Bijlage TVW Molenlanden
Tekst van het document
Warmteprofiel In Figuur 6 is voor clusters woningen, kantoren en overige utiliteit het warmteprofiel weergegeven: de afgifte-temperatuur die op termijn realistisch is. Op dit moment (2020) gebruiken bijna alle huizen in Molenlanden nog een cv-ketel met een hoge afgifte-temperatuur: alle huizen zou je daarom rood kunnen in kleuren op een gemeenteplattegrond. Wanneer alle huizen de besparingsstap zetten die past bij hun huis, verbetert hun warmteprofiel. Deze verbeterde warmteprofielen zijn per cluster van huizen op de kaart gezet in Figuur 6. Overigens ligt de techniek die gekozen wordt voor de warmtevoorziening hiermee nog niet vast: voor elke temperatuurrange bestaan diverse individuele oplossingen (per woning) of collectieve (met een warmtenet of buurtenergiesysteem).
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 27
Figuur 6. Warmteprofiel gemeente Molenlanden: de afgifte-temperatuur die nodig is nadat alle rendabele isolatiestappen gezet zijn. In de kernen zijn huizen met een zelfde warmteprofiel geclusterd. In de linten zijn individuele woningen weergegeven. Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 28
Concentratie van de warmtevraag Hoe de warmtevraag over de gemeente verdeeld is, is van belang voor de mogelijke alternatieven voor aardgas. Gebieden met een geconcentreerde warmtevraag (veel panden bij elkaar of panden met een hoge warmtevraag) zijn eerder geschikt voor de aanleg van een warmtenet of buurtenergiesysteem: dit is dan vaak de goedkoopste oplossing. Bij een lage warmtedichtheid liggen individuele oplossingen, zoals een warmtepomp, meer voor de hand. Voor Molenlanden is de verdeling van de toekomstige warmtevraag van woningen zichtbaar gemaakt in Figuur 7. In de huidige markt is vanaf 1.000 GJ/ha en een minimum aantal woningen van ongeveer 200 (afhankelijk van de warmtebron) de kans op een rendabele business case voor een warmtenet relatief groot. Onder de 500 GJ/ha is een warmtenet bijna nooit een realistische oplossing. Tussen 500 en 1.000 GJ/ha hangt de financiële haalbaarheid af van de omstandigheden: het type warmtebron, de afstand tussen de woningen en de warmtebron en de gewenste afgiftetemperatuur zijn allemaal factoren die invloed hebben. In Molenlanden is in verschillende dorpskernen de warmtevraag hoog genoeg voor een kleinschalig warmtenet of buurtenergiesysteem, zie Figuur 7.
In het buitengebied, de linten en de kleinere kernen, zoals Wijngaarden en Schelluinen is de bebouwingsdichtheid laag, en zijn individuele oplossingen of duurzaam gas aantrekkelijker. Of een warmtenet echt kansrijk is, hangt ook af van de aanwezige warmtebronnen (zie volgende paragraaf.)
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 29
Warmtenetten Warmtenetten (of collectieve oplossingen) bestaan uit leidingen onder de grond, die warm water transporteren van een warmtebron naar de woningen. Warmtenetten bestaan in verschillende soorten, maten en temperaturen. Er zit verschil in de temperatuur van de bron, en de temperatuur van de warmte die in de woning wordt aangeleverd. Zo kan een warmtenet op een temperatuur aangelegd worden die direct in de woning gebruikt kan worden – dat is mogelijk bij een wat hogere temperatuur van de bron. Ook kan een lage brontemperatuur in de woning of per buurt met een warmtepomp verder worden verhoogd. Waarom een warmtenet? Een deel van de beschikbare warmtebronnen is alleen in te zetten als er een warmtenet wordt aangelegd om de warmte van de bron te transporteren. Overschakelen op een warmtenet vraagt bovendien vaak een minder grote ingreep in de woning, dan overschakelen op een warmtepomp. Soms is een warmtenet de goedkoopste oplossing, maar alleen als de concentratie van de warmtevraag groot genoeg is. Prijzen en regelgeving Landelijk wordt de regelgeving over warmtenetten aangepast. Er is een nieuwe warmtewet aangekondigd voor 2022. De verwachting is dat in ieder geval wordt vastgelegd dat als er een warmtenet in de wijk aanwezig is, bewoners het recht hebben op een aansluiting, maar niet de plicht om aan te sluiten.
Een bewoner houdt dus de vrijheid om zelf voor de woning een andere oplossing te kiezen, zoals een warmtepomp. De prijs van warmte uit een warmtenet wordt tot nog toe bepaald met het Niet Meer Dan Anders (NMDA)-principe, waarbij de prijs gekoppeld is aan de prijs van aardgas. Ook dit staat momenteel ter discussie en gaat op termijn veranderen. In de nieuwe warmtewet zullen nieuwe afspraken worden gemaakt over de prijstelling. De gemeente houdt de landelijke ontwikkelingen en nieuwe wetgeving in de gaten.
.
Figuur 7. De verwachte toekomstige warmtedichtheid in gemeente Molenlanden. De warmtedichtheid is gebaseerd op de warmtevraag die over blijft na besparingsmaatregelen zoals beschreven in Tabel 1. Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 30
4.2 Warmtebronnen Hieronder staat een overzicht van de warmtebronnen die in Molenlanden beschikbaar zijn om in 2050 in de overgebleven warmtevraag te voorzien. Warmtebronnen die weinig kansrijk zijn in Molenlanden, zijn toegelicht in bijlage E. Ter vergelijking: de totale warmtevraag die we verwachten in 2050 is ongeveer 1000 TJ (zie paragraaf 4.1).
Warmtebronnen voor individuele oplossingen De volgende warmtebronnen zijn per woning, per gebouw, of per rijtje huizen in te zetten. Luchtwarmtepompen Luchtwarmtepompen halen warmte uit de buitenlucht om de woning te verwarmen, en gebruiken hiervoor elektriciteit. Het is een individuele oplossing, die per woning of per appartementencomplex toegepast kan worden. De standaard luchtwarmtepomp geeft warmte op lage temperatuur. Een woning moet dan – net als voor andere lage temperatuur-oplossingen – goed geïsoleerd zijn en er is een passend warmte-afgiftesysteem nodig, zoals vloerverwarming of lage temperatuur-radiatoren. Er zijn ook midden- en hoge temperatuur warmtepompen op de markt, waarvoor vaak minder aanpassingen in de woning nodig zijn. Deze hebben wel een hoger elektriciteitsverbruik. Luchtwarmtepompen zijn op grote schaal inzetbaar in de gehele gemeente. Warmte-koudeopslag (WKO) en bodemwarmtepompen Omdat de bodem een vrij constante temperatuur heeft, kan in de zomer koude en in de winter warmte gewonnen worden uit de bodem. Er bestaan individuele en collectieve vormen van bodemenergie, in zowel open als gesloten systemen. Ze benutten de bovenste laag van de bodem, tussen de 20 en 300 m diep. Op deze diepte kan warmte op lage temperatuur gewonnen worden (< 20 °C). In de zomer
10
Bron: NP RES viewer
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 31
wordt warmte ondergronds opgeslagen, in de winter wordt die weer gebruikt. WKO of een bodemwarmtepomp geven daarom niet alleen warmte in de winter, maar ook koeling in de zomer. Om de bodem in balans te houden, moet de vraag naar warmte en koude in balans zijn, of er moet warmte uit een andere warmtebron worden toegevoegd. Dit heet regeneratie van de bron. WKO is daarom in te zetten in combinatie met andere warmtebronnen, zoals zonnewarmte, extra koeling van gebouwen of thermische energie uit oppervlaktewater (TEO). In een groot deel van Molenlanden is de inzet van bodemenergie mogelijk. Er zijn echter op twee plekken restricties aangewezen voor het boren naar bodemwarmte, waardoor WKO niet mogelijk is. Dit gaat om het gebied rond Nieuw-Lekkerland en Kinderdijk (zie Figuur 8) en het gebied ten oosten van Waal.10 In het laatstgenoemde gebied is weinig bebouwing waardoor de restrictie van bodemenergie daar minder van belang is.
Figuur 8. De boringvrije zone rond Nieuw-Lekkerland en Kinderdijk waar geen bodemenergie mogelijk is.
