Bijlage TVW Molenlanden
Tekst van het document
7.5 Aanpak bedrijventerreinen, utiliteit en maatschappelijk vastgoed Het aardgasvrij maken van bedrijventerreinen willen we zoveel mogelijk hand in hand laten gaan met ontwikkelingen op de bedrijventerreinen zelf. Daar waar er sprake is van herontwikkeling van bedrijventerreinen, of daar waar bedrijven willen verduurzamen, wil de gemeente graag om tafel met de lokale partijen om tot een optimale gebiedsoplossing te komen. De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid speelt een belangrijke rol in de informatievoorziening aan ondernemers: • De Omgevingsdienst werkt aan een regionaal energieloket voor ondernemers. • Er worden regelmatig duurzaamheidsdagen georganiseerd voor ondernemers • Bijeenkomsten voor de agrarische sector. • De bedrijfsbezoeken die de Omgevingsdienst aflegt voor de handhaving van de Wet Milieubeheer, worden ook gebruikt als aanknopingspunt om het gesprek aan te gaan: waar liggen nog kansen om extra slagen te maken?
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 54
De gemeente zelf geeft het goede voorbeeld met de verduurzaming van haar eigen vastgoed, zoals dorpshuizen, scholen en sportaccommodaties.
7.6 Communicatie en informatievoorziening Een belangrijke rol van de gemeente is de communicatie met bewoners over wat er op hen afkomt, en het organiseren van de participatie. Naast de gemeente is er een belangrijke rol weggelegd voor het Regionaal Energieloket en Stichting Het Nieuwe Wonen. Zij informeren bewoners over de mogelijkheden om hun eigen woning te verduurzamen. Ook zijn er in meerdere kernen actieve vrijwilligersorganisaties, zoals de Stichting Duurzaam Molenlanden. Zij zetten, gezamenlijk met buurtgenoten, diverse duurzame acties op touw. Woningbouwcorporaties spelen een belangrijke rol in de communicatie met hun huurders. De gemeente vindt het belangrijk om een breed publiek te bereiken en te zorgen dat iedereen bekend is met wat er op ons afkomt in de warmtetransitie. Hiervoor wordt een voorlichtingscampagne opgestart. Naast deze algemene campagne is er ook gerichte communicatie nodig, bijvoorbeeld in de startbuurten en in de recent gebouwde buurten waar het vervangingsmoment van de cv-ketel eraan zit te komen. De gemeente zal daarom een communicatie- en participatieplan opzetten, waarin zowel de participatie in de startbuurten, informatievoorziening aan specifieke buurten, als de gemeente brede communicatie over de warmtetransitie vorm krijgt.
Dit zal worden opgenomen als onderdeel van het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat dat in het vierde kwartaal van 2021 gereed komt. De volgende principes staan daarbij centraal: •
Persoonlijke benadering en voldoende capaciteit bij gemeente voor beantwoording vragen en ondersteuning
de
•
•
Een succesvolle bewonersparticipatie draait voor 90% op vertrouwen tussen bewoners en gemeente. We zorgen dat er altijd iemand te vinden is die – persoonlijk en betrokken – antwoord geeft op de vragen die leven. We ondersteunen ook graag mensen die zelf in beweging willen komen en dingen willen doen. Waar mogelijk helpen wij hen met kennis, informatie en organisatiekracht. Ook besteden we aandacht aan het ontwikkelen van een netwerk van energiecoaches en maken bewonersinitiatieven wegwijs. Slim en effectief samenwerken in participatie Bij de woningbouwverenigingen en energiebedrijven zijn ook participatie-adviseurs actief. Met hen trekken we samen op, en delen we kennis, ervaring en netwerken. Ook staan we in nauw contact met de kerken, het verenigingsleven en de dorpsraden. Online platform Een online omgeving waar mensen niet alleen informatie kunnen vinden, maar ook met elkaar delen, is in een zo groot gezamenlijk op te pakken traject onontbeerlijk. De gemeente werkt aan een update van de website waar alle relevante informatie op één plek te vinden is. Nieuwsbrieven, verslagen, enquêtes en polls, uitnodigingen, programma’s, links naar relevante informatie, veel gestelde vragen, filmpjes, agenda’s: alles kan daar zijn plek vinden.
Een doel van de gemeente is dit informatieve gedeelte uit te breiden met een interactief gedeelte, waar mensen elkaar kunnen vinden, samen op kunnen trekken, en hun ervaringen en informatie delen.
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 55
Advies van bewoners Tijdens de 3e Klankbordgroepbijeenkomst, op 6 mei 2021, is met bewoners besproken hoe zij de participatie en communicatie bij de uitvoeringsfase het liefst zien. Daar kwam het volgende advies uit: • • • • • • • • • • • • •
Schakel de buurtverenigingen en dorpsraden in. Adverteer in ‘Het Kontakt’, dat wordt veel gelezen. Bustour naar Rotterdam/tentoonstelling energiebesparing Gebruik goede voorbeelden, via filmpje, site of bijeenkomst Organiseer projecten op scholen. Richt infoloketten in bij buurtcentra en winkelcentra. Nodig mensen per soort woning uit en geef de voor hen relevante informatie. Neem online bijeenkomsten op en deel ze op Youtube. Zet de verschillende mogelijkheden en opties online en laat mensen deze (door een cijfer) waarderen, zodat je weet welke mogelijkheden het meest aanspreken. Organiseer een prijsvraag: wie heeft de meest duurzame woning in Molenlanden? ‘De Energiebus komt bij u langs’ Laat leveranciers en adviseurs presentaties geven over warmtepompen en dergelijke. Maak openbare gebouwen duurzaam en vertel mensen hoe dit is gedaan.
Bestaande woning duurzaam maken
uit
1999
Molenlanden presenteert u graag een aantal mooie voorbeelden van particulieren die bezig zijn met verduurzamen van hun woning. Deze keer is de familie Hoornweg uit Oud Alblas aan het woord. Om hun bestaande woning uit 1999 duurzaam te maken, hebben zij een aantal stappen ondernomen. Wat waren de mogelijkheden en kansen waardoor er vooruitgang in comfort en lagere energiekosten kon ontstaan? Het blijft maatwerk, maar dat het mogelijk is, blijkt uit onderstaand voorbeeld.
Wat heeft u aangepast in uw woning? “Eind 2008 hebben we 20 zonnepanelen laten plaatsen met in 2012 nog 16 extra panelen. Vanaf dat moment wekten we meer elektriciteit op, dan dat we verbruikten. In 2020 hebben we de (toen inmiddels 20 jaar oude) CV-ketel vervangen door een warmtepomp. We overwegen nog andere maatregelen die goed zijn voor het milieu, zoals een sedumdak op de garage.”
vervanging toe was, was een nieuwe gasketel voor ons geen optie meer. De aardbevingen in Groningen maakten duidelijk dat het Slochteren-tijdperk in Nederland ten einde zou lopen. De keus voor een warmtepomp was dus een logische voortzetting van de eerder gemaakte keus voor (veel) zonnepanelen op het dak met overproductie.”
Wat levert het u op? “Een comfortabeler huis, waarbij het de gehele winter aangenaam warm is, met voldoende warm tapwater… en dat allemaal tegen lage kosten. Kortom: meer comfort tegen een lagere prijs, en ook nog eens goed voor milieu en Groningen!”
Tips voor mensen die ook zo’n stap willen zetten “In ons geval was het niet van toepassing, maar de eerste stap is toch altijd het isoleren van de woning. Dat levert het meeste op. Laat je goed adviseren, en ga niet over één nacht ijs… en geloof alle drama verhalen op internet niet.”
Waarom bent u hieraan begonnen? “We kookten in 2008 al elektrisch en de elektriciteitsrekening was vrij hoog. Gas verbruikten we relatief weinig, omdat de kachel slechts op 19 graden staat in de avonduren en op andere momenten lager en we allemaal (4 volwassenen) kort douchten. Onze woning heeft een groot dak op het zuiden, dus het lag voor de hand hiervan gebruik te maken. Naast het financiële voordeel, woog het milieuvoordeel zeker mee. Toen de oude gasketel aan
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 56
Lees voor de uitgebreide tekst het interview na op de website van de gemeente Molenlanden.
