CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Begroting 2026 (aangepast)

Raadsvergadering 10 november 2025, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel Begroting 202637.655 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Begroting 2023 1.291.451

Begroting 2024 1.351.836

Begroting 2025 1.420.826

Raming 2026 1.561.079

205.178 168.450 1.571.042

231.604 217.370 1.740.426

250.646 228.636 1.831.118

259.252 219.129 1.899.207

282.829 222.803 2.066.711

1.576.471 1.576.471 100%

1.740.425 1.740.425 100%

1.810.042 1.810.042 99%

1.882.444 1.882.444 99%

2.026.710 2.026.710 98%

Marktgelden Marktgelden worden geheven voor het huren van een kraam op de wekelijkse markt. De tarieven zijn met 3,3% prijsindexatie (afgerond) verhoogd. Marktgelden Bedragen in euro's

2022

Belastingjaar 2023

2024

2025

2026

Standplaats per dag of gedeelte daarvan per strekkende meter Vaste plaatsen Dagplaatsen Standwerkersplaatsen

3,05 3,65 4,55

3,25 3,90 4,85

3,50 4,20 5,20

3,60 4,35 5,35

3,70 4,50 5,50

Marktgelden Bedragen in euro's

Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen Inkomsten taakveld dekkingspercentage

Wijzigingen t.o.v. 2025 Bedrag in %

0,10 0,16 0,16

3,3% 3,3% 3,3%

Begroting 2022 9.207

Begroting 2023 9.207

Begroting 2024 9.407

Begroting 2025 9.761

Begroting 2026 10.089

1.767 808 11.782

1.649 808 11.664

1.744 724 11.875

1.781 724 12.266

1.828 724 12.641

6.543 6.543 56%

6.962 6.962 60%

7.491 7.491 63%

7.731 7.731 63%

7.986 7.986 63%

Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten worden geheven voor vergunningen voor begraven, bijzettingen en onderhoud van graven. Er is sprake van een uitgebreide tarieventabel. De tarieven van de lijkbezorgingsrechten zijn niet kostendekkend. Dit betekent dat de kosten deels vanuit de algemene middelen worden opgevangen. Voorgesteld wordt om de heffing voor 2026 met 3,3% prijscompensatie te laten stijgen ten opzichte van 2025. Een opsomming van de meest bepalende tarieven zijn: Lijkbezorgingsrechten Bedragen in euro's

Recht eigen graf 10 jaar Recht groot urngraf 20 jaar Recht kindergraf 20 jaar Begraafrecht

2022 1.462,85 1.462,85 1.462,85 732,00

Belastingjaar 2023 2024 1.556,50 1.674,80 1.556,50 1.674,80 1.556,50 1.674,80 778,85 838,05

2025 1.728,40 1.728,40 1.728,40 864,85

2026 1.785,43 1.785,43 1.785,43 893,39

Wijzigingen t.o.v. 2025 Bedrag in % 57,04 3,3% 57,04 3,3% 57,04 3,3% 28,54 3,3%

Na actualisatie van het meerjaren-onderhoudsplan begraven zijn de kosten en opbrengsten aangepast. Begraafrechten/lijkbezorgingsrechten Bedragen in euro's

Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead Uitgaven taakveld Opbrengsten rechten Inkomsten taakveld dekkingspercentage

Begroting 2022 221.392

Begroting 2023 86.069

Begroting 2024 100.663

Begroting 2025 99.102

Raming 2026 105.848

48.816 270.208

15.634 101.703

18.664 119.327

18.083 117.185

19.177 125.025

86.759 86.759 32%

72.312 72.312 71%

77.808 77.808 65%

80.298 80.298 69%

82.948 82.948 66%

Leges De leges worden geheven voor specifieke door de gemeente verstrekte individuele diensten. Voorbeelden hiervan zijn: het verstrekken van paspoorten, voltrekken van huwelijken en afgeven van bouwvergunningen. Er zijn meer dan honderd verschillende diensten en tarieven. Ook ten aanzien van de legestarieven is begroot om deze met het 3,3% prijsinflatiecorrectie te verhogen. Individuele legestarieven kunnen met meer dan 3,3% stijgen. Voorbeelden hiervan zijn de wettelijke vastgestelde tarieven en/of rijksleges, zoals paspoorten en rijbewijzen. De tarieven worden in december door de raad vastgesteld. Leges Burgerzaken Bedragen in euro's

Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen Inkomsten taakveld dekkingspercentage Leges Omgevingsvergunning Bedragen in euro's

Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen Inkomsten taakveld dekkingspercentage

Begroting 2022 415.838

Begroting 2023 467.633

Begroting 2024 453.398

Begroting 2025 480.891

Raming 2026 534.967

79.815 4.633 500.286

84.941 4.633 557.207

84.065 6.154 543.618

87.746 6.234 574.871

96.923 9.840 641.730

261.512 261.512 52%

278.249 278.249 50%

338.396 338.396 62%

349.224 349.224 61%

360.749 360.749 56%

Begroting 2022 549.257

Begroting 2023 824.445

Begroting 2024 804.111

Begroting 2025 910.704

Raming 2026 1.012.956

105.423 115.344 770.024

149.783 11.634 985.862

149.091 11.486 964.688

166.172 7.286 1.084.162

183.522 6.445 1.202.923

387.667 387.667 50%

332.678 332.678 34%

357.962 357.962 37%

369.417 369.417 34%

481.608 481.608 40%

Portefeuillehouder(s): W. van Wikselaar Het weerstandsvermogen van een gemeente is het vermogen om financiële risico’s op te kunnen vangen. Voor een beoordeling van het weerstandsvermogen zijn twee elementen van belang: • De beschikbare weerstandscapaciteit: dit zijn de middelen waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten te dekken die onverwachts en substantieel zijn; • De risico’s die de gemeente loopt, de kans dat deze risico’s zich voordoen en het mogelijke schadebedrag. De risico’s en weerstandscapaciteit worden in deze paragraaf uitgewerkt en dit gebeurt tweemaal per jaar, bij het opstellen van de begroting en jaarrekening. In deze paragraaf zijn ook de (financiële) kengetallen opgenomen. Doel van deze kengetallen is eenvoudig inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente.

De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende drie componenten: - Reserves - Onbenutte belastingcapaciteit - Overig (begrotingsruimte en stille reserves) Deze componenten zijn in te delen naar de incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit: De incidentele weerstandscapaciteit is het (incidentele) vermogen om calamiteiten eenmalig op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken. Het valt samen met de (algemene) reservepositie. De gemeente heeft ook nog ‘stille’ reserves, in de vorm van vastgoed, gronden en aandelen. Deze zijn niet meegenomen in de omvang van de incidentele weerstandscapaciteit. Het vastgoed en de gronden zijn over het algemeen in gebruik of verhuurd en kunnen niet snel worden ingezet in het geval zich risico’s voordoen en de gemeente het geld nodig heeft. Incidentele weerstandscapaciteit per eind 2025 Saldo algemene reserve na jaarrekening 2024 (i ncl res ul ta a tbes temmi ng)

5.562.581

Saldo werkelijke onttrekkingen / dotaties aan algemene reserve 2024

-542.366

Totale incidentele weerstandscapaciteit

5.020.215

NB: in deze berekening is alleen rekening gehouden met de vastgestelde reservemutaties in 2023 en nog niet met het verwachte exploitatieresultaat in 2025

De structurele weerstandscapaciteit: Dit zijn de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Dit is de (potentiële) financiële ruimte voor de gemeente. Zo is een stelpost onvoorzien in de begroting opgenomen. Tot slot kan (in theorie) gebruik gemaakt worden van de onbenutte belastingcapaciteit. De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra middelen die gegenereerd kunnen worden door de tarieven van de gemeentelijke heffingen te verhogen tot het wettelijk toegestane maximum. De onbenutte belastingcapaciteit komt tot stand op basis van de drie belangrijkste (belasting)inkomsten van de gemeente, de onroerendezaakbelastingen (OZB), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit wanneer er ruimte is de tussen de eigen OZB-tarieven en het redelijk peil van de OZB dat wordt vastgesteld in het kader van artikel 12 Financiële verhoudingswet (de artikel 12-norm). Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing is sprake van onbenutte capaciteit als de tarieven niet kostendekkend zijn. Uitgangspunt voor ons gemeentelijk tarievenbeleid is het streven naar kostendekkende tarieven. De tarieven voor rioolrechten en afval zijn kostendekkend, waardoor er voor deze belasting geen onbenutte belastingcapaciteit is.