Een eerste inschatting van de totale capaciteit van de bodem in Molenlanden is 700 TJ per jaar voor gesloten systemen en 1400 TJ voor open systemen11. Het is te verwachten dat de daadwerkelijke potentie lager ligt, omdat bodemenergie op sommige plaatsen (bijvoorbeeld in oude kernen) lastig in te passen is of omdat de afstand tot de gebouwen te groot is. Zonnewarmte (dak) De warmte wordt gewonnen met zonnecollectoren op het dak. Er bestaan gecombineerde panelen die zowel elektriciteit als warmte leveren, die worden PVT-panelen genoemd (photovoltaïschthermisch). Deze worden dan gecombineerd met een warmtepomp. De techniek is nog niet op grote schaal ingezet voor het verwarmen van de gebouwde omgeving, maar heeft een groot potentieel. In principe is elke goed geïsoleerde woning met voldoende ruimte op het dak geschikt. Pelletkachels In een pelletkachel of pellet-cv worden korrels van houtachtig materiaal verstookt. Omdat hierbij onder andere fijn stof vrijkomt, is de techniek niet geschikt om op grote schaal toe te passen in woonwijken. In het buitengebied kan het echter op hele kleine schaal een optie zijn, en enkel als andere mogelijkheden ontbreken. Infraroodpanelen Infraroodpanelen maken stralingswarmte. In tegenstelling tot wat we gewend zijn, wordt niet alle lucht in de ruimte verwarmd, maar alleen die plekken waar mensen zijn.
Ze gebruiken aanzienlijk meer elektriciteit dan een warmtepomp, maar doordat de warmte heel gericht wordt ingezet, kan het toch voordelig zijn. Infraroodpanelen zijn vooral geschikt voor ruimtes die maar af en toe gebruikt worden, zoals een zolder.
11
Bron: Warmteatlas
Thermische energie uit oppervlaktewater In Molenlanden is veel oppervlaktewater aanwezig. Uit het oppervlaktewater kan warmte worden gewonnen met een warmtewisselaar. Ondanks dat we de techniek hier beschrijven weten we dat de techniek voor individuele of klein collectieve toepassing nog vrij duur is en kan (nog) niet echt concurreren met andere individuele technieken. Daarnaast is dient er meer duidelijkheid te komen over de ecologische effecten. Als veel individuele systemen het gehele jaar door warmte aan het oppervlaktewater gaan onttrekken kan dit een ecologische impact hebben. De gemeente volgt de ontwikkelingen rondom deze techniek en als er zich kansen voordoen zal zij daar op inspelen.
Warmtebronnen voor een buurtenergiesysteem Een buurtenergiesysteem is een warmtenet met een lokale warmtebron, waar zo’n 400-800 honderden woningen op zijn aangesloten. Het kan stap voor stap ontwikkeld worden, waarbij steeds meer straten of buurten worden aangesloten. Bijzonder aan een buurtenergiesysteem is dat het door een buurtcoöperatie ontwikkeld kan worden, en dan (mede)eigendom is van de buurtbewoners12. Thermische energie uit oppervlaktewater Uit oppervlaktewater is warmte te winnen met een warmtewisselaar. Deze warmte kan in de bodem worden opgeslagen en in de winter worden gebruikt. Met een (vaak lage temperatuur) warmtenet komt de warmte bij de gebruikers. Molenlanden wordt gekenmerkt door het vele water van rivieren, kanalen en sloten. Thermische energie uit oppervlaktewater heeft de potentie om een grote rol te spelen in de toekomstige warmtevoorziening van Molenlanden13. De belangrijkste wateren met warmtepotentie in Molenlanden zijn:
12 13
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 32
Meer informatie: https://www.buurtenergiesysteem.nl/ Bron: Warmteatlas
Water De Lek
Hoge Boezem van de Overwaard De Alblas De Giessen Linge Merwedekanaal
Dorpskern NieuwLekkerland, Streefkerk, Groot-Ammers, Nieuwpoort NieuwLekkerland Oud-Alblas en Bleskensgraaf Giessenburg Arkel Arkel
Potentie (TJ) 40.000
120 20-60 30-80 150 100
Zonnewarmte Warmte uit zonnecollectoren kan ook collectief worden ingezet, zowel grootschalige als kleinschalige. Zonnecollectoren of PVTpanelen (die warmte en elektriciteit opwekken) worden in veldopstelling of op een groot dak geplaatst en de warmte wordt via een warmtenet verspreid. Het maximaal potentieel voor zonnewarmte is ongeveer 10 TJ per hectare in een veldopstelling en ongeveer 2 GJ per vierkante meter in een dak opstelling.14 De techniek is nog niet op grote schaal ingezet voor het verwarmen van de gebouwde omgeving, maar gezien het grote potentieel interessant om te onderzoeken. Het heeft daarbij de voorkeur systemen op daken te plaatsen en niet op velden. Zie de ‘zonneladder’ uit de Regionale Energiestrategie (RES).
Bron: Berenschot position paper: Kansen voor zonnewarmte in het hart van de energietransitie 14
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 33
Restwarmte bedrijven Bij industriële processen blijft soms warmte over, die niet binnen het bedrijf gebruikt kan worden. Afhankelijk van het type bedrijf is dit lage, middelhoge of hoge temperatuur warmte, die door middel van een warmtenet ingezet kan worden voor verwarming. In Molenlanden is één industrieel bedrijf geïdentificeerd15 die mogelijk restwarmte heeft en dat is de Graafstroomfabriek in Bleskensgraaf. Of hier daadwerkelijk potentie is die op een rendabele wijze benut kan worden, moet nader worden onderzocht. Er zijn een aantal bedrijven in Molenlanden die in potentie lage temperatuur restwarmte beschikbaar hebben, tussen de 30 en 45°C, als gevolg van koeling van hun gebouw. Dit zijn bijvoorbeeld supermarkten. Het gaat om een vrij kleine potentie (circa 4 TJ per supermarkt), waarvan het onzeker is of die rendabel benut kan worden16.
Restwarmte uit rioolwaterzuiveringsinstallaties en rioolgemalen (riothermie) In Molenlanden bevinden zich twee rioolwaterzuiveringsinstallaties, gelegen bij de woonkernen Groot-Ammers en Schelluinen. Deze rioolwaterzuiveringsinstallaties hebben een potentie van respectievelijk 39 TJ en 65 TJ per jaar. Er wordt momenteel onderzocht of de warmte uit de rioolwaterzuivering in Schelluinen te benutten is voor een warmtenet in de Gildenwijk in Gorinchem. Omdat daar de bebouwingsdichtheid hoger is dan in Molenlanden zelf, is de warmte op deze manier efficiënter in te zetten. Daarnaast zijn er 11 rioolgemalen in Molenlanden met potenties tussen de 0.5 en 4 TJ per jaar. Ook voor de Asfalt Productiefabriek Hoogblokland B.V. is onderzocht of er restwarmte aanwezig is. Uit de eerste inventarisatie is gebleken dat de kansen voor restwarmte daar klein zijn. 16 Bron: Warmteatlas 15
Geen biomassa De gemeente zet (vooralsnog) niet in op houtachtige biomassa. Biomassa is de verzamelnaam voor diverse soorten organische materiaal, zoals voedselresten, snoeihout, meststromen en productiebossen. Het is niet ruim voorhanden. Momenteel wordt er al biomassa uit het buitenland geïmporteerd voor energieproductie in Nederland. Dat is geen wenselijke situatie. In Molenlanden beschouwen we alleen toepassing op hele kleine schaal als mogelijkheid, bijvoorbeeld in pelletkachels, die enkel toegepast worden als andere mogelijkheden ontbreken.
Duurzaam gas Tot slot kan er een duurzame vorm van gas worden gebruikt: Biogas Biogas wordt geproduceerd door organisch materiaal te vergisten. Verschillende vormen van biomassa kunnen als grondstof dienen voor het produceren van biogas, waaronder vloeibare mest, GFT-afval en de bio restfractie van akkerbouw en grasland. De beschikbaarheid van deze reststromen op het grondgebied van Molenlanden is genoeg voor circa 1500 TJ per jaar.17 De potentie in Molenlanden is relatief hoog, vanwege de grote reststromen van de akkerbouw en de beschikbare meststromen. In Nederland als geheel is biogas echter schaars. De verwachting is daarom dat niet al dit biogas beschikbaar komt voor woningen, maar een deel beter ingezet kan worden in andere sectoren. Voor verduurzaming van verschillende sectoren is biogas namelijk essentieel, bijvoorbeeld voor de industrie en de vliegtuigsector. Wel is biogas erg geschikt voor lastig te isoleren woningen, zoals monumenten. Ook bij afgelegen woningen met een hoge temperatuur warmtevraag kan een opslagtank voor duurzaam gas een oplossing bieden. De gemeente gaat na of de komende jaren de productie van biogas vanaf Molenlandse bodem vergroot kan worden.