Bijlage A Meest gestelde vragen Tijdens bewonersavonden kwamen een aantal vragen vaak terug. Hieronder de antwoorden:
1.
Waarom moeten we van het aardgas af?
Aardgas is een fossiele brandstof. Dat betekent dat er CO₂ vrijkomt bij de verbranding. Sinds de industriële revolutie stoten wij zoveel CO₂ uit, dat de gemiddelde temperatuur op aarde op dit moment snel stijgt. Deze opwarming zorg voor veranderingen in het klimaat, met enorme gevolgen. Nederland heeft, net als 194 andere landen, het klimaatakkoord van Parijs ondertekend. Daarin is afgesproken de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius. Daarnaast hebben de landen in de Europese Unie afgesproken om in 2050 bijna geen CO₂ meer uit te stoten. Maar liefst 95 procent van de 7,7 miljoen huishoudens in Nederland gebruikt aardgas voor verwarming, warm water en om op te koken. Al die woningen bij elkaar zorgen voor een flinke CO₂-uitstoot: wel 11 procent van de totale Nederlandse uitstoot van broeikasgassen. Stoppen met het gebruik van aardgas zorgt dus voor een flinke afname van onze CO₂-uitstoot. En hoe minder CO₂ in de lucht, hoe beter dat is voor het klimaat. Daarnaast heeft Nederland er belang bij om snel aan de slag te gaan, vanwege het risico van zeespiegelstijging. 22
2.
Wie gaat dit betalen?
Betaalbaarheid is één van de belangrijkste uitgangspunten van de gemeente Molenlanden voor de warmtetransitie. De landelijke overheid is bezig met het ontwikkelen van verschillende opties om de transitie naar aardgasvrij voor iedereen betaalbaar te maken. Zo wordt er gekeken naar de mogelijkheid om investeringen in de woning voor te financieren via het Nationaal Warmtefonds. Er zijn al diverse subsidies, bijvoorbeeld voor warmtepompen en isolatie, zie: 22
De energietransitie uitgelegd door Sanne de Boer
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 57
https://regionaalenergieloket.nl/molenlanden/subsidies. Daarnaast worden aardgasvrije technieken in de komende jaren waarschijnlijk steeds goedkoper doordat veel ontwikkeling plaatsvindt en producten steeds meer met massaproductie gemaakt kunnen worden.
3.
Krijg ik mijn huis wel warm?
Met alle nieuwe manieren van verwarmen wordt het in huis comfortabel warm. Als je het huis ook isoleert, wordt het vaak zelfs nog comfortabeler binnen. Voor een warmtepomp, of andere vormen van lagetemperatuurverwarming, is wel goede isolatie nodig, anders wordt het niet goed warm. Ook zijn er dan speciale radiatoren, vloerverwarming of wandverwarming nodig. Laat je hierover goed adviseren, door een energieadviseur aan huis. Op deze website kun je checken of je huis voldoende is geïsoleerd voor een warmtepomp: https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/duurzaam-verwarmen-enkoelen/volledige-warmtepomp/. Het verwarmen met lage temperatuur wordt soms wel als anders ervaren dan met aardgas. Het huis wordt geleidelijk verwarmd en door de goede isolatie blijft de temperatuur heel constant, ook ‘s nachts. Het is alleen niet meer mogelijk om de temperatuur binnen korte tijd een paar graden te laten stijgen of dalen. De voorbeelden in koude landen als Zweden, Noorwegen, Duitsland en Zwitserland laten zien dat een warmtepomp ook met hele lage temperaturen warmte in de woning kan brengen. Als het echt heel koud wordt zit er in dat soort warmtepompen ook een elektrisch element ingebouwd waardoor het huis altijd warm kan worden. Wel is het rendement bij lage temperatuur lager en levert het inschakelen van het elektrisch element een flinke piek in verbruik op.
Als alle woningen gebruik maken van een warmtepomp moet
meestal het elektriciteitsnetwerk worden opgewaardeerd. Iets dat overigens ook al nodig is met de toename van de zonnepanelen in de wijk.
4.
Ben ik verplicht om van het gas af te gaan?
Nee, op dit moment is het meewerken aan een nieuwe warmtevoorziening nog geheel vrijwillig. Dit betekent dat jouw gemeente op dit moment het gas nog niet verplicht kan afsluiten. Dit gaat de komende jaren veranderen. Over een aantal jaren kan de gemeenteraad een besluit nemen om een wijk van het gas af te sluiten als er een goed alternatief is. Nu meepraten kan daarom aantrekkelijk zijn. Op dit moment kun je invloed hebben op de keuze en het tempo waarin het hele proces bij jou in de buurt verloopt. Als je huurder bent, werkt het iets anders. Wanneer je huurt bij een woningcorporatie is de woningcorporatie verantwoordelijk voor het aardgasvrij maken van jouw woning of appartement. Hier hebben ze wel toestemming voor nodig. Bijvoorbeeld: als de woningcorporatie woningen of appartementen aan een warmtenet wil aansluiten moet 70% van de huurders het hiermee eens zijn. Dit is niet nieuw, voor algemene verbouwingen hebben woningcorporaties ook 70% toestemming nodig.
5. Kan ik nog een eigen energieleverancier kiezen wanneer er een warmtenet in mijn buurt komt? Er wordt gewerkt aan een wetsvoorstel dat per gebied één warmtebedrijf aanwijst. Dit warmtebedrijf wordt gekozen en gecontroleerd door de gemeente en is verantwoordelijk voor de levering van duurzame warmte, aanleg van het warmtenet en voor beheer & onderhoud. De beschikbare ruimte in de ondergrond (onder het wegoppervlak) is vaak beperkt en de investeringen voor een warmtenet zijn erg hoog. Het is daarom niet mogelijk om meerdere warmtenetten in een gebied aan te leggen zodat woningeigenaren en/of huurders kunnen kiezen voor verschillende warmteleveranciers. De partij die wordt aangewezen en gecontroleerd door
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 58
de gemeente bepaalt welke warmte er wordt geleverd vanuit welke warmtebron. Het is daarnaast waarschijnlijk dat er per warmtenet maar enkele duurzame warmtebronnen beschikbaar zijn die warmte aan het warmtenet leveren dus een vrije keuze hierin ligt niet voor de hand. Wel blijft het mogelijk om voor de eigen woning een individuele oplossing te regelen, ook als er een warmtenet wordt aangelegd in de buurt. Waarschijnlijk komen hier wel regels voor in de nieuwe wet, bijvoorbeeld dat de individuele oplossing minstens net zo duurzaam moet zijn als het warmtenet.
6. Waarom wordt waterstof niet als optie gezien? Over de inzet van waterstof is veel te doen. Het lijkt een eenvoudige oplossing, waarbij weinig aanpassingen in de woning en aan de infrastructuur nodig zijn. Helaas kleven er veel nadelen en beperkingen aan het gebruik ervan. Zo is er veel elektriciteit nodig om groene waterstof te produceren. Dit is grofweg vijf keer minder efficiënt dan het verwarmen met een warmtepomp. Met andere woorden: er zijn op termijn ongeveer 5x meer windmolens of zonnepanelen nodig om huizen met waterstof te verwarmen, dan bij verwarmen met een warmtepomp. De elektriciteit die nodig is voor de productie van waterstof wordt nu voornamelijk uit fossiele energiebronnen zoals kolen en aardgas gemaakt. Groene waterstof is nog duur en schaars, en de verwachting is dat dit voorlopig zo zal blijven. De verwachting is dat waterstof een belangrijke rol zal spelen in de energietransitie, maar in eerste instantie niet in woningen. Waterstof is namelijk erg geschikt om hoge temperatuur warmte te leveren. Het is dan ook het meest logisch om het in te zetten waar ook echt een hogere temperatuur nodig is. Voor sommige sectoren is hoge temperatuur essentieel, bijvoorbeeld voor de industrie en het verduurzamen van de luchtvaartsector.
Waterstof kan ook een belangrijke rol spelen in het balanceren van het elektriciteitsnet, wanneer er meer zon- en windenergie op aangesloten wordt. Woningen liggen minder voor de hand om met zulke
schaarse hoge-temperatuurwarmte te verwarmen, omdat dit ook op andere manieren kan. Mocht waterstof in de (verre) toekomst toch goedkoop en grootschalig beschikbaar komen, dan wordt hier zeker naar gekeken. Voor de komende tien jaar kiezen we oplossingen die nu slim zijn.