Uitgaande van de artikel12-norm bij het OZB-tarief (redelijk peil OZB = 0,1648%) kan het volgende worden geconcludeerd:

Structurele weerstandscapaciteit (in €) Stelpost onvoorzien

50.000

Onbenutte belastingcapaciteit OZB

347.091

Totaal structurele weerstandscapaciteit 397.091 Het totaal aan beschikbare weerstandscapaciteit wordt bepaald door de incidentele en structurele weerstandscapaciteit bij elkaar op te tellen.

De risico’s zijn geactualiseerd om een goede actuele inschatting te kunnen maken van de benodigde weerstandscapaciteit. In deze paragraaf wordt kort toegelicht wat het risico inhoudt. De risico’s die relevant zijn voor de paragraaf weerstandsvermogen moeten een financiële omvang hebben van € 50.000,- of hoger. De risico’s worden opgemaakt in het score-overzicht. De gemeente Montfoort hanteert de volgende criteria voor een risico: - Het risico moet (financieel) kwantificeerbaar zijn, om zo het risico te classificeren naar waarschijnlijkheid (kans) en de verwachte impact (gevolg); - Er moet sprake zijn van enige mate van voorkennis; - Het risico moet een bedreiging/belemmering vormen voor het bereiken van de beleidsdoelstellingen; - De risico’s worden in beeld gebracht in het score-overzicht. In dit overzicht krijgen de risico’s een score aan de hand van de mate van impact (financieel gevolg) maal de inschatting van het percentage van de kans (de waarschijnlijkheid dat risico zich voordoet, oplopend van 0% tot 100%). De score bepaald de mate en hoogte van prioriteit. De score is als volgt geprioriteerd: tot en met score 5 is laag, tussen 5 en 10 is gemiddeld, tussen 10 en 20 is hoog, groter dan 20 is urgent.

De benodigde weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van kansen dat risico’s zich voordoen vermenigvuldigd met het brutobedrag dat ermee gemoeid is. Deze zijn in onderstaande risicoanalyse weergegeven en toegelicht: Risico

Beheersmaatregelen

Ondernomen acties en risico inschatting 2026

Verstrekte garanties Er zijn diverse gemeentegaranties aan instellingen verstrekt Deze garanties zijn in eerste instantie In 2025 heeft zich geen problemen voorgedaan rondom de (peildatum 31 december 2022). Het grootste deel hiervan zijn gegarandeerd door het gemeente- garanties. Voor 2026 zijn de bedragen aangepast en garanties voor woningbouwverenigingen waar de gemeente Waarborgfonds Sociale Woningbouw blijft het risico-% gehandhaafd op 2% samen met het Rijk voor 50% een achtervang-positie inneemt. (WSW). Planschadeclaim De wet 'Ruimtelijke ordening' biedt burgers de mogelijkheid voor De beoordeling van deze claim is zeer Er is bij een onafhankelijk deskundige adviseur een om planschade te claimen bij de gemeente (artikel 6.1). Eind complex, mede gezien de lange periode conceptbeoordeling aangevraagd en ontvangen. Hierin wordt 2017 is een aanvraagformulier met een claim voor waarop deze zaak betrekking heeft. Om het oordeel gegeven dat in deze casus de claim op planschade tegemoetkoming planschade ontvangen naar aanleiding van de inzicht te krijgen wordt een onterecht is. Op 21 augustus 2023 is het bezwaarschrift vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied. In de wet conceptbeoordeling van de claim hiertegen behandeld.

Bij besluit van 5 september 2023 is het ruimtelijke ordening wordt voor de beoordeling van de claim een opgevraagd bij een onafhankelijk bezwaarschrift ongegrond verklaard conform advies. onafhankelijk en deskundig adviseur aangewezen. deskundige adviseur. Momenteel staat nog de mogelijkheid van beroep open (tot en met 17 oktober). Gezien dit besluit en het advies is het risico-% laag ingeschat, en gezet op 2%. Er is een claim (met een bedrag) ingediend naar aanleiding van De beoordeling van de claim ligt ter De claim wordt door de gemeente betwist en een rechterlijke huurderving met betrekking tot parkeerplaatsen behandeling voor aan de rechterlijke uitspraak is gedaan. Er is echter hoger beroep aangetekend. Het macht. is onbekend of en hoe de hoogte van de claim door de rechters wordt vastgesteld en wanneer dit juridische traject volledig afgerond wordt. Participatiewet uitkeringen (PW) De PW is een open-einde-regeling. Dat houdt in dat eventuele Beheersing vindt plaats binnen de GR Vanwege de bekostigingssystematiek van de BUIG uitkering overschrijdingen op deze taak voor risico van de gemeente is. FermWerk voor Montfoort is het gekozen risicoprofiel passend. Per Het risico-bedrag is gebaseerd op het totaal aan uitkeringen aan kwartaal worden rapportages ontvangen. Daarnaast is er de gemeente volgens de Participtiewet.

Periodiek ontvangt de gemeente wekelijks contact over de ontwikkelingen binnen Ferm Werk. kwartaal- rapportages over realisatie van taken en middelen

Kans

Kans

Bruto

Impact

Score

Netto (kans % x € bruto)

in %

cat 1 tm 5

in €

cat 1 tm 5

van 1 tm 25

in €

2%

1

16.172.000

5

5

323.440

2%

1

356.345

3

3

7.127

5

5

81.082

pm

5%

pm

1

1.621.647

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) excl. decentralisatie De WMO is een open-einde-regeling. Dat houdt in dat eventuele overschrijdingen op deze taak voor risico van de gemeente is. Het gaat hierbij met name om huishoudelijke hulp, woon- en vervoersvoorzieningen (clientgebonden kosten). Door invoering van het abonnementstarief en loonontwikkeling bij huishoudelijke hulp is de kans groot dat de totale kosten zullen gaan stijgen. Zonder compensatie via de Rijksbijdrage komen deze méérkosten voor rekening van de gemeente.

1. Toewijzing voor ondersteuning worden binnen de grenzen van de wet individueel bepaald en gemonitord, waardoor de kosten zo beheerst mogelijk blijven. 2. De ramingen zijn bijgesteld n.a.v. de prognoses voor 2023.

Jeugdzorg De jeugdzorg is een open-einderegeling. Dat houdt in dat 1. Toewijzing voor ondersteuning eventuele overschrijdingen op deze taak voor risico van de worden binnen de grenzen van de wet gemeente is. Het grootste risico’s betreft voornamelijk de individueel bepaald en gemonitord, complexe dure zorgtrajecten, waarbij incidentele zorgbehoeften waardoor de kosten zo beheerst tot forse extra uitgaven kunnen leiden. Bovendien is de mogelijk blijven. zorgvraag ad hoc en is er nog beperkt historisch inzicht in de 2. De ramingen zijn bijgesteld n.a.v. kostenontwikkeling. Zonder compensatie via de Rijksbijdrage de prognoses voor 2023, omdat de komen eventuele méérkosten voor rekening van de gemeente. Het aantallen voor 2024 nog onzeker zijn nieuwe kabinet is voornemens om enkele tegemoetkomingen te in verband met de invoering van een doen, de provincie geeft aan dat er enkele baten verwacht mogen nieuw back-office systeem. worden, waarvoor de gemeente een stelpost mag opnemen. Dit is optioneel.

Verstrekte leningen Uit hoofde van de publieke taak heeft de gemeente leningen verstrekt aan de Stichting Zwembad, Stichting Kunstgras Montfoort en een voetbalvereniging.

Het beleid is erop gericht om de leningenportefeuille zo beperkt mogelijk te houden.

1. Toewijzing van ondersteuning wordt scherp gemonitord. De bijraming gedaan in 2025 lijkt voldoende binnen de component clientgebonden kosten Wmo. Bij Wmo zien we wel een toename van het aantal inwoners die gebruik maken van huishoudelijke hulp al lijkt de toename enigszins af te vlakken. Bij begeleiding zien we een forse toename, mede door de ondersteuning of huisvesting van mensen met GGZ gerelateerde problematiek. De lokale opvang en ondersteuning van de MO/BW groep is een substantieel onderdeel van deze toename. Risico kan zitten in een grote woningaanpassing. Tevens is onzeker of en hoe het Rijk gemeenten in voldoende mate compenseren voor de prijsstijgingen en eventuele stijgingen in aantallen.

