240417-2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012_Regels
Tekst van het document
b. de grotere inhoud ter plaatse passend is binnen het landschap, hetgeen met een onderbouwing op basis van beeld- en landschapskwaliteit is aangetoond.
Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 71
Artikel 10
Bedrijventerrein
10.1 Bestemmingsomschrijving De voor Bedrijventerrein aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijven tot en met categorie 3.1': bedrijven behorende tot de categorieën 1, 2 en 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijven tot en met categorie 3.2': bedrijven behorende tot de categorieën 1, 2, 3.1 en 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; c. bedrijfswoningen; alsmede voor: d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - dakpannenfabriek': tevens voor een dakpannenfabriek behorend tot categorie 4.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - recyclingbedrijf voor autobanden': tevens voor een recyclingbedrijf voor autobanden behorend tot categorie 4.2; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf metaaloppervlaktebehandelingsbedrijf': tevens voor metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven tot en met categorie 4.1 (SBI-code 2851) van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - handel in hout- en bouwmaterialen': tevens voor een groothandel in hout- en bouwmaterialen, waaronder zand en grind, tot en met categorie 3.2 (SBI-code 5153) van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; h.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - goederenwegvervoersbedrijf': tevens voor goederenwegvervoerbedrijven tot en met categorie 3.2 (SBI-code 6024) van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; i. windmolens; j. ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' zijn de betreffende gronden tevens bestemd voor het behoud van de aanwezige cultuurhistorische waarden van gebouwen; met dien verstande dat: k. ter plaatse van de aanduiding 'groen' de gronden uitsluitend zijn bestemd voor groenvoorzieningen. 10.2 Bouwregels Op de voor Bedrijventerrein bestemde gronden mogen ten dienste van de bestemming gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met dien verstande dat: a. indien op de verbeelding een percentage is ingeschreven, geeft dit aan hoeveel van een individueel bouwperceel ten hoogste mag worden bebouwd, de bedrijfswoning daaronder begrepen, uitgezonderd de bij de bedrijfswoning behorende bijgebouwen; b. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; c. bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; d.
de inhoud van een bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 650 m3, waarbij de inhoud van ondergrondse bouwwerken niet wordt meegeteld, met dien verstande dat, indien ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan de inhoud van een woning meer bedraagt dan 650 m3, de afwijkende inhoudsmaat wordt gezien als maximaal toelaatbaar; e. de goothoogte van een bedrijfswoning mag ten hoogste 4,5 m en de bouwhoogte ten hoogste 8 m bedragen; Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 72
f.
dakkapellen op het dakvlak zijn aan de voorzijde van een bedrijfswoning toegestaan, met dien verstande dat: 1. de dakkapel voorzien is van een plat dak; 2. de hoogte ten hoogste 1,75 m bedraagt, gemeten vanaf de voet van de dakkapel; 3. de onderzijde zich ten minste 0,5 m en ten hoogste 1 m boven de dakvoet bevindt; 4. de bovenzijde zich ten minste 0,5 m onder de daknok bevindt; 5. de zijkanten zich ten minste 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak bevinden; 6. de gezamenlijke breedte van de dakkapellen niet meer dan 50% van het dakvlak aan de voorzijde beslaat; g. tenzij op de verbeelding anders is aangegeven mag de goot- en bouwhoogte van een bedrijfsgebouw ten hoogste 9 m bedragen; h. het gezamenlijk grondoppervlak van de bij een bedrijfswoning behorende bijgebouwen mag ten hoogste 50 m2 bedragen; i. de goot- respectievelijk bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw bij een bedrijfswoning mag ten hoogste 3 m/5 m bedragen; j. de goothoogte van een aangebouwd bijgebouw bij een bedrijfswoning mag ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning bedragen en de bouwhoogte mag ten hoogste 5 m bedragen; k. de afstand van gebouwen tot andere gebouwen en perceelsgrenzen dient ten minste 3 m te bedragen; l.
windmolens mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd met een maximum van 1 windmolen per bouwvlak en met dien verstande dat de bouwhoogte van een windmolen niet meer dan 20 m mag bedragen; m. windmolens in de nabijheid van rijkswegen of waterkeringen dienen te voldoen aan de beleidsregel “Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over waterstaatswerken of wegen in beheer bij het Rijk”. n. tussen windmolens (met een ashoogte van minder dan 20 meter) en bovengrondse hoogspanningsverbindingen dient een afstand te worden gehouden die minimaal gelijk is aan of groter dan de maximale werpafstand bij 2x nominaal toerental; o. tussen windmolens (met een ashoogte van minder dan 20 meter) en ondergrondse hoogspanningsverbindingen dient een afstand van minimaal 25 meter tot de belemmerde strook te worden aangehouden; p. het realiseren van windmolens binnen de genoemde afstanden is alleen mogelijk na overleg met de netbeherder; q. ter plaatse van de aanduiding 'nokrichting' is uitsluitend de aangegeven nokrichting zoals verbeeld in bijlage 3 Kappenkaart toegestaan.
10.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen te stellen omtrent situering van de gebouwen mede in verband met de inrichting van de onbebouwde terreinen voor wat betreft de aan- en afvoerroutes van goederen en de parkeerruimte voor (vracht)verkeer met dien verstande dat daardoor de gebruikswaarde van het bedrijfsterrein niet onevenredig wordt geschaad. Het bevoegd gezag kan ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden', nadat de monumentencommissie om schriftelijk advies is gevraagd, nadere eisen stellen met betrekking tot de uitwendige hoofdvorm zoals deze wordt bepaald door goothoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling en gevelindeling teneinde te waarborgen dat de aan het pand eigen cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast, met dien verstande dat deze nadere eisen een doelmatige bedrijfsvoering niet onevenredig mogen belemmeren. 10.4 Afwijken van de bouwregels a. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 10.2 onder e ten behoeve van een goothoogte van ten hoogste 5,5 m en een bouwhoogte van ten hoogste 9 m. Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 73
b. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 10.2 onder k voor het bouwen op geringere afstanden van, dan wel op de erfafscheiding, indien zulks, mede gezien de bestaande situatie, wenselijk is; c. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van de maximale inhoudsmaat van bedrijfswoningen, met dien verstande dat: 1. de inhoud niet meer dan 800 m3 mag bedragen; 2. de grotere inhoud ter plaatse passend is binnen het landschap, hetgeen met een onderbouwing op basis van beeld- en landschapskwaliteit is aangetoond; d. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 10.2 onder l voor het verhogen van de maximale toegestane bouwhoogte van windmolens naar 30 m, met dien verstande dat: 1. de stroomleverantie van de windmolen (nagenoeg) geheel ten dienste van het bedrijf is; 2. de bouw geen onevenredige afbreuk doet aan de ter plaatse aanwezige zichtlijnen en andere landschappelijke waarden, natuur en cultuurhistorie, waaronder ook die van de aangrenzende gronden; 3. ter bepaling van het bedoelde in dit lid onder 2 alvorens omgevingsvergunning wordt verleend het bevoegd gezag eerst schriftelijk advies kan inwinnen bij een landschapsdeskundige met de vraag of de landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast; 4.
