Ruimtelijke onderbouwing Binnendamseweg 26a Giessenburg
Tekst van het document
Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit nieuwe instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige kwaliteit en de belevingswaarde van stad en platteland kan worden vergroot. Het Waterplan geeft een visie op water en stelt maatregelen voor. Ook in Zegveld (gemeente Woerden) moeten hoog water en sterke regenval, maar ook lange periodes van droogte worden opgevangen. Daarnaast is oppervlaktewater van een goede kwaliteit van groot belang evenals het beperken van de bodemdaling. Cultuurhistorisch gezien hoort water bij Woerden. Kernpunten van het Waterplan zijn: - water heeft meer ruimte nodig; - de waterkwaliteit moet verbeterd worden; - zuivering en riolering dienen beter op elkaar te worden afgestemd; - het water moet door mensen beter beleefd kunnen worden; - de wateroverlast door grondwater en het riool mag niet toenemen.
In het buitengebied worden gebieden aangewezen die ruimte moeten bieden aan water wanneer dit nodig is. Om de waterkwaliteit te verbeteren is het nodig om de riolering en de zuivering beter op elkaar aan te laten sluiten. Hiervoor dient de riolering te worden ontlast. Regenwaterafvoer zal daarom afgekoppeld worden van het rioleringssysteem. Daarnaast moet de hoeveelheid verhard oppervlak beperkt blijven en mogen bouwmaterialen die worden toegepast op daken en goten het water niet extra vervuilen.
28
Gemeentelijk Rioleringsplan 2009 – 2013 (11 november 2008) Gemeenten zijn op basis van de Wet milieubeheer verantwoordelijk voor de zorg voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen. Daarnaast heeft de gemeente de zorgplicht voor de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater, dit is vastgelegd in de Wet op de waterhuishouding. In deze wet is ook vastgelegd dat de gemeente de zorg heeft voor het treffen van maatregelen in openbaar gemeentelijk gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of te beperken. Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) bevat het rioleringsbeleid voor de planperiode 2009 t/m 2013. Het geeft het kader waar binnen het onderzoek en de maatregelen binnen de planperiode moeten Pagina 21 van 25 worden uitgevoerd. Dit houdt in dat de hoofdlijnen van aanpak zijn weergegeven om de gestelde doelen dichterbij te brengen. De uitvoering van deze hoofdlijnen moet aansluiting vinden bij de planning van werkzaamheden. De doelen voor de komende planperiode zijn: 1. Zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater. 2. Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater. 3. Zorgen voor inzameling van hemelwater (voor zover niet door de particulier). 4. Zorgen voor verwerking van ingezameld hemelwater 5.
Zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert. De doelen zijn in het GRP geconcretiseerd met het opnemen van functionele eisen en maatstaven zodat getoetst kan worden of de situatie in Woerden aan de gestelde doelen voldoet. Om invulling te geven aan de grondwaterzorgplicht gaat de gemeente in de planperiode verder onderzoek uitvoeren om inzicht te krijgen in de grondwatersituatie en locatie en aard van eventuele klachten en overlast dat door het grondwater veroorzaakt wordt binnen de gemeente.
Toetsing Allereerst wordt hierna een korte beschrijving gegeven van het plangebied in de huidige situatie, alsmede een beschrijving van het plan. Vervolgens is het plan inhoudelijk getoetst aan verschillende ‘waterthema’s’. Toetsing aan deze thema’s levert de watertoets op.
Huidige situatie en plan Het plangebied is gelegen in het buitengebied. Het plangebied is in de huidige situatie deels deel bebouwd en verhard en deels onverhard. De opslaghal wordt uitgebreid, maar alleen ter plaatse van het reeds verharde deel van het terrein.
Waterkwantiteit Bouwplannen dienen volgens het beleid van het hoogheemraadschap waterneutraal te zijn. Dit houdt in dat de ontwikkelingen geen negatieve gevolgen mogen hebben voor zowel de waterkwaliteit als de waterkwantiteit. Met voorgenomen ontwikkeling neemt het verharde oppervlak niet toe, de planontwikkeling leidt derhalve niet tot negatieve gevolgen voor de waterkwantiteit.
Waterkwaliteit Bij afkoppelen moet beoordeeld worden of het afstromend hemelwater van verharde terrein- en dakoppervlakken geen nadelige gevolgen heeft voor de huidige waterkwaliteit. Eventueel moeten aanvullende (rand)voorzieningen worden aangebracht alvorens hemelwater wordt geloosd op oppervlaktewater. Voorliggend plan heeft geen effect op de waterkwaliteit omdat door middel van het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen bij de nieuwbouw wordt voorkomen dat het hemelwater wordt vervuild. In verband hiermee worden geen (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink of teerhoudende dakbedekking gebruikt op delen die met hemelwater in contact komen.
Waterberging Het uitbreiden van de opslaghal gebeurt op een terreindeel, dat reeds is voorzien van een verharding. Een dergelijke verharding wordt beschouwd als een verhard oppervlak. Het terrein watert natuurlijk af op de omringende watergangen. Het uitbreiden van de loods (met lozing van hemelwater direct op de watergang) brengt geen verandering met zich mee voor de waterberging.
Riolering Het hemelwater wordt naar het oppervlaktewater afgevoerd. De uitbreiding van de hal heeft geen consequenties voor de aansluiting van de loods op de riolering voor vuil water er zal immers geen voorzieningen worden aangebracht waarbij vuilwater van toepassing is.
29
Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de gemeente en waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. De inzet daarbij is om in elk afzonderlijk plan met maatwerk het reeds bestaande waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid goed toe te passen en uit te voeren. Het watertoetsproces voor de uitbreiding van de werktuigenberging is op 24 februari 2021 digitaal doorlopen via www.dewatertoets.nl. Waterschap Rivierenland is via deze weg door de initiatiefnemer van de ruimtelijke ontwikkeling op de hoogte gebracht van de plannen. Uit de digitale analyse blijkt dat er geen grote waterbelangen zijn. De ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de belangrijkste minimale voorwaarde: "het standstill beginsel". Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat. Waterschap Rivierenland adviseert positief over het ruimtelijk plan.