20%

1

1.891.398

5

5

378.280

De (bij)raming voor 2026 lijkt voorals nog net toereikend. Bij jeugd zien we een toename van jeugdigen in zware jeugdvormen. Met name verblijf neemt toe. Dit zijn intensieve en dure ondersteuningstrajecten die regelmatig geïndiceerd worden door Gecertificeerde instellingen (Samen Veilig, William Schrikker Groep, Leger des Heils etc.), opgelegd worden door een rechter of naar ons toe komen door het woonplaatsbeginsel. In deze situaties hebben wij weinig invloed op de indicatie, maar dragen wij wel de kosten.

20%

1

2.216.048

5

5

443.210

10%

2

189.000

3

6

18.900

Per GR een ander %

3

5.722.505

5

15

323.675

zie

2

hierboven

3

6

0

Uiteraard probeert het jeugdteam daar waar mogelijk de zorg af te schalen en de ondersteuning terug te brengen naar algemene ondersteuning. Verder is de raming over 2026 ook sterk afhankelijk van startende of stoppende zorgtrajecten. Het risicobedrag is gebaseerd op de omvang van de leningen, conform jaarrekening 2024. Gezien de stabiele trend en de beperkte omvang van de portefeuille blijft het percentage gehandhaafd

Gemeenschappelijke regelingen De gemeente kan worden geconfronteerd met financiële We brengen de risico’s zo goed Het door een GR gevraagde extra budget wordt beoordeeld op tegenvallers van verbonden partijen. Door deelname verplicht de mogelijk in beeld door de verbonden de parameters voor kostenontwikkeling conform de gemeente zich namelijk ook om bij te dragen in eventuele extra partijen scherp te monitoren via het septembercirculaire. Toegezonden kadernota's van GR-en zijn méérkosten. Op basis van de informatie uit de paragraaf accounthouderschap. Het benodigde beoordeeld op de getoonde budgettaire ontwikkeling. Waar verbonden partijen wordt per verbonden partij ingegaan op de weerstands-vermogen is gebaseerd op noodzakelijk is hierop gereageerd via zienswijze en/of stand van zaken (zie tabel hieronder). Doordat de gemeente de omvang van de totale bijdrage en afgestemd met de eigen vertegenwoordiger binnen AB. steeds meer samenwerkt met andere gemeenten, kunnen de niet per regeling bepaald. risico’s niet meer zelfstandig beheerst worden. Samenwerking Toegezonden kadernota's van GR-en hierin is dus van groot belang, maar ook lastig wanneer er worden beoordeeld op de getoonde verschillen van inzicht tussen gemeenten rondom de budgettaire ontwikkeling. Waar waargenomen risico's zijn.

noodzakelijk wordt hierop gereageerd via zienswijze en/of afgestemd met de eigen vertegenwoordiger binnen AB Gemeenschappelijke regelingen met een verschoven debiteurenbeheer, namens de gemeente, kunnen een post dubieuze debiteuren vormen. Conform recente jurisprudentie behoort het vormen van een voorziening ter dekking van dit risico niet bij de GR te worden gedaan, maar bij de opdrachtgever (de gemeente).

Als opdrachtgever is het zicht op de Het opnemen van een noodzakelijke voorziening wordt uitvoering van debiteuren-beheer en vervangen door het benoemen van dit punt in de risicohet beoordelen van risico’s niet paragraaf en wordt het financiele risico opgevangen binnen inzichtelijk. Een evt. voorziening het gevormde weerstands-vermogen ten behoeve van de dubieuze debiteuren kan de gemeente gemeenschappelijke regeling (hierboven) daarom niet onderbouwen met documenten richting accountant/ ihkv rechtmatigheid

Implementatie Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet staat gepland op 1-1-2024. Het intern voorbereiden van de Voor het implementeren van deze wet moeten kosten worden implementatie en het blijven gemaakt. Deze invoeringsdatum is al meerdere opgeschoven monitoren van de ontwikkelingen. door het Rijk, omdat er vertragingen waren. Op het moment van het opstellen van de begroting 2024 is er op Rijksniveau wederom sprake van ontwikkelingen. Het risico bestaat dat de invoeringsdatum weer wordt doorgeschoven.

Ter voorbereiding wordt een inschatting van de kosten gemaakt. Na invoering van de wet wordt daarover in het eerstvolgend PC-document over gerapporteerd. Tevens worden de ontwikkelingen op Rijksniveau met de voet gevolgd.

p.m.

p.m.

0

€ 1.575.714

Totaal becijferde risico’s excl. Grondexploitaties Grondexploitaties Risico's op grondexploitaties worden grotendeels bepaald door marktontwikkelingen.

Totaal becijferde risico’s incl. grondexploitaties

De risico’s op de grondexploitaties worden jaarlijks becijferd en verwerkt in het meerjarenprogramma grondbedrijfsfunctie (MPG).

In 2025 en 2026 worden enkele uitbreidingslocaties onderzocht. Het is dan ook nog niet bekend of deze later zullen leiden tot een grondexploitatie. In 2026 laat de planning zien dat enkele bouwprojecten worden opgestart.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

€0

€ 1.575.714

Voor het bepalen van het risico, wat de gemeente loopt naar aanleiding van het deelnemen aan diverse verbonden partijen, wordt per gemeenschappelijke regeling een inschatting gemaakt van het risicobedrag en grootte van het risico in procenten. Hieronder treft u de berekening van dit bedrag aan, het totaal is opgenomen in de inventarisatie van risico’s in de tabel hierboven.

Correctie i.v.m. Totale bijdrage Bijdrage aan Op te nemen afzonderlijke Risico in % in 2026 risico risicobedrag geldstromen Afvalverwijdering Utrecht (AVU) 693.000 0 693.000 5% 34.650 Belasting Samenwerking Rivierlanden (BSR) 310.000 0 310.000 5% 15.500 Gemeentelijke GezondheidsDienst regio Utrecht (GGDrU) 730.000 0 730.000 5% 36.500 Veiligheidsregio Utrecht (VRU) 992.000 0 992.000 5% 49.600 Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek/Lopikerwaard86.000 (RHC) 0 86.000 5% 4.300 Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) 751.000 0 751.000 10% 75.100 Ferm Werk (FW) 4.148.000 2.215.495 1.932.505 5% 96.625 IBMN 70.000 70.000 5% 3.500 GR Utrecht West 158.000 158.000 5% 7.900 Totaal € 7.938.000 € 2.215.495 € 5.722.505 € 0 € 323.675

Verbonden partij

Bij het bepalen van het benodigde weerstandsvermogen wordt aangenomen dat de algemene reserve een minimale omvang van € 2 miljoen moet hebben om risico’s op te kunnen vangen. Conform ons financieel beleid moet de factor voor het weerstandsvermogen minimaal 1,5 zijn. Met 4,03 wordt daaraan ruimschoots voldaan. Hierbij is uitgegaan van de stand van de algemene reserve en de benodigde weerstandscapaciteit per 1 januari 2026. Ontwikkelingen weerstandsratio Totaal beschikbare weerstandscapaciteit (a) Berekend weerstandsrisico (zie totaal risico’s) (b) Benodigde weerstandscapaciteit ( c) (= 1,5x b) Vrije ruimte in de weerstandsvermogen --> (d) (= a-c) Weerstandsratio

2026

2027

2028

2029

5.417.306 1.342.631

5.402.595 1.342.631

5.587.425 1.342.631

5.218.580 1.342.631

2.013.947 3.403.360

2.013.947 3.388.649

2.013.947 3.573.479

2.013.947 3.204.634

4,03

4,02

4,16

3,89

In bovenstaande tabel, uitgaande van het meerjarig begrotingssaldo van 2026 tot en met 2029, is ook het meerjarig beeld van de weerstandsratio weergegeven.