17
Bron: Warmteatlas
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 34
Waterstof Waterstof is geen energiebron, maar een energiedrager. Om waterstof te maken wordt tot nog toe meestal elektriciteit gebruikt uit fossiele gas- en kolencentrales (grijze waterstof). Het is ook mogelijk om groene energie te gebruiken (groene waterstof). Groene waterstof is vooralsnog duur en schaars, en zal dat voorlopig waarschijnlijk blijven. Waterstof is bij uitstek geschikt om hoge temperaturen te maken. Het is dan ook het meest logisch om waterstof in eerste instantie in te zetten daar waar hoge temperaturen noodzakelijk zijn, zoals in de industrie, zwaar transport of het balanceren van het elektriciteitsnet. Een voordeel van waterstof is wel dat – met beperkte aanpassingen – het bestaande gasnet gebruikt kan worden. Ook zijn de vereiste ingrepen in de woning beperkt, omdat waterstof warmte kan leveren op hoge temperatuur. Omdat waterstof duur is (veel duurder dan aardgas), zal isolatie van de woning wel wenselijk blijven. In Nederland wordt tot aan 2030 zeer beperkt ingezet op kleinschalige pilots. Op de langere termijn is waterstof misschien een optie voor lastig te verwarmen gebouwen zoals monumenten. De gemeente staat open voor innovatieve pilots met waterstof die een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de energietransitie.
Opwek duurzame elektriciteit Om de doelstelling energieneutraal in 2050 te halen, zijn niet alleen duurzame warmtebronnen nodig, maar ook de opwek van duurzame elektriciteit. Een aantal van bovenstaande warmtevoorzieningen zorgt bovendien voor een forse toename van de elektriciteitsvraag. De opwek van duurzame elektriciteit is niet het onderwerp van deze Transitievisie Warmte, die gaat puur over de warmtetransitie. Voor elektriciteitsopwekking loopt in de gemeente een apart traject in de regio met gemeente Gorinchem in de Regionale Energiestrategie (RES). In de RES 1.0 Alblasserwaard (2021) is voor duurzame elektriciteitsopwekking een doelstelling opgenomen van 1150 TJ in 2030. 1150 TJ is gelijk aan het elektriciteitsverbruik van ongeveer 111.000 gezinnen. Hiervoor richten we ons op zonnepanelen op daken en windenergie.
JKB Transport: oog volgende generatie
voor
de
Molenlanden presenteert u graag een aantal mooie voorbeelden van bedrijven die bezig zijn met verduurzamen. Lees meer over de stappen die JKB Transport al heeft gezet. Deze keer is Sandra Versteeg aan het woord, financieel manager bij transportbedrijf Jan Kees Boer Transport in Nieuw-Lekkerland JKB Transport heeft een innovatief gasloos bedrijfspand met kantoorruimte, werkplaats en grote opslagloods met bovenloopkranen. Het bedrijf is gesitueerd aan de Lekdijk in Nieuw-Lekkerland.
Wat heeft JKB transport gerealiseerd? “We hebben een gasloos bedrijfspand gebouwd, waarbij voor verwarming en koeling is gekozen voor een oplossing met een warmtepomp systeem en comfort heipalen. Dit betekent dat je geen bron hoeft te slaan voor je warmtepomp, maar dat je via een ingenieus slangen systeem in de heipalen gebruik kunt maken van het warmteverschil in de bodem. Daarnaast is het hele pand voorzien van energiezuinige ledverlichting en is de constructie al voorbereid op een flinke hoeveelheid zonnepanelen. “
Waarom bent u hieraan begonnen? “We zijn als familiebedrijf, met de 4e generatie aan het roer, ons erg bewust van onze verantwoordelijkheden naar volgende generaties. Daarom waren we blij dat we op het relatief blanco terrein waar we mee begonnen, niet alleen een functioneel, maar ook een duurzaam pand hebben kunnen bouwen.”
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 35
Wat levert het op? “Een mooi pand vol innovatieve oplossingen, met een relatief lage energierekening en nog genoeg mogelijkheden om verder te ontwikkelen met oog op de toekomst.”
Tips voor ondernemers die ook zo’n stap willen zetten: “Ga niet zelf het wiel uitvinden maar laat je vooraf goed informeren. Innovatie mag geen sluitpost zijn, maar zou zo vroeg mogelijk in het proces geïntegreerd moeten worden. En wees je ervan bewust dat wat onder de grond gebeurt bij nieuwbouw minimaal net zo belangrijk (en kostbaar) is als wat er boven de grond uiteindelijk te zien is.”
5. Kansrijke warmtevoorziening per buurt in 2050 In hoofdstuk 4 zijn de warmtevraag en de warmtebronnen in kaart gebracht. In dit hoofdstuk brengen we alle informatie samen en maken we een start met het matchen van de warmtebronnen en de warmtevraag. Welke bronnen zijn het best in te zetten op welke plek? Dit hoofdstuk geeft een visie op de warmtevoorziening in 2050, een totaalbeeld van de gemeente. Dit eindbeeld ligt nog niet vast. Voor de startbuurten (zie hoofdstuk 6) worden de komende jaren diverse scenario’s grondiger uitgewerkt en met elkaar vergeleken. Pas na een gedetailleerd haalbaarheidsonderzoek en intensieve participatie in een buurt valt het definitieve besluit over welke warmtevoorziening er in die buurt zal komen, en per wanneer. Toch kijken we alvast naar het mogelijk eindbeeld, om zeker te stellen dat keuzes voor de eerste buurten goed in een totaalbeeld voor Molenlanden passen. Zo zorgen we dat schaarse warmtebronnen daar ingezet worden, waar ze het beste passen. Het totaalbeeld zal (net als de Transitievisie Warmte) ten minste elke vijf jaar worden herzien, om zo te leren van opgedane ervaringen. Op die manier kunnen ook nieuwe inzichten worden verwerkt, bijvoorbeeld ontwikkelingen rondom groen gas.
5.1 Woonwijken Isolatie Of uw buurt in de toekomst verwarmd wordt met een warmtenet, warmtepompen of duurzaam gas, in alle gevallen is isolatie een belangrijke eerste stap. Isolatie zorgt voor comfort, verlaagt de energierekening en zorgt dat we meer woningen kunnen verwarmen met de kostbare duurzame energie- en warmtebronnen. De Rijksoverheid heeft bovendien
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 36
aangekondigd om de aardgasprijzen met extra belastingmaatregelen te laten stijgen.
Aardgasvrije oplossing Voor de aardgasvrije oplossingen is het beeld divers: in grote delen van Molenlanden passen individuele oplossingen het best. In sommige kernen lijkt het aantrekkelijk een buurtenergiesysteem of warmtenet aan te leggen. Tot slot zijn er enkele oudere linten waar hybride systemen van warmtepompen in combinatie met een cv-ketel op duurzaam gas aantrekkelijk is. Welke warmtevoorziening waar het meest geschikt is, is te zien in Figuur 9. Op de kaart zien we de volgende zones: Individuele oplossingen Het buitengebied, een deel van de lintbebouwing, Langerak, Wijngaarden, Schelluinen, Brandwijk, Giessen-Oudekerk en buurten aan de randen van de kernen. In gebieden met een lagere bebouwingsdichtheid, waar bijvoorbeeld veel vrijstaande huizen of twee-onder-één-kap woningen staan, zijn oplossingen per woning de meest voordelige oplossing. Een buurtenergiesysteem of warmtenet is hier al snel te kostbaar om aan te leggen, omdat de huizen ver uit elkaar liggen. Als woningen goed geïsoleerd zijn (label A, of de groene gebieden in Figuur 6), zijn een luchtwarmtepomp of bodemwarmtepomp (op lage temperatuur) erg geschikt. Voor redelijk geïsoleerde woningen (de oranje gebieden in Figuur 6), kan gekozen worden om eerst vergaand te isoleren, of voor bijvoorbeeld een warmtepomp op middentemperatuur (circa 70 °C).
