CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

20220405 - RIB Zienswijze ontwerp Programma gezond en veilig 2022-2025 provincie Utrecht - Bijlage 1 - Provinciale programma gezond en veilig.pdf

Raadsvergadering 23 mei 2022, gemeente MontfoortBij agendapunt: Raadsvoorstel en ingekomen raadsinformatiebrieven sinds 11 april32.847 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

meegaat (bv. woningen of wegen), inclusief de daarbij behorende gezondheidsaspecten. Daarom willen we dat de milieukwaliteit zo goed mogelijk is. We redeneren daarom steeds meer in termen van ‘gezondheidswinst’, waarbij we streven naar een continue verbetering van de milieukwaliteit. Bij een aantal milieuthema’s maken we daarvoor gebruik van de WHO-advieswaarden, die scherper zijn dan de nationale wetgeving. Met enige regelmaat worden deze advieswaarden aangepast op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten. Het streven naar een steeds verdere verbetering past in deze lijn. Met deze beleidskeuze (tabel 3.1) wordt nadere invulling geven aan de volgende twee provinciale belangen (tabel 3.2) zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.3 van de Omgevingsvisie:

BELEIDSKEUZES

INZET GEZOND EN VEILIG

We dragen bij aan het overal waarborgen van minimaal de wettelijke milieukwaliteit met het stellen, handhaven en toetsen van de bijbehorende normen. We werken aan een continue verbetering van de milieukwaliteit om zoveel mogelijk gezondheidswinst te behalen.

–  Uitvoering van ons milieubeleid (Hoofdstuk 3). –  Stimuleringsbeleid en lobby bij Rijk en Europa (Hoofdstuk 3 en 4) –  Onze activiteiten voor Vergunningsverlening, Handhaving en Toetsing (§4.3)

Tabel 3.1: Beleidskeuzes en inzet van de provincie Utrecht voor het beschermen van de gezondheid met milieubeleid

36 | BESCHERMEN VAN DE GEZONDHEID MET MILIEUBELEID

PROVINCIAAL BELANG

TOELICHTING

Bevorderen van een gezonde leefomgeving.

De provincie heeft wettelijke/ (boven)regionale taken op het gebied van geluid, stilte, luchtkwaliteit, geur en waterkwaliteit. Het betreft het beperken van de milieubelasting vanuit diverse bronnen naar waarden die niet negatief bijdragen aan de gezondheid van onze inwoners.

Bevorderen van een veilige inrichting van de leefomgeving.

De provincie heeft wettelijke/ (boven)regionale taken op het gebied van waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid op en rond de provinciale infrastructuur.

Tabel 3.2: De provinciale belangen van de provincie Utrecht die van belang zijn voor het beschermen van de gezondheid met milieubeleid

We beschrijven in dit hoofdstuk het milieubeleid voor geluid (§3.2), luchtkwaliteit (§3.3), geur (§3.4) en externe veiligheid (§3.5). De provincie heeft voor deze vier thema’s wettelijke taken om de gezondheid van inwoners te waarborgen. De verantwoordelijkheid van de provincie in relatie tot de verantwoordelijkheid van partners, en de bevoegdheid tot het afwijken van de normen, verschilt per thema. Elk thema is in dit hoofdstuk op een soortgelijke manier opgezet en kent drie onderdelen: 1. Introductie en maatschappelijk belang: Het belang van het thema en de wijze waarop de wet- en regel­ geving voor het thema is ingericht. 2.  Ambitie en doelstellingen: Wat wil de provincie de komende periode met haar partners bereiken, wat zijn de belangrijkste beleidsuitspraken uit de Omgevingsvisie die nader worden uitgewerkt? 3.  Beleid en uitvoering: Hoe gaat de provincie ervoor zorgen dat de ambities en doelen worden bereikt? Welk beleid is er geformuleerd en welke wijzigingen treden hier eventueel in op? Welke instrumenten worden ingezet en met wie werkt de provincie samen? Daarna gaat het hoofdstuk in op: Omgang met stoffen en materialen (Circulaire economie, Zeer Zorgwekkende Stoffen en Asbest), varend ontgassen, straling en licht­ hinder (§3.6).

3.2 Verminderen geluidsbelasting 3.2.1 Introductie en maatschappelijk belang Utrecht is een drukke provincie. Op veel plekken hebben inwoners te maken met geluid van verkeer, bedrijven,

huishoudens (burenlawaai) en activiteiten zoals festivals en evenementen. De hoge bevolkingsdichtheid, de voortgaande verstedelijking en de groei van de mobiliteit maken dat het moeilijk is overal een goede geluidskwaliteit te waarborgen. Deze groei maakt dat de bescherming van inwoners tegen geluidsbelasting een steeds grotere uitdaging wordt. Bronnen van geluidshinder Volgens het RIVM ondervindt meer dan de helft van de inwoners van de provincie Utrecht tenminste enige geluidshinder van wegverkeer. Dit is het hoogste aandeel onder alle Nederlandse provincies (Figuur 3.1). Daarnaast ondervinden inwoners last van andere geluidsbronnen, zoals buren, vliegverkeer, bouwactiviteiten, evenementen en bedrijven. Ook blijkt de hinder door spoorverkeer groter dan aanvankelijk gedacht en is deze vergelijkbaar met het wegverkeer. De mate van overlast door geluid is per persoon en per situ­ atie verschillend. In algemene zin neemt vanaf 61 dBLden het risico op gezondheidseffecten significant toe. Recent onderzoek laat zien dat geluid in het algemeen meer gezondheidseffecten heeft dan tot nu toe verondersteld. Blootstelling aan geluid kan zorgen voor slaapverstoring, concentratieverlies, onrust en verhoogde bloeddruk. Het kan ook ernstige negatieve gezondheids­effecten als harten vaatziekten veroorzaken. Om een indicatie te geven van de huidige omvang van het probleem: ca.

12 % van de woningen in de provincie Utrecht heeft een geluids­ belasting van meer dan 60 dBLden. Wet- en regelgeving Geluid is vooral een lokaal fenomeen: de bron van het geluid en de ontvanger bevinden zich meestal relatief dicht bij elkaar. Veel geluidswetgeving heeft dan ook betrekking op het geluidsniveau dat een geluidsbron in de directe om-

ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 37

Groningen Friesland Drenthe Overijssel Flevoland Gelderland Utrecht Noord Holland Zuid Holland Zeeland Noord Brabant Limburg

0

20

40

Ernstige hinder

Minstens hinder

60 Minstens enige hinder

80

100

Geen hinder

Figuur 3.1: Aandeel gehinderden door geluid van wegverkeer per provincie in 2016 (CLO; 2020)

geving veroorzaakt. De geluidsveroorzaker en de functie die hier last van heeft (‘geluidsgevoelige bestemming’) worden daarbij altijd in samenhang beschouwd. Het geluidsniveau wordt gemeten in decibellen. De geluidsbelasting wordt uitgedrukt in dBLden (Decibel Level day-evening-night), de maat voor de gemiddelde geluidsbelasting en is een jaargemiddelde.

De geluidsbelasting ’s avonds en ’s nachts wordt hierbij veel zwaarder mee­gerekend dan die van overdag, omdat het geluid dan hinderlijker is vanwege slaapverstoring. Niet iedere geluidsbron zorgt bij hetzelfde geluidsniveau voor evenveel geluidshinder. Zo is het geluid van wind­ turbines bij hetzelfde geluidsniveau bijvoorbeeld hinder­ lijker dan het geluid van (spoor)wegen.

NIEUW BELEID VOOR GELUID IN DE OMGEVINGSWET Het instrumentarium dat beschikbaar is voor de uitvoering van de provinciale geluidstaken is gewijzigd met de Omgevingswet. De daarin opgenomen geluidswetgeving is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: ■  Het beschermen van de burger tegen een onbeheerste toename van geluid. ■

Het voorkomen van nieuwe situaties met te hoge geluidbelastingen.

■

Het verbeteren van bestaande situaties met te hoge geluidbelastingen.

■

Het ruimte bieden voor ontwikkeling van mobiliteit, industrie en woningbouw binnen nationale kaders, maar met flexibiliteit voor maatwerk in lokale situaties.

■

Het helder scheiden van de verantwoordelijkheden van de geluidsveroorzaker en diegene die de ontwikkelingen in de omgeving van de geluidsbron mogelijk maakt.

In het Omgevingsplan kunnen geluidbelastende activiteiten en geluidgevoelige gebouwen evenwichtig worden toegedeeld aan locaties. Bij deze afweging geeft de Omgevingswet meer ruimte om gezondheidsverbetering in de besluitvorming te betrekken. Ook kunnen geluidregels of andere gebruiksregels worden opgenomen die de geluidproductie door activiteiten of het geluid op geluidgevoelige gebouwen beperken.

