20220405 - RIB Zienswijze ontwerp Programma gezond en veilig 2022-2025 provincie Utrecht - Bijlage 1 - Provinciale programma gezond en veilig.pdf
Tekst van het document
ALS 98 PERCENTIEL
ALS 98 PERCENTIEL
Binnen de aanduiding geurruimte zone 1
30 meter
0,5 ouE/m¬3 of H=-0,5
2ouE/m¬3 of 4*H=-0,5
Binnen de aanduiding geurruimte zone 2
50 meter
0,5 ouE/m¬3 of H=-0,5
2ouE/m¬3 of 4*H=-0,5
Binnen de aanduiding geurruimte zone 3
50 meter
1 ouE/m¬3 of 1*H=-1
4ouE/m¬3 of 4*H=-1
Geuronderzoek Om te voorkomen dat er achteraf problemen ontstaan kan in het omgevingsplan een bepaling worden opgenomen waarmee voorafgaand aan de vestiging van een bedrijf door het bevoegd gezag een rapport van geuronderzoek wordt gevraagd, indien er een redelijk vermoeden bestaat dat niet aan de gestelde geurnomen wordt voldaan.
Tabel 3.7: Streefwaarden, richtwaarden en grenswaarden voor verschillende categorieën geurgevoelige objecten
OP TERMIJN: VERDERE AANSCHERPING GEURBELEID IN SAMENWERKING MET ANDERE PROVINCIES Voordat de Omgevingswet in werking treedt moeten de activiteiten van provincies op het gebied van geur (zoals hand reikingen en kennis voor gemeenten) worden omgezet naar beleid dat past onder de Omgevingswet. Daarvoor is de werkgroep geur van het Interprovinciaal Overleg (IPO) opgericht. Deze werkgroep werkt aan een Handreiking Geurbeleid onder de Omgevingswet. Onderdeel van die handreiking vormen oplossingen voor veel voorkomende knelpunten in bepaalde casussen. Ook moet duidelijk worden in welke gevallen de provincie een rol heeft en zo ja welke. Nieuwe inzichten uit dit traject worden gebruikt in het nieuwe basiskader Geur dat de opvolger wordt van het huidige Interim Basiskader.
54 | BESCHERMEN VAN DE GEZONDHEID MET MILIEUBELEID
BELEID / UITVOERING / ACTIE
ROL PROVINCIE
PARTNERS
1. Ondersteuning gemeenten bij het opstellen van hun geurbeleid met behulp van het interim basiskader geur. Actualisering Basiskader en beschikbaar stellen kennis handreiking
Stimuleren
Uitvoeringsdiensten, gemeenten
2. Vergunningverlening aan complexe industriële bedrijven
Reguleren
Gemeenten
Tabel 3.8: Beleid en uitvoering samengevat voor het thema geur
Vergunningsverlening complexe industriële bedrijven De provincie is op dit moment het bevoegd gezag voor 15 complexe industriële bedrijven waarvoor zij de vergunning verleent. In de Omgevingsvergunning kan de provincie regels stellen voor de Milieubelastende Activiteiten van deze bedrijven. In afdeling 8.5 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving is hiervoor een beoordelingskader opgenomen. De provincie dient de regels in de Omgevings vergunning op dit beoordelingskader te baseren. Ook dient de provincie rekening te houden met de regels die door de betreffende gemeente zijn opgesteld in het van toepassing zijnde omgevingsplan. Beleid en uitvoering samengevat In Tabel 3.8 wordt het beleid voor het verminderen van geurbelasting samengevat.
3.5 Beperken van externe veiligheidsrisico’s 3.5.1 Introductie en maatschappelijk belang Het externe veiligheidsbeleid is gericht op het beperken van risico’s op calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Daartoe worden risicobronnen en bebouwing bij voorkeur zoveel mogelijk van elkaar gescheiden. Daarnaast zijn zogenaamde ‘bronmaatregelen’ van belang: maatregelen bij de potentiële veroorzaker van een calamiteit. Als dat onvoldoende is, dienen voldoende maatregelen te worden genomen tegen de effecten van een eventuele calamiteit. Dit alles vraagt een zorgvuldige aanpak, zeker omdat er in een steeds drukker wordende provincie het steeds moei lijker wordt om bebouwing op afstand van risicobronnen te realiseren.
Risicobronnen Risicobronnen in de provincie Utrecht zijn het transport van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en door buisleidingen, vuurwerk bij evenementen, het gebruik van luchthavens, en bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen. Daarnaast zijn er nieuwe ontwikkelingen die mogelijk risico’s gaan opleveren zoals het gebruik van nanotechnologie, de verdere elektrificatie van de samenleving, en het gebruik van nieuwe vormen van productie, opladen, opslag en vervoer van energiedragers. Wet- en Regelgeving In het kader van externe veiligheid wordt gerekend met het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaats gebonden risico (PR) geeft aan hoe groot de (theoretische) overlijdenskans is wanneer een persoon zich permanent op een bepaalde plek bevindt. De wetgever beschouwt een overlijdenskans van eens in de miljoen jaar (aangeduid met 10-6) voor nieuwe situaties nog als acceptabel. In de wetgeving is dit risico vertaald naar een afstandsnormering (PR=10-6 contour). Voor de afstand tussen de risico veroorzakende activiteiten en kwetsbare objecten, zoals woningen en scholen, is die norm een harde grenswaarde. Voor de afstand tot beperkt kwetsbare objecten, zoals kantoren en sportterreinen, is die norm een richtwaarde waarvan mag worden afgeweken als daar een gegronde reden voor is.
Het groepsrisico (GR) geeft de kans aan op het overlijden van een groep mensen als gevolg van een calamiteit. Naarmate de groep slachtoffers groter is zal de kans op een calamiteit kleiner moeten zijn. Voor het toetsen van het groepsrisico wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde oriëntatiewaarde. Dit is geen harde wettelijke norm maar een houvast om te toetsen of het groepsrisico acceptabel is, al dan niet in combinatie met maatregelen voor de bestrijding van ongevallen.
ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 55
In het Bal staan maatregelen die een initiatiefnemer van een risicovolle milieubelastende activiteit moet toepassen. Het gaat om maatregelen voor activiteiten met gevaarlijke stoffen, met vuurwerk, met ontplofbare stoffen voor militair of civiel gebruik en om windmolens. Provincies en gemeenten moeten risico’s registreren in het Register Externe Veiligheid.
3.5.2 Ambitie en doelstelling De provincie streeft naar een inrichting van de leef omgeving waarin mensen zo weinig mogelijk worden blootgesteld aan externe veiligheidsrisico’s. Beleidsuitspraak 7 (opgenomen in de omgevingsvisie): Wij streven er naar de toename van risico’s van opslag en transport van gevaarlijke stoffen te beperken. We beperken het transport van gevaarlijke stoffen in de bebouwde kom door het coördineren en actualiseren van een provincie dekkende gemeentelijke routering. Figuur 3.7: toetsing van het gerealiseerde transport in 2019 aan de risicoruimte Basisnet Spoor (bron: monitoringsrapportage basisnet spoor 2019).
De Omgevingswet introduceert nieuwe regelgeving waarbij het accent meer komt te liggen op het voorkomen van de effecten van een calamiteit en minder uitgegaan wordt van een rekenkundige benadering. Voor zeer kwetsbare gebouwen zoals verzorgingshuizen en scholen geldt bijvoorbeeld dat deze niet meer in de aandachts 11 gebieden gerealiseerd mogen worden, tenzij maatregelen worden genomen die de effecten van een calamiteit voorkomen. Het Rijk stelt het beleidskader en het juridische kader op voor externe veiligheid. Provincies en gemeenten moeten als bevoegd gezag het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) in acht nemen. In het Bkl staan beoordelingsregels voor vergunningplichtige milieubelastende activiteiten. Het gaat bijvoorbeeld om regels voor de opslag van gevaarlijke stoffen en regels voor Seveso/BRZO-bedrijven (bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn).