binnen 100 meter van gebieden met de gebiedsaanduiding 'Milieuzone - stiltegebied' een bedrijfsgebonden windmolen met een bouwhoogte hoger dan 20 m niet wordt toegestaan; 5. dient te worden aangetoond dat de windmolen aan alle relevante wet- en regelgeving voldoet, waarbij in ieder geval geldt dat de windmolen voldoet aan de eisen van het Tijdelijk deel Omgevingsplan Montfoort, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en indien van toepassing aan de beleidsregel "Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over waterstaatswerken of wegen in beheer bij het Rijk"; 6. afstanden tot bovengrondse hoogspanningsverbindingen dient te voldoen aan de “Handreiking risicozonering windturbines”; 7. nadere eisen kunnen worden gesteld ten behoeve van zichtlijnen of beperking van: visuele hinder; slagschaduw; geluidshinder.
10.5 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. opslag van goederen op de onbebouwde gronden is toegestaan achter de voorgevelrooilijn en met een totale stapelhoogte van ten hoogste 4 m; b. in afwijking van het bepaalde in dit lid onder a is ter plaatse van de aanduiding 'opslag' een hogere opslag toegestaan, met een maximum van 9 m; c. in afwijking van het bepaalde in dit lid onder a is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - opslag 6m' een hogere opslag toegestaan, met een maximum van 6 m alsmede voor de voorgevelrooilijn; d. per bedrijf is kantoorvloeroppervlakte die meer bedraagt dan 50% van de bedrijfsvloeroppervlakte niet toegestaan; kantoorvloeroppervlakte van meer dan 2.000 m² per bedrijf is in geen geval toegestaan. 10.6 Afwijken van de gebruiksregels a. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in 10.1 teneinde bedrijven toe te laten die niet in de van deze regels deel uitmakende Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, indien en voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 74
verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de in 10.1 genoemde categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. b. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in 10.1 teneinde bedrijven toe te laten uit ten hoogste twee categorieën hoger dan in lid 10.1, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 10.1 genoemd.
Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 75
Artikel 11
Bos
11.1 Bestemmingsomschrijving De voor Bos aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
bossen; bosbouw en houtproductie; recreatief medegebruik; ter plaatse van de aanduiding 'eendenkooi': tevens voor de bescherming, instandhouding en het gebruik van een eendenkooi; e. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals (on)verharde paden, groen, water en nutsvoorzieningen. 11.2 Bouwregels Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, worden gebouwd, waarvan de ten hoogste toegestane bouwhoogten zijn weergegeven in artikel 40.2. 11.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de gronden met de bestemming Bos, voor zover voorzien van de dubbelbestemming Waarde - Landgoed, te wijzigen in de bestemming Agrarisch met waarden - Openheid, indien deze ontwikkeling past binnen het voor het landgoed geldende beheersplan.
Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 76
Artikel 12
Buitenplaats
12.1 Bestemmingsomschrijving De voor Buitenplaats aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de instandhouding en beheer van het Landhuis Linschoten met de daarbij behorende gebouwen, dienstwoning, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en erven; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - ijskelder': tevens voor de instandhouding en beheer van de ijskelder; c. ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' zijn de betreffende gronden tevens bestemd voor het behoud van de aanwezige cultuurhistorische waarden van gebouwen; d. de instandhouding en het beheer van een landgoed alsmede voor behoud en versterking van de landschappelijke en natuurwaarden; e. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals (on)verharde paden, groen, water en nutsvoorzieningen; f. de in tabel 12.1 genoemde toegestane nevenfuncties met bijbehorend maximaal aantal m² van de bestaande bebouwing, die in gebruik mag worden genomen ten dienste van de nevenfunctie: Tabel 12.1 Nevenfuncties die bij recht zijn toegestaan aard van de nevenfunctie
Opslag/stalling van niet agrarische goederen in bestaande bebouwing niet zijnde kassen Aan-huis-gebonden beroep Kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang
maxima al oppervla k binnen bestaand e bebou wing 300 m² 50 m² 150 m²
waarbij geldt dat: g. de nevenfuncties zijn alleen toelaatbaar als deze functie(s) omliggende (agrarische) bedrijven niet belemmeren in hun bedrijfsvoering; h. de hier bedoelde nevenfuncties zijn alleen toegestaan bij wijze van neventak bij een hoofdtak anderszins. 12.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen worden uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd; b. de uitwendige hoofdvorm van de gebouwen, bepaald door goothoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling en gevelindeling van de gebouwen, dient zoals deze was op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan te worden gehandhaafd; c. het aantal gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals aanwezig ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mag niet worden vergroot; d. buiten het bouwvlak zijn uitsluitend overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan; e. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals bruggen en tuinmuren Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 77
bedraagt ten hoogste 2,5 m; de overige bouwhoogten van overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn weergegeven in artikel 40.2; g. ter plaatse van de aanduiding 'kap' is uitsluitend de ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan bestaande kapvorm, dakhelling, bouwhoogte en nokrichting zoals verbeeld in bijlage 3 Kappenkaart toegestaan; h. het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor reclameborden en/of neonreclame ten behoeve van een nevenfunctie is niet toegestaan; hetzelfde geldt voor lichtmasten en lichtbakken. f.
12.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden', nadat de monumentencommissie om schriftelijk advies is gevraagd, nadere eisen stellen met betrekking tot de uitwendige hoofdvorm zoals deze wordt bepaald door goothoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling en gevelindeling teneinde te waarborgen dat de aan het pand eigen cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast, met dien verstande dat deze nadere eisen een doelmatige bedrijfsvoering niet onevenredig mogen belemmeren. 12.4 Afwijken van de bouwregels 12.4.1 Bijgebouwen Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 12.2 onder c en d ten behoeve van de bouw van een bijgebouw met een goothoogte van ten hoogste 3,5 m en een inhoud van ten hoogste 200 m³.