7. Kan het elektriciteitsnet het wel aan? En is er genoeg groene stroom? Wanneer er in een wijk veel zonnepanelen, oplaadpunten voor elektrische auto’s en/of warmtepompen bij komen, kan het zijn dat het huidige elektriciteitsnet de groeiende vraag niet meer aankan. Daarom is de netbeheerder (Stedin) nauw betrokken bij de plannen van de Transitievisie warmte en later ook bij de uitvoeringsplannen per buurt. De netbeheerder zal het elektriciteitsnet op tijd verzwaren wanneer dat nodig is. Op dit moment is een deel van de stroom in Nederland uit duurzame bronnen, maar ook een deel nog uit fossiele brandstoffen. De verwachting is dat het aandeel groene stroom hard gaat stijgen de komende jaren zodat in 2050 alle stroom uit duurzame bronnen, zoals wind en zonne-energie komt.
8. Is het echt wel een duurzame oplossing? Hoe zit het met de CO2 uitstoot vermindering? Warmtenetten: In Nederland liggen een aantal warmtenetten die al tientallen jaren oud zijn, vooral in de grote steden. Deze hebben vaak een fossiele bron, zoals restwarmte van een op aardgasgestookte elektriciteitscentrale. Voor deze warmtenetten wordt gezocht naar nieuwe energiebronnen. Nieuwe warmtenetten worden veelal direct op een duurzame warmtebron aangesloten, zoals aardwarmte of aquathermie. De CO2-uitstoot is dan laag. Warmtepompen: Warmtepompen gebruiken elektriciteit en halen warmte uit de buitenlucht, de bodem of uit het water. Ze produceren daarmee warm water wat gebruikt kan worden voor het verwarmen van een woning en het warme water uit de kraan. Wanneer een warmtepomp alleen maar duurzame elektriciteit gebruikt (zoals van zon en wind) dan komt er totaal geen CO2
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 59
vrij bij het verwarmen van je woning. Op dit moment wordt er in Nederland ook nog stroom geproduceerd uit fossiele brandstoffen, dus op dit moment is er nog CO2-uitstoot door het gebruik van stroom. Maar, ten opzichte van een normale cv-ketel bespaar je met een warmtepomp nu al gemiddeld 30% en in 2030 al 85% CO2. In 2030 is de besparing hoger omdat er dan veel meer groene stroom wordt geproduceerd in Nederland door bijvoorbeeld windmolens op zee en zonnepanelen op daken. Wanneer je een warmtepomp combineert met eigen zonnepanelen op het dak kan je ook nu al een volledig CO2-neutrale woning maken!
9. Waarom is mijn wijk/buurt wel of juist geen startbuurt? Voor de gemeente Molenlanden is eerst een technische analyse uitgevoerd om goed in kaart te brengen wat voor woningen er staan en wat de meest logische toekomstige duurzame warmteoplossing is per gebied (warmtenet, groen gas/hybride of individuele warmtepompen). Daarna is er per gebied een analyse gedaan waarom je daar wel of juist niet zou kunnen beginnen met de warmtetransitie. Hiervoor zijn meerdere criteria overwogen zoals onder andere: aansluiten bij natuurlijke momenten, percentage woningcorporatie bezit, of er bewonersgroepen bezig zijn met duurzaamheid, hoe zeker de gekozen warmteoplossing is, energie- en CO2besparing en betaalbaarheid. Natuurlijke momenten zijn bijvoorbeeld het aanleggen van een warmtenet tegelijk met gepland onderhoud aan het gasnet of de riolering (dan hoeft de straat maar 1 keer open) of het stimuleren van individuele bewoners tijdens een verbouwing of verhuizing om tegelijkertijd het huis te verduurzamen. In hoofdstuk 6 is dit voor de startbuurten in meer detail beschreven.
10. Mijn cv-ketel is aan vervanging toe, wat moet ik nu doen? Een cv-ketel gaat gemiddeld zo’n 15 jaar mee. Het kan dus zomaar zijn dat je cv-ketel binnenkort aan vervanging toe is. Nu we voor 2050 gaan stoppen
met aardgas, is het niet altijd logisch een nieuwe ketel aan te schaffen. Het is daarom verstandig om in deze Transitievisie Warmte op te zoeken wanneer jouw buurt op de planning staat om aardgasvrij te worden (zie hoofdstuk 6). Gaat jouw buurt binnen enkele jaren van het aardgas af, bijvoorbeeld door middel van een warmtenet in de buurt (zie hoofdstuk 6)? Dan is het verstandig om contact op te nemen met de gemeente over de laatste stand van zaken van de plannen in jouw buurt. Het huren of leasen van een cvketel kan in dit geval een mooie tussenoplossing zijn. Dit kan bij veel energie- en installatiebedrijven. Lease je een ketel, dan koop je deze over een bepaalde periode af. Huur je een ketel, dan bepaal je een vast bedrag per maand. Huren heeft het voordeel dat het per maand opzegbaar is (na de afkoopregeling) en dat er bij het onderhoud geen extra kosten zijn. Kijk op de website van de Consumentenbond voor meer informatie over de voor- en nadelen bij het kopen, leasen en huren van een cv-ketel. Is jouw buurt pas later aan de beurt? Dan kun je er alsnog voor kiezen om zelf aan de slag te gaan met wonen zonder aardgas. Kijk bijvoorbeeld of jouw huis geschikt is voor een warmtepomp. Ben je dit van plan? Houd dan wel rekening met een flinke verbouwing en de investeringskosten voor de benodigde maatregelen.
Wil je niet direct van het aardgas af, maar moet je de cv-ketel toch vervangen? Als je huis redelijk geïsoleerd is, kan een hybride warmtepomp aantrekkelijk zijn (qua duurzaamheid maar ook financieel!). Die werkt samen met de cvketel en zorgt voor een extra besparing. Een hybride warmtepomp werkt op elektriciteit, en zorgt een groot deel van het jaar voor de verwarming. Als het buiten echt koud is, springt de cv-ketel bij. Nog niet klaar voor een hybride warmtepomp? Kies dan voor een moderne HR-ketel die heel zuinig is.
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 60
Bijlage B Bouwjaren en energielabels
Figuur 12. Bouwjaren gemeente Molenlanden Transitievisie Warmte 1.0ingemeente Molenlanden 61
Bijlage C Toelichting technische analyse In hoofdstuk 4 is een voorspelling gegeven van de energiebesparing. In deze bijlage lichten we de analyse achter de besparingen toe.
Inventarisatie huidige energielabels en warmtevraag De huidige energielabels komen van verschillende (landelijke) bronnen. In eerste instantie zijn afgemelde(/geregistreerde) of voorlopige energielabels van het RVO gebruikt. Wanneer er geen energielabel beschikbaar is, is een inschatting gemaakt voor het label op basis van het bouwjaar van de woning. Dit geldt voor ongeveer 1% van de woningen. Voor utiliteit is maar een klein deel van de energielabels bekend. Daarom is een groot deel ingeschat op basis van het bouwjaar, zie Figuur 14. Vervolgens is de warmtevraag van de woningen bepaald. Bij elk energielabel hoort een inschatting voor de warmtevraag per m2. De gebruikte waardes zijn gegeven in Tabel 3. De waardes zijn gebaseerd op literatuur en een analyse van de warmtevraag in Nederland door adviesbureau De WarmteTransitieMakers. De warmtevraag per m2 is vermenigvuldigd met de oppervlakte van de woningen (gegeven in de BAG23). De inschatting van de huidige warmtevraag wordt altijd gecheckt met het gemeten aardgasverbruik in de gemeente.
gebaseerd op basis van expertise van De WarmteTransitieMakers en literatuur. Een voorbeeld: slecht geïsoleerde woningen, met energielabel G of F of bouwjaar voor 1940, hebben een beperkt aantal betaalbare isolatiemogelijkheden. Dit komt doordat er vaak geen spouwmuur aanwezig is en een deel van de woningen een beschermd aangezicht of monumentenstatus heeft. Als alleen economisch rendabele isolatiemaatregelen worden uitgevoerd, blijft de verbetering van het energielabel steken op label D of C. De voorspelde energielabels bij de huidige energielabels zijn weergegeven in Tabel 3. De labelsprongen in Tabel 3 zijn enigszins conservatief ten opzichte van de labelsprongen die RVO geeft in het rapport over voorbeeldwoningen.24 Dit is met name voor labels F en G het geval, omdat we hier de soms beperkte mogelijkheden in de praktijk willen meenemen in de methodiek De besparing in warmtevraag volgt door de huidige en toekomstige warmtevraag met elkaar te vergelijken.
