Jaarrekening 2021 - na accountantscontrole
Tekst van het document
Realisatie
Verantwoording ( Wat hebben we ervoor gedaan?) (E.1.1) Versterken van de nauwe samenwerking met dorpsoverleggen en initiatiefnemers. In 2021 heeft er, ondanks corona, nauwe samenwerking plaatsgevonden met dorpsoverleggen en initiatiefnemers. Anders dan normaal waren het veelal online samenwerkingen, maar is het contact gebleven. Om initiatieven mogelijk te maken van inwoners is in 2021 de initiatievenpot benut. Vanwege corona hebben we in 2021 bij kunnen dragen aan een lager aantal inwonersinitiatieven. Er is voor de dorpsraden ingezet dat zij één jaar langer de tijd hebben om hun reserves uit te geven en hiermee respijt hebben verkregen. (E.1.2) Geven van inzicht en overzicht door de verschillenden activiteiten en plannen van de gemeente per kern in beeld te brengen en deze af te stemmen met initiatieven en thema’s die daar spelen.
pag. 61
Jaarrekening 2021
Per kern is bijgedragen om overzicht te creëren. Dit heeft in samenwerking met het Samenlevingsprogramma plaatsgevonden in 2021. Met het opleveren van de dorpsen stadskaarten is inzichtelijk geworden welke thema's en concrete energie er leven in iedere kern. (E.1.3) Opstellen en vaststellen van participatiebeleid. Op 20 april 2021 heeft de gemeenteraad het participatiebeleid gemeente Molenlanden vastgesteld. Daarnaast heeft de gemeenteraad op 21 december 2021 ingestemd met het overkoepelend document op participatie. Het participatiebeleid is gemaakt samen met de inwoners van de gemeente Molenlanden. (E.1.4) Verrijken van het aanbod in onze Leertuin met workshops en trainingen ter ondersteuning van het dorps- en stadsgericht werken. In 2021 zijn een nieuwe workshop en trainingen uitgewerkt. Door de coronamaatregelen is het in 2021 niet gelukt deze tot uitvoering te brengen. Dit gaat in 2022 gebeuren. (E.1.5) Inrichten van onze bedrijfsvoeringsprocessen volgens de speerpunten maatwerk, gemak bieden en samen doen. Zodat dorps- en stadsgericht werken ook in de interne processen tot uiting komt. Door het maken van werkafspraken in de organisatie, die aansluiten op de uitgangspunten van dorps- en stadsgericht werken, worden processen meer ingericht in het kader van dit gedachtegoed.
Een voorbeeld hiervan is een participatieleidraad voor het ruimtelijk domein waarin duidelijk wordt wie welke rol heeft en wat van iedereen verwacht wordt.
pag. 62
Jaarrekening 2021
Beleidsonderwerp
Ambitie (Wat wilden we bereiken?)
Gemeenteraad
•
Actief blijven zoeken naar (nieuwe) mogelijkheden om flexibel en wendbaar de verbinding en communicatie met inwoners en gemeenschappen te continueren (F.1).
Realisatie
Verantwoording ( Wat hebben we ervoor gedaan?) (F.1.1) Deelnemen aan regionaal en landelijk overleg, bouwen aan extern netwerk en volgen van opleidingen om nieuwe ontwikkelingen naar Molenlanden te kunnen halen. We participeerden in diverse regionale en landelijke werkgroepen en netwerken zoals een regionaal en landelijk overleg van griffiers en diverse opleidingen. Ook ondersteunen we raadsleden in een regionale werkgroep jeugd. (F.1.2) Deelnemen aan pilots indien inpasbaar qua tijd en geld. Er waren geen landelijke pilots die voor Molenlanden geschikt waren. We hebben wel volop geëxperimenteerd met digitaal vergaderen. (F.1.3) Actief werken aan de zichtbaarheid en bereikbaarheid van de raad en de raadsleden door de inzet van diverse communicatiemiddelen. We introduceerden een externe nieuwsflits en lanceren 2-wekelijks een vlog over een raadslid.
•
Aanbrengen van verbeteringen in het vergadermodel en in de kwaliteit van bestuurlijke besluitvorming (F.2).
(F.2.1) Ervaring op doen met het aangepaste vergadermodel en dit in september/oktober 2021 evalueren met als doel om in december 2021 eventuele aanpassingen aan de raad voor te leggen. De evaluatie heeft plaatsgevonden en leidt tot een aangepast Reglement van Orde dat aan de nieuwe raad ter besluitvorming wordt voorgelegd. (F.2.2) Introduceren eind 2020/begin 2021 van een nieuw format voor raadsvoorstellen en daar in 2021 samen met de raad en de ambtelijke organisatie ervaring mee op doen. Het nieuwe format is geïntroduceerd, er is ervaring opgedaan en de eerste ervaringen zijn ook meegenomen in bovenstaande evaluatie.
•
pag. 63
Vergroten van de toegankelijkheid van de besluitvorming voor alle belangstellenden (F.3).
(F.3.1) Voorbereiden van de verhuizing van de raad naar de Spil en daarbij specifieke aandacht hebben voor digitale en fysieke toegankelijkheid. We participeren in relevante werkgroepen en hebben een klankbordgroep bestaande uit raadsleden opgericht voor dit doel.
Jaarrekening 2021
(F.3.2) Uitvoeren eind 2020/begin 2021van een aanbesteding over de audiovisuele middelen met als doel om dit tegelijk met de verhuizing naar de Spil te implementeren. De aanbesteding is afgerond en gegund. (F.3.3) We onderzoeken welke vergaderwijzigingen als gevolg van de coronaperiode wenselijk zijn om structureel te behouden.. Met alle opgedane ervaring is de verwachting dat digitale/hybride beeldvorming en commissies structureel als optie blijven. Besluitvorming hopen we weer fysiek te kunnen gaan doen.
Effect/resultaatindicatoren Indicator
Realisatie 2021 8,4
Streef-waarde 2023 Boven de 8
Periodiek tevredenheidsonderzoek
Bereikbaarheid gemeente inwoners ( november 2019)
5,2
Minimaal 8
Onderzoek extern bureau.
Afhandeling vergunning aanvragen en initiatieven
93%
90% aanvragen / initiatieven op tijd afhandelen
Eigen monitoring en onderzoek. De streefwaarde voor 2023 is nu al bereikt.
Tevredenheid inwoners dienstverlening (servicepuntenonderzoek 2020)
pag. 64
Bron
Jaarrekening 2021
Wat heeft het gekost Bedragen x € 1.000 min bedragen zijn inkomsten A. Lasten B. Baten C. Mutaties reserves Totaal Programma 6
Begroting voor wijz. 3.666 474 0 3.192
Begroting Na wijz. 4.786 1.438 7 3.341
Realisatie 2021 5.193 1.715 7 3.471
Analyse op hoofdlijnen tussen begroting 2021 na wijziging en de realisatie Het nadelig saldo op dit programma bedraagt € 130k. Hieronder lichten we de belangrijkste afwijkingen toe die hebben geleid tot dit saldo. Saldo Taakveld 01 Bestuur € 301k nadelig
T02 Burgerzaken € 171k voordelig
Incidenteel of structureel incidenteel
Toelichting
incidenteel
De berekening van de prognose in de Eindejaarsnota was gebaseerd op de werkelijke ontvangsten per 1 oktober, echter bij de analyse bleek dat de inkomsten van augustus en september nog niet geboekt waren. Hierdoor werd de prognose voor de Eindejaarsnota ten onrechte naar beneden bijgesteld. In het vierde kwartaal zien we een toename van inkomsten waardoor de inkomsten hoger uitkomen dan aanvankelijk voorzien. Ten opzichte van de Eindejaarsnota is dit derhalve een voordeel van € 91k. Het Rijk heeft budget beschikbaar gesteld i.v.m. extra kosten corona voor het houden van de verkiezingen. Deze bijdrage is toegevoegd aan het budget. De kosten vielen echter circa € 30k mee.
incidenteel
pag. 65
In maart 2022 heeft de gemeente de Gemeente Molenlanden een extern onderzoek uit laten voeren naar financiering van de wethouderspensioenen. Kern van de opdracht was het uitvoeren van een actuariële controle op de APPA verplichtingen (Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers). Nu nog wordt een groep gepensioneerden (22) gefinancierd vanuit de begroting en is geen voorziening in eigen beheer gevormd. Naar verwachting zal de APPA regeling binnen een aantal jaren ( 1-1-2027) gelijk worden getrokken met het ABP. In de jaarrekening 2021 is daarom voorzien dat vanaf 2022 ook voor deze groep gepensioneerden een voorziening is gevormd en de kosten niet meer ten laste van de begroting komen. Dit betekent een positief structureel effect. Aan de voorziening is per saldo € 432k meer toegevoegd dan waar in de Eindejaarsnota rekening mee is gehouden. De exploitatielast voor de groep gepensioneerden was € 86k lager dan aanvankelijk geraamd. Er werd minder uitgegeven aan kosten representatie € 32k en opleidingen € 18k als gevolg van coronabeperkende maatregelen.
