullen de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODrU) en de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD-Utrecht) zijn gefuseerd tot de Omgevingsdienst Utrecht. Deze dienst levert een directe bijdrage aan een gezonde, veilige, schone en duurzame leefomgeving in de provincie. Dit wordt gedaan door de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken (VTH) en door advisering op het gebied van milieu. Het is de bedoeling dat de nieuwe Omgevingsdienst per 1 april 2026 voldoet aan de robuustheidscriteria van het interbestuurlijk programma VTH. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit, continuïteit en slagkracht van de omgevingsdiensten in Nederland te verbeteren. De criteria zijn vastgesteld om ervoor te zorgen dat de omgevingsdiensten effectief, efficiënt, wendbaar en ontwikkelbaar zijn en de uitvoering van VTHA-taken structureel en toekomstbestendig op orde is. Deelnemende ‘partijen’ Openbaar belang
Alle gemeenten in de provincie Utrecht en de provincie.
Bestuurlijk belang
Gemeente Montfoort wordt in het algemeen bestuur vertegenwoordigd door wethouder Van Wikselaar (onder voorbehoud).
Financieel belang
De totale bijdrage voor 2026 is begroot op € 750.600. Dit bestaat uit een vaste bijdrage en een variabele bijdrage. Op 1 januari 2026 zullen de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODrU) en de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD-Utrecht) zijn gefuseerd tot de Omgevingsdienst Utrecht. In verband met opheffing van de ODrU op deze datum zal in 2026 een liquidatieplan worden opgesteld en worden vastgesteld door het algemeen bestuur.
Evt. veranderingen in een belang
De Omgevingsdienst behartigt de belangen van de provincie en de gemeenten tezamen en van de provincie en elke gemeente afzonderlijk op het gebied van omgeving in de ruimste zin, voor zover de bevoegdheid daartoe de provincie en de gemeente toekomt en aan de Omgevingsdienst gemandateerd.
Omgevingsdienst Utrecht i.o. Verhouding eigen en vreemd ver31-12-2026 mogen Eigen vermogen € 1.028.000 Vreemd vermogen € 15.289.000 Resultaat Het resultaat van de jaarrekening 2024 van de OdrU bedraagt € 843.228 positief. Risico’s De ratio weerstandsvermogen geeft weer in welke mate de ODU in staat zal zijn om onvoorziene risico’s te dekken. Op basis van de geprognosticeerde situatie op 31-12-2025 komt de ratio uit op 1,33. Afgezet tegen de opgestelde normen door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement scoort de ODU hiermee voldoende. Verplichte kengetallen weerBegroting standsvermogen 2026 Netto schuldquote 1,15% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen 1,15% Solvabiliteitsratio 6,3% Structurele exploitatieruimte 0,00%
Ferm Werk Programma Vestigingsplaats Doel
Inkomen, jeugd en Wmo Woerden Ferm Werk is in de gemeenten Woerden, Oudewater, Montfoort en Bodegraven-Reeuwijk verantwoordelijk voor gemeentelijke taken op het gebied van participatie, werk en inkomen. Iedereen die wil en kan werken moet aan de slag kunnen. Ferm Werk richt zich op mensen die onder de Participatiewet vallen en helpt hen ontwikkelen naar zo regulier mogelijk werk. Daarnaast voert Ferm Werk de regie over de Wet inburgering en voeren zij een deel van het gemeentelijke minimabeleid uit.
Deelnemende ‘partijen’ Openbaar belang
De gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Montfoort, Oudewater en Woerden.
Bestuurlijk belang
Het algemeen bestuur bestaat uit twee leden per deelnemer; een lid uit de gemeenteraad en een lid uit het college (portefeuillehouder met participatie, werk en inkomen en/of financiën) en plaatsvervangers. Namens het college zit wethouder van Dalen in het algemeen en dagelijks bestuur. Vanuit de gemeenteraad neemt de heer L. Hoogstraten deel in het algemeen bestuur. Het AB van Ferm Werk heeft in juli 2025 de begroting 2026 vastgesteld. De onderstaande cijfers zijn hieruit afkomstig. De reguliere bruto bijdrage voor 2026 bedraagt € 4.210.000.
Financieel belang
Ferm Werk kent vier programma’s, te weten: 1. Inkomensregelingen 2. Arbeidsparticipatie 3. Meedoen - Werkbedrijf en Nieuw Beschut 4. Aanvullende dienstverlening De eerste drie programma’s bevatten de taken die door alle deelnemende gemeenten aan Ferm Werk zijn overgedragen, waaronder de Wet sociale werkvoorziening, de Participatiewet en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen. Het programma aanvullende dienstverlening bevat de taken die gemeenten ieder voor zich kunnen besluiten te laten uitvoeren door Ferm Werk. Bijvoorbeeld taken rond de huisvesting van vergunninghouders en de uitvoering van de Tegemoetkoming meerkosten zorg.
Ferm Werk
Programma Inkomensregelingen inclusief overhead Werkbedrijf en beschut werk inclusief overhead Arbeidsparticipatie inclusief overhead Aanvullende dienstverlening inclusief overhead Bruto bijdrage BUIG middelen Netto bijdrage Evt. veranderingen in een belang Verhouding eigen en vreemd vermogen
Bedrag 2026 € € € € € € €
2.850.008 822.321 484.958 52.713 4.210.000 -1.954.444 2.255.556
Geen.
Per 1-1-2025
Per 31-12-2025
Eigen vermogen
€ 75.000
€ 75.000
Vreemd vermogen
€ 5.925.000
€ 5.925.000
Resultaat
De jaarrekening kent geen resultaat omdat alle tekorten of overschotten worden aangevuld door de gemeenten.
Risico’s
Externe invloed op instroom Het aantal uitkeringsgerechtigden, hoger dan begroot, is een zeker financieel risico. Per uitkeringshuishouden gaat het om een gemiddeld bedrag per jaar van ongeveer € 21.000. Zowel landelijke als mondiale economische ontwikkelingen zijn van invloed op het werkelijke aantal uitkeringsgerechtigden. Dat geldt ook voor ontwikkelingen als de huisvesting van statushouders. Financiële onrechtmatigheid Een tweede risico dat onderkend wordt is het verstrekken van uitkeringen of delen van uitkeringen aan niet rechthebbenden, de zogeheten financiële onrechtmatigheid. Hiervoor is een AO/IC ingericht die deze risico’s voorkomt dan wel verkleint. Het onderkennen, herstellen en reageren op risico’s in de bedrijfsvoering van Ferm Werk is vast onderdeel van periodieke monitoring en verantwoording aan directie en bestuur Ferm Werk.
