CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

240417-2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012_Regels

Raadsvergadering 3 juni 2024, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 201236.432 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Nieuwe bebouwing is alleen mogelijk wanneer de nieuwe bebouwing ruimtelijk aanvaardbaar is en deze noodzakelijk is voor een goede zorgverlening; het gaat om een nieuwe functie die bijdraagt aan recreatieve belevingsmogelijkheden waaraan in het gebied nadrukkelijk behoefte bestaat; het gaat om de hervestiging van één of enkele bedrijven die op hun oorspronkelijke locatie een ruimtelijk obstakel vormden of de kwaliteit van de leefomgeving ernstig aantasten en die op de nieuwe locatie, nabij de kern, goed inpasbaar zijn; het omringende landschap wordt hersteld, de recreatiemogelijkheden worden verbeterd of de waterhuishouding wordt verbeterd; Wonen: 1. wijziging naar Wonen mag slechts tot stand komen op bouwvlakken waar ingevolge dit artikel woningen zijn toegestaan; het aantal woningen, zoals ingevolge dit artikel toegestaan, mag niet worden uitgebreid; van aanwezige woningen mag geen ander gebruik dan gebruik in combinatie met wonen worden gemaakt; 2. het wijzigingsplan kan voorzien in één extra woning in rijks- en gemeentelijke monumenten en MIP-panden indien hierdoor daadwerkelijk wordt bijgedragen aan herstel en/of behoud van deze panden; 3.

het wijzigingsplan kan voorzien in vergroting van de maximale inhoudsmaat van woningen, indien het een woning betreft die onderdeel uitmaakt van een veel groter hoofdgebouw en de afmetingen van dit hoofdgebouw in geen enkel opzicht worden uitgebreid; Bedrijven: 1. het wijzigingsplan kan bedrijven toe laten in maximaal één categorie hoger, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op specifieke werkwijze en getoetst aan de in de Staat van Bedrijfsactiviteiten aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de in de ingevolge tabel genoemde algemeen toelaatbare categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; 2. het wijzigingsplan kan bedrijven toe laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, indien en voor zover het betrokken bedrijf geen inrichting is als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder en naar aard en invloed op de omgeving (gelet op specifieke werkwijze) geacht kan worden te behoren tot de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; Kampeerterrein: 1. planwijziging ten behoeve van een kampeerterrein mag uitsluitend strekken ten behoeve van een kampeerterrein met niet-permanente standplaatsen; 2. bij de planwijziging kunnen ook gronden buiten het betreffende bouwvlak worden betrokken, waarbij deze gronden uitsluitend gebruikt mogen worden ten behoeve van

Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 48

niet-permanente standplaatsen; deze gronden dienen in beginsel direct aansluitend aan het bestaande bouwvlak gesitueerd te worden; 3. de oppervlakte van een kampeerterrein mag in totaal maximaal 2 ha bedragen; g. Voorzieningen: 1. het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor reclameborden en/of neonreclame is niet toegestaan; 2. het plaatsen van lichtmasten en lichtbakken niet toegestaan, tenzij het buitenverlichting betreft bij een paardenbak en voldaan wordt aan het bepaalde in lid 4.5.1 onder d.; h. Buitenopslag: 1. voor de hier bedoelde functies is buitenopslag in geen geval toegestaan; i. Parkeergelegenheid: 1. er dient op eigen terrein te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; j. Agrarisch bedrijf bij wijze van deeltijd: 1. de oppervlakte van bedrijfsgebouwen ten dienste van het agrarisch bedrijf bij wijze van deeltijd mag ten hoogste 450 m² bedragen. 4.8.6 Vergroting van de bedrijfswoning Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de maximale inhoudsmaat van agrarische bedrijfswoningen te vergroten, met dien verstande dat: a. de inhoud niet meer dan 800 m3 mag bedragen; b. de grotere inhoud ter plaatse passend is binnen het landschap, hetgeen met een onderbouwing op basis van beeld- en landschapskwaliteit is aangetoond.

Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 49

Artikel 5 Agrarisch met waarden - Landschap en natuur 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor Agrarisch met waarden - Landschap en natuur aangewezen gronden, zijn bestemd voor: a. volwaardige veehouderijbedrijven; b. water, alsmede voor behoud en versterking van de landschappelijke en natuurwaarden; c. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting': tevens voor een ontsluitingsweg. 5.2 Bouwregels Op deze gronden mogen ten behoeve van het beheer en onderhoud van de bestemming uitsluitend worden gebouwd terreinafscheidingen en overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, met een maximale hoogte van 1,5 m. 5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 5.2 voor de bouw van agrarische hulpgebouwen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering, indien zulks ter plaatse uit een oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en/of ontwikkeling noodzakelijk is, met dien verstande dat: a. het gezamenlijk grondoppervlak inclusief het grondoppervlak aan gebouwen die op de gronden met de bestemmingen Agrarisch - Rivierzone, Agrarisch met waarden Landschap en natuur en Agrarisch met waarden - Openheid zijn gerealiseerd ten hoogste 50 m² per bedrijf bedraagt; b. de goothoogte van een gebouw ten hoogste 4 m en de bouwhoogte ten hoogste 6 m bedraagt; c.

het grondoppervlak van de bedrijfskavel waarop een gebouw wordt geplaatst ten minste 1 ha bedraagt; d. de afstand van een gebouw tot het bij het bedrijf behorende bouwvlak ten minste 500 m bedraagt; e. de situering geen onevenredige afbreuk doet aan de landschappelijke waarden; f. alvorens gebruik gemaakt kan worden van de afwijkingsbevoegdheid kan advies bij de landschapsdeskundige ingewonnen worden met de vraag of de aanwezige landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast. 5.4 Specifieke gebruiksregels a. het scheuren en frezen is toegestaan ten behoeve van normaal agrarisch gebruik. Onder normaal agrarisch gebruik wordt in ieder geval graslandvernieuwing en teelt van landbouwgewassen verstaan. Scheuren en frezen is op kleigronden zonder meer toegestaan; b. het aanbrengen van kuilplaten is niet toegestaan; c. opslag van goederen is niet toegestaan. 5.5 Afwijken van de gebruiksregels 5.5.1 Bebouwing aansluitend aan bouwvlakken Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 5.1 voor het veranderen en vergroten van de aan deze gronden grenzende agrarische bouwvlakken, indien dit voor een doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling noodzakelijk is, met dien verstande dat: a. de bestaande bij het agrarisch bedrijf behorende bebouwing binnen de gewijzigde grenzen van het bouwvlak gelegen blijft; b.