Toelichting: Binnen de provincie Utrecht worden externe veiligheidsrisico’s zoveel mogelijk beperkt met het hanteren van de normeringen uit de nationale wetgeving. Waar mogelijk worden bestaande externe veiligheids risico’s verkleind met maatregelen bij de bedrijven zelf, bij de mogelijke bron van de calamiteit. Bij risicobronnen die onvermijdelijk zijn worden maatregelen genomen tegen de effecten van een calamiteit. We leggen routes vast voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Beleidsuitspraak 8 (in lijn met de Omgevingsvisie): We kiezen voor het ruimtelijk scheiden van bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken (Seveso/BRZO-bedrijven) en kwetsbare functies. Toelichting: Bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken dienen zich op veilige afstand van kwetsbare functies te bevinden. Het gaat daarbij om drie situaties die voorkomen moeten worden: 1) dat een nieuw Seveso/BRZO-bedrijf zich te dicht bij een kwetsbare functie vestigt, 2) dat kwetsbare functies worden gerealiseerd in de nabijheid van een Seveso/BRZO-
11 Aandachtsgebieden zijn gebieden waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen.
56 | BESCHERMEN VAN DE GEZONDHEID MET MILIEUBELEID
Kaart 4: Groepsrisico wegverkeer
bedrijf of 3) een situatie waarbij door uitbreiding van een Seveso/BRZO-bedrijf kwetsbare functies binnen de risico contouren van dat bedrijf komen te liggen. Daarnaast zetten we voor alle bedrijven in op een goede naleving van externe veiligheidsregelgeving.
3.5.3 Beleid en uitvoering Bij het beperken van externe veiligheidsrisico’s heeft de Provincie taken voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en de vergunningverlening aan risicovolle bedrijven. Daarnaast heeft de Provincie een adviserende en coördinerende rol richting gemeenten. 1. Basisnet Vervoer Gevaarlijke Stoffen Het Rijk wijst wegen en spoorwegen aan die onderdeel zijn van het landelijke Basisnet Vervoer Gevaarlijke Stoffen. Dit kan risico’s opleveren voor bestaande of nieuwe functies in de nabijheid van deze routes. Daarbij komt dat het basisnet nog niet optimaal functioneert. Op routes over het
spoor waar niet of nauwelijks vervoer van gevaarlijke stoffen is toegestaan vindt te veel vervoer plaats en op routes waar wel gevaarlijke stoffen vervoerd mogen worden wordt de capaciteit die deze routes bieden soms lang niet benut. De provincie is lid van de Stuurgroep Basisnet met vertegenwoordigers van het Rijk, provincies, gemeenten en bedrijfsleven. De provincie streeft als lid van deze stuurgroep naar een toekomstbestendig net, met een beperking van externe veiligheidsrisico’s langs wegen en spoorwegen, waarbij de bestaande bouwopgave veilig gerealiseerd kan worden. 2. Vervoer gevaarlijke stoffen op provinciale en gemeentelijke wegen Gemeenten hebben in het kader van de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen de bevoegdheid om een gemeentelijke route vast te stellen voor routeplichtige stoffen (zoals lpg/ propaan). De provincie is op grond van deze Wet verplicht om de gemeentelijke routeringen voor gevaarlijke stoffen te coördineren en heeft de bevoegdheid om provinciale wegen
ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 57
RESULTATEN VAN HET PROVINCIAAL UITVOERINGSPROGRAMMA EXTERNE VEILIGHEID 2015-2020 De provincie Utrecht zette zich tot en met 2020 in voor het Provinciaal Uitvoeringsprogramma Externe Veilig heid. Het programma heeft de volgende resultaten opgeleverd: ■ Er zijn bij de uitvoeringsdiensten voldoende goed gekwalificeerde mensen beschikbaar om adequate adviezen te verstrekken aan gemeenten en provincie. ■ Externe veiligheid is geborgd in gemeentelijk en provinciaal beleid en in ruimtelijke plannen en vergunningen. ■ Risico’s zijn door de uitvoeringsdiensten en gemeenten bijgehouden in het Risicoregister en vermeld op de Risicokaart. ■ Provincie Utrecht heeft de belangen behartigd van provincies in de Stuurgroep van het Basisnet Spoor- en Snelwegen. Mede op basis van de provinciale inbreng werden door het Rijk maatregelen genomen om 1450 lpg-wagons op treinen die door Amersfoort reden via een andere route te laten rijden. Ook nam het Rijk maatregelen om het gebruik van de Betuweroute te bevorderen. ■ Er is een provinciedekkend gemeentelijk routenet voor gevaarlijke stoffen (gemeentelijke en provinciale wegen). Het groepsrisico is vrijwel overal langs de provinciale wegen kleiner dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde.
uit te sluiten voor het transport van routeplichtige stoffen. De provincie streeft in samenwerking met gemeenten naar het in stand houden van een provinciedekkend gemeentelijk routenet. Zo zorgen we dat de routes goed op elkaar aansluiten en beperken we het vervoer van gevaarlijke stoffen door de bebouwde kom. Daarnaast streeft de provincie naar een goed inzicht in het vervoer van gevaarlijke stoffen met het registreren van risico’s in het Register Externe Veiligheid. Periodiek worden tellingen op provinciale wegen uitgevoerd zodat bekend is waar er risico’s bestaan en er eventueel passende maatregelen genomen kunnen worden. 3. Vergunning, Handhaving en Toezicht bij Seveso/Brzo-bedrijven De provincie Utrecht kent bij het in werking treden van het Programma Gezond en Veilig 10 zogenaamde ‘Besluit Risico Zware Ongevallen 2015’ (Brzo) bedrijven. De Europese naam hiervoor is Seveso-bedrijven. Dit zijn de meest risicovolle bedrijven waar met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen wordt gewerkt. De provincie Utrecht is voor deze bedrijven het bevoegd gezag en heeft haar taken op dit vlak ondergebracht bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Deze Omgevingsdienst werkt nauw samen met de Rijksoverheid en de veiligheidsregio’s aan een adequate vergunningverlening, toezicht en handhaving om risico’s op het gebied van arbeids-, brandveiligheid en milieu zoveel mogelijk te beperken.
De provincie streeft naar
58 | BESCHERMEN VAN DE GEZONDHEID MET MILIEUBELEID
uniformiteit in aanpak en uitvoering van de Brzo/Seveso- taken, waarbij de te stellen eisen periodiek worden geactualiseerd op basis van de stand der techniek. Ook streeft de provincie naar het transparant maken van de uitvoering van de VTH-taken en de veiligheidssituatie bij bedrijven. De uitvoering van VTH-taken van de Brzo/Seveso bedrijven wordt nader uitgewerkt in het VTH-uitvoeringsprogramma van de provincie Utrecht. 4. Actualisatie regels Provinciale Omgevingsverordening Op een aantal locaties langs het spoor, bij snelwegen en bij risicovolle bedrijven (enkele LPG-bedrijven en één Brzo/Seveso bedrijf) wordt de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico overschreden. Dat betekent dat het groepsrisico verhoogd is, maar dat de situatie niet gesaneerd hoeft te worden omdat de wettelijke grenswaarde hier niet wordt overschreden. In de toekomst kan door de grote bouwopgave de externe veiligheid ook elders een belangrijk aandachtspunt worden, bijvoorbeeld door bouwprojecten in de omgeving van Brzo/Seveso bedrijven. De Omgevingswet biedt provincies en gemeenten de bevoegdheid om provinciaal en lokaal te komen tot gebiedsgericht maatwerk. De provincie onderzoekt daarom in 2022 hoe naast het bronbeleid (basisnet, Brzo/Seveso) risico’s verder beperkt kunnen worden. Mogelijk leidt dit tot aanpassing van de provinciale Omgevingsverordening.