Wanneer risico’s zich voordoen kan dit leiden tot kosten voor de gemeente. In zo’n geval wordt mogelijk de financiële positie van de gemeente aangetast en moeten maatregelen worden getroffen om de gewenste situatie weer te bereiken. Het volgende is van toepassing met betrekking tot risicobeheer. 1. Allereerst worden tijdig beheersmaatregelen genomen, zoals het op orde krijgen van processen, de inzet van gekwalificeerd personeel en het verzekeren tegen bepaalde risico’s. 2. Indien beheersmaatregelen niet werken, dan wordt gekeken of de schade uit de daarvoor bedoelde programmabudgetten kan worden betaald, of uit de post onvoorzien. 3. Als dat niet mogelijk of bestuurlijk ongewenst is, dan worden de algemene reserve aangesproken; onderdeel van de algemene reserve is de benodigde weerstandscapaciteit. Hierbij wordt aangegeven op welke wijze gezorgd wordt dat de algemene reserve hoog genoeg blijft voor het opvangen van risico’s. 4. Indien de algemene reserve niet toereikend is, zal een beroep worden gedaan op de bestemmingsreserves. Ook in dit geval zal aangegeven worden op welke wijze de reserves worden aangevuld en wat de consequenties zijn voor het voorgenomen beleid. 5. In het geval de algemene reserve en de bestemmingsreserves tekortschieten zal de raad voorgesteld worden om de belastingen te verhogen of om te bezuinigen.

Het Besluit begroting en verantwoording (BBV) bepaalt dat gemeenten voortaan een basisset van vijf financiële kengetallen moeten opnemen in de begroting en de jaarrekening. Doel van deze kengetallen is op eenvoudige wijze inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente. Het gaat om de volgende kengetallen: - Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. - Solvabiliteitsratio. - Grondexploitatie. - Structurele exploitatieruimte. - Belastingcapaciteit.

Kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Rekening 2024 67,8%

Begroting 2025 49,1%

Begroting 2026 53,3%

67,8%

48,8%

53,1%

23,2% 0,0% -0,5% 121,5%

17,4% 0,0% 1,0% 123,5%

16,1% 0,0% 0,5% 115,2%

Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een normale netto schuldenlast ligt voor gemeenten tussen 0% en 90%. Als de netto schuldquote tussen 90% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog en dient deze niet verder toe te nemen. Een quote boven de 130% wordt algemeen beschouwd als te hoog. Voor Montfoort ligt dit cijfer dus ruim binnen de veilige marge. In aanloop van het opstellen van deze begroting is de financieringsbehoefte voor 2026 en verder geactualiseerd. In de paragraaf financiering is dit nader toegelicht.

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer ligt bij gemeenten doorgaans rond de 30%. Voor Montfoort ligt dit kengetal lager dan de norm, en er is een lichte neerwaartse beweging zichtbaar. Dit komt voornamelijk door de combinatie van een positief jaarresultaat van de jaarrekening 2024 (waardoor de Algemene Reserve toeneemt) en een toename in de financieringsbehoefte. De financiële weerbaarheid van de gemeente vermindert iets ten opzichte van 2025, en blijft onder druk staan. Er is verhoudingsgewijs te weinig eigen vermogen beschikbaar ten opzichte van de hoeveelheid aangetrokken vreemd vermogen.

Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voorgaande jaren zijn enkele grondexploitaties (o.a. Voorvliet) afgesloten. In 2026 en 2027 worden er enkele ontwikkellocaties onderzocht en eventueel enkele bouwlocaties gestart, waarvan nog bepaald gaat worden of deze tot een grondexploitatie zullen leiden.

Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen structurele lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van leningen) te dekken. De structurele exploitatieruimte laat voor de gemeente Montfoort een positief kengetal zien. Dat betekent dat de gemeente meer structurele baten dan lasten heeft.

Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Een kengetal boven de 100% geeft aan dat de lasten van de gemeente boven het landelijk gemiddelde liggen. Voor de gemeente Montfoort komt het kengetal voor de belastingcapaciteit boven de 100% uit. Dit betekent dat de gemeente minder mogelijkheden over heeft om via belastingverhoging bij te sturen. Hiermee is de wendbaarheid van de gemeente om tegenvallers op te vangen beperkter dan gemiddeld.

Portefeuillehouder(s): drs. C. van Dalen Gemeente Montfoort heeft veel eigendommen in de openbare ruimte liggen. De paragraaf kapitaalgoederen gaat over het onderhoud van deze kapitaalgoederen. Om helder te hebben waar we over spreken wordt de openbare ruimte gedefinieerd als de buitenruimte, inclusief de ondergrondse infrastructuur, die in beheer en onderhoud van de gemeente is. De paragraaf heeft betrekking op de kapitaalgoederen die vallen onder de begrotingsproducten: • Wegen en verkeer • Openbare verlichting • Groen en speelplaatsen • Waterhuishouding • Civiele kunstwerken In cijfers betekent dit het volgende: Onderdeel

Eenheid

Areaal 2024

Openbaar groen

M2

Bomen Spelen Verharding

Toe-/ afname %

Toelichting

465.021 465.800

0,17%

Combinatie van gras, heesters en vaste planten

St

8.166

8.329

2,00%

St

291

291

0,00%

M2

Areaal 2025

664.659 666.800

0,32%

39 % asfalt, 60 % elementenverharding, 1 % half verharding

Openbare verlichting

St

2.755

2.772

0,62%

Weg- en straatmeubilair

St

275

280

1,82%

Riolering

M1

82.800

84.000

1,45%

Water

M2

20.630

20.630

0,00%

Oeverbescherming

M1

12.050

11.102

-7,87%

Kunstwerken

St

36

36

0,00%

Gebouwen Gronden (met overeenkomst)

St

37

42

13,51%

St

16

30

87,50%

Gemeentelijk Rioleringsplan

Een korte uitleg over de grootste veranderingen: De beheergroep openbaar groen heeft door een aantal projecten en de wens naar meer parkeerplaatsen areaal moeten inleveren. Dat areaal heeft de beheergroep verharding er bij gekregen. De beheergroep bomen heeft een grote aanvulling gekregen in areaal, dit komt door het aanvullen van het beheersysteem met al bestaande bomen in het buitengebied. Er is dus is geen feitelijke areaal uitbreiding in de openbare ruimte, alleen een administratieve uitbreiding. De stijging van het aantal gronden is het gevolg van de (administratieve) doorwerking van de beleidsnotities over vastgoed en die van sport. Ook in de komende jaren worden hier voornamelijk administratieve aanpassingen in verwacht.

In de onderstaande beleidsplannen en notities zijn keuzes gemaakt die invloed hebben op de kapitaalgoederen en de kwaliteit van het onderhoud. Daarnaast heeft ook ons financieel beleid invloed op kapitaalgoederen en de kosten. Het gaat om de volgende notities: Keuzes maken Montfoort 2014, de gehele openbare ruimte wordt op C-niveau onderhouden. WRP 2025 (water en rioleringsplan) Nota grondprijsbeleid

Het beleid voor klimaatadaptatie gaat in op de gevolgen door het veranderen van het klimaat. Dit zijn vier onderdelen namelijk: droogte, hitte, wateroverlast en gevolgenbeperking. Dit beleid heeft gevolgen voor de inrichting van de huidige en toekomstige openbare ruimte. Eind 2025 is er ook lokaal beleid vastgesteld voor klimaatadaptatie. In een eerste uitvoeringsplan zal de invloed van klimaatadaptatie op het uiterlijk van de openbare ruimte beperkt zijn en zich vooral richten op de locaties waar wateroverlast speelt. Daarnaast zijn er steeds meer uitdagingen en zeker ook mogelijkheden voor het beheer van de openbare ruimte. Zo wordt gekeken naar het verminderen van het gebruik van energie en de uitstoot van CO2 en het hergebruik van materialen en grondstoffen. In de (toekomstige) beheerplannen wordt aandacht gegeven aan deze onderwerpen en de mogelijkheden die er op dat moment zijn.

Gemeente Montfoort heeft de ambitie om woningen te bouwen. Een heel aantal projecten zijn opgestart en verkeren in verschillende fasen van ontwikkeling. Deze projecten hebben tot gevolg dat, te zijner tijd, er nieuwe openbare ruimte wordt toegevoegd aan deze paragraaf. In de begroting nemen we de ontwikkelingen mee en uiteindelijk ook de nieuwe arealen openbare ruimte. De projecten die nu lopen en gevolgen hebben op het areaal van onze openbare ruimte en de begroting zijn: Project

Toelichting

De Bleek fase 1

Aan het einde van de ontwerpfase

Park Rapijnen, Linschoten Zuid

Met dit project wordt circa 4,5 ha openbare ruimte toegevoegd aan het beheerareaal, dit is circa 4% van het huidige areaal. Nog in ontwikkeling Nog in ontwikkeling Aan het einde van de ontwerpfase

G. van Damstraat Hofdijk De Bleek fase 1

Gevolgen begrotingsjaar Volgt nog

Benodigd in euro

Verwachting 2028

Nog niet bekend

Volgt nog

-

-

De projecten zijn nog volop in ontwikkeling, hierdoor zijn nu nog geen concrete cijfers te geven. Wanneer er, bij een volgende begroting, wel nieuwe (areaal) cijfers beschikbaar zijn, worden die opgenomen in dit overzicht.