Jaarrekening 2021
incidenteel
pag. 66
Daarnaast is € 43k minder salarissen en sociale lasten verantwoord op dit taakveld dan waar in de begroting rekening mee is gehouden. Verwezen wordt naar de uitgebreide toelichting op de salarissen die is opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering om de afwijkingen op concernniveau te kunnen zien.
Jaarrekening 2021
Algemene Dekkingsmiddelen en Onvoorzien Algemene dekkingsmiddelen kennen in tegenstelling tot heffingen als het rioolrecht en de afvalstoffenheffing geen vooraf bepaald bestedingsdoel. De belangrijkste algemene dekkingsmiddelen zijn de algemene uitkering uit het gemeentefonds, de renteopbrengst, de onroerende zaakbelastingen en de precariobelasting.
Toelichting op de financiële realisatie Op de algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien is een voordelig resultaat behaald van € 16k. Hieronder lichten we de belangrijkste afwijkingen toe die hebben geleid tot dit saldo.
pag. 67
Jaarrekening 2021
Saldo T05 Treasury/Lasten € 29k nadelig
Toelichting incidenteel
In 2021 zijn geen kasgeldleningen meer opgenomen. De gerealiseerde lasten zijn uitsluitend rentelasten die verband houden met de aanslagen/verrekening van BTW over afvaluitgaven 2016 t/m 2020. De verrekende BTW is verantwoord op taakveld 730; de rente (conform BBV) op dit taakveld. Per saldo is dit een nadeel van €51k.
incidenteel
De hogere renteontvangst van € 71k heeft betrekking op de Svn-leningen voor starters-/stimulerings-/duurzaamheidsleningen inclusief een verrekening over 2020.
incidenteel
De dividendopbrengst van de preferente aandelen is verwerkt in 2021. Er is voor een volledig jaar dividend in de begroting opgenomen. Er is echter uitgekeerd vanaf het moment van uitgifte van deze aandelen. Dit geeft een nadeel van € 56k.
incidenteel
Door de verkoop van aandelen van Giessenlandennet b.v. is een incidenteel voordeel ontstaan van € 53k. Er is minder uitgegeven, omdat ondanks veel bezwaarschiften er veel ongegrond zijn verklaard, waardoor er minder proceskosten zijn betaald. Op dit onderdeel is de overheveling van de onderhoudsreserves Gebouwen en Openbare Ruimte naar de (gelijknamige) onderhoudsvoorzieningen verantwoord. De bij de lasten verwerkte toevoeging aan de onderhoudsvoorzieningen is € 679k hoger dan op basis van de op 26 januari 2021 vastgestelde Nota Reserves & Voorzieningen was voorzien en geraamd omdat het onderhoud voor dat gedeelte in 2021 niet is uitgevoerd. Bij de lasten geeft dit een nadelig effect; bij de reservemutaties een positief effect. Daarnaast zijn op dit onderdeel voor € 88k uitgaven verantwoord in relatie tot schades. Tenslotte is aan de onderhoudsvoorziening Gebouwen voor toekomstige verplichtingen € 95k toegevoegd. Voor de hierboven vermelde schades zijn uitkeringen van verzekeraars ontvangen tot een bedrag van € 79k Dit verschil betreft een hogere overheveling van de reserve Noodfonds Corona naar de algemene reserve dan was voorzien in de Nota Reserves & Voorzieningen, de storting naar de Algemene reserve is hoger uitgevallen dan was geraamd in de Eindejaarsnota. Dit komt omdat er minder ten laste van het noodfonds is uitgegeven dan met de Eindejaarsnota van uitgegaan was.
T061 OZB woningen € 29k voordelig T08 Overige lasten € 862k nadelig
Incidenteel
T08 Overige baten € 79k voordelig Reservemutaties/toevoegingen € 320k nadelig
incidenteel
Reservemutaties/onttrekkingen € 999k voordelig
incidenteel
pag. 68
incidenteel
incidenteel
Voor € 320k is een hoger bedrag onttrokken aan de reserve Noodfonds Corona i.v.m. het overbrengen van het saldo van deze reserve naar de algemene reserve.
Jaarrekening 2021
Een bedrag van € 679k is meer onttrokken aan de onderhoudsreserves i.v.m. het overbrengen van het saldo naar de onderhoudsvoorzieningen. Dit laatste op grond van de nota Reserves en voorzieningen.
Algemene uitkeringen De verantwoorde algemene uitkering uit het gemeentefonds is gebaseerd op de decembercirculaire 2021.
Dividend In 2021 is er een kapitaalstorting bij Stedin geweest ter hoogte van € 3,8 miljoen. Hiervoor zijn cumulatief preferente aandelen gekocht. Het dividend dat daarbij hoort is in 2021 al als opbrengst verwerkt. Vanwege het min of meer gegarandeerde karakter van dit dividend is deze opbrengst in tegenstelling tot andere dividendinkomsten al in 2021 opgenomen. Het reguliere dividend van Stedin wordt pas verwerkt zodra het besluit genomen is. Dat wil zeggen dat in 2021 de dividenduitkering over 2020 is verwerkt. In 2020 zijn de aandelen van Eneco verkocht. Er is daarom in 2021 geen dividend meer van Eneco ontvangen. De gemeente ontvangt daarnaast jaarlijks een dividenduitkering uit hoofde van haar aandelenbezit in de NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). In 2021 is in totaal € 436k aan dividendopbrengst gerealiseerd. Dit is conform de bij de Eindejaarsnota 2021 gewijzigde begroting. Deze inkomst is als volgt verdeeld: - € 210k van Stedin (regulier dividend) - € 116k van Stedin (preferente aandelen) - € 110k van BNG
pag. 69
Jaarrekening 2021
Rente De langlopende geldleningen bij de Bank Nederlandse Gemeenten en Waterschapsbank zijn in 2020 vervroegd afgelost. Dit werd gedaan met de verkoopopbrengst van de aandelen van Eneco. De leningen zijn vervolgens opnieuw afgesloten tegen een lagere rente. Het agio dat hiervoor betaald is, is ten laste van deze verkoopopbrengst gebracht. Hierdoor is in 2021 een lagere rentelast gerealiseerd. Daarnaast zijn er gelden belegd van de verkoopopbrengst van het woningbedrijf in 2008 door de voormalige gemeente Giessenlanden. Deze gelden zijn belegd binnen de mogelijkheden die voor de overheid gelden. De renteopbrengst van deze belegging van ongeveer drie procent is ingezet als dekkingsmiddel.
Onvoorzien In de begroting 2021 is een bedrag van € 40k voor onvoorziene lasten opgenomen. Er is in 2021 € 30k ten laste van onvoorzien gebracht. € 5k is beschikbaar gesteld voor gedeeltelijke dekking van de uitgaven voor ’Jeugd en Politiek’ en € 25k voor het project ‘Lekkende Lekdijk’. Het restant ad. € 10k maakt onderdeel uit van het positieve jaarrekeningresultaat.