Voor dit onderzoek is het belangrijk om eerst meer inzicht te hebben in de kosten en effecten van bouwkundige maatregelen die voorgeschreven kunnen worden voor de gebieden die met de effecten van calamiteiten te maken kunnen krijgen. Dit wordt momenteel onderzocht door het Rijk. 5. Kennisdelen en adviserende rol naar gemeenten Het beleid ten aanzien van externe veiligheid en regelgeving is in ontwikkeling. We steven ernaar om samen met gemeenten, omgevingsdiensten en veiligheidsregio’s voortdurend risico’s in beeld te brengen en te zoeken naar maatregelen om die risico’s te beperken. Daarom wordt het ambtelijk provinciaal afstemmingsoverleg, dat tot stand kwam in het Provinciaal Uitvoeringsprogramma Externe Veiligheid 2015-2020 (zie kader), voortgezet om kennis te delen en beleid af te stemmen. De provincie Utrecht is voorzitter van dit ambtelijk provinciaal afstemmingsoverleg, en faciliteert en stimuleert de samenwerking op dit vlak. Daarnaast adviseert de provincie aan gemeenten, samen met de veiligheidsregio en de omgevingsdiensten. 6. Uitvoeren interbestuurlijk toezicht De provincie adviseert gemeenten om externe veiligheid in een vroegtijdig stadium in Omgevingsvisies en Om-
gevingsplannen af te wegen. De Omgevingswet biedt gemeenten daarbij de bevoegdheid om te komen tot gebiedsgericht maatwerk. Met het Omgevingsplan moet de gemeente aan een aantal eisen voldoen: ■ Rekening houden met de mogelijkheden om een brand, ramp of crisis te voorkomen, te beperken en te bestrijden. ■ De wettelijke grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht nemen en aandachtsgebieden (dit zijn effectgebieden bij een calamiteit) aanwijzen voor brand, explosie en gifwolk. Daarbij dient besloten te worden of aandachtsgebieden geheel of gedeeltelijk wordt aangewezen als voorschriftengebied waar bouwkundige maatregelen gelden. ■ Regels uit de provinciale omgevingsverordening dienen te worden nageleefd. De provincie is in het kader van het interbestuurlijk toezicht belast met het toezicht op gemeenten. De provincie ziet erop toe dat gemeenten de wettelijke vereisten ten aanzien van externe veiligheid goed naleven en monitort de correcte verwerking van externe veiligheid in Omgevingsplannen. Met de uitvoering van het Provinciaal Uitvoeringsprogramma Externe Veiligheid tot en met 2020 zijn voorwaarden geschapen voor een goede naleving van regelgeving op het gebied van externe veiligheid.
BELEID / UITVOERING / ACTIE
ROL PROVINCIE
PARTNERS
1. Deelname aan Stuurgroep Basisnet om risico’s langs hoofdvervoers assen (spoor)wegnet beperken
Participeren
Rijk, andere provincies
2. Continueren van het provinciaal routenetwerk vervoer gevaarlijke stoffen met coördinatie gemeenten en monitoring met periodieke tellingen.
Stimuleren en participeren
Gemeenten
3. Uitvoeren van taken voor Vergunning, Handhaving en Toezicht bij complexe (Brzo) bedrijven
Reguleren
Omgevingsdienst, Gemeenten
4. Onderzoek verdere beperking externe veiligheidsrisico’s en mogelijke aanscherping provincie omgevingsverordening
Reguleren
Rijk, andere provincies
5. Kennis delen en adviseren gemeenten met voortzetting van het Provinciaal Uitvoeringsprogramma Externe Veiligheid
Stimuleren en participeren
Gemeenten
6. Uitvoeren interbestuurlijk toezicht op gemeenten
Reguleren
Gemeenten
7. Signaleren nieuwe thema’s via deelname aan het Landelijk Programma Versterking Omgevingsveiligheid 2021-2024
Participeren
Gemeenten, andere provincies
Tabel 3.9: Beleid en uitvoering samengevat voor het thema externe veiligheid
ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 59
7. Signaleren nieuwe thema’s via Landelijk Programma Versterking Omgevingsveiligheid De provincie is via het Interprovinciaal Overleg aangehaakt bij het Landelijk Programma Versterking Omgevingsveiligheid 2021-2024. Zo zijn we goed op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen, beleid en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Een voorbeeld hiervan zijn de gevolgen van de energietransitie voor externe veiligheid. De energie-infrastructuur dient namelijk te worden aangepast aan de decentrale opwekking van energie. De provincie neemt, en krijgt zeer waarschijnlijk, een taak/rol in de realisatie van een nieuw regionaal energienetwerk. Een punt van aandacht zijn de koppelstations, omdat er ex terne veiligheidsrisico’s verbonden zijn aan elektriciteitsopslag in accu’s (brand-/explosiegevaar) of het omzetten van elektriciteit in waterstof. We volgen de ontwikkeling van kennis op dit vlak en bepalen of hier aanvullend provinciaal beleid nodig is. Ook komt er meer ondergronds en bovengronds transport van elektriciteit waar straling van elektromagnetische velden, een rol kan spelen, afhankelijk van de sterkte van de stroom die erdoor vervoerd wordt. Zie hiervoor ook paragraaf 3.6.3. Beleid en uitvoering samengevat In Tabel 3.9 wordt het beleid voor het beperken van externe veiligheidsrisico’s samengevat.
3.6 Overige milieuthema’s Er zijn enkele milieuthema’s die relatief nieuw zijn, waar nog ontwikkelingen op plaatsvinden, of waarbij wij als provincie een beperkte rol spelen. We beschrijven stoffen en materialen, varend ontgassen, straling , lichthinder en hittestress.
3.6.1 Omgang met stoffen en materialen Het gebruik en de verwerking van stoffen en materialen kan invloed hebben op de volksgezondheid. De provincie kan, wanneer dat gewenst en effectief is, een rol of taak op zich nemen. Dit gebeurt op dit moment bij de circulaire economie, bij Zeer Zorgwekkende Stoffen en in de sanering van asbestdaken.
60 | BESCHERMEN VAN DE GEZONDHEID MET MILIEUBELEID
Transitie naar circulariteit Het zesde hoofdprincipe voor een gezonde en veilige leefomgeving uit de Omgevingsvisie is ‘de economie is circulair, er komen zo min mogelijk voor de gezondheid schadelijke emissies of producten in de leefomgeving terecht en bouwen vindt plaats met materialen die bijdragen aan een gezonder leven’. In april 2021 is de ‘Beleidsvisie circulaire samenleving 2050’ vastgesteld, die verschillende relaties heeft met Gezond en Veilig. Veel van onze natuur- en milieuproblemen zijn in de kern te herleiden tot onze (verspillende) omgang met grond stoffen. De manier van winning, verwerking, en gebruik van grondstoffen en het afvalmanagement, bij elkaar de zogenaamde levenscyclus van materialen, zorgen op grote schaal voor vervuiling van lucht, water en bodem. In het bijzonder de afvalfase, veroorzaakt emissies naar en verontreiniging van lucht, water en bodem met gezondheidsrisico’s en andere ongewenste effecten zoals plasticsoep in oceanen, versnelde klimaatverandering, grote afvalbergen en biodiversiteitsverlies. De circulaire transitie is daarom van groot belang voor het behoud en verbeteren van een gezonde leefomgeving. Een circulaire economie vergt radicale structuurveranderingen met bijvoorbeeld meer deelplatformen, product-alsdienst-modellen en modulair productontwerp.
Vooral het reduceren van het grondstoffengebruik door minder productie, intensiever gebruik van producten, efficiënter fabriceren en het hergebruiken van producten kan bijdragen aan de vermindering van de milieudruk. Dit is belangrijk voor een gezonde leefomgeving. Tegelijkertijd mag het hergebruik van bepaalde stoffen in andere productontwerpen, andere productieprocessen en andere verdienmodellen niet leiden tot negatieve gezondheids effecten doordat er bijvoorbeeld bij het verwerken van materialen schadelijke stoffen vrijkomen. We verkennen welke rol we vanuit het programma gezond en veilig op kunnen pakken om een circulaire samen leving te stimuleren die geen nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid en veiligheid. Intensievere samenwerking tussen provincie, gemeenten en ondernemers op het gebied van bijvoorbeeld milieustraten, circulaire ambachtscentra of afvalbrengstations ligt dan voor hand.