In deze gebieden zijn ook klein-collectieve oplossingen een optie, zoals een gezamenlijke bodemwarmtepomp voor 3 tot 7 woningen (via een miniwarmtenet).
Kansrijk voor een buurtenergiesysteem (lokaal warmtenet) Delen van Nieuw-Lekkerland, Bleskensgraaf, Giessenburg en Arkel. In aantal kernen, weergegeven in oranje, is een buurtenergiesysteem een serieuze optie. Dit is een warmtenet met een lokale warmtebron, waar enkele honderden woningen op zijn aangesloten. Het is mogelijk een buurtenergiesysteem coöperatief te ontwikkelen, in (mede)eigenaarschap van de bewoners. Een buurtenergiesysteem is aantrekkelijk in deze kernen, omdat de warmtedichtheid (zie Figuur 7) vrij hoog is en er een warmtebron in de buurt is. Overigens betekent de keuze voor een buurtenergiesysteem niet dat alle woningen daar verplicht op worden aangesloten. Voor eigenaren van een goed geïsoleerde woning kan het bijvoorbeeld aantrekkelijker zijn een warmtepomp te nemen. Individueel of met buurtenergiesysteem Delen van Nieuw-Lekkerland, Nieuwpoort, Giessenburg, Arkel, Oud-Alblas, Brandwijk, Molenaarsgraaf, Nieuwpoort, Groot-Ammers, Streefkerk, Noordeloos. In de gebieden die oranje-blauw gearceerd zijn, is nog onzeker wat de meest rendabele oplossing is: individueel of met een buurtenergiesysteem of warmtenet. In deze gebieden moet in meer detailonderzoek gedaan worden naar de besparingsmogelijkheden, de beschikbaarheid van nabije warmtebronnen, de kosten van het exploiteren van de warmtebronnen en de voorkeur van bewoners.
Wanneer in een aangrenzend gebied een warmtenet gerealiseerd wordt, kan dit een kans zijn om een gearceerd gebied ook op dit warmtenet aan te sluiten. Maar het is ook goed mogelijk dat individuele oplossingen hier voordeliger uitpakken
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 37
Individueel of groen gas Kernen van Kinderdijk en Nieuwpoort en de lintbebouwing rond: Oud-Albas tot Goudriaan, Streefkerk, Nieuw-Lekkerland, Giessenburg, Hoornaar, Hoogblokland, Arkel, Noordeloos, Waal. In een aantal linten staan veel oudere woningen en monumenten, die ook in de toekomst waarschijnlijk een hogere temperatuur warmteafgifte nodig hebben (de rode gebieden in Figuur 6). De bebouwingsdichtheid is hier laag. Dit zijn gebieden waar een hybride warmtepomp in combinatie met een cvketel op groen gas mogelijk de beste optie is in 2050. De toekomstige beschikbaarheid van groen gas is echter onzeker. Landelijk is groen gas schaars, en zal dat naar verwachting blijven. Daarom zijn ook individuele oplossingen, zoals een warmtepomp of in een uiterst geval een pelletkachel, hier een optie. Hiervoor moeten de meeste woningen wel eerst vergaand geïsoleerd worden. Vanwege de onzekerheid, zullen deze gebieden niet als eerste aangepakt worden – we wachten de ontwikkelingen rond groen gas af. In de tussenliggende jaren zetten we in op energiebesparing via isolatie en hybride warmtepompen.
Buurtenergiesysteem in eigendom van bewoners De gemeente vindt het belangrijk dat bewoners zelf invloed kunnen hebben op hun energiesysteem. Dit is één van de redenen dat in een aantal kernen de mogelijkheid wordt onderzocht van een buurtenergiesysteem. Dit is een warmtenet met een lokale warmtebron, waar enkele honderden woningen op zijn aangesloten. Er ontstaan in Nederland steeds meer lokale warmtenetten die in eigendom zijn van een coöperatie van bewoners. Bewoners zijn dan dus (mede)eigenaar.
Figuur 9. Toekomstige warmtevoorziening (mogelijk eindbeeld voor 2050) en beschikbare warmtebronnen.
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 38
5.2 Bedrijven en kantoren Bedrijven die gevestigd zijn in buurten met een mix van woningen, winkels en kantoren, gaan gelijk op met de rest van de buurt. Immers, als de aardgasleidingen verwijderd worden, heeft dat consequenties voor alle gebouwen in een buurt. Voor bedrijventerreinen en kantorenparken zijn aparte plannen nodig. Het doel is om in de transitie van bedrijventerreinen zoveel mogelijk aan te sluiten op natuurlijke (gebieds-)ontwikkelingen van het bedrijventerrein zelf.
Bedrijventerrein Industrie en maakbedrijven gebruiken aardgas niet alleen om gebouwen te verwarmen, maar soms ook in het bedrijfsproces. Tegelijkertijd hoeft niet elk gebouw verwarmd te worden, bijvoorbeeld opslagloodsen hebben meestal weinig verwarming nodig. Bedrijventerreinen vragen daarom maatwerk: een afzonderlijk traject, waarin naar de specifieke behoeften van alle bedrijven wordt gekeken. Net als bij woningen zijn er een aantal belangrijke overwegingen: •
•
•
Op bedrijventerreinen kan het interessant zijn om een warmtenet aan te leggen, bijvoorbeeld als er grotere bedrijfspanden zijn met een grote warmtevraag. Dat warmtenet kan, als de warmtebron groot genoeg is, doorgetrokken worden naar omliggende woningen. Andersom kan een warmtenet vanuit een woonwijk worden doorgetrokken naar een bedrijventerrein. Een andere mogelijkheid is dat ieder bedrijf individueel een alternatieve warmtevoorziening kiest, zoals een luchtwarmtepomp of bodemenergie. Een lage-temperatuur warmtenet of bronnet is aantrekkelijk voor locaties waar de warmtedichtheid redelijk hoog is en er op lage temperatuur warmte en koude uitgewisseld kan worden.
Behalve technische en financiële argumenten speelt ook mee in hoeverre bedrijven een gezamenlijke aanpak prefereren. Gezamenlijkheid ontzorgt
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 39
ondernemers deels, en heeft soms financiële voordelen (denk aan gezamenlijke inkoop). Anderzijds beperkt het de vrijheden voor ondernemers om bijvoorbeeld zelf het moment van investering te bepalen.
Kantoren Kantoren hebben over het algemeen een grotere vraag naar koeling dan woningen. Bodemenergie is daarom erg geschikt: warmte die in de zomer aan de gebouwen wordt onttrokken, wordt in de winter weer gebruikt. Dit kan per gebouw, of voor een cluster gebouwen worden aangelegd. Ook luchtwarmtepompen en luchtkoelers behoren tot de mogelijkheden. Ook hier geldt dat er gekozen kan worden voor een aanpak waarbij elk bedrijf zelf aanpak en tempo kiest, of voor een gezamenlijke aanpak. Bij intensief gebruik van de ondergrond is het wel zaak om gezamenlijk op te trekken, en een ordening aan te brengen in de warmte- en koude-bronnen, om interferentie te voorkomen.
5.3 Toets op betaalbaarheid Eén van de belangrijkste uitgangspunten (zie hoofdstuk 3), is dat we zoeken naar de optie met de laagste kosten. Voor een eerste inschatting van de totale kosten van de diverse warmte-opties is de ‘Startanalyse’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gebruikt en het openingsbod van Stedin. Hierin wordt de oplossing berekend met de laagste nationale kosten:
de totale kosten van alle maatregelen die nodig warmteoplossing, ongeacht wie die kosten betaalt18.
zijn
voor
een
De berekeningen van PBL en Stedin gaan per CBS-buurt. In Molenlanden blijkt dat binnen een CBS-buurt heel verschillende huizen kunnen staan. Daarom is in de analyse hierboven (hoofdstuk 4 en 5) ook naar kleinere clusters bebouwing gekeken. Soms verschillen de resultaten hierdoor. Een toelichting op de startanalyse en het openingsbod is te vinden in bijlage F.
18
Nationale kosten zijn inclusief de kosten en baten van energiebesparing en alle kosten en investeringen voor de opwek en distributie van stroom en warmte, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies.