Belastingen Voor de toelichting op de belastingen wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen.
pag. 70
Jaarrekening 2021
Overhead Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moeten de uitgaven zoveel mogelijk op de directe taakvelden worden verantwoord. Kosten voor meerdere taakvelden worden verantwoord op taakveld 04 Overhead. Het gaat om de zogenoemde PIOFACH kosten (Personeel Informatie Organisatie Financiën Automatisering Communicatie en Huisvesting). De overhead bestaat uit de personeelskosten en andere kosten die niet direct aan de taakvelden kunnen worden toegerekend, omdat ze feitelijk voor meerdere taakvelden worden gemaakt. Het betreft de zogenaamde PIOFACH kosten (Personeel Informatie Organisatie Financiën Automatisering Communicatie en Huisvesting). Het BBV schrijft voor om deze kosten te verantwoorden op het taakveld 04 Overhead. De overhead Bedragen X € 1.000
Directe personeelskosten aan overhead Indirecte personeelskosten Huisvestingskosten Aanpassing (en groot onderh.) gem.huis en werven Storting in voorziening Facilitaire kosten Automatisering ICT Informatiebeheer Materieel en vervoer Doorontwikkeling bedrijfsv. (onderdeel overhead) Overige kosten bedrijfsvoering Afschrijving en rente Toerekening overh. aan investeringen A. Last en Bijdragen Tot aal (last en minus bat en) Overhead Reserve groot onderhoud huisvesting (overhead) Overige reservemutaties taakveld overhead Tot aal overhead inclusief reservemut at ies
pag. 71
Rekening 2020
Begrot ing 2021
Begrot ing na wijz 2021
Rekening 2021
7.928 741 622 136
7.962 993 382 300
8.662 923 693 300
277 1.846 106 252
352 1.971 130 187 500 268 1.177 -728 13.494 -157 13.337 -300 -837 12.200
320 2.038 143 210 330 376 977 -608 14.364 -127 14.237 -300 -1.396 12.541
8.374 816 690 41 276 307 2.032 100 206 266 366 987 -491 13.970 -307 13.663 -41 -1.651 11.971
583 895 -410 12.976 0 12.976 -1.680 11.296
Jaarrekening 2021
N = nadeliger Saldo 2021
288 V 107 V 3V 259 V -276 N 13 V 6V 43 V 4V 64 V 10 V -10 N -117 N 394 V 180 V 574 V -259 N 255 V 570 V
Toelichting: Ditrect personeelskosten en overhead: Budgetten tot een bedrag van €110k voor juridische ondersteuning bij het wegwerken van achterstanden handhavingsdossiers en de inventarisatie van ongeregistreerd gebruik van gemeentegronden zijn niet besteed, realisatie vindt plaats in 2022. De storting in de voorziening betreft het restantbudget dat eerder beschikbaar is gesteld voor aanpassingen aan het gemeentehuis van Hoornaar uit de reserve onderhoud gebouwen. Dit houdt verband met de overheveling van onderhoudsreserves naar voorzieningen zoals in de nota reserves en voorzieningen is bepaald. Het budget voor doorontwikkeling bedrijfsvoering op het onderdeel overhead is voor € 64k niet uitgegeven door vertraging in de uitvoering, de prestaties worden in 2022 geleverd. De inkomsten zijn € 180k hoger dan geraamd. Het betreft vooral incidentele baten zoals inkomsten zwangerschap, loonkostensubsidie, opbrengsten verkoop vervoermiddelen etc.
Overige Een post die niet tot de overhead behoort maar wel moet worden verantwoord is de Vennootschapsbelasting (VpB) op Taakveld T09. Hierop is incidenteel een verschil ontstaan ten opzichte van de begroting van € 376k dat verband houdt met de winstnemingen bij de grondexploitaties.
pag. 72
Jaarrekening 2021
Paragrafen Naast de beheerprogramma’s zijn er in de jaarstukken een zevental programma overstijgende paragrafen opgenomen. Deze paragrafen geven een dwarsdoorsnede van een aantal aspecten. U krijgt zo inzicht in de financiële positie van de gemeente, de beheersmatige aspecten en de risico's. De volgende paragrafen zijn in deze jaarstukken opgenomen: A. Lokale heffingen B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing C. Onderhoud kapitaalgoederen D. Financiering E. Bedrijfsvoering F. Verbonden partijen G. Grondbeleid
pag. 73
Jaarrekening 2021
Paragraaf: Lokale heffingen De lokale heffingen vormen een belangrijk deel van de inkomsten van de gemeente Molenlanden en maken deel uit van het beleid van de gemeente. In deze paragraaf informeren wij u over de uitkomsten en het doel van de verschillende heffing. De gemeente Molenlanden kent de volgende heffingen: a. (on-)roerende-zaakbelastingen (OZB/RZB) b. precariobelasting c. rechten d. rioolheffing e. afvalstoffenheffing f. toeristenbelasting De genoemde belastingen onder a, b en f zijn voor het verkrijgen van algemene dekkingsmiddelen. De rechten, rioolheffing en de afvalstoffenheffing zijn een vergoeding voor de diensten van de gemeente en mogen maximaal kostendekkend zijn. Het beleid gaat uit van kostendekkende tarieven voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en de rechten. Voor de begraafrechten wordt in de periode vanaf 2021 in drie jaar gestreefd naar een kostendekkingspercentage van 80%.
Geraamde en gerealiseerde heffingen Gerealiseerde heffingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Begraafrechten Leges omgevingsvergunningen Secretarieleges OZB niet-woning gebruik OZB niet-woning eigenaar OZB woning eigenaar Toeristenbelasting BIZ-heffing Precariobelasting
pag. 74
Geraamd 5.375.687 3.760.821 1.188.592 1.857.714
Gerealiseerd 5.387.509 4.118.091 1.406.678 2.343.289
402.000 1.250.835 1.648.447 5.257.705 90.000 14.000 1.728.000
530.363 1.253.267 1.654.285 5.260.695 94.953 13.500 1.728.090
Jaarrekening 2021
Onroerende-zaakbelastingen De ‘onroerende-zaakbelastingen’ worden geheven van de eigenaren en gebruikers van bedrijfspanden, overige gebouwen en niet-cultuurgronden. Daarnaast wordt ‘onroerende-zaakbelasting’ geheven van eigenaren van woningen. Deze belastingen worden geheven over de waarde van onroerende zaken. De tarieven voor de onroerende-zaakbelastingen (OZB) zijn toegepast op de getaxeerde waarden. De herwaardering vindt jaarlijks plaats. De gehanteerde waarden voor 2021 (waardepeildatum 1-1-2020) waren ten opzichte van 2020 (waardepeildatum 1-1-2019) voor de woningen met 7,9 % gestegen. De waarden van niet-woningen zijn in deze periode met 1,6% gestegen. De totale opbrengt uit de onroerende zaakbelastingen bedroeg in 2021 € 8.168.251.
Precariobelasting De precariobelasting is in 2021 voor het laatst geheven. Door gewijzigde wetgeving mag die in 2022 niet meer worden geheven. De opbrengst van deze belasting bedroeg € 1.728.090.
Rechten - leges Hieronder vallen onder meer de leges voor een paspoort of een omgevingsvergunning en de begraafrechten. Uitgangspunt in Molenlanden is dat de rechten kostendekkend zijn. Dit geldt niet voor evenementenvergunningen (Titel 3 van de Legesverordening). We hebben besloten om deze tarieven niet kostendekkend te laten zijn. Hiertoe is besloten vanwege de positieve invloed die evenementen hebben op de leefbaarheid van de gemeente. Bij de verantwoording van de cijfers die hun grondslag vinden vanuit de legesverordening, hebben we een nieuwe werkwijze toegepast. Hierdoor wordt de kostendekkendheid nu per paragraaf vanuit de legesverordening weergegeven. De kostendekkendheid van de producten wordt hierdoor nog specifieker berekend. Deze werkwijze passen we ook toe bij de komende begroting. De kostendekkendheid van de producten reisdocumenten en rijbewijzen blijven niet kostendekkend. Dit komt door de wettelijke maximering van de tarieven en de relatief lage aantallen. De verwachting is dat vanaf 2024 de kostendekkendheid van deze paragrafen gaat toenemen. De opbrengst van de secretarieleges zijn in 2021 hoger dan bij de eindejaarsnota verwacht.De berekening van de prognose in de eindejaarsnota was gebaseerd op de werkelijke ontvangsten per 1 oktober. Echter bij de analyse bleek dat de inkomsten van augustus en september nog niet geboekt waren.