Verplichte kengetallen weerstandsvermogen
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Rekening 2024 1,07%
Begroting 2025 1,12%
Begroting 2026 1,12%
1,07%
1,12%
1,12%
1,24% 0,0%
1,55% 0,00%
1,55% 0,00%
Stichting Inkoopbureau Midden Nederland (IBMN) Programma Bestuur, organisatie en dekkingsmiddelen VestigingsVianen plaats Doel Het behalen van financiële, kwalitatieve en procesmatige voordelen door professionalisering van de inkoop- en aanbestedingsfunctie. Deelnemende ‘partijen’ Openbaar belang
Bodegraven-Reeuwijk, Giessenlanden, Leusden, Montfoort, Scherpenzeel, Stichtse Vecht, Vijfheerenlanden, Woudenberg, en IJsselstein. Zie doel.
Stichting Inkoopbureau Midden Nederland (IBMN) Bestuurlijk beHet bestuur bestaat uit de gemeentesecretarissen of gedelegeerden van de samenwerkende gelang meenten. Financieel belang
De kosten van de stichting worden gedekt door per deelnemer een vaste bijdrage vergoeding en een garantie omzet afname (aantal uur). Voor 2026: vaste bijdrage vergoeding aan de stichting € 11.700 + garantie afname uren 26.200 (intern doorbelast op de betreffende inkoopprojecten). Over aanvullende inzet boven de garantie uren maken de deelnemers ieder zelf afspraken met IBMN.
Evt. veranderingen in een belang Resultaat
Geen.
Risico’s
Geen verhoogd risico.
Verhouding eigen en vreemd vermogen
-
De kosten worden gedekt door de deelnemersbijdragen (vaste bijdrage vergoeding en een garantie omzet afname). Per saldo is het resultaat € 0.
Stichting Urgentieverlening West Utrecht Programma Wonen en ruimte Vestigingsplaats Woerden Doel De stichting voert namens de deelnemende gemeenten taken uit die voortvloeien uit de geldende Huisvestingsverordening. Dit betreft het beoordelen van aanvragen voor urgentieverklaringen van woningzoekenden die in het register zijn ingeschreven. De colleges van burgemeester en wethouders hebben hiervoor mandaat verleend aan de stichting. Naast het toekennen of afwijzen van urgentieverklaringen, behandelt de stichting ook eventuele bezwaar- en beroepsprocedures die hieruit voortkomen. Deelnemende De gemeenten De Ronde Venen, Lopik, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht en Woerden. ‘partijen’ Openbaar beTransparant advies geven over het toepassen van de urgentieregeling op grond van de Huisveslang tingsverordening. Bestuurlijk belang
Het algemeen bestuur van de stichting wordt gevormd door de portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten. Wethouder C.L. Jonkers is lid van het algemeen bestuur.
Financieel belang
De bijdrage voor gemeente Montfoort voor 2026 wordt op € 3.203 geraamd (€ 3.101 + 3,3% prijscompensatie).
Evt. veranderingen in een belang Resultaat Risico’s
Geen.
Verhouding eigen en vreemd vermogen
De stichting heeft geen eigen of vreemd vermogen.
Geen.
NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Programma Bestuur, organisatie en dekkingsmiddelen Vestigingsplaats ’s-Gravenhage Doel De Bank Nederlandse Gemeenten is de bank voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde financiële dienstverlening draagt de Bank Nederlandse Gemeenten bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. De strategie van de bank is gericht op het behouden van substantiële marktaandelen in het
NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Nederlands maatschappelijk domein en het handhaven van een excellente kredietwaardigheid (Triple A). De Bank Nederlandse Gemeenten keert dividend uit en levert daarmee een bijdrage aan de algemene middelen. Deelnemende partijen Openbaar belang
De staat, gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap.
Bestuurlijk belang
De gemeente heeft geen zetel in het bestuur, maar heeft als aandeelhouder wel stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders NV Bank Nederlandse Gemeenten. Wethouder Van Wikselaar is vertegenwoordiger namens de gemeente in deze vergadering.
Financieel belang
De staat is houder van de helft van de aandelen. De andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. Gemeente Montfoort bezit 12.480 aandelen à € 2,50.
Evt. veranderingen in een belang Resultaat
Geen.
Risico’s Verhouding eigen en vreemd vermogen
-
Vitens Programma Vestigingsplaats Doel
BNG is de bank van en voor overheden in instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.
Het jaar 2024 sluit met een positief resultaat van € 294 miljoen, circa 48% van de winst is als dividend uitgekeerd, te weten een dividend van € 140 miljoen. Aandeelhouders ontvangen € 2,51 dividend per aandeel. Montfoort ontvangt een bedrag van € 22.913,28.
Per 1-1-2024
Per 31-12-2024
Eigen vermogen
€ 4.721.000
€ 4.777.000
Vreemd vermogen
€ 110.819.000
€ 123.614.000
Bestuur, organisatie en dekkingsmiddelen Arnhem De uitoefening van een publiek (drink)waterbedrijf, daaronder begrepen de winning, de productie, transport, verkoop en distributie van water, alsmede het verrichten van alles wat met de publieke watervoorziening verband houdt of daaraan bevorderlijk kan zijn. Alles in de ruimste zin des woords.
Deelnemende partijen Openbaar belang Bestuurlijk belang
De aandeelhouders van Vitens zijn 105 gemeenten en 5 provincies.
Financieel belang Evt. veranderingen in een belang Resultaat
De gemeente bezit 11.861 aandelen van € 1.
Risico’s / opmerking
Gemeente Montfoort is aandeelhouder en heeft als zodanig stemrecht. Wethouder Van Wikselaar is lid van de algemene ledenvergadering.
Geen. Het netto resultaat over het boekjaar 2024 bedroeg € 34,5 miljoen. Dit bedrag is met het oog op de solvabiliteitsdoelstelling en de vereisten van de banken toegevoegd aan de reserves.
Vitens Verhouding eigen en vreemd vermogen
U-10 Programma Vestigingsplaats Doel
Eigen vermogen Vreemd vermogen
1-1-2023 € 677.700.000 € 1.559.700
31-12-2023 € 713.600.000 € 1.395.700
Bestuur, organisatie en dekkingsmiddelen Diversen U10 is de netwerkorganisatie waarin 16 gemeenten in de regio Utrecht samenwerken als antwoord op grote maatschappelijke thema’s en uitdagingen. Doel van de samenwerking is dat, via regionale aanpak, regio Utrecht een aantrekkelijke vestigingsplaats blijft voor inwoners en bedrijven en er gezond kan worden geleefd in deze regio. Daartoe wordt samengewerkt aan regionale aanpak van uitdagingen op het gebied van woningbouw, mobiliteit, economie, energietransitie, groen en landschap en gezond leven.
Deelnemende partijen
De gemeentebesturen van Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist zijn lid van de U10. Het is een flexibele netwerksamenwerking waarbij de gemeenten niet allemaal even intensief deelnemen op alle thema’s.