30
Bijlage A: Goedkeuring stikstofdepositierapportage
31
32
Bijlage B: Conclusie watertoets
33
34
Bijlage C: stikstofdepositieberekening d.d. 23-12-2019 Bijlage D: Archeologisch rapport d.d. 07-04-2020
35
23-12-2019
Onderzoek Stikstofdepositie Boxman & Van Wijk, Binnendamseweg 26 te Giessenburg
Patrick
Onderzoek stikstofdepositie uitbreiding Boxman & Van Wijk
Onderzoek stikstofdepositie Boxman & Van Wijk, Binnendamseweg 26 te Giessenburg
Opdrachtgever
Boxman & Van Wijk Binnendamseweg 26 3381GC Giessenburg
Architect
NEW-TON Dorpsstraat 4 3381AG Giessenburg
Opsteller
P. van Manen, BEc HBE Bouw Ottostraat 11 6716BG Ede 0318-510107 patrick@hbebouw.nl
HBE Bouw
1
Onderzoek stikstofdepositie uitbreiding Boxman & Van Wijk
Inhoud Samenvatting........................................................................................................................................... 3 Inleiding ................................................................................................................................................... 4 1.
Toetsingskader ................................................................................................................................ 6
2.
Uitgangspunten ............................................................................................................................... 7
3.
4.
2.1
Plangegevens ........................................................................................................................... 7
2.2
Bouwfase ................................................................................................................................. 8
2.3
Gebruiksfase ............................................................................................................................ 9
Berekeningsresultaten .................................................................................................................. 10 3.1
Bouwfase ............................................................................................................................... 10
3.2
Gebruiksfase .......................................................................................................................... 10
3.3
Conclusie ............................................................................................................................... 10
Bijlagen .......................................................................................................................................... 11
HBE Bouw
2
Onderzoek stikstofdepositie uitbreiding Boxman & Van Wijk
Samenvatting Boxman & Van Wijk heeft middels architectenbureau NEW-TON, HBE Bouw opdracht gegeven voor het uitvoeren van een onderzoek stikstofdepositie ten behoeve van het realiseren van een nieuwe opslaghal aan de Binnendamseweg 26 te Giessenburg. De realisatie van het plan kan negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. Er is onderzoek verricht naar de stikstofdepositiebijdrage op de omliggende Natura 2000-gebieden. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. De AERIUS Calculator geeft de volgende rekenpunten als gezocht wordt op een straal van 15 kilometer. • • • • • • •
Uiterwaarden Lek(12 km) Biesbosch(1 km) Loevestein, Pompveld & Kornsche boezem(11 km) Donkse Laagten(7 km) Lingegebied & Diefdijk-Zuid(9 km) Boezems Kinderdijk(12 km) Zouweboezem(14 km)
Met het plan wordt de nieuwbouw van een nieuwe opslaghal gerealiseerd. De hal zal niet worden aangesloten op het gasnet. Er wordt gebruik gemaakt van alternatieve energiebronnen. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) vinden plaats door verkeersbewegingen van en naar het plan. Voor de berekening van de stikstofdepositiebijdrage is uitgegaan van een worstcase scenario, waarin de berekende verkeersgeneratie als volledig additioneel is meegenomen. Voor de aanleg- en bouwfase is zo nauwkeurig mogelijk in kaart gebracht welke verkeersbewegingen en mobiele werktuigen stikstof emitteren. Voor de gebruiksfase zijn de verkeersbewegingen zijn in kaart gebracht door middels van de CROWpublicatie Toekomstbestendig Parkeren(CROW 2018). Alle vergaarde gegevens zijn in de AERIUS Calculator ingevoerd. De berekening van het projecteffect voor de beoogde situatie is gemaakt met peiljaar 2020. Het projecteffect bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/jaar voor zowel de bouwfase als de gebruiksfase. Bij een dergelijke projectbijdrage treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden. Een vergunning in het kader van de gebiedsbescherming Wet natuurbescherming is voor het plan niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat er voor het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan.
HBE Bouw
3
Onderzoek stikstofdepositie uitbreiding Boxman & Van Wijk
Inleiding Boxman & Van Wijk heeft middels architectenbureau NEW-TON, HBE Bouw opdracht gegeven voor het uitvoeren van een onderzoek stikstofdepositie ten behoeve van het realiseren van een nieuwe opslaghal aan de Binnendamseweg 26 te Giessenburg. In figuur 1.1 is een globale situering van het plan weergegeven.
Figuur 1.1
Situering plangebied
De realisatie van het plan kan negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. Er is onderzoek verricht naar de stikstofdepositiebijdrage op de omliggende Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied volgens de AERIUS Calculator is de Biesbosch met een afstand van 1 kilometer. De AERIUS Calculator geeft de volgende rekenpunten als gezocht wordt op een straal van 15 kilometer. • • • • • • •
Uiterwaarden Lek(12 km) Biesbosch(1 km) Loevestein, Pompveld & Kornsche boezem(11 km) Donkse Laagten(7 km) Lingegebied & Diefdijk-Zuid(9 km) Boezems Kinderdijk(12 km) Zouweboezem(14 km)
Voorgaand is zichtbaar in figuur 1.2
HBE Bouw
4
Onderzoek stikstofdepositie uitbreiding Boxman & Van Wijk
Figuur 1.2
HBE Bouw
5
Onderzoek stikstofdepositie uitbreiding Boxman & Van Wijk
1. Toetsingskader De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Met de recente uitspraak van de Raad van State (d.d. 29 mei 2019) is beslist dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet als toestemmingsbasis mag gelden voor nieuwe activiteiten. Het projecteffect van het plan op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige natuur dient bepaald te worden. De berekening zal worden verricht met behulp van de Aerius Calculator, welke ondanks het vallen van het PAS nog altijd gebruikt kan worden voor de bepaling van het projecteffect. Het projecteffect wordt inzichtelijk gemaakt op twee decimalen nauwkeurig. Bij een projectbijdrage van 0,005 mol/ha/jaar zullen de natuurlijke kenmerken van de omliggende Natura 2000-gebieden niet worden aangetast. Bij een depositiebijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/jaar is een vergunning en nader onderzoek noodzakelijk.
HBE Bouw
6
Onderzoek stikstofdepositie uitbreiding Boxman & Van Wijk
2. Uitgangspunten 2.1 Plangegevens Met het plan wordt de nieuwbouw van een opslaghal voor Boxman & Van Wijk mogelijk gemaakt. De doelsituatie van het plangebied is weergegeven in figuur 1.3. Het pand dient als opslag van goederen, die nu veelal verspreid en buiten op het kavel zijn opgeslagen. Het is de wens van Boxman & Van Wijk en de gemeente om voor deze situatie een goede oplossing te vinden middels dit plan. Het pand zal niet worden aangesloten op het gasnet. Er zal gebruik gemaakt worden van alternatieve energievoorzieningen. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) vinden plaats door verkeersbewegingen van en naar het plan en mobiele werktuigen. De doelsituatie is een additionele hal. Hoewel dit voor opslag dient voor reeds aanwezige goederen, zal vanuit een worst-case benadering worden gerekend met additionele verkeersaantrekkende werking.