Hierdoor werd de prognose voor de eindejaarsnota ten onrechte naar beneden bijgesteld. In het vierde kwartaal zien we een toename van inkomsten. Daardoor komen de inkomsten hoger uit dan we dachten. De opbrengst van de bouwleges is in 2021 fors hoger dan begroot. Dit heeft voornamelijk te maken met de grote hoeveelheid bouwaanvragen die is ingediend in de laatste maanden van het jaar. Deze worden wel als ontvangst verantwoord in de jaarrekening, maar de werkzaamheden voor de vergunningverlening zijn grotendeels in 2022.
pag. 75
Jaarrekening 2021
Het totaaloverzicht van de leges in 2021 is als volgt: Leges
1 Algemene dienstverlening 1.1 Burgerlijke stand 1.2 Reisdocumenten 1.3 Rijbewijzen 1.4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen 1.9 Overige publiekszaken 1.10 Gemeentearchief 1.12 Leegstandswet 1.17 Kabels en leidingen 1.18 Verkeer en vervoer 1.19 Diversen 1.20 APV 2 Fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning 2.2 Vooroverleg / beoordeling conceptaanvraag 2.3 Omgevingsvergunning
Totale lasten
Totale baten
Kostendekkendheid
Resultaat
74.870 266.495 283.843 24.175
53.088 207.100 193.382 12.502
71% 78% 68% 52%
-21.782 -59.395 -90.461 -11.673
14.496 13.974 3.899 74.275 25.538 323 539
9.988 12.514 1.983 88.624 11.377 87 145
69% 89 51% 119% 45% 27% 27%
-4.508 -1.460 -1.916 14.349 -14.161 -236 -394
28.620
23.345
82%
-5.275
1.731.193
1.991.112
115%
259.919
648
549
85%
-99
107.188
117.275
109%
10.087
3.1 Horeca
4.563
2.312
51%
2.251
3.2 Organiseren evenementen of markten Totaal
1.752
435
25%
1.317
2.656.391
2.725.818
103%
69.427
2.7 Wijziging omgevingsvergunning 2.8 Bestemmingswijziging zonder activiteiten 3 Europese dienstenrichtlijn
pag. 76
Jaarrekening 2021
Rechten – begraafrechten De begraafrechten worden geheven voor begrafenissen en het onderhouden van de begraafplaatsen. Door Covid-19 waren er in 2021 meer begrafenissen ten opzichte van het gemiddelde van de afgelopen 5 jaar. Ook het aantal uitgiften van nieuwe particuliere graven was hierdoor hoger dan het gemiddelde. Dit geeft een fors hogere opbrengst dan begroot.
Afvalstoffenheffing en rioolheffing Voor de afvalstoffenheffing geldt dat de baten niet hoger mogen zijn dan de lasten. Het kostendekkingspercentage voor de afvalstoffenheffing was in 2021 91%. Het lage dekkingspercentage is veroorzaakt door een forse naheffingsaanslag vanuit het BTW-compensatiefonds (BCF) die ten tijde van de tariefberekening nog niet bekend was. Deze houdt verband met het volgende: Doordat de belastingdienst in 2019 -met terugwerkende kracht tot 2016- aan de VNG kenbaar gemaakt dat het scheiden van restafval door Nedvang een ondernemersactiviteit is en geen overheidstaak en daarom is onderworpen aan de heffing van omzetbelasting. Dit betekent enerzijds dat er BTW aan het BCF moet worden terugbetaald en anderzijds dat er meer “ondernemers-BTW” kan worden teruggekregen. Dat verloopt in principe budgettair neutraal. Inmiddels zijn de afdrachten gecorrigeerd. Omdat de ondernemers-BTW met terugwerkende kracht is verrekend wordt door de Belastingdienst echter middels naheffingsaanslagen rente in rekening gebracht, terwijl vanuit het BCF geen rente wordt vergoed. Iedere zelfstandige wooneenheid binnen de gemeente wordt aangeslagen voor deze belasting. Molenlanden hanteert tarieven voor één- en meerpersoonshuishoudens. Het al of niet gebruikmaken van de gemeentelijke ophaaldienst, is hiervoor niet relevant.
Voor de recreatiewoningen in parken is een afwijkende regeling getroffen. Deze hebben een eigen contract met Waardlanden voor grote verzamelcontainers.
Afvalstoffenheffing Lasten taakveld Overhead BCF BTW Totale lasten Afvalstoffenheffing Overige inkomsten Totale baten Kostendekkendheid Resultaat
4.865.669 136.053 892.050 5.893.772 5.387.510 5.387.510 91% 506.262
De gemeente Molenlanden heft zowel rioolheffing van de eigenaar als van de gebruiker van een op het riool aangesloten onroerende zaak. De gebruikersheffing wordt geheven door middel van een opslag per m³ waterverbruik. Het waterleidingbedrijf Oasen int dan ook deze heffing. Het kostendekkingspercentage voor de rioolheffing was in 2021 113%. Het resultaat is voornamelijk veroorzaakt door een gecorrigeerde afrekening met Oasen, de lagere toerekening van BTW en loonkosten. Het resultaat is toegevoegd aan de voorziening riolering.
Rioolheffing Lasten taakveld Overhead BCF BTW Totale lasten Rioolheffing Overige inkomsten Totale baten Kostendekkendheid Resultaat
2.859.705 356.459 419.608 3.635.772 4.118.091 4.118.091 113% -/- 482.319
Toeristenbelasting De toeristenbelasting wordt geheven per persoon per nacht. De opbrengst van de toeristenbelasting is in 2021 toegenomen door de opening van Vakantiepark Molenwaard.
Ontwikkeling lokale lastendruk Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo), onderdeel van de Rijksuniversiteit Groningen, onderzoekt jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten. De uitkomsten worden jaarlijks gepubliceerd in de Coelo-atlas. De Coelo-Atlas over 2021 geeft aan dat de gemeente Molenlanden op plaats 147 staat van 374 gemeenten. Nummer 374 is daarbij de duurste gemeente. Uit de atlas blijkt dat het OZB-tarief van Molenlanden onder het gemiddelde van Nederland zit. De gemiddelde woningwaarde is net boven het gemiddelde van Nederland. Bij de milieuheffingen scoren de tarieven van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing van Molenlanden net boven het landelijk gemiddelde.
pag. 78
Jaarrekening 2021
Kwijtschelding Inwoners van Molenlanden met de laagste inkomens kunnenkwijtschelding krijgen van de afvalstoffenheffing en de rioolafvoerheffing. Voor deze kwijtschelding moeten inwoners voldoen aan de eisen van de ministeriële regeling. In 2021 kwamen 284 inwoners in aanmerking voor automatische kwijtschelding. Daarnaast zijn er 262 verzoeken binnengekomen. Van deze 262 verzoeken zijn er 180 geheel of gedeeltelijk toegewezen en 82 afgewezen of ingetrokken. Het totaalbedrag aan kwijtschelding bedroeg € 146.716.
pag. 79
Jaarrekening 2021
Paragraaf: Weerstandvermogen en risicobeheersing Algemeen Deze paragraaf gaat in op de volgende vraag: in welke mate is de gemeentelijke financiële positie toereikend om de financiële gevolgen van risico’s op te kunnen vangen? Inzicht in de omvang van de risico’s is een voorwaarde voor een gezonde bedrijfsvoering. Bij de besluitvorming kan hiermee rekening worden gehouden. De financiële inschatting van de risico’s wordt gerelateerd aan de vermogenspositie van de gemeente. Binnen de organisatie is globaal geïnventariseerd welke risico’s er bekend zijn. Op basis van de risico’s is het weerstandsvermogen berekend. Volgens artikel 20 van de Financiële verordening moet de gemeenteraad een nota ‘Weerstandsvermogen & risicobeheersing’ vaststellen. Deze nota is in voorbereiding en zal medio dit jaar worden aangeboden. In deze nota worden de uitgangspunten voor de risicobeheersing en het risicobeheersingsproces vastgelegd.
Financiële kengetallen In deze risicoparagraaf zijn aan het eind een aantal financiële kengetallen opgenomen. Deze getallen geven inzicht in de financiële positie van de gemeente.
Beleid en beschikbaarheid van de weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit ziet er als volgt uit: Weerstandscapaciteit Algemene reserves ( vrij aanwendbaar) Begrotingssaldo / Jaarrekeningresultaat Post onvoorzien Totale Weerstandscapaciteit
Begroting 2022 Jaarstukken 2021 31.772.531 26.243.242 414.421 7.220.652 40.000 32.226.952 33.463.894
Voor de hoogte van de algemene reserve is uitgegaan van het saldo van de algemene reserve op de balansdatum inclusief de geplande onttrekkingen/toevoegingen.
pag. 80
Jaarrekening 2021
Weerstandsratio De weerstandsratio is de beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de benodigde weerstandscapaciteit voor het afdekken van de geïnventariseerde risico’s. Weerstandsvermogen UITSTEKEND
2021 5,9
Een ratio van >1,0 is noodzakelijk om alle risico’s te kunnen opvangen. Een ratio onder de 1,0 is onwenselijk. Een ratio van >2,0 of hoger is uitstekend. Een ratio van 5,9 is uitzonderlijk goed.