In de onderstaande tabel staan de betreffende beheerplannen met de status en planperiode. Het beheer is een cyclisch proces en zo ook de beheerplannen. Per beheerplan is opgenomen of en hoe goed de middelen voor het onderhoud (klein- en grootonderhoud) en de vervanging zijn opgenomen in de begroting. Onder aan de tabel wordt een enkele nadere toelichting gegeven op de inhoud van de tabel en het eventuele achterstallige onderhoud. Beheerplan Openbaar groen (niet aanwezig) Bomenbeheerplan*1

Looptijd van / tot

Financiële vertaling in begroting? Vaststellen in Onderhoud: Ja; 2026 Vervanging: deels

Speelbeheerplan

Actualiseren in 2026 2022/ 2030

Onderhoud: Ja; Vervanging: ja Onderhoud: Ja; Vervanging: Ja

Beheerplan begraafplaatsen Wegenbeheerplan*2

Actualiseren in 2026 2026/ 2029

Onderhoud: Ja; Vervanging: nvt Onderhoud: Ja; Vervanging: Nee

Beheerplan openbare verlichting

2021/2031

Onderhoud: Ja; Vervanging: Ja

Opmerkingen

Achterstallig onderhoud?

Het beheerplan wordt in 2025 opgesteld. Voor nu geldt dat vervanging van groen voor 10% gebudgetteerd is in de exploitatie. Voor de vervanging is voldoende gebudgetteerd in de begroting. Er zijn voldoende middelen voor onderhoud. Voor het vervangen zijn kredieten beschikbaar.

Nee, door Bloemrijk* Nee Nee Nee

Met groot onderhoud kan kwaliteit behouden blijven, vervanging is vaak niet nodig. * zie bij de onderstaande toelichting

Ja Nee

Weg- en straatmeubilair (niet aanwezig)

Opgenomen in Openbaar Groen Opstellen in 2026 2025/ 2029

Onderhoud: Ja; Vervanging: deels Onderhoud: Ja Vervanging: nvt Onderhoud: Ja Vervanging: Ja

Beheerplan oeverbescherming

Opstellen in 2026

Nota afvalstoffen

2026

Onderhoud: deels; Vervanging: Ja Via leges

Beheerplan kunstwerken*3

2025 - 2029

Tractieplan

Actualiseren in 2026

Gladheidsbeheerplan Gemeentelijk rioleringsplan

Onderhoud: Ja; Vervanging: Nee

Onderhoud: Ja; Vervanging: deels MJOP Gebouwen 2026-2029 ja * Zie de onderstaande toelichting op de tabel

Vanuit de begroting worden elementen vervangen

Nee Nvt

Met het vaststellen van het WRP in 2025 is het onderhoud en vervanging geregeld. Uitvraag voor het opstellen van beheerplan is gedaan.

Nee

Wordt eind 2025 in raad behandeld In budget zitten middelen voor klein onderhoud, voor groot onderhoud is een krediet beschikbaar. Investeringen worden meegenomen in begroting, kleine reserve aanwezig.

Nvt

Nee

Nee Nee Nee

*1 Bomenbeheerplan: In het beheerplan zijn de inspecties en de onderhoudsmaatregelen cyclisch ingepland. Dit loopt gewoon door. In 2026 zal het plan geactualiseerd worden. *2 Wegen: De wegen zijn in 2024 geïnspecteerd en er is een grotere hoeveelheid van D-niveau geconstateerd dan in de voorgaande inspectieronde. Dit kan met verschillende parameters te maken hebben en is niet direct ernstig te noemen. Wel wordt met de nieuwe cijfers en de gevonden kwaliteiten het beheerplan Wegen geactualiseerd. De resultaten worden in 2025 beschikbaar. *3 Kunstwerken: Volgens het beheerplan kunstwerken staat de Graafbrug in 2025 op de planning voor groot onderhoud. Tijdens de nadere onderzoeken zijn een aantal scenario’s opgesteld om te komen tot een goede en efficiënte oplossing. De aanbesteding volgt eind 2025 begin 2026. Voor de uitvoering van de werkzaamheden in 2026 is krediet beschikbaar.

In dit onderdeel van deze paragraaf wordt een weergave gegeven van de raadskeuzes voor de onderhoudsniveaus van de verschillende elementen in de openbare ruimte. Dit geldt overigens niet voor alle onderdelen, voor onder andere de speeltoestellen, de gebouwen, de bruggen en sluis, de tractie en het functioneren van de watergangen gelden externe normen. Veel onderdelen van de openbare ruimte kunnen volgens de beeldsystematiek en de normen van de CROW worden gemonitord. Bij gebouwen gebeurt het monitoren door middel van de NEN-normen. In de onderstaande tabel zijn voor ieder beheerplan verschillende onderdelen opgenomen die aangeven welke kwaliteit is gekozen en hoe dit wordt gemonitord, zo is de frequentie, de normering/ methode en de uitvoering beschreven. De eerste tabel betreft een legenda voor de beeldkwaliteit. Legenda voor CROW-beeldkwaliteit: Kwaliteit A+ A B C

Zeer goed Goed Voldoende Matig

D

Te slecht

Omschrijving Ongeschonden, net nieuw aangelegd Mooi en comfortabel Functioneel Onrustig beeld, enige vorm van hinder, aanloop naar achterstallig onderhoud Kapitaalvernietiging, uitlokking van vernieling, functieverlies, juridische aansprakelijkheid

Onderdeel Openbaar groen Bomen Bloemrijk Montf. Spelen Begraafplaatsen Verharding Openbare verlichting Wegmeubilair Gladheid Riolering Duikers Water (baggeren) Oeverbescherming Zwerfafval Afvalstoffen Sluis en bruggen Tractie Gebouwen Openbaar groen

VastgeFrequentie Normering stelde ambitie C Maandelijks CROW-beeldkwal. C ¼ per jaar CROW-beeldkwal. A Maandelijks CROW-beeldkwal. C Maandelijks Warenwet A Maandelijks CROW-beeldkwal. C 1 x per 2 jaar CROW- nr. 146 C Jaarlijks Scheefstand, schade, lamp C Maandelijks CROW-beeldkwal. Nvt Indien noodzakelijk Geen normen beschikbaar Nvt Inspectie 1/7 deel CROW-normen Nvt Nvt Jaarlijks Waterkeur C CROW C Maandelijks CROW-beeldkwal. Nvt Jaarlijks Scheidingsmeter Nvt 1 x per 4 jaar. Technische normen Nvt Jaarlijks APK-Keuring 3 Om de 4 jaar NEN 2767 C Maandelijks CROW-beeldkwal.

Uitgevoerd door Intern Intern Intern Intern/ Extern Intern Extern Intern/ Extern Intern Intern Extern Extern Intern Intern Extern Extern Extern Extern Intern

Hieronder is een overzicht weergegeven van de conclusies over de paragraaf kapitaalgoederen, het geeft de relatie weer tussen de beheerplan en de eventuele risico’s en aandachtspunten voor 2026.

Beheerplan Algemeen Algemeen Algemeen

Financieel tekort / ruimte

Opmerking De kapitaalgoederen zijn goed in beeld en behalen de vastgestelde kwaliteit. In 2026 zijn enkele beheerplannen weer toe aan actualisatie. Er wordt veel gewerkt in de openbare ruimte, we hebben/ houden aandacht voor het actualiseren en bijhouden van de beheersystemen

Portefeuillehouder(s): W. van Wikselaar De paragraaf Financiering is op grond van de Wet financiering decentrale overheden (wet FIDO) en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) een verplicht onderdeel van de gemeentebegroting en jaarrekening. De paragraaf is een weergave van de wijze waarop de financieringsfunctie (het stelsel van leningen, beleggingen en garanties) binnen de gemeente is ingericht. De uitvoering van de treasury vindt zijn weerslag in deze paragraaf. Treasury is een proces binnen een organisatie dat tot doel heeft het financierings- en het cashmanagement te optimaliseren en te waarborgen dat het bedrijf aan zijn verplichtingen tegenover schuldeisers kan voldoen. Het treasurybeleid wordt gevoerd vanuit de door de raad vastgestelde financiële verordening en het treasurystatuut, daarnaast op onderdelen op grond van wetgeving van de centrale overheid.