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 40
ZorgBoerderij Eben-Haëzer: aardgasvrije oplossing Molenlanden presenteert u graag een aantal mooie voorbeelden van bedrijven die bezig zijn met verduurzamen. Lees meer over de stappen die deze zorgboerderij al heeft gezet. Bij de ZorgBoerderij Eben-Haëzer in Nieuw-Lekkerland wordt dagbesteding, buitenschoolse opvang en kortdurend verblijf aan personen met een verstandelijke en/of sociale beperking aangeboden. Deze keer is Jan Brand van Brand Duurzame Concept Ontwikkeling B.V. uit Nieuw Lekkerland aan het woord. Hij is samen met de initiatiefnemer in gesprek gegaan, om voor de zorgboerderij een aardgasvrije en duurzame oplossing te realiseren.
Wat was de aanleiding voor de nieuwbouw? “De intentie was een aardgasvrij en duurzaam bedrijfspand te realiseren, waarbij het dak geschikt moet zijn voor plaatsing van zonnepanelen. Het maken van een bron is niet aan de orde i.v.m. het waterwingebied. Ons landschap wordt gekenmerkt door vele watergangen, deze zijn benut door toepassing van de watercollector. Een hoogwaardig kunststof ribbelbuis, afgezonken in de sloot, met een totale lengte van ca. 300m en gelegd in een lus, zodat er een compact en gesloten systeem is gerealiseerd. Vervolgens is het geheel aangesloten op een warmtepomp, waarbij een elektrische boiler is geplaatst. Verwarming van de vertrekken geschied d.m.v. laagtemperatuur
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 41
verwarming via vloerverwarming. Daarnaast is het pand voorzien van energiezuinige ledverlichting.”
Waarom is opdrachtgever hieraan begonnen: “De opdrachtgever, Jasper Meerkerk streeft ernaar een zo klein mogelijke voetafdruk te maken, waarbij hij met de nieuwbouw een nieuwe stap voorwaarts wil zetten. Deze stap zet hij niet alleen in de huisvesting, maar ook in de bedrijfsvoering, zoals landschap beheer.”
Wat levert het hem op? “Een duurzaam bedrijfspand, hoog comfort en weinig onderhoud. Er wordt met de totaal 1.717 stuks zonnepanelen veel groene stroom opgewekt en geleverd aan het net.”
Tips voor ondernemers die ook zo’n stap willen zetten: “Laat u goed adviseren wat reëel haalbaar is, want elke situatie is anders en verlangd een eigen benadering en dito oplossing. Neem voldoende tijd in de planning om de juiste stappen te maken in de engineering van duurzaam bouwen. Goede coördinatie van enginering en uitvoering. Informeer naar de haalbaarheid van een duurzaamheidscertificaat zoals de GPR, dit geeft zekerheid en vele subsidie mogelijkheden. In alles geldt strakke aansturing door een bouwdirectie met duurzame wortels.”
6. Wanneer worden de buurten aardgasvrij? Dit hoofdstuk beschrijft het tijdpad. In welke buurten starten we op korte termijn met het maken van een buurtuitvoeringsplan? Welke buurten zijn pas later, op middellange of lange termijn, aan de beurt? Zo kunnen bewoners, bedrijven, woningbouwcorporaties en de netbeheerder hun investeringen afstemmen op het tijdpad. We onderstrepen dat de planning in dit hoofdstuk een globale planning is. Er blijft ruimte om in te spelen op nieuwe kansen, bewonersinitiatieven, of initiatieven van bedrijven. In hoofdstuk 3 beschreven we wat een buurt geschikt maakt als startbuurt, zie ook het kader hiernaast. Om tot een tijdpad te komen zijn de onderhoudsplanningen van wegen en riolering geïnventariseerd, net als geplande renovaties van bedrijventerreinen. Er is gekeken waar in de gemeente bewonersgroepen actief zijn met duurzaamheid. Er is gesproken met een meedenkgroep van bewoners. De woningbouwcorporaties en Stedin zijn actief bij onderstaande planning betrokken.
Criteria keuze startbuurten Zie hoofdstuk 3 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
We doen het samen Betaalbaar Energiebesparing Natuurlijke momenten Ruimte voor initiatief Grote slagen Schaalbaar
Dit alles heeft geleid tot een tijdpad, dat weergegeven is in Figuur 10. In paragraaf 6.1 t/m 6.6 wordt vervolgens voor de verschillende buurten meer informatie gegeven. In bijlage G is een getalsmatig overzicht gegeven.
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 42
Startbuurt (2022-2035) - Buurten waar het mogelijk lijkt om op kortere termijn (voor 2035) aardgasvrij te worden. Voor deze buurten starten we in 2022 met de verkenning om te komen tot een buurtuitvoeringsplan. Hierin staan de haalbaarheid (technisch en financieel) en het betrekken van bewoners, ondernemers en andere lokale partijen centraal. We benadrukken dat we in deze buurten starten met onderzoek, maar dat nog niet besloten is wanneer en hoe de buurt van het aardgas gaat. Natuurlijk tempo (2022-2050) - Voor deze buurten liggen individuele warmteoplossingen per gebouw voor de hand. De gemeente kiest hier voor een natuurlijk tempo: niet de hele buurt tegelijk, maar elk gebouw op een logisch moment, bijvoorbeeld bij een verbouwing of verhuizing of het vervangingsmoment van de aardgasgestookte cv-ketel. Middellange termijn (2025-2040) - In deze kernen zien we kansen voor een buurtenergiesysteem, of om met de buurt gezamenlijk aan individuele oplossingen te werken. Er zijn niet direct aanknopingspunten om op de korte termijn te beginnen, en in vergelijking met de startbuurten is het hier vaak minder zeker wat de beste oplossing is. We doen daarom eerst ervaringen op in de startbuurten. Lange termijn (2035-2050) - Voor sommige gebieden, vooral met oude bebouwing, is een combinatie van een (hybride) warmtepomp en groen gas een serieuze optie.
De beschikbaarheid en prijs van groen gas is op dit moment nog erg onzeker. De gebieden zijn daarom laat in de planning gezet: we wachten de ontwikkelingen rond groen gas af.
Figuur 10. Tijdpad voor het aardgasvrij maken van de buurten.
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 43
6.1 Startbuurten
Bleskensgraaf
De kernen waar de eerste onderzoeken starten zijn: Bleskensgraaf, Giessenburg en een deel van Hoornaar. Wat gaat er gebeuren? Voor deze buurten starten we met de verkenning om te komen tot een buurtuitvoeringsplan: hierin wordt onderzocht welke warmtevoorziening het beste past. De haalbaarheid en financiële gevolgen van diverse opties worden doorgerekend. Vervolgens wordt met bewoners en met de woningbouwcorporaties een keuze gemaakt. Dit hoeft niet voor de hele buurt dezelfde oplossing te zijn. We benadrukken dat we in deze buurten starten met onderzoek, maar dat nog niet besloten is wanneer en hoe de buurt van het aardgas gaat. Wanneer? Start van de verkenning tussen 2022-2025. Het uitvoeren van de plannen die in de verkenning ontstaan zijn, neemt meer tijd in beslag: houd hierbij rekening met 4 tot 8 jaar. Waarom hier starten? De startbuurten zijn om verschillende redenen uitgekozen:
Disclaimer Zowel het opstellen van een Transitievisie Warmte als het opstellen van uitvoeringsplannen zal een aanzienlijke inzet vragen van de gemeentelijke organisatie. Om hierin te kunnen voorzien zijn we als gemeente grotendeels afhankelijk van de financiële middelen van de Rijksoverheid. Zonder of met beperkte middelen van het Rijk zal het tempo dat geschetst is in deze Transitievisie Warmte moeten worden bijgesteld. We kunnen dan in minder gebieden starten met de verkenning en het opstellen van de uitvoeringsplannen.
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 44
Redenen om deze kern op korte termijn te onderzoeken: • Grote slagen mogelijk: o Een buurtenergiesysteem is kansrijk o De woningcorporatie Tablis doet mee met de verkenning, particuliere eigenaren kunnen mogelijk profiteren van de samenwerking • Natuurlijke momenten & handige combinaties: o 2024: aanpak wegen en riolering o Mogelijk wordt de school herplaatst en geeft dit kansen. • Betaalbaarheid & energiebesparing: o Geschikte warmtebronnen aanwezig: aquathermie en mogelijk restwarmte van de Graafstroom Kaasfabriek (nog nader te onderzoeken). • We doen het samen & Ruimte voor initiatief: o Bewoners hebben Energiecorporatie Graaf-stroom opgericht • We doen het samen: o Een gezamenlijke aanpak voor woonwijk en bedrijventerrein biedt hier wellicht voordelen.