Openbaar belang
De U10 is een netwerksamenwerking die op basis van een breed gedragen perspectief en programma (REP, IRP) gemeenschappelijk de diverse vraagstukken van de regio Utrecht aanpakt, waaronder de verstedelijkings-, vergroenings- en mobiliteitsvraagstukken. De strategie van de U10 is hierbij om van de regio Utrecht een ontmoetingsplaats te maken voor gezond leven in een stedelijke regio.
Bestuurlijk belang
De U10 kent geen dagelijks of algemeen bestuur. Het is een ‘lichte’ samenwerking op basis van een bestuursconvenant. Leden van het college nemen op basis van hun portefeuille deel aan de regionale bestuurstafels. Portefeuillehouders per bestuurstafel: • Economie: wethouder Jonkers • Mobiliteit: wethouder Jonkers • Groen & Landschap: wethouder Van Wikselaar • Klimaat/energie: wethouder Van Wikselaar • Wonen: wethouder Jonkers en wethouder Van de Poll (doelgroepen huisvesting)
Financieel belang
Het bedrag per inwoner wordt vanwege de inflatie en de loonstijgingen volgend jaar met 4,1% verhoogd. De totale bijdrage aan het Samenwerkingsconvenant komt daarmee voor de gemeente Montfoort voor 2026 op een bedrag van € 19.844. De totale bijdrage aan het mobiliteitsconvenant bedraagt voor 2026 € 5.412. De financiële bijdrage voor de uitvoering van het Integraal Ruimtelijk Perspectief is voor 2026 geraamd op € 11.250.
Evt. veranderingen in een belang
Gemeente Montfoort is onlosmakelijk onderdeel van de stedelijke regio Utrecht als het gaat om wonen, verplaatsen, werken en leven. Daarom is het in het belang van gemeente Montfoort om in regionaal verband te werken aan een gezonde, slimme en groene regio. Dat gebeurt aan bestuurstafels in het bestuurlijk netwerk U10.
Resultaat
De U10 richt zich vanaf 2023 op het opstellen van een uitvoeringsplan Integraal Ruimtelijk programma, waaronder een aanpak voor vitale kernen, met een tijdshorizon tot aan 2040. In het programma worden doelstellingen en acties opgenomen voor de regionale uitdagingen op het gebied van wonen, werken, bereikbaarheid, klimaatneutraal (o.a. energietransitie), groen en landschap.
Risico’s / opmerking
De netwerksamenwerking drijft op de inzet van de deelnemers en de urgentie van de onderwerpen. Als de deelnemers zich niet inzetten (bijvoorbeeld omdat ze het belang er niet van inzien) is het rendement nihil.
K80 Programma
Bestuur, organisatie en dekkingsmiddelen
K80 Vestigingsplaats Doel
Diversen Het netwerk van de K80 heeft twee doelen. Ten eerste het bundelen van de belangen van kleine gemeenten in Nederland en deze voor het voetlicht te brengen bij andere partijen zoals de VNG en bij het ministerie van BZK. Voor de korte termijn is er met name aandacht voor de thema’s gemeentefinanciën en het breder bekend laten zijn van de kracht van kleine gemeenten op rijksniveau. Ten tweede biedt de K80 een platform voor kennis- en ervaringsuitwisseling, ontmoeting op bestuurlijk en ambtelijk niveau.
Deelnemende partijen
Bijna zestig gemeenten, die allen minder dan 25.000 inwoners hebben, nemen deel in het netwerk.
Openbaar belang
Beter belangenbehartiging en kennisuitwisseling draagt bij aan het behouden van de kracht van kleine(re) gemeenschappen en onze kwaliteit van dienstverlening.
Bestuurlijk belang Financieel belang
Burgemeester Van Hartskamp-de Jong is lid van het algemeen bestuur van de K80.
Evt. veranderingen in een belang Resultaat
n.v.t.
Risico’s / opmerking
De K80 is begin 2022 opgericht, waardoor haar positie in het bestuurlijk speelveld binnen de VNG en bij het departement nog in ontwikkeling is.
De jaarlijkse bijdrage was in 2025 vastgesteld op € 2.200. Voor 2026 wordt uitgegaan van het bedrag van 2025 inclusief inflatie van 3,3%: € 2.273.
Een betere behartiging van de belangen van de kleinere gemeenten in Nederland.
Portefeuillehouder: W. van Wikselaar Eind 2023 is de nota “Actualisatie nota grondbeleid 2023” door de raad vastgesteld. Op grond van dat beleid wordt per geval en locatie - afhankelijk van de specifieke omstandigheden - de strategische keuze gemaakt of actief of faciliterend grondbeleid wordt gevoerd. Dit biedt voldoende ruimte voor maatwerk en afweging per locatie, zo wordt navolgend meer toegelicht.
Het grondbeleid van gemeente Montfoort heeft tot doel de maatschappelijk gewenste ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken door middel van aankoop, exploitatie en uitgifte van gronden (actief), dan wel door medewerking te verlenen aan de ontwikkeling van plannen door private partijen (facilitair). Het grondbeleid levert daarmee een bijdrage aan doelen met een ruimtelijke dimensie en gewenste veranderingen voor verschillende functies zoals wonen, werken, groen, verkeer, enzovoorts. Daarbij zijn een goede prijs/kwaliteit, efficiency, tijdigheid en optimaal financieel economisch rendement mede doelstellingen van het grondbeleid, evenals het mogelijk genereren van extra inkomsten het uitgangspunt.
De gemeente kan binnen haar grondbeleid op de grondmarkt gebruik maken van de privaatrechtelijke instrumenten die elke rechtspersoon tot zijn beschikking heeft zoals aan- en verkoop, grondruil en erfpacht. Daarboven heeft de gemeente ook nog specifieke publiekrechtelijke instrumenten die zij kan inzetten op de grondmarkt. De meest bekende daarvan zijn onteigening en de vestiging van een voorkeursrecht (Wet voorkeursrecht gemeenten Wvg). Daarnaast kan de gemeente bij particuliere ontwikkelingen de kosten van onder andere gemeentelijke inzet, voorbereiding en openbare voorzieningen verhalen. De meest bekende daarvan zijn de anterieure en posterieure overeenkomst en het exploitatieplan.
Grondverkoop, onder toepassing van de grondprijsbrief, gebeurt onder de volgende basisprincipes: • Marktconformiteit: Bij grondverkoop streeft de gemeente naar een grondprijs die een goede afspiegeling vormt van de waardering vanuit de markt met inachtneming van de eigenschappen van het perceel en de omstandigheden van de transactie. • Consistentie: De handelswijze van de gemeente is consequent waarbij grondprijzen stelselmatig op eenzelfde wijze en volgens een gelijk principe worden vastgesteld. • Transparantie: Grondprijzen zijn afhankelijk van de locatie en eigenschappen van het perceel en worden vaak situationeel bepaald. Hierin hanteert de gemeente hierin een open en transparante handelswijze.