38 | BESCHERMEN VAN DE GEZONDHEID MET MILIEUBELEID

GELUIDBRONSOORTEN

STANDAARDWAARDE IN LDEN (DB)

GRENSWAARDE INLDEN (DB) NIEUWE GELUID­ GEVOELIGE GEBOUWEN

AANLEG OF AANPASSING BRON

Rijkswegen, provinciale wegen

50

60

65

Gemeentewegen en waterschapswegen

53

70

70

Hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen

55

65

70

Industrieterreinen

50

55

60

40 Lnight

45 Lnight

50 Lnight

Tabel 3.3: Normen voor geluidshinder in de Omgevingswet

Gemeenten en provincie hebben ieder hun eigen wettelijke verantwoordelijkheden als het gaat om de bescherming van de gezondheid van bewoners en bezoekers. De huidige wetgeving biedt geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, bescherming tegen geluid­ hinder vanuit verschillende bronnen. Bij lokale en regionale infrastructuur (wegen en trambanen) wordt het geluids­ niveau getoetst voorafgaand aan aanleg of reconstructie, of bij de bouw van woningen in de buurt van (spoor) wegen. Hierbij wordt uitgegaan van een aandachtszone langs een (spoor)weg, waarbinnen voorkeurswaarden en maximale grenswaarden worden gesteld aan de geluidsbelasting op de gevel van een geluidsgevoelige bestemming (bijvoorbeeld de woning). Toetsing van de waarden vindt plaats bij het vaststellen van het bestemmingsplan of bij verkeers­projecten. De Wet geluidhinder kent veel verschillende normen. Deze normen zijn brongericht en er is voor gezondheid geen rekening gehouden met de cumulatie van geluid van verschillende bronnen. In de praktijk komt deze situatie echter wel voor. In de – nieuwe – Omgevings­wet zijn de verschillende normen voor geluidhinder terug­gebracht tot een beperkt aantal, namelijk de grens­waarden2 en de standaardwaarden3. Deze zijn opgenomen in Tabel 3.3. Toetsing van deze waarden vindt plaats in het kader van de Omgevingsplannen of de handhaving van geluid­productieplafonds.

3.2.2 Ambitie en doelstelling Onze ambitie is het bereiken van een goede geluids­ kwaliteit in de gehele provincie, waardoor de gezondheids­ risico’s voor inwoners zo beperkt mogelijk zijn. We willen de geluidsoverlast veroorzaakt door mobiliteit, industrie, de woonomgeving en evenementen zoveel mogelijk beper­ ken. Gemeenten zijn voor een groot deel verantwoordelijk hiervoor. Wij willen met hen samenwerken en hen onder­ steunen om deze ambitie te realiseren. Beleidsuitspraak 1 (opgenomen in de Omgevingsvisie): Wij streven ernaar dat de gezondheidsrisico’s als gevolg van geluidsbelasting minimaal zijn, waarbij we in 2030 voor nieuwbouw van woningen en andere geluidgevoelige gebouwen zo veel mogelijk willen voldoen aan de WHOadvies­waarden voor geluid. Toelichting: Om de gezondheidsrisico’s als gevolg van geluidsbelasting te minimaliseren, streven we bij nieuwbouw naar het bereiken van de advieswaarden voor geluidsbelasting van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) 2018. De verschillende normen zijn brongericht en zijn min of meer gelijk aan de standaardwaarden uit de Omgevingswet. We gaan dit monitoren door gebruik te maken van de cumulatieve berekende geluidsbelasting door het RIVM en/of hinderbelevingscijfers van de GGD monitor.

2 Bij de ‘grenswaarden’ gaat het om een harde ondergrens, waarvan alleen bij uitzondering en alleen in aangegeven gevallen (zoals bij “zwaarwegende belangen”) kan worden afgeweken (bron: Aanvullingsbesluit geluid Ow – NvT algemeen deel) 3 De ‘standaardwaarden’ zijn strenger dan de grenswaarden, maar bevatten de standaardnorm. Wanneer in een omgevingsplan wordt afgeweken van de standaard­waarde, vergt dit een deugdelijke motivering. ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 39

In het geval dat niet aan de standaardwaarde kan worden voldaan, dan is onder de Omgevingswet een deugdelijke motivering nodig. Daarbij gelden uiteraard voorwaarden over het afwegen van geluidbeperkende maatregelen, het treffen van geluidwerende voorzieningen en de gezondheidsrisico’s.

DE WHO-ADVIESWAARDEN VOOR GELUID De advieswaarden van de WHO zijn zo opgesteld dat

luidsbelasting nog verder te verlagen (RIVM, 2020). Recente onderzoeken naar gezondheidseffecten van geluid laten zien dat er meer gezondheidseffecten zijn dan tot nu toe van werd uitgegaan. Echter, gezien de benodigde investeringen is voor bestaande woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen een maximale geluidsbelasting van 60 dBLden op dit moment het hoogst haalbare en in die zin acceptabel. Toekomstige wijzigingen in het verkeers­ aanbod en -stromen, alsmede innovatieve ontwikkeling­en voor reductie van geluidhinder in de toekomst bieden een perspectief dat in 2040 deze doelstelling haalbaar is.

circa 10% van de mensen die aan deze geluidwaarde wordt blootgesteld dit als ernstige geluidhinder ervaart. Circa 3% heeft last van ernstige slaapverstoring, er is

Beleidsuitspraak 3 (opgenomen in de omgevings­visie): We hebben voldoende stiltegebieden in 2040.

ten hoogte 5% toename van het risico op hart- en vaatziekten en 10% toename van het risico op verhoogde bloeddruk. Verder mag het risico op gehoorschade niet toenemen en mag lees-/taalachterstand bij kinderen maximaal met één maand toenemen.

Beleidsuitspraak 2 (opgenomen in de omgevingsvisie): Voor bestaande woningen en andere geluidgevoelige gebouwen streven we naar het niet verder toenemen van de geluidhinder tot 2040. Een geluidsbelasting van maximaal 60 dB is, gegeven de huidige infrastructuur, acceptabel. Toelichting: We streven ernaar dat de geluidsbelasting van bestaande geluidsgevoelige gebouwen, zoals woningen niet verder toeneemt. Ook niet van de gebouwen die te maken hebben met een geluidsbelasting die lager is dan 60 of zelfs 53 dBLden. Wij vinden een geluidsbelasting van maximaal 60 dBLden voor bestaande geluidgevoelige gebouwen acceptabel. Bij geluidsbelasting boven de 60 dBLden nemen de gezondheidsrisico’s, waaronder het risico op hart- en vaatziekten, sterk toe, met bijkomende effecten op het welzijn en de kosten van de gezondheidszorg. De 60 dBLden geluidsbelasting werd in 2016 overschreden bij 12 procent van de woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen in de provincie. Wegen zijn hierbij de belangrijkste geluidsbron. De door ons gestelde hoogste waarde van 60 dBLden is hoger dan de voorkeurswaarde (standaardwaarde onder de Omgevingswet). In principe is het uit gezondheidsoogpunt wenselijk om de wettelijk maximale toegestane ge-

40 | BESCHERMEN VAN DE GEZONDHEID MET MILIEUBELEID

Toelichting: Als tegenwicht voor de drukte elders is het belang­ rijk dat onze inwoners kunnen beschikken over grote gebieden waar de rust is gegarandeerd. We be­ schermen hiervoor de reeds bestaande stiltegebieden. Dit zijn gebieden waar de provincie regels stelt aan het behoud van het rustige karakter. Iedereen kan hier op een laagdrempelige manier rust en ruimte zoeken. Daarnaast besteden we aandacht aan het behoud van gebieden in de nabijheid van steden waar de geluidsbelasting relatief laag is, maar die niet aan het beoogde kwaliteitsniveau van een stiltegebied kunnen voldoen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de omgeving van Kockengen en Teckop en de omgeving van Westbroek. In samenspraak met het RIVM willen we verder uitwerken hoeveel stiltegebieden en van dit soort rustige gebieden in de nabijheid van steden in de provincie Utrecht er in de toekomst nodig zijn.

3.2.3 Beleid en uitvoering Centraal in het provinciale geluidsbeleid staat het beperken van gezondheidsrisico’s. Wij hebben hierop zelf directe invloed wanneer het gaat om functies en activiteiten die onder onze bevoegdheid vallen: provinciale wegen en tramlijnen, regionale luchthavens en een klein deel van de bedrijvigheid (de grote complexe bedrijven, die veel lawaai maken). Als tegenpool voor het lawaai in de stedelijke omgeving heeft de provincie de taak om stiltegebieden aan te wijzen en te behouden. Daarnaast werken we in het kader van de Samenwerkingsagenda Geluid samen met gemeentes bij het terugdringen van geluidshinder vanuit lokale bronnen die onder de gemeentelijke bevoegdheid vallen.

