Begroting 2023.pdf
Tekst van het document
Wat gaan we ervoor doen? 1.
We monitoren, actualiseren en indien wenselijk verbeteren bestaande afspraken met lokale en regionale instellingen en overheden; daarbij wordt ook de bekendheid van de toegang en toegankelijkheid bij instellingen en inwoners (ouders) verbeterd.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
21 | P a g i n a
2. 3. 4.
5. 6.
We bieden vve aan voor kinderen die dit nodig hebben. De JGZ (consultatiebureau) beoordeelt of peuters hiervoor in aanmerking komen aan de hand van de doelgroep criteria die zijn vastgesteld door de gemeente. Het aanbieden van peuteropvangtoeslag voor peuters waarvan de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. De toeslag wordt door de kinderopvanginstelling direct verrekend, zodat ouders het niet voor hoeven te schieten. We werken actief mee aan initiatieven om jongeren naar een startkwalificatie en duurzaam werk of begeleide arbeidsparticipatie te begeleiden, continueren het taalonderwijs voor vluchtelingenkinderen en ontheemden die in de gemeente Montfoort verblijven, participeren in VMBO on stage en zijn actief in de REA, RBL en de regionale ambities om onderwijs en jeugdhulp en jeugdzorg beter met elkaar te verbinden. Er is een pilot verbetering bewegingsonderwijs in het primair onderwijs gestart door SBLM van vakdocenten via met gebruikmaking van vitaliteits- en/of NPO middelen. In 2022 wordt gestart met de bouw van het nieuwe Kindcentrum. Oplevering van het gebouw is gepland in het najaar van 2023. Tegelijk met de ontwikkeling van het nieuwe Kindcentrum ondersteunen we initiatieven voor een campusidee.
Programmaonderdeel 4.02:
Sport
Wat willen we bereiken? 1. 2.
Sport meer integraal benaderen in combinatie met volksgezondheid en preventie. En meer(sportieve) activiteiten ontplooien met als doel stimuleren van beweging, voorkomen van ongezond gedrag en verminderen instroom sociale domein. Duidelijke afspraken over gebruik van buitensportaccommodaties en de bijdrage daarin van zelfwerkzaamheid voor de verenigingen.
Wat gaan we ervoor doen? 1. a) We voeren het Vitaliteitsakkoord 1.0 en 2.0 uit en actualiseren deze wanneer nodig. b) Met de gelden die we ontvangen vanuit de landelijke sport- en preventieakkoorden wordt samen met ‘het veld’ overeenkomstig de voorwaarden van het Rijk uitvoering gegeven aan het Vitaliteitsakkoord. Hierin is ook een afsprakenlijst met maatschappelijke partners over de onderwerpen, sport, bewegen, volksgezondheid, preventie en inzet buurtsportcoach opgenomen. De rijksgelden zijn verzekerd tot en met 2023. c) In overleg met de sportverenigingen en buurtsportcoaches ervoor zorgdragen dat het Vitaliteitsakkoord zodanig wordt geïnstitutionaliseerd dat de uitvoering structureel wordt. 2. We stellen de nieuwe uitgangspunten voor het gebruik van de buitensportaccommodaties vast en werken deze uit. Op basis van deze uitgangspunten werken we toe naar nieuwe overeenkomsten met verenigingen en stichtingen en zorgen we ervoor dat er een meerjarenplanning voor het grootonderhoud wordt gehanteerd.
Programmaonderdeel 4.03:
Kunst en cultuur (en erfgoed)
Wat willen we bereiken? 1. 2. 3.
Een Huis van Ervaring als een laagdrempelige en vrij toegankelijke plek in de kernen Linschoten en Montfoort om te leren, kennis te delen, te ontmoeten en te ontwikkelen. Een nieuwe locatie voor de scouting. Cultuurhistorische waarden en waardevolle gebouwen en terreinen blijven behouden voor de toekomst.
Wat gaan we ervoor doen? 1. 2. 3.
Het realiseren van een bibliotheekvoorziening gecombineerd met een welzijnscomponent. Het voornemen van de scouting om in eigen beheer en voor eigen rekening een accommodatie te bouwen wordt getoetst op haalbaarheid. Dit moet leiden tot een concreet plan en raadsvoorstel. We blijven gemeentelijke monumenten aanwijzen, advies vragen bij de commissie Ruimtelijke Kwaliteit en de lokale stichtingen betrekken bij elementen die de cultuurhistorie raken.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
22 | P a g i n a
Financieel overzicht Programma 4. Onderwijs, sport en cultuur
Rekening Begroting* Begroting Raming 2021 2022 2023 2024
(bedragen x € 1.000) Raming Raming 2025 2026
LASTEN (actuele begr'22)
2.339
2.499
2.490
2.525
2.525
2.523
Mutaties: Kapitaallasten: nieuw en afloop Totaal lasten Begroting 2023
2.339
2.499
2.490
768 3.293
671 3.196
671 3.194
BATEN (actuele begr'22)
527
548
509
513
513
513
527 1.812 -
548 1.952 -
509 1.980 0 -
40 553 2.740 0 -
40 553 2.643 0 -
40 553 2.641 0 -
-
45 45 45 0
Mutaties: Huren Totaal baten begroting 2023 Saldo baten en lasten voor mutaties reserves - waarvan incidenteel - waarvan structureel Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Saldo mutaties reserves - waarvan incidenteel - waarvan structureel
6 -6
Saldo baten en lasten na mutaties reserves Structureel saldo na mutaties reserves *) Begroting 2022 na vastgestelde wijzigingen
1.806 -
1.997 -
0 -
0
0
-
-
0 0
0 0
0 0
0 0
1.980 -
2.740 -
2.643 -
2.641 -
Kredieten 2023 Investeringen pogramma 4 Sporthal De Vaart binnenwandafwerking akoestisch Sporthal Hofland binnenwandafwerking akoestisch Sporthal Hofland Duurzaamheid PV Panelen en zonneboiler Aanvullend krediet kindcentrum
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
G e m e e n t e
Krediet per Planning 2023 jaar € 105.696 2023 € 105.696 2023 € 193.120 2023 € 591.000 2023
M o n t f o o r t
0 -
MJOP Gemeentelijke gebouwen MJOP Gemeentelijke gebouwen MJOP Gemeentelijke gebouwen MJOP Gemeentelijke gebouwen
23 | P a g i n a
2.5.Inkomen, Jeugd en Wmo Portefeuillehouder(s): A.P.M. van de Poll en C. van Dalen 5.01 Participatie B € 1.621.647 L € 3.571.719
5.04 Volksgezondheid L € 614.523
5. Inkomen, Jeugd en Wmo B* € 1.681.647 L* € 10.737.231
5.02 Wmo B € 60.000 L € 3.640.146
5.03 Jeugd L € 2.910.843 *) B = baten en L = lasten
Ambitie In onze gemeente kan iedereen een toekomst opbouwen, waarbij wij inzetten op het zo lang en zo goed mogelijk zelf in staat laten zijn van onze inwoners om hun eigen leven te leiden. Door de kracht van de samenleving en het eigen oplossende vermogen van de inwoners centraal te stellen, zijn zij in staat om op sociaal en economisch gebied naar eigen vermogen te participeren en hun ambities te realiseren. De gemeente Montfoort hecht veel waarde aan de aanpak in de nabijheid van de inwoner en het werken vanuit de bedoeling. Lokale aanpak daar waar het kan en regionaal daar waar nodig. De bedoeling is het huishouden of gezin dichtbij de passende zorg en ondersteuning te geven en daarvoor doen wat nodig is. Hierbij hanteren we de kernwaarden: aansluiten bij het gezin, bieden bereikbare hulp, de gemeente is zorgvuldig, de inwoner is primair zelf verantwoordelijk en eigen mogelijkheden en netwerk gaan voor.