het bouwvlak met niet meer dan 10% mag worden vergroot; Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 50

c. de oppervlakte van het bouwvlak na afwijking mag niet meer bedragen dan 1,5 ha; d. advies dient ingewonnen te worden bij de agrarisch deskundige met de vraag of de vergroting of verandering van het bouwvlak noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering; e. advies kan ingewonnen worden bij de landschapsdeskundige met de vraag of de aanwezige landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast. 5.5.2 Kuilplaten en kuilopslag Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.4 met betrekking tot het gebruik van gronden voor kuilplaten en voor kuilopslag, met dien verstande dat: a. kuilplaten en de opslag van kuilvoer aansluitend aan het bouwvlak moeten worden gerealiseerd; b. kuilplaten en de opslag van kuilvoer noodzakelijk zijn voor de agrarische bedrijfsvoering ter plaatse; c. de kuilplaten en de opslag van kuilvoer niet leiden tot een onevenredige aantasting van het landschap. 5.5.3 Recreatief medegebruik Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het plan en recreatief medegebruik van gronden toestaan, met dien verstande dat: a. het gebruik uitsluitend is toegestaan indien hierover overeenstemming met de grondeigenaren is bereikt; b. het recreatieve medegebruik niet leidt tot een onevenredige belemmering van de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven.

5.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.6.1 Omgevingsvergunning a. Het is verboden op of in de gronden als genoemd in lid 5.1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning aanleg werken de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: 1. het bodemverlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; 2. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van aanwezige waterlopen; 3. het vellen of rooien van houtgewassen; 4. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, dammen, kaden, dijken en taluds; 5. het aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. b. Het verbod als bedoeld in dit lid onder a is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: 1. betrekking hebben op normaal onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de bestemming, het vellen of rooien van geriefbosjes daaronder niet begrepen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 3. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 4. uitgevoerd worden in het kader van de landinrichting. c. De werken of werkzaamheden als bedoeld in dit lid onder a zijn slechts toelaatbaar, indien: 1.

de aan de gronden eigen zijnde waarde voor wat betreft openheid niet onevenredig wordt aangetast; 2. de mogelijkheden voor herstel van die waarde niet onevenredig wordt of kan worden Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 51

verkleind; 3. het dempen van sloten er niet toe leidt dat kavels ontstaan met een breedte van meer dan 75 m; 4. het aanbrengen van de in dit lid onder a sub 5 genoemde leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur - gelet op de aanwezige landschappelijke waarden - van geringe betekenis moet worden geacht. 5.6.2 Advies procedure omgevingsvergunningen Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning ingevolge lid 5.6.1 te beslissen wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de agrarische deskundige en - indien wenselijk - de landschapsdeskundige met betrekking tot de vraag of de omgevingsvergunning respectievelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is en of de landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast.

5.7 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming Agrarisch met waarden Landschap en natuur te wijzigen in de bestemming Agrarisch ten behoeve van het vergroten van een bouwvlak met de bestemming Agrarisch, indien dit in verband met een doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling noodzakelijk is, met dien verstande dat: a. de vergroting is afgestemd op de voorgenomen bedrijfsuitbreiding; b. de bestaande bij het agrarisch bedrijf behorende bebouwing binnen de gewijzigde grenzen van het bouwvlak gelegen blijft; c. het grondoppervlak van het bouwvlak ten hoogste 1,5 ha bedraagt; 1. de situering, de vorm en de grootte van het bouwvlak geen onevenredige afbreuk doet aan de landschappelijke waarden en aan bestaande waardevolle doorzichten; 2. aan het vergrote deel van het bouwvlak kunnen alle, op het oorspronkelijke bouwvlak van toepassing zijnde aanduidingen worden toegekend; 3. burgemeester en wethouders voorafgaand aan de wijziging advies inwinnen bij een agrarisch deskundige en - indien wenselijk - een landschapsdeskundige.

Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 52

Artikel 6 Agrarisch met waarden - Openheid 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor Agrarisch met waarden - Openheid aangewezen gronden, zijn bestemd voor volwaardige veehouderijbedrijven, water, alsmede voor: a. behoud en versterking van de landschappelijke waarden; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak': tevens voor een paardenbak met de bijbehorende voorzieningen zoals longeercirkels en paardencarrousels, paddocks, stap- en trainingsmolens; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gebouw': tevens voor een bestaand gebouw; d. ter plaatse van de aanduiding 'natuurwaarden': tevens voor behoud en versterking van de natuurwaarden.

6.2 Bouwregels a. Op deze gronden mogen ten behoeve van het beheer en onderhoud van de bestemming uitsluitend worden gebouwd terreinafscheidingen en overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, met een maximale bouwhoogte van 1,5 m, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - paardenbak' de maximale bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde 1,8 m bedraagt en dit hekwerk wordt uitgevoerd in natuurlijke materialen en kleuren. b. In afwijking van het bepaalde onder a. is een gebouw toegestaan uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gebouw ' en voor zover aanwezig ten tijde van terinzagelegging van het ontwerp van het plan, waarbij: 1. de oppervlakte, goot- en bouwhoogte zoals deze aanwezig waren tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van het plan als maximaal toelaatbaar gelden; 2. woningen niet zijn toegestaan. 6.3 Afwijken van de bouwregels a. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 6.2 voor de bouw van agrarische hulpgebouwen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering, indien zulks ter plaatse uit een oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en/of ontwikkeling noodzakelijk is, met dien verstande dat: 1.

het gezamenlijk grondoppervlak - inclusief het grondoppervlak aan gebouwen die op de gronden met de bestemmingen Agrarisch - Rivierzone en Agrarisch met waarden - Landschap en natuur ten hoogste 50 m² per bedrijf bedraagt; 2. de goothoogte van een gebouw ten hoogste 4 m en de bouwhoogte ten hoogste 6 m bedraagt; 3. het grondoppervlak van de bedrijfskavel waarop een gebouw wordt geplaatst ten minste 1 ha bedraagt; 4. de afstand van een gebouw tot het bij het bedrijf behorende bouwvlak ten minste 500 m bedraagt; 5. advies kan ingewonnen worden bij de landschapsdeskundige met de vraag of de aanwezige landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast. b. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 6.1 voor het veranderen en vergroten van de aan deze gronden grenzende agrarische bouwvlakken, indien dit voor een doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling noodzakelijk is, met dien verstande dat: 1. de bestaande bij het agrarisch bedrijf behorende bebouwing binnen de gewijzigde grenzen van het bouwvlak gelegen blijft; 2. het bouwvlak met niet meer dan 10% mag worden vergroot; Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 53

