CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20220405 - RIB Zienswijze ontwerp Programma gezond en veilig 2022-2025 provincie Utrecht - Bijlage 1 - Provinciale programma gezond en veilig.pdf

Raadsvergadering 23 mei 2022, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel en ingekomen raadsinformatiebrieven sinds 11 april32.847 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 73

zaken komen te liggen. De praktische mogelijkheden hiervoor worden de komende tijd verkend.

4.3.3  Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) is een instrument dat de Provincie inzet om bij te dragen aan een gezonde, veilige en schone leefomgeving. Het betreft vooral het in medebewind uitvoeren van landelijke wetten (12 stuks), die allen zijn bedoeld voor het beschermen van de fysieke leefomgeving tegen gevaar, schade of hinder. De VTH-uitvoering van deze wetten vormt een algemene basis voor het bereiken van een gezonde, veilige en schone leefomgeving zoals bedoeld in dit Programma. Aanvullend op de landelijke basiswetgeving heeft de Provincie de bescherming van de leefomgeving voor diverse aspecten (bijvoorbeeld stiltegebieden, vuur­werk) aanvullend geregeld in de Omgevingsverordening, eveneens met inzet van het VTH-instrumentarium. Bij Vergunningverlening heeft de provincie een rol in het afhandelen van aanvragen en meldingen van activiteiten, locaties en bedrijven waarvoor zij het bevoegde gezag is. Het betreft bedrijven die vallen onder de Richtlijn Indus­triële Emissies (RIE-bedrijven). Het gaat om 60, veelal grotere industriële en afvalverwerkende bedrijven. Daarnaast is de Provincie het VTH-bevoegd gezag voor een 13-tal bedrijven, die vallen onder het Besluit Risico Zware Ongevallen en de RIE-4 (zie ook 3.5.3). De Provincie dient bij deze bedrijven ook te zorgen voor adequaat toezicht en handhaving.

In samenwerking met de partners en onder regie van de staatssecretaris van I&W wordt gewerkt aan de versterking van het VTH-stelsel. De aanbevelingen van de Commissie VTH (commissie van Aartsen) zijn hierin richtinggevend. Een specifieke verantwoordelijkheid van de Provincie is het toezicht houden op de gehele afvalketen. Hier ligt een relatie met het thema ondermijning. De provincie bekijkt vooral in interprovinciaal verband (IPO) welke rol of taak zij kan oppakken. Behalve de signaalfunctie die handhavers bij bedrijven kunnen vervullen, is er inmiddels bij alle provincies een budget voor het opruimen van drugsafval. Gerelateerd aan ondermijning, is er, mede vanuit het IPO, aandacht voor bijvoorbeeld misbruik van subsidies

74 | ONZE PARTNERS EN ONZE MIDDELEN EN INSTRUMENTEN

die verstrekt worden voor hergebruik initiatieven (dit is ook gerelateerd aan circulariteit) en voor het failliet laten verklaren van bedrijven met achterlating van alle afval en vervuiling op de locatie. De provincie Utrecht past de Wet Bibob toe, ter voorkoming van misbruik van onder andere subsidies en vergunningen. Het afgelopen jaar zijn de toepassingsgebieden van de Wet Bibob binnen de provincie Utrecht verder uitgebreid. Ook in brede zin is er in het taakveld van vergunningverlening, toezicht en handhaving aandacht voor ondermijning. In afstemming met IPO en de partners in de regio zullen we ketentoezicht verder uitwerken en door een actieve inzet van het Bibob insrumentarium investeren in het terugdringen van milieucriminaliteit. De Provinciale VTH-taakuitvoering wordt voor het grootste gedeelte uitgevoerd door de RUD Utrecht en Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG). De provincie stelt in samenwerking met deze omgevingsdiensten jaarlijks een Uitvoeringsprogramma op voor de taken op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. In dit Uitvoeringsprogramma worden de strategische beleidsdoelen van de provincie, onder andere uit dit Programma, verbonden met uitvoeringsacties waaraan mensen en middelen zijn gekoppeld. Het Uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks vastgesteld door GS.

We vragen de Omgevingsdiensten om de aanpak voor een gezonde en veilige leefomgeving in het VTH-instrumentarium te verwerken. Dit gebeurt door het: ■  Vergroten van het kennisniveau en de praktische vaardigheden van vergunningverleners, toezichthouders, juridisch medewerkers en overige medewerkers. ■  Inzetten van het VTH-instrumenta­rium in de praktijk: bedrijven worden via vergunningverlening en toezicht met casussen geïnformeerd en gemotiveerd over de bijdrage aan een gezonde en veilige leefomgeving. ■  Ontwikkelen van een uniforme aanpak voor het introduceren, stimuleren en reguleren van een gezonde en veilige leefomgeving bij bedrijven. ■  Verbeteren van de samenwerking en communicatie tussen Omgevingsdiensten en hun opdrachtgevers (provincie en gemeenten) over de gezonde en veilige leefomgeving. Deze aanpak wordt ook vertaald in een Uitvoering- en Handhavingsstrategie voor de Omgevingsdiensten. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de Provincie

deze strategie voor de provinciale taken vastgelegd in het Beleidsplan VTH 2015-2019 en de provinciale Strategie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht 2016-2019. De looptijd van beide documenten is verlengd tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt in samenwerking met de Utrechtse gemeenten, de ODRU en de RUD Utrecht gewerkt aan een Uitvoering en Handhavingsstrategie voor alle VTH-taken die zijn overgedragen aan de omgevingsdiensten in de regio. Dit zal eind 2021 leiden tot een uniform, regionaal afgestemd VTH-beleid op hoofdlijnen. Inhoudelijke beleidskaders voor de VTH-uitvoering op het gebied van o.a. geluid, lucht, geur, fijnstof, externe veiligheid en lichthinder worden vervolgens de komende jaren in overleg met Provincie, gemeenten en omgevingsdiensten zoveel mogelijk afgestemd en geüniformeerd. Uiteindelijk worden deze afgestemde kaders ook vertaald in de gemeentelijke Omgevingsplannen en de Provinciale Omgevingsverordening. Onderdeel van de Uitvoeringsstrategie VTH taken is het werken met risicogericht toezicht op basis van een regionale risicoanalyse. Deze risicoanalyse geeft aan welke activiteiten grote risico’s met zich meebrengen en waar dus toezicht een belangrijkere rol speelt. Voor de weging van de gezonde en veilige leefomgeving zal een expliciete uitwerking worden ontwikkeld.