Giessenburg
Pilot gespikkeld bezit in Hoornaar
Redenen om deze kern op korte termijn te onderzoeken: • Grote slagen mogelijk: o De woningcorporatie KleurrijkWonen doet mee met de verkenning, particuliere eigenaren kunnen mogelijk profiteren van de samenwerking o Een buurtenergiesysteem is kansrijk in een deel van de kern. o Veel gelijkvormige woningen • Natuurlijke momenten & handige combinaties: o 2024 en 2025: aanpak wegen • We doen het samen & Ruimte voor initiatief: o De kern kent actieve bewoners. o Er is een enthousiaste Stichting duurzaam Molenlanden en werkgroep Duurzaam Giessenburg, die al bezig zijn met plannen om (woningen) te verduurzamen. o Energiecorporatie Molenlanden, opgericht door bewoners is actief binnen de gemeente, en heeft gedachten om onder meer een zonneweide realiseren. • Betaalbaarheid & energiebesparing: o Geschikte warmtebronnen aanwezig: aquathermie
Woningcorporatie KleurrijkWonen wil met de gemeente in een deel van Hoornaar een pilot starten over de verduurzaming van zogenaamd “gespikkeld bezit”: een buurt waarin veel woningen eigendom zijn van de woningcorporatie, maar daartussenin woningen van particulieren liggen. De woningbouwcorporatie en de particuliere huiseigenaren trekken in deze pilot samen op. Als dit succesvol is, kan de aanpak mogelijk gekopieerd worden naar andere gebieden. Andere redenen om deze buurt op korte termijn te onderzoeken zijn: • Grote slagen mogelijk: o De woningcorporatie KleurrijkWonen doet mee o Een buurtenergiesysteem is een mogelijkheid, de haalbaarheid zal hiervan verder onderzocht worden. o Veel gelijkvormige woningen • Natuurlijke momenten & handige combinaties: o 2024 en 2025: aanpak wegen • We doen het samen & Ruimte voor initiatief:
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 45
o o
Er is een enthousiaste werkgroep duurzaamheid van bewoners De kern kent actieve bewoners.
6.2 Korte termijn & natuurlijke momenten (2022-2035) In de planning is er speciale aandacht voor recent gebouwde woningen (energielabel B of beter). Dit zijn buurten in Nieuw-Lekkerland, Streefkerk, Groot-Ammers, Brandwijk en Molenaarsgraaf. Waarom deze buurten tussen 2022 en 2035? In deze buurten zijn woningen gebouwd die in deze periode de leeftijd van 30 jaar bereiken. De woningen zijn nog voorzien van een cv-ketel. Een cvketel gaat gemiddeld ongeveer 15 jaar mee, en zal daarom in veel van deze woningen tussen nu en ongeveer 10 jaar aan vervanging toe zijn. Bovendien zijn deze woningen veelal goed geïsoleerd en daardoor waarschijnlijk eenvoudig geschikt te maken om te verwarmen met een warmtepomp. Wanneer? De komende jaren moet bij veel van deze woningen de cv-ketel vervangen worden. Er wordt samen met bewoners gekeken naar de alternatieven voor een cv-ketel. Het vervangen hoeft niet voor alle bewoners in de buurt op precies hetzelfde moment plaats te vinden. Logische momenten zijn een verbouwing, verhuizing of het stukgaan van de cv-ketel. Wat gaat er gebeuren? De gemeente zorgt voor gerichte voorlichting aan bewoners als het vervangingsmoment voor de cv nadert. Er kan een gezamenlijke inkoopactie worden opgezet, en mogelijk kunnen koplopers een rol spelen om hun ervaringen met de buren te delen.
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 46
6.3 Buurten met natuurlijk tempo (2022-2050) Een groot deel van de gemeente heeft een lage bebouwingsdichtheid, met veel vrijstaande huizen en boerderijen. Ook in sommige kernen, zoals Wijngaarden, Schelluinen en Giessen-Oudekerk zijn individuele oplossingen per woning het meest geschikt, omdat in deze kernen de bebouwingdichtheid wat lager is dan in de andere kernen. Hier kiezen we voor een geleidelijk tempo: niet de hele buurt tegelijk, maar elk gebouw op een logisch moment, bijvoorbeeld bij een verbouwing, verhuizing, of als de cv-ketel vervangen moet worden. Waarom deze buurten met een natuurlijk tempo? Bij individuele oplossingen is het mogelijk dat niet alle bewoners op hetzelfde moment van het aardgas af gaan. Dat heeft een aantal voordelen: het scheelt gedoe en kosten, als energiemaatregelen genomen worden wanneer er toch verbouwd wordt. Het huis stap voor stap verduurzamen zorgt ervoor dat investeringen verdeeld worden over meerdere jaren. Zodra een woning voldoende is geïsoleerd kan de overstap naar aardgasvrij gemaakt worden. De gemeente wil bewoners zo lang mogelijk de tijd geven voor de overstap, en heeft de einddatum daarom op 2050 gezet. Wanneer? Tussen nu en 2050, elk huis op een geschikt moment. Tussen nu en 2050 wisselt naar verwachting 90% van de woningen van eigenaar: een moment bij uitstek om te verduurzamen.
30 jaar lijkt lang, maar bij veel bewoners komt in die periode maar één keer een echt groot ‘natuurlijk moment’ voor om de woning aardgasvrij of aardgasvrij-ready te maken. We roepen bewoners daarom op om verhuizingen, verbouwingen en opknapwerkzaamheden (ook binnenshuis) daadwerkelijk te benutten om de woning (stapsgewijs) aardgasvrij te maken. Daarom beginnen we direct met voorlichting geven aan bewoners.
Wat gaat er gebeuren? Hier liggen individuele oplossingen, zoals een warmtepomp, eventueel in combinatie met zonneboiler, het meest voor de hand (zie hoofdstuk 5). Woningeigenaren kunnen stap voor stap maatregelen nemen, bijvoorbeeld door eerst te isoleren en een paar jaar later de cv-ketel te vervangen door een warmtepomp. De gemeente zorgt voor voorlichting zodat bewoners een goed plan (planning) kunnen maken voor hun eigen woning en bewust omgaan met logische momenten om te verduurzamen. Tip: stel na isolatiemaatregelen de Cv-ketel in op 55 graden (zie handleiding van uw ketel). Als bewoner spaart dat energie uit en op deze manier kunt zelf ervaren of uw woning geschikt is voor een warmtepomp. Als u uw woning niet voldoende warm krijgt in de winter, dan kunt u de ketel altijd weer op een hogere temperatuur instellen. Zo kunt u achterhalen welke temperatuur uw woning nodig heeft om behaaglijk te verwarmen.
6.4 Middellange termijn (2025-2040) Op de middellange termijn volgen Nieuw-Lekkerland, Oud-Alblas, Arkel, Molenaarsgraaf, Brandwijk, Langerak, Noordeloos, Streefkerk en GrootAmmers. Waarom deze buurten op de middellange termijn? In deze kernen zien we kansen voor een buurtenergiesysteem, of een andere aanpak voor de buurt gezamenlijk. Er zijn niet direct aanknopingspunten om op de korte termijn te beginnen. We doen daarom eerst (proces)ervaringen op in de startbuurten. Wanneer? Verkenningen starten, cluster voor cluster, vanaf 2025. Het uitvoeren van de plannen kan meer tijd in beslag nemen: tussen de 4 en de 8 jaar na het afronden van de verkenning.
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 47
Wat gaat er gebeuren? Vanaf 2025 wordt voor elke buurt een buurtuitvoeringsplan gemaakt. Hierin wordt onderzocht welke warmtevoorziening het beste past. De haalbaarheid en financiële gevolgen van diverse opties worden doorgerekend. Vervolgens wordt met bewoners, bedrijven en woningbouwcorporatie een keuze gemaakt. Dit hoeft niet voor de hele buurt dezelfde oplossing te zijn. De komende jaren (tot 2025) informeren we bewoners over wat zij nu vast kunnen doen om woningen te verduurzamen, vooruitlopend op de overstap naar aardgasvrij. De nadruk ligt daarbij op energiebesparing. Zie paragraaf 7.4.