3. de oppervlakte van het bouwvlak na afwijking mag niet meer bedragen dan 1,5 ha; 4. advies dient ingewonnen te worden bij de agrarisch deskundige met de vraag of de vergroting of verandering van het bouwvlak noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering; 5. advies kan ingewonnen worden bij de landschapsdeskundige met de vraag of de aanwezige landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast. De omgevingsvergunningen als bedoeld in dit artikel worden uitsluitend verleend indien de bebouwingskarakteristiek van de omgeving niet wordt aangetast en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt. 6.4 Specifieke gebruiksregels a. het scheuren en frezen is toegestaan ten behoeve van normaal agrarisch gebruik. Onder normaal agrarisch gebruik wordt in ieder geval graslandvernieuwing en teelt van landbouwgewassen verstaan. Scheuren en frezen is op kleigronden zonder meer toegestaan; b. het aanbrengen van kuilplaten is niet toegestaan; c. opslag van goederen is niet toegestaan; d. een paardenbak dient landschappelijk te worden ingepast aan de hand van een door de landschapsdeskundige goedgekeurd beplantingsplan, met dien verstande dat afhankelijk van het landschapstype wel/geen groen kan worden aangelegd; e. buitenverlichting is toegestaan bij een paardenbak, met dien verstande dat: 1.

de maximale hoogte van de lichtmasten is 6 meter; 2. maximaal 6 lichtmasten per paardenbak zijn toegestaan; 3. de masten worden direct aan of bij een paardenbak geplaatst; 4. maximaal 60 LUX/m2 gemeten 1 meter boven de bodem van de bak; 5. de lichtbundel wordt door middel van een afscherming gericht op de paardenbak; 6. de verlichting mag gebruikt worden van 7.00 uur 's ochtends tot 22.00 uur 's avonds; 7. binnen 100 meter van gebieden met de bestemming 'Natuur', 'Bos' en/of gebiedsaanduiding 'Milieuzone - stiltegebied' lichtmasten niet zijn toegestaan, met dien verstande dat, indien ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan lichtmasten aanwezig zijn binnen 100 meter van de genoemde gebieden, dit wordt toegestaan. f. ten hoogste 50 m² van alle aan-, uit- en bijgebouwen mag worden gebruikt ten dienste van het hobbymatig houden van paarden; g. de oppervlakte van een paardenbak bedraagt ten hoogste 800 m2, met dien verstande dat, indien ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan de oppervlakte van een paardenbak meer bedraagt dan 800 m2, de afwijkende oppervlaktemaat wordt gezien als maximaal toelaatbaar.

6.5 Afwijken van de gebruiksregels 6.5.1 Kuilplaten Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.4 met betrekking tot het gebruik van gronden voor kuilplaten en kuilopslag, met dien verstande dat: a. kuilplaten en kuilopslag aansluitend aan het bouwvlak moeten worden gerealiseerd; b. kuilplaten en kuilopslag noodzakelijk zijn voor de agrarische bedrijfsvoering ter plaatse; c. de kuilplaten en kuilopslag niet leiden tot een onevenredige aantasting van het landschap. 6.5.2 Recreatief medegebruik Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het plan en recreatief medegebruik van gronden toestaan, met dien verstande dat:

Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 54

a. het gebruik uitsluitend is toegestaan indien hierover overeenstemming met de grondeigenaren is bereikt; b. het recreatieve medegebruik niet leidt tot een onevenredige belemmering van de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven. 6.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.6.1 Omgevingsvergunning a. Het is verboden op of in de gronden als genoemd in lid 6.1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning aanleg werken de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: 1. het bodemverlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; 2. het aanleggen van drainage ten behoeve van een paardenbak en paddock; 3. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van aanwezige waterlopen; 4. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, dammen, kaden, dijken en taluds; 5. het aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 6. het beplanten van gronden met houtgewassen, ter plaatse waar de gronden op het tijdstip van het van kracht worden van het plan niet reeds met houtgewassen waren beplant. b. Het verbod als bedoeld in dit lid onder a is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: 1.

betrekking hebben op normaal onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de bestemming, daaronder begrepen bodemverbetering, het vellen of rooien van geriefbosjes daaronder niet begrepen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 3. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 4. uitgevoerd worden in het kader van de landinrichting; 5. de aanplant van minder dan twintig bomen betreffen. c. De werken of werkzaamheden als bedoeld in dit lid onder a zijn slechts toelaatbaar, indien: 1. de aan de gronden eigen zijnde waarde voor wat betreft openheid niet onevenredig wordt aangetast; 2. de mogelijkheden voor herstel van die waarde niet onevenredig wordt of kan worden verkleind; 3. de aanleg van drainage in combinatie met de bakvulling van een paardenbak en paddock niet leidt tot afvoer van stoffen welke mogelijk kunnen leiden tot verslechtering van de grond of het grondwater en/of tot wateroverlast; 4. het dempen van sloten er niet toe leidt dat kavels ontstaan met een breedte van meer dan 75 m; 5. het aanbrengen van de in dit lid onder a sub 6 genoemde leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur - gelet op de aanwezige landschappelijke waarden - van geringe betekenis moet worden geacht.

6.6.2 Adviesprocedure omgevingsvergunningen Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 6.6.1 te beslissen wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de agrarische deskundige en indien wenselijk - de landschapsdeskundige met betrekking tot de vraag of de omgevingsvergunning respectievelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is en of de landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast. Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 55