Figuur 1.3
HBE Bouw
Doelsituatie plangebied
7
Onderzoek stikstofdepositie uitbreiding Boxman & Van Wijk
2.2 Bouwfase De bouwfase is ingeschat op een duur van twee maanden. Voor de ruwbouwfase wordt uitgegaan van een bouwtijd van één maand. In de laatste maand van de bouwfase vindt afbouw plaats. Er vinden bouwwerkzaamheden plaats die stikstof emitteren. De stikstofbronnen bestaan uit: • • •
Mobiele werktuigen voor de bouw Vrachtwagens voor het aan- en afvoeren van materialen Transport van bouwpersoneel/gereedschappen/klein materiaal
In tabel 1.1 is de inzet van mobiele werktuigen, vrachtverkeer en bouwverkeer inzichtelijk gemaakt.
Tabel 1.1
•
•
•
•
•
• •
De hijskraan is meegenomen met 60 draaiuren voor het zetten van staal, dak en wanden. Dit is ruim. Door de grootte van dit project volstaat een hijskraan van 200Kw. Het bouwjaar is gekozen vanaf 2011. Dit type machine is erg kostbaar in de aanschaf en is derhalve vaak lang in gebruik De graafmachine is meegenomen voor 40 draaiuren voor het bouwrijp maken van de grond. Dit is ruim. Normaliter zou 16-20 moeten kunnen volstaan bij deze afmetingen. Het bouwjaar is gebaseerd op het type Liebherr 914. Een moderne machine, waar veel vraag naar is bij grondwerkers De dumper en bulldozer zijn eveneens meegenomen voor 40 draaiuren. Wederom voor het bouwrijp maken van de grond en eventuele bestratingen. Ook dit zijn doorgaans wat oudere machines, waardoor gekozen is voor een wat ouder bouwjaar. De vermogens zijn bovendien bovengemiddeld De verreiker is gebaseerd op het type Merlo MCCS. Deze machine stamt vanaf 2014 en heeft een Stage IV klasse motor met een uitstoot van 0,4 gram per Kw. Dit type machine(of gelijkwaardig) is uiterst geschikt voor een bouw van deze omvang. De machine is meegerekend voor de volle duur van de bouw. De verkeersbewegingen middelzwaar vrachtvervoer vertegenwoordigen de busjes met eventuele aanhanger voor bouwpersoneel. De eerste maand van de bouw betreft dit twee busjes per dag heen en twee terug.
Voor de afbouw betreft dit vier busjes heen en vier busjes terug De verkeersbewegingen zwaar vrachtvervoer zijn ingeschat op twee vrachtbewegingen heen en twee terug per dag De verkeersbewegingen zijn ingevoerd als lijnbron. De verkeersbewegingen zijn meegenomen vanuit het hart van het project tot de Parallelweg. Op een dergelijke verkeersader binnen de bebouwde kom wordt verondersteld dat het verkeer opgaat in het
HBE Bouw
8
Onderzoek stikstofdepositie uitbreiding Boxman & Van Wijk heersend verkeersbeeld1. Het verkeer is ingegeven als verkeer binnen de bebouwde kom vanuit een worst-case benadering.
2.3 Gebruiksfase Emissies gebouw Zoals gesteld zal het pand niet worden aangesloten op het gasnet. Het gebouw op zichzelf zal hierdoor geen NOx uitstoten. Emissies verkeer De volgende verkeersbewegingen leiden tijdens de gebruiksfase tot emissie: •
Licht verkeer
De emissies voor verkeer zijn berekend middels de gegevens van de CROW publicatie Toekomstbestendig parkeren(CROW 2018). De cijfers zijn gebaseerd op een arbeidsextensieve bedrijfshal, buitengebied2, niet stedelijk3, verkeergeneratie per etmaal. Dit leidt tot het volgende overzicht:
Tabel 1.2
•
Zwaar vrachtverkeer
In de huidige situatie is het vrachtverkeer dagelijks 10 vrachtbewegingen heen en 10 terug. Dit is een werkdag gemiddelde, welke voor de berekening als etmaal gemiddelde is meegenomen. De nieuwe situatie stelt Boxman & Van Wijk in staat om de logistiek efficiënter in te richten. Daarbij zal er in de praktijk ook geen sprake zijn van additionele vrachtbewegingen. Vanuit een worst-case benadering is er toch voor gekozen om het vrachtverkeer mee te nemen in de berekening voor verkeersgeneratie. De berekende verkeersgeneratie is met eenzelfde lijnbron ingevoerd als de lijnbron voor het bouwverkeer. De invoer van licht en zwaar vrachtverkeer leidt tot het volgende overzicht:
Tabel 1.3
Emissies mobiele werktuigen Er is een elektrische heftruck aanwezig bij het bedrijf. Derhalve stoot deze geen NOx uit en wordt deze niet meegenomen in de berekening.
1
https://www.bij12.nl/assets/Instructie-gegevensinvoer-AERIUS-Calculator.pdf www.ruimetlijkeplannen.nl 3 https://allecijfers.nl/ 2
9 HBE Bouw
Onderzoek stikstofdepositie uitbreiding Boxman & Van Wijk
3. Berekeningsresultaten 3.1 Bouwfase De berekening van het projecteffect van de bouwfase is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator. In de bijlagen zijn de AERIUS rapportages bijgevoegd van de invoergegevens en het berekeningsresultaat. Het projecteffect bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projectbijdrage treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000 gebieden.
3.2 Gebruiksfase De berekening van het projecteffect van de beoogde situatie is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator. In de bijlagen zijn de AERIUS rapportages bijgevoegd van de invoergegevens en het berekeningsresultaat. Het projecteffect bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projectbijdrage treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000 gebieden.
3.3 Conclusie Alle vergaarde gegevens zijn in de AERIUS Calculator ingevoerd. Het projecteffect bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/jaar voor zowel de bouwfase als de gebruiksfase van de nieuwbouw. Bij een dergelijke projectbijdrage treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden. Een vergunning in het kader van de gebiedsbescherming Wet natuurbescherming is voor het plan niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat er voor het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan.