6.5 Lange termijn (2035-2050) Een groot deel van de lintbebouwing en de kernen van Nieuwpoort en Kinderdijk zijn als laatste aan de beurt. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat inwoners niet al eerder op een natuurlijk moment stappen kunnen zetten richting aardgasvrij wonen. Waarom deze buurten op de lange termijn aanpakken? Er staan hier veel oude gebouwen en monumenten die lastiger te verduurzamen zijn. Dit alles maakt het voor nu lastig om te bepalen wat de beste duurzame techniek is. We wachten daarom verdere technologische ontwikkelingen af. Mogelijk is duurzaam gas (waterstof of biogas) hier een geschikte oplossing, maar het is op dit moment niet te zeggen of daar op termijn in Nederland voldoende van beschikbaar komt. Pas als daar meer duidelijkheid over is, starten we een verkenning voor deze buurten. Wanneer? Vanaf 2035 wordt gestart met de verkenning en gedetailleerd onderzoek voor het opstellen van buurtuitvoeringsplannen. Uiterlijk 2050 zullen de laatste buurten van het aardgas gehaald worden.
Wat gaat er gebeuren? We wachten technologische ontwikkelingen en de ervaringen in de andere buurten af voordat we besluiten welke warmtevoorziening hier komt. Tot die tijd is het van belang nu al energie te besparen en de woning zo goed mogelijk voor te bereiden op aardgasvrij. Bewoners kunnen daarom ondersteuning krijgen bij het isoleren van hun woning. (zie paragraaf 7.4)
6.6 Bedrijventerreinen Het bovenstaande tijdpad geldt ook voor bedrijven, winkels en kantoren die verspreid in de kernen en buurten gevestigd zijn – zij gaan mee in de transitie met de buurt waarin ze liggen. Verspreid over de gemeente ligt ook een aantal bedrijventerreinen. Voor bedrijventerreinen willen we zoveel mogelijk aansluiten op ambities van ondernemers en herontwikkeling van bedrijventerreinen. Indien er zich in naastgelegen wijken ontwikkelingen voordoen, wordt steeds overwogen om ook het nabijgelegen bedrijventerrein te betrekken. Voor drie bedrijventerreinen zien we kansen om op korte termijn (vóór 2030) stappen te zetten richting aardgasvrij:
Bedrijventerrein Arkel Rond 2027 staat een groot onderhoud gepland aan de openbare ruimte op bedrijventerrein Arkel. We gaan na of het mogelijk is dit moment aan te grijpen om met ondernemers te werken aan een brede kwaliteitsverbetering: aanpak hittestress en risico op wateroverlast, veiligheid, energiebesparing en de stap van het aardgas af.
Bedrijventerrein Bleskensgraaf De kern Bleskensgraaf is één van de startbuurten: hier wordt de komende jaren in detail onderzocht of de stap van het aardgas haalbaar is. Het plan is om de woonwijken en het bedrijventerrein gezamenlijk in de studies te bekijken, om zo kansen te benutten, bijvoorbeeld voor het uitwisselen van warmte en koude of het benutten van restwarmte. Daarnaast zijn er diverse
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 48
koppelkansen, zoals: nieuwbouw, een geplande uitbreiding van de zuivelfabriek en mogelijke verplaatsing van de school, etc.
Bedrijventerrein Giessenburg De kern Giessenburg is één van de startbuurten: hier wordt de komende jaren onderzocht of de stap van het aardgas haalbaar is. We willen hier de woonwijken en het bedrijventerrein gezamenlijk in de studies bekijken, om zo kansen te benutten, bijvoorbeeld voor het uitwisselen van warmte en koude of het benutten van restwarmte. Panden op bedrijventerrein Giessenburg hebben bovendien het voordeel dat ze al vrij goed geïsoleerd zijn. Ook is er tussen de kern en het bedrijventerrein een uitbreiding gepland.
Overige terreinen De gemeente nodigt bedrijventerreinen en ondernemersverenigingen uit om zich te melden, zodra er plannen of ambities zijn om het terrein te moderniseren of te verduurzamen. Immers, ook bedrijven zullen zich moeten voorbereiden op een toekomst zonder aardgas.
6.7 Inschatting van het tempo De grafiek hiernaast (Figuur 11) geeft een globale inschatting van het aantal woningen dat per jaar van het aardgas afgaat, als we de planning die hierboven beschreven is aanhouden19. Dit gebruiken we als referentie om de voortgang (exclusief bedrijventerreinen) in de komende decennia te monitoren. Door in de komende jaren het aantal woningen dat van het aardgas af is, af te zetten tegen onderstaande grafiek, wordt duidelijk of het aardgasvrij maken van Molenlanden op schema ligt en haalbaar is. Met de netbeheerder wordt bekeken of er periodiek data beschikbaar kunnen komen over het aantal aardgasaansluitingen in de gemeente, om zo de voortgang te monitoren. Ook wordt de komende jaren een beslissing genomen over hoe de CO2-uitstoot gemonitord kan worden. We sluiten hierbij zoveel mogelijk aan bij methoden die door de partners of bijvoorbeeld de provincie worden gebruikt.
Figuur 11. Inschatting van het aantal woningen dat per jaar van het aardgas gaat (gele balken) en van het percentage aardgasgebruik ten opzichte van 2020 dat dan overblijft (groene lijn). Het percentage in de gekleurde balken onderaan geeft aan welk deel van de woningen in deze categorie valt.
19
Hierbij is (als eerste indicatie) het aantal woningen steeds gelijkmatig verdeeld over het tijdvak.
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 49
Overstap naar levensloopbestendige nieuwbouw
Zo maken wij weer plaats voor jonge starters die het als een uitdaging zien om ons oude huis toekomstbestendig te maken.”
Wat levert het u in de toekomst op?
Molenlanden presenteert u graag een aantal mooie voorbeelden. Van een ruim honderd jaar oude, gezellige maar bewerkelijke dijkwoning met een grote tuin naar een levensloopbestendig, comfortabel nieuwbouw huis.
“Comfort, weinig onderhoud, langer zelfstandig kunnen blijven wonen en een lage energierekening. Met buren waarmee we samen voordeliger kunnen bouwen dan in ons eentje. En door het CPOproject alvast een fijne buurrelatie opbouwen.”
Aan het woord is de familie Bot uit Arkel, welke bezig zijn met de bouw van een hoekwoning met alle faciliteiten op de begane grond in de kern van Noordeloos.
Tips voor mensen die ook zo’n stap willen zetten:
Waarom de keuze voor nieuwbouw? “We willen energieneutraal wonen. Met een bodemwarmtepomp, zonnepanelen en optimale isolatie. En we gaan onze tuin groen inrichten. Dat doen we niet alleen. We bouwen samen in een CPOproject (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap) op de plek van de afgebroken sportzaal Smidse Berg in Noordeloos. Vijf woningen in een rij voor starters en voor mensen die levensloopbestendig willen wonen.”
Waarom bent u hieraan begonnen? “We willen een kleine voetafdruk. En we vinden dat we op tijd een nieuwe stap in wonen moeten zetten. Van een ruim honderd jaar oude, gezellige maar bewerkelijke dijkwoning met een grote tuin naar een levensloopbestendig, comfortabel huis. Warm in de winter en koel in de zomer. Met een tuin die we zo lang mogelijk zelf kunnen bijhouden. En de mogelijkheid om op termijn een elektrische auto op te laden op ons eigen pad. Het spaargeld dat in de stenen van onze dijkwoning zit, gaan we hieraan besteden.
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 50
“Laat je goed informeren naar wat haalbaar en betaalbaar is. Vóór de eerste paal de grond in gaat, is veel papier- en denkwerk te verzetten. Dat kost veel tijd en energie.”
7. Vervolgstappen
•
De komende jaren zetten we de eerste stappen om uiteindelijk in 2050 een volledig aardgasvrije gemeente te zijn. De activiteiten die de gemeente al organiseert en nog wil opzetten worden in dit hoofdstuk uiteengezet.