6.7 Wijzigingsbevoegdheid 6.7.1 wijzigen ten behoeve van doelmatige bedrijfsvoering a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming Agrarisch met waarden Openheid te wijzigen in de bestemming Agrarisch of Agrarisch - Rivierzone ten behoeve van het vergroten van een bouwvlak met de bestemming Agrarisch of Agrarisch Rivierzone indien dit in verband met een doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling noodzakelijk is, met dien verstande dat: 1. de vergroting is afgestemd op de voorgenomen bedrijfsuitbreiding; 2. de bestaande bij het agrarisch bedrijf behorende bebouwing binnen de gewijzigde grenzen van het bouwvlak gelegen blijft; 3. het grondoppervlak van het bouwvlak ten hoogste 1,5 ha bedraagt; 4. de situering, de vorm en de grootte van het bouwvlak geen onevenredige afbreuk doet aan de landschappelijke waarden en aan bestaande waardevolle doorzichten; 5. aan het vergrote deel van het bouwvlak kunnen alle, op het oorspronkelijke bouwvlak van toepassing zijnde aanduidingen worden toegekend; 6. de uitbreiding van het bouwvlak voorzien is van een landschappelijk inpassingsplan. b.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de in lid 6.1 bedoelde gronden te wijzigen teneinde een nieuw agrarische bouwvlak met de bestemming Agrarisch aan te wijzen ten behoeve van de verplaatsing van een volwaardig veehouderijbedrijf, indien dit in verband met de doelmatige bedrijfsvoering en/of ontwikkeling dan wel om milieutechnische redenen noodzakelijk is, met dien verstande dat: 1. het grondoppervlak van het bouwvlak ten hoogste 1,5 ha bedraagt; 2. het grondoppervlak van het betrokken perceel ten minste 1 ha en de breedte ten minste 60 m bedraagt; 3. de agrarische bedrijfswoning slechts mag worden gebouwd, na of gelijktijdig met het tot stand komen van bedrijfsgebouwen, waarvan de aard en omvang is afgestemd op de bedrijfsomvang; 4. de situering, de vorm en de grootte van de nieuwe bouwvlakken geen onevenredige afbreuk doet aan de landschappelijke waarden en aan bestaande waardevolle doorzichten. 6.7.2 wijzigen ten behoeve van nieuwe bedrijvigheid a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming van de in lid 6.1 bedoelde gronden te wijzigen teneinde ten behoeve van bestaand volwaardig veehouderijbedrijf een nieuw agrarische bouwvlak met de bestemming Agrarisch op afstand aan te wijzen, indien dit uit oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling dan wel om milieutechnische redenen noodzakelijk is, met dien verstande dat: 1.

het gezamenlijke grondoppervlak van het bestaande en het nieuwe bouwvlak ten hoogste 1,5 ha bedraagt; 2. het bestaande en het nieuwe bouwvlak als één bouwvlak wordt aangemerkt en om die reden geen extra agrarische bedrijfswoning mag worden gebouwd op het nieuwe bouwvlak; 3. de situering, de vorm en de grootte van het bouwvlak geen onevenredige afbreuk doet aan de landschappelijke waarden. 6.7.3 bos a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de gronden met de bestemming Agrarisch met waarden - Openheid, voor zover voorzien van de medebestemming Waarde Landgoed, te wijzigen in de bestemming Bos indien deze ontwikkeling past binnen het voor het landgoed geldende beheersplan. b. Alvorens omtrent het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in lid a te beslissen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de agrarisch Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 56

deskundige en - indien wenselijk - de natuur- en landschapsdeskundige met betrekking tot de vraag of de planwijziging respectievelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is en of de landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast.

Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 57

Artikel 7 Bedrijf 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2': bedrijven behorende tot de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijven tot en met categorie 3.1': bedrijven behorende tot de categorieën 1, 2 en 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijven tot en met categorie 3.2': bedrijven behorende tot de categorieën 1, 2, 3.1 en 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; d. bedrijfswoningen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten' geen bedrijfswoningen mogen worden gebouwd; alsmede voor: e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - productiebedrijf voor auto-onderhoudsartikelen': tevens voor een productiebedrijf voor recyclingbedrijf voor autobanden behorend tot categorie 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - aannemers- en sloopbedrijf': tevens voor een aannemersbedrijf, tevens sloopbedrijf behorend tot categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - autosloperij': tevens voor een autosloperij behorend tot categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; h.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - handel in hout en bouwmaterialen': tevens voor een handel in hout en bouwmaterialen behorende tot categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - loonbedrijf tevens tuincentrum': tevens voor een loonbedrijf inclusief verhuur en reparatie, behorend tot categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten alsmede voor een tuincentrum; j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - transportbedrijf': tevens voor een transportbedrijf behorend tot categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; k. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - houtbewerkingsbedrijf': tevens voor een houtbewerkingsbedrijf behorend tot categorie 4.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; l. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - landbouwmechanisatiebedrijf': tevens voor een bedrijf ten behoeve van landbouwmechanisatie behorend tot categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten'; m. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - vishandel en viskwekerij': tevens voor een handel in vis, tevens viskwekerij behorend tot categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; n.

ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch loonbedrijf': tevens voor een agrarisch loonbedrijf inclusief verhuur en reparatie behorend tot categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; o. ter plaatse van de 'specifieke vorm van bedrijf - zand- en grindhandel': een handel in zand, klei en grind behorend tot categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; p. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - timmerfabriek': tevens voor een timmerfabriek behorend tot categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; q. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - ongediertebestrijding': tevens voor een bedrijf voor ongediertebestrijding tot en met categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; r. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - puinbreker': tevens voor een puinbreker; s. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - loon-, aannemers- en verhuurbedrijf': tevens voor een agrarisch loonbedrijf, aannemersbedrijf en/of verhuurbedrijf Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 58

behorend tot categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; ter plaatse van de aanduiding 'hovenier' zijn de gronden uitsluitend bestemd voor een hoveniersbedrijf; u. ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg' uitsluitend voor de verkooppunt van motorbrandstoffen, zonder lpg, behorend tot categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, inclusief bijbehorende detailhandel met een verkoopvloeroppervlakte van ten hoogste 125 m² en carwash; v. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - uitsluitend loonbedrijf': uitsluitend voor een loonbedrijf inclusief verhuur en reparatie, behorend tot categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; w. ter plaatse van de aanduiding 'groen': uitsluitend groenvoorzieningen; x. ter plaatse van de aanduiding 'geluidswal': uitsluitend voor geluidswerende voorzieningen in de vorm van een wal, al dan niet met een scherm; y. ter plaatse van de aanduiding 'geluidsscherm': uitsluitend voor geluidswerende voorzieningen in de vorm van een geluidsscherm met luifel; z. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening': uitsluitend voor nutsvoorzieningen; aa. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak': tevens voor een paardenbak en andere aan paardensport gerelateerde voorzieningen, zoals longeercirkels, paardencarrousels, paddocks, stap- en trainingsmolens; ab.

ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' zijn de betreffende gronden tevens bestemd voor het behoud van de aanwezige cultuurhistorische waarden van gebouwen; ac. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals, groen, water, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en ontsluitingswegen; ad. windmolens; ae. de in tabel 7.1 genoemde toegestane nevenfuncties met bijbehorend maximaal aantal m² van de bestaande bebouwing, die in gebruik mag worden genomen ten dienste van de nevenfunctie en – in voorkomende gevallen – het maximaal aantal m² dat in gebruik mag worden genomen voor de nevenfunctie; een en ander met dien verstande dat: t.

af. detailhandel niet is toegestaan, met uitzondering van detailhandel als genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Tabel 7.1 Nevenfuncties die bij recht zijn toegestaan aard van de nevenfunctie

maximaa l oppervl ak binnen bestaand e bebou wing

Opslag/stalling van niet agrarische goederen in bestaande bebouwing niet zijnde kassen Kano- roeiboot- of fietsenverhuur

300 m²

Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 59

100 m²

m ax im aa lo pp er vl ak vo or ge br ui k

Kleinschalig kamperen

100 m²

Bed & breakfast Aan-huis-gebonden beroep Kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang

200 m² 50 m² 150 m²

waarbij voor de nevenfunctie geldt dat: ag. de nevenfuncties zijn alleen toelaatbaar als deze functie(s) omliggende (agrarische) bedrijven niet belemmeren in hun bedrijfsvoering; ah. de hier bedoelde nevenfuncties zijn alleen toegestaan bij wijze van neventak bij een hoofdtak anderszins. 7.2 Bouwregels Op de voor Bedrijf bestemde gronden mogen ten dienste van de bestemming gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met dien verstande dat: 7.2.1 Algemeen a. een individueel bouwvlak mag ten hoogste worden bebouwd tot 100% dan wel tot het op de verbeelding weergegeven bebouwingspercentage, de bedrijfswoning daaronder begrepen, uitgezonderd de bij de bedrijfswoning behorende bijgebouwen en uitgezonderd de luifel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - luifel'; b. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; c. tenzij op de verbeelding anders is aangegeven mag de goothoogte van een bedrijfsgebouw ten hoogste 6 m en de bouwhoogte ten hoogste 9 m bedragen; d. de afstand van gebouwen tot andere gebouwen en perceelsgrenzen dient ten minste 3 m te bedragen; e. nieuw op te richten gebouwen mogen uitsluitend evenwijdig aan de kavelrichting worden opgericht; f. ter plaatse van de aanduiding 'nokrichting' is uitsluitend de aangegeven nokrichting zoals verbeeld in bijlage 3 Kappenkaart toegestaan.

7.2.2 Bedrijfswoning a. per bouwvlak is ten hoogste één bedrijfswoning toegestaan, indien binnen een bouwvlak ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan meer bedrijfswoningen aanwezig zijn, is dat aantal aan bedrijfswoningen toegestaan; b. op de gronden met de aanduiding 'wonen uitgesloten' mogen geen bedrijfswoningen worden gebouwd, met dien verstande dat ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan bestaande woningen behouden mogen worden; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - uitsluitend bedrijfswoning' zijn uitsluitend twee bedrijfswoningen met de bijbehorende bebouwing toegestaan; d. de inhoud van een bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 650 m3, waarbij de inhoud van ondergrondse bouwwerken niet wordt meegeteld, met dien verstande dat, indien ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan de inhoud van een woning meer bedraagt dan 650 m3, de afwijkende inhoudsmaat wordt gezien als maximaal toelaatbaar; e. de goothoogte van een bedrijfswoning mag ten hoogste 4,5 m en de bouwhoogte ten hoogste 8 m bedragen; f. dakkapellen op het dakvlak zijn aan de voorzijde van een bedrijfswoning toegestaan, met dien verstande dat: 1. de dakkapel voorzien is van een plat dak; Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 60

3. 00 0 m²

2. 3. 4. 5. 6.

de hoogte ten hoogste 1,75 m bedraagt, gemeten vanaf de voet van de dakkapel; de onderzijde zich ten minste 0,5 m en ten hoogste 1 m boven de dakvoet bevindt; de bovenzijde zich ten minste 0,5 m onder de daknok bevindt; de zijkanten zich ten minste 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak bevinden; de gezamenlijke breedte van de dakkapellen niet meer dan 50% van het dakvlak aan de voorzijde beslaat.

7.2.3 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen a. het gezamenlijk grondoppervlak van de bij een bedrijfswoning behorende bijgebouwen mag ten hoogste 50 m2 bedragen; b. de goot- en bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag respectievelijk ten hoogste 3/5 m bedragen; c. de goothoogte van een aangebouwd bijgebouw mag ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning bedragen; de bouwhoogte mag ten hoogste 5 m bedragen. 7.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. windmolens mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd met een maximum van 1 windmolen per bouwvlak en met dien verstande dat de bouwhoogte van een windmolen niet meer dan 20 m mag bedragen; b. windmolens in de nabijheid van rijkswegen of waterkeringen dienen te voldoen aan de beleidsregel "Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over waterstaatswerken of wegen in beheer bij het Rijk"; c. de goot- respectievelijk bouwhoogte van de geluidswerende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'geluidsscherm' mag niet meer bedragen dan 4 m/6 m; d. de bouwhoogte van de luifel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - luifel' mag niet meer dan 3,5 m bedragen; e. de hoogte van een hekwerk ten dienste van een paardenbak mag niet meer bedragen dan 1,8 m, met dien verstande dat dit hekwerk wordt uitgevoerd in natuurlijke materialen en kleuren; f.

tussen windmolens (met een ashoogte van minder dan 20 meter) en bovengrondse hoogspanningsverbindingen dient een afstand te worden gehouden die minimaal gelijk is aan of groter dan de maximale werpafstand bij 2x nominaal toerental; g. tussen windmolens (met een ashoogte van minder dan 20 meter) en ondergrondse hoogspanningsverbindingen dient een afstand van minimaal 25 meter tot de belemmerde strook te worden aangehouden; h. het realiseren van windmolens binnen de genoemde afstanden is alleen mogelijk na overleg met de netbeheerder.

7.2.5 Nevenfuncties a. het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor reclameborden en/of neonreclame ten behoeve van een nevenfunctie is niet toegestaan; b. het plaatsen van lichtmasten en lichtbakken ten behoeve van een nevenfunctie is niet toegestaan, tenzij het buitenverlichting betreft bij een paardenbak en voldaan wordt aan het bepaalde in lid 7.5 onder f. 7.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen te stellen omtrent situering van de gebouwen mede in verband met de inrichting van de onbebouwde terreinen voor wat betreft de aan- en afvoerroutes van goederen en de parkeerruimte voor (vracht)verkeer met dien verstande dat daardoor de gebruikswaarde van het bedrijfsterrein niet onevenredig wordt geschaad. Het bevoegd gezag kan ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden', nadat de Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 61

monumentencommissie om schriftelijk is gevraagd, nadere eisen stellen met betrekking tot de uitwendige hoofdvorm zoals deze wordt bepaald door goothoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling en gevelindeling teneinde te waarborgen dat de aan het pand eigen cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast, met dien verstande dat deze nadere eisen een doelmatige bedrijfsvoering niet onevenredig mogen belemmeren. 7.4 Afwijken van de bouwregels 7.4.1 Algemeen a. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 7.2.1 onder a door het verhogen van het bebouwingspercentage met ten hoogste 20% indien dit noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering. b. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 7.2.1 onder d voor het bouwen op geringere afstanden van, dan wel op de erfafscheiding, indien zulks, mede gezien de bestaande situatie, wenselijk is. c. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 7.2.2 onder e ten behoeve van een goothoogte van ten hoogste 5,5 m en een bouwhoogte van ten hoogste 9 m. d. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 7.2.1 onder e voor het toestaan van het oprichten van gebouwen niet evenwijdig aan de kavelrichting, mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het landschap.