Trends en ontwikkelingen
De omgekeerde toets en omgekeerde verordening met aandacht voor inwonersparticipatie: - De mens staat centraal; - Het bieden van een bij het gezin passend arrangement; - Integratie van verschillende vormen van hulp; - Heldere afspraken tussen inwoner en gemeente. De schaal van de gemeente Montfoort en complexiteit van sommige vraagstukken zorgen ervoor dat intensief contact en samenwerking met organisaties en andere overheden om passende zorg te kunnen bieden noodzakelijk is. Tegelijkertijd is de schaalgrootte van de gemeente Montfoort overzichtelijk en kunnen wij hierdoor lokaal inzetten wat nodig is en werkt. Vanuit de integrale klantbenadering is er een steeds intensievere samenwerking tussen het sociaal team en het jeugdteam op zowel de wijze van klantbenadering als triage van de klantvraag. Medio 2023 moet de samenwerking dusdanig zijn dat alle klantvragen eenduidig worden beoordeeld en afgehandeld
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
24 | P a g i n a
Optimaliseren van de samenwerking tussen de onderdelen van de diverse programma’s en ketenpartners, zodat we de inwoner, het huishouden of gezin een passend arrangement kunnen bieden. Voorbeeld hiervan is dat de toegangsteams steeds intensiever gaan samenwerken met onder andere het onderwijs en de huisartsen om de inwoners tijdig passende zorg te kunnen bieden. De rol van de centrumgemeente Utrecht bij maatschappelijke opvang en beschermd wonen wordt afgebouwd, waardoor de opvang en zorg voor deze kwetsbare groep inwoners lokaal georganiseerd gaat worden. Voor personen met verward gedrag hebben we de wijk GGZ-er, die de regie heeft en samen met de andere betrokken sociale partners een integrale aanpak biedt, waarbij er verbinding is tussen het veiligheids-, het medisch-, het sociaal domein en welzijn. Er wordt gewerkt aan de borging van de functie Wijk-GGZ binnen de gemeente Montfoort. Uitvoering van de inkoop hulp bij het huishouden per 1 januari 2023. Kinderen met een zwaardere zorgvraag worden waar mogelijk en passend lokaal opgevangen in een gezinsvorm in plaats van in een bovenregionale instelling. In de gemeente Montfoort is de keuze gemaakt voor het opnieuw opzetten van een bibliotheekfunctie (Huis van Ervaring), waarbij er een integrale samenhang is met welzijn, zorg- en ondersteuningsfuncties binnen het sociaal domein die al grotendeels in de gemeente aanwezig zijn.
Het door de centrale overheid ingevoerde abonnementstarief leidt nog steeds tot een toename van meldingen en verstrekkingen bij de Wmo, met name op het gebied van de woningaanpassingen en hulp bij het huishouden. Er is een woon/zorg behoefte onderzoek afgerond. De woningopgave voor de diverse doelgroepen wordt gekoppeld aan oplossingen binnen de bestaande woningvoorraad en ingepast in de nieuwbouw op de uitbreidingslocaties. Vanuit het ministerie is aangegeven dat de gemeenten vanaf 2023 moeten werken aan een integrale woonzorgvisie voor alle aandachtsgroepen. Wetswijziging gemeentelijke schuldhulpverlening om mensen met problematische schulden eerder en beter te kunnen helpen (vroegsignalering). Actualisatie gemeentelijk schuldhulpverleningsbeleidsplan. De regie op de nieuwe Wet Inburgering 2021 is opgedragen aan Ferm Werk; de uitvoering daarvan vindt plaats door Ferm Werk, Vluchtelingenwerk, de SWOM en de gemeente. De cliëntervaringsonderzoeken worden continu uitgevoerd, waarbij de inwoner zijn verhaal en ervaring kan doorgeven. De begeleiding van mensen met een uitkering levensonderhoud en een grote afstand tot de arbeidsmarkt blijft een punt van aandacht gelet op de capaciteit die daarvoor beschikbaar is. Landelijk is het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming gepresenteerd.
Het toekomstscenario biedt perspectief hoe de jeugdbeschermingsketen er in de toekomst slimmer en effectiever uit kan zien waarbij het belang van kind en gezin centraal staan. ‘Bescherming in beweging’ is een van de proeftuinen van het toekomstscenario kind- en jeugdbescherming. De gemeente Montfoort participeert binnen deze proeftuin. ‘Bescherming in beweging’ houdt in dat het jeugdteam de (preventieve) taken van SVMN overneemt, wat leidt tot versterking van hulp aan gezinnen en een vereenvoudiging van de veiligheidsketen. Het ministerie van VWS, zorgaanbieders, cliënten(vertegenwoordigers), professionals en de VNG stellen samen de Hervormingsagenda Jeugd 2022-2028 op. Het huidige jeugdstelsel is niet houdbaar. Daarom werken deze 5 partijen aan de hervormingsagenda om de hulpverlening te verbeteren en het jeugdstelsel beter beheersbaar te maken. Het is nog onduidelijk welke gevolgen dit precies gaat hebben. Het jongerenwerk wordt in 2023 voortgezet in de gemeente. In 2023 zal gekeken worden of de groep vrijwilligers van de SWOM ook ingezet en/of uitgebreid kunnen worden voor jongeren en gezinnen met een hulpvraag. Men wordt indien gewenst bij een hulp aanvraag ondersteunt door bijvoorbeeld een clientondersteuner, mantelzorger of ervaringsdeskundige. De coronacrisis heeft veel invloed op de gezondheid en gezondheidszorg.
Ook de vaccinatiegraad en -bereidheid voor zowel corona als andere infectieziekten hangt hier sterk mee samen.
Kaderstellende beleidsnota’s
Integraal beleidsplan sociaal domein gemeente Montfoort 2017 Handelingskader personen met verward gedrag Inkoopcontracten Wet verplichte GGZ Integrale woon/zorgvisie
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
25 | P a g i n a
Verbonden en / of uitvoerende partijen I. Ferm Werk en Plangroep (schuldhulpverlening) II. SWOM (Sociaal team en welzijnsteam) III. Stichting de Thuisbasis (Jeugdteam) IV. GGD - regio Utrecht V. Regionaal Bureau Leerplicht Utrecht Noordwest. VI. RMC (Regionale Meld- en Coördinatiefunctie, voortijdig schoolverlaters) VII. Samenwerkingsverbanden en schoolbesturen PO, VO en het MBO VIII. Regiogemeenten en Ferm Werk voor uitvoering van de Wet inburgering 2021 IX. Inkoop en Monitoring Utrecht West (inkoop en contractbeheer Wmo en jeugdhulpaanbieders) X. Regiotaxi XI. Vluchtelingenwerk Montfoort en Linschoten XII. Woningcorporatie Cazas Wonen XIII. Woningcorporatie Woonzorg Nederland XIV. Coördinator buurtsportcoaches XV. Bibliotheek
Programmaonderdeel 5.01: Participatiewet Wat willen we bereiken? 1. 2. 3. 4. 5.
De zorgvraag van de inwoner is leidend en de regelgeving binnen het sociaal domein is dienend. Duurzame zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie voor alle inwoners (bestaanszekerheid). Ook mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt doen mee. Voorkomen van problematische schulden bij inwoners. De toegang en communicatie met de uitvoerende instellingen is helder en op maat. Ze werken allen vanuit het principe van de omgekeerde toets.
Wat gaan we ervoor doen? 1. Werken vanuit de bedoeling en het blijven stimuleren van het toepassen van de omgekeerde toets. 2. De ondersteuning die wij en onze partners inzetten is gericht op het duurzaam vergroten van de zelfredzaamheid en participatie. Hiervoor richten we ons op het oplossen van de oorzaak van de ondersteuningsvraag. 3. We hebben extra aandacht voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Laagdrempelige dagbesteding voor deze groep wordt door de SWOM georganiseerd. Daarnaast gaan we door met het verbeteren van de samenwerking tussen bedrijven, gemeenten, Ferm Werk, UWV en onderwijs om inwoners met een groter dan gemiddelde afstand tot de arbeidsmarkt te (be)geleiden richting duurzaam werk. 4. Uitvoering geven aan de Nota armoedebeleid en de daarin genoemde instrumenten, acties en onderzoeksvragen. Als vervolg op de Nota armoedebeleid en de gewijzigde Wet gemeentelijke schuldhulpverlening per 1 januari 2021 wordt de vroegsignalering verder vorm gegeven. 5. In de contacten met uitvoerende instellingen het principe van de omgekeerde toets blijven uitdragen.