Voorspelling toekomstige energielabel Aan de hand van de huidige energielabels voorspellen we een toekomstig energielabel. Voor elk huidig energielabel gaan we uit van een labelstap die als economisch rendabel wordt beschouwd. Deze labelstappen zijn 23
Figuur 13. Herkomst energielabels gemeente Figuur 14. Herkomst energielabels 24 Molenlanden. utiliteitspanden gemeente Molenlanden.
Basisregistratie Adressen en Gebouwen, Kadaster
https://www.rvo.nl/sites/default/files/bijlagen/4.%20Brochure%20Voorbeeldwoningen%20201 1%20bestaande%20bouw.pdf
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 62
Toekenning temperatuurniveau Het laatste onderdeel van de analyse is het bepalen van het temperatuurniveau, dat nodig is voor de warmteafgifte. In Tabel 3 is deze koppeling terug te zien. Tabel 3. Voorspelde energiebesparing en verbetering van het energielabel door isolatie. We gaan uit van de isolatie die economisch rendabel is. De mogelijke besparing is berekend door de warmtevraag van het huidige en het toekomstige energielabel te vergelijken.
Voor kantoorpanden gelden vanaf 2023 strengere energie-eisen. Label C is vanaf dan minimaal vereist voor grotere kantoren (>100 m2). Voor kleinere bedrijfsgebouwen gelden deze regels niet.25 De verwachting is dat de eisen voor utiliteitsbouw en kantoren binnen de EU en binnen Nederland verder aangescherpt zullen worden. De verwachting is daarmee dat het merendeel van de kantoren in 2050 geschikt zal zijn voor lagere of middelhoge temperatuur warmte (zie Tabel 4). Bij andere bedrijfspanden hangt de warmtevraag sterk af van de functie van een gebouw. Zo is het vaak niet nodig om een opslagloods tot 20°C te verwarmen. Voor bedrijfspanden moet meer op individueel niveau gekeken worden welke warmtevoorziening volstaat. Industriepanden gebruiken afhankelijk van de precieze functie ook warmte in processen. Hiervoor is vaak zeer hoge temperatuur warmte nodig. Tabel 4. Voorspelde warmteprofielen bedrijven (exclusief industrie). Omdat voor kantoorpanden strengere regelgeving geldt, is de verwachting dat veel oudere kantoren grondig gerenoveerd (of nieuw gebouwd) gaan worden. Daardoor is een groot deel van de kantoorpanden in de toekomst geschikt voor lage-temperatuurverwarming.
Bedrijfspanden Door de diversiteit in functies en soorten gebouwen is er bij bedrijfspanden een grotere onzekerheid over de warmtevraag. Daarnaast gelden er andere energie-eisen voor utiliteitsbouw dan voor woningbouw. In de warmteanalyse wordt voor alle bedrijfspanden een besparing van 30% geschat. 25
https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-enregels/bestaande-bouw/energielabel-c-kantoren
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 63
Ondanks dat er meer onzekerheid is bij het inschatten van de warmtevraag in bedrijfspanden, zijn er wel kentallen beschikbaar die een indicatie geven voor de warmtevraag op basis van landelijke gemiddeldes.26 Dat betekent dat er op lokaal niveau wel grote foutmarges kunnen optreden. Zo vallen 26
Bron: Greenvis, Innax en CBS
loodsen onder ‘industriefunctie’, maar een kas of een bakker ook. Daarnaast hebben veel bedrijfspanden meerdere functies, waardoor er ook onzekerheden zitten in het toekennen van de juiste kentallen. In Tabel 5 staan de kentallen weergegeven. Tabel 5. Kentallen warmtevraag voor verschillen type gebruiksfuncties utiliteit. Gebruiksfunctie Warmtevraag [GJ/m2/jaar] Bijeenkomstfunctie 0.53 Celfunctie 0.65 Gezondheidszorgfunctie 0.55 Industriefunctie 0.30 Kantoorfunctie 0.40 Logiesfunctie 0.56 Onderwijsfunctie 0.39 Overige gebruiksfunctie 0.17 Sportfunctie 0.47 Winkelfunctie 0.35
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 64
Bijlage D Concentratie van de warmtevraag van utiliteitsbouw In paragraaf 4.1 is de concentratie van de warmtevraag weergegeven van woningen. Utiliteitsbouw is weggelaten uit die kaart, omdat de data daarvan een grote onzekerheid bevatten. Voor een eerste indruk is hieronder alsnog de concentratie van de warmtevraag van bedrijven, industrie, maatschappelijk vastgoed en dergelijke weergegeven.
Figuur 15. Warmtevraagdichtheid utiliteitsbouw in Molenlanden. De kengetallen waarop deze kaart gebaseerd is, zijn gemiddelde waardes voor gebruiksfuncties (bijvoorbeeld industrie of winkel). Deze kengetallen zijn minder robuust dan de kengetallen voor woningen, maar de kaart geeft wel een eerste inzicht waar de warmtevraag van de utiliteit geconcentreerd is.
Bijlage E Toelichting warmtebronnen In hoofdstuk 4 zijn de aanwezige warmtebronnen in Molenlanden beschreven. Onderstaande warmtebronnen werden ook onderzocht, maar bleken niet voldoende aanwezig.
Warmtebronnen met weinig of geen potentie Aardwarmte (ondiep en diep) Aardwarmte of geothermie is het winnen van de warmte van de aarde, vanaf 500 m tot 1 km (ondiep, tot 50 °C) en van 1 tot 7 km diep (diep/ultradiep, tot meer dan 100 °C). In de gemeente Molenlanden is de potentie laag ingeschat. Voor een rendabel aardwarmteproject is namelijk een grote afzet nodig, met een geconcentreerde warmtevraag. De dorpskernen zijn hiervoor te klein.
Warmteatlas In de Warmteatlas27 is veel informatie te vinden over het potentieel aan duurzame energie. Voor alle kaartlagen kan de informatie per warmtebron of per gebied verkregen worden door op de kaart te klikken. Daarnaast heeft het RVO een toelichting uitgewerkt die links op de website te vinden is. In de EnergieWiki staat bijvoorbeeld uitgelegd hoe de potentie van verschillende warmtebronnen is bepaald. Stowa aquathermie potentiekaart Stowa heeft in samenwerking met Syntraal en Deltares de beschikbare omgevingswarmte in kaart gebracht.28 Op deze website is informatie te vinden over TEA-bronnen (Thermische Energie uit Afvalwater) en TEObronnen (Thermische Energie uit Oppervlaktewater). Op de website zijn ook handleidingen te downloaden waarin het bepalen van de potentie toegelicht wordt.
Overigens, aardwarmte is een andere techniek dan warmtekoude-opslag in de bodem of het gebruik van bodemwarmtepompen. Die technieken gebruiken de bovenste laag van de bodem (tot 300 m diepte) en hebben wél een goede potentie in Molenlanden, zie pagina 32.
Geraadpleegde informatiebronnen Het overzicht van warmtebronnen in hoofdstuk 4 is gebaseerd op onderstaande openbare informatiebronnen. Wanneer in een buurt een buurtuitvoeringsplan wordt gestart, zal altijd een specialistische studie van de warmtebron worden gemaakt.