12.4.2 Wijziging dak Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 12.2 ten behoeve van een kapvorm, dakhelling, bouwhoogte en/of nokrichting afwijkend van de voorgeschreven kapvorm, dakhelling, bouwhoogte en/of nokrichting zoals verbeeld in bijlage 3 Kappenkaart mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van de monumentale waarde van het pand. Alvorens omgevingsvergunning wordt verleend wordt de monumentencommissie gehoord met betrekking tot de vraag of de monumentale waarde niet onevenredig wordt aangetast. 12.5 Specifieke gebruiksregels a. aan-huis-gebonden beroep: in een woning en/of de bijbehorende bijgebouwen zijn een aan-huis-verbonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. de activiteiten mogen aan de woonfunctie geen afbreuk doen en dienen daaraan ondergeschikt te zijn in die zin dat de woonfunctie de primaire functie dient te blijven; dit betekent dat niet meer dan 50 m² van het vloeroppervlak van de woning of het bijgebouw ten behoeve van de activiteiten mag worden gebruikt; 2. de activiteiten mogen geen hinder opleveren voor de woonsituatie; 3. de activiteiten mogen zowel naar de aard als ten aanzien van de visuele aspecten ervan geen afbreuk doen aan het karakter van de woning en de woonomgeving; 4.
de activiteiten mogen geen detailhandel en/of horeca betreffen, uitgezonderd beperkte verkoop die ondergeschikt is aan de uitoefening van de betrokken kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; 5. de activiteiten mogen geen nadelige invloed hebben op de normale verkeersafwikkeling en geen onevenredige parkeerdruk in het openbaar gebied veroorzaken; b. voor de nevenfuncties is buitenopslag in geen geval toegestaan. Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 78
12.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.6.1 Omgevingsvergunning a. Het is verboden om in de gronden, die op de verbeelding zijn aangewezen voor Buitenplaats zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag de volgende werkzaamheden of werken, niet zijnde bouwwerken uit te voeren: 1. het afgraven, ophogen of egaliseren van de grond; 2. het aanleggen van oppervlakteverhardingen; 3. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande waterlopen; 4. het aanbrengen van bovengrondse en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 5. het bebossen of aanbrengen van houtachtige gewassen op gronden die ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan niet met een dergelijke vegetatie waren begroeid; 6. het aanleggen van gesloten drainagesystemen; 7. het vellen of rooien van houtgewassen. b. Het verbod als bedoeld in 12.6.1 is niet van toepassing, indien de werkzaamheden of werken: 1. normaal onderhoud of beheer betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning aanleg werken of een ontgrondingvergunning. c.
De werken of werkzaamheden als bedoeld in 12.6.1 onder a6 zijn slechts toelaatbaar indien en voor zover de belangen van de buitenplaats hierdoor niet onevenredig worden geschaad. 12.6.2 Adviesprocedure omgevingsvergunningen Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de gemeentelijke monumentencommissie met betrekking tot de vraag of door het verlenen van de aanlegvergunning de belangen van het landgoed niet onevenredig worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden. 12.7 Wijzigingsbevoegdheden Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van de volgende vervolgactiviteiten:
Tabel 12.2. Wonen en/of hobbyboeren
Voor de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid voor de genoemde vervolgfunctie worden de volgende zaken in de belangenafweging betrokken danwel zijn de volgende voorwaarden van toepassing: a. Algemeen: 1. de belangen van landschap, natuur en cultuurhistorie, waarbij uitdrukkelijk rekening wordt gehouden met de mate van kwetsbaarheid van het betrokken gebied en de ligging van het betrokken perceel, mede ten opzichte van zowel natuurgebied als bebouwde kom; 2. het belang van de waterhuishouding; Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 79
3. de wenselijkheid van zinvol gebruik van gebouwen en onbebouwde gronden, ook ter versterking van het economisch draagvlak in het plangebied; 4. de belangen van omliggende (agrarische) bedrijven; de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van deze bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt; 5. de aard en omvang van de nieuwe functie, mede in relatie tot de omvang en de situering van de aanwezige bebouwing; 6. de behoefte de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied zoveel mogelijk te versterken onder meer door landschapsbouw en landschappelijke inpassing, sanering van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en stimulering van herstel/behoud van rijksen gemeentelijke monumenten en MIP-panden en streekeigen karakteristieken; 7. voordat tot bestemmingswijziging over gegaan wordt, dient door middel van een mobiliteitstoets inzichtelijk gemaakt te zijn dat de bestemmingswijziging niet leidt tot een onevenredige belasting van het wegennet; b. Registratie: geen uitbreiding van bebouwing: 1. in het wijzigingsplan wordt bij wijze van bouwregel bepaald dat de gebouwen in geen enkel opzicht mogen worden uitgebreid, behoudens voor zover daarvoor ingevolge de navolgende regels van kan worden afgeweken; 2. ter zake wordt een overeenkomst gesloten, voordat planwijziging wordt toegepast; c. Wonen: 1.
het aantal woningen, zoals ingevolge dit artikel toegestaan, mag niet worden uitgebreid; van aanwezige woningen mag geen ander gebruik dan gebruik in combinatie met wonen worden gemaakt; 2. het wijzigingsplan kan voorzien in één extra woning in rijks- en gemeentelijke monumenten en MIP-panden indien hierdoor daadwerkelijk wordt bijgedragen aan herstel en/of behoud van deze panden; 3. ter plaatse van bouwvlakken kan een wijzigingsplan voorzien in één extra woning, in ruil voor afbraak van ten minste 1.000 m² van de op het bouwvlak aanwezige (voormalige) bedrijfsgebouwen, die noch solitair noch in samenhang met andere bebouwing cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen; 4. het wijzigingsplan kan voorzien in vergroting van de maximale inhoudsmaat van woningen, indien het een woning betreft die onderdeel uitmaakt van een veel groter hoofdgebouw en de afmetingen van dit hoofdgebouw in geen enkel opzicht worden uitgebreid; d. Parkeergelegenheid: 1. er dient op eigen terrein te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 80
Artikel 13
Detailhandel
13.1 Bestemmingsomschrijving De voor Detailhandel aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'tuincentrum': uitsluitend voor een tuincentrum; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - dierenspeciaalzaak': uitsluitend een dierenspeciaalzaak; c. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'caravanstalling': is eveneens opslag en stalling van caravans in gebouwen toegestaan; d. bij deze bestemming behorende erven, ontsluitingswegen, groen, water, parkeer- en nutsvoorzieningen; e. de in tabel 13.1 genoemde toegestane nevenfuncties met bijbehorend maximaal aantal m² van de bestaande bebouwing, die in gebruik mag worden genomen ten dienste van de nevenfunctie en – in voorkomende gevallen – het maximaal aantal m² dat in gebruik mag worden genomen voor de nevenfunctie: Tabel 13.1. Nevenfuncties die bij recht zijn toegestaan aard van de nevenfunctie
Opslag/stalling van niet agrarische goederen in bestaande bebouwing niet zijnde kassen Kano- roeiboot- of fietsenverhuur Kleinschalig kamperen Bed & breakfast Aan-huis-gebonden beroep Kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang
max ima al opp ervl ak binn en best aan de beb ouwi ng 300 m² 100 m² 100 m² 200 m² 50 m² 150 m²
waarbij geldt dat: f.