Financieringspositie De financieringspositie wordt bepaald door de boekwaarde van de activa af te zetten tegen de beschikbare financieringsmiddelen in het eigen vermogen (reserves) en vreemd vermogen (langlopende geldleningen en voorzieningen). Als de waarde van de activa lager is dan de financieringsmiddelen spreken we van een financieringsoverschot, als de waarde hoger is van een financieringstekort. In het volgende schema is het (verwachte) verloop van de financieringspositie van de gemeente Montfoort per jaar ultimo over 2025 tot en met 2030 opgenomen. Financieringspositie ultimo 2025-2030 (bedragen x € 1.000.000) 2025 2026 2027 2028

2029

2030

57,3 0,1 0,0 57,4

56,9 0,1 0,0 57,0

53,5 0,1 0,0 53,6

22,3 9,4 9,1 -0,4 40,4

20,9 9,4 8,6 -0,6 38,3

19,5 9,5 8,6 -0,5 37,1

18,3 9,8 8,4 -0,6 35,9

-13,3 -11,5

-19,1 -16,2

-19,9 -19,5

-17,7 -18,8

Vaste activa Im- en Materieel Financieel Onderhanden werk Totaal vaste activa

52,3 0,2 0,0 52,5

51,8 0,2 0,0 52,0

53,6 0,1 0,0 53,7

Financieringsmiddelen Opgenomen leningen Voorzieningen Reserves Resultaat Totaal vaste passiva

25,2 8,1 8,0 1,0 42,3

23,8 9,3 9,0 0,2 42,3

Financieringspositie (ultimo) Financieringspositie (gem. in het jaar)

-10,2 -10,0

-9,7 -10,0

Naar de actuele inzichten ontstaat er in 2025 een financieringstekort. Dit tekort ontstaat voornamelijk door geplande investeringen in de fysieke leefomgeving. De ontwikkeling van het financieringstekort wordt nauwlettend gemonitord. Hoewel er sprake is van een tekort, betekent dit niet dat de gemeente structureel meer uitgeeft dan zij ontvangt. Het betreft hier met name tijdelijke kasuitgaven voor investeringen, die geactiveerd worden en over meerdere jaren worden afgeschreven. Bijstelling van de investeringsplanning, prioritering binnen projecten of fasering in de uitvoering zijn mogelijk indien de begrotingsruimte daar om vraagt. De financiële positie blijft, mede dankzij een gezonde algemene reserve en een robuust weerstandsvermogen, op dit moment toereikend. Financieringsresultaat Investeren kost geld. Aan investeringen wordt daarom een interne rente toegerekend. Voor financieel vaste activa geldt dat er een contractueel overeengekomen rente aan de debiteur wordt toegerekend. Als we de som van beiden verlagen met de rente die we moeten betalen over de opgenomen geldleningen weten we het effect van de financiering op de begroting (financieringsresultaat). In het volgende overzicht is het begrote financieringsresultaat over 2025 tot en met 2030 weergegeven.

Financieringsresultaat 2025-2030 (bedragen × € 1.000.000) 2025 2026 2027 2028 Rentebaten: Toegerekende rente aan investeringen Toegerekende rente aan grondexploitaties Ontvangen rente Totaal rentebaten Rentelasten: Betaalde rente van geldleningen Rente over financieringstekort Totaal rentelasten Berekend financieringsresultaat

2029

2030

0,8 0,0 0,0 0,8

0,8 0,0 0,0 0,8

0,8 0,0 0,0 0,8

0,8 0,0 0,0 0,8

0,9 0,0 0,0 0,9

0,9 0,0 0,0 0,9

0,6 0,0 0,6

0,5 0,0 0,5

0,5 0,0 0,5

0,5 0,0 0,5

0,4 0,0 0,4

0,4 0,0 0,4

0,2

0,3

0,3

0,3

0,5

0,5

Wet FIDO en financiering De in de inleiding genoemde Wet FIDO beoogt decentrale overheden een kader te geven om renterisico’s op leningen zo beperkt mogelijk te houden. Renterisico ontstaat door wijzigingen in rentepercentages van opgenomen leningen en kasgeldleningen. Er zijn twee verplichte richtlijnen in de Wet FIDO om de renterisico’s te bewaken en te beheersen: de kasgeldlimiet voor korte financiering en de renterisiconorm voor lange financiering.

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een grens aan het bedrag dat met kort geld (korter dan één jaar) mag worden gefinancierd. Dit is een door de rijksoverheid vastgesteld percentage (momenteel 8,5%) van de begrote lasten per jaar. Indien de gemiddelde korte financiering de limiet overschrijdt zal er geconsolideerd moeten worden door middel van het afsluiten van een lange financiering.

Kasgeldlimiet Montfoort 2025-2030 (bedragen × € 1.000) 2025 2026 2027 Begrote lasten 40.335 39.703 40.220 Kasgeld limiet (8,5%) 3.428 3.375 3.419

2028 39.268 3.338

2029 39.736 3.378

Renterisiconorm Ook voor renterisico’s in de lange financiering is in de Wet FIDO een norm gesteld. Deze norm, de renterisiconorm, bedraagt 20% van de stand van de vaste schuld per 1 januari. De vaste schuld is hierbij gedefinieerd als de opgenomen leningen met een rentetypische looptijd groter of gelijk aan 1 jaar. Met andere woorden: de Wet FIDO acht het renterisico aanvaardbaar in de tijd gespreid indien in een bepaald jaar niet meer dan 20% van per 1 januari geldende restschuld van opgenomen leningen aan renteaanpassing onderhevig is. In het volgende overzicht staat de verwachte ontwikkeling van de renterisiconorm (in € 1.000) bij gemeente Montfoort vermeld. Renterisico 2025-2029 (bedragen x € 1.000) berekening 1-1-2025 1-1-2026

1-1-2027

1-1-2028

1-1-2029

Renteherziening vaste schuld og

a

0

0

0

0

0

Renteherziening vaste schuld ug

b

0

0

0

0

0

Netto renteherziening

c=a-b

0

0

0

0

0

Nieuw aangetrokken schuld

d

0

0

0

0

0

Nieuw verstrekte leningen

e

0

0

0

0

0

f=d-e

0

0

0

0

0

Netto nieuwe schuld Betaalde aflossingen

g

1.409

1.413

1.417

1.421

1.254

Herfinanciering

h=laagste f of g

0

0

0

0

0

Renterisico

i=c+h

0

0

0

0

0

Renterisiconorm Vaste schuld

j

25.166

23.757

22.344

20.927

19.506

Percentage vastgesteld

k l=jxk

20 5.033

20 4.751

20 4.469

20 4.185

20 3.901

Renterisiconorm

m=l

5.033

4.751

4.469

4.185

3.901

Renterisico vaste schuld

n=i

0

0

0

0

0

5.033

4.751

4.469

4.185

3.901

Renterisiconorm Toets renterisiconorm

Ruimte

o=m-n

Afgezien van de mogelijkheid om aan elkaar leningen te verstrekken, zijn decentrale overheden verplicht alle middelen die ze niet direct nodig hebben voor hun publieke taak in de schatkist aan te houden. Wel is er sprake van een bepaalde drempel. De drempel is per 1 juli 2021 gewijzigd en vastgesteld op 2,00% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 1,0 mln. Begrote drempelbedragen schatkistbankieren Montfoort 2026-2029 (bedragen × € 1.000) 2026 2027 2028 2029 Begrote lasten 39.703 40.220 39.268 39.736 Drempel schatkistbankieren (2,0%) Drempel minimum

794

804

785

795

1.000

1.000

1.000

1.000

Constant wordt in de gaten gehouden of het rendabel is leningen vervroegd af te lossen. In onderstaand schema worden de mutaties van de leningenportefeuille voor het begrotingsjaar weergegeven (in euro’s).