Zeer Zorgwekkende Stoffen Van de emissies van een groot aantal nieuwe chemische stoffen en de effecten daarvan, ook van eventuele versterkende effecten van cumulatie, op het ecosysteem en de mens is nog weinig bekend. Het gaat om stoffen die (potentieel) gevaarlijk zijn voor mens en milieu omdat ze bijvoorbeeld kankerverwekkend zijn, de menselijke vruchtbaarheid aantasten of zich in de voedselketen ophopen. Met het oog op de gezondheid en het voorkomen van milieuschade is het landelijk beleid gericht op het weren van (potentiële) Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) uit de leefomgeving. Bij voorkeur door te voorkomen dat ze bij de bron vrijkomen. Zolang er nog geen sprake is van volledige uitfasering in het gebruik en de productie van deze stoffen, is de beheersing in de (economische) keten en het voorkomen van emissies naar water, lucht en bodem essentieel. De problematiek en mogelijke risico’s op korte en lange termijn willen we samen met onze partners in beeld brengen. In het Programma Bodem en Water 2022-2027 zijn hiervoor acties opgenomen waar het gaat om het voorkomen van verontreiniging van oppervlaktewater en grondwater (Beleidskeuzes 7 en 12 van het programma Bodem en Water). Daarnaast is de provincie Utrecht verantwoordelijk voor toezicht, handhaving en vergunningverlening bij grotere, complexere bedrijven.
In die rol worden we geconfronteerd met het lozen en verspreiden van (zeer) zorgwekkende stoffen (ZZS), waarop op dit moment echter nog onvoldoende zicht is. De provincie neemt daarom deel aan een project van het Interprovinciaal Overleg waarbij wordt gekeken naar de aanwezigheid, het gebruik, de afvoer en verwerking van (potentieel) ZZS houdende (afval)stoffen en secundaire grondstoffen. Op basis hiervan wordt een handreiking met aanbevelingen gemaakt. In Utrecht zal vervolgens, op basis van deze handreiking, door de Omgevingsdiensten (RUD Utrecht en Omgevingsdienst NZKG) een onderzoek worden uitgevoerd met: 1. Een inventarisatie van (potentiële) ZZS bij Utrechtse bedrijven: a. Het verkrijgen van informatie van bedrijven en de validatie daarvan. b. Beoordeling van de in het bedrijf aanwezige (potentiële) ZZS.
2. Waar nodig actualisatie van de vergunningen van de provinciale bedrijven. 3. Kennisontwikkeling van de (potentiële) ZZS bij vergunningverlening en toezicht en handhaving. 4. Samenwerking met de partners in de keten. Binnen dit project worden de provinciale en gemeentelijke inventarisatie op elkaar afgestemd. Van de gemeenten vragen we aandacht om de indirecte lozingen van deze stoffen door de bedrijven waarvoor zij bevoegd gezag WABO zijn in beeld te brengen. Daarbij kunnen gemeenten gebruik maken van de ervaringen van de provincie en van andere bevoegd gezagen in de waterketen. Asbest Asbest is een kankerverwekkende stof en blootstelling kan leiden tot asbestziekten. In de provincie Utrecht ligt nog ongeveer 4 miljoen m² asbestdaken. Door verwering van de daken komt ieder jaar tot 12 ton asbest vrij in de leefomgeving. Op 2 maart 2020 heeft de provincie Utrecht de Samenwerkingsverklaring aanpak asbestdaken ondertekend om de sanering van asbestdaken te stimuleren. In 2021 is het programma “Asbestdaken op nul in 2030” vastgesteld dat aansluit op de samenwerkingsverklaring en als doel heeft om het saneringstempo te versnellen. Bij dit programma wordt samengewerkt met gemeenten, marktpartijen en het Rijk.
De activiteiten worden waar mogelijk gecombineerd met stimulering in andere programma’s zoals Energietransitie (asbest eraf, zon erop), Landbouw (Plattelandscoaches) en Agenda Vitaal Platteland (aanpak vrijkomende agrarische bebouwing).
3.6.2 Varend ontgassen Sinds 1 maart 2017 is er in de Provinciale Milieuverordening een verbod op varend ontgassen voor benzeenen benzeenhoudende stoffen van kracht. Er is een landelijk verbod op komst, maar de inwerkingtreding hiervan zal niet eerder dan 1 januari 2022 zijn. In afwachting hiervan is deze verbodsbepaling daarom opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. We dragen bij aan de voorbereidingen voor de implementatie van het nationaal verbod, zoals proefnemingen met ontgassingsinstallaties zodat de benodigde infrastructuur voor ontgassen aanwezig aan de kade is en goed werkt.
ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 61
Na de inwerkingtreding van het landelijk verbod is de handhaving een taak van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) De taak van de provincie beperkt zich dan tot vergunningverlening en handhaving van inrichtingen zoals ontgassingsinstallaties.
3.6.3 Beperken van risico’s door elektromagnetische straling Elektromagnetische velden van bovengrondse hoogspanningslijnen, ondergrondse kabels, elektriciteitsstations en transformatorhuisjes hebben mogelijk gezondheidseffecten. Uit wetenschappelijk onderzoek komen aanwijzingen dat kinderen die in de buurt van bovengrondse hoogspanningslijnen wonen, mogelijk meer kans hebben om leukemie te krijgen. Een causaal verband is echter niet aangetoond. Gezien de onzekerheid geldt niettemin het voorzorgsprincipe. De Rijksoverheid adviseert om nieuwe situaties waarin kinderen worden blootgesteld aan een magneetveld hoger dan 0,4 microTesla (jaargemiddelde) zoveel mogelijk te vermijden. In de toekomst wordt dit beleid aangepast door in overleg met stakeholders ALARA (As Low As Reasonably Achievable) maatregelen en afstanden vast te stellen die ‘redelijk, proportioneel en praktisch realiseerbaar zijn’. Deze lijst zal door een onafhankelijke partij worden opgesteld. Tot het moment van publicatie daarvan blijft het huidige voorzorgsbeleid van kracht. De provincie neemt een rol op zich in verband met de noodzakelijke aanpassingen in de regionale energieinfrastructuur en in verband met de transitie naar duurzame opwekking van energie. Er zijn meer basis stations voor de opslag van elektriciteit nodig, evenals meer ondergrondse of bovengrondse kabels voor het transport van elektriciteit.
We nemen bij de keuze van de plaatsing van de basisstations en de tracés van transport de mogelijke effecten op gezondheid en veiligheid mee.
3.6.4 Beperken van toename van risico’s door lichthinder Bij overheden, burgers en maatschappelijke organisaties groeit het bewustzijn dat licht niet altijd en overal gewenst is. Hoewel kunstlicht een gevoel van veiligheid kan geven,
62 | BESCHERMEN VAN DE GEZONDHEID MET MILIEUBELEID
heeft het in de nacht ook een verstorende invloed op mensen, dieren en planten. Lichthinder kan zorgen voor verstoring van de nachtrust en leiden tot slaaptekort. Dit kan invloed hebben op de gezondheid en leiden tot een verminderde concentratie overdag. Er bestaat daardoor steeds meer weerstand tegen de hinder en aantasting van milieukwaliteit door kunstlicht. De provincie zet zich in om lichtvervuiling te voorkomen. Dit leidt tot een toename van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, het landschap en de natuur. Ook gaat het hand in hand met het voorkomen van onnodig energiegebruik. Provincie Utrecht heeft geen aparte nota of programma lichthinder en lichtvervuiling, maar integreert dit aspect in de beleidsvorming en uitvoering van haar kerntaken en ontwikkelopgaven. Invulling vindt bijvoorbeeld plaats via de aanleg en het beheer van de verlichting van provinciale wegen, de Omgevingsverordening en de kwaliteitsgidsen Utrechtse landschappen. Voor donkerte zijn ambities opgenomen in de milieukwaliteitsprofielen die worden ingezet bij gebiedsontwikkeling. In het Programma Natuur zal worden onderzocht hoe de provincie ‘donkerte’ in en nabij natuurgebieden kan borgen. Daarnaast monitoren wij de duisternis in de provincie met behulp van satellietbeelden.