de nevenfuncties zijn alleen toelaatbaar als deze functie(s) omliggende (agrarische) bedrijven niet belemmeren in hun bedrijfsvoering; g. de hier bedoelde nevenfuncties zijn alleen toegestaan bij wijze van neventak bij een Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 81
maxi maal oppe rvlak voor gebr uik
3.000 m²
hoofdtak anderszins. 13.2 Bouwregels Op de voor Detailhandel bestemde gronden mogen ten dienste van de bestemming gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met dien verstande dat: a. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat woningen niet zijn toegestaan; b. de goot-/bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de op de verbeelding aangeduide maximale goot-/bouwhoogte. Indien geen maximale goot-/bouwhoogte op de verbeelding is aangeduid, geldt een maximale goot-/bouwhoogte van 4,5/10,5 m; c. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak; d. nieuw op te richten gebouwen mogen uitsluitend evenwijdig aan de kavelrichting worden opgericht; e. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen die voor de voorgevelrooilijn worden geplaatst niet meer mag bedragen dan 1 m; f. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen elders niet meer mag bedragen dan 2 m; g. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer mag bedragen dan 3 m; h. het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor reclameborden en/of neonreclame ten behoeve van een nevenfunctie is niet toegestaan; hetzelfde geldt voor lichtmasten en lichtbakken.
13.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 13.2 onder d voor het toestaan van het oprichten van gebouwen niet evenwijdig aan de kavelrichting, mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het landschap. 13.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. opslag van goederen op de onbebouwde gronden binnen het bouwvlak is toegestaan met een totale stapelhoogte van ten hoogste 4 m; b. in afwijking van het bepaalde in dit lid onder a is ter plaatse van de aanduiding 'opslag' een hogere opslag toegestaan, met een maximum van 9 m; c. opslag van consumentenvuurwerk is toegestaan tot een maximum van 10.000 kg; d. voor nevenfuncties gelden de volgende regels: 1.
aan-huis-gebonden beroep: in een woning en/of de bijbehorende bijgebouwen zijn een aan-huis-verbonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten toegestaan onder de volgende voorwaarden: de activiteiten mogen aan de woonfunctie geen afbreuk doen en dienen daaraan ondergeschikt te zijn in die zin dat de woonfunctie de primaire functie dient te blijven; dit betekent dat niet meer dan 50 m² van het vloeroppervlak van de woning of het bijgebouw ten behoeve van de activiteiten mag worden gebruikt; de activiteiten mogen geen hinder opleveren voor de woonsituatie; de activiteiten mogen zowel naar de aard als ten aanzien van de visuele aspecten ervan geen afbreuk doen aan het karakter van de woning en de woonomgeving; de activiteiten mogen geen detailhandel en/of horeca betreffen, uitgezonderd beperkte verkoop die ondergeschikt is aan de uitoefening van de betrokken kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; de activiteiten mogen geen nadelige invloed hebben op de normale verkeersafwikkeling en geen onevenredige parkeerdruk in het openbaar gebied Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 82
veroorzaken; 2. kleinschalige kamperen: het plaatsen van kampeermiddelen is toegestaan met inachtneming van het volgende: kampeermiddelen mogen uitsluitend worden geplaatst in de periode 1 maart tot 1 november; per kleinschalig kampeerterrein zijn maximaal 15 kampeermiddelen toegestaan, met dien verstande dat stacaravans niet zijn toegestaan en binnen het toegestane aantal kampeermiddelen maximaal 3 trekkershutten aanwezig mogen zijn met een maximale oppervlakte van 25 m² per trekkershut; ten behoeve van kleinschalig kamperen mogen op het bouwvlak sanitaire voorzieningen worden gebouwd; 3. voor de nevenfuncties is buitenopslag in geen geval toegestaan. 13.5 Afwijken van gebruiksregels 13.5.1 Nevenfuncties Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 13.1 ten behoeve van het toestaan van de in tabel 13.2 genoemde nevenfuncties, met inachtneming van de tabel en de volgende voorwaarden:
Tabel 13.2. aard van de nevenfunctie
Loonbedrijven
Overige bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten Paardenstalling/-houderij
Bed & breakfast
Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 83
ma xi ma al op per vla kb inn en bes taa nd eb eb ou wi ng 30 0 m² 20 0 m² 30 0 m² 30 0 m²
m axi ma al op pe rvl ak vo or ge br uik
Dierenpension: hondenfokkerij
Boerengolf
danwel nevenfuncties die naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met genoemde nevenfuncties
20 0 m² 20 0 m² 20 0 m²
Voor de hier bedoelde nevenfuncties kan het bevoegd gezag omgevingsvergunning ter afwijking verlenen, waarbij de volgende zaken in de belangenafweging worden betrokken danwel zijn de volgende voorwaarden van toepassing: a. Algemeen: 1. de hier bedoelde functies zijn alleen toegestaan bij wijze van neventak bij een hoofdtak anderszins; 2. de belangen van landschap, natuur en cultuurhistorie, waarbij uitdrukkelijk rekening wordt gehouden met de mate van kwetsbaarheid van het betrokken gebied en de ligging van het betrokken perceel, mede ten opzichte van zowel natuurgebied als bebouwde kom; 3. de wenselijkheid van de betrokken nevenfunctie, ook ter versterking van het economisch draagvlak in het plangebied; 4. de aard en omvang van de nevenfunctie; 5. de milieutechnische inpasbaarheid van de nevenfunctie, mede in relatie tot de mogelijke beperkingen voor (agrarische) bedrijven en de gevolgen voor omliggende woningen; b. Bedrijven: met betrekking tot de toelaatbaarheid van bedrijven uit de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten geldt dat tevens zijn toegestaan: 1.