Verminderen van Geluidsbelasting langs Provinciale Wegen De provincie is als wegbeheerder verantwoordelijk voor het verminderen van geluidhinder langs provinciale ­wegen. Wij werken hieraan met (1) het Actieplan Omgevings­lawaai Provinciale Wegen en (2) het vaststellen van Geluids­ productieplafonds. 1. Actieplan Omgevingslawaai Provinciale Wegen De provincie is als wegbeheerder verantwoordelijk voor het verminderen van geluidhinder langs provinciale wegen. Op basis van de EU Richtlijn omgevingslawaai moet de provincie een maal per vijf jaar de geluidsbelastingen van de bij haar in beheer zijnde wegen opstellen. Op basis van deze geluidkaarten moet binnen een jaar een actieplan omgevingslawaai worden opgesteld. Onder de Omgevingswet is dit een verplicht programma. Het bestaande Actieplan Omgevingslawaai Provin­ ciale Wegen 2018-2023 zet in op het verminderen van de geluidsbelasting veroorzaakt door provinciale wegen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de geluidscontour provinciale wegen 61 dB. De doelstelling is om het aantal woningen met een geluidsbelasting van meer dan 60 dBLden langs de provinciale wegen terug te brengen. In 2023 zal dit Actieplan Omgevingslawaai worden geactualiseerd en herzien. Bij bestaande situaties worden, mits doelmatig4, reducerende maatregelen getroffen.

Het accent bij deze geluidsanering ligt op bronmaatregelen (geluidsreducerend asfalt, snelheidsverlaging) en maatregelen in de overdracht (geluidschermen, diffractoren, Whiswalls etc.). Mochten deze niet mogelijk zijn, dan komen gevelmaatregelen in beeld. Woningen, met een geluidsbelasting van meer dan 60 dB en een binnenniveau van 36 dB of meer, komen in aanmerking voor gevelmaatregelen. Hierbij worden bewoners geattendeerd op de mogelijkheid om gelijktijdig warmte-­ isolatiemaatregelen te treffen. Voor een deel van deze sanering, namelijk het gedeelte dat conform de Omgevingswet uitgevoerd moet worden, stelt het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat rijksmiddelen beschikbaar.

Daarnaast bevat de Provinciale (ontwerp) Omgevingsverordening, een instructieregel die de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen langs provinciale wegen met hoge geluidsbelastingen zoveel mogelijk voorkomt. Zodra de Omgevingswet in werking treedt, zal deze regel van kracht worden. 2. Vaststellen van Geluidproductieplafonds langs provinciale wegen Binnen twee jaar na ingang van de Omgevingswet dient de provincie als wegbeheerder geluidproductieplafonds (GPP’s) langs provinciale wegen vast te stellen. GPP’s zijn theoretisch maximale geluidsniveaus die elke 100 meter worden berekend, op 50 meter afstand aan weerszijden van de weg. Dit gebeurt met een vastgesteld reken­model op basis van het type verharding, het aantal voertuig­ bewegingen, en geluidreducerende maatregelen op en naast de weg (Figuur 3.2). Deze GPP’s stellen een heldere grens aan de toelaatbare hoeveelheid geluid. Als een weg drukker wordt en meer geluid gaat produceren en het vastgestelde GPP wordt overschreden dient de provincie maatregelen te treffen. Die maatregelen kunnen bestaan uit geluidsreducerend asfalt of geluidwerende voorzieningen. De GPP’s moet binnen vooralsnog twee jaar na het in werking treden van de Omgevingswet worden vastgesteld. Van rechtswege zal dit gebeuren op het huidige geluidsniveau, verhoogd met een zogenoemde ‘werkruimte’ van 1,5 dB.

Deze werkruimte is bedoeld om te voorkomen dat een provinciale weg bij de minste of geringste wijziging in het verkeersaanbod “op slot” komt te zitten en al na enkele jaren overgegaan moet worden op wijzigingen in het geluid­productieplafond. Ook kan de provincie, indien daartoe aanleiding is, afwijken van de hoogte van de werkruimte. Dit kan noodzakelijk zijn indien er bijvoorbeeld grootschalige woningbouwplannen in de omgeving bestaan en er sprake is van grootschalige negatieve gezondheidseffecten doordat er veel nieuwe inwoners bijkomen. 3. Verminderen van geluidsbelasting door bedrijvigheid Utrecht kent een aantal bedrijven waarvoor de provincie het bevoegd gezag is: de zogenaamde ‘grote lawaai­makers’.

4 Hiervoor is een doelmatigheidscriterium vastgesteld. Parameters zijn dan het aantal woningen en de hoogte van de geluidsbelasting.

ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 41

Figuur 3.2: Voorbeeld van het berekenen van Geluidsproductieplafonds (Bron: Nalevingsverslag geluidproductieplafonds rijkswegen 2015, Rijkswaterstaat)

De toegestane geluidsbelasting vanuit ieder van deze bedrij­ ven is opgenomen in hun Omgevingsvergunning. Al deze toegestane geluidsbelastingen moeten passen binnen het geluidproductieplafond dat voor het gehele industrieterrein is vastgesteld. De uitvoeringstaken op het gebied van vergunningverlening en handhaving voor deze bedrijven liggen bij de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD). In de provincie Utrecht worden de geluidproductie­plafonds voor de industrieterreinen waarop de grote lawaai­ makers, vaak samen met andere bedrijven, zijn gevestigd overigens door de gemeenten vastgesteld. 4. Beleid voor aangewezen luchthaventerreinen binnen Utrecht De provincie streeft naar een reductie van de geluidsbelasting door de luchtvaart met haar beleid voor aangewezen luchthaventerreinen, de ontheffingsverlening voor tijdelijk gebruik en het zoveel mogelijk voorkomen van overlast door landelijk vliegverkeer. De instructieregels voor de luchtvaart zijn opgenomen in de Provinciale Verordening. De provincie is het bevoegd gezag voor luchthaventer­ reinen met structureel gebruik voor recreatief vliegverkeer, luchtsporten en helihavens. (Zie Kaart 1 voor een overzicht van huidige terreinen). Er is sprake van ‘structureel gebruik’ wanneer een terrein meer dan 12 dagen per jaar

42 | BESCHERMEN VAN DE GEZONDHEID MET MILIEUBELEID

wordt gebruikt voor het starten en/of landen van luchtvaartuigen. Dit geldt voor de zogenaamde ‘aangewezen luchtvaartterreinen’. Voor elk aangewezen terrein geldt een luchtvaartregeling waarin onder andere is vastgelegd welke ‘gebruiksruimte’ er beschikbaar is bij de exploitatie. Bij aanvragen voor luchthavenregelingen dient nut en noodzaak van de beoogde activiteiten te worden aangetoond. De provincie sluit niet op voorhand uit dat er in de toekomst nieuwe aangewezen luchthaventerreinen komen. Om hinder en gevaar voor de bevolking en verstoring van de natuur zoveel mogelijk te voorkomen, worden wel strenge eisen gesteld aan de locatie en het gebruik hiervan. Zo worden geen nieuwe initiatieven ten aanzien van structureel helikopterverkeer en gemotoriseerde kleine en recreatieve luchtvaart luchthavens toegestaan nabij woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen (te weten onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven) in verband met geluidsoverlast. De initiatieven zijn ook niet toegestaan in stiltegebieden, het natuurnetwerk Nederland (NNN), de Groene contour, ganzenrustgebieden en weidevogelkerngebieden. Voor ganzenrustgebieden en weidevogelkerngebieden geldt dit uitsluitend voor de gevoelige periode (wintermaanden, resp. broedseizoen). Rondom deze gebieden wordt een

CON CEPTPROGRAM M A GEZON D EN VEI LI G PROVI N CI E UTRECH T Besl u i t Gedepu teerde Staten , 1 4 dec 2 02 1

Abcoude Eemnes

Nederhorst den Berg

Uithoorn Mijdrecht

0

Bunschoten-Spakenburg

5 km

D OM E I N LE E FOM G E VI N G , TE AM G I S ON D E R G R ON D : 2 02 1 , KAD ASTE R

Vinkeveen Lu ch th aven terrei n

Baarn

l u ch th aven terei n m et stru ctu reel geb ru i k voor recreati ef verkeer

Wilnis Hoogland

Breukelen

Soest

Amersfoort Maarssen

Leusden

Bilthoven Soesterberg

De Bilt

Woerden

Harmelen

Vleuten

Zeist

Utrecht

De Meern

Woudenberg Bunnik

Montfoort

Oudewater

Odijk

Nieuwegein

DriebergenRijsenburg

Doorn

Houten

Veenendaal

IJsselstein Leersum Amerongen

Vianen Wijk bij Duurstede

Lopik

Rhenen

Leerdam

Kaart 1: Luchthaventerreinen met structureel gebruik voor recreatief verkeer

buffer luchtvaartterrein van 2 km aangehouden. Binnen deze bufferzone is gemotoriseerd landen en opstijgen uitsluitend toegestaan als de aanvrager voor de aanwijzing van een terrein als luchtvaartterrein voldoende heeft aangetoond dat dit geen invloed heeft op het gevoelige gebied (het zogenaamde nee, tenzij regime). Ook moet er voldaan worden aan de eisen van de Natuurwetgeving en het daarop gebaseerde provinciale beleid. 5. Ontheffingsverlening voor het gebruik van terreinen die niet als luchthaven zijn aangewezen Het opstijgen van of landen op een terrein, dat niet als luchthaven is aangewezen, is op enkele uitzonderingen voor maatschappelijke functies na, verboden. Van dit verbod kan een ontheffing worden aangevraagd. Dit heet dan het tijdelijk en uitzonderlijk gebruik (TUG) van zo’n terrein. Hierbij geldt een maximum van 12 vliegdagen per jaar. Deze ontheffingen worden in opdracht van de provincie verleend door de Regionale Omgevingsdienst

Utrecht. In onze ‘Beleidsregels ontheffingen tijdelijk en uitzonderlijk gebruik niet aangewezen luchtvaartterreinen’ staan de voorwaarden vermeld waaraan moet worden voldaan. Zo is het bijvoorbeeld van belang dat er geen woningen op korte afstand van de beoogde locatie liggen. Alleen voor terreinen met een duidelijk maatschappelijk belang, zoals heliplatforms bij ziekenhuizen, hebben wij aparte beleidsregels ‘tijdelijk gebruik niet aangewezen luchtvaartterreinen’ vastgesteld. Ook hierbij wordt het publieke belang nadrukkelijk meegewogen. Zo wordt getoetst of de ruimtelijke kwaliteit niet, óf zo min mogelijk, wordt belast met de aanwezigheid van het start- en landingsterrein. Indien gemotoriseerde luchtvaartuigen, zoals helikopters of RPAS (drones) worden ingezet in het kader van de uitvoering van een wettelijke taak of bij spoedeisende hulpverlening, dan is het noodzakelijk dat zij op elk terrein mogen landen of opstijgen. Het gaat hierbij om spoedeisende medische hulpvluchten (HEMS), Search and

ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 43

Rescue (SAR)-vluchten en politievluchten. Deze activiteiten vallen niet onder het verbod om te landen of op te stijgen van een niet aangewezen luchtvaartterrein. Permanente stationering van dergelijke luchtvaartuigen dient wel te geschieden op een luchthaven met een luchthavenbesluit of -regeling.

invloed zijn op de realisatie van de woningbouwopgave in het noordwesten van de provincie. Via onze deelname aan de Bestuurlijke regiegroep Schiphol en overleg met de minister van Infrastructuur en Waterstaat brengen we de gezondheidsbelangen van onze inwoners in. Aandachtspunten hierbij zijn de hinder die het vliegverkeer met zich brengt in de verder van Schiphol gelegen gebieden, Het zo hoog mogelijk aanvliegen en het niet toenemen van de hinder van vliegverkeer in de provincie.

6. Inbreng gezondheidsbelangen Utrecht bij besluitvorming nationaal vliegverkeer Vliegverkeer zorgt in de provincie Utrecht voor steeds meer geluidhinder. Het gebruik van het nationale luchtruim is een verantwoordelijkheid van de Rijksoverheid. die momenteel werkt aan de herziening van de luchtruimindeling. Een wijziging van die luchtruimindeling is direct van invloed op de hinder die in onze provincie wordt ondervonden. Daarbij is met name de aankondiging van een vierde naderingspunt van Schiphol in de zuidoosthoek van de provincie een aandachtspunt, aangezien deze kan zorgen voor een aanzienlijke toename van de geluidhinder voor onze inwoners. Daarnaast kan een toename van het vlieg­verkeer van

7. Bescherming van stiltegebieden Het intensieve gebruik van onze leefomgeving zorgt voor steeds meer geluidhinder, terwijl de behoefte aan rust en ontspanning groot is. Rust en stilte is een belangrijke waarde en vormt een tegenhanger voor de drukte van de stad. De rust in het landelijk gebied staat echter onder druk door bijvoorbeeld (snel)wegen en de energietransitie (windmolens en zonnepanelen). In de provincie worden daarom alle 14 bestaande stiltegebieden beschermd. Die bescherming bestaat uit het toezien op de stilte en behoud en ver-

CON CEPTPROGRAM M A GEZON D EN VEI LI G PROVI N CI E UTRECH T Besl u i t Gedepu teerde Staten , 1 4 dec 2 02 1

Abcoude Eemnes

Nederhorst den Berg

Uithoorn Mijdrecht

0

Bunschoten-Spakenburg

5 km

D OM E I N LE E FOM G E VI N G , TE AM G I S ON D E R G R ON D : 2 02 1 , KAD ASTE R

Vinkeveen Sti l tegeb i ed

Baarn

aan d ach tsgeb i ed sti l tegeb i ed

Wilnis

b u fferzon e sti l tegeb i ed Hoogland

Breukelen

sti l l e kern

Soest

Amersfoort Maarssen

Leusden

Bilthoven Soesterberg

De Bilt

Woerden

Harmelen

Vleuten

Zeist

Utrecht

De Meern

Woudenberg Bunnik

Montfoort

Oudewater

Odijk

Nieuwegein

DriebergenRijsenburg

Doorn

Houten

Veenendaal

IJsselstein Leersum Amerongen

Vianen Wijk bij Duurstede

Lopik

Rhenen

Leerdam

Kaart 2: Overzicht stiltegebieden in de provincie

44 | BESCHERMEN VAN DE GEZONDHEID MET MILIEUBELEID

WAT IS EEN STILTEGEBIED? In een stiltegebied worden natuurlijke geluiden niet of slechts in geringe mate verstoord door geluidsbelasting als gevolg van menselijke activiteiten. Een stiltegebied heeft wel gebiedseigen geluiden zoals wandelaars, tractors op het veld en fluitende vogels. Stiltegebieden zijn in principe toegankelijk, en gericht op een publiek van rustzoekers, met het streven naar een balans tussen bescherming en beleving. Bij beleving hoort ook een groene of natuurlijke visuele uitstraling. Een stiltegebied dient minimaal 300 hectare groot te zijn. Deze minimale omvang hangt samen met de beheers­ baarheid van de kwaliteit van de stille kern en de provinciale rol. Kleinere stille gebieden zijn vooral van lokaal belang. Gemeenten hebben daarom de mogelijkheid om kleinere gebieden als stil gebied aan te wijzen en te beschermen. Een open communicatie met de beheerders/eigenaren, gebruikers en bewoners is een belangrijke pijler voor het succes van stiltegebieden. Een stiltegebied kan kansen bieden aan verschillende organisaties om projecten uit te werken rond stilte, zodat het thema door iedereen beleefd kan worden. Denk bijvoorbeeld aan stiltewandelingen of meditatieplaatsen.

sterking van de mogelijkheden om er rust en ontspanning te vinden. We onderzoeken in de komende periode of dit aantal volstaat, of dat het wenselijk is om aanvullende locaties aan te wijzen. Ook onderzoeken we of er aanvullende eisen aan een stiltegebied moeten worden gesteld op het gebied van de visuele beleving en de groene uitstraling. Vanzelfsprekend is dit een integrale afweging die met alle betrokken beleidsdomeinen moet worden gedaan. In de Omgevingsverordening is opgenomen dat functies en activiteiten die tot een extra geluidsverstoring leiden uit stiltegebieden geweerd dienen te worden. Het waarborgen van de akoestische kwaliteit van de stiltegebieden vindt plaats door: ■  het beheersen van de aard en intensiteit van de geluidsbelasting (activiteiten). ■  het reguleren van de bestemming en het gebruik van de desbetreffende gebieden. In de Omgevingsverordening zijn instructieregels voor gemeenten opgenomen. Gemeenten dienen nieuwe ontwikkelingen in de stille kern stiltegebied in hun Omgevings­ plannen te toetsen aan de streefwaarde van 40 dB(A) LAeq,24h. Daarbij kan de bron van de geluidsbelasting zowel binnen, als buiten het “stille” gebied zijn gelegen (zoneringsaspect). In de bufferzone stiltegebied, die rondom

de stille kern ligt en zich ook binnen de afbakening van het stiltegebied bevindt, is het geluidsniveau bij voorkeur 40dB LAeq,24h, maar maximaal 45 dB LAeq,24h. Een zone van 1500 meter rondom het stiltegebied is aandachtsgebied stiltegebied. Activiteiten die hier plaatsvinden mogen geen negatief effect hebben op de geluidskwaliteit van het stiltegebied. In de Omgevingsverordening (hoofdstuk 9.4) zijn regels opgenomen voor al dan niet toegestane activiteiten en richtwaarden die door gemeenten gehanteerd dienen te worden. Tevens wordt er aangegeven voor welke activiteiten een vergunning verleend kan worden. De ontwikkeling van duurzame energiebronnen in stiltegebieden is een punt van aandacht. Windmolens zijn in beginsel niet uitgesloten in het stiltegebied of in het aandachtsgebied stiltegebied daaromheen. Plaatsing kan echter uitsluitend onder stringente voorwaarden. Het handhaven van de 40 dB(A) LAeq,24h is hierbij leidend. Technische ontwikkelingen gaan snel en wellicht zijn er op termijn dusdanig stille turbines beschikbaar dat deze voldoen aan de vereiste maximale geluidsbelasting in de stiltegebieden. Bij de eventuele plaatsing van zonnepanelen is het belangrijk om de groene en natuurlijke uitstraling van het stiltegebied zo min mogelijk aan te tasten.

ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 45

8. Samenwerkingsagenda Geluid: aanpak samen met gemeentes Om de ambitie van de provincie te kunnen realiseren is de actieve betrokkenheid van gemeenten onmisbaar. De beleidsdoelen rondom het halen van de WHO advieswaarden in de provincie Utrecht is voor een belangrijk deel afhankelijk van de gemeentelijke inzet. Zij zijn in de meeste gevallen bevoegd gezag bij het voorkomen en beperken van omgevingslawaai. Deze taak is complex. Deskundigheid en menskracht op dit specifieke thema zijn vaak beperkt en de regelgeving is in beweging. Bestuurlijk strijden belangen met elkaar: de wens om geluidshinder te beperken en voorkomen kan op gespannen voet staan met bijvoorbeeld de aanzienlijke bouwopgave die er in de provincie is. Budgetten voor ingrepen zijn beperkt. Ook spelen vragen zoals: hoe om te gaan met specifieke hinderbronnen waar mensen voortdurend last van hebben, doch waar geen klip en klare normen voor gelden, zoals het geluid van lawaaiige motoren.

Samenwerking is een effectieve methode om deze complexiteit te overwinnen en vraagstukken efficiënt aan te pakken. Met de Samenwerkingsagenda Geluid zet de provincie, samen met de gemeenten, in op het verminderen van de negatieve effecten van omgevingslawaai op de volksgezondheid. De nadruk zal daarom liggen op projecten die het meest bijdragen aan het verminderen van de gezondheidsrisico’s van geluidhinder. In de periode 20212023 geven wij verder vorm en inhoud aan deze agenda. Daarnaast kijken we bij de keuze van de projecten en doelen naar andere aspecten, zoals het realiteitsgehalte, de haalbaarheid binnen de looptijd, de toepasbaarheid bij meerdere gemeenten en natuurlijk het uitgesproken belang dat de deelnemende gemeenten hebben om aan een project of doel te werken. Beleid en uitvoering samengevat In Tabel 3.4 wordt het beleid voor het verminderen van geluidsbelasting samengevat.

BELEID / UITVOERING / ACTIE

ROL PROVINCIE

PARTNERS

1. Het verminderen van geluidshinder langs provinciale wegen met uitvoering van het Actieplan Omgevingslawaai Provinciale Wegen 2018-2023.

Regulerend / realiserend

Gemeenten

2. Het vaststellen van geluidsproductieplafonds voor provinciale wegen binnen twee jaar na ingang van de Omgevingswet.

Regulerend

Gemeenten

3. Vergunningsverlening voor ‘grote lawaaimakers’

Regulerend

Gemeenten, Omgevingsdiensten

4. Beleid voor aangewezen luchthaventerreinen binnen Utrecht

Regulerend

Gemeenten

5. Ontheffingsverlening voor het gebruik van terreinen die niet als luchthaven zijn aangewezen

Regulerend

Uitvoering door Omgevingsdiensten

6. Lobby om overlast van nationaal vliegverkeer boven de provincie te voorkomen

Participerend

Rijksoverheid / andere provincies

7. Stiltegebieden beschermen

Regulerend

Gemeenten, uitvoering door Omgevingsdiensten

8.  Opstellen Samenwerkingsagenda Geluid: aanpak samen met gemeentes met als doel de geluiddoelstelling te realiseren. Belangrijk daarbij is dat er sprake is van een integratie van deze doelstelling in het omgevingsbeleid van de provincie en de partners. Het gaat dan om o.a. verduurzaming mobiliteit, woningbouwopgave (zie hoofdstuk 2 en 4)

Participerend

Gemeenten en andere partners

Tabel 3.4: Beleid en uitvoering samengevat voor het thema geluid

46 | BESCHERMEN VAN DE GEZONDHEID MET MILIEUBELEID

3.3 Verbetering Luchtkwaliteit

stallen. Sinds een paar jaar is er ook aandacht voor de fijnere fractie van fijnstof (PM 2,5), ultrafijnstof (PM0,1) en roet (wat ontstaat als ultrafijnstof samenklontert) vanwege hun negatieve gezondheidseffecten.

3.3.1 Introductie en maatschappelijk belang

In het geval van smog is er sprake van een korte periode van verhoogde luchtverontreiniging. Smog kan enkele uren tot dagen aanhouden en kan leiden tot acute na­delige effecten op de gezondheid.

Langdurige blootstelling aan luchtverontreiniging kan leiden tot een verminderde longfunctie, toename van luchtwegklachten en astma-aanvallen, een grotere gevoeligheid voor infecties en afname van levensverwachting. Gevoelige groepen (ouderen, kinderen en mensen met luchtwegaandoeningen) hebben extra last van luchtverontreiniging. Bovendien treden de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging al op bij lage concentraties. Er is geen ondergrens waarbij luchtverontreiniging geen gezondheidsschade veroorzaakt. Stikstofdioxide en fijnstof zijn de belangrijkste luchtverontreinigende stoffen die de gezondheid aantasten. Stikstofdioxide (NO2) ontstaat bij de verbranding van fossiele brandstoffen en is grotendeels afkomstig van het wegverkeer. Fijnstof is een verzamelnaam voor zwevende deeltjes in de lucht met een diameter van 10 micrometer (µm) en kleiner (PM10). De samenstelling varieert afhankelijk van de bron. Fijnstof afkomstig van uitlaatgassen van vrachtwagens is bijvoorbeeld anders dan fijnstof afkomstig van

NO2 2018

4

Bronnen van luchtverontreiniging Er zijn veel verschillende bronnen van luchtverontreiniging. De belangrijke bronnen in onze provincie zijn het wegverkeer, consumenten (huishoudens), industrie en landbouw. Een groot deel van de luchtverontreiniging is afkomstig van buiten de provincie en zelfs uit het buitenland. De optelsom van alle bronnen in de provincie, plus de verontreiniging afkomstig van buiten de provincie bepaalt de mate van verontreiniging. Dat leidt tot een deken van verontreiniging die overal aanwezig is in de provincie. In stedelijke gebieden is de deken dikker door de bijdrage van alle bronnen uit de stad. Bij en rond grote lokale bronnen zoals een snelweg of een grote pluimveehouderij ligt daarop een piek(je) van de lokale bijdrage van die bron (Figuur 3.3).

PM10 2018

3 1 0

13

1

PM2,5 2018 0 1 5 3

9

15

40

17 40

4 3 16 72

34

19

Verkeer en vervoer Consumenten Handel, Diensten en Overheid (HDO)

Industrie Overig

Landbouw

Energiesector

Figuur 3.3: Cirkeldiagrammen met de emissies (uitstoot) van de belangrijkste bronnen binnen provincie Utrecht (bron: RIVM; Emissieregistratie 2020).

ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 47

Norm provincialeweg piek

stadswegpiek

WHO advieswaarde

stadswegpiek

rijkswegpiek

veehouderij piek

Figuur 3.4: De Utrechtse luchtkwaliteit (bron: Provinciale Rapportage Luchtkwaliteit maart 2021). Deze figuur laat de opbouw van de PM2,5 concentraties in de provincie Utrecht zien (bron: Provincie Utrecht, 2021a).

Luchtverontreiniging blijft niet hangen bij de bron en kan zich over grote afstanden verplaatsen. We importeren luchtverontreiniging, maar we exporteren het ook. De aanpak van een enkele lokale bron draagt daardoor, in tegenstelling tot geluid, maar beperkt bij aan de verbetering van de lokale luchtkwaliteit. De invloed van lucht­vervuiling afkomstig van buiten de provinciegrenzen draagt in belangrijke mate bij aan de (lokale) concentraties 21,5

Zuid-Holland Utrecht Noord-Holland

18,1

18,6 17,9 18,4

Noord-Brabant

18,3

Limburg

16,4

Gelderland

16,5

17,1 17,7 15,5

Zeeland

16,1 14,6

Overijssel

16,6 13,4

Flevoland

16,2

Drenthe

11,4

Groningen

11,8

15,0 14,9 10,8

Friesland

PM10

Wet- en regelgeving Sinds juni 2008 is de Luchtkwaliteitsrichtlijn 2008/50/EG van de Europese Unie (EU) van kracht. Deze richtlijn bevat normen voor de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht ter bescherming van de mens en de natuur. Lidstaten moeten aan deze normen voldoen. Nederland heeft deze normen opgenomen in de Wet Milieubeheer (Wm). Deze Europese normen zijn als rijksomgevingswaarden opgenomen in de Omgevingswet. Ook heeft het Rijk een Regeling beoordeling luchtkwaliteit, die voorschrijft op welke wijze de luchtkwaliteit gemonitord en berekend moet worden. Ook dit is vertaald in instrumentarium van de Omgevingswet. Een belangrijk verschil met de oude situ­atie is dat gewerkt gaat worden met aandachtsgebieden voor luchtkwaliteit.

18,4 18,5

NO2

van luchtverontreiniging. Bevoegd gezag over de bronnen van luchtverontreiniging kan liggen bij Rijk (rijkswegen), provincie, gemeente of de EU / andere landen. Inzet en samenwerking op (inter-)nationaal, regionaal en lokaal niveau is daarom nodig om de luchtkwaliteit permanent te verbeteren ten behoeve van de volksgezondheid. Figuur 3.5 geeft de gemiddelde concentratie stikstofdioxide en fijnstof per woning weer in µg/m3 en deze is in provincie Utrecht hoog in vergelijking tot andere provincies.

14,7

0

5

10

15

20

25

concentratie (µg/m3)

Figuur 3.5: De Utrechtse luchtkwaliteit in vergelijking met andere provincies (bron: Provinciale Rapportage luchtkwaliteit maart 2021)

48 | BESCHERMEN VAN DE GEZONDHEID MET MILIEUBELEID

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft in 2005 advieswaarden opgesteld die, meer dan de EU-normen, gebaseerd zijn op te verwachten gezondheidseffecten. De WHO-advieswaarden zijn op 22 september 2021 verder aangescherpt en zijn ambitieuzer dan de Euro­pese normen. Tabel 3.5 toont voor de belangrijkste lucht­ verontreinigende stoffen zowel de wettelijke grenswaarden uit de Nederlandse wetgeving als de WHO-advieswaarden.

STOF

TOETS

WETTELIJKE GRENSWAARDE

WHO-ADVIES­WAARDE (2005)

WHO-ADVIESWAARDE (22 SEPT 2021)

Stikstofdioxide

Jaargemiddelde concentratie

40 µg/m3

40 µg/m3

10 µg/m3

Uurgemiddelde concentratie

Max. 18 keer per jaar meer dan 200 µg/m3

200 µg/m3 25 µg/m3

Etmaalgemiddelde Fijnstof PM10

Fijnstof PM2,5

Jaargemiddelde concentratie

40 µm/m3

20 µg/m3

15 µg/m3

Etmaalgemiddelde concentratie6

Max. 35 keer per jaar meer dan 50 µg/m3

50 µg/m3

45 µg/m3

Jaargemiddelde concentratie

25 µg/m3

10 µg/m3

5 µg/m3

25 µg/m3

15 µg/m3

Etmaalgemiddelde concentratie Tabel 3.5: Normering luchtkwaliteit5

De Nederlandse wettelijke normen (‘grenswaarden’) voor luchtverontreiniging worden in onze provincie niet meer overschreden, maar aan de strengere WHOadvies­ waarden voor PM2,5 uit 2005, voldoen we nog vrijwel nergens. Iedereen in de provincie Utrecht werd in 2019 nog blootgesteld aan concentraties boven deze advieswaarden, waardoor er sprake is van een groot gezondheidsverlies. De nieuwe WHO-advieswaarden van 22 september 2021 zijn een verdere aanscherping van deze waarden uit 2005. Daarnaast hebben we in de provincie Utrecht enkele dagen per jaar last van matige smog.7

3.3.2 Ambitie en doelstelling Het is de ambitie van de provincie Utrecht om een permanente verbetering van de luchtkwaliteit te realiseren omwille van de gezondheid van onze inwoners. Beleidsuitspraak 4 (opgenomen in de Omgevingsvisie): Wij streven naar het voldoen aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor lucht­kwaliteit in de hele provincie in 2030.

Beleidsuitspraak 5 (in lijn met de Omgevingsvisie8): Wij hebben de ambitie om, ook bij het bereiken van de WHO-advieswaarden, de luchtkwaliteit verder te verbeteren, met het oog op substantiële gezondheidswinst. Toelichting: Om het gezondheidsverlies als gevolg van een slechte luchtkwaliteit te verkleinen, streven we naar het bereiken van de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Deze willen we in 2030 bereiken waarbij we uitgaan van de waarden bij de vaststelling van de Omgevingsvisie van provincie Utrecht op 1 april 2021 namelijk de WHO-advieswaarden 2005 (Tabel 3.5). Het bereiken van deze waarden is mede afhankelijk van nationaal en Europees beleid en wetgeving. Inmiddels heeft de WHO-zijn advieswaarden aangescherpt (op 22 september 2021). Of en hoe deze advieswaarden in de toekomst een plek krijgen in ambitie, beleid en uitvoering, wordt met de partners van het Schone Lucht Akkoord uitgewerkt. Dit kan mogelijk leiden tot aanpassingen in de regionale Uitvoeringsagenda Gezonde Lucht (volgende paragraaf). Afgezien van de advieswaarden blijven wij voortdurend streven naar een verdere verbetering van de luchtkwaliteit

5 Bron WHO advieswaarden: https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/ambient-(outdoor)-air-quality-and-health aangevuld met de advieswaarden die de WHO op 22 september 2021 heeft aangescherpt. 6 De etmaalgemiddelde grenswaarde is voor PM10 belangrijker dan de jaargemiddelde norm van 40 µg/m3. Want de daggemiddelde norm komt overeen met 31,9 µg/m3 jaargemiddeld. 7 Zie ook Rapportage Luchtkwaliteit provincie Utrecht 2019_V9 (op www.Provincie-Utrecht.nl) 8 In de tekst van de Omgevingsvisie staat: “Tot 2050 streven wij naar het verder verbeteren van de luchtkwaliteit, omdat een verdere verlaging van de concen­ traties van schadelijke stoffen nog steeds substantiële gezondheidswinst oplevert.” ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 49

omdat dit substantieel bijdraagt aan het aantal gezonde levensjaren en de vermindering van het ziekteverzuim van de Utrechtse bevolking. De gezondheidswinst die met het vaststaande, voorgenomen en aanvullende luchtkwaliteitsbeleid van alle partners kan worden behaald, wordt met de monitoring van het nationale Schone Lucht Akkoord in beeld gebracht.

3.3.3 Beleid en uitvoering Generieke Europese en landelijke maatregelen zijn essentieel om de luchtkwaliteit te verbeteren. Ook de provincie en Utrechtse gemeenten dragen bij met maatregelen onder het landelijke Schone Lucht Akkoord en de Regionale Uitvoeringsagenda Gezonde Lucht. De provincie neemt het onderwerp luchtkwaliteit mee in andere beleidsvelden zoals energie, landbouw en mobiliteit (zie hoofdstuk 2.3). Daarnaast kunnen wij ervoor zorgen dat inwoners zich meer bewust worden van het belang van schone lucht en hoe zij daar zelf aan kunnen bijdragen. Ook voeren we onze wettelijke taken uit, zoals monitoring van de luchtkwaliteit en dragen we bij aan onder­zoek en kennisontwikkeling. 1. Schone Lucht Akkoord Het Schone Lucht Akkoord (SLA) is een bestuurlijke overeenkomst tussen het Rijk, provincies en gemeenten om te werken aan de permanente verbetering van de lucht­ kwaliteit in Nederland. Het SLA loopt tot 2030. In het SLA zijn maatregelen opgenomen die het Rijk, provincies en gemeenten nemen. Binnen het SLA leren partijen van elkaar in pilots, is aandacht voor een gebiedsgerichte aanpak en wordt praktische kennis en handvatten voor beleid en uitvoering ontwikkeld. Uitvoering van het akkoord vindt plaats met de gezamenlijke uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord die in maart 2021 is vastgesteld.