Sanctionering vindt plaats conform de Landelijke Handhavingsstrategie, zodat het opleggen van sancties in het gehele land op uniforme wijze gebeurt. In de komende periode ligt binnen de VTH-strategie de nadruk op de inzet van het instrument Vergunningverlening. Bij het toetsen van aanvragen of meldingen van initiatiefnemers krijgt de casemanager een belangrijke rol om gezondheidsaspecten mee te wegen. Hierbij wordt ook rekening gehouden met BBT (toepassing van Beste Beschikbare Technieken om emissies te beperken) en de minimalisatieverplichting die geldt voor Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Dit betekent dat als een bedrijf de emissie van ZZS niet kan voorkomen, het bedrijf de emissie tot een minimum moet beperken. Ook wordt de casemanager getraind in het informeren over en stimuleren van vrijwillig door te voeren gezondheid bevorderende maat­regelen, zoals bijvoorbeeld op het gebied van transport, personen-

mobiliteit (stimuleren fietsgebruik) en biolo­gische producten in de bedrijfskantine. De ambities die voortvloeien uit de versterking van het VTH-stelsel en doorontwikkeling van het VTH-instrumentarium vragen om voldoende middelen voor de uitvoering. Bij de uitwerking van de beleidskaders zal nader bekeken worden of dit vraagt om intensivering van de uitvoering en bijstelling van de benodigde middelen.

4.4 Het vergroten van kennis met onderzoek en pilots De provincie stimuleert de vergroting van kennis en ervaring door onderzoek en pilots uit te voeren op nog relatief onbekend terrein. Dit helpt bij het beter onder­bouwen van beleid rondom gezondheid en veilig­heid. Ook leren we uit de pilots welke effecten bepaalde (nieuwe) maatregelen opleveren in concrete situaties. We kiezen voor pilots en onderzoek die een bredere toepasbaarheid hebben op andere plekken binnen of buiten onze provincie. Bij de selectie houden we rekening met: ■  Spreiding over gebiedstypen, zoals platteland, dorpskernen en een stedelijke omgeving; ■  Variatie in de problematiek rondom gezondheid en/of veiligheid die we aanpakken; ■  Kansen voor koppeling met investeringen vanuit andere beleidsterreinen; ■  Een diversiteit aan betrokken partners uit kennis­ instituten, overheid, onderwijs en bedrijfsleven. Tabel 4.2 toont een overzicht van pilots en onderzoeken waarmee de provincie voor het thema Gezond en Veilig, eventueel samen met partners, de komende jaren aan de slag gaat.

4.4.1 Innovatieprogramma Gezonde Leefomgeving Naast deze onderzoeken en pilots ten behoeve van de advisering over een gezonde en veilige leefomgeving is

ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 75

THEMA

ACTIE (PILOT, ONDERZOEK)

INITIATIEFNEMER/ PROGRAMMA

Maatregelen voor het realiseren van een gezonde leefomgeving

Samen met partners onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om met maatregelen of de inrichting van de openbare ruimte gezond gedrag te beïnvloeden. Hierbij kan bijvoorbeeld ook de subsidieregeling verkeer en vervoer een rol spelen voor ingrepen die veel gebruikte fietsroutes in het landelijk gebied fietsvriendelijker maken.

Programma Gezond en Veilig neemt initiatief voor locaties waar we als provincie bij betrokken zijn, samen met betrokken disciplines provincie, gemeenten, kennisinstellingen, inwoners en andere potentiële partners.

Kansen infrastructuur benutten

Benutten van kansen voor verbetering van de leefbaarheid bij de aanpassing of uitbreiding van (OV) infrastructuur. Met daarbij extra aandacht voor de stillere en groene gebieden in de sterk verstedelijkte regio’s en een mogelijk samen op gaan daarvan met te beschermen gebieden vanuit Erfgoed, landschap.

Programma Gezond en Veilig in samenwerking met mobiliteit en Erfgoed en landschap.

Doorgaand weg- en spoorverkeer

Weg- en spoorverkeer beïnvloeden in een groot deel van de provincie de kwaliteit van de leefomgeving. Regionaal zetten we in op vergroten van het aandeel fiets- en OV gebruik. Dit levert gezondheidswinst door meer bewegen en minder emissies. De ontstane winst door verlaging van emissies hierdoor, kan teniet gedaan worden door een gelijktijdige toename van doorgaand verkeer. We verkennen hoe we de gezondheidswinst door vermindering van emissies kunnen behouden.

Programma Gezond en Veilig in samenwerking met mobiliteit en regio en Rijk.

Energie

Onderzoek naar de beleving van duurzame energie (a) in de woonomgeving gericht op communicatie naar inwoners over gezondheidseffecten en (b) in de recreatieomgeving gericht op inpassingsmaatregelen die bijdragen aan een positieve beleving van recreanten.

Programma Gezond en Veilig, in samenwerking met energie, recreatie en landschap.

Start 2021

Energie

Rekening houden met de effecten op gezondheid en veiligheid van nieuwe energie-infrastructuur en basisstations, waarin wij als provincie een belangrijke taak op ons nemen. We volgen de landelijke ontwikkelingen en vertalen die in ons beleid voor keuzes hierin.

Programma Gezond en Veilig samen met team energie

Loopt

Groen in de stedelijke omgeving

Vergroening van de stedelijke omgeving draagt bij aan een goede gezondheid en een natuurinclusieve en klimaatadaptieve omgeving. We verkennen gezamenlijk waar het groen in de omgeving concreet aan moet voldoen om bij te dragen aan alle drie deze doelen

Programma Gezond en Veilig samen met natuurinclusief bouwen en klimaatadaptatie.

Cultuur

We onderzoeken mogelijkheden om bibliotheken een rol te geven in het informeren van inwoners over leefstijl, leefomgeving en gezondheid.