HBE Bouw
10
Onderzoek stikstofdepositie uitbreiding Boxman & Van Wijk
4. Bijlagen
HBE Bouw
11
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Bouwfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl. Rd3e6AQDUG9s (20 december 2019) pagina 1/8
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
HBE Bouw
Ottostraat 11, 6716BG Ede
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Nieuwbouw bedrijfshal Boxman & Van Wijk
Rd3e6AQDUG9s
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
20 december 2019, 15:35
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
58,37 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Bouwfase nieuwbouw bedrijfshal Boxman & Van Wijk te Giessenburg
Bouwfase
Rd3e6AQDUG9s (20 december 2019) pagina 2/8
Resultaten
Locatie Bouwfase
Emissie Bouwfase
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
-
-
Verkeersgeneratie Bouwpersoneel Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,54 kg/j
Verkeersgeneratie vrachtverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,69 kg/j
Mobiele torenkraan Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
-
21,60 kg/j
Verreiker Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
-
8,22 kg/j
Bouwrijp maken Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
-
1,44 kg/j
Bedrijfshal Boxman & Van Wijk Industrie | Overig
Resultaten
Bouwfase
Rd3e6AQDUG9s (20 december 2019) pagina 3/8
Resultaten
Bron Sector
Resultaten
Bouwfase
Emissie NH3
Emissie NOx
Bouwrijp maken Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
-
15,48 kg/j
Bouwrijp maken Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
-
8,40 kg/j
Rd3e6AQDUG9s (20 december 2019) pagina 4/8
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Bouwfase
Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
Bouwfase
Bedrijfshal Boxman & Van Wijk 118747, 427454 8,3 m 0,1 ha 4,2 m 0,280 MW Standaard profiel industrie
Verkeersgeneratie Bouwpersoneel 117953, 427359 1,54 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
300,0 / jaar NOx NH3
1,54 kg/j < 1 kg/j
Verkeersgeneratie vrachtverkeer 117953, 427359 1,69 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
200,0 / jaar NOx NH3
1,69 kg/j < 1 kg/j
Rd3e6AQDUG9s (20 december 2019) pagina 5/8
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx
Voertuig
Omschrijving
AFW
Torenkraan 60 draaiuren
Brandstof verbruik (l/j)
Naam Locatie (X,Y) NOx
Voertuig
Omschrijving
AFW
Verreiker 107KW 320 draaiuren
Brandstof verbruik (l/j)
Naam Locatie (X,Y) NOx
Resultaten
Voertuig
Omschrijving
AFW
Graafmachine 40 draaiuren
Bouwfase
Brandstof verbruik (l/j)
Mobiele torenkraan 118747, 427454 21,60 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
4,0
4,0
0,0 NOx
21,60 kg/j
Verreiker 118747, 427454 8,22 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
4,0
4,0
0,0 NOx
8,22 kg/j
Bouwrijp maken 118747, 427454 1,44 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
4,0
4,0
0,0 NOx
1,44 kg/j
Rd3e6AQDUG9s (20 december 2019) pagina 6/8
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx
Voertuig
Omschrijving
AFW
Dumper 40 draaiuren
Brandstof verbruik (l/j)
Naam Locatie (X,Y) NOx
Resultaten
Voertuig
Omschrijving
AFW
Bulldozer 40 draaiuren
Bouwfase
Brandstof verbruik (l/j)
Bouwrijp maken 118747, 427454 15,48 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
4,0
4,0
0,0 NOx
15,48 kg/j
Bouwrijp maken 118747, 427454 8,40 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
4,0
4,0
0,0 NOx
8,40 kg/j
Rd3e6AQDUG9s (20 december 2019) pagina 7/8
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019_20191018_c53b8fdaa8 Database versie c53b8fdaa8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/uitleg
Resultaten
Bouwfase
Rd3e6AQDUG9s (20 december 2019) pagina 8/8
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Gebruiksfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl. Rd5Xqo3WbsAk (20 december 2019) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
HBE Bouw
Ottostraat 11, 6716BG Ede
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Nieuwbouw bedrijfshal Boxman & Van Wijk
Rd5Xqo3WbsAk
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
20 december 2019, 15:33
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
63,52 kg/j
NH3
1,12 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Gebruiksfase Nieuwbouw bedrijfshal Boxman & Van Wijk te Giessenburg
Gebruiksfase
Rd5Xqo3WbsAk (20 december 2019) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Gebruiksfase
Emissie Gebruiksfase
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
-
-
Verkeersaantrekkende werking licht verkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,78 kg/j
Verkeersaantrekkende werking vrachtverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
1,01 kg/j
61,74 kg/j
Bedrijfshal Boxman & Van Wijk Industrie | Overig
Resultaten
Gebruiksfase
Rd5Xqo3WbsAk (20 december 2019) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Gebruiksfase
Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Bedrijfshal Boxman & Van Wijk 118747, 427454 8,3 m 0,1 ha 4,2 m 0,280 MW Standaard profiel industrie
Verkeersaantrekkende werking licht verkeer 117953, 427359 1,78 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
7,2 / etmaal NOx NH3
1,78 kg/j < 1 kg/j
Verkeersaantrekkende werking vrachtverkeer 117953, 427359 61,74 kg/j 1,01 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
20,0 / etmaal NOx NH3
61,74 kg/j 1,01 kg/j
Gebruiksfase
Rd5Xqo3WbsAk (20 december 2019) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019_20191018_c53b8fdaa8 Database versie c53b8fdaa8 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/uitleg
Resultaten
Gebruiksfase
Rd5Xqo3WbsAk (20 december 2019) pagina 5/5
Transect-rapport 2693 Giessenburg, Binnendamseweg 26a Gemeente Giessenlanden (ZH) Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase
1
2
Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein
T: 030-7620705 F: 030-7620706 E: informatie@transect.nl
Auteur
Drs. T. Nales
Versie
Conceptversie
Projectcode
20020067
Datum
07-04-2020
Opdrachtgever
New-Ton Architects & Engineers b.v. Kerkweg 4 3381 KJ Giessenburg
Uitvoerder
Transect Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein
Onderzoeksmelding
4823594100
Bevoegde overheid
Gemeente Giessenlanden
Adviseur bevoegde overheid
Hamaland Advies
Beheer documentatie
Transect, Nieuwegein
Voorblad
Foto van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (31-03-2020)
Autorisatie Naam Drs. A.A. Kerkhoven (Senior archeoloog)
Datum
Paraaf
10-04-2020
ISSN: 2211-7067
© Transect, Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
3
Samenvatting In opdracht van New-Ton Architects & Engineers b.v. heeft Transect b.v. in maart-april 2020 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Binnendamseweg 26a in Giessenburg (gemeente Giessenlanden). Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken is het specificeren van de archeologische verwachting van het plangebied en het toetsen en aanvullen van deze verwachting door middel van waarnemingen in het veld. • Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied in de overstromingsvlakte van de Wijde Giessen ligt. Hoewel langs de Wijde Giessen ten zuiden van het plangebied laatmiddeleeuwse woonheuvels liggen, liggen deze naar verwachting in het plangebied niet. Er valt echter aan de hand van het AHN af te leiden dat hier een noord-zuid georiënteerde hoogte aanwezig is, die mogelijk indicatief is voor een oude waterloop. Thijs en Wullink (2008), die ten westen van het plangebied onderzoek hebben gedaan, suggereren de aanwezigheid van een oude kreekrug of een oude meandergeul van de Wijde Giessen. Dit laatste zou betekenen dat de rivier een andere ligging heeft gehad. Er ontbreken echter lithologische gegevens (van boringen) uit het plangebied.