Programmaonderdeel 5.02:
Wmo
Wat willen we bereiken? 1. De zorgvraag van de inwoner is leidend en de regelgeving binnen het sociaal domein is dienend. 2. Integrale dienstverlening binnen het sociaal domein. 3. Een passende opvang voor onze kwetsbare inwoners. 4. Meer eigen regie door de inwoners van de gemeente Montfoort. 5. Een verdere transformatie van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen. 6. Een goede aansluiting van de woon/zorg behoefte bij het beschikbare woningaanbod. 7. We willen thuiswonende ouderen die verward of dementerend zijn in een vroeg stadium ondersteuning bieden.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
26 | P a g i n a
Wat gaan we ervoor doen? 1. Werken vanuit de bedoeling en het blijven stimuleren van het toepassen van de omgekeerde toets. 2. Medio 2023 zal het ‘Integraal beleidsplan sociaal domein 2023 en verder’ ter vaststelling aan de raad worden voorgelegd. Met dit beleidsplan zetten we een belangrijke stap op weg naar een meer integrale dienstverlening met betrekking tot ondersteuning en zorg voor onze inwoners. 3. Borgen van de ketensamenwerking bij zorg voor onze inwoners met GGZ problematiek waarbij de Wijk-GGZ de verbindende schakel vormt tussen het sociaal domein, medisch domein, veiligheidsdomein en welzijn. 4. Bij een ondersteuningsvraag de inwoner handvatten aanreiken zodat het ondersteuningsaanbod zoveel mogelijk past bij de wijze waarop de inwoner zijn leven wil leiden. We stimuleren hierbij het benutten van de eigen kracht. 5. Verder uitbouwen en borgen van onze laagdrempelige algemeen toegankelijke zorg-, hulp-, en welzijnsactiviteiten, zoals het Doe Mee huis en het Huis van Ervaring, waarbij het dienen van onze inwoners en het maatschappelijk belang het uitgangspunt blijft. 6. a) We gaan onderzoeken of een ontmoetingshuis voor mensen met dementie een vast onderdeel kan worden in onze gemeente voor het worden van een dementievriendelijke gemeente.
b) Nauwer samenwerken met de woningbouwverenigingen over de woonoplossingen voor zorg doelgroepen bij nieuwbouw en vrijkomend vastgoed. 7. Een pilot wordt opgezet om de thuiswonende dementerende ouderen te bereiken.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
27 | P a g i n a
Programmaonderdeel 5.03:
Jeugd
Wat willen we bereiken? 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
De zorgvraag van de inwoner is leidend en de regelgeving binnen het sociaal domein is dienend. Integrale dienstverlening binnen het sociaal domein. Transformatie van jeugdzorg “van bos naar buurt”.(kinderen/ jeugdigen in of in de buurt van de huidige gemeente opvangen in plaats van in afgelegen jeugdzorginstellingen). Meer eigen regie door de inwoners van Montfoort en Linschoten en aansluiten bij de leefwereld van het gezin. Een integrale aanpak. Goede kwaliteit van zorg. De welzijnsorganisatie aantrekkelijk en bereikbaar maken voor onze jongeren. Meer gelijke kansen voor jongeren.
Wat gaan we ervoor doen? 1. Werken vanuit de bedoeling en het blijven stimuleren van het toepassen van de omgekeerde toets. 2. Medio 2023 zal het ‘Integraal beleidsplan sociaal domein 2023 en verder’ ter vaststelling aan de raad worden voorgelegd. Met dit beleidsplan zetten we een belangrijke stap op weg naar een meer integrale dienstverlening met betrekking tot ondersteuning en zorg voor onze inwoners. 3. Intensievere samenwerking tussen de gemeenten in de regio Utrecht West en aanbieders om te zorgen voor meer regionale-, en indien mogelijk lokale opvang van jongeren in plaats van opvang buiten de regio. 4. Bij een ondersteuningsvraag de jongere en de ouders handvatten aanreiken zodat het ondersteuningsaanbod zoveel mogelijk past bij de wijze waarop zij hun leven willen leiden. We stimuleren hierbij het benutten van de eigen kracht. 5. Toepassen van brede vraagverheldering en afstemming met betrokken partijen (o.a. huisarts, school, andere hulpverleners) bij gezinsplan. Daar waar de zorgvraag domein overstijgend is deelname aan 3D-initiatieven om voor bepaalde doelgroepen met partijen uit verschillende domeinen (jeugd, WMO en participatie) bepaalde problematiek aan te pakken in de gemeente Montfoort. 6.
Bij en ingezet zorgtraject regelmatig met de zorgaanbieder en klant beoordelen of de ingezette zorg nog past bij de zorgvraag en of de ingezette zorg het gewenste effect heeft. Daarnaast is de controle op de kwaliteitseisen van de aanbieders zoals aangegeven in de inkoopdocumenten verscherpt. 7. Uitbreiden en benutten van algemene en voorliggende voorzieningen voor jongeren. Onderzoeken welke welzijnsactiviteiten jongeren aanspreken, zodat ook zij toegang krijgen tot laagdrempelige activiteiten om mee te kunnen doen in de gemeente Montfoort. 8. Passende jeugdhulp inzetten waarmee de problematiek bij jongeren wordt teruggebracht tot het niveau dat zij zich weer hetzelfde kunnen ontwikkelen als leeftijdgenoten.
Programmaonderdeel 5.04:
Volksgezondheid
Wat willen we bereiken? 1. Blijvend monitoren van de vaccinatiebereidheid van onze inwoners, mede gelet op de corona pandemie. 2. Lokale preventie akkoord uitvoeren in samenhang lokale sportakkoord (Vitaliteitsakkoord 1.0 en 2.0). 3. Zo gezond mogelijke inwoners van onze gemeente. 4. Buurtsportcoachactiviteiten nog beter laten aansluiten op het sociaal domein. 5. Gezonde inrichting van de bebouwde omgeving. 6. Een helder beleidsplan met daarin verschillende doelen op het gebied van gezondheid en preventie. 7. Onze inwoners duidelijkheid geven in het geval van extreme weerssituaties en/of infectieziekten. 8. Het aanpakken van laaggeletterdheid
Wat gaan we ervoor doen? 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Informatie verstrekken, voorlichten en opzetten van sturing naar gedragsverandering. Zie ook programma 4 onderdeel sport. Intensiveren samenwerking met de GGD en nog meer gebruik maken van de aanwezige expertise. Uitvoering van het Vitaliteitsakkoord, meer aandacht voor preventie. De buurtsportcoach meer betrekken bij de maatschappelijke opgave in het sociaal domein. Meer samen optrekken met regiegroep Actief Montfoort. Gezondheid opnemen als thema in nieuwbouwprojecten en herontwikkeling. Initiatieven voor een beweegvriendelijke omgeving ondersteunen. Opstellen van een nieuwe Nota Gezondheidsbeleid, als oplegger bij de nieuwe nota Sociaal domein. Opstellen van een communicatieplan in dergelijke gevallen, zoals een lokaal hitteplan. Het opzetten en integreren van meerdere welzijnsonderdelen zoals taalondersteuning, internet- vaardigheid, cursussen betrekking hebbend op gezondheid/welzijn in de bibliotheekfunctie.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
28 | P a g i n a
Financieel overzicht Programma 5. Inkomen, jeugd en Wmo
(bedragen x € 1.000) Raming Raming 2025 2026
Rekening Begroting* Begroting Raming 2021 2022 2023 2024
LASTEN (actuele begr'22)
10.803
10.936
10.870
10.782
10.764
10.764
Mutaties: Begroting 2023 Ferm Werk Totaal lasten Begroting 2023
10.803
10.936
-133 10.737
-133 10.649
-133 10.631
-133 10.631
BATEN (actuele begr'21)
1.934
1.682
1.682
1.682
1.682
1.682
Mutaties: Totaal baten begroting 2023 Saldo baten en lasten voor mutaties reserves - waarvan incidenteel - waarvan structureel
1.934 8.869 -
1.682 9.255 -
1.682 9.056 0 -
1.682 8.968 0 -
1.682 8.949 0 -
1.682 8.949 0 -
8 -8
0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
8.861 -
9.255 -
9.056 -
8.968 -
8.949 -
8.949 -
Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Saldo mutaties reserves - waarvan incidenteel - waarvan structureel
-
-
Saldo baten en lasten na mutaties reserves Structureel saldo na mutaties reserves *) Begroting 2022 na vastgestelde wijzigingen
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
29 | P a g i n a
2.6. Overhead
6. Overhead B € 339.382 L € 5.109.721
6.01 Overhead B € 339.382 L € 5.109.721