7.4.2 Vergroting van een inpandige woning Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van de maximale inhoudsmaat van woningen, indien: a. het een woning betreft met de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' en; b. het een woning betreft die onderdeel uitmaakt van een veel groter hoofdgebouw en de afmetingen van dit hoofdgebouw in geen enkel opzicht worden uitgebreid. 7.4.3 Bedrijfsgebonden windmolen 1. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 7.2.4 onder a voor het verhogen van de maximale toegestane bouwhoogte van windmolens naar 30 m, met dien verstande dat: a. de stroomleverantie van de windmolen (nagenoeg) geheel ten dienste van het bedrijf is; b. de bouw geen onevenredige afbreuk doet aan de ter plaatse aanwezige zichtlijnen en andere landschappelijke waarden, natuur en cultuurhistorie waaronder ook die van de aangrenzende gronden; c. ter bepaling van het bedoelde in dit lid onder b alvorens omgevingsvergunning wordt verleend het bevoegd gezag eerst schriftelijk advies kan inwinnen bij een landschapsdeskundige met de vraag of de landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast; d. binnen 100 meter van gebieden met de gebiedsaanduiding 'Milieuzone - stiltegebied' een bedrijfsgebonden windmolen met een bouwhoogte hoger dan 20 m niet wordt toegestaan; e.

dient te worden aangetoond dat de windmolen aan alle relevante wet- en regelgeving voldoet, waarbij in ieder geval geldt dat de windmolen voldoet aan de eisen van het Tijdelijk deel Omgevingsplan Montfoort, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en indien van toepassing de "Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over waterstaatswerken of wegen in beheer bij het Rijk"; f. afstanden tot bovengrondse hoogspanningsverbindingen dient te voldoen aan de "Handreiking risicozonering windturbines"; g. nadere eisen kunnen worden gesteld ten behoeve van zichtlijnen en ter beperking van: Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 62

visuele hinder; slagschaduw; geluidshinder. 2. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 7.2.4 onder a voor situering van windmolens buiten het bouwvlak, met dien verstande dat: a. aangetoond is dat: de windmolen niet binnen het bouwvlak past; of, plaatsing van de windmolen binnen het bouwvlak afbreuk doet aan monumentale waarden; of, plaatsing van de windmolen binnen het bouwvlak de vrije windgang tot aan de molen onevenredig hindert. b. de afstand van windmolen tot het bouwvlak niet meer mag bedragen dan één keer de ashoogte van de windmolen; c. de stroomleverantie van de windmolen (nagenoeg) geheel ten dienste van het bedrijf is; d. de bouw geen onevenredige afbreuk doet aan de ter plaatse aanwezige zichtlijnen en andere landschappelijke waarden, waaronder ook die van de aangrenzende gronden; e. ter bepaling van het bedoelde in dit lid onder d alvorens omgevingsvergunning wordt verleend het bevoegd gezag eerst schriftelijk advies kan inwinnen bij een landschapsdeskundige met de vraag of de landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast; f.

dient te worden aangetoond dat de windmolen aan alle relevante wet- en regelgeving voldoet, waarbij in ieder geval geldt dat de windmolen voldoet aan de eisen van het Tijdelijk deel Omgevingsplan Montfoort, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en indien van toepassing aan de "Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over waterstaatswerken of wegen in beheer bij het Rijk"; g. nadere eisen kunnen worden gesteld ten behoeve van zichtlijnen en beperking van: visuele hinder; slagschaduw; geluidshinder. 7.5 Specifieke gebruiksregels a. opslag van goederen op onbebouwde gronden is alleen toegestaan achter de voorgevelrooilijn; b. ter plaatse van de aanduiding 'opslag uitgesloten' is opslag niet toegestaan; c. per bedrijf is kantoorvloeroppervlakte die meer bedraagt dan 50% van de bedrijfsvloeroppervlakte niet toegestaan; kantoorvloeroppervlakte van meer dan 2.000 m² per bedrijf is in geen geval toegestaan; d. paardenbakken ten behoeve van het houden van paarden zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak'; e. een paardenbak dient landschappelijk te worden ingepast aan de hand van een door de landschapsdeskundige goedgekeurd beplantingsplan, met dien verstande dat afhankelijk van het landschapstype wel/geen groen kan worden aangelegd; f.

buitenverlichting is toegestaan bij een paardenbak, met dien verstande dat: 1. de maximale hoogte van de lichtmasten is 6 meter; 2. maximaal 6 lichtmasten per paardenbak zijn toegestaan; 3. de masten worden direct aan of bij een paardenbak geplaatst; 4. maximaal 60 LUX/m2 gemeten 1 meter boven de bodem van de bak; 5. de lichtbundel wordt door middel van een afscherming gericht op de paardenbak; 6. de verlichting mag gebruikt worden van 7.00 uur 's ochtends tot 22.00 uur 's avonds; 7. binnen 100 meter van gebieden met de bestemming 'Natuur', 'Bos' en/of gebiedsaanduiding 'Milieuzone - stiltegebied' lichtmasten niet zijn toegestaan, met dien verstande dat, indien ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan lichtmasten aanwezig zijn binnen 100 meter van de genoemde Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 63

gebieden, dit wordt toegestaan; 8. er geen strijdigheid bestaat met 'de Ruimtelijke kaders paardenhouderij Gemeente Montfoort'. g. ten hoogste 50 m² van alle aan-, uit- en bijgebouwen mag worden gebruikt ten dienste van het hobbymatig houden van paarden, met dien verstande dat dit gebruik uitsluitend is toegestaan bij bedrijven met de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak'; h. de oppervlakte van een paardenbak bedraagt ten hoogste 800 m2, met dien verstande dat, indien ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan de oppervlakte van een paardenbak meer bedraagt dan 800 m2, de afwijkende oppervlaktemaat wordt gezien als maximaal toelaatbaar; i. de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - puinbreker' mogen tot maximaal 12 kalenderdagen per jaar en uitsluitend gedurende de dagperiode (7.00 tot 19.00) worden gebruikt voor het breken van puin met een maximale jaarcapaciteit van 16.000 ton; j. voor nevenfuncties gelden de volgende regels: 1.