Hiermee zijn uitspraken over de daadwerkelijke opbouw en ontstaan van de ondergrond op basis van het bureauonderzoek niet te doen. Wel zou de aanwezigheid van een inversierug (in het geval van een kreekrug) kunnen betekenen dat in het plangebied ook bewoonbare omstandigheden hebben bestaan sinds het Neolithicum, de periode waarin de perimariene kreken in het gebied (en zo mogelijk ook de voorganger van de Wijde Giessen) zijn ontstaan. Zodoende geldt in het plangebied theoretisch gezien een middelhoge tot hoge archeologische verwachting op resten uit de periode Neolithicum-Late Middeleeuwen. • Voor resten uit de Nieuwe tijd geldt een lage archeologische verwachting. Er is op historisch kaartmateriaal sinds het begin van de 19e eeuw geen bebouwing aanwezig. Het is hiermee aannemelijk dat in de periode daarvoor (tot 1500) eveneens geen bebouwing aanwezig is geweest. Het plangebied ligt immers niet aan een historische infrastructuur. • De aanwezigheid van resten uit het Mesolithicum is binnen dit kader buiten beschouwing gelaten. In het plangebied zijn naar verwachting rivierduinafzettingen aanwezig, die in potentie bewoonbaar kunnen zijn. Deze bevinden zich echter rond 9,5 m -Mv bevinden, hetgeen gebaseerd is op de resultaten van Thijs en Wullink (2008) op het aangrenzend perceel.
Vanwege de grote diepteligging en de beperkte ingrepen in het gebied (heipalen) is het effect binnen deze planvorming op dit niveau beperkt. • Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat in westelijk deel van het plangebied vermoedelijk een kreekgeul gelegen heeft. Deze constatering komt overeen met de waarnemingen op het AHN en de bevindingen van Thijs en Wullink (2008). De afzettingen zijn verder slap en sporen van bodemvorming ontbreken in dit deel van het terrein. Mede gezien de aanwezigheid van zandlagen, verspoeld hout, slakjes en detrituslagen, lag hier vermoedelijk een watervoerende geul. Dergelijke plaatsen zijn doorgaans nat en drassig geweest en hiermee niet geschikt voor bewoning. Getuige het ontbreken van bodemvorming in de top van de klei (rijping) moet dit ook het geval geweest zijn toen de kreekgeul verland is geraakt. Hoe oud de geul is, is verder niet duidelijk, maar een Neolithische datering is mogelijk. In het oostelijk deel ligt een restant van een oeverafzetting. Het restant is nog 20 cm dik en ligt op komafzettingen en veen. Gezien de scherpe overgang tussen de oeverafzettingen en de erboven gelegen antropogene lagen is vermoedelijk een deel van de oeverafzettingen vergraven geweest. Zodoende is vanwege het ontbreken van sporen van bodemvorming, veronderstelde natte omstandigheden en de geconstateerde aantasting van
4
bewoonbare oeverafzettingen de hoge verwachting uit het bureauonderzoek naar laag bij te stellen voor de periode Neolithicum-Late Middeleeuwen. Advies Voor het plangebied zijn in het kader van de voorgenomen sloop en nieuwbouw van een loods geen aanvullende maatregelen nodig. Geadviseerd wordt het plangebied voor wat betreft archeologie vrij te geven. Op het moment dat onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11, deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Giessenlanden). Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Giessenlanden) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.
5
Inhoud 1.
Aanleiding
1
2.
Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek
2
3.
Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied
3
4.
Planvorming en consequenties toekomstig gebruik
5
5.
Beleidskader
6
6.
Landschap, geomorfologie en bodem
7
7.
Archeologische verwachting en bekende waarden
10
8.
Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen
12
9.
Gespecificeerde archeologische verwachting
16
10.
Resultaten veldonderzoek
18
11.
Beantwoording onderzoeksvragen
21
12.
Conclusie en Advies
22
13.
Geraadpleegde bronnen
24
Bijlage 1: Archeologische verwachtingskaart van de gemeente Giessenlanden
26
Bijlage 2: Stroomruggen
27
Bijlage 3: Geomorfologie
28
Bijlage 4: Hoogtekaart
29
Bijlage 5: Geologische kaart
30
Bijlage 6: Bodemkaart
31
Bijlage 7: Archeologische informatie
32
Bijlage 8: Boorpuntenkaart
33
Bijlage 9: Foto’s van boringen
34
Bijlage 10: Boorbeschrijvingen
35
1
1. Aanleiding In opdracht van New-Ton Architects & Engineers b.v. heeft Transect1 in maart-april 2020 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Binnendamseweg 26a in Giessenburg (gemeente Giessenlanden). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de sloop van een oude en de realisatie van een nieuwe loods in het plangebied. In het plangebied geldt in het bestemmingsplan Buitengebied Giessenlanden (2013) een Waarde – Archeologie 4. Vanwege deze aanduiding is een archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen, die groter zijn dan 250 m2 en dieper dan 150 cm -Mv reiken. Dit betekent dat gezien de omvang van de voorgenomen nieuwbouw van de loods (circa 100 m2 sloop en circa 230 m2 nieuwbouw; dieper dan 150 cm -Mv) archeologisch vooronderzoek nodig is. Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 en het Plan van Aanpak (Melman, 2020).
1 Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.1, en is gecertificeerd door
middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.
1
2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit divers voorhanden historisch kaartmateriaal. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geologisch-geomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd. Amateurverenigingen en het gemeentelijk bouwarchief zijn niet geraadpleegd. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied.
Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O). De toegepaste methodiek in het veld wordt beschreven bij de beschrijving van de veldresultaten (Hoofdstuk 10). Het onderzoek probeert hiermee aan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de volgende vragen: • Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? •
Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante bodemniveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze?
•
In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)?
•
Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog?
Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt het bevoegde overheid een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.1 (KNA 4.1).
2
3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Gemeente
Giessenlanden
Plaats
Giessenburg
Toponiem
Binnendamseweg 26a
Kaartblad
38D
Centrumcoördinaat
118.754 / 427.450
Binnen het archeologisch bureauonderzoek is onderscheid gemaakt in het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarin de geplande bodemingrepen zullen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied en wordt bij het onderzoek betrokken om tot een beter inzicht te komen in de archeologische, (cultuur)historische en bodemkundige situatie in het plangebied. Het onderzoeksgebied beslaat in dit geval een straal van circa 500 meter rond het plangebied. Het plangebied omvat het toekomstig bouwvlak van een bedrijfsloods aan de Binnendamseweg 26a in Giessenburg (gemeente Giessenlanden). De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Kadastraal omvat het plangebied een deel van het perceel GSB00 Sectie K nummer 337. De begrenzing wordt volledig gevormd door de voorgenomen plannen op dit kavel, te weten de sloop en nieuwbouw van een loods. Het plangebied heeft een omvang van circa 230 m2, de omvang van de hierbinnen geplande ingrepen bedragen bedraagt 330 m2.