3.6.5 Verminderen van effect van hitte Uit de KNMI-scenario’s en het IPPC rapport blijkt dat niet alleen de gemiddelde temperatuur stijgt, maar dat ook de hitte-extremen toenemen. Hierdoor krijgen we te maken met meer, langere en hetere hittegolven. Extreme hitte kan leiden tot gezondheidsproblemen, zoals verminderd thermisch comfort, slaapverstoring, gedragsverandering (grotere agressie) en verminderde arbeidsproductiviteit. Hittestress kan echter ook tot serieuze hitte gerelateerde ziekten leiden zoals: huiduitslag, krampen, oververmoeidheid, beroertes, nierfalen en ademhalingsproblemen. Soms kan hittestress zelfs sterfte tot gevolg hebben. Hiernaast heeft hittestress invloed op leefbaarheid van buurten, comfort in woningen en gebouwen, en leidt dit tot economische schade. De provincie geeft in het Programma Klimaatadaptatie 2020-2023 extra aandacht aan hittestress omdat dit tot
THEMA
ACTIE (PILOT, ONDERZOEK/VERKENNING)
INITIATIEFNEMER/PROGRAMMA
STATUS
Circulariteit
Verkennen welke rol de provincie heeft of nuttig op zich kan nemen om met circulariteit positief bij te dragen aan een gezonde en veilige leefomgeving. Het in beeld brengen van taken en verantwoordelijkheden op dit onderwerp is een eerste stap daarin.
Provincie Utrecht Programma Gezond en Veilig en Beleidsvisie Circulaire Samenleving 2050.
Start 2022
Zeer Zorgwekkende Stoffen
Voorkomen van emissies in lucht water. Handreiking IPO; Onderzoek; in kaart brengen van de problematiek; waar nodig aanscherpen van beleid en handhaving
Provincie Utrecht IPO, Omgevingsdiensten en gemeenten
Asbest
Programma Asbestdaken op nul 2030
Diverse programma’s binnen de provincie; gemeenten
Varend ontgassen
Toewerken naar nationaal verbod Proefnemingen met ontgassingsinstallaties; vergunningverlening installaties
Rijk, ILT
Elektro magnetische straling
Vanuit voorzorgsprincipe blootstelling van kinderen boven 0.4 mT vermijden. Verstandige plaatsing van nieuwe kabels en basisstations
Lichthinder
Tegengaan van lichthinder en lichtvervuiling Donkerte bij natuurgebieden
Programma Natuur, Omgevingsverordening, Verlichting provinciale wegen, Kwaliteitsgidsen landschap
Hittestress
Het verminderen van hittestress in de bebouwde omgeving. Onderzoek; subsidieregeling; in kaart brengen van de problematiek; project groene daken; groenblauwe schoolpleinen; afspraken klimaatadaptief bouwen; gemeentelijke hitte(beleids) plannen
Provincie Utrecht Programma Klimaatadaptatie Gemeenten; GGD
Start 2020
Start 2020
Tabel 3.10: Beleid en uitvoering samengevat voor Overige Milieuthema’s
nu toe nog een onderbelicht klimaatrisico is. De provincie neemt een stimulerende rol op zich waarin ingezet wordt op het ontwikkelen van kennis en het ondersteunen van pilotprojecten en hitteplannen bij gemeenten. Daarnaast maken we afspraken voor klimaatadaptief bouwen die ook onderdeel zijn van het convenant duurzaam bouwen, zorgen we voor inbreng in gebiedsontwikkelingen en is er een subsidieregeling. Een uitwerking van hitte vindt plaats binnen drie thema lijnen: Gebied, gebouw en gezondheid. Naast de toename in de gemiddelde temperatuur en hitte-extremen is ook zichtbaar dat het stedelijk gebied warmer wordt dan het omliggende landelijke gebied, doordat steden meer warmte vasthouden. In onze aanpak richten we ons dan ook in eerste instantie op het stedelijk gebied en het ondersteunen van gemeenten bij de aanpak. Binnen de themalijn ‘hittestress en gezondheid’ wordt gewerkt aan het opstellen van lokale hitteplannen. Deze lokale hitteplannen bevatten maatregelen om hittestress te beperken, met name bij
kwetsbare groepen. Een belangrijk aspect daarbij is het versterken van het netwerk van partijen, die daarbij op gemeentelijk niveau een rol moeten spelen, zoals de gemeente, GGD, zorgorganisaties, het Rode Kruis en maatschappelijke organisaties. De themalijn ‘hittestress en gebouw’ richt zich in eerste instantie op het vergroten van de kennis van hitte binnen en buiten woningen en op het verkennen van mogelijke maatregelen om oververhitting van woningen te voorkomen. Bij de themalijn ‘hittestress en gebied’ gaat het vooral over de inrichting van de openbare ruimte door ontsteuning en vergroening, waarmee koele plekken aan het stedelijk gebied toegevoegd worden.
3.6.6 Overige milieuthema’s samengevat in een tabel In Tabel 3.10 wordt het beleid voor de overige milieu thema’s samengevat.
ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 63
4. ONZE PARTNERS EN ONZE MIDDELEN EN INSTRUMENTEN
In de vorige hoofdstukken is ons beleidskader uit de omgevingsvisie geconcretiseerd. In hoofdstuk 2 hebben we beschreven hoe we gezondheid willen bevorderen met een gezonde en veilige leefomgeving. In hoofdstuk 3 hebben we aangegeven hoe we de gezondheid beschermen met milieubeleid. Dit hoofdstuk beschrijft onze werkwijze. Het hoofdstuk begint met een beschrijving van onze samenwerkingspartners. Verschillende partners met ieder hun eigen verantwoordelijkheid. Dan volgt een beschrijving van onze ‘middelen en instrumenten; de inzet van ons wettelijk instrumentarium, zoals toezicht en handhaving, het ontwikkelen van kennis met pilots en onderzoek, en monitoring en evaluatie.
ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 65
4.1 Onze partners Het doel, het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving, is een belangrijk inhoudelijk doel van de Omgevingswet. Wij hebben onze ambities hiervoor geformuleerd in de Omgevingsvisie. Deze ambities kunnen we alleen realiseren in samenwerking met onze partners. De verschillende partners hebben allemaal een eigen rol. Hieronder wordt besproken welke rol de verschillende partners hebben en hoe we met ze samenwerken. Milieubeleid wordt voor een belangrijk deel bepaald in de Europese Unie en vervolgens door het Rijk vertaald in nationale wet- en regelgeving. Wij lobbyen in Europa (samen met de andere provincies) voor integraal milieubeleid, voor interbestuurlijke samenwerking, voor bronbeleid, om gezondheid als uitgangspunt te nemen in Europees beleid en voor een goede monitoring en implementatie van de Europese milieudoelstellingen. Veel milieubeleid en maatregelen zijn het meest efficiënt als ze op Europees niveau worden genomen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de te hanteren normen maar ook om bronbeleid. De Europese richtlijn luchtkwaliteit bevat onder andere normen voor de concentraties van fijnstof, stikstofdioxide, vluchtige organische stoffen in de buitenlucht.
Verder wordt in Europa bijvoorbeeld bepaald hoeveel CO2 en luchtverontreinigende stoffen voertuigen mogen uitstoten, hoeveel geluid voertuigen en bepaalde apparaten mogen produceren, worden eisen gesteld aan autobanden en welke milieutechnieken voorgeschreven mogen worden in vergunningen voor de industrie (Best Available Techniques). Het belangrijkste Europese beleidskader voor de komende jaren op het gebied van Gezond en Veilig is de Nulvervuilingsstrategie. In mei 2021 heeft de Europese Commissie een voorstel voor het actieplan om de vervuiling van lucht, water en bodem tot nul terug te brengen uitgebracht, als onderdeel van de Europese Green Deal. Ook is de ambitie opgenomen dat 30% minder mensen chronisch hinder van verkeerslawaai ondervinden. De Rijksoverheid is verantwoordelijk voor het nationale omgevingsbeleid. Het gaat om de Nationale Omgevingsvisie, de Nota Volksgezondheid 2020-2024 en het Nationaal Milieubeleidskader als voorloper op een Nationaal Milieuprogramma. Ons beleid en activiteiten stemmen we af met het Rijk in bijvoorbeeld het in ontwikkeling zijn-
66 | ONZE PARTNERS EN ONZE MIDDELEN EN INSTRUMENTEN
de nationale Programma Gezonde Groene Leefomgeving. We delen actief kennis over kansen en problemen bij de uitvoering van het nationale beleid, vaak in overleg met andere provincies en het IPO. Met de andere provincies werken we in IPO-verband gezamenlijk aan onze provinciale taken en inzet voor een gezonde leefomgeving. Wat kunnen wij als provincies doen, welke rol pakken we en hoe vullen we dat in. Dit doen we in de IPO-programmalijn Gezonde Leefomgeving. Doel is onder andere meer eenduidigheid in en een efficiëntere aanpak en leren van elkaar. Gezamenlijk hebben we meer kennis en ervaring en we kunnen acties in gezamenlijkheid oppakken. De Utrechtse gemeenten zijn het eerste aanspreekpunt voor de inwoners van onze provincie. Ook zijn zij verantwoordelijk voor een groot deel van de inrichting van de leefomgeving. De provincie vervult voor gemeenten een coördinerende, verbindende en stimulerende rol waarbij zij regionale afstemming bevordert en nieuwe kennis en inzichten actief deelt. We zoeken afstemming bij beleids keuzes en faciliteren gemeenten met inzet van instrumenten om gezamenlijk aan een gezonde en veilige leefomgeving te werken.