aan-huis-gebonden beroep: in een woning en/of de bijbehorende bijgebouwen zijn een aan-huis-verbonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten toegestaan onder de volgende voorwaarden: de activiteiten mogen aan de woonfunctie geen afbreuk doen en dienen daaraan ondergeschikt te zijn in die zin dat de woonfunctie de primaire functie dient te blijven; dit betekent dat niet meer dan 50 m² van het vloeroppervlak van de woning of het bijgebouw ten behoeve van de activiteiten mag worden gebruikt; de activiteiten mogen geen hinder opleveren voor de woonsituatie; de activiteiten mogen zowel naar de aard als ten aanzien van de visuele aspecten ervan geen afbreuk doen aan het karakter van de woning en de woonomgeving; de activiteiten mogen geen detailhandel en/of horeca betreffen, uitgezonderd beperkte verkoop die ondergeschikt is aan de uitoefening van de betrokken kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; de activiteiten mogen geen nadelige invloed hebben op de normale verkeersafwikkeling en geen onevenredige parkeerdruk in het openbaar gebied veroorzaken; 2.

kleinschalige kamperen: het plaatsen van kampeermiddelen is toegestaan met inachtneming van het volgende: kampeermiddelen mogen uitsluitend worden geplaatst in de periode 1 maart tot 1 november; per kleinschalig kampeerterrein zijn maximaal 15 kampeermiddelen toegestaan, met dien verstande dat stacaravans niet zijn toegestaan en binnen het toegestane aantal kampeermiddelen maximaal 3 trekkershutten aanwezig mogen zijn met een maximale oppervlakte van 25 m² per trekkershut; ten behoeve van kleinschalig kamperen mogen op het bouwvlak sanitaire voorzieningen worden gebouwd; 3. voor de nevenfuncties is buitenopslag in geen geval toegestaan; k. opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 m is niet toegestaan. 7.6 Afwijken van de gebruiksregels 7.6.1 Algemeen a. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 7.1 teneinde bedrijven toe te laten die niet in de van deze regels deel uitmakende Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, indien en voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de in lid 7.1 genoemde categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. b.

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 64

lid 7.1 teneinde bedrijven toe te laten uit ten hoogste twee categorieën hoger dan in lid 7.1, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 7.1 genoemd. c. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 7.1 onder u ten behoeve van de verkoop van lpg, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. de doorzet aan lpg bedraagt minder dan 1.000 m³ per jaar; 2. de geluidsinstallatie kan voldoen aan de geldende geluidsnormen, zoals genoemd in het Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer; 3. een volledige toetsing en verantwoording van plaatsgebonden risico en groepsrisico dient plaats te vinden. 7.6.2 Nevenfuncties Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1 ten behoeve van het toestaan van de in tabel 7.2 genoemde nevenfuncties, met inachtneming van de tabel en de volgende voorwaarden:

Tabel 7.2. aard van de nevenfunctie

maxi maal opper vlak binne n best aand e beb ouwin g

m a x i m a a l o p p e r v l a k v o o r g e b r u i k

Loonbedrijven

Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 65

300 m ²

Overige bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten Pensionstal Dierenpension: hondenfokkerij Boerengolf

200 m ² 300 m ² 200 m ² 200 m ²

2 h a

danwel nevenfuncties die naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met genoemde nevenfuncties

200 m ²

Voor de hier bedoelde nevenfuncties kan het bevoegd gezag omgevingsvergunning ter afwijking verlenen, waarbij de volgende zaken in de belangenafweging worden betrokken danwel zijn de volgende voorwaarden van toepassing: a. Algemeen: 1. de hier bedoelde functies zijn alleen toegestaan bij wijze van neventak bij een hoofdtak anderszins; 2. de belangen van landschap, natuur en cultuurhistorie, waarbij uitdrukkelijk rekening wordt gehouden met de mate van kwetsbaarheid van het betrokken gebied en de ligging van het betrokken perceel, mede ten opzichte van zowel natuurgebied als bebouwde kom; 3. de wenselijkheid van de betrokken nevenfunctie, ook ter versterking van het economisch draagvlak in het plangebied; 4. de aard en omvang van de nevenfunctie; 5. de milieutechnische inpasbaarheid van de nevenfunctie, mede in relatie tot de mogelijke beperkingen voor (agrarische) bedrijven en de gevolgen voor omliggende woningen; b. Bedrijven: met betrekking tot de toelaatbaarheid van bedrijven uit de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten geldt dat tevens zijn toegestaan: 1.

bedrijven in maximaal één categorie hoger, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op specifieke werkwijze en getoetst aan de in de Staat van Bedrijfsactiviteiten aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de ingevolge tabel 1 algemeen toelaatbare categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; 2. bedrijven die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, indien en voor zover het betrokken bedrijf geen inrichting is als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder en naar aard en invloed op de omgeving (gelet op specifieke werkwijze) geacht kan worden te behoren tot de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; c. Parkeergelegenheid: 1. er dient op eigen terrein te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; d. Paardenbakken: 1. een paardenbak niet behoort tot de in tabel 7.2 genoemde maximaal aantal m² aan bebouwing. e. Gebruik gronden buiten bouwvlak voor nevenfuncties: het gebruik van gronden gelegen buiten, maar aansluitend aan het bouwvlak, ten behoeve van de hier genoemde nevenfuncties kan daarbij worden toegestaan, met dien verstande dat: 1. op deze gronden niet mag worden gebouwd; 2. overschrijding van de bouwvlakken in geen geval is toegestaan ter plaatse van: de bestemming Natuur; Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 66

f.

waardevolle natuur- en landschapselementen; de bestemmingen Waarde - Archeologie - 1 en Waarde - Archeologie - 2; fiets- en wandelpaden; de bestemming Water; het bepaalde in lid 7.2.5 en lid 7.5 onder j blijft van toepassing.

7.6.3 Bed & breakfast Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1 met betrekking tot het maximaal toelaatbare oppervlak voor een bed & breakfast. Een maximaal toelaatbare oppervlakte van 300 m² is toegestaan indien: a. b. c. d.

de voorziening wordt gerealiseerd in een monument of beeldbepalend pand; sprake is van een gebouw dat een bouwkundige eenheid vormt; de te realiseren voorziening mede dient tot instandhouding van het gebouw; het bepaalde in lid 7.2.5 en lid 7.5 onder j blijft van toepassing.