3
Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven).
4
4. Planvorming en consequenties toekomstig gebruik Kader
Aanvraag omgevingsvergunning
Oppervlakte plangebied
230 m2
Planvorming
Nieuwbouw loods
Omvang verstoringen
100 m2 sloop 230 m2 nieuwbouw (loods)
Bodemverstorende werkzaamheden
Graafwerkzaamheden
Diepte verstoring
Onbekend
Het voornemen bestaat om in het plangebied een nieuwe loods te realiseren. Hiertoe dient een kleine oude loods te worden gesloopt. Een inrichtingstekening van de toekomstige situatie is nog niet voorhanden. Het is echter de verwachting dat voor de aanleg van de loods bodemingrepen zullen plaatsvinden, waarbij eventueel aanwezige archeologische waarden zullen worden aangetast. Er zullen immers funderingen worden uitgegraven, nieuwe funderingen worden uitgegraven en er zullen heipalen worden geslagen dan wel ingedreven. Hoe diep de ingrepen zullen reiken is nog niet bekend.
5
5. Beleidskader Onderzoekskader
Aanvraag omgevingsvergunning
Beleidskader
Bestemmingsplan Buitengebied Giessenlanden (2013)
Onderzoeksgrens
500 m2 en dieper dan 30 cm –Mv
In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Sinds juli 2016 (Erfgoedwet) is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2021 in werking zal treden. Het archeologiebeleid van de gemeente Giessenlanden inzake het plangebied is direct opgenomen in het bestemmingsplan “Buitengebied Giessenlanden (2013)”. Deze vertaalslag heeft plaatsgevonden aan de hand van de gemeentelijke verwachtingskaart. Op deze kaart is per zone vastgelegd welke archeologische verwachting een gebied heeft.
Het plangebied ligt op deze kaart (grotendeels) in een zone met een hoge archeologische verwachting vanaf 1,5 m -Mv en een zone met een middelmatige verwachting (respectievelijk oranje en groen; bijlage 1). Aan het gebied met een hoge archeologische verwachting zijn in het bestemmingsplan aanvullend vrijstellingscriteria geformuleerd. Er geldt dat initiatieven die kleiner zijn dan 250 m2 en waarbij bodemingrepen niet dieper reiken dan 150 cm –Mv worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek (Waarde – Archeologie 5). Omdat de omvang van de werkzaamheden in het plangebied de vrijstellingsgrenzen van het gebied met een hoge verwachting overschrijdt, geldt op basis van het bestemmingsplan een archeologische onderzoeksplicht.
6
6. Landschap, geomorfologie en bodem Archeoregio
Hollands veen- en kleigebied
Geomorfologie
Rivierkomvlakte
Maaiveld
0,9 m -NAP
Bodem
Drechtvaaggronden
Grondwater
Bebouwd (III)
Landschapsgenese De omgeving van Giessenburg, met inbegrip van het plangebied, ligt in het Hollands veen- en kleigebied in de Alblasserwaard (Berendsen, 2005). In het midden van de laatste ijstijd (het Weichselien, vanaf 50000 tot 15000 jaar geleden) maakte dit gebied deel uit van een brede riviervlakte, waarbinnen de riviergeulen in een verwilderd (“vlechtend”) patroon verspreid lagen. Door deze geulen werd grof zand en grind afgezet, dat geologisch gezien wordt gerekend tot de Formatie van Kreftenheye (De Mulder e.a., 2003). De aanwezigheid van grof zand en grind wijst op hoge stroomsnelheden en sterke variaties in de (piek)afvoer (als gevolg van grote hoeveelheden (smelt)water). Op andere momenten lag de bedding van de riviervlakte langere perioden droog. Vanuit de drooggelegen vlakte kon fijner rivierzand door sterke winden worden verstoven, dat vervolgens langs de randen van de riviervlakte tot afzetting kwam. Daar ontstonden op grote schaal rivierduinen (Berendsen, 2000). Vanaf 15000 jaar geleden begon dit beeld enigszins te veranderen aangezien toen het klimaat geleidelijk begon te verbeteren. In eerste instantie was sprake van enkele relatief kortdurende warmere perioden (respectievelijk het Bølling- en Allerød-interstadiaal, circa 14650 tot 14000 jaar geleden en 13900 tot 12850 jaar geleden).
Gedurende deze oplevingen nam de vegetatie toe en werd de afvoer van rivierwater beter verdeeld. De riviergeulen begonnen te kronkelen (meanderen) en sneden zich in de riviervlakte in, waardoor langzamerhand een rivierdal ontstond. In het dal werd tijdens overstromingen zogenaamd “Hochflutlehm” afgezet, ook wel bekend als het Laagpakket van Wijchen (De Mulder e.a., 2003; Bennema en Pons, 1952). Pas vanaf 10000 geleden, in het Holoceen, zetten de verbeterde klimaatsomstandigheden definitief door, waardoor de toenemende vegetatie de verstuivingen van rivierzand aan banden legde en de oevers van de rivieren door de alsmaar kleiner wordende verschillen in afvoer zich stabiliseerden. Door de stabiele oevers traden de rivieren alleen nog bij hoogwater buiten de oevers. De klei die bij hoogwater buiten de rivieren werd afgezet wordt eveneens gerekend tot het Laagpakket van Wijchen. De zich insnijdende meanderende rivieren gingen onder invloed van een voortdurend stijgende zeespiegel in het Holoceen over in accumulerende meanderende rivieren, die meermalen hun loop verlegden en daardoor verschillende stroomgordels ontwikkelden. Hierdoor vond in het grootste deel van het rivierengebied afzetting plaats van zand (beddingafzettingen), zandige klei (oeverafzettingen) en zware klei (komafzettingen), die werden afgewisseld door veen.