Programma Gezond en Veilig samen met cultuur

Tabel 4.2: Geplande pilots en onderzoeken vanuit het Programma Gezond en Veilig

76 | ONZE PARTNERS EN ONZE MIDDELEN EN INSTRUMENTEN

STATUS

er, gericht op technologische en sociale gezondheidsinnovaties, het Innovatieprogramma Gezonde Leefomgeving (2021-2024). In dit programma testen we datagedreven kennis en innovatieve oplossingen op wijkniveau, in de praktijk, samen met gemeenten, inwoners, kennis- en onderwijsinstellingen, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Door te leren welke kennis en innovatieve oplossingen in de praktijk bijdragen aan een gezondere leefomgeving, kunnen we dit gerichter inzetten in bijvoorbeeld gebiedsprojecten, waarin wij samenwerken met gemeenten.

van visie, verordening en programma’s, waaronder ook dit programma. We monitoren en evalueren regelmatig of de uitvoering van het Programma Gezond en Veilig bijdraagt aan de doelen die in het Programma zijn gesteld. Op deze manier kunnen we in de uitvoering en bij de herziening van het programma de nodige aanpassingen doorvoeren. Wanneer onvoldoende resultaten worden bereikt, dan zoeken we naar mogelijkheden om onze doelen sneller te bereiken, bijvoorbeeld met subsidies, aanvullende regels, of gebruik van andere instrumenten.

Het verder uitbouwen van het lerend netwerk en het verder helpen van stakeholders aan de hand van onze ervaringen vormt een belangrijk onderdeel van dit innovatieprogramma. Wanneer wij bij de uitvoering van pilots en projecten kansen zien voor innovatie vragen we het Innovatieprogramma Gezonde Leefomgeving om het proces te ondersteunen. Wanneer in de samenwerkingsprojecten werkende interventies, maatregelen en/of instrumenten ontwikkeld zijn dan pakken we dat verder op in beleid en uitvoering.

Monitoring van een groot deel van deze indicatoren, zoals voor externe veiligheid, luchtkwaliteit en geluid, is verplicht vanuit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving. Daarnaast zal ook voor andere onderwerpen monitoring plaatsvinden van doel- en effectbereik. Mogelijk gaan we zelf nieuwe indicatoren meten, of maken we gebruik van bestaande indicatoren van anderen (bijvoorbeeld de GGD-gegevens over onze provincie). Hiertoe werken we in het eerste kwartaal van 2022 een monitoringsplan uit. Dit plan bevat een overzicht van beleidsthema’s met doelen uit het Programma en de daaraan gekoppeld indicatoren. We laten ook zien welke informatiebronnen en monitoring­ systemen we gebruiken.

4.5 Regelmatige monitoring en evaluatie Monitoring is essentieel om te bepalen wat de effecten van het beleid onder de Omgevingsvisie zijn en of de verschillende doelstellingen worden bereikt. De Provincie monitort daarom jaarlijks het ‘doelbereik’ van de provinciale belangen uit de Omgevingsvisie, daarbij gebruik makend van de zeven beleidsthema’s. Daartoe zijn doelstellingen vertaald naar (meetbare) beleidsindica­ toren. Ook het programma Gezond en Veilig kent een aantal doelen die zijn vertaald naar beleidsindicatoren. De provincie maakt gebruik van deze monitoring van het ‘doel- en effectbereik’ van specifieke doelen om het Omgevingsbeleid te evalueren. Deze evaluatie biedt een basis om waar nodig aanvullende maatregelen te nemen of het beleid bij te stellen. Dit kan leiden tot de aanpassing van (onderdelen van) het samenhangende pakket

ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 77

Bijlage A: Ambities voor de thema’s van de omgevingsvisie. Onderstaande lijst toont voor elk van de thema’s uit de Omgevingsvisie de ambities en beleidsvoornemens die een relatie hebben met het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving. Stad en land gezond, beschermen en bevorderen ■  2050: wij streven naar een gezonde en veilige leefomgeving: de milieukwaliteit is goed, de veiligheid is gewaarborgd, bewegen wordt gestimuleerd, er zijn voldoende ontspannings- en ontmoetingsmogelijk­ heden en iedereen doet mee. ■ 2040: voor bestaande woningen en andere geluidgevoelige gebouwen, in de omgeving van bronnen, streven we naar het niet verder toenemen van de geluidhinder; een geluidsbelasting van maximaal 60 dB is gegeven de huidige infrastructuur acceptabel. ■  2040: wij hebben voldoende stiltegebieden. ■  2040: wij streven er naar de toename van risico’s van opslag en transport van gevaarlijke stoffen en van straling door hoogspanningslijnen te beperken, evenals geur- en geluidhinder door industriële be­ drijven en lichthinder. ■  2030: wij streven naar het voldoen aan de advieswaarden van de WHO voor luchtkwaliteit in de gehele provincie.

■  2030: wij streven er naar dat de gezondheidsrisico’s als gevolg van geluidsbelasting minimaal zijn, waarbij we voor nieuwbouw voor woningen en andere geluidgevoelige gebouwen streven naar het voldoen aan de WHO-advieswaarden voor geluid. Stad en land gezond - Recreatie en toerisme ■  2050: het recreatiegroen is in gelijke tred ontwikkeld met de verstedelijkings-opgave. Het aanbod van de toeristisch-recreatieve voorzieningen en routes sluit goed aan op de behoeften van inwoners en bezoekers, is duurzaam, goed bereikbaar en toegankelijk

78 | GEBRUIKTE LITERATUUR

Klimaatbestendig en waterrobuust ■  2050: het bodem- en watersysteem is blijvend robuust en kan veerkrachtiger omgaan met grote hoeveelheden neerslag en droogte. ■  2050: de provincie Utrecht is klimaatbestendig en waterveilig ingericht. ■  2050: de ondergrond en het bodem- en water­sy­s­ teem worden duurzaam gebruikt, waarbij gebruik en functies van de ondergrond en het bodem- en watersysteem in samenhang met de bovengrondse opgaven worden bekeken, zodat de juiste functie op de juiste plek ligt. ■  2050: wij hebben op een veilige en verantwoorde manier de duurzame energie die het bodem- en watersysteem levert zo optimaal mogelijk benut. ■  2050: nieuwe opkomende stoffen, zoals medicijn­ resten, microplastics en PFAS, in grond- en opper­ vlaktewater zijn integraal onderdeel van het water­ kwaliteitsbeleid. Duurzame energie ■  2050: de provincie Utrecht is zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2050 CO2-neutraal. ■  2030: De duurzame energiebronnen zijn met oog voor de Utrechtse kwaliteiten gerealiseerd en de inpassing draagt zoveel mogelijk bij aan andere doelen. ■  De meest duurzame vorm van energie is bespaarde energie. We willen het energiegebruik verminderen door besparingsmaatregelen in de gebouwde omgeving.