De Waterschappen dragen vooral zorg voor de waterhuishouding in onze provincie en spelen daarom een belangrijke rol bij thema’s die belangrijk zijn voor gezondheid en veiligheid, zoals waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheer, waterveiligheid, wateroverlast en hittestress. Ze zijn daarom een belangrijke kennis- en samenwerkingspartner bij de gebiedsontwikkelingen in de provincie We geven kennisinstellingen ruimte voor het delen van kennis op bijeenkomsten en passen nieuwe wetenschappelijke inzichten toe in ons beleid. We zetten hiermee de samenwerking voort die al langer loopt en ook is ingezet bij de Omgevingsvisie, waarbij deskundigen zijn gevraagd hoe een gezonde en veilige leefomgeving het best gerealiseerd kan worden. Daarnaast leveren wij op verzoek input vanuit de praktijk en nemen bijvoorbeeld, samen met het RIVM, deel aan het kernteam van het landelijk netwerk “Maak ruimte voor gezondheid”. Ook geven wij opdrachten aan kennisinstellingen voor aanvullend onderzoek.
De Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid van onze inwoners. Ook publiceert zij regelmatig data en onderzoeken over de gezondheid van de inwoners van onze provincie. We zetten in op een structurele samenwerking met de GGD voor wat betreft de raakvlakken van volksgezondheid en de fysieke leefomgeving en de toepassing van wetenschappelijke kennis in de praktijk. We overleggen over specifieke problematiek in onze provincie en wisselen ervaringen en kennis uit. Ook zoeken we afstemming over onze rollen en taken richting gemeenten. De Veiligheidsregio Utrecht (VRU) heeft een wettelijke taak voor het realiseren van een veilige leefomgeving. De VRU werkt aan een goede hulpverlening, rampen bestrijding en crisisbeheersing in de regio Utrecht. De VRU adviseert ook de gemeenten in onze provincie over veiligheidsrisico’s. Waar nodig stemmen we af over de informatieverstrekking richting gemeenten. Er zijn veel nieuwe ontwikkelingen waarbij risico’s in de leefomgeving groter kunnen worden. De VRU hanteert hierin de centrale thema’s externe veiligheid, energietransitie, evenementen, klimaat, overstroming en verdichting. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de elektrificatie van de maatschappij, waardoor risico’s op brand in de woonomgeving kunnen toenemen.
Maar ook een groter risico op natuurbrand in onze regio door toenemende droogte. Bij verdichting is bijvoorbeeld de bereikbaarheid voor hulpdiensten bij de ontwikkeling van nieuwe woonwijken een belangrijk punt, evenals het voorkomen van stadsbranden zoals die vroeger voor kwamen. De Omgevingsdiensten voeren de VTH-taak uit voor de provincie. Gezamenlijk met hen en met de gemeenten werken we de handhavingsstrategie voor de provincie uit. Maatschappelijke organisaties vertegenwoordigen vaak specifieke belangen die deel uitmaken van een gezonde en veilige leefomgeving. Zij worden regelmatig betrokken bij de ontwikkeling van provinciaal beleid en bij projecten. De gezondheid en veiligheid van onze inwoners is het belangrijkste doel van het werken aan dit thema. Naast het gebruik maken van de kennis over effecten op gezondheid en veiligheid, houden we daarom ook rekening met de wensen van inwoners als het om hun leefomgeving gaat.
4.2 Onze middelen en instrumenten Hiermee bedoelen we instrumenten en werkwijzen die we gebruiken om zowel de bevordering als de bescherming van de gezondheid integraal mee te nemen in vorming van visies, programma’s en plannen. Het gaat om onze klassieke instrumenten als toezicht en handhaving, maar ook om nieuwe instrumenten die we inzetten om gezondheid in ander beleid te integreren. Behalve milieukwaliteit betrekken we ook thema’s zoals water en bodem, groen en natuur, klimaatadaptatie, recreatie en bewegen, inclusiviteit en circulariteit hierbij. Gebiedsgericht maatwerk, waarbij ambities afgestemd worden op de specifieke kenmerken van gebieden en de kansen en bedreigingen die zich daar voordoen, staat hierbij centraal. Om in de praktijk invulling te geven aan een gezonde, veilige en duurzame gebiedsontwikkeling maken we gebruik van vijf instrumenten: 1. Met de toekomstige Gezondheidsscan nemen we vroegtijdig en op een systematische wijze het onderwerp gezond en veilig mee in de visies, programma’s en plannen die een relatie hebben met het omgevingsbeleid van de provincie. 2. Het Adviesteam Gezonde Leef omgeving voert de Gezondheidsscan uit en ondersteunt partners bij de integratie van ‘Gezond en Veilig’ bij visievorming en uitvoering van beleid.
3. De toekomstige ‘Expertgroep Gezonde ruimtelijke inrichting’ gaat advies geven over beleid en maatregelen om het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving mee te nemen bij ontwikkelingen die plaatsvinden. 4. De ‘Locatiebalans’ is een hulpmiddel dat inzicht geeft in de eigenschappen en kwaliteiten van de locatie keuze voor functies, op basis van de mogelijkheid om een goede leefomgevingskwaliteit te realiseren. 5. De ‘GGO-maptable’ is een hulpmiddel om gezamenlijk de optimale inrichting van een gebied te bepalen.
ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 67
4.2.1 Gezondheidsscan Een gezonde en veilige leefomgeving is de rode draad door de Omgevingsvisie. We streven ernaar dat bij het maken van al het provinciaal omgevingsbeleid, en bij de uitvoering daarvan, optimaal, systematisch en tijdig rekening wordt gehouden met gezondheid en veilig heid. Daarom ontwikkelen we een nieuw instrument: de Gezondheids scan. Het is een instrument en een werkproces waarmee we de kansen en quick wins voor een gezonde en veilige leefomgeving in dit provinciale beleid opsporen en determineren. De Gezondheidsscan gebruiken we voor de interne toetsing van ons eigen beleid en voor het opsporen van kansen en ‘quick wins’ bij gebieds projecten. Ook benoemen we de effecten op de gezonde en veilige leef omgeving bij verschillende beleidskeuzes die eventueel in een programma of plan voorliggen. We zijn gestart met ontwikkeling van de Gezondheidsscan en een werkproces voor de uitvoering ervan. De komende periode zullen we aan de hand van de praktijkervaringen, zowel de Gezondheidsscan als het werkproces steeds verder ontwikkelen. De Gezondheidsscan kan ingezet worden voor beleid, visies en gebiedsprojecten, zowel op strategisch, tactisch als uitvoerend niveau.
Als voorbeeld: bij het verminderen van geluidsbelasting gaat het op strategisch niveau om de ambities voor de geluidkwaliteit die worden vastgelegd en principes waaraan in ontwikkelingen moeten worden voldaan. Op tactisch niveau worden die ambities en principes geconcretiseerd voor gebieden. Bij het uitvoeringsniveau wordt een plan met specifieke maatregelen voor geluid gemaakt voor bijvoorbeeld de inpassing van nieuwe OV-infrastructuur, of de aanpassing van provinciale wegen. De Scan krijgt dus een concreter karakter naarmate het beleid of gebiedsproject dichterbij uitvoering komt. De Gezondheidsscan kan ook toegepast worden bij de samenwerking met en ondersteuning van partners. Op de volgende pagina is schematisch en verkennend weergegeven welke kwesties en vragen er vanuit de gezondheidsscan bij de verschillende fasen van planvorming kunnen worden gesteld (Tabel 4.1).