Bank Percentage BNG Bank 1,749% BNG Bank 1,970% BNG Bank 1,530% BNG Bank 0,295% BNG Bank 3,040% Provincie Limburg 2,935% Totaal

Stand 1-1 Rentebedrag 2.500.000 37.085 5.489.525 107.573 1.017.109 15.152 2.800.000 7.827 5.950.000 178.286 6.000.000 176.100 23.756.634

522.023

Aflossing 666.667 114.904 106.271 175.000 350.000 0

Stand 31-12 1.833.333 5.374.621 910.838 2.625.000 5.600.000 6.000.000

1.412.842

22.343.792

Meerjarig laten de opgenomen leningen het volgende zien:

Stand per 1-1 Opname Aflossing Stand per 31-12

2026 23.756.634 0 1.412.842 22.343.792

2027 22.343.792 0 1.416.731 20.927.061

2028 20.927.061 0 1.420.690 19.506.371

2029 19.506.371 0 1.254.023 18.252.348

Tot deze portefeuille behoren vooral leningen die conform de besluiten van de gemeenteraad zijn verstrekt aan de Stichting Kunstgras Montfoort en de Stichting Zwembad Montfoort. Het saldo van de verstrekte geldleningen bedraagt per 1 januari 2025 afgerond € 103.000, zonder hypothecaire zekerheid.

Het aandelenbezit (totaal € 43.161) is niet gebaseerd op winstoogmerk. Het risico van deze aandelen bij de Bank Nederlandse Gemeenten en Vitens is verwaarloosbaar. Aandelenportefeuille bestaat uit: BNG Bank Vitens Totaal

€ 31.200 € 11.861 € 43.061

In het kader van een publieke taak waarborgt de gemeente in sommige gevallen leningen voor investeringen die passen binnen de doelstellingen van de begroting. Het beleid ten aanzien van verstrekken van een garantie is vastgelegd in de Financiële Verordening en houdt in dat deze slechts in uitzonderlijke gevallen wordt afgegeven. De portefeuille van de gegarandeerde leningen bedraagt per 1-1-2025 ongeveer € 27,01 miljoen (saldo 31-12-2024 jaarrekening). waarvoor de gemeente indirect garant staat voor leningen van de woningcorporatie afgesloten via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en Hypotheekgarantie Eigen Woningen (vóór 1995) en de Gemeentelijke Verduurzamings Regeling.

Portefeuillehouders: mr. P.J. van Hartskamp-de Jong en C.L. Jonkers De ambtelijke capaciteit van onze organisatie kent grenzen. Uit een benchmarkonderzoek van Berenschot (2024) blijkt echter dat onze organisatie haar taken efficiënt uitvoert. Formatief gezien bevinden we ons op het niveau van vergelijkbare gemeenten. Tegen de achtergrond van een krappe arbeidsmarkt blijft het cruciaal om de balans te bewaken tussen ambities en de uitvoeringscapaciteit. Daarom blijven we onze organisatiebehoeften en -uitdagingen continu monitoren. Gemeente Montfoort heeft zich de afgelopen jaren gepositioneerd als een aantrekkelijke werkgever met een goed imago. Vacatures worden nog steeds ingevuld, mede dankzij goed werkgeverschap, een prettige werksfeer, de platte organisatiestructuur en de korte lijnen. Dit maakt dat we goed kunnen concurreren op de arbeidsmarkt. In 2024 is een Medewerkerstevredenheidsonderzoek uitgevoerd onder het personeel. Vermeldenswaardig is onze Employee Net Promotor Score (dNPS). Dit laat zien in welke mate medewerkers de organisatie zouden aanbevelen, om voor te werken. Het zegt iets over de medewerkerstevredenheid maar ook over de ‘employer branding’. de reclame over en reputatie van een bedrijf op de arbeidsmarkt. Gemeente Montfoort scoort op de dNPS 49. In Nederland is de gemiddelde dNPS-score tussen de 4 en 8.

Wereldwijd is de score van de top 3 van de beste werkgevers gemiddeld 48. Gemeente Montfoort scoort dus buitengewoon goed. Het is van groot belang dit zo te houden en te investeren in goed werkgeverschap. Zo kunnen we onze organisatie blijven bemensen in relatie tot de uitbreiding en steeds complexere taken waar we als gemeente voor staan en deze medewerkers ook vasthouden. Om kwaliteit en deskundigheid binnen de organisatie te waarborgen, blijft blijvende ontwikkeling van medewerkers essentieel. Naast vakinhoudelijke scholing en deelname aan de regionale Groene Hart Academy, hebben we in 2025 de Montfoort Academy doorontwikkeld en geprofessionaliseerd. Deze interne academie richt zich op soft skills en algemene vakinhoudelijke vaardigheden, afgestemd op zowel de behoeften van medewerkers als de eisen van de organisatie. Vanaf heden blijft de Montfoort Academy een structureel onderdeel van ons secundaire arbeidsvoorwaardenpakket. Daarnaast dient het opleidingsbudget te worden aangepast aan de groei van het personeelsbestand en de toename van specialistische taken bij de gemeente. Nieuwe medewerkers en één-pitters moeten opleidings- en ontwikkelingstrajecten volgen om hun deskundigheid te waarborgen. Dit is noodzakelijk omdat deze functies vaak door slechts één medewerker worden vervuld en daardoor volledig deskundig moeten zijn.

Een goed bemenste organisatie met deskundige en efficiënte medewerkers is weerbaar en levert kwaliteit. Zowel als zelfstandige organisatie die productief moet kunnen samenwerken met een bestuur dat elke vier jaar weer wezenlijk anders kan zijn en opereren, als ook als robuuste samenwerkingspartner. De komende jaren ontwikkelen we ons verder als een organisatie die, waar mogelijk, werkzaamheden zelf uitvoert. Waar we in het verleden werkten vanuit het principe van de ‘regiegemeente’—met een nadruk op het uitbesteden van uitvoeringstaken aan gemeenschappelijke regelingen, bedrijven of andere organisaties— is onze koers verlegd. Uitbesteding is niet het uitgangspunt. Het doel is om zoveel mogelijk taken in eigen huis uit te voeren. We blijven samenwerken met partners om onze doelen te realiseren, maar zetten in op meer grip, eigenaarschap en directe betrokkenheid bij de uitvoering. De afgelopen jaren is gebleken dat het dan beschikbare budget ontoereikend was. Het inhuurbudget moet structureel verhoogd worden vanwege krapte op de arbeidsmarkt, oplopend ziekteverzuim en de noodzaak tot inzet van specifieke deskundigheid. Daarnaast leiden langer openstaande vacatures en de hogere tarieven van inhuurkrachten tot extra kosten. Via gebiedsmanagement brengen we verbinding tot stand tussen gemeente en inwoners, en ondersteunen we burgerinitiatieven.

Begin 2025 hebben we onderzocht wat dit vraagt van onze organisatie. Nu ligt de focus op het implementeren van deze aanpak. Om de toenemende taken binnen het team Samenleving en Backoffice Sociaal Domein adequaat en duurzaam uit te kunnen voeren, is uitbreiding van de formatie noodzakelijk. Van gemeente Montfoort wordt verwacht dat zij met gelijke intensiteit als grotere gemeenten deelneemt aan een groeiend aantal regionale samenwerkingsverbanden. Daarbij nemen de inhoudelijke complexiteit en de benodigde inzet richting ketenpartners toe. Verdere intensivering van taken zonder extra capaciteit is niet houdbaar, daarom wordt per 2026 één formatieplaats op beleidsniveau toegevoegd. De financiële omvang van onze gemeente brengt kwetsbaarheden met zich mee. Er is beperkte ruimte om te anticiperen op onvoorziene ontwikkelingen en ‘één-pitter’-functies maken de continuïteit bij uitval kwetsbaar. Om deze risico’s te beheersen, voeren we een strategisch personeelsbeleid met een horizon van drie jaar. We anticiperen op

verwachte vacatures door bijvoorbeeld pensionering of doorstroom en zorgen voor tijdige opvolging en kennisoverdracht. Ook wordt de organisatiestructuur regelmatig besproken, worden kansen gezien en veranderingen op natuurlijke momenten waar nodig doorgevoerd. Samengevat zijn onze belangrijkste aandachtspunten: • Behouden van een positief imago als werkgever om kwantitatief en kwalitatief voldoende medewerkers te kunnen aantrekken (op de huidige krappe arbeidsmarkt). • Borgen van, en blijven investeren in, goed werkgeverschap zowel in arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden, als in werksfeer. • Borgen van, en blijven investeren in, opleidingsmogelijkheden. Zowel vakinhoudelijk als organisatie breed (Montfoort Academy) en in samenwerking met buurgemeenten (Groene Hart Academy) • Er continu zorg voor dragen dat onze organisatie zo efficiënt, doelmatig en praktisch mogelijk is ingericht. Deze punten vormen de basis voor ons personeelsbeleid en onze bedrijfsvoering.