Beleid met betrekking tot de risico’s Bij elk risico wordt een inschatting gemaakt: wat isde mate van waarschijnlijkheid dat het risico zich voordoet en wat zijn de financiële consequenties hiervan. Dit wordt uitgewerkt in een kans- en een gevolgwaarde.
Benadering van de risico’s en de vertaling in kans en het effect We kijken eerst naar de totale omvang van het te lopen risico, als deel van het totaalbedrag dat als last is opgenomen in de jaarrekening. Zo duiden we de risico’s in omvang. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet. Daarbij wordt de volgende indeling gehanteerd: • • • •
Laag: Het gevolg van het risico wordt voor 25% meegenomen in het risicoprofiel. Gemiddeld: Het gevolg van het risico wordt voor 50% meegenomen in het risicoprofiel. Hoog: Het gevolg van het risico wordt voor 75% meegenomen in het risicoprofiel. Zeer hoog: Het is nagenoeg zeker dat het risico zich voordoet. Voor het gevolg van het risico wordt een voorziening getroffen of dit is financieel verwerkt in de begroting. Van een risico zijn de geschatte (totale) kosten (kans x effect) gekwantificeerd en opgenomen in de tabel van risico’s.
De financiële risico’s die zich voordoen In de tabel op de volgende pagina treft u de gekwantificeerde risico’s aan. Het totaal aan risico’s bedraagt € 5.660.737 (was € 4.547.539 in de begroting 2022). Deze stijging wordt veroorzaakt door hogere inschattingen van de risico’s op de onderwerpen: rentestijging, de huidige
pag. 81
Jaarrekening 2021
ontwikkelingen rondom de inflatie, de grondexploitaties en vastgoedprojecten vanwege de individuele risicoberekening per project, risico’s rondom het gemeentefonds en de hogere loonsom door de nieuwe cao. Aangekondigde ontwikkelingen/ onderzoeken met mogelijke uitgaven zijn niet te kwantificeren in financiële zin of omvang. Ze worden verderop in deze paragraaf wel onder de aandacht gebracht.
Coronacrisis De coronacrisis heeft voor onze gemeente een veel lagere impact in financiële zin gehad, dan eerder werd gedacht. De steun- en compensatiemaatregelen vanuit het Rijk pakten voor onze gemeente in financiële zin positief uit. Van de ontvangen coronagelden die zijn ontvangen is nog een deel beschikbaar.
pag. 82
Jaarrekening 2021
Omschrijving Grondexploitaties* Garanties (fin. Lasten 1% over hoofdsom) Gemeentefonds BTW compensatiefonds overschrijding plafond Dividenden Stedin en BNG Bedrijfsvoering loonkosten en overhead Stijging rentelasten Leges bouwvergunningen Participatie Jeugdzorg WMO Leerlingenvervoer Exploitatie maatschappelijk vastgoed Claim Remu Prijsstijgingen t.g.v. Crises
Totale omvang van te lopen risico
Omvang Kans dat risicogedeelte risico zich voordoet
153.984.000
153.984
57.440.000 4.500.000
1.148.800 200.000
453.000 24.598.000
226.500 2.459.800 350.000
35.000.000 1.775.850 1.766.000 10.391.000
887.925 174.000
Geschat risico (omvang x kans) 1.612.550 25% 38.500 75%
861.600
25%
50.000
50% 25%
113.250 615.000
50%
175.000
50% 50% 75%
443.962 87.000 779.325
6.637.000 973.000 2.000.000
1.039.100 663.700 99.500 200.000
50% 50% 25%
334.800 49.750 50.000
3.000.000 10.000.000
300.000 500.000
25% 75%
75.000 375.000
Totaal 5.660.737 *De opbouw van de risico’s rondom dit onderwerp staan beschreven op de volgende pagina.
pag. 83
Jaarrekening 2021
Toelichting risico’s Grondexploitaties en Vastgoed Projecten Voor de risico’s die zich voordoen binnen de grondexploitaties en vastgoedprojecten is uitgegaan van het risicoprofiel op individueel niveau en een recente doorrekening van alle grondexploitaties. De risico’s op grondexploitaties bedragen: € 1.113.600 De risico’s op de overige grondgebonden projecten bedragen: € 498.950 Totaal € 1.612.550 Garanties en waarborgen De gemeente staat garant voor tal van leningen en deelnemingen. De kans dat zich hierbij risico’s voordoen, is erg klein. Het risico is bepaald op 0,1% van de hoofdsom, de kans daarop als klein, 25%. De mogelijke risico’s als gevolg van extra te verlenen garanties in verband met de coronacrisis worden afgedekt door het Noodfonds. Gemeentefonds Het Kabinet is voornemens in 2026 de tijdelijk geschrapte ‘opschalingsschorting’ weer toe te passen. Dit zal een negatief effect op de ontwikkeling van het accres hebben. Daarnaast is van belang dat de minister van Binnenlandse Zaken er naar streeft ‘om een stabielere financiering voor de medeoverheden te realiseren en hun autonomie te vergroten’. Daarvoor wordt in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 uitgewerkt. Daarbij wordt de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied betrokken.
Daarbij worden ook alternatieven voor de onroerendezaakbelasting (OZB) en de motorrijtuigenbelasting (MRB) bekeken. Nadere uitwerking, in gesprek met medeoverheden, volgt nog. Waarschijnlijk komt er vóór de zomer een zgn. Contourennota. De integratie-uitkering Sociaal Domein/Voogdij 18+ vormt een mogelijk risico, omdat deze naar verwachting anders wordt verdeeld met ingang van 2022. De mogelijkheid bestaat dat er een gedeeltelijke compensatie komt. Het risico voor het gemeentefonds wordt ingeschat op 75%. BTW-compensatiefonds Gemeenten en provincies kunnen vanaf 2016 tot een vastgesteld maximum BTW declareren. Verschillen ten opzichte van het plafond worden aan gemeenten uitgekeerd. Praktijk is dat gemeenten steeds meer bij het BTW-compensatiefonds declareren en vervolgens via het gemeentefonds op de algemene uitkering worden gekort. Met een omvang van € 4.500.000 merken wij € 200.000 aan als risico. Dividend Stedin en BNG Jaarlijkse schommelingen van dividend kunnen een verschil van de raming betekenen in de begroting. De signalen die er waren in verband met de coronacrisis dat Stedin en BNG geen dividend zouden uitkeren, is inmiddels naar de achtergrond verdwenen. Ook zijn de aandelen van Stedin voor een deel preferente aandelen. Daarom merken wij dit nog steeds aan als 100% onzekerheid met een kans van 75%.
pag. 84
Jaarrekening 2021
Bedrijfsvoering loonkosten en overhead Het gaat om risico’s van nog niet voorzienbare kosten in verband met wachtgeld van politieke ambtsdragers en ontslag van personeel. Ook zijn er risico’s op het gebied van informatiebeveiliging en juridische aansprakelijkheid. Er zijn en worden diverse beheersmaatregelen getroffen om deze risico’s zoveel mogelijk te beperken. Dit gebeurt op het terrein van informatiebeveiliging, back-up, uitwijkfaciliteiten en verzekeringen. Voor deze risico’s hebben wij een inschatting gemaakt van 10% van de totale personeels- en bestuurskosten met een kans van 25%. Stijging rentelasten In de begroting 2022-2025 is rekening gehouden met de lage rentestand bij de raming van de rentelasten op nieuw aan te trekken leningen. Het huidige rentebeleid van de ECB blijft erop gericht de rente laag te houden. Wel moet de ontwikkeling van de inflatie scherp in de gaten gehouden worden. Als de gestegen inflatie langere tijd duurt, is een aanpassing in het rentebeleid noodzakelijk. Gezien de herfinanciering op oude leningen voor een langere periode lopen we geen risico. Het gaat alleen om nieuw aan te trekken leningen. Eind 2022 moet er waarschijnlijk wel een langlopende lening aangetrokken worden. We verwachten dat er geen sprake zal zijn van kortlopende financieringen. We houden vanaf 2023 al rekening met een hogere rentestand.