*) B = baten en L = lasten Het “programma” Overhead is opgenomen als apart hoofdstuk. De reden hiervoor is dat de BBV-voorschriften de gemeente verplicht om naast haar 5 facultatieve programma’s de kosten van overhead in een overzicht samen te brengen en niet meer in de 5 hoofdprogramma’s te verantwoorden. Het begrip overhead is volgens de regelgeving: “het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Het begrip is nader uitgewerkt in een notitie van de commissie BBV. De notitie duidt Overhead nader aan als: leidinggevenden en managementondersteuning primair proces. Hieronder vallen de functies financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie; HRM; inkoop en aanbesteding; interne en externe communicatie; juridische zaken; bestuursondersteuning; informatievoorzieningen en automatisering (ict); facilitaire zaken, huisvesting, documentatie en informatievoorziening.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
30 | P a g i n a
Financieel overzicht (bedragen x € 1.000) Raming Raming 2025 2026
Rekening Begroting* Begroting Raming 2021 2022 2023 2024
Programma 6. Overhead
5.129
LASTEN (actuele begr'22)
4.905
4.935
4.935
4.935
4.935
315 -140 5.131
315 -140 5.103
315 -140 5.074
Mutaties: Bedrijfsvoering: CAO ontwik k elingen ICT k osten Totaal lasten Begroting 2023
5.129
4.905
315 -140 5.110
BATEN (actuele begr'22)
246
339
339
339
339
339
246 4.883 -
339 4.566 -
339 4.770 0 -
339 4.792 0 -
339 4.764 0 -
339 4.735 0 -
Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Saldo mutaties reserves - waarvan incidenteel - waarvan structureel
98 360 -262
40 -40 40 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
Saldo baten en lasten na mutaties reserves Structureel saldo na mutaties reserves *) Begroting 2022 na vastgestelde wijzigingen
4.621 -
4.526 -
4.770 -
4.792 -
4.764 -
4.735 -
Mutaties: Totaal baten begroting 2023 Saldo baten en lasten voor mutaties reserves - waarvan incidenteel - waarvan structureel
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
31 | P a g i n a
2.7. Algemene dekkingsmiddelen
7. Algemene dekkingsmiddelen B € 25.298.615 L € 662.725
7.01 Algemene dekkingsmiddelen B € 25.298.615 L € 662.725
*) B = baten en L = lasten
Algemene dekkingsmiddelen Het 7de “programma” Algemene dekkingsmiddelen is ook als apart hoofdstuk opgenomen, omdat de BBV-voorschriften de gemeente verplichten om naast haar vijf facultatieve programma’s ook dit programma in de begroting apart op te nemen en te verantwoorden. Het programma algemene dekkingsmiddelen betreft de OZB en de uitkeringen uit het gemeentefonds. Deze middelen kennen geen vooraf bepaald bestedingsdoel en zijn daarmee vrij aanwendbaar. Ook het renteresultaat komt via dit programma naar voren. De niet vrij aanwendbare heffingen, zoals het rioolrecht en afvalstoffenheffing, en de ontvangsten van specifieke uitkeringen zijn als baten opgenomen in de betreffende programma’s.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
32 | P a g i n a
Financieel overzicht Programma 7. Algemene dekkingsmiddelen
(bedragen x € 1.000) Raming Raming 2025 2026
Rekening Begroting* Begroting Raming 2021 2022 2023 2024 203
187
215
363
366
379
203
187
300 148 663
30 -209 184
30 -209 187
30 -209 200
BATEN (actuele begr'22)
22.041
23.111
23.111
23.375
21.227
23.120
Mutaties: Algemene uitk ering (meicirculaire) Totaal baten begroting 2023 Saldo baten en lasten voor mutaties reserves - waarvan incidenteel - waarvan structureel
22.041 -21.838 -
23.111 -22.924 -
2.188 25.299 -24.636 0 -
2.898 26.273 -26.088 0 -
3.178 24.405 -24.218 0 -
1.307 24.427 -24.228 0 -
0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
-22.924 -
-24.636 -
-26.088 -
-24.218 -
-24.228 -
LASTEN (actuele begr'22) Mutaties: Treasury: totaalfinanciering en rente effect Alg. uitk ering (stelposten) Totaal lasten Begroting 2023
Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Saldo mutaties reserves - waarvan incidenteel - waarvan structureel
4 -4 -4 0
Saldo baten en lasten na mutaties reserves Structureel saldo na mutaties reserves *) Begroting 2022 na vastgestelde wijzigingen
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
G e m e e n t e
-21.842 -
M o n t f o o r t
-
33 | P a g i n a
2.8. Heffing Vpb en onvoorzien Vennootschapsbelasting Sinds 2016 moeten gemeenten (en andere overheden) vennootschapsbelasting (vpb) betalen over de winst die ze met een aantal, nader bepaalde, ondernemingsactiviteiten maken. Jaarlijks wordt er een analyse van de bedrijfsactiviteiten van de gemeente gemaakt. Hierbij is vastgesteld dat voor de gemeente Montfoort de ondernemingsactiviteiten in het kader van de vpb beperkt zijn en voornamelijk betrekking hebben op de grondexploitaties. Voor 2023 worden geen winsten verwacht, die tot een vpb-heffing leiden. Vennootschapsbelasting Lasten Baten Saldo baten en lasten voor mutaties reserves Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Saldo baten en lasten na mutaties reserves *) Begroting 2022 na vastgestelde wijzigingen
(bedragen x € 1.000) Rekening Begroting* Begroting Raming Raming Raming 2021 2022 2023 2024 2025 2026 -10 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -10 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -10 0 0 0 0 0
Onvoorzien Voor het bedrag voor onvoorziene uitgaven hanteert de provincie Utrecht een richtbedrag van € 2,50 per inwoner. Op basis van inwoneraantal per 1 januari 2022 had een bedrag € 35.000 kunnen volstaan. Vanwege de aanzienlijke toename van de omvang van de begroting sinds de decentralisaties in 2015 is er een bedrag van € 50.000 opgenomen voor onvoorziene uitgaven. Onvoorzien Lasten Baten Saldo baten en lasten voor mutaties reserves Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Saldo baten en lasten na mutaties reserves *) Begroting 2022 na vastgestelde wijzigingen
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
G e m e e n t e
(bedragen x € 1.000) Rekening Begroting* Begroting Raming Raming Raming 2021 2022 2023 2024 2025 2026 0 50 50 50 50 50 0 0 0 0 0 0 50 50 50 50 50 0 50 50 50 50 50
M o n t f o o r t
34 | P a g i n a
3
Paragrafen
3.1. Lokale heffingen Portefeuillehouder(s): W. van Wikselaar
Algemeen In deze paragraaf worden de ontwikkelingen en kostendekkendheid van de heffingen en leges uiteengezet. Daarna wordt de Onroerende zaakbelasting beschreven (OZB). Tot slot wordt ingegaan op de onbenutte belastingcapaciteit en het kwijtscheldingsbeleid. De gemeentelijke heffingen zijn, naast de algemene uitkering uit het gemeentefonds, een belangrijke bron van inkomsten. Er zijn twee gemeentelijke heffingen; rechten en belastingen. Bij ‘rechten’ is sprake van een tegenprestatie van de gemeente en mogen de geraamde opbrengsten niet hoger zijn dan de geraamde kosten die de gemeente maakt voor de uitoefening van de taak. Dat wil zeggen: niet meer dan honderd procent kostendekkend. Bij ‘belastingen’ is er geen directe relatie met een prestatie van de gemeente. De gemeente kent de volgende belastingsoorten: - Onroerendezaakbelastingen (OZB/RZB); - Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht; - Rioolheffingen; - Marktgelden; - Lijkbezorgingrechten; - Leges.
Heffingen en leges Met ingang van de begroting 2017 dient op basis van het BBV een bijlage te worden toegevoegd met betrekking tot de kostendekkendheid van de lokale lasten. Hierbij dient overhead – als onderdeel van de apparaatskosten - centraal onder een taakveld te worden opgenomen en extracomptabel te worden berekend. Alle apparaatskosten en overige directe lasten die direct te relateren zijn aan een taakveld dienen op het taakveld van de desbetreffende leges en heffingen te worden opgenomen. De directe kosten en de toerekenbare overhead worden op deze manier meegenomen teneinde te bepalen in hoeverre de leges en de heffingen kostendekkend zijn. De leges en heffingen mogen maximaal kostendekkend zijn.
Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing wordt geheven van de bewoner van een eigendom, waarbij huishoudelijke afvalstoffen worden opgehaald. Er is sprake van een tariefdifferentiatie naar gezinsverhouding. Voor bedrijven is er sprake van een reinigingsrecht. Voor beide heffingen is het uitgangspunt volledige kostendekking. De afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht worden in rekening gebracht door de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR). Met ingang van de programmabegroting 2017 zijn de vernieuwde regels van het BBV toegepast. Voor de lokale heffingen wordt informatie op hoofdlijnen opgenomen van kostendekkendheid. Ten laste van de heffingen mogen alleen die baten en lasten van overhead worden toegerekend die betrekking hebben op het taakveld van de betreffende heffing. Vanaf het begrotingsjaar 2021 is de afvalstoffenheffing toegegroeid naar 100% kostendekkendheid. Voor het jaar 2023 is de kostendekkendheid 100%. In december 2022 zullen de tarieven voor de afvalstoffenheffing door middel van de Afvalstoffenverordening 2023 ter vaststelling aan de raad worden aangeboden.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
35 | P a g i n a
Begroting 2020 1.392.293 -155.000 1.237.293
Begroting 2021 1.491.578 -157.610 1.333.968
Begroting 2022 1.543.742 -159.972 1.383.770
Begroting 2023 1.654.522 -169.570 1.484.952
Raming 2024 1.654.522 -169.570 1.484.952
221.089 245.635
329.903 260.845
296.302 281.405
300.529 298.095
300.529 298.095
Uitgaven taakveld
1.704.017
1.924.716
1.961.477
2.083.576
2.083.576
Opbrengsten heffingen Inkomsten taakveld dekkingspercentage
1.397.088 1.397.088 82%
1.730.014 1.730.014 90%
1.954.798 1.954.798 100%
2.079.905 2.079.905 100%
2.079.905 2.079.905 100%
Afvalstoffenheffing Bedragen in euro's
Kosten taakveld Inkomsten taakveld, exclusief heffingen Netto kosten product Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW
Reinigingsrechten Bij niet-huishoudens worden reinigingsrechten in rekening gebracht. Dat is een retributie die wordt geheven voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang. Er is een tarief voor het beschikbaar stellen van een container en een tarief voor elke extra container. Ook reinigingsrechten zijn bestemmingsheffingen, de opbrengsten mogen niet hoger zijn dan de uitgaven. Reinigingsrecht betreft een belasting voor het verwerken van afval voor bedrijven die geen eigen vuilopslagmogelijkheid hebben. Voorgesteld is om deze belasting 100% kostendekkend te maken en te houden. Ook hier wordt uitgegaan van het principe “de gebruiker dan wel vervuiler betaalt”. De opbrengst van de reinigingsrechten is in 2023 aangepast aan de reële verwachting. Reinigingsrechten Bedragen in euro's
Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen Inkomsten taakveld dekkingspercentage
Begroting 2020 34.467
Begroting 2021 42.914
Begroting 2022 44.400
Begroting 2023 30.594
Raming 2024 30.594
5.745 6.053 46.265
9.492 7.615 60.021
8.522 8.939 61.861
5.557 9.346 45.497
5.557 9.346 45.497
40.904 40.904 88%
60.021 60.021 100%
61.287 61.287 100%
45.209 45.209 100%
45.209 45.209 100%
Uitvoering Wet WOZ en bezwaren De Wet Waardering Onroerende Zaken betreft de waardering van woningen en bedrijven. Behalve het periodiek waarderen, behelst dit ook het analyseren van gerealiseerde verkoopcijfers en huurgegevens, het bijhouden van mutaties in objecten ingevolge van bouwvergunningen en het afhandelen van bezwaar- en beroepschriften gericht tegen de WOZ-beschikkingen. Tegen de WOZ-beschikkingen zijn over 2021 in totaal 255 bezwaarschriften ingediend dit betreft uitsluitend bezwaarschriften waarin de WOZ-waarde wordt betwist (stand jaarrekening 2021). WOZ tijdvak
Waarde-peildatum 1-1-2017 1-1-2018 1-1-2019 1-1-2020
2018 2019 2020 2021
WOZbezwaren 124 170 192 255
Aantal nog in Aantal behandeling afgehandeld 0 124 1 169 1 191 11 244
Waarvan gegrond 62/50% 80/47% 124/65% 82/32%
Kwijtscheldingsbeleid Als een belastingschuldige als gevolg van financiële omstandigheden niet in staat is een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen, kan op verzoek gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend. De normen voor het behandelen van kwijtscheldingsverzoeken worden bepaald door de rijksoverheid. Volgens de Rijksnormen wordt beoordeeld of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. Kwijtschelding wordt verleend met betrekking tot de volgende gemeentelijke belastingsoorten: Onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en de rioolheffingen.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
36 | P a g i n a
De kwijtscheldingen maken deel uit van het minimabeleid, dat onderdeel is van programma Inkomen, jeugd en Wmo. Kwijtscheldingen worden meegenomen bij het bepalen van de heffingen, omdat daar het uitgangspunt van volledige kostendekkendheid geldt. Bij de onroerendezaakbelastingen spelen de lasten geen directe rol bij het bepalen van de tarieven. Het kwijtscheldingsbeleid wordt uitgevoerd door de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR). Zij maken voor het gebruik van de automatische kwijtscheldingen gebruik van het inlichtingenbureau van de VNG. Dit bureau geeft een advies of een huishouden in aanmerking komt voor kwijtschelding. Is het advies positief dan ontvangt dit huishouden automatisch kwijtschelding. De huishoudens die niet voor automatische kwijtschelding in aanmerking komen, kunnen nog een afzonderlijk verzoek hiertoe indienen bij BSR. Overzicht van de kwijtscheldingen per heffing/belasting: Kwijtschelding Bedragen in euro's
Totaal bedrag kwijtschelding afvalstoffenheffing Totaal bedrag kwijtschelding rioolheffing Totaal bedrag kwijtschelding extra containers Totaal bedrag
Begroting 2020 24.805 31.570
Begroting 2021 24.805 31.570
Begroting 2022 27.270 34.706
Begroting 2023 38.255 35.313
56.375
56.375
61.976
73.568
Heffingen en belastingen Onroerendezaakbelasting De grondslag voor de aanslagen onroerendezaakbelastingen is de vastgestelde waarde, (WOZ-waarde) van de onroerende zaak. Nadere informatie over de WOZ vind u hiervoor in het onderdeel “Uitvoering Wet WOZ”. Voor 2023 wordt voorgesteld de opbrengst van de onroerendezaakbelastingen (OZB) met 6,4% te laten stijgen ten opzichte van 2022. De vaststelling van het tarief is mede afhankelijk van de waardeontwikkelingen van de grondslag voor de aanslagen OZB, de vastgestelde waarde van de onroerende zaak (WOZ-waarde). Bij het bepalen van de uiteindelijke tarieven wordt hiermee rekening gehouden, zodat bij een gelijkblijvend areaal de totale baten toenemen met 6,4%. Onroerendezaakbelasting
Begroting 2020 2.212.180 1.433.796 3.645.976
Bedragen in euro's
OZB Baten woningen OZB Baten niet woningen Totaal opbrengst
Begroting 2021 2.373.614 1.487.989 3.861.603
Begroting 2022 2.535.153 1.520.873 4.056.026
Begroting 2023 2.697.403 1.618.209 4.315.612
Onbenutte belastingcapaciteit OZB De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra middelen die gegenereerd kunnen worden door de tarieven van de gemeentelijke heffingen te verhogen tot het wettelijk toegestane maximum. De onbenutte belastingcapaciteit kan worden berekend door de maximaal toegestane belastingbaten / -tarieven te vergelijken met de belastingbaten / -tarieven in de gemeente. Voor de maximale tarieven wordt gebruik gemaakt van de normen van het zogeheten artikel 12 beleid. Een gemeente met een artikel 12 status is een Nederlandse gemeente die onder financiële curatele is gesteld door het Rijk vanwege een structureel slechte situatie. Deze gemeenten moeten hun tarieven verhogen tot een ‘redelijk peil eigen heffingen’, willen zij in aanmerkingen komen voor rijkssteun. In de meicirculaire 2022 is het percentage van de WOZ-waarde voor toelating tot artikel 12 voor 2023 vastgesteld op 0,1729. De berekening van de onbenutte belastingcapaciteit is als volgt: Omschrijving Belastingcapaciteit woningen en niet-woningen in € per 1-1-2022 Maximale OZB opbrengst (Norm art. 12: 0,1729% van de WOZ-waarde) Af: Geraamde OZB opbrengst 2023 Onbenutte belastingcapaciteit