NIS2 staat voor Network and Information Security Directive 2. Het is een Europese richtlijn om de cybersecurity en digitale weerbaarheid van essentiële en belangrijke sectoren binnen de Europese Unie te verbeteren, door strengere eisen op te leggen aan netwerk- en informatiesystemen. De NIS2 trad in werking op 17 oktober 2024. De Nederlandse implementatie van de NIS2 via de Cyberbeveiligingswet (Cbw) is echter vertraagd; de verwachting is dat de wet in het tweede kwartaal van 2026 in Nederland van kracht wordt. Organisaties, zoals gemeenten, die straks onder de Cbw vallen, krijgen na inwerkingtreding van de wet zes maanden om aan de eisen te voldoen. Een van de verplichtingen binnen de NIS is dat organisaties zelf een risicobeoordeling uitvoeren. Op basis van deze risicobeoordeling moeten passende maatregelen genomen worden om de continuïteit van de diensten zoveel mogelijk te waarborgen en de gebruikte informatie te beschermen. De risico beoordeling voor gemeente Montfoort is gestart in 2025 en de maatregelen die hieruit voortkomen zullen in 2026 beoordeeld en waar noodzakelijk opgepakt worden. Naast de bestaande meldplicht voor datalekken bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) wordt met de NIS2 ook een meldplicht geïntroduceerd voor grote beveiligingsincidenten. Gemeenten moeten grote incidenten binnen 24 uur melden bij de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI).

Het gaat om incidenten die de continuïteit van dienstverlening van de essentiële entiteit aanzienlijk (kunnen) verstoren. Factoren die een incident meldingswaardig maken zijn bijvoorbeeld het aantal personen dat door de verstoring is geraakt, de tijdsduur van een verstoring en de mogelijke financiële verliezen. Het proces voor het melden van incidenten zal voor Montfoort volgens de richtlijnen die de Informatie Beveiligingsdienst geeft in 2026 ingericht worden. Tenslotte zijn er voorbereidingen getroffen om in 2026 een omgeving op te leveren waarin de beheersing van de risico’s en de bijbehorende maatregelen voor netwerk- en informatiesystemen centraal beheerd kunnen worden.

Microsoft plaatst steeds meer kantoorautomatiseringstoepassingen in de Microsoft Cloud. Hierdoor moet ook gemeente Montfoort een andere manier van werken gaan introduceren bij de medewerkers. Applicaties als Word, Excel, Teams, Outlook, SharePoint en OneDrive worden aan elkaar gekoppeld en geïntegreerd. Informatie en documenten worden op Europees grondgebied in de Microsoft-cloud opgeslagen en zijn altijd en overal beschikbaar. In 2025 is in samenwerking met ICT Gouwe-IJssel gestart met het verder uitwerken van afspraken en inrichtingsvraagstukken rond archivering, continuïteit en de veiligheid van informatie en gegevens. Deze ontwikkeling zal doorlopen in 2026. Met de komst van de AI-act (artificiële intelligentie wet) is gestart met bewustwordingsacties voor het gebruik van AI binnen de gemeentelijke processen. Collega’s en het bestuur is een training aangeboden om de werking van AI toe te lichten en uit te leggen. Ook zijn er in overleg met Communicatie richtlijnen gedeeld om medewerkers te informeren over de risico’s rond het gebruik van AI. Het traject rond bewustwording rond het gebruik van AI wordt in 2026 voortgezet.

We hebben sinds maart 2021 onze automatisering ondergebracht bij ICT Gouwe-IJssel. In 2026 wordt het laatste deel van het digitale archief van het Zaaksysteem Mozard dat nu nog in beheer is bij de gemeente IJsselstein definitief teruggehaald naar gemeente Montfoort.

Gemeente Montfoort huurt voor de papieren archieven een deel van de kluisruimte bij de gemeente IJsselstein. Door de jaarlijkse vernietiging ontstaat er hierdoor ten aanzien van de fysieke opslag een sterfhuisconstructie. In samenwerking met de gemeente IJsselstein wordt het calamiteitenplan voor archiefbeheer jaarlijks geüpdatet.

De Wet open overheid (Woo) maakt overheden transparanter doordat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar en eenvoudiger te ontsluiten is. Voor deze wet zijn diverse aanpassingen doorgevoerd om de aanvrager en de behandelend ambtenaar te ondersteunen bij een soepele afhandeling van Woo-verzoeken. Werkprocessen zijn geïnventariseerd, anonimisering software is beschikbaar gekomen en is er veel afstemming geweest tussen Juridische Zaken en de afdelingen die Woo-informatie moeten aanleveren. In 2026 krijgt de implementatie van een gemeentebrede zoekmachine om het, met één handeling, zoeken en vinden van informatie in diverse bronnen verder vorm.

De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) zal op 1 januari 2026 in werking treden. Deze wet regelt dat burgers en bedrijven zaken die ze met de overheid moeten doen, digitaal kunnen afhandelen. Daarnaast wordt de rechtspositie in het digitale contact met de overheid verbeterd. De mogelijkheid om per post met de overheid te communiceren blijft want de Algemene wet bestuursrecht geeft burgers en bedrijven de keuze tussen de papieren of de digitale weg en legt een zorgplicht op waarbij de gemeente moet zorgen voor een passende ondersteuning. Er is voor de Wmebv gestart met de procesinventarisatie bij de teams Openbare Orde en Veiligheid, Ruimte en Juridische Zaken. Voor de processen van deze teams komen in 2026 de ontvangstbevestiging, digitale formulieren, de minimalisering van opgevraagde gegevens, een digitale afschrift van de aanvraag, de persoonlijke internetpagina (mijnmontfoort.nl), statusinformatie en doorlooptijden beschikbaar.

Sinds 25 mei 2018 geldt in de hele EU dezelfde privacywetgeving, de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Aanvullend op de AVG is op 1 januari 2019 Wet politiegegevens van kracht geworden, waarbij deze wet specifiek gaat over verwerking van persoonsgegevens in de strafrechtelijke keten.

Portefeuillehouder(s): mr. P.J. van Hartskamp-de Jong, C.L. Jonkers, drs. C. van Dalen, W. van Wikselaar en A.P.M. van de Poll Let op: We rapporteren in deze paragraaf alleen over het eigenaarschap van de verbonden partijen. Hoe ze het beleid van de gemeente uitvoeren (opdrachtgeversgedeelte), eventuele ontwikkelingen daarvan en prestatie-indicatoren zijn in de programma’s opgenomen.

Deze paragraaf geeft conform de voorschriften van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht in ontwikkelingen en voornemens ten aanzien van verbonden partijen. Een gemeente kan in principe zelf bepalen hoe een bepaalde taak wordt uitgevoerd. De gemeente kan er bijvoorbeeld voor kiezen de uitvoering zelf ter hand te nemen of de uitvoering te regelen met een aantal andere gemeenten gezamenlijk. Vanwege de bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en mogelijke risico’s is het gewenst dat in de begroting aandacht wordt besteed aan rechtspersonen waarmee de gemeente een band heeft. Verbonden partijen zijn die partijen waarmee de gemeente een bestuurlijke relatie heeft en waarin zij een financieel belang heeft. Van een financieel belang is sprake als er juridisch afdwingbare financiële verplichtingen bestaan. Het gaat dus om derde partijen, waarbij de gemeente zeggenschap heeft door vertegenwoordiging in het bestuur en/of stemrecht waaraan voor de gemeente een financieel risico is verbonden als bijgedragen moet worden in eventuele nadelige saldi, als die partij failliet gaat, haar verplichtingen niet nakomt, de samenstelling van partijen wijzigt, de gemeente niet langer wil deelnemen in de partij of als de partij ophoudt te bestaan.

Naast de publiekrechtelijke regelingen neemt gemeente Montfoort deel in NV’s (waterbedrijf Vitens en de Bank Nederlandse Gemeenten) en werkt zij samen in de Stichting Inkoopbureau Midden-Nederland en de Stichting Urgentieverlening West Utrecht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=ad68fc56-54d7-469f-9475-73fa0ac9b267