We schatten de kans van een rentestijging in op gemiddeld. Leges bouwvergunningen De raming van de bouwleges vormt een risico. Met de komst van de Omgevingswet, die voor een jaar is uitgesteld naar 1 januari 2023, is het lastig om op voorhand te bepalen welke effecten dit zal hebben voor gemeenten. Komen er juist meer aanvragen na die datum en welke kosten hangen hiermee samen? Dit moet ook bezien worden in de bestuurlijke keuzes die nog gemaakt moeten worden in dit traject. Het risico van een lagere opbrengst wordt hoog ingeschat. Het risicobedrag is bepaald op de halve omvang met een kans van 50% aan lagere opbrengsten. Participatie De GR Avres voert de Participatiewet, Minimabeleid en de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening uit voor onze gemeente. Hoewel het budget bij de uitvoering en het beleid door Avres leidend is, kan toch een tekort ontstaan. Avres heeft daarbij o.a. te maken met gevolgen van de coronacrisis, de energiecrisis en de leefgeldverstrekking aan opgevangen Oekrainers. Daardoor nemen ook de uitgaven voor minimavoorzieningen toe. De zittende medewerkers in de sociale werkvoorziening hebben loon- en baangarantie, terwijl de rijksvergoeding daalt. Avres speelt samen met de deelnemende gemeenten zo goed mogelijk in op deze ontwikkelingen. Het risico wordt op gemiddeld ingeschat.
Jeugdzorg (Dienst gezondheid en jeugd) Jeugdzorg wordt door de serviceorganisatie jeugd (SOJ) uitgevoerd. Een nadelig exploitatieresultaat zal SOJ direct bij de deelnemende gemeenten op basis van een verdeelsleutel in rekening brengen. SOJ beschikt niet over reserves. Anderzijds wordt een voordelig verschil uitgekeerd. Qua sturing is het voortdurend zoeken naar een balans tussen zorgvraag en beschikbaar budget. Bij de beleidsplanning en het contracteren van zorgaanbieders is het beschikbare budget uitgangspunt. Na vaststelling van de Begroting 2022 is gebleken dat de bijdrage aan de SOJ ca. 1,5 mln. hoger wordt de komende jaren. Dit wordt in de Kadernota 2023 verwerkt. In aanloop naar de zienswijzeprocedure geeft de SOJ aan dat de deelnemende gemeenten waarschijnlijk een groei van
pag. 85
Jaarrekening 2021
de zorgkosten krijgen van 5% in 2022, 2,5% in 2023 en 0% voor de jaren erna. Dit staat nog los van reeds bekende stijgende zorgkosten en indexatie. Of de kosten voor de Gemeente Molenlanden daadwerkelijk zo sterk stijgen zal moeten worden bezien. De SOJ geeft aan dat dit sterk per gemeente verschilt. Op basis van de beschikbare sturingsinformatie wordt ingeschat dat de geschetste effecten een risico vormen voor de Gemeente Molenlanden. Als uitgangspunt nemen we 10% van de totale kosten op als risicogedeelte, waarbij we uitgaan van een hoge kans. WMO Aan de hand van ervaringscijfers wordt zo realistisch mogelijk geraamd. Dat neemt niet weg dat er risico’s bestaan, zoals de toename van het aantal cliënten met een indicatie voor huishoudelijke ondersteuning en andere maatwerkvoorzieningen. Dit is het gevolg van de dubbele vergrijzing, langer thuis wonen en het door het Rijk ingevoerde vaste abonnementstarief. Een ander risico vormen de aanbestedingen van begeleiding, dagbesteding (met vervoer) en trapliften, de verhoging van tarieven (door de AMvB ‘reële marktprijs’, krapte op de arbeidsmarkt en de gestegen materiaalkosten) en het open-einde karakter van de Wmo. Er wordt ingeschat dat er een gemiddelde kans is op een afwijking van 10% met een risico van 50%. Leerlingenvervoer Leerlingenvervoer is een open-eind regeling.
Het benodigde budget is vooral afhankelijk van de ontwikkeling van het aantal aanvragen. De kans is bepaald op ‘gemiddeld’. Exploitatie maatschappelijk vastgoed De gemeente heeft met Sportfondsen en Optisport exploitatieovereenkomsten gesloten voor het beheer van de zwembaden in Nieuw-Lekkerland en Groot-Ammers, plus een aantal binnensportaccommodaties. In die overeenkomsten is vastgelegd dat de gemeente gehouden is de exploitatiebijdrage aan te passen evenredig met de geleden inkomstenderving ten opzichte van de exploitatiebegroting. Dit in het geval dat er zich calamiteiten voordoen die buiten de invloedssfeer van de exploitant liggen en haar ook niet verweten kunnen worden. Mogelijke aanspraken als gevolg van de coronacrisis worden afgedekt door het Noodfonds. Het resterende risico schatten we in als beperkt. Claim REMU REMU c.s. (de voormalige aandeelhouders van het elektriciteitsbedrijf REMU) is in cassatie gegaan tegen het hoger beroep vonnis van het Gerechtshof in de zaak tegen Eneco. De behandeling is op 9 april 2021 gestart. Een ingesteld cassatieberoep neemt gemiddeld één jaar in beslag. Het gaat om een claim van zo’n € 300 mln. tegen Eneco (lees: de 44 voormalige aandeelhouders van Eneco, waaronder Molenlanden).
Aanleiding voor de claim: bij de splitsing van Eneco (in een netwerkbedrijf en een elektriciteitsbedrijf) is hen -zo stellen de voormalig REMU-aandeelhouderseen winstdeling onthouden. Tot nu toe is de rechter daar niet in meegegaan. Het maximale risico voor Molenlanden bedraagt € 3.000.000. Op basis van een juridische analyse van de advocaat van Eneco wordt de kans op een voor de aandeelhouders negatieve uitspraak klein geschat. Prijsstijgingen t.g.v. Crises Als gevolg van de wereldwijde coronapandemie en de recente oorlog in Oekraïne zijn de prijzen gestegen. In het geval van bepaalde grondstoffen zelfs met 100%. Dit heeft tot gevolg dat Molenlanden zeer waarschijnlijk te maken krijgt met hogere kosten die gerelateerd zijn aan de olieprijs en
pag. 86
Jaarrekening 2021
de overige grondstofprijzen die aan ons doorberekend worden. Voor 2022 gaan we uit van een groot risico met een hoge kans. De prijsstijgingen zijn voor een deel meegenomen in de begroting. Dit is wel op basis van veel lagere uitgangspunten van inflatie dan die zich nu voordoen. Ontwikkelingen Een aantal ontwikkelingen laat zich nog niet financieel vertalen. Deze worden op een later tijdstip aan de gemeenteraad aangeboden . Dit is afhankelijk van nog uit te voeren onderzoeken. Als voorbeelden noemen we: • • •
•
•
Kinderdijk: ontwikkeling entreezone, tweede fase parkeervoorzieningen Westrand. Nadere invulling van het accommodatiebeleid, zoals het investeringsprogramma van € 10 mln. Integraal Huisvestingsplan primair onderwijs Molenlanden 2021-2032. Daarbij is besloten om separate besluiten te nemen over de exacte invulling en de financiële effecten van de projecten. De lasten die horen bij deze investeringen, die geschat zijn op 46 tot 52 mln. euro, zijn nog niet verwerkt in de meerjarenraming, maar worden na concretisering van de plannen opgenomen. Rondom de Energietransitie-Klimaatadaptatie opgave zijn kosten gemoeid voor de uitvoering van de energietransitie (RES en TVW) en de uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie. Deze zijn niet in de begroting 2022 opgenomen, maar worden in het vierde kwartaal van 2021 uitgewerkt en aan de raad voorgelegd. Daarbij komt dat het Rijk nog geen uitsluitsel geeft welke bijdragen gemeenten kunnen verwachten voor de uitvoering van deze opgaven. De invoering van de Omgevingswet is opnieuw uitgesteld naar 1 januari 2023. De structurele financiële gevolgen van de Omgevingswet zijn op dit moment nog onbekend en vormen een risico. Het gaat hier dan om de uitwerking van de personele consequenties, overhead etc. De specifieke risico’s rondom de leges zijn opgenomen onder de leges bouwvergunningen.