Daarbij werden de oudere afzettingen door jongere begraven. Het moment waarop dit optreedt, hangt af van de ligging van de zogenaamde terrassenkruising (Berendsen & Stouthamer, 2001). De terrassenkruising is het punt waarop de netto insnijding overgaat in een netto accumulatie van sediment (Berendsen, 2005). De ligging van dit punt ligt niet vast maar is afhankelijk van het debiet, de sedimentlast van een rivier en de stijging cq. daling van de zeespiegel. Berendsen en Stouthamer (2001) vermoeden dat de terrassenkruising rond 6000 v. Chr. in de omgeving van Gorinchem heeft gelegen. Daarna raakten de Laat-Pleistocene en Vroeg-Holocene afzettingen afgedekt met holocene rivierafzettingen en kon het 7
oude rivierenlandschap met duinen verdrinken, wanneer ze verder van een rivier verwijderd lagen. Daar trad door de aanhoudende stijging van het grondwater op grote schaal veenvorming op en ontstond een moeras met zoetwatermeren, dat doorsneden werd door kleine veenstroompjes als de Noordeloos en de Wijde Giessen. Geomorfologie en Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Het plangebied ligt direct aan de Wijde Giessen, een veenrivier die even stroomafwaarts van het plangebied uitmondt in de Beneden Merwede bij Hardinxveld-Giessendam. Volgens Berendsen en Stouthamer (2001) en Cohen e.a. (2012) is de Wijde Giessen van oorsprong een perimariene kreek, die is ontstaan als gevolg van de werking van getijden (bijlage 2). Doordat de Wijde Giessen een veenrivier is, heeft deze geen sedimentbron. De rivier vervoert daardoor geen klei en zand, waardoor de rivier oorspronkelijk geen bedding heeft en geen uitgesproken oeverwallen langs de rivier bestaan. Het sediment dat nabij de Wijde Giessen aanwezig is, is afkomstig vanuit nabijgelegen rivieren zoals de Merwede, die het sediment tijdens hoogwater de loop van de Wijde Giessen heeft opgestuwd. Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied in bebouwd gebied. Het is zodoende niet gekarteerd. Het gebied direct ten noorden van het plangebied is op de geomorfologische kaart gekarteerd als rivierkomvlakte (kaartcode 1M46, bijlage 3).
Daar zijn zwak tot sterk siltige komafzettingen te verwachten die op veen zullen liggen. Verder naar het noorden zijn op de geomorfologische kaart geulvormige elementen gekarteerd (kaartcode 3B44; stroomrug). Dit zijn mogelijk kreekruggen, die evenals de voorganger van de Wijde Giessen, dateren in het Neolithicum. Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is te zien dat het plangebied in een relatief hoger gelegen strook ligt, die noord-zuid georiënteerd is. Er zijn eveneens ten noorden van het plangebied enkele hoger gelegen kronkelende geulvormige hoogtes waar te nemen. Het vermoeden is dat deze hoogten wijzen op inversieruggen van voormalige kreken in het gebied. Het maaiveld in het plangebied ligt op -0,9 m NAP (AHN, bijlage 4). Geologie en lithologie Volgens de geologische kaart zijn in het plangebied Afzettingen van Tiel op Hollandveen te verwachten, waarbij het (Holland)veen wordt afgewisseld met afzettingen van Gorkum (Zagwijn en Van Staalduinen, 1975). De classificatie van de geologische kaart is inmiddels verouderd: de Afzettingen van Tiel en Gorkum betreffen fluviatiele afzettingen die nu tot de Formatie van Echteld worden gerekend. Het Hollandveen is verworden tot de Hollandveen Laag binnen de Formatie van Nieuwkoop (De Mulder e.a., 2003).
Tevens geeft de geologische kaart aan dat het plangebied mogelijk in een verbreidingsgebied van rivierduinafzettingen ligt (bijlage 5). Direct ten noorden is in het boorarchief van de geologische dienst (TNO-NITG) een geologische boring beschikbaar (bron: www.dinoloket.nl). Boring B38D0757 (118.809 / 427.457 (RD)) laat hoofdzakelijk een veenpakket zien dat circa 6 m dik is (Hollandveen Laag). Binnen dit veen zijn enkele kleilagen aanwezig. Dit zijn vermoedelijk rivierafzettingen (overstromingsafzettingen) van voorheen vlakbij gelegen rivieren of kreken. Er ligt een circa 30 cm dikke kleilaag op 1,8 m -Mv, 2,4 m -Mv en 3,6 m -Mv. Ook aan het maaiveld ligt een (kom)kleilaag; deze is 40 cm dik. Onder in de boring, vanaf een diepte van 6,2 m -Mv bevindt zich achtereenvolgens een dunne rivierkleilaag van 20 cm (kom) waaronder rivierduinafzettingen liggen (zand). De top van dit zand ligt op 6,4 m -Mv (-7,6 m NAP). Bodem en grondwater Op de bodemkaart is het plangebied deels gekarteerd als bebouwd gebied. Het andere deel ligt volgens de kaart in een zone met kalkloze drechtvaaggronden (bodemkaartcode Rv01C; bijlage 6). 8
Waarschijnlijk ligt dit bodemtype oorspronkelijk in het bebouwde gebied. Drechtvaaggronden zijn kleigronden, die vanaf een diepte tussen 40 tot 80 cm direct overgaan in veen. De klei is daarbij roestig en niet erg donker gekleurd als gevolg van de aanrijking van humus. Hiermee zijn deze gronden kenmerkend als bodemtype in de overstromingsvlakte van rivieren (“klei-op-veengronden”, De Bakker, 1966). Omdat het plangebied als water is gekarteerd, is de grondwatertrap van het plangebied niet bepaald. Ten noorden van het plangebied is dit wel gedaan. Daar is de grondwatertrap III. Dit betekent over het algemeen dat er sprake is van relatief natte gronden, waarbij de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) binnen 40 cm –Mv wordt aangetroffen en de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) tussen 80 en 120 cm –Mv. Vanuit archeologisch oogpunt betekenen dergelijke grondwaterstanden, dat zowel organische (zaken als leer, hout) als anorganische resten goed in de bodem geconserveerd kunnen zijn gebleven, hoewel organische zaken door wisselingen in de grondwaterstand wel enigszins kunnen zijn aangetast.
9
7. Archeologische verwachting en bekende waarden Wettelijk beschermd monument
Nee
AMK terrein
Nee
Verwachting gemeentelijke kaart
Middelhoog tot hoog
Archeologische waarden en/of informatie
Nee
Archeologische verwachting Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status en is ook niet opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart (AMK). Op de gemeentelijke verwachtingskaart is aan het plangebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. Deze verwachting hangt mogelijk samen met de ligging van een zijkreek aan de Wijde Giessen. Bekende waarden In het plangebied heeft in het verleden niet eerder archeologisch onderzoek plaats gevonden. Ook zijn geen vondstmeldingen bekend (bron: Archis3, bijlage 6). Wel is in de omgeving van het plangebied informatie aanwezig. • Direct ten westen van het plangebied is in 2008 aan de Binnendamseweg 28 onderzoek uitgevoerd in het kader van de herontwikkeling van dit terrein (onderzoeksmelding 2192949100, Thijs en Wullink, 2008). Tijdens het onderzoek zijn overwegend komafzettingen en veen aangetroffen. In één boring is een zwak zandige gelaagdheid binnen de klei aanwezig. Deze wordt toegeschreven naar een oude stroomrug in de omgeving of aan een oude meandergeul van de Wijde Giessen. Rivierduinzand is niet aangetroffen binnen 3,0 m -Mv. Volgens het sonderingsonderzoek op deze locatie ligt dit zand op 9,5 m -Mv.