Vitale steden en dorpen/ wonen ■  2040: een sterke provincie met een duurzaam, gezond en divers woon- en leefklimaat ■  2040: behoud en versterking van de kwaliteit van de woonomgeving; gevarieerd en met aandacht voor de openbare ruimte met groen en blauw en ruimte om te bewegen en laagdrempelige en goed bereikbare voorzieningen ■  Wij betrekken leefbaarheid, gezondheid en veiligheid bij de ruimtelijke ontwikkelingen die gaan plaatsvinden

■  2040: behoud en versterking van de inclusiviteit van de Utrechtse samenleving, zodat alle inwoners kunnen wonen, werken of ontmoeten waar en wanneer ze dat willen. ■  2050: het realiseren van circulaire woningen of woonwijken Vitale steden en dorpen/werken ■  2050: een duurzame en circulaire economie ■  2030: levendige stads-, dorps- en wijkcentra, met een bij de behoefte passend aanbod van winkels en andere voorzieningen. ■  Inzet op een toename van bedrijven die een grote meerwaarde hebben voor de werkgelegenheid waar behoefte aan is, die bijdragen aan beperking van CO2 emissies, het opwekken van energie en gezondheid. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar ■  2040: het mobiliteitssysteem is duurzaam en veilig: klimaatneutraal, toekomstbestendig en voldoet zoveel mogelijk aan de gewenste kwaliteit van de leefomgeving. ■  Voor noodzakelijke nieuwe infra, OV en verbreden van wegen, wordt ingezet op een goede inpassing in de omgeving, waarbij we streven naar het halen van de WHO-advieswaarden (geluid/luchtkwaliteit) en naar kansen om een significante verbetering wat betreft leefbaarheid te realiseren. ■  2030: alle belangrijke werklocaties, middelbare scholen en knooppunten zijn veilig, comfortabel en snel bereikbaar per fiets en de eerste zeven snelfiets­ routes zijn gerealiseerd. ■  Wij stimuleren het gebruik van fiets en OV in combinatie met lopen.

Verschillende doelen worden daarmee bereikt: beperking ruimtegebruik, verminderen CO2 emissies en emissies van fijn stof en NO2, beperking geluidhinder en het bevorderen van bewegen. ■  2030: het openbaar vervoer in onze provincie is zero-emissie en er is een impuls gegeven aan ander zero-emissie-vervoer. ■  2030: de routering van gevaarlijke stoffen in de bebouwde kom is beperkt en de toename van risico’s voor mensen in de meest risicovolle zone rond stations­locaties en langs wegen wordt beperkt.

Levend landschap, erfgoed en cultuur ■  2030: bestaande en nieuwe aardkundige monumenten vertellen het verhaal van het aardkundig erfgoed en dragen bij aan de recreatieve beleving van het landschap. ■  2050: Utrecht beschikt over een hoogwaardig cultureel aanbod dat is meegegroeid met de bevolkings­ toename. Bibliotheken vormen een laagdrempelige maatschappelijke voorziening. ■  2050: De waarden van de Cultuurhistorische hoofdstructuur zijn als dragers en aanjagers van ruimtelijke kwaliteit in stand gehouden en versterkt. Toekomstbestendige natuur en landbouw. ■  2050: de natuur heeft een hoge belevingswaarde en er is een grote maatschappelijke betrokkenheid. ■  2050: de provincie Utrecht heeft een robuust klimaatbestendig natuurnetwerk van hoge kwaliteit. ■  2050: wij werken samen met onze partners toe naar een landbouwsector met economisch rendabele bedrijven die circulair, natuurinclusief, klimaatneutraal en diervriendelijk zijn (kringlooplandbouw), en dicht bij de inwoners staan. ■  2030: de nutriëntenkringlopen zijn op het laagst mogelijke niveau gesloten. De provincie is een voorbeeld voor andere gebieden in de verbinding stad-land, heeft een vitale, duurzame landbouw met bijbehorend verdienmodel en met een agrarisch cultuurlandschap dat toegankelijk en aantrekkelijk is om in te recreëren.

ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 79

Bijlage B: Financiën De middelen voor het programma Gezond en Veilig zijn afkomstig uit bestaande middelen en opgenomen in de Begroting 2022 en de daarin opgenomen meerjarenraming. Indien extra middelen voor dit programma wenselijk blijken zal dit via de begroting geregeld worden. De wenselijkheid kan onder andere voortkomen uit de behoefte om toepassing van de instrumenten te intensiveren of aan te passen om een Gezonde Leefomgeving binnen de regio te realiseren.

OMSCHRIJVING DOEL

BUDGET (€) 2022

2023

2024

2025

Verbeteren geluidkwaliteit van de leefomgeving – Beleidsontwikkeling en onderzoek geluid – Beheer stiltegebieden – Geluidhinder vliegverkeer en CROS – Regeling Burgerluchtvaarthavens en militaire luchthavens

488.000

488.000

488.000

488.000

Verbetering luchtkwaliteit inclusief geur – Uitvoeringsagenda Gezonde Lucht – Beleidskader geur (samenwerking IPO)

250.000

250.000

250.000

250.000

Beperken van externe veiligheidsrisico’s – Opstellen en uitvoeren PUEV

32.000

32.000

32.000

32.000

1.232.000

644.000

168.000

168.000

168.000

168.000

Vergunningverlening, toezicht en handhaving – Opdrachtverlening RUD BRZO – Ontgrondingenheffing

8.914.000

8.689.000

8.288.000

8.086.000

Innovatieprogramma Gezonde Leefomgeving

624.000

489.000

523.000

523.000

11.708.000

10.760.000

9.749.000

9.515.000

Beschermen van de gezondheid met milieubeleid

Overige milieuthema’s – Sanering asbestdaken – Plattelandcoaches (i.s.m. A.V.P.) Middelen en instrumenten Integratie aspecten gezondheid en veiligheid in ons beleid en uitvoering en in de samenwerking met en ondersteuning van partners. – Ontwikkeling instrumenten voor een gezonde gebiedsontwikkeling als bv de maptable. – Coördinatie M.E.R.