27
https://rvo.b3p.nl/viewer/app/Warmteatlas/v2
28
https://stowa.omgevingswarmte.nl/overzichtskaart#e5e9ea2b-d5bf-e811-a2c000155d010457
Bijlage F Toelichting andere rekenmodellen In Hoofdstuk 5 hebben we de Visie Warmtevoorziening voor gemeente Molenlanden gepresenteerd. Op deze kaart is te zien welk type warmtevoorziening kansrijk is als alternatief voor aardgas. Er zijn ook andere landelijke en lokale modellen die in beeld brengen welke warmtevoorziening kansrijk of het goedkoopst is. In deze bijlage geven we een overzicht van de modellen die iets zeggen over de mogelijke toekomstige warmtevoorziening in Molenlanden. We vergelijken de uitkomsten van de modellen met onze eigen Visie Warmtevoorziening en lichten de overeenkomsten en verschillen toe. Elk model is een andere versimpelde weergave van de werkelijkheid. Het is belangrijk om de gemaakte aannames en interpretaties in acht te nemen en niet alleen op basis van de resultaten conclusies te trekken.
Strategie 1: Individuele elektrische warmtepomp
Strategie 4: Groengas
Strategie 2: Warmtenet met midden- en hoge temperatuurbron
Strategie 5: Waterstof
Strategie 3: Warmtenet met lage temperatuurbron
De Startanalyse van de Leidraad – versie september 2020 De Startanalyse van de Leidraad is een analyse die de kosten van verschillende strategieën voor de toekomstige warmtevoorziening in kaart brengt. Er zijn in totaal vijf strategieën:
Figuur 16. Weergave van de scenario's met de laagste nationale kosten per gereduceerde ton CO2-uitstoot volgens de Leidraad Startanalyse Per CBS-buurt wordt de strategie met de laagste nationale kosten weergegeven op de kaart in Figuur 16.29
29
Voor deze analyse is gebruikt gemaakt van de Vesta MAIS software, waarin het Planbureau voor de Leefomgeving een model heeft gemaakt dat per CBS-buurt in Nederland de strategie met de laagste nationale kosten kan berekenen. Nationale kosten zijn inclusief de kosten en baten van energiebesparing en alle kosten en investeringen voor de opwek en distributie van
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 67
stroom en warmte, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Het is een open-source model en alle aannames en gebruikte methodieken zijn online in te zien: https://github.com/RuudvandenWijngaart/VestaDV/wiki/F%29-Vesta-MAIS-in-de-Leidraad
Interpretatie van de resultaten De Startanalyse van de Leidraad verschilt in methodiek met de analyse in Hoofdstuk 5 waarin de Visie Warmtevoorziening gepresenteerd is. Hier bespreken we de belangrijkste aandachtspunten bij het interpreteren van de resultaten in Figuur 16. 1.
CBS-buurten in plaats van logische clusters
De kostenberekening van een techniek uit de Leidraad Startanalyse gaat per CBS-buurt. Omdat binnen een CBS-buurt verschillende type woningen kunnen staan, kan het resultaat een vertekend beeld geven dat niet representatief is voor de verschillende gebieden in de CBS-buurt. 2.
Beschikbare warmtebronnen in Strategieën 2 t/m 5
De nationale kosten in Strategieën 2 en 3 worden berekend op basis van de beschikbare warmtebronnen die bij het PBL bekend zijn. Doordat de Startanalyse rekent met de algemene openbare data, komen er ook warmtebronnen voor in de Startanalyse die in praktijk niet (meer) beschikbaar zijn. Andersom geldt dat relevante warmtebronnen niet meegenomen zijn. In Molenlanden is bijvoorbeeld restwarmte van de Graafstroom Kaasfabriek niet meegenomen, terwijl dit een relevante kans voor Bleskensgraaf kan zijn. Voor Strategie 3 geldt dat vaak niet de hele CBS-buurt aangesloten wordt op het warmtenet met lage temperatuurbron. Dit maakt het interpreteren van Strategie 3 lastig: de kaart in Figuur 16 laat niet zien welk deel van de buurt daadwerkelijk aangesloten wordt op het warmtenet. Daarnaast zijn de kosten voor het aansluiten van de hele buurt niet inzichtelijk, wat een vergelijking met andere strategieën of andere buurten moeilijker maakt.
Meer informatie over De Startanalyse en hoe de resultaten geïnterpreteerd kunnen worden, is onder andere door De Warmtetransitiemakers uitgelegd in een webinar die online terug te zien is: https://vimeo.com/470550595
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 68
Strategieën 4 en 5 geven de nationale kosten wanneer de energiedragers groengas of waterstof ingezet worden. Waterstof wordt in de Startanalyse nog niet toegewezen als goedkoopste alternatief, omdat er nog veel onzekerheid is over de beschikbaarheid van waterstof. Waterstof kan bijvoorbeeld met (overschotten van) duurzaam opgewekte elektriciteit geproduceerd worden. Voor groengas wordt ook rekening gehouden met de beperkte beschikbaarheid en groengas wordt alleen als goedkoopste strategie weergegeven in de CBS-buurten waar de andere strategieën veel duurder zijn. 3.
De kaart van de Startanalyse laat geen verschillen met de alternatieven zien
Op de kaart in Figuur 16 is niet te zien hoe groot het verschil in nationale kosten is met het goedkoopste alternatief. Regelmatig zijn de verschillen in kosten tussen de verschillende strategieën klein en dan is het wel relevant is dit in acht te nemen. Verschillen tussen de Startanalyse en de Visie Warmtevoorziening Het eindbeeld van de Startanalyse is niet per buurt één op één te vergelijken met de Visie Warmtevoorziening, met name vanwege de genoemde verschillen in methodiek. Voor Molenlanden geldt dat vrijwel géén van CBSbuurten in zijn geheel homogeen gebouwd is. Dat betekent dat er per buurt veel nuances te maken zijn, die niet terugkomen in de resultaten van de Startanalyse. Dit maakt de resultaten van de Startanalyse moeilijk te interpreteren. Wat op buurtniveau nog opvalt (zie Figuur 16) is dat in Nieuw-Lekkerland Oost een warmtenet met lage temperatuurbron (i.c.m. aquathermie) naar voren komt met de laagste nationale kosten. Voor deze buurt is het daarom interessant om deze optie verder te onderzoeken.
Er zijn geen buurten in Molenlanden waar strategie 2 resulteert in de laagste nationale kosten. Echter, deze strategie is wel het meest relevant om te vergelijken met de individuele oplossing omdat in strategie 2 aangenomen wordt dat de hele buurt/wijk wordt aangesloten op een warmtenet (in tegenstelling tot strategie 3). Figuur 17 laat zien dat een collectieve oplossing met een midden-temperatuurbron (o.b.v. geothermie) in elke CBS buurt zo’n 10-20% duurder is dan Strategie 1 met een individuele warmtepomp. Hierbij is geen optimalisatie gemaakt van welke gebouwen wel of niet interessant zijn om aan te sluiten op het warmtenet. De technische analyse van DWTM voor Nieuw-Lekkerland, Bleskensgraaf, Arkel en Giessenburg heeft laten zien dat er per CBS-buurt slechts een (klein) deel (het meest) kansrijk is voor een warmtenet. Het is daarom te verwachten dat de resultaten voor een warmtenet verbeteren aan de hand van deze optimalisatie. Daarnaast zijn de warmtenetten op basis van aquathermie niet doorgerekend voor de hele wijk. Gezien de hoge potentie van aquathermie in Molenlanden is te verwachten dat de kansen hiervoor hoger zijn.
duidelijk goedkoper is dan de andere strategieën, omdat er in de Startanalyse een beperkte beschikbaarheid van groen gas wordt aangenomen. Groen gas kan met name van waarde zijn voor oude, slecht geïsoleerde woningen, waar de isolatieopgave kostbaar is. Binnen een buurt kunnen nog wel verschillen optreden. In de visie warmtevoorziening is óók gekeken naar deze slecht geïsoleerde woningen en de groen gas gebieden hebben dan ook grotendeels overlap met de groen gas buurten in de Startanalyse. Dit zijn met name de woningen in de lintbebouwing langs het water, omdat daar veel oude/slecht geïsoleerde woningen staan die relatief dicht bij elkaar in de buurt staan. Voor een aantal buurten komt groen gas niet terug in de Visie Warmtevoorziening. Hier staan veel vrijstaande huizen ver uit elkaar wat in Molenlanden veel voorkomt in het buitengebied. Daarom is het daar de vraag of het rendabel is om het gasnet hier in stand te houden. In overleg met de netbeheerder Stedin is in die buurten daarom geen groen gas toegewezen.