pag. 87
Jaarrekening 2021
Financiële kengetallen Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een aantal financiële kengetallen opgenomen die inzicht geven in de financiële positie van de gemeente. In het onderstaande overzicht de uitkomsten:
Kengetallen: A. Netto Schuldquote B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen C. Solvabiliteitsratio D. Structurele exploitatieruimte E. Grondexploitatie F. Belastingcapaciteit
Jaarrekening 2020 %
Begroting 2021 %
Jaarrekening 2021 %
12,1% -7,1%
45,8% 38,6%
-1,6% -8,1%
64,1% 0,6%
61,8% 0,7%
60,9% 3,7%
5,9% 103,3%
3,9% 108,6%
2,4% 102,9%
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een netto schuldquote tot 100% wordt algemeen beschouwd als goed. Dit kengetal wordt voor de gemeente Molenlanden daarom als redelijk beoordeeld. Er is een correctie op dit getal als we de verstrekte leningen hieruit filteren. Ten opzichte van de begroting is het kengetal fors lager omdat door achtergebleven investeringen minder geldleningen zijn aangetrokken dan waar bij de begroting vanuit gegaan was. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio verstaan we het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. De ratio is hoog doordat er sprake is van een groot eigen vermogen. Een gezond percentage ligt in ieder geval boven de 20%. De gemeente Molenlanden komt ruimschoots uit boven deze ondergrens. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.
Een positief percentage betekent dat de structurele baten
pag. 88
Jaarrekening 2021
toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Dit kengetal laat zien dat er sprake is van een kleine ruimte in de structurele exploitatie van 2021. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Het betreft hier de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De definitie van belastingcapaciteit is hier: woonlasten van een meerpersoonshuishouden, opgebouwd uit OZB, afvalstoffen- en rioolheffing. Algemeen wordt een belastingcapaciteit tot 100% als goed beoordeeld. De gemeente Molenlanden scoort vrijwel 100%, wat betekent dat de belastinglasten voor de inwoners van Molenlanden ongeveer gelijk zijn aan het landelijk gemiddelde. Beoordeling onderlinge verhouding tussen kengetallen De gemeente Molenlanden heeft een stevige financiële reservepositie en een materieel sluitende meerjarenbegroting. De solvabiliteitsratio is hoog. Tegenvallers kunnen opgevangen worden door aanwending van de reserves, wat ook blijkt uit de hoge weerstandsratio. Het beleid is erop gericht om structurele uitgaven te dekken door structurele inkomsten.
pag. 89
Jaarrekening 2021
Paragraaf: Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen In deze paragraaf wordt ingegaan op wat er in 2021 is bereikt bij het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen van de gemeente. We bekijken dit op basis van het geldende beleid en de daarbij beschikbaar gestelde financiële middelen. De belangrijkste onderdelen voor de instandhouding van de kapitaalgoederen zijn de hoofdgroepen wegen, riolering, water, verlichting, groen en gebouwen. Ook zijn een aantal kleine kapitaalgoederen opgenomen, die bijdragen aan het functioneren van de buitenruimte. De kosten voor de instandhouding van de kapitaalgoederen zijn gebaseerd op de beheerplannen. De kapitaalgoederen maken een belangrijk deel van de begroting uit. Deze kosten hebben zowel een beleids- als een beheeraspect. Het beleidsaspect komt vooral tot uiting in de programma’s, terwijl het beheeraspect bij het college ligt. De kapitaalgoederen bepalen in sterke mate de uitstraling, beleving, kwaliteit en ook de veiligheid van de openbare ruimte van de gemeente. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en de daarmee samenhangende lasten. Het belang van een goed beleid en beheer is dus groot.
Gemeente Molenlanden Met de vorming van de gemeente Molenlanden zijn de kapitaalgoederen van de oorspronkelijke gemeenten samengevoegd. De beheerplannen van de voormalige gemeenten vormden daarbij de basis voor het onderhoud. Het onderhoud in 2021 is uitgevoerd volgens de planningen, zoals aangegeven in de bestaande beheerplannen. In het kader van klimaatontwikkeling is een vervolg gegeven aan de diverse inspanningen die hiervoor nodig zijn. Gelijktijdig is er in 2021 gewerkt aan een nieuw Integraal beheerplan Molenlanden die de basis vormt voor het beheer en onderhoud van kapitaalgoederen in de komende jaren. Op grond van de Financiële verordening worden er voor de kapitaalgoederen door de raad kaders gesteld en worden er periodiek beheerplannen vastgesteld. Hierbij is er binnen de kaderstelling specifiek aandacht voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning en de kosten van het onderhoud voor de diverse kapitaalgoederen. Dit wordt dan verder uitgewerkt en vertaald in de beheerplannen. In 2020 is het Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2024 vastgesteld. In 2021 zijn de beheerplannen Buitenruimte geharmoniseerd. Als vertaling van het door de raad in juni 2021 vastgestelde visiedocument: ‘Kaderstelling Integraal Beheerplan Buitenruimte Molenlanden’ is het Integraal
pag. 90
Jaarrekening 2021
Beheerplan Molenlanden 2022 - 2026 vastgesteld. Bij de totstandkoming van het integraal beheerplan zijn naast een harmonisatie en actualisatie, ook nadrukkelijk de raakvlakken met andere beleidsvelden verkend. Waar nodig zijn de raakvlakken vertaald naar uitvoeringsmaatregelen. Het beheerplan vormt de basis voor de meerjarenbegroting en de jaarrekening. Bovendien presenteert het een visie op het beheer, waarbij de vastgestelde kwaliteitsniveaus het uitgangspunt vormen.
Omvang Kapitaalgoederen De totale oppervlakte van de gemeente Molenlanden is 19.160 ha. De kapitaalgoederen die de gemeente in beheer en onderhoud heeft, liggen voornamelijk binnen de bebouwde kom van de 20 kernen. Een uitzondering hierop vormen de onderdelen openbare verlichting, riolering, straatnaamborden en onderdelen van straatmeubilair. De volgende gegevens geven een indicatie in de omvang van de kapitaalgoederen in 2021: • • • • • • • • • • • •
In totaal is ca. 175 km verhardingen in beheer, met een totale oppervlakte van 1.539.600 m2. Hiervan is ca. 355.000 m2 asfaltverharding, ca. 1.170.100 m2 elementenverharding en ca. 14.500 m2 overige verhardingen. Binnen de gemeente staan in totaal ca. 6.050 verkeers- en straatnaamborden. Verder staan er ca. 418 schrikhekken, 501 afvalbakken, 27 abri’s, 563 banken en picknicksets, 180 bloembakken, 4.590 m1 hekwerken, 4.500 palen en 1.210 overige objecten. Het totaal aantal verlichtingsobjecten (lichtmasten en armaturen) bedraagt ca. 10.250 stuks. In de gemeente bevinden zich in totaal 290 grote civieltechnische kunstwerken bestaande uit 197 bruggen, 35 duikerbruggen en 58 overige objecten. Verder zijn er ca. 4.620 meter kleine duikers. De te beheren rioleringsvoorzieningen bestaan uit in totaal 431 km riolering, onderverdeeld in 205 km vrijverval riool, 187 km druk- en vacuümriolering met 1.643 pompunits en 39 km persleidingen met 81hoofdgemalen. Daarnaast zijn er nog 16 bergbezinkvoorzieningen en ruim 14.000 kolken. Het open water in de gemeente bestaat vooral uit kleine sloten, weteringen en plassen. De totale oppervlakte door de gemeente te onderhouden water is ca. 311.350 m2. Langs de gemeentelijke watergangen staan ongeveer 30.900 meter oeverbeschermingen en liggen er ca. 12.400 meter natuurlijke oevers.