68 | ONZE PARTNERS EN ONZE MIDDELEN EN INSTRUMENTEN
4.2.2 Adviesteam Gezonde Leefomgeving Het provinciale Adviesteam Gezonde Leefomgeving heeft expertise op alle onderwerpen die belangrijk zijn voor een gezond en veilige leefomgeving. Zij spelen intern een rol bij de integratie van “Gezond en Veilig” in het provinciale beleid en voeren de Gezondheidsscan uit, waarbij de verschillende elementen van een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving in samenhang bekeken worden. Het Adviesteam heeft een verbindende rol vanuit de provincie naar al onze partners. Wanneer gemeenten een specifiek vraagstuk hebben, overlegt het Adviesteam over welke ondersteuning geboden kan worden. Een moge lijkheid is om voor het betreffende vraagstuk een beroep te doen op één of meer specifieke deskundigen uit de Expertgroep (zie punt 3) of om ondersteunende instrumenten in te zetten. Ook voor de inbreng vanuit de provincie bij concept producten van het Rijk of andere partners kan het Adviesteam een rol spelen.
4.2.3 Expertgroep Gezonde Ruimtelijke Inrichting De provincie streeft naar een steeds betere omgevingskwaliteit om zoveel mogelijk gezondheidswinst te behalen. De Expertgroep Gezonde Ruimtelijke Inrichting bestaat uit een pool van externe experts die specifieke kennis hebben over de verschillende aspecten van een gezonde leefomgeving. Het kennisteam kan worden ingezet wanneer het provinciale adviesteam signaleert dat er specialistische kennis nodig is. Eén of meer experts doen bijvoorbeeld voorstellen voor concrete maatregelen in gebiedsontwikkelingsprojecten, voor beleidsuitwerkingen of bij infrastructurele ontwikkelingen. Ook kan het team worden ingezet voor advies over de wijze waarop de inrichting van de leefomgeving gezond gedrag kan stimuleren. Dit kan zowel bij provinciaal beleid en de uitvoering daarvan als samenwerkingsprojecten of bij beleid en uitvoeringsprojecten van gemeenten. De nadruk ligt op vraagstukken die op provinciale of regionale schaal liggen en of die bij veel gemeenten of in grote delen van onze provincie spelen.
Figuur 4.1: Voorbeeld van de Locatiebalans: belasting met fijnstof op drie locaties
4.2.4 Locatiebalans en Gezondheidseffect screeningskaarten De Locatiebalans is een viewer waarin op ‘kwaliteitskaarten’ beleidsinformatie over diverse omgevingskwaliteiten zichtbaar is. In de kwaliteitskaarten is, op basis van huidige beleid en de wettelijke normen, aangegeven waar veel, gemiddeld, of weinig tot geen belemmeringen zijn ten opzichte van bepaalde ruimtelijke opgaven. Het gaat dan om thema’s als ‘gezonde en veilige leefomgeving’, ‘klimaatbestendigheid en waterrobuustheid’, ‘duurzame energie’, ‘vitale dorpen en steden’, ‘landschap en cultuurhistorie’ en ‘natuur en biodiversiteit’. In Figuur 4.1 is, ter illustratie, de kwaliteitskaart van ‘fijnstof’ voor 3 potentiële locaties voor de ontwikkeling van woningbouw weergegeven. De mate van milieubelasting kan zo bijvoorbeeld worden meegewogen bij de afweging voor de keuze van woningbouwlocaties. De provincie heeft de kwaliteitskaarten ingezet bij het opstellen van haar Omgevingsvisie en werkt aan de verdere verbetering van de toepasbaarheid van de Locatiebalans.
In het verlengde van de locatiebalans zetten we ook de gezondheidseffecten van de milieubelasting op kaart. Dat gebeurt met behulp van de Gezondheidseffect screeningsmethode (GES-methode). Voor de thema’s geluid, lucht, geur, externe veiligheid en straling brengt de provincie, op basis van de meest actuele informatie over de milieukwaliteit, de gezondheidseffecten in beeld met deze GES-methode. Vrijwel alle bronnen van emissies en risico’s (rijks- en provinciale wegen, spoorwegen, vliegverkeer, waterverkeer, industrie, landbouw, buisleidingen, hoogspanningslijnen) worden hierbij meegenomen. Met deze methode wordt inzichtelijk gemaakt waar de contouren van emissies liggen en welke gezondheidskwaliteit er op verschillende locaties bestaat. Ook wordt in beeld gebracht welke woningen en overige gevoelige bestemmingen in deze contouren gelegen zijn. Deze kaartbeelden geven inzicht in de grootste knelpunten voor wat betreft milieudruk vanuit verschillende bronnen. Hiermee kan rekening worden gehouden bij het zoeken naar locaties voor de ontwikkeling van gevoelige bestemmingen en de inzet van maatregelen. (Geo-Point Utrecht - Open data (provincie-utrecht.nl) )
ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 69
EERSTE IDEE INVULLING GEZONDHEIDSSCAN Met behulp van de vragen in de tabel wordt beoordeeld of gezondheid goed is meegenomen in het provinciaal beleid. Activiteit Provincie (Als voorbeeld gekozen voor een aantal provinciale belangen uit de Omgevingsvisie, die in de Gezondheidsscan mogelijk kunnen worden meegenomen.)
Strategisch – Visie lange termijn: te hanteren principes en regels voor diverse ontwikkelingen
Bevorderen van een inrichting van de leefomgeving die gezond gedrag stimuleert Het stimuleren van gezond gedrag door in de fysieke leef omgeving mogelijkheden voor bewegen en gezond leven te creëren.
Bevat de visie principes of uitgangspunten voor het stimuleren van gezond gedrag? Bijvoorbeeld: hoe wordt de nabijheid, bruikbaarheid en bereikbaarheid van voldoende groene ruimte geborgd?
Bevorderen van een veilige inrichting van de leefomgeving De provincie heeft wettelijke/ (boven)regionale taken en ambities op het gebied van waterveiligheid, externe veiligheid en verkeers veiligheid op en rond de provinciale infrastructuur.
Zijn in de visie principes en voorwaarden opgenomen die zorgen dat de risico’s worden beperkt?
Beschermen van de gezondheid met milieubeleid De provincie heeft wettelijke/ (boven)regionale taken en ambities op het gebied van geluid, stilte, luchtkwaliteit, geur en water kwaliteit. Het betreft het beperken van de milieubelasting vanuit diverse bronnen zodat een goede leefkwaliteit gerealiseerd wordt.
Zijn in de visie principes en voorwaarden opgenomen die zorgen dat er aandacht is voor, en rekening gehouden wordt met, de mogelijke gezondheidseffecten van ontwikkelingen? Wordt voldaan aan alle normen, principes en voorwaarden? Zijn de kansen die benut kunnen worden om uitstoot en hinder zoveel mogelijk terug te dringen in beeld gebracht? En worden ze benut?
Tabel 4.1: Verkennende opzet voor het beoordelingskader van de Gezondheidsscan
70 | ONZE PARTNERS EN ONZE MIDDELEN EN INSTRUMENTEN
Op basis van de scan wordt advies gegeven over het ‘gezonder’ maken van het provinciaal beleid. Tactisch – Programma’s
Operationeel – Gebieds- en uitvoeringsprojecten
middellange termijn: hoe gaan we onze doelen en ambities bereiken?
korte termijn: hoe richten we de omgeving concreet in gezien de lokale omstandigheden?
Welke elementen bevat het programma zodat gezond gedrag en een gezonde levensstijl wordt bevorderd?
Met welke maatregelen wordt bij de inrichting van een gebied gezond gedrag gestimuleerd? Bijvoorbeeld: Hoe wordt aangesloten op bestaande recreatieve en groene netwerken?