Het oppakken van het grondbeleid vindt plaats met instrumenten die kunnen worden ondergebracht onder actief grondbeleid of onder faciliterend grondbeleid. Met actief grondbeleid verwerft de gemeente zelf grond, maakt bouwrijp en geeft de gronden vervolgens weer uit. Met faciliterend grondbeleid reageert de gemeente op particuliere initiatieven zonder zelf de beschikkingsmacht over het onroerend goed (grond) te hebben. De gemeente beperkt zich hierbij tot het uitvoeren van haar taken die inherent zijn aan haar publiekrechtelijke positie, het realiseren van basisvoorzieningen zoals wegen en nutsvoorzieningen. De gemeente stelt voorwaarden aan de particuliere ontwikkelingen door het bestemmingsplan, een beeldkwaliteitsplan en bijvoorbeeld Woonvisie. De kosten van de verschillende openbare voorzieningen worden onder faciliterend grondbeleid in regel verhaald door middel van een te sluiten exploitatieovereenkomst.
De raad heeft in het vastgestelde beleid aangegeven niet uitsluitend te kiezen voor actief of faciliterend grondbeleid. Per geval wordt beoordeeld welke vorm van grondbeleid of welke samenwerkingsvorm wordt gekozen (“Regie voeren door te faciliteren waar het kan en te acteren waar het moet"). Overigens wordt vooralsnog, mede gelet op de beheersing van financiële risico’s, bewust voor gekozen om de bij actief grondbeleid behorende risico’s extern te beleggen. De Omgevingsvisie 2021, de woonvisie en de woningbouwagenda formuleren de grootste ruimtelijk ontwikkelingen voor gemeente Montfoort. Bij de realisatie daarvan wordt per situatie de vorm van samenwerking of grondbeleid bepaald. Het merendeel van de gronden waarop ontwikkeling is voorzien zijn geen gemeentelijk bezit en zal de gemeente vooral een faciliterende rol innemen. In het kader van realisatie van de woningbouwagenda is door de raad in 2021 op drie terreinen een voorkeursrecht gevestigd, deze zijn in 2024 verlopen.
Ten behoeve van de uitbreiding van bedrijventerrein Heeswijk en op het onderzoeksgebied voor windenergie is medio 2023 ook het voorkeursrecht gevestigd.
In 2026 zijn er enkele ontwikkellocaties in beeld, waarvan er één de potentie heeft om zich te gaan ontwikkelen tot een actieve grondexploitatie. Echter, dit hangt af van allerlei ontwikkelingen en dat maakt het enigszins onzeker. Daarnaast wordt voor het verloop van de projecten en de verwachting voor 2026 en verder verwezen naar het programma Wonen en ruimte.
In juli 2019 is door de commissie BBV een nieuwe Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2019) gepubliceerd. De notitie bevat voornamelijk verduidelijkingen en geen verzwaringen. Met deze notitie komen alle voorgaande notities die betrekking hebben op dit onderwerp te vervallen. De grondexploitaties van de gemeente Montfoort zijn en worden overeenkomstig deze nieuwe notitie opgesteld. Uitgangspunt bij tussentijdse winstneming De winsten uit de grondexploitaties worden genomen op het moment dat hierover voldoende zekerheid bestaat. Daarbij wordt de ‘percentage of completion’-methodiek gebruikt om te bepalen wat de te realiseren winstneming moet zijn. Risicobeheersing Bij projecten wordt in alle fasen actief gestuurd op de risico’s om deze zoveel mogelijk risico’s te vermijden/beheersbaar te houden. Er wordt een MPG opgesteld behorende bij de rekening. Er zijn verschillende vormen van risico’s die ook verschillend verwerkt worden. 1. Wanneer risico’s voorzienbaar zijn worden deze binnen de grondexploitaties opgenomen. 2. Wanneer een negatief resultaat voorzien wordt, moet dit 1 op 1 gereserveerd worden in een voorziening negatief resultaat. 3. Over alle projecten worden planrisico’s en conjuncturele risico’s berekend. Deze risico’s worden gereserveerd in de bestemmingsreserve grondbedrijfsfunctie. Op dit moment zijn er geen projecten in exploitatie.
Portefeuillehouder: W. van Wikselaar Gemeente Montfoort kent, volgens de subsidieverordening, incidentele en structurele subsidies. De ingediende structurele subsidieaanvragen worden opgenomen in een jaarlijks subsidieoverzicht. Het subsidieoverzicht bestaat uit het geheel van voorstellen dat het college uitbrengt aan de raad over de ingediende structurele subsidieaanvragen. Incidentele subsidieaanvragen kunnen worden toegekend tot aan het subsidieplafond. Op subsidies is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De wettelijke grondslag is uitgewerkt in de Algemene Subsidieverordening gemeente Montfoort 2016. Daarnaast heeft de raad het subsidiebeleid 2013-2017 vastgesteld. In het subsidiebeleid staat voor welke activiteiten de raad subsidie beschikbaar wil stellen binnen het beschikbare subsidieplafond. Het subsidieplafond is het bedrag dat gedurende een bepaalde periode ten hoogste beschikbaar is voor de toekenning van subsidies. De raad stelt eenmaal per jaar een subsidieplafond vast op voorstel van het college. De vaststelling van de subsidieplafonds voor de betreffende begrotingsprogramma’s vindt plaats in november met het vaststellen van de begroting voor het volgende kalenderjaar. Bijstelling van de plafonds kan via de voor- en najaarsrapportage lopen. Er is een start gemaakt met het actualiseren van het Subsidiebeleid- en verordening.
Deze zijn verouderd en sluiten niet meer aan op de gemeentelijke visie en doelstellingen. Het rekenkamer-onderzoek van 2025 heeft aanbevelingen gedaan die zullen worden meegenomen in de actualisering. Het geactualiseerde subsidiebeleid en de subsidieverordening worden nog in 2025 aan de raad aangeboden. De subsidieplafonds per programma voor 2026 zijn: Programma Bestuur en organisatie Openbare orde en veiligheid Wonen en ruimte Onderwijs, sport en cultuur Inkomen, jeugd en Wmo Totaal
€
Subsidieplafond 2026 €0 €0 € 252.917 € 422.184 € 2.520.976 3.196.077
De begroting 2026 met meerjarenraming 2027-2029 is opgesteld binnen de bestaande beleidsmatige en financiële kaders. Verder zijn voor de samenstelling de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Bestaand beleid begroting 2025 voor jaarschijf 2026 - 2029 inclusief wijzigingen t/m juli 2025; • Meicirculaire Gemeentefonds 2025; • Loonsom toegestane formatie per 1 mei 2025 / CAO; • Materiële budgetten zijn niet geïndexeerd.