bedrijven in maximaal één categorie hoger, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op specifieke werkwijze en getoetst aan de in de Staat van Bedrijfsactiviteiten aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de ingevolge tabel 1 algemeen toelaatbare categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; 2. bedrijven die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, indien en voor zover het betrokken bedrijf geen inrichting is als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder en naar aard en invloed op de omgeving (gelet op specifieke werkwijze) geacht kan worden te behoren tot de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; c. Parkeergelegenheid: 1. er dient op eigen terrein te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; d. Gebruik gronden buiten bouwvlak voor nevenfuncties: het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning ter afwijking verlenen om gronden buiten, maar aansluitend aan het bouwvlak te laten gebruiken ten behoeve van de hier genoemde nevenfuncties, met dien verstande dat: 1. op deze gronden niet mag worden gebouwd; 2. overschrijding van de bouwvlakken in geen geval is toegestaan ter plaatse van: de bestemming Natuur; waardevolle natuur- en landschapselementen; de bestemmingen Waarde - Archeologie - 1 en Waarde - Archeologie - 2; fiets- en wandelpaden; de bestemming Water; e.
het bepaalde in lid 13.2 onder h en lid 13.4 onder d blijft van toepassing.
Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 84
2 ha
13.5.2 Bed & breakfast Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van de maximaal toelaatbare oppervlakte van bed & breakfast tot een oppervlakte van maximaal 300 m² indien: a. b. c. d.
de voorziening wordt gerealiseerd in een monument of beeldbepalend pand; sprake is van een gebouw dat een bouwkundige eenheid vormt; de te realiseren voorziening mede dient tot instandhouding van het gebouw; het bepaalde in lid 13.2 onder h en lid 13.4 onder d blijft van toepassing.
13.6 Wijzigingsbevoegdheden 13.6.1 Wijziging ten behoeve van vervolgfuncties Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van de volgende vervolgactiviteiten:
Tabel 13.3. Wonen en/of hobbyboeren Agrarische loonbedrijven Opslag/stalling van niet-agrarische goederen in bestaande bebouwing, niet zijnde kassen Bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten Hotel en/of restaurant danwel vervolgfuncties die naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met de genoemde vervolgfuncties
Voor de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid voor de genoemde vervolgfuncties worden de volgende zaken in de belangenafweging betrokken danwel zijn de volgende voorwaarden van toepassing: a. Algemeen: 1. de belangen van landschap, natuur en cultuurhistorie, waarbij uitdrukkelijk rekening wordt gehouden met de mate van kwetsbaarheid van het betrokken gebied en de ligging van het betrokken perceel, mede ten opzichte van zowel natuurgebied als bebouwde kom; 2. het belang van de waterhuishouding; 3. de wenselijkheid van zinvol gebruik van gebouwen en onbebouwde gronden, ook ter versterking van het economisch draagvlak in het plangebied; 4. de belangen van omliggende (agrarische) bedrijven; de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van deze bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt; 5. de aard en omvang van de nieuwe functie, mede in relatie tot de omvang en de situering van de aanwezige bebouwing; 6. de behoefte de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied zoveel mogelijk te versterken, onder meer door landschapsbouw en landschappelijke inpassing, sanering van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en stimulering van herstel/behoud van rijksen gemeentelijke monumenten en MIP-panden en streekeigen karakteristieken; 7.
voordat tot bestemmingswijziging over gegaan wordt, dient door middel van een mobiliteitstoets inzichtelijk gemaakt te zijn dat de bestemmingswijziging niet leidt tot een onevenredige belasting van het wegennet; b. Registratie: geen uitbreiding van bebouwing: 1. in het wijzigingsplan wordt bij wijze van bouwregel bepaald dat de gebouwen in geen enkel opzicht mogen worden uitgebreid, behoudens voor zover daarvoor ingevolge de navolgende regels van kan worden afgeweken; Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 85
2. ter zake wordt een overeenkomst gesloten, voordat planwijziging wordt toegepast; c. Wonen: 1. wijziging naar Wonen mag slechts tot stand komen op bouwvlakken waar ingevolge dit artikel woningen zijn toegestaan; het aantal woningen, zoals ingevolge dit artikel toegestaan, mag niet worden uitgebreid; van aanwezige woningen mag geen ander gebruik dan gebruik in combinatie met wonen worden gemaakt; 2. het wijzigingsplan kan voorzien in één extra woning in rijks- en gemeentelijke monumenten en MIP-panden indien hierdoor daadwerkelijk wordt bijgedragen aan herstel en/of behoud van deze panden; 3. ter plaatse van bouwvlakken kan een wijzigingsplan voorzien in één extra woning, in ruil voor afbraak van ten minste 1.000 m² van de op het bouwvlak aanwezige (voormalige) bedrijfsgebouwen, die noch solitair noch in samenhang met andere bebouwing cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen; 4. het wijzigingsplan kan voorzien in vergroting van de maximale inhoudsmaat van woningen, indien het een woning betreft die onderdeel uitmaakt van een veel groter hoofdgebouw en de afmetingen van dit hoofdgebouw in geen enkel opzicht worden uitgebreid; d. Bedrijven: 1.
het wijzigingsplan kan bedrijven toe laten in maximaal één categorie hoger, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op specifieke werkwijze en getoetst aan de in de Staat van Bedrijfsactiviteiten aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de in de tabel genoemde algemeen toelaatbare categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; 2. het wijzigingsplan kan bedrijven toe laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, indien en voor zover het betrokken bedrijf geen inrichting is als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder en naar aard en invloed op de omgeving (gelet op specifieke werkwijze) geacht kan worden te behoren tot de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; e. Voorzieningen: 1. het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor reclameborden en/of neonreclame is niet toegestaan; hetzelfde geldt voor lichtmasten en lichtbakken; f. Buitenopslag: 1. voor de hier bedoelde functies is buitenopslag in geen geval toegestaan; g. Parkeergelegenheid: 1. er dient op eigen terrein te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 86
Artikel 14
Groen
14.1 Bestemmingsomschrijving De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, bermen en beplanting; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals water, paden en nutsvoorzieningen. 14.2 Bouwregels Op de voor Groen bestemde gronden mogen ten dienste van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m.
Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 87
Artikel 15
Horeca
15.1 Bestemmingsomschrijving De voor Horeca aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horecavoorzieningen, in de vorm van een horecabedrijf tot maximaal categorie 2 van de Staat van Horeca-activiteiten; b. ter plaatse van de aanduiding 'groothandel': tevens een groothandel in dranken; c. bedrijfswoningen, met dien verstande dat per horecabedrijf ten hoogste 1 bedrijfswoning is toegestaan en uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten'; d. bij deze bestemming behorende erven, ontsluitingswegen, parkeer- en nutsvoorzieningen en groen; e. de in tabel 15.1 genoemde toegestane nevenfuncties met bijbehorend maximaal aantal m² van de bestaande bebouwing, die in gebruik mag worden genomen ten dienste van de nevenfunctie en – in voorkomende gevallen – het maximaal aantal m² dat in gebruik mag worden genomen voor de nevenfunctie: Tabel 15.1 Nevenfuncties die bij recht zijn toegestaan aard van de nevenfunctie
Opslag/stalling van niet agrarische goederen in bestaande bebouwing niet zijnde kassen Kano- roeiboot- of fietsenverhuur Kleinschalig kamperen Bed & breakfast Aan-huis-gebonden beroep kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang
ma xim aal opp ervl ak binn en best aan de beb ouw ing 300 m² 100 m² 100 m² 200 m² 50 m² 150 m²
waarbij geldt dat: f.
de nevenfuncties zijn alleen toelaatbaar als deze functie(s) omliggende (agrarische) bedrijven niet belemmeren in hun bedrijfsvoering; g. de hier bedoelde nevenfuncties zijn alleen toegestaan bij wijze van neventak bij een hoofdtak anderszins. Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 88
max ima al opp ervl ak voor gebr uik
3.00 0 m²
15.2 Bouwregels Op de voor Horeca bestemde gronden mogen ten dienste van de bestemming gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met dien verstande dat: a. gebouwen en overkappingen worden uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de goothoogte van de gebouwen, waaronder begrepen de bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 4,5 m; c. de bouwhoogte van de gebouwen, waaronder begrepen de bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 8 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van bijgebouwen ten hoogste 5 m bedraagt; d. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak; e. de inhoud van een bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 650 m3, met dien verstande dat indien ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan de inhoud van een woning meer bedraagt dan 650 m3, geldt voor de betrokken woning die inhoud als de maximaal toelaatbare; Bij het berekenen van de inhoud van een bedrijfswoning worden ondergrondse bouwwerken niet meegeteld; f. het gezamenlijk oppervlak van de bij een bedrijfswoning behorende bijgebouwen bedraagt ten hoogste 50 m2; g. bijgebouwen dienen te worden opgericht achter de voorgevel van het bijbehorende gebouw; h. de goot-/bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw bedraagt ten hoogste 3/5 m; i.
de afstand van gebouwen tot andere gebouwen en perceelsgrenzen bedraagt ten minste 3 m; j. nieuw op te richten gebouwen mogen uitsluitend evenwijdig aan de kavelrichting worden opgericht; k. dakkapellen op het dakvlak aan de voorzijde van een bedrijfswoning zijn toegestaan, met dien verstande dat: 1. de dakkapel voorzien is van een plat dak; 2. de hoogte niet meer bedraagt dan 1,75 m, gemeten vanaf de voet van de dakkapel; 3. de onderzijde zich meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet bevindt; 4. de bovenzijde zich meer dan 0,5 m onder de daknok bevindt; 5. de zijkanten zich meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak bevinden; 6. de gezamenlijke breedte van de dakkapellen niet meer dan 50% van het dakvlak aan de voorzijde beslaat; l. het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor reclameborden en/of neonreclame ten behoeve van een nevenfunctie is niet toegestaan; hetzelfde geldt voor lichtmasten en lichtbakken. 15.3 Afwijken van de bouwregels 15.3.1 Algemeen a. het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in 15.2 onder b en c ten behoeve van een goothoogte van ten hoogste 5,5 m en een bouwhoogte van ten hoogste 9 m; b. het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 15.2 onder i. voor een kleinere afstand; c.
het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 15.2 onder j. voor het toestaan van het oprichten van gebouwen niet evenwijdig aan de kavelrichting, mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het landschap. 15.4 Specifieke gebruiksregels Voor nevenfuncties gelden de volgende regels: a. aan-huis-gebonden beroep: in een woning en/of de bijbehorende bijgebouwen zijn een Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 89
aan-huis-verbonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. de activiteiten mogen aan de woonfunctie geen afbreuk doen en dienen daaraan ondergeschikt te zijn in die zin dat de woonfunctie de primaire functie dient te blijven; dit betekent dat niet meer dan 50 m² van het vloeroppervlak van de woning of het bijgebouw ten behoeve van de activiteiten mag worden gebruikt; 2. de activiteiten mogen geen hinder opleveren voor de woonsituatie; 3. de activiteiten mogen zowel naar de aard als ten aanzien van de visuele aspecten ervan geen afbreuk doen aan het karakter van de woning en de woonomgeving; 4. de activiteiten mogen geen detailhandel en/of horeca betreffen, uitgezonderd beperkte verkoop die ondergeschikt is aan de uitoefening van de betrokken kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; 5. de activiteiten mogen geen nadelige invloed hebben op de normale verkeersafwikkeling en geen onevenredige parkeerdruk in het openbaar gebied veroorzaken; b. kleinschalige kamperen: het plaatsen van kampeermiddelen is toegestaan met inachtneming van het volgende: 1. kampeermiddelen mogen uitsluitend worden geplaatst in de periode 1 maart tot 1 november; 2.
per kleinschalig kampeerterrein zijn maximaal 15 kampeermiddelen toegestaan, met dien verstande dat stacaravans niet zijn toegestaan en binnen het toegestane aantal kampeermiddelen maximaal 3 trekkershutten aanwezig mogen zijn met een maximale oppervlakte van 25 m² per trekkershut; 3. ten behoeve van kleinschalig kamperen mogen op het bouwvlak sanitaire voorzieningen worden gebouwd; c. voor de nevenfuncties is buitenopslag in geen geval toegestaan. 15.5 Afwijken van gebruiksregels 15.5.1 Nevenfuncties Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.1 ten behoeve van het toestaan van nevenfuncties die naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met de nevenfuncties genoemd in lid 15.1, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. Algemeen: 1. de hier bedoelde functies zijn alleen toegestaan bij wijze van neventak bij een hoofdtak anderszins; 2. de belangen van landschap, natuur en cultuurhistorie, waarbij uitdrukkelijk rekening wordt gehouden met de mate van kwetsbaarheid van het betrokken gebied en de ligging van het betrokken perceel, mede ten opzichte van zowel natuurgebied als bebouwde kom; 3. de wenselijkheid van de betrokken nevenfunctie, ook ter versterking van het economisch draagvlak in het plangebied; 4. de aard en omvang van de nevenfunctie; 5.