Hoe wordt bijgedragen aan de oplossing van bestaande veiligheidsknelpunten in de leefomgeving? ■ Beperken van risico’s bij de bronnen ■ Beperken van risicovolle activiteiten ■ Beperken van blootstellen van mensen aan de risico’s
Worden nieuwe gevoelige bestemmingen binnen bestaande risicozones voorkomen? Wordt zoveel mogelijk voorkomen dat risico’s voor gevoelige bestemmingen toenemen bij de uitbreiding van bestaande risicobronnen?
Hoe worden nieuwe probleemsituaties voorkomen? Hoe worden de risico’s van nieuwe bronnen zoveel mogelijk beperkt?
Hoe houden we met monitoring inzicht in de mogelijke gezondheidsimpact?
Zijn gebieden en gebouwen optimaal ontworpen voor het voor komen / beperken van een negatieve gezondheidsimpact?
Hoe wordt bijgedragen aan de oplossing van bestaande knel punten voor gezondheid in de leefomgeving? En aan het realiseren van ambities / het benutten van kansen voor meer kwaliteit? Beperken / minimaliseren van emissies bij de bron; Beperken van gebruik van bronnen van milieubelasting; Beperken / minimaliseren van blootstellen van mensen aan deze bronnen.
Hoe wordt de blootstelling aan emissies van bestaande en nieuwe bronnen van milieuhinder op de volksgezondheid binnen de perken gehouden en een zo goed mogelijke milieukwaliteit bereikt?
Hoe worden nieuwe probleemsituaties voorkomen?
ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 71
Figuur 4.2: Een screenshot van de Maptable
4.2.5 Maptable Gezonde Gebieds ontwikkeling Met de ‘Maptable Gezonde Gebiedsontwikkeling’, kunnen gedurende een planproces in een digitale 3D omgeving de gezondheid en veiligheid in een gebied worden geïnventariseerd. De Maptable is een digitaal hulpmiddel om met de betrokken vakspecialisten van verschillende disciplines een dialoog te voeren over knelpunten, kansen en ambities voor de ontwikkeling van het gebied (Figuur 4.2). Naast een hogere plankwaliteit kan zo ook tijdwinst wordt geboekt tijdens het planproces. De Maptable brengt voor de thema’s energie, materialen, water, bodem, ecologie, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, geur, hitte, licht en mobiliteit in beeld wat de huidige kwaliteit van een gebied of een plan is, waar deze kwaliteit door wordt beïnvloed en hoe deze kan worden verbeterd. Het effect van verschillende ruimtelijke keuzes of maatregelen wordt direct zichtbaar in rapportcijfers, waardoor gezondheid en veiligheid kunnen worden geoptimaliseerd.
We zijn van plan om de provinciale kwaliteitsdoelen bij ruimtelijke plannen nadrukkelijker een rol te geven bij m.e.r.-procedures, bijvoorbeeld bij ‘interne’ m.e.r.-procedures, waarbij de provincie zowel initiatiefnemer als bevoegd gezag is (zie §4.3). Hierbij kan de Maptable als beleidsondersteunend instrument worden benut.
VERDERE ONTWIKKELING VAN DE MAPTABLE We willen met de Maptable inspelen op de nieuwe mogelijkheden die de Omgevingswet biedt voor het meenemen van het onderwerp gezondheid bij besluiten over de leefomgeving. Zo willen we aan gezondheid gerelateerde indicatoren voor geluid en lucht, op basis van de gezondheidsadvieswaarden van de WHO, GGD’s en in afstemming met GES kaarten, gebruiken. Daarnaast worden indicatoren ontwikkeld voor wat betreft de stimulering van gezond gedrag (bewegen / gezonde leefstijl) en voor groen in relatie tot gezondheid, waaronder beperken van hittestress. Verder worden een aantal reeds ontwikkelde indicatoren, zoals elektromagnetische straling en dierziektes, overgezet vanuit de Scan Omgevingskwaliteit. We kiezen voor een integrale benadering waar door diverse specialisten en clusters van de provincie aan wordt bijgedragen.
72 | ONZE PARTNERS EN ONZE MIDDELEN EN INSTRUMENTEN
4.3 Inzet van ons wettelijke instrumentarium Bij de uitvoering van het Programma maken we gebruik van ons wettelijk instrumentarium: de Omgevingsverordening, de Milieueffectrapportage en onze activiteiten voor Vergunningsverlening, Toezicht en Handhaving.
4.3.1 De Omgevings verordening en beleidsregels De provincie stelt bindende regels en randvoorwaarden voor ruimtelijke ontwikkelingen en activiteiten. Deze zijn vastgelegd in de Interim Omgevingsverordening. Deze bevat voor dit programma bijvoorbeeld regels voor stiltegebieden en nieuwe luchthavens voor structureel gebruik. In de Interim Omgevingsverordening heeft de provincie op dit moment (2021) geen strengere omgevingswaarden bepaald dan de standaardwaarden uit de huidige natio nale wetgeving. Deze mogelijkheid zal wel ontstaan zodra de Omgevingswet is ingevoerd. We verwachten hiermee terughoudend te zijn voor de thema’s van dit Programma en, in ieder geval in eerste instantie, de nationale waarden uit de nieuwe Omgevingswet over te nemen. Wel zijn we van plan om dan strengere eisen op te nemen ten aanzien van nieuwbouw van woningen langs provinciale wegen. Ook is in de Omgevingsvisie opgenomen dat voor woningen rond windmolens de WHO-advieswaarde voor geluid als streefwaarde gehanteerd moet worden. Tot slot wordt, afhankelijk van lopend onderzoek, de Verordening mogelijk op het vlak van externe veiligheid aangescherpt. Op de langere termijn is het mogelijk noodzakelijk om ook andere regels aan te scherpen om een zo groot mogelijke gezondheidswinst te realiseren.
Naast de Verordening is in de provincie Utrecht voor de thematiek van dit programma ook een aantal beleids regels van toepassing. Het betreft de ‘Beleidsregels ontheffingen tijdelijk en uitzonderlijk gebruik niet aangewezen luchtvaartterreinen’. Deze beleidsregels bevatten de voor-
waarden waaraan moet worden voldaan om een ontheffing te krijgen voor het opstijgen of landen op een terrein dat niet als luchthaven is aangewezen.
4.3.2 Milieueffect rapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een instrument dat de provincie kan inzetten om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij haar besluiten. Het is voor bepaalde ruimtelijke plannen en activiteiten wettelijk verplicht om een m.e.r. te maken of te beoordelen of het noodzakelijk is dat een m.e.r. wordt gemaakt. De juridische basis voor milieueffectrapportage (m.e.r.) vormen de EU-Richtlijnen voor de milieueffectbeoordeling, die in Nederland zijn uitgewerkt in de wet Milieubeheer en het besluit Milieueffectrapportage. Bij een m.e.r.-procedure zijn verschillende partijen betrokken, waaronder de initiatiefnemer van het plan en het bevoegd gezag. De provincie Utrecht kan beide rollen vertegenwoordigen. In gevallen waar de provincie zelf initiatiefnemer is, liggen de rollen van bevoegd gezag en initiatiefnemer bij verschillende organisatieonderdelen. Er moet volgens de wet Milieubeheer sprake zijn van een “passende scheiding van functies bij de ambtelijke voorbereiding van besluiten”. Vanuit het Programma Gezond en Veilig wordt in dergelijke gevallen de rol van bevoegd gezag ingevuld. Ook heeft de provincie door middel van het Programma Gezond en Veilig een bredere adviserende rol over m.e.r.plicht, m.e.r.-beoordelingsbesluiten en de contacten met de Commissie voor de milieueffectrapportage.
Het is de ambitie om provinciale kwaliteitsdoelen bij ruimtelijke plannen nadrukkelijker een rol te geven bij m.e.r.-procedures. De milieueffectrapportage zou bij voorkeur eerder in planprocessen moeten worden opgesteld, zodat resultaten daaruit, in samenhang met onze kwaliteitsdoelen, meer invloed hebben op het proces van opstellen van de plannen. M.e.r. beweegt zich namelijk steeds meer in de richting van integraal effectonderzoek, waarbij behalve aan ‘milieu’ ook aandacht is voor een geïntegreerde benadering van onderwerpen zoals gezondheid, klimaatverandering en -adaptatie en energietransitie. De nadruk bij de m.e.r.-coördinatie zou dan minder op procedurele