Totaal

80 | BIJLAGEN

Bijlage C: Meekoppelkansen in het provinciale beleid Voor Gezond en Veilig zien we verschillende meekoppelkansen bij het maken en uitvoeren van thematisch provinciaal beleid. In deze bijlage benoemen we ze aan de hand van de thema’s van de Omgevingsvisie. Thema 1: Stad en Land Gezond Het thema Stad en Land Gezond, waaronder ook dit Programma Gezond en Veilig valt, werkt in de basis steeds aan het gezond en veilig maken van de leefomgeving. In een drukke provincie met veel ruimteclaims is er aandacht nodig voor een goede milieukwaliteit, voldoende recreatieruimte, goede sportaccommodaties en aantrekkelijke recreatieve verbindingen, waarin ook ruimte is voor stilte.

Een ‘beweegvriendelijke’ buitenruimte die uitnodigt tot sport en bewegen heeft ook een belangrijke plek in het Beleidskader Sport en Bewegen 2021-2025. Daaraan wordt bijgedragen met onderzoek in fieldlabs, aandacht voor veiligheid op het fietspad, bovenlokale afstemming van voorzieningen, aansluiting van routes, en voldoende aanbod van sport- en beweegruimte in de openbare ruimte. Sportplekken moeten duurzaam zijn en sport moet voor iedereen bereikbaar en toegankelijk zijn. De Sociale Agenda is gericht op de bijdrage die de provincie kan leveren aan de inclusieve samenleving. Iedereen kan gebruik maken van de maatschappelijke voorzieningen en wordt daarin niet beperkt door fysieke, financiële of kennisdrempels en iedereen draagt bij aan de maatschappij. De agenda is inclusief en gericht op gelijke mogelijkheden voor iedereen.

Een groene omgeving heeft een positieve invloed op gezondheid, welzijn en sociaal gedrag. Om ‘rode’ en ‘groene’ ontwikkelingen in de provincie Utrecht in balans te houHet Programma Recreatie en Toerisme (2021) zet in op den, werkt de provincie in het Programma Groen Groeit aantrekkelijke toeristisch recreatieve routes en voorzieninMee (2020) samen met mede-overheden en belangen­ gen. De bereikbaarheid van deze gebieden te voet, per organisaties aan de gecoördineerde ontwikkeling van gefiets of met het openbaar vervoer heeft nadrukkelijk de bieden en verbindingen met groen en water in en buiten aandacht. Het programma stimuleert kwalitatief goede rehet stedelijk gebied. Zo worden meerdere doelen bereikt: creatiegebieden voor ontspanning nabij steden en dorpen HOOFDSTUK 2 het bieden van ruimte voor bewegen en ontmoeten, het en voldoende zwemwater voor bewegen en verkoeling op aanpassen aan een veranderend klimaat, en het bescherhete dagen. De inzet is dat iedereen mee kan doen met men van natuur. UITGANGSPUNTEN OMGEVINGSBELEID eenEN aanbod voor inwoners van verschillende leeftijden en PROVINCIALE BELANGEN lokaal maatwerk, concentreren en combineren, verzilveren kwaliteiten achtergronden.

VISIE 2050

HOOFDSTUK 3

STAD EN LAND GEZOND

KLIMAATBESTENDIG & WATERROBUUST

DUURZAME ENERGIE

VITALE STEDEN & DORPEN

DUURZAAM GEZOND & VEILIG BEREIKBAAR

LEVEND LANDSCHAP ERFGOED & CULTUUR

TOEKOMSTBESTENDIGE NATUUR & LANDBOUW

GEZONDE EN VEILIGE LEEFOMGEVING

4.1Een gezonde en veilige 4.2 leefomgeving is overkoepelend 4.3 4.6Utrecht (10 maart4.7 Figuur C.1: voor de4.4 zeven thema’s van de4.5 Omgevingsvisie provincie 2021).

GEBIEDSGERICHTE UITWERKING

regio U16, regio Amersfoort, regio Foodvalley HOOFDSTUK 5

ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 81

Thema 2: Klimaatbestendig en Waterrobuust Klimaatbestendigheid en waterrobuustheid zijn essentiële randvoorwaarden voor een gezond en veilig Utrecht. Bij het nemen van technische maatregelen is het integreren van gebruik en beleving van de ruimte een belangrijk aandachtspunt. Oftewel: hoe kan een extra waterbuffer of een nieuw bos bijdragen aan recreatie, beweging en stilte­beleving? Aandachtspunt voor directe gezondheidsrisico’s en zelfs verhoging van de kans op overlijden zijn de toenemende perioden van extreme hitte. Ook de mogelijke indirecte gezondheidseffecten van klimaat­ verandering zijn belangrijk. Denk bijvoorbeeld aan insecten die hun leefgebied uitbreiden door hogere temperaturen, grotere pollen­allergie of bepaalde planten en bomen die niet langer gedijen door warmte of droogte.