de milieutechnische inpasbaarheid van de nevenfunctie, mede in relatie tot de mogelijke beperkingen voor (agrarische) bedrijven en de gevolgen voor omliggende woningen; b. Parkeergelegenheid: 1. er dient op eigen terrein te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; c. het bepaalde in lid 15.2 onder l en lid 15.4 blijft van toepassing. 15.5.2 Bed & breakfast Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van de maximaal toelaatbare oppervlakte van bed & breakfast tot een oppervlakte van maximaal 300 m² indien:
Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 90
a. b. c. d.
de voorziening wordt gerealiseerd in een monument of beeldbepalend pand; er sprake is van een gebouw dat een bouwkundige eenheid vormt; de te realiseren voorziening mede dient tot instandhouding van het gebouw; het bepaalde in lid 15.2 onder l en lid 15.4 blijft van toepassing.
15.6 Wijzigingsbevoegdheden 15.6.1 Wijziging ten behoeve van vervolgfuncties Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van de volgende vervolgactiviteiten:
Tabel 15.2. Wonen en/of hobbyboeren
Voor de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid voor de genoemde vervolgfunctie worden de volgende zaken in de belangenafweging betrokken danwel zijn de volgende voorwaarden van toepassing: a. Algemeen: 1. de belangen van landschap, natuur en cultuurhistorie, waarbij uitdrukkelijk rekening wordt gehouden met de mate van kwetsbaarheid van het betrokken gebied en de ligging van het betrokken perceel, mede ten opzichte van zowel natuurgebied als bebouwde kom; 2. het belang van de waterhuishouding; 3. de wenselijkheid van zinvol gebruik van gebouwen en onbebouwde gronden, ook ter versterking van het economisch draagvlak in het plangebied; 4. de belangen van omliggende (agrarische) bedrijven; de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van deze bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt; 5. de aard en omvang van de nieuwe functie, mede in relatie tot de omvang en de situering van de aanwezige bebouwing; 6. de behoefte de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied zoveel mogelijk te versterken onder meer door landschapsbouw en landschappelijke inpassing, sanering van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en stimulering van herstel/behoud van rijksen gemeentelijke monumenten en MIP-panden en streekeigen karakteristieken; 7.
voordat tot bestemmingswijziging over gegaan wordt, dient door middel van een mobiliteitstoets inzichtelijk gemaakt te zijn dat de bestemmingswijziging niet leidt tot een onevenredige belasting van het wegennet; b. Registratie: geen uitbreiding van bebouwing: 1. in het wijzigingsplan wordt bij wijze van bouwregel bepaald dat de gebouwen in geen enkel opzicht mogen worden uitgebreid, behoudens voor zover daarvoor ingevolge de navolgende regels van kan worden afgeweken; 2. ter zake wordt een overeenkomst gesloten, voordat planwijziging wordt toegepast; c. Wonen: 1. wijziging naar Wonen mag slechts tot stand komen op bouwvlakken waar ingevolge dit artikel woningen zijn toegestaan; het aantal woningen, zoals ingevolge dit artikel toegestaan, mag niet worden uitgebreid; van aanwezige woningen mag geen ander gebruik dan gebruik in combinatie met wonen worden gemaakt; 2. het wijzigingsplan kan voorzien in één extra woning in rijks- en gemeentelijke monumenten en MIP-panden indien hierdoor daadwerkelijk wordt bijgedragen aan herstel en/of behoud van deze panden; 3. het wijzigingsplan kan ter plaatse van bouwvlakken voorzien in één extra woning, in ruil voor afbraak van ten minste 1.000 m² van de op het bouwvlak aanwezige bedrijfsgebouwen, die noch solitair noch in samenhang met andere bebouwing Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 91
cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen; 4. het wijzigingsplan kan voorzien in vergroting van de maximale inhoudsmaat van woningen, indien het een woning betreft die onderdeel uitmaakt van een veel groter hoofdgebouw en de afmetingen van dit hoofdgebouw in geen enkel opzicht worden uitgebreid; d. Parkeergelegenheid: 1. er dient op eigen terrein te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. 15.6.2 Vergroten van de bedrijfswoning Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de maximale inhoudsmaat van bedrijfswoningen te vergroten, met dien verstande dat: a. de inhoud niet meer dan 800 m3 mag bedragen; b. de grotere inhoud ter plaatse passend is binnen het landschap, hetgeen met een onderbouwing op basis van beeld- en landschapskwaliteit is aangetoond.
Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 92
Artikel 16
Maatschappelijk
16.1 Bestemmingsomschrijving De voor Maatschappelijk aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. overheidsvoorzieningen en voorzieningen inzake welzijn, volksgezondheid en cultuur; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, water, ontsluitingsweg, paden, parkeer- en nutsvoorzieningen. 16.2 Bouwregels Op deze gronden mag ten dienste van de bestemming worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen worden uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd, met dien verstande dat woningen niet zijn toegestaan; b. nieuw op te richten gebouwen mogen uitsluitend evenwijdig aan de kavelrichting worden opgericht; c. de goothoogte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m; d. de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 4 m; e. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven percentage van het bouwvlak, indien geen percentage is opgenomen, geldt een maximale bebouwingspercentage van 100%; f. ter plaatse van de aanduiding 'antennemast' is een antennemast toegestaan tot een maximale bouwhoogte van de met de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte. 16.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 16.2 onder b.
voor het toestaan van het oprichten van gebouwen niet evenwijdig aan de kavelrichting, mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het landschap.
Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 93
Artikel 17
Natuur
17.1 Bestemmingsomschrijving De voor Natuur aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud en/of herstel van actuele en potentiële ecologische, landschappelijke en natuurwaarden, alsmede voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - landschapselement': tevens voor een (agrarisch) landschapselement; b. ter plaatse van de aanduiding 'eendenkooi': tevens voor de bescherming, instandhouding en het gebruik van een eendenkooi; c. in samenhang hiermee extensief recreatief medegebruik, waaronder fietsen, wandelen en watersport; d. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals water, paden en nutsvoorzieningen. 17.2 Bouwregels Op de voor Natuur bestemde gronden mogen ten behoeve van het beheer en onderhoud van de bestemming uitsluitend worden gebouwd terreinafscheidingen en overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, met een maximale hoogte van 1,50 m. 17.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.3.1 Omgevingsvergunning a. Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; 2. het aanleggen of verharden van paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 3.
het scheuren of frezen van grasland; 4. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van aanwezige waterlopen; 5. het vellen of rooien van houtgewassen; 6. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, dammen, kaden, dijken en taluds; 7. het aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. b. Het verbod als bedoeld in dit lid onder a. is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: 1. betrekking hebben op normaal onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de bestemming; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 3. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende aanlegvergunning; 4. uitgevoerd worden in het kader van de landinrichting. c. De werken of werkzaamheden als bedoeld in dit onder b zijn slechts toelaatbaar, indien: 1. de landschappelijke en natuurwaarden van de in 17.1 bedoelde gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast; 2. de mogelijkheden voor herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; 3. het dempen van sloten er niet toe leidt dat kavels ontstaan met een breedte van meer dan 75 m; 4.
het aanbrengen van de in dit lid onder a7, genoemde leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur gelet op de waarde van het Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 94
natuurgebied van geringe betekenis moet worden geacht; 5. bij het scheuren of frezen van grasland een afstand van 1 m uit de slootkant wordt aangehouden. 17.3.2 Adviesprocedure omgevingsvergunningen Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij een landschapsdeskundige.
Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 95
Artikel 18
Natuur - Oeverstroken en water
18.1 Bestemmingsomschrijving De voor Natuur - Oeverstroken en water aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. oeverstroken, kades en watergangen, met landschappelijke-, natuur- en cultuurhistorische waarden; b. ter plaatse van de aanduiding 'verkeer' voor een langzaamverkeersverbinding en landbouwverkeer; c. recreatief medegebruik; d. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals water, paden en nutsvoorzieningen. 18.2 Bouwregels Op de voor Natuur - Oeverstroken en water bestemde gronden mogen ten behoeve van het beheer en onderhoud van de bestemming uitsluitend worden gebouwd terreinafscheidingen en overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, met een maximale hoogte van 1,5 m. 18.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, indien de landschappelijke-, natuur- en cultuurhistorische waarden van de gronden niet in onevenredige mate worden aangetast, omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in 18.2: a. voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te weten bruggen, indien deze noodzakelijk zijn ter ontsluiting van de aangrenzende gronden, tot een hoogte van ten hoogste 1,5 m; b. waterstaatkundige bouwwerken, zoals stuwen, indien deze noodzakelijk zijn voor een goede waterhuishouding, tot een hoogte van ten hoogste 1,5 m; c.
alvorens omgevingsvergunning wordt verleend, wint het bevoegd gezag eerst schriftelijk advies in bij een landschapsdeskundige met de vraag of de landschappelijke, natuur- en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast. 18.4 Specifieke gebruiksregels Het is verboden gronden met deze bestemming te scheuren of te frezen. 18.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 18.5.1 Omgevingsvergunning a. Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: met betrekking tot de kaden: 1. het aanleggen of verharden van wegen en paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 2. het vellen of rooien van houtgewassen; 3. het bodemverlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; 4. het ontginnen, verwijderen, of verstoren van de natuurlijke vegetatie; 5. het beplanten van gronden met houtgewassen, ter plaatse waar de gronden op het tijdstip van het van kracht worden van het plan niet met dergelijke houtgewassen waren beplant; met betrekking tot de oeverstroken en het water: 1. het wijzigen van het profiel van watergangen en/of waterpartijen, dan wel het graven of het Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 96
dempen ervan; 2. het verwijderen of het verstoren van de natuurlijke vegetatie; 3. het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 18.5.2 Adviesprocedure omgevingsvergunningen Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij een landschapsdeskundige.
Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 97
Artikel 19
Recreatie - Dagrecreatie
19.1 Bestemmingsomschrijving De voor Recreatie - Dagrecreatie aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. extensieve dagrecreatie; b. verblijfsrecreatie, met uitzondering van recreatief nachtverblijf; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - beheerschuur': tevens voor een beheerschuur; d. ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin': uitsluitend voor volkstuinen; e. bij deze bestemming behorende (ontsluitings)wegen, paden, parkeer- en nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen. 19.2 Bouwregels Op de voor Recreatie - Dagrecreatie bestemde gronden mogen ten dienste van de bestemming uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, worden gebouwd, met dien verstande dat: a. gebouwen zijn toegestaan tot een gezamenlijk oppervlakte van 50 m² per bestemmingsvlak, met uitzondering van: 1. ter plaatse van de aanduiding 'beheerschuur' waar het bouwvlak voor 100% bebouwd mag worden; 2. ter plaatse van de aanduiding 'bebouwd oppervlak' waar op het bestemmingsvlak een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 30 m² is toegestaan; b. de goothoogte van gebouwen ten hoogste 3 m mag bedragen; c. de bouwhoogte van gebouwen ten hoogste 5 m mag bedragen; d. de goot- respectievelijk bouwhoogte van de beheerschuur ter plaatse van de aanduiding 'beheerschuur' ten hoogste 4,5 m/9 m mag bedragen; e.
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer mag bedragen dan 1,5 m; f. woningen niet zijn toegestaan;
Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 98
Artikel 20
Sport
20.1 Bestemmingsomschrijving De voor Sport aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'manege': sportvoorzieningen uitsluitend in de vorm van een manege; b. bij deze bestemming behorende ondergeschikte horeca in de vorm van een kantine, erven, ontsluitingswegen, parkeer- en nutsvoorzieningen en groen; c. de in tabel 20.1 genoemde toegestane nevenfuncties met bijbehorend maximaal aantal m² van de bestaande bebouwing, die in gebruik mag worden genomen ten dienste van de nevenfunctie en – in voorkomende gevallen – het maximaal aantal m² dat in gebruik mag worden genomen voor de nevenfunctie: Tabel 20.1 Nevenfuncties die bij recht zijn toegestaan aard van de nevenfunctie
Opslag/stalling van niet agrarische goederen in bestaande bebouwing niet zijnde kassen Aan-huis-gebonden beroep Kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang