CConstaterende datMontfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-08-02 Bestuursverslag 2020, Stichting Onderwijs Primair.pdf

Raadsvergadering 27 september 2021, gemeente MontfoortBij agendapunt: Ingekomen stukken en schriftelijke mededelingen20.980 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2.5 Vitale en duurzame organisatie Voor het vervullen van de maatschappelijke opdracht is een vitale en duurzame organisatie van belang. Aangezien dit veelomvattend is, is het in deze paragraaf teruggebracht tot de volgende onderwerpen: • HRM • Huisvesting en facilitair Ook financiën valt hieronder, maar het financieel beleid wordt in een aparte paragraaf, 2.6, toegelicht. HRM – Doelen en resultaten Vergezicht: Werken aan een vitale en duurzame organisatie 1: Personeels- en salarisadministratie op orde 2: Nieuwe gesprekkencyclus 3: Beheersbaar maken verzuim, verlagen verzuimpercentage 4: Actualisering functiebeschrijvingen 5: Insourcen vervangingspool

2019

2020

2.5.1 Personeels- en salarisadministratie op orde In de zomer van 2019 is de personeels- en salarisadministratie overgedragen aan een nieuwe dienstverlener, ONS onderwijsbureau. Eind 2019 en in 2020 zijn verdere afspraken gemaakt om de dienstverlening te optimaliseren. Er is onder andere een inhaalslag gemaakt om de personeelsdossiers op orde te brengen, waaronder een juiste registratie van de ambtsjubilea. Het beter organiseren van de personeels- en salarisadministratie blijft een continu proces, wat de aandacht heeft. 2.5.2 Nieuwe gesprekkencyclus Eind 2019 is gestart met het opnieuw inrichten van een gesprekkencyclus binnen de stichting. In april 2020 is het beleid geaccordeerd in het directieberaad en in de GMR. Het is een 3jarige cyclus waarbij de cyclus eens per 3 jaar wordt afgesloten met een beoordelingsgesprek. De gesprekken vormen samen met lesbezoeken met de bekwaamheidseisen vanuit de CAO/PO en het werkverdelingsplan een geheel.

De basis voor de gesprekken is de figuur van inzetbaarheid. Onderdelen daarvan zijn: • Gezondheid; welzijn in orde • Competenties/bekwaamheid; is er de juiste mix van kennis, kunde en vaardigheden? • Normen en Waarden; is er binding met visie school en stichting? • Werkvermogen; werklast, taakverdeling in balans • Het netwerk en de omgeving; is werk en privé in balans? 2.5.3 Beheersbaar maken verzuim en verlagen verzuimpercentage Bestuursverslag 2020

28

Eind 2019 en in begin 2020 was er een hoog verzuim binnen de stichting. Dit betrof vooral langdurig verzuim. Gedurende 2020 is afscheid genomen van meerdere langdurig zieken, waardoor het verzuimpercentage is verlaagd. Om het verzuim beheersbaar te maken en te houden is eind 2020 een begin gemaakt met een data-analyse van het verzuim over de afgelopen jaren. Het doel hiervan is om tot een beter verzuimbeleidsplan te komen. In september 2020 is een HBO HR-stagiaire gestart met het inzichtelijk maken van de werkdruk bij leerkrachten binnen Stichting Onderwijs Primair. Haar afstudeeropdracht heeft als thema: De relatie tussen werkdruk en verzuim. Hierbij wordt rekening gehouden met de gevolgen van de Coronacrisis op medewerkers. De coronapandemie en de twee lockdowns hebben een wissel getrokken op collega’s. Het is van belang om waakzaam te blijven op deze gevolgen en op de weerbaarheid van de medewerkers. Uitkeringen na ontslag De kosten van de ontslagvergoedingen na 2 jaar arbeidsongeschiktheid voor 2020 zijn: €118.889. Werkgevers kunnen vanaf 1 april 2020 compensatie aanvragen als zij een werknemer ontslaan, die meer dan 2 jaar ziek is. Een deel van dit bedrag is dan ook teruggevorderd bij het UWV, namelijk €88.947. De terugvordering van 2 transitievergoedingen, waarvan de datum dat de medewerkers 2 jaar ziek waren in 2019 lag, zijn uit de vorderingen verwijderd.

Ondanks de ontvangst van €21.340 met betrekking tot een uitdienst in 2019, is er door het UWV aangegeven dat voor trajecten, waarbij de datum 2 jaar ziek in 2019 viel, de transitievergoedingen niet gecompenseerd zullen worden. Van de openstaande vordering is inmiddels een bedrag ontvangen van €4.061. De rest is nog in behandeling. Daarnaast is er naar aanleiding van een ontslagtraject een vergoeding van €12.869 uitbetaald. In algemene zin tracht Stichting Onderwijs Primair het ontslag van haar medewerkers zoveel mogelijk te beperken. Door middel van de gesprekkencyclus maken leidinggevenden het functioneren van de medewerker bespreekbaar. Door middel van deze gesprekken worden problemen vroegtijdig aan de orde gesteld en worden afspraken gemaakt om deze op te lossen. Ook wordt in de gesprekkencyclus het ziekteverzuim besproken met het doel om uitval door ziekte te voorkomen. Bij langdurig ziekteverzuim wordt door diverse re-integratiemaatregelen ingestoken op terugkeer van de zieke medewerker. Wanneer, ondanks bovenstaande maatregelen, ontslag van een medewerker onomkeerbaar is, wordt ingezet op ontslag met wederzijds goedvinden. In overleg met de medewerker kan dan worden afgeweken van betaling van de wettelijke ontslagvergoeding, vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. In 2021 wordt ingezet op het verder terugdringen van langdurig verzuim.

In de afgelopen jaren was met name het middellang en langdurend verzuim opvallend hoog. In veel gevallen betrof het ernstige ziektegevallen. Incidenteel was ook sprake van slecht casemanagement. Een aantal mensen is tussen wal en schip geraakt door de vele wisselingen van leidinggevenden. Hierdoor zijn medewerkers soms onvoldoende gevolgd. 2.5.4 Actualisering functiebeschrijvingen

Bestuursverslag 2020

29

In de nieuwe CAO-PO 2019-2020 is met deelnemende partijen (PO-Raad en vakbonden) afgesproken dat verouderde functiebeschrijvingen van onderwijsondersteunend personeel en schooldirecteuren moesten worden geactualiseerd. In 2020 zijn de verouderde en de geactualiseerde functiebeschrijvingen (voorbeelden vanuit de PO-Raad) voorgelegd aan directie en onderwijsassistenten en is het personeel breed op de hoogte gebracht. In de praktijk heeft dit er toe geleid dat de onderwijsassistenten, die al jaren lang werk verrichten met een grotere verantwoordelijkheid, hoger zijn ingeschaald. Hiermee worden zij passend beloond en sluiten de geactualiseerde functiebeschrijvingen beter aan op de werkelijke taken. Ook zijn de schooldirecteuren opnieuw ingeschaald. Directeuren binnen de stichting worden beloond in D12, waarbij zij ook een serieuze beleidsvoorbereidende rol vervullen binnen werkgroepen. De formatieomvang zal in de toekomst daarnaast een samenhang vertonen met het aantal leerlingen waar zij verantwoordelijkheid voor zijn. 2.5.5 Insourcen vervangingspool Vanaf oktober 2019 is gestart met de interne vervangingspool. Inmiddels kan geconstateerd worden dat de vervangingspool goed draait. Het insourcen heeft een positief effect op de betrokkenheid. Door de coronacrisis is er veel vraag naar korte vervanging.

Gelukkig beschikt de stichting over enorm betrokken medewerkers - vaak met een parttime aanstelling - die hun team graag ondersteunen. Veel vaste medewerkers stellen zich flexibel op om een groep tijdelijk over te nemen of op afstand te ondersteunen. Voor de zomer van 2020 heeft een aantal vaste vervangers uit de vervangingspool een vaste baan gevonden. Hierdoor was de vaste vervangingspool gekrompen naar 4,4 fte. Daarnaast wordt er ook gebruik gemaakt van flexibele vervangers, zoals gepensioneerde medewerkers van de stichting. Echter, de coronacrisis heeft logischerwijze wel geleid tot voorzichtigheid aan de zijde van de gepensioneerden. Huisvesting en facilitair Betekenisvol leren gebeurt in en om een daarvoor goed toegeruste school. Een fijne werkplek is randvoorwaardelijk om goede leerkrachten te kunnen (blijven) aantrekken. De mensen maken de plek, maar ook het gebouw doet ertoe! Daarom maken wij er werk van om onze gebouwen goed te onderhouden en mooie nieuwe huisvesting te realiseren als de tijd hier rijp voor is, De komende jaren staat er flink wat nieuwbouw op de planning en voorbereidingen zijn dan ook in volle gang.

Doelen en resultaten Vergezicht: Werken aan een Vitale en duurzame organisatie (huisvesting) 7: Het meerjarenonderhoudsplan uitvoeren 8: Uitbreiding Vogelweide gerealiseerd 9: Naar nieuwbouw voor Scholencomplex Montfoort 10: Naar nieuwbouw voor IKC Kiezel en Kei, Bergambacht 11: Naar nieuwbouw voor de Kromme Draai, Ammerstol 12: Intensief gebruik van het bestuursbureau

2019

2020

n.v.t.

2.5.6 Het meerjarenonderhoudsplan uitvoeren Het meerjarenonderhoudsplan uitvoeren, is een wettelijke taak. In 2020 is er veel minder uitgegeven aan groot onderhoud dan was begroot (-/- €241.000). Door de sluiting van de scholen en soms ook van bedrijven vanwege Covid-19 in een groot deel van het kalenderjaar is een aantal grote projecten uitgesteld Bestuursverslag 2020

30

naar 2021. Het gaat onder andere om schilderwerk, het vervangen van vloeren en het ophogen van een plein. 2.5.7 Uitbreiding Vogelweide gerealiseerd Net voor de zomer van 2020 is de nieuwbouwlocatie van de Vogelweide opgeleverd. Het oorspronkelijke gebouw waarin de Koningin Emmaschool gevestigd is samen met de Ichthus van het PCPO en een vestiging van de Waardse Kids, was al te klein bij de start. Het is een aangenaam gebouw, dat de naam ‘Houtsnip’ heeft meegekregen. 2.5.8 Naar nieuwbouw voor Scholencomplex Montfoort In december 2020 is het bouwkrediet door de gemeenteraad opgehoogd voor de bouw van het Scholencomplex en er lijkt dan ook eindelijk schot in de zaak te komen. Het nieuwe gebouw dat er eigenlijk al had moeten staan, wordt nu in de loop van 2023 verwacht. Ook de locatiekeuze is nu zo goed als rond en het aanbestedingstraject voor een Design en Build partij loopt bij het schrijven van dit jaarverslag. Vanuit de Hobbitstee is een werkgroep actief met daarin grote betrokkenheid van ouders, die beroepshalve bekend zijn met aanbestedingstrajecten of bouwprojecten. Van deze expertise wordt dankbaar gebruik gemaakt door de project- en stuurgroep. 2.5.9 Naar nieuwbouw voor IKC Kiezel en Kei, Bergambacht Het proces rond nieuwbouw Kiezel en Kei verloopt traag.

Een haalbaarheidsstudie heeft uitgewezen dat het plot op de huidige locatie van de Kiezel en Kei niet groot genoeg is voor nieuwbouw van een MFA waarin 2 IKC’s en de bibliotheek een plek krijgen. Er worden daarom alternatieve locaties onderzocht. Parallel hieraan wordt gewerkt aan het Programma van Eisen. 2.5.10 Naar nieuwbouw voor De Kromme Draai, Ammerstol In 2020 is een business case gemaakt voor de nieuwbouw van de Kromme Draai. In de loop van 2021 wordt een keuze voor de locatie verwacht. Het team heeft een vliegende start gemaakt met de vertaling van de visie naar het nieuwbouwconcept. 2.5.11 Intensief gebruik van het bestuursbureau Het prachtige bestuursbureau van Stichting onderwijs Primair is gekozen om ook veel ontmoeting mogelijk te maken voor de collega’s op de scholen. Dit is mogelijk dankzij het huisvesten van de Onderwijs Primair Academie en het faciliteren van studiedagen en werkoverleggen buiten de eigen scholen. Hiermee konden kosten voor externe locaties, zoals vóór 2018 het geval was, worden beperkt. Het bestuursbureau is in 2020 door toedoen van de corona pandemie nauwelijks gebruikt. Per maart zijn activiteiten in het kader van de Onderwijs primair Academie opgeschort. Ook is per maart het devies van overheidswege om thuis te werken als dat maar enigszins mogelijk is.

Aangezien dit voor de collega’s van het bestuursbureau in de meeste situaties goed kan, is dit in 2020 de norm geworden. De verwachting is dat ook in 2021 en daarna een deel van de week thuis zal worden gewerkt. Het gesprek moet daarom gevoerd worden of een bestuursbureau van deze grootte nog noodzakelijk is en of het pand gedeeld kan worden met een andere (onderwijs)partner.

Bestuursverslag 2020

31

2.6 Financieel beleid Voor een deel wordt ons financieel beleid ingegeven door eigen accenten, maar in belangrijke mate verantwoorden we ons in het bestuursverslag over vastgestelde thema’s. Allereerst zal stilgestaan worden bij de eigen accenten om vervolgens paragraafsgewijs ook de vastgestelde thema’s te bespreken. Doelen en resultaten Vergezicht: Werken aan een Vitale en duurzame organisatie (financiën) 1: Een financieel gezonde organisatie 2: Versterken begrotingsproces 3: Maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid 4: Centrale inkoop conform wet- en regelgeving

2019

2020

2.6.1 Een financieel gezonde organisatie Na een financieel slecht resultaat in 2018 kon de omslag gemaakt worden in de loop van 2019. Deze ontwikkeling is doorgezet in 2020. Hoewel de kengetallen ook in 2018 en 2019 een financieel gezonde organisatie lieten zien, stond de reservepositie onder druk. Met het positieve resultaat over 2020 is dit niet langer het geval, zoals wordt toegelicht in hoofdstuk 3. 2.6.2 Versterken begrotingsproces Een aandachtspunt blijft het begrotingsproces. In 2020 zijn hierin verdere stappen gemaakt, waarbij er weer meer aansluiting is geweest met het nieuwe strategisch beleidsplan en de jaarplannen van de scholen. Het verloop van het proces in de tijd vergt nog wel bijsturing. In 2021 is het streven om ruim eerder in het jaar de begrotingskaders helder te hebben en zal er nog meer gestuurd worden op de koppeling tussen de plannen en de begroting. Daarbij hebben de scholen meer financiële speelruimte,

Bestuursverslag 2020

32

doordat per eind 2020 een reserve per school opgebouwd kon worden. Of dit gaat bijdragen aan de professionalisering van de organisatie zal geëvalueerd moeten worden. 2.6.3 Maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid Binnen onze Stichting vinden diverse initiatieven plaats waarmee de Stichting haar verantwoordelijkheid neemt ten aanzien van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Een bijzondere situatie doet zich voor binnen het Schateiland. Daar wordt samengewerkt met de Dagbesteding Krimpenerwaard. Zij huren een lokaal van waaruit mensen met een veelal verstandelijke beperking allerlei klussen doen voor de school; van licht schoonmaakwerk tot klaarmaken van knutselmateriaal. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van een coach vanuit het Participatiefonds waarbij het mes aan twee kanten snijdt: positieve werkervaring voor iemand die elders is uitgevallen en hulp in de klas voor één van onze startende collega’s. In 2020 is de ‘Houtsnip’ opgeleverd bij de Vogelweide waar PCPO en Onderwijs Primair ook zelf hebben geïnvesteerd in duurzaamheidsmaatregelen, die via de exploitatie terugverdiend worden. Deze businesscase is afgestemd met de accountant. Daarnaast is bij de selectie van het kerstpakket heel bewust gekozen voor een ‘Support your locals-pakket’. Ook is de keuze gemaakt voor een prachtige (omslag)doek die op een duurzame wijze is geproduceerd.

Op deze manier wordt geprobeerd duurzaamheid een expliciete rol te geven bij onze keuzes. 2.6.4 Centrale inkoop conform wet- en regelgeving Het investeringsbeleid was tot voor kort gericht op de schooleigen keuzes. In 2020 is er, zonder dat de eigenheid van de scholen verloren gaat, meer inzet geweest op centrale inkoop en de mogelijke kostenvoordelen daarvan. Ook vanwege het voldoen aan de wet- en regelgeving ten aanzien van de inkoop was het nodig om hierin stappen te zetten. Hierbij wordt samengewerkt met een externe inkooporganisatie, die ondersteunt bij aanbestedingen. Schooldirecteuren blijven zelf het meerjaren investeringsplan (MIP) opstellen, maar hebben hierbij rekening te houden met Stichtingskaders. Veelal wordt gesignaleerd dat er bij het opstellen van de meerjarenbegroting vooral aandacht is voor het eerstkomende begrotingsjaar en dat er in de planjaren daarna steeds minder investeringen opgenomen worden. Vanuit financiën en control wordt er wel op gestuurd om investeringen over de jaren te verspreiden. In 2020 is voor het eerst vorm gegeven aan centrale inkoop van hardware waarmee aan de aanbestedingsverplichting is voldaan, zoals we die zijn aangegaan met de Onderwijsinkoopgroep. Recent zijn ook de leermiddelen voor het eerst centraal aanbesteed. Beto heeft dit aanbestedingstraject gewonnen.

Per 2021 zal de investeringsgrens verhoogd worden naar €1.000 en zal er centraal meer ondersteuning zijn bij de opstelling van het MIP. 2.6.5 Treasury Het treasurybeleid vindt plaats binnen de kaders van de Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 6 juni 2016 met kenmerk WJZ/800938, houdende regels over het uitzetten van gelden, het aangaan van leningen en het aangaan van verbintenissen voor financiële derivaten (Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 RBLD 2016)). De regeling heeft betrekking op de publieke middelen van Stichting Onderwijs Primair. Het treasurybeleid maakt deel uit van het financiële beleid van Stichting Onderwijs Primair. In de bedrijfsvoering wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijke opbrengst van de (tijdelijk) overtollige middelen tegen een aanvaardbaar risico. Met het oog op het afdekken van financiële risico’s en het financieren van geplande investeringen worden reserves en voorzieningen opgebouwd. In het treasurybeleid wordt uitvoering gegeven aan eigen verantwoordelijkheid van Stichting Onderwijs Primair Bestuursverslag 2020 33

om alle tot haar beschikking staande middelen risicomijdend uit te zetten. In het huidige treasurystatuut is er geen ruimte voor beleggen in derivaten en staatsobligaties. Het is wel mogelijk om bij niet-financiële instellingen, zoals gemeenten, een lening aan te gaan. 2.6.6 Lening gemeente Krimpenerwaard In 2010 is door de toenmalige gemeente Bergambacht een lening verstrekt ad € 254.000 ter financiering van de uitbreiding en verbouwing van de ruimte van de in het pand gevestigde locatie van Kern Kinderopvang Randstad B.V. De ruimte is een onderdeel van de locatie Kiezel & Kei. De lening dient in 40 jaar afgelost te worden, hiervoor is een vast rentepercentage vastgelegd van 4,01% gedurende de gehele looptijd. De jaarlijkse aflossingen en rentebedragen worden door de stichting aan Kern Kinderopvang Randstad B.V. doorbelast. De aflossingsverplichting wordt opgeschort indien de ruimte, ondanks inspanning om te verhuren, niet verhuurd kan worden en geen huurinkomsten worden genoten door de school. Hetzelfde geldt voor de renteverplichting. 2.6.7 Financiële baten en lasten De rentebaten zijn al jaren dalende en inmiddels is er sprake van negatieve rente. In 2020 is er slechts een bedrag van €25 aan rentebaten ontvangen en is er €2.000 aan negatieve rente betaald. Daarnaast waren de rentekosten van de lening bij de gemeente Krimpenerwaard €9.000 in 2020.

De overige bankkosten en kosten voor het gebruik van de simpled cards is ruim €4.000 geweest. Link naar het treasurystatuut: https://onderwijsprimair-live-fdb3e5a8d8d746cd8-d4b091c.divio-media.org/filer_public/66/1c/661c021a8643-446d-9540-45108edfbe98/200129_treasurystatuut_zonder_handtekeningen.pdf 2.6.8 Allocatie van middelen Het ministerie van OCW berekent de lumpsum financiering per school, rekening houdend met kenmerken als omvang van de school, de leerlingengewichten en de leeftijd van het onderwijzend personeel. De toekenning van de lumpsum financiering vindt plaats op stichtingsniveau. De verdeling van de Rijksbijdragen binnen Onderwijs Primair is gebaseerd op solidariteit tussen de scholen, waarbinnen de variabele personeelskosten (o.a. opname van duurzame inzetbaarheid in vrije tijd en ouderschapsverlof) bovenschools worden opgevangen. Per trimester wordt verantwoording afgelegd aan het College van Bestuur ten aanzien van de realisatie versus de begroting.

De schoolbijdragen worden bovenschools ingezet voor de bekostiging van: • Duurzame inzetbaarheid 57+ regeling en overgangsregeling Bapo • Ouderschapsverlof • Professionalisering directeuren • Kosten bestuursbureau • Bovenschools personeelsbeleid, waaronder de Onderwijs Primair Academie • Bovenschoolse ICT-coördinator en coaches startende leerkrachten • Overige bovenschoolse middelen, zoals kosten van de Arbodienst, juridische ondersteuning, Raad van Toezicht, GMR, accountant en salarisadministratie. Voor de kosten van het bestuursbureau wordt de signaleringsgrens van 5% van de baten gebruikt. Actueel en begroot zijn de volgende percentages van toepassing: Bestuursverslag 2020

34

Kosten bestuursbureau % van de baten

Realisatie 2019 (T-1)

Realisatie 2020 (T)

Begroting 2021 (T+1)

Begroting 2022 (T+2)

Begroting 2023 (T+3)

Begroting 2024 (T+4)

Begroting 2025 (T+5)

832.000

770.000

778.000

780.000

782.000

784.000

784.000

4,6%

4,2%

4,4%

4,6%

4,6%

4,6%

4,6%

In 2019 lagen de uitgaven aan inhuur van externen hoger als gevolg van keuzes uit 2018. Met ingang van schooljaar 2019/2020 is dit bijgestuurd en zijn formaties weer intern ingevuld op het bestuurskantoor. In 2020 is er sprake van een positief resultaat, doordat er minder is besteed aan opleidingskosten en advies en door lagere energielasten. De kosten blijven alle jaren onder de signaleringsgrens. 2.6.9 Onderwijsachterstandsmiddelen10 Stichting Onderwijs Primair verdeelt de achterstandsmiddelen op basis van de schoolscores van het CBS. Aangezien de verdeling conform de scores van het CBS is, heeft extra besluitvorming over de OABmiddelen niet plaatsgevonden. De baten zijn onderdeel van de bekostiging per BRIN en de uitgaven worden voorzien in de schoolbegrotingen. De inzet van deze middelen is divers, waaronder bijvoorbeeld de aanschaf van de woordenschatmethode LOGO 3000.

10 Over dit thema, aangewezen door de Minister van OCW, moet op grond van de Regeling jaarverslag artikel 4 lid 6 nadere verantwoording plaatsvinden.

Bestuursverslag 2020

35

2.7 Risico’s en risicobeheersing Interne risicobeheersingssysteem Het beleid is om ongeveer eens in de 3 jaar een (externe) risicoanalyse uit te voeren. Door meerdere bestuurswisselingen in de afgelopen jaren is dit voor het laatst gebeurd in 2015. In de tussentijd is de ontwikkeling van de financiële buffer wel gevolgd aan de hand van het Toetsingskader financiële verantwoording. Hierbij wordt uitgegaan van het risicoprofiel uit de laatste risicoanalyse. Voor 2021 staat er een nieuwe risicoanalyse gepland. Aan de hand van deze analyse zal het risicoprofiel opnieuw vastgesteld worden en zal het financieel beleid hierop aangepast worden. Het beheersen van de risico’s is een doorlopend proces. Bij de opstelling van de meerjarenbegroting wordt bekeken wat de belangrijkste risico’s zijn en indien nodig worden deze financieel afgedekt. Hierbij kan gedacht worden aan het vormen van voorzieningen, zoals de voorziening jubilea of langdurig zieken. Daarnaast wordt er conform de werkwijze van OCW gewerkt met de T-1 bekostiging, waardoor er tijdig bijgestuurd kan worden als de leerlingenaantallen grote afwijkingen laten zien ten opzichte van wat er was ingeschat. In actuele rapportages wordt bijgestuurd op de begroting door het maken van prognoses. Tussen de opstelling van de begroting en het eind van een kalenderjaar gebeurt vaak erg veel.

In een prognose worden zoveel mogelijk van de actuele ontwikkelingen verwerkt, zodat er zo min mogelijk financiële verrassingen ontstaan. Een grote onzekerheid hierbij blijft de bekostiging, doordat er pas na afloop van een schooljaar duidelijk wordt wat de definitieve baten zijn geworden. Naar verwachting zal deze onzekerheid kleiner worden na de overgang naar de nieuwe bekostigingssystematiek per 2023, maar intern wordt wel bekeken hoe hier effectiever mee omgegaan kan worden. Belangrijkste risico’s Hieronder worden de belangrijkste risico’s benoemd ten tijde van het opstellen van de begroting over 2020 met daarbij een toelichting op de actuele ontwikkelingen ten aanzien van deze risico’s. 1. Strategie Risico’s en onzekerheden, die een belemmering vormen om de plannen te realiseren: • Bij de voorgenomen fusie tussen Prins Bernhard en Het Schateiland was het de vraag of het zou lukken om te fuseren per schooljaar 2020/2021 en of de bijbehorende fusiemiddelen zouden worden ontvangen. Alternatief was opheffing van de Prins Bernhardschool, maar hierbij zouden er geen extra middelen beschikbaar komen. Dit proces is continu gevolgd en afhankelijk van de uitkomst was het mogelijk om tijdig andere keuzes te maken.

De fusie heeft conform verwachting plaatsgevonden en voldoende leerlingen zijn vanuit de Bernhardschool meegegaan naar de fusieschool, waardoor er ruime fusiemiddelen beschikbaar zijn gekomen. • Samenwerking binnen Haastrecht: in de begroting is uitgegaan van verdergaande samenwerking per kalenderjaar 2021. Vanaf januari 2020 zijn hiervoor extra directie-uren begroot om dit te bewerkstelligen. Gaandeweg bleek een fusie per januari 2021 niet haalbaar. Actueel loopt dit traject nog en ingezet wordt op een fusie per 01-08-2021. Financieel is dit voldoende gedekt in de nieuwe begroting voor 2021. • Ontwikkelingen rondom de scholen in Oudewater en Hekendorp. In de meerjaren begroting 20202024 is langdurig uitgegaan van een negatieve begroting op deze scholen, maar is ook aangegeven dat bijsturing noodzakelijk is. Voor 2020 was er in de begroting een besparingsopdracht opgenomen voor deze scholen. Deze besparing is ruim behaald door het tijdig bijsturen op de uitgaven. In het najaar van 2020 is er vanuit verschillende disciplines opnieuw naar de uitdagingen van deze scholen gekeken en zijn er breed gedragen plannen gemaakt voor toekomstige stappen. Hierbij zijn ook duidelijke kaders neergezet, zodat helder is wanneer verdere bijsturing nodig is. Bestuursverslag 2020

36

2. Operationele activiteiten Risico’s en onzekerheden ten aanzien van de processen binnen de organisatie • De leeftijdsopbouw binnen de organisatie in combinatie met de krapte op de arbeidsmarkt veroorzaakt een risico ten aanzien van de personele bezetting. De komende jaren zal de natuurlijke uitstroom fors zijn. Er zijn diverse plannen om dit aan te pakken. Hiervoor is bovenschools ook extra budget opgenomen, maar een landelijk personeelstekort wordt niet zomaar opgelost. Het personeelstekort in het onderwijs blijft actueel een risico. In 2020 is het dankzij diverse inspanningen, zoals positieve exposure, gelukt om alle formatie in te vullen. Lastig blijft het vinden van vervangers. Ook hiervoor wordt veel werk verricht en wordt ook samenwerking gezocht. Het heeft er wel toe geleid dat er veel minder uren vervangen zijn dan wenselijk was. Door corona is lastig te benoemen wat het effect hiervan is geweest. In 2021 zal er weer meer gestuurd worden op de leerresultaten op de scholen. Hierdoor zal nog beter in beeld komen wat de verschillende scholen nodig hebben op het gebied van formatie. Financieel zal hiervoor extra ruimte beschikbaar zijn vanwege subsidies en extra bekostiging.

• Passend onderwijs vormt een belangrijk onderdeel binnen de organisatie, maar door wisselingen in de bezetting met betrekking tot de coördinatie lopen de processen nog niet altijd soepel en is er in 2019 sprake van een overschrijding van het budget. Met de komst van een nieuwe medewerker per december 2019 en ingrijpen op de processen was de verwachting dat dit in 2020 beter onder controle zou zijn. Er is in 2020 zeker sprake geweest van een verbeterde controle op de uitgaven, maar daardoor is er juist weer veel geld niet uitgegeven. Er wordt gewerkt aan een aanpassing van de verdeling van de middelen binnen de stichting, waardoor de baten en lasten beter in evenwicht moeten komen. • De beperkte omvang van het bestuurskantoor maakt de organisatie kwetsbaar. Om deze kwetsbaarheid te beperken wordt er op het gebied van personeels- en salarisadministratie samengewerkt met een administratiekantoor. • Vanwege het afsluiten van een contract met een centrale inkooporganisatie voldeed de stichting volgens de accountant niet meer aan de voorwaarden voor decentrale inkoop. Dit betekende dat er mogelijk vaker sprake moest zijn van aanbestedingstrajecten. Overleggen hierover zijn weer opgepakt en er bekeken is in hoeverre er verdere stappen op het gebied van centrale inkoop noodzakelijk waren.

Het risico voor de organisatie lag vooral op het vlak van het niet voldoen aan de aanbestedingswet. In 2020 zijn hierin grote stappen gezet. Er is een inkoopbeleid gemaakt en daarin zijn de prioriteiten helder verwoord. Dit heeft geleid tot centrale inkoop van hardware door middel van het zgn. Dynamisch Aankoop Systeem (DAS). Hierbij wordt een uitvraag in de markt gezet, waarbij meerdere partijen kunnen inschrijven. De inschrijvingen worden objectief beoordeeld en daarna krijgt de beste partij de opdracht. Dit systeem werkt goed bij standaard producten. Voor andere producten blijft een aanbestedingstraject van belang. Voor leermiddelen is in het najaar zo’n aanbesteding gestart. In februari 2021 heeft daarvan de gunning plaatsgevonden. In de komende jaren zal het inkoopbeleid verder vormgegeven en geprofessionaliseerd worden. 3. Financiële positie Risico’s en onzekerheden ten aanzien van de financiële positie: • De daling van het aantal leerlingen binnen de stichting is een risico, maar hiermee wordt in de meerjarenbegroting zorgvuldig rekening gehouden. Aangezien er gewerkt wordt met de T-1 bekostiging is dit risico deels afgedekt. • Er bestaan risico’s voortvloeiend uit toekomstige personele rechten, zoals jubileumgratificaties. Dit risico is beheersbaar gemaakt door het vormen van een specifieke personele voorziening op de balans. Bestuursverslag 2020

37

• •

•

Mogelijke arbeidsconflicten zijn lastig te voorzien en te begroten. Er zijn juridische kosten begroot en er is een bedrag voorzien voor eventuele transitievergoedingen. De onzekerheid rondom de Rijksbekostiging. Vaak wordt pas in een laat stadium duidelijk hoe de Rijksbekostiging eruit zal zien. Door middel van prognoses wordt gedurende een jaar bijgestuurd. De personele bekostiging van 2019/2020 is in 2019 verhoogd en deze verhoging was grotendeels meegenomen als onderhandelingsruimte voor de cao. Aangezien de cao nog niet rond was, was ook nog niet duidelijk hoe de loonkosten zich zouden ontwikkelen. In de begroting was rekening gehouden met de volledige inzet van de gestegen baten op de personeelslasten. In de begroting van 2020 is daarmee voldoende rekening gehouden met de inzet van de extra baten in de personeelslasten. Uiteindelijk zijn de werkelijke baten nog ruim hoger geworden dan was voorzien. Toekomstgericht zou er mogelijk wat meer risico genomen kunnen worden ten aanzien van de te ontvangen baten. Het belangrijkste hierin is de wens dat middelen beleidsrijk worden ingezet en niet ad hoc. Intern wordt hierover gesproken binnen de werkgroep Financiën. Met ingang van 2019 is Onderwijs Primair eigen risicodrager (ERD) voor het Vervangingsfonds (VF) geworden. Het risico van vervanging bij ziekte en schorsing is hierdoor volledig bij de stichting komen te liggen.

In de begroting van 2020 is de premie, die niet meer aan het VF betaald hoeft te worden, beschikbaar gesteld voor de bekostiging van de vervangingen. Hierbij is wel uitgegaan van een positief resultaat op ERD conform de vanuit het VF ontvangen baten over 2018. Daarnaast is het aantal langdurig zieken binnen de stichting op dit moment groot. Hiervoor is in zowel 2018 als 2019 een voorziening gevormd. De voorziening voor 2019 is te laag geweest, omdat zieke werknemers langer in dienst bleven dan was voorzien. Ook voor 2020 was dit een risico. Daarnaast moest uit de fictieve ERD-premie de nieuwe dotatie aan de voorziening in 2020 worden gedaan. Uitgangspunt hierbij was dat het langdurig verzuim in 2020 naar beneden bijgesteld kon worden. Verlaging van het ziekteverzuim heeft een hoge prioriteit binnen de afdeling HRM. Ook in 2020 is het resultaat op ERD positiever geweest dan was begroot. Ten opzichte van aansluiting bij het VF levert dit direct een financieel voordeel op. Een deel van de aanleiding betreft wel het tekort aan vervangers wat voor de uitvoering van de primaire taak niet wenselijk is. Het aantal langdurig zieken is in 2020 verder teruggelopen en er is meer inzicht in het verloop van de trajecten. Door een stagiaire op HRM is een start gemaakt met een onderzoek naar het ziekteverzuim. De resultaten hiervan worden in de loop van 2021 verwacht.

• Diverse scholen maken onderdeel uit van een multifunctionele accommodatie. Voor het inzicht in de kosten van groot onderhoud en overige gemeenschappelijke uitgaven is Onderwijs Primair afhankelijk van de informatievoorziening vanuit deze MFA’s. Voor de opstelling van de begroting van 2020 zijn de begrotingen van de diverse MFA’s als input gebruikt. Actueel blijft dit een aandachtspunt. De sturingsmogelijkheden liggen vooral op het niveau van de bestuurders en daarom is een juiste informatievoorziening voor de bestuurders van groot belang. In 2021 is een start gemaakt met een huisvestingsnotitie om hier meer grip op te krijgen. • Er was een discussie gaande over de voorziening groot onderhoud en de manier waarop deze werd gevormd binnen het primair onderwijs. Volgens de accountancybranche voldoet de sector niet aan de wet- en regelgeving. Het wel voldoen aan de regels heeft mogelijk een forse stijging van de voorziening tot gevolg. De PO-raad is hierover in gesprek gegaan met de accountants. Voor het primair onderwijs is het niet wenselijk om hogere voorzieningen aan te houden. Voor 2020 mocht de

Bestuursverslag 2020

38

bestaande methode nog gebruikt worden. De verwachting was dat er begin 2020 meer duidelijkheid zou komen. In januari 2020 zou bekeken worden wat het effect van een mogelijke wijziging tot gevolg zou hebben voor de stichting. Duidelijkheid is hierover pas eind 2020 gekomen. Vanaf 2023 moet de opbouw van de voorziening volgens de componentenmethode gebeuren. Er zullen nog handleidingen volgen, maar onduidelijk is nog wanneer deze er zullen zijn. Naar verwachting zal er een verschuiving plaatsvinden van de voorziening naar de activa vanwege de strakkere definitie van groot onderhoud. De impact van de omslag voor de stichting moet nog berekend worden. Er is wel een start gemaakt, maar bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van de toegezegde handleidingen. 4. Financiële verslaggeving Risico’s en onzekerheden, die van invloed zijn op de betrouwbaarheid van de interne en externe financiële verslaggeving: • Een belangrijk onderdeel bij de financiële verslaggeving in een lopend jaar vormt de prognose per eind van dat jaar. Om betrouwbare prognoses te kunnen maken, is voldoende input vanuit de verschillende onderdelen van de organisatie van belang (besluitvorming college van bestuur, keuzes schooldirecteuren). Door middel van trimestergesprekken met de directeuren en wekelijks overleg tussen bestuurder en beleidsmedewerker Financiën wordt dit zoveel mogelijk ondervangen.

Er wordt gewerkt aan een verbetering van de financiële rapportages op schoolniveau om de directeuren betere sturingsmogelijkheden te geven. De afstemming om te komen tot goede prognoses is versterkt in 2020. Het blijkt nog wel lastig om na 2 trimesters op schoolniveau een goed inschatting te maken van nog te verwachten uitgaven. 2020 is hiervoor door corona ook geen representatief jaar geweest. Deze ontwikkeling zal verder voortgezet worden. Aan de verbetering van de beschikbaarheid van financiële rapportages op schoolniveau wordt nog gewerkt. Hierbij is er een afhankelijkheid van AFAS zolang het de wens is om rapportages zoveel mogelijk via het bestaande administratiesysteem beschikbaar te stellen. Op dit moment is duidelijk dat er nieuwe rapportages komen aan het eind van het 1e kwartaal 2021. • In 2019 zijn de voorheen erg financieel gerichte managementrapportages verder vormgegeven met toevoegingen vanuit de verschillende vakgebieden. Ook in 2020 is dit proces verder gegaan. Een bredere rapportage waarbij de verschillende vakgebieden met dezelfde regelmaat rapporteren, zorgt voor een beter geïnformeerde organisatie. De brede managementrapportages krijgen steeds meer vorm. Vanuit de verschillende disciplines van de RvT wordt er ook teruggekoppeld aan welke informatie er behoefte is, zodat vraag en aanbod steeds beter op elkaar aansluiten.

• Tijdigheid van de informatievoorziening. Het opstellen van financiële rapportages is redelijk arbeidsintensief en vergt daardoor soms meer tijd dan beschikbaar is. Bekeken wordt of een deel van de werkzaamheden verder geautomatiseerd kan worden en financiële stromen worden zoveel mogelijk vereenvoudigd. Dit is meegenomen bij het 1e punt t.a.v. de financiële verslaggeving. 5. Wet- en regelgeving Risico’s en onzekerheden als gevolg van wetten en regels, die een directe invloed hebben op de organisatie: • Mogelijkheden van samenwerking en dan met name de mogelijkheid om personeel uit te wisselen. Verschillen in salarisniveau en cao spelen hier een rol. • Er wordt gewerkt aan een vereenvoudiging van de bekostiging. Het is nog de vraag wat de impact hiervan zal zijn op de baten voor de stichting. In de huidige meerjarenbegroting is hier nog geen rekening mee gehouden worden. Het was wel het streven om hier in 2020 meer duidelijkheid over te krijgen. Voorlopig staat de invoering van de nieuwe bekostiging gepland per kalenderjaar 2023. Aan de hand van een berekeningsmodel kon in 2020 berekend worden welke impact de nieuwe bekostiging op de scholen zal hebben. Op het niveau van de stichting lijkt dit niet tot hele grote wijzigingen in de hoogte van de bekostiging te leiden. Op schoolniveau levert dit wel verschillen op. Bestuursverslag 2020

39

•

In 2021 wordt dit verder bekeken en zal het meegenomen worden in de gesprekken over allocatie van de middelen. De risico’s ten aanzien van het voldoen aan de aanbestedingswet en de methode van opbouw van de voorziening groot onderhoud zijn onder punt 2 en 3 al genoemd.

Na de opstelling van de begroting voor 2020 is er een nieuw risico ontstaan, dat eerder niet voorzien was, namelijk het corona-virus. In 2019 was het corona-virus nog ver weg voor Nederland, maar begin 2020 is dit snel veranderd. De vraag was of dat ook gevolgen zou hebben voor de financiële positie van de stichting. In hoofdstuk 2 is al kort ingegaan op hoe de stichting, met name ten aanzien van het primaire proces, omgaat met het corona-virus. Ook in paragraaf 3.2 wordt hier aandacht aan besteed. Op dit moment worden er geen grote financiële tegenvallers verwacht. Actueel zijn er zowel tegenvallers als meevallers zichtbaar geworden. De meevallers zijn financieel en worden voor het primaire proces zeker niet als meevaller gezien. Zo is er veel minder uitgegeven aan opleidingen, externe activiteiten en culturele vorming. Wel zal er de komende jaren financiële ruimte beschikbaar komen om achterstanden in te halen. Hierbij ontstaat wel direct een nieuw risico, namelijk het feit dat het hierbij (deels) om tijdelijke middelen gaat en dat de menskracht om achterstanden in te lopen beperkt beschikbaar is. Naar verwachting zal gepoogd worden het meeste geld in personeel in te zetten met een risico op boventalligheid na afloop van de regeling. De ontwikkelingen worden nauwlettend gevolgd en zullen meegenomen worden in het begrotingsproces voor 2022 t/m 2026.

Een ander risico gerelateerd aan corona dat in 2020 is ontstaan betreft de aanpak van de ventilatie op de scholen. Gesteld wordt dat dit een verantwoordelijkheid van gemeenten en schoolbesturen samen is, maar nu gemeenten aangeven hiervoor geen budget beschikbaar te hebben, komt het toch op de schoolbesturen aan. In 2020 zijn op alle scholen ventilatie-onderzoeken uitgevoerd. De financiële impact is hiervan in beeld en kan grotendeels worden gedekt uit de voorziening groot onderhoud. Daarnaast is voor een aantal scholen subsidie aangevraagd.

Bestuursverslag 2020

40

3. Verantwoording financiën/Continuïteitsparagraaf Dit hoofdstuk bevat de verantwoording over de financiële staat van het bestuur. Het geeft de belangrijkste financiële gegevens weer en is los van de jaarrekening te lezen. De eerste paragraaf gaat in op ontwikkelingen in meerjarig perspectief, de tweede paragraaf geeft een analyse van de staat van baten en lasten en de balans en in de laatste paragraaf komt de financiële positie van het bestuur aan bod.

3.1 Ontwikkelingen in meerjarig perspectief Leerlingen Teldatum 1 oktober

Realisatie 2019 (T-1)

Realisatie 2020 (T)

Prognose 2021 (T+1)

Prognose 2022 (T+2)

Prognose 2023 (T+3)

Prognose 2024 (T+4)

Aantal leerlingen

2.761

2.688

2.618

2.601

2.616

2.594

Bovenstaande tabel laat zien dat er de komende jaren een verdere daling van het leerlingenaantal wordt verwacht. De prognose van aantallen leerlingen ligt opnieuw een stuk lager dan in de begroting van vorig jaar. Toen werd 2019 als het laagste niveau gezien met de jaren daarna een voorzichtige stijging. Helaas laat de huidige prognose een ander beeld zien. Het leerlingenaantal zal naar verwachting de komende jaren nog verder dalen. Ondanks het feit dat er sprake is van een aantal groeischolen wordt dit door de krimpscholen weer tenietgedaan. De daling van 2020 naar 2021 wordt voor een groot deel (57 leerlingen) veroorzaakt door de fusie van de Vlisterstroom met de St. Catharina en daarmee de overdracht van de school naar een ander bestuur (De Groeiling). Elk jaar worden de leerlingenprognoses opnieuw vastgesteld. Vanwege de T-1 bekostiging kan tijdig bijgestuurd worden als de prognoses veranderen.

Bestuursverslag 2020

41

FTE Aantal FTE gemiddeld

Realisatie 2019 (T-1)

Realisatie 2020 (T)

Begroting 2021 (T+1)

Begroting 2022 (T+2)

Begroting 2023 (T+3)

Begroting 2024 (T+4)

Begroting 2025 (T+5)

Bestuur / management

13,72

14,16

13,44

12,65

12,20

12,20

12,20

Onderwijzend personeel

154,45

148,83

144,49

139,01

138,25

138,87

138,90

Ondersteunend personeel

26,57

26,78

27,90

25,60

24,38

23,56

23,56

Totaal

194,74

189,78

185,82

177,26

174,83

174,63

174,66

Bovenstaand overzicht betreft de formatie inclusief vaste vervangers in de vervangingspool en exclusief alle overige vervangers. Vanwege de in de begroting veronderstelde daling van het aantal leerlingen is het een logische consequentie dat ook het aantal fte in de begroting daalt. De daling van de formatie in 2020 ten opzichte van 2019 betreft volledig onderwijzend personeel. Zowel directie als onderwijsondersteunend personeel laten een lichte stijging zien. Naast de kosten voor deze formatie is er in de begroting meer ruimte opgenomen voor loonkosten. Hierbij gaat het om de inzet van toegekende subsidies: subsidie VVE van de gemeente Krimpenerwaard (€70.000 voor 2021) en de subsidie inhaal- en ondersteuningsprogramma (€252.000 2020/2021). Bij de opstelling van de begroting waren de plannen voor de besteding van deze gelden nog niet volledig. Inmiddels is duidelijk dat het grootste deel van deze subsidies ingezet zal worden op personeel. Dit zal grotendeels intern zijn, maar er zijn met een externe partner ook afspraken m.b.t. leerlingbegeleiding gemaakt. Daarnaast is er ook nog een deel van de fusiebekostiging voor het Schateiland beschikbaar. In de begroting is ruimte opgenomen voor de uitgaven hiervan. In de planjaren wordt ten opzichte van bovenstaande tabel dus een hogere formatie verwacht als rekening gehouden wordt met de besteding van deze middelen.

Bestuursverslag 2020

42

3.2 Staat van baten en lasten Staat van baten en lasten Realisatie 2019 (T-1)

Begroting 2020 (T)

Realisatie 2020 (T)

Begroting 2021 (T+1)

Begroting 2022 (T+2)

Begroting 2023 (T+3)

Begroting 2024 (T+4)

Begroting 2025 (T+5)

Verschil verslagjaar t.o.v. begroting

17.650

16.850

17.753

17.255

16.714

16.728

16.850

16.915

876

103

84

137

161

343

109

102

85

75

47

77

Overige baten

216

190

201

182

133

133

133

133

15

-15

TOTAAL BATEN

17.950

17.177

18.115

17.780

16.956

16.963

17.068

17.124

938

165

Personeelslasten

14.421

13.823

14.421

14.276

13.726

13.737

13.832

13.900

598

0

Afschrijvingen

481

496

562

477

456

451

452

433

66

81

Huisvestingslasten

1.504

1.464

1.528

1.447

1.403

1.403

1.403

1.401

64

24

Overige lasten

1.580

1.539

1.441

1.560

1.488

1.461

1.440

1.441

-98

-139

TOTAAL LASTEN

17.987

17.322

17.951

17.761

17.073

17.053

17.127

17.176

629

-35

Saldo baten en lasten

-37

-145

163

20

-117

-90

-59

-52

309

200

Saldo financiële baten en lasten

-13

-14

-15

-16

-16

-16

-15

-15

-1

-2

Bedragen x €1.000

Verschil verslagjaar t.o.v. vorig jaar

BATEN Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen en subsidies

LASTEN

SALDO

Besparingsopgave

12

TOTAAL RESULTAAT

-50

Inzet reserve Passend onderwijs Inzet fusiemiddelen Resultaat exclusief inzet bestemmingsreserves Bestuursverslag 2020

-148

-12 148

4

-133

-105

-75

-67

18 -108

18 22

18 36

18 47

18 66

-87

-93

-52

-75

17

296

43

198

De staat van baten en lasten op de voorgaande pagina is gebaseerd op de door de RvT goedgekeurde meerjarenbegroting. Resultaat 2020 Het resultaat voor 2020 is €148.000 geworden en daarmee €296.000 positiever dan was begroot. Kort samengevat wordt het positieve verschil op het resultaat veroorzaakt door: • een stijging van de totale baten met bijna €938.000. Hiervan betreft €804.000 bekostiging vanuit OCW; • een stijging van de totale lasten met €642.000 (inclusief saldo financiële baten en lasten en de besparingsopgave). De belangrijkste verklaring van de toename van de lasten ligt bij de loonkosten. In de cao waren afspraken gemaakt over de volgende extra loonkosten: • Eenmalige uitkering van 33% van het maandloon (februari). • Eenmalige uitkering van €875 naar rato van de werktijdfactor (februari). • Aanpassing loonschalen directie en onderwijsassistenten per augustus 2020. • Verrekening baten vanuit convenant aanpak lerarentekort. Na vaststelling van de begroting voor 2020 werd bekend dat de bekostiging van deze loonkosten al in 2019 uitgekeerd zou worden en ook in dat jaar meegenomen moest worden in de baten. Vervolgens is per eind 2019 een bestemmingsreserve personeel gevormd vanuit de verhoging van de reguliere bekostiging 18/19 en 19/20, verlaagd met de extra pensioenlasten, en de aanvullende bekostiging vanuit het convenant aanpak lerarentekort.

In totaal ging het om een bedrag van €554.000. De werkelijke kosten zijn uitgekomen op €539.000. Rekening houdend met de inzet van de bestemmingsreserve zijn de lasten €88.000 hoger geworden dan was begroot. Vanuit de verschillende onderdelen van de stichting is de bijdrage aan het resultaat als volgt: • Scholen: -/- €117.000; een stijging van €56.000 t.o.v. de begroting en inclusief compensatie van de hogere loonkosten zelfs een stijging van €554.000. • Passend Onderwijs: + €78.000; het begrote resultaat was €0. Inclusief compensatie van de extra loonkosten betreft het een stijging van €83.000 t.o.v. de begroting • Bovenschools: + €188.000; een stijging van €162.000 t.o.v. de begroting, waarvan €83.000 extra resultaat op ERD (eigen risicodrager voor het Vervangingsfonds). Inclusief compensatie extra loonkosten bedraagt de toename van het resultaat €198.000. Onderwijs Primair is eigen risicodrager voor het Vervangingsfonds (ERD). Voor de bekostiging van ziektevervanging wordt gerekend met een fictieve premie. Een positief resultaat op ERD betekent dat de werkelijke vervangingskosten lager zijn geweest dan de totaal berekende fictieve premie. Het totale resultaat op ERD bedraagt over 2020 €133.000. In de begroting was rekening gehouden met een resultaat van €50.000.

Na het 1e kwartaal werd in eerste instantie een daling van het resultaat gezien, maar daarna steeg het resultaat maandelijks weer. In de prognose van het 2e trimester werd rekening gehouden met een resultaat van €129.000. Uiteindelijk is dit dus nog iets positiever geworden. Ondanks de uitgaven aan vervanging van leerkrachten, die als risicogroep voor corona niet voor de klas konden, zijn de vervangingskosten lager geweest dan verondersteld in de begroting.

Bestuursverslag 2020

44

Toelichting belangrijkste verschillen realisatie ten opzichte van begroting 2020 Baten De totale baten zijn €938.000 hoger geworden dan was begroot. Hiervan wordt €876.000 veroorzaakt door de Rijksbijdragen, €47.000 door de overige overheidsbijdragen en -subsidies en €15.000 door de overige baten. Rijksbijdragen De stijging van de Rijksbijdragen met €876.000 is als volgt te verklaren: • Reguliere bekostiging OCW: + €612.000. Dit betreft de stijging van zowel de personele als de materiële bekostiging. Vanwege de stijging van de loonkosten per 01-01-2020 was bekend dat de baten ook zouden stijgen om dit te compenseren. Echter, de baten zijn uiteindelijk ruim hoger geworden dan in eerste instantie werd verwacht. Bovenop de verwachte toename kwam er gemiddeld €35 per leerling extra beschikbaar. Daarnaast zat er in de bekostiging een bedrag van 0,65% van de loonkosten verwerkt waarvoor nog een bestemming gevonden moest worden. Voor eind 2020 is hierover overeenstemming bereikt en is dit uitgekeerd in de vorm van een extra eindejaarsuitkering voor het personeel. Daarnaast was er sprake van extra baten door: - Hogere reguliere baten voor de fusieschool (Prins Bernhard en Schateiland) door het meetellen van de leerlingen per 01-10-2019; - Doorlopende materiële baten voor de gefuseerde Prins Bernhardschool.

Verondersteld was dat dit zou eindigen per 01-08-2020, maar aangezien materiële bekostiging per kalenderjaar wordt vastgesteld, wordt dit tussentijds niet gewijzigd. • Groeibekostiging: + €112.000; in de begroting is hiermee geen rekening gehouden. • Bekostiging onderwijsachterstandenbeleid: + €17.000; deze bekostiging wordt gebaseerd op de door het CBS vastgestelde achterstandsscores per school. Jaarlijks worden de achterstandsscores opnieuw vastgesteld en hierbij kan sprake zijn van behoorlijke fluctuaties. Bij de opstelling van de begroting wordt uitgegaan van de laatst bekende scores, maar voor de bekostiging van het nieuwe schooljaar kan hier dus een afwijking in ontstaan. Naast een wijziging in de achterstandsscores is de stijging van de bekostiging het gevolg van indexatie. • Bijzondere bekostiging wegens samenvoeging: + €62.000; dit betreft de fusiemiddelen als gevolg van de samenvoeging van Het Schateiland en de Prins Bernhardschool per 01-08-2020. Deze middelen zijn per eind 2020 in een bestemmingsreserve geplaatst, zodat dit geld voor de komende jaren beschikbaar is voor de fusieschool. • Baten samenwerkingsverbanden: + €58.000; zowel de baten vanuit samenwerkingsverband Midden Holland als vanuit samenwerkingsverband Passenderwijs zijn in 2020 verhoogd ten opzichte van de bedragen waarmee gerekend was in de begroting.

Daarnaast zijn er vanuit Passenderwijs meer middelen ontvangen op basis van aangevraagde arrangementen. • Overige subsidies OCW: + €14.000; dit betreft grotendeels de vrijval van een deel van de subsidie IOP (Inhaal- en Ondersteuningsprogramma). Deze subsidie is vanwege corona in 2020 op aanvraag beschikbaar gekomen ten behoeve van extra ondersteuning als gevolg van ontstane achterstanden door het vele thuisonderwijs in 2020. De totaal toegekende subsidie voor de stichting bedraagt €252.000. Hiervan is in 2020 ruim €11.000 besteed. De rest zal in 2021 uitgegeven worden. De scholen hebben hiervoor plannen ingediend. Overige overheidsbijdragen en -subsidies Vanuit de gemeente Krimpenerwaard is €47.000 meer ontvangen aan subsidies dan in de begroting was voorzien. Hierbij gaat het met name om de toevoeging van de subsidie VVE (voor- en vroegschoolse Bestuursverslag 2020

45

educatie) van €59.500, maar is een aantal andere subsidies actueel wat lager geworden. Het gaat hierbij o.a. om subsidie voor leerlingbegeleiding, judo en sociaal-emotioneel leren. Overige baten Ook de overige baten zijn hoger geëindigd dan begroot (+ €15.000). Onder de overige baten zijn detacheringsbaten (+ €3.600), verhuuropbrengsten (-/- €6.600), sponsoring (-/- €2.000) en overige baten (+€20.000) opgenomen. Het verschil op overige baten betreft onder andere een afrekening over 2019 van OnderwijsAdvies met een bate van €11.000 als resultaat, een bate vanuit Stichting Rijdende school vanwege een tijdelijke plaatsing van leerlingen en baten vanuit Bartimeus met betrekking tot slechtziende leerlingen. Lasten De totale lasten overschrijden de begroting met €642.000. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn: • Loonkosten: + €706.000; dit betreft de afwijking inclusief de mutaties op de personele voorzieningen (jubilea, langdurig zieken en overige). Rekening houdend met de eerder genoemde bestemmingsreserve personeel blijft er een overschrijding over van €153.000. Dat de loonkosten hoger zouden worden, was bekend. In de begroting was rekening gehouden met een loonsverhoging per januari 2020 van 2,3%, zoals ook in de bekostiging was opgenomen.

De in de cao afgesproken loonsverhoging werd 4,5% en de compensatie hiervan in de bekostiging werd bekend in september (schooljaar 2019/2020) en oktober (schooljaar 2020/2021). De overschrijding op de loonkosten is lager dan werd verwacht, rekening houdend met de aanpassing van de lonen. Hierbij moet ook opgemerkt worden dat: - er in de loonkosten een positief resultaat op ERD zit van €133.000. Begroot was een positief resultaat van €50.000. - er in de loonkosten een terugvordering op het UWV is meegenomen van €89.000. Dit betreft de in 2020 uitbetaalde transitievergoedingen na uit dienst vanwege ziekte-trajecten. Ter hoogte van €4.000 is inmiddels een toezegging ontvangen. De rest van de vorderingen is nog in behandeling. Daarnaast is er een uitbetaling van €21.000 ontvangen met betrekking tot een over 2019 teruggevorderde transitievergoeding. Dit bedrag was vanwege onzekerheid over terugbetaling niet opgenomen als bate. - een deel van de begrote loonruimte niet is ingezet. Als naar het resultaat van de scholen wordt gekeken, kan gesteld worden dat het hierbij gaat om een loonruimte van ongeveer €170.000. Voor de totale stichting gaat het om ruim €200.000 niet gebruikte loonruimte, waarvan wel de dotatie aan de voorziening langdurig zieken en jubilea ter hoogte van €146.000 betaald kon worden.

Oorzaken van het niet besteden van de begrote loonkosten zijn het niet invullen van begrote formatieruimte, het vertrekken van duurdere leerkrachten en het vervangen door jongere mensen en/of stagiaires en de inzet van minder vervangers bij zwangerschaps- en ouderschapsverlof. • Overige personele lasten: -/- €109.000; de oorzaak hiervan ligt vooral bij de opleidingskosten. Door corona is veel niet doorgegaan. Onder andere op teamscholingen is veel minder uitgegeven. • Afschrijvingskosten: + €66.000; in de begroting was rekening gehouden met investeringen ter hoogte van €632.000. Actueel is dit een stuk lager geworden, namelijk €487.000. Aan het begin van 2020 was er al bijgestuurd op de hoogte van de investeringen tot een niveau van €450.000. Dat er toch sprake is van hogere afschrijvingskosten is het gevolg van versnelde afschrijvingen ter hoogte van €87.000. Er heeft een opschoning van de activa plaatsgevonden waarbij niet meer in gebruik zijnde activa volledig is afgeschreven. • Huisvestingslasten: + €64.000; Aan schoonmaak is €40.000 meer besteed. Dit is een direct gevolg van corona. Daarnaast is er €16.000 meer uitgegeven aan klein onderhoud. Hieronder zijn de kosten geboekt voor de ventilatieonderzoeken op de scholen. De energiekosten zijn juist met Bestuursverslag 2020 46

€16.000 onder budget uitgekomen, maar daar staan weer hogere heffingen, afrekeningen VVE’s 2019 en verhuiskosten tegenover. • Administratie- en beheerlasten: -/- €52.000; door de scholen is er met name minder besteed aan schoolbegeleidingsdiensten, drukwerk en PR/Marketing. Bovenschools is ook het PR/Marketingbudget niet volledig ingezet en is er vooral ook minder uitgegeven aan advies. • Inventaris, apparatuur en leermiddelen: + €55.000; in tegenstelling tot de administratie- en beheerlasten is in deze categorie veel meer uitgegeven dan was begroot. Het gaat hierbij om hogere uitgaven aan leermiddelen, software en reproduktie. • Overige kosten: -/- €101.000; 2020 is een bijzonder jaar geweest, waarbij veel activiteiten niet door konden gaan. Dit is terug te zien bij de overige kosten. Aan culturele vorming en externe activiteiten is €76.000 minder besteed. Daarnaast is er een ruim budget overgebleven op de post testen en toetsen. • Financiële lasten: + €1.000; in 2020 is €2.000 aan negatieve rente betaald. De rest van het verschil op de lasten betreft de in de begroting opgenomen besparingsopdracht ter hoogte van €12.000. Deze besparing betrof één van de scholen en is gerealiseerd door middel van ingrijpen in de formatie. Prestatiebox In 2020 is vanuit de prestatieboxmiddelen een bedrag ontvangen van €562.000.

Dit bedrag is volledig ter beschikking van de scholen gekomen en is als volgt besteed: • Advieskosten: €4.000 • Culturele vorming: €40.000 • Extern personeel: €60.000 • Externe activiteiten: €9.000 • Software: €197.000 • Leermiddelen (inclusief toetsen en mediatheek): €180.000 • Opleidingskosten: €67.000 • PR/Marketing: €5.000 De middelen uit de prestatiebox worden niet gebruikt voor de bekostiging van formatie. Werkdrukmiddelen De totale werkdrukmiddelen bedroegen in 2020 €665.000. Aangezien de werkdrukmiddelen bestemd zijn voor de teams van de scholen wordt er geen bovenschoolse bijdrage over berekend. Door elk team wordt er per schooljaar een bestedingsplan gemaakt en voorgelegd aan de PMR van de school. De middelen zijn in 2020 volledig ingezet op personeel (intern en extern): Bestedingscategorie Personeel: Intern Extern Totaal

Besteed bedrag 2019 629.000 36.000 665.000

Toelichting

Extra formatie Vakleerkrachten sport en muziek

Toelichting belangrijkste verschillen realisatie 2020 ten opzichte van realisatie 2019 Het resultaat over 2019 was licht negatief. In 2020 zijn de baten gestegen met €165.000, waarvan ruim €100.000 aan bekostiging vanuit OCW. Daarnaast zijn er meer gemeentelijke subsidies ontvangen. De lasten zijn gedaald met €35.000, ondanks de hogere lonen (+ €639.000). Dit is inclusief de mutaties op de Bestuursverslag 2020

47

personele voorzieningen. De kosten van extern personeel zijn juist weer ruim gedaald met €552.000. In 2019 was er al bijgestuurd op de externe kosten, die in 2018 tot een fors negatief resultaat hadden geleid. Vanaf de 2e helft van 2019 was hier weer sprake van een ‘normaal’ kostenniveau en dit is niet veranderd in 2020. Ook de overige personele lasten laten een positieve afwijking zien. De afschrijvingskosten liggen in 2020 ruim hoger (+ €81.000). Dit is het gevolg van het versneld afschrijven van diverse activa ter hoogte van €87.000. De huisvestingslasten laten een stijging van €24.000 zien. Wegens corona zijn de schoonmaakkosten €35.000 hoger uitgekomen. Daar staan juist weer lagere energiekosten tegenover (-/- €30.000). De energiekosten laten bij de scholen een wisselend beeld zien. Er zijn meerdere scholen die een ruime terugbetaling over 2020 hebben ontvangen, maar er zijn ook scholen, waarbij de kosten hoger zijn geworden. Om meer grip te krijgen op de energiekosten zal dit in 2021 verder onderzocht worden. De stijging van de huisvestingslasten is ook een gevolg van tegenvallende afrekeningen over 2019 van een aantal VVE’s en daarnaast zijn er verhuiskosten gemaakt. De overige kosten zijn €139.000 lager dan in 2019. In 2019 zijn er extra kosten gemaakt voor onderzoeken door de accountant en voor divers advies.

In 2020 liggen de uitgaven hiervan weer een stuk lager, resp. -/€14.000 en -/- €58.000. Ook is er minder besteed aan schoolbegeleidingsdiensten (-/- €41.000) wat een gevolg is van de lockdowns. Er zijn wel meer uitgaven geweest ten aanzien van PR/Marketing (+ €18.000). Een laatste opvallende afwijking ten opzichte van 2019 betreft de uitgaven aan culturele vorming. In 2020 is hieraan €15.000 minder besteed. Ook dit is een direct gevolg van corona en de lockdowns. Ontwikkelingen in de meerjarenbegroting Voor de begrotingsjaren is alleen voor 2021 sprake van een positief resultaat. In de meerjarenbegroting is vanwege de positieve ontwikkeling in 2020 gekozen voor extra inzet van middelen in de planjaren. Daarnaast ligt er nog een uitdaging ten aanzien van de scholen in Oudewater en Hekendorp en de school in Montfoort. Hierbij moet wel de kanttekening geplaatst worden dat de resultaten beïnvloed worden door de inzet van bestemmingsreserves. Per eind 2020 zijn er naast de al langer lopende herwaarderingsreserve en reserve kwaliteitsimpuls, die jaarlijks een deel van de afschrijvingskosten dekken, 2 bestemmingsreserves beschikbaar, die in de planjaren ingezet worden: • Reserve Passend Onderwijs: Passend Onderwijs wordt gefinancierd met de baten, die ontvangen worden vanuit de Samenwerkingsverbanden.

Het is van belang dat deze middelen echt ingezet worden voor Passend Onderwijs en daarom komen eventuele positieve resultaten in een eigen bestemmingsreserve terecht. Op basis van de cijfers van het 2e trimester van 2020 werd in de begroting uitgegaan van een positief resultaat van €90.000. Actueel is dit een resultaat van €83.000 geworden. In de begroting is de besteding van €90.000 gelijkmatig over de planjaren verdeeld. • Reserve fusiegelden: deze reserve betreft de fusiebaten, die ontvangen zijn vanwege de fusie tussen het Schateiland en de Prins Bernhardschool per 01-08-2020. De inzet van deze middelen is vooral nodig vanaf schooljaar 2021/2022. In eerste instantie hebben deze baten dus een positief effect op het resultaat, maar worden ze verdeeld over de jaren wel besteed. Om de ingezette activiteiten toekomstbestendig te maken, zal hier nog gewerkt moeten worden aan een plan. Na 6 jaar stopt deze financiële stroom en moet de stichting dit weer uit de reguliere bekostiging kunnen financieren. Zoals in het overzicht op pagina 40 te zien is, laten de resultaten in de planjaren voor inzet van deze bestemmingsreserves een ander beeld van de resultaten zien. In de eerste jaren wordt een negatief resultaat verwacht, maar vanaf 2025 moet er sprake zijn van positieve resultaten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Montfoort&id=625bd4d5-fdb7-4ae5-aefc-190c24f1c882