Openingsbod Stedin In het Openingsbod van netbeheerder Stedin worden drie bestaande en erkende modellen met elkaar vergeleken. Deze drie modellen geven een denkrichting voor de toekomstige warmtevoorziening. De mate waarin de uitkomst van deze modellen met elkaar overeen komen, bepaalt hoe robuust een uitkomst is. Het gaat om de modellen: -
Figuur 17. De extra nationale kosten van Strategie 2 ten opzichte van de nationale kosten in Strategie 1 in de Startanalyse van de Leidraad voor gemeente Molenlanden voor de kernen met een kansrijk warmtenet in de Visie warmtevoorziening. De Startanalyse van de Leidraad laat zien dat in Molenlanden veel buurten groen gas toegewezen krijgen. Dit gebeurt alleen in buurten waar groen gas
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 69
-
Vesta MAIS model van het Planbureau voor de Leefomgeving (toegepast door Ecorys); CEGOIA van CE Delft; Energietransitiemodel- warmtemodule van Quintel Intelligence.
De resultaten voor gemeente Molenlanden zijn weergegeven in Figuur 18. In het Openingsbod wordt, net als in de Startanalyse, gekeken naar de totale nationale kosten.
2.
Beschikbaarheid warmtebronnen
Net als de Startanalyse, maakt Stedin gebruik van beschikbare informatie over de beschikbaarheid en potentie van warmtebronnen. Stedin legt hier op basis van de landelijke data een eigen interpretatie overheen en bekijkt ook de impact van de aannames in een gevoeligheidsanalyse. De resultaten van de gevoeligheidsanalyse zijn te zien in Figuur 19, Figuur 20 en Figuur 21. De belangrijkste aannames zijn de mate waarin warmte beschikbaar is voor een warmtenet en de mate waarin duurzaam gas beschikbaar is als alternatief voor aardgas. 3.
De robuustheid van een oplossing
De kaart in Figuur 18 laat alleen de oplossing voor de buurten zien waarvan de uitkomst ‘robuust’ is. Dat betekent dat in deze buurten de weergegeven oplossingsrichting past bij de (hele) buurt. Voor de buurten die ‘onzeker’ zijn (grijze kleur in Figuur 18) is de oplossingsrichting (nog) onduidelijk. Meer informatie over het Openingsbod is te vinden op de website van Stedin.30 Figuur 18. Uitkomst Openingsbod Stedin voor gemeente Molenlanden. De grijze gebieden zijn CBS buurten waarvoor de uitkomst ‘onzeker’ is Interpretatie van de resultaten Het Openingsbod heeft net als de Startanalyse een andere methodiek om te komen tot resultaten dan de methodiek gebruikt voor de Visie Warmtevoorziening. 1.
CBS-buurten in plaats van logische clusters
Net als in de Startanalyse maakt Stedin gebruik van CBS-buurtgrenzen, waardoor nuances binnen een buurt niet terugkomen in het eindbeeld.
30
https://www.stedin.net/zakelijk/branches/overheden/het-openingsbod
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 70
Figuur 19. Openingsbod: ruim warmte & groen gas
belangrijke rol bij de keuze voor een oplossingsrichting zoals te zien in Figuur 19, Figuur 20 en Figuur 21. In Molenlanden zijn oppervlaktewater en de restwarmte aanwezig als in te zetten lokale warmtebronnen. In Figuur 20 en Figuur 21 is te zien dat in Nieuw-Lekkerland, Bleskensgraaf en Giessenburg een warmtenet naar voren komt met de laagste nationale kosten in de scenarioanalyses met ‘beperkt groen gas’. Dit komt overeen met de visie warmtevoorziening en bevestigd dat het interessant is om de mogelijkheden voor een warmtenet te onderzoeken in deze kernen. Net als bij de vergelijking met de Startanalyse geldt dat de nuances binnen de CBSbuurten relevant zijn, maar niet in het resultaat van het Openingsbod terugkomen.
Figuur 20. Openingsbod: ruim warmte en beperkt groen gas
Figuur 21. Openingsbod: weinig warmte en beperkt groen gas.
Verschillen tussen Warmtevoorziening
het
Openingsbod
en
de
Visie
Het Openingsbod laat zien dat de hybride oplossing (groen gas) vaak naar voren komt in Molenlanden. De buurten die groen gas hebben toegewezen gekregen én een zekere oplossing hebben (zie Figuur 18), komen overeen met de visie warmtevoorziening. In de technische analyse door DWTM is daarbij nog een nuancering gedaan door alleen woningen die relatief dichtbij elkaar staan (voornamelijk lintbebouwing langs het water) groen gas toe te wijzen. Voor enkele woningen in het buitengebied is het namelijk de vraag of het rendabel is om het gasnet hier in de toekomst in stand te houden. De beschikbaarheid van omgevingswarmte en duurzaam gas spelen een
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 71
Bijlage G Uitvoeringsagenda Hier ziet u een eerste opzet van de uitvoeringsagenda. Deze zal nader worden uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en klimaat.
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 72
Bijlage H. Begrippenlijst Aardgasvrij gebouw Een gebouw dat verwarmd wordt zonder aardgas, dus ook zonder warmte die gewonnen is uit aardgas. Restwarmte wordt wel aangemerkt als duurzame warmtebron. CO2-uitstoot CO2-uitstoot is het vrijkomen van koolstofdioxide (CO2) in de lucht. De hoeveelheid CO2 in de lucht was tot 1870 relatief stabiel: mensen en dieren stoten CO2 uit, dat werd gecompenseerd door de opname van dezelfde hoeveelheid CO2 door bomen en planten. Deze natuurlijke kringloop was gesloten. De afgelopen 150 jaar is de uitstoot van CO2 echter sterk gestegen. Dat komt omdat wij fossiele brandstoffen (zoals aardgas) zijn gaan verbranden voor industrie en vervoer. Daarnaast zijn we ook op grote schaal bossen gaan kappen. Er is dus meer uitstoot van CO 2 en er zijn minder bossen om die uitstoot weer op te nemen. Energietransitie De overstap van een energievoorziening met fossiele brandstoffen naar een energievoorziening op basis van onuitputbare duurzame energiebronnen, zoals: zon, wind, waterkracht en aardwarmte. Hoge-temperatuurverwarming Wanneer je je woning verwarmt met een temperatuur van ongeveer 80 graden spreken we van hoge-temperatuurverwarming. Dit is meestal het geval bij traditionele cv-ketels. Veel warmtenetten (stadverwarming) worden ook op hoge temperatuur verwarmd.
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 73
Klimaatneutraal Klimaatneutraal betekent dat er geen CO2 vrijkomt als je energie gebruikt en dat je dus niet bijdraagt aan klimaatverandering. Klimaatneutraal, of CO2-neutraal, is niet hetzelfde als energieneutraal. Energieneutraal geeft aan dat een gebouw of woning evenveel energie verbruikt als het opwekt. Lage-temperatuurverwarming Bij lage-temperatuurverwarming verwarm je je woning met een temperatuur van maximaal 55 graden. Verwarmen op lage temperatuur komt voor bij een warmtepomp en sommige warmtenetten. Om je woning met een lagere temperatuur nog steeds comfortabel warm te krijgen, is het belangrijk om je woning zo goed mogelijk te isoleren, en te zorgen voor goede radiatoren of wand- / vloerverwarming. Nationale kosten Dit zijn alle geldelijke kosten die de maatschappij moet opbrengen (voor productie, inkoop en services). Hierin zijn dus niet meegenomen belastingen en subsidies. Belastingen en subsidies zijn immers geen daadwerkelijk kosten, maar instrumenten om de verdeling van kosten en baten te verdelen over verschillende partijen. Pelletkachel Een pelletkachel is een zuinige houtkachel die brandt op samengeperste houtkorrels (pellets). Je hebt ook een pellet-cv, een CV ketel die op pellets werkt in plaats van op aardgas.
Een pelletkachel kan een optie zijn wanneer je wilt stoppen met het gebruik van aardgas, in een buitengebied woont en je huis moeilijk te isoleren is. Denk bijvoorbeeld aan monumentale boerderijen. Bij het gebruik van een pelletkachel komt wel beperkt fijnstof in de lucht. Daarom wordt een pelletkachel in de gebouwde omgeving sneller afgeraden. Fijnstof heeft een slechte invloed op je gezondheid en het milieu.
