240417-2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012_Regels
Tekst van het document
ma xim aal opp ervl ak binn en best aan de beb ouw ing 300 m² 50 m² 150 m²
waarbij geldt dat: d. de nevenfuncties zijn alleen toelaatbaar als deze functie(s) omliggende (agrarische) bedrijven niet belemmeren in hun bedrijfsvoering; e. de hier bedoelde nevenfuncties zijn alleen toegestaan bij wijze van neventak bij een hoofdtak anderszins. 20.2 Bouwregels Op de voor Sport bestemde gronden mogen ten dienste van de bestemming gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met dien verstande dat: a. gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd, met dien verstande dat woningen niet zijn toegestaan; b. de goothoogte van gebouwen 6 m bedraagt; c. de bouwhoogte van gebouwen 9 m bedraagt; d. de afstand van gebouwen tot andere gebouwen en perceelsgrenzen bedraagt ten minste Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 99
max ima al opp ervl ak voor gebr uik
3 m; e. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 10 m mag bedragen; f. de bouw van bedrijfswoningen is niet toegestaan. 20.3 Afwijken van de bouwregels a. het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde in lid 20.2 onder d. voor een kleinere afstand. 20.4 Wijzigingsbevoegdheden 20.4.1 Wijziging ten behoeve van vervolgfuncties Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen ten behoeve van de volgende vervolgactiviteiten:
Tabel 20.2. Wonen en/of hobbyboeren
Voor de toepassing van de wijzigingsbevoegdheid voor de genoemde vervolgfunctie worden de volgende zaken in de belangenafweging betrokken danwel zijn de volgende voorwaarden van toepassing: a. Algemeen: 1. de belangen van landschap, natuur en cultuurhistorie, waarbij uitdrukkelijk rekening wordt gehouden met de mate van kwetsbaarheid van het betrokken gebied en de ligging van het betrokken perceel, mede ten opzichte van zowel natuurgebied als bebouwde kom; 2. het belang van de waterhuishouding; 3. de wenselijkheid van zinvol gebruik van gebouwen en onbebouwde gronden, ook ter versterking van het economisch draagvlak in het plangebied; 4. de belangen van omliggende (agrarische) bedrijven; de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van deze bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt; 5. de aard en omvang van de nieuwe functie, mede in relatie tot de omvang en de situering van de aanwezige bebouwing; 6. de behoefte de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied zoveel mogelijk te versterken onder meer door landschapsbouw en landschappelijke inpassing, sanering van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en stimulering van herstel/behoud van rijksen gemeentelijke monumenten en MIP-panden en streekeigen karakteristieken; 7.
voordat tot bestemmingswijziging over gegaan wordt, dient door middel van een mobiliteitstoets inzichtelijk gemaakt te zijn dat de bestemmingswijziging niet leidt tot een onevenredige belasting van het wegennet; b. Registratie: geen uitbreiding van bebouwing: 1. in het wijzigingsplan wordt bij wijze van bouwregel bepaald dat de gebouwen in geen enkel opzicht mogen worden uitgebreid, behoudens voor zover daarvoor ingevolge de navolgende regels van kan worden afgeweken; 2. ter zake wordt een overeenkomst gesloten, voordat planwijziging wordt toegepast; c. Wonen: 1. wijziging naar Wonen mag slechts tot stand komen op bouwvlakken waar ingevolge dit artikel woningen zijn toegestaan; het aantal woningen, zoals ingevolge dit artikel toegestaan, mag niet worden uitgebreid; van aanwezige woningen mag geen ander gebruik dan gebruik in combinatie met wonen worden gemaakt; 2. het wijzigingsplan kan voorzien in één extra woning in rijks- en gemeentelijke monumenten en MIP-panden indien hierdoor daadwerkelijk wordt bijgedragen aan Mees Ruimte & Milieu | 2e herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 Pagina | 100