Rekening 2024
Begroting 2025 na wijziging
Begroting 2026
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
1. Bestuur en organisatie
2.619.497
598.059
-2.021.437
2.655.283
1.289.457
-1.365.826
2.229.621
578.447
-1.651.174
2. Openbare orde en veiligheid
1.610.412
57.158
-1.553.254
1.594.023
55.522
-1.538.501
1.629.345
57.354
-1.571.991
3. Wonen en ruimte
10.915.523
5.449.942
-5.465.581
11.415.771
5.086.411
-6.329.360
10.715.774
5.696.793
-5.018.981
4. Onderwijs, sport en cultuur
3.327.541
752.594
-2.574.947
3.789.678
1.026.889
-2.762.789
3.638.456
726.504
-2.911.952
5. Inkomen, jeugd en Wmo
13.419.294
4.327.305
-9.091.989
14.292.016
3.102.480
-11.189.536
14.926.756
2.376.580
-12.550.176
Totaal
31.892.266
11.185.058
-20.707.208
33.746.771
10.560.759
-23.186.012
33.139.952
9.435.678
-23.704.274
241.813
28.101.653
27.859.840
-416.955
28.444.403
28.861.358
-259.924
29.515.251
29.775.175
6.569.156
302.570
-6.266.586
5.865.209
373.092
-5.492.117
6.206.190
380.289
-5.825.901
Heffing vennootschapsbelasting
-17.427
0
17.427
0
0
0
0
0
0
Onvoorzien
21.101
0
-21.101
50.000
0
-50.000
50.000
0
-50.000
38.706.910
39.589.281
882.371
39.245.025
39.378.254
133.229
39.136.218
39.331.218
195.000
Programma's
Algemene dekkingsmiddelen Overhead
Resutaat voor toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Waarvan incidenteel
1.651.380
2.716.361
1.064.981
2.156.864
2.472.909
316.045
1.081.805
865.215
-216.590
Waarvan structureel
37.055.530
36.872.920
-182.610
37.088.161
36.905.345
-182.816
38.054.413
38.466.003
411.590
Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma 1. Bestuur en organisatie 0 30.452
0
30.452
0
300.000
300.000
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
3. Wonen en ruimte
923.989
1.170.166
246.177
503.575
1.278.684
775.109
506.500
556.970
50.470
4. Onderwijs, sport en cultuur
686.667
686.667
0
2.972
55.796
52.824
60.640
0
-60.640
5. Inkomen, jeugd en WMO
450.000
549.334
99.334
0
225.877
225.877
0
0
0
6. Overhead
0
0
0
0
62.680
62.680
0
0
0
7. Algemene dekkingsmiddelen
0
49.192
49.192
583.665
0
-583.665
0
0
0
2.060.656
2.485.811
425.155
1.090.212
1.923.037
832.825
567.140
556.970
-10.170
553.989
605.344
51.355
583.665
1.822.177
1.238.512
567.140
500.000
-67.140
506.667
1.600
-505.067
506.547
100.860
-405.687
0
56.970
56.970
Resutaat na toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
40.767.566
42.075.092
1.307.526
40.335.237
41.301.291
966.054
39.703.358
39.888.188
184.830
Structureel begrotingssaldo
37.562.197
36.874.520
-687.677
37.594.708
37.006.205
-588.503
38.054.413
38.522.973
468.560
2. Openbare orde en veiligheid
Totaal Waarvan incidenteel Waarvan structureel
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
2.220.084
578.447
-1.641.637
2.224.270
578.447
-1.645.823
2.218.458
578.447
-1.640.011
1.638.090
57.354
-1.580.736
1.636.834
57.354
-1.579.480
1.635.579
57.354
-1.578.225
10.987.809
5.603.014
-5.384.795
11.004.260
5.477.014
-5.527.246
11.054.308
5.470.014
-5.584.294
3.901.189
684.262
-3.216.927
3.402.239
689.386
-2.712.853
3.898.030
861.717
-3.036.313
14.555.427
2.024.444
-12.530.983
14.008.101
2.024.444
-11.983.657
14.035.846
2.024.444
-12.011.402
33.302.599
8.947.521
-24.355.078
32.275.704
8.826.645
-23.449.059
32.842.221
8.991.976
-23.850.245
128.642
29.424.536
29.295.894
410.236
28.929.407
28.519.171
386.798 29.173.887
28.787.089
6.167.411
380.289
-5.787.122
5.956.236
380.289
-5.575.947
5.950.911
380.289
-5.570.622
0
0
0
0
0
0
0
0
0
50.000
0
-50.000
50.000
0
-50.000
50.000
0
-50.000
39.648.652
38.752.346
-896.306
38.692.176
38.136.341
-555.835
39.229.930 38.546.152
-683.778
1.189.700
445.300
-744.400
445.300
445.300
0
38.458.952
38.307.046
-151.906
38.246.876
37.691.041
-555.835
0
0
0
0
0
0
0
0
506.500
559.764
53.264
506.500
559.764
53.264
506.500
559.764
53.264
64.803
539.000
474.197
69.192
0
-69.192
0
111.474
111.474
445.300
445.300
0
38.784.630 38.100.852
-683.778
0 0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
571.303
1.098.764
527.461
575.692
559.764
-15.928
506.500
671.238
164.738
571.303
1.039.000
467.697
575.692
500.000
-75.692
506.500
611.474
104.974
0
59.764
59.764
0
59.764
59.764
0
59.764
59.764
40.219.955
39.851.110
-368.845
39.267.868
38.696.105
-571.763
39.736.430 39.217.390
-519.040
38.458.952
38.366.810
-92.142
38.246.876
37.750.805
-496.071
38.784.630 38.160.616
-624.014
ACTIVA Vaste activa Immateriële vaste activa Materiele activa Financiele activa Subtotaal vaste activa Vlottende activa Voorraden Subtotaal voorraden Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Subtotaal uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Liquide middelen Liquide middelen Subtotaal liquide middelen Overlopende vlottende activa Vlottende activa Subtotaal overlopende vlottende activa TOTAAL ACTIVA
PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen Algmene reserves Bestemmingsreserves Nog te bestemmen resultaat Subtotaal eigen vermogen Voorzieningen Voorzieningen Subtotaal voorzieningen Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar Subtotaal vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar Vlottende passiva Netto vlottende schulen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Subtotaal vlottende passiva Overlopende passiva Overlopende passiva Subtotaal overlopende passiva TOTAAL PASSIVA Gewaarborgde geldleningen (x € 1.000)
31-12-2025
31-12-2026
78 52.666 153
31-12-2027
78 52.303 140 52.897
0
78 54.003 126 52.521
0
3.928
5.403 3.684 0
2.083
2.083 2.083 60.256
2.083 63.962
31-12-2028
5.403 3.694 0
4.864 3.706 0
4.864 3.721 0
9.097
8.569 9.427
9.353 32.429
32.867
9.517
34.569
3.207
9.517 38.170
34.569 3.207
3.207 4.484
8.585
9.427
32.429
3.207 4.484
37
31-12-2027
9.353
3.207
37
31-12-2026
9.301 32.867
3.928
37
2.083 58.569
9.086 9.301
3.928
37
2.083
0
3.928
37
2.083 58.945
31-12-2025
0
3.928
37
57.914
0
3.928
37 2.083
54.208
0
3.928 37
78 57.724 112
0
0 3.928
31-12-2028
38.170 3.207
3.207 4.484
3.207 4.484
4.484 58.945
4.484 58.569
4.484 60.255
4.484 63.963
27.062
27.062
27.062
27.062
Onder deze arbeidsrechtelijke verplichtingen worden de aanspraken verstaan op toekomstige uitkeringen door het huidige dan wel voormalige personeel. Feitelijk heeft de gemeente een schuld aan hen. Oorspronkelijk was het de bedoeling om het verplicht te stellen voorzieningen te treffen voor deze arbeidskosten gerelateerde verplichtingen, zoals wachtgeldpremies en vakantiegeld. In het BBV is ervoor gekozen om het treffen van deze voorzieningen niet verplicht te stellen, omdat het geen nuttige toevoeging is en door het opnemen van deze verplichtingen in zowel de begroting, de meerjarenraming als op de balans, het inzicht voor de raad niet wordt vergroot. Daarnaast is het zo dat de onderhavige verplichtingen in de begroting en de meerjarenraming worden meegenomen. Dit biedt voldoende garantie omdat de lasten ieder jaar globaal vergelijkbaar zijn. Om uniformiteit te bereiken is het uiteindelijk niet toegestaan om de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume als voorziening op te nemen. Om wel het benodigde inzicht te verkrijgen, is de eis gesteld om deze verplichtingen in de toelichting op de financiële positie op te nemen. In dit onderdeel zullen de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden toegelicht.