TeraJoule Een eenheid voor energie, gelijk aan 1012 (1.000.000.000.000) Joule, weergegeven met symbool TJ. Een forse stofzuiger heeft soms een vermogen van 1 kW, ofwel 1000 Watt, en verbruikt dus per seconde 1.000 Joule. Deze stofzuiger verbruikt elk uur dat hij aanstaat 1 kWh. Een standaard Nederlands huishouden verbruikt in één jaar circa 3.500 kWh aan elektrische energie. Hetzelfde standaard Nederlands huishouden verbruikt ruwweg 1.500 m3 aan aardgas per jaar. In 1 m3 aardgas zit grofweg 36.000.000 Joule energie, wat weer om te rekenen is naar 10 kWh. Het energieverbruik per jaar van dat huishouden voor aardgas is dus 1.500 x 10 kWh = 15.000 kWh. Wat gelijk is aan 54 GJ (oftewel 0,054 TeraJoule).
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 74
Bijlage I. Reactienota – concept Transitievisie Warmte 1.0
Reactienota concept Transitievisie Warmte 1.0
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 75
Inleiding In het kader van het participatietraject voor de totstandkoming van de Transitievisie Warmte voor gemeente Molenlanden is de concept Transitievisie Warmte 1.0 ter inzage gelegd. Gedurende een termijn van 6 weken (van 19 augustus 2021 tot en met 30 september 2021) kon eenieder een reactie indienen per email, gericht aan energietransitie@jouwgemeente.nl. Er zijn 4 reacties ontvangen. De communicatie van de ter inzagelegging van de concept Transitievisie Warmte heeft plaatsgevonden op de gemeentepagina in de huis-aan-huis bladen ‘Het Kontakt’ / ‘Klaroen’ (2x), via een persbericht, via social media en het emailbestand van de personen die deelgenomen hebben aan de klankbordgroepen en informatieavonden. De concept Transitievisie Warmte 1.0 was gedurende de periode van ter inzagelegging te raadplegen op de gemeentelijke website, samen met de concept infographic, een kaart van de visie warmtevoorziening en een informatieblad met een korte uitleg over de warmtetransitie. Deze reactienota geeft een overzicht van de ingekomen reacties. De reacties zijn samengevat verwoord en daarbij vindt u de beantwoording per reactie en of de reactie heeft geleid tot aanpassing van de concept Transitievisie Warmte 1.0. In verband met de privacy zijn de namen en adressen van de indieners van de reacties niet opgenomen in deze nota.
Dat de reacties samengevat zijn weergegeven, betekent niet dat deze slechts gedeeltelijk zijn beoordeeld; bij de beantwoording zijn de volledige reacties betrokken.
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 76
Hartelijk dank voor uw bijdrage! We willen de mensen die de moeite genomen hebben om de concept Transitievisie Warmte 1.0 te lezen en ons van een reactie te voorzien (als daar aanleiding toe was) hartelijk danken!
Reacties Reactie 1 Samenvatting reactie Overal in de Alblasserwaard zijn er energierijke openbare wateren, vlieten, of boezems die de aangrenzende panden de mogelijkheid bieden dat water als bron te gebruiken voor particuliere duurzame verwarming en niet persé als collectieve oplossing met Warmte Koude Opslag (WKO). Het verzoek is om Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) ook in de visie op te nemen als ‘te onderzoeken kansrijke bron voor individuele of klein collectieve systemen' en niet enkel de grote collectieve systemen die vaak gekoppeld zitten aan een WKO. Geadviseerd wordt om een gespecialiseerd bedrijf onderzoek te laten doen en in te laten schatten of de thermische capaciteit van openbare wateren een potentie heeft voor individuele systemen. Zodat deze informatie beschikbaar kan worden gesteld en waar inwoners die wonen aan een openbaar water hun voordeel mee kunnen doen. Beantwoording op reactie Het klopt dat TEO systemen ook in te zetten zijn voor individuele of klein collectieve gebruikers. Zeker gezien de hoeveelheid wateren in Molenlanden kan dit interessant zijn. Op dit moment is een individueel TEO systeem nog vrij duur en nog niet echt concurrerend met andere individuele technieken. Daarnaast moet er meer duidelijkheid komen over de ecologische impact.
Eén of twee gebruikers zal geen problemen opleveren, maar wanneer een groot deel van de bewoners van Molenlanden hierop zouden overstappen, kan dat ecologische impact hebben. Datzelfde geldt echter ook voor grootschalige TEO systemen. Het voordeel van grootschalige TEO systemen is dat het vrijwel altijd in combinatie is met WKO, waardoor er voornamelijk warmte wordt onttrokken in de zomer. Met een
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 77
individueel systeem wordt het hele jaar rond warmte onttrokken tot een temperatuur van ongeveer 4 graden. Het doen van een ander onderzoek is in de uitvoeringsfase zeker niet uit te sluiten en zeker als deze systemen meer kunnen gaan concurreren met de andere individuele systemen. Gevolgen voor de Transitievisie Warmte 1.0 De reactie heeft geleid tot aanpassing van de concept Transitievisie Warmte 1.0. In paragraaf 4.2 ‘Warmtebronnen’ is onder ‘Warmtebronnen voor individuele oplossingen een kopje ‘Thermische energie uit oppervlaktewater’ toegevoegd bij de individuele systemen.
Reactie 2 Samenvatting reactie De indruk bestaat dat voor alle objecten alles al in beton is gegoten. Verder wil indiener vooral aandacht vragen voor de specifieke problematiek bij het verduurzamen van monumentale panden. Aangegeven wordt dat een veranderende denkwijze ten aanzien van de opgave voor monumenten noodzakelijk is ten opzichte van de huidige situatie. Alle mogelijkheden hebben we nodig om te komen tot een schoner milieu, de laatste tijd wordt dit steeds duidelijker in een wereld die overstroomt of in brand staat. Afwijzen van vergunningen moet anders worden, in plaats van het afwijzen van een vergunning zou er met de aanvrager meegekeken en gedacht moeten worden van wat er dan wel kan. Ten slot wordt er aandacht gevraagd voor de kosten die komen kijken bij een vergunningaanvraag voor het verduurzamen van een monument, terwijl er bij het verduurzamen van een niet monumentaal pand geen vergunning nodig is. Molenlanden hoeft niet voorop te lopen, maar gezien de nuchtere Alblasserwaardse denkwijze moeten we de problemen rondom het verduurzamen van monumenten toch zeker beter kunnen inregelen. Beantwoording Als eerste kunnen we u geruststellen dat niets wat in de Transitievisie staat al in beton is gegoten.
Het is een eerste visie die, op basis van kansrijkheid met de kennis, techniek en het kosteninzicht van nu aangeeft, wat de meest voor de hand liggende keuze is om te verduurzamen. Uiteraard verschillen bijna alle woningen van elkaar en blijft het ook voor een deel maatwerk en de keuze van de eigenaar. Bij monumentale panden komt het inderdaad voor dat de huidige stringente regelgeving ten aanzien van de bescherming van monumenten en de verduurzamingsopgave niet goed samengaan. Dit komt dan tot uiting bij een
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 78
vergunningaanvraag. Dit is bij ons bekend en we onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om dit in de nabije toekomst te verbeteren. Recent is er een pilot gestart met Stichting Boerderij en Erf om te bekijken hoe monumentale boerderijen verduurzaamd kunnen worden. Deze pilot zal nog een tijdje lopen en de lessen die we daaruit leren, samen met de signalen uit de samenleving, gebruiken we om processen en regelgeving beter in te richten. Gevolgen voor de Transitievisie Warmte 1.0 De reactie heeft niet geleid tot aanpassing van de concept Transitievisie Warmte 1.0. De reactie gaat met name over het proces en het handelen rondom een vergunningaanvraag voor een monumentaal pand en dit is geen onderdeel van de Transitievisie Warmte.