Figuur C.2: Verhoogde kans op overlijden bij een hittegolf (bron: CBS)

Het klimaat verandert waardoor er vaker extremere perioden van neerslag, droogte en hitte voorkomen. Dit heeft ook effect op de gezondheid en veiligheid. Door langere perioden van extreme hitte neemt de kans op overlijden bij kwetsbaren toe. Ook neemt zowel het risico op overstromingen toe als de kans op een watertekort, en heeft het invloed op de (zwem)waterkwaliteit. Het Programma Klimaat­adaptatie beschrijft de aanpak die moet leiden tot het klimaatbestendiger maken van onze provincie. Het

82 | BIJLAGEN

Bodem en Waterprogramma beschrijft beleidskaders voor de bodem- en waterthema’s waaronder ook het voor­ komen van overstroming, droogte en wateroverlast. Hitte­ stress is een thema waarvoor groeiende aandacht is uit oogpunt van de volksgezondheid (zie § 3.6.5). Met name in het stedelijk gebied, via de lijnen gebied, gebouw, gezondheid zijn maatregelen mogelijk ter voorkoming van hittestress. Voor gezondheid is ook van belang de noodzaak voor een duurzaam gebruik van de ondergrond, schoon gronden oppervlaktewater, een goede bodemkwaliteit, water­ beschikbaarheid ,waterveiligheid en drinkwater. In het Bodem- en Waterprogramma 2022-2027 provincie Utrecht (BWP) is het bodem- en waterbeleid voor deze thema’s gebundeld. Hiermee wordt mede invulling gegeven aan het wettelijk verplichte Regionaal Waterprogramma. Thema 3: Duurzame Energie Duurzame energieopwekking zorgt voor een reductie van CO2-emissies en is dus van groot belang om de opwarming van de aarde te beperken. Er is echter ook een spanningsveld met Gezond en Veilig. Zo kunnen windmolens en zonneakkers de beleving van het landschap verstoren, windmolens geluidsoverlast veroorzaken en beïnvloeden biomassa­ installaties, evenals particuliere houtstook, de luchtkwaliteit (fijn stof en geur). Het vervoer en de opslag van energie kunnen externe veiligheids­risico’s met zich meebrengen en straling van elektromagnetische velden.

De provincie streeft naar een optimale inpassing van energieopwekking in het landschap en de gebouwde omgeving en ziet particuliere houtstook niet als transitiebrandstof. Het doel van de provincie in het Programmaplan Energie­ transitie 2020-2025 is om in 2040 energie­neutraal te zijn. Dat betekent dat binnen de provincie per saldo evenveel duurzame energie wordt opgewekt als er wordt verbruikt. Daarvoor worden Regionale Energiestrategieën opgesteld, waaraan de provincie met een groot aantal andere partners bijdraagt. Besparingsmaatregelen, ook in de gebouwde omgeving, zorgen ervoor dat minder energie hoeft te worden opgewekt. De ruimtelijke aspecten van duurzame energie-ontwikkeling (zoals de plaatsing van windmolens en zonnepanelen) spelen hierin een belangrijke rol.

Figuur C.3: Effecten klimaat op leefomgeving en gezondheid (RIVM, 2016).

Thema 4: Vitale Steden en Dorpen Verdichting en geconcentreerde toevoeging van woningbouw zorgt al snel voor meer geluidshinder, emissies naar de lucht, en lichthinder. Tegelijkertijd genereert compacte stedenbouw draagvlak voor openbaar vervoer en lopen en fietsen; creëert het kansen voor collectieve voorzieningen en sociale contacten. Ook zorgt het dat er ruimte blijft voor onder andere groene ruimte en stiltegebieden elders in de provincie. Er is veel creativiteit en inventiviteit nodig om de verdichting zo te realiseren dat negatieve effecten van geluid, licht en emissies naar de lucht beperkt blijven. Vooral bij bouwprojecten op binnenstedelijke locaties en bij stations waar de milieubelasting al relatief hoog is. Onze ambitie is: behoud en versterking van de kwaliteit van de woonomgeving; gevarieerd en met aandacht voor de openbare ruimte met groen en blauw en ruimte om te bewegen en laagdrempelige en goed bereikbare voorzieningen De huidige dynamiek op de woningmarkt vraagt om meer adaptiviteit en samenwerking. In de Omgevingsvisie is een

nieuwe systematiek van gezamenlijke regionale programmering beschreven. Samen met gemeenten werken we op regionaal niveau aan programma’s voor wonen en werken. De essentiële informatie uit de 3 regionale programma’s wordt opgenomen in het provinciale programma wonen en werken. Met dit programma wordt uitvoering gegeven aan de in de Omgevingsvisie omschreven woningbouwopgave (170.000 woningen tot 2050) en bevat kwantitatieve en kwalitatieve afspraken. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de keuze uit de Omgevingsvisie om de ruimtevraag grotendeels te accommoderen via binnenstedelijke en binnendorpse ontwikkeling (conform basisprincipes verstedelijking). Ook is een beperkt aantal stedelijke uitbreidingslocaties aangemerkt. Utrechtse gemeenten kunnen in de toekomst omgevingsplannen uitwerken voor de in het programma opgenomen locaties. Via het Uitvoeringsprogramma Versnelling Woningbouw 2021-2024 zet de provincie zich in om bij te dragen aan de ambitie per jaar 10.000 woningen te bouwen, waarvan tenminste de helft in het sociale of middel dure segment. De provincie neemt een actieve rol bij het ondersteunen van gemeenten, agendering, kennis te ontwikkelen en te delen, het monitoren van voortgang.

ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 83

In de Economische Visie 2020-2027 wordt ingezet op het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid die een grote meerwaarde voor de provincie heeft. Ook zorgvuldig ruimtegebruik is een belangrijk onderwerp. Dit is belangrijk vanwege de beperkte ruimte in onze provincie in combinatie met de behoefte aan toegankelijk groene ruimte nabij stad en dorp. Het gaat bij zorgvuldig ruimtegebruik ook om de aandacht voor groen op daken en gevels en in de buitenruimte.

trekken, en er meer binding is met hun woonomgeving. Het inzetten op groene scheggen vanuit de stedelijke gebieden naar het omliggende landschap is hierbij noodzakelijk. Mogelijk ook dat er vanuit dit thema kansen zijn om de groene ruimte om de steden en dorpen te beschermen. Het is belangrijk dat inwoners landschap, erfgoed en cultuur vooral te voet, met de fiets en het openbaar vervoer kunnen bezoeken.