2023 2.521.543.689 4.359.749 4.315.612 44.137
Gemeenten gebruiken voor woningen een vergelijkingsmethode, ook wel bekend onder de naam modelmatige waardebepaling. Zowel verkoopcijfers als de kenmerken van een woning spelen daarbij een rol. De WOZ-waarde is de marktwaarde rekening houdend met enkele waarderingsvoorschriften. Voor andere WOZ-objecten dan woningen, zoals bedrijfspanden worden (ook op een modelmatige wijze) andere taxatiemethodieken toegepast, omdat er andere vormen van marktgegevens beschikbaar zijn, zoals huurprijzen.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
37 | P a g i n a
De Waarderingskamer houdt toezicht op de waardebepaling en de waarde vaststelling van onroerende zaken, op de uitvoering van de basisregistratie waarde onroerende zaken (basisregistratie WOZ) en op de overige in de wet geregelde onderwerpen. De belastingplichtige kan binnen zes weken na ontvangst van de WOZ-beschikking in bezwaar gaan en op basis van de uitspraak eventueel in beroep gaan bij de belastingrechter. Rioolheffing De rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op het gemeentelijke rioolstelsel. Er is geen sprake van een tariefdifferentiatie naar gezinsverhouding. De rioolheffing wordt in 2023 in rekening gebracht door de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR). Op basis van het nieuwe GRP Montfoort 2019-2023 is naast de prijsindexatie van 6,4% een verhoging van 4% op de geraamde opbrengst ingecalculeerd. Het verschil wat ontstaat tussen de geraamde baten en de netto lasten van het taakveld riolering zal in de egalisatie voorziening riolering worden gestort om de kosten van toekomstige investeringen in het rioolstelsel op te vangen. Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Bedragen in euro's
2020
2021
2022
2023
2024
Kosten taakveld
1.155.886
1.182.334
1.197.415
1.291.451
1.291.451
Overhead en personeel inclusief rente
157.042
208.269
205.178
231.604
231.604
BTW
98.099
102.266
168.450
217.370
217.370
Uitgaven taakveld
1.411.028
1.492.869
1.571.042
1.740.426
1.740.426
Opbrengsten heffingen
1.411.028
1.492.869
1.576.471
1.740.425
1.740.425
Inkomsten taakveld
1.411.028
1.492.869
1.576.471
1.740.425
1.740.425
dekkingspercentage
100%
100%
100%
100%
100%
Rioolheffing
Raming
Toe te rekenen kosten:
Marktgelden Marktgelden worden geheven voor het huren van een kraam op de wekelijkse marktdag. De tarieven zijn met 6,4 % prijsindexatie (afgerond) verhoogd. Bedragen in euro's
Marktgelden 2019
Belastingjaar 2020
2021
2022
2023
Standplaats per dag of gedeelte daarvan per strekkende meter Vaste plaatsen Dagplaatsen Standwerkersplaatsen
2,91 3,49 4,35
2,95 3,54 4,42
3,00 3,60 4,50
3,05 3,65 4,60
3,25 3,88 4,89
Marktgelden Bedragen in euro's
Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen Inkomsten taakveld dekkingspercentage
Wijzigingen t.o.v. 2022 Bedrag in %
0,20 0,23 0,29
6,4% 6,4% 6,4%
Begroting 2020 8.582
Begroting 2021 8.661
Begroting 2022 9.207
Begroting 2023 9.207
Raming 2024 9.207
1.430 724 10.736
1.915 724 11.300
1.767 808 11.782
1.649 808 11.664
1.672 808 11.687
6.327 6.327 59%
6.440 6.440 57%
6.543 6.543 56%
6.962 6.962 60%
6.962 6.962 60%
Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten worden geheven voor vergunningen voor graven, bijzettingen en onderhoud van graven. Er is sprake van een uitgebreide tarieventabel. De tarieven van de lijkbezorgingsrechten zijn niet kostendekkend wat betekent dat de kosten deels vanuit de algemene middelen worden opgevangen. Voorgesteld wordt om de heffing voor 2023 met 6,4% prijscompensatie te laten stijgen ten opzichte van 2022. Een opsomming van de meest bepalende tarieven zijn; Na actualisatie van het meerjaren onderhoudsplan begraven zijn de kosten en opbrengsten aangepast. Lijkbezorgingsrechten 2019 1.394,45 1.393,45 1.393,45 697,20
Bedragen in euro's
Recht eigen graf 10 jaar Recht groot urngraf 20 jaar Recht kindergraf 20 jaar Begraafrecht
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
G e m e e n t e
Belastingjaar 2020 2021 1.414,35 1.439,80 1.414,35 1.439,80 1.414,35 1.439,80 707,70 720,45
M o n t f o o r t
2022 1.462,85 1.462,85 1.462,85 732,00
2023 1.556,50 1.556,50 1.556,50 778,85
Wijzigingen t.o.v. 2022 Bedrag in % 93,65 6,4% 93,65 6,4% 93,65 6,4% 46,85 6,4%
38 | P a g i n a
Begraafrechten/lijkbezorgingsrechten Bedragen in euro's
Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente Uitgaven taakveld Opbrengsten rechten Inkomsten taakveld dekkingspercentage
Begroting 2020 187.332
Begroting 2021 192.020
Raming 2022 221.392
Raming 2023 86.069
Raming 2024 86.069
31.224 218.556
42.470 234.490
48.816 270.208
15.634 101.703
15.634 101.703
83.883 83.883 38%
85.393 85.393 36%
86.759 86.759 32%
72.312 72.312 71%
72.312 72.312 71%
Leges De leges worden geheven voor specifieke door de gemeente verstrekte individuele diensten. Voorbeelden hiervan zijn: het verstrekken van paspoorten, voltrekken van huwelijken en afgeven van bouwvergunningen. Er zijn meer dan honderd verschillende diensten en tarieven. Ook ten aanzien van de legestarieven is begroot om deze met het 6,4% prijsinflatiecorrectie te verhogen. Individuele legestarieven kunnen met meer dan 6,4% stijgen. Voorbeelden hiervan zijn de wettelijke vastgestelde tarieven en/of rijksleges, zoals paspoorten en rijbewijzen. De tarieven worden in december door de Raad vastgesteld. Leges Burgerzaken Bedragen in euro's
Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen Inkomsten taakveld dekkingspercentage
Leges Omgevingsvergunning Bedragen in euro's
Kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead en personeel inclusief rente BTW Uitgaven taakveld Opbrengsten heffingen Inkomsten taakveld dekkingspercentage
Begroting 2020 466.934
Begroting 2021 447.730
Begroting 2022 415.838
Begroting 2023 467.633
Raming 2024 467.633
77.978 4.633 549.545
99.028 4.633 551.391
79.815 4.633 500.286
84.941 4.633 557.207
84.941 4.633 557.207
252.841 252.841 46%
257.393 257.393 47%
261.512 261.512 52%
278.249 278.249 50%
278.249 278.249 50%
Begroting 2020 549.257
Begroting 2021 549.257
Begroting 2022 549.257
Begroting 2023 824.445
Raming 2024 824.445
91.549 115.344 756.150
91.549 115.344 756.150
105.423 115.344 770.024
147.684 11.634 983.762
149.753 11.634 985.832
402.302 402.302 53%
582.743 582.743 77%
387.667 387.667 50%
332.678 332.678 34%
332.678 332.678 34%
In 2023 wordt een vermindering van de opbrengst voorzien als gevolg van de nieuwe omgevingswet.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
39 | P a g i n a
3.2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Portefeuillehouder(s): W. van Wikselaar
Algemeen Het weerstandsvermogen van een gemeente is het vermogen om financiële risico’s op te kunnen vangen. Voor een beoordeling van het weerstandsvermogen zijn twee elementen van belang: De beschikbare weerstandscapaciteit: dit zijn de middelen waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten te dekken die onverwachts en substantieel zijn; De risico’s die de gemeente loopt, de kans dat deze risico’s zich voordoen en het mogelijke schadebedrag. De raad heeft in februari 2022 de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen geactualiseerd en vastgesteld. De risico’s en weerstandscapaciteit worden in deze paragraaf uitgewerkt en dit gebeurt tweemaal per jaar, bij het opstellen van de begroting en jaarrekening. In deze paragraaf zijn ook de (financiële) kengetallen opgenomen. Doel van deze kengetallen is eenvoudig inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente.