7.7 Wijzigingsbevoegdheden 7.7.1 Wijziging ten behoeve van vervolgfuncties Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van de volgende vervolgactiviteiten:

Tabel 7.3. Wonen en/of hobbyboeren Agrarische loonbedrijven Opslag/stalling van niet-agrarische goederen in bestaande bebouwing, niet zijnde kassen Hotel en/of restaurant danwel vervolgfuncties die naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met de genoemde vervolgfuncties

Voor de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid voor de genoemde vervolgfuncties worden de volgende zaken in de belangenafweging betrokken danwel zijn de volgende voorwaarden van toepassing: a. Algemeen: 1. de belangen van landschap, natuur en cultuurhistorie, waarbij uitdrukkelijk rekening wordt gehouden met de mate van kwetsbaarheid van het betrokken gebied en de ligging van het betrokken perceel, mede ten opzichte van zowel natuurgebied als bebouwde kom; 2. het belang van de waterhuishouding; 3. de wenselijkheid van zinvol gebruik van gebouwen en onbebouwde gronden, ook ter versterking van het economisch draagvlak in het plangebied; 4. de belangen van omliggende (agrarische) bedrijven; de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van deze bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt; 5. de aard en omvang van de nieuwe functie, mede in relatie tot de omvang en de situering van de aanwezige bebouwing; 6. de behoefte de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied zoveel mogelijk te versterken onder meer door landschapsbouw en landschappelijke inpassing, sanering van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en stimulering van herstel/behoud van rijksen gemeentelijke monumenten en MIP-panden en streekeigen karakteristieken; 7.

voordat tot bestemmingswijziging over gegaan wordt, dient door middel van een Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 67

b.

c.

d.

e. f.

mobiliteitstoets inzichtelijk gemaakt te zijn dat de bestemmingswijziging niet leidt tot een onevenredige belasting van het wegennet; Registratie: geen uitbreiding van bebouwing: 1. in het wijzigingsplan wordt bij wijze van bouwregel bepaald dat de gebouwen in geen enkel opzicht mogen worden uitgebreid, behoudens voor zover daarvoor ingevolge de navolgende regels van kan worden afgeweken; 2. ter zake wordt een overeenkomst gesloten, voordat planwijziging wordt toegepast; Wonen: 1. wijziging naar Wonen mag slechts tot stand komen op bouwvlakken waar ingevolge dit artikel woningen zijn toegestaan; het aantal woningen, zoals ingevolge dit artikel toegestaan, mag niet worden uitgebreid; van aanwezige woningen mag geen ander gebruik dan gebruik in combinatie met wonen worden gemaakt; 2. het wijzigingsplan kan voorzien in één extra woning in rijks- en gemeentelijke monumenten en MIP-panden indien hierdoor daadwerkelijk wordt bijgedragen aan herstel en/of behoud van deze panden; 3. ter plaatse van bouwvlakken kan een wijzigingsplan voorzien in één extra woning, in ruil voor afbraak van ten minste 1.000 m² van de op het bouwvlak aanwezige (voormalige) bedrijfsgebouwen, die noch solitair noch in samenhang met andere bebouwing cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen; 4.

het wijzigingsplan kan voorzien in vergroting van de maximale inhoudsmaat van woningen, indien het een woning betreft die onderdeel uitmaakt van een veel groter hoofdgebouw en de afmetingen van dit hoofdgebouw in geen enkel opzicht worden uitgebreid; Voorzieningen: 1. het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor reclameborden en/of neonreclame is niet toegestaan; hetzelfde geldt voor lichtmasten en lichtbakken; Buitenopslag: 1. voor de hier bedoelde functies is buitenopslag in geen geval toegestaan; Parkeergelegenheid: 1. er dient op eigen terrein te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

7.7.2 Vergroting van de bedrijfswoning Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de maximale inhoudsmaat van bedrijfswoningen te vergroten, met dien verstande dat: a. de inhoud niet meer dan 800 m3 mag bedragen; b. de grotere inhoud ter plaatse passend is binnen het landschap, hetgeen met een onderbouwing op basis van beeld- en landschapskwaliteit is aangetoond.

Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 68

Artikel 8 Bedrijf - Gasontvangststation 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor Bedrijf - Gasontvangststation aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de aanleg en instandhouding van een gasontvangststation; b. ondergrondse en bovengrondse leidingen en toebehoren; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals wegen, paden, parkeervoorzieningen, lichtvoorzieningen, erf- en terreinafscheidingen en groen. 8.2 Bouwregels 8.2.1 Gebouwen De goot- en bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 4 m.

8.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 3 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m.

Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 69

Artikel 9 Bedrijf - Waterwinning 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor Bedrijf - Waterwinning aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. exploitatie en bescherming van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening; b. bedrijfswoningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; c. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, (on)verharde paden, nutsvoorzieningen en water. 9.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. gebouwen worden uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd; b. de goothoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste 6 m; c. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste 9 m, tenzij op de verbeelding een hogere hoogte wordt aangeduid; d. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak; e. de inhoud van een bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 650 m3, waarbij de inhoud van ondergrondse bouwwerken niet wordt meegeteld, met dien verstande dat, indien ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan de inhoud van een woning meer bedraagt dan 650 m3, de afwijkende inhoudsmaat wordt gezien als maximaal toelaatbaar; f. de goothoogte van de bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 4,5 m; g. de bouwhoogte van de bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 8 m; h.

dakkapellen op het dakvlak zijn aan de voorzijde van een bedrijfswoning toegestaan, met dien verstande dat: 1. de dakkapel voorzien is van een plat dak; 2. de hoogte ten hoogste 1,75 m bedraagt, gemeten vanaf de voet van de dakkapel; 3. de onderzijde zich ten minste 0,5 m en ten hoogste 1 m boven de dakvoet bevindt; 4. de bovenzijde zich ten minste 0,5 m onder de daknok bevindt; 5. de zijkanten zich ten minste 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak bevinden; 6. de gezamenlijke breedte van de dakkapellen niet meer dan 50% van het dakvlak aan de voorzijde beslaat; i. het gezamenlijk oppervlak van de bij een bedrijfswoning behorende bijgebouwen bedraagt ten hoogste 50 m2; j. de goot- respectievelijk bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw en aanbouwen bedraagt ten hoogste 3 m/5 m; k. de afstand van gebouwen tot andere gebouwen en perceelsgrenzen bedraagt ten minste 3 m. 9.3 Afwijken van de bouwregels a. Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 9.2 onder k voor een kleinere afstand. 9.4 Wijzigingsbevoegdheden 9.4.1 Vergroting van de bedrijfswoning Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de maximale inhoudsmaat van bedrijfswoningen te vergroten, met dien verstande dat: a. de inhoud niet meer dan 800 m3 mag bedragen; Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 70

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=2dcbbee2-397c-4ef4-b9de-673445593400