Thema 5: Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar De provincie Utrecht wordt gekenmerkt door veel doorgaand trein-, auto-, vaar- en vrachtverkeer. Daar komt het regionale en lokale verkeer nog bij. Ook het gebruik van het luchtruim boven de provincie Utrecht neemt toe en zorgt voor steeds meer hinder. Vanuit aspecten van gezond en veilig is het zaak om zoveel mogelijk in te zetten op stille en schone vervoerswijzen met minder beslag op de openbare ruimte, om schadelijke emissies te voorkomen, ruimtegebruik te beperken en actief bewegen te bevorderen. Daarnaast is een verantwoorde inpassing van bestaande en nieuwe infrastructuur voor wegverkeer en (H)OV belangrijk, om zo de blootstelling aan fijnstof en NO2 te verminderen en geluidsoverlast te beperken. Tenslotte is een goede verkeersveiligheid van groot belang.

Het Utrechts Programma Hollandse Waterlinie 2020-2023 richt zich op behoud en ontwikkeling van het Unesco werelderfgoed de Nieuwe Hollandse Waterlinie in aanvulling op de Stelling van Amsterdam. Er zijn volop kansen om in uitvoeringsprojecten aspecten van een gezonde en veilige leefomgeving mee te nemen. Denk bijvoorbeeld aan inzet op meer bewegen via gezamenlijke wandel- en fietsroutes en ontwikkelen gebieden die groen en rust bieden in een sterk verstedelijkte omgeving.

Het Mobiliteitsprogramma bevat de uitvoeringsdoelen en acties behorend bij de Mobiliteitsvisie 2014-2028. Het programma zet in op het beperken van hinder voor inwoners met schone en stille vervoerswijzen. Daarnaast wordt goederenvervoer over water en spoor gestimuleerd. Met gedragsbeïnvloeding en betere benutting van bestaande netwerken wordt gepoogd de doorstroming voor openbaar vervoer en fiets te verbeteren. Dit Programma moet herzien worden, waarbij het beleid in de Omgevingsvisie en de notitie Utrecht Nabij leidend zijn. Ook het Actieplan omgevingslawaai provinciale wegen moet hierbij mee­ genomen worden. Thema 6: Levend landschap, erfgoed en cultuur Aandacht voor het landschap en het erfgoed en cultuur is belangrijk. De verhalen, de beleefbaarheid en toegankelijkheid van de verschillende gebieden zorgen dat de Utrechters er mogelijk vaker op uit

84 | BIJLAGEN

Thema 7: Toekomstbestendige natuur en landbouw In de Omgevingsvisie is de ambitie opgenomen om toe werken naar een landbouwsector met economisch rendabele bedrijven die circulair, natuur-inclusief, klimaatneutraal en diervriendelijk zijn (kringlooplandbouw), en dicht bij de inwoners staan. Zowel in de natuurgebieden als in de agrarische gebieden streven we naar een goede recreatieve toegankelijkheid voor wandelen en fietsen om zo een gezonde leefstijl te faciliteren, zonder dat de veiligheid (denk aan conflicten met landbouwverkeer of bestrijdingsmiddelen) of de belangen van de natuurbehoud en -versterking in het geding komen. Zonering is daarbij van belang, zodat ook voldoende stille natuurgebieden overblijven. Het landbouwbeleid van de Provincie is opgenomen in de Landbouwvisie (2018), de Samenwerkingsagenda Landbouw (2019) en de Voedsel­agenda 20212023. De visie van de provincie is dat de landbouw in 2025 voedsel produceert, het landschap open en groen houdt, bijdraagt aan milieudoelen en inspeelt op de vraag naar rust, ruimte en beleving. Met de voedselagenda zetten we in op duurzaam en gezond voedsel voor onze inwoners. Naast de productie van

voedsel en drager van het landschap is de agrarische sector ook een belangrijke bron van emissies van geur, fijnstof en ammoniak (stikstof en veroorzaker van secundair fijnstof). We zetten in op monitoring van deze emissies en stellen eisen en normen in de vergunningen. Waar moge­ lijk en het meest van invloed op onze gezondheid zoeken we naar oplossingen om deze emissies te verminderen. De kern van het natuurbeleid in de Natuurvisie Utrecht (2017) is het behouden, versterken en verbinden van de natuur. Dit vraagt om een robuust netwerk van be­ schermde natuurgebieden die met elkaar verbonden zijn. De provincie vindt het belangrijk dat vrijwel alle natuur­ gebieden opengesteld en toegankelijk zijn Het NNN heeft een bijzondere bescherming die is vastgelegd in onze provin­ ciale verordening. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, activiteiten of functies wordt beoordeeld of zij geen negatieve gevolgen hebben voor de aanwezige natuurwaarden. Ook de groene contour (toekomstig NNN) wordt beschermd tegen onomkeerbare ontwikkelingen. Daarnaast heeft het leefgebied van de weidevogels in de weidevogelkerngebieden een bescherming gekregen. Voor de gehele provincie geldt een wettelijke bescherming van flora- en fauna, houtopstanden en Natura 2000 gebieden (nu Wet natuurbescherming straks Omgevingswet).

De aantrekkelijkheid van het landschap wordt vergroot via agrarisch natuurbeheer, ecologisch bermbeheer en aanleg en her­stel van kleine landschapselementen. Ook streeft de provincie naar uitbreiding van het bosareaal. Dit is beschreven in de Omgevingsvisie en wordt verder uitgewerkt in het strategisch bosbeleid. Dit draagt bij aan de natuurbe­leving op korte en langere afstand van de woonomgeving en draagt bij aan een leefomgeving die een gezonde leefstijl bevordert.

ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 85

Bijlage D: Aanvaardbare hinderniveaus bij 4 typen geur Bij het bepalen van het aanvaardbaar hinderniveau wordt gebruik gemaakt van vier typen geur. Hierbij is uitgegaan van de geurconcentratie bij een hedonische waarde van –2.

De aanvaardbare geurhinderniveaus voor de verschillende geurgevoelige objecten kunnen door gemeenten worden toegepast in hun Omgevingsplan. Dit zal vervolgens leidend zijn voor de vergunningverlening aan geur ver­ oorzakende activiteiten.