Hieronder vallen de volgende uitkeringen: Werkloosheidswet Als opvolger van de wachtgeldregeling is voor ambtenaren de Werkloosheidswet van toepassing geworden, waarbij de uitvoering geschiedt door het UWV. De door het UWV betaalde werkloosheidsuitkering wordt bij de gemeente in rekening gebracht.
In de CAO Gemeenten is opgenomen dat medewerkers die twee jaar eerder met pensioen gaan en aan de gestelde voorwaarden voldoen, een RVU ontvangen ten laste van de werkgever. Ons personeelsbestand overziend zullen er naar verwachting drie personeelsleden per jaar gebruik van maken. Hiervoor is structureel € 45.000 in de begroting opgenomen.
Het gaat hierbij om verplichtingen aan wethouders die ontslagen zijn, dan wel wethouders die aan het einde van hun ambtstermijn (nog) geen andere werkrelatie hebben. De wachtgeldregeling wordt door een derde uitgevoerd. De verplichtingen voor het betreffende jaar worden rechtstreeks ten laste van de exploitatie gebracht en werken door in de meerjarenraming (indien van toepassing). In de begroting 2026 is hiermee nog geen rekening gehouden.
Om de huidige verplichtingen ten aanzien van de wethouder pensioenen te waarborgen dienen we een voorziening in de begroting op te nemen. Vanuit deze voorziening worden de pensioenverplichtingen voldaan. De omvang van de voorziening is per 1 januari 2025 € 1.366.000 (afgerond). Jaarlijks wordt door een gespecialiseerde actuaris de benodigde omvang van de voorziening beoordeeld. Waar nodig wordt dan een voorstel gedaan voor aanvulling, dan wel valt er een bedrag vrij. In de begroting is opgenomen dat de dotatie in 2026 € 100.000 bedraagt.
Het wetsvoorstel toekomst pensioenen (Wtp) regelt dat alle pensioenen van politieke ambtsdragers zoals wethouders (tot nu toe geregeld via de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers, Appa), overgeheveld worden naar het nieuwe pensioenstelsel en ondergebracht worden bij pensioenfonds ABP. De wet treedt in werking per 1 januari 2026. De reeds opgebouwde pensioenrechten worden via een collectieve waardeoverdracht overgedragen aan ABP. Deze transitie heeft een looptijd van twee jaar (2026-2027). Vanaf 1 januari 2028 betaalt de gemeente premies aan het ABP voor de pensioenopbouw van (oud-wethouders). Daarmee komt een einde aan de huidige systematiek waarbij de gemeente de pensioenuitkeringen uit de begroting (voorziening) betaalt.
Reserves
1-1-2026
1-1-2027
1-1-2028
1-1-2029
1-1-2030
Algemene reserve
5.402.595
5.402.595
4.863.595
4.863.595
4.863.595
Totaal Algemene reserve
5.402.595
5.402.595
4.863.595
4.863.595
4.863.595
Parkeerfonds
184.389
190.889
197.389
203.889
210.389
Volkshuisvesting
60.384
60.384
60.384
60.384
60.384
Sociaal domein
450.536
450.536
450.536
450.536
450.536
Groot onderhoud wegen
570.688
570.688
570.688
570.688
570.688
Groot onderhoud kunstwerken/bruggen
10.943
10.943
10.943
10.943
10.943
Speelplaatsen/-terreinen
90.860
90.860
90.860
90.860
90.860
Bomen
14.578
14.578
14.578
14.578
14.578
Tractie
57.463
57.463
57.463
57.463
57.463
Buitensportaccommodaties
182.972
243.612
308.415
377.607
266.133
IJsselveld
250.000
250.000
250.000
250.000
250.000
0
0
0
0
0
39.987
39.987
39.987
39.987
39.987
Bestemmings- en egalisatiereserves
Duurzaamheid en energie Mobiliteitsplan en uitvoeringsagenda binnenstad Toekomstbestendig beheer
318.887
318.887
318.887
318.887
318.887
Dekking kapitaallasten
1.452.167
1.395.197
1.335.433
1.275.669
1.215.905
Totaal Bestemmings en egalisatiereserves
3.683.853
3.694.023
3.705.562
3.721.490
3.556.752
Totaal Reserves
9.086.448
9.096.618
8.569.157
8.585.085
8.420.347
Mutaties reserves begroting 2026
program
2027
2028
2029
2030
3
539.000
3
6.500
6.500
6.500
6.500
4
60.640
64.803
69.192
-111.474
7
-56.970
-59.764
-59.764
-59.764
Onttrekking ivm groot onderhoud wegen
3
-500.000
-500.000
-500.000
-500.000
Jaarlijkse storting conform beheerplan
3
500.000
500.000
500.000
500.000
549.170
11.539
15.928
-164.738
Algemene reserve: Eenmalige onttrekking AR Parkeerfonds: Jaarlijkse storting Buitensportaccommodaties: Saldo buitensportaccommodaties Dekking kapitaallasten: Onttrekking tbv krediet parkeervakken Heeswijkerpoort, parkeervakken Julianalaan, hockeyaccommodatie, Rapijnen Groot onderhoud wegen:
Totaal mutaties reserves
Voorzieningen
1-1-2026
1-1-2027
1-1-2028
1-1-2029
1-1-2030
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Pensioenen voormalige bestuurders