De internationale luchtverontreiniging zorgt er mede voor dat de achtergrondconcentraties in de provincie Utrecht relatief hoog zijn. Provincie Utrecht is binnen het SLA

verband trekker van de themagroep internationaal en zet daarbij in op ambitieus EU-luchtbeleid. Provincie Utrecht levert de bestuurder die namens de deelnemende provincies in de stuurgroep SLA zitting heeft.9 2. Regionale Uitvoeringsagenda Gezonde Lucht en overige regionale samenwerking De Regionale Uitvoeringsagenda Gezonde Lucht vullen partijen in de regio samen in. Hierin kunnen luchtkwaliteitsmaatregelen worden opgenomen van de provincie en gemeenten zelf, zoals schoon openbaar vervoer, meer mogelijkheden om te fietsen en adequate vergunningverlening, toezicht en handhaving. De provincie kan initiatie­ven die een bijdrage leveren aan de luchtkwaliteit faciliteren – in samenwerking met gemeenten, kennisinstellingen, belangenorganisaties, bedrijven en inwoners. Gemeenten hebben de mogelijkheid om onder de Omgevingswet eigen ambities voor het thema luchtkwaliteit op te nemen in hun Omgevingsvisie. Bijvoorbeeld om vervuilend vervoer uit de (binnen)stad te weren of openbaar vervoer en fietsen te stimuleren. Zo is het mogelijk om specifiek lokaal beleid te maken voor verbetering van het woon- en leefklimaat. De Uitvoeringsagenda Gezonde lucht is een flexibele agenda. Gedurende de looptijd van de agenda kan worden ingespeeld op vragen uit de regio en uit de eigen organisatie en op veranderende omstandigheden en/of urgenties.

Ontwikkelingen vanuit het Schone Lucht Akkoord kunnen ook binnen deze agenda opgepakt worden. Regionaal hebben een aantal bestuurders zich als Ambassadeurs voor Gezonde Lucht verbonden aan het thema. Zij dragen dit thema uit en mobiliseren hun netwerk en hun organisatie. De Uitvoeringsagenda Gezonde Lucht loopt tot het eind van de provinciale coalitieperiode in 2023. Gemeenten kunnen zich nog steeds aansluiten bij het landelijke Schone Lucht Akkoord en de Regionale Uitvoeringsagenda Gezonde Lucht en we informeren hen hier actief over. Gezien de looptijd van het Schone Lucht Akkoord tot 2030 ligt het voor de hand om de regionale uitvoeringsagenda te verlengen tot 2030.

9 De gezamenlijke provincies zijn overeengekomen dat elke provincie in het netwerk van het nationale Schone Lucht Akkoord de samenwerking zoekt met haar eigen gemeenten, passend bij doelstellingen/opgaven die spelen in een provincie.

50 | BESCHERMEN VAN DE GEZONDHEID MET MILIEUBELEID

3. Monitoring, informatievoorziening vergunning­ verlening en handhaving (Wettelijke Taken) Provincie Utrecht heeft wettelijke taken voor het monitoren van de luchtkwaliteit, het meenemen van luchtkwaliteit in vergunningverlening en handhaving, en het informeren van burgers over smog. Voor wat betreft het monitoren van luchtkwaliteit blijft het stedelijke gebied rondom Utrecht vooralsnog aandachtsgebied. Alle Nederlandse aandachtsgebieden worden definitief vastgesteld bij invoering van de Omgevingswet. 4. Meenemen luchtkwaliteit in vergunningverlening en handhaving Het luchtkwaliteitsbeleid omvat maatregelen ter vermindering van de emissies van verkeer en vervoer, binnenvaart en havens, industrie, mobiele werktuigen en landbouw. De uitvoering van een deel van deze maatregelen vraagt activiteiten op het vlak van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het gaat dan met name om industriële inrichtingen waarvoor de provincie bevoegd gezag is. 5. Publieke informatievoorziening smogalarm Zowel in de zomer als in de winter kan smog ontstaan: een (korte) periode van verhoogde luchtverontreiniging. Vanaf een bepaald niveau van vervuiling heeft de provincie de wettelijke taak om de burger actief te informeren. Het RIVM is door de provincies gemandateerd om deze informatievoorziening uit te voeren.

6. Onderzoek en kennisontwikkeling Op het gebied van onderzoek en kennisontwikkeling onder­steunt de provincie de volgende activiteiten: ■ Acties en instrumentontwikkeling ter beperking van de emissies van houtrook en vermindering van de overlast. ■  Vergroten van de kennis over en de bewustwording van gevolgen van slechte lucht op gezondheid bij inwoners door participatie en citizen science (burgers doen metingen met sensoren). ■  Ontwikkeling van een handreiking, waarin een aanpak wordt beschreven ten behoeve van de verlaging van de blootstelling van hooggevoelige groepen bij hoogbelaste locaties. ■  Onderzoeken toepassingsmogelijkheden instrumenten van de Omgevingswet in relatie tot luchtkwaliteit (binnen het SLA). ■  Ontwikkeling en toepassen van monitoringstools om doelbereik en (lokale) gezondheidswinst in kaart te brengen (ontwikkeling in SLA verband) en inzicht te verbeteren. ■  Het Regionaal Platform Luchtkwaliteit voor kennis­ uitwisseling en samenwerking. Beleid en uitvoering samengevat In Tabel 3.6 wordt het beleid voor de verbetering van de luchtkwaliteit samengevat.

BELEID / UITVOERING / ACTIE

ROL PROVINCIE

PARTNERS

1. Deelname Schone Lucht Akkoord

Uitvoeren, regisseren, realiseren

Rijk, provincies, gemeenten, burgers, kennisinstellingen (bijv. NMU, GGD)

2. Uitvoering regionale taken, waaronder uitvoeringsagenda Gezonde Lucht

Uitvoeren, regisseren, realiseren

Gemeenten, burgers, kennisinstellingen (bijv. NMU, GGD, TNO) bedrijfsleven

3. Monitoring luchtkwaliteit (provinciale weg­ vakken in aandachtsgebieden onder de Omgevingswet)

Uitvoeren

Rijk, provincies en gemeenten, RIVM

4. Meenemen luchtkwaliteit in vergunning­ verlening en handhaving

Stimuleren en reguleren

Omgevingsdiensten, gemeenten

5. Publieke informatievoorziening smogalarm

Uitvoeren, regisseren

RIVM

6. Onderzoek en kennisontwikkeling

Stimuleren en regisseren

kennisinstellingen

Tabel 3.6: Beleid en uitvoering samengevat voor het thema luchtkwaliteit

ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 51

3.4 Beperken van toename van risico’s door geurhinder

Bronnen van geurhinder Op een paar plekken in de provincie Utrecht zijn er bedrijven die geuroverlast veroorzaken. Kaart 3 laat zien op welke locaties deze bedrijven zich bevinden en in welke mate deze geurhinder veroorzaken voor woningen in hun omgeving.

3.4.1 Introductie en maatschappelijk belang

Wet- en regelgeving Geur is subjectief en per bron verschilt de ervaren hinder. Geurbeleid wordt daarom op deze ervaren hinder gebaseerd. Voor het meten van geurblootstelling wordt een combinatie van de sterkte van geur, de duur en de aangenaamheid gebruikt. Sterkte wordt uitgedrukt in het aantal Europese odeur units per kubieke meter lucht.

Geur kan positieve effecten op de gezondheid hebben, zoals de waarschuwing voor gevaarlijke situaties. Echter, een onaangename geur kan ook zorgen voor negatieve effecten op het welzijn en de dagelijkse bezigheden van mensen. Zo kan geurhinder ervoor zorgen dat men ramen gesloten houdt en minder naar buiten gaat. Wanneer men niet goed met de hinder kan omgaan, dan kan dit stress en mogelijk stress-gerelateerde gezondheidsklachten zoals hoofdpijn, benauwdheid en misselijkheid veroorzaken (RIVM, 2015, p. 27). Bij sterk prikkelende stoffen kunnen bij mensen directe effecten optreden, zoals irritatie van de slijmvliezen van ogen en de bovenste luchtwegen.

Naast de sterkte van een geur wordt gebruik gemaakt van de hedonische waarde (H). Dit is een maat voor de (on)aangenaamheid van een geur. Hierbij wordt over het algemeen gebruik gemaakt van negen gradaties: van uiterst aangenaam (H = 4) via neutraal (H = 0) tot uiterst onaangenaam (H = -4). Geur is afstand gerelateerd, de milieubelasting

CON CEPTPROGRAM M A GEZON D EN VEI LI G PROVI N CI E UTRECH T Besl u i t Gedepu teerde Staten , 1 4 dec 2 02 1

Abcoude Eemnes

Nederhorst den Berg

Uithoorn Mijdrecht

0

Bunschoten-Spakenburg

5 km

D OM E I N LE E FOM G E VI N G , TE AM G I S ON D E R G R ON D : 2 02 1 , KAD ASTE R

Vinkeveen G eu roverl ast b ed ri jven

Baarn

m ati ge geu rb el asti n g

Wilnis

h oge geu rb el asti n g Breukelen

zeer h oge geu rb el asti n g

Hoogland

Soest

Amersfoort Maarssen

Leusden

Bilthoven Soesterberg

De Bilt

Woerden

Harmelen

Vleuten

Zeist

De Meern

Woudenberg

Utrecht Bunnik

Montfoort

Oudewater

Odijk

Nieuwegein

DriebergenRijsenburg

Doorn

Houten

Veenendaal

IJsselstein Leersum Amerongen

Vianen Wijk bij Duurstede

Lopik

Rhenen

Leerdam

Kaart 3: Gebieden die te maken hebben met geuroverlast, veroorzaakt door bedrijven, waarbij rood staat voor een hoge geurbelasting en geel voor een matige geurbelasting. 52 | BESCHERMEN VAN DE GEZONDHEID MET MILIEUBELEID

neemt af naarmate de afstand tot de geurbron toeneemt. Geurbeleid wordt conform het Besluit Activiteiten Leefomgeving10 altijd op gemeentelijk niveau vastgesteld. Niet alle gemeenten hebben een geurbeleid, maar de gemeente dient wel altijd de aanvaardbaarheid van geur op geurgevoelige gebouwen te regelen in het bestemmingsplan/omgevingsplan. De gemeente geeft daarbij aan: ■ Wat het aanvaardbaar geurhinderniveau is voor geur­ gevoelige bestemmingen.

■  Welke afstandsregels of geuremissiewaarden worden gesteld voor activiteiten die geur veroorzaken. Deze activiteiten kunnen zijn: ■  Milieubelastende activiteiten die in het Besluit Activiteiten Leefomgeving staan; ■  Milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen als complex bedrijf; ■  Andere geur veroorzakende activiteiten waar de gemeente een regel voor stelt in het Omgevings­ plan. ■  Voor agrarische bedrijven en rioolzuiveringsinstalla­ ties dienen gemeenten specifieke regels op te nemen in het Omgevingsplan (als vastgelegd in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving).

3.4.2 Ambitie en doelstelling De ambitie van de provincie is dat zo weinig mogelijk inwoners nadelige gezondheidseffecten ondervinden van geurhinder. Beleidsuitspraak 6 (in lijn met de Omgevingsvisie): De provincie ondersteunt gemeenten bij het opstellen van hun geurbeleid met behulp van het interim basiskader geur. Toelichting: De provincie Utrecht heeft geen wettelijke taak op het gebied van geurbeleid, met uitzondering van de vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken van de meest geur uitstotende bedrijven, de zogenaamde complexe bedrijven. Onder de Omgevingswet verandert het landelijk beleid en wordt het voor gemeenten verplicht om in Omgevingsplannen te zorgen voor een aanvaardbaar geurniveau van de omgeving. De provincie heeft een Interim Basiskader Geur opgesteld als hulpmiddel bij het maken van lokaal beleid. Geur kan zich ook over gemeen-

tegrenzen heen verspreiden. Een zoveel mogelijk uniform beleidskader is vanuit de uitvoering van het geurbeleid gewenst. De provincie zou geurbeleid kunnen voeren door instructie­regels op te stellen voor de inhoud van het gemeentelijk Omgevingsplan. In lijn met het subsidiariteitsbeginsel is dit mogelijk wanneer er sprake is van een provinciaal belang. In dit Programma Gezond en Veilig hebben we ervoor gekozen om geen gebruik te maken van deze mogelijkheid. Bij de herziening van het programma bekijken we of het stellen van instructieregels nodig blijkt. Wanneer er sprake is van gemeente- of provinciegrensoverschrijdende geur hinder en de partijen er onderling niet uitkomen heeft de provincie overigens een taak om te bemiddelen en zo nodig op te treden.

3.4.3 Beleid en uitvoering Met het Basiskader Geur wil de provincie gemeenten faciliteren met het geurbeleid dat zij in hun omgevingsbeleid opnemen. De provincie hoopt daarmee ook bij te dragen aan een zekere mate van uniformiteit in het lokale geurbeleid. Daarnaast verleent de provincie vergunningen voor een aantal zogenaamde complexe bedrijven. Interim Basiskader Geur Als interim basiskader geur hanteren we de geurregeling uit het VNG rapport over Milieuzonering nieuwe stijl (2019), hiermee voorziet de provincie in de behoefte van gemeenten en omgevingsdiensten om richting te geven aan hun geurbeleid. Het basiskader helpt gemeenten bij hun geurbeleid in het Omgevingsplan. Medio 2022 scherpen we dit beleid mogelijk verder aan op basis van de nieuwste inzichten (zie kader). Deze geurregeling gaat uit van de gebruiksruimte van bedrijven op een bedrijventerrein. In andere gebieden dan bedrijventerreinen zijn alleen lichtere bedrijven toegelaten die minder geuroverlast veroorzaken. De gebruiksruimte van een bedrijf is de milieuruimte die een bedrijf op grond van het bestemmingsplan mag benutten voor het uitoefenen van zijn bedrijfsvoering. Het uitgangspunt hierbij is dat er voldoende afstand is tot gevoelige gebouwen en locaties, zoals woningen. Hoe groter de afstand is tot gevoe-

10 In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Burgers, bedrijven en overheden moeten zich aan deze regels houden als ze die activiteiten uitvoeren. In het Bal staat ook of voor die activiteiten een melding of omgevings­vergunning nodig is.

ONTWERP PROGRAMMA GEZOND & VEILIG | 53

lige bestemmingen, hoe meer gebruiksruimte het bedrijf kan krijgen. Voor geur worden zowel het gemengd gebied (bedrijven en wonen) als de rustige woonwijk beschouwd als gevoelige bestemmingen. Op bedrijventerreinen worden drie geurzones gehanteerd, deze staan schematisch weergegeven in afbeelding 3.6. In tabel 3.7 wordt voor elke geurzone aangegeven op welke afstand vanaf de grens van het bedrijf of de inrichting wordt gemeten en aan welke norm op die afstand moet worden voldaan.

100 m

100 m 50 m

50 m

10 m

Geur zone 3 Geur zone 2

Gemengd gebied

Geur zone 1

30 m

Rustige woonwijk

Figuur 3.6: schematische weergave van de ligging van de geurzones ten opzichte van een rustige woonwijk en gemengd gebied.

Ervaren geurhinder wordt vooral veroorzaakt door geurpieken. Daarom wordt er bij het bepalen van de geurruimte niet uitgegaan van een gemiddelde geurconcentratie, maar van het 98 of 99,9 percentiel van de geurconcentratie. Een 98-percentiel houdt in dat de geurbelasting op een bepaalde locatie in een jaar 98% van de tijd onder de gestelde geurnorm ligt en dat deze norm 2% van de tijd wordt overschreden. Bij de keuze tussen 98 of 99,9 percentiel van de geurconcentratie speelt de continuïteit van de geurbron een rol. Voor de geurhinder van een continue geurbron kan het 98-percentiel worden gebruikt. Voor niet-continue bronnen geven hogere percentielen een beter inzicht in de piekbelasting.

Uitgaand van onze beleidsuitspraak dat we altijd streven naar gezondheidswinst, zijn we steeds gespitst op eventuele mogelijkheden om onder de genoemde waarden te komen, bijvoorbeeld dankzij nieuwe technieken.

GEURRUIMTE VOOR INRICHTINGEN GELEGEN

AFSTAND VANAF GRENS INRICHTING

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=09d3ce0e-58cf-4df3-8df4-64b3af7b6ef5