De hedonische waarde geeft de aangenaamheid van geur aan. Als een bepaalde geur niet aangenaam ruikt, wordt dit hinderlijker naarmate de concentratie van de geur hoger is. TYPE GEUR

GEURCONCENTRATIE

zeer hinderlijk

< 1,5 ouE/m³

hinderlijk

1,5 - 5 ouE/m³

minder hinderlijk

5 - 15 ouE/m³

niet hinderlijk

> 15 ouE/m³

Tabel D.1: Aanvaardbare hinderniveaus bij 4 typen geur

86 | BIJLAGEN

Bijlage E: Gebruikte literatuur ■

Actualisatie voor de Nationale Adaptatiestrategie (2016), RIVM rapport 2014-0044 S. Wuijts et al.

■  CBS, 2016. Compendium voor de Leefomgeving. ■

CBS, PBL, RIVM en WUR, 2020. Compendium voor de Leefomgeving (CLO).

■

Diverse provinciale programma’s en beleid: zie bijlage C.

■  GGD, 2019. GGD-Richtlijn omgevingsgeluid en gezondheid. ■

GGD GHOR en RIVM, 2020, Kernwaarden gezonde leefomgeving.

■

GGD-regio Utrecht, GGD buurtmonitor Provincie Utrecht.

■  https://www.staatvanutrecht.nl/specials/groei-van-de-bevolking ■  Metropoolregio Utrecht010, provincie Utrecht, gemeente Utrecht, USP, 2021. Schaalsprong OV en Verstedelijking Metropoolregio Utrecht; Gezonde en duurzame groei vanuit het hart van Nederland; Position paper ter ondersteuning van het investeringsvoorstel “Schaalsprong OV en Verstedelijking Metropoolregio Utrecht”, ingediend voor het Nationaal Groeifonds. ■

Provincie Utrecht, 2019. Coalitieakkoord Nieuwe Energie voor Utrecht (2019-2023).

■  Provincie Utrecht, 2020. Gezond bewegen. Een brede kijk op bewegen in de provincie Utrecht. ■

Provincie Utrecht, 2021. Omgevingsvisie provincie Utrecht.

■

Provincie Utrecht, 2021a, Provinciale Rapportage Luchtkwaliteit.

■  RIVM, 2015. Adviesrapport Geur en Gezondheid (p. 27) https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2015-0106.pdf ■

RIVM, 2016. Effecten klimaat op gezondheid.

■  RIVM, 2017. Gezonde leefomgeving, gezonde mensen. ■ RIVM 2020, emissieregistratie http://www.emissieregistratie.nl/erpubliek/bumper.nl.aspx ■  RIVM, 2020. Nieuwe gezondheidskundige richtlijnen voor omgevingsgeluid. Nadere gezondheidskundige analyses. RIVM-rapport 2020-0148.

ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 87

Bijlage F: Kaarten

Abcoude

Nederhorst den Berg

Uithoorn Mijdrecht

Vinkeveen

Wilnis Breukelen

Maarssen

Bilthov

De Bilt

Woerden

Harmelen

Vleuten

Utrecht

De Meern

Bunnik Montfoort

Oudewater

Nieuwegein IJsselstein

Vianen Lopik

Leerdam

Houten

CON CEPTPROGRAM M A GEZON D EN VEI LI G PROVI N CI E UTRECH T Besl u i t Gedepu teerde Staten , 1 4 dec 2 02 1 Eemnes

0

Bunschoten-Spakenburg

D OM E I N LE E FOM G E VI N G, TE AM GI S ON D E R GR ON D : 2 02 1 , KAD ASTE R

Lu ch th aven terrei n

Baarn

l u ch th aven terei n m et stru ctu reel geb ru i k voor recreati ef verkeer Hoogland

Soest

Amersfoort Leusden

ven Soesterberg

Zeist Woudenberg

Odijk

DriebergenRijsenburg

5 km

Doorn

Veenendaal Leersum Amerongen

Wijk bij Duurstede Rhenen

Abcoude

Nederhorst den Berg

Uithoorn Mijdrecht

Vinkeveen

Wilnis Breukelen

Maarssen

Biltho

De Bilt

Woerden

Harmelen

Vleuten

Utrecht

De Meern

Bunnik Montfoort

Oudewater

Nieuwegein IJsselstein

Vianen Lopik

Leerdam

Houten

CON CEPTPROGRAM M A GEZON D EN VEI LI G PROVI N CI E UTRECH T Besl u i t Gedepu teerde Staten , 1 4 dec 2 02 1 Eemnes

0

Bunschoten-Spakenburg

5 km

D OM E I N LE E FOM G E VI N G, TE AM GI S ON D E R GR ON D : 2 02 1 , KAD ASTE R

Sti l tegeb i ed

Baarn

aan d ach tsgeb i ed sti l tegeb i ed b u fferzon e sti l tegeb i ed Hoogland

sti l l e kern

Soest

Amersfoort Leusden

oven Soesterberg

Zeist Woudenberg

k Odijk

DriebergenRijsenburg

Doorn

Veenendaal Leersum Amerongen

Wijk bij Duurstede Rhenen

Abcoude

Nederhorst den Berg

Uithoorn Mijdrecht

Vinkeveen

Wilnis Breukelen

Maarssen

Biltho

De Bilt

Woerden

Harmelen

Vleuten De Meern

Utrecht

Bunnik Montfoort

Oudewater

Nieuwegein IJsselstein

Vianen Lopik

Leerdam

Houten

CON CEPTPROGRAM M A GEZON D EN VEI LI G PROVI N CI E UTRECH T Besl u i t Gedepu teerde Staten , 1 4 dec 2 02 1 Eemnes

0

Bunschoten-Spakenburg

5 km

D OM E I N LE E FOM G E VI N G, TE AM GI S ON D E R GR ON D : 2 02 1 , KAD ASTE R

Geu roverl ast b ed ri jven

Baarn

m ati ge geu rb el asti n g h oge geu rb el asti n g zeer h oge geu rb el asti n g

Hoogland

Soest

Amersfoort Leusden

oven Soesterberg

Zeist Woudenberg

k Odijk

DriebergenRijsenburg

Doorn

Veenendaal Leersum Amerongen

Wijk bij Duurstede Rhenen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=09d3ce0e-58cf-4df3-8df4-64b3af7b6ef5