7.1 Uitvoeringsagenda Hoe we de komende jaren te werk gaan, beschrijven we in onderstaande uitvoeringsagenda: Onderdeel
Periode
Toelichting
1. Aanpak startbuurten
2021-2026
In de startbuurten stellen we in samenwerking met inwoners en lokale partijen een buurtuitvoeringsplan op. Zie paragraaf 7.2. • Gerichte communicatie vóór vervangingsmoment cv-ketel. • Gezamenlijke inkoopacties • In gesprek met installatiebranche. Hier staat energiebesparing centraal. • Gemeentebrede informatiecampagne • Bewoners kunnen voor informatie over verduurzaming van hun woning terecht bij het Regionaal Energieloket en Stichting Het Nieuwe Wonen.
2. Aanpak nieuwbouwwijken (na 2005)
2021-2026
3. Aanpak overige buurten
Doorlopend
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 51
4. Aanpak bedrijventerreinen, utiliteit en maatschappelijk vastgoed
2021-2026
5. Communicatie en informatievoorzieni ng
Doorlopend
6. Doorontwikkeling Transitievisie Warmte
2025-2026
Diverse activiteiten vanuit RREW-subsidie en opvolgende regelingen • Ondersteuning voor bewonersinitiatieven • Pilot Stichting boerderij en erf • In gesprek met installatiebranche. Zie paragraaf 7.4 • De gemeente zet zelf stappen om het eigen vastgoed te verduurzamen. • Start met verkenningen drie bedrijventerreinen voor 2030: Arkel, Giessenburg en Bleskensgraaf. Gerichte informatiecampagne op verschillende doelgroepen. Via diverse kanalen houden we bedrijven, inwoners en alle andere partijen op de hoogte van de stand van zaken rond de energietransitie en de overgang naar een aardgasvrij. De Transitievisie Warmte wordt iedere 5 jaar geactualiseerd. Zo kunnen we inspelen op nieuwe technologieën en ontwikkelingen, en leren van opgedane ervaringen.
7.2 Aanpak startbuurten De komende jaren starten we met het maken van buurtuitvoeringsplannen voor de startbuurten. Dat is maatwerk. Elke buurt heeft eigen kenmerken, en bewoners hebben zoveel mogelijk invloed op hun eigen buurt. De gemeente neemt het initiatief en heeft een regierol, tenzij inwoners het liever zelf organiseren. Rechts een schets van de stappen die in de buurten doorlopen worden. Een paar dingen zijn cruciaal: Een buurtuitvoeringsplan komt altijd tot stand in nauwe samenwerking met bewoners, woningbouwcorporatie, bedrijven en andere lokale partijen. Bewoners kunnen deelnemen in een klankbordgroep om zo direct input te leveren. De gemeente zorgt voor een procesbegeleider en organiseert het participatietraject. Woningbouwcorporaties spelen een grote rol in de communicatie met hun huurders, en uiteraard in de aanpak voor hun vastgoed. Ook Stedin is nauw betrokken. Een ander vast onderdeel is een gedetailleerde studie van de kosten en technische haalbaarheid. Voor de meest kansrijke warmteopties wordt in detail in kaart gebracht welke voordelen, nadelen, kosten en besparingen realistisch zijn. Ook financieringsmogelijkheden worden uitgewerkt. Om tot besluitvorming te komen is het nodig om aan een aantal randvoorwaarden te voldoen. De gemeenteraad wordt pas gevraagd definitief in te stemmen als voldaan is aan onderstaande voorwaarden: a.
de oplossing is duurzaam en technisch haalbaar b. de oplossing is voor alle belanghebbenden in principe financierbaar c. er is draagvlak bij een ruime meerderheid van bewoners, bedrijven en andere belanghebbende organisaties die nodig zijn voor de realisatie d. juridisch wordt voldaan aan alle wettelijke voorwaarden. Als de gemeenteraad en andere partijen akkoord zijn, worden daarna afspraken gemaakt over de realisatiefase. Bijvoorbeeld over de tijdplanning en het contracteren van partijen.
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 52
7.3 Aanpak buurten met A en B label
•
Een cv-ketel gaat ongeveer 15 jaar mee. Recent gebouwde woningen naderen de komende jaren dus dit vervangingsmoment. Bovendien zijn deze woningen vaak al goed genoeg geïsoleerd om direct op een warmtepomp over te stappen. De gemeente onderneemt de volgende activiteiten om dit natuurlijke moment te benutten: • Gerichte voorlichting aan bewoners, zo’n 10-15 jaar na oplevering. Mogelijk kan Het Nieuwe Wonen hier een rol in spelen. • Met het Regionaal Energieloket wordt ook besproken of gezamenlijke inkoopacties opgezet kunnen worden, of dat bewoners op een andere manier samen op kunnen trekken. • In gesprek met installatiebranche: de gemeente organiseert een gesprek met lokale bedrijven in de installatiebranche om kennis uit te wisselen en te zorgen dat het natuurlijke moment van de vervanging van de cv-ketel niet ongemerkt voorbijgaat. • Contact met Stedin over de capaciteit van het elektriciteitsnet.
•
•
•
7.4 Aanpak overige buurten: energiebesparing Voor woningen die pas later van het aardgas afgaan, kunnen nu al stappen worden gezet met energiebesparing en met de voorbereiding op een aardgasvrije toekomst. Energiebesparing is immers een cruciale stap! Door isolatie daalt het energieverbruik, wordt de energierekening lager en de woning comfortabeler. De gemeente ondersteunt bewoners en bewonersgroepen die hun huis willen verduurzamen op verschillende manieren. De volgende activiteiten zijn al in gang gezet: •
Diverse activiteiten, betaald vanuit de RRE-subsidie20: Online Energiecafé’s, vouchers voor kleine energiebesparende maatregelen, warmtescan, maatwerkadviezen, wooncoaches en Het Regionaal Energieloket. De RRE loopt t/m december 2021. Voor de periode t/m juli 2022 is een RREW-subsidie21 verkregen: vergelijkbaar met de RRE, maar gericht op eigenaren van koopwoningen én huurders. Molenlanden kent verschillende bewonersinitiatieven, zoals de Energiecorporatie Molenlanden, de Stichting Duurzaam Molenlanden en een bewonersinitiatief rond De Wetering in Giessenburg. De gemeente ondersteunt (indien gewenst) dergelijke initiatieven door te helpen met opstarten, mee te denken en soms door samen een subsidie aan te vragen. In sommige gevallen kan de gemeente ook bijdragen aan onderzoekskosten, zogenaamde proceskosten. De gemeente betaalt niet mee aan de te treffen maatregelen in de woning. We kijken naar het te verwachte duurzaamheidsrendement van initiatieven als we keuzes moeten maken omwille van de capaciteit of het budget. De Stichting Boerderij en Erf heeft een initiatief gestart voor een pilot over de verduurzaming van boerderijen. Dit initiatief is gekoppeld aan de RREW-aanvraag waardoor een deel van de RREW-subsidie hier gericht op kan worden ingezet.
Aanvullend worden de komende jaren de volgende activiteiten opgezet: • In gesprek met installatiebranche: de gemeente organiseert een gesprek met lokale bedrijven in de installatiebranche om kennis uit te wisselen. Een natuurlijk moment als het vervangen van de cv-ketel kan zo eerder gesignaleerd worden. Ook zal de gemeente de installateurs informeren over deze Transitievisie Warmte, zodat een goede kennisdeling over en weer plaatsvindt.
Regionaal Energieloket en Stichting Het Nieuwe Wonen informeren bewoners over verduurzaming eigen woning.
20
Regeling Reductie Energiegebruik: subsidie van het rijk aan de gemeente om huiseigenaren te helpen energie te besparen.
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 53
21
Regeling Reductie Energiegebruik Woningen: een subsidie van het rijk aan de gemeente gericht op energiebesparing van huurders en huiseigenaren.
•
Versterken informatie aan bewoners. De gemeente gaat met het Regionaal Energieloket en Stichting Het Nieuwe Wonen bekijken of extra informatie verschaft kan worden over onderstaande thema’s: o Financiering en subsidies. Bewoners geven aan dat subsidiemogelijkheden soms nog lastig te vinden zijn. o Geen-spijt perspectief: deze Transitievisie Warmte geeft aan welke eindoplossing het meest waarschijnlijk is en wanneer verschillende kernen/linten aan de beurt zijn. Bewoners moeten ondersteuning krijgen hoe ze maatregelen in hun woning hierop af kunnen stemmen. Welke energiebesparende maatregelen, zoals isoleren en hybride warmtepompen, zijn geschikte tussenstappen? o De ervaringen delen van koplopers.