De totale oppervlakte aan te onderhouden groenelementen binnen de gemeente bedraagt ongeveer 120 hectare en het aantal te onderhouden bomen is ongeveer 15.335 stuks. Er zijn in totaal 25 begraafplaatsen met daarop ca. 28.900 m2 verhardingen, 41.250 m2 groenelementen, 700 bomen, 39.200 m2 grafvelden en 2 urnenmuren. In de gemeente zijn 132 speelplaatsen ingericht, met in totaal ca. 650 speel- en sporttoestellen en speelprikkels, ca 1.100 m2 hekwerken, 1.135 m1 ballenvangers, 3.327 kunstgrasvelden en 5.384 m2 veiligheidsondergronden. In de openbare ruimte van de gemeente Molenlanden bevinden zich 22 openbare kunstobjecten. Op dit moment heeft de gemeente 81 gebouwen in eigendom, waaronder: 17 kerktorens, 4 rouwcentra, 17 gebouwtjes op begraafplaatsen, 10 sportgebouwen, 3 dorpshuizen, 2 zwembaden, 1 stadhuis en een aantal overige gebouwen.
pag. 91
Jaarrekening 2021
Wegen De wegenstructuur vormt de ontsluiting van de 20 kernen, verspreid over het gebied. De gemeente is verantwoordelijk voor het wegbeheer binnen de bebouwde kom. De wegen vormen binnen de kernen een belangrijke bijdrage aan een goede, veilige en toegankelijke leefomgeving. Wanneer wegen of gebieden worden gereconstrueerd worden de mogelijkheden benut om de leefomgeving te verbeteren. Hieraan geven we, samen met inwoners, invulling bij herinrichtingsprojecten.. Door de aanpassingen die hiermee worden gerealiseerd verbeteren we de beleving en de gebruikswaarde. Maatregelen in het kader van klimaatontwikkelingen, zoals een robuust ontwerp voor wateroverlast, worden hierbij betrokken. Het beheer van wegen richt zich op doelmatig onderhoud waarbij we werken met een duidelijke prioritering. Om de middelen effectief in te zetten wordt er binnen groot onderhoud en reconstructies zoveel mogelijk integraal gewerkt. Er is een directe afstemming met de rioolplanning en andere producten binnen de openbare ruimte. Dit is te zien in de uitvoeringsplannen wegen en riolering die jaarlijks worden opgesteld. In 2021 is weer de jaarlijkse visuele inspectie van het wegenareaal uitgevoerd. Het onderhouds- en vervangingsprogramma wegen is waar nodig afgestemd op de resultaten van deze inspectie. De uitkomsten zijn verwerkt in het Integraal beheerplan 2022-2026.
Op basis van het uitvoeringsplan wegen zijn in 2021diverse wegen aangepakt. De uitvoeringsduur is veelal twee tot drie jaar. Er wordt zoveel mogelijk integraal gewerkt, waarbij er een directe afstemming is met de andere producten binnen de openbare ruimte. Een gedeelte van de werken is afgerond en met andere werken is een aanvang gemaakt. Voor het jaar 2021 is hiervan in tabel 1 een overzicht opgenomen. Bij het onderhoud streven we ernaar om onderhoudsachterstand zoveel mogelijk te beperken en kapitaalvernietiging te voorkomen. Door zetting en droogte in de afgelopen jaren is gebleken dat de wegen meer (ongelijkmatige) zetting vertonen. Dit legt extra druk op het onderhoud. In 2021 zijn van de beschikbare budgetten onderhoudswerken aan asfalt- en elementenverhardingen uitgevoerd die voortvloeien uit meldingen en uit visuele weginspecties. Herstelwerkzaamheden aan de verhardingen als gevolg van werkzaamheden door nutsbedrijven zijn gedekt door inkomsten van de straatwerkvergoedingen. De uitvoering van de gladheidsbestrijding heeft in 2021 weinig klachten opgeleverd. Door de weersomstandigheden is de frequentie van gladheidsbestrijding hoger geweest dan gemiddeld.
pag. 92
Jaarrekening 2021
Het beeldkwaliteitsniveau voor onkruidbestrijding op onze verhardingen is volgens het integraal beheerplan Buitenruimte vastgesteld op A. Dit is het hoogste onderhoudsniveau conform de systematiek van beeldkwaliteit. Door het toepassen van chemievrije werkmethoden is er geen sprake meer van onkruidbestrijding maar van onkruidbeheersing. Met andere woorden: er zijn geen bestrijdingsmethoden voorhanden die voorkomen dat achterblijvende wortelresten en zaad zorgen voor een snelle nieuwe aanwas van onkruid. Veeg-/borstelbeheer wordt zo goed mogelijk afgestemd op de onkruidbestrijdingscyclus. In 2018 heeft het Waterschap Rivierenland te kennen gegeven het onderhoud van wegen niet langer als één van haar kerntaken te zien. Het waterschap is een proces gestart om haar wegen over te dragen aan de betreffende gemeenten. Medio 2021 hebben de gemeenten Vijfheerenlanden en Molenlanden het waterschap laten weten niet in te gaan op het verzoek tot overname van de wegen buiten de bebouwde kom. Waterschap Rivierenland heeft vervolgens besloten om het proces tot overdracht van haar wegen aan de gemeenten te stoppen.
Objecten in de openbare ruimte In de openbare ruimte van de gemeente staat een groot aantal objecten. Deze objecten zijn ook in 2021 planmatig onderhouden en vervangen, volgens de in de begroting opgenomen middelen. Het gaat hierbij o.a. om verkeer- en straatmeubilair zoals verkeersborden, straatnaamborden, abri’s, banken en afvalbakken. Ook bevinden zich 22 openbare kunstobjecten in de openbare ruimte van de gemeente Molenlanden. Een deel van het jaarbudget voor deze objecten is uitgegeven aan incidentele schades, diefstal en vandalisme.
Civieltechnische kunstwerken De civieltechnische kunstwerken (o.a. bruggen, keermuren, steigers) vormen een belangrijke schakel in het functioneren van de infrastructuur. Het is belangrijk dat deze verbindende constructies goed worden beheerd en onderhouden. Daarbij is het, vanuit maatschappelijk draagvlak, van belang dat de kunstwerken bij vervanging of wijziging hun eigen karakter en identiteit behouden. En niet alleen blijven voldoen aan hun infrastructurele functie. De civieltechnische kunstwerken worden regelmatig geïnventariseerd en geïnspecteerd. Op basis van deze inbreng wordt planmatig onderhoud gepleegd en worden vervangingen uitgevoerd. Van dure en risicovolle kunstwerken monitoren we de kwaliteit met tussentijdse instandhoudingsanalyses. Op basis van deze rapportages wordt snel ingespeeld op risicovolle situaties.
pag. 93
Jaarrekening 2021
Op basis van de beheerplannen is het aantal en de kwaliteit in relatie tot de kosten in beeld gebracht. De kosten voor onderhoud en vervanging zijn opgenomen in de begroting. Bij het vervangen van de kunstwerken vormen onderhoudsarme duurzame materialen en constructies een belangrijk uitgangspunt binnen het nieuwe ontwerp. Het afgelopen jaar zijn er diverse bruggen vervangen. Zo zijn onder meer de bruggen aan de beneden Tiendweg in Streefkerk en de brug op kruising Lage Giessen/Dorpsweg in Hoornaar vervangen. Er is gestart met de voorbereiding van de twee bruggen aan de B even in Ottoland en de brug Reigerstraat in Schelluinen.
Openbare verlichting Het beheer en onderhoud van de openbare verlichting is gericht op het doelmatig in stand houden van de huidige verlichting voor de verkeersveiligheid en sociale veiligheid. Hierbij gebruiken we efficiënte en energiezuinige verlichtingsmiddelen. Het aansturen van het dagelijks onderhoud aan de openbare verlichting is ondergebracht bij de gemeenschappelijk regeling Bureau OVL. Ook is het Bureau OVL een belangrijke schakel voor het taakveld openbare verlichting bij reconstructie projecten. Hierin verzorgen zij onder andere het lichtontwerp, de aansluitingen op het stroomnet en directievoering. Naast het reguliere onderhoud is conform het SER-energieakkoord extra aandacht gegeven aan het vervangen van oude verlichting door duurzame energiezuinige ledverlichting. Om landelijk goed inzicht te krijgen in de energiebesparing doen wij mee met de OVL-monitor. Voor een duurzame en toekomstbestendige buitenruimte bekijken we welke mogelijkheden de openbare verlichting hiervoor biedt en welke bijdrage wij hieraan kunnen leveren. Het Bureau OVL heeft een doorstart gemaakt met een nieuwe algemeen manager. Er is veel inspanning gedaan voor het maken van een onderhoudsbestek en de voorbereiding van de Europese aanbesteding. Er is een remplace (groepsvervanging) geweest waarbij veel lichtmasten zijn vervangen en voorzien van ledverlichting. Dit betreft o.a.