• Op 60 m ten zuidwesten van het plangebied ligt een laatmiddeleeuwse woonplaats, die is aangewezen op grond van een zichtbare verhoging (woonheuvel) aan het maaiveld (vondstmelding 2901439100). Er zijn er hier meer van langs de Wijde Giessen gekarteerd: één op 140 m ten zuidoosten van het plangebied (vondstmelding 2901447100), één op 170 m ten westen van het plangebied (vondstmelding 2901390100) en één op 230 m ten oosten van het plangebied (vondstmelding 2901455100). Langs de hele Wijde Giessen zijn dergelijke waarnemingen gedaan. Ze liggen allemaal nagenoeg direct aan de watervoerende geul van de Wijde Giessen. Dergelijke terpen dateren volgens onderzoek mogelijk al in de 10e eeuw. Langs de Giessen is zodoende ook op verschillende plekken middeleeuws vondstmateriaal waargenomen, zo ook op 400 m ten oosten van het plangebied (in de vorm van fragmenten blauwgrijs aardewerk, vermoedelijk in de 11 e -13e eeuw, vondstmelding 3245502100). • Ten noorden van het plangebied, op een afstand van 250 m, heeft in het kader van de aanleg van de Betuweroute uitvoerig archeologisch vooronderzoek plaatsgevonden (in 1991-1994; onderzoeksmeldingen 2026330100, 2035135100 en 2027270100).
Tijdens archeologische begeleidingen van de graafwerkzaamheden in de omgeving van het plangebied zijn enkele laatmiddeleeuwse slootvullingen ontdekt, die vermoedelijk zijn aangelegd ten tijde van de eerste ontginningen van het veengebied in Giessenburg (vondstmelding 3055322100). • Tot slot is ten zuidwesten van het plangebied, op de zuidoever van de Wijde Giessen op circa 250 m afstand een bureau- en booronderzoek uitgevoerd (onderzoekmeldingen 4565390100 en 4565399100, Paul en Ten Broeke, 2017). Uit dit onderzoek valt af te leiden dat er geen archeologische vindplaatsen zijn ontdekt. Wel zijn oeverafzettingen van de Wijde Giessen 10
waargenomen, die op voorhand van het door hen uitgevoerde veldonderzoek bewoonbaar zouden kunnen zijn geweest. Op basis van de omliggende onderzoeken hangt de archeologische verwachting in de omgeving samen met de ligging van de oevers van de Wijde Giessen (waarop middeleeuwse woonheuvels liggen), oude kreek-/stroomruggen die begraven liggen in de ondergrond en rivierduinafzettingen. Voor wat betreft de middeleeuwse woonheuvels bevinden deze zich meer zuidelijk van het plangebied, de rivierduinafzettingen liggen waarschijnlijk diep: volgens Thijs en Wullink (2008) liggen deze direct ten westen van het plangebied op 9,5 m -Mv. Kreek-/stroomruggen kunnen eventueel wel in het plangebied aanwezig zijn: gezien de informatie op basis van het AHN, waarop een smalle, langwerpige verhoging ter plaatse van het plangebied waar te nemen is, ligt mogelijk in de ondergrond een kreekrug. Thijs en Wullink (2008) suggereren echter dat hier ook sprake kan zijn van een oude geulopvulling c.q. verlaten rivierbocht van de Wijde Giessen. Aangezien het ontstaan van de kreekruggen in de omgeving van het plangebied teruggaan tot in het Neolithicum, zal de archeologische verwachting/problematiek in het plangebied met name hiermee samenhangen.
11
8. Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen Historische bebouwing
Nee
Historisch gebruik
Onbebouwd, weiland
Huidig gebruik
Bedrijfsterrein
Bodemverstoringen
Onbekend, mogelijk door de aanleg van de huidige loods en aanwezigheid van oude, gedempte sloten
Historische situatie Op basis van historisch kaartmateriaal is vastgesteld dat in ieder geval in het begin van de 19e eeuw het plangebied niet bebouwd is geweest (bron: beeldbank.cultureererfgoed.nl, www.topotijdreis.nl). Het is in gebruik als weiland. Dit beeld verandert niet tot het moment het plangebied als bedrijfsterrein in gebruik genomen is. Dit is in de periode 2010-2014 (bron: www.topotijdreis.nl). Hierbinnen is het plangebied altijd onbebouwd geweest. De bebouwing in en aangrenzend aan het plangebied dateert in 2012 (bron: bagviewer.kadaster.nl). De historische ontwikkeling is aan de hand van figuren 2 tot en met 7 te volgen. Militair Erfgoed Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) is het plangebied niet aangeduid als aandachtsgebied. Ook zijn er geen verwachtingen op militaire objecten, raketinslagen of aan de Wereldoorlogen gerelateerde verschijnselen (bronnen: www.ikme.nl; www.vergeltungswaffe.nl, www.bunkerinfo.nl; www.tracesofwar.com, www.explosievenopsporing.nl). Huidig gebruik en bodemverstoringen Het plangebied is in gebruik als verhard bedrijfsterrein met hierop een kleine loods (circa 100 m2 groot). Er zijn hiermee in het plangebied met name verstoringen te verwachten die te maken hebben met de aanleg van deze loods.
Bouwtekeningen van de loods om de omvang van de verstoring te bestuderen zijn er niet, maar de verwachting is dat voor de bebouwing in ieder geval tot circa 80 cm – Mv is uitgegraven2. In de rest van het plangebied zijn geen verstoringen bekend als gevolg van de aanleg ervan. Er is ten aanzien van milieuverontreinigingen of saneringen, die geleid hebben tot bodemverstoringen, in het Bodemloket TM geen informatie aanwezig (bron: www.bodemloket.nl). Wel kunnen gedempte sloten aanwezig zijn uit de periode voor de aanleg van het bedrijfsterrein. Deze zijn in de Nieuwe tijd gegraven. De aanleg ervan zal de ondergrond ook lokaal hebben aangetast. Of en in hoeverre hierdoor eventuele archeologische resten in het gebied verstoord zijn geraakt, zal hierom nader door middel van een veldonderzoek moeten worden bepaald.