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende drie componenten: - Reserves - Onbenutte belastingcapaciteit - Overig (begrotingsruimte en stille reserves) Deze componenten zijn in te delen naar de incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De incidentele weerstandscapaciteit: De incidentele weerstandscapaciteit is het (incidentele) vermogen om calamiteiten eenmalig op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van taken. Het valt samen met de (algemene) reservepositie. De gemeente heeft ook nog ‘stille’ reserves, in de vorm van vastgoed, gronden en aandelen. Deze zijn niet meegenomen in de omvang van de incidentele weerstandscapaciteit. Het vastgoed en de gronden zijn over het algemeen in gebruik of verhuurd en kunnen niet snel worden ingezet in het geval zich risico’s voordoen en de gemeente het geld nodig heeft. Incidentele weerstandscapaciteit per eind 2022 Saldo algemene reserve na jaarrekening 2021 (i ncl res ul ta a tbes temmi ng)
1.808.314
Saldo werkelijke onttrekkingen / dotaties aan algemene reserve 2021
162.169
Saldo geraamde onttrekkingen / dotaties aan algemene reserve 2022
-726
Totale incidentele weerstandscapaciteit
1.969.757
NB: in deze berekening is alleen rekening gehouden met de vastgestelde reservemutaties in 2022 en nog niet met het verwachte exploitatieresultaat in 2023
De structurele weerstandscapaciteit: Dit zijn de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Dit is de (potentiële) financiële ruimte voor de gemeente. Zo is een stelpost onvoorzien in de begroting opgenomen. Tot slot kan (in theorie) gebruik gemaakt worden van de onbenutte belastingcapaciteit. De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra middelen die gegenereerd kunnen worden door de tarieven van de gemeentelijke heffingen te verhogen tot het wettelijk toegestane maximum. De onbenutte belastingcapaciteit komt tot stand op basis van de drie belangrijkste (belasting)inkomsten van de gemeente, de onroerende zaakbelastingen (OZB), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit wanneer er ruimte is de tussen de eigen OZB-tarieven en het redelijk peil van de OZB dat wordt vastgesteld in het kader van artikel 12 Financiële verhoudingswet (de artikel 12-norm). Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing is sprake van onbenutte capaciteit als de tarieven niet kostendekkend zijn. Uitgangspunt voor ons gemeentelijk tarievenbeleid is het streven naar kostendekkende tarieven. De tarieven voor rioolrechten en afval zijn kostendekkend, waardoor er voor deze belasting geen onbenutte belastingcapaciteit is.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
40 | P a g i n a
Uitgaande van de artikel12-norm bij het OZB-tarief (redelijk peil OZB = 0,1729%) kan het volgende worden geconcludeerd: Structurele weerstandscapaciteit (in €) Stelpost onvoorzien
50.000
Onbenutte belastingcapaciteit OZB Totaal structurele weerstandscapaciteit
44.137 94.137
Het totaal aan beschikbare weerstandscapaciteit wordt bepaald door de incidentele en structurele weerstandscapaciteit bij elkaar op te tellen.
Risico’s De risico’s zijn geactualiseerd om een goede actuele inschatting te kunnen maken van de benodigde weerstandscapaciteit. In deze paragraaf wordt kort toegelicht wat het risico inhoudt. De risico’s die relevant zijn voor de paragraaf weerstandsvermogen moeten een financiële omvang hebben van € 50.000,- of hoger. De risico’s worden opgemaakt in het score-overzicht. De gemeente Montfoort hanteert de volgende criteria voor een risico: - Het risico moet (financieel) kwantificeerbaar zijn, om zo het risico te classificeren naar waarschijnlijkheid (kans) en de verwachte impact (gevolg); - Er moet sprake zijn van enige mate van voorkennis; - Het risico moet een bedreiging/belemmering vormen voor het bereiken van de beleidsdoelstellingen; - De risico’s worden in beeld gebracht in het score-overzicht. In dit overzicht krijgen de risico’s een score aan de hand van de mate van impact (financieel gevolg) maal de inschatting van het percentage van de kans (de waarschijnlijkheid dat risico zich voordoet, oplopend van 0% tot 100%). De score bepaald de mate en hoogte van prioriteit. De score is als volgt geprioriteerd: tot en met score 5 is laag, tussen 5 en 10 is gemiddeld, tussen 10 en 20 is hoog, groter dan 20 is urgent.
Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van kansen dat risico’s zich voordoen vermenigvuldigd met het brutobedrag dat ermee gemoeid is. Deze zijn in onderstaande risicoanalyse weergegeven en toegelicht:
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
41 | P a g i n a
Risico
Beheersmaatregelen
Verstrekte garanties Er zijn diverse gemeentegaranties aan instellingen verstrekt (peildatum 31 december 2020). Het grootste deel hiervan zijn garanties voor woningbouwverenigingen waar de gemeente samen met het Rijk voor 50% een achtervang-positie inneemt.
Deze garanties zijn in eerste instantie gegarandeerd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).
Planschadeclaim De wet 'Ruimtelijke ordening' biedt burgers de mogelijkheid voor De beoordeling van deze om planschade te claimen bij de gemeente (artikel 6.1). Eind claim is zeer complex, mede 2017 is een aanvraagformulier met een claim voor gezien de lange periode tegemoetkoming planschade ontvangen naar aanleiding van de waarop deze zaak betrekking vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied. In de wet heeft. Om inzicht te krijgen ruimtelijke ordening wordt voor de beoordeling van de claim een wordt een onafhankelijk en deskundig adviseur aangewezen. conceptbeoordeling van de claim opgevraagd bij een onafhankelijk deskundige adviseur. Participatiewet uitkeringen (PW) De PW is een open-einde-regeling. Dat houdt in dat eventuele Beheersing vindt plaats overschrijdingen op deze taak voor risico van de gemeente is. binnen de GR FermWerk Het risico-bedrag is gebaseerd op het totaal aan uitkeringen aan de gemeente volgens de Participtiewet. Periodiek ontvangt de gemeente kwartaalrapportages over realisatie van taken en middelen Toename bijstandsuitkeringen door Corona. Door de CoronaDaadwerkelijke trendcijfers uitbraak is de verwachting dat het aantal bijstandsuitkeringen worden periodiek met een factor 0,20 tot 1 (of meer) kan zal toenemen. Door de t-2 gerapporteerd door vergoedingssystematiek. Vooraf aan Corona werden 103 Fermwerk.
bijstandsuitkeringen verstrekt Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) excl. decentralisatie De WMO is een open-einde-regeling. Dat houdt in dat eventuele overschrijdingen op deze taak voor risico van de gemeente is. Het gaat hierbij met name om huishoudelijke hulp, woon- en vervoersvoorzieningen (clientgebonden kosten). Door invoering van het abonnementstarief en loonontwikkeling bij huishoudelijke hulp is de kans groot dat de totale kosten zullen gaan stijgen. Zonder compensatie via de Rijksbijdrage komen deze méérkosten voor rekening van de gemeente.