1.465.951
1.565.951
1.665.951
1.765.951
1.865.951
Verlofsparen
111.000
111.000
111.000
111.000
111.000
Bovenwettelijk verlof
67.000
67.000
67.000
67.000
67.000
Regeling RVU
186.244
231.244
276.244
321.244
366.244
1.830.195
1.975.195
2.120.195
2.265.195
2.410.195
Groot onderhoud gemeentelijke gebouwen
196.577
188.910
189.800
122.512
198.608
Totaal Egalisatievoorzieningen
196.577
188.910
189.800
122.512
198.608
Totaal Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Egalisatievoorzieningen
Van derden verk regen middelen die specifiek besteed moeten worden Graven
314.770
229.770
157.370
169.970
182.570
Riolering
6.511.115
6.511.115
6.511.115
6.511.115
6.511.115
Afval
339.021
339.021
339.021
339.021
339.021
Ondernemersfonds t.b.v. maatschappelijk vastgoed
109.128
109.128
109.128
109.128
109.128
Totaal Bestemmings en egalisatievoorzieningen
7.274.034
7.189.034
7.116.634
7.129.234
7.141.834
Totaal Voorzieningen
9.300.805
9.353.138
9.426.628
9.516.940
9.750.636
Reeds beschikbaar gesteld: Omschrijving WRP 2026 - Ontkoppelen hemelwater persleidingen buitengebied WRP 2026 - Schoolstraat fase 2 WRP 2026 - Moderniseren riolering Burggrf. Zwederlaan fase 2 WRP 2026 - Vervangen riolering ouder dan 60 jaar WRP 2026 - Klimaatadaptatie WRP 2026 - Gemalen (mechanisch en elektrisch) WRP 2027 - Investeringen WRP 2028 - Investeringen WRP 2029 - Investeringen
Programma 3 3 3 3 3 3 3 3 3
WRP 2025 - 2029 WRP 2025 - 2029 WRP 2025 - 2029 WRP 2025 - 2029 WRP 2025 - 2029 WRP 2025 - 2029 WRP 2025 - 2029 WRP 2025 - 2029 WRP 2025 - 2029
Nieuwe investeringen Kasteel Montfoort vervangen lift Oude Stadshuis vervangen lift Nieuwe discussieposten Raadszaal Overige deel korte Linschoten - Engherzandweg - Raadshuisstraat Totaal
1 1 1 3
-
€ € € € € €
2026 104.000 210.000 953.000 200.000 100.000 181.000
Investering per boekjaar 2027 2028
Jaar gereed 2026 2026 2026 2026 2026 2026 € 1.591.000 2027 € 2.078.000 2028 € 2.421.000 2029
€ 42.018 € 30.164 € 55.000 € 426.000 € 553.182 €
2029
2026 2026 2026 2026 -
€
-
€
-
Kapitaallasten per boekjaar 2027 2028 2029 € 3.640 € 3.609 € 3.578 € 7.350 € 7.287 € 7.224 € 33.355 € 33.069 € 32.783 € 7.000 € 6.940 € 6.880 € 3.500 € 3.470 € 3.440 € 14.782 € 14.601 € 14.420 € 55.685 € 55.208 € 72.730 -
2026 -
€
-
€ € € € €
3.431 € 2.463 € 6.325 € 17.040 € 29.259 €
3.389 € 3.347 2.433 € 2.403 6.243 € 6.160 16.880 € 16.721 28.945 € 28.631
Nadere toelichting, in dit meerjarenoverzicht is onderscheid gemaakt in: de nieuwe investeringen voor 2026, die ter vaststelling zijn voorgelegd; de overige (bovenstaande) investeringen worden ook getoond, omdat die eveneens in 2026 en verder in beeld komen, om meerjarig inzicht te geven. Echter deze zijn reeds bij eerdere begrotingen vastgesteld (en zodoende niet van invloed op het begrotingssaldo 2026).
Indicator
Taakveld
Naam Indicator
1.
0. Bestuur en ondersteuning
Formatie
2.
0. Bestuur en ondersteuning
Bezetting
3.
0. Bestuur en ondersteuning
Apparaatskosten
4.
0. Bestuur en ondersteuning
Externe inhuur
5.
0. Bestuur en ondersteuning
Overhead
Indicator
Taakveld 1. Veiligheid
Verwijzingen Halt
7.
1. Veiligheid
Harde kern jongeren
8.
1. Veiligheid
Winkeldiefstallen
9.
1. Veiligheid
Geweldsmisdrijven
10.
1. Veiligheid
Diefstallen uit woning
1. Veiligheid
Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte)
Indicator
Taakveld
Eenheid Aantal per 1.000 jongeren Aantal per 10.000 inwoners Aantal per 1.000 inwoners Aantal per 1.000 inwoners Aantal per 1.000 inwoners Aantal per 1.000 inwoners
Naam Indicator
12.
2. Verkeer en vervoer
13.
2. Verkeer en vervoer
14.
3. Economie
Ziekenhuisopname na verkeersongeval met een motorvoertuig Overige vervoersongevallen met een gewonde fietser Functiemenging
15.
3. Economie
Bruto Gemeentelijk Product
16.
3. Economie
Vestigingen (van bedrijven)
33.
7. Volksgezondheid en Milieu
34. 35.
7. Volksgezondheid en Milieu 8. Vhrosv
Omvang huishoudelijk restafval Hernieuwbare elektriciteit Gemiddelde WOZ waarde
36.
8. Vhrosv
Nieuw gebouwde woningen
37.
8. Vhrosv
38.
8. Vhrosv
39.
8. Vhrosv
Demografische druk Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
Bron
Fte per 1.000 Eigen gegevens inwoners Fte per 1.000 Eigen gegevens inwoners Kosten per inwoner Eigen gegevens Kosten als % van totale loonsom + Eigen gegevens totale kosten inhuur externen % van totale lasten Eigen gegevens
Naam Indicator
6.
11.