Reactie 3 Samenvatting reactie Tijdens de diverse informatiebijeenkomsten en klankbordgroep bijeenkomsten is door de gemeente diverse keren aangegeven dat de warmtetransitie ‘haalbaar en betaalbaar’ moet zijn. Op pagina 14 in het blauwe kader lees ik, dat de betaalbaarheid niet gegarandeerd wordt, dan valt de grootste pijler voor het draagvlak bij de mensen al weg. En dan is de warmtetransitie nog niet eens begonnen. Op pagina 5 wordt aangegeven, dat betaalbaarheid 1 van de voorwaarden is. En op pagina 16 wordt duidelijk aangegeven, dat 60% van de mensen zich zorgen maakt over de kosten. Dus de garantie van betaalbaarheid moet een absolute en onvoorwaardelijke voorwaarde zijn, anders zal het draagvlak bij een deel van de inwoners sterk verminderen. Beantwoording Terecht wordt aangegeven dat betaalbaarheid een belangrijke pijler is voor de energietransitie. Tegelijkertijd is er (landelijk) nog onduidelijkheid over. Om deze reden heeft de gemeenteraad van Molenlanden in januari 2021 de uitgangspuntennotitie voor de Transitievisie Warmte vastgesteld. Een van de belangrijke uitgangspunten hierin is ‘betaalbaarheid’. Hieronder leest u hoe gemeente Molenlanden betaalbaar heeft gedefinieerd.
Uitgangspunt: Betaalbaar Voor zowel huurders, eigenaren van een koopwoning als ondernemers moet de energietransitie betaalbaar zijn. Ook mensen met minder geld moeten mee kunnen doen. De kosten van een warmtetechniek zijn daarom altijd een bepalende factor, zowel de investeringskosten aan het begin, als de maandelijkse energierekening voor de eindgebruiker.
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 79
Het uitgangspunt is dat we het Klimaatakkoord volgen, te weten: We kijken naar de zogeheten laagste “nationale kosten”: Dit zijn de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn om een warmteoplossing uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt. Daarnaast kijken we naar de kosten voor de eindgebruiker. Bij de kosten voor de eindgebruiker streven we naar woonlastenneutraliteit. Betaalbaarheid bepaalt ook mede de volgorde waarin kernen/buurten van het aardgas afgaan: voor buurten waar de overstap nu nog lastig of extra kostbaar is, wachten we eerst technologische ontwikkeling af en kiezen we voor een lager tempo of een betaalbare tussenstap zoals hybride oplossingen. Als blijkt dat de kosten relatief laag zijn kunnen we opschalen naar een hoger tempo en meer buurten voor 2030 van het aardgas afhalen. Met dit uitgangspunt wordt het belang van een betaalbare energietransitie benadrukt. Tegelijkertijd weten we ook vanuit enkele eerste ervaringen dat dit uitgangspunt soms onder druk kan komen te staan. Dit dilemma hebben wij in de Transitievisie op transparante wijze inzichtelijk gemaakt. Landelijk is er aandacht voor en is men bezig om hier ondersteunende maatregelen voor te ontwikkelen en dat volgt de gemeente op de voet. Deze eerste Transitievisie Warmte geeft richting op basis van de kennis, techniek en het kosteninzicht van dit moment.
Na vaststelling van deze eerste Transitievisie Warmte gaan we van start in een aantal kernen/buurten om de mogelijkheden nader te verkennen en om samen met de inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden te komen tot een haalbaar en betaalbaar uitvoeringsplan. Pas als er een haalbaar en betaalbaar uitvoeringsplan is ontstaan en er in gezamenlijkheid een positief besluit over genomen is, kan tot de uitvoeringsfase worden overgegaan. Dit is een belangrijke fase waarin betaalbaarheid een prominente plek heeft en ook zeker van invloed zal zijn op het draagvlak binnen deze buurt of kern.
Gevolgen voor de Transitievisie Warmte 1.0 De reactie heeft niet geleid tot aanpassing van de concept Transitievisie Warmte 1.0. Indiener benadrukt geheel terecht het belang van betaalbaarheid in de warmtetransitie en het draagvlak wat daar voor een deel aan gekoppeld is. De concept Transitievisie beschrijft het belang van een betaalbaar plan, maar ook tegelijkertijd het dilemma van dit moment, namelijk: bij enkele eerste ervaringen is naar voren gekomen dat de betaalbaarheid bij het opstellen van een uitvoeringsplan soms onder druk komt te staan.
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 80
Reactie 4 Samenvatting reactie Indiener geeft aan dat kernenergie nodig is om CO2 vrij te worden. Kernenergie wordt tot op heden veelal buiten beschouwing gelaten waardoor deze variant niet meegenomen en afgewogen kan worden in bijvoorbeeld de kostenvergelijking. Op bladzijde 11 - Duurzaam gas: Waterstof gas is momenteel beperkt beschikbaar maar is prima te produceren met kernenergie. In Frankrijk, Zweden, UK en VS wordt hier vol op ingezet. Op bladzijde 27 - Pelletkachels: Bij verbranding komt niet alleen fijnstof vrij, maar ook CO2 (en nog veel meer), dit graag ook vermelden. In het buitengebied wordt veelvuldig gebruik gemaakt van propaan en butaan voor de verwarming van (afgelegen) panden. Indiener vraagt of de Gemeente het eens is dat de verbranding van propaan en butaan schoner is dan het gebruik van een pelletkachel. Op bladzijde 28 - Waarom heeft u een mening over biomassa en niet over kernenergie? Wat indiener betreft mag het woord ‘voorlopig’ bij het kopje ‘Voorlopig geen biomassa’ weg. Op bladzijde 29 - Waarom wordt niet gemeld dat waterstof prima CO2 vrij te produceren is met kernenergie en waarop is gebaseerd dat waterstof duurder is dan aardgas? Op bladzijde 54, punt 7: Het is een utopie dat alle energie (inclusief wagenpark) opgewekt kan worden met wind en zonne- energie.
Aangenomen wordt dat de gemeente inzicht heeft in het totale energieverbruik (gas, elektra, benzine, diesel, etc.) van de regio Gorinchem en Molenlanden in TeraJoule (TJ). Hoeveel TJ wordt er op dit moment door wind en zon in Molenlanden en Gorinchem geproduceerd. Als de Gemeente dit inzicht geeft krijgt men een idee waar we staan en wat er nog moet gebeuren.
Transitievisie Warmte 1.0 gemeente Molenlanden 81
Beantwoording Kerncentrale De Transitievisie Warmte (verder: TVW) gaat over verwarmen en beschrijft niet hoe de elektriciteit die nodig is voor de transitie kan worden opwekt. Dat wordt beschreven in de Regionale Energiestrategie (verder: RES). Kernenergie is een techniek waarmee elektriciteit kan worden gemaakt, maar geen warmte. Het wordt daarom ook niet meegenomen in de TVW. Het nationaal programma RES zegt het volgende over een kerncentrale:
Het duurt lang om een kerncentrale te bouwen. De kans dat een bedrijf voor 2030 een nieuwe kerncentrale in Nederland bouwt is klein. Volgens de Rijksoverheid gaat het 20 tot 30 jaar duren om een kerncentrale te realiseren. Andere bronnen hebben het over de realisatie in 2035 of 2040. Bij het bouwen van een kerncentrale komt heel veel kijken. Zo zal de wet- en regelgeving opnieuw moeten worden opgestart en zijn investeringskosten zo hoog en dat het wellicht alleen op te brengen is als de overheid bijspringt. Dat betekent dat het nog wel een aanzienlijke tijd zal duren voordat het realiteit kan worden. En omdat de klimaatdoelen in 2030 gehaald moeten zijn, zal men tot die tijd investeren in duurzame energie, omdat is afgesproken dat het aandeel hiervan in 2030 in Nederland 70 procent moet zijn. Waterstof Groene waterstof is zeer beperkt beschikbaar waardoor er voor 2030 geen inzet wordt verwacht in de gebouwde omgeving. Dit is in lijn met de visie van het Rijk en als zodanig beschreven in de TVW. Wel blijven we de ontwikkelingen op het gebied van waterstof op de voet volgen, zodat we bij een herziening van de TVW hierop kunnen inspelen. Pellets, butaan en propaan Dit zijn fossiele brandstoffen en willen we daarom in basis niet meer gebruiken. Hierbij merken we op dat pelletkachels ook kunnen worden gestookt met duurzaam geproduceerd hout of houtige reststromen.