P r o g r a m m a b e g r o t i n g
2 0 2 3 -
Kans
Kans
Bruto
Impact
Score
Netto (kans % x € bruto)
in %
cat 1 tm 5
in €
cat 1 tm 5
van 1 tm 25
in €
In 2021 heeft zich geen problemen voorgedaan rondom de gemeentegaranties. Voor 2023 zijn de bedragen aangepast en blijft het risico-% gehandhaafd op 2%
2%
1
16.172.000
5
5
323.440
Er is bij een onafhankelijk deskundige adviseur een conceptbeoordeling aangevraagd en ontvangen. Hierin wordt het oordeel gegeven dat in deze casus de claim op planschade onterecht is. In 2019, 2020 en 2021 is er geen uitspraak over de claim gedaan. Het risico schuift door naar 2023. Gezien dit advies is het risico-% laag ingeschat, en handhaven we het risico-% van 5%.
5%
1
356.345
3
3
17.817
Vanwege de bekostigingssystematiek van de BUIG uitkering voor Montfoort is het gekozen risicoprifiel passend. Per kwartaal worden rapportages ontvangen. Daarnaast is er wekelijks contact over de ontwikkelingen binnen Ferm Werk. Trendrapporten zijn opgevraagd maar oplevering verloopt vertraagd door hoge werdruk In het kader van Corina is de hoop gevestigd op extra steunvoorzieningen vanuit het Rijk
5%
1
1.621.647
5
5
81.082
5
5
94.570
Ondernomen acties en risico inschatting 2023
1. Toewijzing voor 1. Toewijzing van ondersteuning wordt ondersteuning worden binnen scherp gemonitord. De bijraming voor de grenzen van de wet 2022 lijkt voldoende. Voor 2023 is de individueel bepaald en rming afhankelijk van de nieuwe inkoop gemonitord, waardoor de huishoudelijke hulp. Conform AMVB kosten zo beheerst mogelijk moet er een reele prijsbetaald worden. blijven. dit kan een budgetophoging voor de 2. De ramingen zijn huishoudelijke hulp van € 100.000 tot bijgesteld n.a.v. de prognoses €150.000,- betekenen. een tweede voor 2022. onzekere component zijn de kosten van de zorg voor de oekrainse inwoners. Dit kan een druk op het Wmo buget geven van € 200.000,- op jaarbasis
G e m e e n t e
M o n t f o o r t
pm
5%
pm
1
1.891.398
42 | P a g i n a
Jeugdzorg De jeugdzorg is een open-einderegeling. Dat houdt in dat eventuele overschrijdingen op deze taak voor risico van de gemeente is. Het grootste risico’s betreft voornamelijk de complexe dure zorgtrajecten, waarbij incidentele zorgbehoeften tot forse extra uitgaven kunnen leiden. Bovendien is de zorgvraag ad hoc en is er nog beperkt historisch inzicht in de kostenontwikkeling. Zonder compensatie via de Rijksbijdrage komen eventuele méérkosten voor rekening van de gemeente.
Verstrekte leningen Uit hoofde van de publieke taak heeft de gemeente leningen verstrekt aan de Stichting Zwembad, Stichting Kunstgras Montfoort en een voetbalvereniging.
1. Toewijzing voor De totale kosten voor jeugdzorg zijn ondersteuning worden binnen binnen budget gerealiseerd. de grenzen van de wet Toewijzing van ondersteuning wordt individueel bepaald en scherp gemonitord. De raming voor gemonitord, waardoor de 2022 lijkt vooralnog voldoende. Voor kosten zo beheerst mogelijk 2023 is de raming afhankelijk van de blijven. toepasing van het woonplaatbeginsel. 2. De ramingen zijn Dit heeft voor Montfoort een Negatief bijgesteld n.a.v. de prognoses effect van ca. € 120.000,-, daarnaast voor 2022. zijn de jeugdzorg kosten voor Oekrainse inwoner geraamd op ca. € 150.000 op jaarbasis.
5%
1
2.216.048
5
5
110.802
Het beleid is erop gericht om Het risicobedrag is gebaseerd op de de leningenportefeuille zo omvang van de leningen, conform beperkt mogelijk te houden. jaarrekening 2021. Gezien de stabiele trend en de beperkte omvang van de portefeuille blijft het percentage gehandhaafd
10%
2
178.000
3
6
17.800
3
14.000
3
9
4.200
5
15
228.819
3
6
40.000
3
6
0
Herijking gemeentefonds Het gemeentefonds is een van de belangrijkste inkomsten voor Het blijven volgen van de Het contacteren van de fondsbeheerder, 30% de gemeente Montfoort. Vanaf 2021 is er sprake van herijking ontwikkelingen omtrent de de VNG en de ROB om onze standpunten van de onderliggende verdelingssystematiek van het herijking en daar waar over te brengen. Op basis van de Gemeentefonds. De bijgestelde planning is dat per 1-1-2023 de mogelijk invloed uit te huidige inzichten is het aannemelijk dat nieuwe verdeling/herijking wordt ingevoerd. Deze nieuwe oefenen en gesprekken aan te het huidige voordeel een keer wordt verdeling wordt uitgevoerd door BZK. De VNG en de ROB hebben gaan. bijgesteld. hun advies uitgebracht over de nieuwe herverdeling en hun twijfels geuit. Vanaf 2023 vinden wel evaluatie-onderzoeken door BZK uit n.a.v. de herijking, want er zijn voordeel - en nadeelgemeenten. Eventuele correcties kunnen nog volgen. Volgens de laatst bekende herverdeling is Montfoort een voordeelgemeente, € 1,- per inwoner (totaal maakt dat circa € 14.000,-). Het risico bestaat dat het huidige voordeel (van € 1,per inwoner) een keer, n.a.v. een evaluatie-onderzoek van BZK, wordt bijgesteld. Die bijstelling kan dus voordelig maar ook nadelig uitpakken.
Gemeenschappelijke regelingen De gemeente kan worden geconfronteerd met financiële We brengen de risico’s zo Het door een GR gevraagde extra budget Per GR een tegenvallers van verbonden partijen. Door deelname verplicht de goed mogelijk in beeld door wordt beoordeeld op de parameters ander % gemeente zich namelijk ook om bij te dragen in eventuele extra de verbonden partijen scherp voor kostenontwikkeling conform de méérkosten. Op basis van de informatie uit de paragraaf te monitoren via het septembercirculaire. Toegezonden verbonden partijen wordt per verbonden partij ingegaan op de accounthouderschap. Het kadernota's van GR-en zijn beoordeeld stand van zaken (zie tabel hieronder). Doordat de gemeente benodigde weerstandsop de getoonde budgettaire steeds meer samenwerkt met andere gemeenten, kunnen de vermogen is gebaseerd op de ontwikkeling. Waar noodzakelijk is risico’s niet meer zelfstandig beheerst worden. Samenwerking omvang van de totale hierop gereageerd via zienswijze en/of hierin is dus van groot belang, maar ook lastig wanneer er bijdrage en niet per regeling afgestemd met de eigen verschillen van inzicht tussen gemeenten rondom de bepaald. Toegezonden vertegenwoordiger binnen AB. waargenomen risico's zijn. kadernota's van GR-en worden beoordeeld op de getoonde budgettaire ontwikkeling.
Waar noodzakelijk wordt hierop gereageerd via zienswijze en/of afgestemd met de eigen vertegenwoordiger binnen AB De gemeente kan worden geconfronteerd met tegenvallende efficiency-voordelen bij het terughalen van de niet-wettelijke taken bij de ODRU.
3
3.981.630
20%
2
Gemeenschappelijke regelingen met een verschoven debiteurenbeheer, namens de gemeente, kunnen een post dubieuze debiteuren vormen. Conform recente jurisprudentie behoort het vormen van een voorziening ter dekking van dit risico niet bij de GR te worden gedaan, maar bij de opdrachtgever (de gemeente).
Het blijven monitoren van de In 2022 zijn de niet-wettelijke taken van overgang niet-wettelijke taken de ODRU terug gegaan naar de naar de gemeente. gemeente, waarmee naar verwachting vanaf 2023 een totale efficiency van € 200.000,- wordt behaald Als opdrachtgever is het zicht Het opnemen van een noodzakelijke op de uitvoering van voorziening wordt vervangen door het debiteuren-beheer en het benoemen van dit punt in de risicobeoordelen van risico’s niet paragraaf en wordt het fin risico inzichtelijk. Een evt. opgevangen binnen het gevormde voorziening dubieuze weerstands-vermogen ten behoeve van debiteuren kan de gemeente de gemeenschappelijke regeling daarom niet onderbouwen (hierboven) met documenten richting accountant/ ihkv rechtmatigheid