Eenheid
Bron Bureau Halt
Montfoort Nederland
Jaar
6,61
-
2024
6,40
-
2024
€ 774,02
-
2024
21,60%
-
2024
19,20%
-
2024
Montfoort Nederland
Jaar
4
9 2024
KLPD
vervallen
CBS
0,4
2,2 2024
CBS
2,2
4,3 2024
CBS
0,7
1,2 2024
CBS
1,8
5,7 2024
Eenheid
Bron
vervallen
Montfoort Nederland
Jaar
%
VeiligheidNL
vervallen
vervallen
%
VeiligheidNL
vervallen
vervallen
% Verhouding tussen verwacht en gemeten product Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 t/m 64 jaar
LISA
Kg/inwoner
CBS
159
148 2023
% Duizend euro
38,7 479
32,5 2022 398 2025
1,2
8,4 2024
%
RWS CBS Basisregistratie adressen en gebouwen CBS
80
70,7 2025
In Euro’s
COELO
1.148
957 2025
In Euro’s
COELO
1.302
1050 2025
Aantal per 1.000 woningen
Atlas voor Gemeenten
LISA
54 vervallen
195,4
54,2 2023 vervallen
181,8 2023
Indicator
Taakveld
Naam Indicator
5. Sport, cultuur en recreatie
Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (vsvers) Niet sporters
Aantal per 1.000 leerlingen Aantal per 1.000 leerlingen % deelnemers aan het VO en MBO onderwijs %
Taakveld
Naam Indicator
Eenheid
17.
4. Onderwijs
Absoluut verzuim
18.
4. Onderwijs
Relatief verzuim
19.
4. Onderwijs
20.
Indicator
Eenheid
21.
6. Sociaal domein
22.
6. Sociaal domein
23.
6. Sociaal domein
24.
6. Sociaal domein
25.
6. Sociaal domein
26.
6. Sociaal domein
27.
6. Sociaal domein
28.
6. Sociaal domein
29.
6. Sociaal domein
30.
6. Sociaal domein
31.
6. Sociaal domein
32.
6. Sociaal domein
Bron
Montfoort Nederland
Jaar
DUO
0
4,2 2022
DUO
7
28 2024
Ingrado
1,2
2,3 2024
RIVM
vervallen
Bron
Aantal per 1.000 Banen inwoners in de LISA leeftijd 15 – 64 jaar Verwey Jonker Jongeren met een delict voor % 12 t/m 21 jarigen Instituut – Kinderen de rechter in Tel Verwey Jonker % kinderen tot 18 Kinderen in uitkeringsgezin Instituut – Kinderen jaar in Tel % van de werkzame Netto arbeidsparticipatie beroepsbevolking CBS ten opzichte van de beroepsbevolking Verwey Jonker Achterstandsleerlingen % 4 t/m 12 jarigen Instituut – Kinderen in Tel Verwey Jonker Werkloze jongeren % 16 t/m 22 jarigen Instituut – Kinderen in Tel Personen met een Aantal per 10.000 CBS bijstandsuitkering inwoners Aantal per 10.000 Lopende reinwoners van 15 – CBS integratievoorzieningen 64 jaar % van alle jongeren Jongeren met jeugdhulp CBS tot 18 jaar Jongeren met % van alle jongeren CBS jeugdbescherming tot 18 jaar Jongeren met % van alle jongeren CBS jeugdreclassering van 12 tot 23 jaar Cliënten met een Aantal per 10.000 GMSD maatwerkarrangement Wmo inwoners
vervallen
Montfoort Nederland
Jaar
779,3
836,6 2023
1
1 2023
3
6 2023
77,6
73,2 2024
vervallen
vervallen
1
2 2023
117,3
343,6 2024
161
203,1 2024
9,5
13,7 2024
0,4
1 2024
n.b.
0,4 2024
420
700 2023
De incidentele baten en lasten bestaan uit posten die naar zijn aard geen terugkerend karakter hebben. Veruit de meeste begrotingsposten zijn structureel van aard. Dit geldt niet voor reserve mutaties, die zijn in beginsel incidenteel van aard. Uitzondering hierop vormen bestemmingsreserves die bedoeld zijn om kapitaallasten in de exploitatie te dekken. In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in welke incidentele middelen in de begroting zijn opgenomen. Om onnodige complexiteit te voorkomen wordt - in lijn met de richtlijnen van de commissie BBV - een grensbedrag gehanteerd van € 50.000.
Overzicht incidentele baten en lasten 2026-2029 Progr. Omschrijving Incidentele lasten: div. Mutaties reserves 1 Raad en raadscommissies 3 Overige economische aangelegenheden 3 IJsselveld (afschrijving woonunits t/m 2029) 3 Energietransitie 4 Dorpshuis de Geusplein 4 Openbaar bibliotheekwerk 5 Algemene voorzieningen Jeugd 5 Gezondheidszorg 5 Alg. samenkracht en burgerparticipatie 5 Sociaal team 6 Inhuur Totaal incidentele lasten Incidentele baten: Mutaties reserves div. Normvergoeding opvang oekrainers 2026 (dekking inhuur 2026) 1 Normvergoeding opvang oekrainers 2026 (dekking IJsselveld) 3 Bijzonder onderwijs (huur Yellow Bellies) 4 Energietransitie 3 Sociaal team 5 Gezondheidszorg 5 Totaal incidentele baten Saldo incidentele lasten en baten
Jaar 2026 567.140 7.062 20.000 445.300 96.779
2027
2028
2029
571.303
575.692
506.500
445.300
445.300
445.300
205.400 1.761.003 1.020.992
951.800
1.039.000
500.000
611.474
445.300
445.300
445.300
1.484.300 276.703
945.300 75.692
1.056.774 -104.974
539.000 100.000 60.528 77.000 42.000 27.736 205.400 1.648.945 500.000 205.400 445.300 13.000 96.779 27.736 77.000 1.365.215 283.730
Nadere toelichting: - Het opleidingsbudget voor raadscommissies is incidenteel opgehoogd met € 7.062,- vanwege de gemeenteraadsverkiezingen in 2026; - In raadsbesluit ‘vitale kernen’ is in totaal € 60.000,- aan incidenteel budget toegekend verdeeld over 3 jaar a € 20.000,-: 2024, 2025 en 2026; - IJsselveld 20: in het raadsbesluit van 4 november 2024 is besloten om de afschrijving van de woonunits (€ 445.000,-) voor de jaren 2026-2029 te dekken door de normvergoedingen opvang Oekraïners 2026 – 2029 (zie baten); - Voor de Energietransitie zijn er in 2025 incidentele middelen ontvangen vanuit het Rijk: de subsidie Lokale Aanpak Isolatie en de subsidie Energiearmoede. De restanten van deze middelen (€ 96.779,-) worden, indien van toepassing, jaarlijks overgeheveld naar het volgende jaar; - In 2025 is besloten (7 mei 2025) om het huidige Dorpshuis De Vaart te vervangen voor nieuwbouw. Voor de nieuwbouw worden enkele tijdelijke kosten gemaakt in verband met huisvesting en andere voorzieningen, totaal van € 539.000,-. Deze incidentele kosten worden gedekt door de Algemene Reserve (zie baten); - In de septembercirculaire 2024 zijn er incidentele middelen ontvangen voor Bibliotheekwerk; € 100.000,-; - In de decembercirculaire 2024 zijn er incidentele middelen ontvangen voor Jeugd, dit betreft € 60.528,-;